Vergeving volgens de Bijbel: hoe een populaire leer het Evangelie van Gods Genade ondermijnt

7 minuten lezen

Waarom Mattheüs, Johannes en Paulus niet zonder onderscheid op één hoop gegooid mogen worden

 

Wanneer Bijbelteksten elkaar lijken tegen te spreken…

Er zijn preken die zoveel Bijbelteksten bevatten dat kritiek bijna onmogelijk lijkt. Van Mattheüs naar Markus, van Johannes naar Efeze, van Kolossenzen naar Jakobus: de ene tekst volgt de andere op.

Voor veel christenen is dat hét bewijs dat een boodschap Bijbels is.

Maar daar schuilt een groot gevaar.

Veel Bijbelteksten gebruiken is nog geen garantie voor een Bijbelse boodschap

De duivel citeerde immers ook de Schrift (Mattheüs 4). Het probleem zit zelden in de tekst, maar vrijwel altijd in de manier waarop teksten met elkaar worden verbonden.

Een preek wordt niet Bijbels doordat er veel verzen worden gelezen.

Een preek is Bijbels wanneer de Schrift in haar eigen context mag spreken.

En precies daar gaat het in veel prediking over vergeving volgens de Bijbel mis.

Vergeving in de Bijbel
Vergeving volgens de Bijbel

De eerste denkfout: de vrucht wordt de wortel

De besproken prediking wil gelovigen aansporen om anderen te vergeven.

Dat is volkomen Bijbels.

Maar vervolgens wordt langzaam een andere gedachte opgebouwd.

Namelijk:

God vergeeft jou in dezelfde mate als jij anderen vergeeft.

Dat klinkt ernstig.

Maar Paulus leert iets anders.

Hij schrijft:

“In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden.” (Efeze 1:7)

En:

“Hij heeft u al de misdaden vergeven.” (Kolossenzen 2:13)

Niet:

“Hij zal misschien vergeven.”

Niet:

“Hij vergeeft wanneer jij eerst…”

Maar:

Hij heeft vergeven

Dat is de grondslag van het Evangelie.

Daarom schrijft Paulus vervolgens:

“Vergevende elkander, gelijk ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” (Efeze 4:32)

Let op de volgorde.

Niet:

God → misschien.

Maar:

God → reeds.

Daarna pas volgt de oproep tot vergeving.

De vrucht wordt in de besproken preek echter tot wortel gemaakt.

En zodra dat gebeurt, verschuift de aandacht van Christus naar de mens.

 

De tweede denkfout: Mattheüs wordt de bril waardoor Paulus gelezen moet worden

Hier ligt misschien wel het grootste exegetische probleem.

Steeds opnieuw vormt Mattheüs 6 het uitgangspunt.

Daarna worden Paulus en Kolossenzen erbij gezocht.

Maar Paulus doet precies het omgekeerde.

Hij begint nooit bij de vraag:

“Hoe krijg ik vergeving?”

Hij begint bij:

“Wat heeft Christus reeds volbracht?”

Waarom?

Omdat Paulus schrijft Golgotha.

Pinksteren.

de openbaring van het Lichaam van Christus.

De gelovige leeft niet vóór het kruis.

Maar vanuit het kruis.

Dat verschil bepaalt de hele uitleg van het Nieuwe Testament.

De derde denkfout: Johannes 20 wordt uit zijn context gehaald

Nog opvallender is de toepassing van Johannes 20.

“Welken gij de zonden vergeeft…”

Deze woorden worden gepresenteerd alsof iedere gelovige vandaag bepaalt of de zonden van een ander vergeven blijven.

Maar dat is niet wat de tekst zegt.

De Here Jezus spreekt daar tot Zijn apostelen.

Binnen de context van hun bijzondere bediening.

Daaruit kan niet zonder meer worden afgeleid dat iedere christen dezelfde bevoegdheid bezit.

Wanneer dat onderscheid verdwijnt, krijgt de gemeente een verantwoordelijkheid opgelegd die de Schrift nergens op die manier oplegt.

 

De vierde denkfout: de onvergeeflijke zonde wordt erbij gehaald

Hier verandert een scheve uitleg in een geestelijk gevaarlijke uitleg.

Plotseling verschijnt Markus 3.

De zonde tegen de Heilige Geest.

Dat is misschien wel de grootste rode vlag van de hele preek.

Waarom?

Omdat deze geschiedenis helemaal niet over de Gemeente gaat.

De Here Jezus spreekt tegen Farizeeën.

Religieuze leiders.

Mensen die, ondanks de onmiskenbare wonderen van Christus, willens en wetens het werk van de Heilige Geest aan Beëlzebul toeschreven.

Dat is een unieke historische situatie.

Toch wordt deze geschiedenis vervolgens gebruikt als waarschuwing richting wedergeboren gelovigen.

Maar Paulus doet dat nergens.

Sterker nog.

Wanneer Paulus over de Heilige Geest spreekt, klinkt juist de zekerheid:

“Bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.” (Efeze 4:30)

Zie je het verschil?

De preek zegt:

Pas op dat je niet…

Paulus zegt:

U bent verzegeld… daarom…

Dat is geen nuance.

Dat is een totaal andere benadering.

De vijfde denkfout: de zekerheid van het Evangelie verdwijnt

Hier worden de gevolgen zichtbaar.

Na afloop blijft de luisteraar achter met vragen als:

Heb ik iedereen wel vergeven?

Zou mijn bitterheid Gods vergeving blokkeren?

Ben ik misschien geestelijk in gevaar?

Zou ik onbewust de Heilige Geest hebben gelasterd?

Geen enkele van die vragen vindt haar oorsprong in Paulus.

Integendeel.

Paulus richt de blik steeds omhoog.

Naar Christus.

Naar Zijn bloed.

Naar Zijn volbrachte werk.

Naar de positie van de gelovige.

De gelinkte prediking richt de blik uiteindelijk naar binnen.

En precies daar begint alle geestelijke onzekerheid.

 

De zesde denkfout: verschillende bedelingen worden vermengd

Hier raken we de kern.

De preek behandelt zonder onderscheid:

  • de Bergrede;
  • Johannes 20;
  • Markus 3;
  • Paulus.

Alles wordt samengevoegd tot één doorgaande boodschap.

Maar daarmee verdwijnen de verschillen tussen:

  • de bediening van de Messias aan Israël;
  • het apostolisch gezag;
  • de verwerping van de Messias door Israël;
  • en de openbaring van het Lichaam van Christus.

Dat noemen we geen harmonisatie.

Dat noemen we vermenging.

En vermenging levert vrijwel altijd verwarring op.

 

Waarom is dit zo ernstig?

Omdat het niet alleen gaat over vergeving.

Het gaat over de vraag waarop onze zekerheid rust.

Rust zij op:

Christus?

Of uiteindelijk toch op:

mijn geestelijke prestaties?

Wanneer de gelovige moet onderzoeken of hij wel genoeg heeft vergeven om zelf vergeving te ontvangen, is het fundament ongemerkt verschoven.

Dan is het oog niet langer gericht op Christus.

Maar op de eigen geestelijke staat.

Dat is precies wat Paulus nergens doet.

 

Wat leert het evangelie wel?

Het evangelie van Gods genade is verrassend eenvoudig.

Christus droeg de schuld.

Christus betaalde de prijs.

Christus vergoot Zijn bloed.

Daarom schrijft Paulus:

  • Wij hebben de verlossing.
  • Wij hebben de vergeving.
  • Wij zijn verzegeld.
  • Wij zijn met God verzoend.

Vanuit die zekerheid roept hij vervolgens op:

  • vergeef elkaar;
  • wees vriendelijk;
  • wees barmhartig;
  • wandel waardig de roeping waarmee u geroepen bent.

Niet om behouden te worden.

Maar omdat u behouden bent.

Dát is het verschil tussen wet en genade.

De oproep om anderen te vergeven is volkomen Bijbels.

Maar zodra die oproep wordt losgemaakt van de positie van de gelovige in Christus, verandert het evangelie ongemerkt in een systeem van voorwaarden.

Wanneer vervolgens de Bergrede, Johannes 20 en zelfs de zonde tegen de Heilige Geest worden gebruikt om die voorwaarden kracht bij te zetten, ontstaat een boodschap die wel veel Bijbelteksten bevat, maar waarin de leer van Paulus niet langer de toon zet.

De ironie is pijnlijk.

Een preek die bedoeld is om vrijheid te brengen, kan zo juist onzekerheid zaaien.

Een boodschap over vergeving kan de zekerheid van de vergeving ondermijnen.

Daarom blijft de oproep van Paulus beslissend:

“Vergevende elkander, gelijk ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” (Efeze 4:32)

Dat is geen voorwaarde om door God aangenomen te worden.

Dat is de vrucht van een volbrachte verlossing.

En dát is de blijde boodschap van het Evangelie.

 

Veelgestelde vragen (FAQ)

Is Gods vergeving afhankelijk van onze bereidheid om anderen te vergeven?

Volgens de brieven van Paulus ontvangen gelovigen vergeving op grond van het volbrachte werk van Christus (Efeze 1:7; Kolossenzen 1:14; Kolossenzen 2:13). Vanuit die ontvangen genade worden zij opgeroepen anderen te vergeven (Efeze 4:32).

Wat betekent de zonde tegen de Heilige Geest?

In Mattheüs 12 en Markus 3 spreekt de Here Jezus tot Farizeeën die het werk van de Heilige Geest bewust aan Satan toeschreven. Over de toepassing op christenen bestaan binnen de christelijke uitleg verschillende visies. Dit artikel bespreekt waarom die waarschuwing volgens een dispensationalistische lezing niet zonder meer op de Gemeente kan worden toegepast.

Waarom is Efeze 4:32 zo belangrijk?

Omdat Paulus daar de volgorde vastlegt: God heeft eerst vergeven in Christus; daarom vergeven gelovigen elkaar. Die volgorde bewaart het onderscheid tussen genade en verdienste.

Waarom is context zo belangrijk bij Bijbeluitleg?

Bijbelteksten moeten gelezen worden in hun historische, literaire én heilshistorische context. Wie woorden uit verschillende situaties zonder onderscheid samenvoegt, loopt het risico conclusies te trekken die veel verder gaan dan de tekst zelf ondersteunt.

lees ook:

Israël en de Gemeente: het Bijbelse onderscheid – Bijbelse basis

De Gemeente is geen Israël – Bijbelse basis

Wat zegt de Bijbel over de gemeente van Jezus Christus? – Bijbelse basis

Het Evangelie van het Koninkrijk en de Bergrede en de Gemeente – Bijbelse basis

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente – Bijbelse basis

Gods Koninkrijk zichtbaar maken? – Bijbelse basis

Het Evangelie in lekentaal – geen mening, maar goed nieuws – Bijbelse basis

extern:

vergeving » Bijbels Panorama

Geef een reactie

Geverifieerd door MonsterInsights