Onlangs hoorde ik een spreker zeggen dat Christus alleen de vloek van de wet heeft weggenomen, terwijl de wet zelf zou blijven gelden als norm voor het christelijk leven. Die uitspraak bleef bij mij hangen, niet omdat die nieuw is, maar omdat deze wordt gebruikt zonder getoetst te worden aan wat Paulus hierover zegt.
Wanneer men de brieven van Paulus leest, blijkt deze opvatting niet houdbaar.
De vloek losmaken van de wet?
De redenering luidt meestal ongeveer zo:
“Christus droeg de straf van de wet, maar de wet zelf blijft een goede en geldige leefregel.”
Dat klinkt evenwichtig, maar het veronderstelt een scheiding die Paulus zelf niet maakt. Paulus schrijft:
Galaten 3:13
Christus heeft ons verlost van den vloek der wet.
Dat is waar — maar dit vers staat niet op zichzelf. Paulus gebruikt het als onderdeel van een betoog, niet als eindpunt.
De wet als tijdelijke orde
Enkele verzen later zegt hij:
Galaten 3:24
Zo dan, de wet is onze tuchtmeester (Grieks: pedagoog of opvoeder) geweest tot Christus.
En hij voegt daaraan toe:
Galaten 3:25
Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester.
De wet wordt niet beschreven als een blijvende norm zonder sanctie, maar als een tijdelijke opvoeder met een duidelijk eindpunt.
Als alleen de vloek was weggenomen, had Paulus moeten zeggen dat de tuchtmeester blijft, maar zijn roede heeft neergelegd. Dat zegt hij niet. Hij zegt dat wij niet meer onder hem zijn.
In de Romeinenbrief laat Paulus geen ruimte voor nuance. Nog duidelijker zegt hij daar:
Romeinen 7:6
Maar nu zijn wij van de wet vrijgemaakt, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren.
Hier gaat het niet over straf, maar over binding. Men sterft niet aan een vloek, maar vanwege een rechtsverhouding. Paulus zegt niet dat de wet haar kracht verloren heeft, maar dat de gelovige voor haar gestorven is. Dat is juridisch taalgebruik. En het is definitief.
De vloek is geen los element
De gedachte dat de vloek kan worden weggenomen terwijl de wet blijft functioneren, veronderstelt dat de vloek iets bijkomstigs is. Paulus zegt het tegenovergestelde:
Galaten 3:10
Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.
De vloek is geen extra sanctie, maar het onvermijdelijke gevolg van onder de wet staan. De wet eist volkomen gehoorzaamheid; en waar die ontbreekt, volgt de vloek.
Wie zegt dat de wet blijft maar de vloek verdwenen is, laat een systeem staan dat alleen kan eisen, maar niet meer kan oordelen. Dat is geen bijbels evenwicht, maar een innerlijke tegenspraak. Onhoudbaar
Christus is het einde (doel) der wet
Paulus vat zijn betoog samen in een enkele zin:
Romeinen 10:4
Want Christus is het einde der wet tot rechtvaardigheid voor een iegelijk, die gelooft.
Niet het einde van de straf. Niet het einde van het misbruik. Maar het einde van de wet als weg tot gerechtigheid.
Dat is geen nuance verschil, maar een principiële breuk.
Gevolgen voor het christelijk leven
De leer dat alleen de vloek is weggenomen, laat de christen feitelijk onder de wet staan, alleen zonder veroordeling. In de praktijk betekent dat:
- voortdurende druk
- onzekerheid over vrijheid
- een verschuiving van Christus naar normering
Daarom waarschuwt Paulus:
Galaten 5:1
Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.
Waartoe vrijgemaakt?
Romeinen 7:4
Zo dan, mijne broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.
Tot Slot
Paulus leert niet dat Christus de vloek heeft weggenomen zodat de wet veilig kan blijven staan. Hij leert dat de gelovige voor de wet gestorven is, omdat Christus haar doel heeft vervuld en haar functie heeft beëindigd.
Niet de wet regeert het leven van de christen. Niet eens een wet zonder vloek.
Christus, Hij alleen.