Wat valt er af te dingen op het kerkelijke dogma van de drie-eenheid?

11 minuten lezen

De Bijbel boven het dogma

De Bijbel leert dat God één is en dat Christus waarachtig God en waarachtig Mens is. Maar betekent dat automatisch dat het kerkelijke dogma van de drie-eenheid de juiste Bijbelse formulering is?

Het kerkelijke dogma van de drie-eenheid geldt in veel kerken als onaantastbaar. Wie er vragen bij stelt, wordt al snel verdacht gemaakt. Alsof elke kritische vraag automatisch betekent dat men de Godheid van Christus ontkent.

Maar dat is een valse tegenstelling.

De vraag is niet of Jezus Christus waarachtig God is. De Schrift getuigt daar helder van. De vraag is ook niet of de Vader, de Zoon en de Heilige Geest in de Bijbel voorkomen. Dat doen zij. De vraag is veel scherper: mag een later kerkelijk dogma bepalen hoe wij de Bijbel moeten lezen?

Daar begint het onderscheid.

Niet de kerkelijke formule moet leidend zijn, maar de Schrift. Niet de traditie boven de Bijbel, maar de Bijbel boven de traditie.

“Hoor, Israël! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!” Deuteronomium 6:4 (STV)

Daar begint alle Bijbelse Godskennis: God is één. Geen veelgodendom. Geen verzameling goddelijke wezens. Geen hemelse drieheid van afzonderlijke goden. Eén God.

Paulus schrijft:

“Nochtans hebben wij maar één God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; en maar één Heere, Jezus Christus, door Welken alle dingen zijn, en wij door Hem.” 1 Korinthe 8:6 (STV)

Dat is geen dorre formule. Dat is openbaring. De Schrift spreekt over God, over de Vader, over de Here Jezus Christus, over schepping, verlossing, Middelaarschap en heerlijkheid. Maar zij doet dat niet in de latere technische taal van kerkelijke dogmatiek.

Het kerkelijke dogma van de drie-eenheid getoetst aan de Bijbel
Niet het dogma, maar de Schrift moet leidend zijn.

Christus is geen schepsel

Laat dit eerst volstrekt helder zijn: kritiek op het kerkelijke dogma van de drie-eenheid mag en kan nooit uitlopen op ontkenning van Christus’ Godheid.

Johannes begint zijn Evangelie niet voorzichtig, maar majesteitelijk:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” Johannes 1:1 (STV)

En even later:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond, en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader, vol van genade en waarheid.” Johannes 1:14 (STV)

Paulus zegt het eveneens krachtig:

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk;” Kolossenzen 2:9 (STV)

Dat is geen taal voor een geschapen engel. Geen taal voor een verheven profeet. Geen taal voor een religieus voorbeeldfiguur. In Christus woont al de volheid der Godheid lichamelijk.

Wie dus het dogma van de drie-eenheid kritisch bevraagt, moet niet doorschieten naar arianisme, Jehova’s-getuigen-leer of moderne vrijzinnigheid. De Here Jezus Christus is niet minder dan God. Hij is de openbaring van God Zelf.

Maar juist daarom moeten wij ook voorzichtig zijn met menselijke schema’s die méér willen vastleggen dan de Schrift zelf zegt.

Het probleem zit in de kerkelijke gietmal

Het dogma van de drie-eenheid probeert de Bijbelse gegevens samen te vatten: één God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Het is begrijpelijk dat men woorden zocht om dwaalleer af te weren.

Maar daar begint ook het probleem.

De Bijbel spreekt niet in de uitgewerkte formule: drie Personen in één Wezen, alle drie eeuwig gelijk, geen eerder of later, geen meer of minder. De Bijbel geeft geen filosofische ontleding van Gods innerlijke Wezen. De Bijbel openbaart God in Zijn handelen.

God schept. God spreekt. God zendt. De Zoon komt. De Zoon gehoorzaamt. De Zoon lijdt. De Zoon sterft. God wekt Hem op. God verhoogt Hem uitermate.en Hij ontvangt de Naam boven alle naam.. De Geest wordt gezonden. De Geest verheerlijkt Christus. De verhoogde Christus is Hoofd van de Gemeente.

Dat is Bijbelse taal. Levende taal. Openbaringstaal.

Het dogma maakt daar gemakkelijk een stilstaand schema van. Alles strak op één lijn. Alles keurig ingepast. Alles afgerond. Maar de Bijbel is vaak beweeglijker, rijker en concreter dan het kerkelijke systeem verdraagt.

Dan wordt het dogma geen hulp meer, maar een mal. En een mal drukt altijd iets plat.

De vernedering van Christus mag niet worden afgevlakt

Een van de grootste bezwaren tegen een te strak drie-eenheidsdogma is dat de werkelijke vernedering van Christus gemakkelijk wordt afgevlakt.

Paulus schrijft:

“Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;” Filippenzen 2:6-7 (STV)

En daarna:

“En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.” Filippenzen 2:8 (STV)

Let op die woorden: vernederd, gehoorzaam geworden, tot de dood.

Dat is geen toneel. Geen schijnmensheid. Geen Goddelijk rollenspel waarin de vernedering eigenlijk niet echt is. De Zoon is werkelijk Mens geworden. Hij heeft werkelijk geleden. Hij heeft werkelijk gehoorzaamd. Hij is werkelijk gestorven.

Daarna schrijft Paulus:

“Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;” Filippenzen 2:9 (STV)

Dat woord daarom moet blijven staan. De verhoging volgt op Zijn vernedering. De Naam wordt Hem gegeven. Dat is Bijbelse taal.

Wie dit direct gladstrijkt met “eeuwig gelijk, geen meer of minder”, loopt het risico de beweging van de tekst onschadelijk te maken. Dan wordt de vernedering van Christus leerstellig wel beleden, maar praktisch afgezwakt.

Handelingen 2:36 moet blijven spreken

Petrus zegt op de Pinksterdag:

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.” Handelingen 2:36 (STV)

Dat is een tekst waar men niet te snel overheen moet lezen.

Petrus zegt niet dat Jezus slechts een gewoon mens was. Hij zegt ook niet dat Jezus pas bij Zijn opstanding begon te bestaan. Maar hij zegt wel dat God deze gekruisigde Jezus tot een Heere en Christus gemaakt heeft.

Dat is verhogingstaal. Aanstellingstaal. Messiaanse taal. De door mensen verworpen Jezus is door God opgewekt en verhoogd. De gekruisigde is door God aangewezen als Heere en Christus.

Een dogma dat zulke teksten nauwelijks nog laat spreken, is te strak geworden. Dan beschermt het de Schrift niet meer. Dan dempt het de Schrift.

Vader en Zoon worden niet vlak naast elkaar gezet

De Bijbel spreekt niet alleen over eenheid, maar ook over verhouding.

Jezus zegt:

“Mijn Vader is meerder dan Ik.” Johannes 14:28 (STV)

Die tekst mag niet misbruikt worden om Christus’ Godheid te ontkennen. Maar hij mag ook niet worden weggepoetst alsof hij er eigenlijk niet staat.

De Here Jezus spreekt hier in Zijn vernederde positie. Als de Gezondene. Als de Knecht. Als de Mens Christus Jezus.

Paulus schrijft:

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;” 1 Timotheüs 2:5 (STV)

Dat is leerstellig zeer belangrijk. Christus is de Middelaar. En als Middelaar staat Hij niet in een abstract schema, maar in een concrete verhouding: tussen God en mensen.

Daarom moeten wij voorzichtig zijn met taal die elke Bijbelse verhouding meteen neutraliseert. De Schrift spreekt over de Vader Die zendt, de Zoon Die gezonden wordt, de Zoon Die gehoorzaamt, de Vader Die Hem verhoogt, de Zoon Die aan de rechterhand Gods is.

Dat ontkent Zijn Godheid niet. Het bewaart juist de rijkdom van Zijn Middelaarschap.

De Geest verheerlijkt Christus

Ook de Heilige Geest is geen onpersoonlijke kracht. De Geest spreekt, leidt, leert, getuigt, overtuigt en woont in de gelovigen.

Maar opnieuw: de Bijbel spreekt anders dan de latere dogmatische formule. De Schrift geeft geen abstracte omschrijving van de Geest in technische ker taal. De Schrift laat zien wat de Geest doet.

De Geest wordt gegeven. De Geest wordt gezonden. De Geest woont in de gelovigen. De Geest verheerlijkt Christus.

Jezus zegt:

“Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.” Johannes 16:14 (STV)

Daar ligt de Bijbelse nadruk. De Geest trekt geen aandacht los van Christus. De Geest verheerlijkt Christus. Hij maakt het werk, de woorden en de heerlijkheid van Christus bekend.

Dat is iets anders dan een dogmatisch evenwichtsschema waarin alles vooral netjes gelijkgetrokken moet worden.

De bewijsplaatsen zijn niet allemaal even sterk

In discussies over de drie-eenheid worden vaak dezelfde teksten aangehaald. Soms terecht. Soms te gemakkelijk.

Een bekend voorbeeld is 1 Johannes 5:7:

“Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.” 1 Johannes 5:7 (STV)

Deze tekst staat in de Statenvertaling, maar is tekstkritisch omstreden. Komt niet voor in de oudste manuscripten. Bovendien staat er ook niet letterlijk “Vader, Zoon en Heilige Geest”, maar “de Vader, het Woord en de Heilige Geest”. Dat is op zichzelf al een aanwijzing dat men voorzichtig moet zijn met een te snelle dogmatische bewijsvoering.

En daarmee valt de Godheid van Christus niet weg. Integendeel. Even verderop staat:

“Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven.” 1 Johannes 5:20 (STV)

Dat is veel sterker dan een losse bewijsplaats. De Zoon van God wordt rechtstreeks verbonden met de Waarachtige en het eeuwige Leven.

De Bijbel heeft geen zwakke bewijsvoering nodig. Zij getuigt zelf krachtig genoeg van Christus.

Het gevaar van kerkelijke bewakingsdrang

Het kerkelijke dogma van de drie-eenheid is vaak een grenspaal geworden. Wie de formule exact nazegt, hoort erbij. Wie vragen stelt, wordt verdacht.

Maar de Bijbel vraagt niet eerst of iemand de juiste kerkelijke terminologie beheerst. De Bijbel vraagt of iemand gelooft in de Zoon van God.

“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.” Johannes 3:36 (STV)

Dat is het punt. Niet: beheerst iemand de latere dogmatische taal? Maar: gelooft iemand in de Zoon? Eert iemand de Zoon? Buigt iemand voor Hem als de door God verhoogde Heere?

Jezus zegt:

“Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren. Die den Zoon niet eert, eert den Vader niet, Die Hem gezonden heeft.” Johannes 5:23 (STV)

Dat is enorm sterk. De Zoon moet geëerd worden zoals de Vader geëerd wordt. Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet.

Daar staat de Godheid en heerlijkheid van Christus stevig overeind. Maar let op: ook hier spreekt de Schrift in termen van Vader, Zoon, zending en eer. Niet in termen van een latere formule.

De Bijbel is veel rijker dan het dogma

Het probleem met de kerkelijke drie-eenheidsleer is niet dat zij Christus te hoog acht. Het probleem is dat zij de Bijbelse gegevens soms in een te strak schema perst.

De Schrift laat ons Christus zien als:

  • het Woord Dat God was;
  • de Zoon van God;
  • de Zoon des mensen;
  • de Knecht;
  • de Middelaar;
  • de Erfgenaam;
  • de Eerstgeborene uit de doden;
  • de Hogepriester;
  • de laatste Adam;
  • de verhoogde Heere;
  • het Hoofd van de Gemeente.

Al die lijnen zijn Bijbels. Al die lijnen moeten blijven staan. Geen enkele lijn mag worden weggepoetst omdat zij lastig is voor het systeem.

Wanneer het dogma zegt: “Dit past alleen als u het precies zo formuleert,” dan wordt de Bijbel onder een kerkelijke mal gelegd. Maar de Schrift moet niet door een mal. De mal moet door de Schrift worden getoetst.

Een Bijbels evenwicht

Wij hoeven dus niet te kiezen tussen kerkelijk dogmatisme en ontkenning van Christus’ Godheid. Er is een betere weg: Schriftgetrouw spreken.

Wij belijden één God.

Wij belijden dat Jezus Christus waarachtig God en waarachtig Mens is.

Wij belijden dat in Hem al de volheid der Godheid lichamelijk woont.

Wij belijden dat Hij werkelijk vernederd is, werkelijk gehoorzaam geworden is, werkelijk gestorven is, werkelijk opgewekt is en werkelijk door God verhoogd is.

Wij belijden dat de Heilige Geest door God gegeven is, Christus verheerlijkt en in de gelovigen woont.

Maar wij weigeren om menselijke systeemtaal boven de Schrift te plaatsen.

Conclusie

Er is dus zeker wat af te dingen op het kerkelijke dogma van de drie-eenheid. Niet omdat Christus minder zou zijn dan het dogma zegt, maar omdat de Schrift anders spreekt dan het dogma doet.

De Bijbel vraagt niet om een filosofisch afgerond godsmodel. De Bijbel openbaart de levende God in Christus.

Daarom moeten wij niet beginnen bij de kerkelijke formule, maar bij de Schrift.

Niet: hoe past deze tekst in het dogma?

Maar: wat zegt God hier?

Zodra het dogma de Schrift gaat corrigeren, dempen of begrenzen, is het geen bescherming meer. Dan wordt het een religieuze gietmal.

De gelovige heeft geen gietmal nodig. Hij heeft het Woord nodig.

En dat Woord getuigt helder genoeg:

“Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven.” 1 Johannes 5:20 (STV)

Geef een reactie

Geverifieerd door MonsterInsights