Charismatische leer toetsen

Waarom ik hierover blijf schrijven

Ik wil graag een tipje van de sluier oplichten over de reden waarom ik op dit blog regelmatig bepaalde onderwerpen behandel.

Een oplettende bezoeker zal inmiddels hebben gemerkt dat het hier opvallend vaak gaat over zaken die raken aan de charismatische praktijk en leer. Dat is niet toevallig. Binnen dat gedachtegoed worden regelmatig claims gedaan, verwachtingen gewekt en uitspraken gedaan waarvan ik mij steeds vaker afvraag:

waar staat dit eigenlijk in de Bijbel?

En die vraag is voor mij niet onderhandelbaar.

Na mijn ongeluk ben ik verschillende keren terug geweest in een gemeente waar ik vroeger vaker kwam. Omdat daar inmiddels een leiderschapswissel had plaatsgevonden, was ik aanvankelijk behoorlijk optimistisch. Ik was benieuwd naar de prediking, de aanpak, en, plat gezegd,  de koers die men zou gaan varen.

Langzamerhand is duidelijk geworden welke richting gekozen is.

En je raadt het waarschijnlijk al: de afslag richting het pinkster- en charismatisch christendom is genomen. Inmiddels is ook gecommuniceerd dat de gemeente zich heeft aangesloten bij de VPE. Wie mijn eerdere artikel daarover heeft gelezen, zal begrijpen dat ik daar bepaald niet enthousiast over ben. Dat is dan nog voorzichtig uitgedrukt.

 

Het gaat mij niet om een of het etiket

Laat ik meteen iets duidelijk maken. Mijn bezwaar zit nadrukkelijk niet in een naam, een organisatie of een etiket. Ook niet in het feit dat iemand zichzelf pinksterchristen, evangelisch, reformatorisch of wat dan ook noemt.

De vraag is veel simpeler:

Wat leert de Schrift?

Dáár moet uiteindelijk alles aan getoetst worden.

Mijn zorg is dat binnen het charismatisch gedachtegoed een belangrijk Bijbels onderscheid onvoldoende of zelfs niet wordt gezien: het onderscheid tussen Gods handelen met Israël en Gods roeping van de Gemeente, het Lichaam van Christus.

Wanneer dat onderscheid verdwijnt, wordt vrijwel automatisch ook het boek Handelingen anders gelezen. Handelingen wordt dan gemakkelijk behandeld als een blauwdruk voor hoe iedere plaatselijke gemeente vandaag zou behoren te functioneren. Wonderen, tekenen, bijzondere manifestaties, profetieën en bovennatuurlijke ervaringen worden vervolgens niet alleen mogelijk geacht, maar dikwijls ook verwacht.

Daar zit voor mij een fundamenteel probleem.

Niet omdat ik wil voorschrijven wat God wel of niet zou kunnen doen, maar omdat de Schrift zelf bepaalt wat wij voor deze tijd als normgevende leer en praktijk mogen verwachten.

Het verschil tussen beschrijving en voorschrift is daarbij essentieel.

Niet alles wat in Handelingen gebeurde, is daarmee  een opdracht of model voor de Gemeente vandaag.

 

Wanneer ervaring de plaats van het Woord inneemt

Het gevolg van zo’n koers blijft bovendien niet beperkt tot een leerstellig verschil van inzicht.

Het beïnvloedt hoe gelovigen leren denken.

Waar het Woord niet langer praktisch de maatstaf is waaraan alles wordt getoetst, ontstaat gemakkelijk een geloofscultuur waarin ervaring steeds belangrijker wordt.

Wat voelde je?

Wat ervoer je?

Wat kreeg je op je hart?

Welke indruk ontving je?

Was er een bijzondere sfeer?

Was er “kracht”?

Heeft iemand een woord voor je?

Daarmee wil ik gevoel of emotie niet verdacht maken. Een mens zonder gevoel bestaat niet en ook geloof raakt vanzelfsprekend ons hart. Maar gevoel is geen openbaringsbron. Een indruk is geen Schriftwoord. Een bijzondere ervaring bewijst niet dat iets van God afkomstig is.

Daarom zegt de Bijbel ook:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

Dat is geen oproep tot cynisme. Het is een opdracht tot groei, tot geestelijke volwassenheid.

 

Toetsing is geen gebrek aan geloof

Wat mij daarom eveneens zorgen baart, is wanneer kritische vragen weliswaar in theorie welkom worden genoemd, maar in de praktijk als lastig worden ervaren.

Er kan gezegd worden dat alles bespreekbaar is en dat de deur altijd openstaat. Maar de werkelijke vraag is wat er gebeurt wanneer iemand daadwerkelijk binnenkomt en vraagt:

Waar staat dit?

Waarom leren wij dit?

Is deze praktijk werkelijk uit de Schrift af te leiden?

Is dit voorschrift voor de Gemeente, of lezen wij iets in de tekst wat er niet staat?

Wie echt overtuigd is van de Bijbelse basis van zijn leer, hoeft zulke vragen niet te vrezen.

Sterker nog: een gemeente zou zulke vragen moeten verwelkomen.

De Bereërs werden immers niet geprezen omdat zij alles wat Paulus zei onmiddellijk als zoete koek aannamen, maar juist omdat zij onderzochten of hetgeen hun verteld werd met de Schrift overeenkwam:

“En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” (Handelingen 17:11, STV)

Dat is geen ongeestelijke houding.

Dat is een geestelijke houding.

 

Gelovigen moeten toegerust worden

Een van mijn grootste bezwaren tegen een sterk ervaringsgerichte geloofspraktijk is daarom dat gelovigen er uiteindelijk afhankelijk door kunnen worden.

Afhankelijk van leiders.

Afhankelijk van bijeenkomsten.

Afhankelijk van sfeer.

Afhankelijk van bijzondere ervaringen.

Afhankelijk van iemand die zegt iets “voor jou ontvangen” te hebben.

Maar de Bijbelse bedoeling is juist dat gelovigen worden opgebouwd, onderwezen en toegerust, zodat zij zelf leren staan.

Niet op de ervaring van een ander.

Niet op de charisma’s van een leider.

Niet op de emotionele intensiteit van een samenkomst.

Maar op het geopenbaarde Woord van God.

Daarom blijft dat Woord mijn uitgangspunt.

“Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.” (Psalm 119:105, STV)

 

Geen stormram

Je zult begrijpen dat ik mij in zo’n ontwikkeling niet thuis voel.

Tegelijkertijd voel ik mij ook niet geroepen om met een stormram een gemeente binnen te gaan en daar de boel op stelten te zetten. Dat zou waarschijnlijk weinig opbouwen en vooral loopgraven veroorzaken.

Maar zwijgen is iets anders.

Ik kan schrijven.

Ik kan onderzoeken.

Ik kan vergelijken.

Ik kan vragen stellen.

En ik kan anderen aansporen hetzelfde te doen.

In de afgelopen jaren heb ik het voorrecht gehad veel te mogen bestuderen en daardoor bepaalde patronen te leren herkennen. Niet omdat ik alles weet,  verre van dat, maar omdat ik steeds beter heb leren zien hoe belangrijk het is om Schriftgedeelten in hun verband te lezen en onderscheid te maken tussen Israël en de Gemeente, tussen Wet en Genade, tussen beschrijving en voorschrift en tussen menselijke ervaring en Goddelijke openbaring.

Daar zal ik dus voorlopig over blijven schrijven.

Niet om mensen belachelijk te maken.

Niet omdat ik ruzie zoek.

Niet omdat ik beweer dat iedereen die in een charismatische gemeente zit onoprecht is.

Integendeel. Ik twijfel er niet aan dat daar vele oprechte gelovigen zijn die werkelijk de Here Jezus Christus willen dienen.

Juist daarom vind ik dit onderwerp belangrijk.

Oprechtheid maakt een leer namelijk nog niet Bijbels.

 

Het gaat mij om die ene lezer

Ik ga met dit blog niet voor enorme bezoekersaantallen.

Natuurlijk is het leuk wanneer een artikel veel gelezen wordt, maar dat is niet mijn drijfveer.

Het gaat mij veel meer om het individu.

Als één iemand door een artikel opnieuw zijn Bijbel opent en denkt: wacht eens even, klopt hetgeen mij geleerd wordt eigenlijk wel?

Als één gelovige ontdekt dat hij niet afhankelijk hoeft te zijn van religieuze ervaringen maar mag rusten in wat God heeft gesproken.

Als één iemand leert onderscheiden tussen wat de Bijbel werkelijk zegt en wat wij er in de loop der jaren van hebben gemaakt.

Dan vind ik dat al heel waardevol.

 

Geen dichtgespijkerd systeem

Mijn uitgangspunt blijft daarom het Woord van God.

Niet een geloofsbelijdenis.

Niet een kerkelijke traditie.

Niet een denominatie.

Niet een dogmatisch systeem waarin iedere vraag bij voorbaat al van een antwoord is voorzien.

En óók niet de leer van een favoriete Bijbelleraar.

Iedere menselijke uitleg moet uiteindelijk opnieuw langs de Schrift.

Ook de mijne.

Paulus schrijft:

“Beijver u om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.” (2 Timotheüs 2:15, STV)

Dat vraagt studie. Dat vraagt soms correctie. Dat vraagt ook de bereidheid om geliefde overtuigingen los te laten wanneer blijkt dat zij onvoldoende Bijbelse grond hebben.

Juist in een tijd waarin we op vrijwel ieder terrein overspoeld worden met informatie, halve waarheden, stellige claims en regelrechte desinformatie, zou de Gemeente een plaats van onversneden helderheid moeten zijn.

Niet van nieuwe mist.

Niet van nóg meer onbewezen claims.

Maar van waarheid.

Daarom schrijf ik.

En daarom kun je de komende tijd naast opbouwende artikelen en korte Bijbelstudies ook artikelen blijven verwachten die kritisch kijken naar charismatische leer en praktijk.

Soms voorzichtig.

Soms scherp.

En soms zal het ongetwijfeld een beetje schuren.

Maar hopelijk altijd met dezelfde vraag op de achtergrond:

Wat zegt de Schrift echt?

Want uiteindelijk is dat niet alleen de veiligste vraag.

Het is de enige vraag die echt beslissend is.

 

Pinkster hersenschim: gedram over tienden

Mensen die teveel tijd over hebben gaan soms nadenken en herinneren zich ineens ouwe meuk . Zo vergaat het mij in elk geval.

De kracht zat ‘m in de herhaling?

Onze voorganger heeft het op zeker moment nodig gevonden om de gemeente te impregneren over het ’trouw betalen van tienden’ Daarover werd intensief, indringend en terugkerend gepreekt, en er volgde tevens een aparte Bijbelstudieavond.

Geen Bijbelstudie maar visie overdracht

Dat was geen Bijbelstudie, achteraf gezien….De Bijbel werd, zoals daar gebruikelijk was, hoofdzakelijk als kapstok gebruikt om de gewenste gedachte/visie over te brengen.

Wij hadden eerder ooit geleerd zelf Bijbelstudie te doen oa. door Schrift met Schrift te vergelijken, en we hebben destijds  veel gelezen over de Bijbelse tempeldienst in het algemeen en uiteraard  ‘het geven en innen van tienden’  en in welke context eea. staat.

Recent kwam ik nog wat papierwerk tegen hiervan. Daar is wel wat tijd overheen gegaan zeg… .

Geld

Over geld heb ik geen probleem gemaakt; er zijn nou eenmaal onkosten die gemaakt moeten worden om samen te komen, en verder was er ook steun aan christelijke doelen. Prima allemaal.

Maar om daarvoor dan tempel onderwijs één op één uit het oude Testament op de plaatselijke gemeente te projecteren ging me veel te ver. Ik wilde weten hoe het zat, heb het onderzocht, en het bleek een misvatting.

Voelde me wel geroepen om bij te dragen in de kosten. Logisch dat je bijdraagt toch? Zo noemde ik de betaalopdracht destijds ook: bijdrage.

Correctie tijdens gebed

Daar werd ik tijdens een gebedsmoment indirect over afgerekend/gecorrigeerd door de voorganger, dat er een ‘bijdrage’ was overgemaakt, maar geen tienden. Dat was niet goed.

Was weer een signaal dat er sprake was van ordinaire manipulatie. Deze man deed zich voor als heel geestelijk, het hoofd van het plaatselijke lichaam, kreeg ook regelmatig beelden en woorden voor bepaalde mensen door…

Ondertussen stug door blijven hameren op onze ‘plicht om trouw onze ’tienden in het schathuis’ te brengen. Dat moesten we toch vooral gaan doen, en gehoorzaam zijn, dan zou God ons meer en overvloedig kunnen zegenen.

Hysterie

Er werden themadiensten gehouden en onderwerpen aangekondigd. Zoals ‘Generatie vloeken.’ Gemeenteleden namen familie mee, broers en zussen , vaders, moeders.

Want er waren banden en die moesten verbroken worden. Naar mijn beste weten was dat allemaal opgeklopte hysterie. Er werd niks verbroken.

Wonderlijk blijft het wel dat zoveel mensen binnen kwamen en ook bleven komen terwijl het gewoon algemeen genomen geen goed en Bijbels gedegen onderwijs was.

Weer wat geleerd

Het heeft er allemaal wel voor gezorgd dat we zelf veel meer gingen studeren en onderzoeken dus in die zin was het zeker ook een vruchtbare tijd.

Nog steeds zijn er bepaalde typische pinkster triggerwoorden (waarover later meer) waarbij al de rode lampen gaan rinkelen en bellen gaan knipperen. Bepaald goedgelovig en vaak onwetend volk stinkt er nog steeds in zo valt te vrezen. Niet gehinderd door enige goede Bijbelkennis ben je ook vatbaar voor allerlei wind van leer. Kapstok prediking. En soms ook platte manipulatie.

Het belang van Bijbelstudie, geen boekstudie

Dus er zit voor de gelovige die iets goeds wil leren maar één ding op: Bijbelstudie. Geen zoveelste boekstudie, wat een of ander helder licht erover geschreven heeft in zijn/haar twintigste boek, maar gewoon de Bijbel. Het Woord van God.

Exit

Er kwamen nieuwe mensen bij en er verdwenen ook genoeg stilletjes via de achterdeur. Een fenomeen wat ik later elders ook terugzag.

Niet lang hierna trok ik ook de deur achter me dicht. Ik ben zonder uitleg of navraag vertrokken, moegetergd maar een wijze les rijker.

Geen wrok achteraf, wel ‘hoe is het mogelijk’…..en het verlangen anderen hiervoor te behoeden.

 

 

Pinksteren en Pasen: waarom de Geest geen losse ervaring is

Pinksteren: geen losse geest-ervaring, maar vrucht van de opstanding

Pinksteren is misschien wel één van de meest gevierde én minst begrepen momenten in het christelijke jaar.

Er wordt gezongen over de Geest. Er wordt gesproken over vuur. Over kracht. Over tongen. Over verwachting. Over “meer”. Over “kom, Heilige Geest”. En voordat je het weet, is Pinksteren veranderd in een geestelijke verlangmachine: alsof Pasen nog niet genoeg was, alsof Christus wel opstond, maar de gelovige daarna nog op een tweede pakket uit de hemel moest wachten.

Maar dat is precies waar het misgaat.

Pinksteren is niet Gods correctie op een onvolledig Pasen. Pinksteren is de openbare demonstratie van wat in de opstanding van Christus werkelijkheid is geworden. De Heilige Geest komt niet als los verkrijgbare krachtcentrale naast Christus. Hij is de Geest van de opgestane, verheerlijkte Christus. Wie Pinksteren losmaakt van Pasen, krijgt vanzelf een scheef evangelie.

En een scheef evangelie zoekt altijd naar extra’s.

Extra kracht.
Extra zalving.
Extra ervaring.
Extra vuur.
Extra tekenen.

Maar de Schrift wijst niet naar een tekort in Pasen. De Schrift wijst naar de volheid van de opgestane Christus.

Pinksteren is geen correctie op Pasen

 

De vergeten vraag bij Johannes 20

In Johannes 20 verschijnt de opgestane Heere Jezus aan Zijn discipelen. En dan staat daar een tekst die in veel Pinksterdenken ongemakkelijk in de weg zit:

“En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zeide tot hen: Ontvangt de Heilige Geest.” (Johannes 20:22, STV)

De vraag is eenvoudig: gebeurde er toen niets?

Zei Christus werkelijk: “Ontvangt de Heilige Geest”, terwijl zij Hem op dat moment niet ontvingen? Was dit slechts een leeg gebaar, een vooraankondiging zonder werkelijke inhoud, een soort hemelse trailer voor Handelingen 2?

Dat is moeilijk vol te houden.

De Heere Jezus blaast op hen. Dat is niet zomaar theater. Adem, wind en geest liggen in de Schrift dicht bij elkaar. De Geest is de adem van God, het leven van God, de werkzame kracht van God. En juist de opgestane Christus geeft Zijn discipelen deel aan dat leven.

Daarom moet Johannes 20 zwaar wegen. Niet omdat Handelingen 2 onbelangrijk is, maar omdat Handelingen 2 niet tegen Johannes 20 uitgespeeld mag worden.

 

De Geest is verbonden met de verheerlijking van Christus

Johannes 7 zegt dat de Heilige Geest nog niet was gegeven, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was. Dat betekent niet dat de Geest in absolute zin nog niet bestond of nooit gewerkt had. De Geest werkte in de schepping, sprak door de profeten en was werkzaam in Gods openbaring. Maar de gave van de Geest als nieuwtestamentische werkelijkheid hangt samen met de verheerlijking van Christus.

En wanneer wordt Christus verheerlijkt?

Niet pas op Pinksteren.

De lijn in het Johannesevangelie loopt naar het kruis, door het kruis heen, naar de opstanding. De Zoon wordt verhoogd. De dood wordt overwonnen. De Eersteling staat op uit de doden. De nieuwe schepping breekt aan.

Daarom zegt Petrus later niet: “Pinksteren is het grote middelpunt.” Hij predikt Christus. Hij predikt de gekruisigde en opgestane Heere. Hij predikt dat God Hem heeft opgewekt. Hij predikt dat David in Psalm 16 profetisch sprak over de opstanding van Christus.

Pinksteren is niet het centrum. Christus is het centrum.

 

Petrus preekt op Pinksteren vooral Pasen

Dat is een punt dat vaak ondergesneeuwd raakt. In Handelingen 2 gebeurt iets indrukwekkends: geluid als van een geweldige gedreven wind, verdeelde tongen als van vuur, spreken in andere talen. En toch blijft Petrus niet hangen bij de verschijnselen.

Hij verklaart ze. Maar daarna gaat hij onmiddellijk naar Christus.

Hij zegt dat Jezus door mensen gekruisigd is, maar naar Gods bepaalde raad en voorkennis. Hij zegt dat God Hem heeft opgewekt. Hij verklaart uit Psalm 16 dat de dood Hem niet kon houden. Niet omdat Petrus een emotionele ervaring had, maar omdat de Schrift het gezegd had.

Dat is Schriftlogica.

De dood kon Christus niet houden, omdat God had voorzegd dat Zijn Heilige geen verderving zou zien. Gods Woord bepaalde de uitleg van het gebeuren. Niet de ervaring. Niet de verwondering van de menigte. Niet het verschijnsel van tongen. Niet het geluid van de wind.

Het Woord verklaarde het teken.

Daar zit een les in voor vandaag.

Waar de ervaring het Woord gaat verklaren, ontstaat verwarring. Waar het Woord de ervaring verklaart, komt helderheid.

 

Pinksteren is geen herhaalbare blauwdruk

Een grote fout is dat Handelingen 2 wordt behandeld als een handleiding voor vandaag. Alsof de gemeente terug moet naar Pinksteren. Alsof het normale christelijke leven bestaat uit het opnieuw najagen van die zichtbare tekenen.

Maar Handelingen beschrijft een overgangstijd. Een heilshistorisch scharnierpunt. Een unieke publieke demonstratie dat de verhoogde Christus Zijn beloofde Geest gegeven heeft.

Dat is iets anders dan een blauwdruk.

Natuurlijk werkt de Heilige Geest vandaag. Zonder de Geest is er geen geloof, geen wedergeboorte, geen verstaan van Gods Woord, geen heiliging, geen geestelijk leven. Maar dat betekent niet dat de uiterlijke tekenen van Handelingen 2 de norm zijn voor de gemeente in elke tijd.

De norm voor de gemeente ligt niet in het kopiëren van de tekenen van Handelingen. De norm ligt in de leer van de apostelen, verder uitgewerkt in de brieven.

En juist daar valt op hoe nuchter het Nieuwe Testament is.

Niet: jaag op vuur.
Niet: zoek een tweede Pinksteren.
Niet: bewijs uw geestelijkheid met tongentaal.
Niet: wacht op een nieuwe uitstorting.

Maar: wandel door de Geest. Word vervuld met de Geest. Laat het Woord van Christus rijkelijk in u wonen. Spreek tot elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Stel uw lichaam tot een levend offer. Houd Christus vast als Hoofd.

Dat is veel minder spectaculair voor het vlees. Maar veel gezonder voor de gemeente.

 

Vervuld met de Geest is niet los van het Woord

Een belangrijk misverstand is dat “vervuld worden met de Geest” vaak wordt losgetrokken van het Woord. Dan wordt het een sfeer. Een gevoel. Een moment. Een stroom. Een druk in de zaal. Een emotionele golf.

Maar Paulus zet de zaak anders uiteen.

In Efeze 5 spreekt hij over vervuld worden met de Geest. In Kolossenzen 3 spreekt hij over het rijkelijk wonen van het Woord van Christus. De uitwerking is opvallend gelijk: spreken met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.

Dat is geen toeval.

De Geest werkt niet buiten Christus om. En de Geest werkt niet buiten het Woord om. De Geest verheerlijkt Christus, neemt uit Christus, wijst op Christus en opent het Woord van Christus.

Daarom is een gemeente niet geestelijker naarmate er meer religieuze spanning in de lucht hangt. Een gemeente is gezond wanneer het Woord van Christus rijkelijk woont in haar midden.

Niet arm aan Schrift en rijk aan beleving.
Maar rijk aan Schrift, en daardoor werkelijk geestelijk.

 

Tongentaal was een teken, geen statussymbool

Handelingen 2 spreekt over talen. Niet over onverstaanbaar religieus geluid als bewijs van diepere geestelijkheid. De mensen horen in hun eigen taal de grote werken Gods spreken. Dat is precies het punt: God laat iets horen.

Maar ook waar Paulus later over tongen spreekt, is hij bepaald niet bezig met een romantisering van tongentaal. In 1 Korinthe 14 wordt juist duidelijk dat onverstaanbare taal de gemeente niet opbouwt als zij niet uitgelegd wordt. Profetisch verstaanbaar spreken is nuttiger dan religieus geluid waar niemand iets mee kan.

Tongen zijn een teken. Geen speeltje. Geen keurmerk. Geen geestelijke medaille. Geen bewijs dat iemand méér heeft dan een gewone gelovige.

Wie van tongentaal een geestelijke ladder maakt, heeft de bedoeling van het teken gemist.

De Heilige Geest kwam niet om gelovigen indrukwekkend te laten klinken. Hij kwam om Christus te verheerlijken en Gods Woord krachtig te laten spreken.

 

Leviticus 23: Pinksteren begint bij de eerstelingsgarf

Pinksteren hangt in de Schrift samen met de hoogtijden van de HEERE. In Leviticus 23 wordt eerst de eerstelingsgarf gebracht. Die wordt bewogen op de dag na de sabbat, op de eerste dag van de week, tijdens het feest van de ongezuurde broden.

Dat beeld is rijk.

De eerstelingsgarf wijst op Christus in Zijn opstanding. Hij is de Eersteling uit de doden. De graankorrel is in de aarde gevallen en gestorven, maar heeft vrucht voortgebracht. Pasen is daarom niet slechts de herinnering aan een wonder uit het verleden. Pasen is het begin van de nieuwe schepping.

Vanaf die dag worden 50 dagen geteld. Dan komen de twee beweegbroden. Die broden worden eveneens aan de HEERE voorgesteld. Zij zijn gemaakt van de eerste opbrengst van de oogst.

Daarin ligt een diepe lijn: de gemeente komt voort uit de opstanding van Christus. Niet uit menselijke religie. Niet uit Israël dat zichzelf vernieuwt. Niet uit wereldverbetering. Niet uit een charismatische golf. Maar uit Christus, de Eersteling.

De gemeente leeft omdat Hij leeft.

 

Gedesemde broden: heilig voor God, maar nog niet volmaakt

Opvallend is dat de twee beweegbroden gedesemd zijn. Normaal heeft zuurdeeg in de Schrift vaak een negatieve betekenis: bederf, zonde, valse leer, religieuze besmetting. Maar juist bij deze broden is zuurdeeg aanwezig.

Dat is veelzeggend.

De gemeente is van Christus. De gelovigen zijn geheiligd in Hem. Zij behoren God toe. Maar zij dragen nog het oude lichaam met zich mee. De zonde heerst niet meer, maar zij is nog wel aanwezig. Genade heerst, maar de oude natuur is nog niet verdwenen.

Daarom is de gemeente nu geen triomferende volmaaktheidsmachine op aarde. Zij is een hemels geroepen volk in een vernederd lichaam. Zij is aan God voorgesteld, maar nog onderweg. Zij is van Christus, maar wacht nog op de verlossing van het lichaam.

Dat maakt ook korte metten met allerlei overwinningsretoriek alsof de gemeente nu al zichtbaar het Koninkrijk moet neerzetten. De gemeente is niet geroepen om de wereld te dopen in christelijke make-up. Zij is geroepen om Christus te belijden, Zijn Woord te bewaren en buiten de legerplaats Zijn smaadheid te dragen.

 

Geen Kingdom Now, maar Christus nu verborgen

Een belangrijk punt bij Pinksteren is dit: de verhoogde Christus is nu verborgen in de hemel. Hij regeert, ja. Hij is Heere, ja. Alle macht is Hem gegeven, ja. Maar Zijn koninkrijk wordt nu niet zichtbaar door de gemeente als politieke, culturele of religieuze machtsfactor op aarde.

Deze tijd wordt gekenmerkt door verborgenheid.

Christus is verworpen door de wereld. De wereld heeft Hem niet gekend. De Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Hij is gekruisigd buiten de poort. En de gelovige wordt niet geroepen om van Egypte een christelijk recreatiepark te maken, maar om uit te gaan tot Hem.

Dat botst met moderne koninkrijksretoriek.

“Wij moeten het Koninkrijk zichtbaar maken.”
“Wij moeten de cultuur transformeren.”
“Wij moeten de hemel op aarde brengen.”
“Wij moeten de wereld claimen.”

Het klinkt krachtig. Het klinkt actief. Het klinkt bijna apostolisch. Maar het mist de ernst van de huidige bedeling: Christus is verborgen, en de gemeente leeft in verbondenheid met een verworpen Heer.

De gemeente is geen religieuze projectontwikkelaar van een zichtbaar koninkrijk. Zij is het lichaam van Christus, geroepen uit deze wereld, gevoed door het Woord, geleid door de Geest, wachtend op de wederkomst.

 

De gevaarlijke roep om “meer”

Veel Pinksterverwarring begint met één klein woord: meer.

Meer Geest.
Meer vuur.
Meer zalving.
Meer kracht.
Meer tekenen.
Meer manifestatie.

Maar achter dat woord kan een gevaarlijke suggestie schuilgaan: dat Christus niet genoeg gegeven heeft. Dat de gelovige in Hem nog wezenlijk tekortkomt. Dat Pasen wel vergeving bracht, maar niet volheid. Dat men naast Christus nog een apart geestelijk niveau nodig heeft.

Dat klinkt vroom, maar het is gevaarlijk.

Want de gelovige is niet arm omdat hij te weinig spektakel heeft. Hij wordt arm wanneer hij niet leeft uit wat hij in Christus ontvangen heeft. De oplossing is dan niet een nieuwe uitstorting, maar terugkeer naar de volheid van Christus zoals die in het Woord wordt geopenbaard.

De Geest maakt niet los van Christus.
De Geest maakt vast aan Christus.

De Geest trekt de aandacht niet naar Zichzelf als aparte ervaring.
De Geest verheerlijkt de Zoon.

De Geest geeft geen religieuze mistmachine.
De Geest opent het Woord.

 

Pinksteren is de vrijmoedigheid van de verkondiging

Wat verandert er dan zichtbaar op Pinksteren?

Er wordt gesproken.

Dat is de grote lijn. De discipelen zwijgen niet langer.

Zij getuigen.

Petrus staat op.

De Schriften gaan open.

Christus wordt verkondigd.

De opstanding wordt uitgelegd.

De menigte wordt aangesproken.

De Naam van de Heer wordt gepredikt.

Dát is de vrucht van de Geest: niet religieuze zelfvergroting, maar Christusverkondiging.

De Geest maakt van bange discipelen getuigen van de opgestane Christus.

Niet getuigen van hun eigen diepe innerlijke proces.

Niet getuigen van hun bijzondere geestelijke niveau.

Niet getuigen van hun tongentaalervaring.

Maar getuigen van Hem.

Daar ligt een scherpe correctie voor vandaag.

Veel moderne geestelijkheid is ik-gericht. Mijn ervaring. Mijn zalving. Mijn droom. Mijn bediening. Mijn profetie. Mijn doorbraak. Mijn vuur.

Maar de apostolische prediking is Christusgericht.

Zijn kruis.
Zijn opstanding.
Zijn verhoging.
Zijn Naam.
Zijn belofte.
Zijn wederkomst.

Dat is Pinksteren zonder geestelijke opsmuk.

 

Wat Pinksteren vandaag betekent

Pinksteren betekent niet dat wij moeten wachten tot de Heilige Geest eindelijk weer komt. Hij is gegeven. De gelovige leeft uit de Geest van de opgestane Christus.

Pinksteren betekent niet dat de gemeente terug moet naar Handelingen 2 als blauwdruk. Handelingen 2 is een uniek heilshistorisch tekenmoment.

Pinksteren betekent niet dat tongentaal het bewijs is van geestelijke volheid. Het Nieuwe Testament zelf corrigeert dat misverstand.

Pinksteren betekent niet dat de gemeente het Koninkrijk zichtbaar moet vestigen. Christus is nu verborgen, en de gemeente wordt gevormd in verbondenheid met Hem.

Pinksteren betekent wel dat Christus leeft. Dat Hij verhoogd is. Dat de beloofde Geest gegeven is. Dat het Woord nu met vrijmoedigheid verkondigd mag worden. Dat de gemeente leeft uit de Eersteling. Dat gelovigen hun lichaam mogen stellen tot een levend offer. Dat het Woord van Christus rijkelijk in hen mag wonen.

Dat is minder spectaculair dan veel moderne Pinksterretoriek.

Maar het is veel steviger.

 

Slot: geen tweede fase, maar volheid in Christus

Wie Pinksteren losmaakt van Pasen, krijgt een religieuze zoektocht naar aanvulling. Wie Pinksteren vanuit Pasen begrijpt, ziet de rijkdom van de opgestane Christus.

De Heilige Geest is niet gekomen om Christus aan te vullen, alsof Zijn opstanding nog niet genoeg was. De Geest is gegeven omdat Christus is opgestaan en verheerlijkt. Hij past toe wat Christus verworven heeft. Hij opent het Woord. Hij verheerlijkt de Zoon. Hij vormt de gemeente. Hij doet spreken van de grote werken Gods.

Daarom heeft de gemeente geen nieuw Pinksteren nodig.

Zij heeft nodig dat zij ophoudt met jagen naar geestelijke extra’s en opnieuw gaat leven uit de volheid van Christus.

Niet terug naar de tekenen als norm.
Niet vooruit naar een zelfgebouwd koninkrijk.
Maar omhoog naar de verborgen Christus.
En vandaaruit: wandelen door de Geest, geworteld in het Woord, wachtend op Zijn komst.

Zie ook:

pinksteren – Bijbelse basis

 

 

 

 

Geverifieerd door MonsterInsights