Zin en onzin over “de vijfvoudige bediening”

Géén machtsmodel voor de gemeente van Jezus Christus

YouTube player

Er wordt tegenwoordig heel wat beweerd over “de vijfvoudige bediening​'” en deze wordt ons dan gepresenteerd als gezagsstructuur voor de gemeente van Jezus Christus. Maar niet wat men graag wil dat de Schrift zegt, maar wat de Schrift echt zegt is van belang.
Zie Efeze 4.

 

Autoriteit, integriteit en de macht van geladen taal

Over terugkijken naar vroeger, manipulatie en gewapende woorden

Als vader van een jong gezin ben ik jaren terug in een situatie verzeild geraakt waar begrippen als gezag, gehoorzaamheid, autoriteit, en leiderschap zwaar geladen werden. Dit mondde uit in een manipulatieve situatie in een pinkstergemeente, waar we destijds nogal over onze grenzen getrokken zijn. En dit avontuur minder dan een decennium na een andere hiervan losstaande redelijk ingrijpende gebeurtenis die ik meemaakte, waar sprake was van totaal ontspoord sektarisch leiderschap.

Leerzaam materiaal, dat wel.

Dit alles komt naar boven nadat ik door een ernstig ongeval ben stilgezet en veel tijd heb om na te denken. En ja, daar moet ik wat mee, ik vrees niet de enige argeloze te zijn, die in een religieus fuik terechtkwam.

Wanneer autoriteit zwaarder wordt dan waarheid

Achteraf bekeken is het niet één bepaalde gebeurtenis die de meeste pijn doet, maar het patroon dat zichtbaar wordt wanneer je oude teksten opnieuw leest. Een ouder blog over “autoriteit en geld’ lijkt op het eerste gezicht bij oppervlakkige lezing misschien een Bijbels of pastoraal betoog over orde, gezag en verantwoordelijkheid. Maar wanneer zo’n tekst gelezen wordt tegen de achtergrond van manipulatief leiderschap, met de kennis van nu, krijgt ieder woord een andere lading. Dan gaat het niet meer alleen om leerstellige formuleringen, maar om de vraag wat zulke woorden in de praktijk met mensen doen.

Autoriteit en de macht van geladen taal

 

Dat geldt te meer wanneer de schrijver niet zomaar een blogger is, maar psycholoog én voormalig oudste. Zo iemand spreekt niet maar als particulier gelovige. Zijn woorden krijgen extra gewicht. Hij wordt geacht menselijk gedrag te begrijpen, kwetsbaarheid te herkennen, machtsmisbruik te kunnen onderscheiden en geestelijke druk niet te verwarren met gezonde pastorale leiding. Juist daarom is het ernstig wanneer zo iemand een zwaar geladen autoriteitsdenken presenteert en daarbij figuren noemt die zelf op zijn minst grote vragen oproepen rond leiderschap, integriteit en toetsbaarheid.

Namen achter het autoriteitsdenken

In de betreffende blog worden onder meer Miles Munroe, Lonnie McCowan, Bert de Haan, Derek Prince, Peter Horrobin en Willem Ouweneel genoemd als personen die een rol hebben gespeeld in de ontdekkingen van de schrijver rond autoriteit. De tekst noemt dit een “ruwe schets van een bijbelse visie op autoriteit” en verbindt de inzichten met “eeuwenoude principes” die al in het scheppingsverhaal ingebouwd zouden zijn. Daarmee wordt autoriteit niet slechts besproken als praktisch of pastoraal onderwerp, maar geplaatst in een groot geestelijk raamwerk.

Precies daar begint het pijnlijk te worden. Want de namen die worden genoemd, zijn niet neutraal. Ze komen grotendeels uit een evangelisch-charismatische wereld waarin woorden als autoriteit, Koninkrijk, leiderschap, roeping, bestemming, genezing, bevrijding, vloeken, geestelijke strijd en zalving een zware rol spelen. Niet al die namen zijn op dezelfde manier problematisch. Dat zou te grof zijn. Maar samen laten ze wel zien uit welke denkwereld het autoriteitsbegrip gevoed wordt.

Bij Lonnie McCowan is het integriteitsprobleem publiek en ernstig. Hij werd als pastor in verband gebracht met een vastgoedzaak rond een ouder slachtoffer en moest volgens berichtgeving $349.000 restitutie betalen aan een 88-jarige man. Als iemand met zo’n geschiedenis wordt genoemd als inspiratiebron binnen een betoog over autoriteit, dan wringt dat diep. Autoriteit en integriteit zijn Bijbels gezien niet los verkrijgbaar. Een leider kan nog zo charismatisch, visionair of indrukwekkend spreken, maar wanneer betrouwbaarheid en goed getuigenis ontbreken, wordt geestelijke autoriteit hol.

Bij Bert de Haan wordt het nog persoonlijker en herkenbaarder voor wie manipulatief leiderschap heeft meegemaakt. Hij werd in 2016 uit functie gezet als voorganger van Nehemia Ministries; oudsten en bestuur zagen geen mogelijkheid meer om met hem verder samen te werken en spraken over onvoldoende vertrouwen in het herstelproces. Maar belangrijker voor het thema autoriteit is dat zijn leiderschapstaal al eerder publiek ter discussie stond. In kritische beschrijvingen van zijn prediking werd aangehaald dat kritiek op hem praktisch werd verbonden met kritiek op God zelf: “Mensen, als u een probleem heeft met mij, heeft u eigenlijk een probleem met God!” Dat is precies het soort taal waarbij autoriteit niet langer dient om de kudde te beschermen, maar om de leider onaantastbaar te maken.

Ook Willem Ouweneel is in dit verband minder neutraal dan zijn intellectuele reputatie misschien doet vermoeden. Rond de claim dat blinden in Birma/Myanmar genezen zouden zijn, bleek later uit onderzoek dat deze genezingsclaims niet overeind bleven. Goedgelovig berichtte, verwijzend naar journalist Karel Smouter, dat de zeven blinden van wie TRIN en Ouweneel claimden dat ze genezen waren, nog steeds blind waren. De vraag is dan niet alleen of er een feitelijke vergissing is gemaakt, maar hoe met kritiek op zo’n claim werd omgegaan. Wanneer wonderclaims geestelijk worden beschermd tegen nuchtere verificatie, ontstaat hetzelfde patroon: autoriteit wordt gebruikt om claims af te schermen, niet om waarheid te dienen.

Derek Prince en Peter Horrobin vertegenwoordigen weer een andere lijn. Bij hen gaat het minder direct om persoonlijke integriteitskwesties en meer om een leerstellige sfeer: onderwerping, bevrijding, demonische invloed, vloeken, innerlijke genezing en geestelijke strijd. Dat hoeft niet in alle gevallen tot manipulatie te leiden, maar in combinatie met pastoraat en psychologie kan het gevaarlijk worden. Psychische pijn, boosheid, weerstand of grensbewaking kunnen dan te snel worden geduid als geestelijk probleem: gebondenheid, rebellie, ongehoorzaamheid, onverwerkt trauma of gebrek aan onderwerping.

Miles Munroe past vooral in het raamwerk van Koninkrijk, leiderschap, dominion, doelgerichtheid en autoriteitsprincipes. Ook daar ontstaat het risico dat autoriteit niet meer eenvoudig wordt gezien als dienend leiderschap onder Christus, maar als een geestelijk systeem van principes, posities en domeinen. Dat soort denken kan bijzonder aantrekkelijk klinken. Het geeft structuur. Het lijkt diep. Het lijkt sleutels te geven. Maar juist dat maakt het riskant.

De terminologie in zulke teksten is daarom niet onschuldig. Woorden als “geestelijke autoriteit”, “sleutelwaarheden”, “Koninkrijksprincipes”, “domeinen”, “positie”, “bestemming”, “zegen”, “onderwerping”, “ongehoorzaamheid”, “Rijk der Duisternis”, “Satan”, “vloeken” en “gebondenheden” beschrijven niet alleen. Ze duiden. Ze plaatsen mensen in een geestelijk schema.

Daardoor kan een gewone vraag — klopt dit leiderschap wel? — worden veranderd in een vraag naar iemands houding tegenover autoriteit. Een terechte grens — dit voelt manipulatief — kan worden herverpakt als boosheid, angst, rebellie of gebrek aan geestelijk inzicht. Een leider met duidelijke rode vlaggen kan alsnog beschermd worden door woorden als positie, zalving, roeping of God-gegeven autoriteit. De terminologie tilt menselijke machtsverhoudingen op naar een geestelijk niveau, waardoor kritiek ineens gevaarlijk lijkt.

Waarom een psycholoog/oudste extra verantwoordelijkheid draagt

Vooral het woord “sleutels” is veelzeggend. Een sleutel suggereert toegang. Wie de sleutel heeft, begrijpt het diepere mechanisme. Wie de sleutel niet ziet, mist blijkbaar iets wezenlijks. Wanneer een psycholoog/oudste autoriteit presenteert als zo’n sleutel tot relationele, geestelijke of psychische problemen, krijgt hij enorme macht over de duiding van andermans pijn. Dan kan iemand die beschadigd is door manipulatief leiderschap te horen krijgen dat het werkelijke probleem niet het machtsmisbruik was, maar zijn of haar verkeerde verhouding tot autoriteit.

Daar zit de eigenlijke pijn. Niet alleen dat er verkeerde of dubieuze namen genoemd worden. Niet alleen dat er zware termen worden gebruikt. Maar dat het hele systeem de ervaring van gekwetste mensen kan omdraaien. De leider wordt beschermd. De structuur wordt geheiligd. De kritische gelovige wordt verdacht gemaakt. En wie pijn heeft, moet gaan onderzoeken of zijn pijn misschien voortkomt uit ongehoorzaamheid, angst, bitterheid of gebrek aan geestelijk inzicht.

Dat wordt nog ernstiger wanneer een manipulatieve voorganger door zo’n psycholoog/oudste wordt verdedigd. Dan is het geen abstracte leer meer. Dan functioneert het autoriteitsdenken praktisch als schild rond de leider. De deskundigheid van de psycholoog en de geestelijke positie van de oudste versterken elkaar. Wat eigenlijk zorgvuldig onderzocht had moeten worden — manipulatie, gewetensdruk, afhankelijkheid, machtsmisbruik — wordt dan mogelijk geduid als een probleem bij degenen die weerstand voelen.

Het gevaar van dit soort autoriteitstaal is dat zij leiders groter maakt dan zij Bijbels gezien mogen zijn. Het Nieuwe Testament maakt leiders juist kleiner: oudsten zijn dienaren, voorbeelden, herders onder de Opperherder. Zij zijn toetsbaar, aanspreekbaar en gebonden aan het Woord. Hun positie geeft hun geen onaantastbare geestelijke status. Hun roeping ontslaat hen niet van integriteit. Hun invloed maakt hen niet immuun voor correctie.

Gezonde autoriteit verdraagt toetsing. Ongezonde autoriteit vreest toetsing. Manipulatieve autoriteit noemt toetsing rebellie.

Daarom is het achteraf wel verklaarbaar dat zulke namen en termen pijn doen. Ze staan niet los van de ervaring. Ze vormen samen een patroon: autoriteit wordt geestelijk zwaar geladen, terwijl integriteit en toetsbaarheid naar de achtergrond verdwijnen. Mensen met charisma, invloed, wonderclaims of leiderschapsstatus worden gelegitimeerd, terwijl kritische of beschadigde gemeenteleden het risico lopen geestelijk of psychologisch verdacht gemaakt te worden.

Het diepste bezwaar is daarom niet dat er over autoriteit gesproken wordt. Autoriteit op zichzelf is niet verkeerd. Het bezwaar is dat autoriteit hier lijkt te functioneren als een sleutel waarmee menselijke pijn, kritiek en weerstand worden geduid, terwijl juist die autoriteitscultuur onderdeel van het probleem kan zijn geweest.

Een Bijbelse visie op leiderschap begint niet bij het beschermen van posities, maar bij Christus als Hoofd. Niet bij het onaantastbaar maken van voorgangers, maar bij het dienen van de kudde. Niet bij “sleutels” die gewone gelovigen afhankelijk maken van deskundige duiders, maar bij het Woord van God dat alles toetst.

Wanneer autoriteit losraakt van integriteit, wordt zij gevaarlijk. Wanneer geestelijke taal wordt gebruikt om manipulatie te beschermen, wordt zij schadelijk. En wanneer een psycholoog/oudste zulke taal gebruikt om leiders te legitimeren, terwijl gekwetste mensen juist bescherming en helderheid nodig hebben, dan is dat niet slechts ongelukkig. Dan is dat kwalijk.

Want het probleem was niet dat mensen autoriteit niet begrepen.

Het probleem was dat autoriteit zo werd opgeblazen dat mensen hun eigen geweten, waarneming en terechte vragen gingen wantrouwen.

De ‘vijfvoudige bediening’ nogmaals tegen het licht gehouden

Waarom moderne apostelen en profeten de gemeente misleiden

De zogenaamde ‘vijfvoudige bediening’ klinkt voor velen Bijbels, maar achter claims over apostelen en profeten schuilt een  groot gevaar. Dit blog laat zien waarom de gemeente geen nieuwe fundamentleggers nodig heeft, maar terug moet naar Christus, het Woord en Bijbelvast leiderschap.

De vijfvoudige bediening klinkt indrukwekkend, maar dat is meteen het gevaar

De zogenaamde vijfvoudige bediening heeft voor veel christenen iets aantrekkelijks. Het klinkt Bijbels. Het klinkt alsof er eindelijk weer kracht, richting en orde in de gemeente komt. Maar daar ligt de basis van het probleem. Want wat indrukwekkend klinkt, is nog niet waar.

Zodra moderne apostelen en profeten worden neergezet als onmisbare leiders van de gemeente, schuift het zwaartepunt op. Dan ligt de nadruk niet meer op Christus en Zijn geopenbaarde Woord, maar op mensen die zeggen méér te zien, méér te horen en méér te weten dan ‘gewone gelovigen’. Dan ontstaat heel subtiel een nieuwe geestelijke bovenlaag.

En dát is niet  bepaald onschuldig.

Hier staat veel op het spel. Dit gaat niet over een klein verschil van mening. Dit raakt de vraag wie in de gemeente werkelijk gezag heeft: Christus door Zijn Woord, of mensen met grote geestelijke claims, met een veel te grote broek aan.

Wat men met de vijfvoudige bediening bedoelt

Wie over de vijfvoudige bediening spreekt, verwijst steevast naar Efeze 4:11:

“En Dezelve heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars” (Efeze 4:11) (STV)

Dat staat er. Daar hoeft niemand omheen. Maar de vraag is niet óf die woorden in de Bijbel staan. De vraag is wat ermee bedoeld wordt.

En daar wordt een loopje genomen met de strekking. Want wat in Efeze 4 in het kader van gemeenteopbouw wordt genoemd, wordt in moderne bedieningskringen geregeld omgekat tot een blijvende geestelijke hiërarchie. Dan wordt de apostel de topfiguur. De piek van de kerstboom. De profeet de richtinggever. En de rest mag dan braaf volgen. Dan verandert gave in rang. Dan verandert dienst in status. Dan verandert toerusting in macht.

Maar Efeze 4 schildert helemaal geen geestelijke elite. Het hoofdstuk begint met ootmoed, zachtmoedigheid, lankmoedigheid en het bewaren van de eenheid des Geestes. Wie van Efeze 4 een systeem van geestelijke verheffing maakt, is de boodschap van het hoofdstuk al kwijt vóór hij bij vers 11 aankomt.

Apostelen en profeten waren fundamentleggers

Hier ligt een doorslaggevend punt. In het Nieuwe Testament worden apostelen en profeten niet neergezet als een blijvende klasse supergelovigen, maar als mensen met een unieke plaats in de grondlegging van de gemeente.

Paulus schrijft:

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen” (Efeze 2:20) (STV)

Dat is helder. Een fundament leg je niet telkens opnieuw. Een fundament leg je één keer. Daarna bouw je erop verder.

Daarom is het een drama wanneer vandaag opnieuw over apostelen en profeten gesproken wordt alsof zij in fundamentleggend opzicht nu nog nodig zijn om de gemeente tot volwassenheid te brengen. Daarmee zeg je in feite dat het fundament nog niet gelegd is, of dat het niet genoeg is. Wat getuigt van zelfoverschatting, om niet te zeggen hoogmoed.

De Schrift zegt dat de gemeente gebouwd ís op dat fundament, met Christus als uiterste Hoeksteen.

Paulus zegt ook:

“Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe” (1 Korinthe 3:10) (STV)

Let op de volgorde. Eerst fundamentlegging. Daarna opbouw. Niet eindeloos opnieuw beginnen. Niet voortdurend nieuwe fundamentleggers zoeken. Niet elke generatie weer opzadelen met mensen die zeggen dat zij de gemeente ‘apostolisch moeten herstellen’.

De gemeente heeft geen behoefte aan nieuwe fundamentleggers. Zij heeft behoefte aan trouwe opbouw op het fundament dat al gelegd is.

Wanneer gave verandert in geestelijke rangorde

Veel modern jargon over de vijfvoudige bediening blijft allerminst neutraal. In de praktijk ontstaat vaak een rangorde. Bovenaan staat de apostel. Daaronder de profeet. Vervolgens de rest. Dan krijg je niet langer dienaren, maar geestelijke topfiguren.

En daar begint het hellend vlak.

Want dan kijkt de gemeente niet meer gewoon met dankbaarheid naar verschillende vormen van gaven en dienstnbetoon, maar met ontzag naar mensen die als een hogere soort christen worden gepresenteerd. Mensen met meer toegang. Meer kennis. Meer inzicht. Meer gezag. Meer zalving. Meer geestelijk gewicht.

Maar de Schrift voedt die drang naar geestelijke verheffing niet. Zij breekt haar juist af.

“Zijt niet vele meesters, mijn broeders, wetende, dat wij te meerder oordeel zullen ontvangen” (Jakobus 3:1) (STV)

Dát is de toon van het Nieuwe Testament. Geen verbeelding, geen lokroep naar geestelijke promotie, maar ernst. Geen jacht op titels, maar besef van verantwoordelijkheid. Geen religieuze carrièrelijn, maar vrees voor God.

Het moderne bedieningsdenken doet vaak het tegenovergestelde. Het maakt titels aantrekkelijk. Het zet geestelijke profilering in de schijnwerpers. Het wekt de indruk dat gewoon trouw zijn niet genoeg is. Maar waar dat gebeurt, is het vlees zelden ver weg.

 

Het Nieuwe Testament waarschuwt voor valse claims

Opmerkelijk genoeg prijst de Heere Jezus een gemeente die zulke claims niet zomaar slikte. Tegen Efeze zegt Hij:

“Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid, en dat gij de kwaden niet kunt dragen; en dat gij beproefd hebt degenen die uitgeven dat zij apostelen zijn, en zij zijn het niet, en hebt hen leugenaars bevonden” (Openbaring 2:2) (STV)

Dat is veelzeggend. De Heere prijst hier niet lichtgelovigheid, maar beproeving. Niet openheid voor elke indrukwekkende claim, maar geestelijk onderscheidingsvermogen. Niet: geef ruimte aan iedereen die zichzelf apostel noemt. Maar: toets, onderzoek, ontmasker.

Juist dat ontbreekt vandaag vaak. Zodra iemand met genoeg charisma, flair, succes of invloed als “apostolisch” wordt gepresenteerd, durven velen niet meer werkelijk te toetsen. Kritische vragen worden al snel weggezet als ongeestelijk, negatief of rebellie. Maar de weg van Christus is niet intimidatie. De weg van Christus is waarheid in het licht.

Bijbelse liefde is niet blind. Bijbelse liefde toetst.

 

De mythe van de supergelovige

Daar zit nog een tweede fout achter. In veel kringen worden apostelen en profeten voorgesteld als een soort supergelovigen. Mensen op een hoger niveau. Mensen met een apart lijntje naar God. Mensen met meer geestelijk gezag dan gewone gelovigen.

Maar dat is een linke gedachte.

De gemeente van Christus kent wel onderscheiden gaven, maar geen geestelijke aristocratie. Er zijn wel verschillende diensten, maar er is geen hoger soort christenen. Er is leiding, maar geen heilige gezalfde leidersklasse.

Zodra apostelen en profeten gaan functioneren als elitefiguren, heeft men het Nieuwtestamentische spoor de rug toegekeerd.

Paulus schrijft opvallend nuchter:

“Wie is dan Paulus, en wie is Apollos, anders dan dienaars, door welke gij geloofd hebt, en dat, gelijk de Heere aan een iegelijk gegeven heeft?” (1 Korinthe 3:5) (STV)

En even later:

“Zo is dan noch hij, die plant, iets, noch hij, die nat maakt, maar God, Die den wasdom geeft” (1 Korinthe 3:7) (STV)

Dat is verfrissend. Geen geestelijke hoogvliegerij. Geen menselijke opgeblazenheid. Geen religieuze topklasse. God geeft de wasdom. De dienaar is dienaar.

NIets meer dan dat.

Bijbelse leiding is herderlijk, niet verheven

Wanneer de Schrift over leiding in de gemeente spreekt, doet zij dat in termen van zorg, voorbeeld en verantwoordelijkheid. Niet van geestelijke verhevenheid.

Petrus schrijft:

“Weidt de kudde Gods die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde” (1 Petrus 5:2-3) (STV)

Dat is een frontale aanrijding met veel eigentijds bedieningsdenken. Waar men heerst, domineert, zichzelf centraal stelt of onderwerping eist, is men niet bezig de kudde te weiden. Men is bezig haar te overheersen.

Paulus zegt tegen de oudsten van Efeze:

“Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed” (Handelingen 20:28) (STV)

De kudde is niet van de leider. De kudde is van God. Zij is gekocht met bloed. Dat maakt elke vorm van religieuze zelfverheffing des te ernstiger.

 

Waarom deze leer zo aantrekkelijk is en steeds de kop opsteekt

Waarom wordt de vijfvoudige bediening dan toch steeds weer uit de kast getrokken?

Omdat het vlees houdt van geestelijk aanzien, status, gezag.

Het gewone gemeenteleven onder het Woord lijkt voor sommigen te eenvoudig. Gewoon Bijbelgetrouw onderwijs. Gewoon heiliging. Gewoon volharding. Gewoon herderlijke zorg. Gewoon gebed. Gewoon evangelieverkondiging.

Dat oogt voor het vlees te klein. Te gewoon. Te weinig indrukwekkend.

Maar de vijfvoudige bediening biedt iets anders. Zij biedt grote claims.. Bestemming. Activatie. Apostolische orde. Profetische richting. Geestelijke dekking. Impartatie. Het klinkt belangrijk. Het voelt krachtig. Het maakt indruk.

En daarom is het zo aansprekend.

Maar de vraag is niet of iets goed of krachtig klinkt. De vraag is of het waar is. Een leer kan indrukwekkend zijn en toch krom Een beweging kan dynamisch zijn en toch de eenvoud in Christus stuk maken.

 

De brokken voor gewone gelovigen

Deze leer blijft niet zonder gevolgen.

Gewone gelovigen gaan zich kleiner voelen dan nodig is. Hun eenvoudige geloof lijkt ineens arm. Hun liefde tot de Heere lijkt niet genoeg. Hun trouwe wandel in afhankelijkheid aan de Heere,  in heiligin,  lijkt ondergeschikt aan opgepompte dingen als activatie, impartatie en profetische richting.

Zo schuift de aandacht en afhankelijkheid op van Christus naar mensen.

Dan vragen gelovigen niet meer eerst: wat zegt het Woord van God? Dan vragen zij: wat zegt de apostel? Wat heeft de profeet gezien? Wat is het woord voor dit seizoen? Wat is de richting van de bediening?

Maar dat is geestelijk ongezond. De gemeente leeft niet van menselijke indruk, maar van Gods geopenbaarde Woord.

Paulus waarschuwt:

“Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen” (Efeze 4:14) (STV)

Dat vers wordt soms gebruikt om moderne bedieningsstructuren kracht bij te zetten. In werkelijkheid waarschuwt het tegen manipuleerbare, meewaaiende, onstandvastige gelovigheid.

 

Een herderlijke waarschuwing

Misschien ben je met dit denken in aanraking gekomen. Misschien raakte je erg onder de indruk. Misschien leek jouw eigen gemeente ineens arm, stroef of achtergebleven. Misschien begon je te denken dat er iets hogers moest zijn dan gewoon trouw leven onder het Woord.

Laat me je dan dit zeggen, scherp maar wel herderlijk:

Niet alles wat geestelijk klinkt, is geestelijk gezond.

De vraag is ook niet of mensen oprecht zijn. Oprechtheid maakt een leer nog niet waar. Iemand kan met vuur spreken en toch anderen van Christus aftrekken naar menselijke afhankelijkheid.

Daarom zegt Johannes:

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld” (1 Johannes 4:1) (STV)

Dat is geen kille afstandelijke tekst. Dat is bescherming. De Heere waarschuwt Zijn volk niet om hen hard te maken, maar om hen veilig te houden.

 

Denk goed door wat je gelooft

Hier wordt het persoonlijk.

Denk goed door wat je eigenlijk gelooft.

Want als jij gelooft dat er vandaag opnieuw apostelen en profeten nodig zijn in Bijbelse, fundament leggende zin, dan zit je ernaast Dan zeg je eigenlijk dat het fundament nog niet af is, of dat de gemeente zonder nieuwe fundamentleggers niet werkelijk tot volwassenheid kan komen. Dan open je ook de deur voor nieuwe gezagsclaims, nieuwe openbaringsaanspraken en nieuwe afhankelijkheidsstructuren.

En dat blijft nooit zonder gevolgen.

Dan worden leiders groter.
Dan worden gewone gelovigen kleiner.
Dan verschuift de focus van Schrift naar stem.
Dan groeit de afhankelijkheid van personen.
Dan wordt toetsen onmogelijk
Dan krijgt geestelijke indruk meer gewicht dan Bijbelse exegese.

Maar als het fundament werkelijk gelegd is, dan heeft dat óók konsekwenties.

Dan hoeft de gemeente niet op zoek naar nieuwe apostelen, maar terug naar het apostolische Woord.
Dan hoeft zij niet te buigen voor profetische claims maar moet zij alles toetsen aan de Schrift.
Dan hoeft zij niet onder de indruk te raken van titels, maar moet zij vragen of Christus werkelijk centraal staat.
Dan moet zij beseffen dat indrukwekkende taal nog geen Bijbelvaste leer is.

 

Denk ook door wat de konsekwenties daarvan zijn

Dat is de vraag die serieus overdacht moet worden.

Maakt jouw visie op bediening Christus groter of mensen groter?

Maakt zij de gemeente vrijer onder het Woord of afhankelijker van opvallende leiders?

Brengt zij rust in het volbrachte fundament, in het geinspireerde Woord van God, of een voortdurende honger naar nieuwe richtinggevende woorden?

Vormt zij dienaars of sterren?

Leidt zij tot nederige en dienende zorg voor de kudde of tot geestelijke verheffing?

Versterkt zij de genoegzaamheid van de Schrift of laat zij ruimte voor een voortdurende stroom van nieuwe claims en openbaringen?

Dat zijn geen dode theoretische vragen. Dat zijn vragen met konsekwenties voor je geloof, voor je gemeente, voor leiderschap, voor gehoorzaamheid en voor geestelijke veiligheid.

 

Het Bijbelse alternatief is rijker dan dikdoenerij

Het antwoord op misbruik is niet cynisme. Het antwoord is terugkeer naar het Bijbelse patroon.

Christus is het Hoofd.
Zijn Woord is de norm.
Het fundament is gelegd.
De gemeente wordt opgebouwd.
Leiders dienen.
Herders weiden.
Leraars onderwijzen.
Evangelisten verkondigen.
Gelovigen groeien.

Paulus schrijft over het doel van de gaven:

“Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus” (Efeze 4:12) (STV)

Daar zit geen grammetje geestelijke glamour in. Maar wel grote schoonheid. Geen menselijke opgeblazenheid, maar gemeentegroei Geen hierarchische topstructuur, maar toerusting van de heiligen. Geen nieuwe elite, maar groei van het lichaam.

Dat is vele malen rijker dan poeha en  spektakel. Veiliger dan bedieningshype.

En heerlijker, omdat Christus daarin centraal blijft staan.

Resumerend

De vermeende vijfvoudige bediening wordt steeds opnieuw uit de kast getrokken omdat zij mensen groot maakt.

Maar het Nieuwe Testament maakt Christus groot.

Zodra apostelen en profeten gaan functioneren als supergelovigen, geestelijke elite of moderne fundamentleggers, is de grens van Bijbelse nuchterheid al overschreden. Dan wordt de gemeente niet sterker, maar kwetsbaarder. Dan groeit niet de eenvoud in Christus, maar de afhankelijkheid van indrukwekkende figuren.

Laat daarom dit tot je doordringen:

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen” (Efeze 2:20) (STV)

En ook:

“Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen” (Efeze 4:14) (STV)

Denk dus goed door wat je gelooft.

En denk ook goed door wat de konsekwenties daarvan zijn.

Want waar een verkeerde leer over bediening wordt toegelaten, blijft het nooit bij bediening alleen. Dan raakt vroeg of laat ook het zicht op gezag, gemeente-zijn, geestelijke volwassenheid en de plaats van Christus Zelf in de knoei.

Wie de gemeente liefheeft, kan daar niet luchtig over doen.

Zie ook:

De misvatting van de ‘vijfvoudige bediening’ – Bijbelse basis

extern:

De vijfvoudige bediening – Leven met God en de Bijbel

Het Misverstand van de “Vijfvoudige Bediening” in de Charismatisch-Evangelische wereld

Chris Verhage::Het Misverstand van de “Vijfvoudige Bediening” in de Charismatisch-Evangelische wereld

Geverifieerd door MonsterInsights