Romeinen 4 over Genade als vaste grond

Vast in Genade

Romeinen 4 is een hoofdstuk voor vermoeide mensen. Voor mensen die ervaren dat hun geloof niet altijd groot is. Voor mensen die zichzelf tegenvallen. Voor mensen die soms kijken naar hun lichaam, hun omstandigheden, hun verleden, hun zwakheid, hun zonde, hun onvermogen, en dan denken: hoe kan Gods belofte voor mij nog vaststaan?

Paulus wijst ons niet op onze kracht. Niet op onze prestaties. Niet op onze geestelijke staat van dienst. Hij brengt ons bij Abraham. En via Abraham brengt hij ons naar God Zelf.

Want de boodschap van dit gedeelte is niet: Abraham was zo sterk.

De boodschap is: God is zo betrouwbaar.

Belofte ligt vast omdat-het Genade is.
Belofte ligt vast omdat het Genade is.

Uit geloof

Paulus schrijft:

“Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij; ten einde de belofte vast zij al den zade” Romeinen 4:16 (STV)

Dat is een zin om langzaam te lezen. De belofte is uit geloof, opdat zij naar genade is. En omdat zij naar genade is, is zij vast.

Niet omdat Abraham zo indrukwekkend was.
Niet omdat zijn omstandigheden zo hoopgevend waren.
Niet omdat zijn lichaam nog vol levenskracht was.
Niet omdat Sara menselijk gesproken nog kinderen kon krijgen.

Integendeel. Alles sprak hen tegen.

Abraham was oud. Sara was onvruchtbaar. De belofte leek onmogelijk. En toch staat er:

“Welke tegen hoop op hoop geloofd heeft, dat hij zou worden een vader van vele volken; volgens hetgeen gezegd was: Alzo zal uw zaad wezen.” Romeinen 4:18 (STV)

Dat is geloof. Niet optimisme. Niet jezelf moed inspreken met losse kreten. Niet doen alsof de feiten niet bestaan. Geloof is: God meer vertrouwen dan wat zichtbaar is.

Abraham keek niet weg van de feiten

Abraham zag de dood in zijn eigen lichaam. Hij zag de onmogelijkheid bij Sara. Hij had alle reden om te zeggen: dit kan niet meer. En menselijk gesproken klopte dat ook.

Maar geloof rekent niet alleen met wat de mens nog kan. Geloof rekent met Wie God is.

Paulus zegt van God:

“God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren” Romeinen 4:17 (STV)

Dát is de God van het Evangelie. Niet een God Die alleen werkt wanneer er nog genoeg menselijke mogelijkheden over zijn. Niet een God Die wacht tot wij sterk genoeg zijn, in de overwinningsmodus gaan om Zijn belofte waar te maken. Maar de God Die leven brengt waar dood is. Die roept wat er nog niet is. Die Zijn eigen Woord vervult, ook wanneer de omstandigheden gesloten lijken als een graf.

Daarom is dit zo bemoedigend.

Want als de belofte door de wet zou zijn, dan viel alles terug op de mens. Dan moest de mens het waarmaken. Dan moest de mens voldoen. Dan moest de mens zichzelf omhoog werken tot het niveau van Gods eis. Maar Paulus snijdt die weg af:

“Want indien degenen, die uit de wet zijn, erfgenamen zijn, zo is het geloof ijdel geworden, en de beloftenis te niet gedaan.” Romeinen 4:14 (STV)

Als het via de wet loopt, wordt geloof leeg. Dan wordt de belofte krachteloos. Dan blijft er geen rust over, maar alleen spanning.

Heb ik genoeg gedaan?

Ben ik ver genoeg gekomen?

Is mijn geloof wel sterk genoeg?

Is mijn wandel wel zuiver genoeg?

Heb ik niet te veel gefaald?

Maar God heeft de belofte niet op die grond gefundeerd.

Hij heeft haar gefundeerd op Genade.

En Genade is geen dun laagje over menselijke verdienste. Genade is niet God Die het laatste beetje aanvult nadat wij ons best hebben gedaan. Genade is Gods vrije gunst voor mensen die niets kunnen aanbrengen om zichzelf rechtvaardig te maken.

Daarom ligt de belofte vast.

Niet ik maar Christus, rust vinden buiten jezelf

Niet omdat jij zo vast bent.
Maar omdat Christus vast is.
Niet omdat jouw hand altijd stevig vasthoudt.
Maar omdat Gods hand niet loslaat.
Niet omdat jouw geloof nooit beeft.
Maar omdat het voorwerp van je geloof niet wankelt.

Abraham werd niet gerechtvaardigd omdat hij een groot geloof als prestatie leverde. Hij werd gerechtvaardigd omdat hij God geloofde. Omdat hij rustte in Gods belofte.

“En hij heeft aan de beloftenis Gods niet getwijfeld door ongeloof; maar is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer; En ten volle verzekerd zijnde, dat hetgeen beloofd was, Hij ook machtig was te doen.” Romeinen 4:20-21 (STV)

Dat is de kern: God is machtig te doen wat Hij beloofd heeft.

En Paulus laat ons niet bij Abraham staan alsof dit alleen een oude geschiedenis is. Hij zegt nadrukkelijk dat dit ook voor ons geschreven is:

“Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven, dat het hem toegerekend is; Maar ook om onzentwil, welken het zal toegerekend worden, namelijk dengenen, die geloven in Hem, Die Jezus, onzen Heere, uit de doden opgewekt heeft” Romeinen 4:23-24 (STV)

Daar wordt het verhaal ineens heel persoonlijk.

Dit gaat niet alleen over Abraham. Dit gaat over iedereen die gelooft in God, Die Jezus onze Heere uit de doden opgewekt heeft. Het geloof ziet dus niet maar vaag omhoog. Het grijpt zich vast aan de God van de opstanding. Aan de God Die niet alleen leven beloofde uit Abrahams verstorven lichaam, maar Die Zijn eigen Zoon uit de doden heeft opgewekt.

En dan eindigt dit gedeelte bij het hart van het Evangelie:

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” Romeinen 4:25 (STV)

Dáár ligt de rust.

Christus is overgeleverd om onze zonden. Niet om vage fouten. Niet om kleine tekortkomingen.

Om onze zonden.

Schuld.

Overtreding.

Verlorenheid.

En Hij is opgewekt om onze rechtvaardigmaking.

Zijn opstanding is Gods stempel op het volbrachte werk. God zegt: het offer is aangenomen. De schuld is gedragen. De dood is overwonnen. De rechtvaardiging staat vast.

Daarom mag een gelovige ademen en leven.

Niet omdat hij nooit struikelt.
Niet omdat hij zichzelf altijd begrijpt.
Niet omdat zijn gevoel altijd meewerkt.
Niet omdat de omstandigheden hoopvol lijken.

Maar omdat Jezus Christus overgeleverd is om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.

Dat maakt Romeinen 4 zo sterk bemoedigend. Het haalt de grond onder onszelf vandaan, maar geeft een veel betere grond onder onze voeten: Christus Zelf.

De wet werkt toorn. De wet wijst aan, legt bloot, veroordeelt. Maar de belofte is uit geloof, opdat zij naar Genade zij. En omdat zij naar genade is, is zij vast.

Dus wanneer je zwak bent: zie niet eerst naar je zwakheid, maar naar Hem Die de doden levend maakt.

Wanneer je omstandigheden tegenspreken: zie niet alleen naar wat zichtbaar is, maar naar Gods belofte.

Wanneer je geweten je aanklaagt: vlucht niet naar betere prestaties, maar naar Christus, Die overgeleverd is om onze zonden.

Wanneer je bang bent dat je tekortschiet: hoor opnieuw dat de belofte vast is, niet omdat jij deze overeind houdt, maar omdat Gods Genade dat doet

God rechtvaardigt niet de mens die zichzelf denkt te kunnen handhaven . Hij rechtvaardigt de goddeloze die gelooft. Hij maakt levend waar dood is. Hij vervult wat Hij belooft. Hij wekt op wat begraven lijkt.

Romeinen 4 laat zien dat Gods belofte niet rust op menselijke prestatie, wetsonderhouding of geestelijke kracht. Abraham werd gerechtvaardigd door geloof, terwijl alles menselijk gesproken onmogelijk leek. Juist daarom is dit gedeelte zo bemoedigend: God maakt de doden levend en vervult wat Hij belooft. Voor de gelovige ligt de zekerheid uiteindelijk niet in zichzelf, maar in Christus,

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” Romeinen 4:25 (STV)

 

Daarom mag het geloof, soms bevend, maar hardop, zeggen:

Heer, ik zie mijn onvermogen.
Ik zie mijn zonde.
Ik zie mijn zwakheid.
Maar ik zie ook Christus.
Overgeleverd om mijn zonden.
Opgewekt om mijn rechtvaardigmaking.

Dat is genoeg.

Zie ook:

Wat bedoelt de Bijbel met “leven uit Genade”? – Bijbelse basis

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

Genade? – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights