Is de Bijbel echt een moeilijk boek?

Het probleem ligt niet bij de Bijbel

Is de Bijbel echt een moeilijk boek? Dat wordt vaak beweerd. Zelfs sommige christenen zeggen dat zij de Schrift ingewikkeld, tegenstrijdig of ontoegankelijk vinden.

Ze lezen losse gedeelten, begrijpen de samenhang niet en besluiten uiteindelijk dat diepgaande Bijbelstudie alleen iets is voor predikanten, theologen of bijzonder begaafde mensen.

Maar misschien moeten we de vraag omdraaien.

Is de Bijbel onbegrijpelijk, of hebben we geleerd hem verkeerd te lezen?

Het probleem ligt vaak niet bij de Schrift, maar bij de bril waardoor we hem bekijken. Kerkelijke tradities, menselijke leerstellingen, populaire preken en vertrouwde uitlegmodellen hebben ons denken soms zo sterk gevormd, dat we nauwelijks nog onbevangen lezen wat er echt staat.

We komen dan niet naar de Bijbel om te leren, maar om bevestigd te worden.

We onderzoeken niet wat God zegt, maar zoeken teksten die ondersteunen wat we al geloven.

Dat is geen Bijbelstudie. Dat is het gebruiken van de Bijbel als kapstok voor onze eigen overtuigingen.

De Bijbel is geen moeilijk boek
Is de Bijbel echt een moeilijk boek?

De Bijbel wordt moeilijk wanneer we hem niet laten spreken

Veel vermeende tegenstrijdigheden ontstaan doordat teksten uit hun verband worden gehaald. Een vers wordt geciteerd zonder te vragen:

  • Wie spreekt hier?
  • Tot wie wordt gesproken?
  • Onder welke omstandigheden?
  • Over welke tijd gaat het?
  • Wat staat er vóór en na deze tekst?
  • Hoe wordt hetzelfde onderwerp elders in de Schrift behandeld?

Wie deze vragen overslaat, kan de Bijbel vrijwel alles laten zeggen.

De Schrift wordt dan een verzameling losse spreuken, morele lessen en inspirerende gedachten. Iedere prediker kiest enkele passende teksten, voegt daar een eigen boodschap aan toe en noemt het vervolgens Bijbelverkondiging.

Maar een tekst is geen stukje klei dat wij naar eigen wens mogen vormen.

De Bijbel heeft een eigen boodschap, een eigen opbouw en een eigen woordgebruik. Wie die samenhang negeert, maakt het Boek niet eenvoudiger, maar juist onbegrijpelijker.

 

Traditie kan het Woord verduisteren

Kerkelijke traditie wordt vaak behandeld alsof zij onaantastbaar is. Wat generaties lang geleerd is, wordt niet meer onderzocht. Men veronderstelt dat iets Bijbels is omdat het vertrouwd klinkt.

Maar vertrouwd is niet hetzelfde als Bijbels.

De Heere Jezus waarschuwde al voor het gevaar van menselijke overleveringen:

“Makende alzo Gods woord krachteloos door uw inzetting, die gij ingezet hebt” (Markus 7:13, STV).

Dat is scherpe taal.

Menselijke traditie kan Gods Woord krachteloos maken. Niet omdat het Woord werkelijk zijn kracht verliest, maar omdat de betekenis ervan wordt bedekt door verklaringen die men belangrijker is gaan vinden dan wat er geschreven staat.

Een kerkelijke belijdenis kan behulpzaam zijn. Een commentaar kan inzicht geven. Een prediker kan helpen. Maar géén van deze staat boven de Schrift.

Zodra een systeem bepaalt wat een tekst mág betekenen, is de Bijbel niet langer de hoogste autoriteit. Dan is het systeem de autoriteit geworden en dient de Schrift slechts als bewijsboek.

 

De Bijbel is niet geschreven voor een geestelijke elite

Sommigen wekken de indruk dat alleen theologisch geschoolde mensen de Bijbel goed kunnen begrijpen. Natuurlijk kunnen kennis van taal, geschiedenis en achtergrond behulpzaam zijn. Maar de Schrift is niet gegeven aan een kleine academische bovenlaag.

Paulus schreef niet aan hoogleraren, maar aan gemeenten. Zijn brieven moesten worden gelezen, onderzocht en toegepast door gewone gelovigen.

Ook de gelovigen in Beréa worden geprezen omdat zij zelf controleerden of de prediking overeenkwam met de Schrift:

“En dezen waren edeler dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren” (Handelingen 17:11, STV).

Zij namen zelfs het onderwijs van Paulus niet klakkeloos aan.

Zij onderzochten dagelijks of zijn woorden juist waren.

Dát is gezonde Bijbelstudie. Niet blind vertrouwen op de spreker, maar alles toetsen aan het geschreven Woord.

Wie vandaag zegt dat gewone gelovigen niet zelf mogen beoordelen wat er gepredikt wordt, spreekt niet in de geest van Beréa. Geestelijk gezag ontslaat niemand van toetsing.

 

Onderzoekt de Schriften

De Heere Jezus zei:

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen” (Johannes 5:39, STV).

Hij zei niet slechts: lees af en toe selectief een vers.

Hij zei: onderzoek.

Onderzoeken vraagt aandacht, inspanning en volharding. Het betekent dat wij teksten vergelijken, woorden volgen en onderwerpen door de gehele Schrift heen bestuderen.

Dat wordt ook wel Schrift met Schrift vergelijken genoemd.

Een Bijbels begrip moet in de eerste plaats door de Bijbel zelf worden verklaard. Niet door modern taalgebruik, niet door kerkelijke gewoonte en niet door onze persoonlijke associaties.

Wanneer wij willen weten wat de Schrift bedoelt met begrippen als Koninkrijk, gemeente, wet, genade, oordeel, profetie of de dag des Heeren, moeten wij onderzoeken hoe die begrippen in de Schrift gebruikt worden.

Daarbij geldt:

Een losse tekst kan een indruk geven. De gezamenlijke Schriftplaatsen geven de leer.

 

De dag des Heeren is niet zomaar de zondag

Een aansprekend voorbeeld is de uitdrukking “de dag des Heeren”.

Sommige christenen denken daarbij automatisch aan de zondag. Maar wanneer we de plaatsen onderzoeken waar deze uitdrukking voorkomt, zien we iets anders.

De profeten spreken over de dag des Heeren als een tijd van oordeel, duisternis, verbolgenheid en Gods openlijke ingrijpen in de geschiedenis. Paulus schrijft dat deze dag komt als een dief in de nacht. Petrus verbindt hem met ingrijpende oordelen over hemel en aarde.

“Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in den nacht” (1 Thessalonicenzen 5:2, STV).

“Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht, in welken de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken die daarin zijn, zullen verbranden” (2 Petrus 3:10, STV).

De Schrift gebruikt deze uitdrukking dus niet als een eenvoudige benaming voor de wekelijkse zondag.

Toch kan een kerkelijk gebruik zo ingeburgerd raken, dat bijna niemand meer onderzoekt of het werkelijk overeenkomt met de Bijbel.

Dit voorbeeld laat precies zien waarom de Bijbel moeilijk lijkt. Niet omdat de Schrift onduidelijk spreekt, maar omdat wij een betekenis hebben meegekregen die wij niet meer toetsen.

 

Geestelijke dingen worden geestelijk onderscheiden

De Bijbel is geen gewoon boek. Dat betekent niet dat de woorden geen normale betekenis hebben, maar wel dat geestelijk inzicht niet uitsluitend het product is van menselijke intelligentie.

Paulus schrijft:

“Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden” (1 Korinthe 2:14, STV).

Een mens kan buitengewoon geleerd zijn en toch de kern van Gods openbaring missen. Hij kan Hebreeuws en Grieks beheersen, historische achtergronden kennen en dikke commentaren schrijven, terwijl hij de Persoon en het werk van Christus niet werkelijk verstaat.

Daartegenover kan een eenvoudige gelovige, afhankelijk van God en bereid om Schrift met Schrift te vergelijken, diep inzicht ontvangen.

Dat is geen pleidooi tegen studie. Het is een waarschuwing tegen hoogmoed.

Kennis zonder geloof kan analyseren, maar niet geestelijk verstaan.

 

Christus is de sleutel tot de Schrift

De Bijbel is geen verzameling losstaande godsdienstige verhalen. De Schrift getuigt van Christus.

Na Zijn opstanding sprak de Heere Jezus met de Emmaüsgangers:

“En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was” (Lukas 24:27, STV).

Hij liet zien dat Wet, Profeten en Psalmen over Hem spraken.

Wie Christus uit het centrum verwijdert, maakt de Bijbel tot een boek van menselijke prestaties. Dan gaan de geschiedenissen vooral over dapper zijn als David, volhouden als Job en vertrouwen als Abraham.

Maar de Schrift is niet maar een verzameling voorbeelden waarmee wij onszelf moeten verbeteren.

Hjj openbaart Gods heilsplan in Christus.

Hij is de sleutel tot de Schrift. Hij is het onderwerp van de profetie, de vervulling van de beloften, de inhoud van de typen en het middelpunt van Gods voornemen.

 

Niet alles is rechtstreeks tot ons geschreven

Een belangrijke oorzaak van verwarring is dat men ervan uitgaat dat iedere Bijbeltekst rechtstreeks over de christelijke gemeente spreekt.

Maar de Bijbel richt zich tot verschillende groepen en spreekt over verschillende tijden, verbonden en verantwoordelijkheden.

Israël is niet hetzelfde als de Gemeente.

De wet van Mozes is niet de leefregel voor het lichaam van Christus.

Profetieën over het land, Jeruzalem en de troon van David mogen niet zomaar op de kerk worden toegepast.

Alles in de Bijbel is voor ons onderwijs geschreven, maar niet alles is rechtstreeks aan ons gericht.

Paulus vermaant Timotheüs:

“Benaarstig u om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt” (2 Timotheüs 2:15, STV).

Het Woord recht snijden betekent onderscheid maken waar de Schrift onderscheid maakt.

Wanneer alles op één hoop wordt gegooid, ontstaan tegenstrijdigheden. Geboden aan Israël worden aan de Gemeente opgelegd. Aardse beloften worden vergeestelijkt. Profetische oordelen worden op het persoonlijke geloofsleven toegepast. Verzen over het Koninkrijk worden gebruikt voor kerkelijke ambities.

Daarna zegt men dat de Bijbel moeilijk is.

Maar de verwarring is niet door de Schrift veroorzaakt.

De Bijbel corrigeert ook

Echte Bijbelstudie kan confronterend zijn. Wie werkelijk onderzoekt wat er staat, zal ontdekken dat sommige vertrouwde overtuigingen niet houdbaar zijn.

Dat kan pijn doen.

Mensen zijn vaak emotioneel verbonden met hun kerkelijke achtergrond, geliefde predikers en aangeleerde leerstellingen. Wanneer een Bijbeltekst daarmee botst, ontstaat de verleiding om de tekst aan te passen.

Men vergeestelijkt wat er letterlijk staat.

Men verklaart een duidelijke uitspraak tijdgebonden.

Men zegt dat de oorspronkelijke taal eigenlijk iets anders bedoelt.

Men beroept zich op traditie.

Men beweert dat het onderwerp te ingewikkeld is.

Maar soms is de tekst niet ingewikkeld. Soms is hij vooral ongewenst duidelijk.

De vraag is dan niet of wij de Bijbel begrijpen, maar of wij bereid zijn hem te geloven.

 

Begin gewoon bij wat geschreven staat

Wie de Bijbel wil begrijpen, moet eenvoudig beginnen:

Lees wat er staat.

Lees het in zijn verband.

Vergelijk het met andere Schriftplaatsen.

Let op tot wie gesproken wordt.

Maak onderscheid tussen Israël, de volkeren en de Gemeente.

Maak onderscheid tussen wet en genade.

Maak onderscheid tussen profetie en verborgenheid.

Laat duidelijke Schriftplaatsen licht werpen op moeilijkere gedeelten.

En wees bereid om menselijke tradities los te laten wanneer zij met de Schrift in strijd blijken te zijn.

De Bijbel hoeft geen gesloten boek te blijven.

God heeft Zijn Woord niet gegeven om Zijn waarheid voor gelovigen te verbergen. Hij heeft het gegeven om Zichzelf, Zijn Zoon en Zijn voornemen bekend te maken.

“Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad” (Psalm 119:105, STV).

Een lamp is niet bedoeld om duisternis te veroorzaken.

Een licht is niet bedoeld om mensen te laten verdwalen.

 

Niet de Bijbel, maar onze bril is vaak het probleem

Is de Bijbel echt een moeilijk boek?

Sommige gedeelten vragen zeker zorgvuldige studie. Niet iedere tekst is onmiddellijk eenvoudig. Maar dat is iets anders dan beweren dat de Bijbel als geheel onbegrijpelijk is.

De grootste hindernis is vaak niet de tekst, maar onze houding tegenover de tekst.

Wij willen bevestigd worden, maar niet gecorrigeerd.

Wij willen troost, maar geen leer.

Wij willen toepassingen, maar geen nauwkeurige uitleg.

Wij willen een krachtige boodschap, maar niet altijd weten wat er werkelijk geschreven staat.

Zolang die houding niet verandert, blijft de Bijbel voor ons gesloten.

Niet omdat God niet duidelijk gesproken heeft, maar omdat wij weigeren werkelijk te luisteren.

Leg daarom de kerkelijke bril af. Leg populaire slogans terzijde. Laat menselijke systemen niet bepalen wat de Schrift mag zeggen.

Open de Bijbel.

Lees aandachtig.

Onderzoek dagelijks.

Vergelijk Schrift met Schrift.

En laat het Woord van God het laatste woord hebben.

 

Waarom de restitutieleer: Genesis 1:1–2 geen vreemd idee is


Geen blinde dogmatiek

De restitutieleer roept vaak heftige reacties op. Volgens sommigen is deze uitleg van Genesis 1:1–2 niets anders dan een poging om evolutie, miljoenen jaren of vrijzinnige wetenschap in de Bijbel te schuiven.

Maar dat is veel te kort door de bocht.

De restitutieleer zegt niet dat God via evolutie heeft geschapen. Zij ontkent Adam niet. Zij maakt Genesis 3 niet symbolisch. Zij probeert alleen serieus te nemen dat Genesis 1:1 en Genesis 1:2 niet zomaar hetzelfde moment hoeven te beschrijven.

Genesis begint met een machtige, sobere uitspraak:

“In den beginne schiep God den hemel en de aarde.” (Genesis 1:1 STV)

Daar staat geen chaos. Geen mislukking. Geen half werk. God schiep de hemel en de aarde.

Maar direct daarna lezen we:

“De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.” (Genesis 1:2 STV)

En daar begint de vraag. Is Genesis 1:2 de beschrijving van de aarde zoals God haar oorspronkelijk schiep? Of beschrijft dit vers een toestand waarin de aarde terechtgekomen was?

De restitutieleer kiest voor het laatste. Zij ziet Genesis 1:1 als de oorspronkelijke schepping, Genesis 1:2 als een toestand van ontreddering, en Genesis 1:3 en verder als Gods herstel, ordening en toerusting van de aarde tot woonplaats voor de mens.

Dat is geen rare gedachte. Dat is ook geen aanval op de Bijbel. Het is een poging om nauwkeurig te lezen.

Wat is de restitutieleer eigenlijk?

De restitutieleer wordt ook wel de “gap theory” genoemd, al is die Engelse term vaak beladen. In eenvoudige woorden komt zij hierop neer: tussen Genesis 1:1 en Genesis 1:2 kan een onbekende periode liggen, waarin een oordeel of catastrofe heeft plaatsgevonden. Daardoor werd de aarde “woest en ledig”. Vanaf Genesis 1:3 beschrijft de Schrift dan hoe God de aarde opnieuw ordent, herstelt en bewoonbaar maakt.

Dat betekent dus niet dat de zes dagen van Genesis 1 worden ontkend. Integendeel. De restitutieleer houdt vast aan Gods werk in zes dagen, maar maakt onderscheid tussen de oorspronkelijke schepping van hemel en aarde in Genesis 1:1 en het ordenende werk vanaf Genesis 1:3.

De vraag is dus niet of God Schepper is. Dat staat vast.

De vraag is: wat gebeurt er tussen de volmaakte scheppingsuitspraak van Genesis 1:1 en de donkere, lege toestand van Genesis 1:2?

Schiep God de aarde woest en ledig?

Hier ligt een van de sterkste punten van de restitutieleer. God is géén God van wanorde. Hij schept niet slordig, duister, leeg en onbewoonbaar als einddoel.

Jesaja zegt:

“Want alzo zegt de HEERE, Die de hemelen geschapen heeft, Die God, Die de aarde geformeerd en Die haar gemaakt heeft, Hij heeft haar bevestigd; Hij heeft haar niet geschapen, dat zij ledig zijn zou, maar heeft haar geformeerd, opdat men daarin wonen zou: Ik ben de HEERE, en niemand meer.” (Jesaja 45:18 STV)

Dat vers is belangrijk. God zegt daar nadrukkelijk dat Hij de aarde niet geschapen heeft om ledig te zijn. Natuurlijk kan iemand zeggen: Jesaja bedoelt dat Gods einddoel bewoning was. Dat is een mogelijke uitleg. Maar de restitutieleer stelt een terechte vraag: als God de aarde niet schiep om ledig te zijn, waarom is zij dan in Genesis 1:2 juist “woest en ledig”?

Dat is geen gezocht probleem. Dat is een echte uitlegvraag.

De woorden “woest en ledig” klinken in de Schrift ook niet neutraal. Ze hebben de geur van oordeel, ontwrichting en verwoesting. Jeremia gebruikt dezelfde taal wanneer hij een oordeelstoestand beschrijft:

“Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet.” (Jeremia 4:23 STV)

Daar gaat het niet over een mooie beginfase. Daar gaat het over ontreddering. Over een toestand waarin oordeel zichtbaar is geworden.

Daarom is het helemaal niet vreemd om bij Genesis 1:2 te vragen: kijken wij hier naar een oorspronkelijke schepping, of naar een aarde die onder een oordeel is gekomen?

 

Is de restitutieleer een compromis met evolutie?

Een veelgehoorde karikatuur beschuldiging is dat de restitutieleer bedacht is om evolutie in de Bijbel te krijgen. Dat verwijt klinkt sterk, maar het is vaak meer retoriek dan inhoud.

Natuurlijk zijn er mensen geweest die deze uitleg gebruikten om ruimte te maken voor lange tijdperken. Maar een leer moet je beoordelen op haar eigen inhoud, niet op elk verkeerd gebruik ervan.

De restitutieleer zegt niet dat de mens uit dieren is ontstaan.

Zij zegt niet dat Adam geen historische mens was.

Zij zegt niet dat Genesis 3 symbolisch is.

Zij zegt niet dat zonde slechts een ontwikkelingsfase was.

Zij zegt eenvoudig dat tussen Genesis 1:1 en Genesis 1:2 een ingrijpende gebeurtenis kan hebben plaatsgevonden, waardoor de aarde woest, ledig en donker werd. Daarna bereidde God de aarde in zes dagen toe voor de mens.

Dat is iets radicaal anders dan evolutie.

Sterker nog: deze uitleg kan juist Bijbelvast functioneren. Zij houdt vast aan God als Schepper, aan Adam als eerste mens, aan de zondeval als historische gebeurtenis, aan Gods oordeel en aan Gods herstellend handelen.

Dat is geen vrijzinnigheid. Dat is Schrift met Schrift vergelijken.

 

Wat betekent “was” of “werd” in Genesis 1:2?

Een van de meest gebruikte tegenwerpingen is dat Genesis 1:2 zegt: “De aarde nu was woest en ledig.” Men zegt dan: er staat niet “werd”.

Dat argument moet je serieus nemen, maar het is niet beslissend.

Het Hebreeuwse werkwoord kan, afhankelijk van de context, ook de betekenis “werd” dragen. De vraag is dus niet alleen: wat staat er in de Nederlandse vertaling? De vraag is: welke betekenis past het beste in het geheel van de Schrift?

Zelfs als je “was” laat staan, blijft de vraag overeind: waarom wordt de aarde beschreven als woest, ledig en donker, terwijl God haar niet geschapen heeft om ledig te zijn?

De discussie hangt dus niet alleen aan één woord. Het gaat om het geheel: Genesis 1:1, Genesis 1:2, Jesaja 45:18, Jeremia 4:23 en het bredere Bijbelse patroon waarin duisternis, leegte en chaos vaak met oordeel verbonden zijn.

Sluit Exodus 20:11 de restitutieleer uit?

Een ander bezwaar komt uit Exodus 20:

“Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE den sabbatdag, en heiligde denzelven.” (Exodus 20:11 STV)

Men zegt dan: zie je wel, alles is in zes dagen gemaakt.

Maar ook hier moet je nauwkeurig lezen. Genesis 1:1 zegt dat God in den beginne hemel en aarde schiep. Daarna beschrijft Genesis 1 vanaf vers 3 het zesdaagse werk waarin God licht doet verschijnen, scheiding maakt, ordening aanbrengt, leven plaatst en de mens schept.

De restitutieleer ontkent die zes dagen niet. Zij zegt juist dat God in die zes dagen de aarde gereedmaakte als bewoonbare wereld voor Adam.

Het onderscheid zit dus tussen de oorspronkelijke schepping van Genesis 1:1 en het ordenende, herstellende werk vanaf Genesis 1:3. Dat is geen trucje. Dat is een poging om recht te doen aan de tekstvolgorde.

 

Hoe zit het met dood vóór Adam?

Dit is misschien het gevoeligste bezwaar. Paulus schrijft:

“Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.” (Romeinen 5:12 STV)

Critici zeggen: als je vóór Adam al een wereld met oordeel en dood hebt, ondermijn je Romeinen 5.

Maar Romeinen 5 spreekt heel precies over de menselijke dood. Door Adam is de zonde in de mensenwereld gekomen, en door de zonde de dood tot alle mensen doorgegaan. Paulus behandelt daar Adam als hoofd van de gevallen mensheid.

De restitutieleer hoeft dat niet aan te tasten. Zij hoeft niet te leren dat er vóór Adam mensen waren. Zij hoeft geen pre-Adamietisch mensenras te verzinnen. Zij hoeft Romeinen 5 niet te verzwakken.

Wel moet je hier voorzichtig zijn. Zodra iemand allerlei grote theorieën bouwt over pre-Adamieten, beschavingen vóór Adam of menselijke dood vóór Adam, wordt het speculatief en gevaarlijk. Maar dat is geen noodzakelijk onderdeel van de restitutieleer.

De eenvoudige vorm blijft veel nuchterder: God schiep de hemel en de aarde; de aarde kwam in een toestand van woestheid, ledigheid en duisternis; God herstelde en ordende haar in zes dagen; daarna werd Adam gesteld als hoofd van de zichtbare menselijke schepping.

De val van satan en Genesis 1:2

Vaak wordt de restitutieleer verbonden met de val van satan. Dat is begrijpelijk, maar hier moet je voorzichtig zijn met je conclusies.

De Schrift laat zien dat satan gevallen is. Hij verschijnt in Genesis 3 al als verleider. Zijn val moet dus vóór Genesis 3 hebben plaatsgevonden. Teksten als Jesaja 14 en Ezechiël 28 worden vaak in dat verband besproken.

Maar de Schrift zegt niet letterlijk: “Satans val vond plaats tussen Genesis 1:1 en Genesis 1:2.”

Dat blijft dus een gevolgtrekking.

Een verdedigbare gedachte? Ja.

Een leerstuk dat je met harde zekerheid moet opleggen? Nee.

Hier ligt precies het verschil tussen nuchtere Bijbelstudie en overmoedige systeemdrang. Je mag verbanden zien. Je mag lijnen trekken. Maar je moet niet harder spreken dan de Schrift zelf spreekt.

Waarom kritiek op de restitutieleer vaak gekleurd is

Veel bezwaren tegen de restitutieleer komen niet voort uit rustig lezen en Bijbelstudie, maar uit angst. Men hoort “ruimte tussen Genesis 1:1 en 1:2” en denkt meteen: compromis, evolutie, miljoenen jaren, ondermijning van Genesis.

Maar dat is geen eerlijke manier van beoordelen.

Je moet niet bestrijden wat iemand niet zegt.

Als iemand zegt: Genesis 1:1 beschrijft Gods oorspronkelijke schepping, Genesis 1:2 beschrijft een toestand van oordeel, en Genesis 1:3 en verder Gods herstelwerk, dan moet je die stelling beoordelen. Niet meteen doen alsof hij Darwin in de Bijbel wil smokkelen.

Dat is gekleurde kritiek. Je maakt de ander eerst verdacht, en daarna hoef je niet meer naar zijn argumenten te luisteren.

Maar zo werkt Bijbelstudie niet.

Bijbelstudie vraagt nauwkeurigheid. Eerlijkheid. Schrift met Schrift vergelijken. Niet reageren op karikaturen, maar luisteren naar de tekst.

 

De kracht en de grens van de restitutieleer

De kracht van de restitutieleer zit vooral hierin: zij neemt Genesis 1:1 als volwaardige oorspronkelijke scheppingsdaad; zij neemt Genesis 1:2 serieus als problematische toestand van woestheid, ledigheid en duisternis; zij neemt Jesaja 45:18 serieus, waar staat dat God de aarde niet ledig geschapen heeft; zij erkent het Bijbelse patroon van oordeel en herstel.

Dat is geen zwakke positie. Dat is een serieuze uitleglijn.

Toch moet de verdediging niet doorslaan. De restitutieleer is niet het Evangelie. Zij is niet de kern van het geloof. Zij is ook niet zo expliciet geopenbaard dat je iedere andere uitleg direct als onbijbels moet wegzetten.

Wie Genesis 1:2 leest als een nog ongevormde toestand binnen de scheppingsweek, hoeft daarmee niet per se ontrouw aan de Schrift te zijn. Er zijn Bijbelgetrouwe gelovigen die dat zo zien.

Maar omgekeerd geldt hetzelfde: wie de restitutieleer verdedigt, hoeft niet verdacht gemaakt te worden alsof hij de Bijbel loslaat.

Een sterke apologetiek verdedigt niet alleen de eigen positie, maar doet ook recht aan de grenzen van wat bewezen kan worden.

Conclusie: geen dogma, wel een serieuze Bijbelse uitleg

De restitutieleer is geen vreemde dwaling, maar een serieuze poging om Genesis 1 nauwkeurig te lezen.

Zij stelt een eerlijke vraag: als God de hemel en de aarde schiep, en als God de aarde niet schiep om ledig te zijn, waarom vinden we haar dan in Genesis 1:2 “woest en ledig” onder duisternis?

Dat is geen liberale vraag. Dat is een Bijbelse vraag.

De restitutieleer antwoordt: omdat er tussen Genesis 1:1 en Genesis 1:2 een oordeelstoestand kan liggen. Daarna zien we in Genesis 1:3 en verder hoe God door Zijn Woord orde, licht, leven en bestemming aanbrengt.

En daarin ligt ook de geestelijke schoonheid van deze uitleg. God is niet alleen de Schepper. Hij is ook Degene Die herstelt. Hij spreekt in de duisternis, en er komt licht. Hij brengt orde waar chaos is. Hij maakt bewoonbaar wat woest en ledig is.

“En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.” (Genesis 1:3 STV)

Dat is geen zwakke plek van de restitutieleer. Dat is haar kracht.

Niet als dogma om mee te hakken. Niet als excuus voor evolutie. Niet als speeltuin voor speculatie.

Maar als nuchtere, Bijbelvaste uitleg die recht wil doen aan de tekst zoals zij daar staat:

God schiep, oordeel kwam, God sprak, en het licht brak door.

Wat doet Christus vandaag

De levende Hogepriester Die Zijn gemeente reinigt

 

Wat doet Christus vandaag?

Die vraag is belangrijker dan veel christenen beseffen. Want het Evangelie eindigt niet bij het kruis. Christus is gestorven, ja. Maar wat meer is, Hij is ook opgewekt. Hij is verheerlijkt. Hij zit aan de rechterhand van God. Hij leeft. En omdat Hij leeft, werkt Hij vandaag aan Zijn gemeente.

Veel christenen weten goed te zeggen wat Christus heeft gedaan. Hij stierf voor onze zonden. Hij gaf Zijn bloed. Hij droeg het oordeel. Dat is het fundament.

Zonder dat fundament is er geen Evangelie.

Maar het kruis is niet het eindpunt.

Christus hangt niet meer aan het kruis. Hij ligt niet meer in het graf. Hij is de levende Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Hij bidt voor de Zijnen, reinigt Zijn gemeente door het Woord, heiligt haar en maakt gelovigen bekwaam om de levende God te dienen.

Dat is niet zomaar een bonus aanvulling op het Evangelie. Dat is de ademruimte van Genade.

het tegenwoordige werk van Christus
wat doet Christus vandaag?

Het kruis is het fundament, niet het eindpunt

Het kruis van Christus laat zien dat de oude mens voor God geen toekomst heeft. Het kruis is niet Gods poging om de oude mens wat op te knappen. Het kruis is Gods oordeel over de oude mens.

Paulus schrijft:

“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.” — 2 Korinthe 5:14 (STV)

Dat is helder. Als Eén voor allen gestorven is, dan zijn allen gestorven.

Daarmee wordt het christelijk leven geen verbeterproject van het vlees. Het is niet: probeer van je oude mens een vrome, religieuze en acceptabele versie te maken. Het is niet: poets jezelf op totdat God tevreden met je kan zijn.

Nee. De oude mens wordt niet geheiligd. De oude mens wordt afgelegd.

“Dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding.” — Efeze 4:22 (STV)

Daar gaat het vaak mis. Veel prediking draait om de mens. Wat wij moeten doen. Hoe wij ons leven moeten verbeteren. Hoe wij geestelijk sterker moeten worden. Hoe wij onze oude natuur onder controle moeten krijgen.

Maar de Bijbel zegt niet dat de oude mens verbeterd moet worden. De Bijbel zegt dat hij afgelegd moet worden.

Het evangelie is niet: God helpt u om uw oude leven wat netter te maken.
Het evangelie is: God heeft u in Christus nieuw leven gegeven.

 

Christus leeft om voor ons te bidden

Wat doet Christus vandaag?

De Hebreeënbrief geeft een helder antwoord:

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” — Hebreeën 7:25 (STV)

Let op dat ene woord: leeft.

Christus leeft om voor de Zijnen te bidden. Hij is niet passief. Hij is niet afwezig. Hij is niet slechts een Persoon uit het verleden over Wie wij herinneringen ophalen. Hij is de levende Heere in de hemel.

Hij is Hogepriester.
Hij vertegenwoordigt Zijn volk bij God.
Hij bidt voor hen.
Hij reinigt hen.
Hij bewaart hen.
Hij maakt hen bekwaam om God te dienen.

Zijn priesterschap rust niet op sterfelijkheid, maar op onvergankelijk leven:

“Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.” — Hebreeën 7:16 (STV)

Dát geeft rust. Onze zaligheid hangt niet aan onze wisselende gevoelens, onze geestelijke prestaties of onze mate van zelfbeheersing.

Zij rust op Christus. En Hij leeft.

Christus als Hogepriester van het Nieuwe Verbond

Het tegenwoordige werk van Christus wordt vooral zichtbaar in Zijn priesterschap. Hij is de Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Niet naar de ordening van Aäron, maar naar de ordening van Melchizedek. Niet op grond van een tijdelijk en sterfelijk priesterschap, maar naar de kracht van onvergankelijk leven.

Dat betekent dat Christus’ werk niet ophield bij Zijn sterven. Zijn dood was noodzakelijk. Zijn bloed is de grond. Maar Zijn opstanding, verhoging en voortdurende priesterlijke dienst horen wezenlijk bij het evangelie.

Romeinen 8 zegt het zo:

“Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.” — Romeinen 8:33-34 (STV)

“Ja, wat meer is.”

Daar zit veel in. Christus is gestorven. Maar wat meer is: Hij is ook opgewekt. Hij is aan Gods rechterhand. Hij bidt voor ons.

Wie alleen spreekt over het kruis, maar nauwelijks over de opgestane en verhoogde Christus, mist een wezenlijk deel van het christelijk leven. De gelovige leeft niet uit herinnering alleen. Hij leeft uit gemeenschap met de levende Christus.

 

Christus reinigt Zijn gemeente door het Woord

Een van de rijkste beschrijvingen van Christus’ huidige werk staat in Efeze 5:

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven; opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord.” — Efeze 5:25-26 (STV)

Hier staat niet dat de gemeente zichzelf reinigt om Christus waardig te worden. Hier staat dat Christus de gemeente reinigt.

Dat is een wereld van verschil.

Religie zegt: maak uzelf schoon, dan mag u komen.
Genade zegt: kom tot Christus, Hij reinigt.

Religie zegt: zorg dat u gereed bent.
Genade zegt: Christus maakt gereed.

Religie zegt: werk aan uzelf.
Genade zegt: stel u onder het Woord waardoor Christus Zijn werk doet.

Christus reinigt Zijn gemeente “door het Woord”. Niet door geestelijke druk. Niet door menselijke manipulatie. Niet door voortdurende beschuldiging. Niet door een religieuze zweep over het geweten.

Hij reinigt door Zijn Woord.

Daarom is het zo belangrijk waar wij naar luisteren, wat wij horen, welke prediking wij toelaten en waar onze aandacht naartoe gaat. Het Woord van God richt het hart op Christus. Mensgerichte prediking werpt de mens terug op zichzelf. En wie steeds naar zichzelf kijkt, vindt geen rust.

 

De voetwassing als beeld van Christus’ tegenwoordige werk

Johannes 13 geeft een indringend beeld. De discipelen zijn met de Heere aan tafel. Dan staat Hij op, legt Zijn klederen af, omgordt Zich met een linnen doek en begint hun voeten te wassen.

Petrus wil dat eerst niet. Maar de Heere zegt:

“Indien Ik u niet was, gij hebt geen deel met Mij.” — Johannes 13:8 (STV)

Daarna wil Petrus helemaal gewassen worden. Dan antwoordt de Heere:

“Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein.” — Johannes 13:10 (STV)

Dat is een belangrijk onderscheid.

Wie van Christus is, is geheel rein. De gelovige staat in Christus voor God. Maar zolang hij door deze wereld wandelt, krijgt hij vuile voeten. Hij leeft nog in een wereld van zonde, leugen, verwarring, verzoeking en dood.

Daarom wast Christus de voeten.

Niet omdat het fundament telkens opnieuw gelegd moet worden. Niet omdat de gelovige steeds opnieuw van nul af aan moet beginnen. Maar omdat Christus Zijn Woord toepast op onze wandel, ons denken, ons hart en ons geweten.

Hij reinigt Zijn gemeente door het Woord.

 

Het geweten gereinigd om God te dienen

Christus is niet bezig om de buitenkant van de oude mens religieus op te poetsen. Hij reinigt dieper. Hij reinigt het geweten.

Hebreeën 9 zegt:

“Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?” — Hebreeën 9:14 (STV)

Dat is bevrijdend.

Veel gelovigen hoeven niet steeds opnieuw te horen dat zij tekortschieten. Dat weten zij al. Zij kennen hun zwakheid. Zij kennen hun falen. Zij weten hoe snel zij afdwalen, struikelen of innerlijk verward raken.

Maar de Bijbel werpt hen niet eindeloos terug op hun tekort. De Bijbel richt hen op Christus.

Het bloed van Christus reinigt het geweten van dode werken. Waarom? Niet zodat wij geestelijk in een hoekje blijven zitten met ons hoofd omlaag. Maar “om den levenden God te dienen”.

Een gereinigd geweten maakt vrijmoedig. Niet oppervlakkig. Niet wetteloos. Niet onverschillig. Maar vrijmoedig in Christus.

 

Niet zelfverbetering, maar leven uit Genade

Het christelijk leven is geen cursus zelfverbetering met een Bijbeltekst erboven.

Natuurlijk verandert Gods genade een mens. Natuurlijk leert de gelovige anders wandelen. Natuurlijk zijn goede werken belangrijk. Maar de volgorde is alles.

Titus 2 zegt:

“Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” — Titus 2:14 (STV)

Christus reinigt Zichzelf een eigen volk. En dat volk wordt ijverig in goede werken.

Goede werken zijn dus niet de wortel van onze aanvaarding. Ze zijn de vrucht van Christus’ werk.

Onder wet werk je om aanvaard te worden.
Onder genade dien je omdat je aanvaard bent in Christus.

Onder wet kijk je steeds naar jezelf.
Onder genade zie je op Christus.

Onder wet blijft het geweten onrustig.
Onder genade wordt het geweten gereinigd om God te dienen.

Dat is geen goedkoop gemak. Leven uit genade is juist vernederend voor het vlees. Want genade zegt dat de mens zichzelf niet kan redden, niet kan reinigen en niet kan opwerken tot God.

De mens komt met lege handen. Niet als een geslaagde heilige. Niet als een opgepoetst geestelijk project. Niet als iemand die eindelijk alles onder controle heeft.

Hij komt tot Christus.

En Christus reinigt.

 

God verzamelt nu een volk voor Zijn Naam

Wat doet God in deze tegenwoordige tijd?

Het Nieuwe Testament geeft daar een duidelijke lijn in. God verzamelt een volk voor Zijn Naam.

In Handelingen 15 lezen we:

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)

Daarna wordt gesproken over het herstel van de vervallen hut van David. Die volgorde is belangrijk. Eerst verzamelt God een volk uit de heidenen. Daarna komt het herstel van Israël en het Davidische koningshuis.

Dat betekent dat Gods huidige werk niet in de eerste plaats bestaat uit wereldverbetering, politieke macht, cultureel herstel of het oprichten van een zichtbaar koninkrijk op aarde. Zijn huidige werk is gericht op de gemeente.

De gemeente is een hemels volk. Zij is verbonden met Christus in de hemel. Zij deelt in Zijn positie, Zijn leven, Zijn toekomst en Zijn erfenis.

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” — Efeze 2:6 (STV)

De gelovige leeft nog op aarde, maar zijn positie is in Christus.

Daarom is het zo schadelijk wanneer christenen hun roeping verwarren met wereldverbetering. Natuurlijk doen wij goed waar wij kunnen. Natuurlijk zorgen wij voor onze naaste. Natuurlijk dragen wij verantwoordelijkheid in het gewone leven.

Maar de gemeente is geen religieuze actiegroep voor het oplappen van deze tegenwoordige eeuw. Zij is een volk dat door Christus uit deze eeuw getrokken wordt.

 

Uit de tegenwoordige boze wereld getrokken

Galaten 1 zegt:

“Die Zichzelven gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar den wil van onzen God en Vader.” — Galaten 1:4 (STV)

Dat staat haaks op christelijk activisme.

Wij willen vaak juist iets bereiken ín deze wereld. Erkenning. Invloed. Positie. Herstel van christelijke normen. Een steviger christelijk geluid. Een cultuur die weer naar ons luistert.

Maar Christus heeft Zich gegeven om ons te trekken uit deze tegenwoordige boze wereld.

Dat betekent niet dat wij onverschillig worden. Het betekent dat wij nuchter worden. Deze wereld wordt niet uiteindelijk hersteld door menselijke inzet. God maakt een nieuwe schepping. En vandaag verzamelt Hij een volk dat bij Christus hoort.

 

Waarom mensgerichte prediking schromelijk tekortschiet

Veel prediking klinkt praktisch, maar is in wezen mensgericht. Ze draait om onze problemen, onze gevoelens, onze keuzes, onze relaties, onze groei, onze houding, onze prestaties en onze geestelijke temperatuur.

Natuurlijk raakt het Woord van God ons leven. Maar wanneer Christus uit het centrum verdwijnt, blijft er vooral religieuze psychologie over. Dan wordt de Bijbel een kapstok voor menselijke thema’s. Dan is de mens het onderwerp en Christus hooguit de helper.

Bijbelse prediking begint anders.

opent het Woord.
toont Christus.
verkondigt Zijn werk.
plaatst de gelovige in Hem.
bevrijdt het geweten door Genade.
roept op tot dienst vanuit rust, niet vanuit kramp.

Waar de mens centraal staat, groeit onrust.
Waar Christus centraal staat, komt geloofsadem.

 

Leven vanuit Christus’ tegenwoordige werk

De vraag is dus niet allereerst: hoe krijg ik mijn leven onder controle?

De betere vraag is: leef ik uit Christus’ tegenwoordige werk?

Stel ik mij onder Zijn Woord?
Laat ik Hem mijn geweten reinigen?
Rust ik in Zijn priesterschap?
Geloof ik dat Hij voor mij bidt?
Zie ik mijzelf in Christus, of blijf ik gevangen in mijzelf?

De gelovige hoeft niet te leven onder de voortdurende dreiging van beschuldiging. Romeinen 8 zegt immers dat God rechtvaardigt en Christus bidt.

Daarom mag de gelovige vrijmoedig leven. Niet omdat hij in zichzelf sterk is. Niet omdat zijn oude mens verbeterd is. Niet omdat hij nooit struikelt. Maar omdat Christus leeft.

 

De troost van de levende Christus

Wat doet Christus vandaag?

Hij leeft.
Hij bidt.
Hij reinigt.
Hij heiligt.
Hij verzamelt een volk voor Zijn Naam.
Hij maakt gelovigen bekwaam om dienaren te zijn van het Nieuwe Verbond.

Dat is de troost.

De gelovige leeft nog met lek en gebrek. Dat hoeft niet vroom weggepoetst te worden. Wij schieten tekort. Wij falen. Wij dragen de zwakheid van de oude mens nog mee.

Maar God ziet de gelovige in Christus. En Christus is niet klaar met Zijn werk.

Hij reinigt door het Woord.
Hij bewaart door Zijn kracht.
Hij bidt aan Gods rechterhand.
Hij maakt bekwaam om de levende God te dienen.

Daarom hoeft de gelovige niet gevangen te blijven in religieuze kramp. Hij hoeft niet eindeloos naar zichzelf te staren. Hij hoeft niet te leven onder de zweep van beschuldiging.

Hij mag zien op Christus.

Niet alleen op Christus aan het kruis, maar ook op Christus in de hemel. De levende Hogepriester. De Verheerlijkte. Degene Die Zijn gemeente liefheeft, haar reinigt door het Woord en haar eenmaal zonder vlek of rimpel voor Zich zal stellen.

Wat doet Christus vandaag?
Hij werkt aan Zijn gemeente.

Christus hangt niet meer aan het kruis en ligt niet meer in het graf. Hij leeft, bidt, reinigt en werkt vandaag aan Zijn gemeente.

En dat is precies waarom het christelijk leven geen leven onder angst is, maar een leven uit Genade.

Zie ook:

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding? – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights