Vertaling of ordinair jatwerk? The Passion ‘Translation’

Dat kan bij nader inzien geen vertaling genoemd worden

Niet alles wat neergezet wordt als vertaling is dat ook.

Door ondoordachte promotie door mensen als Bill Johnson kon desondanks de TPT wijdverbreid worden. De video is een lange zit, maar alarmerend zeker.

Hier hebben we dan toch een ‘corrupte Bijbel’. Feitelijk kun je niet eens spreken van een Bijbel.

Ik blijf maar bij de Statenvertaling.

YouTube player

.De inhoud betreft een scherpe aanklacht tegen The Passion Translation en tegen de manier waarop Brian Simmons deze vertaling heeft gepresenteerd. De centrale stelling is dat het probleem veel verder gaat dan een “vrije vertaling” of een wat al te enthousiaste parafrase. Volgens de besproken analyse is er sprake van een patroon van misleiding, overspannen geestelijke claims, twijfelachtige vertaalmethoden, gebrek aan bevoegdheid en mogelijk grootschalig overnemen van werk van anderen zonder duidelijke vermelding.

De kritiek is dus niet alleen: deze vertaling is onnauwkeurig. De diepere aanklacht is: deze vertaling is voorgesteld als iets wat zij niet is.

De claim rond het ontstaan

Een belangrijk punt is dat Brian Simmons beweerd heeft dat Jezus Christus Zelf hem persoonlijk zou hebben opgedragen deze vertaling te maken. Hij zou een droom of visioen hebben gehad waarin Jezus hem aanraakte, zijn capaciteit vergrootte en hem vrijzette voor dit vertaalproject. Ook zou hij bijzondere geheimen uit de Hebreeuwse taal, de Bijbel en geestelijke “verborgenheden” ontvangen hebben.

Die claim maakt de zaak extra ernstig. Want wanneer iemand beweert dat Christus Zelf hem rechtstreeks heeft opgedragen een Bijbelvertaling te maken, dan krijgt die vertaling bij veel gelovigen automatisch een geestelijk gezag dat gewone vertalingen niet hebben. De kritiek stelt daarom: als vervolgens blijkt dat er misleiding, overname van andermans werk, onjuiste claims en slordige omgang met de tekst in zitten, dan is dat niet zomaar een academische fout. Dan raakt het direct aan het gezag van Gods Woord en aan misleiding van gelovigen.

De claim dat het een echte vertaling is

Simmons heeft The Passion Translation nadrukkelijk niet alleen als parafrase gepresenteerd. Volgens de besproken inhoud is juist herhaaldelijk beweerd dat het om een ‘frisse, nieuwe vertaling’ gaat, rechtstreeks uit Hebreeuwse, Griekse en Aramese bronnen.

Daar zit een belangrijk spanningsveld. Critici zeggen dat het leest als een parafrase, maar zich verkoopt als vertaling. Het probleem wordt nog groter wanneer blijkt dat veel formuleringen niet rechtstreeks uit de oorspronkelijke talen lijken te komen, maar sterk overeenkomen met bestaande Engelse vertalingen, websites of voetnoten van anderen.

Het verwijt is dus: Simmons zegt dat hij vertaalt uit de oorspronkelijke of oude bronteksten, maar in de praktijk lijkt hij voornamelijk te leunen op Engelse bronnen.

Twijfel aan vertaalbevoegdheid

Een groot deel van de inhoud gaat over de vraag of Simmons wel de kwalificaties heeft die hij suggereert te hebben. Hij werd in eerdere jaren gepresenteerd als “Dr. Brian Simmons” en als iemand met serieuze vertaalervaring. Later zouden bepaalde formuleringen op websites en in officiële teksten zijn aangepast of afgezwakt.

Een ander punt is zijn eerdere zendingswerk onder de Paya-Kuna of Kuna. Simmons zou hebben beweerd of gesuggereerd dat hij betrokken was bij het vertalen van het Nieuwe Testament in hun taal, soms zelfs zo sterk dat het leek alsof hij zelf een hoofdvertaler was. Dat  beeld klopt niet. Zijn rol was eerder die van taal- of begripschecker, iemand die helpt onderzoekeb of een reeds gemaakte vertaling begrijpelijk overkomt bij de doelgroep. Dat is iets anders dan zelf als vertaler of taalkundige een Bijbelvertaling produceren.

Simmons heeft deze zendingsachtergrond gebruikt om vertrouwen te wekken in The Passion Translation, terwijl zijn werkelijke rol veel beperkter was dan de indruk die hij erover gaf.

Het probleem van het Aramees

Een belangrijk thema is de zogenaamde Aramese achtergrond van The Passion Translation. Simmons presenteerde zijn vertaling mede als bijzonder omdat hij inzichten uit het Aramees zou verwerken. Hij heeft daarbij ook gesproken over Aramese bronnen achter het Nieuwe Testament.

Dit is behoorlijk problematisch. Het Nieuwe Testament is volgens gangbare wetenschappelijke opvatting in het Grieks overgeleverd. De Syrische Peshitta is waardevol als oude vertaling, maar niet als de oorspronkelijke Aramese tekst van het Nieuwe Testament. Toch lijkt Simmons lange tijd te hebben gesuggereerd dat het Aramees een soort ‘verborgen sleutel’ vormde tot diepere betekenissen’ van de Bijbel.

Daarbij wordt gesteld dat Simmons zelf niet werkelijk vanuit het Aramees of Syrisch lijkt te vertalen, maar Engelse vertalingen of websites raadpleegt die beweren iets met Aramese teksten te doen. Dat maakt de claim “uit het Aramees vertaald” nog zwakker. Het zou dan eerder gaan om: Engelse weergaven van iemands interpretatie van Syrische of vermeend Aramese tekst gebruiken.

Aramese voetnoten die geen stevige basis hebben

Er wordt veel aandacht besteed aan voetnoten waarin The Passion Translation beweert dat bepaalde woorden of uitdrukkingen “uit het Aramees” anders vertaald kunnen worden. Voorbeelden die besproken worden gaan over woorden als Nazareth en Galilea, waarbij Simmons geestelijke of allegorische betekenissen zou suggereren die volgens de critici geen  taalkundige basis hebben.

Een voetnoot zeg ook dat “het Aramees” iets bijzonders onthult, maar wanneer men de werkelijke tekst of gangbare bronnen controleert, blijkt die claim moeilijk of niet te onderbouwen. Soms lijkt de bijzondere uitleg niet uit een oude tekst te komen, maar uit moderne, speculatieve bronnen.

Het gebruik van websites en bestaande Engelse bronnen

Een van de grootste bezwaren is dat bepaalde bijzondere “Aramese” renderingen bijna letterlijk overeenkomen met Engelse websites of vertalingen van anderen. Een naam die steeds terugkomt is Victor Alexander. Zijn Engelse weergave van vermeend Aramese teksten zou op meerdere plaatsen verrassend overeenkomen met de keuzes in The Passion Translation.

Het voorbeeld van Efeze 5:22 komt voorbij. Waar gangbare vertalingen spreken over de verhouding van vrouwen tot hun mannen, geeft The Passion Translation een veel zachtere formulering met “toegewijd zijn” of “teder toegewijd zijn”. Simmons zou dit hebben gepresenteerd als een inzicht uit het Aramees. De kritiek stelt echter dat die formulering niet uit de gewone Peshitta blijkt, maar overeenkomt met een Engelse bron van Victor Alexander.

Daarmee wordt de vraag gesteld: is dit werkelijk vertaalwerk, of is dit het overnemen van andermans Engelse formuleringen onder het mom van Aramese diepte-inzichten?

Verwijderde of aangepaste formuleringen

Een ander belangrijk punt is dat sommige omstreden claims later zijn aangepast of verwijderd. Er wordt gesteld dat wanneer kritiek kwam op bepaalde Aramese voetnoten of formuleringen, sommige voorbeelden in latere edities verdwenen. Maar volgens de kritiek gebeurde dat zonder duidelijke erkenning, zonder openbare correctie en zonder transparantie.

Dit wordt geïnterpreteerd als een vorm van stil wegpoetsen. Niet: “Wij hebben een fout gemaakt en corrigeren die.” Maar: de problematische passage verdwijnt of de websiteformulering wordt afgezwakt, terwijl het grotere verhaal intact blijft.

Ook de officiële FAQ’s zijn door de jaren heen veranderd. Formuleringen als “originele Aramese bronnen” zijn afgezwakt naar “oude Aramese bronnen”, of woorden als “original”  verdwijnen. Dat wijst op een voortdurende poging om eerdere te sterke claims te corrigeren zonder verantwoording af te leggen.

De verschuiving van Aramese primacy naar Griekse primacy

Simmons heeft eerder  gesproken alsof hij geloofde dat grote delen van het Nieuwe Testament oorspronkelijk in het Aramees geschreven waren en later in het Grieks vertaald. Later heeft hij zich meer aangesloten bij het idee van Griekse primacy: dat het Nieuwe Testament oorspronkelijk in het Grieks is geschreven.

Deze verschuiving is  niet openlijk en helder vermeld. Als iemand eerst zijn vertaalproject mede baseert op een omstreden Aramese grondslag en later zegt dat hij dat heeft losgelaten, dan zou dat grote gevolgen moeten hebben voor de vertaling, de voetnoten en de manier waarop het werk wordt aangeprezen. Dat gebeurt niet.

Gebruik van gezaghebbende namen

Een terugkerende kritiek is dat Simmons namen van bekende geleerden of vertalers heeft gebruikt om zijn werk betrouwbaarder te laten lijken, terwijl diezelfde geleerden zijn vertaling juist sterk bekritiseren.

Simmons beroept zich op algemene uitspraken over vertaalfilosofie, functionele equivalentie of begrijpelijke taal, maar dit betekent niet dat die deskundigen The Passion Translation steunen. Integendeel: meerdere deskundigen hebben juist ernstige bezwaren tegen de vertaling.

Het verwijt is dus dat er gezag wordt geleend van mensen die inhoudelijk helemaal niet achter het project staan.

Niet alleen slechte vertaling, maar mogelijk plagiaat

Er worden meerdere voorbeelden besproken waarin The Passion Translation niet simpelweg  vrij vertaalt, maar opvallend sterk overeenkomt met bestaande Engelse Bijbelvertalingen of parafrases.

Genoemde vergelijkingspunten zijn onder meer:

  • The Message (bijgenaamd ‘The Massage’)
  • New Living Translation
  • The Living Bible
  • The Mirror Bible
  • Engelse weergaven van Victor Alexander
  • materiaal van Andrew Roth

De kritiek maakt daarbij onderscheid tussen normale overeenkomst en verdachte overeenkomst. Het is niet vreemd dat vertalingen soms dezelfde woorden gebruiken, zeker bij bekende verzen. Maar wanneer langere zinsdelen, ongebruikelijke formuleringen, volgorde, structuur en interpretatieve keuzes overeenkomen met één specifieke bestaande bron, wordt dat volgens de critici moeilijk nog toeval.

Vooral wanneer zo’n overeenkomst herhaaldelijk voorkomt binnen hetzelfde hoofdstuk of dezelfde brief, lijkt het volgens hen meer op structureel lenen of kopiëren dan op onafhankelijke vertaling.

Voorbeelden van verdachte overeenkomsten

Er wordt onder meer gewezen op Efeze 1:12, waar The Passion Translation opvallend dicht bij de New Living Translation staat. Niet slechts één woord, maar een langere formulering komt overeen..

Ook in Lukas lijkt The Passion Translation sterk op The Message van Eugene Peterson. Het gaat dan niet om gewone standaardtaal, maar om parafraserende zinsbouw en idiomatische formuleringen die veel te specifiek zijn om als toevallig te verklaren.

In Galaten zijn sporen zichtbaar van The Mirror Bible. Daar gaat het niet alleen om tekst, maar ook om bepaalde charismatisch geladen begrippen, zoals “sonship”, “unveiling” en verwante terminologie. Simmons heeft naar het zich laat aanzien verschillende bronnen naast elkaar gelegd, er stukken uit overgenomen, eigen charismatische accenten toegevoegd en dat geheel als vertaling gepresenteerd.

De rol van hypercharismatische taal

Waar The Passion Translation echt “origineel” klinkt, lijkt dat vaak juist te maken te hebben met charismatische of hypercharismatische terminologie. Woorden en thema’s als impartation, manifesting glory, mysteries, realms, downloads, verborgen inzichten en geestelijke doorbraaktaal worden gezien als typisch voor de beweging waarin Simmons opereeert.

Soms wordt in de Bijbeltekst ingevoegd wat in de grondtekst niet staat. Daarmee verandert de vertaling van karakter. Zij brengt niet zuiver de tekst over,maar smokkelt een bepaald leerstellig klimaat in de tekst binnen.

Daar is een Bijbelvertaling allesbehalve voor bedoeld.

Kritiek op de omgang met voetnoten

Naast de hoofdtekst krijgen de voetnoten veel kritiek. De voetnoten bevatten soms lange verklaringen die niet transparant zijn over hun herkomst.Sommige voetnoten lijken een op een overgenomen uit het werk van anderen, inclusief specifieke termen en transliteraties.Het probleem is niet dat iemand bronnen gebruikt. Dat is normaal. Het probleem is dat bronnen niet of niet duidelijk worden vermeld terwijl de indruk wordt gewekt dat het gaat om eigen vertaalinzicht of goddelijk ontvangen verborgenheid.

De uitgever en de verantwoordelijkheid

Ook de uitgever sttaat onder kritiek. Deverantwoordelijkheid ligt niet alleen bij Simmons zelf, maar ook bij de uitgever die het werk publiceert, promoot en de officiële informatie beheert.

Wijzigingen in FAQ’s, voetnoten en edities zijn niet voldoende transparant.. De kritiek is dat de uitgever en Simmons enerzijds verwachten dat anderen The Passion Translation correct citeren en respecteren, maar anderzijds zelf onvoldoende zorgvuldig lijken te zijn met het werk van andere vertalers en auteurs.

Dat wordt als dubbele standaard neergezet: wel bescherming eisen voor je eigen materiaal, maar zelf onvoldoende zichtbaar erkennen waar je materiaal vandaan komt.

De reactie op kritiek

Critici die vragen stellen worden niet duidelijk en open beantwoord. Soms leiden vragen tot blokkade op sociale media, ontwijkende antwoorden of stille aanpassingen in latere edities.

Wanneer er inhoudelijke bezwaren kwamen over Aramese claims, zegt Simmons soms dat hij bepaalde verwijzingen zou verwijderen of drastisch verminderen. Maar vervolgens blijken sommige claims toch te blijven staan, of blijven officiële teksten nog steeds spreken over Aramese bronnen.

Dat voedt de beschuldiging dat er geen echte openheid is, maar eerder damagecontrol.

De gevolgen

De toon van de inhoud is fel omdat he gaat om gewone christenen die deze vertaling vertrouwen. Zeker in charismatische kring heeft The Passion Translation veel ingang gevonden, mede door bekende namen die het werk hebben aanbevolen.

De zorg wordt uitgesprokendat gelovigen denken dat zij dichter bij het hart van God komen via een bijzonder geïnspireerde vertaling, terwijl zij in werkelijkheid een tekst lezen die sterk gekleurd is door menselijke toevoegingen, speculatieve voetnoten en niet-vermelde overname van andermans werk.

De emotionele lading komt dus voort uit de overtuiging dat hier niet alleen een slechte vertaling in omloop is, maar dat de gemeente van Christus misleid wordt met een tekst die als Bijbel wordt gelezen.

Het verschil tussen parafrase en misleiding

Een parafrase op zichzelf hoeft niet per se verkeerd te zijn. Er bestaan moderne vertalingen  van de Bijbel die duidelijk zeggen dat ze parafraserend zijn. Het bezwaar tegen The Passion Translation is juist dat zij volgens de kritiek niet eerlijk is over wat zij doet.

Een parafrase kan ruimer formuleren, zolang de lezer weet dat het een parafrase is. Maar wanneer een werk zich presenteert als vertaling uit oude bronnen, terwijl het feitelijk veel leunt op bestaande Engelse parafrases, moderne websites en speculatieve interpretaties, dan wordt het een ander verhaal.

De aanklacht is dus niet: vrij vertalen mag nooit. De beschuldiging is: noem een parafrase geen vertaling, noem overgenomen Engels geen rechtstreeks Aramees inzicht, en presenteer eigen geestelijke interpretaties niet als de tekst van God.

Breder probleem: cover-upcultuur

Aan het einde wordt The Passion Translation verbonden met een bredere “cover-upcultuur” binnen delen van de hypercharismatische wereld. Daarmee wordt bedoeld: bekende leiders worden beschermd, kritische vragen worden weggezet als aanval, fouten worden niet publiek beleden, en correcties worden stilletjes doorgevoerd zonder echte verantwoording.

Het patroon is

  • eerst zeer sterke geestelijke claims doen;
  • kritiek afdoen of ontwijken;
  • later formuleringen aanpassen;
  • geen openlijke erkenning geven van eerdere misleiding;
  • vertrouwen blijven vragen van het publiek.

Dit is precies waarom de zaak ernstig is. Niet alleen de tekst zelf staat ter discussie, maar een hele cultuur waarin geestelijke claims boven toetsing lijken te worden geplaatst.

Eindoordeel

De conclusie is hard: The Passion Translation is een fundamenteel onbetrouwbaar document. Niet slechts een vertaling met wat zwakke plekken, maar een werk dat volgens de besproken analyse gebouwd is op overdreven claims, gebrekkige kwalificaties, twijfelachtige Aramese theorieën, niet-transparant brongebruik en vermoedelijke overname van bestaande vertalingen en voetnoten.

De belangrijkste aanklacht: het werk is niet eerlijk over zijn aard, zijn methode en zijn bronnen.

Daarom wordt opgeroepen om deze vertaling niet als Bijbelvertaling te gebruiken, zeker niet als betrouwbare basis voor onderwijs, prediking, persoonlijke studie of leerstellige vorming. De inhoud wil gelovigen waarschuwen dat geestelijk klinkende taal, vurige aanbevelingen en indrukwekkende claims geen vervanging zijn voor nauwkeurigheid, eerlijkheid en eerbiedige omgang met de Schrift.

Samengevat

The Passion Translation is geen betrouwbare Bijbelvertaling, maar een charismatisch gekleurde parafrase die zich ten onrechte als vertaling presenteert, met ernstige aanwijzingen van misleidende claims, ondeugdelijke Aramese onderbouwing en structureel gebruik van bestaande Engelse bronnen zonder verantwoording.

Waarom een Bijbelvertaling begrijpelijk moet blijven

Betekenisvalstrikken:

Als vertrouwde woorden valstrikken worden

Een Bijbelvertaling moet twee dingen tegelijk zijn: betrouwbaar en begrijpelijk.

Laat je één van die twee los, dan gaat het mis.

Is een vertaling wel begrijpelijk, maar niet betrouwbaar, dan krijg je geen zuivere weergave van Gods Woord meer. Dan wordt de Bijbel gemakkelijk een parafrase, een uitleggende tekst, of zelfs een tekst die meer zegt wat de vertaler bedoelt dan wat er werkelijk staat.

Maar het omgekeerde is óók waar.

Is een vertaling op zichzelf betrouwbaar bedoeld, maar voor gewone lezers steeds minder begrijpelijk, dan ontstaat een ander probleem. Dan ligt de Bijbel wel open, maar blijft de betekenis dicht. Dan worden woorden uitgesproken, gelezen en herhaald, terwijl veel mensen niet meer precies weten wat zij lezen.

Dat is geen bagatel.

Want een Bijbelvertaling is er niet voor een kleine kring van taalvaardige kenners. Zij is er opdat het gewone volk Gods Woord kan horen in de eigen taal.

begrijpelijke Bijbelvertaling
Begrijpelijke Bijbelvertaling

De Bijbel is geen museumstuk

Sommigen spreken over oude Bijbeltaal alsof zij op zichzelf heiliger is. Alsof een woord eerbiediger wordt naarmate het minder gebruikt wordt. Maar dat is een gevaarlijke vergissing.

Veel oude woorden klinken voor ons verheven omdat wij ze alleen nog in kerkelijke context horen. Daardoor krijgen ze vanzelf een soort gewijde glans. Maar dat betekent niet dat ze oorspronkelijk zo bedoeld waren.

De Statenvertaling was niet gemaakt als een soort heilige kerktaal die boven het gewone Nederlands zweefde. Zij moest geen platte straattaal zijn, geen streektaal, geen modieuze praattaal, maar wel begrijpelijk Nederlands. Waardig, nauwkeurig, betrouwbaar — maar verstaanbaar.

Dat is een belangrijk onderscheid.

Wat nu plechtig klinkt, was toen vaak gewoon goed Nederlands. Wat nu als “oude eerbiedige taal” voelt, was toen voor veel lezers veel dichterbij. De afstand is niet ontstaan doordat de Bijbel veranderd is, maar doordat onze taal veranderd is.

En taal verandert. Altijd.

 

Taal staat niet stil

Geen enkele levende taal blijft hetzelfde. Woorden verschuiven. Zinnen veranderen. Uitdrukkingen verdwijnen. Nieuwe woorden komen op. Oude woorden krijgen een andere gevoelswaarde.

Neem het woord wijf. Ooit kon dat gewoon “vrouw” betekenen. Nu klinkt het in het algemeen grof of beledigend. Wie dat woord vandaag in een Bijbelvertaling zou laten staan, wekt bij moderne lezers iets op wat vroeger niet bedoeld was.

Of neem woorden als maagschap, onderwinden, betrachten, krankheid, medicijnmeester, mits, dewijl of overmits. Sommige mensen herkennen ze nog. Anderen denken dat ze ze begrijpen. En juist daar zit het gevaar.

Een moeilijk woord valt op. Een schijnbekend woord niet.

Dat is de echte valstrik.

Bij een moeilijk woord weet de lezer: hier moet ik zoeken, vragen of nadenken. Maar bij een woord dat bekend lijkt en intussen van betekenis is verschoven, vult de lezer ongemerkt de moderne betekenis in. Dan ontstaat er geen onbegrip dat eerlijk wordt opgemerkt, maar schijnbegrip dat ongemerkt blijft zitten.

Dat is misschien nog gevaarlijker.

 

Betekenisvalstrikken in de Statenvertaling

Er zijn woorden in oudere Bijbeltaal die niet alleen verouderd zijn, maar ook misleidend kunnen worden. Ze lijken bekend, maar betekenen iets anders dan veel lezers vandaag denken.

Dat kunnen we betekenisvalstrikken noemen.

Niet omdat de vertaling zelf een valstrik wil zijn. Natuurlijk niet. Maar omdat de afstand tussen toen en nu zo groot is geworden dat moderne lezers bij bepaalde woorden gemakkelijk een verkeerde betekenis invullen.

Denk aan een woord als betrachten. Veel moderne lezers horen daarin iets als “proberen te doen” of “naleven”. Maar in oudere taal kan het ook de betekenis hebben van vertellen, verkondigen of overdenken. Wie dat niet weet, leest een tekst zomaar in een andere richting.

Of neem oude woordvolgordes die vandaag niet meer vanzelf spreken. Soms staat er iets wat grammaticaal nog wel Nederlands is, maar voor moderne lezers zo vreemd loopt dat zij de zin verkeerd opvatten. Dan moet de predikant of uitlegger eerst de vertaling gaan vertalen voordat hij de tekst kan uitleggen.

Dat is een teken aan de wand.

Een Bijbelvertaling hoort de Bijbeltekst toegankelijk te maken. Als de vertaling zelf voortdurend vertaald moet worden, is er iets verschoven.

 

 

De brontalen blijven de norm

Hier moet meteen iets bij gezegd worden.

Een Bijbelvertaling is niet de uiteindelijke norm boven de Schrift. De Schrift is gegeven in de brontalen: Hebreeuws, Aramees en Grieks. Een vertaling is noodzakelijk, kostbaar en bruikbaar, maar bij leerstellige of exegetische kwesties mag een vertaling nooit absoluut gemaakt worden boven de brontekst.

Dat was juist één van de grote beginselen van de Reformatie.

De Bijbel moest niet blijven opgesloten in een kerktaal die het volk niet verstond. Maar men wilde ook niet zomaar een vertaling van een vertaling. Men wilde terug naar de bronnen. Niet omdat gewone mensen allemaal Hebreeuws en Grieks moesten leren, maar omdat de vertaling die zij lazen zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst moest blijven.

Daar ligt de gezonde spanning: zo trouw mogelijk aan de brontalen, zo begrijpelijk mogelijk in de doeltaal.

Wie alleen betrouwbaarheid noemt en begrijpelijkheid verwaarloost, maakt van de Bijbel een boek voor ingewijden.

Wie alleen begrijpelijkheid noemt en betrouwbaarheid loslaat, maakt van de Bijbel een kneedbare tekst.

Beide wegen zijn verkeerd.

 

Vertalen is altijd kiezen

Een vertaling is nooit een mechanische omzetting van woord naar woord. Dat kán niet.

Eén Hebreeuws woord kan meerdere Nederlandse betekenissen hebben. Eén Grieks woord kan afhankelijk van de context anders klinken in het Nederlands. Soms moet een vertaler kiezen tussen twee mogelijkheden die allebei iets verdedigbaars hebben.

Daarom verdwijnen in elke vertaling bepaalde verbanden. En soms verschijnen er verbanden die in de brontekst minder sterk aanwezig zijn.

Dat is geen vrijbrief voor slordigheid. Het is wel een nuchtere erkenning van wat vertalen is.

Wie doet alsof een vertaling op elk punt één-op-één samenvalt met de brontekst, maakt de vertaling zwaarder dan zij zelf kan dragen. Zelfs de meest nauwkeurige vertaling blijft een vertaling.

Daarom is het ook zo belangrijk dat vertalers eerlijk zijn over moeilijke keuzes, alternatieve vertalingen en plaatsen waar de brontekst meerdere mogelijkheden biedt.

 

De Statenvertaling zelf is aangepast

Een vaak vergeten feit is dat de Statenvertaling zoals veel mensen die nu gebruiken, niet simpelweg de onveranderde tekst van 1637 is.

Er zijn drukfouten hersteld. Spelling is aangepast. Woorden zijn veranderd. Edities zijn herzien. De tekst die nu in veel reformatorische kring gebruikt wordt, staat historisch gezien niet los van latere negentiende-eeuwse bewerkingen.

Dat is geen aanval op de Statenvertaling. Integendeel. Het is gewoon eerlijk omgaan met de geschiedenis.

Wie zegt dat er nooit iets aan een vertaling veranderd mag worden, heeft eigenlijk een probleem met de geschiedenis van de Statenvertaling zelf. Want dan zou ook veel van wat later al aangepast is, principieel verdacht moeten zijn.

De vraag is dus niet: mag er ooit iets aangepast worden?

Dat is al gebeurd.

De echte vraag is: wanneer is aanpassing nodig, hoe zorgvuldig gebeurt zij, en blijft de vertaling trouw aan de brontekst?

 

Emotie is geen onzin

Toch moeten we eerlijk zijn: voor veel oudere lezers doet verandering pijn.

Dat mag niet worden weggezet als domheid of koppigheid.

Wie zijn hele leven woorden heeft gehoord als maagschap, krankheid, dewijl, mitsdien of medicijnmeester, verbindt daar herinneringen aan. Kerkdiensten. Catechisatie. Een vader die voorlas. Een moeder die bad. Een sterfbed. Een preek die insloeg. Een psalmvers na de maaltijd. Een Bijbeltekst die door de jaren heen meeging.

Taal is niet koud.

Taal draagt herinnering.

Daarom voelt een herziening of nieuwe vertaling voor sommigen als verlies. Niet alleen als technische wijziging, maar als aantasting van iets vertrouwds.

Dat moeten we serieus nemen.

Maar emotioneel verlies is niet hetzelfde als een principieel Bijbels bezwaar. Je mag verdriet hebben over het verdwijnen van vertrouwde formuleringen. Je mag een bepaalde plechtigheid missen. Je mag moeten wennen. Dat is menselijk.

Maar de nieuwe generatie mag niet de prijs betalen voor onze gewenning aan oude taal.

 

De Bijbel moet niet eindigen als exclusief kerkelijk jargon

Het grote gevaar is dat de Bijbel langzaam verandert in een boek dat nog wel in de kerk klinkt, maar thuis steeds minder wordt gelezen.

Dan wordt de Bijbel een soort heilige klanklaag. Men hoort woorden, herkent ritme, voelt eerbied, maar begrijpt steeds minder.

Dat is precies wat de Reformatie niet wilde.

De Reformatie wilde de Schrift teruggeven aan de gemeente. Niet aan een elite. Niet alleen aan geestelijken. Niet alleen aan academici. Niet alleen aan mensen die oude taal beheersen. Maar aan het volk.

Als de taal van een vertaling zo ver van het dagelijks Nederlands af komt te staan dat gewone lezers afhaken, ontstaat er een reformatorisch probleem. Dan verdedigen we misschien met veel vuur een oude vertaalvorm, terwijl we ongemerkt het reformatorische beginsel ondergraven: Gods Woord in de taal van het volk.

Dat is pijnlijk, maar noodzakelijk om te zeggen.

 

Begrijpelijkheid is niet hetzelfde als oppervlakkigheid

Sommigen vrezen dat begrijpelijke taal vanzelf oppervlakkige taal wordt. Dat hoeft helemaal niet.

De Bijbel zelf bevat diepe waarheden, moeilijke gedeelten, rijke verbanden, historische achtergronden, profetische lagen, poëzie, wetsteksten, brieven, geslachtsregisters, beeldspraak en leerstellige diepte.

Dat wordt niet allemaal eenvoudig omdat je hedendaags Nederlands gebruikt.

Er zullen altijd woorden uitgelegd moeten worden. Farizeeën. Sadduceeën. Verzoening. Rechtvaardiging. Verbond. Heiliging. Hogepriester. Tabernakel. Pascha. Pinksteren. Wannen. Dorsvloer. Rondas. Sikkel. Efa.

Dat zijn geen verouderde Nederlandse woorden, maar Bijbelse, historische of inhoudelijke begrippen. Die moet je niet wegpoetsen. Die moet je uitleggen.

Maar dat is iets anders dan lezers opzadelen met gewone Nederlandse woorden die vroeger normaal waren en nu niet meer functioneren.

Een Bijbelvertaling mag moeilijk zijn waar de Bijbel zelf moeilijk is. Zij moet niet moeilijk zijn omdat het Nederlands verouderd is.

 

Geestelijk verstaan en taalbegrip zijn niet hetzelfde

Natuurlijk is er meer nodig dan taalbegrip.

Een mens kan alle woorden begrijpen en toch blind blijven voor de geestelijke kern van de Schrift. Je kunt Grieks lezen, Hebreeuws kennen, grammatica beheersen en toch de heerlijkheid van Christus niet zien.

Daarvoor is het licht van Gods Geest nodig.

Maar dat argument mag niet misbruikt worden.

Dat de Heilige Geest nodig is om de Schrift geestelijk te verstaan, betekent niet dat de woorden zelf onbegrijpelijk mogen zijn. Anders zou vertalen überhaupt overbodig zijn. Dan zou men net zo goed kunnen zeggen: laat de Bijbel maar in het Latijn, Grieks of Hebreeuws staan, want de Geest moet het toch openen.

Zo redeneerde de Reformatie niet.

De Geest werkt niet tegen het Woord in, maar door het Woord. En een vertaling dient juist om dat Woord hoorbaar en leesbaar te maken in de taal van de mensen.

 

De echte vraag

De vraag is dus niet óf wij de Statenvertaling waarderen. Dat doen we.

De vraag is ook niet of de Statenvertalers kundige, eerbiedige en nauwgezette mannen waren. Dat waren ze.

De vraag is niet of oude formuleringen dierbaar kunnen zijn. Dat kunnen zij.

De vraag is scherper:

Kan een gewone lezer vandaag nog zonder voortdurende vertaalslag begrijpen wat hij leest?

En als het antwoord steeds vaker nee is, moeten we eerlijk zijn.

Dan gaat het niet om minachting voor het verleden. Dan gaat het om trouw aan het doel waarvoor een vertaling bestaat.

Een vertaling is geen monument om alleen te bewonderen. Zij is een venster waardoor het licht van de Schrift moet vallen.

Als het venster beslagen raakt door taalveroudering, moet je niet boos worden op wie het schoon wil maken.

 

Een Bijbel voor de gemeente

De gemeente heeft geen behoefte aan een losse, modieuze, uitgeklede Bijbeltekst. Geen Bijbel als praattaalproduct. Geen vertaling waarin de scherpe randen van Gods Woord zijn weggeschuurd.

Maar de gemeente heeft ook geen behoefte aan een taalvorm die steeds meer mensen op afstand zet.

We hebben een Bijbelvertaling nodig die betrouwbaar is, eerbiedig, zorgvuldig, kerkelijk bruikbaar, dicht bij de brontekst — en tegelijk werkelijk Nederlands.

Niet Nederlands van vier eeuwen geleden.

Niet Nederlands dat alleen nog binnen een kleine kring functioneert.

Niet taal die vooral herkenning oproept bij wie ermee opgegroeid is.

Maar Nederlands waarin kinderen, jongeren, buitenstaanders, nieuwe gelovigen en gewone gemeenteleden kunnen horen wat God zegt.

 

Wat op het spel staat

Op het spel staat niet onze smaak. Ook niet onze nostalgie. Zelfs niet onze vertrouwde klank.

Op het spel staat de vraag of het Woord werkelijk gelezen wordt.

Want een gesloten Bijbel kan ook open op tafel liggen.

Hij is gesloten wanneer de woorden wel zichtbaar zijn, maar niet meer landen. Wanneer de zinnen wel klinken, maar de betekenis wegloopt. Wanneer mensen eerbiedig knikken, maar thuis niet meer lezen omdat het hun te veel moeite kost.

Dat is een stille ramp.

Niet spectaculair. Niet luidruchtig. Maar wel ernstig.

Een kerk die haar Bijbeltaal niet meer durft te toetsen aan begrijpelijkheid, loopt het risico dat zij een vorm bewaart terwijl het gebruik verdwijnt.

Dan blijft de kaft. Dan blijft de traditie. Dan blijft de klank.

Maar de lezer haakt af.

 

Slot

Een betrouwbare Bijbelvertaling is onmisbaar. Zonder trouw aan de brontekst verliezen we het Woord zelf.

Maar begrijpelijkheid is geen luxe. Zij hoort bij het wezen van vertalen.

De Bijbel moet niet opgesloten raken in taal die alleen ingewijden nog beheersen. Hij moet gelezen worden aan de keukentafel, gehoord worden in de kerk, begrepen worden door jongeren, door zoekers, door gewone gemeenteleden, door mensen die niet zijn opgegroeid met kerktaal.

Dat vraagt zorgvuldigheid. Geduld. Eerbied. Historisch besef. En ook liefde voor hen die moeite hebben met verandering.

Maar het vraagt óók eerlijkheid.

Niet elk oud woord is moeilijk. Sommige oude woorden zijn juist gevaarlijk omdat ze gemakkelijk lijken. Daar ontstaan betekenisvalstrikken. Daar denkt de lezer dat hij begrijpt wat er staat, terwijl hij ongemerkt een moderne betekenis invult.

Wie de Bijbel liefheeft, mag dat niet negeren.

De vraag is niet of wij oude taal mooi vinden.

De vraag is of mensen vandaag in hun eigen taal nog Gods Woord horen.

En als het antwoord daarop steeds onzekerder wordt, is vasthouden aan oude taal geen bewijs van trouw, maar kan het juist een hindernis worden voor het lezen van de Schrift.

De Bijbel is géén erfstuk voor de vitrine of schoorsteenmantel

Hij moet open.
Hij moet gelezen worden.
Hij moet verstaan worden.
Want God spreekt door Zijn Woord.

Zie ook:

De “Statenvertaling-alleen” denkfout en de verwarring – Bijbelse basis

Betekenisverschuiving in de Statenvertaling: een overzicht en duiding – Bijbelse basis

Statenvertaling 2027 werk van de duivel? Een ontmaskering van vrome bangmakerij – Bijbelse basis

Waarom de Statenvertaling verschilt van de King James Version – Bijbelse basis

De KJV-only en Statenvertaling alléén controverse ontzenuwd – Bijbelse basis

Van Ruckman naar SV1637 – Bijbelse basis

Checklist ‘Vervalste Bijbels’ van sv1637.org gecheckt: De claims – Bijbelse basis

extern:

Lezen wij en onze kinderen elke dag uit de Bijbel? Het belang van een begrijpelijke Bijbelvertaling

Statenvertaling 2027 werk van de duivel? Een ontmaskering van vrome bangmakerij

Statenvertaling 2027 ‘werk van de duivel’ of ontspoorde kerkelijke retoriek

Soms zegt iemand iets zó snoeihard, dat veel mensen onder de indruk raken nog vóór ze zelf hebben nagedacht. Dat is exact het effect van de uitspraak dat Statenvertaling 2027 werk van de duivel zou zijn. Het klinkt radicaal. Het klinkt vroom. Het klinkt alsof hier iemand onbevreesd, onverbloemd voor de waarheid opkomt. Maar in werkelijkheid is het, als je de kille retoriek ervan af pelt, een voorbeeld van ontspoord en overspannen zwart-witdenken dat meer verwarring dan duidelijkheid schept.

Ja, je kan(grote) bezwaren hebben tegen SV27.
Ja, je kan vrezen voor vervlakking.
Ja, je mag de klassieke Statenvertaling hoogachten.

Maar wie een herzieningsproject zonder degelijk bewijs wegzet als “werk van de duivel”, schuift van inhoudelijke toetsing naar geestelijke intimidatie. Dan verdedig je niet langer rustig en eerlijk de waarheid, maar gebruik je grote woorden om het gesprek bij voorbaat dood te slaan.

SV2027 werk van de duivel
SV2027 werk van de duivel?

Waar gaat de discussie over Statenvertaling 2027 over?

Het project Statenvertaling 2027 werd in september 2025 officieel gestart onder leiding van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. De inzet is een herziening van de Statenvertaling in hedendaags Nederlands, met behoud van zoveel mogelijk stijl en herkenbaarheid. In april 2026 werd het evangelie van Lukas als proefuitgave verspreid. Tegelijk maakten de Gereformeerde Gemeenten duidelijk dat zij kerkelijk verbonden blijven aan de GBS-uitgave van de Statenvertaling en niet aan SV27. Volgens berichtgeving is in die context vanaf de kansel gezegd dat SV27 niet van de Heere is en dus van de duivel moet zijn.

Dat is een enorme claim. En juist daarom moet zo’n claim ook enorm goed onderbouwd worden. Niet met sfeer. Niet met verontwaardiging. Niet met kerkelijk kampdenken. Maar met feiten, met Schrift en met zuivere argumentatie.

 

Liefde voor de Statenvertaling is goed, verabsolutering is heilloos

Laat dat eerst helder zijn: liefde voor de Statenvertaling is op zichzelf geen probleem. Integendeel. Voor veel gelovigen is de Statenvertaling verbonden met geloofsvorming, huisgodsdienst, prediking en eerbied voor het Woord van God.

Maar daar zit ook precies het gevaar. Wat geliefd is, wordt gemakkelijk verheven. En wat verheven wordt, wordt vroeg of laat onaantastbaar verklaard. Dan verschuift het gezag ongemerkt.

Dan wordt niet meer alleen gezegd:
de Schrift is heilig.

Dan wordt praktisch gezegd:
deze specifieke historische Nederlandse vorm van de Schrift is onaantastbaar.

En daar begint de ontsporing

De Statenvertaling is namelijk geen geïnspireerde Nederlandse oertekst. Zij is een vertaling. Een gewichtige, invloedrijke, eerbiedwaardigeen historisch ook belangrijke vertaling, maar nog steeds een vertaling. Dat betekent dat zij hoog geacht mag worden, maar zeker niet verabsoluteerd.

 

De Statenvertaling zelf was ook ooit een nieuwe vertaling

Wie vandaag spreekt alsof elke herziening een revolutionaire aanval op Gods Woord is, vergeet iets ongemakkelijks: de Statenvertaling was zelf ooit ook een nieuwe vertaling.

Zij viel niet kant-en-klaar uit de hemel. Zij werd gemaakt door mensen, die bestaande talen, handschriften en vertaalkeuzes moesten wegen. Zij was dus zelf een project van overdracht, formulering en verwoording.

De echte vraag is daarom niet:
mag een vertaling nooit worden herzien?

Die vraag is historisch al lang beantwoord.

De echte vraag is:
gebeurt zo’n herziening trouw, zorgvuldig en controleerbaar?

Dát is waar het over moet gaan. Niet: wie iets verandert is van God afgevallen. Niet: wie iets actualiseert opent de poort voor de duivel. Dat is geen serieuze beoordeling, maar geestelijke oververhitting.

Begrijpelijkheid is geen vijand van heiligheid

Een veelgehoord argument luidt dat kinderen en jongeren de Statenvertaling niet meer begrijpen omdat ouders te weinig voorlezen en te weinig oefenen. Daar zit ongetwijfeld een kern van waarheid in. Gewenning doet ertoe. Opvoeding doet ertoe. Herhaling doet ertoe.

Maar het is gewoon oneerlijk om te doen alsof het probleem daarmee opgelost is.

Wanneer woorden, naamvallen, zinswendingen en uitdrukkingen structureel buiten het actieve taalbegrip van jonge lezers vallen, ontstaat er een taalbarrière. Dan helpt vertrouwdheid maar heel beperkt. Je kunt een kind wel leren wennen aan een vorm, maar als de betekenis van veel woorden vervaagt, verliest de tekst zijn directe verstaanbaarheid.

Onbegrijpelijkheid is geen bewijs van diepgang.
Moeilijke taal is niet automatisch betrouwbare taal.
Mist is geen majesteit.

Wie principieel wantrouwig is tegenover begrijpelijk Nederlands, loopt het risico niet de Schrift te verdedigen, maar een taalvorm, of erger nog, een vastgeroeste traditie.

De grote ironie: ook in eigen kring sleutelt men aan de taal

Hier wordt de retoriek nog pijnlijker, want juist binnen de behoudende kring wordt óók erkend dat er taalproblemen zijn. De Gereformeerde Gemeenten hebben zich achter het GBS/BMU-traject geschaard om de Statenvertaling te bewaren voor komende generaties. Daarbij wordt expliciet gewerkt aan moeilijke woorden, verouderde uitdrukkingen en taalvormen die het begrip belemmeren.

Dus wat blijkt?

Het gaat helemaal niet meer over de vraag óf taalonderhoud nodig is.
Het gaat over wie het doet, hoe het gebeurt en welke keuzes worden gemaakt.

Dat is een fundamenteel ander verhaal.

Wie dan toch roept dat SV27 “werk van de duivel” is, doet alsof elke aanpassing op zichzelf al verdacht is, terwijl het eigen kamp intussen ook aan taalkundig onderhoud doet. Dan meet men met twee maten.

Dat is platte polemiek. Geen beginselvastheid.

 

Deze manier van spreken is geestelijk onverantwoord

De uitdrukking “als het niet van de Heere is, is het van de duivel” klinkt streng, maar in deze context is het onverantwoord. Niet elke afslag in een kerkelijk of vertaaltechnisch project is daarom meteen demonisch. Niet elke omstreden beslissing is een rechtstreeks werk van satan. Niet elk initiatief waar je bezwaren tegen hebt, hoort daarom thuis in de categorie duivelse misleiding.

De Schrift roept op tot beproeven, niet tot op hol geslagen etiketten.

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.” (1 Johannes 4:1, STV)

Dat is een oproep tot onderzoek, toetsing en onderscheid. Niet tot theatrale kanseltaal die een heel dossier samenvat in één vernietigend stempel.

Paulus zegt ook:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

Dat betekent dus: kijken, wegen, toetsen, onderscheiden.

Niet: plat en op voorhand zwart maken.

 

Wie alles demoniseert, verliest elk zuiver onderscheid

Dat is misschien wel het ernstigste punt. Zodra je alles wat je afwijst onder de noemer “van de duivel” plaatst, raak je het vermogen tot fijnzinnig onderscheid kwijt. Dan wordt elk conflict een totale oorlog. Dan wordt elke nuance een verraad. Dan wordt ieder inhoudelijk gesprek vervangen door frontvorming.

Maar echte trouw aan de waarheid blijkt juist in zorgvuldigheid.

Je kan zeggen:

ik vertrouw de koers van SV27 niet

ik vind het NBG geen vanzelfsprekende bewaker van ‘reformatorische betrouwbaarheid. (Wat je daaronder ook mag verstaan).

ik vrees voor vervlakking en verschuiving

ik acht de klassieke SV hoger

ik geef de voorkeur aan het GBS-spoor

Dat zijn stevige standpunten. Maar ze blijven bespreekbaar.

Zodra je echter zegt:
dit project is werk van de duivel,

sluit je het gesprek af vóór het begonnen is. Dan gebruik je je eigen ‘geestelijk gewicht’ om menselijke vragen taboe te maken.

 

De Textus Receptus is belangrijk, maar niet onaantastbaar

Achter deze discussie ligt ook de kwestie van de grondtekst. Voor veel verdedigers van de klassieke Statenvertaling speelt mee dat de vertaling sterk verbonden is met de Textus Receptus. Dat is een begrijpelijk punt. De TR heeft een grote historische betekenis binnen de kerkgeschiedenis van de Reformatie.

Maar ook hier geldt: overdrijving schaadt de zaak.

De Textus Receptus is geen magische, rechtstreeks uit de hemel gevallen eindtekst. Het is een gedrukte Griekse teksttraditie uit de zestiende eeuw, vooral verbonden met Erasmus en  vele latere redacties. Tegelijk bestaan er Griekse handschriften die ouder zijn dan de manuscripten waarop de TR grotendeels steunt, zoals Codex Vaticanus en Codex Sinaiticus uit de vierde eeuw.

Dat betekent niet automatisch dat ouder altijd beter is. Tekstkritiek is ingewikkelder dan een simpele rekensom. Maar het betekent wel dat men historisch niet eerlijk bezig is wanneer men suggereert dat de TR ‘zondermeer identiek is aan de enige ongerepte tekstvorm’ en dat alle andere tekstgetuigen bij voorbaat verdacht zijn.

Wie de feiten kent, moet hier met bescheidenheid spreken.

 

Gods Woord is geïnspireerd, Nederlandse vertalingen zijn dat niét

Hier ligt de kern die telkens weer op de helling gaat in zulke discussies. Gods Woord in zijn oorspronkelijke openbaring is geïnspireerd. Vertalingen zijn dienend. Ze zijn noodzakelijk, kostbaar en van groot belang. Maar ze delen niet automatisch in dezelfde onfeilbaarheid als de oorspronkelijk geïnspireerde Schrift.

Dat onderscheid moet vastgehouden worden.

Zodra een vertaling praktisch wordt behandeld alsof deze zelf boven toetsing verheven is, verschuift het accent van Schriftgezag naar vertaaltraditiegezag. Dan wordt niet langer alleen Gods Woord verdedigd, maar ook een specifieke vorm waaraan men gewend is geraakt.

En precies daar zit de geestelijke verleiding: niet dat men de Bijbel te hoog acht, maar dat men het eigen erfgoed ermee vereenzelvigt.

 

De echte vraag is niet: hou je van de Statenvertaling?

De echte vraag is ook niet:
ben je voor of tegen de oude spelling?

De echte vraag is:
kun je nog eerlijk onderscheid maken tussen Gods geïnspireerde Woord en een eerbiedwaardige, maar menselijke Nederlandse vertaling daarvan?

Zolang dat onderscheid helder blijft, is er ruimte voor sterke voorkeuren zonder afgoderij. Dan kun je met overtuiging zeggen dat je de Statenvertaling verkiest, zonder deze te verabsoluteren. Dan kun je stevige kritiek leveren op SV27 zonder direct met demonische etiketten te smijten.

Maar zodra dat onderscheid vervaagt, verandert trouw in traditionalisme en eerbied in verharding.

 

De toon verraadt ook iets van de inhoud

Soms zegt de toon meer dan het betoog. Wie direct terugvalt op termen als “werk van de duivel”, laat daarmee zien dat hij zich niet sterk genoeg voelt om het gesprek rustig en op inhoudelijke argumenten te voeren. Grote woorden en spierballentaal moeten dan het gebrek aan zuivere afweging compenseren.

Dat is pas gevaarlijk in de gemeente van Jezus Christus.

Want luisteraars leren zo niet om te toetsen, maar om te schrikken. Bang te zijn. Niet om zelf de Schrif te onderzoeken, maar om reflexmatig partij te kiezen. Niet om waarheid lief te hebben, maar om elk kritisch gesprek als bedreiging te ervaren.

Dat is geen gezonde geestelijke vorming.

“En deze waren edeler dan die te Thessalonica, als die het Woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” (Handelingen 17:11, STV)

Dát is de norm. Niet groepsdenken, maar onderzoek. Niet retorische bliksem, maar schriftuurlijke toetsing.

 

Wat kan hier nuchter en scherp tegen ingebracht worden?

Dit:

De uitspraak dat Statenvertaling 2027 werk van de duivel is, is niet alleen buitenproportioneel maar ook innerlijk inconsequent. Zij maakt van een inhoudelijke discussie een geestelijke scheidslijn zonder dat eerst is aangetoond dat hier daadwerkelijk wezenlijke Schriftwaarheid wordt prijsgegeven. Bovendien erkent ook de behoudende achterban zelf dat taalbarrières bestaan en dat onderhoud nodig is. Daarmee valt de suggestie dat elke actualisering per definitie onheilig zou zijn vanzelf uit elkaar.

Nog scherper:

Wie begrijpelijker Nederlands al verdacht maakt, verdedigt niet noodzakelijk de waarheid van God, maar vaak vooral de vertrouwde klank van zijn eigen traditie.

En nog scherper:

Niet SV27 wordt hier allereerst ontmaskerd, maar een manier van spreken die een menselijke vertaling zó heilig maakt dat kritiek of herziening ongeveer als godslastering behandeld wordt.

De gemeente van Jezus Christus heeft geen behoefte aan minder eerbied voor de Schrift. Maar zij heeft wél behoefte aan meer eerlijkheid in het spreken over vertalingen.

Beproeven in plaats van demoniseren

De Statenvertaling verdient respect.
Zij verdient zorgvuldige verdediging.
Zij verdient inhoudelijke bespreking.

Maar verdient géén verabsolutering.

En wie een omstreden herzieningsproject zonder sluitend bewijs “werk van de duivel” noemt, bewijst daarmee niet zijn trouw aan Gods Woord, maar zijn onvermogen om maat te houden.

De waarheid van God wordt niet gediend door opgeblazen kanseltaal.
De kerk wordt niet gebouwd door geestelijke verdachtmaking.
En de Statenvertaling wordt niet geëerd door haar praktisch boven toetsing te verheffen.

Wie Bijbels wil spreken, doet beter wat de Schrift zelf gebiedt:

 

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

zie ook:

https://archive.vn/Rbzxs

Lezing over Bijbelvertaling

De Statenvertaling verdient waardering, géén absolutisme – Bijbelse basis

Betekenisverschuiving in de Statenvertaling: een overzicht en duiding – Bijbelse basis

De “Statenvertaling-alleen” denkfout en de verwarring

statenvertaling – Bijbelse basis

 

 

Geverifieerd door MonsterInsights