Kingdom Nów ??

Tijden en gelegenheden zijn in Gods hand

Kingdom Now stelt dat de Gemeente geroepen is om het Koninkrijk van God vóór de wederkomst van Christus zichtbaar op aarde te vestigen. Christenen zouden maatschappelijke terreinen moeten innemen, politieke en culturele invloed moeten verkrijgen en demonische machten uit steden en gebieden moeten verdrijven.

In extremere vormen wordt zelfs beweerd dat Christus pas kan terugkeren nadat de Gemeente de wereld aan Hem heeft onderworpen.

Dat  klinkt allemaal krachtig en strijdvaardig. Toch berust  het op een fundamentele verwarring. Er is onvoldoende onderscheid tussen de huidige verhoging van Christus, het verborgen karakter van Zijn Koninkrijk en Zijn toekomstige openbare Koningschap over Israël en de volkeren.

De Schrift leert nergens dat de Gemeente het Koninkrijk moet vestigen.

 

KIngdom Now, een onbijbelse misvatting
Waarom KIngdom Now niet Bijbels is

Christus bouwt Zijn Gemeente en Hij zal Zijn Koninkrijk openbaar maken.

 Christus is verhoogd, maar regeert nog niet vanaf de troon van David

De Here Jezus Christus is opgewekt uit de doden en verhoogd aan Gods rechterhand. Hij bezit alle macht en is met heerlijkheid en eer gekroond.

“Doch nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn; maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond.” — Hebreeën 2:8-9 (STV)

Dit gedeelte bevat een belangrijk gegeven

Christus is reeds gekroond. Hij bezit koninklijke waardigheid en gezag. Tegelijkertijd zien wij nog niet dat alle dingen Hem daadwerkelijk onderworpen zijn.

Hij is de rechtmatige Erfgenaam en de verhoogde Heer, maar Hij oefent het openbare Davidische Koningschap over Israël en de wereld nog niet uit.

Psalm 110 zegt:

“De HEERE heeft tot Mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.” — Psalm 110:1 (STV)

Christus zit nu aan Gods rechterhand. Hij zit nog niet op de troon van David in Jeruzalem. Hij wacht op het door God bepaalde tijdstip waarop Zijn vijanden daadwerkelijk onder Zijn voeten worden gesteld.

Ook Hebreeën spreekt over dit wachten:

“Maar Deze, één slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods; voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten.” — Hebreeën 10:12-13 (STV)

Het woord verwachtende is veelzeggend. De openbare uitoefening van Christus’ Koningschap over de aarde is nog toekomstig.

 

Het Koninkrijk is al realiteit, maar is nog verborgen

Het probleem van de Kingdom Now leer is niet dat Christus Koning wordt genoemd. Christus is de rechtmatige Koning der koningen en bezit alle macht.

De dwaling ontstaat wanneer Zijn huidige hemelse verhoging wordt gelijkgesteld aan de openbare vestiging van het Messiaanse Koninkrijk op aarde.

De juiste tegenstelling is daarom niet:

nu geen Koninkrijk, later wel een Koninkrijk

maar:

nu verborgen, later openbaar

Christus bezit het recht op het Koninkrijk. Hij is verhoogd en gekroond. Maar de zichtbare heerschappij die door de profeten is aangekondigd, is nog niet aangebroken.

De Gemeente leeft niet in de tijd waarin Christus zichtbaar vanaf de troon van David over Israël en de volkeren regeert, maar leeft in de tijd waarin de Koning door de wereld is verworpen en in de hemel verborgen is.

 

Het Koninkrijk zou niet onmiddellijk openbaar worden

De discipelen verwachtten dat het Koninkrijk Gods spoedig zichtbaar zou verschijnen. Juist daarom vertelde de Here Jezus een gelijkenis:

“En als zij dit hoorden, voegde Hij daarbij, en zeide een gelijkenis, omdat Hij nabij Jeruzalem was, en omdat zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond zou openbaar worden. Hij zeide dan: Een zeker welgeboren man reisde in een vergelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren.” — Lukas 19:11-12 (STV)

De volgorde is duidelijk.

De welgeboren man vertrekt naar een vergelegen land. Daar ontvangt hij het recht op het Koninkrijk. Daarna keert hij terug om daadwerkelijk als Koning te regeren.

De gelijkenis zegt niet dat zijn dienstknechten tijdens zijn afwezigheid het land moesten onderwerpen en zijn Koninkrijk voor hem moesten vestigen. Zij moesten trouw handelen met wat hun is toevertrouwd, totdat hij terugkomt.

Hun opdracht is niet: Neem mijn plaats in en onderwerp mijn vijanden.

Hun opdracht is: Wees getrouw totdat ik kom.

Bij zijn terugkeer handelt de koning zelf met zijn vijanden:

“Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zou zijn, brengt hen hier, en slaat ze hier voor mij dood.” — Lukas 19:27 (STV)

De verwerping van Christus eindigt dus niet doordat de Gemeente de wereld geleidelijk bekeert of onderwerpt. Zij eindigt wanneer Christus Zelf terugkeert en Zijn gezag openbaar vestigt.

 

De troon van David in de toekomst

De engel Gabriël zei over de Here Jezus:

“Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven. En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid.” — Lukas 1:32-33 (STV)

De troon van David is niet hetzelfde als de troon aan de rechterhand Gods in de hemel.

David heeft nooit in de hemel geregeerd. Zijn troon stond in Jeruzalem en was verbonden met het Koningschap over Israël.

Christus zit nu aan Gods rechterhand. Bij Zijn wederkomst zal Hij de troon van David aanvaarden en zichtbaar over het huis van Jakob en de volkeren regeren.

Openbaring spreekt daarover als een toekomstige gebeurtenis:

“En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.” — Openbaring 11:15 (STV)

De koninkrijken van deze wereld zijn vandaag zichtbaar nog niet aan Christus onderworpen. Dat zal gebeuren wanneer Hij Zijn Koningschap openbaar aanvaardt.

 

Eerst de Gemeente, daarna het herstel van Davids Koninkrijk

Handelingen 15 geeft een van de duidelijkste weerleggingen van de Kingdom Now leer.

Jakobus beschrijft Gods programma:

“Simeon heeft verhaald, hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)

Daarna zegt hij:

“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen den tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” — Handelingen 15:16 (STV)

De woorden eerst en na dezen bepalen de volgorde.

God verzamelt nu uit de heidenen een volk voor Zijn Naam. Daarna zal Christus wederkeren. Vervolgens wordt de vervallen hut van David hersteld.

De Kingdom Now leer keert deze volgorde om. Volgens deze leer moet de Gemeente eerst het Koninkrijk zichtbaar maken, waarna Christus kan terugkeren.

De Schrift zegt precies het tegenovergestelde:

Christus keert terug en Hij vestigt het Koninkrijk.

 

De Gemeente is geen aardse veroveringsmacht

De Gemeente wordt nergens voorgesteld als een organisatie die politieke, economische en culturele machtsposities moet veroveren om het Koninkrijk van God te vestigen.

De Gemeente is het Lichaam van Christus, met een hemelse roeping en bestemming.

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” — Filippenzen 3:20 (STV)

De Gemeente verwacht haar Zaligmaker uit de hemel. Zij bereidt niet eerst een voltooide christelijke wereld voor om die vervolgens aan Hem aan te bieden.

 

Gelovigen worden gezanten (gezondenen) genoemd:

“Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen.” — 2 Korinthe 5:20 (STV)

Een gezant vertegenwoordigt een afwezige Koning in een vreemd land. Hij neemt dat land niet over. Hij verkondigt de boodschap van zijn Koning.

De roeping van de Gemeente is daarom Christus te verkondigen, mensen op te roepen zich met God te laten verzoenen, gelovigen op te bouwen, het Woord te bewaren en de Here Jezus Christus te verwachten.

Nu geroepen dus tot getuigenis, niet tot wereldheerschappij.

 

Kingdom Now verwart Israël met de Gemeente

De zichtbare aardse heerschappij van de Messias is in de profetieën verbonden met Israël, Jeruzalem, het huis van Jakob en de troon van David.

Na de opstanding vroegen de discipelen:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?” — Handelingen 1:6 (STV)

De Here Jezus antwoordde niet dat er geen herstel van Israël zou komen. Hij zei:

“Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft.” — Handelingen 1:7 (STV)

Het herstel werd niet ontkend. Alleen het tijdstip werd niet bekendgemaakt.

De Kingdom Now leer neemt de aardse beloften aan Israël en past die rechtstreeks toe op de Gemeente. De Gemeente wordt daardoor de vermeende erfgenaam van Israëls aardse koninkrijksroeping.

Maar de Gemeente is niet Israël. De hemelse positie van het Lichaam van Christus is niet hetzelfde als de aardse regering vanaf de troon van David.

Wie dit onderscheid uitpoetst of niet ziet, maakt van de Gemeente iets wat zij volgens de Schrift niet is.

 

De wereld wordt niet geleidelijk het Koninkrijk

De Kingdom Now leer verwacht dat het Koninkrijk steeds zichtbaarder wordt doordat de Gemeente terrein wint. De Schrift beschrijft de tijd vóór Christus’ verschijning echter niet als een periode waarin de wereld steeds christelijker wordt.

Paulus schrijft:

“En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden.” — 2 Timotheüs 3:1 (STV)

De Here Jezus vroeg:

“Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?” — Lukas 18:8 (STV)

De Schrift verwacht allesbehalve een geleidelijke overwinning van de Gemeente over alle politieke, maatschappelijke en geestelijke machten.

In de gelijkenis van het onkruid blijft het onkruid tussen de tarwe staan tot de oogst. De oogst is de voleinding van de eeuw, wanneer Christus Zelf ingrijpt.

De Gemeente zal vrucht dragen. Het Evangelie zal mensen uit alle volken bereiken. Maar nergens wordt beloofd dat de Gemeente vóór de wederkomst de samenleving zal onderwerpen of de wereld tot het Koninkrijk zal maken.

 

Satan is nog niet gebonden

Binnen de Kingdom Now leer wordt veel gesproken over het ‘binden van territoriale machten, het innemen van steden en het verdrijven van satanische heerschappij”uit complete gebieden.

De Schrift leert onomwonden dat satan in deze tijd nog actief is:

“Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden.” — 1 Petrus 5:8 (STV)

Satan is dus nog niet gebonden zoal voorzegd in Openbaring 20.

Zijn daadwerkelijke binding vindt plaats wanneer een engel uit de hemel neerdaalt en hem op Gods bevel bindt:

“En hij greep den draak, de oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren.” — Openbaring 20:2 (STV)

Niet ‘de Gemeente bindt satan door decreten, territoriale gebeden of moderne apostolische autoriteit’.

God Zélf laat hem op het vastgestelde moment binden.

De gelovige moet de duivel weerstaan. Dat is iets anders dan beweren dat de Gemeente zijn macht over de wereld nu reeds kan of zou moeten  beëindigen.

 

Christus Zelf zal Zijn Koninkrijk vestigen

Het toekomstige Koninkrijk ontstaat niet door kerkelijke strategie, politieke meerderheden, culturele beïnvloeding of moderne apostolische netwerken.

Daniël zegt:

“Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden.” — Daniël 2:44 (STV)

God richt het Koninkrijk op.

Christus verschijnt in heerlijkheid. Hij oordeelt de volkeren, herstelt Israël, aanvaardt de troon van David en maakt Zijn heerschappij openbaar.

Dat is geen geleidelijk menselijk proces. Het is een beslissend Goddelijk ingrijpen.

Bij Zijn eerste komst werd de Koning verworpen. Bij Zijn tweede komst zal Hij Zijn Koningschap openbaar aanvaarden.

 

Het gevaar van de Kingdom Now leer

Wanneer de Gemeente zichzelf gaat zien cq. verheffen als de zichtbare regering van God op aarde, verschuift onvermijdelijk het zwaartepunt.

Het Evangelie van verzoening wordt vervangen door een boodschap van maatschappelijke transformatie. Dienaren worden machthebbers. Moderne apostelen en profeten krijgen bestuurlijke autoriteit. Politieke invloed wordt aangezien voor geestelijke overwinning.

Voorspoed, succes en maatschappelijke macht worden bewijsstukken van koninkrijkskracht. Kritiek op leiders kan vervolgens worden voorgesteld als verzet tegen Gods gezag.

Daarmee ontstaat precies het tegenovergestelde van het voorbeeld van Christus.

De Here Jezus kwam tijdens Zijn eerste komst niet om politieke macht te grijpen, maar om te dienen en Zijn leven te geven.

De Gemeente volgt haar verworpen Heer. Zij draagt in deze wereld niet de kroon van zichtbare wereldheerschappij, maar het getuigenis van een gekruisigde en opgestane Christus.

 

Geen passiviteit, maar trouw

De afwijzing van de Kingdom Now leer betekent niet dat christenen zich dan maar uit de samenleving moeten terugtrekken.

Gelovigen behoren goed te doen, rechtvaardig te handelen, voor hun naasten te zorgen, de waarheid te spreken en hun licht te laten schijnen.

Maar er is een wezenlijk verschil tussen trouw en rechtvaardig leven in de wereld en beweren dat de Gemeente de wereld zou moeten veroveren en het Koninkrijk moet vestigen.

Het eerste is Bijbels.

Het tweede neemt een werk op zich dat Christus voor Zichzelf heeft voorbehouden.

 

Christus bouwt Zijn Gemeente

De Here Jezus heeft niet gezegd dat de Gemeente Zijn Koninkrijk moet bouwen. Hij heeft gezegd:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” — Mattheüs 16:18 (STV)

Christus bouwt Zijn Gemeente.

De Gemeente bouwt niet Zijn Koninkrijk. Zij verkondigt het Evangelie, bewaart het Woord en verwacht de Heer.

Dat is geen zwakke of passieve roeping. Het is trouw blijven aan het werk dat Christus haar daadwerkelijk heeft opgedragen.

 

De Bijbelse volgorde

Christus is gestorven, opgewekt en verhoogd. Hij zit nu aan Gods rechterhand en wacht totdat Zijn vijanden tot een voetbank van Zijn voeten worden gesteld.

In deze tijd verzamelt Hij Zijn Gemeente uit Joden en heidenen. De Gemeente verkondigt het Woord, dient, lijdt, getuigt en verwacht haar Heer.

Daarna zal Christus wederkomen. Hij zal het Davidische Koningschap aanvaarden, Israël herstellen, de volkeren oordelen en Zijn reeds bestaande maar verborgen Koninkrijk zichtbaar op aarde vestigen.

Christus is dus nu al de rechtmatige Koning en de verhoogde Heer. Maar Hij regeert nog niet openbaar vanaf de troon van David over Israël en de volkeren.

 

De Gemeente bouwt het Koninkrijk niet. Christus bouwt Zijn Gemeente en Christus zal Zijn Koninkrijk openbaren.

Kingdom Now zegt eigenlijk:

Wij moeten het Koninkrijk vestigen voordat de Koning komt.

De Schrift zegt:

“Na dezen zal Ik wederkeren.” Handelingen 15:16 (STV)

zie ook:

Bijbelstudie lezingen: Kingdom Now ….

Het Evangelie van het Koninkrijk en de Bergrede en de Gemeente

Is het Evangelie van het Koninkrijk en de Bergrede de opdracht van of aan de Gemeente?

Moet de Gemeente vandaag het Evangelie van het koninkrijk voortzetten zoals in Mattheüs 10? En is de Bergrede de directe grondwet van de Gemeente? Dit blog laat zien waarom juist hier veel evangelische verwarring ontstaat, en waarom het onderscheid tussen Israël, Koninkrijk en Gemeente onmisbaar is.

Er zijn misverstanden die zo vaak worden herhaald, dat ze haast onaantastbaar lijken. Dit is er één van: de Gemeente zou vandaag eenvoudig moeten voortzetten wat Johannes de Doper predikte, wat de twaalf in Mattheüs 10 predikten, en wat de Heere Jezus in de Bergrede uiteenzette. Alsof dat allemaal zonder meer samenvalt. Alsof er geen heilshistorisch onderscheid bestaat. Alsof Israël en de Gemeente inwisselbaar zijn. Alsof de Schrift lijnen trekt, die wij naar believen mogen verleggen.

Maar zodra men dat doet, gaat niet alleen de uitleg scheef. Dan gaat ook de prediking scheef. Dan verschuift het accent van kruis naar Koninkrijk, van Genade naar programma, van verzoening naar zichtbare invloed, van apostolische eenvoud naar religieuze invloed. Dan krijgt men een boodschap die misschien indrukwekkend klinkt, maar die niet meer zuiver op haar eigen Bijbelse fundament staat.

De vraag is dus niet of het Koninkrijk belangrijk is. Dat is het. De vraag is niet of de woorden van de Heere Jezus in de Bergrede gezag hebben. Natuurlijk hebben zij dat. De vraag is: mogen wij het evangelie van het koninkrijk en de Bergrede zonder onderscheid rechtstreeks tot de primaire opdracht van de Gemeente maken?

Het antwoord is: nee.

En dat “nee” is geen verarming van de Bijbel, maar juist een poging om de Bijbel te laten spreken zoals hij zichzelf presenteert.

evangelie van het koninkrijk, de bergrede en de gemeente

Wat is het Evangelie van het Koninkrijk?

Het Evangelie van het koninkrijk is de blijde boodschap dat de beloofde Koning aanwezig is en dat het Koninkrijk nabij gekomen is. Johannes de Doper predikt het. De Heere Jezus predikt het. De twaalf worden ermee uitgezonden.

“Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 3:2 (STV)

“Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 4:17 (STV)

“En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 10:7 (STV)

Dat is helder. Maar wie de tekst serieus neemt, moet onmiddellijk de volgende vraag stellen: tot wie klinkt deze boodschap in die fase?

Tot wie was deze prediking gericht?

Hier begint de verwarring vaak al, omdat men Mattheüs leest alsof Handelingen, de brieven en de gehele latere openbaring er al in uitgewerkt zijn. Maar dat is niet zo. De Heere Jezus zendt de twaalf in Mattheüs 10 niet uit naar de wereld in het algemeen.

“Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden, en hun bevel gegeven, zeggende: Wijkt niet af op den weg der heidenen, en gaat niet in enige stad der Samaritanen; Maar gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.” Mattheüs 10:5-6 (STV)

Dat is niet vaag. Dat is niet symbolisch. Dat is concreet. Deze prediking staat in directe verbinding met Israël, met de komst van Israëls Messias en met de aankondiging dat het Koninkrijk nabij gekomen is.

Wie dat ontkent, maakt de tekst niet dieper maar vlakker. Hij vervangt de werkelijke context door een eigen systeem.

De veelgemaakte fout in veel Evangelische prediking

De veelgemaakte fout is dat men de aardse bediening van de Heere Jezus te snel en te absoluut tot gemeentelijke blauwdruk maakt. Dan wordt alles op één hoop gegooid. Johannes de Doper, Mattheüs 10, de Bergrede, Handelingen en Paulus worden samengesmolten tot één ongedifferentieerd pakket, en vervolgens noemt men dat “Bijbels”.

Maar dat is het probleem juist: het is niet zorgvuldig genoeg Bijbels.

Dan hoort men uitspraken als:

wij moeten vandaag hetzelfde evangelie prediken als in Mattheüs 10

wij moeten nu het Koninkrijk zichtbaar manifesteren

wij moeten de wereld onder Christus’ heerschappij brengen

de Bergrede is de grondwet van de Gemeente

Maar dat  klinkt vaak meer Bijbels dan het is. Want zodra men Israël, Koninkrijk en Gemeente niet meer onderscheidt, ontstaat vroeg of laat een prediking die weliswaar vurig is, maar niet zuiver.

Wat is de centrale boodschap van de Gemeente?

Na kruis en opstanding staat de prediking in het volle licht van Christus’ volbrachte werk. Dan komt de nadruk te liggen op Zijn dood voor de zonden, Zijn begrafenis, Zijn opstanding, rechtvaardiging door geloof, vergeving van zonden en verzoening met God.

“Maar wij prediken Christus den Gekruisigde.” 1 Korinthe 1:23 (STV)

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” 1 Korinthe 2:2 (STV)

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.” 1 Korinthe 15:3-4 (STV)

Paulus noemt zijn bediening niet voor niets:

“Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, dien ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.” Handelingen 20:24 (STV)

Dáár ligt het zwaartepunt van de gemeentelijke prediking. Niet bij de vorm waarin het Koninkrijk in Mattheüs wordt aangekondigd, maar bij de gekruisigde en opgestane Christus.

Heeft de Gemeente dan niets met het Koninkrijk te maken?

Zeker wel Maar ook hier geldt dat men onderscheid moet bewaren. De Gemeente heeft wel degelijk met het Koninkrijk van God te maken. Paulus predikte ook het Koninkrijk van God.

“Predikende het Koninkrijk Gods, en lerende van den Heere Jezus Christus met alle vrijmoedigheid, onverhinderd.” Handelingen 28:31 (STV)

Maar de Gemeente spreekt over het Koninkrijk vanuit het volbrachte werk van Christus, vanuit Zijn verhoging, vanuit de openbaring die later door de apostelen is ontvouwd. Zij staat niet in exact dezelfde fase als Johannes de Doper of de twaalf in Mattheüs 10.

Dat verschil is niet klein. Dat verschil is beslissend.

Waarom dit onderscheid onmisbaar is

Waar dit onderscheid verdwijnt, gaat de prediking schuiven. Dan wordt genade ingeruild voor actie, verzoening voor invloed, kruis voor koninkrijkstaal, en hemelse hoop voor aardse ambities. Dan wordt de Gemeente niet langer gezien als een volk dat leeft uit genade en uitziet naar haar Heere, maar als een instrument dat hier en nu zichtbaar heerschappij moet vestigen.

En dan duiken meestal ook dezelfde misvormingen op: dominion-denken, triomfalisme, opgeblazen taal over doorbraak, herstel van invloed, culturele verovering en geestelijke machtsaanspraken die veel energie genereren maar weinig exegetische discipline verraden.

De Gemeente is niet geroepen om de wereld alvast ‘messiaans te ordenen’. Zij is geroepen om Christus te verkondigen.

De positie van de Gemeente is hemels

De Schrift spreekt over de Gemeente in termen die niet eenvoudig met Israëls koninkrijksverwachting mogen worden vereenzelvigd.

“Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, vóór de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde.” Efeze 1:4 (STV)

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” Efeze 2:6 (STV)

“Want onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” Filippenzen 3:20 (STV)

Dat is de taal van de Gemeente: hemelse roeping, hemelse positie, hemelse verwachting. Wie dat wegdrukt, trekt de Gemeente naar de aarde toe en vertroebelt tegelijk Gods profetische lijnen met Israël.

Zijn er dan twee of nog meer Evangeliën?

Nee, niet in de zin van twee wegen tot zaligheid. Er is maar één Zaligmaker, één offer, één grond van behoud: Jezus Christus. Niemand is ooit of zal ooit buiten Hem om behouden geworden.

Maar er is wél verschil in bediening, accent en openbaringshistorische context.

Het Evangelie van het koninkrijk legt de nadruk op de komst van de Koning, de nabijheid van het Koninkrijk en de oproep tot bekering in verband met Gods beloften aan Israël.

Het Evangelie der Genade Gods legt de nadruk op Christus gestorven voor onze zonden, Christus opgewekt, vergeving, rechtvaardiging door geloof en de roeping van de Gemeente.

Dat verschil mag niet worden gladgestreken of worden uitgewist.

Waarom Mattheüs 10 niet de zendingsblauwdruk van de Gemeente is

Mattheüs 10 is geen losse slogan die zonder meer op elke fase van Gods handelen kan worden geplakt. Het is een concrete uitzending in een concrete setting.

“Wijkt niet af op den weg der heidenen, en gaat niet in enige stad der Samaritanen; Maar gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.” Mattheüs 10:5-6 (STV)

Niemand die deze woorden laat staan zoals ze er staan, kan volhouden dat dit eenvoudig de universele, primaire formule van de Gemeente is. De prediking in Handelingen en in de brieven staat immers in het volle licht van kruis, opstanding, hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest.

Het probleem is dus niet dat men Mattheüs te letterlijk leest. Het probleem is juist dat men Mattheüs niet letterlijk genoeg wil laten staan.

En de Bergrede dan?

Hier keert exact hetzelfde probleem terug. In evangelische kring wordt de Bergrede vaak behandeld alsof zij simpelweg de directe grondwet van de Gemeente is. Men beroept zich er graag op, juist omdat zij radicaal, praktisch en indrukwekkend klinkt.

Maar ook hier moet eerst de vraag worden gesteld: in welke context spreekt de Heere hier?

De Bergrede staat in koninkrijksverband

 

De Bergrede staat in Mattheüs 5 tot en met 7. Direct daarvoor lezen we:

“Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 4:17 (STV)

En onmiddellijk daarna:

“En Jezus, de scharen ziende, is geklommen op een berg, en als Hij nedergezeten was, kwamen Zijn discipelen tot Hem.” Mattheüs 5:1 (STV)

De Bergrede komt dus niet uit de lucht vallen. Zij staat in het kader van de komst van de Koning, de nabijheid van het Koninkrijk, de confrontatie met Israël en de ontmaskering van valse gerechtigheid.

De Heere Jezus spreekt daar niet slechts als moreel leraar, maar als de Messias-Koning.

Wat doet de Bergrede?

De Bergrede is geen brave verzameling mooie spreuken. Zij is messcherp. Zij openbaart de ware gerechtigheid tegenover de uiterlijke godsdienst van schriftgeleerden en farizeeën.

“Want Ik zeg u: Tenzij dat uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan.” Mattheüs 5:20 (STV)

Dat is vernietigend voor religieuze zelftevredenheid. De Heere bouwt daar geen prettig leefstijlprogramma. Hij breekt juist de vrome schijn af.

En Hij brengt Gods eis niet naar beneden, maar naar binnen.

“Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; maar zo wie doodslaat, die zal strafbaar zijn door het gericht. Maar Ik zeg u: Zo wie ten onrechte op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht.” Mattheüs 5:21-22 (STV)

“Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult geen overspel doen. Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aanziet, om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan.” Mattheüs 5:27-28 (STV)

De Bergrede radicaliseert niet in moderne activistische zin. Zij legt bloot hoe diep Gods heilige norm reikt. Niet alleen naar daden, maar naar het hart.

De Bergrede is geen weg naar behoud

Hier gaat veel mis. De Bergrede wordt soms gebruikt als een soort test: leef jij zo, dan ben je een echte christen; leef jij zo niet, dan moet je ernstig twijfelen aan je echtheid. Op die manier wordt de Bergrede in de praktijk een nieuwe wet, een geestelijke zuurtest, een keurmerk voor ware discipelen.

Maar dat is niet haar bedoeling. De Bergrede is niet gegeven opdat zondaren zich daarlangs omhoog zouden werken tot aanneembaarheid voor God.

Integendeel, zij legt de mens juist bloot.

“Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.” Mattheüs 5:48 (STV)

Wie dit eerlijk leest, komt niet uit bij zelfvertrouwen, maar bij ontmaskering.

Is de Bergrede dan niet voor de Gemeente?

Natuurlijk is de Bergrede gezaghebbend Woord van God. Natuurlijk is zij ook voor de Gemeente leerzaam. Zij tekent het karakter dat past bij Gods Koninkrijk: ootmoed, oprechtheid, reinheid, barmhartigheid, waarachtigheid, liefde tot vijanden, afwijzing van huichelarij.

Maar dat is iets anders dan zeggen dat de Bergrede de complete leerstellige grondwet van de Gemeente is.

In de Bergrede vind je niet de uitgewerkte openbaring over de Gemeente als lichaam van Christus, niet de volle ontvouwing van de rechtvaardiging zoals Paulus die brengt, niet de leer van de vereniging met Christus in Zijn dood en opstanding, niet de verborgenheid zoals later geopenbaard.

Daarom mag de Bergrede niet worden losgemaakt van de verdere nieuwtestamentische openbaring.

Het gevaar van Evangelische Bergrede-nadruk

In veel Evangelische kringen wordt de Bergrede bewonderd, geciteerd en naar voren geschoven als de samenvatting van echt christendom. Maar vaak gebeurt dat op een scheve manier.

Soms maakt men er een sociaal programma van: wees vredestichter, wees zacht, verbeter de wereld.

Soms maakt men er een radicale discipelschapscode van: hieraan moet blijken of je werkelijk toegewijd bent.

Soms gebruikt men haar selectief en sentimenteel: wel “oordeelt niet”, maar niet de vlijmscherpe ontdekkende eisen die de hele rede doortrekken.

Dan wordt de Bergrede ingezet, maar niet werkelijk recht gedaan.

Hoe moet de Gemeente de Bergrede lezen?

Zo moet het worden samengevat: de Bergrede is niet primair de leerstellige grondwet van de Gemeente, maar zij is wel heilig onderwijs van de Koning in koninkrijksverband, waarin de ware gerechtigheid van Gods Koninkrijk wordt afgebeeld en de schijnvroomheid van de natuurlijke mens aan de kaak wordt gesteld en wordt ontmaskerd.

Voor de Gemeente is zij daarom geen vervanging van het Evangelie der Genade Gods, geen nieuwe wet en geen geïsoleerde totaalformule voor alle leer. Maar zij blijft wel een scherp, heilig en ontdekkend woord van Christus.

Wat moet de Gemeente dan wél doen?

De Gemeente moet de Heer navolgen in gehoorzaamheid, liefde, heiligheid, trouw en getuigenis. Zij moet oproepen tot bekering en geloof. Zij moet spreken over het Koninkrijk van God. Zij moet luisteren naar het onderwijs van Christus, ook in de Bergrede.

Maar boven alles moet zij Christus prediken in het volle licht van Zijn kruis en opstanding.

Niet: wij gaan het Koninkrijk nu zichtbaar vestigen.

Niet: de Bergrede is onze nieuwe wet.

Niet: de echtheid van het geloof hangt af van hoe radicaal wij Mattheüs 5–7 “uitvoeren”.

Wel: wij prediken Christus.

Het Evangelie van het koninkrijk is in de Evangeliën niet primair de specifieke boodschap die als zodanig één op één aan de Gemeente is toevertrouwd. Het staat allereerst in verband met de komst van de Messias voor Israël en met de aankondiging dat het Koninkrijk nabij gekomen was.

De Bergrede is niet simpelweg de grondwet van de Gemeente. Zij is heilig onderwijs van de Koning in koninkrijksverband, waarin Gods ware gerechtigheid wordt getekend en menselijke schijnvroomheid wordt ontmaskerd.

De primaire prediking van de Gemeente is die van de gekruisigde en opgestane Christus, het Evangelie der Genade Gods.

Wie dat onderscheid bewaart, doet recht aan de Schrift.

Wie het uitwist, eindigt in verwarring.

En verwarring in de prediking blijft nooit zonder gevolgen. Dan vervaagt het zicht op Israël. Dan vervormt het zicht op de Gemeente. Dan verschuift het middelpunt van Christus’ volbrachte werk naar koninkrijksretoriek, morele druk of religieus activisme dat veel lawaai maakt, maar weinig licht en richting geeft.

Laten we daar helder over zijn: een prediking die luid “Koninkrijk” roept maar het kruis naar de achtergrond schuift, is niet rijker maar armer. En een prediking die de Bergrede als geestelijke zweep gebruikt, zonder haar plaats in Gods openbaring te respecteren, is niet radicaler maar onzuiverder.

De Gemeente is niet geroepen om de beloften aan Israël op te slokken. Zij is niet geroepen om met grote woorden een zichtbare heerschappij te claimen die de Schrift aan de wederkomst van Christus verbindt. Zij is ook niet geroepen om een nieuw wettisch christendom te bouwen onder het vaandel van de Bergrede.

Zij is geroepen om nu, in deze tegenwoordige eeuw, trouw te zijn aan de Heer, Zijn Evangelie te verkondigen, Zijn smaadheid te dragen en de hoop te richten op Hem Die komt.

Wie daarom vandaag zonder onderscheid roept dat de Gemeente simpelweg het Evangelie van het koninkrijk moet voortzetten en de Bergrede als directe grondwet moet uitvoeren, bewijst de Schrift geen dienst. Hij maakt de scherpe lijnen wazig. Hij verwart wat onderscheiden moet worden. En hij zadelt gelovigen op met een boodschap die wellicht opwindt, maar niet noodzakelijk zuiver is.

Lees Mattheüs eerlijk. Lees Handelingen zorgvuldig. Lees Paulus nauwkeurig. En laat niemand u wijsmaken dat geestelijke diepgang begint waar het onderscheid in Gods Woord wordt weggepoetst.

Diepgang begint juist waar men buigt voor de tekst, ook wanneer die onze geliefde schema’s corrigeert.

Het Evangelie der Genade Gods is geen verarming van de boodschap. Het is de schitterende openbaring van Christus’ volbrachte werk voor verloren zondaren. Wie dat centrum bewaart, bewaart het hart van de prediking.

En wie dat centrum vervangt door opgeblazen taal over Koninkrijk, radicaliteit, invloed en heerschappij, loopt groot gevaar een scheefgetrokken evangelie over te houden.

Niet iedere boodschap die naar Koninkrijk klinkt, is daarom zuiver. En niet iedere preek of studie die met de Bergrede zwaait, is daarom geestelijk diep.

Waar het kruis zijn centrale plaats verliest en waar het Schriftuurlijke onderscheid verdwijnt, blijft uiteindelijk geen verdiept vangelie over, maar een vervormd evangelie.

Zie ook ;

De Bergrede de principes voor het Koninkrijk – Bijbelse basis

De Bergrede is geen wet voor de christen – Bijbelse basis

extern:

De Bergrede – Alleen Geloof – Sylvia Arlar-Simonse

 

 

Terug naar sabbat en feesten? Het antwoord van Paulus en Handelingen 15

Terug naar sabbat en feesten? Het Nieuwe Testament zegt iets anders

Waarom Sabbat en Bijbelse feestdagen weer populair worden

Moeten christenen de Sabbat houden en de Bijbelse feestdagen vieren? Het Nieuwe Testament geeft daar een verrassend duidelijk antwoord op.

In steeds meer christelijke kringen klinkt de oproep om terug te keren naar de Sabbat en de Bijbelse feestdagen. Men zegt dat deze door God zelf zijn ingesteld en dat Christenen daarom eigenlijk weer zouden moeten leven volgens deze kalender.

Dat klinkt best vroom. Wie kan er immers tegen “Bijbelse feesten” zijn?

Maar zodra we het Nieuwe Testament serieus nemen, ontstaat er een probleem. Want juist het Nieuwe Testament — en vooral de brieven van Paulus — verzetten zich scherp tegen het opnieuw opleggen van zulke voorschriften.

SCHADUW of CHRISTUS?

Het probleem bestond al in de eerste gemeente

De discussie die vandaag terugkeert, bestond al in de eerste eeuw.

Sommige gelovigen uit het Jodendom begonnen namelijk te leren dat heidenchristenen ook de wet van Mozes moesten gaan houden.

“En sommigen, die afgekomen waren van Judea, leerden de broeders, zeggende: Indien gij niet besneden wordt naar de wijze van Mozes, zo kunt gij niet zalig worden.”
(Handelingen 15:1, STV)

Dat was geen klein verschil van mening. Het ging om een fundamentele vraag:

Moeten christenen uit de heidenen onder de wet van Mozes leven?

Als het antwoord ja was, betekende dat automatisch:

  • besnijdenis
  • sabbat
  • Joodse feestdagen
  • voedselwetten

Het hele systeem van de Torah. Geen ‘pick and choose’.

Het apostelconvent in Handelingen 15

Daarom komen de apostelen en oudsten samen in Jeruzalem. Wat daar besloten wordt is cruciaal voor het hele christendom.

Petrus neemt het woord en zegt:

“Nu dan, wat verzoekt gij God, om een juk op den hals der discipelen te leggen, hetwelk noch onze vaders, noch wij hebben kunnen dragen?”
(Handelingen 15:10, STV)

Let op dat woord: juk.

Volgens Petrus zou het opleggen van de wet aan heidenchristenen betekenen dat men hen onder een religieus systeem plaatst dat zelfs Israël nooit heeft kunnen dragen.

Daarom zegt hij vervolgens:

“Maar wij geloven door de genade van den Heere Jezus Christus zalig te worden, op zulke wijze als ook zij.”
(Handelingen 15:11, STV)

Niet door wetsonderhouding.
Maar door Genade.

Waarom de apostelen de wet niet oplegden aan heidenen

De conclusie van het apostelconvent is glashelder.

“Daarom oordeel ik, dat men degenen uit de heidenen, die zich tot God bekeren, niet beroere.”
(Handelingen 15:19, STV)

En in de brief aan de gemeenten staat:

“Het heeft den Heiligen Geest en ons goed gedacht, ulieden geen meerderen last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen.”
(Handelingen 15:28, STV)

Opvallend is wat er niet wordt opgelegd.

Niet:

  • besnijdenis
  • sabbat
  • Joodse feestdagen
  • de wet van Mozes

Als deze dingen essentieel waren geweest voor christenen, dan was dit precies het moment geweest om ze verplicht te stellen.

Maar dát gebeurt niet.

Kolossenzen 2: sabbatten zijn een schaduw

Paulus sluit volledig aan bij deze beslissing.

Hij schrijft:

“Dat u dan niemand oordele in spijs of in drank, of in het stuk des feestdags, of der nieuwe maan, of der sabbatten; Welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus.”
(Colossenzen 2:16–17, STV)

De termen die Paulus noemt zijn precies de onderdelen van de Joodse kalender:

  • voedselwetten
  • feestdagen
  • nieuwe maan
  • sabbatten

En Paulus noemt ze een schaduw.

Een schaduw heeft een functie: zij wijst vooruit naar iets dat komt. Maar zodra de werkelijkheid verschijnt, wordt de schaduw niet meer het centrum.

Die werkelijkheid is Christus.

Galaten 4: terug naar religieuze kalenderwetten

In Galaten gaat Paulus nog verder.

“Maar nu, God kennende, ja veelmeer van God gekend zijnde, hoe keert gij u wederom tot de zwakke en arme eerste beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen?
Gij onderhoudt dagen, en maanden, en tijden, en jaren.”
(Galaten 4:9–10, STV)

Paulus beschrijft hier precies wat vandaag opnieuw populair wordt:

  • religieuze kalender
  • heilige dagen
  • vaste tijden en feesten

En zijn oordeel is scherp.

Het is geen geestelijke verdieping, maar een terugkeer naar “zwakke en arme beginselen”.

De sabbat als teken voor Israël

In het Oude Testament had de sabbat een duidelijke functie.

“Gij dan, spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Gij zult evenwel Mijn sabbatten onderhouden; want dit is een teken tussen Mij en tussen ulieden, bij uw geslachten.”
(Exodus 31:13, STV)

De sabbat was een verbondsteken tussen God en Israël.

Het Nieuwe Testament leert nergens dat dit teken is overgedragen aan de gemeente.

Daarom kan Paulus ook schrijven:

“De een acht wel den enen dag boven den anderen dag; maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd.”
(Romeinen 14:5, STV)

Als de sabbat voor christenen een bindend gebod was geweest, had Paulus dit nooit zo kunnen zeggen.

De focus van het Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament verplaatst de aandacht van religieuze kalenderdagen naar Christus Zelf.

De sabbat wees vooruit naar de rust die in Hem gevonden wordt.

“Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”
(Matthéüs 11:28, STV)

De gelovige leeft daarom niet onder een kalender van heilige dagen, maar in de vrijheid van het evangelie.

De sabbat en de Bijbelse feesten hebben een belangrijke plaats in de heilsgeschiedenis. Zij waren:

  • profetische schaduwen
  • onderwijs voor Israël
  • vooruitwijzingen naar Christus

Maar het Nieuwe Testament maakt duidelijk dat zij niet de norm zijn voor de gemeente van Christus.

Het apostelconvent weigert de wet van Mozes aan heidengelovigen op te leggen. Paulus noemt sabbatten en feestdagen schaduwen en waarschuwt tegen een terugkeer naar religieuze kalenderwetten.

De gemeente leeft niet onder de schaduw.

Zij leeft in de werkelijkheid.

En die werkelijkheid is Christus Zelf.

lees ook:

https://www.israelendebijbel.nl/nl/kennisbank-artikel/2020/11/03/Moeten-wij-ons-aan-de-Wet-van-Mozes-houden

Niet via Israël, niet via de Wet, maar via Genade alléén

De verborgenheid van de Gemeente

De Gemeente is geen Israël

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

 

 

 

 

sabbat nieuw testament uitleg
wet van mozes christenen bijbel
moeten christenen de torah houden
hebrew roots bijbels antwoord
sabbat volgens paulus
bijbelse feesten verplicht christenen
torah observance christenen kritiek
kolossenzen 2:16 sabbat uitleg
galaten 4 dagen maanden tijden jaren uitleg
handelingen 15 wet van mozes uitleg

Geverifieerd door MonsterInsights