Het Evangelie van het Koninkrijk en de Bergrede en de Gemeente

Is het Evangelie van het Koninkrijk en de Bergrede de opdracht van of aan de Gemeente?

Moet de Gemeente vandaag het Evangelie van het koninkrijk voortzetten zoals in Mattheüs 10? En is de Bergrede de directe grondwet van de Gemeente? Dit blog laat zien waarom juist hier veel evangelische verwarring ontstaat, en waarom het onderscheid tussen Israël, Koninkrijk en Gemeente onmisbaar is.

Er zijn misverstanden die zo vaak worden herhaald, dat ze haast onaantastbaar lijken. Dit is er één van: de Gemeente zou vandaag eenvoudig moeten voortzetten wat Johannes de Doper predikte, wat de twaalf in Mattheüs 10 predikten, en wat de Heere Jezus in de Bergrede uiteenzette. Alsof dat allemaal zonder meer samenvalt. Alsof er geen heilshistorisch onderscheid bestaat. Alsof Israël en de Gemeente inwisselbaar zijn. Alsof de Schrift lijnen trekt, die wij naar believen mogen verleggen.

Maar zodra men dat doet, gaat niet alleen de uitleg scheef. Dan gaat ook de prediking scheef. Dan verschuift het accent van kruis naar Koninkrijk, van Genade naar programma, van verzoening naar zichtbare invloed, van apostolische eenvoud naar religieuze invloed. Dan krijgt men een boodschap die misschien indrukwekkend klinkt, maar die niet meer zuiver op haar eigen Bijbelse fundament staat.

De vraag is dus niet of het Koninkrijk belangrijk is. Dat is het. De vraag is niet of de woorden van de Heere Jezus in de Bergrede gezag hebben. Natuurlijk hebben zij dat. De vraag is: mogen wij het evangelie van het koninkrijk en de Bergrede zonder onderscheid rechtstreeks tot de primaire opdracht van de Gemeente maken?

Het antwoord is: nee.

En dat “nee” is geen verarming van de Bijbel, maar juist een poging om de Bijbel te laten spreken zoals hij zichzelf presenteert.

evangelie van het koninkrijk, de bergrede en de gemeente

Wat is het Evangelie van het Koninkrijk?

Het Evangelie van het koninkrijk is de blijde boodschap dat de beloofde Koning aanwezig is en dat het Koninkrijk nabij gekomen is. Johannes de Doper predikt het. De Heere Jezus predikt het. De twaalf worden ermee uitgezonden.

“Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 3:2 (STV)

“Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 4:17 (STV)

“En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 10:7 (STV)

Dat is helder. Maar wie de tekst serieus neemt, moet onmiddellijk de volgende vraag stellen: tot wie klinkt deze boodschap in die fase?

Tot wie was deze prediking gericht?

Hier begint de verwarring vaak al, omdat men Mattheüs leest alsof Handelingen, de brieven en de gehele latere openbaring er al in uitgewerkt zijn. Maar dat is niet zo. De Heere Jezus zendt de twaalf in Mattheüs 10 niet uit naar de wereld in het algemeen.

“Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden, en hun bevel gegeven, zeggende: Wijkt niet af op den weg der heidenen, en gaat niet in enige stad der Samaritanen; Maar gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.” Mattheüs 10:5-6 (STV)

Dat is niet vaag. Dat is niet symbolisch. Dat is concreet. Deze prediking staat in directe verbinding met Israël, met de komst van Israëls Messias en met de aankondiging dat het Koninkrijk nabij gekomen is.

Wie dat ontkent, maakt de tekst niet dieper maar vlakker. Hij vervangt de werkelijke context door een eigen systeem.

De veelgemaakte fout in veel Evangelische prediking

De veelgemaakte fout is dat men de aardse bediening van de Heere Jezus te snel en te absoluut tot gemeentelijke blauwdruk maakt. Dan wordt alles op één hoop gegooid. Johannes de Doper, Mattheüs 10, de Bergrede, Handelingen en Paulus worden samengesmolten tot één ongedifferentieerd pakket, en vervolgens noemt men dat “Bijbels”.

Maar dat is het probleem juist: het is niet zorgvuldig genoeg Bijbels.

Dan hoort men uitspraken als:

wij moeten vandaag hetzelfde evangelie prediken als in Mattheüs 10

wij moeten nu het Koninkrijk zichtbaar manifesteren

wij moeten de wereld onder Christus’ heerschappij brengen

de Bergrede is de grondwet van de Gemeente

Maar dat  klinkt vaak meer Bijbels dan het is. Want zodra men Israël, Koninkrijk en Gemeente niet meer onderscheidt, ontstaat vroeg of laat een prediking die weliswaar vurig is, maar niet zuiver.

Wat is de centrale boodschap van de Gemeente?

Na kruis en opstanding staat de prediking in het volle licht van Christus’ volbrachte werk. Dan komt de nadruk te liggen op Zijn dood voor de zonden, Zijn begrafenis, Zijn opstanding, rechtvaardiging door geloof, vergeving van zonden en verzoening met God.

“Maar wij prediken Christus den Gekruisigde.” 1 Korinthe 1:23 (STV)

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” 1 Korinthe 2:2 (STV)

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.” 1 Korinthe 15:3-4 (STV)

Paulus noemt zijn bediening niet voor niets:

“Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, dien ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.” Handelingen 20:24 (STV)

Dáár ligt het zwaartepunt van de gemeentelijke prediking. Niet bij de vorm waarin het Koninkrijk in Mattheüs wordt aangekondigd, maar bij de gekruisigde en opgestane Christus.

Heeft de Gemeente dan niets met het Koninkrijk te maken?

Zeker wel Maar ook hier geldt dat men onderscheid moet bewaren. De Gemeente heeft wel degelijk met het Koninkrijk van God te maken. Paulus predikte ook het Koninkrijk van God.

“Predikende het Koninkrijk Gods, en lerende van den Heere Jezus Christus met alle vrijmoedigheid, onverhinderd.” Handelingen 28:31 (STV)

Maar de Gemeente spreekt over het Koninkrijk vanuit het volbrachte werk van Christus, vanuit Zijn verhoging, vanuit de openbaring die later door de apostelen is ontvouwd. Zij staat niet in exact dezelfde fase als Johannes de Doper of de twaalf in Mattheüs 10.

Dat verschil is niet klein. Dat verschil is beslissend.

Waarom dit onderscheid onmisbaar is

Waar dit onderscheid verdwijnt, gaat de prediking schuiven. Dan wordt genade ingeruild voor actie, verzoening voor invloed, kruis voor koninkrijkstaal, en hemelse hoop voor aardse ambities. Dan wordt de Gemeente niet langer gezien als een volk dat leeft uit genade en uitziet naar haar Heere, maar als een instrument dat hier en nu zichtbaar heerschappij moet vestigen.

En dan duiken meestal ook dezelfde misvormingen op: dominion-denken, triomfalisme, opgeblazen taal over doorbraak, herstel van invloed, culturele verovering en geestelijke machtsaanspraken die veel energie genereren maar weinig exegetische discipline verraden.

De Gemeente is niet geroepen om de wereld alvast ‘messiaans te ordenen’. Zij is geroepen om Christus te verkondigen.

De positie van de Gemeente is hemels

De Schrift spreekt over de Gemeente in termen die niet eenvoudig met Israëls koninkrijksverwachting mogen worden vereenzelvigd.

“Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, vóór de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde.” Efeze 1:4 (STV)

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” Efeze 2:6 (STV)

“Want onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” Filippenzen 3:20 (STV)

Dat is de taal van de Gemeente: hemelse roeping, hemelse positie, hemelse verwachting. Wie dat wegdrukt, trekt de Gemeente naar de aarde toe en vertroebelt tegelijk Gods profetische lijnen met Israël.

Zijn er dan twee of nog meer Evangeliën?

Nee, niet in de zin van twee wegen tot zaligheid. Er is maar één Zaligmaker, één offer, één grond van behoud: Jezus Christus. Niemand is ooit of zal ooit buiten Hem om behouden geworden.

Maar er is wél verschil in bediening, accent en openbaringshistorische context.

Het Evangelie van het koninkrijk legt de nadruk op de komst van de Koning, de nabijheid van het Koninkrijk en de oproep tot bekering in verband met Gods beloften aan Israël.

Het Evangelie der Genade Gods legt de nadruk op Christus gestorven voor onze zonden, Christus opgewekt, vergeving, rechtvaardiging door geloof en de roeping van de Gemeente.

Dat verschil mag niet worden gladgestreken of worden uitgewist.

Waarom Mattheüs 10 niet de zendingsblauwdruk van de Gemeente is

Mattheüs 10 is geen losse slogan die zonder meer op elke fase van Gods handelen kan worden geplakt. Het is een concrete uitzending in een concrete setting.

“Wijkt niet af op den weg der heidenen, en gaat niet in enige stad der Samaritanen; Maar gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.” Mattheüs 10:5-6 (STV)

Niemand die deze woorden laat staan zoals ze er staan, kan volhouden dat dit eenvoudig de universele, primaire formule van de Gemeente is. De prediking in Handelingen en in de brieven staat immers in het volle licht van kruis, opstanding, hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest.

Het probleem is dus niet dat men Mattheüs te letterlijk leest. Het probleem is juist dat men Mattheüs niet letterlijk genoeg wil laten staan.

En de Bergrede dan?

Hier keert exact hetzelfde probleem terug. In evangelische kring wordt de Bergrede vaak behandeld alsof zij simpelweg de directe grondwet van de Gemeente is. Men beroept zich er graag op, juist omdat zij radicaal, praktisch en indrukwekkend klinkt.

Maar ook hier moet eerst de vraag worden gesteld: in welke context spreekt de Heere hier?

De Bergrede staat in koninkrijksverband

 

De Bergrede staat in Mattheüs 5 tot en met 7. Direct daarvoor lezen we:

“Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 4:17 (STV)

En onmiddellijk daarna:

“En Jezus, de scharen ziende, is geklommen op een berg, en als Hij nedergezeten was, kwamen Zijn discipelen tot Hem.” Mattheüs 5:1 (STV)

De Bergrede komt dus niet uit de lucht vallen. Zij staat in het kader van de komst van de Koning, de nabijheid van het Koninkrijk, de confrontatie met Israël en de ontmaskering van valse gerechtigheid.

De Heere Jezus spreekt daar niet slechts als moreel leraar, maar als de Messias-Koning.

Wat doet de Bergrede?

De Bergrede is geen brave verzameling mooie spreuken. Zij is messcherp. Zij openbaart de ware gerechtigheid tegenover de uiterlijke godsdienst van schriftgeleerden en farizeeën.

“Want Ik zeg u: Tenzij dat uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan.” Mattheüs 5:20 (STV)

Dat is vernietigend voor religieuze zelftevredenheid. De Heere bouwt daar geen prettig leefstijlprogramma. Hij breekt juist de vrome schijn af.

En Hij brengt Gods eis niet naar beneden, maar naar binnen.

“Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; maar zo wie doodslaat, die zal strafbaar zijn door het gericht. Maar Ik zeg u: Zo wie ten onrechte op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht.” Mattheüs 5:21-22 (STV)

“Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult geen overspel doen. Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aanziet, om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan.” Mattheüs 5:27-28 (STV)

De Bergrede radicaliseert niet in moderne activistische zin. Zij legt bloot hoe diep Gods heilige norm reikt. Niet alleen naar daden, maar naar het hart.

De Bergrede is geen weg naar behoud

Hier gaat veel mis. De Bergrede wordt soms gebruikt als een soort test: leef jij zo, dan ben je een echte christen; leef jij zo niet, dan moet je ernstig twijfelen aan je echtheid. Op die manier wordt de Bergrede in de praktijk een nieuwe wet, een geestelijke zuurtest, een keurmerk voor ware discipelen.

Maar dat is niet haar bedoeling. De Bergrede is niet gegeven opdat zondaren zich daarlangs omhoog zouden werken tot aanneembaarheid voor God.

Integendeel, zij legt de mens juist bloot.

“Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.” Mattheüs 5:48 (STV)

Wie dit eerlijk leest, komt niet uit bij zelfvertrouwen, maar bij ontmaskering.

Is de Bergrede dan niet voor de Gemeente?

Natuurlijk is de Bergrede gezaghebbend Woord van God. Natuurlijk is zij ook voor de Gemeente leerzaam. Zij tekent het karakter dat past bij Gods Koninkrijk: ootmoed, oprechtheid, reinheid, barmhartigheid, waarachtigheid, liefde tot vijanden, afwijzing van huichelarij.

Maar dat is iets anders dan zeggen dat de Bergrede de complete leerstellige grondwet van de Gemeente is.

In de Bergrede vind je niet de uitgewerkte openbaring over de Gemeente als lichaam van Christus, niet de volle ontvouwing van de rechtvaardiging zoals Paulus die brengt, niet de leer van de vereniging met Christus in Zijn dood en opstanding, niet de verborgenheid zoals later geopenbaard.

Daarom mag de Bergrede niet worden losgemaakt van de verdere nieuwtestamentische openbaring.

Het gevaar van Evangelische Bergrede-nadruk

In veel Evangelische kringen wordt de Bergrede bewonderd, geciteerd en naar voren geschoven als de samenvatting van echt christendom. Maar vaak gebeurt dat op een scheve manier.

Soms maakt men er een sociaal programma van: wees vredestichter, wees zacht, verbeter de wereld.

Soms maakt men er een radicale discipelschapscode van: hieraan moet blijken of je werkelijk toegewijd bent.

Soms gebruikt men haar selectief en sentimenteel: wel “oordeelt niet”, maar niet de vlijmscherpe ontdekkende eisen die de hele rede doortrekken.

Dan wordt de Bergrede ingezet, maar niet werkelijk recht gedaan.

Hoe moet de Gemeente de Bergrede lezen?

Zo moet het worden samengevat: de Bergrede is niet primair de leerstellige grondwet van de Gemeente, maar zij is wel heilig onderwijs van de Koning in koninkrijksverband, waarin de ware gerechtigheid van Gods Koninkrijk wordt afgebeeld en de schijnvroomheid van de natuurlijke mens aan de kaak wordt gesteld en wordt ontmaskerd.

Voor de Gemeente is zij daarom geen vervanging van het Evangelie der Genade Gods, geen nieuwe wet en geen geïsoleerde totaalformule voor alle leer. Maar zij blijft wel een scherp, heilig en ontdekkend woord van Christus.

Wat moet de Gemeente dan wél doen?

De Gemeente moet de Heer navolgen in gehoorzaamheid, liefde, heiligheid, trouw en getuigenis. Zij moet oproepen tot bekering en geloof. Zij moet spreken over het Koninkrijk van God. Zij moet luisteren naar het onderwijs van Christus, ook in de Bergrede.

Maar boven alles moet zij Christus prediken in het volle licht van Zijn kruis en opstanding.

Niet: wij gaan het Koninkrijk nu zichtbaar vestigen.

Niet: de Bergrede is onze nieuwe wet.

Niet: de echtheid van het geloof hangt af van hoe radicaal wij Mattheüs 5–7 “uitvoeren”.

Wel: wij prediken Christus.

Het Evangelie van het koninkrijk is in de Evangeliën niet primair de specifieke boodschap die als zodanig één op één aan de Gemeente is toevertrouwd. Het staat allereerst in verband met de komst van de Messias voor Israël en met de aankondiging dat het Koninkrijk nabij gekomen was.

De Bergrede is niet simpelweg de grondwet van de Gemeente. Zij is heilig onderwijs van de Koning in koninkrijksverband, waarin Gods ware gerechtigheid wordt getekend en menselijke schijnvroomheid wordt ontmaskerd.

De primaire prediking van de Gemeente is die van de gekruisigde en opgestane Christus, het Evangelie der Genade Gods.

Wie dat onderscheid bewaart, doet recht aan de Schrift.

Wie het uitwist, eindigt in verwarring.

En verwarring in de prediking blijft nooit zonder gevolgen. Dan vervaagt het zicht op Israël. Dan vervormt het zicht op de Gemeente. Dan verschuift het middelpunt van Christus’ volbrachte werk naar koninkrijksretoriek, morele druk of religieus activisme dat veel lawaai maakt, maar weinig licht en richting geeft.

Laten we daar helder over zijn: een prediking die luid “Koninkrijk” roept maar het kruis naar de achtergrond schuift, is niet rijker maar armer. En een prediking die de Bergrede als geestelijke zweep gebruikt, zonder haar plaats in Gods openbaring te respecteren, is niet radicaler maar onzuiverder.

De Gemeente is niet geroepen om de beloften aan Israël op te slokken. Zij is niet geroepen om met grote woorden een zichtbare heerschappij te claimen die de Schrift aan de wederkomst van Christus verbindt. Zij is ook niet geroepen om een nieuw wettisch christendom te bouwen onder het vaandel van de Bergrede.

Zij is geroepen om nu, in deze tegenwoordige eeuw, trouw te zijn aan de Heer, Zijn Evangelie te verkondigen, Zijn smaadheid te dragen en de hoop te richten op Hem Die komt.

Wie daarom vandaag zonder onderscheid roept dat de Gemeente simpelweg het Evangelie van het koninkrijk moet voortzetten en de Bergrede als directe grondwet moet uitvoeren, bewijst de Schrift geen dienst. Hij maakt de scherpe lijnen wazig. Hij verwart wat onderscheiden moet worden. En hij zadelt gelovigen op met een boodschap die wellicht opwindt, maar niet noodzakelijk zuiver is.

Lees Mattheüs eerlijk. Lees Handelingen zorgvuldig. Lees Paulus nauwkeurig. En laat niemand u wijsmaken dat geestelijke diepgang begint waar het onderscheid in Gods Woord wordt weggepoetst.

Diepgang begint juist waar men buigt voor de tekst, ook wanneer die onze geliefde schema’s corrigeert.

Het Evangelie der Genade Gods is geen verarming van de boodschap. Het is de schitterende openbaring van Christus’ volbrachte werk voor verloren zondaren. Wie dat centrum bewaart, bewaart het hart van de prediking.

En wie dat centrum vervangt door opgeblazen taal over Koninkrijk, radicaliteit, invloed en heerschappij, loopt groot gevaar een scheefgetrokken evangelie over te houden.

Niet iedere boodschap die naar Koninkrijk klinkt, is daarom zuiver. En niet iedere preek of studie die met de Bergrede zwaait, is daarom geestelijk diep.

Waar het kruis zijn centrale plaats verliest en waar het Schriftuurlijke onderscheid verdwijnt, blijft uiteindelijk geen verdiept vangelie over, maar een vervormd evangelie.

Zie ook ;

De Bergrede de principes voor het Koninkrijk – Bijbelse basis

De Bergrede is geen wet voor de christen – Bijbelse basis

extern:

De Bergrede – Alleen Geloof – Sylvia Arlar-Simonse

 

 

Terug naar sabbat en feesten? Het antwoord van Paulus en Handelingen 15

Terug naar sabbat en feesten? Het Nieuwe Testament zegt iets anders

Waarom Sabbat en Bijbelse feestdagen weer populair worden

Moeten christenen de Sabbat houden en de Bijbelse feestdagen vieren? Het Nieuwe Testament geeft daar een verrassend duidelijk antwoord op.

In steeds meer christelijke kringen klinkt de oproep om terug te keren naar de Sabbat en de Bijbelse feestdagen. Men zegt dat deze door God zelf zijn ingesteld en dat Christenen daarom eigenlijk weer zouden moeten leven volgens deze kalender.

Dat klinkt best vroom. Wie kan er immers tegen “Bijbelse feesten” zijn?

Maar zodra we het Nieuwe Testament serieus nemen, ontstaat er een probleem. Want juist het Nieuwe Testament — en vooral de brieven van Paulus — verzetten zich scherp tegen het opnieuw opleggen van zulke voorschriften.

SCHADUW of CHRISTUS?

Het probleem bestond al in de eerste gemeente

De discussie die vandaag terugkeert, bestond al in de eerste eeuw.

Sommige gelovigen uit het Jodendom begonnen namelijk te leren dat heidenchristenen ook de wet van Mozes moesten gaan houden.

“En sommigen, die afgekomen waren van Judea, leerden de broeders, zeggende: Indien gij niet besneden wordt naar de wijze van Mozes, zo kunt gij niet zalig worden.”
(Handelingen 15:1, STV)

Dat was geen klein verschil van mening. Het ging om een fundamentele vraag:

Moeten christenen uit de heidenen onder de wet van Mozes leven?

Als het antwoord ja was, betekende dat automatisch:

  • besnijdenis
  • sabbat
  • Joodse feestdagen
  • voedselwetten

Het hele systeem van de Torah. Geen ‘pick and choose’.

Het apostelconvent in Handelingen 15

Daarom komen de apostelen en oudsten samen in Jeruzalem. Wat daar besloten wordt is cruciaal voor het hele christendom.

Petrus neemt het woord en zegt:

“Nu dan, wat verzoekt gij God, om een juk op den hals der discipelen te leggen, hetwelk noch onze vaders, noch wij hebben kunnen dragen?”
(Handelingen 15:10, STV)

Let op dat woord: juk.

Volgens Petrus zou het opleggen van de wet aan heidenchristenen betekenen dat men hen onder een religieus systeem plaatst dat zelfs Israël nooit heeft kunnen dragen.

Daarom zegt hij vervolgens:

“Maar wij geloven door de genade van den Heere Jezus Christus zalig te worden, op zulke wijze als ook zij.”
(Handelingen 15:11, STV)

Niet door wetsonderhouding.
Maar door Genade.

Waarom de apostelen de wet niet oplegden aan heidenen

De conclusie van het apostelconvent is glashelder.

“Daarom oordeel ik, dat men degenen uit de heidenen, die zich tot God bekeren, niet beroere.”
(Handelingen 15:19, STV)

En in de brief aan de gemeenten staat:

“Het heeft den Heiligen Geest en ons goed gedacht, ulieden geen meerderen last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen.”
(Handelingen 15:28, STV)

Opvallend is wat er niet wordt opgelegd.

Niet:

  • besnijdenis
  • sabbat
  • Joodse feestdagen
  • de wet van Mozes

Als deze dingen essentieel waren geweest voor christenen, dan was dit precies het moment geweest om ze verplicht te stellen.

Maar dát gebeurt niet.

Kolossenzen 2: sabbatten zijn een schaduw

Paulus sluit volledig aan bij deze beslissing.

Hij schrijft:

“Dat u dan niemand oordele in spijs of in drank, of in het stuk des feestdags, of der nieuwe maan, of der sabbatten; Welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus.”
(Colossenzen 2:16–17, STV)

De termen die Paulus noemt zijn precies de onderdelen van de Joodse kalender:

  • voedselwetten
  • feestdagen
  • nieuwe maan
  • sabbatten

En Paulus noemt ze een schaduw.

Een schaduw heeft een functie: zij wijst vooruit naar iets dat komt. Maar zodra de werkelijkheid verschijnt, wordt de schaduw niet meer het centrum.

Die werkelijkheid is Christus.

Galaten 4: terug naar religieuze kalenderwetten

In Galaten gaat Paulus nog verder.

“Maar nu, God kennende, ja veelmeer van God gekend zijnde, hoe keert gij u wederom tot de zwakke en arme eerste beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen?
Gij onderhoudt dagen, en maanden, en tijden, en jaren.”
(Galaten 4:9–10, STV)

Paulus beschrijft hier precies wat vandaag opnieuw populair wordt:

  • religieuze kalender
  • heilige dagen
  • vaste tijden en feesten

En zijn oordeel is scherp.

Het is geen geestelijke verdieping, maar een terugkeer naar “zwakke en arme beginselen”.

De sabbat als teken voor Israël

In het Oude Testament had de sabbat een duidelijke functie.

“Gij dan, spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Gij zult evenwel Mijn sabbatten onderhouden; want dit is een teken tussen Mij en tussen ulieden, bij uw geslachten.”
(Exodus 31:13, STV)

De sabbat was een verbondsteken tussen God en Israël.

Het Nieuwe Testament leert nergens dat dit teken is overgedragen aan de gemeente.

Daarom kan Paulus ook schrijven:

“De een acht wel den enen dag boven den anderen dag; maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd.”
(Romeinen 14:5, STV)

Als de sabbat voor christenen een bindend gebod was geweest, had Paulus dit nooit zo kunnen zeggen.

De focus van het Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament verplaatst de aandacht van religieuze kalenderdagen naar Christus Zelf.

De sabbat wees vooruit naar de rust die in Hem gevonden wordt.

“Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”
(Matthéüs 11:28, STV)

De gelovige leeft daarom niet onder een kalender van heilige dagen, maar in de vrijheid van het evangelie.

De sabbat en de Bijbelse feesten hebben een belangrijke plaats in de heilsgeschiedenis. Zij waren:

  • profetische schaduwen
  • onderwijs voor Israël
  • vooruitwijzingen naar Christus

Maar het Nieuwe Testament maakt duidelijk dat zij niet de norm zijn voor de gemeente van Christus.

Het apostelconvent weigert de wet van Mozes aan heidengelovigen op te leggen. Paulus noemt sabbatten en feestdagen schaduwen en waarschuwt tegen een terugkeer naar religieuze kalenderwetten.

De gemeente leeft niet onder de schaduw.

Zij leeft in de werkelijkheid.

En die werkelijkheid is Christus Zelf.

lees ook:

https://www.israelendebijbel.nl/nl/kennisbank-artikel/2020/11/03/Moeten-wij-ons-aan-de-Wet-van-Mozes-houden

Niet via Israël, niet via de Wet, maar via Genade alléén

De verborgenheid van de Gemeente

De Gemeente is geen Israël

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

 

 

 

 

sabbat nieuw testament uitleg
wet van mozes christenen bijbel
moeten christenen de torah houden
hebrew roots bijbels antwoord
sabbat volgens paulus
bijbelse feesten verplicht christenen
torah observance christenen kritiek
kolossenzen 2:16 sabbat uitleg
galaten 4 dagen maanden tijden jaren uitleg
handelingen 15 wet van mozes uitleg

De verborgenheid van de Gemeente

Waarom dit onderscheid vaak niet meer wordt gezien

Wie de brieven van Paulus zorgvuldig leest, ontdekt dat de Gemeente een verborgenheid (geheimenis) wordt genoemd. Dat betekent niet dat zij geheimzinnig of mystiek is, maar dat zij vroeger verborgen was en later door God geopenbaard werd.

Dit punt is beslissend voor het begrijpen van Gods heilsplan. Veel verwarring in het christendom ontstaat doordat men deze verborgenheid niet meer onderscheidt van Gods plan met Israël.

In dit artikel zet ik de belangrijkste lijnen uit de Schrift overzichtelijk naast elkaar.

Wat betekent “verborgenheid” in de Bijbel?

In het Nieuwe Testament betekent een verborgenheid een waarheid die voorheen niet geopenbaard was, maar nu bekendgemaakt wordt.

Paulus schrijft:

“Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid.”
— Efeze 3:2-3 (STV)

En verder:

“…de bedeling der verborgenheid, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God.”
— Efeze 3:9 (STV)

Het gaat dus om een onderdeel van Gods plan dat niet zichtbaar was in de oudtestamentische profetieën.

Wat de profeten wél zagen

De oudtestamentische profeten zagen vooral twee grote gebeurtenissen:

  • het lijden van de Messias
  • de heerlijkheid van Zijn Koninkrijk

Petrus beschrijft dit:

“Onderzoekende op welken of hoedanigen tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en tevoren getuigde het lijden dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna.”
— 1 Petrus 1:11 (STV)

Wat zij niet zagen, was de periode tussen deze twee gebeurtenissen.

Dáár ligt de verborgenheid.

De verborgen tussenperiode

Tussen het lijden van Christus en de openbaring van Zijn Koninkrijk ligt een periode waarin God iets nieuws doet.

Jakobus zegt hierover:

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen voor Zijn Naam.”
— Handelingen 15:14 (STV)

God verzamelt dus nu een volk uit alle volken. Dat volk is de Gemeente.

De verborgenheid van de Gemeente

De kern van deze verborgenheid is dat Joden en heidenen samen één lichaam vormen in Christus.

Paulus schrijft:

“Dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie.”
— Efeze 3:6 (STV)

Dit was nieuw.

In het Oude Testament waren de heidenen buiten het verbond, maar nu worden zij gelijkgesteld met gelovigen uit Israël.

Christus woont in de gelovigen

Een tweede component van deze verborgenheid is de inwonende Christus.

“De verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen; Aan welke God heeft willen bekendmaken welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus in u, de hoop der heerlijkheid.”
— Kolossenzen 1:26-27 (STV)

Dit betekent dat Christus niet alleen voor ons gestorven is, maar ook in ons leeft.

De Gemeente als lichaam van Christus

Paulus gebruikt voor de Gemeente vooral één beeld: een lichaam.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is.”
— Efeze 1:22-23 (STV)

En:

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.”
— Efeze 5:30 (STV)

Dit beeld benadrukt een levende eenheid tussen Christus en de gelovigen.

Christus is het Hoofd, de gelovigen vormen Zijn lichaam.

De Here Jezus predikte tijdens Zijn aardse bediening nog niet de Gemeente

Tijdens Zijn aardse bediening richtte Jezus zich in de eerste plaats tot Israël.

Hij zegt:

“Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.”
— Mattheüs 15:24 (STV)

Toen Hij de twaalf uitzond gaf Hij dezelfde opdracht:

“Gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.”
— Mattheüs 10:6 (STV)

Hun boodschap was:

“Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.”
— Mattheüs 10:7 (STV)

De Gemeente werd pas later geopenbaard.

De Gemeente zou nog gebouwd worden

Jezus zegt:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen.”
— Mattheüs 16:18 (STV)

Let op het woord zal.

De Gemeente bestond toen nog niet. Zij zou pas ontstaan na kruis, opstanding en Pinksteren.

De verborgenheden van het Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament noemt meerdere verborgenheden:

  • de verborgen vorm van het Koninkrijk
  • de tijdelijke verharding van Israël
  • de Gemeente als lichaam van Christus
  • Christus in de gelovigen
  • de opname van de Gemeente
  • de verborgen werking van de ongerechtigheid
  • Gods plan om alles onder Christus samen te brengen

Deze verborgenheden beschrijven samen de huidige bedeling van Gods genade.

Israël en de Gemeente zijn niet hetzelfde

De Schrift maakt onderscheid tussen beide.

Israël:

  • een volk
  • aardse beloften
  • land en koninkrijk
  • herstel in de toekomst

De Gemeente:

  • lichaam van Christus
  • hemelse roeping
  • samengesteld uit alle volken
  • verbonden met Christus in de hemel

De kwestie van de bruid

In sommige christelijke tradities wordt de Gemeente, min of meer vanzelfsprekend, de bruid van Christus genoemd. Toch is dit niet het hoofdbeeld dat de apostelen gebruiken.

Paulus spreekt steeds over:

  • het lichaam van Christus
  • Christus als Hoofd

Daarnaast beschrijft het Oude Testament Israël juist vaak als de vrouw van de HEERE.

Bijvoorbeeld:

“Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam.”
— Jesaja 54:5 (STV)

In Openbaring wordt de bruid verbonden met het nieuwe Jeruzalem.

“Kom herwaarts, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams.”
— Openbaring 21:9 (STV)

“En hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem.”
— Openbaring 21:10 (STV)

Daarom is het belangrijk om beelden uit de Schrift niet door elkaar te halen.

De kern van de verborgenheid

De verborgenheid van de Gemeente betekent dat God in deze tijd:

  • een volk verzamelt uit alle volken
  • dat volk verenigt met Christus
  • en hen een hemelse roeping geeft

Paulus noemt deze tijd daarom:

“de bedeling der genade Gods.”
— Efeze 3:2 (STV)

De Gemeente is géén voortzetting van Israël en ook géén vervanging van Israël. Zij is een verborgen werk van God, geopenbaard na de komst van Christus.

Wanneer dit onderscheid wordt losgelaten, ontstaan vrijwel automatisch verwarringen:

  • profetieën worden verkeerd toegepast
  • Israël en de Gemeente worden vermengd
  • het koninkrijk wordt vergeestelijkt

Maar wanneer het onderscheid wél wordt gezien, ontstaat een helder overzicht van Gods plan:

eerst
de komst van de Messias

nu
de verborgen periode van de Gemeente

en straks
de openbaring van Christus en het herstel van Israël.

Dát is de verborgenheid die Paulus mocht bekendmaken.

Geverifieerd door MonsterInsights