Niet regels, verboden of prestaties
Kolossenzen 3 is een ongemakkelijk gedeelte voor iedereen die van het christelijke leven een religieus prestatiesysteem heeft gemaakt.
Maar een dergelijke uitleg van Kolossenzen 3 is minstens zo ongemakkelijk voor wie “genade” gebruikt als excuus om gewoon door te leven zoals hij altijd deed.
Paulus laat voor beide geen ruimte.
Hij begint niet met regels.
Niet met verboden.
Niet met geestelijke prestaties.
Niet met de vraag hoeveel je bidt, hoeveel je vast, hoe vaak je naar samenkomsten gaat of welke bijzondere ervaringen je hebt gehad.
Hij begint bij Christus.
“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.” (Kolossenzen 3:1, STV)
Dáár begint het christelijke leven.
Niet bij wat jij voor Christus doet, maar bij wat God met en voor jou gedaan heeft in Christus.
En wie die volgorde omdraait, krijgt vroeg of laat een vernaggeld Evangelie.

Met Christus gestorven en opgewekt
Paulus schrijft:
“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” (Kolossenzen 3:3, STV)
Lees dat nog eens.
Er staat niet:
probeer aan uzelf te sterven.
Er staat niet:
kruisig uzelf iedere dag totdat u eindelijk geestelijk genoeg bent.
Er staat:
“gij zijt gestorven.”
Dat is geen opdracht, maar een voldongen feit.
De gelovige is een met Christus in Zijn dood en opstanding. Daarom schrijft Paulus ook:
“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” (Kolossenzen 3:4, STV)
Christus geeft niet alleen leven.
Christus is ons leven.
Dat is wezenlijk iets anders.
Het christelijke leven is geen poging om de oude mens een beetje christelijker te maken. God is niet bezig Adam op te knappen.
De oude mens moet niet worden gepolijst.
Hij is veroordeeld.
En de gelovige heeft in Christus een geheel nieuwe positie ontvangen.
De oude mens wordt niet christelijk opgeknapt
Daar gaat het in veel prediking en praktijk mis.
Men probeert gedrag te veranderen zonder werkelijk te begrijpen wat God over de gelovige zegt.
Een beetje netter leven.
Een paar verkeerde gewoonten afleren.
Regelmatiger naar de kerk.
Meer discipline.
Meer bidden.
Meer Bijbellezen.
Op zichzelf genomen kunnen daar heel goede dingen tussen zitten. Maar als dát de basis van het christelijke leven wordt, zijn we alweer bezig met de mens.
De Bijbelse boodschap van Kolossenzen 3 begint ergens anders:
met Christus gestorven, met Christus opgewekt en Christus als ons leven.
Pas daarna volgt de vermaning:
“Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn…” (Kolossenzen 3:5, STV)
Dat woordje “dan” is belangrijk.
Waarom moet de gelovige de werkingen van het vlees doden?
Om daardoor met Christus verbonden te raken?
Nee.
Omdat hij met Christus verbonden is.
Daar ligt het hemelsbrede verschil tussen genade en religie.
Religie zegt:
doe dit zodat God u zal aannemen.
Genade zegt:
God heeft u in Christus aangenomen; wandel daarom overeenkomstig hetgeen u in Christus bent.
Genade is géén vrijbrief om te zondigen
Ja, maar als de gelovige niet onder de wet is, wordt het leven dan niet vrijblijvend?
Paulus geeft zelf het antwoord.
“Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst.” (Kolossenzen 3:5, STV)
Dat is bepaald geen slap verhaal.
Leven uit genade betekent niet dat zonde onbelangrijk is geworden.
Genade noemt zonde juist bij de naam.
Hoererij blijft hoererij.
Onreinheid blijft onreinheid.
Kwade begeerlijkheid wordt niet geheiligd doordat iemand zichzelf christen noemt.
En gierigheid noemt Paulus zelfs afgodendienst.
Onze tijd heeft geleerd bijna alles psychologisch te verklaren, cultureel te relativeren of van een vriendelijker etiket te voorzien.
Paulus doet dat niet.
Hij zegt:
doodt het.
Niet koesteren.
Niet vergoelijken.
Niet een christelijk sausje geven.
Niet zeggen:
“Zo ben ik nu eenmaal.”
Doodt het.
Kolossenzen 3 gaat niet alleen over seksuele zonden
Sommige christenen lezen vers 5 graag luid en duidelijk, maar worden dan wat stiller bij vers 8.
“Maar nu legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uwen mond.” (Kolossenzen 3:8, STV)
Daar komt Kolossenzen 3 ineens akelig dichtbij.
Je kunt vol overtuiging tegen seksuele immoraliteit prediken en ondertussen bekendstaan om je driftbuien.
Je kunt zuiver in de leer willen zijn en mensen met je woorden afbreken.
Je kunt andere christenen op hun dwalingen wijzen en tegelijkertijd zelf vol bitterheid, hoogmoed en kwaadheid zitten.
Paulus zegt niet: zolang uw leer maar klopt, is dat verder niet zo belangrijk.
Nee.
“Legt ook gij dit alles af.”
Apologetiek zonder zelfonderzoek kan verschrikkelijk lelijk worden.
Waarheidsliefde is iets anders dan gelijkhebberigheid.
Strijden voor de waarheid geeft niemand toestemming om te lasteren, vuil te spreken of in woede uit te barsten.
Dat mag best gezegd worden.
Ook op christelijke websites.
Ook op sociale media.
Ook in discussies over leer.
De oude mens en de nieuwe mens
Paulus vervolgt:
“Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken, en aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft.” (Kolossenzen 3:9-10, STV)
Opnieuw dezelfde volgorde.
Niet:
doe de oude mens uit zodat u misschien ooit een nieuwe mens wordt.
Maar:
gij hebt de oude mens uitgedaan en de nieuwe mens aangedaan.
Dit onderscheid tussen de oude en nieuwe mens is essentieel om Kolossenzen 3 goed te begrijpen.
God probeert de oude mens niet beter te maken.
De nieuwe mens wordt vernieuwd.
En let op waarin:
“tot kennis.”
Dat verdient onze aandacht.
Geestelijke groei is meer dan ervaring
In moderne christelijke kringen lijkt geestelijke groei bijna synoniem geworden met ervaring.
Meer voelen.
Meer meemaken.
Meer manifestaties.
Meer “doorbraak”.
Meer zogenaamde profetische woorden.
Meer bijzondere ervaringen met de Geest.
Paulus legt een heel ander accent:
kennis.
Niet kille kennis zonder hart.
Maar kennis van God en Zijn geopenbaarde waarheid, waardoor de gelovige leert wandelen overeenkomstig zijn nieuwe positie in Christus.
Daarom schrijft Paulus even verder:
“Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid…” (Kolossenzen 3:16, STV)
Niet:
laat de ervaring rijkelijk in u wonen.
Niet:
laat de woorden van moderne profeten rijkelijk in u wonen.
Niet:
laat de visie van de leider rijkelijk in u wonen.
Maar:
Het Woord van Christus
Daarmee staat of valt alle gezonde geestelijke groei.
Christus alles en in allen
Dan schrijft Paulus:
“Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen.” (Kolossenzen 3:11, STV)
Dat is een genadeloze klap voor iedere vorm van geestelijke status of geldingsdrang.
Christus is alles.
Niet de gezalfde voorganger.
Niet de apostel.
Niet de profeet.
Niet degene die zegt een bijzondere zalving te bezitten.
Niet degene met de grootste bediening.
Niet degene met de meeste volgers.
Niet degene die beweert “dieper” te zijn gekomen dan gewone gelovigen.
Christus.
Alles.
En in allen.
Binnen het Lichaam van Christus bestaat geen geestelijke aristocratie.
Wie zichzelf boven andere gelovigen verheft vanwege titel, bediening, ervaring, kennis of zogenaamde zalving heeft blijkbaar nog veel te leren van Kolossenzen 3.
Want zodra Christus echt alles wordt, wordt menselijke profileringsdrang vanzelf kleiner.
De nieuwe mens moet ook zichtbaar worden
Het christelijke leven bestaat zeker niet alleen uit dingen die moeten verdwijnen.
Paulus schrijft:
“Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid.” (Kolossenzen 3:12, STV)
Let opnieuw op de volgorde.
Paulus zegt eerst wat deze gelovigen zijn:
uitverkorenen Gods,
heiligen,
beminden.
En daarna wat zij moeten doen.
Dat is kenmerkend voor het leven uit genade.
Niet: wees zachtmoedig zodat God u misschien zal liefhebben.
Maar: omdat u door God geliefd bent, wandel dan in zachtmoedigheid.
Niet: verdien uw positie.
Maar:
wandel overeenkomstig uw positie.
Dát is het verschil tussen slavernij en vrijheid.
Vergeven omdat Christus ons vergeven heeft
Paulus vervolgt:
“Verdragende elkander, en vergevende de een den anderen, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo.” (Kolossenzen 3:13, STV)
Hier wordt het persoonlijk.
Vergeving klinkt prachtig totdat iemand jou iets heeft aangedaan.
Dan blijkt ineens hoe diep deze woorden gaan.
Maar opnieuw is het uitgangspunt niet onze natuurlijke goedheid.
Paulus wijst naar Christus:
“gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft.”
Daar ligt de maatstaf.
En daar ligt tegelijk de kracht.
Wie beseft hoeveel hemzelf vergeven is, kan moeilijk blijven leven alsof hij moreel ver boven de ander staat.
Laat het Woord van Christus rijkelijk in u wonen
Dan volgt misschien wel een van de noodzakelijkste vermaningen voor onze tijd:
“Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.” (Kolossenzen 3:16, STV)
Wat moet rijkelijk in ons wonen?
Het Woord van Christus.
Daar begint gezonde aanbidding.
Daar begint gezonde vermaning.
Daar begint geestelijk onderscheidingsvermogen.
Daar begint geestelijke volwassenheid.
Niet bij het creëren van een bepaalde sfeer.
Niet bij herhalende muziek totdat mensen emotioneel ontvankelijk worden.
Niet bij de verwachting dat iemand straks “een woord voor jou” zal hebben.
God heeft gesproken.
De vraag is daarom niet in de eerste plaats of wij iets nieuws willen horen.
De vraag is of het Woord dat God reeds gegeven heeft rijkelijk in ons woont.
Misschien moeten we minder vragen om “meer van God” en ons ernstiger afvragen hoeveel van Gods geopenbaarde Woord eigenlijk in ons woont.
Dat kan schuren.
Maar Kolossenzen 3 schuurt ook.
Alles doen in de Naam van de Here Jezus
Paulus sluit af:
“En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den Naam van den Heere Jezus, dankende God en den Vader door Hem.” (Kolossenzen 3:17, STV)
Dat woord “alles” laat weinig ruimte over.
Niet alleen de zondag.
Niet alleen de Bijbelstudie.
Niet alleen de lofzang.
Alles.
Wat wij zeggen.
Wat wij schrijven.
Hoe wij reageren.
Hoe wij omgaan met geld.
Hoe wij onze huwelijkspartner behandelen.
Hoe wij over anderen spreken wanneer zij er niet bij zijn.
Hoe wij ons gedragen wanneer niemand kijkt.
De toets is eenvoudig en tegelijkertijd messcherp:
Kan ik dit ook echt doen in de Naam van de Here Jezus Christus?
Kun je die woede-uitbarsting in Zijn Naam doen?
Kun je die roddel in Zijn Naam vertellen?
Kun je die gore website in Zijn Naam openen?
Kun je die manipulatie in Zijn Naam toepassen?
Kun je die geestelijke machtspositie in Zijn Naam opeisen?
Kun je die ander kleineren in Zijn Naam?
Soms hebben we geen ingewikkelde cursus geestelijke groei nodig.
Soms moeten we gewoon Kolossenzen 3 lezen en ophouden onszelf voor de gek te houden.
Leven uit genade: niet harder proberen, maar leven vanuit Christus
De boodschap van Kolossenzen 3 is niet:
Probeer harder.
De boodschap is:
Zie wie u in Christus bent en wandel daarnaar.
U bent met Christus opgewekt.
U bent gestorven.
Uw leven is met Christus verborgen in God.
Christus is uw leven.
U hebt de oude mens uitgedaan.
U hebt de nieuwe mens aangedaan.
En daarom: dood wat bij het oude leven hoort, leg af wat Christus onteert, doe aan wat bij de nieuwe mens hoort en laat het Woord van Christus rijkelijk in u wonen.
Dat is geen wetticisme.
Maar het is ook geen goedkope genade waarbij het er niet meer toe doet hoe iemand leeft.
Dit is Bijbelse heiliging vanuit genade.
Volkomen aanvaard in Christus, en juist daarom geroepen om waardig te wandelen.
Niet om behouden te worden.
Maar omdat wij behouden zijn.
Niet om Christus tot ons leven te maken.
Maar omdat Paulus zegt:
“Christus… Die ons leven is…” (Kolossenzen 3:4, STV)
Daar begint het.
Daar eindigt het.
Christus is geen aanvulling op het christelijke leven. Christus ís het christelijke leven.