Christus bouwt Zijn Gemeente, niet wij Zijn Koninkrijk
Het Koninkrijk van Christus bestaat nu, maar is in onze tijd nog verborgen. De gemeente bouwt dat Koninkrijk niet; Christus bouwt Zijn Gemeente. De taak van de gelovige is niet om het Koninkrijk zichtbaar te maken, of uit te bouwen maar om Christus te verkondigen, de gemeente op te bouwen en de Heer uit de hemel te verwachten. Op Gods tijd zal het Koninkrijk openbaar worden bij de komst en heerschappij van de Koning.
“Laten we samen bouwen aan Gods Koninkrijk.”
Het klinkt activerend, enthousiasmerend, gemeentelijk. Ik las het deze week weer eens in een oproep tot eensgezindheid
Iedereen doet mee, iedereen draagt zijn steentje bij, iedereen bouwt aan iets groots. Is waarschijnlijk de onderliggende gedachte.
En toch moet ook nu weer de Bijbel open. Want niet alles wat mooi klinkt, is Bijbels verantwoord..
De vraag is hier niet of mensen het goed bedoelen. Dat zal vaak best zo zijn.
De vraag is: wie bouwt volgens de Schrift het Koninkrijk?
En daar wordt het spannend. Want de Bijbel zegt nergens dat de gemeente het Koninkrijk bouwt. De Bijbel zegt dat Christus Zijn Gemeente bouwt.
“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” Matthéüs 16:18 (STV)
Dat is geen detail. Dat is een leerstellig anker.
Christus zegt niet:
“Jullie zullen Mijn Koninkrijk bouwen.”
Hij zegt:
“Ik zal Mijn Gemeente bouwen.”
Daar zit het onderscheid.

Het Koninkrijk is er al
Sommigen reageren op kritiek op “bouwen aan Gods Koninkrijk” alsof je daarmee zou ontkennen dat Christus nu Koning is. Maar dat is niet het geval. Integendeel.
Christus is opgestaan. Christus is verhoogd. Christus zit aan de rechterhand Gods. Hij heeft alle macht ontvangen. Zijn Koninkrijk is geen toekomstfantasie alsof er nu nog niets bestaat.
Het Koninkrijk van Christus bestaat. Alleen: het is in onze tijd nog niet openbaar op aarde in de vorm waarin de profeten daarover spreken.
Dat onderscheid is wezenlijk.
Het Koninkrijk van Christus is officieel aangevangen bij de opstanding en verhoging van Christus, maar in onze tegenwoordige tijd, de bedeling der genade is het Koninkrijk verborgen; in de bedeling van de volheid der tijden wordt het geopenbaard; en in de bedeling van het Koninkrijk is het openbaar.
Daar ligt de sleutel.
Niet: er is nu geen Koninkrijk.
Ook niet: wij bouwen het nu, maken het zichtbaar op aarde.
Maar: het Koninkrijk bestaat nu, verborgen in Christus, en zal op Gods tijd openbaar worden.
Christus zal Koning zijn, maar Zijn Koninkrijk is nu verborgen
Toen Pilatus aan de Heere Jezus vroeg of Hij een Koning was, ontkende Christus Zijn koningschap niet. Maar Hij plaatste het in het juiste kader.
“Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” Johannes 18:36 (STV)
Let op: Hij zegt niet: “Ik heb geen Koninkrijk.”
Hij zegt: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.”
Daar zit een wereld van verschil tussen.
Christus heeft een Koninkrijk. Maar het heeft nu niet zijn oorsprong, karakter en openbaring uit deze wereldorde. Het is niet afhankelijk van menselijke macht, kerkelijke invloed, politieke dominantie, culturele herovering of religieuze strategie.
Het is verborgen omdat de Koning Zelf verborgen is in de hemel.
“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” Kolossenzen 3:1 (STV)
De Koning is niet afwezig in macht. Maar Hij is wel verborgen voor het oog van de wereld. En daarom is ook Zijn Koninkrijk in deze tijd verborgen.
De gemeente bouwt niet het Koninkrijk
De gemeente heeft een heerlijke roeping. Maar juist daarom moeten we haar geen taak geven die de Schrift haar niet geeft.
De gemeente getuigt.
De gemeente verkondigt het Evangelie.
De gemeente wandelt waardiglijk de roeping waarmee zij geroepen is.
De gemeente schijnt als licht in een donkere wereld.
De gemeente verwacht Christus.
Maar de gemeente bouwt niet het Koninkrijk.
Dat klinkt misschien bijna passief in een tijd die verslaafd is aan maakbaarheid. Maar het is juist bevrijdend. Want het haalt de last van onze schouders en legt de eer terug waar deze hoort: bij Christus.
Hij bouwt Zijn Gemeente.
Niet onze programma’s.
Niet onze visiedocumenten.
Niet onze kerkelijke groeimodellen.
Niet onze maatschappelijke invloed.
Niet onze “impact”.
Christus bouwt.
En wat doet God ondertussen? Hij verzamelt uit de heidenen een volk voor Zijn Naam.
“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” Handelingen 15:14 (STV)
Dat is het kemerk van deze tijd. Niet de wereld ‘christelijk’maken. Niet het Koninkrijk zichtbaar maken. Niet de aarde stap voor stap onder kerkelijke heerschappij brengen. Maar God roept een volk uit voor Zijn Naam.
Dat volk is de Gemeente.
Het herstel van het Koninkrijk is Gods werk
Wanneer de Schrift spreekt over het herstel van de vervallen hut van David, wordt dat niet als opdracht aan de gemeente gegeven. Het is Gods eigen handelen.
“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen de tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” Handelingen 15:16 (STV)
Let op die woorden: “Ik zal.”
Niet: “de gemeente zal.”
Niet: “de kerk zal.”
Niet: “apostelen en profeten van de eindtijd zullen.”
Niet: “wij bouwen samen.”
God zegt:
“Ik zal weder opbouwen.”
Dat is een frontale botsing met veel modern kerkjargon. Vooral met taal die leunt op Kingdom Now, dominion-denken, NAR-retoriek en de gedachte dat de kerk ‘het Koninkrijk zichtbaar moet maken op aarde’.
Het klinkt allemaal geestelijk krachtig, maar het schuift ongemerkt op van verwachting naar maakbaarheid. Van Christus’ werk naar mensenwerk. Van de komende openbaring naar een religieus bouwproject.
“Bouwen aan Gods Koninkrijk” klinkt mooier dan het is
Natuurlijk bedoelen veel christenen met die zin eenvoudig: samen dienen, getuigen, liefde bewijzen, trouw zijn in de gemeente. In die alledaagse, losse betekenis hoeft niemand meteen als ketter te worden weggezet.
Maar taal vormt en stuurt denken.
Wanneer een gemeente voortdurend zegt dat wij “bouwen aan Gods Koninkrijk”, dan sluipt er gemakkelijk een verkeerde gedachte binnen: alsof Gods Koninkrijk afhankelijk is van onze inzet. Alsof wij de bouwers zijn. Alsof Christus wacht tot wij genoeg stenen hebben aangedragen.
Dat is nadrukkelijk niet de taal van het Nieuwe Testament.
Het Nieuwe Testament zegt dat wij medearbeiders zijn in de dienst, maar niet dat wij het Koninkrijk als project bouwen. Paulus spreekt over arbeid, prediking, planting, watering, stichting van de gemeente. Maar de groei is van God.
“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.” 1 Korinthe 3:6 (STV)
Dat is de goede verhouding.
Wij zijn dienaren.
God geeft de wasdom.
Christus bouwt Zijn Gemeente.
God openbaart Zijn Koninkrijk.
Het Koninkrijk wordt openbaar op Gods tijd
Het verborgen karakter van het Koninkrijk betekent niet dat het altijd verborgen blijft. Integendeel. De Schrift wijst vooruit naar de dag waarop Christus’ heerschappij openbaar zal worden.
“En de HEERE zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de HEERE één zijn, en Zijn Naam één.” Zacharia 14:9 (STV)
Dat is geen vaag geestelijk beeld voor kerkelijke invloed. Dat is de toekomstige openbaring van de Koning en Zijn heerschappij.
Ook het boek Openbaring spreekt over het moment waarop het Koninkrijk zichtbaar en publiek aan Christus wordt toegeschreven:
“En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.” Openbaring 11:15 (STV)
Daar ligt de hoop. Niet in menselijke opbouw van onderaf, maar in Goddelijke openbaring van bovenaf.
Het Koninkrijk komt niet doordat de kerk de wereld verovert. Het Koninkrijk wordt openbaar wanneer de Koning komt.
Het gevaar van Kingdom Now-denken
Het moderne christendom heeft een sterke neiging om alles naar het hier en nu te trekken. De beloften aan Israël worden op de kerk geplakt. De profetieën over het komende Koninkrijk worden vergeestelijkt. De toekomst wordt ingeruild voor activisme. En de verwachting van Christus’ komst wordt vervangen door de opdracht om de wereld te transformeren.
Dan krijg je zinnen als:
“Wij brengen het Koninkrijk.”
“Wij bouwen het Koninkrijk.”
“Wij maken het Koninkrijk zichtbaar.”
“Wij vestigen Gods heerschappij op aarde.”
“Wij nemen de zeven bergen van de samenleving in.”
Dat klinkt strijdbaar. Maar het is leerstellig gevaarlijk.
Want de gemeente wordt dan niet meer gezien als een hemels volk dat haar Heere verwacht, maar als een religieuze bouwploeg die op aarde moet realiseren wat God pas bij de openbaring van Christus zal doen.
Dat is geen Bijbelse hoop. Dat is maakbaarheid met een Bijbels vernislaagje.
De gemeente verwacht het Hoofd
De Bijbelse houding van de gemeente is niet: wij bouwen het Koninkrijk totdat of zodat Christus kan terugkomen.
De Bijbelse houding is: wij dienen, getuigen en verwachten Hem Die komt.
“Want onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” Filippenzen 3:20 (STV)
Dat is de positie van de gelovige. Niet geworteld in aardse koninkrijksbouw, maar gericht op de hemel, waar Christus is.
En juist dat maakt de gemeente niet passief, maar zuiver. Zij hoeft geen koninkrijk te bouwen. Zij mag Christus verkondigen. Zij hoeft de wereld niet te veroveren. Zij mag het Woord bewaren. Zij hoeft geen heerschappij te grijpen. Zij mag lijden, dienen, volharden en uitzien.
Dat is veel minder indrukwekkend voor religieuze reclametaal. Maar het is Bijbels.
Wat dan wel?
In plaats van “wij bouwen aan Gods Koninkrijk” kunnen we beter Bijbels spreken.
We dienen de Heer.
We bouwen elkaar op in het geloof.
We verkondigen het Evangelie.
We arbeiden in de gemeente.
We getuigen van Christus.
We verwachten Zijn komst.
We leven tot eer van God.
Dat is rijk genoeg. Daar hoeft geen ophitsende koninkrijksretoriek overheen.
Want zodra wij zeggen dat wij het Koninkrijk bouwen, pakken we woorden die de Schrift veel nauwkeuriger gebruikt.
Christus bouwt Zijn Gemeente.
God vergadert een volk voor Zijn Naam.
De Koning bezit het Koninkrijk.
Het Koninkrijk is nu verborgen.
Op Gods tijd wordt het openbaar.
De gemeente is niet geroepen om het Koninkrijk te bouwen, maar om Christus te belijden, het Evangelie te verkondigen en de Heer uit de hemel te verwachten.
Het Koninkrijk bestaat nu werkelijk, want Christus is opgestaan en uitermate verhoogd. Maar het is vooralsnog verborgen, omdat de Koning Zelf verborgen is in de hemel. Straks zal God het openbaar maken, niet als resultaat van menselijke bouwdrift, maar door de verschijning van de Koning Zelf.
Dus nee: wij bouwen Gods Koninkrijk niet.
Christus bouwt Zijn Gemeente.
En God zal Zijn Koninkrijk openbaar maken op Zijn tijd.
Lees ook:
Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente
Extern:
https://www.vlichthus.nl/wp-content/uploads/2025/01/SAS-Het-Eeuwige-Koninkrijk.pdf
https://www.vlichthus.nl/de-wederkomst-van-de-here-jezus-christus/

