Israël, de bruid bij uitstek

God Zelf beschrijft Zijn verhouding tot Israël als een huwelijk

Bij de Sinaï sluit de HEERE Zijn verbond met Israël. Dit verbond wordt in de profeten uitdrukkelijk als een huwelijksverbond beschreven. Israël is daarbij de vrouw en de HEERE haar Man.

Jeremia 2:2 noemt zelfs Israëls “ondertrouw”:

“Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn…” (Jeremia 2:2, STV)

En bij de Sinaï antwoordt Israël met het ja-woord:

“Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen.” (Exodus 19:8, STV)

Ezechiël noemt Israël letterlijk Gods vrouw

Ezechiël 16 is misschien wel het duidelijkste hoofdstuk:

“…ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE, en gij werdt de Mijne.” (Ezechiël 16:8, STV)

Hier zijn verbond en huwelijk rechtstreeks met elkaar verbonden. Jeremia bevestigt dat:

“…welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE.” (Jeremia 31:32, STV)

En:

“Bekeert u, gij afkerige kinderen, spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd…” (Jeremia 3:14, STV)

Dat is moeilijk weg te verklaren: Israël wordt niet alleen vergeleken met een vrouw; God zegt dat Hij haar heeft getrouwd. Bruid_en_Bruidegom_Vlichthus

Daarom wordt Israëls afgoderij vervolgens consequent “hoererij”, “overspel” en “ontrouw” genoemd. Die woorden krijgen juist hun kracht omdat er een huwelijksverbond bestond.

 

Het Nieuwe Verbond wordt met Israël gesloten

Dit vind ik een van de sterkste argumenten.

Jeremia zegt niet:

“Ik zal met de Gemeente een nieuw verbond maken.”

Er staat:

“Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis Israëls en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken.” (Jeremia 31:31, STV)

En enkele verzen later:

“Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis Israëls maken zal…” (Jeremia 31:33, STV)

Het oude verbond was een huwelijksverbond met Israël. Het nieuwe verbond wordt opnieuw beloofd aan Israël en Juda.

 

 

Jesaja zegt zonder omwegen tegen Israël: “Uw Maker is uw Man”

Jesaja 54 is nóg explicieter:

“Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israëls is uw Verlosser…” (Jesaja 54:5, STV)

En Israël wordt daar genoemd:

“…als een verlaten vrouw en bedroefde van geest; nochtans zijt gij de huisvrouw der jeugd…” (Jesaja 54:6, STV)

Dat gaat over dezelfde vrouw die verlaten was en opnieuw door de HEERE geroepen zal worden.

Israël → vrouw van de HEERE → ontrouw → verlaten/weggezonden → toekomstige bekering → Nieuw Verbond → opnieuw in gemeenschap met haar Man.

Dat is een zeer consistente lijn.

 

Ook Hosea past precies in dat beeld

Hosea is eigenlijk één grote uitbeelding van deze waarheid.

Israël wordt door haar ontrouw “Lo-Ammi” — “niet Mijn volk”. Maar dat is niet het einde. God belooft herstel:

“En Ik zal ze Mij op de aarde zaaien, en zal Mij ontfermen over Lo-Ruchama; en Ik zal zeggen tot Lo-Ammi: Gij zijt Mijn volk; en dat zal zeggen: O mijn God!” (Hosea 2:22, STV)

En vlak daarvoor:

“En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden.” (Hosea 2:18, STV)

Dat woord “ondertrouwen” is hier enorm belangrijk.

God zegt niet tegen een nieuwe, onbekende partij dat Hij haar zal ondertrouwen. Het gaat om het Israël dat Hem ontrouw geworden was en dat Hij uiteindelijk tot Zich zal brengen.

 

In Openbaring heet de bruid “het nieuwe Jeruzalem”

Dan komen we bij het Nieuwe Testament.

Openbaring 21 zegt:

“En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is.” (Openbaring 21:2, STV)

En nog duidelijker:

“Kom herwaarts, ik zal u tonen de Bruid, de Vrouw des Lams.”

Vervolgens ziet Johannes “de grote stad, het heilige Jeruzalem”. (Openbaring 21:9-10, STV)

 

De Gemeente wordt daarentegen steeds het Lichaam genoemd

Dit is het andere belangrijke deel van het argument.

Paulus zegt niet dat wij “leden van Zijn bruid” zijn, maar:

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.” (Efeze 5:30, STV)

Juist in Efeze 5, het hoofdstuk dat meestal wordt gebruikt om te zeggen dat de Gemeente de bruid is, noemt Paulus Christus het Hoofd en de Gemeente Zijn lichaam.

 

De kern

Daarom vind ik deze formulering het duidelijkst:

Israël is de bruid omdat God Zelf Zijn verbondsrelatie met Israël als een huwelijk openbaart. De HEERE noemt Zich haar Man, noemt Israël Zijn vrouw, noemt haar afgoderij overspel, spreekt over scheiding, belooft haar opnieuw te ondertrouwen en belooft met Israël en Juda een Nieuw Verbond te sluiten.

De Gemeente heeft een andere, nog inniger positie:

Christus is het Hoofd en de Gemeente is Zijn Lichaam.

Dat bewaart ook het onderscheid Israël – Gemeente. Je hoeft de beloften aan Israël niet over te hevelen naar de Gemeente om ze te laten uitkomen.

En eigenlijk is Hosea 2:18 misschien wel de tekst die het allemaal in één zin samenvat:

“En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid…” (STV)

Dat wordt zonder omwegen tegen Israël gezegd.

zie ook:

bruid – Bijbelse basis

Is de gemeente de bruid van Christus?

Is de gemeente de bruid van Christus? Een Bijbelse correctie op een populaire claim

Het wordt vaak gezegd alsof er geen verschil van inzicht mogelijk is. Alsof elke gelovige dit gewoon hoort te weten. Alsof alleen een onwetend of lastig mens er nog vragen bij zou stellen. Maar juist daar moet een alarmbel afgaan. Want zodra men met grote stelligheid iets beweert dat de Schrift zelf niet met dezelfde stelligheid formuleert, is uiterste voorzichtigheid geboden.

Dat zien we ook hier. De uitspraak “de gemeente is de bruid van Christus” klinkt vroom, warm en voor velen zelfs vertrouwd. Maar dat is nog geen bewijs dat het ook leerstellig nauwkeurig is. Het punt is niet dat Christus en de gemeente geen heilige, innige en liefdevolle verhouding zouden hebben. Het punt is dat men vaak méér zegt dan de Schrift zegt, en stelliger spreekt dan de apostelen spreken.

In de Bijbel wordt dat ook benoemd: de gemeente wordt daar nadrukkelijk beschreven als het lichaam waarvan Christus het Hoofd is, (Ef. 5:23 , Kol. 1:18) terwijl tegelijk duidelijk is dat het begrip “bruid” nergens expliciet of impliciet voor de gemeente gebruikt wordt . Daar ligt precies de zenuw van deze discussie.

 De gemeente is volgens de Schrift uitdrukkelijk het lichaam van Christus

Wie eerlijk wil zijn, moet beginnen waar de Schrift zelf begint.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is” (Efeze 1:22-23) (STV)

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt” (1 Korinthe 12:13) (STV)

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen” (Efeze 5:30) (STV)

Dit is geen losse beeldspraak aan de rand van het Nieuwe Testament. Dit is de centrale apostolische leer. De gemeente is het lichaam van Christus. Dat is rechtstreeks geopenbaard, herhaald en uitgewerkt.

Juist daarom is het problematisch wanneer iemand met grote stelligheid een andere titel naar voren schuift alsof die even helder, even direct en even fundamenteel geopenbaard is.

 

Het probleem is niet zozeer de beeldspraak, maar de grote stelligheid

Laat dat goed scherp staan. Het probleem is niet dat men in preek of lied soms bruid taal gebruikt om de liefde tussen Christus en de Zijnen te beschrijven. De Schrift gebruikt immers zelf huwelijksbeelden.

Het probleem ontstaat wanneer men van die beeldspraak een harde hoofddefinitie maakt.

Dan verandert een mogelijk afgeleid beeld in een leerstellige formule. Dan wordt iets dat men zorgvuldig zou moeten formuleren, gepresenteerd als een onbetwistbaar fundament. En precies daar gaat het mis.

Want een beeld mag nooit de plaats innemen van de eigenlijke leer.

 

Efeze 5 wordt vaak aangehaald, maar bewijst niet wat men denkt

Vrijwel altijd komt men uit bij Efeze 5. Dat is begrijpelijk, maar ook onthullend. Want juist dat hoofdstuk laat zien hoe snel men meer leest dan er staat.

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven” (Efeze 5:25) (STV)

“Want deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente” (Efeze 5:32) (STV)

Paulus gebruikt hier het huwelijk om licht te werpen op de verhouding tussen Christus en de gemeente. Dat is rijk, diep en heilig. Maar hij geeft hier niet simpelweg een technische definitie alsof hij zegt: onthoud goed, de officiële titel van de gemeente is de bruid van Christus.

Sterker nog: in hetzelfde gedeelte legt hij nadruk op hoofd en lichaam.

“Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams” (Efeze 5:23) (STV)

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen” (Efeze 5:30) (STV)

Dus juist het hoofdstuk dat men het liefst inzet om de populaire slogan te verdedigen, onderstreept de taal van het lichaam.

Dat moet je niet gladstrijken of wegpolijsten. Dat moet je serieus nemen.

 

Openbaring maakt de zaak niet simpeler, maar juist veel rijker

Daarna wijst men meestal naar Openbaring 19.

“Laat ons blijde zijn, en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelve bereid” (Openbaring 19:7) (STV)

Maar wie daar te snel van maakt: zie je wel, de gemeente is de bruid van Christus, leest te plat. Want Openbaring 21 laat zien hoe voorzichtig je moet zijn met deze beeldtaal.

“Kom herwaarts, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams. En hij voerde mij weg in den geest op een groten en hogen berg, en hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem, nederdalende uit den hemel van God” (Openbaring 21:9-10) (STV)

Dus de bruid wordt daar niet simpelweg voorgesteld in de vorm van een kale leerstellige formule over de gemeente. Johannes ziet het heilige Jeruzalem. Dat is apocalyptische, profetische en symbolisch geladen taal. Die kun je niet reduceren tot een goedkope one-liner.

Wie dat toch doet, maakt de Schrift feitelijk kleiner dan zij is.

 

Israël wordt in het Oude Testament juist vaak als vrouw van de HEERE voorgesteld

Daar komt nog iets bij dat al die stellige taal uiterst kwetsbaar maakt. In het Oude Testament wordt juist Israël met huwelijksbeeldspraak verbonden aan de HEERE.

“Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam” (Jesaja 54:5) (STV)

“Bekeert u, gij afkerige kinderen, spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd” (Jeremia 3:14) (STV)

Ook Hosea laat uitvoerig zien hoe Israël in termen van huwelijk, ontrouw, tucht en herstel beschreven wordt. Wie dus vandaag roept dat de gemeente zonder meer en exclusief de bruid van Christus is, praat veel te snel. De Schrift gebruikt huwelijksbeeldspraak namelijk breder dan dit populaire systeem toelaat.

Dat betekent niet dat elke toepassing op de gemeente daarom verboden is. Maar het betekent wel dat grootspraak hier misplaatst is.

 

De gemeente is een verborgenheid en wordt als zodanig anders geopenbaard

Paulus leert niet dat de gemeente een voortzetting is van oudtestamentische beelden. Hij spreekt over een verborgenheid.

“Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid” (Efeze 3:3) (STV)

“Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest” (Efeze 3:5) (STV)

En hoe wordt die verborgenheid ontvouwd? Niet allereerst als een technische bruidstitel, maar als een nieuw lichaam in levende eenheid met een verheerlijkt Hoofd in de  waar de gemeente expliciet wordt beschreven als een apart, hemels volk, onderscheiden van Israël, met een hemelse positie.

Dus als men per se leerstellig nauwkeurig wil zijn, moet men niet beginnen met een populaire slogan, maar met de taal die de apostel zelf centraal stelt.

 

Wat klopt er dan niet aan die stellige uitspraak?

Wat er niet klopt, is niet alleen de inhoudelijke versmalling, maar ook de toon.

Zij is te stellig voor wat de Schrift zo expliciet zegt.

Zij is te simplistisch voor de rijkdom van Efeze 5 en Openbaring 21.

Zij is te selectief omdat zij de huwelijksbeeldspraak rond Israël wegdrukt.

Zij is te oppervlakkig omdat zij de centrale paulinische openbaring van de gemeente als lichaam van Christus naar de achtergrond schuift.

Zij is vaak ook te kerkelijk ingesleten: men herhaalt een vertrouwde formulering, maar toetst niet meer of de formulering zelf wel precies genoeg is.

En dat is gevaarlijk. Want zodra traditietaal krachtiger gaat klinken dan Schriftuurlijke taal, raakt men onvermijdelijk uit koers.

 

Wat is dan een Bijbels zorgvuldige formulering?

Een zorgvuldige formulering zou ongeveer zo klinken:

De gemeente heeft een heilige, liefdevolle en innige verhouding tot Christus. De Schrift gebruikt daarbij ook huwelijksbeeldspraak. Maar de gemeente wordt in het Nieuwe Testament uitdrukkelijk en leerstellig geopenbaard als het lichaam van Christus. Daarom moet men terughoudend zijn om de uitspraak “de gemeente is de bruid van Christus” met grote dogmatische stelligheid te brengen, alsof dat de centrale en expliciete titel van de gemeente is.

Dat is veel nauwkeuriger. Minder populair misschien. Minder romantisch ook. Maar wel eerlijker tegenover de tekst.

 

Waarom dit geen kleinigheid is

Sommigen halen hun schouders op en zeggen dat dit maar een detail is. Dat is het niet.

Want hier zie je een veel groter probleem aan het werk: men neemt een geliefde formulering, maakt haar absoluut, en overschreeuwt vervolgens de nauwkeurigere taal van de Schrift. Dat gebeurt vaker dan men denkt. En het resultaat is altijd hetzelfde: het Woord wordt niet meer gevolgd, maar ingevuld.

De vraag is daarom niet: klinkt het mooi?
De vraag is: staat het er zo?

De vraag is niet: hoor je dit vaak?
De vraag is: spreken de apostelen zo?

De vraag is niet: voelt dit geestelijk aan?
De vraag is: is het leerstellig zuiver geformuleerd?

Wie de gemeente echt hoog wil achten en de plaats wil geven die hem toekomt , moet hem niet verlagen tot een versleten slogan. De heerlijkheid van de gemeente ligt niet in vrome clichétaal, maar in het wonder dat deze al één lichaam is, en daar niet nog op wacht, één gemaakt met de verhoogde Christus, gezegend met alle geestelijke zegeningen in de hemel in Hem.

Dáár ligt de nadruk die het Nieuwe Testament legt.

Dus nee, het is niet verstandig om met grote stelligheid te beweren dat de gemeente de bruid van Christus zou zijn, alsof dat een eenvoudige, expliciete en overal bevestigde leerformule is. Zo spreekt de Schrift niet.

De Schrift spreekt duidelijker, rijker en preciezer.

Zie ook:

bruid – Bijbelse basis

De verborgenheid van de Gemeente

Waarom dit onderscheid vaak niet meer wordt gezien

Wie de brieven van Paulus zorgvuldig leest, ontdekt dat de Gemeente een verborgenheid (geheimenis) wordt genoemd. Dat betekent niet dat zij geheimzinnig of mystiek is, maar dat zij vroeger verborgen was en later door God geopenbaard werd.

Dit punt is beslissend voor het begrijpen van Gods heilsplan. Veel verwarring in het christendom ontstaat doordat men deze verborgenheid niet meer onderscheidt van Gods plan met Israël.

In dit artikel zet ik de belangrijkste lijnen uit de Schrift overzichtelijk naast elkaar.

Wat betekent “verborgenheid” in de Bijbel?

In het Nieuwe Testament betekent een verborgenheid een waarheid die voorheen niet geopenbaard was, maar nu bekendgemaakt wordt.

Paulus schrijft:

“Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid.”
— Efeze 3:2-3 (STV)

En verder:

“…de bedeling der verborgenheid, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God.”
— Efeze 3:9 (STV)

Het gaat dus om een onderdeel van Gods plan dat niet zichtbaar was in de oudtestamentische profetieën.

Wat de profeten wél zagen

De oudtestamentische profeten zagen vooral twee grote gebeurtenissen:

  • het lijden van de Messias
  • de heerlijkheid van Zijn Koninkrijk

Petrus beschrijft dit:

“Onderzoekende op welken of hoedanigen tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en tevoren getuigde het lijden dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna.”
— 1 Petrus 1:11 (STV)

Wat zij niet zagen, was de periode tussen deze twee gebeurtenissen.

Dáár ligt de verborgenheid.

De verborgen tussenperiode

Tussen het lijden van Christus en de openbaring van Zijn Koninkrijk ligt een periode waarin God iets nieuws doet.

Jakobus zegt hierover:

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen voor Zijn Naam.”
— Handelingen 15:14 (STV)

God verzamelt dus nu een volk uit alle volken. Dat volk is de Gemeente.

De verborgenheid van de Gemeente

De kern van deze verborgenheid is dat Joden en heidenen samen één lichaam vormen in Christus.

Paulus schrijft:

“Dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie.”
— Efeze 3:6 (STV)

Dit was nieuw.

In het Oude Testament waren de heidenen buiten het verbond, maar nu worden zij gelijkgesteld met gelovigen uit Israël.

Christus woont in de gelovigen

Een tweede component van deze verborgenheid is de inwonende Christus.

“De verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen; Aan welke God heeft willen bekendmaken welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus in u, de hoop der heerlijkheid.”
— Kolossenzen 1:26-27 (STV)

Dit betekent dat Christus niet alleen voor ons gestorven is, maar ook in ons leeft.

De Gemeente als lichaam van Christus

Paulus gebruikt voor de Gemeente vooral één beeld: een lichaam.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is.”
— Efeze 1:22-23 (STV)

En:

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.”
— Efeze 5:30 (STV)

Dit beeld benadrukt een levende eenheid tussen Christus en de gelovigen.

Christus is het Hoofd, de gelovigen vormen Zijn lichaam.

De Here Jezus predikte tijdens Zijn aardse bediening nog niet de Gemeente

Tijdens Zijn aardse bediening richtte Jezus zich in de eerste plaats tot Israël.

Hij zegt:

“Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.”
— Mattheüs 15:24 (STV)

Toen Hij de twaalf uitzond gaf Hij dezelfde opdracht:

“Gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.”
— Mattheüs 10:6 (STV)

Hun boodschap was:

“Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.”
— Mattheüs 10:7 (STV)

De Gemeente werd pas later geopenbaard.

De Gemeente zou nog gebouwd worden

Jezus zegt:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen.”
— Mattheüs 16:18 (STV)

Let op het woord zal.

De Gemeente bestond toen nog niet. Zij zou pas ontstaan na kruis, opstanding en Pinksteren.

De verborgenheden van het Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament noemt meerdere verborgenheden:

  • de verborgen vorm van het Koninkrijk
  • de tijdelijke verharding van Israël
  • de Gemeente als lichaam van Christus
  • Christus in de gelovigen
  • de opname van de Gemeente
  • de verborgen werking van de ongerechtigheid
  • Gods plan om alles onder Christus samen te brengen

Deze verborgenheden beschrijven samen de huidige bedeling van Gods genade.

Israël en de Gemeente zijn niet hetzelfde

De Schrift maakt onderscheid tussen beide.

Israël:

  • een volk
  • aardse beloften
  • land en koninkrijk
  • herstel in de toekomst

De Gemeente:

  • lichaam van Christus
  • hemelse roeping
  • samengesteld uit alle volken
  • verbonden met Christus in de hemel

De kwestie van de bruid

In sommige christelijke tradities wordt de Gemeente, min of meer vanzelfsprekend, de bruid van Christus genoemd. Toch is dit niet het hoofdbeeld dat de apostelen gebruiken.

Paulus spreekt steeds over:

  • het lichaam van Christus
  • Christus als Hoofd

Daarnaast beschrijft het Oude Testament Israël juist vaak als de vrouw van de HEERE.

Bijvoorbeeld:

“Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam.”
— Jesaja 54:5 (STV)

In Openbaring wordt de bruid verbonden met het nieuwe Jeruzalem.

“Kom herwaarts, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams.”
— Openbaring 21:9 (STV)

“En hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem.”
— Openbaring 21:10 (STV)

Daarom is het belangrijk om beelden uit de Schrift niet door elkaar te halen.

De kern van de verborgenheid

De verborgenheid van de Gemeente betekent dat God in deze tijd:

  • een volk verzamelt uit alle volken
  • dat volk verenigt met Christus
  • en hen een hemelse roeping geeft

Paulus noemt deze tijd daarom:

“de bedeling der genade Gods.”
— Efeze 3:2 (STV)

De Gemeente is géén voortzetting van Israël en ook géén vervanging van Israël. Zij is een verborgen werk van God, geopenbaard na de komst van Christus.

Wanneer dit onderscheid wordt losgelaten, ontstaan vrijwel automatisch verwarringen:

  • profetieën worden verkeerd toegepast
  • Israël en de Gemeente worden vermengd
  • het koninkrijk wordt vergeestelijkt

Maar wanneer het onderscheid wél wordt gezien, ontstaat een helder overzicht van Gods plan:

eerst
de komst van de Messias

nu
de verborgen periode van de Gemeente

en straks
de openbaring van Christus en het herstel van Israël.

Dát is de verborgenheid die Paulus mocht bekendmaken.

Geverifieerd door MonsterInsights