Liefde tot de broeders of religieus fanatisme?

Liefde tot de broeders of religieus fanatisme?

Een Bijbels onderscheid

De Bijbel laat geen ruimte voor vaagheid wanneer het gaat om de houding van gelovigen tegenover elkaar. Toch zien we door de eeuwen heen, en ook vandaag, hoe geloof kan ontaarden in hardheid, veroordeling, dwang en religieus fanatisme. Daarom is de vraag onvermijdelijk: leven wij uit de liefde tot de broeders, of uit een fanatisme dat zich met de Schrift rechtvaardigt?

Broederliefde als bewijs van geestelijk leven

Volgens de Schrift is broederliefde geen bijzaak, maar het bewijs dat iemand werkelijk uit God leeft:

„Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit den dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben; die den broeder niet liefheeft, blijft in den dood.”
(1 Johannes 3:14, STV)

Johannes trekt dit door:

„Een iegelijk, die zijn broeder haat, is een doodslager; en gij weet, dat geen doodslager het eeuwige leven in zich blijvende heeft.”
(1 Johannes 3:15, STV)

En nog scherper:

„Indien iemand zegt: Ik heb God lief, en zijn broeder haat, die is een leugenaar.”
(1 Johannes 4:20, STV)

Elke vorm van haat, hardheid of geestelijk geweld staat daarmee haaks op leven uit God.

Christus’ norm voor Zijn volgelingen

De Heere Jezus Zelf maakt liefde tot het herkenningspunt van Zijn volgelingen:

„Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijkerwijs Ik u liefgehad heb.”
(Johannes 13:34, STV)

„Hieraan zullen allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.”
(Johannes 13:35, STV)

Niet strijd, niet dwang, maar liefde onderscheidt het christelijk geloof.

Wanneer ijver ontaardt in fanatisme

Religieus fanatisme beroept zich vaak op ijver voor God. Paulus erkent die ijver, maar ontmaskert tegelijk het gevaar:

„Want ik geef hun getuigenis, dat zij ijver tot God hebben, maar niet met verstand.”
(Romeinen 10:2, STV)

Fanatisme ontstaat waar men zonder geestelijk onderscheid handelt en Gods Woord losmaakt van Zijn handelen.

Wet en oordeel verkeerd toegepast

Een belangrijke oorzaak van fanatisme is het toepassen van oudtestamentische oordelen in de tijd van genade. Paulus is daar duidelijk over:

„Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, STV)

Wie vandaag met veroordeling, dreiging of dwang werkt, handelt niet overeenkomstig Gods wil

Gods weg nu: lankmoedigheid

De Schrift verklaart waarom God vandaag geen oordeel voltrekt:

„De Heere vertraagt de belofte niet … maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.”
(2 Petrus 3:9, STV)

Fanatisme wil afdwingen wat God juist uitstelt.

Geen geweld, maar zachtmoedigheid

De houding van de gelovige wordt expliciet beschreven:

„De dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, verdraagzaam.”
(2 Timotheüs 2:24, STV)

„Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan.”
(2 Timotheüs 2:25, STV)

En:

„Want de toorn des mans werkt Gods gerechtigheid niet.”
(Jakobus 1:20, STV)

Oordeel behoort God toe

Fanatisme neemt het oordeel in eigen hand, maar de Schrift verbiedt dit:

„Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.”
(Mattheüs 7:1, STV)

„Mij komt de wrake toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere.”
(Romeinen 12:19, STV)

„Daarom zo laat ons elkander niet meer oordelen.”
(Romeinen 14:13, STV)

Geen vleselijke wapenen

Het Koninkrijk van Christus wordt niet verdedigd met geweld:

„Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars strijden.”
(Johannes 18:36, STV)

„Want de wapenen van onzen krijg zijn niet vleselijk.”
(2 Korinthe 10:4, STV)

De gezindheid die fanatisme uitsluit

Paulus beschrijft een gezindheid die religieus fanatisme onmogelijk maakt:

„Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven.”
(Filippenzen 2:3, STV)

Waar deze houding ontbreekt, ontstaan trots, hardheid en geestelijke dwang. Met name deze tekst kreeg ik zelf de laatste tijd regelmatig in gedachten….

Liefde boven kennis en gelijk

Zelfs zuivere leer verliest haar waarde zonder liefde:

„De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht.”
(1 Korinthe 8:1, STV)

„Al ware het, dat ik al het geloof had … en de liefde niet had, zo ware ik niets.”
(1 Korinthe 13:2, STV)

„Doch nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; maar de meeste van deze is de liefde.”
(1 Korinthe 13:13, STV)

Feitelijk:

Religieus fanatisme:

  • verwart Wet en genade
  • neemt het oordeel vooruit
  • rechtvaardigt hardheid met Bijbelteksten

Bijbels geloof daarentegen:

  • wandelt in liefde
  • spreekt waarheid met zachtmoedigheid
  • acht de ander uitnemender dan zichzelf

„Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid en vrede en blijdschap door den Heiligen Geest.”
(Romeinen 14:17, STV)

Niet messen en bijlen kenmerken Gods werk vandaag,
maar het kruis, en Zijn liefde die daaruit voortvloeit.

De erfenis van de gelovige volgens de Bijbel

De erfenis van de gelovige volgens de Bijbel

De Bijbel spreekt op meerdere plaatsen over een erfenis die voor de gelovige is weggelegd. Die erfenis valt echter niet samen met het behoud zelf. Studie maakt duidelijk dat de gelovige wel behouden is, maar dat de erfenis in de toekomst ligt. Het huidige geloofsleven staat in het teken van verwachting, voorbereiding en vooruitgrijpen op wat beloofd is, en nog komen zal.

Het onderpand

Paulus schrijft in Efeze dat gelovigen, nadat zij tot geloof gekomen zijn,

“verzegeld zijn geworden met den Heiligen Geest der belofte, Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing” (Efeze 1:13–14).

Met deze woorden maakt de apostel duidelijk dat de Heilige Geest niet de erfenis zelf is, maar het onderpand ervan. Een onderpand is een voorschot, een garantie dat het volledige bezit nog zal volgen. Alles wat de gelovige nu ontvangt aan geestelijk leven, leiding en kracht, is daarom afgeleid van een erfenis die nog niet in bezit genomen is.

De Erfenis

De erfenis wordt in de Schrift verbonden met de toekomst, en in het bijzonder met de verlossing van het lichaam. Hoewel de gelovige nu al verlost is door het bloed van Christus, is die verlossing nog niet voltooid. Paulus spreekt hierover wanneer hij zegt dat wij zuchten in dit lichaam, verlangend naar de overkleding met het nieuwe, hemelse lichaam, en voegt daaraan toe dat God ons

 “het onderpand des Geestes gegeven heeft” (2 Korinthe 5:5).

De erfenis wordt dus pas volledig ontvangen bij de verheerlijking.

Meer dan eeuwig leven

De Bijbel benadrukt dat de erfenis meer omvat dan alleen eeuwig leven. Eeuwig leven is noodzakelijk om te kunnen erven, maar is niet de erfenis zelf. De Schrift spreekt over het erven van het Koninkrijk Gods, over heerlijkheid en over mede-erfgenaamschap met Christus. Paulus schrijft:

 “En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen; erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden” (Romeinen 8:17).

Erven als vast gegeven

Hier wordt het erfgenaamschap als vast gegeven gepresenteerd, terwijl de verheerlijking verbonden wordt aan de geloofsweg.

Daarmee maakt de Schrift een duidelijk onderscheid tussen behoudenis en erven. Behoudenis is uit genade en staat vast voor iedere gelovige, zoals Paulus schrijft:

“Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave” (Efeze 2:8).

Erven daarentegen is verbonden aan volharding en trouw. Daarom kan Paulus tot gelovigen zeggen:

“Werkt uw zelfs zaligheid met vreze en beven” (Filippenzen 2:12).

Voltooiing

Deze oproep heeft geen betrekking op behouden worden, maar op de uitwerking en voltooiing van het geloofsleven.

De Bijbel laat bovendien zien dat een gelovige zijn erfenis kan mislopen zonder zijn kind schap te verliezen. Israël werd verlost uit Egypte, maar een hele generatie ging Kanaän niet binnen. Ezau bleef zoon van Izak, maar

“om één spijze gaf hij het recht van zijn eerstgeboorte weg” (Hebreeën 12:16).

Deze voorbeelden laten zien dat erven niet vanzelfsprekend is, ook niet voor wie tot het huis behoort.

Doel

Daarom wordt het leven van de gelovige in de Bijbel ook beschreven als een weg van voorbereiding. Men is uit de wereld getrokken met als doel om te groeien tot geestelijke volwassenheid en geschikt te worden om de erfenis te dragen. Het lijden van de gelovige is daarbij niet zinloos, maar erfgericht.

Wie met Christus lijdt, zal ook met Hem verheerlijkt worden.

Het geloof VAN Jezus Christus

Het geloof VAN Jezus Christus

De oude vertalingen zoals de Statenvertaling vertalen dit gedeelte conform de grondtekst. Helaas laten de nieuwe vertalingen hier allen een steek vallen.

Ik heb het zelf gecheckt, en de vertalingen na de Statenvertaling , inclusief de Herziene, vertalen: het geloof IN Jezus Christus, terwijl de grondtekst duidelijk maakt dat het echt om het geloof VAN Jezus Christus gaat. Waarom dat zo is laat zich raden

Ik geef toe; het is een taaltechnische kwestie, het heeft met naamvallen te maken maar als je het checkt zul je erachter komen dat de Statenvertaling en de King James Version dit correct weergeven . Het is wel een significant verschil door wiens geloof we als kinderen van God gerechtvaardigd worden.

De wereld anno 2026.388.000.000 mensen , 1 op de 7 christenen, wordt vervolgd vanwege hun geloof

Ranglijst Christenvervolging 2026

Wereldwijd hebben ruim 388 miljoen christenen te maken met vervolging en discriminatie vanwege hun geloof in Jezus Christus. De nieuwste Ranglijst Christenvervolging brengt in kaart in welke vijftig landen christenen het meest worden onderdrukt en het zwaarst te lijden hebben om hun geloof.


Kijk bij Open Doors   https://www.opendoors.nl/388miljoen/

Bekering: Geloof als levensveranderende persoonlijke keuze

In “de Saambinder”, het orgaan van de Gereformeerde Gemeenten stond een korte artikelenreeks (hulp bij het lezen van Gods Woord) van de hand van ds. D. de Wit.

In dit artikel wil ik ingaan op deel 2, “Christus aannemen”, zoals gepubliceerd in de Saambinder van 05-12-2024. En daarna verkennen hoe het zit met aannemen en bekeren.

“Zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.” – Johannes 1:12

De ds. fileert de teks uit Johannes 1:12 meteen en volledig door de kerkleer der uitverkiezing er rucksichtlos overheen te gooien.

Gewoon lezen en geloven wat er staat komt eenvoudig niet voor in de denkwereld van deze ds. De Kanttekeningen worden er aan hun lange oude haren bijgesleept in een poging dit Schriftwoord van zijn kracht te beroven. De drempel naar het heil wordt zó opgehoogd, dat de lezer wordt geacht apatisch in zijn ‘fatale doodsstaat’ te blijven hangen. Want Hem aannemen, dat kán eigenlijk helemaal niet…….

Lees en huiver:

In een tijd waarin geloof vaak als een complex systeem van regels en rituelen wordt voorgesteld, dringt één eenvoudige waarheid zich op: het Evangelie roept mensen niet op tot prestatie, maar tot een beslissing. Geen handeling, geen verdienste, maar een antwoord. Dit artikel onderzoekt diepgaand de fundamentele Bijbelse lijn van bekering, wedergeboorte, het aannemen van Gods Woord, en het ontvangen van nieuw leven – zoals beschreven in het nieuwe Testament door onder anderen de apostelen als Petrus en Paulus. De nadruk ligt niet op theologische leerstellingen, maar op wat het praktisch betekent om te geloven en wat de gevolgen daarvan zijn.


🕊️ Het Evangelie: vrijheid door de Opstanding

De prediking van Petrus in Handelingen 2 vormt het hart van het Evangelie: Jezus Christus is gestorven, begraven, en opgestaan. Dat feit vormt de basis voor de hele oproep tot bekering. Zijn opstanding was niet alleen een historisch wonder, maar het begin van een nieuwe schepping. Die oproep is geen vage religieuze aanmoediging, maar een directe uitnodiging tot overgave aan het Woord van God.

Petrus confronteert zijn toehoorders met hun verantwoordelijkheid: “Wat moeten wij doen?” De boodschap is helder: bekeert u en laat u dopen. Hier ligt het zwaartepunt niet op externe handelingen, maar op een innerlijke beslissing: geloven is aannemen wat God aanbiedt.


🙏 Wat is Bekering ECHT?

Bekering betekent in de Bijbelse context dat je stopt met vertrouwen op jezelf, op je eigen dan wel geleende filosofie, en op religieuze werken. Het is het afleggen van eigen wijsheid en argumentatie. Het is niet een poging om jezelf aanvaardbaar te maken voor God, maar het opgeven van al die pogingen. Bekering is daarom diep bevrijdend: het betekent dat de mens niet langer hoeft te presteren, maar mag ontvangen.

Volgens de Schrift is bekering het stoppen met iets, niet het doen van iets. Dit staat haaks op veel hedendaagse theologische opvattingen die bekering verpakken in emotie, berouw of mystieke ervaring. De Bijbel zegt simpelweg: geloof het Woord.


✨ Geloven = aannemen = ontvangen

Geloven is niets anders dan aanvaarden. Vertrouwen op de medegedeelde boodschap. Een mens hoort het Woord van God en zegt: “Ja, dat is waar.” Dat is geloof. Wie gelooft, ontvangt nieuw leven: het leven van Christus Zelf. Die persoon wordt meteen kind van God, wedergeboren door de Geest.

Het Woord is als een geschenk dat aangereikt wordt. Je hoeft niets te doen behalve het aan te nemen. Zeg je “ja”, dan ontvang je het Leven. Zeg je “nee”, dan blijft het Leven buiten je bereik.


🏛 Toegevoegd aan de Gemeente

Na het aannemen van het Woord voegt de Heer de gelovige toe aan Zijn Gemeente. Niet op basis van religieuze status, maar door geloof in het Evangelie. Dit is een voltooide handeling van God: Hij voegt toe wie gelooft. Dat betekent ook dat de Gemeente geen menselijke organisatie is, maar een geestelijk lichaam gevormd door wedergeboren gelovigen.


🧱 Gods verkiezing is openbaar

Uitverkiezing is geen geheim plan van God waarbij sommige mensen wél gered (mogen) worden en anderen niet. Integendeel: de Schrift leert dat God degene kiest die gelooft. Gelovigen zijn dus per definitie uitverkoren. Ongelovigen niet. Dat is niet wreed of willekeurig – het is eenvoudig, logisch en rechtvaardig.

Gods uitnodiging is universeel, Zijn selectie is op basis van aanvaarding van Zijn Woord. Niemand wordt buitengesloten, behalve diegenen die Zelf weigeren aan te nemen wat God aanbiedt.


🔥 De geestelijke mens vs. de natuurlijke mens

1 Korinthe 2 legt een cruciaal verschil bloot tussen de “natuurlijke mens” (de mens die leeft naar zintuig, ervaring en filosofie) en de “geestelijke mens” (de wedergeborene). De eerste verstaat niet wat van God is – het is hem dwaasheid. Alleen wie de Geest ontvangt, kan geestelijke dingen verstaan.

Dit verklaart waarom Bijbelse waarheden vaak botsen met menselijke logica. De Bijbel is geen filosofisch werk, maar een geestelijk boek. Het vereist geestelijk verstaan, en dat begint bij bekering.


🛡️ Blijf bij het Evangelie

De oproep tot volharding klinkt in 1 Korinthe 15: “…het Evangelie dat gij aangenomen hebt… door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt…” Geloven is één ding, maar het blijven geloven is essentieel. Niet om behouden te blijven door inspanning, maar omdat het Woord je bron van leven wordt. Loslaten betekent je geestelijke voedselbron afsnijden.


❤️ Liefde voor de Waarheid

De meest schrijnende reden dat mensen verloren gaan, is volgens 2 Thessalonicenzen 2 “omdat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben.” Niet omdat ze geen kans kregen. Niet omdat God hen afwees. Maar omdat ze niet wilden. Geen liefde voor waarheid betekent openstaan voor leugen.

In tijden van verwarring, fake news en ideologische leegheid is liefde voor de waarheid het enige dat redt. De waarheid is geen abstract ding, maar een Persoon: Christus. Hem aanvaarden is waarheid aanvaarden.


🌍 Verzoening: God vraagt het ons

“Laat u met God verzoenen.” Het klinkt vreemd, maar deze oproep komt niet van de mens naar God – maar van God naar de mens. God bidt jou, via Zijn Woord: neem Mijn aanbod aan. Hij heeft alles gedaan – door Christus’ dood, door Zijn opstanding – nu vraagt Hij een antwoord. Geen smeekbede om liefde, maar een serieuze uitnodiging tot gemeenschap.


🧭 Kennis der waarheid = Zaligheid

Kennis is niet alleen informatie. In Bijbelse zin is “kennen” altijd relatie. Je leert het Woord niet alleen weten, maar je gaat er in leven. Je wordt Zijn eigendom, en het wordt het jouwe. Naarmate je het Woord begrijpt, vorm je er een eenheid mee. In die mate word je zalig.


🌟 Tot slot: De Enige Weg

Er is één Weg, één Waarheid, één Leven – en dat is Jezus Christus. Geen andere naam, geen andere boodschap, geen ander fundament. Hij is niet één van de vele opties. Hij ís de enige. Alle religies, ideologieën en theorieën die dat ontkennen, zijn slechts vermomde afleidingen.

De conclusie is eenvoudig: Geloof is aannemen. Niet meer, niet minder. Het is de meest eerlijke, persoonlijke, vrije keuze die je ooit zult maken – en de enige die eeuwig telt.

“Die dan Zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen.” – Handelingen 2:41

“Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.” – Handelingen 2:38

“Laat u met God verzoenen.” – 2 Korinthe 5:20

“De mensen die verloren gaan hebben ‘de liefde der Waarheid niet aangenomen, om zalig te worden’.” – 2 Thessalonicenzen 2:10

Geloven is niets vaags of onzekers… geloven is aannemen.

Ben ik wel uitverkoren?

Bijbelstudie over bekering, uitverkiezing en geloofszekerheid.
Alle Bijbelteksten in deze Bijbelstudie zijn geciteerd uit de Statenvertaling.

In sommige kringen fel bestreden.

Klik de afbeelding om de studie (pdf) te downloaden

Ben ik wel uitverkoren?

De Bijbel roept nergens op om te onderzoeken of iemand uitverkoren is, maar wel om zich te bekeren en in Jezus Christus te geloven. Twijfel over uitverkiezing kan een obstakel vormen voor geloofszekerheid.

Wat zegt de Bijbel over bekering?

Bekering is een bewuste keuze en betekent:

  • Berouw over zonde
  • Terugkeren naar God
  • Geloven in Jezus Christus

De Bijbel roept meerdere keren op tot bekering en belooft dat God iedereen aanneemt die zich tot Hem wendt.

Kan ik mezelf bekeren?

Hoewel bekering Gods werk is, wordt de mens opgeroepen zich te bekeren. God geeft de kracht en de wil om Hem te zoeken en Zijn aanbod van genade aan te nemen.

Is de uitverkiezing willekeurig?

Uitverkiezing betekent niet dat sommigen automatisch gered worden en anderen niet. Jezus is de door God verkozen Redder en iedereen die in Hem gelooft, deelt in deze uitverkiezing.

Wat betekent “weinigen uitverkoren”?

De uitnodiging van het Evangelie geldt voor iedereen, maar niet iedereen accepteert deze. Alleen zij die Jezus aannemen, worden “uitverkoren” genoemd.

Hoe krijg ik geloofszekerheid?

Geloofszekerheid komt niet door gevoelens of ervaringen, maar door te vertrouwen op Gods beloften in de Bijbel. Wie in Jezus gelooft, heeft eeuwig leven.

Wat moet ik doen om gered te worden?

  • Erken dat je een zondaar bent.
  • Geloof dat Jezus voor jouw zonden is gestorven.
  • Vertrouw alleen op Hem voor redding.
  • Geef je leven over aan God.

De Bijbel belooft: Wie in Hem gelooft, zal niet verloren gaan maar eeuwig leven hebben (Johannes 3:16).

Video: “Wat zegt de Bijbel over uitverkiezing?”

“Ja maar, die uitverkiezing.” Zolang u Hem niet hebt aangenomen hebt u daar niets mee te maken.

Ds. Buddingh spreekt de waarheid.

Johannes 1:12 Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;

1 Korinthe 1: 27 Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen;
28 En het onedele der wereld en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen iets is, teniet zou maken;
29 Opdat geen vlees zou roemen voor Hem.

Efeze 1:4 Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;

Calvinisme en de Bijbel: de leer getoetst

Calvinisme getoetst

Als in dit e-book over het calvinisme wordt gesproken, dan wordt daarmee het vijfpuntscalvinisme van de Dordtse leerregels bedoeld. Omwille van de duidelijkheid was het nodig om sommige belangrijke gedeelten een enkele maal te herhalen. In de hoofdstukken wordt geregeld verwezen naar andere hoofdstukken of bijlagen. Er zit een opbouw in de hoofdstukken. Het is verstandig om de hoofdstukken in volgorde te lezen. Het boek is afkomstig van www.hetcalvinismeendebijbel.nl, een website die niet beveiligd is met https en er vaak uitligt. Mede daarom hier te downloaden.

Bookcover het Calvinisme en de Bijbel
                 Bookcover “Het Calvinisme en de Bijbel. ” Tik de afbeelding om de pdf te downloaden.

Voorwoord en inleiding

1.Hoe zit het met de onmacht van de mens

2.Over de roeping

3.Hoe zit het met verblinding

4.Hoe zit het met verharding

5.Voor wie is Christus gestorven

6.De bijbel over uitverkiezing

7.Romeinen 9

8.De calvinistische opvatting van uitverkiezing

9.Geloof en bekering

10.Geloof is geen gave

11.De orde des heils

12.Zeker zijn van je behoud

A.Gods bestuur en de eigen wil van de mens

B.Het calvinisme, een overzicht

C.Het nieuwe calvinisme, het calvinistische opleven in Amerika

D.De felle aanvallen van het nieuwe calvinisme op het hart van de evangelische beweging

E.Hoe sommige calvinisten de boodschap van de Dordtse Leerregels proberen te verzachten

F.Soli Deo Gloria?

G.Het genadebegrip in het calvinisme

H.De negatieve gevolgen van het calvinisme, een overzicht

I.Efeziërs 2:8, 9

J.Openbaring 3:20

Het boek is een diepgaande kritiek op het vijfpuntscalvinisme zoals vastgelegd in de Dordtse Leerregels. De auteur richt zich vooral op evangelische christenen en biedt een alternatieve interpretatie van Bijbelse teksten die door calvinisten worden gebruikt om hun leer te onderbouwen. Geelhoed stelt dat calvinistische doctrines zoals de totale verdorvenheid van de mens, onvoorwaardelijke uitverkiezing, beperkte verzoening, onweerstaanbare genade en volharding van de heiligen niet in overeenstemming zijn met de Bijbel.

De auteur begint met het idee van de onmacht van de mens. Hij erkent dat de mens door de zondeval geneigd is tot het kwaad, maar wijst erop dat God ieder mens genade geeft om voor of tegen Hem te kiezen. Hij betwist de calvinistische opvatting dat de mens volledig onmachtig is om te kiezen voor God en benadrukt dat de Bijbel oproept tot bekering en geloof als een vrije keuze.

Over de roeping stelt Geelhoed dat er geen onderscheid is tussen een algemene en een bijzondere roeping, zoals calvinisten beweren. Volgens hem roept God iedereen op tot bekering, en de keuze om hierop in te gaan ligt bij de mens. Hij verwerpt het idee van een onweerstaanbare genade en wijst op Bijbelteksten die laten zien dat mensen de Heilige Geest kunnen weerstaan.

De auteur weerlegt ook de calvinistische opvatting van uitverkiezing, waar Romeinen 9 ten onrechte voor wordt aangevoerd ter verdediging. Hij stelt dat uitverkiezing in de Bijbel vooral te maken heeft met Gods plan en roeping van volkeren en individuen voor specifieke taken, en niet met de redding van individuen zonder dat zij daar invloed op hebben.

Wat betreft de leer van de beperkte verzoening, waarin calvinisten stellen dat Christus alleen voor de uitverkorenen is gestorven, benadrukt Geelhoed dat de Bijbel duidelijk zegt dat Jezus voor de hele wereld is gestorven. Hij noemt teksten zoals Johannes 3:16 en 1 Timotheüs 2:4, die aangeven dat God wil dat alle mensen behouden worden.

Ook de calvinistische opvatting dat geloof een gave van God is, wordt door de auteur verworpen. Hij analyseert Bijbelteksten zoals Efeze 2:8 en concludeert dat het geloof zelf geen gift van God is, maar dat mensen door Gods genade in staat worden gesteld om te geloven.

Verder behandelt het boek het begrip ‘volharding der heiligen’, oftewel de calvinistische overtuiging dat uitverkorenen niet kunnen afvallen. Geelhoed stelt dat de Bijbel waarschuwt voor afval van het geloof en dat christenen worden opgeroepen om te volharden.

De auteur eindigt met een bespreking van de negatieve gevolgen van het calvinisme. Hij stelt dat de leer kan leiden tot fatalisme, geestelijke passiviteit en een onjuiste voorstelling van Gods karakter. Hij wijst op Bijbelteksten die laten zien dat God echt wil dat alle mensen tot bekering komen en dat Hij oprecht roept tot redding.

Doorheen het boek legt Geelhoed systematisch calvinistische argumenten naast Bijbelse teksten en betoogt dat calvinisme niet strookt met de boodschap van de Bijbel. Hij moedigt christenen aan om vast te houden aan de Bijbelse boodschap waarin Gods liefde en rechtvaardigheid centraal staan en waarin de keuzevrijheid van de mens een essentiële rol speelt.

“Geloof” in de Bijbel betekent iets anders dan in ons taalgebruik

In onze moderne samenleving is het woord “geloof” vaak gehuld in de connotatie van twijfel, onzekerheid en een gebrek aan zekerheid.

Echter, wanneer we dit woord onder de loep nemen zoals het wordt gepresenteerd in de Bijbel, ontdekken we een diepgaand verschil in betekenis en toepassing.

Bijbels geloof, zoals beschreven in de Schrift, gaat verder dan simpelweg “niet zeker weten”. Het omvat een diepgaand vertrouwen, een overtuiging die ons hart, onze geest en onze daden doordringt.

Uit het Grieks wordt het woord “pistis” in de Bijbel vaak vertaald als “geloof” , wat niet alleen verwijst naar een innerlijke overtuiging, maar ook naar een daad van vertrouwen en toewijding.

Een van de meest bekende verzen die het concept van Bijbels geloof illustreert, is Hebreeën 11:1: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.” Hier wordt geloof gepresenteerd als een vaste grond, een solide basis waarop we kunnen staan, zelfs als we de volledige realisatie van onze hoop nog niet hebben gezien. Het is een overtuiging die diep geworteld is in de waarheid van God en Zijn beloften.

Een ander aspect van Bijbels geloof is dat het gepaard gaat met actie. Jakobus 2:17 verklaart: “Alzo is ook het geloof, indien het de werken niet heeft, dood zijnde in zichzelven.” Dit benadrukt dat geloof niet slechts een passieve overtuiging is, maar dat het zich manifesteert in daden van gehoorzaamheid en liefde.

In hedendaags Nederlands wordt geloof vaak geassocieerd met twijfel en onzekerheid. Mensen kunnen zeggen “Ik geloof dat het gaat regenen”, wat eigenlijk betekent dat ze er niet helemaal zeker van zijn. Maar Bijbels geloof gaat veel verder dan deze oppervlakkige interpretatie. Het is een diep verankerde overtuiging in de waarheid van Gods woord, die ons inspireert om te leven in overeenstemming met Zijn wil.

Dus, terwijl de moderne betekenis van het woord “geloof” kan worden gekenmerkt door twijfel en onzekerheid, is Bijbels geloof een krachtige en dynamische kracht die ons leven transformeert. Het is een diepgaand vertrouwen in Gods beloften, dat ons leidt tot gehoorzaamheid, hoop en vreugde. Mogen we blijven groeien in dit kostbare geschenk van geloof, geleid door de waarheid van Gods woord en Zijn liefdevolle leiding in ons leven.

He shall come

“What I say unto you I say unto all, Watch.”

“At even, or at midnight, or at the cock-crowing.”

It may be in the evening,

When the work of the day is done,

And you have time to sit in the twilight,

And to watch the sinking sun;

While the long bright day dies slowly

Over the sea,

And the hour grows quiet and holy

With thoughts of Me;

While you hear the village children

Passing along the street,

Among these thronging footsteps

May come the sound of My feet;

Therefore I tell you, watch!

By the light of the evening star,

When the room is growing dusky

As the clouds afar;

Let the door be on the latch

In your home,

For it may be through the gloaming,

I will come.

It may be in the midnight

When ’tis heavy upon the land,

And the black waves lying dumbly

Along the sand;

When the moonless night draws close

And the lights are out in the house,

When the fires burn low and red,

And the watch is ticking loudly

Beside the bed;

Though you sleep tired on your couch,

Still your heart must wake and watch

In the dark room;

For it may be that at midnight

I will come.

It may be at the cock-crow,

When the night is dying slowly

In the sky,

And the sea looks calm and holy,

Waiting for the dawn of the golden sun

Which draweth nigh;

When the mists are on the valleys, shading,

The rivers chill,

And my morning star is fading, fading

Over the hill;

Behold, I say unto you, watch !

Let the door be on the latch

In your home,

In the chill before the dawning,

Between the night and morning,

I may come.

It may be in the morning

When the sun is bright and strong,

And the dew is glittering sharply

Over the little lawn,

When the waves are laughing loudly

Along the shore,

And the little birds are singing sweetly

About the door;

With the long day’s work before you

You are up with the sun,

And the neighbors come to talk a little

Of all that must be done;

But, remember, that I may be the next

To come in at the door,

To call you from your busy work,

For evermore.

As you work, your heart must watch,

For the door is on the latch

In your room,

And it may be in the morning

I will come.

So I am watching quietly

Every day,

Whenever the sun shines brightly

I rise and say,

Surely it is the shining of His face,

And look unto the gate of His high place

Beyond the sea,

For I know He is coming shortly

To summon me;

And when a shadow falls across the window

Of my room,

Where I am working my appointed task,

I lift my head to watch the door and ask

If He is come!

And the Spirit answers softly

In my home,

“Only a few more shadows,

And He will come.”

Geverifieerd door MonsterInsights