Het offer van Christus, méér dan Zijn kruisdood

Zijn hele leven was een offer

In veel prediking wordt het offer van Christus vrijwel gelijkgesteld aan één moment: het kruis. Golgotha is het centrum. Daar werd de schuld gedragen. Daar vloeide het bloed. Daar riep Hij:

“Toen Jezus dan de edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En het hoofd buigende, gaf den geest.” (Johannes 19:30 STV)

En toch… als we de Schrift nauwkeurig lezen, ontdekken we dat het offer van Christus méér omvat dan alleen Zijn kruisdood. Het kruis is het hart van het werk – maar niet het hele werk.

Wie het offer reduceert tot alleen het sterven, doet onbedoeld tekort aan de rijkdom van wat God heeft geopenbaard.

Het offer begon niet op Golgotha

Het offer van Christus begon niet toen de spijkers door Zijn handen gingen. Het begon bij Zijn komst in de wereld.

“Daarom, komende in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid;
Brandoffers en offer voor de zonde hebben U niet behaagd;Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God.
Als Hij tevoren gezegd had: Slachtoffer en offerande en brandoffers en offer voor de zonde hebt Gij niet gewild, noch hebben U behaagd (dewelke naar de wet geofferd worden),
Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen.
In welken wil wij geheiligd zijn door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal geschied”. (Hebreeën 10:5-10 STV)

Hij ontving een lichaam met een doel: om het te geven. Zijn hele leven stond in het teken van gehoorzaamheid. Niet incidenteel. Niet gedeeltelijk. Volkomen.

“En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.” (Filippenzen 2:8 STV)

Zijn hele leven was een offer. Het kruis was geen noodlottige afloop. Het was het goddelijke plan.

Het bloed werd niet alleen gestort, het werd ook binnengebracht

Hier wordt het vaak stil in prediking. Want Hebreeën leert ons iets dat verder gaat dan alleen het sterven.

“Maar Christus, gekomen zijnde een Hogepriester der toekomende goederen, door den meerderen en volmaakten tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van dit maaksel, ook niet door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.” (Hebreeën 9:11-12 STV)

In het Oude Testament was het niet genoeg dat het offerdier werd geslacht. De hogepriester moest het bloed binnenbrengen in het heilige der heiligen.

Dat deed Christus.

Hij stierf.
Maar Hij ging ook in.
Hij bracht Zijn eigen bloed in het ware, hemelse heiligdom.

Zonder die hogepriesterlijke bediening is het beeld onvolledig.

De opstanding hoort ook bij het offer

Het evangelie eindigt niet bij een dode Heiland. De opstanding is geen bijzaak. Deze is essentieel.

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” (Romeinen 4:25 STV)

Zijn opstanding bevestigt:

  • dat het offer door God is aanvaard
  • dat de schuld werkelijk is weggedragen
  • dat de dood niet het laatste woord heeft

Een gestorven Messias kan geen levende Middelaar zijn. Maar Christus leeft.

Zijn werk gaat door

Het offer is niet maar een eenmalige gebeurtenis in het verleden. Het heeft een voortdurende werking.

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” (Hebreeën 7:25 STV)

Hij leeft.
Hij bidt.
Hij past toe wat Hij verwierf.

Zijn kruisdood is het fundament.
Zijn huidige bediening is de toepassing.

Waarom dit zo belangrijk is

Wanneer het evangelie wordt teruggebracht tot een emotioneel moment bij het kruis, verliest men het zicht op de verheven, hemelse bediening van Christus.

Christus is niet slechts het Lam dat geslacht werd.
Hij is ook de Hogepriester Die leeft.

“Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.” (Hebreeën 10:14 STV)

Dat is geen halve verlossing.
Dat is geen tijdelijke oplossing.
Dat is een volkomen, blijvend, hemels werk.

Het offer van Christus is groter dan Golgotha alléén.

Het is het volbrachte én levende werk van de opgewekte, verheerlijkte Here Jezus Christus .

Die niet alleen stierf, maar leeft tot in eeuwigheid.

lees ook:

Wat het Hogepriesterschap van Christus vandaag voor ons betekent

Het kruis is het fundament, het Evangelie is meer

“Koning Jezus”

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding?

Het leven van Christus

Het leven van Christus: meer dan een inspirerend voorbeeld

Veel christenen lezen de Evangeliën alsof zij een verzameling losse lessen zijn. Mooie woorden. Aansprekende verhalen. Een moreel voorbeeld.

Maar het leven van de Here Jezus Christus is geen losse verzameling inspiratie. Het staat midden in Gods heilsplan. Wie dat niet ziet, leest de Evangeliën te klein.

Christus kwam niet in een leeg veld

“Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.” (Galaten 4:4 STV)

Hij kwam niet om een nieuwe religie te starten.
Hij werd geboren in Israël.
Hij leefde onder de Wet.
Hij sprak tot een verbondsvolk.

Dat bepaalt alles.

Zijn prediking, Zijn wonderen, Zijn discussies met Farizeeën — ze staan in het kader van Israëls geschiedenis en de oudtestamentische beloften.

Het Koninkrijk was geen vaag begrip

“Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.” (Mattheüs 4:17 STV)

Dat Koninkrijk was geen innerlijke gemoedstoestand. Het was verbonden met:

  • de troon van David
  • de beloften aan Abraham
  • het herstel van Israël

De eerste hoorders begrepen dat heel concreet.

Wie het Koninkrijk alleen vergeestelijkt, maakt het kleiner dan de Schrift het doet.

De wonderen waren tekenen

“Indien Ik door den Geest Gods de duivelen uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen.” (Mattheüs 12:28 STV)

Zijn wonderen waren geen spektakel.
Ze bevestigden Zijn identiteit.
Ze lieten zien: hier handelt de Messias.

Blindheid wijkt.
Demonen vluchten.
De dood wijkt.

Dat zijn Koninkrijks-tekenen.

De verwerping veranderde de situatie

“Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.” (Johannes 1:11 STV)

De Evangeliën laten een duidelijke beweging zien:

  • Aanvankelijke verwondering
  • Toenemende weerstand
  • Uiteindelijk verwerping

Het kruis was geen onverwacht ongeluk.
Maar het was wel het gevolg van echte afwijzing.

Dat moment is een breuklijn in de heilsgeschiedenis.

Het kruis centraal

“Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld.” (Jesaja 53:5 STV)

Hier ligt het hart van alles.

Niet het voorbeeld van Jezus.
Niet alleen Zijn onderwijs.
Maar Zijn offer.

Hier wordt zonde geoordeeld.
Hier wordt schuld gedragen.
Hier wordt verzoening bewerkt.

Zonder kruis geen evangelie.

De opstanding opent een nieuwe fase

“Hij is hier niet; want Hij is opgestaan.” (Mattheüs 28:6 STV)

De opstanding bevestigt:

  • Het offer is aanvaard
  • De dood is overwonnen
  • De geschiedenis is niet vastgelopen

Maar opvallend is de vraag van de discipelen:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk weder oprichten?” (Handelingen 1:6 STV)

Die vraag wordt niet bespot.
Ze wordt niet gecorrigeerd.
Het tijdstip blijft verborgen.

Dat laat zien dat Gods plan groter is dan één moment.

Het leven van Christus is fundament én toekomst

Christus zit nu aan Gods rechterhand.

“Daarom kan Hij ook volkomenlijk zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” (Hebreeën 7:25 STV)

Zijn aardse leven was:

  • de vervulling van oudtestamentische beloften
  • het keerpunt van Israëls geschiedenis
  • de grondslag voor wereldwijde redding
  • de garantie van toekomstige vervulling

Wie de Evangeliën losmaakt van die grote lijn, verliest diepte.

Geen sentimentaliteit, maar heilswerk

Het leven van Christus is geen religieuze inspiratiebron.
Het is de beslissende ingreep van God in de geschiedenis.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.” (1 Korinthe 15:22 STV)

Dat is geen poëzie.
Dat is realiteit.

En wie dat ziet, leest de Evangeliën niet meer oppervlakkig.

Misschien is de belangrijkste vraag niet hoe wij het leven van Christus begrijpen,

maar of wij bereid zijn het in zijn volle Bijbelse gewicht te laten staan.

Niet verkleind tot moraal, niet vervluchtigd tot gevoel, maar erkend als Gods beslissende handelen in de geschiedenis.

Wie de Evangeliën goed leest, kan niet neutraal blijven.

Christus is óf de vervulling van Gods beloften — óf Hij is het niet. Maar zelf invullen of half lezen is geen optie.

 

Welke Jezus het over gaat

Een andere Jezus? Of de Christus der Schriften?

Soms hoor je mensen met overtuiging spreken over “Jezus”.

Het klinkt echt.
Het klinkt oprecht.
Het klinkt geestelijk.

Maar als je goed luistert, dringt zich een ongemakkelijke vraag op:

Over Wie heeft men het eigenlijk?

Is dit de Here Jezus Christus van de Schrift?
Of is het een andere Jezus?

Paulus waarschuwt :

“Want indien hij, die komt, een andere Jezus predikt, dien wij niet gepredikt hebben, of gij een anderen geest ontvangt, dien gij niet ontvangen hebt, of een ander evangelie, dat gij niet aangenomen hebt, zo verdraagt gij hem met recht.”
(2 Korinthe 11:4 STV)

Blijkbaar kan men “Jezus” zeggen — en toch niet de Jezus bedoelen Die de apostelen verkondigd hebben.

Niet zomaar een futiliteit.

Een Jezus zonder kruis

De Jezus die vandaag vaak wordt gepresenteerd, is inspirerend en toegankelijk.
Hij helpt je verder.
Hij geeft je rust.
Hij bevestigt je identiteit.

‘Jezus in je kontzak’

Maar waar is het kruis?

Waar is het plaatsvervangend lijden?
Waar is de verzoening door Zijn bloed?
Waar is Gods toorn over de zonde?

De Schrift zegt:

“Maar wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid.”
(1 Korinthe 1:23 STV)

De Bijbelse prediking draait niet om een spiritueel voorbeeld, maar om de Gekruisigde.

Zonder kruis blijft er een religieuze figuur over.
Maar géén Verlosser.

Een Jezus zonder heerschappij

Er wordt veel gesproken over “een relatie hebben met Jezus”.
Maar zelden over Zijn heerschappij.

Toch zegt de Schrift:

“En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.”
(Filippenzen 2:11 STV)

Niet: Jezus als aanvulling op mijn leven.
Maar: Jezus Christus de Heere.

Dat betekent gezag.
Dat betekent onderwerping.
Dat betekent dat Hij bepaalt.

Een Jezus zonder heerschappij is een aangepaste Jezus.
Een veilige Jezus.
Maar niet de verhoogde Christus.

Een Jezus zonder oordeel

Onze tijd verdraagt geen oordeel.
Dus wordt ook Jezus herschreven.

Men zegt: Hij veroordeelt niet.
Hij accepteert onvoorwaardelijk.
Hij bevestigt wie je bent.

Maar de Schrift zegt:

“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus.”
(2 Korinthe 5:10 STV)

De Here Jezus is niet alleen Zaligmaker.
Hij is óók Rechter.

Wie dat verwijdert, houdt een halve Christus over.
En een halve Christus is een andere Christus.

De Christus der Schriften

Paulus vat het Evangelie samen:

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”
(1 Korinthe 15:3–4 STV)

Twee keer klinkt het: naar de Schriften.

Dat is cruciaal.

De ware Christus is niet gevormd door ervaring, cultuur of emotie, maar geopenbaard in het Woord.

Ook na Zijn opstanding verwijst Hij naar de Schrift:

“En begonnen hebbende van Mozes en van al de Profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.”
(Lukas 24:27 STV)

De opgestane Christus bevestigt Zichzelf vanuit de Schrift.

Geen eigen godsbeeld maken

Hier raakt het de kern van afgoderij.

Het tweede gebod zegt:

“Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gelijkenis, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.”
(Exodus 20:4 STV)

Dat gaat niet alleen over hout of steen.
Het gaat over het principe: God laat Zich niet door mensen verbeelden.

Niet fysiek.
Maar ook niet mentaal.

Zodra wij Christus aanpassen aan onze voorkeur, maken wij een beeld.

Een Jezus die:

– nooit confronteert
– nooit oordeelt
– altijd bevestigt
– past bij de tijdgeest
– onze keuzes ondersteunt

Dat is geen openbaring.
Dat is projectie.

De Here zegt:

“Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.”
(Jesaja 55:8 STV)

God openbaart Zichzelf.
Wij hebben Hem niet bedacht.

De kern van afgoderij

Paulus beschrijft het scherp:

“Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij dwaas geworden;
En hebben de heerlijkheid des onverderfelijken Gods veranderd in de gelijkenis van een beeld…”
(Romeinen 1:22–23 STV)

Let op dat woord: veranderd.

Dat is precies wat er gebeurt wanneer wij Christus herschrijven.

Een veranderde Christus is geen Bijbelse Christus meer.

 

De toetssteen

Hoe onderscheiden wij het echte van het vervalste?

Door te toetsen aan de Schrift.

“Beproeft de geesten, of zij uit God zijn.”
(1 Johannes 4:1 STV)

Vraag daarom:

– Wordt Zijn kruisdood centraal gesteld?
– Wordt Zijn opstanding historisch en lichamelijk beleden?
– Wordt Zijn heerschappij erkend?
– Wordt Zijn heiligheid niet afgezwakt?
– Wordt Hij gepredikt overeenkomstig de apostolische verkondiging?

De Naam “Jezus” alleen is niet genoeg.
De inhoud moet overeenstemmen met de Schrift.

Waar het om gaat

Niet: spreken wij over Jezus?
Maar: spreken wij over de Here Jezus Christus naar de Schriften?

Want alleen de Christus der Schriften:

verzoent werkelijk
rechtvaardigt goddelozen
– geeft nieuw leven
– is Hoofd over Zijn Gemeente
– komt weder om te oordelen
– zal regeren op de troon van David

Alles wat daarvan afwijkt — hoe vroom, gevoelig, of populair ook — is een reductie.

En is uiteindelijk een andere Jezus.

Daarom is onderscheiden geen wantrouwen.
Het is gehoorzaamheid aan het Woord.

 

Geverifieerd door MonsterInsights