Het schijnt dat een zekere meneer Jesse Duplantis binnenkort in Dussen zijn opwachting zal maken bij Tom de Wal in Dussen. Deze houdt er zijn eigen versie van het welvaarts ‘evangelie’ op na. De boodschap: It’s money that matters, gratis geld van God, je moet eerst wel even flink geven aan deze lui natuurlijk. Het liefste een groot bedrag ook nog.
Wat een waanzin.
Check de video van Jos. Ik volg hem op youtube. Hij schrijft:
Dit gaat te ver! Ontdek de manipulatie, leugens en misbruik van de bijbel door Jesse Duplantis. Tom de Wal haalt hem en zijn welvaartsevangelie en dwaalleer naar Nederland. Dit is een probleem! ** Verschillende fragmenten zijn binnen de kaders van het citaatrecht gebruikt van het youtube kanaal van Jesse Duplantis evenals 1 fragment van het kanaal van frontrunners.
Binnen evangelische en charismatische gemeenten klinkt deze oproep: “Ben je al gedoopt in de Heilige Geest?” Vaak wordt daarmee een tweede geestelijke ervaring bedoeld die na de bekering zou plaatsvinden. Dikwijls wordt daar tongentaal, profetie of een bijzondere krachtservaring aan gekoppeld.
Het klinkt geestelijk.
Het klinkt Bijbels.
Maar is het wat de Bijbel leert?
Wie de Bijbel zorgvuldig leest, ontdekt dat deze leer niet gebaseerd is op de onderwijsbrieven van de apostelen, maar op een verkeerde uitleg van het boek Handelingen. Daardoor worden unieke historische gebeurtenissen verheven tot een norm voor iedere gelovige.
Dat heeft grote gevolgen.
Geen aparte doop in de Heilige Geest
Paulus kent of leert geen tweede doop
Opvallend is dat Paulus gelovigen nergens oproept om de doop in de Heilige Geest na te streven.
Integendeel.
Hij schrijft:
“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” (1 Korinthe 12:13, STV)
De sleutel is “wij allen zijn.”
Niet sommigen.
Niet de geestelijk rijpen.
Niet degenen die een bijzondere ervaring hebben gehad.
Iedere gelovige is door de Heilige Geest in het Lichaam van Christus geplaatst.
Dat is geen opdracht.
Dat is een voltooid feit.
Daarom schrijft Paulus ook:
“Eén Heere, één geloof, één doop.” (Efeze 4:5, STV)
De Bijbel spreekt nergens over twee aparte dopen.
De grootste denkfout: Handelingen als draaiboek lezen
Vrijwel iedere verdediging van een tweede doop verwijst naar Handelingen.
Maar Handelingen is geen draaiboek over het gemeenteleven.
Het beschrijft de unieke overgang van Israël naar de openbaring van het Lichaam van Christus.
Daar vinden bijzondere gebeurtenissen plaats:
de uitstorting over de Joden;
daarna over de Samaritanen;
vervolgens over de heidenen;
tenslotte over de discipelen van Johannes.
Deze momenten markeren nieuwe fasen in Gods heilsplan.
Het zijn historische gebeurtenissen.
Geen patroon dat iedere gelovige vandaag opnieuw moet meemaken.
Wie van Handelingen een blauwdruk maakt voor de Gemeente, doet precies hetzelfde als iemand die beweert dat iedere gelovige eerst drie dagen blind moet worden omdat Paulus dat overkwam.
Geschiedenis is nog geen leer.
De leer van een ’tweede doop’ schept twee soorten christenen
Hier wordt het gevaar zichtbaar.
Wanneer een tweede doop wordt geleerd, ontstaat automatisch een tweedeling.
Er zijn dan:
gewone christenen;
christenen die “de doop” hebben ontvangen.
Maar Paulus kent zo’n onderscheid helemaal niet.
Opmerkelijk genoeg schrijft hij 1 Korinthe 12 aan een gemeente die vol geestelijke problemen zat.
Er was verdeeldheid.
Er was zonde.
Er was misbruik van de geestelijke gaven.
Toch schrijft hij zonder uitzondering:
“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt…” (1 Korinthe 12:13, STV)
Hun probleem was niet dat zij de Heilige Geest misten.
Hun probleem was dat zij niet geestelijk wandelden.
Ik kwam ooit in een gemeente waarin deze ‘doop’ voorwaarde was om een taak te mogen doen, maar dat werd al snel weer losgelaten omdat er te weinig mensen overbleven om iets te doen.
Wel vervuld, niet opnieuw gedoopt
De Schrift kent wél een opdracht over vervulling :
“En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest.” (Efeze 5:18, STV)
Hier ligt een wereld van verschil.
De doop met de Heilige Geest is Gods eenmalige werk.
De vervulling met de Heilige Geest gaat over het dagelijkse leven van de gelovige.
Daarom roept Paulus op om:
door de Geest te wandelen;
de Geest niet te bedroeven;
de Geest niet uit te blussen.
Maar nergens zegt hij:
“Zoek de doop in de Heilige Geest.”
Iedere gelovige ontvangt de Heilige Geest bij zijn bekering
Paulus laat geen ruimte voor een wachttijd.
Hij schrijft:
“In Welken ook gij zijt, nadat gij het Woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.” (Efeze 1:13, STV)
De volgorde is eenvoudig.
Het Evangelie horen.
Geloven.
Verzegeld worden.
Niet maanden later.
Niet na handoplegging.
Niet na een conferentie.
Niet na tongentaal.
Maar direct nadat men gelooft.
De leer van een aparte doop heeft een schadelijk gevolg
Christenen gaan naar binnen kijken.
Heb ik wel genoeg geloof?
Waarom spreek ik geen tongen?
Waarom ervaar ik niets bijzonders?
Heb ik misschien iets gemist?
Zo verschuift het vertrouwen van Christus naar de eigen ervaring.
En precies daar ligt het gevaar.
Het Evangelie rust niet op gevoel.
Niet op beleving.
Niet op spectaculaire ervaringen.
Maar op het volbrachte werk van de Here Jezus Christus.
De rijkdom van Gods Genade
Iedere wedergeboren gelovige:
is door de Heilige Geest in het Lichaam van Christus gedoopt;
is verzegeld met de Heilige Geest;
heeft de Heilige Geest inwonend;
mag dagelijks leren wandelen onder Zijn leiding.
Dat is geen “tweede zegen”.
Dat is de rijkdom van Gods Genade vanaf het eerste moment van geloof.
Samenvattend
De leer van een aparte doop in de Heilige Geest houdt geen stand wanneer zij wordt getoetst aan de brieven van Paulus.
Zij ontstaat doordat de overgangsgebeurtenissen uit Handelingen worden losgemaakt van hun historische context en vervolgens als norm voor de Gemeente worden gebruikt.
De Schrift wijst echter een andere weg.
Niet zoeken naar een tweede ervaring.
Niet jagen op spectaculaire manifestaties.
Niet twijfelen of er misschien nog iets ontbreekt.
Maar rusten in Christus,Die alles heeft volbracht, en weten dat iedere gelovige vanaf het moment van geloof volledig deel heeft aan de Heilige Geest.
Van daaruit mag hij groeien in heiliging, gehoorzaamheid en een leven dat steeds meer onder de leiding van de Geest staat.
“Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.” (Romeinen 11:36, STV)
Waarom Mattheüs, Johannes en Paulus niet zonder onderscheid op één hoop gegooid mogen worden
Wanneer Bijbelteksten elkaar lijken tegen te spreken…
Er zijn preken die zoveel Bijbelteksten bevatten dat kritiek bijna onmogelijk lijkt. Van Mattheüs naar Markus, van Johannes naar Efeze, van Kolossenzen naar Jakobus: de ene tekst volgt de andere op.
Voor veel christenen is dat hét bewijs dat een boodschap Bijbels is.
Maar daar schuilt een groot gevaar.
Veel Bijbelteksten gebruiken is nog geen garantie voor een Bijbelse boodschap
De duivel citeerde immers ook de Schrift (Mattheüs 4). Het probleem zit zelden in de tekst, maar vrijwel altijd in de manier waarop teksten met elkaar worden verbonden.
Een preek wordt niet Bijbels doordat er veel verzen worden gelezen.
Een preek is Bijbels wanneer de Schrift in haar eigen context mag spreken.
De besproken prediking wil gelovigen aansporen om anderen te vergeven.
Dat is volkomen Bijbels.
Maar vervolgens wordt langzaam een andere gedachte opgebouwd.
Namelijk:
God vergeeft jou in dezelfde mate als jij anderen vergeeft.
Dat klinkt ernstig.
Maar Paulus leert iets anders.
Hij schrijft:
“In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden.” (Efeze 1:7)
En:
“Hij heeft u al de misdaden vergeven.” (Kolossenzen 2:13)
Niet:
“Hij zal misschien vergeven.”
Niet:
“Hij vergeeft wanneer jij eerst…”
Maar:
Hij heeft vergeven
Dat is de grondslag van het Evangelie.
Daarom schrijft Paulus vervolgens:
“Vergevende elkander, gelijk ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” (Efeze 4:32)
Let op de volgorde.
Niet:
God → misschien.
Maar:
God → reeds.
Daarna pas volgt de oproep tot vergeving.
De vrucht wordt in de besproken preek echter tot wortel gemaakt.
En zodra dat gebeurt, verschuift de aandacht van Christus naar de mens.
De tweede denkfout: Mattheüs wordt de bril waardoor Paulus gelezen moet worden
Hier ligt misschien wel het grootste exegetische probleem.
Steeds opnieuw vormt Mattheüs 6 het uitgangspunt.
Daarna worden Paulus en Kolossenzen erbij gezocht.
Maar Paulus doet precies het omgekeerde.
Hij begint nooit bij de vraag:
“Hoe krijg ik vergeving?”
Hij begint bij:
“Wat heeft Christus reeds volbracht?”
Waarom?
Omdat Paulus schrijft ná Golgotha.
Ná Pinksteren.
Ná de openbaring van het Lichaam van Christus.
De gelovige leeft niet vóór het kruis.
Maar vanuit het kruis.
Dat verschil bepaalt de hele uitleg van het Nieuwe Testament.
De derde denkfout: Johannes 20 wordt uit zijn context gehaald
Nog opvallender is de toepassing van Johannes 20.
“Welken gij de zonden vergeeft…”
Deze woorden worden gepresenteerd alsof iedere gelovige vandaag bepaalt of de zonden van een ander vergeven blijven.
Maar dat is niet wat de tekst zegt.
De Here Jezus spreekt daar tot Zijn apostelen.
Binnen de context van hun bijzondere bediening.
Daaruit kan niet zonder meer worden afgeleid dat iedere christen dezelfde bevoegdheid bezit.
Wanneer dat onderscheid verdwijnt, krijgt de gemeente een verantwoordelijkheid opgelegd die de Schrift nergens op die manier oplegt.
De vierde denkfout: de onvergeeflijke zonde wordt erbij gehaald
Hier verandert een scheve uitleg in een geestelijk gevaarlijke uitleg.
Plotseling verschijnt Markus 3.
De zonde tegen de Heilige Geest.
Dat is misschien wel de grootste rode vlag van de hele preek.
Waarom?
Omdat deze geschiedenis helemaal niet over de Gemeente gaat.
De Here Jezus spreekt tegen Farizeeën.
Religieuze leiders.
Mensen die, ondanks de onmiskenbare wonderen van Christus, willens en wetens het werk van de Heilige Geest aan Beëlzebul toeschreven.
Dat is een unieke historische situatie.
Toch wordt deze geschiedenis vervolgens gebruikt als waarschuwing richting wedergeboren gelovigen.
Maar Paulus doet dat nergens.
Sterker nog.
Wanneer Paulus over de Heilige Geest spreekt, klinkt juist de zekerheid:
“Bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.” (Efeze 4:30)
Zie je het verschil?
De preek zegt:
Pas op dat je niet…
Paulus zegt:
U bent verzegeld… daarom…
Dat is geen nuance.
Dat is een totaal andere benadering.
De vijfde denkfout: de zekerheid van het Evangelie verdwijnt
Hier worden de gevolgen zichtbaar.
Na afloop blijft de luisteraar achter met vragen als:
Heb ik iedereen wel vergeven?
Zou mijn bitterheid Gods vergeving blokkeren?
Ben ik misschien geestelijk in gevaar?
Zou ik onbewust de Heilige Geest hebben gelasterd?
Geen enkele van die vragen vindt haar oorsprong in Paulus.
Integendeel.
Paulus richt de blik steeds omhoog.
Naar Christus.
Naar Zijn bloed.
Naar Zijn volbrachte werk.
Naar de positie van de gelovige.
De gelinkte prediking richt de blik uiteindelijk naar binnen.
En precies daar begint alle geestelijke onzekerheid.
De zesde denkfout: verschillende bedelingen worden vermengd
Hier raken we de kern.
De preek behandelt zonder onderscheid:
de Bergrede;
Johannes 20;
Markus 3;
Paulus.
Alles wordt samengevoegd tot één doorgaande boodschap.
Maar daarmee verdwijnen de verschillen tussen:
de bediening van de Messias aan Israël;
het apostolisch gezag;
de verwerping van de Messias door Israël;
en de openbaring van het Lichaam van Christus.
Dat noemen we geen harmonisatie.
Dat noemen we vermenging.
En vermenging levert vrijwel altijd verwarring op.
Waarom is dit zo ernstig?
Omdat het niet alleen gaat over vergeving.
Het gaat over de vraag waarop onze zekerheid rust.
Rust zij op:
Christus?
Of uiteindelijk toch op:
mijn geestelijke prestaties?
Wanneer de gelovige moet onderzoeken of hij wel genoeg heeft vergeven om zelf vergeving te ontvangen, is het fundament ongemerkt verschoven.
Dan is het oog niet langer gericht op Christus.
Maar op de eigen geestelijke staat.
Dat is precies wat Paulus nergens doet.
Wat leert het evangelie wel?
Het evangelie van Gods genade is verrassend eenvoudig.
Christus droeg de schuld.
Christus betaalde de prijs.
Christus vergoot Zijn bloed.
Daarom schrijft Paulus:
Wij hebben de verlossing.
Wij hebben de vergeving.
Wij zijn verzegeld.
Wij zijn met God verzoend.
Vanuit die zekerheid roept hij vervolgens op:
vergeef elkaar;
wees vriendelijk;
wees barmhartig;
wandel waardig de roeping waarmee u geroepen bent.
Niet om behouden te worden.
Maar omdat u behouden bent.
Dát is het verschil tussen wet en genade.
De oproep om anderen te vergeven is volkomen Bijbels.
Maar zodra die oproep wordt losgemaakt van de positie van de gelovige in Christus, verandert het evangelie ongemerkt in een systeem van voorwaarden.
Wanneer vervolgens de Bergrede, Johannes 20 en zelfs de zonde tegen de Heilige Geest worden gebruikt om die voorwaarden kracht bij te zetten, ontstaat een boodschap die wel veel Bijbelteksten bevat, maar waarin de leer van Paulus niet langer de toon zet.
De ironie is pijnlijk.
Een preek die bedoeld is om vrijheid te brengen, kan zo juist onzekerheid zaaien.
Een boodschap over vergeving kan de zekerheid van de vergeving ondermijnen.
Daarom blijft de oproep van Paulus beslissend:
“Vergevende elkander, gelijk ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” (Efeze 4:32)
Dat is geen voorwaarde om door God aangenomen te worden.
Dat is de vrucht van een volbrachte verlossing.
En dát is de blijde boodschap van het Evangelie.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Is Gods vergeving afhankelijk van onze bereidheid om anderen te vergeven?
Volgens de brieven van Paulus ontvangen gelovigen vergeving op grond van het volbrachte werk van Christus (Efeze 1:7; Kolossenzen 1:14; Kolossenzen 2:13). Vanuit die ontvangen genade worden zij opgeroepen anderen te vergeven (Efeze 4:32).
Wat betekent de zonde tegen de Heilige Geest?
In Mattheüs 12 en Markus 3 spreekt de Here Jezus tot Farizeeën die het werk van de Heilige Geest bewust aan Satan toeschreven. Over de toepassing op christenen bestaan binnen de christelijke uitleg verschillende visies. Dit artikel bespreekt waarom die waarschuwing volgens een dispensationalistische lezing niet zonder meer op de Gemeente kan worden toegepast.
Waarom is Efeze 4:32 zo belangrijk?
Omdat Paulus daar de volgorde vastlegt: God heeft eerst vergeven in Christus; daarom vergeven gelovigen elkaar. Die volgorde bewaart het onderscheid tussen genade en verdienste.
Waarom is context zo belangrijk bij Bijbeluitleg?
Bijbelteksten moeten gelezen worden in hun historische, literaire én heilshistorische context. Wie woorden uit verschillende situaties zonder onderscheid samenvoegt, loopt het risico conclusies te trekken die veel verder gaan dan de tekst zelf ondersteunt.