Zijn er vandaag nog profeten? Het Bijbelse antwoord

Zijn er vandaag nog profeten?

Zijn er vandaag nog profeten in Bijbelse zin? Dit blog laat vanuit Oude en Nieuwe Testament zien waarom moderne profetieclaims kritisch getoetst moeten worden aan de Schrift.

Over weinig onderwerpen wordt in sommige christelijke kringen zo snel en zo makkelijk gesproken als over profetie. Wie een indruk deelt, een persoonlijk woord uitspreekt of zegt: God liet mij zien, krijgt al gauw het etiket profetisch opgeplakt. Maar de vraag is niet hoe populair dat taalgebruik is. De vraag is veel scherper: zijn er vandaag nog profeten in de Bijbelse zin van het woord?

Dat is geen academische vraag. Het gaat hier om de vraag of iemand namens God spreekt. En zodra een mens dat claimt, is het niet meer vrijblijvend,maar ligt er een zware claim. Want als God spreekt, dan spreekt Hij waarheid. Dan spreekt Hij met gezag. Dan spreekt Hij niet aarzelend, half raak of voor meerdere uitleg vatbaar. Dan spreekt Hij als God.

Juist daarom is zoveel modern jargon zo gevaarlijk. Het klinkt geestelijk, maar maakt Gods spreken vaak kneedbaar, feilbaar, vloeibaar en subjectief. En dat is niet zomaar een randzaak. Dat raakt het hart van de vraag hoe de gemeente van Jezus Christus leeft: uit Gods Woord, óf uit menselijke ingevingen in geestelijke verpakking.

 

Wat is een profeet volgens de Bijbel?

Een profeet is in de Bijbel geen religieuze sfeermaker, geen spirituele trendwatcher en geen christelijke voorspeller met een redelijk hoog slagingspercentage. Een profeet is een door God geroepen en gezonden boodschapper, die Gods woorden spreekt.

De HEERE zegt:

“Ik zal Mijn woorden in zijn mond geven, en hij zal tot hen spreken alles, wat Ik hem gebieden zal” (Deuteronomium 18:18) (STV).

Daar hebben we de kern. Een profeet spreekt niet uit zichzelf. Hij spreekt niet uit zijn hart, niet uit zijn intuïtie en niet uit zijn religieuze gevoeligheid. Hij spreekt wat God hem opdraagt te spreken. Daarom draagt Bijbelse profetie goddelijk gezag.

Dat verklaart ook gelijk waarom de Schrift zo scherp spreekt over valse profeten. Jeremia 23 zegt:

“Ik heb die profeten niet gezonden, nochtans hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, nochtans hebben zij geprofeteerd” (Jeremia 23:21) (STV).

Dat is ontmaskerend. Iemand kan heel druk bezig zijn, vroom klinken, overtuigend overkomen en tóch niet door God gezonden zijn. De Bijbel kent dus wel degelijk religieuze sprekers die de taal van God gebruiken zónder een woord van God te hebben.

 

De profeet in het Oude Testament

In het Oude Testament staat de profeet vaak als spreekbuis van God tegenover Israël, Juda, koningen, priesters en soms ook tegenover de volken. Hij roept op tot bekering, ontmaskert zonde, kondigt oordeel aan, wijst op Gods trouw en spreekt over toekomende gebeurtenissen. Maar in alles blijft de kern dezelfde: hij spreekt namens God.

Juist daarom is de maatstaf ook zo hoog. De Schrift zegt:

“Doch de profeet, die stoutelijk in Mijn Naam zal spreken een woord, dat Ik hem niet geboden heb te spreken, of die spreken zal in den naam van andere goden, dezelve profeet zal sterven” (Deuteronomium 18:20) (STV).

En dan volgt de bekende toetssteen:

“Wanneer die profeet in den Naam des HEEREN zal hebben gesproken, en dat woord geschiedt niet, en komt niet, dat is het woord niet, dat de HEERE gesproken heeft” (Deuteronomium 18:22) (STV).

Daarmee is de zaak in feite al beslist. Een ware profeet van God zit niet “meestal goed”. Hij spreekt waarheid, omdat God waarheid spreekt. In het Oude Testament bestaat geen veilige categorie van profeten die vaak missen, en toch nog als ware profeten gezien moeten worden.

Dat is een frontale aanrijding met veel moderne ‘profetiepraktijk’. Tegenwoordig kan iemand herhaaldelijk iets “profeteren” dat niet uitkomt, om daarna gewoon verder te gaan alsof er niets is gebeurd. Men haast zich dan te zeggen dat ‘mensen feilbaar zijn’, dat ‘niemand volmaakt’ is, dat ‘het woord verkeerd ontvangen’ of ‘verkeerd uitgelegd’ was. Maar de Schrift is op dit punt veel duidelijker dan de moderne praktijk:

.Een woord dat niet uitkomt, is niet door de HEERE gesproken.

 

Niet alleen voorzeggend, ook leerstellig toetsbaar

De Bijbelse toets gaat nog verder. Niet alleen de vraag of een profetie uitkomt is beslissend. Ook de vraag waartoe iemands spreken leidt, is doorslaggevend. Deuteronomium 13 maakt duidelijk dat zelfs een teken of wonder iemand nog niet tot ware profeet maakt, wanneer zijn boodschap mensen van de HEERE afleidt.

Met andere woorden: ware profetie is niet alleen feitelijk waar, maar ook leerstellig trouw. Een profeet bevestigt Gods eerder geopenbaarde waarheid. Hij staat daar niet boven, hij werkt daar niet tegenin en hij vervangt die niet door ‘nieuwe geestelijke vondsten’.

Jeremia zegt :

“Maar zo zij in Mijn raad hadden gestaan, zo zouden zij Mijn volk Mijn woorden hebben doen horen, en zouden hen afgekeerd hebben van hun bozen weg, en van de boosheid hunner handelingen” (Jeremia 23:22) (STV).

Dát is het morele kenmerk van ware profetie. Deze  vleit niet. Sust niet. Laat mensen niet lekker gaarkoken in hun beleving. Maar brengt Gods woorden en roept terug naar God.

 

De profeet in het Nieuwe Testament

Ook in het Nieuwe Testament blijft de kern gelijk: de profeet spreekt uit God en niet uit zichzelf. Maar de plaats van profeten staat nu in het licht van Christus, Zijn volbrachte werk en de vorming van de gemeente.

Paulus schrijft dat de gemeente is:

“Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen” (Efeziërs 2:20) (STV).

Dat is een sleuteltekst. Apostelen en profeten horen bij het fundament van de gemeente. En een fundament leg je niet steeds opnieuw. Een fundament is eenmalig, dragend en onherhaalbaar.

In Efeziërs 3:5 zegt Paulus ook dat de verborgenheid van Christus

“nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest” (STV).

Dat wijst op een bijzondere, funderende fase van openbaring in het begin van de nieuwtestamentische gemeente.

In Handelingen zie je dat nieuwtestamentische profeten inderdaad concrete openbaring ontvingen. Van Agabus staat dat hij

“gaf te kennen door den Geest, dat er een grote hongersnood zou wezen over de gehele wereld” (Handelingen 11:28) (STV).

later zegt hij:

“Dit zegt de Heilige Geest” (Handelingen 21:11) (STV).

Ook hier gaat het dus niet om losse indrukken, maar om spreken met een direct beroep op God.

 

Profetie in de gemeente moet getoetst worden

Tegelijk laat het Nieuwe Testament zien dat profetisch spreken in de gemeente ook onderscheiden en beoordeeld moet worden. Paulus schrijft:

“En dat twee of drie profeten spreken, en dat de anderen oordelen” (1 Korinthe 14:29) (STV).

Dat betekent niet dat profetie onzeker of halfgezaghebbend zou zijn. Het betekent dat de gemeente niet geroepen is tot goedgelovigheid, maar tot geestelijk onderscheid. Profetie schuwt toetsing niet.

Paulus voegt nog toe:

“De geesten der profeten zijn den profeten onderworpen. Want God is niet een God van verwarring, maar van vrede” (1 Korinthe 14:32-33) (STV).

Daarmee wordt veel moderne chaos en grootspraak meteen ontmaskerd. Waar men zich beroept op de Geest om wanorde, hysterie, druk of onaantastbaarheid te rechtvaardigen, botst dat frontaal met 1 Korinthe 14. God is niet een God van verwarring. Ware profetie is niet manipulatief, niet oncontroleerbaar en niet chaotisch.

 

Zijn er vandaag nog profeten in Bijbelse zin?

Daarmee komen we bij de kernvraag van dit blog.

Als hiermee bedoeld wordt: mensen die vandaag rechtstreeks door God geïnspireerde, onfeilbare openbaring ontvangen en spreken met hetzelfde soort gezag als de profeten in de Schrift, dan is het Bijbelse antwoord naar mijn stellige overtuiging: nee.

De reden is eenvoudig en zwaarwegend. De gemeente is gebouwd op het fundament van apostelen en profeten. Dat fundament is gelegd. Bovendien schrijft Judas dat wij moeten strijden

“voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is” (Judas:3) (STV).

Dat geloof wordt niet voorgesteld als een voortdurende stroom van nieuwe openbaringen, maar als een eenmaal overgeleverd geheel van waarheid dat bewaard moet worden.

Dat is beslissend. De gemeente moet niet voortdurend op zoek naar nieuwe indrukken of woorden van God, maar leren leven uit het Woord dat God reeds gegeven heeft.

Wie vandaag dus zegt: God sprak tot mij en dat bedoelt als nieuw, gezaghebbend, bindend spreken van God voor de gemeente, begeeft zich op glad ijs waar het Nieuwe Testament geen veilige ruimte laat.

 

Wat dan met moderne profetieclaims?

Hier wordt het schrijnend. Moderne profetieclaims willen vaak wel de uitstraling van goddelijk gezag, maar niet de toetsing van goddelijk gezag.

Men zegt: De Heere liet mij zien.
Maar als het niet uitkomt, heet het ineens: niemand is volmaakt.
Men zegt: dit is een woord van God.
Maar als het inhoudelijk scheef blijkt, heet het ineens: je moet het niet zo zwaar maken.
Men zegt: raak de gezalfde des Heeren niet aan.

Terwijl de Schrift zegt:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede” (1 Thessalonicenzen 5:21) (STV).

Dat is precies de dubbelzinnigheid die zo link is. Men gebruikt taal die past bij goddelijke openbaring, maar zodra toetsing volgt, trekt men zich terug in menselijke feilbaarheid. Zo wordt het heilige spreken van God misbruikt en tegelijk afgezwakt.

Deuteronomium 18 laat daar niets van heel. Een woord dat niet uitkomt, is niet door de HEERE gesproken. Niet bijna waar. Niet verkeerd toegepast. Niet menselijk gebrekkig doorgegeven. Niet door de HEERE gesproken.

 

Is er dan helemaal niets profetisch vandaag?

Jawel, maar hier moet het onderscheid messcherp blijven.

Er kunnen vandaag zeker predikers, leraren of gelovigen zijn die scherp, ontdekkend, actueel en schriftgetrouw spreken. Hun bediening kan diepe indruk maken, zonde ontmaskeren, troosten, waarschuwen en de vinger leggen bij de tijdgeest. In die afgeleide zin noemen sommigen dat “profetisch”.

Maar dat is ten anderen maal iets anders dan het Bijbelse profetenambt.

Daar gaat het niet om ‘nieuwe openbaring’, maar om sterke , duidelijke toepassing van reeds gegeven openbaring. Niet: God gaf mij een nieuw woord. Wel: Gods Woord spreekt helder en indringend over deze situatie.

Dat verschil is allesbepalend. Zodra dat verschil vervaagt, wordt de gemeente van Jezus Christus vatbaar gemaakt voor subjectivisme, willekeur en geestelijke misleiding.

 

Hoe herken je een valse profeet?

De Schrift laat ook hierover geen mist hangen. Een valse profeet is iemand die spreekt zonder werkelijk door God gezonden te zijn. Hij spreekt uit eigen hart. Zijn woorden blijken niet betrouwbaar. Hij wijkt af van Gods geopenbaarde waarheid. Hij schuift zichzelf naar voren. Hij duldt geen toetsing. Hij veroorzaakt verwarring in plaats van vrede.

Johannes waarschuwt daarom:

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld” (1 Johannes 4:1) (STV).

Dát is nog steeds de roeping van de gemeente. Niet alles bewonderen. Niet alles klakkeloos aannemen. Niet achter elk religieus geluid aanlopen. Maar toetsen.

 

De gemeente heeft geen nieuwe profeten nodig

De kern van het probleem ligt uiteindelijk hier: veel christenen leven alsof de Schrift op zichzelf niet genoeg is. Alsof er steeds weer verse hemelse input nodig is om echt geestelijk te kunnen leven. Alsof de gemeente geen bestaansrecht heeft zonder nieuwe profeten, nieuwe woorden, nieuwe openbaringen en nieuwe indrukken.

Dat is niet de weg van het Nieuwe Testament

De gemeente van Christus heeft geen tekort aan openbaring. Er is tekort aan gehoorzaamheid aan de openbaring die al gegeven is. De oplossing is daarom niet: meer moderne profeten. De oplossing is: meer eerbied voor het geschreven Woord van God.

De vraag is niet of wij nieuwe stemmen kunnen vinden. De vraag is of wij willen buigen voor het spreken van God in de Schrift.

 

Dus: zijn er vandaag nog profeten?

Niet in de Bijbelse zin van het woord

Er zijn vandaag geen nieuwe Jesaja’s, Jeremia’s of Agabussen die met goddelijk gezag aanvullende openbaring aan de gemeente geven. Het fundament is gelegd. Het geloof is eenmaal overgeleverd. De Schrift is gegeven. De norm ligt vast.

Wat er wel kan zijn, zijn predikers en gelovigen die op indringende en Bijbelgetrouwe wijze spreken. Maar dat is geen vrijbrief om hen “profeet” te noemen in de zware, Bijbelse betekenis van dat woord, met de dikwijls impliciete gezagsclaims de er aan vast zitten.

De juiste weg is nog steeds de oudste weg: terug naar de Schrift. Als een Bereër. Niet leven van ‘nieuwe woorden’, maar van het Woord van God. Niet achter moderne profeten aanlopen, maar luisteren naar en buigen voor wat de Geest reeds heeft gesproken in de Schrift.

Waar de gemeente de genoegzaamheid van de Bijbel loslaat, wordt zij prooi van menselijke willekeur  Maar waar zij zich weer buigt onder Gods Woord is er vaste grond.

De moderne honger naar profeten klinkt vaak geestelijk, maar is in werkelijkheid vaak een symptoom van onvrede met de eenvoud en genoegzaamheid van de Schrift. Men wil meer. Directer. Spannender. Persoonlijker. Spectaculairder.

Maar juist daar gaat het mis.

Wie leert leven van nieuwe woorden, verliest al snel de vaste grond van het Woord. En wie het geschreven Woord van God minder genoegzaam gaat vinden, maakt zichzelf klaar voor misleiding.

Daarom is de meest nuchtere en Bijbelse conclusie ook de scherpste: de gemeente van Jezus  Christus heeft vandaag niet meer profeten nodig, maar meer trouw aan de Schrift.

zie ook:

Profeten zonder toetsing 

Hedendaagse profeten zonder verantwoording 

Apostelen vandaag? 

De charismatische implosie: wat ging er mis, en wat nu 

 

Sekte in aanbouw, mijn verhaal

Dit ging er mis

Ik zat zelf in een sekte in wording — en in deze video vertel ik wat ik daar van binnenuit heb meegemaakt. Wat begon als iets oprechts en betrokken, veranderde voor mij langzaam in een omgeving waarin controle, invloed en afhankelijkheid een steeds grotere rol gingen spelen. Ik deel dit verhaal niet om mensen aan te vallen, maar om inzicht te geven in processen die van buitenaf vaak moeilijk te herkennen zijn. Of je het een sekte noemt of niet — dat laat ik aan jou over. Wat ik wél weet, is wat ik heb meegemaakt. Als je iets herkent in dit verhaal, neem dat serieus en blijf zelf nadenken.

YouTube player

Ik heb er eerder over geblogd:

De sekte van Wim Griffioen, alwéér een episode over deze klote sekte

Valse Christus sekte: hoe een leider zichzelf God noemt en mensen misleidt

Hoe sekten Bijbelteksten misbruiken voor macht

Sektarisme, manipulatie, kuddegedrag, kerkje spelen

Hoe sekten Bijbelteksten misbruiken voor macht

Wanneer een leider ‘God’ wordt

Hoe een Nederlandse sekte de Bijbel verdraait om mensen te beheersen

Het begint vaak positief

De meeste sekten beginnen niet met bizarre doctrines. Ze beginnen met iets dat er juist heel mooi uitziet: een kleine bijbelstudie, een groep gelovigen die verlangen naar verdieping, mensen die zeggen terug te willen naar de Bijbel.

Maar ergens in dat proces vindt een verschuiving plaats.
Niet de Schrift staat nog centraal, maar een persoon die zegt de Schrift beter te begrijpen dan anderen.

Wat begint als geestelijke leiding verandert langzaam in controle.

En dat moment — wanneer een mens de plaats van Christus inneemt — is het moment waarop geloof verandert in een sekte.

De eerste verschuiving: bijzondere kennis / openbaring leert dat Gods Geest in alle gelovigen woont.

 De Bijbel zegt:

“Weet gij niet dat gij Gods tempel zijt, en dat de Geest Gods in u woont?”
(1 Korinthe 3:16, STV)

Maar in sektarische systemen wordt deze waarheid subtiel verschoven:

Niet alle gelovigen zijn gelijk.
Sommige mensen hebben méér geestelijke openbaring.

Wanneer een leider vervolgens wordt gezien als iemand door wie God bijzonder spreekt, ontstaat een gevaarlijk principe:

God spreekt via hém.

En zodra dat wordt geaccepteerd, verschuift het gezag van de Schrift naar een persoon.

De tweede verschuiving: gehoorzaamheid aan leiders

In zulke bewegingen worden vaak teksten gebruikt over gehoorzaamheid aan leiders.

Maar die teksten krijgen een totaal andere betekenis.
Leiders worden niet langer dienaren van de gemeente, maar geestelijke autoriteiten die gehoorzaamheid eisen.

Kritiek wordt dan gezien als:

  • ongehoorzaamheid
  • rebellie
  • verzet tegen Gods wil

Maar Jezus waarschuwde juist voor religieuze machtsstructuren.

“Maar gij zult niet Rabbi genaamd worden; want Eén is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen broeders.”
(Mattheüs 23:8, STV)

Het Nieuwe Testament kent géén systeem waarin één mens het geweten van anderen regeert.

De derde verschuiving: de ware gemeenschap

Een klassiek kenmerk van sekten is exclusiviteit.

De groep gaat zichzelf zien als:

  • het ware volk van God
  • de plaats waar de Geest werkelijk werkt
  • de enige gemeenschap met de volle waarheid

Andere kerken worden gezien als misleid of geestelijk dood.

Zo ontstaat een sterk wij-tegen-zij denken.

De vierde verschuiving: breek familiebanden

Wanneer een gemeenschap zichzelf ziet als de ware familie van God, worden natuurlijke relaties minder belangrijk.

Dan worden teksten gebruikt zoals:

“Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader en moeder… die kan Mijn discipel niet zijn.”
(Lukas 14:26, STV)

Maar Jezus sprak hier over de prioriteit van discipelschap, niet over het vernietigen van gezinnen en familiebanden.

Wanneer leiders deze teksten gebruiken om families uit elkaar te drijven, wordt de Schrift zwaar misbruikt.

Waarom sekten bijna altijd ontsporen

Wanneer drie elementen samenkomen, ontstaat een gevaarlijk systeem:

  • een leider met geestelijke autoriteit
  • een groep die zichzelf als uitverkoren ziet
  • isolatie van familie en buitenwereld

Dan verdwijnt correctie.

En waar macht niet wordt gecorrigeerd, ontstaan vrijwel altijd dezelfde patronen: manipulatie, controle en soms ernstig misbruik.

Het Evangelie tegenover de sekte

Het Evangelie kent maar één Heer.

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.”
(1 Timotheüs 2:5, STV)

Niet een leider.
Niet een profeet.
Niet een geestelijke vader.

Christus alléén.

Waar Christus regeert, worden mensen vrijgemaakt.
Waar een mens regeert in Zijn plaats, ontstaat slavernij.

Hoe een Bijbelstudiegroep verandert in een sekte

Stap 1 – Onschuldige start

  • kleine bijbelstudie
  • verlangen naar geestelijke diepgang
  • sterke gemeenschap

Stap 2 – Charismatische leider

  • iemand krijgt bijzondere autoriteit
  • claimt diepere openbaring
  • mensen gaan hem vertrouwen

Stap 3 – Geestelijke hiërarchie

  • leider stelt vertrouwelingen aan
  • gehoorzaamheid wordt belangrijk
  • kritiek wordt ontmoedigd

Stap 4 – Exclusieve waarheid

  • onze groep heeft de waarheid
  • andere kerken zijn misleid
  • wij zijn het ware volk van God

Stap 5 – Sociale isolatie

  • relaties buiten de groep verminderen
  • familiebanden verzwakken
  • leden worden afhankelijk

Stap 6 – Volledige controle

  • leider beïnvloedt relaties en huwelijken, eist vrouwen voor zich op
  • persoonlijke keuzes worden gestuurd
  • kritiek betekent uitsluiting

Resultaat

Geen gemeente van Christus, maar een sekte rond een mens.

Het probleem van sekten is niet dat ze te veel Bijbel lezen, maar dat ze de Bijbel gebruiken om macht te legitimeren.

Zodra een leider wordt gezien als spreekbuis van God, verschuift het gezag van Christus naar een mens. Kritiek wordt rebellie, vragen worden zonde en gehoorzaamheid wordt de hoogste deugd.

Maar het Evangelie kent maar één Heer.

Waar een mens de plaats van Christus inneemt, is het christelijk geloof verdwenen — en begint de sekte.

Profeten zonder toetsing

Waarom moderne ‘apostelen en profeten’ onvermijdelijk ontsporen

In mijn vorige blog besprak ik eerder het probleem van zogenaamde hedendaagse profeten. In dit blog wil ik daar nog wat verder op inzoomen.

Het probleem zit in het model

Binnen delen van de charismatische wereld is een structuur ontstaan die vaak wordt verbonden met de New Apostolic Reformation. In dit model functioneren moderne ‘apostelen’bals geestelijke leiders over netwerken van gemeenten, terwijl ”profeten’ nieuwe openbaringen” van God ontvangen.

Het klinkt indrukwekkend, maar het creëert een gevaarlijk mechanisme.

Wanneer iemand eenmaal als profeet wordt erkend door invloedrijke leiders, ontstaat een kring van wederzijdse legitimatie. Apostelen bevestigen profeten. Profeten bevestigen apostelen. Kritiek wordt vervolgens gezien als rebellie tegen geestelijk gezag.

Zo ontstaat een gesloten systeem.

En precies dáár begint de ellende.

De Schrift kent geen feilbare profeten

De Bijbel spreekt uiterst serieus over profeten. Een profeet spreekt niet zijn eigen gedachten, maar het Woord van God. Daarom was de toets eenvoudig en streng.

“Maar de profeet, die zal vermeten spreken een woord in Mijn Naam, dat Ik hem niet geboden heb te spreken, of die spreken zal in den naam van andere goden, die profeet zal sterven.”
— Deuteronomium 18:20 (STV)

De Schrift kent dus geen categorie van “een profeet die soms fout zit”.

Wanneer iemand namens God spreekt en het blijkt onwaar te zijn, dan is dat geen kleine fout. Het is het misbruiken van Gods Naam.

Wanneer profetie informatiemisbruik wordt

Een van de beschuldigingen rond Shawn Bolz is dat zogenaamde woorden van kennis gebaseerd waren op informatie die vooraf online werd verzameld.

Met andere woorden:

  • sociale media
  • internetinformatie
  • publieke gegevens

werden gebruikt om vervolgens een “profetie” te presenteren.

Wanneer zulke informatie wordt voorgesteld als bovennatuurlijke openbaring van God, dan is dat niet slechts een misverstand. Het is geestelijke manipulatie.

Het is precies de reden waarom de Schrift gelovigen oproept tot toetsing.

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.”
— 1 Johannes 4:1 (STV)

Het probleem van geestelijke hiërarchie

De moderne apostolische netwerken functioneren vaak volgens een piramide:

  • apostelen bovenaan
  • profeten daaronder
  • pastors en gemeenten daaronder.

In zo’n structuur ontstaat vanzelf een cultuur waarin leiders elkaar beschermen. Wanneer een profeet ontspoort, wordt het probleem vaak intern gehouden. De reputatie van het netwerk staat immers op het spel.

Maar de Bijbel kent geen oncontroleerbare geestelijke elite.

Integendeel.

“Die zondigen, bestraf die in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vrees mogen hebben.”
— 1 Timotheüs 5:20 (STV)

Openbare misleiding vraagt openbare correctie.

Niet om iemand te vernederen, maar om de gemeente te beschermen.

Het echte probleem: ervaring boven Schrift

Wat deze hele kwestie blootlegt, is een verschuiving die al langer gaande is.

In veel kerken is de nadruk verschoven van:

  • Schrift naar ervaring
  • waarheid naar manifestatie
  • toetsing naar autoriteit.

Wanneer ervaring de norm wordt, verdwijnt de vraag of iets werkelijk bijbels is. Mensen vragen dan:

  • Was het krachtig?
  • Was het bovennatuurlijk?
  • Voelde je de Geest?

Maar zelden nog:

Is het waar volgens de Schrift?

En juist dáár begint geestelijke misleiding om nog niet te spreken van machtsmoisbruik

De gemeente is gebouwd op een voltooid fundament

De kerk van Christus is niet gebouwd op moderne apostelen of hedendaagse profeten. Het fundament ligt al vast.

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.”
— Efeze 2:20 (STV)

De apostelen en profeten van de Schrift hebben het fundament gelegd. De gemeente bouwt daarop. Zij voegt geen ‘nieuwe openbaringen’ toe.

Wanneer kerken opnieuw een systeem bouwen waarin apostelen en profeten nieuwe openbaringen brengen, verlaten zij feitelijk het fundament dat God al gelegd heeft.

Waarom zulke systemen uiteindelijk ontsporen

Geschiedenis laat een patroon zien. Iedere beweging die:

  • nieuwe openbaringen introduceert
  • leiders boven toetsing plaatst
  • kritiek demoniseert

zal uiteindelijk ontsporen.

Niet omdat mensen per se slechter zijn dan vroeger, maar omdat het systeem zelf onbijbels is. Wanneer iemand autoriteit krijgt zonder duidelijke Bijbelse grenzen, wordt misbruik bijna onvermijdelijk.

Terug naar het Woord

De oplossing is niet cynisme. De oplossing is ook niet het demoniseren van individuele leiders.

De oplossing is eenvoudiger en tegelijk nog radicaler.

Terug naar het Woord van God.

De gemeente heeft geen nieuwe apostelen nodig.
Geen moderne profeten.
Geen verborgen openbaringen.

Zij heeft al alles wat nodig is.

“Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht voor mijn pad.”
— Psalm 119:105 (STV)

Waar de Schrift centraal staat, kan de gemeente onderscheiden.
Waar ervaring boven de Schrift komt te staan, wordt misleiding onvermijdelijk.

En daarom blijft de vraag voor iedere kerk dezelfde:

Staat het Woord centraal,  of zijn we een systeem aan het bouwen waarin mensen namens God spreken zonder dat God werkelijk gesproken heeft?

Van gaven-test naar ‘apostolische hiërarchie’

Hoe de hemelse roeping van de Gemeente botst met NAR-denken

Het begint vaak onschuldig. Een gaven-test. Een profiel. Een gesprek over “apostolisch” of “profetisch” potentieel. Wat kan daar mis mee zijn?

Maar wie leerstellig doordenkt, ziet een patroon. Wat start als zelfreflectie kan uitgroeien tot structuur. Wat begint als profiel kan eindigen in hiërarchie. En precies daar raakt het aan NAR-denken — én aan een fundamentele ontkenning van de hemelse roeping van de Gemeente.

De eerste verschuiving: van uitdeling naar zelfidentiteit

De Schrift leert:

“Doch deze dingen alle werkt een en dezelfde Geest, delende aan een iegelijk in het bijzonder, gelijkerwijs Hij wil.” (1 Korinthe 12:11 STV)

Gaven zijn uitdelingen van de Geest. Niet ontdekt via introspectie, maar zichtbaar in Gods werking.

Een gaven-test verschuift subtiel het accent:

– Wat past bij mij?
– Wat zegt mijn profiel?
– Welke bediening heb ik?

In plaats van:

– Wat werkt God?
– Wat bouwt de gemeente op?
– Wat bevestigt de Schrift?

Dat is geen detail. Dat is eenleerstellige verschuiving van vrije genade naar geprofileerde identiteit.

De tweede verschuiving: het normaliseren van “apostolisch”

Veel moderne testen spreken over:

– apostel
– profeet
– hervormer
– pionier

Maar de Schrift zegt:

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.” (Efeze 2:20 STV)

Een fundament wordt niet telkens opnieuw gelegd.

Wanneer hedendaagse gelovigen via een test het label “apostolisch” krijgen, verschuift het begrip van uniek fundament naar actuele bestuurlijke functie. En dat is precies de kern van NAR-denken: hedendaagse apostelen met geestelijk en strategisch gezag.

Wat begint als terminologie eindigt als machtsstructuur.

De derde verschuiving: identiteit wordt autoriteit

Een profiel kan veranderen in status:

– “Ik ben apostolisch.”
– “Jij begrijpt dit niet, jij bent niet profetisch.”
– “De Geest spreekt via deze bediening.”

Daarmee verschuift het gezag van de Schrift naar de vermeende drager van een gave.

Maar de Schrift zegt:

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn.” (1 Johannes 4:1 STV)

Niemand staat boven toetsing. Geen leider. Geen netwerk. Geen “apostel”.

En hier raakt het de kern: de hemelse roeping van de Gemeente

De Gemeente is geen aardse machtsstructuur in opbouw. Zij is een hemels volk.

“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.” (Efeze 1:3 STV)

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” (Efeze 2:6 STV)

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 3:20 STV)

De positie van de Gemeente is hemels.
De verwachting van de Gemeente is de verschijning van Christus.

“Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus.” (Titus 2:13 STV)

Zij verwacht Hem — niet haar eigen doorbraak.

NAR-denken verschuift het perspectief naar aarde

NAR-theologie richt zich op:

– het “innemen” van maatschappelijke structuren
– apostolische netwerken boven gemeenten
– koninkrijksheerschappij vóór de wederkomst

Maar de Schrift plaatst de Gemeente in vreemdelingschap, strijd en verwachting.

“Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed…” (Efeze 6:12 STV)

De strijd is geestelijk. Niet dominionistisch.

“Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen.” (2 Timotheüs 2:12 STV)

Heersen volgt op verdragen. Niet andersom.

De verborgen breuklijn

Wanneer gaven-testen:

– apostolische taal normaliseren
– geestelijke titels legitimeren
– leiderschap structureren rond een profiel
– roeping koppelen aan gezag

dan bereiden zij de cultuur voor waarin NAR-denken vanzelfsprekend wordt.

En wanneer de Gemeente haar hemelse positie verruilt voor aardse machtsambitie, verliest zij haar roeping;

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods.” (Kolossenzen 3:1 STV)

Dát is de richting. Bóven.

Samengevat

Een gaven-test is zelden het eindpunt.
Hij is vaak het begin van een paradigma.

Een paradigma waarin:

identiteit belangrijker wordt dan gehoorzaamheid
roeping belangrijker wordt dan Schrift
structuur belangrijker wordt dan eenvoud
invloed belangrijker wordt dan verwachting

De hemelse roeping van de Gemeente staat haaks op een systeem dat haar verandert in een aardse regeringsmacht vóór de komst van de Koning.

De vraag is daarom niet of een test nuttig is.
De vraag is: blijft Christus centraal, of wordt de Gemeente het centrum?

Blijft het Woord de norm, of wordt “apostolisch profiel” leidend?

Dát is het echte breukvlak.

En dat breukvlak is beslissend.

De misvatting van de ‘vijfvoudige bediening’

In evangelische en charismatische kringen hoor je het regelmatig:

“De kerk functioneert pas goed als de vijfvoudige bediening hersteld is.”

Daarmee doelt men dan op Efeze 4:11:

“En Hij heeft sommigen gegeven tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars;” (Efeze 4:11 STV)

Op basis van deze tekst wordt een compleet leiderschapsmodel gebouwd. Apostelen. Profeten. Evangelisten. Herders. Leraars.

Maar is dat wat Paulus hier leert?

Of wordt hier iets ingelegd wat de tekst zelf niet zegt?

Wat staat er werkelijk?

Paulus zegt niet dat Christus titels gaf.
Hij zegt dat Christus mensen gaf.

En waarom?

“Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus;” (Efeze 4:12 STV)

Het doel is toerusting. Opbouw. Geestelijke volwassenheid.

Niet hiërarchie.
Niet een machtsstructuur.
Niet een apostolische rangorde.

Een fundament wordt niet opnieuw gelegd

Wie Efeze 4 leest zonder Efeze 2 te lezen, leest half.

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;” (Efeze 2:20 STV)

Een fundament leg je één keer.

Apostelen en profeten worden hier niet gepresenteerd als een doorlopend bestuursmodel, maar als fundament.

Fundamenten worden niet periodiek geüpdatet.
Ze worden gelegd, en daarna bouw je erop verder.

Zuiver Bijbels gezien is dit cruciaal. De Gemeente had een funderende beginfase waarin apostolisch gezag en openbaring functioneerden. Die fase was uniek. Onherhaalbaar. Canonvormend.

Wanneer dat fundament gelegd is, ga je niet opnieuw fundamenten uitgraven om ze opnieuw te leggen.

Alles op zijn kop

Binnen de New Apostolic Reformation wordt Efeze 4 anders gelezen.

Daar wordt geleerd:

  • dat er vandaag opnieuw apostelen moeten zijn
  • dat profeten richting geven aan gemeenten
  • dat de kerk pas volwassen wordt onder apostolische dekking
  • dat herders eigenlijk onder apostolisch gezag functioneren

Maar daarmee gebeurt iets wat bloedlink is

De tekst over opbouw wordt een model voor machtsstructuur.
De gave wordt een rang.
De bediening wordt een positie.

En het fundament wordt een permanent bestuursorgaan.

Wat gebeurt er met het Schriftgezag?

Men zegt :

“Wij voegen niets toe aan de Bijbel.”

Maar als ‘profeten’ richtinggevende woorden spreken, als ‘apostelen’ strategische openbaringen ontvangen, als er gesproken wordt over ‘nieuwe bewegingen van de Geest’ die de kerk moet volgen, dan ontstaat er in feite een tweede gezagslaag.

Daartegenover zegt Judas:

“…dat gij strijdt voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is.” (Judas 1:3 STV)

Éénmaal.

Niet generatie na generatie aangevuld.
Niet periodiek vernieuwd.
Niet via ‘hedendaagse openbaringsdragers’.

Herders en leraars: de vergeten ruggengraat

Opmerkelijk genoeg worden in veel van deze kringen herders en leraars de “verzorgers”, terwijl apostelen de visionairs worden.

Maar in het Nieuwe Testament zien we dat juist onderwijs de gemeente beschermt tegen dwaling.

Efeze 4 spreekt over ‘niet meer als kinderen heen en weer geslingerd worden door wind van leer.’

Wanneer onderwijs ondergeschikt wordt gemaakt aan profetische dynamiek, gebeurt precies het tegenovergestelde.

Dan wordt de gemeente afhankelijk van het ‘nieuwste woord.’

Bijbelse helderheid

Als we Schrift met Schrift vergelijken, ontstaat een heldere lijn:

Apostelen en profeten – funderend.
Evangelisten – verkondigend.
Herders en leraars – opbouwend en bewakend.

Het fundament is gelegd.
De openbaring is gegeven.
De canon is compleet.

Wat blijft is verkondiging en onderwijs op basis van dat fundament.

Niet herstel van titels.
Niet herintroductie van gezagsambten.
Niet een nieuw apostolisch tijdperk.

De echte vraag

Waarom is er toch zo’n aantrekkingskracht naar ‘apostolisch leiderschap’?

Omdat titels kracht suggereren.
Omdat macht en structuur zekerheid geeft.
Omdat ‘nieuwe woorden’ spannender klinken dan oude Schrift.

Maar de Gemeente wordt niet gebouwd op charisma.
Niet op hiërarchie.
Niet op moderne apostelen.

Zij is gebouwd op Christus, en op het eenmaal gelegde apostolische fundament.

Wie dat fundament vervangt door een systeem, hoe vroom ook verpakt, ondergraaft het huis van God.

En dat is geen herstel.

Dat is verschuiving

Heerszucht: het ‘Man van God’ syndroom aan de kaak gesteld

Heerszucht: het ‘Man van God’ syndroom aan de kaak gesteld

Er waart een geest rond in delen van het Christendom die zich vroom voordoet maar in wezen zwaar onbijbels is.
Iemand noemde het het “man van God-syndroom.”

Het openbaart zich wanneer een voorganger niet langer een herder onder herders is, maar zich opstelt als dé gezalfde figuur, de onaantastbare autoriteit, de centrale spil van Gods werk in een gemeente.

helaas is dit een fenomeen wat steeds weer de kop opsteekt. Ik zag vanmiddag een video van mike winger die dit probleem met een paar schrijnende voorbeelden noemt. Absoluut leiderschap maakt absolute tirans, en wat mij nog het meeste verbaast, is dat er ook  gewoon mensen voor staan te klappen. De absolute leider waant zich onaantastbaar.

Kritiek op hem wordt kritiek op God.
Vragen stellen wordt rebellie.
Correctie wordt verraad.
Loyaliteit aan hem wordt gelijkgesteld aan trouw aan Christus.

Dat is géén geestelijke volwassenheid.
Dat is heerszucht in religieuze verpakking.

En het is ronduit onbijbels.

Christus verbood het heidense machtsmodel

Jezus was ondubbelzinnig:

“Gij weet dat de oversten der volken heerschappij voeren over hen…
Doch alzo zal het onder u niet zijn.”
— Mattheüs 20:25-26

Hij erkent dat de wereld hiërarchisch en dominant functioneert.
Maar Hij verbiedt dat model voor Zijn gemeente.

Niet: “Gebruik het model maar vriendelijker.”
Niet: “Zorg dat het geestelijk klinkt.”

Maar: “Zo zal het onder u niet zijn.”

Wanneer een voorganger absolute loyaliteit eist, kritiek niet duldt, mensen intimideert of zichzelf verheft tot onaantastbare positie, dan functioneert hij volgens een heidens bestuursmodel — niet volgens Bijbelse normen, van God.

Oudsten mogen niet heersen

Petrus spreekt rechtstreeks tot leiders:

“Hoedt de kudde Gods…
Niet als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde.”
— 1 Petrus 5:2-3

Let op:
“niet als heerschappij voerende.”

De gemeente is niet het bezit van de voorganger.
Het is het erfdeel van de Heer.

Heerszucht is niet een stijlkwestie.
Het is een overtreding.

Vals gezag ondermijnt het Hoofd-zijn van Christus

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der gemeente.”
— Kolossenzen 1:18

Er is maar één Hoofd.

Wanneer een leider zich praktisch opstelt als ultieme autoriteit, wanneer correctie onmogelijk wordt gemaakt, wanneer men leert dat men “de man van God” moet dienen — dan schuift die leider zich tussen Christus en Zijn gemeente.

Dat is niet slechts organisatorisch ongezond.
Dat is leerstellig bloedlink.

Paulus corrigeerde Petrus —publiekelijk

Het “man van God”-denken stort volledig in bij Paulus in Galaten 2:

“Maar toen Céfas te Antiochië gekomen was, wederstond ik hem in het aangezicht.”
— Galaten 2:11

Paulus corrigeert Petrus openlijk.

Waarom?

Omdat het Evangelie bóven de leider staat.

Een cultuur waarin leiders niet gecorrigeerd mogen worden is een cultuur die het evangelie ondergeschikt maakt aan persoonlijke autoriteit.

Oudsten moeten berispt kunnen worden

Het Nieuwe Testament gaat verder:

“Die zondigen, bestraf in tegenwoordigheid van allen.”
— 1 Timotheüs 5:20

Dit gaat over oudsten.

Hoe kan dit ooit functioneren in een systeem waar absolute loyaliteit wordt geëist?
Waar vragen stellen gelijkstaat aan rebellie?

Een voorganger die een structuur creëert waarin hij niet meer corrigeerbaar is, vernietigt feitelijk de Bijbelse structuur van de gemeente.

Het misbruik van de titel ‘man van God’

In het Oude Testament werd die term gebruikt voor profeten als Mozes en Elia.
Maar onder het Nieuwe Verbond lezen we:

“Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom.”
— 1 Petrus 2:9

Niet één man van God.

Maar allen als volk van God.

Wanneer een leider zichzelf presenteert als dé exclusieve drager van goddelijke autoriteit, randt hij impliciet de geestelijke waardigheid van de gemeente aan.

Dat is elitisme.
En christelijk elitisme is gewoon hoogmoed in vrome taal.

Waar gezag is dienend

Paulus zegt:

“Niet dat wij heerschappij voeren over uw geloof, maar wij zijn medewerkers van uw blijdschap.”
— 2 Korinthe 1:24

Dát is Bijbels gezag:

  • niet controle
  • niet intimidatie
  • niet manipulatie
  • maar medearbeiderschap

Een leider die angst gebruikt om zijn positie te beschermen, oefent geen geestelijk gezag uit. Hij oefent macht uit.

En macht is niet hetzelfde als autoriteit.

De Goede Herder versus de huurling

Jezus zegt:

“De goede Herder stelt Zijn leven voor de schapen.”
— Johannes 10:11

De ware herder offert zichzelf op.

De huurling beschermt zichzelf.

Wanneer een leider zijn reputatie, zijn positie en zijn controle verdedigt ten koste van de kudde, dan is hij geen herderlijk voorbeeld — maar functioneert hij als huurling.

De wortel: hoogmoed

“God wederstaat de hovaardigen.”
— Jakobus 4:6

Het “man van God-syndroom” is uiteindelijk geen bestuursmodel, maar een hartprobleem.

Het is de subtiele gedachte:

“Gods werk staat of valt met mij.”

Maar Christus bouwt Zijn gemeente (Mattheüs 16:18).
Niet jij.
Niet ik.
Niet een charismatische leider.

Christus.

De gevolgen van heerszucht

Heerszucht onder gelovigen:

  • kweekt angst
  • onderdrukt geweten
  • maakt mensen afhankelijk van een leider in plaats van van Christus
  • verhindert Bijbelse correctie
  • creëert een cultuur van zwijgen

En het wordt vaak verkocht als:

  • “orde”
  • “eenheid”
  • “bescherming van de gezalfde”

Maar eenheid zonder waarheid is géén Bijbelse eenheid.
En gezag zonder verantwoording is géén bijbels gezag.

Heerszucht is onbijbels.
Vals geestelijk gezag is onbijbels.
Onaantastbare leiders zijn onverenigbaar met het Nieuwe Testament.

De gemeente heeft geen ’testosteron mannen’ nodig die hun positie bevechten.
Ze heeft herders nodig die zichzelf breken aan het kruis van Christus.

“De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.”
— Markus 10:45

Als leiders niet lijken op de dienende Hogepriester
dan hebben we geen krachtig leiderschap —
maar een geestelijk machtsprobleem.

En dat moet, blijvend, aan de kaak gesteld worden.

Dominion-theologie en de zeven bergen: opdracht of machtsdroom?

Dominion-theologie en de zeven bergen: opdracht of machtsdroom?

Binnen ‘apostolische’ en NAR-kringen komen ondermeer de volgende zaken aan de orde :

  • de “Zeven Bergen”
  • het innemen van cultuur
  • het hervormen van naties
  • het vestigen van Gods Koninkrijk op aarde
  • een eindtijdleger dat de wereld zal transformeren

Men leert dat de kerk geroepen is om invloed te nemen in zeven maatschappelijke domeinen:

  1. Religie
  2. Overheid
  3. Onderwijs
  4. Media
  5. Kunst & entertainment
  6. Economie
  7. Gezin

Het doel is: deze “bergen” onder christelijke heerschappij brengen.

Maar de vraag is:

Waar in de Bijbel staat deze opdracht aan de Gemeente?

Wat leert dominion-theologie?

Dominion-denken gaat ervan uit dat:

  • De kerk vóór Christus’ wederkomst de wereld moet transformeren.
  • Christenen bestuurlijke invloed moeten verkrijgen.
  • Het Koninkrijk van God zichtbaar moet doorbreken in maatschappelijke structuren.
  • De kerk de aarde gereed moet maken voor Christus.

Sommigen spreken zelfs over:

  • een eindtijd-opwekking van miljarden zielen
  • een ongekende triomfperiode
  • een geestelijke elite die regeringsmacht uitoefent
Maar waar staat dit in de Bijbel?

De Grote Opdracht

Mattheüs 28:19:

“Gaat dan henen, onderwijst al de volken…”

De opdracht is:

  • discipelen maken
  • dopen
  • leren onderhouden wat Christus geboden heeft

Er staat niet:

  • neem regeringsmacht
  • transformeer maatschappelijke structuren
  • vestig christelijke heerschappij

De focus is geestelijk, niet politiek.

Wat zegt Jezus over Zijn Koninkrijk?

Johannes 18:36:

“Mijn Koninkrijk is nu niet van deze wereld.”

Het Koninkrijk van Christus:

  • is geestelijk van aard
  • breekt door in harten
  • is niet afhankelijk van politieke controle

De vroege kerk:

  • had geen regeringsmacht
  • bezat geen maatschappelijke dominantie
  • maar verspreidde het Evangelie krachtig

Zij overwon door lijden, niet door heersen.

Wat leert het Nieuwe Testament over de eindtijd?

2 Timotheüs 3:1:

“En weet dit, dat in de laatste dagen zware tijden zullen ontstaan.” (STV)

De Schrift schildert:

  • afval
  • misleiding
  • vervolging

Niet een wereldwijde christelijke triomf vóór Christus’ komst.

De wederkomst van Christus is de doorbraak —
niet een geleidelijke overname door de kerk.

 

Het linke van dominion-denken

Wanneer men leert dat:

  • de kerk de wereld moet overnemen
  • politieke invloed geestelijke volwassenheid bewijst
  • culturele heerschappij onderdeel van het evangelie is

dan verschuift de missie van:

verzoening met God

naar

maatschappelijke macht.

Dit creëert:

  • vermenging van evangelie en politieke agenda
  • geestelijke triomfaliteit
  • desillusie wanneer de wereld niet verandert

Wat dan wel

Christenen mogen:

Zout en licht zijn
✔ Invloed uitoefenen
✔ Goed doen
Rechtvaardigheid bevorderen

Maar dat is iets anders dan:

✘ De wereld transformeren vóór Christus’ komst
✘ Een theocratisch model nastreven
Politieke macht koppelen aan geestelijke autoriteit

Vanwaar heeft dit geleuter aantrekkingskracht?

Omdat het:

  • een gevoel van historische betekenis geeft
  • een heroïsche missie biedt
  • collectieve mobilisatie creëert
  • hoop op zichtbare triomf voedt

Maar het Evangelie belooft geen wereldwijde overwinning vóór de Koning verschijnt.

De overwinning komt bij Zijn wederkomst.

Christus bouwt Zijn Gemeente

Mattheüs 16:18:

“Ik zal Mijn Gemeente bouwen.”

Niet:

“Jullie zullen Mijn Koninkrijk vestigen.”

Christus bouwt.
Christus bepaalt en stuurt aan
Christus voltooit.

De Gemeente getuigt.

 

Dominion-theologie en de ‘zeven bergen’ gaan mijlen verder dan wat het Nieuwe Testament ons  leert.

De gemeente is géén politieke overnamebeweging.

Zij is een volk van vreemdelingen en bijwoners

Onze hoop is niet culturele heerschappij.

Onze hoop is de verschijning van Christus.

Hiermee komt een voorlopig eind aan deze blogreeks. Ik merk bij mezelf dat ik door het onderwerp niet blij word; het is bepaald géén opbeurende materie om mee bezig te zijn.

Hieronder nog de links van de vorige berichten erover. Wellicht in de toekomst nog wat aanvullingen….

 

Wanneer ‘zalving’ gezag wordt

Genezing en wonderen: niet de norm, maar tijdgebonden

Strategische geestelijke oorlogsvoering: pure speculatie

Doorbraakgebed en de ‘Hemelse rechtbank’; geestelijke kracht of geestelijke misleiding?

De New Apostolic Reformation

Profetie vandaag: bemoediging of ‘nieuwe openbaring’?

‘Apostolische covering’: bescherming of controle?

Wat impartatie is en waarom het niet Bijbels is

Genezing en wonderen: niet de norm, maar tijdgebonden

Genezing en wonderen: niet de norm, maar tijdgebonden

Binnen charismatische en nieuw apostolische kringen wordt vaak geleerd:

  • Het is altijd Gods wil om te genezen.
  • Genezingsgaven kunnen worden geactiveerd.
  • Wonderen behoren normaal te zijn in elke gemeente.
  • Wie niet geneest, mist geloof.

Massasamenkomsten, genezingsdiensten en getuigenissen van spectaculaire wonderen zijn daarbij centrale elementen.

Maar hier moeten we eerlijk vragen:

Leert het Nieuwe Testament dat genezing de norm is voor elke gemeente in alle tijden?

Of waren wonderen verbonden aan een specifieke fase in Gods heilsplan?

Wat zien we in de Evangeliën?

Tijdens het aardse optreden van Christus zien we overvloedige genezingen.

Maar:

  • Jezus bevestigde Zijn Messiaanse identiteit (Mattheüs 11:4-5).
  • De wonderen waren tekenen van het Koninkrijk.
  • Zij bevestigden wie Hij was.

Het waren niet alleen daden van medelijden —
het waren ook messiaanse tekenen.

Wat zien we in Handelingen?

In Handelingen zien we opnieuw veel wonderen.

Maar let op:

Handelingen 2:22:

“Jezus de Nazarener, een Man van God onder u betoond door krachten en wonderen en tekenen…” (STV)

Wonderen zijn “tekenen”.

2 Korinthe 12:12:

“De tekenen van een apostel zijn onder u gewrocht… in tekenen en wonderen en krachten.” (STV)

Wonderen worden expliciet verbonden aan de toenmalige apostolische bediening.

Ze dienden ter bevestiging van het fundament.

Waren wonderen alom tegenwoordig in de vroege gemeenten?

Nee.

Paulus laat zien dat ziekte bleef bestaan:

1 Timotheüs 5:23
Timotheüs had lichamelijke klachten.

2 Timotheüs 4:20
“Trofimus heb ik krank te Milete achtergelaten.” (STV)

Paulus genas niet iedereen.

Zelfs niet binnen zijn eigen kring.

Paulus’ eigen ziekte

2 Korinthe 12:7-9:

“En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg…” (STV)

Paulus bad driemaal om bevrijding.

God genas hem niet.

Dit ondergraaft de stelling:

“Het is altijd Gods wil om te genezen.”

God kán uiteraard genezen.
Maar Hij is niet verplicht te genezen.

En al helemaal niet geclaimd

 En Jakobus 5 dan?

Vaak aangehaald:

“Het gebed des geloofs zal de zieke behouden…” (STV)

Maar:

  • Er staat niet dat elke zieke geneest.
  • Het initiatief ligt bij de zieke.
  • Het gaat om gebed, niet om genezingsbediening als show.

Jakobus beschrijft een pastorale situatie, geen genezingscampagne.

Wat gebeurt er vandaag?

In veel moderne genezingsbewegingen zien we:

  • Selectieve getuigenissen
  • Geen medische verificatie
  • Emotionele groepsdynamiek
  • Geen systematische follow-up

Wanneer wonderen werkelijk de norm zouden zijn, zouden:

  • ziekenhuizen leeglopen
  • langdurige chronische ziekten verdwijnen
  • gehandicapten massaal herstellen

Maar dát zien we niet.

Het leerstellige probleem

Wanneer men leert:

  • Genezing is altijd Gods wil
  • Niet-genezing komt door ongeloof
  • Doorbraak vereist activatie

dan verschuift de verantwoordelijkheid van God naar de mens.

Dit creëert:

  • schuldgevoel
  • geestelijke frustratie
  • manipulatieve druk

Terwijl de Schrift leert:

God is soeverein.
Lijden heeft soms een doel.
Genade is soms belangrijker dan genezing

Tekenen waren tijdelijk

Hebreeën 2:3-4:

“God medegetuigende door tekenen en wonderen…”

Tekenen dienden ter bevestiging van de verkondiging.

Zodra het fundament lag, veranderde de opbouwfase.

Net zoals een bouwsteiger wordt verwijderd wanneer het gebouw staat.

Wat wél Bijbels is

✔ Bidden voor zieken
✔ Vertrouwen op Gods macht
✔ Erkennen dat God kan genezen
✔ Onderwerpen aan Zijn wil

Maar:

Genezing als norm
Wonderen als bewijs van geestelijke superioriteit
Activatie-technieken
Schuldprojectie bij niet-genezing

Waarom is dit dan aantrekkelijk?

Omdat:

  • Het ‘hoop’ geeft.
  • Het spectaculair is.
  • Het geloof tastbaar lijkt te maken.
  • Het emoties aanspreekt.

Maar de kern van het evangelie is niet lichamelijke genezing.

Het is verzoening met God.

Wonderen in het Nieuwe Testament waren:

  • Apostolische tekenen
  • Bevestiging van openbaring
  • Verbonden aan fundamentlegging

Genezing is mogelijk,
maar zeker niet de norm in elke tijd.

Gods grootste wonder is niet lichamelijke genezing.

Het is behoud van zondaren

‘Apostolische covering’: bescherming of controle?

‘Apostolische covering’: bescherming of controle?

Binnen veel charismatische en NAR-kringen gebruikt men de uitdrukking: covering.

Men zegt:

  • “Je moet onder apostolische covering staan.”
  • “Zonder covering ben je kwetsbaar.”
  • “God werkt via geestelijke autoriteit.”
  • “Wie zich losmaakt van covering, verliest bescherming.”

Maar waar komt dit idee vandaan?
En belangrijker: leert het Nieuwe Testament dit ?

Wat bedoelt men met ‘covering’?

Met ‘apostolische covering’ bedoelt men meestal:

Een ‘geestelijke beschermingslaag’ die ontstaat wanneer iemand zich onderwerpt aan een ‘apostel’ of ‘geestelijk leider’.

Kenmerken van deze leer:

  • De ‘apostel’ heeft geestelijk gezag over meerdere gemeenten.
  • Individuen ontvangen zegen via onderwerping.
  • Afwijzing van de leider betekent verlies van bescherming.
  • Kritiek kan worden gezien als rebellie tegen God.

Het klinkt veilig. Het klinkt geestelijk.
Maar het roept fundamentele vragen op.

Want:

Waar staat “covering” in de Bijbel?

Opvallend genoeg: het woord “covering” in deze betekenis komt nergens voor..

Er wordt vaak verwezen naar:

  • De structuur van gezag
  • Oudtestamentische voorbeelden
  • De relatie Paulus–Timotheüs
  • Hebreeën 13:17

Maar nergens wordt geleerd dat een gelovige onder een ‘apostolische beschermingslaag’ moet staan om geestelijk veilig te zijn.

Wat zegt het Nieuwe Testament over gezag?

Het Nieuwe Testament kent:

Plaatselijke oudsten (meervoud)

Handelingen 14:23
In elke gemeente werden oudsten aangesteld — meervoudig leiderschap, lokaal verankerd.

Dienend leiderschap

1 Petrus 5:2-3:

“Hoedt de kudde Gods… niet heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde.” (STV)

Let op wat hier níet staat:

  • Geen hiërarchische piramide
  • Geen ‘netwerk’ boven de gemeente
  • Geen geestelijke elite

Leiderschap is dienend, nooit dominerend.

Waren apostelen blijvend gezagsdragers?

Efeze 2:20 zegt:

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten…” (STV)

Een fundament wordt één keer gelegd.

De apostelen:

  • waren ooggetuigen van de opgestane Christus
  • ontvingen directe openbaring
  • legden het fundament van de Gemeente

Hun gezag was uniek en niet overdraagbaar.

Er is geen Bijbelse aanwijzing dat er een blijvende, reproduceerbare ‘apostolische hiërarchie’ moest ontstaan, en daar gaat het maar om

Wat gebeurt er dan in de praktijk?

In veel ‘apostolische netwerken zie je:

  • Autoriteit buiten de lokale gemeente
  • Beslissingsmacht bij één centrale leider
  • Loyaliteit als bewijs van geestelijke volwassenheid
  • Kritiek bestempeld als rebellie

Soms wordt zelfs gezegd:

“Wie onder covering blijft, blijft onder zegen.”

Maar waar staat dat in de Schrift? Nergens!

De zegen van God is verbonden aan geloof en gehoorzaamheid aan Christus, niet aan loyaliteit aan een ‘netwerk.’

 En Hebreeën 13:17 dan?

“Zijt uw voorgangers gehoorzaam, en zijt hun onderdanig…” (STV)

Dit vers vers gaat over mensen die je zijn voorgegaan  in geloof, niet in dwang of manipulatie

Niet over:

  • internationale ‘apostelen’
  • ‘netwerken’
  • ‘geestelijke dynastieën’

Bovendien staat er niet:

“Zijt hen blind gehoorzaam.”

De Bereeërs werden geprezen omdat zij onderzochten (Handelingen 17:11).

Bijbels gezag sluit toetsing nooit uit.

Het grote probleem

De covering-leer creëert een tussenlaag tussen de gelovige en Christus.

Maar de Schrift leert:

Christus is het Hoofd.
De gelovige heeft directe toegang tot de Vader.
De Heilige Geest woont in iedere gelovige.

Er is geen ‘geestelijke beschermingslaag’ nodig via een ‘apostel.

Dat idee lijkt eerder op middeleeuwse slavernij dan op nieuwtestamentische vrijheid.

Geestelijke bescherming volgens de Bijbel

Efeze 6 noemt:

  • De wapenrusting van God
  • Waarheid
  • Gerechtigheid
  • Het Woord

Niet:

  • ‘Apostolische covering’
  • Netwerkstructuren
  • ‘Spirituele hiërarchie’

Onze bescherming is Christus zelf.

Waarom is dit gevaarlijk?

Wanneer covering wordt gekoppeld aan:

  • zegen
  • veiligheid
  • geestelijke groei

ontstaat afhankelijkheid.

En afhankelijkheid creëert controle.

Controle verstikt geestelijke volwassenheid.

Wat is wél bijbels?

✔ Gemeenschap
✔ Verantwoording
✔ Plaatselijk leiderschap
✔ Mentorschap
✔ Onderlinge aansporing

Maar:

✘ Geen ‘spirituele piramides
✘ Geen ‘beschermingsstructuren’ buiten Christus
✘ Geen ‘absolute menselijke autoriteit’

De leer van ‘apostolische covering’ is zwaar  onbijbels onderwijs.

Ze gaat verder dan wat het Nieuwe Testament leert over leiderschap.

De Gemeente rust niet op ‘netwerken’.
Niet op ‘apostolische dynastieën’.
Niet op ‘hiërarchische bescherming’.

Maar op:

Christus alleen.

 

Wanneer ‘zalving’ gezag wordt

Wanneer ‘zalving’ gezag wordt

Een korte blogserie, ontstaan uit één eenvoudige vraag:

Wat zegt de Schrift , en wat voegen wij toe?

Wat in mijn geval begon met een artikel over de leer over impartatie, bleek onderdeel van een groter systeem: ‘geestelijke vaders’, ‘apostolische covering’, ‘profetische openbaring’, ‘strategische oorlogsvoering’ en ‘dominion-denken’. Steeds weer verschijnt dezelfde verschuiving:

Van Christus naar door mensen verzonnen structuur.
Van Schrift naar ervaring.
Van eenvoud naar onbijbelse hiërarchie.

Ik geloof dat Christus, ook vandaag al, het Hoofd is van Zijn Gemeente.
Niet een vermeend ‘apostel’
Niet een netwerk.
Niet een beweging.

En ik geloof dat Hij straks zichtbaar Koning zal zijn, en regeren over de hele schepping.
Niet omdat de kerk de wereld overneemt,”
maar omdat Hij komt en Zelf zal regeren

Tot die dag is onze roeping geen machtsuitoefening, maar trouw.
Geen geestelijke overspannenheid, kunstjes of spierballentaal,maar nuchterheid, nederigheid en waakzaamheid.
Geen nieuwe openbaringen maar gehoorzaamheid aan wat geschreven staat.

“Zijt nuchter.”
“Voegt u tot de nederige dingen.”
“Niet uitgaan boven hetgeen geschreven staat.”

Deze serie wil niet aanvallen, maar toetsen.
Niet polariseren, maar terugbrengen en wijzen naar het fundament.

Christus is het Hoofd.
Zijn Woord is voldoende.
Zijn Koninkrijk komt — op Zijn tijd.

Tot dan: waakzaam, nederig en de Schrift alléén

Jeugdige overmoed en geldingsdrang in de gemeente

Jeugdige overmoed en geldingsdrang in de gemeente

Wanneer vurigheid groter is dan kennis, inzicht en levenservaring

Elke generatie kent het: jonge gelovigen die tot geloof komen of nieuwe theologische inzichten ontdekken en daar vol vuur voor gaan staan. Dat is prachtig. IJver voor Gods Woord is een zegen.

Ik ken het verschijnsel van dichtbij, heb destijds ook de brokstukken gezien, die nu na bijna 40 jaar nog hun sporen nalaten.

Wanneer kennis, geestelijk inzicht en levenservaring nog beperkt zijn, kan datzelfde vuur omslaan in overmoed. Dan wordt overtuiging hardheid. Dan wordt helderheid stelligheid. Dan wordt strijdlust identiteit.

De Schrift waarschuwt daar eerlijk en realistisch voor.

Veel overtuiging, weinig diepte

Wie net nieuwe inzichten heeft ontdekt – bijvoorbeeld rond Wet en Genade, Israël en de Gemeente, of een andere leer – kan het gevoel hebben eindelijk “het geheel” te zien.

Maar Paulus zegt:

“Want wij kennen ten dele.” (1 Korinthe 13:9, StV)

Niemand overziet het geheel volledig. Wie nog weinig studie, worsteling en correctie achter de rug heeft, ziet vaak slechts een deel van het geheel – maar ervaart dat deel als alles.

Dat kan leiden tot:

  • snelle conclusies
  • harde kwalificaties
  • weinig geduld met andersdenkenden

Niet uit slechte intenties, maar uit gebrek aan rijpheid.

Onvoldoende levenservaring en de valkuilen

Levenservaring breekt zelfverzekerdheid af.

Wie nog weinig correctie heeft ontvangen, weinig mislukkingen heeft meegemaakt of weinig geestelijke groei heeft doorgemaakt, kan denken dat waarheid vooral een kwestie is van scherp formuleren.

Maar waarheid wordt dieper begrepen in:

  • lijden
  • teleurstelling
  • falen
  • (af)wachten

Spreuken 18:13 zegt:

“Die antwoord geeft eer hij hoort, dat is hem dwaasheid en schande.” (STV)

Onervarenheid reageert snel.
Rijpheid luistert eerst. En onderzoekt.

Geldingsdrang als verborgen motor

Soms speelt er iets subtielers mee: de behoefte om gezien of gehoord te worden.

Wanneer iemand nog geen volwassenheid, gevestigde positie, ervaring of diepte heeft, kan felheid een manier worden om gewicht te krijgen. Sterke woorden wekken indruk.

Maar indruk maken is niet hetzelfde als geestelijk bouwen.

“De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht.” (1 Korinthe 8:1, STV)

Opgeblazenheid klinkt vaak als zekerheid.
Maar zij mist de stille kracht en grote waarde van nederigheid.

Testosteron en strijdlust

Vooral bij jonge mannen kan natuurlijke strijdlust een rol spelen. Debat voelt als uitdaging. Tegenstand geeft adrenaline. Overwinning geeft voldoening.

Maar de Schrift zegt:

“En een dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen.” (2 Timotheüs 2:24, STV)

Strijdlust is niet automatisch geestelijke moed.
Beheersing is een veel sterker bewijs van volwassenheid.

Waar testosteron de boventoon voert en zachtmoedigheid ontbreekt, ontstaat schade:

  • broeders worden verdacht gemaakt
  • leerstellige verschillen escaleren
  • gesprekken verharden
  • het getuigenis lijdt

Gebrek aan zelfkennis

Een van de duidelijkste kenmerken van geestelijke onrijpheid is overschatting van het eigen inzicht.

Romeinen 12:3 zegt:

“… dat hij niet wijzer zij dan men behoort wijs te zijn, maar dat hij wijs zij tot matigheid.” (STV)

Wie zichzelf nog niet goed kent, spreekt vaak stelliger dan hij behoort.
Wie zijn eigen beperkingen leert zien, wordt milder.

Die mildheid is geen zwakte.
Het is kracht onder controle.

Hoe groeit echte volwassenheid?

Geestelijke volwassenheid groeit langzaam.

Dat ontstaat door:

  • langdurige omgang met de Schrift
  • correctie durven aanvaarden
  • fouten erkennen
  • luisteren naar oudere, volwassen gelovigen
  • leren zwijgen wanneer spreken niet nodig is

Jakobus 1:19 zegt:

“Een ieder mens zij ras om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn.” (STV)

Dat vers is een correctie op jeugdige overmoed.

Jeugdige ijver kan kostbaar zijn. Maar zonder diepgang gevaarlijk worden.

Wanneer kennis, inzicht en levenservaring nog beperkt zijn, kan:

  • overmoed ontstaan
  • geldingsdrang de toon bepalen
  • strijdlust het gesprek domineren
  • broederliefde onder druk komen te staan

Ware geestelijke volwassenheid is niet luid, niet fel, niet voortdurend strijdend.

Maar:

vast in overtuiging,
zacht in toon,
bereid om te leren,
en geworteld in nederigheid.

Wie nog weinig weet, hoeft zich niet te bewijzen.
Wie blijft groeien, zal vanzelf dieper worden, en tegelijk ook milder.

Heeft een voorganger bijzonder gezag over een gelovige?

Heeft een voorganger bijzonder gezag over een gelovige?

In kerken wordt – soms openlijk, soms subtiel – de indruk gewekt dat een voorganger, dominee of geestelijk leider bijzonder gezag zou hebben over, het geloof of de keuzes van een gelovige. In een preek die ik onlangs hoorde werd zoiets verondersteld met een voorbeeld.

Wie daar vragen bij stelt, krijgt al snel te horen dat hij “ongehoorzaam” is, “onder gezag moet leren staan” of “tegen God ingaat”.

Maar is dat wel Bijbels?

Het enige absolute gezag in de gemeente

Het Nieuwe Testament is hier opvallend eenduidig over
Christus alleen is het Hoofd van de gemeente.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der gemeente,.”
(Kolossenzen 1:18 STV)

Er is geen tweede hoofd, geen plaatsvervanger en geen aardse autoriteit die tussen Christus en de gelovige instaat.

Jezus Zelf zegt zelfs expliciet:

“Een is uw Meester, en gij zijt allen broeders.”
(Mattheüs 23:8 STV)

Dat zet meteen een dikke streep door elke geestelijke hiërarchie waarin de één boven de ander staat

Wat is een voorganger dan wél?

Opvallend genoeg gebruikt het Nieuwe Testament het woord voorganger niet als ambtstitel. In plaats daarvan lezen we over:

  • oudsten
  • herders
  • opzieners
  • leraars

Hun taak is niet heersen, maar dienen:

“Weidt de kudde Gods die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk, noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.”
(1 Petrus 5:2–3 STV)

Een Bijbelse leider:

  • dwingt niet
  • beheerst geen gewetens
  • claimt geen exclusieve toegang tot Gods wil

Hij wijst, hij onderwijst, hij dient.

Gehoorzaamheid

Een vaak geciteerd vers is:

“Weest uw voorgangers gehoorzaam, en zijt hun onderdanig…”
(Hebreeën 13:17 STV)

Maar dit vers kan nooit los gelezen worden van de rest van de Schrift. Dezelfde Bijbel zegt namelijk ook:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.”
(1 Thessalonicenzen 5:21 STV)

En zelfs Paulus werd getoetst:

“Zij onderzochten dagelijks de Schriften of deze dingen alzo waren.”
(Handelingen 17:11 STV)

Gehoorzaamheid in de gemeente is geen blind volgen, maar een vrijwillige erkenning van geestelijk leiderschap zolang dat leiderschap onder het Woord blijft.

De gelovige staat rechtstreeks voor en onder God

Een kernwaarheid bij Paulus is persoonlijke verantwoordelijkheid:

“Zo dan, een iegelijk van ons zal voor zichzelf rekenschap geven aan God.”
(Romeinen 14:12 STV)

Niet via:

  • een kerk
  • een voorganger
  • een geestelijke structuur

Ook is er maar één Middelaar:

“Want er is één Middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus.”
(1 Timotheüs 2:5 STV)

Wie geestelijk gezag zo uitlegt dat een voorganger als tussenpersoon fungeert, gaat tegen deze waarheid in.

Wanneer wordt gezag misbruik?

Gezag wordt onbijbels wanneer een voorganger:

  • spreekt alsof hij Gods stem is
  • persoonlijke beslissingen dicteert
  • kritiek gelijkstelt aan opstand
  • vrijheid in Christus verdacht maakt

Paulus zegt daarover:

“Niet dat wij heerschappij voeren over uw geloof, maar wij zijn medewerkers uwer blijdschap; want gij staat door het geloof..”
(2 Korinthe 1:24 STV)

Dit ene vers alleen al ontmantelt elke vorm van geestelijke machtsuitoefening.

Samengevat

De Bijbel leert geen geestelijke hiërarchie waarin voorgangers bijzondere macht hebben over gelovigen. Zij hebben:

  • geen gezag over het geweten
  • geen heerschappij over het geloof
  • geen plaats tussen Christus en de gelovige

Wel hebben zij een roeping om te dienen, te onderwijzen en voor te leven.

Christus is het Hoofd, de gelovige is vrij.
Leiderschap is dienstbaarheid.

zie ook:

Apostelen vandaag?

Apostelen vandaag?

Apostelen vandaag?

Er begeven  zich vandaag de dag op het christelijk erf steeds vaker lieden die zich uitgeven voor ‘apostel’. Check voor het bewijs van deze stelling maar eens met Google. Dit is niet zomaar, is mijn stellige indruk, maar met een onderliggende gezagsclaim. Waar de titel ‘pastor’ of een afgeleide daarvan, niet meer lijkt te voldoen, om een bepaalde zeggingskracht/autoriteit te hebben, gezag uit te oefenen , of bepaalde zaken door te drukken. Men gaat dan doorgaans voorbij over wat de Bijjbel er zoal over zegt. Hieronder een korte samenvatting, een incompleet overzicht, over wat er zoal over geschreven staat .

Kenmerken van het apostelschap:

Getuige van Jezus’ bediening en opstanding

“Het is dan nodig, dat van de mannen, die met ons omgegaan zijn al den tijd, in welken de Heere Jezus onder ons ingegaan en uitgegaan is, beginnende van den doop van Johannes tot op den dag, dat Hij van ons opgenomen is, een van dezen met ons getuige worde Zijner opstanding.”
(Handelingen 1:21–22)

Paulus was de laatste, een uitzondering

“Ben ik niet een apostel? Ben ik niet vrij? Heb ik Jezus Christus, onzen Heere, niet gezien? Zijt gij niet mijn werk in den Heere?”
(1 Korinthe 9:1)

“En als laatste van allen is Hij ook van mij gezien, als van een ontijdig geborene.”
(1 Korinthe 15:8)

Bevestiging door tekenen en krachten

“De tekenen nu eens apostels zijn onder u gewerkt in alle lijdzaamheid, in tekenen, en wonderen, en krachten.”
(2 Korinthe 12:12)

Apostelen als fundamentleggers

Wat heel vaak verkeerd begrepen en uitgelegd wordt :

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.”
(Efeze 2:20)

Normbepalend gezag van de apostolische leer

“En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.”
(Handelingen 2:42)

Waarschuwing tegen valse apostelen

“Want zulke zijn valse apostelen, bedriegelijke arbeiders, zich veranderende in apostelen van Christus.”
(2 Korinthe 11:13)

Tekenen en wonderen zijn geen bewijs op zichzelf

“Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan?”
(Mattheüs 7:22)

Apostel in de ruimere betekenis van gezondene

“Maar als de apostelen, namelijk Barnabas en Paulus, dat hoorden, scheurden zij hun klederen, en sprongen onder de schare.”
(Handelingen 14:14)

Apostelen en profeten als eenmalig fundament

“En God heeft sommigen gesteld in de gemeente, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, hulpverleningen, regeringen, verscheidenheid der talen.”
(1 Korinthe 12:28)

Samenvattend vanuit de Schrift

De Schrift leert dat apostelen in de betekenis van fudamentleggers:

  • persoonlijk door Christus zijn aangesteld
  • getuigen waren van Zijn opstanding
  • door God bevestigd werden met tekenen
  • het fundament van de gemeente hebben gelegd

Dat fundament ligt vast in Christus zoals de Bijbel benadrukt.

“Het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is.”
(Judas :3)

Daarom is er geen Bijbelse grond om vandaag mensen te erkennen die zichzelf apostel noemen in dezelfde gezaghebbende betekenis als de apostelen van het Nieuwe Testament.

 

Geverifieerd door MonsterInsights