De verborgenheid in de Bijbel

De sleutel die veel christenen zijn kwijtgeraakt

De verborgenheid in de Bijbel is geen bijzaak

Verwarring onder Christenen ontstaat niet doordat men de Bijbel openlijk afwijst, maar doordat men verschillende delen van de Schrift zonder onderscheid op één hoop gooit.

Beloften aan Israël worden toegepast op de Gemeente. De prediking van de Here Jezus tijdens Zijn aardse omwandeling wordt rechtstreeks gelijkgesteld aan de bediening van Paulus. Het Koninkrijk wordt verward met de Gemeente. Wet en genade lopen door elkaar.

Het gevolg is een evangelie vol innerlijke tegenstrijdigheden.

De sleutel die deze knoop ontwart, is wat de apostel Paulus noemt:

De verborgenheid.
Verborgenheid in de Bijbel

Wat betekent de verborgenheid in de Bijbel?

Het woord verborgenheid klinkt voor velen mystiek of geheimzinnig. In de Schrift betekent het iets anders.

Een verborgenheid is een waarheid die in Gods raadsplan besloten lag, maar gedurende eerdere eeuwen niet openbaar was gemaakt. Op Gods tijd werd die waarheid bekendgemaakt.

Paulus schrijft:

“Dat Hij mij door openbaring heeft bekendgemaakt deze verborgenheid.”
Efeze 3:3 (STV)

De verborgenheid was dus niet het resultaat van menselijke studie, religieuze ontwikkeling of filosofische ontdekking. Zij werd door God geopenbaard.

Dat maakt Paulus niet belangrijker dan de andere apostelen, maar zijn bediening was wel uniek.

Waarom sprak de Here Jezus tijdens Zijn aardse bediening niet openlijk over de Gemeente?

Hier ontstaat vaak weerstand.

Men redeneert: de Here Jezus heeft toch alles geleerd wat wij moeten weten?

Maar de Schrift zegt iets anders.

Tijdens Zijn aardse bediening was de Here Jezus in de eerste plaats gezonden tot Israël. Hij zei:

“Ik ben niet gezonden dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.”
Mattheüs 15:24 (STV)

Zijn prediking stond in het teken van het beloofde Koninkrijk, de bekering van Israël en de vervulling van de profetieën.

Daarom sprak Hij veel over:

  • het Koninkrijk der hemelen;
  • de troon van David;
  • de komst van de Messias;
  • het oordeel over Israël;
  • de toekomstige wederkomst.

De Gemeente als het Lichaam van Christus werd tijdens Zijn aardse omwandeling nog niet volledig geopenbaard.

Dat was geen tekort in Zijn prediking. Het hoorde bij Gods orde van openbaring.

Paulus en de openbaring van de verborgenheid

Paulus ontving een bijzondere opdracht.

Hij noemt zichzelf dienaar van het Evangelie onder de heidenen en rentmeester van de genade Gods.

“Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u.”
Efeze 3:2 (STV)

En verder:

“En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God.”
Efeze 3:9 (STV)

Paulus spreekt dus niet slechts over vergeving van zonden. Hij maakt een tot dan toe verborgen onderdeel van Gods plan bekend.

Dat is van groot belang voor het verstaan van:

  • de Gemeente;
  • de genade;
  • de hemelse positie van de gelovige;
  • de eenheid van Jood en heiden in één Lichaam;
  • de huidige verborgen positie van Christus;
  • de toekomstige openbaring van Zijn Koninkrijk.

De Gemeente is niet hetzelfde als Israël

Een van de belangrijkste gevolgen van deze openbaring is het onderscheid tussen Israël en de Gemeente.

De Gemeente is niet het nieuwe Israël.

Zij is ook geen geestelijke vervanging van Israël.

De Gemeente is het Lichaam van Christus.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; welke Zijn lichaam is.”
Efeze 1:22-23 (STV)

Israël heeft een aardse roeping, aardse beloften en een toekomstige bestemming in verband met het Koninkrijk op aarde.

De Gemeente heeft een hemelse roeping, hemelse zegeningen en een positie in Christus.

Wie Israël en de Gemeente vermengt, tast onvermijdelijk beide aan.

Israël verliest zijn beloften en de Gemeente verliest haar hemelse positie.

De verborgenheid van Christus en de Gemeente

De verborgenheid draait niet in de eerste plaats om een leerstellig schema.

Zij draait om Christus.

Christus is het Hoofd.

De Gemeente is Zijn Lichaam.

Gelovigen uit Joden en heidenen worden in Hem tot één gemaakt.

“Dat de heidenen zijn mede-erfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie.”
Efeze 3:6 (STV)

Dat was in die vorm niet bekendgemaakt in de oudtestamentische profetieën.

De profeten spraken wel over de zegen van de heidenen onder het toekomstige Koninkrijk. Maar de vorming van één hemels Lichaam, waarin Jood en heiden dezelfde positie ontvangen, was verborgen.

Christus regeert nu in de gelovigen, maar Zijn Koninkrijk is nog niet openbaar

Een andere belangrijke waarheid is dat Christus vandaag wel verhoogd is, maar Zijn Koninkrijk nog niet zichtbaar op aarde heeft geopenbaard.

Hij zit aan de rechterhand Gods.

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.”
Kolossenzen 3:1 (STV)

Zijn heerschappij is echt, maar nog verborgen.

Daarom is het onjuist om te beweren dat de Gemeente nu geroepen is om het Koninkrijk op aarde te vestigen.

De Gemeente bouwt niet het Messiaanse Koninkrijk.

Zij verkondigt het Evangelie der genade Gods.

Zij wacht op haar hemelse Heer.

Zij neemt niet de plaats van Israël in.

Waarom Kingdom Now botst met de verborgenheid

De leer van Kingdom Now stelt dat de kerk nu geroepen is om Gods Koninkrijk zichtbaar te maken, maatschappelijke systemen te transformeren en geestelijke heerschappij over de wereld uit te oefenen.

Maar deze gedachte botst met de verborgenheid.

Hij haalt de toekomstige openbaring van het Koninkrijk naar het heden.

Hij verwart de Gemeente met Israël.

Hij maakt de kerk tot een aardse machtsinstelling.

Hij verschuift de verwachting van de wederkomst naar maatschappelijke invloed.

De Schrift leert echter niet dat de Gemeente de wereld geleidelijk zal onderwerpen aan Christus.Hij leert dat Christus Zelf zal verschijnen en Zijn Koninkrijk openbaar zal maken.

Wet en Genade mogen niet worden vermengd

Wanneer de verborgenheid wordt genegeerd, raakt ook het onderscheid tussen Wet en Genade kwijt.

De Wet werd aan Israël gegeven.

De genade Gods wordt nu om niet verkondigd aan Jood en heiden.

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14 (STV)

Dat betekent niet dat Genade tot wetteloosheid leidt.

Genade verandert de grondslag van de wandel.

De gelovige leeft niet heilig om aanvaard te worden, maar omdat hij in Christus aanvaard is.

Wet zegt: doe en leef.

Genade zegt: geloof en leef.

Wet eist gerechtigheid.

Genade schenkt gerechtigheid.

Wie beide vermengt, berooft de Wet van haar scherpte en de genade van haar vrijheid.

De grote gevolgen van het negeren van de verborgenheid

Wanneer de verborgenheid uit beeld verdwijnt, ontstaan steeds dezelfde dwalingen:

  • vervangingstheologie;
  • Kingdom Now;
  • dominion theology;
  • vermenging van Wet en genade;
  • de gedachte dat de kerk Israël heeft vervangen;
  • het toepassen van Israëls aardse beloften op de Gemeente;
  • verwarring over de wederkomst;
  • verwarring over de opname van de Gemeente;
  • verwarring over het Koninkrijk.

Dit zijn geen losstaande fouten.

Zij komen voort uit het niet recht snijden van het Woord der waarheid.

Paulus schrijft:

“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.”
2 Timotheüs 2:15 (STV)

Recht snijden betekent niet dat wij delen van de Bijbel wegzetten als onbelangrijk.

Het betekent dat wij ieder Schriftgedeelte lezen in zijn eigen verband, bestemming en plaats binnen Gods heilsplan.

De hele Bijbel is voor ons, maar niet alles gaat over ons

Dit onderscheid is onmisbaar.

De hele Schrift is nuttig.

Maar niet iedere opdracht is rechtstreeks aan de Gemeente gegeven.

Niet iedere belofte is aan de Gemeente gedaan.

Niet ieder oordeel betreft dezelfde groep.

Niet iedere verwachting heeft dezelfde bestemming.

De Bijbel kent:

  • Israël;
  • de heidenen;
  • de Gemeente.

Wie die drie groepen door elkaar haalt, maakt de Schrift onduidelijk.

Wie ze onderscheidt, ontdekt juist de eenheid van Gods plan.

De verborgenheid en de hemelse roeping van de Gemeente

De Gemeente is geen aardse politieke beweging.

Zij is geen religieuze voortzetting van Israël.

Zij is geen instrument om de wereld te christianiseren.

Zij is een hemels volk.

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.”
Filippenzen 3:20 (STV)

Dat bepaalt haar hoop.

Dat bepaalt haar positie.

Dat bepaalt haar roeping.

De Gemeente verwacht niet dat de wereld haar zal erkennen. Zij verwacht Christus.

Waarom de verborgenheid geen bijzaak is

Sommigen beschouwen dit als ingewikkelde leer voor gevorderde Bijbelkenners.

Maar dat is een ernstige misvatting.

De verborgenheid bepaalt hoe wij:

  • Paulus lezen;
  • de Evangeliën lezen;
  • Israël verstaan;
  • de Gemeente verstaan;
  • de genade verstaan;
  • de wederkomst verstaan;
  • het Koninkrijk verstaan.

Wie de verborgenheid mist, mist niet slechts een detail.

Hij mist het raamwerk waarin een groot deel van het Nieuwe Testament geplaatst moet worden.

Zonder de verborgenheid blijft de Bijbel een warboel

De verborgenheid in de Bijbel is geen mystiek randonderwerp.

Zij is de geopenbaarde waarheid over Gods huidige handelen in Christus en de Gemeente.

Paulus mocht bekendmaken dat God uit Joden en heidenen één Lichaam vormt, met een hemelse positie, onder Christus als Hoofd.

Israël blijft Israël.

De Gemeente blijft de Gemeente.

Het Koninkrijk zal door Christus Zelf openbaar worden gemaakt.

Wet en genade mogen niet worden vermengd.

Daarom is de verborgenheid geen hobby voor liefhebbers van schema’s.

Het is een onmisbare sleutel voor het recht verstaan van Gods Woord.

Wie het  negeert, leest de Bijbel alsof alles over iedereen gaat.

Wie het erkent, ziet orde waar anderen tegenstrijdigheid zien.

En  daar begint helder Bijbelbegrip.

zie ook:

De bediening van Jezus en Paulus niet hetzelfde – Bijbelse basis

De Gemeente is geen Israël – Bijbelse basis

Gods Koninkrijk zichtbaar maken?

Wat bedoelt men daarmee?

De uitspraak

“wij moeten Gods Koninkrijk zichtbaar maken”

klinkt geestelijk, actief en betrokken en duikt steeds vaker op in preken, gemeentelijke beleidsstukken, conferenties en christelijke projecten.

Toch blijft doorgaans volkomen onduidelijk wat men er precies mee bedoelt.

Moeten christenen eenvoudig door hun levenswandel getuigen van de Here Jezus Christus?

Moet de Gemeente maatschappelijke misstanden bestrijden?

Moeten christenen politieke invloed verwerven?

Moeten wij steden, culturen en organisaties onder Gods heerschappij brengen?

Of moeten wij zelfs “de hemel naar de aarde halen”?

Dat is nogal wat…..

De formulering Gods Koninkrijk zichtbaar maken klinkt Bijbels, maar komt als opdracht aan de Gemeente nergens in de Schrift voor. Dat maakt het niet automatisch ketters, maar wel verdacht en gevaarlijk vaag. Onbijbelse terminologie kan namelijk ongemerkt leiden tot onbijbelse verwachtingen, een verkeerde visie op de Gemeente en uiteindelijk een ander evangelie.

 

Gods Koninkrijk zichtbaar maken getoetst aan de Bijbel
De Gemeente maakt het Koninkrijk niet zichtbaar, maar getuigt van de Koning.

Wat betekent Gods Koninkrijk zichtbaar maken?

In de meest gunstige betekenis wil men waarschijnlijk zeggen dat gelovigen door hun gedrag iets van Christus behoren te laten zien. Zij moeten liefdevol, eerlijk, heilig, genadig en dienstbaar leven.

Dat is volkomen Bijbels.

Paulus schrijft:

“Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld.” (Filippenzen 2:15, STV)

Gelovigen behoren als lichten in de wereld te wandelen. Zij mogen goeddoen, de waarheid spreken, barmhartigheid bewijzen en getuigen van hun Heiland.

Maar waarom zouden wij dat dan Gods Koninkrijk zichtbaar maken noemen?

De Schrift gebruikt andere woorden. Zij spreekt over wandelen als kinderen des lichts, het Woord verkondigen, goede werken doen, Christus belijden, het Evangelie bekendmaken en als gezanten van Christus optreden.

Wanneer wij Bijbelse opdrachten vervangen door een zelfbedachte slogan, ontstaat gemakkelijk begripsverwarring. De slogan gaat vervolgens méér betekenen dan de Schrift ons voorhoudt.

Wat begint als een andere formulering voor christelijke levenswandel, kan uitgroeien tot een complete visie op maatschappelijke en politieke transformatie.

 

Vrome woorden zijn niet automatisch ook gezonde woorden

Sommigen zullen zeggen dat dit slechts een woordenkwestie is. Iedereen begrijpt toch ongeveer wat ermee bedoeld wordt?

Maar net dat woordje ongeveer vormt het probleem.

Bijbelse leer vraagt om duidelijkheid. Zeker wanneer het gaat over de roeping van de Gemeente, het Koninkrijk van God en de wederkomst van Christus, kunnen wij ons geen mistige slogans veroorloven.

Paulus schrijft:

“Houd het voorbeeld der gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus is.” (2 Timotheüs 1:13, STV)

Gezonde leer vraagt om gezonde woorden. Woorden zijn niet neutraal. Zij sturen ons denken en bepalen welke verwachtingen wij ontwikkelen.

Wie voortdurend zegt dat de Gemeente Gods Koninkrijk zichtbaar moet maken, zal de Gemeente uiteindelijk ook gaan beoordelen op zichtbare resultaten:

Heeft zij de samenleving veranderd?

Heeft zij politieke invloed gekregen?

Heeft zij de stad getransformeerd?

Heeft zij maatschappelijke structuren onder Gods heerschappij gebracht?

Heeft zij voldoende terrein op de duisternis veroverd?

Zo wordt een slogan een opdracht, de opdracht wordt een programma en het programma verandert de identiteit van de Gemeente.

 

Het Koninkrijk van Christus is verborgen, niet afwezig

Christus is opgewekt, verhoogd en verheerlijkt. Hij is met eer en heerlijkheid gekroond. Zijn Koninkrijk bestaat en Zijn gezag is volkomen werkelijk.

Maar Zijn Koninkrijk is in deze tijd nog niet zichtbaar en openbaar op aarde zoals het na Zijn wederkomst zal zijn.

Dat is een belangrijk onderscheid.

Christus regeert, maar de wereld erkent Hem niet als Koning. Hij bevindt Zich persoonlijk in de hemel. De aarde is nog niet zichtbaar aan Zijn rechtvaardige heerschappij onderworpen. Satan is nog niet gebonden. De volken wandelen niet in gehoorzaamheid aan de Messias. Jeruzalem is nog niet de stad van de grote Koning.

De Here Jezus zei:

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” (Johannes 18:36, STV)

Zijn Koninkrijk ontleent zijn oorsprong, gezag en kracht niet aan deze wereld. Het wordt niet gevestigd door politieke strategie, culturele macht, religieuze dominantie of maatschappelijke beïnvloeding.

Het Koninkrijk is niet afhankelijk van het succes van de kerk.

Het zal openbaar worden door de verschijning van de Koning.

 

Christus zal Zijn Koninkrijk Zelf openbaar maken

De Schrift legt de zichtbare openbaring van het Koninkrijk niet in handen van de Gemeente.

Christus zal wederkomen.

Christus zal de volken oordelen.

Christus zal Zijn vijanden onderwerpen.

Christus zal de troon van David herstellen.

Christus zal over de aarde regeren.

Christus zal Zijn Koninkrijk openbaar maken.

De Gemeente hoeft dat werk niet voor Hem uit te voeren.

Toch verschuift binnen moderne koninkrijkstheologie de nadruk gemakkelijk van wat Christus zal doen naar wat wij nu moeten realiseren. Er ontstaat een activistisch christendom waarin gelovigen worden opgeroepen om het Koninkrijk te bouwen, uit te breiden, te vestigen, gestalte te geven of zichtbaar te maken.

Maar Christus heeft niet gezegd dat wij Zijn Koninkrijk moeten bouwen. Hij zei:

““Ik zal Mijn gemeente bouwen.” (Mattheüs 16:18, STV)

Hij bouwt Zijn Gemeente. Hij vergadert een volk voor Zijn Naam. Hij voltooit Zijn werk. Hij verschijnt op Zijn tijd.

De eer van de zichtbare openbaring van het Koninkrijk behoort niet aan de daadkracht van christenen, maar aan de wederkomende Christus.

 

De Gemeente getuigt, maar regeert niet

De Gemeente is het Lichaam van Christus. Zij heeft een hemelse roeping, positie en verwachting. Zij is in deze wereld aanwezig als getuige van een verworpen, opgestane en verhoogde Heer.

Paulus beschrijft onze opdracht als volgt:

“Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: Laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20, STV)

Een gezant vertegenwoordigt zijn vorst in een vreemd land. Hij verkondigt diens boodschap, maar neemt het land niet eigenmachtig over. Hij vestigt daar niet alvast de volledige regering van zijn koning.

De Gemeente verkondigt daarom niet:

Wij zullen de wereld transformeren.

Wij zullen de cultuur veroveren.

Wij zullen Gods regering maatschappelijk invoeren.

Wij zullen de hemel naar de aarde brengen.

De Bijbelse boodschap luidt:

“Laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20, STV)

Dat is de bediening der verzoening. Niet de bediening der maatschappelijke overname.

 

Van christelijke wandel naar een transformatieagenda

De uitspraak Gods Koninkrijk zichtbaar maken kan een brug vormen naar een veel verdergaand programma.

Het begint vaak bij goede werken, zorg voor armen en betrokkenheid bij de samenleving. Maar al snel wordt gezegd dat de Gemeente geroepen is om hele steden, organisaties, bedrijven, scholen, media en overheden te transformeren.

De samenleving moet onder “koninkrijksprincipes” worden gebracht. Christenen moeten “invloedssferen” innemen. Geestelijke leiders moeten bestuurlijke autoriteit uitoefenen. De cultuur moet worden heroverd.

Daarmee is de Gemeente niet langer een getuigend volk dat haar Heer uit de hemel verwacht. Zij wordt een maatschappelijke veranderingsbeweging die de wereld alvast in gereedheid moet brengen voor Gods regering.

Dit gedachtegoed sluit aan bij Kingdom Now, dominionisme en de New Apostolic Reformation. Binnen zulke stromingen wordt de Gemeente dikwijls gezien als een leger dat gebieden moet innemen en de invloed van satan moet terugdringen totdat Gods Koninkrijk op aarde zichtbaar wordt.

De wederkomst van Christus dreigt dan niet langer de beslissende openbaring van het Koninkrijk te zijn. Zij wordt slechts de voltooiing van een proces dat de kerk al op gang heeft gebracht.

Dat is een fundamentele verschuiving.

 

Kingdom Now verschuift de christelijke hoop

De Bijbelse hoop van de Gemeente is niet een geleidelijk gekerstende samenleving. Haar hoop is de verschijning van Christus.

Paulus schrijft:

“Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus.” (Titus 2:13, STV)

Wij verwachten niet dat de kerk de wereld steeds verder zal onderwerpen aan Christus. Wij verwachten Christus Zelf.

De Schrift beschrijft de laatste dagen bovendien niet als een tijd van toenemende onderwerping van de wereld aan het Evangelie. Zij spreekt over zware tijden, afval, verleiding, zelfliefde, geldgierigheid, hoogmoed en een schijn van godzaligheid.

Dat betekent niet dat wij passief of onverschillig moeten worden. Integendeel. Wij mogen dienen, getuigen, goeddoen en het Evangelie verkondigen.

Maar wij moeten trouw niet verwarren met wereldheerschappij.

Paulus schrijft:

“Voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.” (1 Korinthe 4:2, STV)

God vraagt trouw. Niet dat wij vóór de wederkomst aantoonbaar de samenleving hebben getransformeerd.

 

De risico’s van onbijbelse terminologie

Het gebruik van onbijbelse terminologie is niet altijd onschuldig. Vooral wanneer woorden structureel de duidelijke taal van de Schrift vervangen, ontstaan ernstige risico’s.

Vaagheid verhult leerstellige verschillen

Binnen één gemeente kunnen mensen allemaal spreken over “Gods Koninkrijk zichtbaar maken”, terwijl zij totaal verschillende dingen bedoelen.

De één bedoelt persoonlijke heiliging.

Een ander bedoelt sociale gerechtigheid.

Weer een ander bedoelt politieke invloed.

Een volgende bedoelt geestelijke gebiedsverovering.

De gezamenlijke slogan wekt eenheid, terwijl er inhoudelijk geen eenheid bestaat.

Een slogan krijgt meer gezag dan de Schrift

Wanneer een term vaak genoeg wordt herhaald, gaat hij als vanzelf Bijbels klinken. Vervolgens vraagt bijna niemand meer waar de opdracht precies in de Schrift staat.

Men begint niet meer bij de Bijbel, maar bij het concept. Daarna worden teksten gezocht die het concept moeten ondersteunen.

Dat is geen Schriftuitleg, maar een slogan gebruiken als kapstok.

Verschillende Bijbelse lijnen worden vermengd

De toekomstige regering van Christus, de aardse beloften aan Israël, de hemelse roeping van de Gemeente en de persoonlijke levenswandel van de gelovige worden samengevoegd tot één breed koninkrijksprogramma.

Daardoor vervaagt het onderscheid tussen Israël en de Gemeente en tussen de tegenwoordige bedeling en de toekomstige openbaring van het Koninkrijk.

Dwaalleer krijgt een vertrouwd geluid

Woorden als koninkrijk, doorbraak, transformatie, autoriteit, invloed en heerschappij klinken geestelijk. Maar binnen bepaalde bewegingen hebben zij een heel specifieke betekenis.

Wie alleen op het vrome taalgebruik afgaat, kan ongemerkt een complete onbijbelse visie binnenhalen.

De praktijk verandert mee

Onbijbelse terminologie blijft zelden beperkt tot woorden. Zij beïnvloedt prediking, leiderschap, evangelisatie, gemeentebouw en de omgang met politiek.

Wanneer een gemeente zichzelf ziet als instrument om Gods Koninkrijk maatschappelijk zichtbaar te maken, zal zij andere prioriteiten stellen dan een gemeente die zichzelf ziet als het Lichaam van Christus met een hemelse roeping.

 

De gelovige wordt belast met een onmogelijke opdracht

De gedachte dat wij Gods Koninkrijk zichtbaar moeten maken, kan ook grote geestelijke druk veroorzaken.

Als de buurt niet verandert, hebben wij dan gefaald?

Als de politiek goddelozer wordt, hebben wij dan onvoldoende invloed uitgeoefend?

Als ziekte en armoede blijven bestaan, is het Koninkrijk dan onvoldoende doorgebroken?

Als een stad niet wordt getransformeerd, heeft de gemeente dan te weinig geloof of geestelijk gezag gehad?

Zo worden gelovigen verantwoordelijk gemaakt voor resultaten die God hun nooit heeft opgedragen.

De opdracht van de gelovige is niet om de zichtbare regering van Christus op aarde te realiseren. Hij mag trouw wandelen, het Evangelie bekendmaken en goede werken doen.

De uitkomst is aan God.

 

Het Evangelie dreigt horizontaal te worden

Waar maatschappelijke transformatie centraal komt te staan, verandert dikwijls ook de inhoud van het Evangelie.

Zonde wordt vooral onrecht.

Bekering wordt maatschappelijke bewustwording.

Verlossing wordt bevrijding uit structuren.

Verzoening wordt menselijke verbinding.

Het Koninkrijk wordt een betere samenleving.

Maar het Bijbelse Evangelie gaat allereerst over de verhouding van de zondaar tot God.

Paulus vat het Evangelie als volgt samen:

“Dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.” (1 Korinthe 15:3-4, STV)

Goede werken zijn de vrucht van het Evangelie. Zij zijn niet het Evangelie zelf.

Wanneer het verbeteren van de wereld de kern van de boodschap wordt, kan men zeer actief zijn en toch de apostolische boodschap naar de achtergrond drukken.

 

Israël en de Gemeente worden door elkaar gehaald

Veel moderne koninkrijkstheologie neemt profetieën over het toekomstige Messiaanse Rijk en past die rechtstreeks toe op de Gemeente.

Beloften over Israël, Jeruzalem, de troon van David, vrede onder de volken en de zichtbare regering van de Messias worden vergeestelijkt. Vervolgens wordt van de kerk verwacht dat zij deze profetieën nu maatschappelijk gaat realiseren.

Maar de Gemeente heeft Israël niet vervangen.

Israël heeft een eigen roeping en toekomst binnen Gods plan. De Gemeente is het Lichaam van Christus met een hemelse positie en bestemming.

Wie deze lijnen vermengt, maakt de Gemeente verantwoordelijk voor beloften die God Zelf in de toekomst aan Israël zal vervullen.

Het Koninkrijk wordt niet zichtbaar doordat de Gemeente Israëls aardse beloften overneemt. Het wordt zichtbaar wanneer Christus wederkomt en Gods Woord letterlijk vervuld wordt.

 

Maak Christus bekend

Er is een duidelijk Bijbels alternatief voor de slogan Gods Koninkrijk zichtbaar maken.

Wij mogen Christus bekendmaken.

Wij mogen het Evangelie verkondigen.

Wij mogen als lichten in de wereld wandelen.

Wij mogen goede werken doen.

Wij mogen de waarheid vasthouden.

Wij mogen mensen oproepen zich met God te laten verzoenen.

Wij mogen de verschijning van onze Here Jezus Christus verwachten.

Dat is geen passieve roeping. Het is een hemelse en geestelijke roeping die niet afhankelijk is van maatschappelijke macht of zichtbare successen.

 

De Gemeente hoeft het Koninkrijk niet te bouwen, te vestigen of zichtbaar te maken. Zij getuigt van de verhoogde maar voor de wereld nog verborgen Koning.

Gods Koninkrijk zichtbaar maken is geen Bijbelse opdracht aan de Gemeente. De Gemeente is geroepen Christus bekend te maken totdat Hij Zelf verschijnt en Zijn Koninkrijk openbaar maakt.

Wanneer Hij verschijnt, zal niemand meer hoeven uit te leggen wat het betekent dat Gods Koninkrijk zichtbaar is.

Dan zal de Koning Zelf zichtbaar zijn.

Zie ook ( extern)

https://www.bijbelspanorama.nl/bijbelstudie/geschreven/s16_een_verborgen_koninkrijk/

https://www.israelendebijbel.nl/kennisbank-artikel/2020/10/27/Het-onzichtbare-koninkrijk-van-God

Verwarring en verwachting om Gods Koninkrijk – Zoeklicht

Uw Koninkrijk kome… – Zoeklicht

Kingdom Nów ??

Tijden en gelegenheden zijn in Gods hand

Kingdom Now stelt dat de Gemeente geroepen is om het Koninkrijk van God vóór de wederkomst van Christus zichtbaar op aarde te vestigen. Christenen zouden maatschappelijke terreinen moeten innemen, politieke en culturele invloed moeten verkrijgen en demonische machten uit steden en gebieden moeten verdrijven.

In extremere vormen wordt zelfs beweerd dat Christus pas kan terugkeren nadat de Gemeente de wereld aan Hem heeft onderworpen.

Dat  klinkt allemaal krachtig en strijdvaardig. Toch berust  het op een fundamentele verwarring. Er is onvoldoende onderscheid tussen de huidige verhoging van Christus, het verborgen karakter van Zijn Koninkrijk en Zijn toekomstige openbare Koningschap over Israël en de volkeren.

De Schrift leert nergens dat de Gemeente het Koninkrijk moet vestigen.

 

KIngdom Now, een onbijbelse misvatting
Waarom KIngdom Now niet Bijbels is

Christus bouwt Zijn Gemeente en Hij zal Zijn Koninkrijk openbaar maken.

 Christus is verhoogd, maar regeert nog niet vanaf de troon van David

De Here Jezus Christus is opgewekt uit de doden en verhoogd aan Gods rechterhand. Hij bezit alle macht en is met heerlijkheid en eer gekroond.

“Doch nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn; maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond.” — Hebreeën 2:8-9 (STV)

Dit gedeelte bevat een belangrijk gegeven

Christus is reeds gekroond. Hij bezit koninklijke waardigheid en gezag. Tegelijkertijd zien wij nog niet dat alle dingen Hem daadwerkelijk onderworpen zijn.

Hij is de rechtmatige Erfgenaam en de verhoogde Heer, maar Hij oefent het openbare Davidische Koningschap over Israël en de wereld nog niet uit.

Psalm 110 zegt:

“De HEERE heeft tot Mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.” — Psalm 110:1 (STV)

Christus zit nu aan Gods rechterhand. Hij zit nog niet op de troon van David in Jeruzalem. Hij wacht op het door God bepaalde tijdstip waarop Zijn vijanden daadwerkelijk onder Zijn voeten worden gesteld.

Ook Hebreeën spreekt over dit wachten:

“Maar Deze, één slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods; voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten.” — Hebreeën 10:12-13 (STV)

Het woord verwachtende is veelzeggend. De openbare uitoefening van Christus’ Koningschap over de aarde is nog toekomstig.

 

Het Koninkrijk is al realiteit, maar is nog verborgen

Het probleem van de Kingdom Now leer is niet dat Christus Koning wordt genoemd. Christus is de rechtmatige Koning der koningen en bezit alle macht.

De dwaling ontstaat wanneer Zijn huidige hemelse verhoging wordt gelijkgesteld aan de openbare vestiging van het Messiaanse Koninkrijk op aarde.

De juiste tegenstelling is daarom niet:

nu geen Koninkrijk, later wel een Koninkrijk

maar:

nu verborgen, later openbaar

Christus bezit het recht op het Koninkrijk. Hij is verhoogd en gekroond. Maar de zichtbare heerschappij die door de profeten is aangekondigd, is nog niet aangebroken.

De Gemeente leeft niet in de tijd waarin Christus zichtbaar vanaf de troon van David over Israël en de volkeren regeert, maar leeft in de tijd waarin de Koning door de wereld is verworpen en in de hemel verborgen is.

 

Het Koninkrijk zou niet onmiddellijk openbaar worden

De discipelen verwachtten dat het Koninkrijk Gods spoedig zichtbaar zou verschijnen. Juist daarom vertelde de Here Jezus een gelijkenis:

“En als zij dit hoorden, voegde Hij daarbij, en zeide een gelijkenis, omdat Hij nabij Jeruzalem was, en omdat zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond zou openbaar worden. Hij zeide dan: Een zeker welgeboren man reisde in een vergelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren.” — Lukas 19:11-12 (STV)

De volgorde is duidelijk.

De welgeboren man vertrekt naar een vergelegen land. Daar ontvangt hij het recht op het Koninkrijk. Daarna keert hij terug om daadwerkelijk als Koning te regeren.

De gelijkenis zegt niet dat zijn dienstknechten tijdens zijn afwezigheid het land moesten onderwerpen en zijn Koninkrijk voor hem moesten vestigen. Zij moesten trouw handelen met wat hun is toevertrouwd, totdat hij terugkomt.

Hun opdracht is niet: Neem mijn plaats in en onderwerp mijn vijanden.

Hun opdracht is: Wees getrouw totdat ik kom.

Bij zijn terugkeer handelt de koning zelf met zijn vijanden:

“Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zou zijn, brengt hen hier, en slaat ze hier voor mij dood.” — Lukas 19:27 (STV)

De verwerping van Christus eindigt dus niet doordat de Gemeente de wereld geleidelijk bekeert of onderwerpt. Zij eindigt wanneer Christus Zelf terugkeert en Zijn gezag openbaar vestigt.

 

De troon van David in de toekomst

De engel Gabriël zei over de Here Jezus:

“Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven. En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid.” — Lukas 1:32-33 (STV)

De troon van David is niet hetzelfde als de troon aan de rechterhand Gods in de hemel.

David heeft nooit in de hemel geregeerd. Zijn troon stond in Jeruzalem en was verbonden met het Koningschap over Israël.

Christus zit nu aan Gods rechterhand. Bij Zijn wederkomst zal Hij de troon van David aanvaarden en zichtbaar over het huis van Jakob en de volkeren regeren.

Openbaring spreekt daarover als een toekomstige gebeurtenis:

“En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.” — Openbaring 11:15 (STV)

De koninkrijken van deze wereld zijn vandaag zichtbaar nog niet aan Christus onderworpen. Dat zal gebeuren wanneer Hij Zijn Koningschap openbaar aanvaardt.

 

Eerst de Gemeente, daarna het herstel van Davids Koninkrijk

Handelingen 15 geeft een van de duidelijkste weerleggingen van de Kingdom Now leer.

Jakobus beschrijft Gods programma:

“Simeon heeft verhaald, hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)

Daarna zegt hij:

“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen den tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” — Handelingen 15:16 (STV)

De woorden eerst en na dezen bepalen de volgorde.

God verzamelt nu uit de heidenen een volk voor Zijn Naam. Daarna zal Christus wederkeren. Vervolgens wordt de vervallen hut van David hersteld.

De Kingdom Now leer keert deze volgorde om. Volgens deze leer moet de Gemeente eerst het Koninkrijk zichtbaar maken, waarna Christus kan terugkeren.

De Schrift zegt precies het tegenovergestelde:

Christus keert terug en Hij vestigt het Koninkrijk.

 

De Gemeente is geen aardse veroveringsmacht

De Gemeente wordt nergens voorgesteld als een organisatie die politieke, economische en culturele machtsposities moet veroveren om het Koninkrijk van God te vestigen.

De Gemeente is het Lichaam van Christus, met een hemelse roeping en bestemming.

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” — Filippenzen 3:20 (STV)

De Gemeente verwacht haar Zaligmaker uit de hemel. Zij bereidt niet eerst een voltooide christelijke wereld voor om die vervolgens aan Hem aan te bieden.

 

Gelovigen worden gezanten (gezondenen) genoemd:

“Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen.” — 2 Korinthe 5:20 (STV)

Een gezant vertegenwoordigt een afwezige Koning in een vreemd land. Hij neemt dat land niet over. Hij verkondigt de boodschap van zijn Koning.

De roeping van de Gemeente is daarom Christus te verkondigen, mensen op te roepen zich met God te laten verzoenen, gelovigen op te bouwen, het Woord te bewaren en de Here Jezus Christus te verwachten.

Nu geroepen dus tot getuigenis, niet tot wereldheerschappij.

 

Kingdom Now verwart Israël met de Gemeente

De zichtbare aardse heerschappij van de Messias is in de profetieën verbonden met Israël, Jeruzalem, het huis van Jakob en de troon van David.

Na de opstanding vroegen de discipelen:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?” — Handelingen 1:6 (STV)

De Here Jezus antwoordde niet dat er geen herstel van Israël zou komen. Hij zei:

“Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft.” — Handelingen 1:7 (STV)

Het herstel werd niet ontkend. Alleen het tijdstip werd niet bekendgemaakt.

De Kingdom Now leer neemt de aardse beloften aan Israël en past die rechtstreeks toe op de Gemeente. De Gemeente wordt daardoor de vermeende erfgenaam van Israëls aardse koninkrijksroeping.

Maar de Gemeente is niet Israël. De hemelse positie van het Lichaam van Christus is niet hetzelfde als de aardse regering vanaf de troon van David.

Wie dit onderscheid uitpoetst of niet ziet, maakt van de Gemeente iets wat zij volgens de Schrift niet is.

 

De wereld wordt niet geleidelijk het Koninkrijk

De Kingdom Now leer verwacht dat het Koninkrijk steeds zichtbaarder wordt doordat de Gemeente terrein wint. De Schrift beschrijft de tijd vóór Christus’ verschijning echter niet als een periode waarin de wereld steeds christelijker wordt.

Paulus schrijft:

“En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden.” — 2 Timotheüs 3:1 (STV)

De Here Jezus vroeg:

“Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?” — Lukas 18:8 (STV)

De Schrift verwacht allesbehalve een geleidelijke overwinning van de Gemeente over alle politieke, maatschappelijke en geestelijke machten.

In de gelijkenis van het onkruid blijft het onkruid tussen de tarwe staan tot de oogst. De oogst is de voleinding van de eeuw, wanneer Christus Zelf ingrijpt.

De Gemeente zal vrucht dragen. Het Evangelie zal mensen uit alle volken bereiken. Maar nergens wordt beloofd dat de Gemeente vóór de wederkomst de samenleving zal onderwerpen of de wereld tot het Koninkrijk zal maken.

 

Satan is nog niet gebonden

Binnen de Kingdom Now leer wordt veel gesproken over het ‘binden van territoriale machten, het innemen van steden en het verdrijven van satanische heerschappij”uit complete gebieden.

De Schrift leert onomwonden dat satan in deze tijd nog actief is:

“Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden.” — 1 Petrus 5:8 (STV)

Satan is dus nog niet gebonden zoal voorzegd in Openbaring 20.

Zijn daadwerkelijke binding vindt plaats wanneer een engel uit de hemel neerdaalt en hem op Gods bevel bindt:

“En hij greep den draak, de oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren.” — Openbaring 20:2 (STV)

Niet ‘de Gemeente bindt satan door decreten, territoriale gebeden of moderne apostolische autoriteit’.

God Zélf laat hem op het vastgestelde moment binden.

De gelovige moet de duivel weerstaan. Dat is iets anders dan beweren dat de Gemeente zijn macht over de wereld nu reeds kan of zou moeten  beëindigen.

 

Christus Zelf zal Zijn Koninkrijk vestigen

Het toekomstige Koninkrijk ontstaat niet door kerkelijke strategie, politieke meerderheden, culturele beïnvloeding of moderne apostolische netwerken.

Daniël zegt:

“Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden.” — Daniël 2:44 (STV)

God richt het Koninkrijk op.

Christus verschijnt in heerlijkheid. Hij oordeelt de volkeren, herstelt Israël, aanvaardt de troon van David en maakt Zijn heerschappij openbaar.

Dat is geen geleidelijk menselijk proces. Het is een beslissend Goddelijk ingrijpen.

Bij Zijn eerste komst werd de Koning verworpen. Bij Zijn tweede komst zal Hij Zijn Koningschap openbaar aanvaarden.

 

Het gevaar van de Kingdom Now leer

Wanneer de Gemeente zichzelf gaat zien cq. verheffen als de zichtbare regering van God op aarde, verschuift onvermijdelijk het zwaartepunt.

Het Evangelie van verzoening wordt vervangen door een boodschap van maatschappelijke transformatie. Dienaren worden machthebbers. Moderne apostelen en profeten krijgen bestuurlijke autoriteit. Politieke invloed wordt aangezien voor geestelijke overwinning.

Voorspoed, succes en maatschappelijke macht worden bewijsstukken van koninkrijkskracht. Kritiek op leiders kan vervolgens worden voorgesteld als verzet tegen Gods gezag.

Daarmee ontstaat precies het tegenovergestelde van het voorbeeld van Christus.

De Here Jezus kwam tijdens Zijn eerste komst niet om politieke macht te grijpen, maar om te dienen en Zijn leven te geven.

De Gemeente volgt haar verworpen Heer. Zij draagt in deze wereld niet de kroon van zichtbare wereldheerschappij, maar het getuigenis van een gekruisigde en opgestane Christus.

 

Geen passiviteit, maar trouw

De afwijzing van de Kingdom Now leer betekent niet dat christenen zich dan maar uit de samenleving moeten terugtrekken.

Gelovigen behoren goed te doen, rechtvaardig te handelen, voor hun naasten te zorgen, de waarheid te spreken en hun licht te laten schijnen.

Maar er is een wezenlijk verschil tussen trouw en rechtvaardig leven in de wereld en beweren dat de Gemeente de wereld zou moeten veroveren en het Koninkrijk moet vestigen.

Het eerste is Bijbels.

Het tweede neemt een werk op zich dat Christus voor Zichzelf heeft voorbehouden.

 

Christus bouwt Zijn Gemeente

De Here Jezus heeft niet gezegd dat de Gemeente Zijn Koninkrijk moet bouwen. Hij heeft gezegd:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” — Mattheüs 16:18 (STV)

Christus bouwt Zijn Gemeente.

De Gemeente bouwt niet Zijn Koninkrijk. Zij verkondigt het Evangelie, bewaart het Woord en verwacht de Heer.

Dat is geen zwakke of passieve roeping. Het is trouw blijven aan het werk dat Christus haar daadwerkelijk heeft opgedragen.

 

De Bijbelse volgorde

Christus is gestorven, opgewekt en verhoogd. Hij zit nu aan Gods rechterhand en wacht totdat Zijn vijanden tot een voetbank van Zijn voeten worden gesteld.

In deze tijd verzamelt Hij Zijn Gemeente uit Joden en heidenen. De Gemeente verkondigt het Woord, dient, lijdt, getuigt en verwacht haar Heer.

Daarna zal Christus wederkomen. Hij zal het Davidische Koningschap aanvaarden, Israël herstellen, de volkeren oordelen en Zijn reeds bestaande maar verborgen Koninkrijk zichtbaar op aarde vestigen.

Christus is dus nu al de rechtmatige Koning en de verhoogde Heer. Maar Hij regeert nog niet openbaar vanaf de troon van David over Israël en de volkeren.

 

De Gemeente bouwt het Koninkrijk niet. Christus bouwt Zijn Gemeente en Christus zal Zijn Koninkrijk openbaren.

Kingdom Now zegt eigenlijk:

Wij moeten het Koninkrijk vestigen voordat de Koning komt.

De Schrift zegt:

“Na dezen zal Ik wederkeren.” Handelingen 15:16 (STV)

zie ook:

Bijbelstudie lezingen: Kingdom Now ….

Geverifieerd door MonsterInsights