Waarom 2 Korinthe 5:16 veel modern christendom ontmaskert
“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16, STV)
Wat betekent het dat wij Christus niet meer naar het vlees kennen?
Het is een van de scherpste en meest ingrijpende uitspraken van de apostel Paulus. Toch wordt 2 Korinthe 5:16 opvallend weinig uitgelegd. Dat is niet zo vreemd. Dit vers past namelijk slecht binnen een christendom dat vooral oproept om “Jezus te volgen”, “te leven zoals Jezus” en “te doen wat Jezus deed”.
Paulus zegt niet dat wij Christus steeds beter naar het vlees moeten leren kennen. Hij zegt precies het tegenovergestelde:
“Nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16, STV)
Dat is geen terloopse opmerking. Het is de noodzakelijke consequentie van Christus’ dood, opstanding en verhoging.
De Here Jezus Christus is niet meer in de vernederde positie waarin Hij tijdens Zijn aardse bediening verkeerde. Hij is opgewekt uit de doden, verheerlijkt en gezeten aan de rechterhand Gods.
Wie uitsluitend blijft spreken over de aardse Jezus van Nazareth, maar weinig weet te zeggen over de opgestane en verheerlijkte Christus, blijft halverwege het Evangelie steken.

“Zo dan”: de conclusie van dood en opstanding
Vers 16 begint met de woorden “Zo dan”. Paulus trekt een conclusie uit wat hij in de voorgaande verzen heeft gezegd:
“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.” (2 Korinthe 5:14-15, STV)
De gedachte is duidelijk.
Christus is gestorven. Daarom en daarmee is het oordeel over de oude mens voltrokken.
Christus is opgewekt. Daarom leven degenen die door het geloof aan Hem deelhebben niet langer voor zichzelf, maar voor Hem Die gestorven en opgewekt is.
Het christenleven wordt niet geleefd voor een gestorven godsdienststichter of een inspirerende rabbi uit het verleden. Het wordt geleefd voor en door de levende en verheerlijkte Christus.
Paulus wijst niet alleen terug naar Golgotha. Hij richt onze blik omhoog, naar Christus aan de rechterhand Gods.
Daarom volgt onmiddellijk:
“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16, STV)
De opstanding van Christus heeft alles veranderd.
Wat betekent Christus naar het vlees kennen?
Iemand naar het vlees kennen, betekent dat wij hem beoordelen vanuit zijn natuurlijke en aardse positie. Wij kijken dan naar afkomst, uiterlijk, maatschappelijke status, prestaties, menselijke relaties en zichtbare omstandigheden.
Paulus kende deze manier van beoordelen maar al te goed. Naar het vlees kon hij zich beroemen op zijn afkomst, zijn besnijdenis, zijn godsdienstige ijver en zijn gehoorzaamheid aan de wet.
Maar nadat hij de verheerlijkte Christus had leren kennen, verloor al die natuurlijke roem haar waarde.
Ook Christus kon naar het vlees gekend worden.
Hij werd geboren uit een vrouw en geboren onder de wet. Hij was naar het vlees uit het zaad van David. Hij wandelde door het land Israël, sprak tot de verloren schapen van het huis Israëls en presenteerde Zich aan dat volk als de beloofde Messias.
Hij werd veracht, verworpen, bespot en gekruisigd.
Dat is echt gebeurd. Maar dat is niet meer Zijn huidige positie.
De verworpen Jezus van Nazareth is opgewekt uit de doden. De Man van smarten is met eer en heerlijkheid gekroond. Hij is verhoogd tot de rechterhand Gods en is het Hoofd van Zijn Gemeente.
“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.” (Handelingen 2:36, STV)
Dezelfde Jezus Die gekruisigd werd, is nu de verheerlijkte Heer.
Wie Christus niet meer naar het vlees kent, ontkent Zijn aardse leven niet. Hij erkent juist waar dat leven op uitliep: het kruis, de opstanding, de hemelvaart en de verhoging.
Vers 16 maakt de Evangeliën niet onbelangrijk
Sommigen zullen tegenwerpen dat deze uitleg de aardse bediening van de Here Jezus Christus minder belangrijk maakt. Dat is niet het geval.
De vier Evangeliën zijn geïnspireerd Woord van God. Zij openbaren Wie de Here Jezus is, tonen de vervulling van de profetieën en beschrijven Zijn lijden, sterven en opstanding.
Maar de Evangeliën eindigen niet bij Bethlehem, de Bergrede of de wonderen. Zij werken doelgericht naar het kruis en het geopende graf.
Wie uit de Evangeliën slechts een tijdloze verzameling leefregels maakt en vervolgens de opstanding en de apostolische brieven naar de achtergrond schuift, leest de Evangeliën verkeerd.
De aardse bediening van Christus vond plaats binnen een concrete Bijbelse context.
Hij kwam tot Israël.
Hij stond onder de wet.
Hij verkondigde het nabijgekomen Koninkrijk.
Hij werd als Messias aan Israël voorgesteld.
Na Zijn verwerping, dood, opstanding en hemelvaart is een nieuwe situatie aangebroken. De verheerlijkte Christus bouwt Zijn Gemeente en vormt uit gelovigen één lichaam.
Wie dit onderscheid negeert, haalt Israël en de Gemeente, wet en genade, Koninkrijk en Lichaam van Christus onvermijdelijk hopeloos door elkaar.
Het probleem met “doen wat Jezus deed”
Binnen evangelische en vooral charismatische kringen klinkt voortdurend de oproep om “te doen wat Jezus deed”.
Dat klinkt geestelijk. Het is echter leerstellig buitengewoon slordig.
Jezus genas zieken. Dus zouden gelovigen zieken moeten genezen.
Jezus dreef demonen uit. Dus zou iedere christen demonen moeten uitdrijven.
Jezus verkondigde het nabijgekomen Koninkrijk. Dus zou de Gemeente het Koninkrijk op aarde moeten vestigen, uitbreiden of zichtbaar maken.
Jezus wandelde ook op water. Merkwaardig genoeg wordt juist dat onderdeel meestal niet als algemene opdracht gepresenteerd.
Men selecteert uit de aardse bediening van Christus precies die onderdelen waarmee moderne bedieningen, machtsaanspraken en wonderclaims kunnen worden gelegitimeerd.
Het probleem is niet dat men de Here Jezus te serieus neemt. Het probleem is dat men Zijn aardse bediening uit haar Bijbelse verband trekt.
Paulus zegt niet dat wij de aardse bediening van Jezus moeten kopiëren. Hij schrijft:
“Nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16, STV)
De gelovige leeft niet door een uitwendige imitatie van Christus’ aardse optreden. Hij leeft uit de gemeenschap met de opgestane Christus.
“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.” (Galaten 2:20, STV)
Dat is iets heel anders dan religieus gedrag of nog erger toneelspel.
Het christelijke leven is niet het vlees dat zo goed mogelijk probeert Jezus na te doen. Het is nieuw leven dat voortkomt uit de opgestane Christus.
De vele zelfgemaakte Jezussen
Tweede Korinthe 5:16 ontmaskert de vele vervormingen van Jezus die binnen kerk en samenleving populair zijn geworden.
Er is een sociale Jezus, Die voornamelijk wordt voorgesteld als activist en wereldverbeteraar.
Er is een therapeutische Jezus, Die vooral zou bestaan om mensen zelfvertrouwen, emotionele bevestiging en een prettig gevoel te geven.
Er is een charismatische Jezus, Wiens tekenen uit hun Messiaanse verband worden losgemaakt om moderne genezers, apostelen en profeten van een Bijbels aureool te voorzien.
Er is een historische Jezus, Die door Schriftkritiek wordt teruggebracht tot een Joodse prediker over Wie Zijn volgelingen later overdreven verhalen zouden hebben verteld.
Er is zelfs een sentimentele Jezus, Die eeuwig als Kind in de kribbe ligt of machteloos aan het kruis blijft hangen.
Maar de Schrift laat Hem niet in Bethlehem, Nazareth of op Golgotha achter.
Hij is opgewekt.
Hij leeft.
Hij is verheerlijkt.
Hij is Hogepriester.
Hij is het Hoofd van Zijn Gemeente.
Hij zal wederkomen.
Wie Hem uitsluitend beschouwt als de vriendelijke rabbi, de revolutionaire leraar, een belangrijke profeet, de morele voorbeeldfiguur of de wonderdoener uit Galiléa, kent Christus nog steeds voornamelijk naar het vlees.
Waarom ‘rodeletterchristendom’ tekortschiet
Sommige christenen spreken over de rechtstreeks uitgesproken woorden van Jezus in de Evangeliën alsof die belangrijker zouden zijn dan de rest van het Nieuwe Testament.
De woorden van Jezus worden in sommige Bijbels rood afgedrukt. Dat kan typografisch handig zijn, maar er schuilt een leerstellig gevaar in wanneer men denkt dat deze woorden meer gezag zouden hebben dan de apostolische brieven.
De woorden die de Here Jezus Christus tijdens Zijn aardse bediening sprak, zijn het Woord van God.
Maar de woorden die Hij na Zijn hemelvaart door de apostelen bekendmaakte, zijn dat ook.
Paulus heeft zijn Evangelie niet zelf bedacht. Hij ontving zijn boodschap door openbaring van de verheerlijkte Christus.
“Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar den mens. Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.” (Galaten 1:11-12, STV)
Wie zegt dat hij “alleen de woorden van Jezus” wil volgen en daarom Paulus relativeert, luistert juist niet naar de Here Jezus.
Hij verwerpt de openbaring die Christus na Zijn hemelvaart Zelf heeft gegeven.
Christus niet meer naar het vlees kennen betekent daarom ook dat wij Hem niet opsluiten in de periode van Zijn aardse omwandeling.
Wij kennen ook niemand meer naar het vlees
Paulus zegt niet alleen dat hij Christus niet meer naar het vlees kent. Hij schrijft eerst:
“Wij kennen van nu aan niemand naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16, STV)
Ook onze kijk op andere gelovigen verandert dus fundamenteel.
Binnen de Gemeente zijn natuurlijke afkomst, maatschappelijke positie, bezit, opleiding, welsprekendheid en menselijk aanzien niet bepalend voor iemands positie voor God.
De wereld beoordeelt mensen naar het vlees. Helaas doet veel kerkelijk christendom hetzelfde.
Men kijkt naar diploma’s, functies, titels, charisma, bezoekersaantallen, mediabereik en organisatorisch succes. Zo ontstaan christelijke beroemdheden, onaantastbare leiders en religieuze machtsstructuren.
Maar God ziet de gelovige in Christus.
De gelovige is niet waardevol omdat hij indrukwekkend is naar het vlees. Hij is begenadigd in de Geliefde. Hij is met Christus levend gemaakt en opgewekt.
Dat sluit menselijke roem uit.
“Opdat geen vlees zou roemen voor Hem.” (1 Korinthe 1:29, STV)
De Gemeente is geen podium waarop indrukwekkende mensen hun natuurlijke talenten etaleren. Zij is het Lichaam waarvan Christus het Hoofd is.
Een nieuwe schepping
Vers 16 loopt rechtstreeks over in vers 17:
“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17, STV)
Opnieuw gebruikt Paulus de woorden “Zo dan”.
Omdat wij Christus niet meer naar het vlees kennen, gaat het niet om de verbetering van de oude schepping. Het gaat om een nieuwe schepping.
God probeert de oude mens niet wat godsdienstiger, fatsoenlijker of geestelijker te maken. De oude mens is met Christus gekruisigd.
Het vlees wordt niet opgevoed tot geestelijkheid. Wat uit het vlees geboren is, blijft vlees.
“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.” (Johannes 3:6, STV)
Het Evangelie is daarom geen programma voor zelfverbetering.
Het is de bekendmaking dat God in Christus iets volkomen nieuws tot stand heeft gebracht.
De gelovige is niet maar een verbeterde versie van zijn oude bestaan. Hij is een nieuw schepsel in Christus.
Zijn positie wordt niet langer bepaald door wat hij in Adam was, maar door Wie Christus nu is.
Niet terug naar Nazareth, maar omhoog naar Christus
De Bijbelse richting is niet terug naar de aardse bediening van Jezus, alsof kruis en opstanding slechts de tragische afsluiting van Zijn levensverhaal waren.
De richting is omhoog:
“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” (Kolossenzen 3:1, STV)
Dáár is Christus.
Niet meer in de kribbe.
Niet meer wandelend langs het meer van Galiléa.
Niet meer onder de wet.
Niet meer hangend aan het kruis.
Hij is opgestaan en verheerlijkt.
Wij kijken niet terug naar een aardse Jezus om Zijn bediening na te spelen. Wij zien omhoog naar het Hoofd, uit Wie het gehele Lichaam leeft.
Dat is geen ontkenning van Zijn mensheid. Ook nu is Hij de Mens Christus Jezus:
“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.” (1 Timotheüs 2:5, STV)
Maar Hij bevindt Zich niet meer in Zijn vroegere vernederde positie. Hij is de verheerlijkte Mens aan de rechterhand Gods.
Veel christendom blijft bij het kruis staan
Een groot deel van het christendom weet veel te zeggen over de geboorte en de dood van Christus, maar opvallend weinig over Zijn huidige werk.
Men spreekt over wat Hij tweeduizend jaar geleden deed, maar nauwelijks over wat Hij nu doet als Hoofd, Hogepriester en Voorspraak.
Daardoor blijft de gelovige voortdurend rond het kruis cirkelen. Hij blijft zichzelf aanklagen, probeert zijn vlees te verbeteren en zoekt telkens opnieuw verzoening alsof Christus steeds opnieuw zou moeten sterven.
Maar Christus is eenmaal gestorven en voor altijd opgewekt.
Hij leeft om de Zijnen te dienen, te bewaren en tot volwassenheid te brengen.
“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” (Hebreeën 7:25, STV)
Het Evangelie eindigt niet bij de woorden: Christus is gestorven.
Het verkondigt ook dat Christus is opgewekt, verhoogd en leeft.
Welke Jezus kennen wij?
De beslissende vraag is niet alleen of wij in Jezus geloven.
De vraag is ook: Welke Jezus kennen wij?
Kennen wij Hem uitsluitend als het Kind van Bethlehem?
Als de rabbi uit Nazareth?
Als de genezer uit Galiléa?
Als de lijdende Man aan het kruis?
Of kennen wij Hem als de opgestane en verheerlijkte Heer, het Hoofd van een nieuwe schepping?
Wie Christus uitsluitend naar het vlees kent, zal ook proberen het christelijke leven naar het vlees te leven. Hij zal vertrouwen op zelfverbetering, religieuze prestaties, zichtbare wonderen, menselijke leiders en aardse invloed.
Wie Christus als de Opgestane kent, leert leven uit Zijn leven.
“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17, STV)
Daar ligt de breuklijn.
Niet Adam 2.0, maar een nieuw schepsel.
Niet wet, maar genade.
Niet uitwendige imitatie, maar innerlijk leven.
Niet een Jezus Die wij aanpassen aan onze eigen tijd, verlangens en kerkelijke programma’s, maar de Here Jezus Christus zoals Hij nu werkelijk is: opgewekt, verheerlijkt en gezeten aan de rechterhand Gods.
Wij kennen Christus niet meer naar het vlees.
En juist daarom kunnen wij Hem echt kennen.
zie ook:
Jezus volgen… – Bijbelse basis