De Kanaänitische vrouw. Groot geloof wanneer alles tegen lijkt te zitten

YouTube player

 

Wat is werkelijk groot geloof? Is dat geloven dat God altijd zal doen wat wij vragen? Is geloof afhankelijk van wat wij voelen? Of blijkt geloof juist wanneer God zwijgt en onze omstandigheden niet veranderen? In deze preek staat de bijzondere ontmoeting van de Here Jezus Christus met de Kanaänitische vrouw uit Mattheüs 15:21-28 centraal. Haar dochter verkeert in grote nood. Zij roept tot de Here, maar aanvankelijk antwoordt Hij haar niet. De discipelen willen haar zelfs wegsturen. Toch keert deze vrouw zich niet teleurgesteld van Christus af. Integendeel: zij komt dichterbij, aanbidt Hem en bidt eenvoudig: “Heere, help mij!” (Mattheüs 15:25, STV)

Wanneer de Here Jezus vervolgens spreekt over het brood van de kinderen en de hondjes, antwoordt zij niet verontwaardigd, maar in diepe afhankelijkheid: “Ja, Heere! doch de hondekens eten ook van de brokskens die er vallen van de tafel hunner heren.” (Mattheüs 15:27, STV)

Daarop spreekt Christus die prachtige woorden: “O vrouw! groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt.” (Mattheüs 15:28, STV) Deze boodschap gaat over geloof in plaats van gevoel, volharding wanneer God lijkt te zwijgen, genade in plaats van rechten opeisen en vertrouwen op Christus wanneer gebeden niet worden beantwoord zoals wij hadden gehoopt.

Ook komt een belangrijke vraag aan de orde: geneest Jezus altijd? De Bijbel leert ons niet dat iedere ziekte verdwijnt wanneer wij maar genoeg geloof hebben. Sommige “doornen” worden weggenomen, andere blijven. Maar Gods genade blijft genoeg. Een bemoedigende en tegelijk confronterende boodschap over groot geloof, Gods soevereiniteit en de zekerheid die uiteindelijk niet in onze omstandigheden ligt, maar in de Here Jezus Christus Zelf. Wat dan nog? Jezus is er toch?

 

Het zuchten van de schepping en de hoop van Gods kinderen

Het lijden van nu en de heerlijkheid die komt

Troost uit Romeinen 8:18-22

Wat het inslapen van een huisdier zoal losmaakt….onze kater van ruim 17 jaar was helemaal op.

Dan word je weer even geconfronteerd en aan het denken gezet over de betrekkelijkheid van alles en van het leven op zich…..

Romeinen 8:18-22 geeft diepe troost aan gelovigen die lijden, zuchten en wachten. Paulus ontkent de gebrokenheid van deze tegenwoordige tijd niet. Hij spreekt eerlijk over het lijden, over de schepping die zucht en over de dienstbaarheid van het verderf. Maar hij wijst ook op iets dat veel groter is: de heerlijkheid die aan Gods kinderen geopenbaard zal worden.

Wie Romeinen 8 leest, krijgt geen goedkope troost. Paulus zegt niet dat het lijden wel meevalt. Hij zegt ook niet dat een gelovige boven pijn, ziekte, verdriet, verlies of strijd verheven is. Integendeel, hij noemt het bij de naam: “het lijden dezes tegenwoordigen tijds”.

Maar dan legt hij dat lijden op de weegschaal tegenover de heerlijkheid die komt. En zijn conclusie is helder:

“Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.”
Romeinen 8:18

Open Bijbel bij Romeinen 8 met licht door donkere wolken als beeld van hoop te midden van lijden
Romeinen 8 vers 18

Het lijden van deze tijd is realiteit

Er is veel lijden in deze tegenwoordige tijd. Er is lichamelijke pijn. Er is ziekte. Er is rouw. Er is verlies. Er is eenzaamheid. Er is teleurstelling. Er is geestelijke strijd. Er is vermoeidheid die dieper gaat dan gewone moeheid. Er zijn tranen die op het oog niemand ziet en zuchten die niemand hoort.

De Bijbel doet niet alsof dit er niet is. Gods Woord is eerlijker dan veel menselijke troostwoorden. Soms zeggen mensen: “Je moet positief blijven.” Of: “Het komt wel goed.” Maar Romeinen 8 spreekt dieper. De Schrift erkent dat de wereld gebroken is en dat ook Gods kinderen daaraan lijden.

Dat is op zichzelf al troostvol. Een gelovige hoeft zijn pijn niet te verbergen achter vrome taal. Je hoeft niet te doen alsof je niet zucht. De schepping zucht. Gods kinderen zuchten. En even verder in Romeinen 8 lezen we zelfs dat de Geest voor ons bidt met onuitsprekelijke zuchtingen.

God schrikt niet van ons zuchten. Hij weet ervan. Is er bij.

Romeinen 8 weegt het lijden tegenover de heerlijkheid

Paulus zegt niet dat het lijden klein is. Hij zegt dat de komende heerlijkheid groter is. Dat is een belangrijk verschil.

Soms is het lijden helemaal niet klein. Soms is het zwaar, rauw en langdurig. Soms voelt het alsof de last te groot is. Paulus weet dat. Hij kende verdrukking, vervolging, zwakte, gevaar en verdriet. Toch zegt hij dat het lijden van deze tijd niet te waarderen is tegen de heerlijkheid die komt.

Dat betekent: het lijden is realiteit maar niet beslissend. Het lijden is aanwezig, maar niet eeuwig. Het lijden is zwaar, maar het heeft niet het laatste woord.

De heerlijkheid die komt, is geen menselijk ideaal en geen religieuze droom. Paulus zegt dat deze heerlijkheid “aan ons zal geopenbaard worden”. Deze komt van God. Deze wordt door God onthuld. Wat nu nog verborgen is, zal straks zichtbaar worden.

Nu zijn Gods kinderen vaak zwak, aangevochten en onaanzienlijk. Nu leven zij nog in een lichaam dat moe wordt, pijn kent en sterft. Nu worden zij soms miskend, verdrukt of niet begrepen. Maar straks zal openbaar worden wie zij in Christus zijn.

De schepping zucht onder de dienstbaarheid van het verderf

Paulus trekt de lijn breder dan ons persoonlijke lijden. Niet alleen de gelovige zucht. De hele schepping zucht.

“Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.”
Romeinen 8:22

De schepping is niet meer zoals zij oorspronkelijk bedoeld was. De wereld is mooi, maar gebroken. We zien schoonheid, maar ook vergankelijkheid. Bloemen bloeien en verwelken. Lichamen groeien en takelen af. Dieren lijden. Mensen sterven. De aarde draagt de sporen van de zondeval.

Paulus zegt dat het schepsel “der ijdelheid onderworpen” is. Dat wijst op leegheid, vergankelijkheid en vruchteloosheid. Alles onder de zon draagt het stempel van voorbijgaan. Niets blijft hier onaangetast. Alles zucht onder de dienstbaarheid van het verderf.

Maar ook hier stopt Paulus niet bij wanhoop. De schepping is onderworpen aan ijdelheid, maar niet zonder hoop.

De schepping zucht, maar niet zonder hoop

Romeinen 8 zegt dat het schepsel “met opgestoken hoofde” wacht op de openbaring der kinderen Gods. Dat is een krachtig beeld. De schepping buigt niet alleen onder de last; zij ziet ook uit. Alsof zij de hals uitstrekt. Alsof zij reikhalzend wacht.

Waarom wacht de schepping op de openbaring van de kinderen Gods?

Omdat de bevrijding van Gods kinderen samenhangt met de bevrijding van de schepping. Wanneer Christus Zijn werk zichtbaar voltooit, zal niet alleen de gelovige verheerlijkt worden. Ook de schepping zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis.

“Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.”
Romeinen 8:21

Dat is een rijke Bijbelse hoop. God laat Zijn werk niet los. Hij behandelt Zijn schepping niet als waardeloos afval. Hij zal rechtzetten wat door de zonde is aangetast. Hij zal herstellen wat gebroken is. Hij zal bevrijden wat nu nog zucht.

De kinderen Gods worden openbaar in heerlijkheid

Nu is het kindschap van Gods kinderen nog niet in volle heerlijkheid zichtbaar. De gelovige is in Christus werkelijk een kind van God, maar leeft nog in een gebroken lichaam en een gebroken wereld. Daarom is er spanning tussen wat wij in Christus zijn en wat wij nu nog ervaren.

Romeinen 8 laat zien dat die spanning tijdelijk is. Er komt een openbaring. De kinderen Gods zullen openbaar worden in heerlijkheid.

Dat betekent niet dat de gelovige zichzelf verheerlijkt. Het betekent dat God openbaar maakt wat Hij in Christus heeft gegeven. De hoop van de gelovige rust niet op eigen kracht, eigen gevoel of eigen overwinning, maar op Gods trouw.

Wie in Christus is, leeft niet naar de ondergang toe, maar naar heerlijkheid. Niet omdat het leven nu gemakkelijk is, maar omdat Gods toekomst zeker is.

Barensnood wijst op hoop, niet op wanhoop

Paulus gebruikt het beeld van barensnood. Dat is opmerkelijk. Barensnood is echte pijn. Het is geen ingebeelde pijn. Het is hevig, diep en lichamelijk. Maar barensnood is pijn met verwachting. Het is pijn die uitloopt op geboorte.

Zo spreekt Paulus over de schepping. Het zuchten van deze wereld is geen zinloos geluid in een leeg heelal. Het is niet het laatste woord van een stervende wereld zonder hoop. Het is het zuchten van een schepping die uitziet naar bevrijding.

Dat geeft diepe troost. Niet omdat alles nu al gemakkelijk wordt. Niet omdat pijn ineens geen pijn meer is. Maar omdat God door het lijden heen werkt naar Zijn doel.

De gebrokenheid is niet de bestemming. Het verderf is niet het eindstation. De dood is niet de hoogste macht.

Christus heeft het laatste woord.

Troost bij lijden: Christus heeft het laatste woord

Romeinen 8 is geen oproep om het lijden te ontkennen. Het is een oproep om het lijden te zien in het licht van Christus en Zijn komende heerlijkheid.

De Here Jezus Christus is geen toekijker op grote afstand bij onze gebrokenheid. Hij is gekomen in deze lijdende wereld. Hij heeft honger gekend, tranen gekend, verwerping gekend, pijn gekend en de dood gekend. Hij is door het lijden heen gegaan en Hij is opgestaan in heerlijkheid.

Daarom is onze hoop geen vaag gevoel, maar een Persoon.

Wie op Christus ziet, mag weten: mijn lijden is niet ongezien. Mijn zuchten is niet onverstaanbaar. Mijn zwakheid is niet vergeten. Mijn tranen verdwijnen niet in het niets.

God kent de Zijnen. En Hij heeft de heerlijkheid beloofd die aan ons geopenbaard zal worden.

Zuchten met hoop

Misschien draag je vandaag iets waar niemand iets van weet, of wat niemand helemaal begrijpt. Misschien ben je moe van het vechten. Misschien zucht je onder lichamelijke pijn, geestelijke druk, verdriet, onzekerheid of verlies.

Dan zegt Romeinen 8 niet: “Kijk er niet naar.” Het zegt: “Kijk verder.”

Kijk naar de heerlijkheid die komt.

Het lijden van nu is werkelijk, maar niet beslissend. De schepping zucht, maar zij zucht op hoop. Gods kinderen wachten, maar zij wachten op een zekere toekomst. De gebrokenheid is diep, maar Gods herstel is dieper. De dood is machtig, maar Christus is machtiger.

Daarom mag een gelovige huilen met hoop. Zuchten met verwachting. Lijden met uitzicht. Wachten met opgeheven hoofd.

Want de schepping zucht niet omdat God haar vergeten is, maar omdat zij wacht op de dag waarop Christus alles vrijmaakt van verderf en de kinderen Gods in heerlijkheid openbaar worden.

“Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.”
Romeinen 8:18

Geloof gebaseerd op…..

Gevoel, ervaring of het Woord van God?

Ons geloof zou niet gebaseerd moeten zijn op ervaring, maar op het Woord van God.

Ook niet op jargon of opgeklopte verwachtingen door wie dan ook geuit.

Ervaring kan echt zijn. Ervaring kan indrukwekkend zijn. Ervaring kan emotioneel diep gaan. Maar ervaring is geen fundament. Ervaring moet getoetst worden aan het Woord, niet andersom.

Geloofsbasis

Paulus zegt het heel helder:

“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.”
Romeinen 10:17 (STV)

Dat is de volgorde. Niet: geloof uit gevoel. Niet: geloof uit bijzondere ervaringen. Niet: geloof uit tekenen, indrukken, innerlijke stemmen of geestelijke sensaties.

Maar: geloof uit het gehoor van het Woord van God.

Ook Paulus zegt:

“Opdat uw geloof niet zou zijn in wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods.”
1 Korinthe 2:5 (STV)

Dus geloof rust niet op menselijke overtuigingskracht, religieuze retoriek, indrukwekkende verhalen of groepsdruk. Het rust op wat God heeft gesproken en op wat Hij in Christus heeft gedaan.

Ervaring heeft wel een plaats, maar een ondergeschikte plaats. De gelovige kan Gods trouw ervaren, gebedsverhoring meemaken, vertroosting ontvangen, strijd kennen, vrede ervaren. Maar dat alles bevestigt hooguit wat God gezegd heeft; het vervangt Gods Woord nooit.

Daarom schrijft Paulus:

“Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.”
2 Korinthe 5:7 (STV)

Dat is het punt. Aanschouwen, voelen, meemaken en ervaren zijn niet de vaste grond onder onze voeten. Het geloof leeft uit Gods belofte, ook wanneer de ervaring tegenvalt, wanneer het gevoel weggeebt is, wanneer omstandigheden donker geworden zijn.

Ook Thomas moest dat leren. De Here Jezus zei tegen hem:

“Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij die niet zullen gezien hebben en nochtans zullen geloofd hebben.”
Johannes 20:29 (STV)

Dat betekent niet dat geloof blind of irrationeel is. Het betekent dat geloof niet afhankelijk is van voortdurend zien, voelen of bewijzen eisen op onze voorwaarden. Geloof rust op Gods betrouwbare getuigenis.

Scherp gezegd:

Ervaring zonder het Woord wordt drijfzand.

Het Woord zonder spectaculaire ervaring blijft vaste rotsgrond.

Daarom moet elke ervaring, elke indruk, elke claim van “God zei tegen mij”, elke profetie, elke geestelijke manifestatie en elke religieuze beleving onder het gezag van de Schrift worden gebracht.

Niet de ervaring verklaart het Woord.

Het Woord beoordeelt de ervaring.

Geverifieerd door MonsterInsights