Koninkrijkstheologie en vervangingsleer ontmaskerd

Waarom de Gemeente Israël niet vervangt en het Koninkrijk niet op aarde hoeft te vestigen

Koninkrijkstheologie en vervangingsleer worden vaak als twee verschillende leerstellingen behandeld. Toch komen zij voort uit hetzelfde fundamentele probleem: het Bijbelse onderscheid tussen Israël, de Gemeente en het toekomstige Koninkrijk van Christus wordt uitgewist.

De vervangingsleer geeft de Gemeente de plaats van Israël. De beloften die God aan Israël gaf, worden op de kerk toegepast, terwijl Israël als volk geen eigen profetische toekomst meer zou hebben.

De moderne koninkrijkstheologie gaat vervolgens een stap verder. De Gemeente krijgt niet alleen de plaats van Israël, maar ook de opdracht om vóór de wederkomst het Koninkrijk van God zichtbaar op aarde te vestigen. Zij moet invloedssferen innemen, samenlevingen transformeren en de volkeren onder de heerschappij van Christus brengen.

Daarmee worden twee ernstige verwisselingen gemaakt.

De Gemeente wordt Israël.

En de Gemeente gaat doen wat alleen Christus bij Zijn wederkomst zal doen.

Het klinkt daadkrachtig en geestelijk. Toch is het niet de roeping die de Schrift aan de Gemeente geeft.

Konikrijkstheologie en vervangingsleer
Konikrijksleer en vervangingstheologie

 

Wat is koninkrijkstheologie?

Het woord koninkrijkstheologie wordt niet altijd op dezelfde manier gebruikt. Niet iedereen die spreekt over het Koninkrijk van God bedoelt daarmee dat de kerk de wereld politiek of maatschappelijk moet overnemen.

De Schrift leert dat Christus is opgewekt, verheerlijkt en met eer en heerlijkheid gekroond. Hij bezit alle gezag. Gelovigen erkennen Hem nu reeds als hun Heer en leven onder Zijn heerschappij.

Dat betekent echter niet dat Zijn Koninkrijk reeds in zijn beloofde openbare vorm op aarde zichtbaar is geworden.

In dit artikel gaat het daarom vooral over de moderne koninkrijkstheologie die bekendstaat als Kingdom Now, dominionisme of heerschappijtheologie. Binnen deze visie zou de Gemeente de opdracht hebben om het Koninkrijk vóór de wederkomst zichtbaar te vestigen.

Het gaat dan niet meer alleen om de verkondiging van het Evangelie. De kerk moet cultuur, politiek, onderwijs, media, economie en andere maatschappelijke terreinen beïnvloeden of zelfs onder christelijke heerschappij brengen.

De Gemeente wordt zo niet langer voorgesteld als een hemels volk dat zijn Heer verwacht, maar als een geestelijk leger dat de aarde voor Hem moet veroveren.

 

Wat is de vervangingsleer?

De vervangingsleer houdt in dat de Gemeente de plaats van Israël in Gods heilsplan heeft ingenomen. De kerk wordt dan beschouwd als het nieuwe, ware of geestelijke Israël.

De beloften die God aan Abraham, Izak, Jakob en David gaf, worden vervolgens op de Gemeente toegepast. Het land wordt vergeestelijkt, Jeruzalem wordt een symbool, de troon van David wordt gelijkgesteld aan de huidige hemelse positie van Christus en het toekomstige herstel van Israël verdwijnt uit beeld.

Er bestaan verschillende vormen van vervangingsleer.

In de hardste vorm wordt gezegd dat God Israël vanwege zijn ongeloof definitief heeft verworpen.

In een mildere vorm spreekt men liever niet over vervanging, maar over vervulling. De kerk zou dan Israël niet hebben vervangen, maar alle beloften aan Israël zouden in de Gemeente een hogere, geestelijke vervulling hebben gekregen.

Het resultaat is echter grotendeels hetzelfde: Israël heeft als volk geen eigen toekomst meer in Gods profetische plan.

Daarmee worden de concrete beloften aan Israël losgemaakt van de mensen aan wie God ze heeft gegeven.

 

Heeft God Israël verstoten?

Paulus stelt in Romeinen 11 precies de vraag die de vervangingsleer raakt:

“Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre; want ik ben ook een Israëliet, uit het zaad Abrahams, van den stam Benjamin.” — Romeinen 11:1 (STV)

Het antwoord kan nauwelijks duidelijker zijn.

God heeft Zijn volk niet verstoten.

Paulus zegt niet dat Israël voortaan een andere betekenis heeft gekregen. Hij zegt niet dat de Gemeente nu het ware Israël is. Hij spreekt over zijn eigen natuurlijke afkomst uit Abraham en Benjamin en noemt Israël nog steeds Gods volk.

Dat betekent niet dat iedere Israëliet automatisch behouden is. Een natuurlijke afstamming uit Abraham redt niemand. Ook een Israëliet moet geloven in de Here Jezus Christus.

Maar het ongeloof van velen binnen Israël betekent niet dat Gods nationale beloften zijn vervallen.

Paulus vervolgt:

“Dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn. En alzo zal geheel Israël zalig worden.” — Romeinen 11:25-26 (STV)

De verharding is voor een deel.

De verharding duurt totdat.

Dat is niet de taal van definitieve vervanging. Het wijst op een tijdelijke toestand die door God zal worden beëindigd.

Israël is tijdelijk terzijde gesteld, maar niet voor altijd afgeschreven. Gods werk met Israël is onderbroken, niet opgeheven.

 

Gods beloften aan Israël zijn niet vervallen

God gaf aan Abraham, Izak, Jakob en David concrete beloften. Hij sprak over een nageslacht, een land, een troon, een koningshuis en een toekomstig Koninkrijk.

Deze beloften kunnen niet zonder meer worden overgedragen aan een andere groep.

Wanneer God een land aan het natuurlijke nageslacht van Abraham belooft, maar uiteindelijk alleen een hemelse zegen voor de kerk bedoelt, veranderen de woorden van betekenis.

Wanneer God een eeuwige troon aan David belooft, maar uiteindelijk alleen een geestelijke invloed van de kerk bedoelt, is de oorspronkelijke inhoud van de belofte verdwenen.

Wanneer God zegt dat Hij Israël niet zal verstoten, maar het volk vervolgens toch definitief door de Gemeente vervangt, verliest deze verzekering haar betekenis.

Het gaat daarom niet alleen om de vraag welke plaats Israël in de toekomst heeft.

Het gaat om de betrouwbaarheid van God.

God vervult Zijn beloften niet omdat Israël altijd trouw is geweest. Hij vervult ze omdat Hij Zelf trouw is.

 

De volgorde in Handelingen

Handelingen 15 laat duidelijk zien dat het bijeenbrengen van de Gemeente niet hetzelfde is als het herstel van Israël.

Jakobus zegt:

“Simeon heeft verhaald, hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)

God doet in deze tijd een bijzonder werk onder de heidenen. Hij verzamelt uit hen een volk voor Zijn Naam.

Dat betekent niet dat alle heidenen worden bekeerd of dat de wereld geleidelijk het Koninkrijk wordt. God neemt uit de heidenen een volk.

Daarna zegt Jakobus:

“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen den tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” — Handelingen 15:16 (STV)

De volgorde is belangrijk.

God vergadert eerst een volk uit de heidenen.

Daarna zal Hij wederkeren.

Daarna zal Hij de vervallen tabernakel van David herstellen.

De Gemeente is dus niet de herstelde tabernakel van David. Het bijeenbrengen van de Gemeente gaat aan dat herstel vooraf.

De vervangingsleer maakt van “na dezen” feitelijk “in plaats hiervan”. Maar dat is niet wat de Schrift zegt.

 

De apostelen verwachtten herstel voor Israël

Kort voor de hemelvaart vroegen de apostelen aan de opgestane Here:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?” — Handelingen 1:6 (STV)

Wanneer de verwachting van een werkelijk herstel van Israël fundamenteel onjuist was geweest, was dit het geschikte moment geweest om haar te corrigeren.

De Here antwoordde echter niet dat Israël geen Koninkrijk meer zou ontvangen. Hij zei:

“Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft.” — Handelingen 1:7 (STV)

Hij corrigeerde niet hun verwachting van herstel. Hij corrigeerde hun vraag naar het tijdstip.

Daarna gaf Hij hun de opdracht voor de tussenliggende periode:

“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.” — Handelingen 1:8 (STV)

De opdracht aan de discipelen was niet om het Koninkrijk op te richten.

Hun opdracht was om getuigen van Christus te zijn.

Dat onderscheid is beslissend voor het beoordelen van koninkrijkstheologie.

 

De Gemeente bouwt het Koninkrijk niet

De Gemeente heeft een hoge en heerlijke roeping. Zij is het Lichaam van Christus, een woonstede van God in de Geest en gezegend met alle geestelijke zegeningen in de hemel.

Maar nergens krijgt zij de opdracht om het Koninkrijk op aarde te vestigen.

De Here Jezus zei:

“Ik zal Mijn gemeente bouwen.” — Mattheüs 16:18 (STV)

Christus bouwt Zijn Gemeente.

De Gemeente bouwt niet Zijn Koninkrijk.

De taak van de Gemeente is het Evangelie der genade te verkondigen, het Woord der verzoening bekend te maken en gelovigen op te bouwen in de waarheid.

Paulus schrijft:

“Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: Laat u met God verzoenen.” — 2 Korinthe 5:20 (STV)

Een gezant vertegenwoordigt zijn regering in een vreemd land. Hij neemt dat land niet over en richt daar niet op eigen gezag het bestuur van zijn koning op.

Dat past bij de positie van de Gemeente.

Haar burgerschap is in de hemel. Zij bevindt zich nog in de wereld, maar behoort bij Christus.

De Gemeente neemt geen naties in. Zij roept mensen uit de naties tot Christus.

Zij bouwt geen aardse troon. Zij verkondigt de komende Koning.

Zij dwingt geen samenleving onder christelijke heerschappij. Zij roept zondaren op zich met God te laten verzoenen.

 

Christus heeft Zijn aardse Koningschap nog niet openbaar aanvaard

De Here Jezus Christus is werkelijk verhoogd. Hij is gezeten aan de rechterhand van God en met eer en heerlijkheid gekroond.

Toch zegt de Schrift:

“Doch nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn.” — Hebreeën 2:8 (STV)

Christus bezit alle rechten op het Koninkrijk, maar Zijn heerschappij over de aarde is nog niet zichtbaar geopenbaard.

Hebreeën zegt bovendien:

“Maar Deze, één slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods; Voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten.” — Hebreeën 10:12-13 (STV)

Christus is gezeten aan de rechterhand van God en verwacht het moment waarop Zijn vijanden zichtbaar aan Zijn voeten worden gesteld.

Ook Openbaring maakt onderscheid tussen de troon van de Vader en de toekomstige openbare troon van Christus:

“Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.” — Openbaring 3:21 (STV)

Christus zit nu met Zijn Vader in Diens troon. Hij spreekt over Zijn eigen troon als de plaats van Zijn toekomstige openbare regering.

Het Koninkrijk is daarom niet afwezig in absolute zin. Christus is Koning en gelovigen erkennen Zijn gezag. Maar het Koninkrijk is in deze tijd nog verborgen en niet zichtbaar als wereldomvattende heerschappij geopenbaard.

 

Niet de kerk, maar Christus openbaart het Koninkrijk

In Lukas 19 vertelt de Here Jezus over:

“Een zeker welgeboren man, die reisde in een ver gelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren.” — Lukas 19:12 (STV)

De volgorde is helder.

De edelman vertrekt.

Hij ontvangt het Koninkrijk.

Hij keert terug.

Daarna oefent hij zijn koninklijke gezag openlijk uit.

De dienstknechten krijgen tijdens zijn afwezigheid niet de opdracht om zijn Koninkrijk alvast op aarde te vestigen. Zij moeten trouw handelen met wat hun is toevertrouwd totdat hij terugkomt.

Zo wordt ook het Koninkrijk van Christus niet openbaar omdat de Gemeente voldoende maatschappelijke invloed heeft verworven.

Het wordt openbaar wanneer de Koning Zelf wederkomt.

Niet de kerk brengt het Koninkrijk.

De Koning brengt het Koninkrijk.

 

Kingdom Now en maatschappelijke heerschappij

Binnen Kingdom Now wordt de Grote Opdracht vaak uitgelegd als een opdracht om gehele naties tot discipelen te maken. Dat betekent dan meer dan het Evangelie aan mensen verkondigen.

Samenlevingen, regeringen en culturele instellingen zouden onder christelijke invloed moeten worden gebracht. De kerk moet strategische posities innemen en op verschillende terreinen van de maatschappij gaan regeren.

Daarmee verandert de opdracht van de Gemeente ingrijpend.

Getuigen wordt heersen.

Evangelisatie wordt transformatie.

Dienen wordt leidinggeven aan de samenleving.

De verkondiging van Christus wordt een programma voor culturele en politieke invloed.

Maar de Here Jezus zei voor Pilatus:

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.” — Johannes 18:36 (STV)

Christus ontkent niet dat Hij Koning is. Hij verklaart dat Zijn Koninkrijk zijn oorsprong, gezag en kracht niet aan deze wereldorde ontleent.

Daarom wordt het niet gevestigd met de middelen waarmee menselijke koninkrijken worden opgebouwd: macht, politieke druk, culturele overheersing of maatschappelijke controle.

 

De wereld wordt niet geleidelijk het Koninkrijk

Een belangrijk uitgangspunt binnen veel vormen van koninkrijkstheologie is dat de wereld door de invloed van de Gemeente steeds meer onder de heerschappij van Christus zal komen.

De profetische lijn van het Nieuwe Testament is echter anders.

De Here Jezus leerde dat tarwe en onkruid samen zouden opgroeien tot de oogst:

“Laat ze beiden te zamen opwassen tot den oogst.” — Mattheüs 13:30 (STV)

Paulus waarschuwde voor de toestand in de laatste dagen:

“En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden.” — 2 Timotheüs 3:1 (STV)

De Here Jezus stelde bovendien de indringende vraag:

“Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?” — Lukas 18:8 (STV)

De Gemeente wordt niet voorgesteld als een steeds machtiger wereldheerser die de aarde succesvol voor Christus inneemt.

Zij blijft een getuigend, dienend en vaak verworpen volk te midden van een wereld die haar Here niet kent.

De wereld wordt niet door de Gemeente geleidelijk in het Koninkrijk veranderd. Christus zal de wereld oordelen en onder Zijn heerschappij brengen wanneer Hij verschijnt.

 

De verborgen en toekomstige openbaring van het Koninkrijk

Het Koninkrijk van Christus bestaat en Christus bezit het recht om te regeren. Maar Zijn Koninkrijk is in deze tijd niet openbaar zoals het bij Zijn wederkomst zal zijn.

Nu is Christus verborgen voor de wereld.

Nu wordt Zijn heerschappij erkend door hen die in Hem geloven.

Nu vergadert Hij Zijn Gemeente.

Bij Zijn wederkomst zal Hij Zich zichtbaar openbaren, Zijn vijanden oordelen en Zijn Koninkrijk op aarde openbaar maken.

Daarom is het onjuist om de tegenwoordige geestelijke heerschappij van Christus over Zijn Gemeente gelijk te stellen aan de toekomstige zichtbare regering over Israël en de volkeren.

Wie deze fasen vermengt, loopt onvermijdelijk vooruit op Gods tijd.

De vervangingsleer schept ruimte voor Kingdom Now

Hier raken koninkrijkstheologie en vervangingsleer elkaar.

Wanneer Israël geen eigen toekomstige plaats meer heeft, komen de beloften over het Koninkrijk, de troon, het priesterschap en de heerschappij beschikbaar voor de Gemeente.

De kerk wordt het nieuwe Israël.

De beloften aan Israël worden kerkelijke beloften.

De nationale roeping van Israël wordt een maatschappelijke opdracht voor de kerk.

De toekomstige regering van de Messias wordt een tegenwoordige heerschappij van christelijke leiders.

De troon van David wordt vergeestelijkt.

Jeruzalem wordt een symbool.

De volkeren worden invloedssferen die door de kerk moeten worden ingenomen.

Zo vormt de vervangingsleer de leerstellige bodem waarop moderne koninkrijkstheologie kan groeien.

De vervangingsleer neemt Israël zijn plaats af.

Kingdom Now geeft die plaats aan de Gemeente.

 

Waarom moderne apostelen nodig worden binnen Kingdom Now

Wanneer de kerk het Koninkrijk wereldwijd moet vestigen, ontstaat de vraag wie dit omvangrijke werk moet leiden.

Binnen veel Kingdom Now- en NAR-kringen luidt het antwoord: moderne apostelen en profeten.

Zij zouden strategische openbaringen ontvangen, geestelijke gebieden onderscheiden, leiders aanstellen en de Gemeente in positie brengen om steden en naties te beïnvloeden.

Dat is geen toevallige toevoeging aan het systeem. Het volgt logisch uit de koninkrijkstheologie.

Een wereldwijd koninkrijk vraagt om wereldwijde bestuurders.

Nieuwe strategieën vragen om nieuwe openbaringen.

Geestelijke gebiedsverovering vraagt om leiders met buitengewoon gezag.

Maar de Gemeente heeft reeds een Hoofd: de Here Jezus Christus.

Zij heeft ook reeds een fundament:

“Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.” — Efeze 2:20 (STV)

Een fundament wordt eenmaal gelegd. Het wordt niet in iedere generatie opnieuw aangebracht.

De Gemeente wordt niet geleid door een nieuwe bestuurlijke elite van apostelen. Zij wordt opgebouwd vanuit het reeds gelegde fundament door het Woord van God.

 

Het Evangelie verandert van verzoening in verovering

Wanneer de koninkrijkstheologie de opdracht van de Gemeente gaat bepalen, verandert ook de nadruk van de boodschap.

Het Evangelie gaat dan steeds minder over zonde, oordeel, rechtvaardiging, verzoening en eeuwig leven. De aandacht verschuift naar bestemming, invloed, leiderschap, gebiedsinneming en maatschappelijke transformatie.

Zonde wordt vooral een hindernis voor persoonlijke bestemming.

Verlossing wordt herstel van menselijke heerschappij.

Gebed wordt strategische geestelijke oorlogsvoering over gebieden.

Aanbidding wordt een methode om een geestelijke atmosfeer te veranderen.

De Gemeente wordt een leger dat de aarde moet innemen.

Maar Paulus noemt de gelovigen gezanten die smeken:

“Laat u met God verzoenen.” — 2 Korinthe 5:20 (STV)

Het Evangelie is geen programma voor christelijke overheersing.

Het is de boodschap dat vijanden van God door het volbrachte werk van Christus met Hem verzoend kunnen worden.

 

De Bijbelse taak van de Gemeente

De Gemeente hoeft niet klein over haar roeping te denken. Haar hemelse positie in Christus is veel hoger dan iedere aardse machtspositie.

Zij is geroepen om Christus bekend te maken.

Zij verkondigt het Evangelie der genade.

Zij bewaart en verdedigt het Woord der waarheid.

Zij bouwt gelovigen op in Christus.

Zij wandelt als licht te midden van een donkere wereld.

Zij verwacht haar Here uit de hemel.

De Gemeente is niet geroepen om de samenleving te domineren, maar om Christus te vertegenwoordigen.

Zij is niet geroepen om de Koning tijdens Zijn afwezigheid te vervangen.

Zij is geroepen om Hem trouw te dienen totdat Hij komt.

 

Israël, de Gemeente en het toekomstige Koninkrijk

De Bijbelse volgorde is helder.

Christus werd verworpen, gekruisigd, opgewekt en verhoogd.

Hij vergadert nu Zijn Gemeente uit Joden en heidenen.

De Gemeente verkondigt het Evangelie en verwacht haar Here.

Wanneer dit werk voltooid is, zal God Zijn handelen met Israël openlijk voortzetten.

Christus zal wederkomen, Zijn vijanden oordelen en Zijn heerschappij over de aarde zichtbaar openbaren.

Israël zal worden hersteld en de volkeren zullen onder Zijn regering worden gebracht.

Het Koninkrijk wordt niet door de Gemeente aan Christus aangeboden alsof zij het voor Hem heeft gebouwd.

Het wordt door Christus Zelf in macht en heerlijkheid geopenbaard.

 

Koninkrijkstheologie en vervangingsleer gaan verder dan de Schrift

De vervangingsleer zegt dat de Gemeente de plaats van Israël heeft ingenomen.

Kingdom Now zegt dat de Gemeente nu reeds de plaats van de regerende Koning moet innemen.

Beide visies gaan verder dan wat de Schrift leert.

De Gemeente heeft Israël niet vervangen.

De beloften aan Israël zijn niet vervallen.

De troon van David blijft een werkelijke troon.

Het toekomstige herstel van Israël blijft staan.

De zichtbare onderwerping van de aarde aan Christus blijft het werk van de Koning.

De Gemeente heeft niet de opdracht om vóór de wederkomst het Koninkrijk op aarde te vestigen. Haar roeping is hemels: het Evangelie verkondigen, het Lichaam van Christus opbouwen en de Here Jezus Christus uit de hemel verwachten.

Niet de kerk brengt het Koninkrijk.

Niet moderne apostelen brengen het Koninkrijk.

Niet politieke invloed brengt het Koninkrijk.

Niet maatschappelijke transformatie brengt het Koninkrijk.

De Koning Zelf zal Zijn Koninkrijk in macht en heerlijkheid openbaren.

“En de HEERE zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de HEERE één zijn, en Zijn Naam één.” — Zacharia 14:9 (STV)

Zie ook:

Israël en de Gemeente: het Bijbelse onderscheid – Bijbelse basis

Israël vandaag Gods volk? – Bijbelse basis

Niet via Israël, niet via de Wet, maar via Genade alléén – Bijbelse basis

Wat zegt de Bijbel over de gemeente van Jezus Christus? – Bijbelse basis

Kingdom Nów ??

Tijden en gelegenheden zijn in Gods hand

Kingdom Now stelt dat de Gemeente geroepen is om het Koninkrijk van God vóór de wederkomst van Christus zichtbaar op aarde te vestigen. Christenen zouden maatschappelijke terreinen moeten innemen, politieke en culturele invloed moeten verkrijgen en demonische machten uit steden en gebieden moeten verdrijven.

In extremere vormen wordt zelfs beweerd dat Christus pas kan terugkeren nadat de Gemeente de wereld aan Hem heeft onderworpen.

Dat  klinkt allemaal krachtig en strijdvaardig. Toch berust  het op een fundamentele verwarring. Er is onvoldoende onderscheid tussen de huidige verhoging van Christus, het verborgen karakter van Zijn Koninkrijk en Zijn toekomstige openbare Koningschap over Israël en de volkeren.

De Schrift leert nergens dat de Gemeente het Koninkrijk moet vestigen.

 

KIngdom Now, een onbijbelse misvatting
Waarom KIngdom Now niet Bijbels is

Christus bouwt Zijn Gemeente en Hij zal Zijn Koninkrijk openbaar maken.

 Christus is verhoogd, maar regeert nog niet vanaf de troon van David

De Here Jezus Christus is opgewekt uit de doden en verhoogd aan Gods rechterhand. Hij bezit alle macht en is met heerlijkheid en eer gekroond.

“Doch nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn; maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond.” — Hebreeën 2:8-9 (STV)

Dit gedeelte bevat een belangrijk gegeven

Christus is reeds gekroond. Hij bezit koninklijke waardigheid en gezag. Tegelijkertijd zien wij nog niet dat alle dingen Hem daadwerkelijk onderworpen zijn.

Hij is de rechtmatige Erfgenaam en de verhoogde Heer, maar Hij oefent het openbare Davidische Koningschap over Israël en de wereld nog niet uit.

Psalm 110 zegt:

“De HEERE heeft tot Mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.” — Psalm 110:1 (STV)

Christus zit nu aan Gods rechterhand. Hij zit nog niet op de troon van David in Jeruzalem. Hij wacht op het door God bepaalde tijdstip waarop Zijn vijanden daadwerkelijk onder Zijn voeten worden gesteld.

Ook Hebreeën spreekt over dit wachten:

“Maar Deze, één slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods; voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten.” — Hebreeën 10:12-13 (STV)

Het woord verwachtende is veelzeggend. De openbare uitoefening van Christus’ Koningschap over de aarde is nog toekomstig.

 

Het Koninkrijk is al realiteit, maar is nog verborgen

Het probleem van de Kingdom Now leer is niet dat Christus Koning wordt genoemd. Christus is de rechtmatige Koning der koningen en bezit alle macht.

De dwaling ontstaat wanneer Zijn huidige hemelse verhoging wordt gelijkgesteld aan de openbare vestiging van het Messiaanse Koninkrijk op aarde.

De juiste tegenstelling is daarom niet:

nu geen Koninkrijk, later wel een Koninkrijk

maar:

nu verborgen, later openbaar

Christus bezit het recht op het Koninkrijk. Hij is verhoogd en gekroond. Maar de zichtbare heerschappij die door de profeten is aangekondigd, is nog niet aangebroken.

De Gemeente leeft niet in de tijd waarin Christus zichtbaar vanaf de troon van David over Israël en de volkeren regeert, maar leeft in de tijd waarin de Koning door de wereld is verworpen en in de hemel verborgen is.

 

Het Koninkrijk zou niet onmiddellijk openbaar worden

De discipelen verwachtten dat het Koninkrijk Gods spoedig zichtbaar zou verschijnen. Juist daarom vertelde de Here Jezus een gelijkenis:

“En als zij dit hoorden, voegde Hij daarbij, en zeide een gelijkenis, omdat Hij nabij Jeruzalem was, en omdat zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond zou openbaar worden. Hij zeide dan: Een zeker welgeboren man reisde in een vergelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren.” — Lukas 19:11-12 (STV)

De volgorde is duidelijk.

De welgeboren man vertrekt naar een vergelegen land. Daar ontvangt hij het recht op het Koninkrijk. Daarna keert hij terug om daadwerkelijk als Koning te regeren.

De gelijkenis zegt niet dat zijn dienstknechten tijdens zijn afwezigheid het land moesten onderwerpen en zijn Koninkrijk voor hem moesten vestigen. Zij moesten trouw handelen met wat hun is toevertrouwd, totdat hij terugkomt.

Hun opdracht is niet: Neem mijn plaats in en onderwerp mijn vijanden.

Hun opdracht is: Wees getrouw totdat ik kom.

Bij zijn terugkeer handelt de koning zelf met zijn vijanden:

“Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zou zijn, brengt hen hier, en slaat ze hier voor mij dood.” — Lukas 19:27 (STV)

De verwerping van Christus eindigt dus niet doordat de Gemeente de wereld geleidelijk bekeert of onderwerpt. Zij eindigt wanneer Christus Zelf terugkeert en Zijn gezag openbaar vestigt.

 

De troon van David in de toekomst

De engel Gabriël zei over de Here Jezus:

“Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven. En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid.” — Lukas 1:32-33 (STV)

De troon van David is niet hetzelfde als de troon aan de rechterhand Gods in de hemel.

David heeft nooit in de hemel geregeerd. Zijn troon stond in Jeruzalem en was verbonden met het Koningschap over Israël.

Christus zit nu aan Gods rechterhand. Bij Zijn wederkomst zal Hij de troon van David aanvaarden en zichtbaar over het huis van Jakob en de volkeren regeren.

Openbaring spreekt daarover als een toekomstige gebeurtenis:

“En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.” — Openbaring 11:15 (STV)

De koninkrijken van deze wereld zijn vandaag zichtbaar nog niet aan Christus onderworpen. Dat zal gebeuren wanneer Hij Zijn Koningschap openbaar aanvaardt.

 

Eerst de Gemeente, daarna het herstel van Davids Koninkrijk

Handelingen 15 geeft een van de duidelijkste weerleggingen van de Kingdom Now leer.

Jakobus beschrijft Gods programma:

“Simeon heeft verhaald, hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)

Daarna zegt hij:

“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen den tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” — Handelingen 15:16 (STV)

De woorden eerst en na dezen bepalen de volgorde.

God verzamelt nu uit de heidenen een volk voor Zijn Naam. Daarna zal Christus wederkeren. Vervolgens wordt de vervallen hut van David hersteld.

De Kingdom Now leer keert deze volgorde om. Volgens deze leer moet de Gemeente eerst het Koninkrijk zichtbaar maken, waarna Christus kan terugkeren.

De Schrift zegt precies het tegenovergestelde:

Christus keert terug en Hij vestigt het Koninkrijk.

 

De Gemeente is geen aardse veroveringsmacht

De Gemeente wordt nergens voorgesteld als een organisatie die politieke, economische en culturele machtsposities moet veroveren om het Koninkrijk van God te vestigen.

De Gemeente is het Lichaam van Christus, met een hemelse roeping en bestemming.

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” — Filippenzen 3:20 (STV)

De Gemeente verwacht haar Zaligmaker uit de hemel. Zij bereidt niet eerst een voltooide christelijke wereld voor om die vervolgens aan Hem aan te bieden.

 

Gelovigen worden gezanten (gezondenen) genoemd:

“Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen.” — 2 Korinthe 5:20 (STV)

Een gezant vertegenwoordigt een afwezige Koning in een vreemd land. Hij neemt dat land niet over. Hij verkondigt de boodschap van zijn Koning.

De roeping van de Gemeente is daarom Christus te verkondigen, mensen op te roepen zich met God te laten verzoenen, gelovigen op te bouwen, het Woord te bewaren en de Here Jezus Christus te verwachten.

Nu geroepen dus tot getuigenis, niet tot wereldheerschappij.

 

Kingdom Now verwart Israël met de Gemeente

De zichtbare aardse heerschappij van de Messias is in de profetieën verbonden met Israël, Jeruzalem, het huis van Jakob en de troon van David.

Na de opstanding vroegen de discipelen:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?” — Handelingen 1:6 (STV)

De Here Jezus antwoordde niet dat er geen herstel van Israël zou komen. Hij zei:

“Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft.” — Handelingen 1:7 (STV)

Het herstel werd niet ontkend. Alleen het tijdstip werd niet bekendgemaakt.

De Kingdom Now leer neemt de aardse beloften aan Israël en past die rechtstreeks toe op de Gemeente. De Gemeente wordt daardoor de vermeende erfgenaam van Israëls aardse koninkrijksroeping.

Maar de Gemeente is niet Israël. De hemelse positie van het Lichaam van Christus is niet hetzelfde als de aardse regering vanaf de troon van David.

Wie dit onderscheid uitpoetst of niet ziet, maakt van de Gemeente iets wat zij volgens de Schrift niet is.

 

De wereld wordt niet geleidelijk het Koninkrijk

De Kingdom Now leer verwacht dat het Koninkrijk steeds zichtbaarder wordt doordat de Gemeente terrein wint. De Schrift beschrijft de tijd vóór Christus’ verschijning echter niet als een periode waarin de wereld steeds christelijker wordt.

Paulus schrijft:

“En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden.” — 2 Timotheüs 3:1 (STV)

De Here Jezus vroeg:

“Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?” — Lukas 18:8 (STV)

De Schrift verwacht allesbehalve een geleidelijke overwinning van de Gemeente over alle politieke, maatschappelijke en geestelijke machten.

In de gelijkenis van het onkruid blijft het onkruid tussen de tarwe staan tot de oogst. De oogst is de voleinding van de eeuw, wanneer Christus Zelf ingrijpt.

De Gemeente zal vrucht dragen. Het Evangelie zal mensen uit alle volken bereiken. Maar nergens wordt beloofd dat de Gemeente vóór de wederkomst de samenleving zal onderwerpen of de wereld tot het Koninkrijk zal maken.

 

Satan is nog niet gebonden

Binnen de Kingdom Now leer wordt veel gesproken over het ‘binden van territoriale machten, het innemen van steden en het verdrijven van satanische heerschappij”uit complete gebieden.

De Schrift leert onomwonden dat satan in deze tijd nog actief is:

“Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden.” — 1 Petrus 5:8 (STV)

Satan is dus nog niet gebonden zoal voorzegd in Openbaring 20.

Zijn daadwerkelijke binding vindt plaats wanneer een engel uit de hemel neerdaalt en hem op Gods bevel bindt:

“En hij greep den draak, de oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren.” — Openbaring 20:2 (STV)

Niet ‘de Gemeente bindt satan door decreten, territoriale gebeden of moderne apostolische autoriteit’.

God Zélf laat hem op het vastgestelde moment binden.

De gelovige moet de duivel weerstaan. Dat is iets anders dan beweren dat de Gemeente zijn macht over de wereld nu reeds kan of zou moeten  beëindigen.

 

Christus Zelf zal Zijn Koninkrijk vestigen

Het toekomstige Koninkrijk ontstaat niet door kerkelijke strategie, politieke meerderheden, culturele beïnvloeding of moderne apostolische netwerken.

Daniël zegt:

“Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden.” — Daniël 2:44 (STV)

God richt het Koninkrijk op.

Christus verschijnt in heerlijkheid. Hij oordeelt de volkeren, herstelt Israël, aanvaardt de troon van David en maakt Zijn heerschappij openbaar.

Dat is geen geleidelijk menselijk proces. Het is een beslissend Goddelijk ingrijpen.

Bij Zijn eerste komst werd de Koning verworpen. Bij Zijn tweede komst zal Hij Zijn Koningschap openbaar aanvaarden.

 

Het gevaar van de Kingdom Now leer

Wanneer de Gemeente zichzelf gaat zien cq. verheffen als de zichtbare regering van God op aarde, verschuift onvermijdelijk het zwaartepunt.

Het Evangelie van verzoening wordt vervangen door een boodschap van maatschappelijke transformatie. Dienaren worden machthebbers. Moderne apostelen en profeten krijgen bestuurlijke autoriteit. Politieke invloed wordt aangezien voor geestelijke overwinning.

Voorspoed, succes en maatschappelijke macht worden bewijsstukken van koninkrijkskracht. Kritiek op leiders kan vervolgens worden voorgesteld als verzet tegen Gods gezag.

Daarmee ontstaat precies het tegenovergestelde van het voorbeeld van Christus.

De Here Jezus kwam tijdens Zijn eerste komst niet om politieke macht te grijpen, maar om te dienen en Zijn leven te geven.

De Gemeente volgt haar verworpen Heer. Zij draagt in deze wereld niet de kroon van zichtbare wereldheerschappij, maar het getuigenis van een gekruisigde en opgestane Christus.

 

Geen passiviteit, maar trouw

De afwijzing van de Kingdom Now leer betekent niet dat christenen zich dan maar uit de samenleving moeten terugtrekken.

Gelovigen behoren goed te doen, rechtvaardig te handelen, voor hun naasten te zorgen, de waarheid te spreken en hun licht te laten schijnen.

Maar er is een wezenlijk verschil tussen trouw en rechtvaardig leven in de wereld en beweren dat de Gemeente de wereld zou moeten veroveren en het Koninkrijk moet vestigen.

Het eerste is Bijbels.

Het tweede neemt een werk op zich dat Christus voor Zichzelf heeft voorbehouden.

 

Christus bouwt Zijn Gemeente

De Here Jezus heeft niet gezegd dat de Gemeente Zijn Koninkrijk moet bouwen. Hij heeft gezegd:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” — Mattheüs 16:18 (STV)

Christus bouwt Zijn Gemeente.

De Gemeente bouwt niet Zijn Koninkrijk. Zij verkondigt het Evangelie, bewaart het Woord en verwacht de Heer.

Dat is geen zwakke of passieve roeping. Het is trouw blijven aan het werk dat Christus haar daadwerkelijk heeft opgedragen.

 

De Bijbelse volgorde

Christus is gestorven, opgewekt en verhoogd. Hij zit nu aan Gods rechterhand en wacht totdat Zijn vijanden tot een voetbank van Zijn voeten worden gesteld.

In deze tijd verzamelt Hij Zijn Gemeente uit Joden en heidenen. De Gemeente verkondigt het Woord, dient, lijdt, getuigt en verwacht haar Heer.

Daarna zal Christus wederkomen. Hij zal het Davidische Koningschap aanvaarden, Israël herstellen, de volkeren oordelen en Zijn reeds bestaande maar verborgen Koninkrijk zichtbaar op aarde vestigen.

Christus is dus nu al de rechtmatige Koning en de verhoogde Heer. Maar Hij regeert nog niet openbaar vanaf de troon van David over Israël en de volkeren.

 

De Gemeente bouwt het Koninkrijk niet. Christus bouwt Zijn Gemeente en Christus zal Zijn Koninkrijk openbaren.

Kingdom Now zegt eigenlijk:

Wij moeten het Koninkrijk vestigen voordat de Koning komt.

De Schrift zegt:

“Na dezen zal Ik wederkeren.” Handelingen 15:16 (STV)

zie ook:

Bijbelstudie lezingen: Kingdom Now ….

Wat is er gebeurd met Bijbelse waarheid

Is de Bijbelse waarheid kwijtgeraakt? Niet omdat de Bijbel verdwenen is, maar omdat veel Bijbelse woorden zijn bedekt geraakt onder traditie, systeemtaal en vertrouwde formuleringen. Dit blog roept op tot Bijbelstudie: Schrift met Schrift vergelijken, begrippen toetsen en de Bijbel opnieuw zelf laten spreken.

Er is een manier waarop Bijbelse waarheid stil uit beeld kan verdwijnen

Niet doordat de Bijbel wordt weggegooid.

Niet doordat men openlijk zegt: “Wij geloven dit niet meer.”

Niet doordat de Schrift wordt verboden.

Maar doordat woorden blijven staan, terwijl hun inhoud verschuift. Begrippen worden nog gebruikt, maar niet meer gecontroleerd. Formuleringen worden doorgegeven, maar niet meer getoetst. Men spreekt over Christus, Israël, de gemeente, het Koninkrijk, de opname, het nieuwe verbond en de verborgenheid, maar vaak met een pakket aan aannames dat nauwelijks nog aan de Schrift zelf wordt getoetst.

En dan gaat het op de helling .

Want wanneer Bijbelse taal losraakt van Bijbelse inhoud, ontstaat er een vrome mistbank. Alles klinkt bekend. Alles klinkt veilig. Alles klinkt “christelijk”. Maar ondertussen bepaalt niet meer de Schrift de betekenis van de woorden, maar traditie, systeem, gewoonte en overgeleverd jargon.

Open Bijbel op een kruispunt tussen mensenwoord en Gods Woord, als beeld van de keuze tussen traditie en Schrift.
Toets alles, behoud het goede

De Bijbel onder een laag kerkelijke verf

Veel verwarring begint niet bij opstand tegen de Bijbel, maar bij onnauwkeurigheid.

Men zegt iets omdat men ‘het altijd zo gehoord heeft’ Men gebruikt een term omdat die in de vertrouwde kring gangbaar is. Men neemt een schema over omdat het in een studiebijbel staat. Men citeert commentaren alsof daarmee de zaak beslist is.

Maar de vraag blijft: staát het er ook?

Dat is een ongemakkelijke vraag. Zeker wanneer geliefde formuleringen onder druk komen te staan. Toch is het precies die vraag die telkens opnieuw gesteld moet worden.

Niet: wat zegt mijn traditie?

Niet: wat zegt mijn favoriete leraar?

Niet: wat zegt het schema dat ik altijd heb geleerd?

Maar: wat zegt de Schrift?

Dat klinkt eenvoudig. In werkelijkheid is het voor veel mensen bedreigend. Want zodra de Bijbel werkelijk zelf mag spreken, vallen sommige vertrouwde constructies om.

Christus is niet blijven hangen bij Golgotha

Een van de grootste verschralingen in veel christelijk spreken is dat Christus vooral wordt verbonden met Zijn sterven voor onze zonden, terwijl Zijn opstanding, hemelvaart, verheerlijking en huidige bediening nauwelijks nog doordacht of besproken worden.

Natuurlijk is Zijn sterven volstrekt wezenlijk. Zónder het kruis is er geen verlossing. Maar de Bijbelse boodschap stopt niet bij het kruis.

Christus is opgewekt.

Christus is verheerlijkt.

Christus is gesteld tot Heere en Christus.

Christus is Hogepriester.

Christus is Hoofd van Zijn lichaam.

Christus is werkzaam in de hemel.

De gelovige heeft deel aan Hem.

Wie alleen spreekt over vergeving, maar nauwelijks over de verheerlijkte Christus, houdt een halve Christusprediking over.

Dan wordt het geloof versmald tot: “Jezus is voor mijn zonden gestorven.” Waar. Kostbaar. Onmisbaar. Maar niet volledig.

De gelovige is niet alleen iemand van wie de schuld is weggedaan. Hij is met Christus verbonden. Met Hem gestorven, met Hem opgewekt, in Hem gezegend met elke geestelijke zegening. De toekomst van de gemeente is niet slechts “weg zijn van deze aarde”, maar met Christus geopenbaard worden in heerlijkheid.

Dat is veel rijker dan een religieuze nooduitgang naar de hemel.

De gemeente verdwijnt niet uit beeld

Rond de opname van de gemeente bestaat veel verwarring. Vaak wordt de vraag onmiddellijk gesteld: gebeurt dit vóór, tijdens of na de grote verdrukking?

Maar misschien is die vraag al verkeerd geladen.

Want in de Schrift gaat het niet om een gemeente die even uit de geschiedenis wordt weggenomen” en daarna nauwelijks nog een rol speelt. Het gaat om een gemeente die met Christus verbonden is en met Hem zal verschijnen in heerlijkheid.

De bekende tekst uit 1 Thessalonicenzen 4 spreekt erover dat gelovigen de Heer tegemoet zullen gaan in de lucht. Maar “tegemoet gaan” betekent niet noodzakelijk dat Christus halverwege terugkeert om daarna met de gemeente te verdwijnen. Het beeld is eerder dat van een tegemoetgaan om vervolgens met Hem verbonden te zijn in Zijn komst en openbaring.

Daarmee verschuift de nadruk.

Niet: hoe ontsnappen wij aan alles wat komen gaat?

Maar: hoe zijn wij verbonden met de komende Heer?

De toekomstverwachting van de gemeente is niet een los verkrijgbare vluchtmodule. Zij is verbonden met Christus Zelf. Waar Hij verschijnt in heerlijkheid, daar verschijnt Zijn lichaam met Hem.

Israël, Juda en de Joden zijn niet hetzelfde

Een ander gebied van verwarring is het spreken over Israël, Juda en de Joden.

In veel christelijke taal wordt alles gemakshalve “Joods” genoemd. Israël wordt Joods. De twaalf stammen worden Joods. De 144.000 worden Joods. De profeten worden Joods. De hele Bijbel wordt zelfs een “Joods boek” genoemd.

Maar de Bijbel zelf is veel nauwkeuriger.

Juda is niet hetzelfde als heel Israël.

De Joden zijn niet hetzelfde als alle twaalf stammen.

De tien stammen zijn niet hetzelfde als het latere jodendom.

Israël als priesterlijk volk heeft een bredere roeping dan alleen Juda.

Wie dit allemaal op één hoop gooit, verliest zicht op de profetie. Dan worden teksten over Israël versmald tot Juda, teksten over Juda verbreed tot heel Israël, en teksten over de volken verdwijnen in een schema dat meer op traditie rust dan op exegese.

Neem Openbaring 7. Daar worden 144.000 verzegelden genoemd uit de stammen van Israël. Niet simpelweg 144.000 Joden. Er worden stammen genoemd. Juda is daar één stam onder de andere. Wie daar automatisch “het Joodse volk” van maakt, leest  veel te snel.

Dat lijkt misschien geneuzel achter de komma. Maar in Bijbelse profetie zijn details geen versiering. Zij dragen betekenis.

De verborgenheid is geen mystiek sausje

Ook het begrip “verborgenheid” is vaak uit zijn Bijbelse bedding gehaald.

Soms wordt gedaan alsof Paulus een soort geheimzinnige term uit de Griekse mysteriewereld heeft overgenomen. Alsof het christelijk geloof ook een geheimzinnig binnenkamertje moest hebben. Maar dat is een vreemde manier van lezen.

De vraag moet niet zijn: wat deden de Grieken met het woord?

De vraag moet zijn: hoe gebruikt de Schrift het?

De verborgenheid heeft te maken met Gods handelen in de huidige tijd. Het Koninkrijk is niet openbaar gevestigd zoals de profeten spreken over de toekomstige heerlijkheid. Christus is verworpen, opgewekt en verheerlijkt. De gemeente wordt gevormd als Zijn lichaam. De volle heerlijkheid is nog verborgen.

Daarom is “verborgenheid” geen mystieke term, maar een sleutelbegrip om deze bedeling te verstaan. De fout ontstaat wanneer men het begrip losmaakt van de Bijbelse lijn en er een vaag theologisch woord van maakt.

Dan wordt verborgenheid verwarring.

Terwijl het in de Schrift juist bedoeld is om helderheid te geven.

 

Het nieuwe verbond en de gemeente

Een ander misverstand klinkt vroom en Bijbels: het nieuwe verbond is toch uitluitend met Israël en Juda gesloten?..

Ja. Jeremia 31 spreekt inderdaad over Israël en Juda.

Maar daaruit volgt niet dat gelovigen uit de volken geen deel hebben aan de zegen van het nieuwe verbond. “Bestemd voor Israël” betekent niet automatisch “uitgesloten voor ieder ander”. Dat is een conclusie die meer uit een systeem komt dan uit de tekst zelf.

Het Nieuwe Testament laat juist zien dat gelovigen in Christus delen in wat God in Hem gegeven heeft. Christus is de Middelaar. Zijn bloed is het bloed van het nieuwe verbond. Wie in Hem is, staat niet onder de wet van het oude verbond, maar leeft uit het leven van de opgestane Christus.

Daarmee wordt Israël niet vervangen. Maar de gemeente wordt ook niet buiten Christus’ verbondszegen geplaatst alsof zij alleen maar toeschouwer is.

Het probleem ontstaat wanneer men Israël en de gemeente óf verwart, óf zo ver uit elkaar trekt dat men de eenheid in Christus niet meer ziet.

Brood en wijn: leven, niet religieuze doodssymboliek

Zelfs rond brood en wijn is veel taalgebruik gaan schuiven.

Vaak worden brood en wijn bijna uitsluitend verbonden met het lijden en sterven van Christus. Maar in de Schrift zijn brood en wijn diepe tekenen van leven. Voedsel is leven. Wijn is vreugde en leven. Bloed staat in Bijbelse symboliek niet los van leven.

Wanneer Christus spreekt over het bloed van het nieuwe verbond, gaat het dus niet om een doodscultus, maar om leven uit Hem. Het oude verbond eindigt in Zijn dood. Het nieuwe verbond staat in het teken van Zijn opstandingsleven.

Dat maakt de gedachtenis niet minder ernstig. Integendeel. Het maakt haar rijker.

Brood en wijn verkondigen de dood des Heeren, ja. Maar die dood is niet het eindpunt. Die dood markeert het einde van de oude orde, opdat het leven van het nieuwe verbond openbaar wordt in Christus en in allen die aan Hem verbonden zijn.

Hebreeën is geen opsomming van Joodse rituelen

De brief aan de Hebreeën wordt vaak gelezen alsof het vooral een Joodse brief is over Joodse instellingen voor Joodse lezers. Maar dat is te kort door de bocht.

De brief laat juist zien dat de oude inzettingen hun vervulling en einde vinden in Christus. De tabernakel, de offers, de hogepriesterlijke dienst: ze wijzen niet terug naar een religieus systeem dat hersteld moet worden, maar vooruit naar de werkelijkheid in Christus.

Christus is Hogepriester naar de ordening van Melchizedek, niet naar die van Aäron. Dat is geen bijzaak. Hij is geen aardse priester binnen het oude systeem. Zijn priesterschap hoort bij Zijn opstanding, verheerlijking en hemelse bediening.

Wanneer men dat mist, gaat men spreken over het kruis alsof het een altaar was in het oude priesterlijke systeem. Maar Christus’ hogepriesterschap is juist van een andere orde. Niet aards, niet Levitisch, niet herhaalbaar, niet tijdelijk.

Hier blijkt opnieuw hoe gevaarlijk onnauwkeurige taal kan zijn. Een vrome term kan een hele verkeerde denkrichting openen.

De Bijbel is geen bezit van een traditie

De Bijbel is niet van de Joden.

De Bijbel is niet van Rome.

De Bijbel is niet van de Reformatie.

De Bijbel is niet van een studiebijbel.

De Bijbel is niet van een kerkverband.

De Bijbel is niet van een theologisch kamp.

De Bijbel is het Woord van God.

Natuurlijk heeft God gesproken in de geschiedenis van Israël. Natuurlijk zijn de woorden Gods aan Israël toevertrouwd geweest. Natuurlijk is Christus naar het vlees uit Israël. Maar dat maakt de Schrift nog niet tot bezit van één volk of één religieuze traditie.

Zodra een groep zichzelf eigenaar maakt van de Bijbel, wordt de Schrift opgesloten. Dan moet de Bijbel gaan zeggen wat het systeem nodig heeft. En precies daar begint het verval.

Niet de Schrift wordt dan uitgelegd.

De Schrift wordt ingelijfd.

Babel is Babel

Ook in de profetie zie je hoe snel Bijbelse namen worden ingeruild voor systeemnamen.

Babel wordt Rome.

Rome wordt kerkelijk Rome.

Het beest wordt dit of dat wereldrijk.

De profetie wordt door een kerkgeschiedenisfilter gehaald.

Maar waarom eigenlijk?

Als de Schrift Babel zegt, waarom zouden wij dan onmiddellijk Rome moeten lezen? Natuurlijk gebruikt Openbaring beelden. Natuurlijk vraagt profetie om nauwkeurige vergelijking. Maar symboliek is niet hetzelfde als willekeur. Bijbelse symboliek heeft vaste lijnen. Zij is niet bedoeld als vrijbrief om elke naam te vervangen door wat in ons schema past.

Wanneer Babel gewoon Babel mag zijn, verandert het profetische beeld. Dan verschuift de blik van West-Europese kerkgeschiedenis naar de bredere Bijbelse lijn van wereldmacht, opstand tegen God en het centrum van menselijke beschaving buiten de Heere om.

Dat is ongemakkelijk. Maar misschien is dat juist het punt.

Reformatie is geen eindbestemming

De Reformatie heeft veel hersteld. Maar zij heeft niet alles hersteld.

Dat durven zeggen is voor sommigen al bijna blasfemie. Toch is het nodig. Want ook na de Reformatie zijn nieuwe systemen ontstaan.

Nieuwe belijdenisgeschriften. Nieuwe grenzen. Nieuwe vanzelfsprekendheden. Nieuwe woorden waarmee men de Schrift ging lezen.

Wat begon als terugkeer naar de Schrift, werd soms (opnieuw) een kerkelijke gietmal.

Dat is geen aanval op alles wat de Reformatie bracht. Het is een waarschuwing tegen geestelijke luiheid. Elke generatie moet terug naar de Schrift. Niet terug naar de zestiende eeuw alsof daar de eindhalte ligt. Niet terug naar een favoriete studiebijbel. Niet terug naar een schoolnaam.

Terug naar de Schrift.

Altijd weer.

 

Schrift met Schrift vergelijken

De remedie is niet ingewikkeld, maar wel veeleisend.

Neem een woord.

Zoek de Schriftplaatsen op.

Vergelijk het gebruik.

Let op de context.

Let op Israël, Juda, de gemeente, de volken.

Let op wet en genade.

Let op oud en nieuw verbond.

Let op verborgenheid en openbaring.

Let op aardse roeping en hemelse positie.

Doe dat met woorden als bloed, ziel, verborgenheid, dag des Heeren, Koninkrijk, gemeente, Israël, verbond, offer, priester, lichaam, opname.

 

Niet één losse tekst als kapstok

Niet een meter commentaren als eindstation.

Niet een systeem dat alvast bepaalt wat de tekst mag betekenen.

Gewoon: Schrift met Schrift vergelijken.

Dat klinkt ouderwets. Misschien is het dat ook. Maar het is precies wat nodig is in een tijd waarin veel Bijbelse woorden nog wel worden gebruikt, maar vaak met uitgeholde of veranderde betekenis.

De waarheid raakt zoek wanneer woorden losraken van hun inhoud

De grote les is eenvoudig.

Bijbelse waarheid raakt niet alleen zoek door vrijzinnigheid. Zij raakt ook zoek door slordige orthodoxie. Door nageprate termen. Door halfbegrepen schema’s. Door geliefde formuleringen die nooit meer worden gecontroleerd. Door commentaren die elkaar overschrijven. Door systemen die de tekst vooraf inkaderen.

En misschien is dat nog verraderlijker.

Want vrijzinnigheid herken je vaak snel. Maar slordige orthodoxie draagt nette kleren. Zij spreekt vertrouwde taal. Zij citeert bekende woorden. Zij klinkt veilig.

Totdat je vraagt: waar staat dat precies?

Dan wordt het stil.

 

Terug naar de geopende Bijbel

De kerk heeft geen behoefte aan nog meer jargon. Geen behoefte aan nog meer schema’s die vooral zichzelf beschermen. Geen behoefte aan geestelijke mistmachines die met grote woorden kleine nauwkeurigheid verbergen.

Wat nodig is, is eenvoudiger en radicaler:

een geopende Bijbel,

een ootmoedige houding,

een scherp oog voor context,

een bereidheid om vertrouwde termen te toetsen,

en moed om te zeggen: “Misschien heb ik dit altijd verkeerd nagepraat.”

Dat is geen bedreiging van het geloof.

Dat is juist eerbied voor het Woord.

Want wie werkelijk gelooft dat de Bijbel Gods Woord is, hoeft niet bang te zijn voor nauwkeurig lezen. Die hoeft de tekst niet te beschermen met traditie. Die hoeft geen systeem over de Schrift heen te leggen.

 

Laat de Bijbel spreken.

Ook als geliefde woorden sneuvelen.

Ook als vertrouwde schema’s barsten.

Ook als het pijn doet.

Want waarheid die zoekgeraakt is onder religieuze lagen, wordt niet teruggevonden door nog meer lagen aan te brengen.

Deze wordt teruggevonden waar de Bijbel weer open gaat.

Geverifieerd door MonsterInsights