Gods Koninkrijk zichtbaar maken?

Wat bedoelt men daarmee?

De uitspraak

“wij moeten Gods Koninkrijk zichtbaar maken”

klinkt geestelijk, actief en betrokken en duikt steeds vaker op in preken, gemeentelijke beleidsstukken, conferenties en christelijke projecten.

Toch blijft doorgaans volkomen onduidelijk wat men er precies mee bedoelt.

Moeten christenen eenvoudig door hun levenswandel getuigen van de Here Jezus Christus?

Moet de Gemeente maatschappelijke misstanden bestrijden?

Moeten christenen politieke invloed verwerven?

Moeten wij steden, culturen en organisaties onder Gods heerschappij brengen?

Of moeten wij zelfs “de hemel naar de aarde halen”?

Dat is nogal wat…..

De formulering Gods Koninkrijk zichtbaar maken klinkt Bijbels, maar komt als opdracht aan de Gemeente nergens in de Schrift voor. Dat maakt het niet automatisch ketters, maar wel verdacht en gevaarlijk vaag. Onbijbelse terminologie kan namelijk ongemerkt leiden tot onbijbelse verwachtingen, een verkeerde visie op de Gemeente en uiteindelijk een ander evangelie.

 

Gods Koninkrijk zichtbaar maken getoetst aan de Bijbel
De Gemeente maakt het Koninkrijk niet zichtbaar, maar getuigt van de Koning.

Wat betekent Gods Koninkrijk zichtbaar maken?

In de meest gunstige betekenis wil men waarschijnlijk zeggen dat gelovigen door hun gedrag iets van Christus behoren te laten zien. Zij moeten liefdevol, eerlijk, heilig, genadig en dienstbaar leven.

Dat is volkomen Bijbels.

Paulus schrijft:

“Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld.” (Filippenzen 2:15, STV)

Gelovigen behoren als lichten in de wereld te wandelen. Zij mogen goeddoen, de waarheid spreken, barmhartigheid bewijzen en getuigen van hun Heiland.

Maar waarom zouden wij dat dan Gods Koninkrijk zichtbaar maken noemen?

De Schrift gebruikt andere woorden. Zij spreekt over wandelen als kinderen des lichts, het Woord verkondigen, goede werken doen, Christus belijden, het Evangelie bekendmaken en als gezanten van Christus optreden.

Wanneer wij Bijbelse opdrachten vervangen door een zelfbedachte slogan, ontstaat gemakkelijk begripsverwarring. De slogan gaat vervolgens méér betekenen dan de Schrift ons voorhoudt.

Wat begint als een andere formulering voor christelijke levenswandel, kan uitgroeien tot een complete visie op maatschappelijke en politieke transformatie.

 

Vrome woorden zijn niet automatisch ook gezonde woorden

Sommigen zullen zeggen dat dit slechts een woordenkwestie is. Iedereen begrijpt toch ongeveer wat ermee bedoeld wordt?

Maar net dat woordje ongeveer vormt het probleem.

Bijbelse leer vraagt om duidelijkheid. Zeker wanneer het gaat over de roeping van de Gemeente, het Koninkrijk van God en de wederkomst van Christus, kunnen wij ons geen mistige slogans veroorloven.

Paulus schrijft:

“Houd het voorbeeld der gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus is.” (2 Timotheüs 1:13, STV)

Gezonde leer vraagt om gezonde woorden. Woorden zijn niet neutraal. Zij sturen ons denken en bepalen welke verwachtingen wij ontwikkelen.

Wie voortdurend zegt dat de Gemeente Gods Koninkrijk zichtbaar moet maken, zal de Gemeente uiteindelijk ook gaan beoordelen op zichtbare resultaten:

Heeft zij de samenleving veranderd?

Heeft zij politieke invloed gekregen?

Heeft zij de stad getransformeerd?

Heeft zij maatschappelijke structuren onder Gods heerschappij gebracht?

Heeft zij voldoende terrein op de duisternis veroverd?

Zo wordt een slogan een opdracht, de opdracht wordt een programma en het programma verandert de identiteit van de Gemeente.

 

Het Koninkrijk van Christus is verborgen, niet afwezig

Christus is opgewekt, verhoogd en verheerlijkt. Hij is met eer en heerlijkheid gekroond. Zijn Koninkrijk bestaat en Zijn gezag is volkomen werkelijk.

Maar Zijn Koninkrijk is in deze tijd nog niet zichtbaar en openbaar op aarde zoals het na Zijn wederkomst zal zijn.

Dat is een belangrijk onderscheid.

Christus regeert, maar de wereld erkent Hem niet als Koning. Hij bevindt Zich persoonlijk in de hemel. De aarde is nog niet zichtbaar aan Zijn rechtvaardige heerschappij onderworpen. Satan is nog niet gebonden. De volken wandelen niet in gehoorzaamheid aan de Messias. Jeruzalem is nog niet de stad van de grote Koning.

De Here Jezus zei:

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” (Johannes 18:36, STV)

Zijn Koninkrijk ontleent zijn oorsprong, gezag en kracht niet aan deze wereld. Het wordt niet gevestigd door politieke strategie, culturele macht, religieuze dominantie of maatschappelijke beïnvloeding.

Het Koninkrijk is niet afhankelijk van het succes van de kerk.

Het zal openbaar worden door de verschijning van de Koning.

 

Christus zal Zijn Koninkrijk Zelf openbaar maken

De Schrift legt de zichtbare openbaring van het Koninkrijk niet in handen van de Gemeente.

Christus zal wederkomen.

Christus zal de volken oordelen.

Christus zal Zijn vijanden onderwerpen.

Christus zal de troon van David herstellen.

Christus zal over de aarde regeren.

Christus zal Zijn Koninkrijk openbaar maken.

De Gemeente hoeft dat werk niet voor Hem uit te voeren.

Toch verschuift binnen moderne koninkrijkstheologie de nadruk gemakkelijk van wat Christus zal doen naar wat wij nu moeten realiseren. Er ontstaat een activistisch christendom waarin gelovigen worden opgeroepen om het Koninkrijk te bouwen, uit te breiden, te vestigen, gestalte te geven of zichtbaar te maken.

Maar Christus heeft niet gezegd dat wij Zijn Koninkrijk moeten bouwen. Hij zei:

““Ik zal Mijn gemeente bouwen.” (Mattheüs 16:18, STV)

Hij bouwt Zijn Gemeente. Hij vergadert een volk voor Zijn Naam. Hij voltooit Zijn werk. Hij verschijnt op Zijn tijd.

De eer van de zichtbare openbaring van het Koninkrijk behoort niet aan de daadkracht van christenen, maar aan de wederkomende Christus.

 

De Gemeente getuigt, maar regeert niet

De Gemeente is het Lichaam van Christus. Zij heeft een hemelse roeping, positie en verwachting. Zij is in deze wereld aanwezig als getuige van een verworpen, opgestane en verhoogde Heer.

Paulus beschrijft onze opdracht als volgt:

“Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: Laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20, STV)

Een gezant vertegenwoordigt zijn vorst in een vreemd land. Hij verkondigt diens boodschap, maar neemt het land niet eigenmachtig over. Hij vestigt daar niet alvast de volledige regering van zijn koning.

De Gemeente verkondigt daarom niet:

Wij zullen de wereld transformeren.

Wij zullen de cultuur veroveren.

Wij zullen Gods regering maatschappelijk invoeren.

Wij zullen de hemel naar de aarde brengen.

De Bijbelse boodschap luidt:

“Laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20, STV)

Dat is de bediening der verzoening. Niet de bediening der maatschappelijke overname.

 

Van christelijke wandel naar een transformatieagenda

De uitspraak Gods Koninkrijk zichtbaar maken kan een brug vormen naar een veel verdergaand programma.

Het begint vaak bij goede werken, zorg voor armen en betrokkenheid bij de samenleving. Maar al snel wordt gezegd dat de Gemeente geroepen is om hele steden, organisaties, bedrijven, scholen, media en overheden te transformeren.

De samenleving moet onder “koninkrijksprincipes” worden gebracht. Christenen moeten “invloedssferen” innemen. Geestelijke leiders moeten bestuurlijke autoriteit uitoefenen. De cultuur moet worden heroverd.

Daarmee is de Gemeente niet langer een getuigend volk dat haar Heer uit de hemel verwacht. Zij wordt een maatschappelijke veranderingsbeweging die de wereld alvast in gereedheid moet brengen voor Gods regering.

Dit gedachtegoed sluit aan bij Kingdom Now, dominionisme en de New Apostolic Reformation. Binnen zulke stromingen wordt de Gemeente dikwijls gezien als een leger dat gebieden moet innemen en de invloed van satan moet terugdringen totdat Gods Koninkrijk op aarde zichtbaar wordt.

De wederkomst van Christus dreigt dan niet langer de beslissende openbaring van het Koninkrijk te zijn. Zij wordt slechts de voltooiing van een proces dat de kerk al op gang heeft gebracht.

Dat is een fundamentele verschuiving.

 

Kingdom Now verschuift de christelijke hoop

De Bijbelse hoop van de Gemeente is niet een geleidelijk gekerstende samenleving. Haar hoop is de verschijning van Christus.

Paulus schrijft:

“Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus.” (Titus 2:13, STV)

Wij verwachten niet dat de kerk de wereld steeds verder zal onderwerpen aan Christus. Wij verwachten Christus Zelf.

De Schrift beschrijft de laatste dagen bovendien niet als een tijd van toenemende onderwerping van de wereld aan het Evangelie. Zij spreekt over zware tijden, afval, verleiding, zelfliefde, geldgierigheid, hoogmoed en een schijn van godzaligheid.

Dat betekent niet dat wij passief of onverschillig moeten worden. Integendeel. Wij mogen dienen, getuigen, goeddoen en het Evangelie verkondigen.

Maar wij moeten trouw niet verwarren met wereldheerschappij.

Paulus schrijft:

“Voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.” (1 Korinthe 4:2, STV)

God vraagt trouw. Niet dat wij vóór de wederkomst aantoonbaar de samenleving hebben getransformeerd.

 

De risico’s van onbijbelse terminologie

Het gebruik van onbijbelse terminologie is niet altijd onschuldig. Vooral wanneer woorden structureel de duidelijke taal van de Schrift vervangen, ontstaan ernstige risico’s.

Vaagheid verhult leerstellige verschillen

Binnen één gemeente kunnen mensen allemaal spreken over “Gods Koninkrijk zichtbaar maken”, terwijl zij totaal verschillende dingen bedoelen.

De één bedoelt persoonlijke heiliging.

Een ander bedoelt sociale gerechtigheid.

Weer een ander bedoelt politieke invloed.

Een volgende bedoelt geestelijke gebiedsverovering.

De gezamenlijke slogan wekt eenheid, terwijl er inhoudelijk geen eenheid bestaat.

Een slogan krijgt meer gezag dan de Schrift

Wanneer een term vaak genoeg wordt herhaald, gaat hij als vanzelf Bijbels klinken. Vervolgens vraagt bijna niemand meer waar de opdracht precies in de Schrift staat.

Men begint niet meer bij de Bijbel, maar bij het concept. Daarna worden teksten gezocht die het concept moeten ondersteunen.

Dat is geen Schriftuitleg, maar een slogan gebruiken als kapstok.

Verschillende Bijbelse lijnen worden vermengd

De toekomstige regering van Christus, de aardse beloften aan Israël, de hemelse roeping van de Gemeente en de persoonlijke levenswandel van de gelovige worden samengevoegd tot één breed koninkrijksprogramma.

Daardoor vervaagt het onderscheid tussen Israël en de Gemeente en tussen de tegenwoordige bedeling en de toekomstige openbaring van het Koninkrijk.

Dwaalleer krijgt een vertrouwd geluid

Woorden als koninkrijk, doorbraak, transformatie, autoriteit, invloed en heerschappij klinken geestelijk. Maar binnen bepaalde bewegingen hebben zij een heel specifieke betekenis.

Wie alleen op het vrome taalgebruik afgaat, kan ongemerkt een complete onbijbelse visie binnenhalen.

De praktijk verandert mee

Onbijbelse terminologie blijft zelden beperkt tot woorden. Zij beïnvloedt prediking, leiderschap, evangelisatie, gemeentebouw en de omgang met politiek.

Wanneer een gemeente zichzelf ziet als instrument om Gods Koninkrijk maatschappelijk zichtbaar te maken, zal zij andere prioriteiten stellen dan een gemeente die zichzelf ziet als het Lichaam van Christus met een hemelse roeping.

 

De gelovige wordt belast met een onmogelijke opdracht

De gedachte dat wij Gods Koninkrijk zichtbaar moeten maken, kan ook grote geestelijke druk veroorzaken.

Als de buurt niet verandert, hebben wij dan gefaald?

Als de politiek goddelozer wordt, hebben wij dan onvoldoende invloed uitgeoefend?

Als ziekte en armoede blijven bestaan, is het Koninkrijk dan onvoldoende doorgebroken?

Als een stad niet wordt getransformeerd, heeft de gemeente dan te weinig geloof of geestelijk gezag gehad?

Zo worden gelovigen verantwoordelijk gemaakt voor resultaten die God hun nooit heeft opgedragen.

De opdracht van de gelovige is niet om de zichtbare regering van Christus op aarde te realiseren. Hij mag trouw wandelen, het Evangelie bekendmaken en goede werken doen.

De uitkomst is aan God.

 

Het Evangelie dreigt horizontaal te worden

Waar maatschappelijke transformatie centraal komt te staan, verandert dikwijls ook de inhoud van het Evangelie.

Zonde wordt vooral onrecht.

Bekering wordt maatschappelijke bewustwording.

Verlossing wordt bevrijding uit structuren.

Verzoening wordt menselijke verbinding.

Het Koninkrijk wordt een betere samenleving.

Maar het Bijbelse Evangelie gaat allereerst over de verhouding van de zondaar tot God.

Paulus vat het Evangelie als volgt samen:

“Dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.” (1 Korinthe 15:3-4, STV)

Goede werken zijn de vrucht van het Evangelie. Zij zijn niet het Evangelie zelf.

Wanneer het verbeteren van de wereld de kern van de boodschap wordt, kan men zeer actief zijn en toch de apostolische boodschap naar de achtergrond drukken.

 

Israël en de Gemeente worden door elkaar gehaald

Veel moderne koninkrijkstheologie neemt profetieën over het toekomstige Messiaanse Rijk en past die rechtstreeks toe op de Gemeente.

Beloften over Israël, Jeruzalem, de troon van David, vrede onder de volken en de zichtbare regering van de Messias worden vergeestelijkt. Vervolgens wordt van de kerk verwacht dat zij deze profetieën nu maatschappelijk gaat realiseren.

Maar de Gemeente heeft Israël niet vervangen.

Israël heeft een eigen roeping en toekomst binnen Gods plan. De Gemeente is het Lichaam van Christus met een hemelse positie en bestemming.

Wie deze lijnen vermengt, maakt de Gemeente verantwoordelijk voor beloften die God Zelf in de toekomst aan Israël zal vervullen.

Het Koninkrijk wordt niet zichtbaar doordat de Gemeente Israëls aardse beloften overneemt. Het wordt zichtbaar wanneer Christus wederkomt en Gods Woord letterlijk vervuld wordt.

 

Maak Christus bekend

Er is een duidelijk Bijbels alternatief voor de slogan Gods Koninkrijk zichtbaar maken.

Wij mogen Christus bekendmaken.

Wij mogen het Evangelie verkondigen.

Wij mogen als lichten in de wereld wandelen.

Wij mogen goede werken doen.

Wij mogen de waarheid vasthouden.

Wij mogen mensen oproepen zich met God te laten verzoenen.

Wij mogen de verschijning van onze Here Jezus Christus verwachten.

Dat is geen passieve roeping. Het is een hemelse en geestelijke roeping die niet afhankelijk is van maatschappelijke macht of zichtbare successen.

 

De Gemeente hoeft het Koninkrijk niet te bouwen, te vestigen of zichtbaar te maken. Zij getuigt van de verhoogde maar voor de wereld nog verborgen Koning.

Gods Koninkrijk zichtbaar maken is geen Bijbelse opdracht aan de Gemeente. De Gemeente is geroepen Christus bekend te maken totdat Hij Zelf verschijnt en Zijn Koninkrijk openbaar maakt.

Wanneer Hij verschijnt, zal niemand meer hoeven uit te leggen wat het betekent dat Gods Koninkrijk zichtbaar is.

Dan zal de Koning Zelf zichtbaar zijn.

Zie ook ( extern)

https://www.bijbelspanorama.nl/bijbelstudie/geschreven/s16_een_verborgen_koninkrijk/

https://www.israelendebijbel.nl/kennisbank-artikel/2020/10/27/Het-onzichtbare-koninkrijk-van-God

Verwarring en verwachting om Gods Koninkrijk – Zoeklicht

Uw Koninkrijk kome… – Zoeklicht

Kingdom Nów ??

Tijden en gelegenheden zijn in Gods hand

Kingdom Now stelt dat de Gemeente geroepen is om het Koninkrijk van God vóór de wederkomst van Christus zichtbaar op aarde te vestigen. Christenen zouden maatschappelijke terreinen moeten innemen, politieke en culturele invloed moeten verkrijgen en demonische machten uit steden en gebieden moeten verdrijven.

In extremere vormen wordt zelfs beweerd dat Christus pas kan terugkeren nadat de Gemeente de wereld aan Hem heeft onderworpen.

Dat  klinkt allemaal krachtig en strijdvaardig. Toch berust  het op een fundamentele verwarring. Er is onvoldoende onderscheid tussen de huidige verhoging van Christus, het verborgen karakter van Zijn Koninkrijk en Zijn toekomstige openbare Koningschap over Israël en de volkeren.

De Schrift leert nergens dat de Gemeente het Koninkrijk moet vestigen.

 

KIngdom Now, een onbijbelse misvatting
Waarom KIngdom Now niet Bijbels is

Christus bouwt Zijn Gemeente en Hij zal Zijn Koninkrijk openbaar maken.

 Christus is verhoogd, maar regeert nog niet vanaf de troon van David

De Here Jezus Christus is opgewekt uit de doden en verhoogd aan Gods rechterhand. Hij bezit alle macht en is met heerlijkheid en eer gekroond.

“Doch nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn; maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond.” — Hebreeën 2:8-9 (STV)

Dit gedeelte bevat een belangrijk gegeven

Christus is reeds gekroond. Hij bezit koninklijke waardigheid en gezag. Tegelijkertijd zien wij nog niet dat alle dingen Hem daadwerkelijk onderworpen zijn.

Hij is de rechtmatige Erfgenaam en de verhoogde Heer, maar Hij oefent het openbare Davidische Koningschap over Israël en de wereld nog niet uit.

Psalm 110 zegt:

“De HEERE heeft tot Mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.” — Psalm 110:1 (STV)

Christus zit nu aan Gods rechterhand. Hij zit nog niet op de troon van David in Jeruzalem. Hij wacht op het door God bepaalde tijdstip waarop Zijn vijanden daadwerkelijk onder Zijn voeten worden gesteld.

Ook Hebreeën spreekt over dit wachten:

“Maar Deze, één slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods; voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten.” — Hebreeën 10:12-13 (STV)

Het woord verwachtende is veelzeggend. De openbare uitoefening van Christus’ Koningschap over de aarde is nog toekomstig.

 

Het Koninkrijk is al realiteit, maar is nog verborgen

Het probleem van de Kingdom Now leer is niet dat Christus Koning wordt genoemd. Christus is de rechtmatige Koning der koningen en bezit alle macht.

De dwaling ontstaat wanneer Zijn huidige hemelse verhoging wordt gelijkgesteld aan de openbare vestiging van het Messiaanse Koninkrijk op aarde.

De juiste tegenstelling is daarom niet:

nu geen Koninkrijk, later wel een Koninkrijk

maar:

nu verborgen, later openbaar

Christus bezit het recht op het Koninkrijk. Hij is verhoogd en gekroond. Maar de zichtbare heerschappij die door de profeten is aangekondigd, is nog niet aangebroken.

De Gemeente leeft niet in de tijd waarin Christus zichtbaar vanaf de troon van David over Israël en de volkeren regeert, maar leeft in de tijd waarin de Koning door de wereld is verworpen en in de hemel verborgen is.

 

Het Koninkrijk zou niet onmiddellijk openbaar worden

De discipelen verwachtten dat het Koninkrijk Gods spoedig zichtbaar zou verschijnen. Juist daarom vertelde de Here Jezus een gelijkenis:

“En als zij dit hoorden, voegde Hij daarbij, en zeide een gelijkenis, omdat Hij nabij Jeruzalem was, en omdat zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond zou openbaar worden. Hij zeide dan: Een zeker welgeboren man reisde in een vergelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren.” — Lukas 19:11-12 (STV)

De volgorde is duidelijk.

De welgeboren man vertrekt naar een vergelegen land. Daar ontvangt hij het recht op het Koninkrijk. Daarna keert hij terug om daadwerkelijk als Koning te regeren.

De gelijkenis zegt niet dat zijn dienstknechten tijdens zijn afwezigheid het land moesten onderwerpen en zijn Koninkrijk voor hem moesten vestigen. Zij moesten trouw handelen met wat hun is toevertrouwd, totdat hij terugkomt.

Hun opdracht is niet: Neem mijn plaats in en onderwerp mijn vijanden.

Hun opdracht is: Wees getrouw totdat ik kom.

Bij zijn terugkeer handelt de koning zelf met zijn vijanden:

“Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zou zijn, brengt hen hier, en slaat ze hier voor mij dood.” — Lukas 19:27 (STV)

De verwerping van Christus eindigt dus niet doordat de Gemeente de wereld geleidelijk bekeert of onderwerpt. Zij eindigt wanneer Christus Zelf terugkeert en Zijn gezag openbaar vestigt.

 

De troon van David in de toekomst

De engel Gabriël zei over de Here Jezus:

“Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven. En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid.” — Lukas 1:32-33 (STV)

De troon van David is niet hetzelfde als de troon aan de rechterhand Gods in de hemel.

David heeft nooit in de hemel geregeerd. Zijn troon stond in Jeruzalem en was verbonden met het Koningschap over Israël.

Christus zit nu aan Gods rechterhand. Bij Zijn wederkomst zal Hij de troon van David aanvaarden en zichtbaar over het huis van Jakob en de volkeren regeren.

Openbaring spreekt daarover als een toekomstige gebeurtenis:

“En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.” — Openbaring 11:15 (STV)

De koninkrijken van deze wereld zijn vandaag zichtbaar nog niet aan Christus onderworpen. Dat zal gebeuren wanneer Hij Zijn Koningschap openbaar aanvaardt.

 

Eerst de Gemeente, daarna het herstel van Davids Koninkrijk

Handelingen 15 geeft een van de duidelijkste weerleggingen van de Kingdom Now leer.

Jakobus beschrijft Gods programma:

“Simeon heeft verhaald, hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)

Daarna zegt hij:

“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen den tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” — Handelingen 15:16 (STV)

De woorden eerst en na dezen bepalen de volgorde.

God verzamelt nu uit de heidenen een volk voor Zijn Naam. Daarna zal Christus wederkeren. Vervolgens wordt de vervallen hut van David hersteld.

De Kingdom Now leer keert deze volgorde om. Volgens deze leer moet de Gemeente eerst het Koninkrijk zichtbaar maken, waarna Christus kan terugkeren.

De Schrift zegt precies het tegenovergestelde:

Christus keert terug en Hij vestigt het Koninkrijk.

 

De Gemeente is geen aardse veroveringsmacht

De Gemeente wordt nergens voorgesteld als een organisatie die politieke, economische en culturele machtsposities moet veroveren om het Koninkrijk van God te vestigen.

De Gemeente is het Lichaam van Christus, met een hemelse roeping en bestemming.

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” — Filippenzen 3:20 (STV)

De Gemeente verwacht haar Zaligmaker uit de hemel. Zij bereidt niet eerst een voltooide christelijke wereld voor om die vervolgens aan Hem aan te bieden.

 

Gelovigen worden gezanten (gezondenen) genoemd:

“Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen.” — 2 Korinthe 5:20 (STV)

Een gezant vertegenwoordigt een afwezige Koning in een vreemd land. Hij neemt dat land niet over. Hij verkondigt de boodschap van zijn Koning.

De roeping van de Gemeente is daarom Christus te verkondigen, mensen op te roepen zich met God te laten verzoenen, gelovigen op te bouwen, het Woord te bewaren en de Here Jezus Christus te verwachten.

Nu geroepen dus tot getuigenis, niet tot wereldheerschappij.

 

Kingdom Now verwart Israël met de Gemeente

De zichtbare aardse heerschappij van de Messias is in de profetieën verbonden met Israël, Jeruzalem, het huis van Jakob en de troon van David.

Na de opstanding vroegen de discipelen:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?” — Handelingen 1:6 (STV)

De Here Jezus antwoordde niet dat er geen herstel van Israël zou komen. Hij zei:

“Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft.” — Handelingen 1:7 (STV)

Het herstel werd niet ontkend. Alleen het tijdstip werd niet bekendgemaakt.

De Kingdom Now leer neemt de aardse beloften aan Israël en past die rechtstreeks toe op de Gemeente. De Gemeente wordt daardoor de vermeende erfgenaam van Israëls aardse koninkrijksroeping.

Maar de Gemeente is niet Israël. De hemelse positie van het Lichaam van Christus is niet hetzelfde als de aardse regering vanaf de troon van David.

Wie dit onderscheid uitpoetst of niet ziet, maakt van de Gemeente iets wat zij volgens de Schrift niet is.

 

De wereld wordt niet geleidelijk het Koninkrijk

De Kingdom Now leer verwacht dat het Koninkrijk steeds zichtbaarder wordt doordat de Gemeente terrein wint. De Schrift beschrijft de tijd vóór Christus’ verschijning echter niet als een periode waarin de wereld steeds christelijker wordt.

Paulus schrijft:

“En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden.” — 2 Timotheüs 3:1 (STV)

De Here Jezus vroeg:

“Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?” — Lukas 18:8 (STV)

De Schrift verwacht allesbehalve een geleidelijke overwinning van de Gemeente over alle politieke, maatschappelijke en geestelijke machten.

In de gelijkenis van het onkruid blijft het onkruid tussen de tarwe staan tot de oogst. De oogst is de voleinding van de eeuw, wanneer Christus Zelf ingrijpt.

De Gemeente zal vrucht dragen. Het Evangelie zal mensen uit alle volken bereiken. Maar nergens wordt beloofd dat de Gemeente vóór de wederkomst de samenleving zal onderwerpen of de wereld tot het Koninkrijk zal maken.

 

Satan is nog niet gebonden

Binnen de Kingdom Now leer wordt veel gesproken over het ‘binden van territoriale machten, het innemen van steden en het verdrijven van satanische heerschappij”uit complete gebieden.

De Schrift leert onomwonden dat satan in deze tijd nog actief is:

“Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden.” — 1 Petrus 5:8 (STV)

Satan is dus nog niet gebonden zoal voorzegd in Openbaring 20.

Zijn daadwerkelijke binding vindt plaats wanneer een engel uit de hemel neerdaalt en hem op Gods bevel bindt:

“En hij greep den draak, de oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren.” — Openbaring 20:2 (STV)

Niet ‘de Gemeente bindt satan door decreten, territoriale gebeden of moderne apostolische autoriteit’.

God Zélf laat hem op het vastgestelde moment binden.

De gelovige moet de duivel weerstaan. Dat is iets anders dan beweren dat de Gemeente zijn macht over de wereld nu reeds kan of zou moeten  beëindigen.

 

Christus Zelf zal Zijn Koninkrijk vestigen

Het toekomstige Koninkrijk ontstaat niet door kerkelijke strategie, politieke meerderheden, culturele beïnvloeding of moderne apostolische netwerken.

Daniël zegt:

“Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden.” — Daniël 2:44 (STV)

God richt het Koninkrijk op.

Christus verschijnt in heerlijkheid. Hij oordeelt de volkeren, herstelt Israël, aanvaardt de troon van David en maakt Zijn heerschappij openbaar.

Dat is geen geleidelijk menselijk proces. Het is een beslissend Goddelijk ingrijpen.

Bij Zijn eerste komst werd de Koning verworpen. Bij Zijn tweede komst zal Hij Zijn Koningschap openbaar aanvaarden.

 

Het gevaar van de Kingdom Now leer

Wanneer de Gemeente zichzelf gaat zien cq. verheffen als de zichtbare regering van God op aarde, verschuift onvermijdelijk het zwaartepunt.

Het Evangelie van verzoening wordt vervangen door een boodschap van maatschappelijke transformatie. Dienaren worden machthebbers. Moderne apostelen en profeten krijgen bestuurlijke autoriteit. Politieke invloed wordt aangezien voor geestelijke overwinning.

Voorspoed, succes en maatschappelijke macht worden bewijsstukken van koninkrijkskracht. Kritiek op leiders kan vervolgens worden voorgesteld als verzet tegen Gods gezag.

Daarmee ontstaat precies het tegenovergestelde van het voorbeeld van Christus.

De Here Jezus kwam tijdens Zijn eerste komst niet om politieke macht te grijpen, maar om te dienen en Zijn leven te geven.

De Gemeente volgt haar verworpen Heer. Zij draagt in deze wereld niet de kroon van zichtbare wereldheerschappij, maar het getuigenis van een gekruisigde en opgestane Christus.

 

Geen passiviteit, maar trouw

De afwijzing van de Kingdom Now leer betekent niet dat christenen zich dan maar uit de samenleving moeten terugtrekken.

Gelovigen behoren goed te doen, rechtvaardig te handelen, voor hun naasten te zorgen, de waarheid te spreken en hun licht te laten schijnen.

Maar er is een wezenlijk verschil tussen trouw en rechtvaardig leven in de wereld en beweren dat de Gemeente de wereld zou moeten veroveren en het Koninkrijk moet vestigen.

Het eerste is Bijbels.

Het tweede neemt een werk op zich dat Christus voor Zichzelf heeft voorbehouden.

 

Christus bouwt Zijn Gemeente

De Here Jezus heeft niet gezegd dat de Gemeente Zijn Koninkrijk moet bouwen. Hij heeft gezegd:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” — Mattheüs 16:18 (STV)

Christus bouwt Zijn Gemeente.

De Gemeente bouwt niet Zijn Koninkrijk. Zij verkondigt het Evangelie, bewaart het Woord en verwacht de Heer.

Dat is geen zwakke of passieve roeping. Het is trouw blijven aan het werk dat Christus haar daadwerkelijk heeft opgedragen.

 

De Bijbelse volgorde

Christus is gestorven, opgewekt en verhoogd. Hij zit nu aan Gods rechterhand en wacht totdat Zijn vijanden tot een voetbank van Zijn voeten worden gesteld.

In deze tijd verzamelt Hij Zijn Gemeente uit Joden en heidenen. De Gemeente verkondigt het Woord, dient, lijdt, getuigt en verwacht haar Heer.

Daarna zal Christus wederkomen. Hij zal het Davidische Koningschap aanvaarden, Israël herstellen, de volkeren oordelen en Zijn reeds bestaande maar verborgen Koninkrijk zichtbaar op aarde vestigen.

Christus is dus nu al de rechtmatige Koning en de verhoogde Heer. Maar Hij regeert nog niet openbaar vanaf de troon van David over Israël en de volkeren.

 

De Gemeente bouwt het Koninkrijk niet. Christus bouwt Zijn Gemeente en Christus zal Zijn Koninkrijk openbaren.

Kingdom Now zegt eigenlijk:

Wij moeten het Koninkrijk vestigen voordat de Koning komt.

De Schrift zegt:

“Na dezen zal Ik wederkeren.” Handelingen 15:16 (STV)

zie ook:

Bijbelstudie lezingen: Kingdom Now ….

Wat zegt de Bijbel over de doop in de Geest?

Waarom deze vraag

De uitdrukking “doop in de Heilige Geest klinkt voor veel christenen bekend. In charismatische kringen wordt zij vaak gebruikt voor een aparte geestelijke ervaring ná bekering. Eerst word je gelovig, daarna moet je nog “gedoopt worden in de Geest”. Vaak wordt daar spreken in tongen, bijzondere kracht, profetische gevoeligheid of een hogere mate van zalving aan gekoppeld.

Maar de vraag is niet wat een beweging, spreker of liedcultuur ervan gemaakt heeft. De vraag is eenvoudiger en scherper:

Hero banner promoting Bible studies: open Bible on a wooden table at sunrise with the Dutch title 'Wat zegt de Bijbel over...' and a blue footer menu showing topics like Schrift met Schrift and Christus centraal.
Wat zegt de Bijbel over

Wat zegt de Bijbel over de doop in de Geest?

En daar wordt het spannend. Want de Schrift spreekt wel degelijk over de doop met of door de Heilige Geest. Alleen niet op de manier zoals men er vandaag vaak over spreekt.

Doop in de Geest, wat zegt de Bijbel

De belofte van de doop met de Heilige Geest

Johannes de Doper kondigde aan dat Christus zou dopen met de Heilige Geest:

“Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die zal u met den Heiligen Geest en met vuur dopen.”
— Mattheüs 3:11 (STV)

Ook in Handelingen verwijst de Heere Jezus naar deze belofte:

“Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met den Heiligen Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.”
— Handelingen 1:5 (STV)

Deze woorden wijzen vooruit naar Pinksteren. Daar wordt de Heilige Geest uitgestort, niet als een losse religieuze impuls, maar als een beslissende heilshistorische gebeurtenis. De verhoogde Christus geeft de Geest. De Gemeente wordt in de praktijk openbaar als het lichaam van Christus op aarde.

Petrus zegt op de Pinksterdag:

“Hij dan, door de rechterhand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes ontvangen hebbende van den Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort.”
— Handelingen 2:33 (STV)

Let op die woorden: Hij heeft dit uitgestort. Pinksteren is niet het begin van een eindeloze jacht naar herhaalde “Geestesdopen”. Het is de historische uitstorting van de Geest door de verhoogde Christus.

 

De uitleg staat in de brieven

Wie wil weten wat de doop in de Geest betekent voor de gelovige vandaag, moet niet blijven hangen in de overgangssituaties van Handelingen. Handelingen beschrijft hoe het Evangelie zich uitbreidt: van Joden naar Samaritanen, naar heidenen, en naar mensen die nog slechts de doop van Johannes kenden.

De leerstellige uitleg vinden we vooral in de brieven.

Daar zegt Paulus:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.”
— 1 Korinthe 12:13 (STV)

Dat vers is beslissend.

Paulus zegt niet: “Sommigen van ons zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt.”
Hij zegt ook niet: “De vurige gelovigen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt.”
Hij zegt: wij allen.

De doop door de Geest is dus niet een tweede ervaring voor een geestelijke bovenlaag. Het is Gods werk waardoor gelovigen tot één lichaam worden gedoopt. Het gaat om inlijving in Christus, niet om een later ervaringscertificaat.

 

Niet een ‘tweede zegen’, maar een ontvangen positie

Veel verwarring ontstaat doordat men van de doop in de Geest een ervaring maakt die je nog moet krijgen. Maar Paulus verbindt deze doop niet met een gevoel, een extase of een manifestatie. Hij verbindt haar met het lichaam van Christus.

De gelovige wordt door de Geest tot één lichaam gedoopt. Dat is positie. Dat is een feit. Dat is wat God doet met allen die in Christus zijn.

Daarom zegt Paulus ook:

“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;”
— Kolossenzen 2:10 (STV)

Een gelovige is niet half compleet totdat hij nog een latere Geestesdoop ontvangt. Hij is in Christus volmaakt. Dat betekent niet dat zijn wandel al volmaakt is. Maar zijn positie in Christus is volledig.

Daarom is het zo schadelijk wanneer men gelovigen leert dat zij nog iets fundamenteels missen. Dan wordt de blik verschoven van Christus naar de ervaring. Van het volbrachte werk naar de geestelijke doorbraak. Van zekerheid naar zoeken. Van rust naar onrust.

 

De gelovige hééft de Geest ontvangen

De Schrift kent geen categorie van ware gelovigen die Christus wel toebehoren, maar de Heilige Geest (nog) niet ontvangen hebben.

Paulus schrijft:

“Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.”
— Romeinen 8:9 (STV)

Dat is duidelijk. Wie de Geest van Christus niet heeft, komt Hem niet toe. Anders gezegd: een gelovige zonder de Geest bestaat niet.

Ook in Efeze lezen we:

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;”
— Efeze 1:13 (STV)

De volgorde is helder: het Evangelie horen, geloven, verzegeld worden met de Heilige Geest. Paulus bouwt daar geen aparte geestelijke tussenetage in.

Hij schrijft niet: “Nadat gij geloofd hebt, moet gij nog wachten op de doop in de Geest.”
Hij zegt: nadat gij geloofd hebt, zijt gij verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte.

Dat is geen halve gave. Dat is geen aanbetaling van een mogelijke latere geestelijke klasse. Dat is Gods zegel op de gelovige.

 

Handelingen is geen blauwdruk voor een tweede fase

Vaak wordt gewezen op Handelingen. En inderdaad: in Handelingen zien we verschillende momenten waarop mensen de Heilige Geest ontvangen. Maar die situaties moeten gelezen worden in hun heilshistorische context.

Op Pinksteren gaat het om Joden in Jeruzalem. In Samaria wordt zichtbaar bevestigd dat ook Samaritanen bij dit ene werk van God worden betrokken. In het huis van Cornelius wordt bevestigd dat ook heidenen zonder Joodse wet of besnijdenis door geloof worden aangenomen. In Handelingen 19 gaat het om mannen die nog slechts met de doop van Johannes bekend waren.

Dat zijn geen herhaalbare modellen voor iedere christen. Het zijn scharniermomenten in de overgang van Israël naar de openbaring van de Gemeente uit Jood en heiden.

De fout ontstaat wanneer men van zulke historische overgangsmomenten een norm maakt voor alle gelovigen. Dan wordt Handelingen een handleiding voor ervaring, terwijl de brieven de leerstellige norm geven voor de Gemeente.

En de brieven zeggen niet: zoek een tweede doop.
De brieven zeggen: wandel in overeenstemming met wat u in Christus ontvangen hebt.

 

De verwarring tussen doop en vervulling

Er is wél een opdracht aan gelovigen met betrekking tot de Heilige Geest:

“En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest;”
— Efeze 5:18 (STV)

Maar dit is niet hetzelfde als de doop in de Geest.

De doop in de Geest heeft te maken met onze inlijving in het lichaam van Christus. Die is eenmalig en positioneel.

De vervulling met de Geest heeft te maken met onze wandel. Die is praktisch, herhaald en verbonden met gehoorzaamheid, afhankelijkheid, wijsheid, lof, dankbaarheid en onderlinge onderdanigheid. Dat blijkt direct uit het vervolg van Efeze 5.

Wanneer men die twee door elkaar haalt, ontstaat geestelijke mist. Dan wordt een reeds ontvangen positie veranderd in een na te jagen ervaring. Dan gaat de gelovige zoeken naar iets wat God hem in Christus al gegeven heeft.

 

De Geest verheerlijkt Christus

De Heilige Geest is niet gekomen om de aandacht op Zichzelf als ervaring te vestigen. De Heere Jezus zei:

“Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.”
— Johannes 16:14 (STV)

Dat is een belangrijk toetsingspunt. Waar de Geest werkt, wordt Christus grootgemaakt. Niet de ervaring. Niet de manifestatie. Niet de spreker. Niet de sfeer. Niet het moment. Christus.

Daarom is het verdacht wanneer de leer over de Geest voortdurend draait om “meer”, “kracht”, “zalving”, “doorbraak” en “activatie”, terwijl de volheid van Christus naar de achtergrond verdwijnt.

De Heilige Geest maakt niet afhankelijk van een conferentie, spreker, handoplegging of emotionele piek. Hij wijst de gelovige op Christus, opent de Schrift, werkt vrucht, geeft vrijmoedigheid, leidt in waarheid en vormt het leven naar de wil van God.

 

Wat dan met kracht?

Sommigen zeggen: maar Jezus beloofde toch kracht?

Zeker.

“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.”
— Handelingen 1:8 (STV)

Maar ook hier moet de context blijven staan. Dit woord is verbonden met het apostolische getuigenis en de uitbreiding van het Evangelie vanuit Jeruzalem tot aan het uiterste der aarde. Het gaat niet om een moderne techniek om een hoger geestelijk niveau te bereiken.

De kracht van de Geest is in de Schrift niet los verkrijgbaar. Zij is verbonden met getuigenis van Christus, gehoorzaamheid aan God, verkondiging van het Woord en het werk dat God Zelf doet.

Wie “kracht” zoekt als ervaring, kan gemakkelijk afdwalen. Wie Christus verkondigt en in de Geest wandelt, staat op Bijbelse grond.

 

De Korinthiërs bewijzen het tegendeel

Juist de geschiedenis van de gemeente van Korinthe is zeer leerzaam. Als er één gemeente was waar veel misging rond geestelijke gaven, dan was het Korinthe. Er was verdeeldheid. Er was vleselijkheid. Er was wanorde. Er was misbruik van gaven. Er was geestelijke pronkzucht.

En juist tegen die gemeente zegt Paulus:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt…”
— 1 Korinthe 12:13 (STV)

Dat is vernietigend voor de leer dat de doop in de Geest herkenbaar zou zijn aan een hoger geestelijk niveau. De Korinthiërs waren niet geestelijk volwassen omdat zij gaven hadden. Paulus noemt hen zelfs vleselijk:

“En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.”
— 1 Korinthe 3:1 (STV)

Ze hadden dus geen gebrek aan een tweede Geestesdoop. Ze hadden gebrek aan geestelijke volwassenheid, orde, liefde en Christusgerichtheid.

Dat is ook vandaag een nodige correctie. Manifestatie is geen maatstaf voor geestelijkheid. Gave is geen bewijs van rijpheid. Emotie is geen bewijs van volheid. De vrucht van de Geest is een betere toets dan de drukte van een bijeenkomst.

 

De vrucht van de Geest is de gezonde toets

Paulus schrijft:

“Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.”
— Galaten 5:22 (STV)

Dat is de taal van de Schrift. Niet geestelijke show, maar vrucht. Niet “heb jij de doop al ontvangen?”, maar: wandel je door de Geest? Wordt Christus zichtbaar in je leven? Wordt het vlees geoordeeld? Is er liefde, vrede, zachtmoedigheid, zelfbeheersing?

Paulus zegt:

“Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen.”
— Galaten 5:25 (STV)

Dat is de Bijbelse lijn.

Niet: indien wij door de Geest leven, laat ons nog een aparte Geestesdoop zoeken.

Maar: laat ons door de Geest wandelen.

 

Waarom de leer van een aparte Geestesdoop gevaarlijk is

De leer van een aparte doop in de Geest lijkt vaak vroom. Het lijkt hongerig naar meer van God. Het lijkt afhankelijk. Maar onder de oppervlakte zitten grote problemen.

Maakt gelovigen onzeker over wat zij in Christus ontvangen hebben.

Maakt ervaring tot maatstaf.

Zij schept gemakkelijk geestelijke rangen: gewone gelovigen en Geestgedoopte gelovigen.

Zij leest Handelingen als blauwdruk en negeert de leerstellige helderheid van de brieven.

Zij verwart de doop in de Geest met de vervulling met de Geest.

Zij verplaatst de blik van Christus naar een moment, een gevoel of een manifestatie.

En vooral: zij doet alsof de gelovige na zijn geloof in Christus nog een fundamenteel geestelijk tekort heeft dat door een latere ervaring moet worden aangevuld.

Maar de Schrift zegt:

“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.”
— Efeze 1:3 (STV)

Niet met enkele geestelijke zegeningen. Niet met de basis, waarna later nog de echte kracht moet volgen. Maar met alle geestelijke zegening in Christus.

 

Wat zegt de Bijbel?

De Bijbel leert dat Christus de Doper met de Heilige Geest is. De belofte werd zichtbaar vervuld in de heilshistorische uitstorting van de Geest. De brieven leren vervolgens dat alle gelovigen door één Geest tot één lichaam zijn gedoopt.

Daarom is de doop in de Geest geen aparte tweede ervaring na bekering. Het is Gods werk waardoor de gelovige in Christus en Zijn lichaam wordt ingelijfd.

De gelovige hoeft dus niet te vragen: “Heb ik de doop in de Geest al ontvangen?”
De betere vraag is: wandel ik door de Geest Die God mij gegeven heeft?

Want de roeping van de gelovige is niet om een tweede doop te najagen, maar om te leven uit de volheid van Christus, in afhankelijkheid van de Geest, tot eer van God.

 

De doop in de Geest is geen aparte geestelijke upgrade voor gevorderde christenen. Volgens 1 Korinthe 12:13 zijn alle gelovigen door één Geest tot één lichaam gedoopt. De gelovige is verzegeld met de Heilige Geest, behoort Christus toe en is in Hem volmaakt. De opdracht is niet om een tweede Geestesdoop te zoeken, maar om vervuld te worden met de Geest en door de Geest te wandelen.

Zie ook:

Geen second blessing, maar Christus – Bijbelse basis

https://youtube.com/shorts/NKGYzuCeOsI?is=-ThKaGPHS7DJJgSd

Geverifieerd door MonsterInsights