De verborgenheid in het Nieuwe Testament

Hoezo Kingdom Now, “Koninkrijk zichtbaar maken” en NAR ?

 

Wat bedoelt het Nieuwe Testament met het woord verborgenheid”? Vaak wordt dit begrip vaag, mystiek of breed gebruikt. Maar bij Paulus gaat het juist om geopenbaarde waarheid: iets wat vroeger verborgen was in Gods raad, maar nu bekendgemaakt is door apostolische openbaring. Vooral de verborgenheid van Christus en de Gemeente is daarbij beslissend. Jood en heiden worden in Christus tot één lichaam gemaakt, verbonden met het Hoofd in de hemel. Dáárom is de roeping van de Gemeente niet Kingdom Now, niet “het Koninkrijk zichtbaar maken” als aards programma, en niet de New Apostolic Reformation, maar Christus belijden, het Evangelie bewaren en de Heere verwachten.

 Er zijn Bijbelse begrippen die gemakkelijk verkeerd verstaan worden of erger: genegeerd of weggeredeneerd worden.

.Met alle gevolgen van dien.

Het woord “verborgenheid” is daar een goed voorbeeld van.

Voor sommigen klinkt het als iets mystieks. Alsof Paulus ons meeneemt in een verborgen binnenkamer van geheime kennis. Voor anderen wordt het een soort theologisch stopwoord: alles wat moeilijk is, noemt men dan “een verborgenheid”. En weer anderen gebruiken het woord om de Gemeente, Israël, het Koninkrijk en Gods heilsplan op één hoop te schuiven.

Maar zo gebruikt het Nieuwe Testament het woord dus niet.

Als Paulus spreekt over een verborgenheid, bedoelt hij niet dat wij in het duister moeten tasten. Hij bedoelt juist dat God iets bekendgemaakt heeft wat eerder verborgen was in Zijn raad.

De nadruk ligt niet op menselijke onwetendheid, maar op Goddelijke openbaring.

Een verborgenheid is in het Nieuwe Testament geen rookgordijn. Het is daarentegen onthulling.

Dit onderwerp is van belang. Want als je de verborgenheid van de Gemeente niet verstaat, kom je in knoei..

Dan wordt de Gemeente verward met Israël.

Dan wordt de roeping van de Gemeente verward met het Koninkrijk.

Dan wordt verwachting vervangen door activisme.

Dan wordt getuigenis vervangen door dominion.

Dan wordt de hemelse roeping  van de Gemeente ingeruild voor een aards programma.

De verborgenheid
De verborgenheid
Dáárom: geen Kingdom Now.
Geen “Koninkrijk zichtbaar maken” als opdracht aan de Gemeente.
Geen New Apostolic Reformation.

 

Niet omdat we bang moeten zijn voor gehoorzaamheid, heiliging, goede werken of een vrijmoedig getuigenis. Maar omdat we de Schrift recht willen snijden.

“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.” 2 Timotheüs 2:15 (STV)

 

Wat betekent verborgenheid?

Het Griekse woord achter “verborgenheid” is mystērion. Dat woord betekent in het Nieuwe Testament niet: een raadsel voor ingewijden, of een geheime leer die alleen een geestelijke elite kan begrijpen.

Het betekent: een waarheid die voorheen verborgen was, maar nu door God is bekendgemaakt.

Paulus schrijft:

“Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, gelijk ik met weinige woorden te voren geschreven heb;” Efeze 3:3 (STV)

Dat ene woord openbaring is beslissend. Paulus heeft deze waarheid niet uit zichzelf bedacht. Hij heeft haar niet afgeleid uit menselijke filosofie. Hij heeft haar ook niet opgebouwd vanuit religieuze traditie. Zij is hem bekendgemaakt door openbaring.

Daarom is een verborgenheid in het Nieuwe Testament niet iets wat wij zelf moeten opgraven met geestelijke fantasie. Het is iets wat God Zelf heeft onthuld in Zijn Woord.

De verborgenheid wordt niet bepaald door menselijke ervaring, kerkelijke traditie, moderne profeten, apostolische claims of koninkrijksactivisme, maar door apostolische openbaring.

 

Verborgen in vorige eeuwen, nu bekendgemaakt

Paulus maakt het nog duidelijker in Efeze 3:

“Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest;” Efeze 3:5 (STV)

Let goed op wat hier staat. Paulus zegt niet dat niemand in het Oude Testament iets wist van Gods genade. Dat zou onbijbels zijn. Abraham werd gerechtvaardigd uit geloof. David kende de zaligheid van vergeving. De profeten spraken over de komende Messias, Zijn lijden en Zijn heerlijkheid.

Maar Paulus zegt wel dat deze specifieke waarheid niet in andere eeuwen bekendgemaakt was zoals zij nu is geopenbaard.

Dat is belangrijk. Niet alles wat later duidelijker wordt, was eerder volledig onbekend. Maar bij de verborgenheid van de Gemeente gaat het om meer dan alleen “meer licht” op een oude zaak. Het gaat om een werkelijkheid die in Gods raad verborgen was en nu door de Geest via apostelen en profeten bekendgemaakt is.

Wie dat niet ziet, maakt het Nieuwe Testament plat. Dan wordt Paulus slechts een herhaler van Mozes en de profeten. Maar Paulus is niet alleen uitlegger van bestaande openbaring; hij is ook ontvanger en verkondiger van specifieke nieuwtestamentische openbaring.

En precies daar wordt de strijd scherp. Want waar Paulus spreekt over een hemelse Gemeente, maakt Kingdom Now er een aardse machtsbeweging van. Waar Paulus spreekt over een verborgenheid die nu geopenbaard is, komt de NAR met nieuwe apostolische sleutels, nieuwe profetische strategieën en nieuwe mandaten. Waar Paulus de Gemeente richt op Christus in de hemel, richt dominion-denken haar op invloed op aarde.

Zie hier de bron van de hedendaagse verwarring,

 

De kern: Jood en heiden in één lichaam

Paulus laat ons niet raden naar de inhoud van deze verborgenheid. Hij zegt het zelf:

“Namelijk dat de heidenen zijn medeërfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;” Efeze 3:6 (STV)

Dit is de kern: heidenen zijn in Christus mede-erfgenamen, van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten van de belofte door het Evangelie.

Dat is veel meer dan: ook heidenen kunnen zalig worden. Dat was in het Oude Testament al bekend. Denk aan Rachab, Ruth, Naäman en de belofte aan Abraham dat in zijn Zaad alle volken gezegend zouden worden.

De verborgenheid is dus niet simpelweg dat heidenen gezegend worden. De verborgenheid is dat Jood en heiden in Christus samengevoegd worden tot één lichaam.

Niet twee groepen naast elkaar.

Niet de heidenen als aanhangsel of ingevoegd bij Israël.

Niet Israël dat door de kerk wordt vervangen.

Maar één nieuwe, hemelse werkelijkheid in Christus: de Gemeente als lichaam van de verhoogde Heere.

Daarom schrijft Paulus in Efeze 2:

“Opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;” Efeze 2:15 (STV)

Dat is duidelijke taal: een nieuwe mens.

Niet een opgelapt oud systeem.

Niet een geestelijke annexatie van Israël door de heidenen.

Niet een religieuze coalitie.

Maar: een nieuwe schepping in Christus.

En dat nieuwe lichaam heeft geen opdracht gekregen om het Davidische Koninkrijk alvast op aarde te manifesteren. Het lichaam is verbonden met het Hoofd in de hemel.

Dat verandert alles.

 

De Gemeente is geen Koninkrijksmachine

Veel moderne prediking gebruikt taal die op het eerste gehoor vroom klinkt:

“Wij moeten het Koninkrijk zichtbaar maken.”

“Wij moeten de hemel naar de aarde brengen.”

“Wij zijn geroepen om de cultuur te transformeren.”

“Wij moeten de zeven bergen innemen.”

“Wij moeten als zonen van het Koninkrijk gaan regeren.”

Maar de vraag is niet of die taal energiek klinkt. De vraag is: is zij Bijbels?

De Gemeente is in het Nieuwe Testament niet de machine waarmee Christus Zijn Koninkrijk alvast zichtbaar op aarde vestigt. Zij is Zijn lichaam, verbonden met Hem in Zijn verwerping én in Zijn hemelse verhoging.

Paulus zegt:

“Want onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;” Filippenzen 3:20 (STV)

Dat is géén Kingdom Now-jargon.. Dat is hemelse verwachting.

De Gemeente leeft op aarde, maar haar burgerschap is in de hemel. Zij dient hier, getuigt hier, lijdt hier, wandelt hier, maar haar centrum ligt niet hier. Haar Hoofd is boven. Haar leven is met Christus verborgen in God. Haar hoop is niet dat zij de wereld stap voor stap omvormt tot Koninkrijk, maar dat Christus verschijnt.

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” Kolossenzen 3:4 (STV)

Let op de volgorde. Eerst Christus geopenbaard. Dan de Zijnen met Hem geopenbaard in heerlijkheid.

Niet: de Gemeente openbaart eerst het Koninkrijk, zodat Christus kan terugkomen op een door ons klaargemaakt toneel.

Dat is de geestelijke kortsluiting van Kingdom Now-denken.

 

Geen vervanging van Israël

Zodra men zegt dat de Gemeente een verborgenheid is, denkt men soms dat Israël daardoor onbelangrijk wordt. Aan de andere kant zeggen sommigen: omdat gelovigen uit de heidenen nu delen in geestelijke zegeningen, is Israël als volk klaar, afgeschreven, vervangen.

Beide gedachten doen geen recht aan Paulus’ boodschap.

In Romeinen 11 waarschuwt Paulus juist tegen hoogmoed van heidenchristenen tegenover Israël:

“Zo roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt, gij draagt den wortel niet, maar de wortel u.” Romeinen 11:18 (STV)

En even verder:

“Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij, opdat gij niet wijs zijt bij uzelven, dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.” Romeinen 11:25 (STV)

Ook hier gebruikt Paulus het woord verborgenheid. En opnieuw gaat het om een waarheid die God bekendmaakt. Israël is niet definitief verworpen. De verharding is voor een deel. En zij duurt totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.

Daarom vervolgt Paulus:

“En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.” Romeinen 11:26 (STV)

Wie de Gemeente gebruikt om Israël weg te verklaren, gaat tegen Paulus in. En wie Israël zo centraal stelt dat de verborgenheid van de Gemeente verdwijnt, doet eveneens tekort aan Paulus.

De Bijbel vraagt geen vermenging, maar onderscheid.

Israël heeft beloften, verbonden en een toekomst in Gods plan.

De Gemeente heeft een hemelse roeping, positie en toekomst in Christus.

Beide lijnen komen niet voort uit menselijke schema’s, maar uit de Schrift die zorgvuldig onderscheiden en recht gesneden moet worden.

Hier ontspoort Kingdom Now-theologie. Zij neemt Koninkrijksbeloften, verplaatst die naar de Gemeente, maakt ze tot een opdracht voor nu, en bouwt daar vervolgens een activistische overwinningsleer op.

Maar het Koninkrijk van Christus wordt niet zichtbaar gemaakt door een ‘apostolisch netwerk’, een ‘culturele strategie’ of een beweging die meent de aarde terug te moeten claimen. Het Koninkrijk wordt dan pas openbaar wanneer de Koning verschijnt.

 

Christus en de Gemeente

In Efeze 5 spreekt Paulus opnieuw over een verborgenheid. Hij behandelt daar het huwelijk en citeert Genesis:

“Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot één vlees wezen.” Efeze 5:31 (STV)

Daarna zegt hij:

“Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente.” Efeze 5:32 (STV)

Dat is een indrukwekkend moment. Paulus kijkt naar het huwelijk en zegt: dit wijst naar Christus en de Gemeente.

De Gemeente is dus niet zomaar een verzameling mensen met dezelfde overtuiging. Zij is geen vereniging, geen kerkelijke structuur, geen denominatie, geen religieus instituut dat zijn bestaansrecht ontleent aan geschiedenis of organisatie.

Zij is verbonden met Christus Zelf.

Hij is het Hoofd.

Zij is Zijn lichaam.

Daarom schrijft Paulus elders:

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” Efeze 1:22-23 (STV)

Dát is de essentie van de verborgenheid. De verworpen Christus is verhoogd aan Gods rechterhand. En in deze tijd wordt een volk geroepen dat met Hem verbonden is als Zijn lichaam.

Geen aardse politiek.

Geen Koninkrijk in zichtbare heerlijkheid.

Geen christelijke beschaving als einddoel.

Geen apostolische bestuurslaag die de kerk moet aansturen naar werelddominantie.

Maar een hemels lichaam verbonden met een hemels Hoofd.

 

Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid

Ook Kolossenzen spreekt over deze verborgenheid:

“Namelijk de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen;” Kolossenzen 1:26 (STV)

En dan komt de inhoud:

“Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid;” Kolossenzen 1:27 (STV)

Hier zien we de verborgenheid van binnenuit. Christus is niet alleen de beloofde Messias voor Israël. Hij is niet alleen de toekomstige Koning Die zal regeren. Hij is ook nu de levende, verhoogde Heere onder Zijn heiligen.

“Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid.”

Dat is geen armoede. Dat is niet voorlopig in de zin van tweederangs. Dat is rijkdom der heerlijkheid.

De gelovige leeft niet vanuit aardse status, tempel, priesterschap, ritueel of nationale voorrechten. Hij leeft vanuit Christus. Christus is zijn leven, zijn gerechtigheid, zijn positie, zijn hoop en zijn toekomst.

Paulus zegt het zo:

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” Kolossenzen 3:3 (STV)

Dat is de hemelse positie van de gelovige. Zijn leven is niet geworteld in deze wereld, maar in Christus.

En daarom is het zo gevaarlijk wanneer moderne bewegingen de gelovige gaan leren dat hij pas werkelijk geestelijk volwassen is wanneer hij leert heersen, decreteren, gebieden, gebieden innemen, structuren transformeren en de hemel op aarde manifesteren.

De Bijbelse lijn is radicaal anders.

Sterven met Christus.

Leven uit Christus.

Wandelen door de Geest.

Getuigen van Christus.

Lijden om Christus.

Wachten op Christus.

 

De verborgenheden van het Koninkrijk

Niet alleen Paulus gebruikt het woord. De Heere Jezus spreekt in Mattheüs 13 over de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen:

“En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven.” Mattheüs 13:11 (STV)

Mattheüs 13 komt niet zomaar uit de lucht vallen. In Mattheüs 12 is de verwerping van de Koning scherp zichtbaar geworden. De leiders van Israël schrijven het werk van de Geest toe aan Beëlzebul. Daarna begint de Heere Jezus in gelijkenissen te spreken.

Dat is veelzeggend.

Het Koninkrijk wordt niet onmiddellijk openbaar opgericht in heerlijkheid. De Koning is verworpen. Er komt een tussentijd waarin het Koninkrijk een verborgen gestalte heeft. Het Woord wordt gezaaid. Er komt vrucht, maar ook tegenstand. Er is tarwe, maar ook onkruid. Er is uiterlijke groei, maar ook vermenging.

De gelijkenissen van Mattheüs 13 leren dus niet simpelweg: alles wordt steeds beter totdat de hele wereld christelijk is. Ze laten juist zien dat er in deze periode een gemengde toestand is tot aan de voleinding.

Dat is apologetisch van belang.

Want veel christelijk optimisme heeft zich niet laten corrigeren door Mattheüs 13. Men verwacht een geleidelijk gekerstende wereld, maar de Heer Zelf spreekt over onkruid tussen de tarwe, boze werking, schijn en uiteindelijke scheiding.

Dat maakt de verborgenheden van het Koninkrijk geen vaag begrip, maar een sleutel tot het verstaan van deze tijd.

De Koning is niet afwezig omdat Zijn macht ontbreekt. Hij is verborgen voor de wereld omdat Gods plan in deze bedeling anders werkt dan menselijke triomfverwachting wil. Christus bouwt Zijn Gemeente. Het Evangelie gaat uit. De Geest woont in de gelovigen. Maar de openbare Koninkrijksheerlijkheid wacht op de verschijning van de Koning.

Daarom is “Koninkrijk zichtbaar maken” als programma zo misleidend. Het klinkt vroom, maar het trekt naar voren wat God verbonden heeft aan Christus’ verschijning.

 

De verborgenheid van de opname

Een andere verborgenheid vinden we in 1 Korinthe 15:

“Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden;” 1 Korinthe 15:51 (STV)

Paulus spreekt hier over de toekomstige verandering van de gelovigen. Niet alle gelovigen zullen sterven. Er zullen gelovigen zijn die levend veranderd worden.

Hij vervolgt:

“In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.” 1 Korinthe 15:52 (STV)

Ook hier is verborgenheid géén speculatie. Paulus zegt: “ik zeg u”. Het is onderwijs van de apostel.. De toekomst van de gelovige rust niet op menselijke hoop, maar op Gods geopenbaarde waarheid.

De Gemeente eindigt niet in institutionele triomf op aarde, maar in vereniging met de Heer.   De doden worden opgewekt. De levenden worden veranderd. Het verderfelijke doet onverderfelijkheid aan. Het sterfelijke doet onsterfelijkheid aan.

Dat is geen bijzaak. Het hoort bij de hemelse roeping van de Gemeente.

En opnieuw staat dit haaks op Kingdom Now. De grote hoop van de Gemeente is niet dat zij door invloed, strategie en geestelijke doorbraak de aarde onder controle krijgt. Haar hoop is de Heere Zelf.

“Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus;” Titus 2:13 (STV)

De zalige hoop is geen succesvolle cultuurovername.

De zalige hoop is Christus.

 

Waarom dit belangrijk is

Wie de verborgenheid niet verstaat, drijft af.

Dan wordt de Gemeente terug onder Israël geplaatst, alsof zij slechts een voortzetting van Israël is.

Of Israël wordt vervangen door de Gemeente, alsof Gods beloften aan het volk Israël geestelijk zijn opgelost.

Of het Koninkrijk wordt vereenzelvigd met kerkelijke invloed in de wereld.

Of de christen wordt teruggebracht naar de Sinaï, terwijl Paulus zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)

De verborgenheid bewaart ons dus voor verwarring. Zij dwingt ons om te onderscheiden tussen Wet en Genade, Israël en Gemeente, aardse beloften en hemelse roeping, Koninkrijk in verborgen gestalte en Koninkrijk in openbare heerlijkheid.

Dat is geen koude schema-theologie. Dat is eerbiedig luisteren naar de Schrift.

Niet uiteenrukken wat bij elkaar hoort. Maar ook niet samenpersen wat God onderscheidt.

En dit raakt direct de New Apostolic Reformation. Want de NAR leeft juist van het samenpersen van lijnen die de Schrift onderscheidt. Koninkrijksbeloften worden overgezet naar de kerk. Apostolisch fundament wordt omgebouwd tot een doorlopend hedendaags apostelambt. Profetische openbaring krijgt praktisch gezag naast of boven de Schrift. Heiliging wordt vervangen door activatie. Verwachting wordt vervangen door mandaat.

Daar moet een Bijbelvaste correctie tegenover staan.

Geen “Koninkrijk zichtbaar maken”

De uitdrukking klinkt vroom. En het moet gezegd: soms bedoelen mensen er alleen mee dat christenen zichtbaar moeten leven tot eer van God. Als dát bedoeld wordt, is er op zichzelf niets mis met gehoorzaamheid, goede werken, liefde, trouw, barmhartigheid en heiliging. Een christen hoort zichtbaar anders te leven.

De Heere Jezus zegt:

“Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.” Mattheüs 5:16 (STV)

Maar goede werken zijn niet hetzelfde als het Koninkrijk zichtbaar maken in de zin van aardse heerschappij, cultuurtransformatie of geestelijke gebiedsclaim.

Dáár zit de angel.

Een gelovige moet Christus zichtbaar belijden. Ja.

Een gelovige zou wandelen als kind des lichts. Ja.

Een gelovige zou vrucht dragen. Ja.

Een gemeente zou het Woord bewaren en het Evangelie verkondigen. Ja.

Maar nergens krijgt de Gemeente de opdracht om het Messiaanse Koninkrijk alvast zichtbaar te maken alsof zij de voorhoede is van een wereldwijde christelijke machtsorde.

Het Koninkrijk wordt openbaar wanneer de Koning openbaar wordt.

Tot die tijd is de Gemeente getuige, vreemdeling en bijwoner, pelgrim, lichaam van Christus, tempel van de Heilige Geest in verwachting.

Petrus schrijft:

“Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel;” 1 Petrus 2:11 (STV)

Dat is de toon van het Nieuwe Testament. Geen triomfalistische veroveringstaal, maar pelgrimstaal. Geen dominion-programma, maar heiliging en getuigenis.

 

Geen Kingdom Now

Kingdom Now leert in verschillende bewoordingen dat de kerk geroepen is om het Koninkrijk van God nu zichtbaar op aarde te vestigen, uit te breiden of te manifesteren, vaak vóór de lichamelijke wederkomst van Christus. Soms gebeurt dat subtiel. Soms openlijk. Soms met zachte taal over invloed en herstel. Soms met harde taal over heerschappij, gebieden, decreten en mandaten.

Maar het probleem blijft hetzelfde: de Bijbelse tijdlijn wordt verbogen.

De Schrift leert dat Christus nu verhoogd is en dat alle dingen Hem onderworpen zijn in Gods raad. Maar zij leert ook dat wij nu nog niet zien dat alle dingen Hem onderworpen zijn.

“Alle dingen hebt Gij onder Zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij Hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat Hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn;” Hebreeën 2:8 (STV)

Dat vers is killing voor goedkoop triomfalisme.

Christus heeft alle macht.

Maar de openbare onderwerping van alle dingen is nog niet zichtbaar in deze wereld.

Wat zien wij nu?

“Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods…” Hebreeën 2:9 (STV)

Wij zien nog niet alles aan Hem onderworpen. Maar wij zien Jezus.

Dat is de positie van de Gemeente. Niet: wij zien de wereld al onder onze voeten. Maar: wij zien Jezus.

Kingdom Now verschuift de blik van de verhoogde Christus naar een opdracht aan de mens. Het klinkt krachtig, maar het legt een last op de Gemeente die de apostelen niet opleggen.

 

Geen New Apostolic Reformation

De New Apostolic Reformation draait in de kern om precies dezelfde verschuiving: moderne apostelen, moderne profeten, nieuwe mandaten, invloedssferen, herstel van apostolisch bestuur, koninkrijksdoorbraken en het idee dat de kerk de wereld moet transformeren om ‘het Koninkrijk gestalte te geven.’

Maar in het Nieuwe Testament wordt de Gemeente niet gebouwd op een doorgaande reeks moderne apostelen met nieuw gezag. Zij is gebouwd op het fundament dat gelegd is.

“Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;” Efeze 2:20 (STV)

Een fundament leg je niet telkens opnieuw.

De apostelen en profeten van Efeze 2:20 horen bij het fundament van de Gemeente. Zij zijn niet een eindeloos herhaalbaar bestuursmodel voor latere eeuwen. De apostolische openbaring is gegeven, vastgelegd en bewaard in de Schrift.

Daarom is de NAR niet zomaar een overenthousiaste stroming met een andere stijl van aanbidding. Zij raakt aan het fundament. Zij suggereert dat de Gemeente nu opnieuw apostolisch bestuur en profetische richting nodig heeft om haar bestemming te bereiken. Daarmee wordt de genoegzaamheid van Christus, de Schrift en het apostolische fundament praktisch ondergraven.

De vraag is niet of alle mensen in die beweging onoprecht zijn.

De vraag is of het systeem Bijbels is.

En dat is het niet.

Want de Gemeente is niet geroepen om onder nieuwe apostelen de zeven bergen te veroveren. Zij is geroepen om te blijven in de leer der apostelen.

“En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.” Handelingen 2:42 (STV)

Niet: zij wachtten op een latere apostolische reformatie die de kerk eindelijk haar ware mandaat zou geven.

Zij volhardden in de leer der apostelen.

 

Geen fundament bovenop het fundament wat er al was

De NAR-taal over “herstel van apostelen” klinkt vaak alsof er iets ontbreekt aan de Gemeente zolang moderne apostelen niet erkend worden. Maar dat botst met het beeld van het fundament.

Een huis heeft een fundament. Dat fundament wordt gelegd. Daarna wordt erop gebouwd.

Paulus schrijft:

“Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe.” 1 Korinthe 3:10 (STV)

Het fundament wordt niet elke generatie opnieuw gelegd door nieuwe apostolische claims. Wie dat wel doet, bouwt niet veilig verder, maar begint te rommelen aan de dragende grond.

En waar het fundament verschuift, verschuift alles.

Dan komt er ruimte voor profetieën die praktisch evenveel gewicht krijgen als de Schrift.

Dan komt er ruimte voor geestelijke autoriteitsstructuren die niet uit het Nieuwe Testament voortkomen.

Dan komt er ruimte voor gehoorzaamheid aan “apostolische visie” in plaats van toetsing aan het Woord.

Dan komt er ruimte voor een koninkrijksagenda die de Gemeente richting aardse invloed duwt.

Daarom moet dit helder gezegd worden: de verborgenheid van Christus en de Gemeente is niet de voedingsbodem voor NAR-denken. Zij is juist het Bijbelse tegengif ertegen.

 

Geen veroveringsmandaat, maar getuigenis

De Heere Jezus gaf Zijn discipelen geen opdracht om machtscentra over te nemen. Hij gaf hun de opdracht om getuigen te zijn.

“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.” Handelingen 1:8 (STV)

Getuigenis is geen dominion.

Een getuige wijst naar Christus. Een getuige verkondigt wat God gedaan heeft. Een getuige kan verworpen worden. Een getuige kan lijden. Een getuige kan sterven. Het Griekse woord voor getuige hangt zelfs samen met het woord martelaar.

Dat is de nieuwtestamentische lijn.

Niet de Gemeente als machtsblok.

Niet de apostel als geestelijke CEO.

Niet profetische strategie als routekaart naar wereldtransformatie.

Maar getuigen van Christus in de kracht van de Heilige Geest.

En juist dat is vruchtbaar. Want Gods kracht werkt niet volgens de logica van aardse heerschappij. Het kruis zelf is daar het grote bewijs van.

“Maar wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid;” 1 Korinthe 1:23 (STV)

NAR en Kingdom Now hebben moeite met deze kruisboodschap. Ze willen overwinningstaal, doorbraaktaal, heerschappijtaal, invloedstaal.

Maar Paulus zet in het centrum: Christus, de Gekruisigde.

Natuurlijk is Christus opgestaan. Natuurlijk is Hij verhoogd. Natuurlijk heeft Hij alle macht. Maar de Gemeente leeft in deze wereld nog in de gestalte van getuigenis, lijden, volharding en verwachting.

 

De verborgenheid en het Evangelie

De verborgenheid staat niet los van het Evangelie. Zij is niet een extra laag boven op het Evangelie, alsof het kruis slechts het begin is en de echte kennis later komt.

Nee, de verborgenheid is geworteld in Christus’ dood, opstanding en verhoging.

Door het kruis is de middelmuur des afscheidsels gebroken.

Paulus schrijft:

“Want Hij is onze vrede, Die deze beiden één gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende,” Efeze 2:14 (STV)

En:

“En opdat Hij die beiden met God in één lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende.” Efeze 2:16 (STV)

Daar staat het: door het kruis.

De verborgenheid van het ene lichaam is niet los verkrijgbaar van Golgotha. Zij is geen theologische decoratie. Zij is vrucht van het volbrachte werk van Christus.

Daarom is het zo ernstig wanneer men de Gemeente maakt tot een aardse machtsfactor, een morele verbeterclub of een religieus verlengstuk van Israël. Dan verlaagt men wat God in Christus heeft geopenbaard.

De Gemeente is gekocht door dierbaar bloed, gevormd door de Geest, verbonden met het Hoofd in de hemel, en bestemd voor heerlijkheid.

 

Geen vrijbrief

Het woord verborgenheid wordt soms misbruikt. Men zegt dan: “Dit is een verborgenheid”, en vervolgens wordt elke controleerbare uitleg losgelaten. Dan mag de tekst ineens alles betekenen wat men geestelijk voelt.

Maar dat is precies het tegenovergestelde van hoe het Nieuwe Testament het woord gebruikt.

Een verborgenheid is niet een open deur naar willekeur. Zij is geopenbaarde waarheid. En geopenbaarde waarheid staat vast in de Schrift.

Daarom moeten wij oppassen voor twee gevaren.

Aan de ene kant rationalisme: alleen willen aanvaarden wat men binnen bestaande systemen kan plaatsen.

Aan de andere kant geestelijke fantasie: onder het mom van verborgenheid dingen leren die de apostelen niet geleerd hebben.

Paulus’ verborgenheid is geen speeltuin voor religieuze creativiteit. Zij is leerstellige openbaring met apostolisch gezag.

En dat betekent: geen moderne apostelen die nieuwe bouwtekeningen aandragen.

Geen profeten die de koers van de Gemeente bepalen buiten de Schrift om.

Geen “koninkrijksstrategieën” die de apostolische leer overschrijven.

Geen taal over doorbraak en bestemming die de eenvoudige roeping van de Gemeente opzij duwt.

 

Geen geheime kennis voor ingewijden

Er is nog een gevaar. Het woord verborgenheid kan ook gebruikt worden om een soort hogere klasse van christenen te creëren. Alsof gewone gelovigen slechts de basis hebben, maar een select gezelschap toegang heeft tot de “diepere geheimen”.

Ook dat past niet bij Paulus.

Paulus verkondigt de verborgenheid juist aan de heiligen. Hij bidt dat gelovigen inzicht zullen krijgen. Hij wil niet dat deze waarheid verborgen blijft achter een priesterlijke, academische of apostolische muur.

Aan de Kolossenzen schrijft hij:

“Opdat hun harten vertroost mogen worden, en zij samengevoegd zijn in de liefde, en dat tot allen rijkdom der volle verzekerdheid des verstands, tot kennis der verborgenheid van God en den Vader, en van Christus;” Kolossenzen 2:2 (STV)

De kennis van de verborgenheid is dus niet bedoeld om hoogmoed te kweken, maar om harten te vertroosten en gelovigen te bevestigen in Christus.

Waar de verborgenheid goed verstaan wordt, wordt Christus groter. Niet de uitlegger. Niet het systeem. Niet de beweging. Niet de apostel. Niet de profeet. Christus.

 

De verborgenheid en nederigheid

Paulus verbindt deze openbaring niet met hoogmoed, maar met verwondering. Hij noemt zichzelf:

“Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus,” Efeze 3:8 (STV)

Daarmee zet hij de toon.

Wie de verborgenheid verstaat, gaat niet pronken met inzicht. Hij buigt. Want deze waarheid is niet door menselijke scherpzinnigheid ontdekt. Zij is gegeven.

Paulus noemt het Genade.

En dat is precies de sfeer van deze hele bedeling: Genade. God eist niet eerst gerechtigheid onder de Wet om daarna te zegenen. Hij geeft gerechtigheid in Christus. Hij rechtvaardigt de goddeloze die gelooft. Hij bouwt Zijn Gemeente uit mensen die van nature niets kunnen inbrengen.

Daarom schrijft hij:

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;” Efeze 2:8 (STV)

En meteen daarna:

“Niet uit de werken, opdat niemand roeme.” Efeze 2:9 (STV)

 

De verborgenheid past volmaakt bij Genade. Alles is uit God. Alles is in Christus. Alles is door openbaring. Alles sluit menselijke roem uit.

Dat is ook waarom de overwinningsretoriek van veel Kingdom Now-denken geestelijk zo wringt. Zij praat veel over Christus, maar zet ongemerkt de mens weer in het midden: onze decreten, onze autoriteit, onze invloed, onze apostelen, onze strategie, onze generatie die het eindelijk gaat doen.

Paulus spreekt anders.

Genade sluit roem uit.

Ook christelijke roem.

Ook charismatische roem.

Ook apostolische roem.

 

De apologetische spits

Waarom moet dit verdedigd worden?

Omdat de verwarring op dit punt enorme gevolgen heeft.

Wanneer men de verborgenheid wegdrukt, wordt de Gemeente vaak teruggetrokken in het kader van de Wet. Dan wordt Mozes alsnog de leefregel in plaats van Christus. Dan wordt genade vermengd met Sinaï. Dan ontstaat het bekende religieuze mengsel: behouden door genade, maar geheiligd door wet.

Wanneer men Israël vervangt door de kerk, worden Gods verbonden geestelijk omgebogen. Dan wordt de trouw van God aan Israël afhankelijk gemaakt van kerkelijke uitleg. Maar als Gods beloften aan Israël niet betrouwbaar zijn in hun eigen betekenis, waarom zouden Zijn beloften aan de Gemeente dan wel betrouwbaar zijn?

Wanneer men het Koninkrijk nu al als zichtbare christelijke heerschappij op aarde wil vestigen, krijgt men triomfdenken. Dan moet de wereld worden veroverd, gecorrigeerd, gedomineerd of gekerstend. Maar de apostelen bereiden de Gemeente niet voor op aardse heerschappij vóór Christus’ verschijning. Zij roepen haar tot volharding, heiliging, verwachting en getuigenis.

De verborgenheid bewaart ons dus bij de eenvoud van Gods plan.

Christus is verworpen door de wereld, verhoogd in de hemel, en vergadert nu Zijn Gemeente. Straks zal Hij komen. Dan zal wat nu verborgen is in positie, openbaar worden in heerlijkheid.

Paulus schrijft:

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” Kolossenzen 3:4 (STV)

Dat is de toekomst van de Gemeente. Niet zelfverheerlijking nu, maar openbaring met Hem straks.

 

Leven vanuit de verborgenheid

Geen kil verhaal.  Het raakt ons leven als gelovigen.

Als Christus het Hoofd is, hoeft de Gemeente niet te leven vanuit menselijke druk of verwachting.

Als de gelovige in Christus volmaakt gesteld is, hoeft hij niet terug naar een wettische ladder.

Als de Gemeente hemels geroepen is, hoeft zij niet te aarden in wereldgelijkvormige macht.

Als Israël niet vervangen is, hoeven wij Gods trouw niet te verdraaien.

Als de Koning komt, hoeven wij het Koninkrijk niet kunstmatig te bouwen met menselijke middelen.

Als Christus onder ons is, hebben wij geen tweede zegen, aparte geestelijke klasse of moderne apostolische elite nodig om compleet te zijn.

Paulus zegt:

“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;” Kolossenzen 2:10 (STV)

Dat is genoeg.

Niet karig genoeg. Overvloedig genoeg.

De gelovige is niet arm omdat hij niet onder de Wet staat. Hij is rijk omdat hij in Christus is.

De Gemeente is niet zwak omdat zij geen aardse troon bezit. Zij is gezegend omdat zij verbonden is met het Hoofd in de hemel.

 

Dáárom geen Kingdom Now

Als de Gemeente een verborgenheid is, verbonden met de verhoogde Christus in de hemel, dan is haar opdracht niet om het Koninkrijk nu zichtbaar te vestigen als machtsstructuur op aarde.

De Gemeente is niet geroepen om de wereld over te nemen, maar om Christus te belijden, het Evangelie te verkondigen, te volharden, heilig te leven en de Heer te verwachten.

De apostolische vermaningen zijn opvallend nuchter. Paulus zegt niet tegen de gelovigen dat zij steden moeten claimen, cultuurbergen moeten innemen of de aarde onder apostolisch bestuur moeten brengen. Hij schrijft over wandelen waardig de roeping, de oude mens afleggen, de nieuwe mens aandoen, elkaar vergeven, de waarheid spreken, de wapenrusting Gods aandoen, bidden, volharden en uitzien.

“Wandelt waardiglijk der roeping, met welke gij geroepen zijt;” Efeze 4:1 (STV)

Dat is geen passiviteit. Dat is gehoorzaamheid.

Maar het is gehoorzaamheid binnen de roeping die God werkelijk gegeven heeft, niet binnen een verzonnen koninkrijksmandaat.

 

Dáárom geen “Koninkrijk zichtbaar maken”

De formulering klinkt aantrekkelijk, maar zij is vaak veel te geladen. Zij lijkt nederig, maar smokkelt soms een heel leerstellig pakket mee. Want wie moet dat Koninkrijk zichtbaar maken? Met welke middelen? Onder welk gezag? In welke fase van Gods heilsplan? En wat betekent “zichtbaar” dan precies?

Als bedoeld wordt dat christenen goede werken moeten doen, liefde moeten tonen, rechtvaardig moeten wandelen en Christus moeten belijden, dan hebben wij genoeg Bijbelse taal om dat te zeggen.

Noem het gehoorzaamheid.

Noem het vrucht van de Geest.

Noem het goede werken.

Noem het wandelen in het licht.

Noem het getuigenis.

Maar noem het niet achteloos “het Koninkrijk zichtbaar maken” wanneer daarmee de indruk wordt gewekt dat de Gemeente geroepen is om de openbare Koninkrijksheerlijkheid nu al op aarde te realiseren.

Die heerlijkheid is verbonden aan de verschijning van de Koning.

“En de Heere zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de Heere één zijn, en Zijn Naam één.” Zacharia 14:9 (STV)

Dat is geen project van de Gemeente vóór Christus’ komst. Dat is de openbaring van de Koning Zelf.

 

Dáárom geen New Apostolic Reformation

De NAR past niet bij de verborgenheid van Christus en de Gemeente, omdat zij de Gemeente van haar apostolische eenvoud lossloopt.

Zij maakt van de kerk een koninkrijksbeweging.

Zij maakt van dienstbaarheid een heerschappij taal.

Zij maakt van apostolisch fundament een modern bestuursmodel.

Zij maakt van profetie vaak richtinggevende openbaring naast de Schrift.

Zij maakt van verwachting een transformatieprogramma.

Maar de Gemeente heeft geen nieuwe apostelen nodig om haar bestemming te bereiken. Zij heeft het Woord nodig. Zij heeft de bediening van de Geest nodig. Zij heeft herders en leraars nodig die haar bewaren bij Christus. Zij heeft geen geestelijke generaals nodig, maar trouwe dienstknechten.

Paulus waarschuwt:

“Doch ik vrees, dat enigszins, gelijk de slang Eva door haar arglistigheid bedrogen heeft, alzo uw zinnen bedorven worden, om af te wijken van de eenvoudigheid, die in Christus is.” 2 Korinthe 11:3 (STV)

Dat is het punt.

De verborgenheid brengt ons niet in een ingewikkeld systeem van apostolische rangen, profetische sleutels, geestelijke territoria en koninkrijksmandaten. Zij brengt ons bij de eenvoudigheid die in Christus is.

 

Verborgen geweest, nu geopenbaard

De verborgenheid in het Nieuwe Testament is geen vage term voor alles wat wij niet begrijpen. Zij is ook geen mystieke binnenleer voor geestelijke specialisten.

Zij is Gods bekendgemaakte waarheid over Christus, de Gemeente, de tegenwoordige bedeling, de tijdelijke verharding van Israël, de verborgen gestalte van het Koninkrijk en de toekomstige verandering van de gelovigen.

Vooral in Paulus’ brieven schittert deze kern: Jood en heiden worden in Christus tot één lichaam gemaakt. Dat lichaam is de Gemeente. Haar Hoofd is in de hemel. Haar leven is in Christus. Haar roeping is hemels. Haar toekomst is heerlijkheid met Hem.

Dat bewaart voor vervangingstheologie.

Dat bewaart voor wetticisme.

Dat bewaart voor triomfalistische koninkrijksverwarring.

Dat bewaart voor geestelijke elitevorming.

Dat bewaart voor moderne apostolische overheersing.

En bovenal: het verhoogt Christus.

Want de verborgenheid is uiteindelijk niet een leerstuk dat los naast Hem staat. Zij is vol van Hem.

Christus onder u.

Christus het Hoofd.

Christus de Hoop der heerlijkheid.

Christus, in Wie God Zijn raad bekendmaakt.

Wat verborgen was, is nu geopenbaard. En wat nu nog verborgen is in positie, zal straks openbaar worden in heerlijkheid.

Daarom belijdt de Gemeente Christus.

Daarom bewaart zij het Evangelie.

Daarom verwacht zij haar Heere.

En daarom zegt zij nee tegen elke leer die haar hemelse roeping verruilt voor een aardse machtsdroom.

Geen Kingdom Now.

Geen “Koninkrijk zichtbaar maken” als programma.

Geen New Apostolic Reformation.

Wel Christus.

Wel Zijn Woord.

Wel de apostolische leer.

Wel genade.

Wel verwachting.

Wel de zalige hoop:

“Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastelijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!” Openbaring 22:20 (STV)

Zie ook:

verborgenheid – Bijbelse basis

Extern:

Bijbelstudie lezing: Verborgenheid. (Rom.16)

https://christelijknieuws.nl/2026/05/11/wim-grandia-zorg-over-de-invloed-van-de-new-apostolic-reformation-in-kerken-en-gemeenten/

 

 

 

Het tempelvisioen uit Ezechiel 47

De levengevende stroom

Door C.I. Scofield

Ezechiël 47:1-12

De indeling

De bron van de rivier
Ezechiël 47:1-2 — Alle zegen vloeit voort uit het altaar.

De grootte van de rivier
Ezechiël 47:3-5.

De kracht van de rivier
Ezechiël 47:6-12.

Ezechiël 47 beschrijft een wonderlijke rivier die uitgaat van de tempel en leven brengt waar zij komt. Dit gedeelte wordt vaak vergeestelijkt alsof het alleen zou gaan over de verbreiding van het Evangelie. Maar de tekst zelf spreekt concreet over Jeruzalem, de tempel, het land en de zeeën. Tegelijk ligt er een rijke toepassing in op het werk van de Heilige Geest: wandel, gebed, dienst en volheid.

De levengevende stroom
De levengevende stroom

De kern van de les

Misschien is er geen gedeelte uit de profetische Schriften dat meer uit zijn juiste en ware betekenis is getrokken dan dit gedeelte. Door de meeste uitleggers is het opgevat als een symbool van de verbreiding van het Evangelie: een stroom die steeds breder en dieper wordt, totdat uiteindelijk de hele wereld bekeerd is.

Maar tegen deze uitleg zijn drie bezwaren in te brengen.

Ten eerste leert de Schrift niet dat de hele wereld door de prediking van het Evangelie bekeerd zal worden. Zij leert eerder dat deze tegenwoordige eeuw gekenmerkt wordt door het uitroepen van een volk voor Zijn Naam, dat de Gemeente vormt, die Zijn lichaam is.

Ten tweede maken andere Schriftgedeelten duidelijk dat deze rivier een letterlijke rivier zal zijn, die uitgaat van de tempel die in Jeruzalem gebouwd zal worden na het herstel van de Joden. Zie Zacharia 14:8 en Openbaring 22:1.

Ten derde zijn de zeeën waarheen deze rivier zal stromen de Dode Zee en de Middellandse Zee, hoewel vooral de Dode Zee op de voorgrond staat. Zulke geografische aanduidingen zijn te wezenlijk onderdeel van het verhaal om ze terzijde te schuiven vanwege de noodzaak van een fantasierijke uitleg.

Men zal zich herinneren dat in verband met het oordeel over de volken en de terugkeer van de Heere ingrijpende veranderingen worden voorzegd in het gebied rond Jeruzalem:

“En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden.” Zacharia 14:4 (STV)

En:

“Dit ganse land zal rondom als een vlak veld gemaakt worden, van Geba tot Rimmon toe, zuidwaarts van Jeruzalem; en zij zal verhoogd en bewoond worden in haar plaats.” Zacharia 14:10 (STV)

Vreemd eigenlijk dat dit ongeloofwaardig zou lijken voor een generatie die gezien heeft hoe Krakatau door een uitbarsting van binnenuit als het ware tot stof werd weggeblazen, en hoe een heel land verwoest werd door de uitbarsting van de Mont Pelée. Waarom zou een kleine heuvel als de Olijfberg niet in tweeën gespleten kunnen worden? Waarom zou de God Die water uit een rots in de woestijn deed voortkomen, geen rivier uit de berg Moria kunnen doen uitgaan?

Tot zover de uitleg. Maar uitleg en toepassing zijn twee verschillende dingen. De Bergrede moet worden uitgelegd met het oog op het toekomstige Koninkrijk, maar het blijft altijd waar dat de zachtmoedigen gelukkig zijn, en dat de reinen van hart God zullen zien.

Zo kan er ook heel goed een toepassing zijn van Ezechiëls rivier op het werk van de Heilige Geest in deze tijd. Water is immers een beeld van zowel de Geest als het Woord, en Christus gebruikt “stromen des levenden waters” om het werk van de Geest met en na Pinksteren te illustreren.

De enkels spreken van de wandel en doen denken aan “wandelen door de Geest”. De rechtvaardigheid van de wet wordt vervuld in ons, “die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.” Romeinen 8:4 (STV)

En opnieuw:

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” Galaten 5:16 (STV)

De knieën doen denken aan gebed. Wij worden eraan herinnerd dat het bijzonder voorrecht van de christen is om “in den Geest” te bidden. Misschien is er geen grotere nood dan deze: dat wij ophouden te bidden vanuit de sfeer van onze eigen wil of verlangens, en leren onszelf over te geven aan de Geest, opdat Hij door ons bidt.

De lendenen spreken vervolgens van dienst. Geen waarheid voor deze bedeling staat helderder vast dan deze: alle vruchtbare en aanvaardbare dienst moet plaatsvinden in de kracht van de Geest. Zelfs de apostelen van onze Heere — mannen die drie jaar lang onder Zijn persoonlijke onderwijs hadden gestaan en aan wie Hij na Zijn opstanding veertig dagen lang onderwijs had gegeven over de dingen van het Koninkrijk — mochten hun grote zending niet beginnen voordat zij bekleed waren met kracht uit de hoogte. Hoe aanmatigend is het dan als wij denken te kunnen dienen buiten de kracht van de Geest om.

“Wateren om in te zwemmen” spreken van de Goddelijke volheid die voor ons beschikbaar is.

Maar misschien ligt de kern van deze les in die ene uitzondering op de genezende kracht van het water:

“Doch zijn modderige plaatsen en zijn moerassen zullen niet gezond worden; zij zijn tot zout overgegeven.” Ezechiël 47:11 (STV)

De uitleg daarvan is uiteraard letterlijk, maar de toepassing ligt voor de hand. Een modderige plaats en een moeras zijn plekken waar al veel water gekomen is — maar tevergeefs. De modderige plaats heeft het water veranderd in slijk, en het moeras in een onbebouwbare poel: een plaats van bedorven lucht en ziekte.

Dat is een treffend beeld van iemand op wie de overtuigende en dringende werking van de Geest tevergeefs is gekomen.

“Want de aarde, die den regen menigmaal op haar komende, indrinkt, en bekwaam kruid voortbrengt voor degenen, door welke zij ook bebouwd wordt, die ontvangt zegen van God; maar die doornen en distelen draagt, die is verwerpelijk en nabij de vervloeking, welker einde is tot verbranding.” Hebreeën 6:7-8 (STV)

Voorgeschreven geweld in de Koran: teksten niet wegpoetsen

Geweldsteksten in de Koran

Geweld in de islam wordt vaak afgedaan als misbruik of verkeerde interpretatie. Maar wat gebeurt er wanneer de Koran zelf teksten bevat over doden, strijden, onderwerpen en bestraffen? Een  analyse met concrete voorbeelden.

Er is een standaardreactie die uit de kast wordt getrokken zodra je begint over geweld in de islam:

dat heeft niets met de echte islam te maken.

Geweld bineen de islam zou altijd ontsporing zijn. Misbruik. Politiek. Trauma. Armoede. Kolonialisme. Verkeerde interpretatie.

Maar die redenering loopt vast zodra je de Koran zelf openslaat.

Want het ongemakkelijke punt is niet dat sommige moslims gewelddadig zijn. Veel moslims zijn vreedzame mensen, goede buren, collega’s, vaders, moeders, kinderen. Het probleem is funamenteel: wie religieus geweld vanuit de islam wil legitimeren, hoeft niet eerst buiten de Koran te gaan zoeken. Hij kan teksten aanwijzen. Teksten waarin strijd, doden, onderwerpen, vernederen en bestraffen niet als ontsporing verschijnen, maar als opdracht.

Dat is precies waarom dit onderwerp niet weggemoffeld mag worden.

Niet met zachte praat.

Niet met interreligieus begrip.

Niet met de dooddoener dat “alle religies uiteindelijk hetzelfde willen”.

Nee. De teksten spreken voor zich.

En hoe.

geweld in de koran
Geweld in de koran

De olifant in de kamer

 

De vraag is niet of er in de geschiedenis van christenen ook geweld is gepleegd. Natuurlijk is dat gebeurd. Beschamend vaak zelfs.

Maar dan komt de wezenlijke vraag:

kon men dat geweld uit de leer of het voorbeeld van Christus Zelf halen?

Zegt Jezus: onderwerp uw vijanden met het zwaard?

Zegt Jezus: dood wie niet gelooft?

Zegt Jezus: laat ongelovigen zich onderwerpen en betalen?

Zegt Jezus: sla de halzen van uw tegenstanders?

Nee.

Wanneer Petrus naar het zwaard grijpt, grijpt Christus in. Hij zegt dan:

Petrus, berg je zwaard op.

Wanneer Zijn discipelen willen vechten, stopt Hij hen. Wanneer Hij over vijanden spreekt, zegt Hij niet: vernietig hen, maar: heb hen lief.

Dat maakt het verschil niet klein, maar fundamenteel.

In de Koran ligt dat anders. Daar staan teksten die niet slechts beschrijven dat er gevochten werd, maar die bevelend spreken.  In onder meer Soera 9:5, 9:29, 8:39 en 47:4 vinden we voorbeelden van teksten waarin geweld tegen ongelovigen of “mensen van het Boek” wordt gelegitimeerd.

 

“Dood de afgodendienaars waar u hen vindt”

Een van de bekendste teksten is Soera 9:5. Daar staat volgens de Engelse weergave van Quran.com dat wanneer de heilige maanden voorbij zijn, de polytheïsten gedood moeten worden waar men hen vindt; zij moeten gevangengenomen, belegerd en op elke weg opgewacht worden. De tekst zegt vervolgens dat zij vrijgelaten moeten worden als zij berouw tonen, het gebed verrichten en de aalmoesbelasting betalen.

Dat is geen vriendelijke uitnodiging tot een open geloofsgesprek.

Dat is geen oproep tot een verdraagzame samenleving.

Dat is taal van overgave, onderwerping en geweld.

Je kan discussiëren over context, verdragen en historische situatie. Maar wat je niet eerlijk kan doen, is doen alsof hier geen gewelddadige opdracht staat. De werkwoorden zijn niet vaag. Doden. Gevangennemen. Belegering. Opwachten.

Wie deze tekst leest, hoeft niet te raden waarom radicale moslims zich erop beroepen. De tekst geeft hen materiaal in handen.

 

“Strijd tegen de mensen van het Boek”

Nog scherper wordt het bij Soera 9:29, omdat deze tekst niet slechts over afgodendienaars spreekt, maar over mensen “die de Schrift gegeven is”, dus Joden en christenen. De tekst roept op om te strijden tegen hen die niet in Allah en de Laatste Dag geloven, niet verbieden wat Allah en zijn boodschapper verboden hebben, en niet de ware religie volgen, totdat zij de belasting betalen in onderwerping en vernedering.

Hier gaat het niet alleen om militair conflict. Hier gaat het om een religieus-politieke orde waarin Joden en christenen niet vrij naast moslims staan, maar onderworpen worden.

De kern is niet:

“Laat hen met rust.”

De kern is:

“Strijd tegen hen totdat zij betalen en zich onderwerpen.”

Dat is precies waarom de claim “islam is vrede” niet overeind blijft. Niet omdat elke moslim deze tekst vandaag zo toepast. Maar omdat de tekst zelf een onderworpen positie voor niet-moslims legitimeert.

Dat is een nuchtere vaststelling.

 

“Sla de halzen van de ongelovigen”

Soera 47:4 is nog concreter. Daar staat dat wanneer men de ongelovigen in de strijd ontmoet, men hun halzen moet slaan totdat zij grondig onderworpen zijn, waarna gevangenen stevig gebonden worden. Daarna kunnen zij eventueel vrijgelaten of vrijgekocht worden, totdat de oorlog ten einde komt.

Dit is oorlogstaal.

Niet symbolisch.

Niet therapeutisch.

Niet innerlijk of overdrachtelijk  bedoeld.

Het gaat om strijd, halzen, onderwerping, gevangenneming en oorlog.

Wie beweert dat geweld in de islam alleen ontstaat door “verkeerde interpretatie”, moet uitleggen waarom zulke teksten überhaupt in de “heilige bron” staan. De radicale lezer hoeft er geen geweld bij te verzinnen. Hij hoeft alleen maar  letterlijk te lezen.

Dát is het euvel

 

“Dood hen waar u hen aantreft”

Soera 4:89 spreekt over mensen die zouden willen dat de gelovigen ongelovig worden zoals zij. De tekst zegt dat men hen niet als bondgenoten moet nemen tenzij zij emigreren op de weg van Allah. Als zij zich afkeren, moeten zij gegrepen en gedood worden waar men hen aantreft.

Opnieuw: dit is geen neutrale religieuze tekst over verschil van inzicht.

Het gaat niet om:

“Laat ieder in zijn waarde.”

Het gaat niet om:

“Dwing niemand.”

Het gaat om vijandschap, loyaliteit, afkeer, grijpen en doden.

Dit soort radicale teksten heeft een totaal andere toon dan het Evangelie van Christus. In het Nieuwe Testament wordt de vijand niet een doelwit voor religieuze zuivering, maar iemand aan wie genade, waarheid en liefde bewezen moet worden.

 

“Dood hen waar u hen tegenkomt”

Ook Soera 2:191 bevat harde taal. Daar staat dat de ongelovigen gedood moeten worden waar men hen tegenkomt en verdreven uit de plaatsen waaruit zij de moslims verdreven hebben; vervolging wordt daar erger genoemd dan doden. De tekst beperkt ook iets rond de heilige moskee, maar voegt eraan toe dat wanneer zij daar vechten, zij gedood moeten worden; dat wordt de vergelding voor de ongelovigen genoemd.

Wie deze tekst wil verdedigen als puur defensief, zal in elk geval moeten erkennen dat het gebruikte vocabulaire snoeihard is. Het gaat om doden, verdrijven, vergelding en ongelovigen. De vraag is dus niet of er context bestaat. De vraag is of de tekst in zichzelf een religieus raamwerk biedt waarin geweld tegen ongelovigen als geoorloofd en zelfs opgedragen wordt voorgesteld.

Het antwoord daarop is: ja.

 

Kruisiging, amputatie en doodstraf

Soera 5:33 noemt de straf voor hen die oorlog voeren tegen Allah en zijn boodschapper en verderf op aarde verspreiden. De genoemde straffen zijn dood, kruisiging, het afhakken van handen en voeten aan tegenovergestelde zijden, of verbanning uit het land. Daarbovenop wordt gesproken over schande in deze wereld en een grote bestraffing in het hiernamaals.

Ook hier zie je weer het patroon: religieuze tegenstand wordt niet slechts gezien als dwaling, maar als oorlog tegen Allah en zijn boodschapper. En daarop volgen lijfstraffen van een extreme hardheid.

Dat is niet zomaar “oude taal”.

Dat is een juridisch-religieuze geweldsinstructie

Wanneer een religieuze tekst zulke straffen noemt, kan men niet verbaasd doen wanneer latere islamitische rechtstradities daar harde strafsystemen uit ontwikkelen.

 

“Vecht tegen de ongelovigen in uw nabijheid”

Soera 9:123 roept gelovigen op om te vechten tegen de ongelovigen die dichtbij zijn, en hen hardheid of strengheid te laten vinden.

Ook deze tekst is belangrijk, omdat hij het geweld niet beperkt tot een vage vijand ver weg. De ongelovigen “in uw nabijheid” komen in beeld.

Dat maakt het zo explosief.

Wanneer godsdienst niet alleen een persoonlijke overtuiging is, maar ook een opdracht tot strijd tegen nabije ongelovigen, dan wordt samenleven kwetsbaar. Dan is vrede niet vanzelfsprekend. Dan hangt alles af van de vraag of zulke teksten worden geneutraliseerd, geherinterpreteerd of simpelweg niet toegepast.

Maar ze staan er wel.

Dát is een feit.

 

Het bekende uitvluchtwoord: context

Natuurlijk zal onmiddellijk het woord “context” vallen.

Maar context mag geen rookgordijn worden.

Context kan uitleggen tegen wie een tekst oorspronkelijk gericht was. Context kan laten zien in welke situatie een tekst werd uitgesproken. Context kan details verduidelijken.

Maar context kan niet wegtoveren dat er bevelende geweldstaal staat.

Als een tekst zegt:

vecht, dood, grijp, beleger, onderwerp, kruisig, hak af

dan mag je niet doen alsof het eigenlijk alleen maar over innerlijke vrede gaat. Dat is geen uitleg meer. Dat is witkalk.

En precies daar mist men doorgaans de boot in  gesprekken over islam. Men citeert graag teksten die vriendelijk klinken. Maar zodra de harde teksten op tafel komen, dan trekt men de joker:

“dat moet je anders begrijpen”.

Hoe anders dan precies?

En op basis waarvan?

En waarom begrijpen radicale moslims deze teksten dan zo moeiteloos als geweldsteksten?

 

Het hemelsbrede verschil met Christus

Hier komt het grote contrast.

Christus roept Zijn discipelen niet op om ongelovigen te onderwerpen. Hij zendt hen uit om te getuigen. Niet met zwaard, maar met Woord. Niet met dwang, maar met prediking. Niet met jihad, maar met kruisdragen.

De Heere Jezus zegt niet dat Zijn Koninkrijk door geweld wordt opgericht.

Integendeel:

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.”

Als Zijn Koninkrijk van deze wereld was, zouden Zijn dienaren gestreden hebben. Maar dat doen zij niet.

Dat is geen klein verschil in aanpak.

Dat is een andere geest.

Een ander Koninkrijk.

Een andere Heer.

Het kruis van Christus is geen religieuze stormram waarmee vijanden worden neergeslagen. Het is de plaats waar de Zoon van God Zichzelf geeft voor vijanden. Dat is precies waarom het christelijk geloof in zijn kern niet door dwang verspreid mag worden. Zodra het zwaard het Evangelie moet helpen, heeft men het Evangelie al verraden.

 

Waarom dit gezegd moet worden

Veel mensen zijn bang om deze teksten te noemen. Bang om hard te klinken. Bang om “islamofoob” genoemd te worden. Bang voor conflict.

Maar zwijgen helpt niemand.

Het helpt christenen niet, want zij verliezen onderscheidingsvermogen.

Het helpt moslims niet, want zij worden niet eerlijk geconfronteerd met de problematische teksten in hun eigen bron.

Het helpt de samenleving niet, want men bouwt beleid en dialoog op een half verhaal.

En het helpt de waarheid niet, want waarheid wordt ingeruild voor empatische beleefdheid.

Wie werkelijk eerlijk wil spreken, moet durven zeggen: er staan in de Koran teksten die geweld tegen ongelovigen, Joden, christenen, afvalligen of tegenstanders religieus kunnen legitimeren. Dat is geen verzinsel van critici. Dat is zichtbaar in de tekst zelf.

 

De kern

Het probleem is niet, en dat beweeert ook niemand dat iedere moslim gewelddadig zou zijn.

Dat is gewoon niet zo.

Het probleem is dat de islamitische brontekst geweldstaal bevat die door gewelddadige moslims niet willekeurig wordt verzonnen, maar voluit tekstueel kan worden onderbouwd. En gelegitimeerd.

Daar zit de angel.

Niet alle moslims passen deze teksten toe.

Maar wie ze wél toepast, kan zich erop beroepen.

En dat maakt het probleem ernstig.

 

Een eerlijk gesprek over islam begint niet met slogans, maar met teksten.

Niet met “religie van vrede”.

Niet met “alle godsdiensten zijn hetzelfde”.

Niet met de aanname

“dat staat er eigenlijk niet”.

Maar met lezen.

Gewoon lezen.

Soera 9:5. Soera 9:29. Soera 47:4. Soera 4:89. Soera 5:33. Soera 9:123.

 

De vraag is niet of deze teksten opbouwend zijn. Dat zijn ze niet.

De vraag is ook niet of moderne moslims allemaal zo leven. Dat doen ze niet.

De vraag is: staan deze teksten er, en bieden zij religieuze grond voor geweld en onderwerping?

Ja.

En wie dat blijft ontkennen, preekt geen vrede, maar sluit zijn ogen voor de bron.

Zie ook:

Het islamitisch dilemma ontmaskerd: Waarom de Koran je terugstuurt naar de Bijbel – Bijbelse basis

De islam bezwijkt onder haar eigen claims – Bijbelse basis

Jezus en mohammed in één adem noemen? – Bijbelse basis

 

 

Zijn er vandaag nog profeten? Het Bijbelse antwoord

Zijn er vandaag nog profeten?

Zijn er vandaag nog profeten in Bijbelse zin? Dit blog laat vanuit Oude en Nieuwe Testament zien waarom moderne profetieclaims kritisch getoetst moeten worden aan de Schrift.

Over weinig onderwerpen wordt in sommige christelijke kringen zo snel en zo makkelijk gesproken als over profetie. Wie een indruk deelt, een persoonlijk woord uitspreekt of zegt: God liet mij zien, krijgt al gauw het etiket profetisch opgeplakt. Maar de vraag is niet hoe populair dat taalgebruik is. De vraag is veel scherper: zijn er vandaag nog profeten in de Bijbelse zin van het woord?

Dat is geen academische vraag. Het gaat hier om de vraag of iemand namens God spreekt. En zodra een mens dat claimt, is het niet meer vrijblijvend,maar ligt er een zware claim. Want als God spreekt, dan spreekt Hij waarheid. Dan spreekt Hij met gezag. Dan spreekt Hij niet aarzelend, half raak of voor meerdere uitleg vatbaar. Dan spreekt Hij als God.

Juist daarom is zoveel modern jargon zo gevaarlijk. Het klinkt geestelijk, maar maakt Gods spreken vaak kneedbaar, feilbaar, vloeibaar en subjectief. En dat is niet zomaar een randzaak. Dat raakt het hart van de vraag hoe de gemeente van Jezus Christus leeft: uit Gods Woord, óf uit menselijke ingevingen in geestelijke verpakking.

 

Wat is een profeet volgens de Bijbel?

Een profeet is in de Bijbel geen religieuze sfeermaker, geen spirituele trendwatcher en geen christelijke voorspeller met een redelijk hoog slagingspercentage. Een profeet is een door God geroepen en gezonden boodschapper, die Gods woorden spreekt.

De HEERE zegt:

“Ik zal Mijn woorden in zijn mond geven, en hij zal tot hen spreken alles, wat Ik hem gebieden zal” (Deuteronomium 18:18) (STV).

Daar hebben we de kern. Een profeet spreekt niet uit zichzelf. Hij spreekt niet uit zijn hart, niet uit zijn intuïtie en niet uit zijn religieuze gevoeligheid. Hij spreekt wat God hem opdraagt te spreken. Daarom draagt Bijbelse profetie goddelijk gezag.

Dat verklaart ook gelijk waarom de Schrift zo scherp spreekt over valse profeten. Jeremia 23 zegt:

“Ik heb die profeten niet gezonden, nochtans hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, nochtans hebben zij geprofeteerd” (Jeremia 23:21) (STV).

Dat is ontmaskerend. Iemand kan heel druk bezig zijn, vroom klinken, overtuigend overkomen en tóch niet door God gezonden zijn. De Bijbel kent dus wel degelijk religieuze sprekers die de taal van God gebruiken zónder een woord van God te hebben.

 

De profeet in het Oude Testament

In het Oude Testament staat de profeet vaak als spreekbuis van God tegenover Israël, Juda, koningen, priesters en soms ook tegenover de volken. Hij roept op tot bekering, ontmaskert zonde, kondigt oordeel aan, wijst op Gods trouw en spreekt over toekomende gebeurtenissen. Maar in alles blijft de kern dezelfde: hij spreekt namens God.

Juist daarom is de maatstaf ook zo hoog. De Schrift zegt:

“Doch de profeet, die stoutelijk in Mijn Naam zal spreken een woord, dat Ik hem niet geboden heb te spreken, of die spreken zal in den naam van andere goden, dezelve profeet zal sterven” (Deuteronomium 18:20) (STV).

En dan volgt de bekende toetssteen:

“Wanneer die profeet in den Naam des HEEREN zal hebben gesproken, en dat woord geschiedt niet, en komt niet, dat is het woord niet, dat de HEERE gesproken heeft” (Deuteronomium 18:22) (STV).

Daarmee is de zaak in feite al beslist. Een ware profeet van God zit niet “meestal goed”. Hij spreekt waarheid, omdat God waarheid spreekt. In het Oude Testament bestaat geen veilige categorie van profeten die vaak missen, en toch nog als ware profeten gezien moeten worden.

Dat is een frontale aanrijding met veel moderne ‘profetiepraktijk’. Tegenwoordig kan iemand herhaaldelijk iets “profeteren” dat niet uitkomt, om daarna gewoon verder te gaan alsof er niets is gebeurd. Men haast zich dan te zeggen dat ‘mensen feilbaar zijn’, dat ‘niemand volmaakt’ is, dat ‘het woord verkeerd ontvangen’ of ‘verkeerd uitgelegd’ was. Maar de Schrift is op dit punt veel duidelijker dan de moderne praktijk:

.Een woord dat niet uitkomt, is niet door de HEERE gesproken.

 

Niet alleen voorzeggend, ook leerstellig toetsbaar

De Bijbelse toets gaat nog verder. Niet alleen de vraag of een profetie uitkomt is beslissend. Ook de vraag waartoe iemands spreken leidt, is doorslaggevend. Deuteronomium 13 maakt duidelijk dat zelfs een teken of wonder iemand nog niet tot ware profeet maakt, wanneer zijn boodschap mensen van de HEERE afleidt.

Met andere woorden: ware profetie is niet alleen feitelijk waar, maar ook leerstellig trouw. Een profeet bevestigt Gods eerder geopenbaarde waarheid. Hij staat daar niet boven, hij werkt daar niet tegenin en hij vervangt die niet door ‘nieuwe geestelijke vondsten’.

Jeremia zegt :

“Maar zo zij in Mijn raad hadden gestaan, zo zouden zij Mijn volk Mijn woorden hebben doen horen, en zouden hen afgekeerd hebben van hun bozen weg, en van de boosheid hunner handelingen” (Jeremia 23:22) (STV).

Dát is het morele kenmerk van ware profetie. Deze  vleit niet. Sust niet. Laat mensen niet lekker gaarkoken in hun beleving. Maar brengt Gods woorden en roept terug naar God.

 

De profeet in het Nieuwe Testament

Ook in het Nieuwe Testament blijft de kern gelijk: de profeet spreekt uit God en niet uit zichzelf. Maar de plaats van profeten staat nu in het licht van Christus, Zijn volbrachte werk en de vorming van de gemeente.

Paulus schrijft dat de gemeente is:

“Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen” (Efeziërs 2:20) (STV).

Dat is een sleuteltekst. Apostelen en profeten horen bij het fundament van de gemeente. En een fundament leg je niet steeds opnieuw. Een fundament is eenmalig, dragend en onherhaalbaar.

In Efeziërs 3:5 zegt Paulus ook dat de verborgenheid van Christus

“nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest” (STV).

Dat wijst op een bijzondere, funderende fase van openbaring in het begin van de nieuwtestamentische gemeente.

In Handelingen zie je dat nieuwtestamentische profeten inderdaad concrete openbaring ontvingen. Van Agabus staat dat hij

“gaf te kennen door den Geest, dat er een grote hongersnood zou wezen over de gehele wereld” (Handelingen 11:28) (STV).

later zegt hij:

“Dit zegt de Heilige Geest” (Handelingen 21:11) (STV).

Ook hier gaat het dus niet om losse indrukken, maar om spreken met een direct beroep op God.

 

Profetie in de gemeente moet getoetst worden

Tegelijk laat het Nieuwe Testament zien dat profetisch spreken in de gemeente ook onderscheiden en beoordeeld moet worden. Paulus schrijft:

“En dat twee of drie profeten spreken, en dat de anderen oordelen” (1 Korinthe 14:29) (STV).

Dat betekent niet dat profetie onzeker of halfgezaghebbend zou zijn. Het betekent dat de gemeente niet geroepen is tot goedgelovigheid, maar tot geestelijk onderscheid. Profetie schuwt toetsing niet.

Paulus voegt nog toe:

“De geesten der profeten zijn den profeten onderworpen. Want God is niet een God van verwarring, maar van vrede” (1 Korinthe 14:32-33) (STV).

Daarmee wordt veel moderne chaos en grootspraak meteen ontmaskerd. Waar men zich beroept op de Geest om wanorde, hysterie, druk of onaantastbaarheid te rechtvaardigen, botst dat frontaal met 1 Korinthe 14. God is niet een God van verwarring. Ware profetie is niet manipulatief, niet oncontroleerbaar en niet chaotisch.

 

Zijn er vandaag nog profeten in Bijbelse zin?

Daarmee komen we bij de kernvraag van dit blog.

Als hiermee bedoeld wordt: mensen die vandaag rechtstreeks door God geïnspireerde, onfeilbare openbaring ontvangen en spreken met hetzelfde soort gezag als de profeten in de Schrift, dan is het Bijbelse antwoord naar mijn stellige overtuiging: nee.

De reden is eenvoudig en zwaarwegend. De gemeente is gebouwd op het fundament van apostelen en profeten. Dat fundament is gelegd. Bovendien schrijft Judas dat wij moeten strijden

“voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is” (Judas:3) (STV).

Dat geloof wordt niet voorgesteld als een voortdurende stroom van nieuwe openbaringen, maar als een eenmaal overgeleverd geheel van waarheid dat bewaard moet worden.

Dat is beslissend. De gemeente moet niet voortdurend op zoek naar nieuwe indrukken of woorden van God, maar leren leven uit het Woord dat God reeds gegeven heeft.

Wie vandaag dus zegt: God sprak tot mij en dat bedoelt als nieuw, gezaghebbend, bindend spreken van God voor de gemeente, begeeft zich op glad ijs waar het Nieuwe Testament geen veilige ruimte laat.

 

Wat dan met moderne profetieclaims?

Hier wordt het schrijnend. Moderne profetieclaims willen vaak wel de uitstraling van goddelijk gezag, maar niet de toetsing van goddelijk gezag.

Men zegt: De Heere liet mij zien.
Maar als het niet uitkomt, heet het ineens: niemand is volmaakt.
Men zegt: dit is een woord van God.
Maar als het inhoudelijk scheef blijkt, heet het ineens: je moet het niet zo zwaar maken.
Men zegt: raak de gezalfde des Heeren niet aan.

Terwijl de Schrift zegt:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede” (1 Thessalonicenzen 5:21) (STV).

Dat is precies de dubbelzinnigheid die zo link is. Men gebruikt taal die past bij goddelijke openbaring, maar zodra toetsing volgt, trekt men zich terug in menselijke feilbaarheid. Zo wordt het heilige spreken van God misbruikt en tegelijk afgezwakt.

Deuteronomium 18 laat daar niets van heel. Een woord dat niet uitkomt, is niet door de HEERE gesproken. Niet bijna waar. Niet verkeerd toegepast. Niet menselijk gebrekkig doorgegeven. Niet door de HEERE gesproken.

 

Is er dan helemaal niets profetisch vandaag?

Jawel, maar hier moet het onderscheid messcherp blijven.

Er kunnen vandaag zeker predikers, leraren of gelovigen zijn die scherp, ontdekkend, actueel en schriftgetrouw spreken. Hun bediening kan diepe indruk maken, zonde ontmaskeren, troosten, waarschuwen en de vinger leggen bij de tijdgeest. In die afgeleide zin noemen sommigen dat “profetisch”.

Maar dat is ten anderen maal iets anders dan het Bijbelse profetenambt.

Daar gaat het niet om ‘nieuwe openbaring’, maar om sterke , duidelijke toepassing van reeds gegeven openbaring. Niet: God gaf mij een nieuw woord. Wel: Gods Woord spreekt helder en indringend over deze situatie.

Dat verschil is allesbepalend. Zodra dat verschil vervaagt, wordt de gemeente van Jezus Christus vatbaar gemaakt voor subjectivisme, willekeur en geestelijke misleiding.

 

Hoe herken je een valse profeet?

De Schrift laat ook hierover geen mist hangen. Een valse profeet is iemand die spreekt zonder werkelijk door God gezonden te zijn. Hij spreekt uit eigen hart. Zijn woorden blijken niet betrouwbaar. Hij wijkt af van Gods geopenbaarde waarheid. Hij schuift zichzelf naar voren. Hij duldt geen toetsing. Hij veroorzaakt verwarring in plaats van vrede.

Johannes waarschuwt daarom:

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld” (1 Johannes 4:1) (STV).

Dát is nog steeds de roeping van de gemeente. Niet alles bewonderen. Niet alles klakkeloos aannemen. Niet achter elk religieus geluid aanlopen. Maar toetsen.

 

De gemeente heeft geen nieuwe profeten nodig

De kern van het probleem ligt uiteindelijk hier: veel christenen leven alsof de Schrift op zichzelf niet genoeg is. Alsof er steeds weer verse hemelse input nodig is om echt geestelijk te kunnen leven. Alsof de gemeente geen bestaansrecht heeft zonder nieuwe profeten, nieuwe woorden, nieuwe openbaringen en nieuwe indrukken.

Dat is niet de weg van het Nieuwe Testament

De gemeente van Christus heeft geen tekort aan openbaring. Er is tekort aan gehoorzaamheid aan de openbaring die al gegeven is. De oplossing is daarom niet: meer moderne profeten. De oplossing is: meer eerbied voor het geschreven Woord van God.

De vraag is niet of wij nieuwe stemmen kunnen vinden. De vraag is of wij willen buigen voor het spreken van God in de Schrift.

 

Dus: zijn er vandaag nog profeten?

Niet in de Bijbelse zin van het woord

Er zijn vandaag geen nieuwe Jesaja’s, Jeremia’s of Agabussen die met goddelijk gezag aanvullende openbaring aan de gemeente geven. Het fundament is gelegd. Het geloof is eenmaal overgeleverd. De Schrift is gegeven. De norm ligt vast.

Wat er wel kan zijn, zijn predikers en gelovigen die op indringende en Bijbelgetrouwe wijze spreken. Maar dat is geen vrijbrief om hen “profeet” te noemen in de zware, Bijbelse betekenis van dat woord, met de dikwijls impliciete gezagsclaims de er aan vast zitten.

De juiste weg is nog steeds de oudste weg: terug naar de Schrift. Als een Bereër. Niet leven van ‘nieuwe woorden’, maar van het Woord van God. Niet achter moderne profeten aanlopen, maar luisteren naar en buigen voor wat de Geest reeds heeft gesproken in de Schrift.

Waar de gemeente de genoegzaamheid van de Bijbel loslaat, wordt zij prooi van menselijke willekeur  Maar waar zij zich weer buigt onder Gods Woord is er vaste grond.

De moderne honger naar profeten klinkt vaak geestelijk, maar is in werkelijkheid vaak een symptoom van onvrede met de eenvoud en genoegzaamheid van de Schrift. Men wil meer. Directer. Spannender. Persoonlijker. Spectaculairder.

Maar juist daar gaat het mis.

Wie leert leven van nieuwe woorden, verliest al snel de vaste grond van het Woord. En wie het geschreven Woord van God minder genoegzaam gaat vinden, maakt zichzelf klaar voor misleiding.

Daarom is de meest nuchtere en Bijbelse conclusie ook de scherpste: de gemeente van Jezus  Christus heeft vandaag niet meer profeten nodig, maar meer trouw aan de Schrift.

zie ook:

Profeten zonder toetsing 

Hedendaagse profeten zonder verantwoording 

Apostelen vandaag? 

De charismatische implosie: wat ging er mis, en wat nu 

 

De charismatische misleiding: wanneer ervaring Christus verdringt

De charismatische misleiding ontmaskerd: kracht, ervaring en een ander evangelie

Er zijn zaken die christelijk klinken,, maar geestelijk helemaal verkeerd uitwerken.

Woorden als zalving, doorbraak, impartatie, bevrijding, profetie en kracht klinken voor veel gelovigen aantrekkelijk. Het lijkt vurig. Het lijkt levend. Het lijkt geestelijk. Maar daar moet de vraag gesteld worden: staat Christus nog centraal?

Want daar wordt de charismatische misleiding zichtbaar. Meestal niet in grove dwaalleer. Of in openlijke ontkenning van de Schrift. Maar in een verschuiving. Een subtiele, vrome, emotioneel geladen verschuiving van Christus naar ervaring.

En zodra dat gebeurt, is het geestelijk gevaar groot.

Het klinkt christelijk, maar het centrum is verschoven

De grootste misleiding is niet dat men openlijk tegen de Bijbel ingaat.

De grootste misleiding is dat men Bijbelse woorden blijft gebruiken, terwijl de aandacht intussen ergens anders ligt. Er wordt nog wel over Jezus gesproken. Er wordt nog wel gebeden. Er wordt nog wel uit de Bijbel geciteerd. Maar de werkelijke nadruk ligt op wat jij voelt, wat jij ervaart, wat jij ontvangt, wat jij doorbreekt en wat jij activeert.

Daarmee verschuift het centrum van het geloof.

Niet Christus, maar beleving komt centraal te staan.
Niet heiliging, maar sensatie.
Niet geestelijke vrucht, maar uiterlijke manifestatie.

Dat is het wezen van de charismatische misleiding.

De toetssteen is eenvoudig

De Schrift geeft een glasheldere maatstaf. Paulus zegt:

“Want wij prediken niet onszelven, maar Christus Jezus, den Heere” (2 Korinthe 4:5) (STV).

Dat maakt veel zichtbaar.

Waar mensen op de voorgrond treden, waar sprekers bijna onaantastbaar worden, waar conferenties draaien om bepaalde “bedieningen”, waar men afhankelijk wordt van een sfeer, een podium of een zogenaamd gezalfd kanaal, daar is Christus niet meer het middelpunt.

Bijbelvaste prediking zet niet de prediker in het licht, maar de Heere Jezus Christus.

Bijbelse bediening bindt mensen niet aan een mens, een beweging of een conferentie, maar aan de Zoon van God.

Gods wil is niet jouw doorbraak, maar jouw heiligmaking

Veel moderne prediking wekt de indruk dat Gods wil vooral bestaat uit herstel, bevrijding, genezing, richting en overwinning op je omstandigheden.

De Schrift zegt:

“Want dit is de wil van God, uw heiligmaking” (1 Thessalonicenzen 4:3) (STV).

Dat is confronterend.

Er staat niet: uw succes.
Er staat niet: uw genezing.
Er staat niet: uw bevrijding.
Er staat niet: uw doorbraak.

Er staat: uw heiligmaking

Dat betekent dat God erop uit is om ons gelijkvormig te maken aan Christus. Niet om ons vlees tevreden te stellen, maar om ons te vormen. Niet om ons leven comfortabel te maken, maar om ons heilig te maken.

Juist daarom botst de charismatische nadruk zo frontaal met het Nieuwe Testament. Waar de Schrift spreekt over volharding, lijden, snoeien, sterven aan jezelf en vrucht dragen, belooft de ‘moderne geestelijkheid’ vaak succes, versnelling, activatie en onmiddellijke ommekeer.

Vrucht is Bijbels, spektakel is verleidelijk

De Heere Jezus zegt:

“Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn” (Johannes 15:8) (STV).

Dat is veelzeggend.

Niet: hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel krachtvertoon laat zien.
Niet: dat gij veel manifestaties hebt.
Niet: dat gij indrukwekkende ervaringen kunt navertellen.

Maar: dat gij veel vrucht draagt.

Vrucht wijst op karakter.
Vrucht wijst op heiligmaking.
Vrucht wijst op innerlijke verandering.
Vrucht wijst op Christusgelijkvormigheid.

Dat is precies wat in veel charismatische kringen naar de achtergrond verdwijnt. Men raakt gefascineerd door het zichtbare, het voelbare, het opwindende. Maar het Nieuwe Testament legt het accent op het heilige, het ware en het blijvende.

Ervaring is geen betrouwbare gids

Veel mensen redeneren vanuit ervaring.

Ze voelen iets sterks in een samenkomst. Ze zien iemand huilen. Ze horen een indrukwekkend getuigenis. Ze ervaren kippenvel, emotie of ontroering. En dan trekken ze de conclusie: God moet hier wel bijzonder werken.

Maar ervaring bewijst niets op zichzelf.

Emotie is geen waarheid.
Intensiteit is geen toetssteen.
Sfeer is geen bewijs van Gods goedkeuring.

Juist hier gaat de charismatische misleiding diep. Want zodra ervaring de maatstaf wordt, raakt de Schrift op de achtergrond. Dan wordt niet langer alles getoetst aan Gods Woord, maar wordt het Woord stilaan ondergeschikt gemaakt aan wat men beleeft.

Dat is levensgevaarlijk.

Het gevaarlijke woord: meer

Een van de meest onthullende woorden in charismatische kringen is het woord “meer”.

Er moet meer zijn.
Meer van de Geest.
Meer kracht.
Meer zalving.
Meer wonderen.
Meer bovennatuurlijke ervaring.

Maar die honger naar “meer” klinkt vromer dan hij vaak is.

Want wat zegt dat eigenlijk? Het zegt vaak dat Christus alleen kennelijk niet meer genoeg is. Dat de eenvoud van het geloof niet meer bevredigt. Dat het gewone leven met de Heere te klein aanvoelt. Dat men iets extra’s zoekt om zich geestelijk levend te voelen.

En precies dáár begint veel misleiding.

De gelovige gaat niet meer rusten in de volheid van Christus, maar raakt op zoek naar een extra dimensie. Een ervaring. Een impartatie. Een aanraking. Een nieuwe golf.

Maar de Schrift wijst niet naar een extra ervaring buiten Christus. De Schrift wijst naar Christus Zelf als de volheid.

Genezing en bevrijding staan niet centraal in het Evangelie

Een ander kenmerk van de charismatische misleiding is de voortdurende nadruk op lichamelijke genezing en bevrijding van demonische invloed.

Natuurlijk kán God genezen. Natuurlijk mag een gelovige bidden om herstel. Natuurlijk is God machtig. Maar dat is nog iets anders dan van genezing en bevrijding de kern van christelijke bediening maken.

Daár gaat het mis.

De indruk wordt gewekt dat een gelovige eigenlijk niet in vrijheid leeft als hij nog worstelt. Dat ziekte een afwijking is van wat normaal zou moeten zijn. Dat blokkades onmiddellijk gebroken moeten worden. Dat achter allerlei problemen demonen schuilgaan.

Maar de Schrift leert ons een veel diepere werkelijkheid.

Gelovigen lijden.
Heiligen worden verdrukt.
Kinderen van God worden gesnoeid.
Paulus had een doorn in het vlees.
Niet iedere ziekte verdwijnt.
Niet iedere nood wordt direct weggenomen.

Gods antwoord is niet altijd onmiddellijke uitredding. Soms is Zijn antwoord Genade om te dragen, te volharden en in zwakheid Zijn kracht te leren kennen.

Het vlees houdt van snelle oplossingen

De aantrekkingskracht van charismatische conferenties en bedieningen is vaak eenvoudig te verklaren: het vlees houdt van snelle oplossingen.

Een handoplegging.
Een profetisch woord.
Een doorbraakmoment.
Een activering.
Een impartatie.
Een bevrijdingssessie.

Dat spreekt het vlees aan, omdat het direct resultaat belooft. Maar Gods weg is vaak anders. God werkt doorgaans dieper, langzamer en pijnlijker dan het vlees graag wil.

Hij snoeit.
Hij oefent.
Hij tuchtigt.
Hij breekt af.
Hij leert afhankelijkheid.
Hij vormt Christus in de gelovige.

Dat proces is niet spectaculair, maar wel heilig.

Handoplegging als geestelijk systeem

Ook de moderne praktijk van handoplegging moet kritisch getoetst worden.

In veel kringen is handoplegging bijna een mechanisme geworden. Men legt handen op om kracht over te dragen, zalving door te geven, vuur vrij te zetten, een bediening te activeren of iemand geestelijk te openen voor een nieuwe fase.

Maar dat denken schuift de gelovige richting afhankelijkheid van mensen.

Dan moet een ander jou geven wat jij blijkbaar nog mist. Dan ligt de sleutel niet meer rechtstreeks in Christus, maar in een mens met een bijzondere bediening. Dan raakt de gelovige gericht op de kanaalfiguur in plaats van op de Fontein Zelf.

Dat is niet onschuldig. Dat is geestelijk ontregelend.

Het echte probleem is niet een leerpunt, maar een ander zwaartepunt

Het gaat uiteindelijk niet alleen over tongentaal. Niet alleen over profetie. Niet alleen over vrouwen op het podium. Niet alleen over conferenties of manifestaties.

Het gaat om iets fundamentelers.

Is Christus genoeg?

Is Hij genoeg zonder extatische ervaring?
Is Hij genoeg zonder wonderverhaal?
Is Hij genoeg wanneer ziekte blijft?
Is Hij genoeg wanneer gebed anders verhoord wordt dan gehoopt?
Is Hij genoeg in gewone gehoorzaamheid, stille volharding en een leven dat voor het oog weinig spectaculair is?

Het ware geloof zegt: ja.

Maar de charismatische misleiding fluistert: nee, er is nog iets extra’s nodig.

En juist dat maakt deze stroming zo schadelijk. Zij maakt onrustig. Zij kweekt geestelijke ontevredenheid. Zij drijft mensen op zoek naar iets dat God niet als centrum heeft gegeven.

Waar Christus naar de rand gaat, krijgt het vlees de ruimte

Wanneer ervaring centraal komt, krijgt het vlees ruimte.

Dan wordt gevoel de norm.
Dan wordt zichtbare impact belangrijker dan waarheid.
Dan wordt sfeer belangrijker dan Schrift.
Dan wordt beleving belangrijker dan gehoorzaamheid.

En dan volgt bijna vanzelf vervlakking.

Want als het centrum verschuift, schuift uiteindelijk alles op. Dan komt er ruimte voor grote woorden, geestelijke trots, opgeblazen claims, vage profetie, oncontroleerbare verhalen, ongezonde machtsverhoudingen en emotionele manipulatie.

Juist daarom is dit onderwerp niet zomaar een detail.. Het gaat niet om een stijlverschil. Het gaat niet om een smaakverschil binnen evangelisch Nederland. Het gaat om de vraag of de gemeente bewaard blijft bij de eenvoud die in Christus is.

Echte geestelijkheid is integer, schept niet op en heeft geen grote bek

De moderne mens zoekt het grote, het zichtbare en het indrukwekkende.

Maar Gods werk is vaak anders.

Ware geestelijkheid is vaak stil.
Verborgen.
Nederig.
Schriftgebonden.
Kruisvormig.
Volhardend.

Niet de luidste stem is het geestelijkst.
Niet de grootste claims bewijzen het meeste.
Niet de meest intense sfeer is het zuiverst.

Echte geestelijkheid herken je aan liefde tot Christus, onderwerping aan de Schrift, haat tegen zonde, groei in heiligmaking, nederigheid en geestelijke vrucht.

Dat trekt veel minder de aandacht dan religieus spektakel.

Maar het is wel het werk van God.

De gemeente heeft geen nieuwe hype nodig

De kerk heeft geen nieuwe golf nodig.
Geen nieuwe activatie.
Geen nieuw vuur.
Geen nieuwe impartatie.
Geen nieuwe conferentiecultuur.

De kerk heeft Christus nodig.

Christus gepredikt.
Christus geloofd.
Christus gehoorzaamd.
Christus verheerlijkt.

Als dat Centrum bewaakt wordt, valt veel moderne opwinding vanzelf door de mand.

De charismatische misleiding is ernstig, juist omdat hij zich vaak aandient in een christelijke verpakking. Hij gebruikt Bijbelse taal, religieuze emotie en geestelijke ambitie, maar verschuift intussen de aandacht van Christus naar ervaring.

En waar dat gebeurt, raakt de gelovige verstrikt.

Niet iedereen die hierin meegaat, is bewust misleidend. Niet iedereen handelt uit verkeerde motieven. Maar dat maakt het gevaar niet kleiner. Juist goedbedoelende gelovigen kunnen diep verward raken wanneer zij leren leven van ervaringen in plaats van van Christus.

Daarom moet de gemeente terug naar het centrum.

Niet wij, maar Christus.
Niet krachtvertoon, maar vrucht.
Niet sensatie, maar heiliging.
Niet menselijke bediening, maar het Woord van God.
Niet zoeken naar meer, maar rusten in Hem.

“Want wij prediken niet onszelven, maar Christus Jezus, den Heere” (2 Korinthe 4:5) (STV).

zie ook:

Opgeblazen charismatische bedieningen: een Bijbels getoetste analyse – Bijbelse basis

Charismatische verwarring – wanneer vuur rook wordt – Bijbelse basis

Een andere Jezus: Paulus waarschuwt in 2 Korinthe 11 – Bijbelse basis

Tongentaal of misleiding? De Bijbel spreekt – Bijbelse basis

Klanktaal als “full-color geloof”? – Bijbelse basis

Hoe het christendom wordt uitgehold door de cultus van beleving – Bijbelse basis

Wanneer ‘zalving’ gezag wordt – Bijbelse basis

Waarom een messiasverwachting niets bewijst: de Mahdi, de Maitreya, de Messias en de grote vergissing

De messias die nooit komt

Waarom een messiasverwachting op zichzelf niets bewijst

Veel mensen denken dat een religie geloofwaardiger wordt wanneer zij een messiasverwachting heeft. Het klinkt immers indrukwekkend: een volk of religie leeft in verwachting van een komende verlosser die recht zal brengen en de wereld zal herstellen.

Maar wie iets dieper kijkt, ontdekt een ongemakkelijke waarheid:

Een messiasverwachting is helemaal niet uniek

Sterker nog: bijna elke grote religie kent een vorm van zo’n verwachting.

Dat betekent dat de verwachting zelf nog niets bewijst.

De islam verwacht ook een redder

Binnen de islam leeft een sterke verwachting van een eindtijdfiguur: de Mahdi.

Volgens veel islamitische tradities zal deze leider verschijnen vlak voor het einde van de wereld. Hij zal:

  • de islam wereldwijd laten zegevieren
  • recht en orde herstellen
  • oorlog voeren tegen vijanden van de islam
  • samen optreden met Isa (Jezus) die volgens de islam zal terugkeren

Voor miljoenen moslims is deze verwachting zeer serieus.

Maar het bestaan van die verwachting maakt de Mahdi nog geen realiteit

Als dat wel zo was, zou elke religie met een eindtijdverlosser automatisch gelijk hebben.

Dat is uiteraard onmogelijk.

De mens verlangt altijd naar een redder

De geschiedenis laat zien dat de mensheid voortdurend redders verwacht.

Het is een religieus patroon:

  • het jodendom verwacht de Messias
  • de islam verwacht de Mahdi
  • het boeddhisme verwacht Maitreya
  • sommige hindoeïstische tradities verwachten Kalki

Waarom?

Omdat de wereld zichtbaar gebroken is.

Mensen voelen intuïtief dat er iemand moet komen die alles rechtzet.

Maar een verlangen naar een redder is nog geen bewijs dat men de juiste Redder kent.

De Bijbel zegt iets totaal anders

Hier komt het radicale verschil.

De Bijbel zegt niet:

er komt ooit een redder.

maar zegt:

de Redder is al gekomen. Geloof dat.

Het evangelie verkondigt dat de Messias niet een toekomstig politiek figuur is, maar een historische Persoon: Jezus Christus.

“Maar wanneer de volheid van de tijd gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.”
(Galaten 4:4, STV)

De Messias is niet een droom van religieuze verwachting.

Hij verscheen in de geschiedenis.

Hij leefde.

Hij stierf.

Hij stond op uit de dood.

Het probleem van een messias zonder Jezus

Een religie die een messias verwacht maar Jezus verwerpt, staat uiteindelijk met lege handen.

Want de Bijbel maakt duidelijk dat de vraag naar de Messias uiteindelijk neerkomt op één beslissende vraag:

Wat doet men met Jezus Christus?

“Wie is de leugenaar, dan die loochent dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.”
(1 Johannes 2:22, STV)

Dat is confronterend.

Maar het maakt het onderscheid helder.

Een messiasverwachting kan nog alle kanten op.

Maar het evangelie wijst naar één Persoon.

Waarom een messiasverwachting zelfs gevaarlijk kan zijn

Ironisch genoeg kan een sterke messiasverwachting mensen juist vatbaar maken voor misleiding.

De Bijbel waarschuwt hier expliciet voor.

“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (zo het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.”
(Matthéüs 24:24, STV)

Wie alleen wacht op een toekomstige redder, kan zo maar  de verkeerde omarmen.

Geschiedenis en religie zitten vol voorbeelden daarvan.

Het Evangelie

De Bijbel draait daarom niet om een religieuze verwachting.

Het draait om een historische realiteit.

Jezus Christus is de beloofde

“Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is.
En de zaligheid is in geen Ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:11–12, STV)

Dáár ligt het beslissende punt.

Niet in de vraag of men een verlosser verwacht.

Maar in de vraag:

Kent men de Verlosser die al gekomen is?

Een messiasverwachting bewijst helemaal niets.

De islam heeft er één.
Het Jodendom heeft er één.
Andere religies hebben er ook één.

Maar alleen het Evangelie zegt:

De Messias is al gekomen.

Zijn Naam is Jezus Christus.

En wie Hem verwerpt terwijl hij een andere redder verwacht, zal bedrogen uitkomen.

 

De sekte van Wim Griffioen, alwéér een episode over deze klote sekte

Totaal -maar gecontroleerd- losgeslagen in naam van de Heer

Wim Griffioen, de dorre en on-goddelijke ex-accountant die ‘voor zichzelf’ begon, en vrouwen en meisjes overheerst

En dan krijg je ineens een appje van een oom, die meldt dat er weer een aflevering met als onderwerp de sekte online staat.

Het kijken was voor mij schokkend. Ik zag gezichten terug van mensen waar ik meer dan 35 jaar geleden vrij intensief mee omging. De gezichten zijn daarom zo bekend omdat ik hun ouders gekend heb, en het heel  goed zichtbaar is van wie zij kinderen zijn. Daaronder bevindt zich ook directe familie van mij, het zijn onder andere kinderen van neven.

Die achteraf dus keihard mede manipulatoren, ordinaire vrouwen en kindermeppers blijken te zijn geworden. Ook zie ik het laatst bekende huis van mijn volle oom langskomen in de beelden.

De EO vond het nodig om de video vanwege auteursrecht te laten verwijderen. Na een hele week online gestaan te hebben .Ik ga niet linken naar uitzending gemist want ik gun ze geen inkomsten via mij van dit grote  leed. Ik heb er zelf uberhaupt niks aan verdiend, had direct al een copyright melding maar had aanvankelijk wel toestemming om te plaatsen. Ik meen dat ik niks verkeerds heb geschreven, of gedaan in deze.

En gelijk een copy right strike van youtube waar ik allerminst van onder de indruk ben.

EO, zak erin! En diep graag.

Ik was gewaarschuwd

In een heel vroeg stadium ben ik daar weggegaan, op aanraden en waarschuwing van mijn ouders, die deze ellende hebben zien aankomen. Maar dat het zo erg zou worden , dat iedereen het ongeveer met iedereen doet, en daar een geestelijk sausje overheen geflikkerd word, is ongeveer het laagste van het laagste wat je kunt verzinnen als de Naam van de Heer genoemd wordt. Bij deze dus weer een blogpost die over deze enge, goddeloze en in meerdere opzichten losbandige club van Griffioen in Boskoop/Waddinxveen gaat.

Machtsmisbruik, manipulatie, sektarisme

Iets in mij zegt dat dit nog steeds niet het laatste is wat we hier over gaan horen. Dingen als machtsmisbruik, manipulatie, en dan onder het mom van geestelijkheid. als je erin zit : het gevoel van de geen kant op kunnen, altijd en overal gecontroleerd worden.

Dat heeft absoluut niks (met de vrijheid in) Christus te maken, laat dat duidelijk zijn.

lees ook:

Sekte in aanbouw, mijn verhaal – Bijbelse basis

De gevaarlijkste manier om de Bijbel te lezen – Bijbelse basis

Sektarisme, manipulatie, kuddegedrag, kerkje spelen – Bijbelse basis

Sektarisme, manipulatie, kuddegedrag, kerkje spelen, vervolg – Bijbelse basis

extern:

https://www.studioalphen.nl/nieuws/mijn-vader-heeft-seks-met-me-tante-en-mijn-moeder-met-mijn-oom-ex-leden-boskoopse-sekte-te-zien-in-programma/

https://archive.vn/ZoRTK

wat ouwe koeien uit mijn archief:

Sekteleider Griffioen op non-actief gezet
08-06-1995 Reformatorisch Dagblad
WADDINXVEEN – Wim Griffioen, de leider van de Waddinxveense religieuze groep, blijkt al enkele weken niet meer voor te gaan, zo deelden enkele groepsleden mee.
De oorzaak is volgens enkele betrokkenen dat de raad van oudsten hem verbood te spreken vanwege een onoirbare seksuele relatie met een vrouwelijk lid van de sekte. Dit werd publiek toen de bewuste vrouw met haar man en vijf kinderen uittrad en vorige week een verklaring aflegde. Een lid van de Raad van Oudsten weigerde het RD commentaar.
In Waddinxveen en omgeving ontstond commotie toen sekteleden alle banden met eigen familie verbraken en die zelfs doodverklaarden. Een dochter weigerde haar stervende vader te bezoeken.
Inmiddels verklaarde de 32-jarige moeder dat zij, onder geestelijke druk van Griffioen, gedwongen werd tot regelmatig seksueel contact met de sekteleider. Ze deed aangifte bij de Waddinxveense politie. De vrouw heeft specialistische hulp gezocht.
De politie bevestigde „met de zaak bezig te zijn, alhoewel er niet een formele klacht wegens verkrachting kon worden ingediend”. Ook andere beschuldigingen aan het adres van Griffioen worden door de politie onderzocht
Verwoestend spoor in de regio
04-05-1995 Reformatorisch Dagblad
Vader ligt al enkele weken op sterven. De dochter -aanhangster van de sekte van Wim Griffioen in Waddinxveen- wordt gesmeekt om afscheid te komen nemen. Maar de hoorn gaat steevast op de haak als bloedverwanten bellen. Ook brieven helpen niet. Voor de deurmat wordt de sinds haar eigen ‘wedergeboorte’ doodverklaarde familie afgescheept.
De vader is inmiddels gestorven. „Mijn man stierf zonder afscheid te hebben genomen van onze dochter. Ze wil met ons niets meer te maken hebben. Ze vertelde ons ook nooit dat zij een kind verwachtte en wij grootouders zouden worden”, aldus de weduwe.
Veel verdriet heerst er inmiddels en families zijn verscheurd. Wat ooit begon als een serieuze bijbelstudiegroep is ontaard in een sekte met alle gevolgen van dien. „Noem Griffioen rustig de grote verleider, zoals de Bijbel erover spreekt”, voegt een predikant me toe. De hervormde kerk in Waddinxveen belegde intussen al twee bijeenkomsten, onder leiding van ds. C. D. Zonnenberg, om betrokken families met elkaar in contact te brengen en te ondersteunen.
Eerder stond in de hervormde kerkbode van Waddinxveen een door het ministerie van vier predikanten ondertekende ernstige waarschuwing tegen Griffioens denkbeelden. „Laten we de macht van de satan niet onderschatten. We hebben er mee te maken”. De predikanten wijzen er overigens op dat tot nu toe géén -voor de Nederlandse wet- strafbare feiten zijn gepleegd. Ieder staat machteloos.
Niets zeggen
Andere voorbeelden? Opa en oma zien hun kleinkind op straat. Het kind mag niet meer bij hen komen want zijn vader en moeder horen ook tot Griffioens getrouwen. „Waarom kom je niet meer bij ons”, zo kan oma haar leed niet verzwijgen. „Mama zegt dat u niet echt van de Heere houdt en daarom mag ik niks meer tegen u zeggen”.
„Van harte gefeliciteerd met je kleinzoon”, hoort een verbaasde Waddinxveense. Ze wist van niets. Dochter en schoonzoon horen bij Griffioen en de zijnen en weigeren elk contact.
Twee jongvolwassen dochters uit een ander gezin komen nooit meer thuis. Wéér een andere moeder: „Mijn dochter kwam me letterlijk dood te verklaren en vertellen zei dat ze nooit meer contact wil hebben met me”.
Behoudend
Rond de honderd leden telt de naamloze sekte van Wim Griffioen (geboren 1950). Vrijwel allen komen uit behoudende delen van de kerken of uit evangelische groepen. Eerder meelevende hervormden en leden van de Gereformeerden Gemeenten; ze horen er ook bij. Griffioen zelf komt uit de gereformeerde gemeente van Utrecht. Het gezin behoorde tot de rand van die kerk, verhuisde naar Alphen aan den Rijn en werd daar hervormd.
Wim wordt boekhouder, maar verkoopt op een gegeven moment zijn administratiekantoor en gaat naar de Evangelische Bijbelschool in Doorn. Daar krijgt hij onder meer les van de bekende Jacob Klein Haneveld. Vervolgens geeft Griffioen bijbelstudie aan huis in Alphen.
In 1984 wordt Griffioen actief in Waddinxveen. Volgens sommigen had zijn boodschap toen, globaal genomen, een bijbelse lijn. Inmiddels is dat volgens ex-volgelingen voorbij. „Niet het Woord is norm, maar de uitleg van Griffioen”. Langzaam komen er meer volgelingen naar het op zondagmorgen afgehuurde “Het Nieuwe Trefpunt” aan de Stationsstraat.
Volgens insiders vindt er na de dood van Klein Haneveld -die ook wel voorging in de Stationsstraateen omslag in het denken van Griffioen plaats. In diens omgeving bivakkeren mensen zoals ex-gereformeerd predikant Ben Groot Enzerink. Met hem ontwikkelt Griffioen een leer die kortweg gezegd inhoudt dat God telkens wéér in het vlees komt. Dat gebeurt dan via voorgangers zoals Griffioen. Helaas vindt ook Groot Enzerink dat hij goddelijke trekken vertoont. Dat geeft scheiding tussen beiden en ieder gaat eigen weg.
Doodverklaard
Kenmerkend voor Griffioens theologie is dat mensen die een bedreiging voor hem vormen of het met hem oneens zijn, verworpen en doodverklaard worden. Dat wordt ook publiek meegedeeld tijdens de bijeenkomst. Toen eigen getrouwen daarover vragen stelden, zou Griffioen gezegd hebben: „Ik ben de Heer”. Daarover lijkt de ‘gemeente’ van Griffioen evenwel nóg niet eensluidend. Enkele getuigen hoorden hem beweren de Messias te zijn. Eén van hen werd daarop boos en verkocht de nepmessias een mep en zette hem uit zijn huis.
Gesprekken hebben inmiddels geleerd dat, in ieder geval de mannelijke, leden ‘trekken’ van de ‘Heer’ hebben. Ze leven „niet meer hier maar in de hemel”.
Eén lid van de gemeente, J. van den Berg uit Zevenhuizen, ontkent inderdaad dat Griffioen de enige ‘Heer’ is. Van den Berg zegt dat hijzelf net zo goed leiding zou kunnen geven. Met evenveel gezag als Griffioen.
Van den Berg staat bij het schoolbord in zijn winkel met benodigdheden voor het zelf maken van wijn aan het Noordeinde. Met ferme zwaai veegt hij de reklame weg en maakt zijn theologische visie aanschouwelijk. Inderdaad, hij zou Griffioen kunnen vervangen, want ook de voorganger zelf gebruikt tijdens de samenkomsten -die soms drie uur duren- veelvuldig het schoolmeesterskrijt.
Griffioens ‘theologie’ zegt dat leden door wedergeboorte gestorven zijn. Ze zijn een totaal ander iemand geworden. Hun oude lichaam én familie achten zij niet meer: „Ik ben dus Jan van den Berg niet meer. Die is dood. Ik ben een nieuw schepsel”.
‘Doden’
Mensen móeten breken met hun natuurlijke familie. Een letterlijk citaat uit een ‘preek’ van Griffioen verklaart die afstand -verbod tot omgang zelfs- vanuit de tekst dat de doden hun doden moeten begraven: „Daarom moeten wij onze aandacht van de doden afwenden”. Erfenissen worden evenwel geaccepteerd als „gaven van God”.
Het eren van vader en moeder naar bijbels gebod wordt als volgt uitgelegd: God is de Vader en met de moeder wordt Jeruzalem bedoeld (naar een vrije uitleg van Galaten 4:26). Maar sekteleden willen ook wel schermen met de tekst dat wie vader of moeder liefheeft boven Christus Hem niet waardig is. Dat is weer tegenstrijdig. De ‘nieuwe familieband’ is sterk en moet oude banden vervangen. Daarom gaat men op zondagmiddagen bij elkaar op visite.
Ex-jehovah-getuige Joseph Wilting schreef een brochure over de vraag hoe we “Destruktieve sekten” (sekten met een vernietigend karakter) kunnen herkennen: De leiding oefent controle uit over gedachten, gevoelens en gedrag van leden. Er zijn veel geboden en verboden. De sleutel om harten van mensen te openen is dat onder de juiste omstandigheden alle mensen kwestbaar zijn. Kenmerkend zijn verder toewijding voor een persoon, idee of ding. Maar ook „isolering van vrienden en familie en het afbreken van de persoonlijkheid”.
Ramen zemen
Aan veel van deze door Wilting beschreven kenmerken voldoet de groep van Griffioen. Een charismatische uitstraling ontbreekt echter. Griffioen is geen vlotte leider. Hij wekt eerder de indruk wat zielig te zijn. Bij problemen in een gezin springt hij in, helpt dan in het huishouden en haalt de kinderen uit school. Juist in een periode dat zijn gezag tanend was, verrichtte hij veel hand en spandiensten in gezinnen. De kritiek verstomde want „hij is toch een fijne man”. Ook schaamt Grifioen zich, indien nodig, het ramen lappen niet.
Zakelijk is de naamloze gemeente ondergebracht in de stichting Immanuël. De leden geven hun bijdragen vrijwillig. Sommigen verklaren tienden te geven. Overigens leeft hij in een sober ingerichte -voor zijn gehandicapte dochter van 17 aangepaste- huurwoning.
Eruit
Er zijn ook mensen uit de sekte gestapt. Anderen werden weerhouden in de sekte te treden door bijvoorbeeeld een kerkelijk meelevende vriendin of vriend die wist te overtuigen met bijbelse argumenten. Juist die -vaak nog jonge- mensen vertellen dat ze de kracht van God ervaren hebben in het gebed en in deze worsteling.
„Bidt om het heil van hen die een heilloze weg gaan”, zo zei ds. Zonnenberg vorige week donderdagavond tot familie van de sekteleden. „Ik bid al zes jaar iedere dag. Tevergeefs. Maar ik weet dat de Heere hen niet loslaat en hen eruit zal halen”, zo getuigt daarop een aanwezige. Een ander vertelt dat ze de verjaardag van de dochter, die bij Griffioen zit, altijd herdenkt bij een andere dochter thuis. Behalve koffie met wat lekkers te nuttigen wordt ook de Bijbel geopend en bidt men met elkaar. „Onze verwachting is en blijft van de Heere want Hij is machtig. Zijn goede hand mocht ik erin zien dat we kort geleden voor het eerst sinds lange tijd weer bij onze dochter welkom waren”, vertelt een moeder.
Sektarisch
Inzage in de -afgebroken- correspondentie tussen sekteleden en hun familie onderstreept het sektarische karakter van de gemeente van Griffioen. „Wij leven niet meer. U staat buiten. Wij willen geen communicatie meer naar het vlees. Zo zijn er voor die in Christus zijn geen aardse banden meer, we hebben een nieuwe familie gekregen”, zo luiden enkele citaten. Na een dergelijke brief weigeren de sekteleden verder te praten. Hoogstens nog een korte reactie. „Er staat geen mens centraal in ons denken. Wij leven in de Eén en niet in de twee. Wie buigen kan en wil zal genade ontvangen”.
Voor familieleden die telefonisch contact zoeken doet de telefoonbeantwoorder zijn werk. Ingesproken teksten worden kort schriftelijk beantwoord: „Gehoor geven aan jullie is luisteren. Aardse banden houden op te bestaan, het oude is voorbijgegaan. Als je de Geest deelachtig bent, herken je of mensen je uit de hemel naar beneden willen trekken, we willen pas contact als jullie ook dat leven kent”. „Wij willen pas contact als jullie erkennen dat Christus vleselijk aanwezig is”, zegt een zoon tegen zijn vader, kennelijk doelend op zijn ‘wedergeboren’ staat.
Een betrokken familielid stuurde een ernstige, indringende brief waarin op bijbelse gronden gewaarschuwd werd tegen de leer van Griffioen. Daarop werd geheel niet gereageerd. De afscheidsbrief lijkt gestandaardiseerd.
Vuurschieten
Ook ds. Zonnenberg wijst op de sektarische elementen. De groep wordt gekenmerkt door een sterke band en de leden zien er hun nieuwe familie in. Bevallingen worden zo mogelijk geheel begeleid door sekteleden, met het roepen van de arts en ziekenhuisopnamen wacht men zeer lang. Het lichaam wordt onbelangrijk geacht. „Als het zó gebeurt, is het kenmerk van sektarisch denken”. De familie wordt doodverklaard en ogen schieten vuur als sekteleden door familie worden aangesproken. Bijbelse argumenten worden genegeerd of naar eigen behoefte uitgelegd en toegepast.
De predikant beluisterde enkele bandjes van ‘bijbelstudies’ van Griffioen. Opmerkelijk is dat Griffioen vaak de Statenvertaling citeert: het verraadt zijn afkomst. Op het eerste gehoor meeslepend, zo oordeelt ds. Zonnenberg. „Maar toen ik wat hoofdlijnen op papier probeerde te zetten, kon ik er geen touw meer aan vastknopen”.
Ontsporingen
Hoewel hij verder (nog) geen strafbare feiten pleegde, leven er wel zorgen over mogelijke seksuele ontsporingen. Dat gebeurt namelijk vaker bij zulke groepen. Familieleden weten met zekerheid dat Griffioen diverse sleutels heeft van huizen van ‘gemeenteleden’ en zo maar naar binnen stapt.
Griffioen wil zelf pas na lang aandringen spreken met iemand van het RD. Het is een moeizaam gesprek. Soms schudt hij meewarig het hoofd en breekt een net begonnen uitleg af: Ach, laat maar. Verantwoording geeft hij niet. Op de foto wil hij evenmin.
Hoe was uw relatie met Groot Enzerink? Verschilde u van mening met hem over wie nu op aarde de heer was?
„Ik ontken noch bevestig dat. Trouwens de krant brengt nieuws dat oud is. Wij verkondigen aan hen wie we ontmoeten”.
U legt aan de mensen in uw bijeenkomsten uit dat ze hun aardse vader en moeder niet hoeven te eren. Klopt dat?
„Kijk maar in de Bijbel, daar staat het”.
„Zegt u dat u de Heer bent?”
„Ik vind het niet zinvol dat te bespreken. Maar de krant stelt allemaal van die menselijke vragen”. „En als je er als journalist één aspect uithaalt, heb je altijd gelijk”.
U leeft van de giften van leden. Hen zijn de tienden opgelegd?
„Ik verplicht niets”.
Kent uw bijeenkomst een kerkeraad?
„Kijk maar in de Bijbel. Als daar oudsten in genoemd worden, hebben wij ze ook”.
„Met wie weet u zich in de geschiedenis verbonden?
„Er zullen wel mensen zijn die er precies eender over gedacht hebben. Daar ben ik dan mee verbonden. Trouwens, alles hangt er vanaf hoe je de Bijbel leest.
Aanvaard u de vroeg-christelijke geloofsbelijdenissen? Leest u die?
„Die lezen we niet”.

Beseft u dat er veel leed is in gezinnen, omdat uw volgelingen gebroken hebben met de familie; deze zelfs doodverklaarden? Is dat bijbels?

„Ach, dat is weer zo’n menselijke vraag. Het kruis brengt toch verdrukking!”.

 

 

 

Stop met vergoddelijken van Israël

Israël heeft geen Christelijke fans nodig maar hun Messias

In grote delen van het christendom is iets merkwaardigs gebeurd. Israël is verschoven van een onderwerp van Bijbelstudie naar een onderwerp van bijna religieuze bewondering of nog sterker: verafgoding en vergoddelijking.

In conferenties, blogs en sociale media wordt Israël soms behandeld alsof het land zelf een soort heilige status heeft gekregen. Politieke gebeurtenissen worden onmiddellijk tot profetie verheven en elke kritische opmerking over Israël wordt gezien als een aanval op Gods plan.

Maar laten we eerlijk zijn: de Bijbel zelf doet daar niet aan mee.

De Schrift romantiseert Israël namelijk helemaal niet.

Sterker nog: de Bijbel spreekt vaak harder over Israël dan over enig ander volk.

De Bijbel spaart Israël niet

Wie het Oude Testament leest zonder religieuze bril ziet iets opvallends. Israël wordt nergens voorgesteld als een moreel voorbeeldvolk. Integendeel.

Mozes zegt zelfs expliciet dat Israël het land niet krijgt vanwege eigen rechtvaardigheid.

“Niet om uw gerechtigheid, noch om de oprechtheid uws harten komt gij in, om hun land te erven.” (Deuteronomium 9:5, STV)

Dat is geen flatterende beoordeling.

Door de hele geschiedenis heen lezen we over:

opstand
afgoderij
ongehoorzaamheid
en uiteindelijk de verwerping van de Messias.

Dát is het Bijbelse beeld van Israël.

Het Nieuwe Testament is nog confronterender

Wanneer de Here Jezus verschijnt, bereikt de crisis zijn hoogtepunt.

Johannes schrijft zonder omhaal van woorden:

“Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.”
(Johannes 1:11, STV)

Dat is een historisch feit waar christenen niet omheen kunnen.

Het grootste deel van het Joodse volk verwierp de Messias.

Paulus:

“Maar tegen Israël zegt hij: Den gehelen dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt tot een ongehoorzaam en tegensprekend volk.” (Romeinen 10:21, STV)

“Wat dan? Hetgeen Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen; maar de uitverkorenen hebben het verkregen, en de anderen zijn verhard geworden.”(Romeinen 11:7, STV)

Met andere woorden: Israël staat vandaag geestelijk niet hoger, maar juist onder een tijdelijke verharding.

Het evangelie maakt geen etnische uitzonderingen

Toch lijkt het in sommige christelijke kringen alsof het Joodse volk een aparte geestelijke status heeft gekregen. Alsof hun etniciteit hen dichter bij God zou brengen.

Maar het Nieuwe Testament laat daar geen millimeter ruimte voor.

“En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Dat geldt voor:

Europeanen
Afrikanen
Arabieren

en ook voor Joden.

Niemand komt tot God via afkomst.

Alleen via Christus.

De ironie van moderne Israël-verering

De ironie is bijna pijnlijk.

Juist christenen die zeggen de Bijbel letterlijk te nemen, lijken soms het duidelijkste Bijbelse punt over Israël te vergeten:

Israël heeft de Messias nodig

Niet politieke steun.
Niet religieuze bewondering.
Niet theologische sympathie of romantiek..

Maar bekering.

Paulus zegt daarom ook:

“Broeders, de toegenegenheid mijns harten en het gebed dat ik tot God voor Israël doe, is tot hun zaligheid.”
(Romeinen 10:1, STV)

Paulus organiseerde geen Israël-conferenties.

Hij bad voor hun bekering.

De andere fout: Israël uit Gods plan schrappen

Maar eerlijkheid verplicht ons ook het andere uiterste te benoemen.

Eeuwenlang heeft een deel van het christendom beweerd dat Israël volledig vervangen is door de kerk.

Ook dat is onbijbels.

Paulus zegt namelijk:

“Zo zeg ik dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre!”
(Romeinen 11:1, STV)

En hij voegt eraan toe:

“Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.”
(Romeinen 11:29, STV)

God heeft Zijn beloften aan Israël niet ingetrokken.

Maar dat betekent niet dat Israël vandaag geestelijk gezond is.

De Bijbelse realiteit

De Bijbel tekent een ongemakkelijke waarheid.

Israël heeft een unieke plaats in Gods heilsplan.
Maar Israël leeft momenteel grotendeels in ongeloof.

Die twee waarheden horen bij elkaar.

Wie er één weglaat, vervormt de Schrift.

Waar het werkelijk om gaat

De kern van het Evangelie is niet een land.

Niet een volk.

Niet een etnische identiteit.

De kern van het evangelie is een Persoon.

Jezus Christus.

 

En zolang Israël Hem niet erkent, staat het volk precies waar ieder ander volk staat: verloren,  in nood van redding.

Christenen zouden er wijs aan doen te stoppen met twee dingen.

Stoppen met Israël uit Gods plan schrappen.
Maar óók stoppen met Israël verheffen tot een bijna heilig volk.

De Bijbel doet geen van beide.

De Schrift wijst uiteindelijk altijd naar één naam.

Jezus Christus

Zie ook

(extern):

De toekomst van Israël; Jesaja 60 – Alleen Geloof

 

 

 

 

 

 

;

 

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #2 Verdrukking

De Grote Verdrukking

De laatste jaarweek van Daniël uitgelegd

Na de opname van de Gemeente begint een nieuwe fase in Gods profetische plan.

De Bijbel beschrijft deze periode in verband met de laatste jaarweek van Daniël.

Wat aan deze gebeurtenis vooraf gaat zie: de Opname van de Gemeente

De laatste jaarweek van Daniël

De basis staat in Daniël.

“Hij zal velen het verbond versterken één week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden.”
(Daniël 9:27, STV)

De “week” staat hier voor 7 jaar.

Deze periode vormt het profetische kader van de eindtijd.

Twee perioden van 3,5 jaar

Deze zeven jaar worden verdeeld in twee gelijke delen.

Elke periode duurt 3,5 jaar.

De Bijbel gebruikt hiervoor verschillende aanduidingen:

  • een tijd, tijden en een halve tijd

  • 42 maanden

  • 1260 dagen

De eerste 3,5 jaar: schijnvrede

De eerste helft van de jaarweek wordt gekenmerkt door een ogenschijnlijke stabiliteit.

Volgens Daniël wordt er een verbond gesloten.

“Hij zal velen het verbond versterken één week.”
(Daniël 9:27, STV)

Dit suggereert een politieke overeenkomst die waarschijnlijk een vorm van vrede of stabiliteit belooft.

De wereld zal denken dat er eindelijk rust komt.

Paulus beschrijft de sfeer van deze tijd als volgt:

“Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen.”
(1 Thessalonicenzen 5:3, STV)

Ondertussen begint een wereldleider op te staan die later in de Schrift wordt beschreven als de tegenstander van God. In deze eerste periode nemen de spanningen toe en beginnen de eerste oordelen zich te ontvouwen.

Toch is dit nog niet de periode diede Here Jezus de grote verdrukking noemt.

Het keerpunt: de gruwel der verwoesting

Halverwege de zeven jaar vindt een dramatische gebeurtenis plaats.

Jezus verwijst naar deze gebeurtenis.

“Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël den profeet.”
(Mattheüs 24:15, STV)

Dit moment vormt het keerpunt van de periode.

De tweede periode van 3,5 jaar: de Grote Verdrukking

De tweede helft van de zeven jaar is de periode die de Here Jezus de grote verdrukking noemt.

De Bijbel geeft meerdere exacte tijdsaanduidingen voor deze periode.

“En der vrouw werden gegeven twee vleugelen eens groten arends, opdat zij zou vliegen in de woestijn, in haar plaats, alwaar zij gevoed wordt een tijd, en tijden, en een halve tijd.”
(Openbaring 12:14, STV)

Een tijd = 1 jaar
Tijden = 2 jaar
Een halve tijd = 0,5 jaar

Samen 3,5 jaar.

Andere aanduidingen voor dezelfde periode zijn:

  • 42 maanden

  • 1260 dagen

Deze periode wordt gekenmerkt door:

  • wereldwijde vervolging

  • extreme politieke macht van het beest

  • zware oordelen van God

  • ongekende wereldwijde crisis

Het is deze periode die in de Schrift bekend staat als de grote verdrukking.

De focus van deze periode

Daniël maakt duidelijk op wie deze profetie gericht is.

“Zeventig weken zijn bestemd over uw volk en over uw heilige stad.”
(Daniël 9:24, STV)

Het gaat primair over:

  • Israël

  • Jeruzalem

Ook Jeremia spreekt hierover.

“Het is een tijd der benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.”
(Jeremia 30:7, STV)

Het einde van de Grote Verdrukking

De periode eindigt met de zichtbare wederkomst van Christus.

“En zij zullen den Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels met grote kracht en heerlijkheid.”
(Mattheüs 24:30, STV)

Dan wordt:

het kwaad geoordeeld

Israël bevrijd

het Messiaanse Koninkrijk gevestigd

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #1 de Opname van de Gemeente

De opname van de Gemeente komt eerst: waarom de wereld de Grote Verdrukking niet ziet aankomen

De gebeurtenis vóór de Grote Verdrukking

Wanneer Christenen spreken over de eindtijd verplaatst de focus vaak meteen naar de Grote Verdrukking. Films, boeken en preken schilderen een periode van wereldwijde chaos, oorlog en oordeel.

Maar volgens de Schrift gaat aan deze periode een andere gebeurtenis vooraf die vaak vergeten wordt of verkeerd wordt begrepen: de opname van de Gemeente.

Om de profetieën over de eindtijd goed te begrijpen moeten we daarom eerst kijken naar deze gebeurtenis.

Wat de opname van de Gemeente is

De opname wordt duidelijk beschreven door de apostel Paulus.

“Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.”
(1 Thessalonicenzen 4:17, STV)

Paulus beschrijft hier een moment waarop gelovigen plotseling worden opgenomen om Christus te ontmoeten in de lucht.

Dit gebeurt wanneer:

  • de doden in Christus eerst opstaan
  • levende gelovigen worden veranderd
  • de Gemeente Christus tegemoet gaat

Het gaat dus om een plotselinge wegneming van de Gemeente.

Een verborgenheid die Paulus openbaart

Paulus noemt deze gebeurtenis een verborgenheid.

“Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden.”
(1 Korinthe 15:51, STV)

Hij beschrijft vervolgens hoe snel dit gebeurt.

“In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin.”
(1 Korinthe 15:52, STV)

De opname gebeurt dus plotseling en onverwacht., in een ‘ondeelbaar ogenblik’ 

Waarom vóór de Grote Verdrukking

Dit gegeven is voor veel mensen niet duidelijk; de reden waarom.

De Bijbel zegt dat de Gemeente niet bestemd is voor de komende oordelen.

Paulus schrijft:

“En Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Dien Hij uit de doden opgewekt heeft, namelijk Jezus, Die ons verlost van den toekomenden toorn.”
(1 Thessalonicenzen 1:10, STV)

En:

“Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid door onzen Heere Jezus Christus.”
(1 Thessalonicenzen 5:9, STV)

De oordelen van de eindtijd worden in Openbaring juist beschreven als de toorn van God.

“Verberg ons voor het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en voor den toorn des Lams.”
(Openbaring 6:16, STV)

Daarom leert de Schrift dat Christus Zijn Gemeente wegneemt voordat deze periode begint.

Een belangrijk onderscheid

Veel verwarring ontstaat doordat men de opname van de Gemeente verwart met de wederkomst van Christus.

Bij de opname:
  • ontmoeten gelovigen Christus in de lucht
  • Christus komt niet op aarde
  • het vde Gemeente wordt tot Hem opgenomen
Bij de wederkomst:

“En zij zullen den Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels met grote kracht en heerlijkheid.”
(Mattheüs 24:30, STV)

Dan komt Christus zichtbaar naar de aarde.

HUIDIGE TIJD
De Gemeente op aarde



OPNAME VAN DE GEMEENTE
(1 Thessalonicenzen 4:17)

Gelovigen worden opgenomen
om Christus in de lucht te ontmoeten




BEGIN LAATSTE JAARWEEK VAN DANIEL
(Daniël 9:27)

Eerste periode – 3,5 jaar

• politieke stabiliteit
• schijnvrede
• opkomst wereldleider
• eerste oordelen




GRUWEL DER VERWOESTING
(Mattheüs 24:15)

Keerpunt in de profetie




GROTE VERDRUKKING – 3,5 JAAR
(Mattheüs 24:21)

• wereldwijde vervolging
• oordelen van God
• macht van het beest
• tijd der benauwdheid voor Jakob




WEDERKOMST VAN CHRISTUS
(Mattheüs 24:30)

Christus verschijnt zichtbaar
en vestigt Zijn Koninkrijk

Misverstanden over de opname

Er bestaan verschillende misverstanden.

Sommigen zeggen dat het idee van de opname een moderne uitvinding is. Toch staat de beschrijving letterlijk in de brieven van Paulus.

Anderen denken dat de Gemeente door de Grote Verdrukking moet gaan. Maar het Nieuwe Testament benadrukt juist dat gelovigen niet gesteld zijn tot toorn.

De opname vormt daarom de overgang tussen het huidige tijdperk van de Gemeente en het verdere profetische programma van God met Israël.

In het volgende blog zullen we de eerstvolgende periode bespreken: de Grote Verdrukking

Het gevaar van profetie en krantenkoppen

Oorlog rond Israël: nuchter kijken naar profetie

De Israëlier Amir Tsarfati waarschuwde onlangs dat het conflict rond Israël en Iran “zonder Gods ingrijpen gruwelijk kan escaleren”.

Die waarschuwing is begrijpelijk. Het Midden-Oosten blijft een regio waar conflicten snel kunnen uitgroeien tot grote oorlogen. Toch is het belangrijk om zulke uitspraken nuchter te bekijken — vooral wanneer ze gekoppeld worden aan Bijbelse profetieën.

De vraag is niet alleen wat er geopolitiek gebeurt, maar ook óf, en zo ja hoe, we de Schrift moeten toepassen op het nieuws van vandaag.

Het is een bekend patroon in veel ‘profetische bediening’:

wereldnieuws
→ wordt gekoppeld aan een Bijbeltekst
→ waarna men concludeert dat profetie zich nu vervult.

Maar dat is een methode die niet zonder risico is

De Bijbel leert dat we voorzichtig moeten zijn met het interpreteren van gebeurtenissen als directe vervulling van profetie.

De Here Jezus zei:

“En gij zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen; ziet toe, wordt niet verschrikt; want al die dingen moeten geschieden, maar nog is het einde niet.”
(Mattheüs 24:6, STV)

Oorlogen zijn dus niet automatisch een signaal dat een specifieke profetie uit Ezechiël of Openbaring nu in vervulling gaat.

Profetie is geen geopolitieke puzzel

In veel eindtijd onderwijs wordt Ezechiël 38–39 direct gekoppeld aan moderne landen zoals Iran, Rusland of Turkije.

Maar de Schrift zelf legt het verband niet expliciet met de geopolitiek van onze tijd.

Wat de Bijbel wél duidelijk maakt, is dat God uiteindelijk soeverein is over de geschiedenis.

“De HEERE heeft Zijn troon in de hemel gevestigd, en Zijn Koninkrijk heerst over alles.”
(Psalm 103:19, STV)

Dat betekent dat gelovigen niet moeten leven vanuit angst voor internationale conflicten, maar vanuit vertrouwen in Gods plan.

Het echte perspectief van het Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament legt de focus niet op geopolitieke analyse, maar op de komst van Christus.

Paulus schrijft:

“Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een zwangere vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden.”
(1 Thessalonicenzen 5:3, STV)

De boodschap van de apostelen is dus niet:

volg het nieuws uit het Midden-Oosten.

Maar:

leef waakzaam en verwacht de komst van Christus.

Niet bang laten maken door alarmistische taal

Voor gelovigen ligt de hoop niet in militaire allianties, politieke strategie of geopolitieke analyses.

Onze hoop ligt in Christus.

De Schrift zegt:

“Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid door onze Heere Jezus Christus.”
(1 Thessalonicenzen 5:9, STV)

De wereld kan tekeer gaan, conflicten kunnen escaleren, maar Gods plan staat vast.

Het conflict rond Israël kan inderdaad gevaarlijk escaleren. Dat is geopolitiek gezien realistisch.

Maar Christenen moeten oppassen voor een panikerende koppeling tussen het dagelijkse nieuws en specifieke Bijbelprofetieën.

De Bijbel roept ons niet op tot profetische speculatie, maar tot iets veel belangrijkers:

waakzaamheid, vertrouwen en verwachting van de komst van Christus op de wolken 1 Thess. 4:17   

Wij leven in de laatste dagen

De laatste dagen, niet zoals velen denken

De vraag duikt telkens weer op wanneer de wereld onrustig wordt, en er weer reuring is: leven wij in de laatste dagen?
Voor velen betekent die vraag vooral: staat het einde van de wereld voor de deur?

Maar wie de Schrift zorgvuldig leest, ontdekt dat de Bijbel daar heel anders over spreekt.

De “laatste dagen” zijn volgens het Nieuwe Testament niet iets dat pas vlak voor het einde begint. Ze zijn al lang geleden begonnen.

De laatste dagen begonnen bij de opstanding van Christus

Op de Pinksterdag citeert Petrus de profeet Joël en zegt:

“En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees.”
(Handelingen 2:17, STV)

Voor Petrus was dat geen verre toekomst. Hij zegt juist: dit is wat nu gebeurt.

De uitstorting van de Geest op Pinksteren markeert dus het begin van die laatste dagen. De apostelen zagen hun eigen tijd al als die periode.

Ook Hebreeën bevestigt dat:

“God, voortijds vele malen en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon.”
(Hebreeën 1:1–2, STV)

De komst, dood en opstanding van Christus markeren het begin van de nieuwtestamentische tijd.

Sindsdien leven wij in wat de Schrift “de laatste dagen” noemt.

Kenmerken van de laatste dagen

De apostelen beschrijven de geestelijke toestand van die tijd opvallend scherp.

Paulus schrijft:

“En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden. Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelf, geldgierig, laatdunkend, hoogmoedig, lasteraars, den ouderen ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig.”
(2 Timotheüs 3:1–2, STV)

Het gaat hier niet alleen over moreel verval in de wereld, maar ook over religieuze schijn.

Even verder staat:

“Hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht derzelve verloochend hebben.”
(2 Timotheüs 3:5, STV)

Religie zonder waarheid. Vroomheid zonder kracht. Dat is volgens Paulus een kenmerk van deze tijd.

Afval en misleiding

Een ander duidelijk kenmerk van de laatste dagen is afval van het geloof.

Paulus schrijft:

“Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten en leringen der duivelen.”
(1 Timotheüs 4:1, STV)

Let op: het gevaar komt niet alleen van buiten.

Het ontstaat vaak binnen het christendom zelf.

Petrus waarschuwt bovendien voor spotters:

“Dit eerst wetende, dat in het laatste der dagen spotters komen zullen, die naar hun eigen begeerlijkheden zullen wandelen.”
(2 Petrus 3:3, STV)

Zij stellen de vraag die vandaag nog steeds klinkt:

Waar blijft Zijn wederkomst?

De antichrist: niet alleen een toekomstige figuur

Veel christenen denken bij de antichrist meteen aan één toekomstige wereldleider.

Maar Johannes zegt iets opvallends:

“Kinderkens, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden.”
(1 Johannes 2:18, STV)

Volgens Johannes waren er in zijn tijd al vele antichristen.

Wie zijn dat?

Hij legt het zelf uit:

“Wie is de leugenaar, dan die loochent dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.”
(1 Johannes 2:22, STV)

Het woord antichrist betekent niet alleen tegen Christus, maar ook in plaats van Christus.

Iedereen die zich tussen Christus en de gelovige plaatst — geestelijk, religieus of organisatorisch — treedt feitelijk in Zijn plaats.

Het gevaar van religieuze systemen

Paulus waarschuwde de ouderlingen van Efeze:

“Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen.En uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich.”
(Handelingen 20:29–30, STV)

Let op waar het gevaar vandaan komt:

uit het midden van de gemeente zelf

Mensen die volgelingen achter zich willen trekken.

Dat is precies hoe religieuze machtsstructuren ontstaan.

Christendom is geen religie

Veel mensen spreken over het christendom als een religie.

Maar het Nieuwe Testament beschrijft iets totaal anders.

Paulus schrijft:

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, STV)

Christelijk geloof draait niet om religieuze systemen, regels of kerkelijke macht.

Het draait om een levende relatie met Christus.

Hij alleen is het Hoofd van de gemeente.

“En Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen.”
(Efeze 1:22, STV)

Niet een kerk.
Niet een organisatie.
Niet een menselijke leider.

Christus alleen

De ware strijd van de laatste dagen

De grootste geestelijke strijd van deze tijd is daarom niet alleen moreel verval of wereldse zonde.

De grootste strijd is deze:

blijft Christus werkelijk centraal?

Of schuift er langzaam iets tussen:

  • religieuze systemen
  • geestelijke leiders
  • tradities
  • menselijke autoriteit

Alles wat tussen Christus en de gelovige komt, ondermijnt uiteindelijk het evangelie.

De enige veilige plaats

De Bijbel wijst steeds weer terug naar één fundament:

het Woord van God.

En naar één Persoon:

Jezus Christus.

Paulus schrijft:

“Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?”
(Romeinen 8:35, STV)

Het antwoord is duidelijk:

Niemand

Wie in Hem gelooft staat in vrijheid, Genade en zekerheid.

Niet door religie.

Maar door Christus alleen.

Já. wij leven in de laatste dagen.

Maar dat is al zo sinds de opstanding van Christus.

De echte vraag is daarom niet hoe lang het nog duurt, maar:

Blijven we vasthouden aan Christus en Zijn Woord,
of laten we ons verleiden door alles wat zich in Zijn plaats wil stellen?

Dáár ligt de ware strijd van de laatste dagen.

Israël redt niet; Christus redt

Waarom christenzionisme het Evangelie kan verduisteren

In veel kerken zien we tegenwoordig een opvallend verschijnsel. Er ontstaat een sterke belangstelling voor Israël. Dat uit zich in Israël-avonden, speciale rubrieken in kerkapps, sprekers uit messiaanse kringen en veel aandacht voor Joodse achtergronden van de Bijbel.

Op zichzelf is dat begrijpelijk. De Bijbel is immers diep verbonden met Israël. Paulus zegt:

“Hunner zijn de vaderen, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Die is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.”
(Romeinen 9:5, STV)

Maar juist omdat Christus uit Israël is voortgekomen, is er een grens die nooit overschreden mag worden: Israël mag nooit belangrijker worden dan de Messias Zelf.

En precies daar gaat het vandaag soms mis.

Wanneer de Naam van Jezus verdwijnt

Een opvallend patroon dat steeds vaker zichtbaar wordt is dit: men spreekt veel over Israël, maar de Naam van Jezus wordt nauwelijks genoemd.

Men hoort dan vooral woorden als:

  • de Messias
  • de Eeuwige
  • de God van Israël
  • het Joodse volk
  • de Thora

Dat klinkt vroom. Maar er ontbreekt iets wezenlijks: de expliciete belijdenis van Jezus Christus.

Het Nieuwe Testament kent echter geen boodschap waarin Christus slechts impliciet aanwezig is. Voor de apostelen stond één naam centraal.

“En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Wanneer die Naam structureel ontbreekt, ontbreekt het hart van het evangelie.

De apostelen spraken juist openlijk

De eerste christenen waren zelf Joden. Toch spraken zij zonder terughoudendheid over Jezus als de Messias.

Petrus zei tegen het volk Israël:

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.”
(Handelingen 2:36, STV)

En opnieuw:

“Dat u allen en het ganse volk Israëls bekend zij, dat door den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruisigd hebt, Welken God van de doden opgewekt heeft, door Hem zeg ik, staat deze hier voor u gezond.”
(Handelingen 4:10, STV)

Let op hoe concreet de apostelen spreken: Jezus Christus, de Nazarener. Geen vage religieuze taal, maar een duidelijke belijdenis.

Paulus romantiseert Israël niet

In moderne kerkelijke kringen ontstaat soms een bijna romantische visie op Israël. Maar Paulus spreekt heel anders. Hij heeft diepe liefde voor zijn volk, maar ook diepe pijn.

“Ik heb een grote droefheid en een gedurige smart in mijn hart.”
(Romeinen 9:2, STV)

Waarom? Omdat het grootste deel van Israël de Messias niet erkent.

Daarom zegt Paulus iets wat veel christenen vandaag nauwelijks meer durven uitspreken:

“Want zij zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.”
(Romeinen 9:6, STV)

Etnische afkomst is dus niet voldoende. Het beslissende punt blijft het geloof in Christus.

Religieuze ijver zonder Christus

Paulus beschrijft de geestelijke situatie van Israël scherp maar eerlijk.

“Want ik geef hun getuigenis dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand.”
(Romeinen 10:2, STV)

Met andere woorden: religieuze toewijding is niet genoeg. Het gaat om de erkenning van Christus.

Daarom zegt Paulus vervolgens:

“Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft.”
(Romeinen 10:4, STV)

De wet, de geschiedenis van Israël en de beloften van God vinden hun doel in Christus.

De olijfboom laat geen twee wegen zien

Romeinen 11 wordt vaak verkeerd uitgelegd alsof er twee aparte wegen zouden zijn: één voor Israël en één voor de heidenen. Maar Paulus zegt juist het tegenovergestelde.

Hij spreekt over één olijfboom.

“En indien sommige der takken afgebroken zijn, en gij, die een wilde olijfboom waart, in derzelver plaats zijt ingeënt, en des wortels en der vettigheid des olijfbooms mededeelachtig geworden zijt.”
(Romeinen 11:17, STV)

Heidenen worden ingeënt in dezelfde boom. Het fundament blijft hetzelfde: geloof in Christus.

Ook het toekomstige herstel van Israël gaat via Christus

Paulus verwacht een toekomstige bekering van Israël. Maar ook dat gebeurt niet buiten Christus om.

“En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.”
(Romeinen 11:26, STV)

Het herstel van Israël komt door de Verlosser.

Niet door etniciteit.
Niet door traditie.
Maar door Christus.

De eenvoudige toets

Er is een eenvoudige vraag die veel duidelijk maakt.

Hoe vaak wordt de Naam van Jezus daadwerkelijk uitgesproken?

In het Nieuwe Testament gebeurt dat voortdurend. Paulus zegt zelfs:

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.”
(1 Korinthe 2:2, STV)

Wanneer een boodschap over Israël spreekt maar Christus nauwelijks noemt, is er iets verschoven.

Dan ontstaat een beweging van:

Christus → Israël

in plaats van:

Israël → Christus.

De verleiding van de “lieve vrede”

In beplaalde kringen wordt bij gelegenheid gezegd:

“laten we dit soort dingen maar laten rusten voor de lieve vrede.”

Maar de Bijbel roept juist op tot een andere houding.

“Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus.”
(Efeze 4:15, STV)

Waarheid en liefde horen bij elkaar. Niet polemiek om de polemiek, maar ook geen zwijgen wanneer het hart van het evangelie naar de achtergrond schuift.

Uiteindelijk draait alles om één Naam

Het Nieuwe Testament is hier opvallend helder. Niet Israël, niet religie, niet traditie vormt het middelpunt van Gods plan, maar één Persoon.

“Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.”
(1 Korinthe 3:11, STV)

Wanneer dat fundament zichtbaar blijft, krijgt Israël zijn juiste plaats.

Maar wanneer Christus naar de achtergrond verdwijnt, blijft er uiteindelijk alleen religie over.

En precies daarom blijft de boodschap van de apostelen zo eenvoudig en zo radicaal:

“En de zaligheid is in geen ander.”
(Handelingen 4:12, STV)

De grote verdrukking en de illusie van veiligheid in Israël

Er bestaat vandaag onder veel christenen een bijna reflexmatige overtuiging:
de terugkeer van Joden naar Israël nú zou automatisch Gods plan en zegen zijn.

Organisaties zamelen geld in, campagnes worden gevoerd en Joden worden actief aangemoedigd om aliyah te maken — terug te keren naar het land Israël.

Maar wie de Bijbel werkelijk leest, ontdekt een ongemakkelijke waarheid.

De Schrift schetst namelijk een toekomst waarin juist Israël het centrum van de grootste crisis in de wereldgeschiedenis wordt.

Niét een veilige haven.
Maar het epicentrum van de eindtijd.

De grote verdrukking: ongekend in de wereldgeschiedenis

Jezus spreekt zelf over een periode die Hij de grote verdrukking noemt.

“Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal.”
(Mattheüs 24:21, STV)

Dit is geen gewone oorlog.
Geen regionale crisis.

Het is een periode die zo intens is dat Jezus zegt dat er nooit iets vergelijkbaars is geweest in de hele geschiedenis van de mensheid.

En opvallend: deze gebeurtenissen concentreren zich rond Jeruzalem en Judea.

De benauwdheid van Jakob

Het Oude Testament beschrijft dezelfde periode met een andere naam:

“Ach! want die dag is groot, zodat er geen is als hij; en het is een tijd der benauwdheid voor Jakob; doch hij zal daaruit verlost worden.”
(Jeremia 30:7, STV)

De Bijbel noemt deze tijd dus expliciet:

de benauwdheid van Jakob.

Jakob staat hier voor het volk Israël.

Dat betekent dat deze crisis niet in de eerste plaats over Europa, Amerika of Azië gaat — maar over Israël zelf.

Jeruzalem wordt het brandpunt van de wereld

De profeten spreken daar opvallend duidelijk over.

“Zie, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling voor alle volken rondom…”
(Zacharia 12:2, STV)

En nog explicieter:

“Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen…”
(Zacharia 14:2, STV)

Jeruzalem wordt volgens de profetieën het brandpunt van internationale conflicten.

Het toneel waar de eindstrijd van de wereldgeschiedenis zich afspeelt.

De Heer geeft een vluchtbevel

Hier wordt het nog confronterender.

Wanneer Jezus over deze periode spreekt, zegt Hij tegen de Joden die in Judea wonen:

“Alsdan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen.”
(Mattheüs 24:16, STV)

Let op wat hier staat.

Niet:

blijf in Jeruzalem
kom naar Israël
verzamel je in het land

Nee

Vlucht.

Dát is het bevel.

De ongemakkelijke vraag

Als de Bijbel leert dat Israël in de eindtijd het centrum van enorme vervolging en oorlog wordt…

waarom moedigen sommige christelijke organisaties vandaag Joden actief aan om daarheen te verhuizen?

Waarom wordt aliyah gepresenteerd als een soort geestelijke plicht?

Waarom wordt Israël soms bijna voorgesteld als de veiligste plek voor het Joodse volk?

De Bijbel zegt precies het tegenovergestelde.

Israël zonder Messias

De diepere tragiek is dit:

De huidige staat Israël bestaat grotendeels zonder erkenning van haar Messias.

Jezus zei over Jeruzalem:

“Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn…”
(Mattheüs 23:37, STV)

En vervolgens sprak Hij een aangrijpende profetie uit:

“Want Ik zeg u: Gij zult Mij van nu aan niet zien, totdat gij zeggen zult: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!”
(Mattheüs 23:39, STV)

De nationale erkenning van de Messias komt pas ná een diepe crisis.

Eerst crisis, daarna bekering

De profeet Zacharia beschrijft dat moment:

“En zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben; en zij zullen over Hem rouwklagen…”
(Zacharia 12:10, STV)

Pas wanneer Israël geconfronteerd wordt met de Messias die zij verworpen hebben, komt er nationale bekering.

Maar daaraan gaat een periode vooraf die de Bijbel beschrijft als de zwaarste verdrukking uit de wereldgeschiedenis.

De echt veilige plaats

De ironie is dat veel christenen hun hoop stellen op een land.

Maar de Bijbel wijst naar een Persoon.

Niet een geografische plek redt.

Niet een staat redt.

Niet een vlag redt.

Alleen Christus.

“Want er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Voor Jood en heiden geldt exact hetzelfde.

De veilige plaats is niet Israël.

De veilige plaats is in Christus.

Christenen die werkelijk van het Joodse volk houden, zouden daarom niet eerst moeten spreken over aliyah.

Maar over het Evangelie.

Want zonder Messias is zelfs het beloofde land uiteindelijk geen toevlucht.

Alleen Jezus Christus redt.

Voor Israël.
En voor de wereld.

lees ook:

De Naam die men liever niet noemt

De grote verdrukking, voor wie bestemd

Openbaring 12 is geen sprookje, het is heilsgeschiedenis

Verbondstheologie getoetst aan de Schrift, en waarom het Dispensationalisme inhoudelijk sterker staat

“Waarom elke Jood zou moeten overwegen terug te keren naar Israël”??

Israël vandaag Gods volk?

Die Ene Naam

Israël onze “oudste broer”…..dat is de vraag

Christenen hebben geen collectieve schuld tegenover het Joodse volk


extern:

Pas op voor de ‘wachters’!


https://www.gotquestions.org/Nederlands/grote-verdrukking.html/

Dominion-denken: een frontale aanrijding met het Nieuwe Testament

Een idee dat oppervlakkig  en strikt horizontaal bekeken vroom klinkt, maar bij nader onderzoek diep problematisch blijkt: ‘het dominion-denken’

In steeds meer evangelische en charismatische kringen voet aan de grond

De gedachte is simpel:
Christenen zouden geroepen zijn om de wereld te domineren. Cultuur, politiek, onderwijs, economie en media zouden onder christelijke heerschappij moeten komen. De kerk moet de aarde “terugnemen”. Sommige varianten leren zelfs dat Christus pas kan terugkomen wanneer de kerk de wereld onder controle heeft gebracht.

Het klinkt triomfantelijk. Het klinkt krachtig.
Maar het staat haaks op de boodschap van het Nieuwe Testament.

Christus ontkent zelf een aards dominion

Van de Here Jezus werd ook verwacht een politieke messias te worden. Het volk wilde Hem zelfs eventueel met geweld koning maken. De verwachting was duidelijk: Israël moest de wereld gaan domineren.

“De mensen dan, gezien hebbende het teken dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou.

Jezus dan, wetende dat zij zouden komen en Hem met geweld nemen, opdat zij Hem koning maakten, ontweek wederom op den berg, Hij Zelf alleen.” Johannes 6:14-15 (STV)

Hij wijst dit bij gelegenheid resoluut af.

“Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.”
Johannes 18:36 (STV)

Dit vers is vernietigend voor dominion-denken.

Als het Koninkrijk van Christus werkelijk bedoeld was als een politieke wereldmacht, zouden Zijn volgelingen hebben gevochten. Maar Christus zegt expliciet: dat doen zij niet.

Waarom niet?
Omdat Zijn Koninkrijk een andere oorsprong heeft.

De gemeente is geen machtsblok maar integendeel: een volk van vreemdelingen op aarde

Dominion-denken maakt van de kerk een instrument van maatschappelijke macht.

Maar het Nieuwe Testament beschrijft gelovigen totaal anders.

“Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel.”
1 Petrus 2:11 (STV)

Een vreemdeling probeert geen wereldrijk te bouwen.
Een vreemdeling is op doorreis.

Paulus zegt hetzelfde:

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.”
Filippenzen 3:20 (STV)

De gemeente kijkt niet naar beneden om de wereld te regeren.
Maar kijkt omhoog en verwacht Christus.

De Bijbel voorzegt geen christelijke wereld

Dominion-denken gaat uit van een onbijbels scenario: de kerk zal de wereld transformeren.

Maar de apostelen spreken over toenemende misleiding en afval.

De wereld wordt niet geleidelijk het Koninkrijk van God.

Christus moet persoonlijk terugkomen om Zijn Koninkrijk te vestigen.

Daarom zegt de Schrift:

“Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.”
Hebreeën 13:14 (STV)

Het christelijk geloof is geen project om de wereld te perfectioneren.
Het is een verwachting van een komende wereld.

De misbruikte tekst uit Genesis

Dominion-theologie grijpt vaak terug op Genesis: de mens moest de aarde onderwerpen.

Maar er wordt iets cruciaals vergeten.

Die opdracht werd gegeven vóór de zondeval.

Sinds de val is de wereld onder de macht van zonde en dood gekomen. Het Nieuwe Testament spreekt zelfs over satan als:

“den god dezer eeuw”
2 Korinthe 4:4 (STV)

Het herstel van de menselijke heerschappij gebeurt niet via kerkelijke machtspolitiek, maar via Christus, de laatste Adam.

Zijn Koninkrijk wordt niet opgebouwd door campagnes of politieke invloed of groeimodellen,  maar geopenbaard bij Zijn wederkomst.

Dominion-denken lijkt verdacht veel op de oude messiaanse misvatting

De ironie is opvallend.

Dezelfde fout die het volk Israël in de dagen van Jezus maakte, wordt vandaag opnieuw gemaakt.

Men verwacht een aardse messiaanse heerschappij vóór de komst van de Koning.

Maar het Nieuwe Testament leert precies het tegenovergestelde.

Eerst komt:

  • prediking
  • afval
  • opname van de Gemeente
  • verdrukking

Pas daarná komt het Koninkrijk

Niet eerder.

Wanneer de kerk macht zoekt

Dominion-denken verandert het karakter van het christendom.

Het verschuift de focus van:

evangelie → naar macht
heiliging → naar invloed
verwachting → naar controle

Maar de gemeente is geen revolutionaire beweging.

Zij is het lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente.”
Kolossenzen 1:18 (STV)

Een lichaam voert geen politieke strijd om wereldheerschappij op eigen initatief.
Een lichaam leeft uit het Hoofd.

De roeping van de gemeente

Het Nieuwe Testament kent een totaal andere opdracht:

  • het evangelie verkondigen
  • discipelen maken
  • apart gezet leven
  • het lichaam van Christus opbouwen
  • uitzien naar Zijn komst

Niet: de wereld domineren.

De gemeente is geen regering.

Zij is een levend organisme in gemeenschap met de Heer.

De dingen zoekend die boven zijn.  (Kolossenzen 3:1-3)

De fatale vergissing

Dominion-denken probeert het Koninkrijk van God eigenmachtig  naar voren te trekken in de geschiedenis.

Maar het Koninkrijk komt niet door menselijke inspanning.

Het komt door de verschijning van de Koning.

Daarom eindigt het Nieuwe Testament niet met een oproep om de wereld te domineren.

Het eindigt met een gebed.

“Ja, kom, Heere Jezus!”
Openbaring 22:20 (STV)

Dát is de hoop van de schepping

Niet dominion.

Maar wederkomst.

lees ook:

Dominion-theologie en de zeven bergen: opdracht of machtsdroom?

Is de gemeente geroepen om nu te heersen over de aarde?

De New Apostolic Reformation


extern:
https://www.cwowi.eu/weekly-thoughts-nl-wekelijkse-gedachten/random-thought-dominion-theology-1
https://nl.wikipedia.org/wiki/Heerschappijtheologie

Dominion theologie ┃ Heersen over de schepping

Israël vandaag Gods volk?

Over “Ammi”, “Lo-Ammi” en de Bijbelse betekenis van “Gods volk”

In veel evangelische en christenzionistische kringen wordt de volgende uitspraak bijna als een axioma herhaald:

“Israël is Gods volk.”

Daarmee bedoelt men dan meestal de huidige staat Israël. Soms wordt dit zo absoluut gesteld dat elke kritische vraag meteen als onbijbels, en scherper nog, als anti-semitisch wordt gezien.

Maar de werkelijke vraag is: wat bedoelt de Bijbel wanneer God spreekt over “Mijn volk”?

Wanneer we de Schrift zorgvuldig lezen, blijkt dat dit begrip niet simpelweg een etnisch of politiek label is. Het is een verbondsaanduiding, verbonden aan relatie met God.

Het gaat daarom niet om vervangingsleer tegenover zionisme, maar om de Bijbelse definitie van Gods volk.

Israël werd door God “Mijn volk” genoemd

In het Oude Testament noemt God Israël zonder twijfel Zijn volk.

“Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken die op den aardbodem zijn.” (Deuteronomium 7:6 STV)

Israël werd uitverkoren uit alle volken.
God sloot met hen een verbond en gaf hun Zijn wet.

Maar deze positie betekende niet dat Israël automatisch Gods volk bleef, ongeacht geloof of ongehoorzaamheid.

Wanneer Israël God verwerpt (niet andersom!)

Bij het gouden kalf zien we een opvallende verschuiving.

“Ga heen, trek af; want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven.” (Exodus 32:7 STV)

God zegt hier tegen Mozes niet meer “Mijn volk”, maar “uw volk.”

Een volk met deze naam bestaat nog steeds, maar de verbondsrelatie is, eenzijdig, vernietigd.

 Zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; Niet naar het verbond dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep om hen uit Egypteland uit te voeren; welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE. (Jeremia 31:31,32 STV)

Hier belooft de Heer vóór de droevige constatering door de mond van Jeremia meteen al dat Hij het daar niet bij zou laten zitten, door de toen toekomstige oprichting van het nieuwe Verbond aan te kondigen.

Hosea: Ammi en Lo-Ammi

De profeet Hosea laat nog scherper zien dat Gods volk zijn geen automatisch etiket is.

“En Hij zeide: Noem zijn naam Lo-Ammi; want gij zijt Mijn volk niet, zo zal Ik ook de uwe niet zijn.” (Hosea 1:9 STV)

Lo-Ammi betekent: niet Mijn volk.

Vanwege hun afgoderij en verbondsbreuk verklaart God dat Israël niet langer als Zijn volk erkend wordt.

Maar Hosea spreekt ook over herstel.

“En Ik zal Mij ontfermen over Lo-Ruchama, en Ik zal tot Lo-Ammi zeggen: Gij zijt Mijn volk; en hij zal zeggen: Mijn God!” (Hosea 2:22 STV)

Ammi: Mijn volk.

Gods volk zijn is dus een relationele werkelijkheid, geen automatisch etiket.

Israël verwierp zijn Messias

De geschiedenis bereikt een dramatisch punt wanneer de Messias komt.

“Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.” (Johannes 1:11 STV)

Israël als volk verwierp Christus.

Paulus beschrijft de huidige toestand zo:

“Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij, opdat gij niet wijs zijt bij uzelven, dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.” (Romeinen 11:25 STV)

‘Israë’ bestaat nog steeds, maar leeft momenteel grotendeels in ongeloof tegenover zijn Messias.

Daarom kan je niet zomaar  zeggen dat de seculiere moderne staat Israël automatisch Gods volk is in geestelijke zin.

Wat bepaalt werkelijk wie Gods volk is?

De Bijbel maakt duidelijk dat Gods volk wordt bepaald door relatie met God.

Niet door afkomst.
Niet door nationaliteit.

Zelfs in het Oude Testament klonk dat al.

“Besnijdt dan de voorhuid uws harten.” (Deuteronomium 10:16 STV)

God kijkt niet alleen naar bloedlijn, maar naar het hart.

Paulus en “het Israël Gods”

De uitdrukking “het Israël Gods” komt uit de brief van Paulus aan de Galaten.

“En zovelen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israël Gods.” (Galaten 6:16 STV)

Hier gebruikt Paulus de uitdrukking “het Israël Gods.”

Daarmee duidt hij de gemeenschap aan van hen die volgens deze regel wandelen:
namelijk dat men in Christus een nieuwe schepping is (Galaten 6:15).

Het laat zien dat Gods volk wordt bepaald door relatie met God in Christus, niet door etniciteit.

Zelfs Egypte zal “Mijn volk” genoemd worden

De profeten laten zien dat de aanduiding “Mijn volk” niet exclusief voor Israël blijft.

“Te dien dage zal Israël de derde zijn met Egypte en met Assyrië, een zegen in het midden van het land;
Welke de HEERE der heirscharen zegenen zal, zeggende: Gezegend zij Mijn volk de Egyptenaars, en Assur het werk Mijner handen, en Israël Mijn erfdeel.” (Jesaja 19:24-25 STV)

Hier wordt Egypte genoemd:

“Mijn volk.”

Dat laat zien dat deze uitdrukking een relationele aanduiding is.

Twee misverstanden

In het gesprek over Israël ontstaan meestal twee uitersten.

Het eerste uiterste is vervangingsleer, waarin Israël geen rol meer zou spelen in Gods plan.

Maar Paulus zegt duidelijk:

“Zo zeg ik dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre!” (Romeinen 11:1 STV)

Israël heeft nog een toekomst.

Het tweede uiterste is onvoorwaardelijk christenzionisme, waarin de moderne staat Israël automatisch Gods volk wordt genoemd.

Ook dat leert de Schrift nergens.

Israël zal weer “Ammi” worden

De Bijbel laat zien dat Israël uiteindelijk tot bekering zal komen.

“En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.” (Romeinen 11:26 STV)

Dan zal Israël opnieuw Ammi — Mijn volk genoemd worden.

De moderne staat Israël is niet automatisch Gods volk.

De Schrift leert iets diepers.

De uitdrukking “Gods volk” wordt bepaald door verbond en geloof.

Vandaag vormt God een volk uit Joden en heidenen in het lichaam van Christus; de gemeente, die Paulus aanduidt als “het Israël Gods.”

En in de toekomst zal ook Israël als volk zijn Messias erkennen.

Dan zal het woord dat ooit klonk:

Lo-Ammi — niet Mijn volk

definitief veranderen in:

Ammi — Mijn volk.

Dat is géén vervanging.
Dat is de Bijbelse definitie van Gods volk.

lees ook:

Israël onze “oudste broer”…..dat is de vraag

Israël in de Bijbel is niet hetzelfde als de moderne Joodse staat

Christenen voor Israël? Pas op met DIT…

De toekomstige en zekere bekering van Israël, – geen automatisme

Geverifieerd door MonsterInsights