Is de gemeente de bruid van Christus?

Is de gemeente de bruid van Christus? Een Bijbelse correctie op een populaire claim

Het wordt vaak gezegd alsof er geen verschil van inzicht mogelijk is. Alsof elke gelovige dit gewoon hoort te weten. Alsof alleen een onwetend of lastig mens er nog vragen bij zou stellen. Maar juist daar moet een alarmbel afgaan. Want zodra men met grote stelligheid iets beweert dat de Schrift zelf niet met dezelfde stelligheid formuleert, is uiterste voorzichtigheid geboden.

Dat zien we ook hier. De uitspraak “de gemeente is de bruid van Christus” klinkt vroom, warm en voor velen zelfs vertrouwd. Maar dat is nog geen bewijs dat het ook leerstellig nauwkeurig is. Het punt is niet dat Christus en de gemeente geen heilige, innige en liefdevolle verhouding zouden hebben. Het punt is dat men vaak méér zegt dan de Schrift zegt, en stelliger spreekt dan de apostelen spreken.

In de Bijbel wordt dat ook benoemd: de gemeente wordt daar nadrukkelijk beschreven als het lichaam waarvan Christus het Hoofd is, (Ef. 5:23 , Kol. 1:18) terwijl tegelijk duidelijk is dat het begrip “bruid” nergens expliciet of impliciet voor de gemeente gebruikt wordt . Daar ligt precies de zenuw van deze discussie.

 De gemeente is volgens de Schrift uitdrukkelijk het lichaam van Christus

Wie eerlijk wil zijn, moet beginnen waar de Schrift zelf begint.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is” (Efeze 1:22-23) (STV)

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt” (1 Korinthe 12:13) (STV)

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen” (Efeze 5:30) (STV)

Dit is geen losse beeldspraak aan de rand van het Nieuwe Testament. Dit is de centrale apostolische leer. De gemeente is het lichaam van Christus. Dat is rechtstreeks geopenbaard, herhaald en uitgewerkt.

Juist daarom is het problematisch wanneer iemand met grote stelligheid een andere titel naar voren schuift alsof die even helder, even direct en even fundamenteel geopenbaard is.

 

Het probleem is niet zozeer de beeldspraak, maar de grote stelligheid

Laat dat goed scherp staan. Het probleem is niet dat men in preek of lied soms bruid taal gebruikt om de liefde tussen Christus en de Zijnen te beschrijven. De Schrift gebruikt immers zelf huwelijksbeelden.

Het probleem ontstaat wanneer men van die beeldspraak een harde hoofddefinitie maakt.

Dan verandert een mogelijk afgeleid beeld in een leerstellige formule. Dan wordt iets dat men zorgvuldig zou moeten formuleren, gepresenteerd als een onbetwistbaar fundament. En precies daar gaat het mis.

Want een beeld mag nooit de plaats innemen van de eigenlijke leer.

 

Efeze 5 wordt vaak aangehaald, maar bewijst niet wat men denkt

Vrijwel altijd komt men uit bij Efeze 5. Dat is begrijpelijk, maar ook onthullend. Want juist dat hoofdstuk laat zien hoe snel men meer leest dan er staat.

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven” (Efeze 5:25) (STV)

“Want deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente” (Efeze 5:32) (STV)

Paulus gebruikt hier het huwelijk om licht te werpen op de verhouding tussen Christus en de gemeente. Dat is rijk, diep en heilig. Maar hij geeft hier niet simpelweg een technische definitie alsof hij zegt: onthoud goed, de officiële titel van de gemeente is de bruid van Christus.

Sterker nog: in hetzelfde gedeelte legt hij nadruk op hoofd en lichaam.

“Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams” (Efeze 5:23) (STV)

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen” (Efeze 5:30) (STV)

Dus juist het hoofdstuk dat men het liefst inzet om de populaire slogan te verdedigen, onderstreept de taal van het lichaam.

Dat moet je niet gladstrijken of wegpolijsten. Dat moet je serieus nemen.

 

Openbaring maakt de zaak niet simpeler, maar juist veel rijker

Daarna wijst men meestal naar Openbaring 19.

“Laat ons blijde zijn, en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelve bereid” (Openbaring 19:7) (STV)

Maar wie daar te snel van maakt: zie je wel, de gemeente is de bruid van Christus, leest te plat. Want Openbaring 21 laat zien hoe voorzichtig je moet zijn met deze beeldtaal.

“Kom herwaarts, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams. En hij voerde mij weg in den geest op een groten en hogen berg, en hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem, nederdalende uit den hemel van God” (Openbaring 21:9-10) (STV)

Dus de bruid wordt daar niet simpelweg voorgesteld in de vorm van een kale leerstellige formule over de gemeente. Johannes ziet het heilige Jeruzalem. Dat is apocalyptische, profetische en symbolisch geladen taal. Die kun je niet reduceren tot een goedkope one-liner.

Wie dat toch doet, maakt de Schrift feitelijk kleiner dan zij is.

 

Israël wordt in het Oude Testament juist vaak als vrouw van de HEERE voorgesteld

Daar komt nog iets bij dat al die stellige taal uiterst kwetsbaar maakt. In het Oude Testament wordt juist Israël met huwelijksbeeldspraak verbonden aan de HEERE.

“Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam” (Jesaja 54:5) (STV)

“Bekeert u, gij afkerige kinderen, spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd” (Jeremia 3:14) (STV)

Ook Hosea laat uitvoerig zien hoe Israël in termen van huwelijk, ontrouw, tucht en herstel beschreven wordt. Wie dus vandaag roept dat de gemeente zonder meer en exclusief de bruid van Christus is, praat veel te snel. De Schrift gebruikt huwelijksbeeldspraak namelijk breder dan dit populaire systeem toelaat.

Dat betekent niet dat elke toepassing op de gemeente daarom verboden is. Maar het betekent wel dat grootspraak hier misplaatst is.

 

De gemeente is een verborgenheid en wordt als zodanig anders geopenbaard

Paulus leert niet dat de gemeente een voortzetting is van oudtestamentische beelden. Hij spreekt over een verborgenheid.

“Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid” (Efeze 3:3) (STV)

“Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest” (Efeze 3:5) (STV)

En hoe wordt die verborgenheid ontvouwd? Niet allereerst als een technische bruidstitel, maar als een nieuw lichaam in levende eenheid met een verheerlijkt Hoofd in de  waar de gemeente expliciet wordt beschreven als een apart, hemels volk, onderscheiden van Israël, met een hemelse positie.

Dus als men per se leerstellig nauwkeurig wil zijn, moet men niet beginnen met een populaire slogan, maar met de taal die de apostel zelf centraal stelt.

 

Wat klopt er dan niet aan die stellige uitspraak?

Wat er niet klopt, is niet alleen de inhoudelijke versmalling, maar ook de toon.

Zij is te stellig voor wat de Schrift zo expliciet zegt.

Zij is te simplistisch voor de rijkdom van Efeze 5 en Openbaring 21.

Zij is te selectief omdat zij de huwelijksbeeldspraak rond Israël wegdrukt.

Zij is te oppervlakkig omdat zij de centrale paulinische openbaring van de gemeente als lichaam van Christus naar de achtergrond schuift.

Zij is vaak ook te kerkelijk ingesleten: men herhaalt een vertrouwde formulering, maar toetst niet meer of de formulering zelf wel precies genoeg is.

En dat is gevaarlijk. Want zodra traditietaal krachtiger gaat klinken dan Schriftuurlijke taal, raakt men onvermijdelijk uit koers.

 

Wat is dan een Bijbels zorgvuldige formulering?

Een zorgvuldige formulering zou ongeveer zo klinken:

De gemeente heeft een heilige, liefdevolle en innige verhouding tot Christus. De Schrift gebruikt daarbij ook huwelijksbeeldspraak. Maar de gemeente wordt in het Nieuwe Testament uitdrukkelijk en leerstellig geopenbaard als het lichaam van Christus. Daarom moet men terughoudend zijn om de uitspraak “de gemeente is de bruid van Christus” met grote dogmatische stelligheid te brengen, alsof dat de centrale en expliciete titel van de gemeente is.

Dat is veel nauwkeuriger. Minder populair misschien. Minder romantisch ook. Maar wel eerlijker tegenover de tekst.

 

Waarom dit geen kleinigheid is

Sommigen halen hun schouders op en zeggen dat dit maar een detail is. Dat is het niet.

Want hier zie je een veel groter probleem aan het werk: men neemt een geliefde formulering, maakt haar absoluut, en overschreeuwt vervolgens de nauwkeurigere taal van de Schrift. Dat gebeurt vaker dan men denkt. En het resultaat is altijd hetzelfde: het Woord wordt niet meer gevolgd, maar ingevuld.

De vraag is daarom niet: klinkt het mooi?
De vraag is: staat het er zo?

De vraag is niet: hoor je dit vaak?
De vraag is: spreken de apostelen zo?

De vraag is niet: voelt dit geestelijk aan?
De vraag is: is het leerstellig zuiver geformuleerd?

Wie de gemeente echt hoog wil achten en de plaats wil geven die hem toekomt , moet hem niet verlagen tot een versleten slogan. De heerlijkheid van de gemeente ligt niet in vrome clichétaal, maar in het wonder dat deze al één lichaam is, en daar niet nog op wacht, één gemaakt met de verhoogde Christus, gezegend met alle geestelijke zegeningen in de hemel in Hem.

Dáár ligt de nadruk die het Nieuwe Testament legt.

Dus nee, het is niet verstandig om met grote stelligheid te beweren dat de gemeente de bruid van Christus zou zijn, alsof dat een eenvoudige, expliciete en overal bevestigde leerformule is. Zo spreekt de Schrift niet.

De Schrift spreekt duidelijker, rijker en preciezer.

Zie ook:

bruid – Bijbelse basis

De Galilese bruiloft: een moderne mythe doorgeprikt

11 minuten lezen

De beker van het avondmaal

“Toen Jezus de avondmaalsbeker met wijn aan Zijn discipelen aanbood, hebben zij direct gedacht aan de beker die een bruidegom aan zijn toekomstige bruid aanbood. Dronk ze die beker, dan stemde ze in met het huwelijksaanzoek.”

Deze claim hoorde ik afgelopen zondag tijdens een preek over Mattheus 26:26-30. De gedachte is gebaseerd op de symboliek van de zogenoemde ‘Galilese bruiloft’. Volgens deze theorie zou het sluiten van huwelijken in Galilea op allerlei bijzondere manieren verweven zijn in de tekst van het Nieuwe Testament. De gelijkenissen van de Here Jezus, maar ook zijn directe uitspraken en veel profetieën worden dan gelezen met deze ‘Galilese bruiloft’ in het achterhoofd. Een aantal parallellen die men trekt zijn:

 

  • De bruidegom biedt de bruid in spe een beker wijn aan in het bijzijn van zijn vader of getuigen: Zo biedt Jezus de avondmaalsbeker aan de discipelen aan;
  • De bruidegom en bruid zien elkaar niet meer na het drinken van de beker, totdat ze getrouwd zijn: “Ik zeg u dat Ik van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet zal drinken tot op de dag wanneer Ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader” (Mattheüs 26:29);
  • De bruidegom maakt een plaats gereed voor zijn bruid in of bij het huis van zijn vader: “In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken” (Johannes 14:2);
  • De bruidegom weet niet wanneer hij de bruid mag ophalen, dit bepaalt de vader. Alleen hij weet wanneer het feest begint: “Niemand weet de dag of het uur maar alleen de Vader” (Mattheüs 24:36);
  • De bruidegom komt onverwacht, meestal ‘s nachts, om zijn bruid op te halen: Gelijkenis van de vijf wijzen en de vijf dwaze maagden (Mattheüs 25:1-13);
  • De bruid moet altijd klaarstaan, met haar lamp brandend (dezelfde gelijkenis)
  • De bruidegom grist de bruid weg: hierin ziet men de opname van de gemeente;
  • Het bruiloftsfeest duurt zeven dagen: De bruiloft van het Lam duurt zeven jaar en valt gelijk met de ‘zevenjarige’ verdrukking die op aarde zal zijn.

Klopt dit wel?

Maar klopt dit beeld eigenlijk wel? Bestond er wel zoiets als een unieke, mysterieuze ‘Galilese bruiloft’ die fundamenteel anders was dan huwelijksfeesten elders in Israël? En waar is deze gedachte op gebaseerd?

In dit blog neem ik je mee op een zoektocht naar de oorsprong van dit idee. Ik laat zien dat het verhaal van de ‘Galilese of Joodse bruiloft’ niet is gebaseerd op Joodse bronnen uit de tijd van Jezus. Het verhaal is uitgegroeid tot een geliefd symbool in sommige christelijke kringen, maar het blijkt een moderne mythe te zijn. Het is voortgekomen uit de fantasie van enkele schrijvers die (misschien goedbedoeld?) onze liefde voor de Heer willen aanwakkeren. Lees verder op Jolande’s blog>>>

 

#galilesebruiloft #opnamevandegemeente #kritiek #mythe

De bruid van Christus

Is de Gemeente de Bruid van Christus?

Is de Gemeente de Bruid van Christus? Deze vraag wordt binnen het christendom vaak als vanzelfsprekend beantwoord met een volmondig ja. Toch blijkt bij zorgvuldige lezing van de Bijbel dat deze overtuiging nauwelijks expliciet schriftuurlijk wordt onderbouwd. Integendeel: wanneer we de Bijbel systematisch laten spreken, ontstaat een ander – en voor velen verrassend – beeld.

In dit artikel onderzoeken we aan de hand van de Schrift de relatie tussen Israël, het oude en nieuwe verbond, de Bruidegom en de Bruid. Daarbij laten we traditie en gevoel bewust los en volgen we de bijbelse lijn van verbond en heilsgeschiedenis.

Israël en het oude verbond: een huwelijk

Toen Israël door de uittocht uit Egypte een natie werd, sloot de HEERE met het volk het zogeheten Mozaïsche verbond. Dit verbond was niet slechts een wettelijk of religieus systeem, maar functioneerde in de Schrift als een huwelijksverbond.

Kenmerken van dit huwelijk

  • De Bruidegom: de HEERE (JHWH), Die Zich openbaart als “Ik ben”.
  • De Bruid: Israël, het uit Egypte verloste volk.
  • De ondertrouw: de woestijnreis.
  • De huwelijksluiting: bij de Sinaï, met Israëls herhaalde instemming.
  • De echtelijke woning: het land Kanaän – eigendom van de HEERE, bewoond door Israël.

De wet fungeerde als huwelijksvoorwaarden. Trouw was essentieel. Afgoderij werd daarom niet gezien als een abstracte religieuze fout, maar als overspel.

Ontrouw, scheiding en het einde van het oude huwelijk

De profeten beschrijven Israëls geschiedenis consequent in huwelijkstaal. Andere goden dienen heet “hoererij”, en politieke of religieuze verbonden met heidenvolken worden als overspel getypeerd.

Hoe lang duurt een huwelijk volgens de Schrift?

De Bijbel geeft vier samenhangende antwoorden:

  1. Het ideaal: een huwelijk is bedoeld voor altijd.
  2. In de praktijk: ontrouw verbreekt de gemeenschap.
  3. Juridisch: echtscheiding via een scheidbrief.
  4. Wettelijk: de dood maakt een einde aan het huwelijk.

Alle vier zijn toepasbaar op de verhouding tussen de HEERE en Israël. De tien stammen werden weggezonden met een scheidbrief; Juda bleef formeel, maar het huwelijk eindigde definitief door de dood van de Bruidegom aan het kruis.

De wet verbindt immers slechts levenden. Door de dood van Christus werd het oude verbond wettig beëindigd.

Het nieuwe verbond: geen herstel, maar een nieuw huwelijk

De profeten kondigen een nieuw verbond aan. Dit verbond is:

  • niet overeenkomstig het oude,
  • gesloten met heel Israël,
  • eeuwig van aard.

Belangrijk is dit onderscheid: het oude huwelijk wordt niet hersteld – dat verbiedt de wet – maar vervangen door een nieuw huwelijk.

Waarom dit bijbels noodzakelijk is

  • De eerste Bruidegom stierf.
  • De toekomstige Bruidegom is de Opgestane.
  • Israël moet niet gerepareerd worden, maar wedergeboren.
  • Zowel Bruidegom als Bruid zijn nieuw geworden.

Het nieuwe verbond wordt daarom in het hart geschreven, berust op vergeving en leidt tot echte gemeenschap: kennen in bijbelse zin.

Wie is de Bruid volgens het Nieuwe Testament?

Opvallend is dat de Bruid in het Nieuwe Testament nauwelijks genoemd wordt. Niet door Paulus, niet in de brieven, en zelfs niet door Jezus Zelf.

Slechts in het boek Openbaring wordt de Bruid expliciet geïdentificeerd:

“De Bruid, de vrouw van het Lam … het nieuwe Jeruzalem.”

Het nieuwe Jeruzalem:

  • vertegenwoordigt Israël,
  • daalt neer op een nieuwe aarde,
  • verschijnt na het duizendjarig rijk.

Dat duizendjarig rijk is de periode van de bruiloft: de regering van Christus op grond van het nieuwe verbond.

En de Gemeente dan?

De Gemeente wordt in de Schrift nooit “de Bruid” genoemd. Wat wél steeds gezegd wordt, is dat de Gemeente het Lichaam van Christus is.

Dit verschil is essentieel:

  • een lichaam is reeds verenigd,
  • een bruid ziet uit naar vereniging.

De opvatting dat de Gemeente de Bruid is, berust niet op expliciete schriftplaatsen, maar op theologische afleiding. Zij leidt bovendien tot vervanging van Israël in de profetieën en miskent de huidige gemeenschap van gelovigen met Christus.

 

Samengevat

Wanneer we de Schrift zorgvuldig volgen, ontstaat een consistent beeld:

  • Israël is de bruid onder oud én nieuw verbond.
  • Het nieuwe verbond is een nieuw, eeuwig huwelijk.
  • De Gemeente heeft een hoge, maar onderscheiden plaats als Lichaam van Christus.

Deze Bijbelse lijn vraagt om herbezinning, maar doet recht aan Gods trouw, rechtvaardigheid en heilshistorische orde.

“Opdat Hij in alles verheerlijkt worde.”

Bruidegom en bruid, wie zijn zij in de Bijbel?

Regelmatig lees ik iets waarvan ik denk “dat had ik zelf niet duidelijker kunnen formuleren”. Als ik de website Alleen Geloof bekijk heb ik dat eigenlijk best vaak.  Sylvia heeft de gave om eenvoudig maar toch heel duidelijk Bijbelse waarheid uit te leggen. Vandaar herplaats ik het hier, me realiserend dat dit één van de punten is waar veel misverstanden over bestaan, en waar ook verkeerde verwachtingen over leven. “Na de opname van de Gemeente de wereld verdrukking, en wij een bruiloft” bijvoorbeeld. Ook wordt de Gemeente van Jezus Christus wel “bruidsgemeente” genoemd.

Hoe zit het nou?

Op de dag van het huwelijk worden man en vrouw, bruidegom en bruid genoemd. In de Bijbel komen de begrippen bruidegom en bruid ook voor, maar hebben daar natuurlijk een veel diepere betekenis. De Bruidegom is namelijk Christus, samen met Zijn Lichaam, de Gemeente. De Bruid is het Volk Israël.

Die de Bruid heeft, is de Bruidegom

Johannes 3
26 En zij kwamen tot Johannes (Johannes de Doper), en zeiden tot hem (de Heere Jezus): Rabbi, Die met u was over de Jordaan, Welken gij getuigenis gaaft, zie, Die doopt, en zij komen allen tot Hem.
27 Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit den hemel niet gegeven zij.
28 Gijzelven zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet; maar dat ik voor Hem heen uitgezonden ben. (de wegbereider)
29 Die de bruid heeft (het Volk Israël)is de bruidegom (de Heere Jezus Christus inclusief Zijn Lichaam, de Gemeente), maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden. (Johannes de Doper is de vriend van de Bruidegom)
30 Hij (Christus, de Bruidegom) moet wassen (= groeien; volgroeien), maar ik minder worden. (= het gaat helemaal niet om mij, maar alleen om de Heere Jezus Christus)
31 Die van boven komt, is boven allen (Christus, de Bruidegom); die uit de aarde is voortgekomen, die is uit de aarde, en spreekt uit de aarde. Die uit den hemel komt, is boven allen.

De Bruidegom Die uit de Hemel komt

De Bruidegom is de Zoon des Mensen, die de Christus blijkt te zijn. Hij is uit de Hemel gekomen, en de bedoeling was dat Hij een Bruiloft zou vieren met Zijn Bruid. Er is in Johannes 3 (bovenstaand) de Bruidegom en de Bruid en de vriend van de Bruidegom. Uit dit verband blijkt duidelijk dat de Bruidegom de Christus is. Johannes de Doper zegt immers: ‘Ik ben de Christus niet. Die de Bruid heeft, is de Bruidegom’. De vriend van de Bruidegom is Johannes de Doper, Zijn voorloper. De Heere Jezus is gekomen om Zijn Volk Zalig te maken. ‘Zaligmaken’ betekent redden, ofwel verlossen. Hij zou haar verlossen van haar zonden. Hij zou haar verlossen van het Oude Verbond der Wet. Dat was de taak die de Heere Jezus had gekregen. Israël zou Zijn Bruid zijn. (zie ook de studie ‘het Bijbelse huwelijk’)

Galaten 4
4 Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw (het Joodse Volk; Maria), geworden onder de wet;
5 Opdat Hij degenen, die onder de wet waren (het Joodse Volk), verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen aanstelling tot zonen verkrijgen zouden.

Mattheüs 18
11 Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken (te redden; te verlossen), dat verloren was. (door zonden)

Ze heeft Hem niet aangenomen

Johannes 1
11 Hij is gekomen tot het Zijne (het Volk Israël), en de Zijnen (die behoorden tot het Volk) hebben Hem niet aangenomen. (= geloofd)

Het Woord van God ‘daalde af’, en kwam in de handen van Mozes. God gaf, bij de Sinaï, Zijn Woord. Bij de Sinaï heeft de Heere Zijn Bruid ondertrouwd. Als Volk Israël hebben ‘de Zijnen’ dit Woord niet aangenomen, ofwel niet geloofd. Het Volk was Zijn Eigendom, maar zij heeft Zijn Woord altijd tegengesproken. Vanaf het begin was Israël de Heere ontrouw, hoewel zij Zijn Vrouw was. (zie ook de studie ‘Het Bijbelse huwelijk‘)

Ondertrouw

Jeremia 2
1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij (= profeet Jeremia), zeggende:
2 Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.

Huwelijksverbond

Ezechiël 16
8 Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne (liefdestijd); zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u (= de Heere deed een Belofte dat Hij voor haar zou zorgen, als zij Hem zou dienen en zou volgen)en kwam met u in een verbond (het Huwelijksverbond)spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne.

Het Volk Israël was Zijn Eigendom

Jeremia 2
31 O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israël een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?
32 Vergeet ook een jonkvrouw haar versiersel, of een bruid haar bindselen (de versiering; trouwjurk)(er had een bruiloft op aarde gekomen, als het Volk Israël zich had laten versieren tot Bruid) Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, dagen zonder getal.

Mogen de mede-erfgenamen niet eten?

Lukas 5
33 En zij (Schriftgeleerden, en de Farizeën) zeiden tot Hem (de Heere Jezus): Waarom vasten de discipelen van Johannes (de Doper) dikmaals, en doen gebeden, desgelijks ook de discipelen der Farizeën, maar de Uwe (de twaalf discipelen van de Heere Jezus) eten en drinken?
34 Doch Hij (de Heere Jezus) zeide tot hen: Kunt gij de bruiloftskinderen (zonen), terwijl de Bruidegom bij hen is, doen vasten? (een bruiloft is immers een feest!)
35 Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, dan zullen zij (de discipelen; Juda) vasten in die dagen. (de Bruidegom zal er dus ook een tijd niet zijn, dan is er tijd voor rouw en vasten)

Symboliek

Ook deze verzen bevatten symboliek; er zit een geestelijke Waarheid achter. Zoals bij alle gebeurtenissen uit de Bijbel. De volgelingen van Johannes de Doper, en de volgelingen van de Farizeeën, handelden toen nog vanuit de leefregel van het Oude Verbond der Wet. De volgelingen van de Heere Jezus, die eten en drinken, omdat zij nu al handelen vanuit de vrijheid van het Nieuwe Verbond der Genade. (Het vasten was overigens niet eens een voorgeschreven in de Wet van Mozes; leidslieden hadden dit zélf ingesteld om God daar, zogenaamd, mee te behagen). De Heere Jezus zegt: ‘kun je de zonen van de Bruiloftszaal laten vasten? Mogen de zonen, ofwel de mede-erfgenamen, van de Bruidegom niet eten?’

Onzienlijke Christus

Johannes 3
35 Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, dan zullen zij vasten in die dagen.

Momenteel is er geen bruiloftsfeest. Er is geen blijdschap, geen vreugde, geen feest. Wij weten dat de Bruidegom in Zijn Hemelvaart naar de Hemel is vertrokken. Hij is onzichtbaar voor de wereld, en voor Israël. Wel woont de onzienlijke Christus, ofwel de Heilige Geest, in de harten van de gelovigen. Met gelovige ogen zien wij – de Gemeente – Hem aan de Rechterhand van de Vader. De Bruidegom is dus niet meer in het midden van Zijn Bruid, het Volk Israël. De Bruid heeft Hem afgewezen. ‘De Zijnen hebben Hem niet aangenomen’. Alle stammen zijn in de verstrooiing, ofwel de ballingschap, terecht gekomen. Daar past inderdaad verdriet, en rouw, en vasten bij.

Het Koninkrijk der Hemelen is als een Bruiloft

Het Nieuwe Verbond der Genade is, na de Opstanding van de Christus, wel gepredikt, maar het Volk heeft de Nieuwe Bruidegom niet aanvaard. In Mattheüs 21 wordt het Koninkrijk der Hemelen vergeleken met een Bruiloft, die een Koning voor Zijn Zoon bereidde. De genodigden (het Joodse Volk) wilden echter niet komen, en hadden allerlei excuses. Pas in de dagen van de Wederkomst van Christus zullen zij de Bruiloft binnengaan.

Mattheüs 22
2 Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning (God de Vader), die zijn zoon (Christus) een bruiloft bereid had;
3 En zond zijn dienstknechten uit, om de genoden (genodigden; het Joodse Volk) ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen. (de Zijnen hebben Hem niet aangenomen)

Een Nieuw Verbond; een Nieuw Huwelijk

De Bruidegom is Christus, de Bruid is Israël, en het is niet tot een Bruiloft gekomen. Het Nieuwe Verbond der Genade is wel gekomen, maar de Vrouw was niet bereid. Er is dus geen nieuw huwelijk, geen relatie, ontstaan. De Heere houdt Zich echter altijd aan Zijn Beloften. Ook de Beloften Die Hij aan Zijn Volk Israël gedaan heeft. Hij zal Zijn Volk niet vergeten. Er komt in de toekomst een Nieuw Verbond tussen de Bruidegom en de Bruid. Er komt weer vreugde en blijdschap. In het verleden is er verwoesting en verstoring geweest in het Land Israël, en dit zal in de (nabije) toekomst wéér zo zijn.

De Grote Verdrukking over Israël

Israël gaat namelijk eerst door de grote Verdrukking, er komt een oordeel over het Volk (zie ook de studie ‘Mattheüs 24 ‘en ‘De 70e Jaarweek’) Daarna zal de Heere terugkomen op aarde. De vijanden zullen dan vertrekken en de verstrooide stammen zullen terugkeren naar het Land van de Heere. Er komt een terugverzameling van alle stammen uit de ballingschap. Dan zal er een Bruiloft zijn. Zijn Bruid zal, in de toekomst, onder het Nieuwe (Huwelijks-)Verbond leven.

Mattheüs 24
Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking (de grote Verdrukking over Israël), en zullen u doden, en gij zult gehaat worden van alle volken, om Mijns Naams wil (het is een oordeel van de Heere).

LEES VERDER IN DE PDF BRUIDEGOM EN BRUID; CHRISTUS EN ISRAËL- pdf

“De Bruid” als vervangingsleer deel 2

Deel 2 waarin we kijken wat het nieuwe Testament zegt over de bruid, de bruidegom en de bruiloft.  Deel 1 staat hier.

Nieuwe Testament

Bruid, bruidegom en bruiloft

Deze woorden vinden we alleen in de Evangeliën en Openbaring.

Mattheüs 9:15  En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en dan zullen zij vasten. (Markus 2:18-22 en Lukas 5:33-35)

Mattheüs 22:1-14 Gelijkenis van de koninklijke bruiloft
Mattheüs 25:1-13 Gelijkenis van de wijze en de dwaze meisjes

Lukas 12:36 En zijt gij den mensen gelijk die op hun heer wachten, wanneer hij wederkomen zal van de bruiloft, opdat als hij komt en klopt, zij hem terstond mogen opendoen.

Johannes 2:1-12 Jezus verandert water in wijn op een bruiloft
Johannes 3:29 Johannes de Doper is de vriend van de bruidegom

Openbaring 19:7 en 8 (bruiloft)
Openbaring 21:2 en 9-14, (bruid, vrouw van het Lam)
Openbaring 22:17 (de Geest en de bruid)

Teksten uit de brieven die worden gebruikt om de gemeente als bruid te zien

2 Corinthiërs 11:2
Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid om u als een reine maagd aan één Man voor te stellen, namelijk aan Christus.

Efeze 5:22-32 Hier gaat het niet om een bruid maar om een vrouw. De gemeente is het lichaam van van Christus. Dat is het geheimenis van het huwelijk: de eenheid tussen man en vrouw.

Wat is er mis mee om de gemeente als bruid te zien?

  • De Bijbel gebruikt dit beeld niet om de gemeente aan te duiden. In de brieven vinden we wel andere beelden zoals:
    De gemeente is het lichaam van Christus (Hij het hoofd),
    Wij zijn de ranken (Hij de wijnstok),
    Wij zijn levende stenen die gebouwd worden tot een tempel. De beelden die voor de gemeente gebruikt worden, laten zien dat er gemeenschap is tussen de gelovigen en Christus. Een bruid heeft nog GEEN gemeenschap met de man, maar ziet daar alleen verlangend naar uit.
  • Een bruid maakt zichzelf mooi voor haar toekomstige bruidegom. Deze druk om onszelf te reinigen en op te poetsen wordt vaak ook op de gemeente gelegd. Maar in werkelijkheid is het Christus Die ons reinigt en heiligt zoals Efeze 5:26 aangeeft.
  • Het bevordert de gedachte van de vervangingstheologie. Een beeld wat voor Israël is bedoeld, wordt toegepast op de gemeente.
  • Het koppelt de avondmaalsbeker aan een romantisch idee over een bruidegom die een beker wijn aan de bruid geeft. MAAR de Bijbel geeft zelf aan wat de betekenis van de avondmaalsbeker is.
    (Matth. 26:17-30, Mark. 14:23, Luk. 22:14-20, 1 Kor. 10:16-17 en 11:23-26)
    Als we al typologie toepassen dan moeten we deze beker verbinden met de viering van het Pascha, de uittocht uit Egypte, het bloed aan de deurposten.

Vandaag de dag doen verhalen de ronde over “De Galilese bruiloft.” Als zou dat een blauwdruk zijn voor wat de Bijbel erover meldt in het nieuwe Testament.

Schrijver van “Before the wrath” over hoe hij de Galilese bruiloft ‘ontdekt’ heeft:

Maar hoe waren hun huwelijkstradities vóór de val van de Tempel? Dit is geen gemakkelijke vraag om te beantwoorden, omdat maar weinig historici er iets over hebben vastgelegd. En waarom zouden ze? Waarom zouden ze waardevolle ruimte verspillen aan een dure boekrol waarin de kleine tradities van boeren en vissers in het noorden van Judea zijn vastgelegd? Daarom is er gewoon niet veel historische informatie beschikbaar.
Het probleem was dat bijna alle beschikbare informatie over Galilese bruiloften in het Nieuwe Testament van de Bijbel stond.
Dus moest ik teruggaan – ver terug – voordat de Romeinen de Tempel van Herodes in brand staken. Ik moest naar de stukjes en beetjes van moderne en middeleeuwse Joodse bruiloften kijken en alles opzij zetten wat ze in de loop van de eeuwen van hun verspreiding hadden toegevoegd. Wat overbleef is waar ik begon.

Buiten de Bijbel zijn bronnen over dit onderwerp schaars, maar er waren er genoeg om een ​​nieuw stel lenzen uit te slijpen om te zien wat Jezus zei – vooral toen Hij over een bruiloft sprak. Dus zette ik deze nieuwe bril op en begon rond te kijken. Geleidelijk aan begon ik verwijzingen op te merken naar de Bruiloft, de Bruid, de Bruidegom en de Vrouw die ik in al mijn jaren van Bijbellezen eenvoudigweg had gelezen. Op het eerste gezicht leken de beelden mysterieus en afstandelijk – bloemrijke symbolen met betekenissen gehuld in een donkere spirituele mist die alle aardse penetratie te boven gaat.
Terwijl ik dit boek schreef, heb ik een paar hypothetische situaties gecreëerd (de huwelijksprocessie, de aankomst van de karavaan, enzovoort) om de lezer onder te dompelen in het dagelijkse leven en de denkprocessen van de mensen uit de tijd van Jezus. Deze scenario’s zijn tot op zekere hoogte geïdealiseerd en gaan uit van een zekere mate van romantiek, humor, mooi weer, beschikbare middelen en samenwerking binnen het gezin.

Als we het Woord laten spreken, en konsekwent Schrift met Schrift vergelijken, moet duidelijk zijn op wie de ‘bruidsmetafoor’ van toepassing is.

Zie ook (extern):

bruid » Bijbels Panorama

Bijbelstudie lezing: Wil de échte bruid opstaan?

“De Bruid” als vervangingsleer deel 1

“De Bruid” als vervangingsleer deel 1

Hoe een Telegram post een studie ontketent 🙂 Ik liep tegen deze afbeelding aan en de raderen gingen draaien.

Het kwam binnen als een New-age achtig aandoend spiritueel tafereel.

Ik realiseer me dat ik met deze studie mensen tegen de haren in ga strijken. Het romantische beeld van een bruid die door haar bruidegom opgewacht wordt is herkenbaar. Dat plaatje heeft geen verdere uitleg nodig. Het is geen rare gedachte dat kinderen van God innig van de Here Jezus houden, omdat Hij Zich uit volmaakte liefde helemaal vrijwillig heeft gegeven om hen te verlossen van de macht van de zonde en de dood.

Wat zegt de Bijbel? Wie is toch die Man, wie is de Bruidegom, en wie is de bruid? Klopt het beeld dat dikwijls geschetst wordt, dat de gemeente van Jezus Christus Zijn bruid is?

Geeft de Bijbel ruimte om een huwelijksverwachting voor de gemeente in de Schrift in te lezen?

Wat ik eerst en vooral wil doen is de ‘huwelijksteksten’ uit het oude Testament laten spreken.

Zij gaan specifiek over de huwelijkse staat, ontrouw, scheiding en tenslotte herstel van het volk in relatie met God

Citaten uit de Statenvertaling.

Ezechiel 16:

2 Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend, 3 En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE tot Jeruzalem: Uw handelingen en uw geboorten zijn uit het land der Kanaänieten; uw vader was een Amoriet, en uw moeder een Hethitische.4 En aangaande uw geboorten: ten dage als gij geboren waart, werd uw navel niet afgesneden; en gij waart niet met water gewassen toen Ik u aanschouwde; gij waart ook geenszins met zout gewreven, noch in windelen gewonden.5 Geen oog had medelijden over u, om u een van deze dingen te doen, om zich over u te erbarmen; maar gij zijt geworpen geweest op het vlakke des velds, om de walgelijkheid van uw ziel, ten dage toen gij geboren waart.6 Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef.7 Ik heb u tot tienduizend, als het gewas des velds, gemaakt; en gij zijt gegroeid en groot geworden en zijt gekomen tot grote sierlijkheid; uw borsten zijn vast geworden en uw haar is gewassen, doch gij waart naakt en bloot.8 Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en zie, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE, en gij werdt Mijne.9 Daarna wies Ik u met water, en Ik spoelde uw bloed van u af, en zalfde u met olie.10 Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen en bedekte u met zijde.11 Ook versierde Ik u met sieraad, en deed armringen aan uw handen en een keten aan uw hals.12 Desgelijks deed Ik een voorhoofdsiersel aan uw aangezicht, en oorringen aan uw oren, en een kroon der heerlijkheid op uw hoofd.13 Zo waart gij versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen en zijde en gestikt werk; gij at meelbloem en honing en olie; en gij waart gans zeer schoon en waart voorspoedig, dat gij een koninkrijk werdt.14 Daartoe ging van u een naam uit onder de heidenen om uw schoonheid; want die was volmaakt door Mijn heerlijkheid, die Ik op u gelegd had, spreekt de Heere HEERE. 15 Maar gij hebt vertrouwd op uw schoonheid en hebt gehoereerd vanwege uw naam, ja, hebt uw hoererijen uitgestort aan eenieder die voorbijging; voor hem was zij.

Jeremia 2

1 EN des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:2 Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.

Jeremia 3

1 MEN zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt met vele boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE.
2 Hef uw ogen op naar de hoge plaatsen, en zie toe, waar zijt gij niet beslapen? Gij hebt voor hen gezeten aan de wegen, als een Arabier in de woestijn; alzo hebt gij het land ontheiligd met uw hoererijen en met uw boosheid.
3 Daarom zijn de regendroppelen ingehouden en er is geen spade regen geweest. Maar gij hebt een hoerenvoorhoofd, gij weigert schaamrood te worden.
4 Zult gij niet van nu af tot Mij roepen: Mijn Vader, Gij zijt de Leidsman mijner jeugd?
5 Zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? Zal Hij dien gestadiglijk bewaren? Zie, gij spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand.
6 Voorts zeide de HEERE tot mij in de dagen van den koning Josía: Hebt gij gezien wat de afgekeerde Israël gedaan heeft? Zij ging heen op allen hogen berg en tot onder allen groenen boom, en hoereerde aldaar.
7 En Ik zeide, nadat zij zulks alles gedaan had: Bekeer u tot Mij, maar zij bekeerde zich niet. Dit zag de trouweloze, haar zuster Juda.
8 En Ik zag, als Ik ter oorzake van alles waarin de afgekeerde Israël overspel bedreven had, haar verlaten en haar haar scheidbrief gegeven had, dat de trouweloze, haar zuster Juda, niet vreesde, maar ging heen en hoereerde zelve ook.
9 Ja, het geschiedde vanwege het gerucht harer hoererij, dat zij het land ontheiligde; want zij bedreef overspel met steen en met hout.
10 En zelfs in dit alles heeft zich haar trouweloze zuster Juda tot Mij niet bekeerd met haar ganse hart, maar valselijk, spreekt de HEERE.
11 Dies de HEERE tot mij zeide: De afgekeerde Israël heeft haar ziel gerechtvaardigd, meer dan de trouweloze Juda.
12 Ga heen en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israël, spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden.
13 Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE uw God hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE.
14 Bekeert u, gij afkerige kinderen, spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd; en Ik zal u aannemen, één uit een stad en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion.
15 En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.
16 En het zal geschieden wanneer gij vermenigvuldigd en vruchtbaar zult geworden zijn in het land, in die dagen, spreekt de HEERE, zullen zij niet meer zeggen: De ark des verbonds des HEEREN; ook zal zij in het hart niet opkomen; en zij zullen aan haar niet gedenken en haar niet bezoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden.
17 Te dien tijde zullen zij Jeruzalem noemen des HEEREN troon; en al de heidenen zullen tot haar vergaderd worden, om des HEEREN Naams wil, te Jeruzalem; en zij zullen niet meer wandelen naar het goeddunken van hun boos hart.
18 In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israël; en zij zullen tezamen komen uit het land van het noorden in het land dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb.
19 Ik zeide wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen der heidenen? Maar Ik zeide: Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader; en gij zult van achter Mij niet afkeren.
20 Waarlijk, gelijk een vrouw trouwelooslijk scheidt van haar vriend, alzo hebt gijlieden trouwelooslijk tegen Mij gehandeld, gij huis Israëls, spreekt de HEERE.
21 Er is een stem gehoord op de hoge plaatsen, een geween en smekingen der kinderen Israëls, omdat zij hun weg verkeerd en den HEERE hun God vergeten hebben.
22 Keert weder, gij afkerige kinderen; Ik zal uw afkeringen genezen. Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE onze God.
23 Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen; waarlijk, in den HEERE onzen God is Israëls heil.
24 Want de schaamte heeft den arbeid onzer vaderen opgegeten, van onze jeugd aan; hun schapen en hun runderen, hun zonen en hun dochters.
25 Wij liggen in onze schaamte, en onze schande overdekt ons, want wij hebben tegen den HEERE onzen God gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan tot op dezen dag; en wij zijn der stem des HEEREN onzes Gods niet gehoorzaam geweest.

Jeremia 31

31 Zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;
32 Niet naar het verbond dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep om hen uit Egypteland uit te voeren; welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE.

Hosea 1

2 Het begin van het woord des HEEREN door Hoséa. De HEERE dan zeide tot Hoséa: Ga heen, neem u een vrouw der hoererijen en kinderen der hoererijen; want het land hoereert ganselijk van achter den HEERE.

Hosea 2

1 TWIST tegen ulieder moeder, twist, omdat zij Mijn vrouw niet is en Ik haar Man niet ben; en laat ze haar hoererijen van haar aangezicht, en haar overspelerijen van tussen haar borsten wegdoen;
2 Opdat Ik haar niet naakt uitstrope en zette haar als ten dage toen zij geboren werd, ja, make haar als een woestijn en zette haar als een dor land, en dode haar door dorst;
3 En Mij harer kinderen niet ontferme, omdat zij kinderen der hoererijen zijn.
4 Want hunlieder moeder hoereert; die henlieden ontvangen heeft, handelt schandelijk; want zij zegt: Ik zal mijn boelen nagaan, die mij mijn brood en mijn water, mijn wol en mijn vlas, mijn olie en mijn drank geven.
5 Daarom, zie, Ik zal uw weg met doornen betuinen, en Ik zal een heiningmuur maken, dat zij haar paden niet zal vinden.
6 En zij zal haar boelen nalopen, maar dezelve niet aantreffen; en zij zal hen zoeken, maar niet vinden; dan zal zij zeggen: Ik zal heengaan en keren weder tot mijn vorigen Man, want toen was mij beter dan nu.

….

18 En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid, ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden.
19 En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult den HEERE kennen.

Hosea 3

1 EN de HEERE zeide tot mij: Ga wederom heen, bemin een vrouw die bemind zijnde van haar vriend, nochtans overspel doet; gelijk de HEERE de kinderen Israëls bemint, maar zij zien om naar andere goden en beminnen de flessen der druiven.
2 En ik kocht haar mij voor vijftien zilverlingen, en een homer gerst, en een halven homer gerst.
3 En ik zeide tot haar: Gij zult vele dagen naar mij blijven zitten (gij zult niet hoereren, noch aan een anderen man geworden), en ik ook naar u.
4 Want de kinderen Israëls zullen vele dagen blijven zitten, zonder koning en zonder vorst, en zonder offer, en zonder opgericht beeld, en zonder efod en terafim. 5 Daarna zullen zich de kinderen Israëls bekeren en zoeken den HEERE, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot den HEERE en tot Zijn goedheid, in het laatste der dagen.

Jesaja 54

4 Vrees niet, want gij zult niet beschaamd worden, en word niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden; maar gij zult de schaamte uwer jonkheid vergeten en den smaad uws weduwschaps zult gij niet meer gedenken.
5 Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israëls is uw Verlosser; Hij zal de God des gansen aardbodems genoemd worden.
6 Want de HEERE heeft u geroepen als een verlaten vrouw en bedroefde van geest; nochtans zijt gij de huisvrouw der jeugd, hoewel gij versmaad zijt geweest, zegt uw God.
7 Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten, maar met grote ontfermingen zal Ik u vergaderen.
8 In een kleinen toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen, maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij uwer ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser

Jesaja 62

5 Want gelijk een jongeling een jonkvrouw trouwt, alzo zullen uw kinderen u trouwen; en gelijk de bruidegom vrolijk is over de bruid, alzo zal uw God over u vrolijk zijn.

 

Het beeld is wel heel gedetailleerd aan het worden. De bruid kán alleen maar Israel zijn. Geen vervanging mogelijk.

God is er duidelijk over hoe het gegaan is, en hoe het gaan zal.

Bruid, bruidegom, beloften en bruiloft, en dus? 

Het nieuwe Testament noemt ook het huwelijk een bruid, en een ‘hemelse’ bruiloft  Daarover een volgende keer.

De bedoeling was om alles in één artikel te gieten, maar ik merk dat ik meer tijd nodig heb. Daarom even een punt, wordt vervolgd.

Punt.

Deel 2 vindt u hier

Zie ook (extern):

bruid » Bijbels Panorama

Bijbelstudie lezing: Wil de échte bruid opstaan?

Geverifieerd door MonsterInsights