Mensen die teveel tijd over hebben gaan soms nadenken en herinneren zich ineens ouwe meuk . Zo vergaat het mij in elk geval.
De kracht zat ‘m in de herhaling?
Onze voorganger heeft het op zeker moment nodig gevonden om de gemeente te impregneren over het ’trouw betalen van tienden’ Daarover werd intensief, indringend en terugkerend gepreekt, en er volgde tevens een aparte Bijbelstudieavond.
Geen Bijbelstudie maar visie overdracht
Dat was geen Bijbelstudie, achteraf gezien….De Bijbel werd, zoals daar gebruikelijk was, hoofdzakelijk als kapstok gebruikt om de gewenste gedachte/visie over te brengen.
Wij hadden eerder ooit geleerd zelf Bijbelstudie te doen oa. door Schrift met Schrift te vergelijken, en we hebben destijds veel gelezen over de Bijbelse tempeldienst in het algemeen en uiteraard ‘het geven en innen van tienden’ en in welke context eea. staat.
Recent kwam ik nog wat papierwerk tegen hiervan. Daar is wel wat tijd overheen gegaan zeg… .
Geld
Over geld heb ik geen probleem gemaakt; er zijn nou eenmaal onkosten die gemaakt moeten worden om samen te komen, en verder was er ook steun aan christelijke doelen. Prima allemaal.
Maar om daarvoor dan tempel onderwijs één op één uit het oude Testament op de plaatselijke gemeente te projecteren ging me veel te ver. Ik wilde weten hoe het zat, heb het onderzocht, en het bleek een misvatting.
Voelde me wel geroepen om bij te dragen in de kosten. Logisch dat je bijdraagt toch? Zo noemde ik de betaalopdracht destijds ook: bijdrage.
Correctie tijdens gebed
Daar werd ik tijdens een gebedsmoment indirect over afgerekend/gecorrigeerd door de voorganger, dat er een ‘bijdrage’ was overgemaakt, maar geen tienden. Dat was niet goed.
Was weer een signaal dat er sprake was van ordinaire manipulatie. Deze man deed zich voor als heel geestelijk, het hoofd van het plaatselijke lichaam, kreeg ook regelmatig beelden en woorden voor bepaalde mensen door…
Ondertussen stug door blijven hameren op onze ‘plicht om trouw onze ’tienden in het schathuis’ te brengen. Dat moesten we toch vooral gaan doen, en gehoorzaam zijn, dan zou God ons meer en overvloedig kunnen zegenen.
Hysterie
Er werden themadiensten gehouden en onderwerpen aangekondigd. Zoals ‘Generatie vloeken.’ Gemeenteleden namen familie mee, broers en zussen , vaders, moeders.
Want er waren banden en die moesten verbroken worden. Naar mijn beste weten was dat allemaal opgeklopte hysterie. Er werd niks verbroken.
Wonderlijk blijft het wel dat zoveel mensen binnen kwamen en ook bleven komen terwijl het gewoon algemeen genomen geen goed en Bijbels gedegen onderwijs was.
Weer wat geleerd
Het heeft er allemaal wel voor gezorgd dat we zelf veel meer gingen studeren en onderzoeken dus in die zin was het zeker ook een vruchtbare tijd.
Nog steeds zijn er bepaalde typische pinkster triggerwoorden (waarover later meer) waarbij al de rode lampen gaan rinkelen en bellen gaan knipperen. Bepaald goedgelovig en vaak onwetend volk stinkt er nog steeds in zo valt te vrezen. Niet gehinderd door enige goede Bijbelkennis ben je ook vatbaar voor allerlei wind van leer. Kapstok prediking. En soms ook platte manipulatie.
Het belang van Bijbelstudie, geen boekstudie
Dus er zit voor de gelovige die iets goeds wil leren maar één ding op: Bijbelstudie. Geen zoveelste boekstudie, wat een of ander helder licht erover geschreven heeft in zijn/haar twintigste boek, maar gewoon de Bijbel. Het Woord van God.
Exit
Er kwamen nieuwe mensen bij en er verdwenen ook genoeg stilletjes via de achterdeur. Een fenomeen wat ik later elders ook terugzag.
Niet lang hierna trok ik ook de deur achter me dicht. Ik ben zonder uitleg of navraag vertrokken, moegetergd maar een wijze les rijker.
Geen wrok achteraf, wel ‘hoe is het mogelijk’…..en het verlangen anderen hiervoor te behoeden.
Over terugkijken naar vroeger, manipulatie en gewapende woorden
Als vader van een jong gezin ben ik jaren terug in een situatie verzeild geraakt waar begrippen als gezag, gehoorzaamheid, autoriteit, en leiderschap zwaar geladen werden. Dit mondde uit in een manipulatieve situatie in een pinkstergemeente, waar we destijds nogal over onze grenzen getrokken zijn. En dit avontuur minder dan een decennium na een andere hiervan losstaande redelijk ingrijpende gebeurtenis die ik meemaakte, waar sprake was van totaal ontspoord sektarisch leiderschap.
Leerzaam materiaal, dat wel.
Dit alles komt naar boven nadat ik door een ernstig ongeval ben stilgezet en veel tijd heb om na te denken. En ja, daar moet ik wat mee, ik vrees niet de enige argeloze te zijn, die in een religieus fuik terechtkwam.
Wanneer autoriteit zwaarder wordt dan waarheid
Achteraf bekeken is het niet één bepaalde gebeurtenis die de meeste pijn doet, maar het patroon dat zichtbaar wordt wanneer je oude teksten opnieuw leest. Een ouder blog over “autoriteit” lijkt op het eerste gezicht bij oppervlakkige lezing misschien een Bijbels of pastoraal betoog over orde, gezag en verantwoordelijkheid. Maar wanneer zo’n tekst gelezen wordt tegen de achtergrond van manipulatief leiderschap, met de kennis van nu, krijgt ieder woord een andere lading. Dan gaat het niet meer alleen om leerstellige formuleringen, maar om de vraag wat zulke woorden in de praktijk met mensen doen.
Autoriteit en de macht van geladen taal
Dat geldt te meer wanneer de schrijver niet zomaar een blogger is, maar psycholoog én voormalig oudste. Zo iemand spreekt niet maar als particulier gelovige. Zijn woorden krijgen extra gewicht. Hij wordt geacht menselijk gedrag te begrijpen, kwetsbaarheid te herkennen, machtsmisbruik te kunnen onderscheiden en geestelijke druk niet te verwarren met gezonde pastorale leiding. Juist daarom is het ernstig wanneer zo iemand een zwaar geladen autoriteitsdenken presenteert en daarbij figuren noemt die zelf op zijn minst grote vragen oproepen rond leiderschap, integriteit en toetsbaarheid.
Namen achter het autoriteitsdenken
In de betreffende blog worden onder meer Miles Munroe, Lonnie McCowan, Bert de Haan, Derek Prince, Peter Horrobin en Willem Ouweneel genoemd als personen die een rol hebben gespeeld in de ontdekkingen van de schrijver rond autoriteit. De tekst noemt dit een “ruwe schets van een bijbelse visie op autoriteit” en verbindt de inzichten met “eeuwenoude principes” die al in het scheppingsverhaal ingebouwd zouden zijn. Daarmee wordt autoriteit niet slechts besproken als praktisch of pastoraal onderwerp, maar geplaatst in een groot geestelijk raamwerk.
Precies daar begint het pijnlijk te worden. Want de namen die worden genoemd, zijn niet neutraal. Ze komen grotendeels uit een evangelisch-charismatische wereld waarin woorden als autoriteit, Koninkrijk, leiderschap, roeping, bestemming, genezing, bevrijding, vloeken, geestelijke strijd en zalving een zware rol spelen. Niet al die namen zijn op dezelfde manier problematisch. Dat zou te grof zijn. Maar samen laten ze wel zien uit welke denkwereld het autoriteitsbegrip gevoed wordt.
Bij Lonnie McCowan is het integriteitsprobleem publiek en ernstig. Hij werd als pastor in verband gebracht met een vastgoedzaak rond een ouder slachtoffer en moest volgens berichtgeving $349.000 restitutie betalen aan een 88-jarige man. Als iemand met zo’n geschiedenis wordt genoemd als inspiratiebron binnen een betoog over autoriteit, dan wringt dat diep. Autoriteit en integriteit zijn Bijbels gezien niet los verkrijgbaar. Een leider kan nog zo charismatisch, visionair of indrukwekkend spreken, maar wanneer betrouwbaarheid en goed getuigenis ontbreken, wordt geestelijke autoriteit hol.
Bij Bert de Haan wordt het nog persoonlijker en herkenbaarder voor wie manipulatief leiderschap heeft meegemaakt. Hij werd in 2016 uit functie gezet als voorganger van Nehemia Ministries; oudsten en bestuur zagen geen mogelijkheid meer om met hem verder samen te werken en spraken over onvoldoende vertrouwen in het herstelproces. Maar belangrijker voor het thema autoriteit is dat zijn leiderschapstaal al eerder publiek ter discussie stond. In kritische beschrijvingen van zijn prediking werd aangehaald dat kritiek op hem praktisch werd verbonden met kritiek op God zelf: “Mensen, als u een probleem heeft met mij, heeft u eigenlijk een probleem met God!” Dat is precies het soort taal waarbij autoriteit niet langer dient om de kudde te beschermen, maar om de leider onaantastbaar te maken.
Ook Willem Ouweneel is in dit verband minder neutraal dan zijn intellectuele reputatie misschien doet vermoeden. Rond de claim dat blinden in Birma/Myanmar genezen zouden zijn, bleek later uit onderzoek dat deze genezingsclaims niet overeind bleven. Goedgelovig berichtte, verwijzend naar journalist Karel Smouter, dat de zeven blinden van wie TRIN en Ouweneel claimden dat ze genezen waren, nog steeds blind waren. De vraag is dan niet alleen of er een feitelijke vergissing is gemaakt, maar hoe met kritiek op zo’n claim werd omgegaan. Wanneer wonderclaims geestelijk worden beschermd tegen nuchtere verificatie, ontstaat hetzelfde patroon: autoriteit wordt gebruikt om claims af te schermen, niet om waarheid te dienen.
Derek Prince en Peter Horrobin vertegenwoordigen weer een andere lijn. Bij hen gaat het minder direct om persoonlijke integriteitskwesties en meer om een leerstellige sfeer: onderwerping, bevrijding, demonische invloed, vloeken, innerlijke genezing en geestelijke strijd. Dat hoeft niet in alle gevallen tot manipulatie te leiden, maar in combinatie met pastoraat en psychologie kan het gevaarlijk worden. Psychische pijn, boosheid, weerstand of grensbewaking kunnen dan te snel worden geduid als geestelijk probleem: gebondenheid, rebellie, ongehoorzaamheid, onverwerkt trauma of gebrek aan onderwerping.
Miles Munroe past vooral in het raamwerk van Koninkrijk, leiderschap, dominion, doelgerichtheid en autoriteitsprincipes. Ook daar ontstaat het risico dat autoriteit niet meer eenvoudig wordt gezien als dienend leiderschap onder Christus, maar als een geestelijk systeem van principes, posities en domeinen. Dat soort denken kan bijzonder aantrekkelijk klinken. Het geeft structuur. Het lijkt diep. Het lijkt sleutels te geven. Maar juist dat maakt het riskant.
De terminologie in zulke teksten is daarom niet onschuldig. Woorden als “geestelijke autoriteit”, “sleutelwaarheden”, “Koninkrijksprincipes”, “domeinen”, “positie”, “bestemming”, “zegen”, “onderwerping”, “ongehoorzaamheid”, “Rijk der Duisternis”, “Satan”, “vloeken” en “gebondenheden” beschrijven niet alleen. Ze duiden. Ze plaatsen mensen in een geestelijk schema.
Daardoor kan een gewone vraag — klopt dit leiderschap wel? — worden veranderd in een vraag naar iemands houding tegenover autoriteit. Een terechte grens — dit voelt manipulatief — kan worden herverpakt als boosheid, angst, rebellie of gebrek aan geestelijk inzicht. Een leider met duidelijke rode vlaggen kan alsnog beschermd worden door woorden als positie, zalving, roeping of God-gegeven autoriteit. De terminologie tilt menselijke machtsverhoudingen op naar een geestelijk niveau, waardoor kritiek ineens gevaarlijk lijkt.
Waarom een psycholoog/oudste extra verantwoordelijkheid draagt
Vooral het woord “sleutels” is veelzeggend. Een sleutel suggereert toegang. Wie de sleutel heeft, begrijpt het diepere mechanisme. Wie de sleutel niet ziet, mist blijkbaar iets wezenlijks. Wanneer een psycholoog/oudste autoriteit presenteert als zo’n sleutel tot relationele, geestelijke of psychische problemen, krijgt hij enorme macht over de duiding van andermans pijn. Dan kan iemand die beschadigd is door manipulatief leiderschap te horen krijgen dat het werkelijke probleem niet het machtsmisbruik was, maar zijn of haar verkeerde verhouding tot autoriteit.
Daar zit de eigenlijke pijn. Niet alleen dat er verkeerde of dubieuze namen genoemd worden. Niet alleen dat er zware termen worden gebruikt. Maar dat het hele systeem de ervaring van gekwetste mensen kan omdraaien. De leider wordt beschermd. De structuur wordt geheiligd. De kritische gelovige wordt verdacht gemaakt. En wie pijn heeft, moet gaan onderzoeken of zijn pijn misschien voortkomt uit ongehoorzaamheid, angst, bitterheid of gebrek aan geestelijk inzicht.
Dat wordt nog ernstiger wanneer een manipulatieve voorganger door zo’n psycholoog/oudste wordt verdedigd. Dan is het geen abstracte leer meer. Dan functioneert het autoriteitsdenken praktisch als schild rond de leider. De deskundigheid van de psycholoog en de geestelijke positie van de oudste versterken elkaar. Wat eigenlijk zorgvuldig onderzocht had moeten worden — manipulatie, gewetensdruk, afhankelijkheid, machtsmisbruik — wordt dan mogelijk geduid als een probleem bij degenen die weerstand voelen.
Het gevaar van dit soort autoriteitstaal is dat zij leiders groter maakt dan zij Bijbels gezien mogen zijn. Het Nieuwe Testament maakt leiders juist kleiner: oudsten zijn dienaren, voorbeelden, herders onder de Opperherder. Zij zijn toetsbaar, aanspreekbaar en gebonden aan het Woord. Hun positie geeft hun geen onaantastbare geestelijke status. Hun roeping ontslaat hen niet van integriteit. Hun invloed maakt hen niet immuun voor correctie.
Daarom is het achteraf wel verklaarbaar dat zulke namen en termen pijn doen. Ze staan niet los van de ervaring. Ze vormen samen een patroon: autoriteit wordt geestelijk zwaar geladen, terwijl integriteit en toetsbaarheid naar de achtergrond verdwijnen. Mensen met charisma, invloed, wonderclaims of leiderschapsstatus worden gelegitimeerd, terwijl kritische of beschadigde gemeenteleden het risico lopen geestelijk of psychologisch verdacht gemaakt te worden.
Het diepste bezwaar is daarom niet dat er over autoriteit gesproken wordt. Autoriteit op zichzelf is niet verkeerd. Het bezwaar is dat autoriteit hier lijkt te functioneren als een sleutel waarmee menselijke pijn, kritiek en weerstand worden geduid, terwijl juist die autoriteitscultuur onderdeel van het probleem kan zijn geweest.
Een Bijbelse visie op leiderschap begint niet bij het beschermen van posities, maar bij Christus als Hoofd. Niet bij het onaantastbaar maken van voorgangers, maar bij het dienen van de kudde. Niet bij “sleutels” die gewone gelovigen afhankelijk maken van deskundige duiders, maar bij het Woord van God dat alles toetst.
Wanneer autoriteit losraakt van integriteit, wordt zij gevaarlijk. Wanneer geestelijke taal wordt gebruikt om manipulatie te beschermen, wordt zij schadelijk. En wanneer een psycholoog/oudste zulke taal gebruikt om leiders te legitimeren, terwijl gekwetste mensen juist bescherming en helderheid nodig hebben, dan is dat niet slechts ongelukkig. Dan is dat kwalijk.
Want het probleem was niet dat mensen autoriteit niet begrepen.
Het probleem was dat autoriteit zo werd opgeblazen dat mensen hun eigen geweten, waarneming en terechte vragen gingen wantrouwen.
De uitdrukking “doop in de Heilige Geest” klinkt voor veel christenen bekend. In charismatische kringen wordt zij vaak gebruikt voor een aparte geestelijke ervaring ná bekering. Eerst word je gelovig, daarna moet je nog “gedoopt worden in de Geest”. Vaak wordt daar spreken in tongen, bijzondere kracht, profetische gevoeligheid of een hogere mate van zalving aan gekoppeld.
Maar de vraag is niet wat een beweging, spreker of liedcultuur ervan gemaakt heeft. De vraag is eenvoudiger en scherper:
Wat zegt de Bijbel over
Wat zegt de Bijbel over de doop in de Geest?
En daar wordt het spannend. Want de Schrift spreekt wel degelijk over de doop met of door de Heilige Geest. Alleen niet op de manier zoals men er vandaag vaak over spreekt.
Doop in de Geest, wat zegt de Bijbel
De belofte van de doop met de Heilige Geest
Johannes de Doper kondigde aan dat Christus zou dopen met de Heilige Geest:
“Ik doop u wel met water tot bekering; maar Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben Hem na te dragen; Die zal u met den Heiligen Geest en met vuur dopen.”
— Mattheüs 3:11 (STV)
Ook in Handelingen verwijst de Heere Jezus naar deze belofte:
“Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met den Heiligen Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.”
— Handelingen 1:5 (STV)
Deze woorden wijzen vooruit naar Pinksteren. Daar wordt de Heilige Geest uitgestort, niet als een losse religieuze impuls, maar als een beslissende heilshistorische gebeurtenis. De verhoogde Christus geeft de Geest. De Gemeente wordt in de praktijk openbaar als het lichaam van Christus op aarde.
Petrus zegt op de Pinksterdag:
“Hij dan, door de rechterhand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes ontvangen hebbende van den Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort.”
— Handelingen 2:33 (STV)
Let op die woorden: Hij heeft dit uitgestort. Pinksteren is niet het begin van een eindeloze jacht naar herhaalde “Geestesdopen”. Het is de historische uitstorting van de Geest door de verhoogde Christus.
De uitleg staat in de brieven
Wie wil weten wat de doop in de Geest betekent voor de gelovige vandaag, moet niet blijven hangen in de overgangssituaties van Handelingen. Handelingen beschrijft hoe het Evangelie zich uitbreidt: van Joden naar Samaritanen, naar heidenen, en naar mensen die nog slechts de doop van Johannes kenden.
De leerstellige uitleg vinden we vooral in de brieven.
Daar zegt Paulus:
“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.”
— 1 Korinthe 12:13 (STV)
Dat vers is beslissend.
Paulus zegt niet: “Sommigen van ons zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt.”
Hij zegt ook niet: “De vurige gelovigen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt.”
Hij zegt: wij allen.
De doop door de Geest is dus niet een tweede ervaring voor een geestelijke bovenlaag. Het is Gods werk waardoor gelovigen tot één lichaam worden gedoopt. Het gaat om inlijving in Christus, niet om een later ervaringscertificaat.
Niet een ‘tweede zegen’, maar een ontvangen positie
Veel verwarring ontstaat doordat men van de doop in de Geest een ervaring maakt die je nog moet krijgen. Maar Paulus verbindt deze doop niet met een gevoel, een extase of een manifestatie. Hij verbindt haar met het lichaam van Christus.
De gelovige wordt door de Geest tot één lichaam gedoopt. Dat is positie. Dat is een feit. Dat is wat God doet met allen die in Christus zijn.
Daarom zegt Paulus ook:
“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;”
— Kolossenzen 2:10 (STV)
Een gelovige is niet half compleet totdat hij nog een latere Geestesdoop ontvangt. Hij is in Christus volmaakt. Dat betekent niet dat zijn wandel al volmaakt is. Maar zijn positie in Christus is volledig.
Daarom is het zo schadelijk wanneer men gelovigen leert dat zij nog iets fundamenteels missen. Dan wordt de blik verschoven van Christus naar de ervaring. Van het volbrachte werk naar de geestelijke doorbraak. Van zekerheid naar zoeken. Van rust naar onrust.
De gelovige hééft de Geest ontvangen
De Schrift kent geen categorie van ware gelovigen die Christus wel toebehoren, maar de Heilige Geest (nog) niet ontvangen hebben.
Paulus schrijft:
“Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.”
— Romeinen 8:9 (STV)
Dat is duidelijk. Wie de Geest van Christus niet heeft, komt Hem niet toe. Anders gezegd: een gelovige zonder de Geest bestaat niet.
Ook in Efeze lezen we:
“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;”
— Efeze 1:13 (STV)
De volgorde is helder: het Evangelie horen, geloven, verzegeld worden met de Heilige Geest. Paulus bouwt daar geen aparte geestelijke tussenetage in.
Hij schrijft niet: “Nadat gij geloofd hebt, moet gij nog wachten op de doop in de Geest.”
Hij zegt: nadat gij geloofd hebt, zijt gij verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte.
Dat is geen halve gave. Dat is geen aanbetaling van een mogelijke latere geestelijke klasse. Dat is Gods zegel op de gelovige.
Handelingen is geen blauwdruk voor een tweede fase
Vaak wordt gewezen op Handelingen. En inderdaad: in Handelingen zien we verschillende momenten waarop mensen de Heilige Geest ontvangen. Maar die situaties moeten gelezen worden in hun heilshistorische context.
Op Pinksteren gaat het om Joden in Jeruzalem. In Samaria wordt zichtbaar bevestigd dat ook Samaritanen bij dit ene werk van God worden betrokken. In het huis van Cornelius wordt bevestigd dat ook heidenen zonder Joodse wet of besnijdenis door geloof worden aangenomen. In Handelingen 19 gaat het om mannen die nog slechts met de doop van Johannes bekend waren.
Dat zijn geen herhaalbare modellen voor iedere christen. Het zijn scharniermomenten in de overgang van Israël naar de openbaring van de Gemeente uit Jood en heiden.
De fout ontstaat wanneer men van zulke historische overgangsmomenten een norm maakt voor alle gelovigen. Dan wordt Handelingen een handleiding voor ervaring, terwijl de brieven de leerstellige norm geven voor de Gemeente.
En de brieven zeggen niet: zoek een tweede doop.
De brieven zeggen: wandel in overeenstemming met wat u in Christus ontvangen hebt.
De verwarring tussen doop en vervulling
Er is wél een opdracht aan gelovigen met betrekking tot de Heilige Geest:
“En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest;”
— Efeze 5:18 (STV)
Maar dit is niet hetzelfde als de doop in de Geest.
De doop in de Geest heeft te maken met onze inlijving in het lichaam van Christus. Die is eenmalig en positioneel.
De vervulling met de Geest heeft te maken met onze wandel. Die is praktisch, herhaald en verbonden met gehoorzaamheid, afhankelijkheid, wijsheid, lof, dankbaarheid en onderlinge onderdanigheid. Dat blijkt direct uit het vervolg van Efeze 5.
Wanneer men die twee door elkaar haalt, ontstaat geestelijke mist. Dan wordt een reeds ontvangen positie veranderd in een na te jagen ervaring. Dan gaat de gelovige zoeken naar iets wat God hem in Christus al gegeven heeft.
De Geest verheerlijkt Christus
De Heilige Geest is niet gekomen om de aandacht op Zichzelf als ervaring te vestigen. De Heere Jezus zei:
“Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.”
— Johannes 16:14 (STV)
Dat is een belangrijk toetsingspunt. Waar de Geest werkt, wordt Christus grootgemaakt. Niet de ervaring. Niet de manifestatie. Niet de spreker. Niet de sfeer. Niet het moment. Christus.
Daarom is het verdacht wanneer de leer over de Geest voortdurend draait om “meer”, “kracht”, “zalving”, “doorbraak” en “activatie”, terwijl de volheid van Christus naar de achtergrond verdwijnt.
De Heilige Geest maakt niet afhankelijk van een conferentie, spreker, handoplegging of emotionele piek. Hij wijst de gelovige op Christus, opent de Schrift, werkt vrucht, geeft vrijmoedigheid, leidt in waarheid en vormt het leven naar de wil van God.
Wat dan met kracht?
Sommigen zeggen: maar Jezus beloofde toch kracht?
Zeker.
“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.”
— Handelingen 1:8 (STV)
Maar ook hier moet de context blijven staan. Dit woord is verbonden met het apostolische getuigenis en de uitbreiding van het Evangelie vanuit Jeruzalem tot aan het uiterste der aarde. Het gaat niet om een moderne techniek om een hoger geestelijk niveau te bereiken.
De kracht van de Geest is in de Schrift niet los verkrijgbaar. Zij is verbonden met getuigenis van Christus, gehoorzaamheid aan God, verkondiging van het Woord en het werk dat God Zelf doet.
Wie “kracht” zoekt als ervaring, kan gemakkelijk afdwalen. Wie Christus verkondigt en in de Geest wandelt, staat op Bijbelse grond.
De Korinthiërs bewijzen het tegendeel
Juist de geschiedenis van de gemeente van Korinthe is zeer leerzaam. Als er één gemeente was waar veel misging rond geestelijke gaven, dan was het Korinthe. Er was verdeeldheid. Er was vleselijkheid. Er was wanorde. Er was misbruik van gaven. Er was geestelijke pronkzucht.
En juist tegen die gemeente zegt Paulus:
“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt…”
— 1 Korinthe 12:13 (STV)
Dat is vernietigend voor de leer dat de doop in de Geest herkenbaar zou zijn aan een hoger geestelijk niveau. De Korinthiërs waren niet geestelijk volwassen omdat zij gaven hadden. Paulus noemt hen zelfs vleselijk:
“En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.”
— 1 Korinthe 3:1 (STV)
Ze hadden dus geen gebrek aan een tweede Geestesdoop. Ze hadden gebrek aan geestelijke volwassenheid, orde, liefde en Christusgerichtheid.
Dat is ook vandaag een nodige correctie. Manifestatie is geen maatstaf voor geestelijkheid. Gave is geen bewijs van rijpheid. Emotie is geen bewijs van volheid. De vrucht van de Geest is een betere toets dan de drukte van een bijeenkomst.
De vrucht van de Geest is de gezonde toets
Paulus schrijft:
“Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.”
— Galaten 5:22 (STV)
Dat is de taal van de Schrift. Niet geestelijke show, maar vrucht. Niet “heb jij de doop al ontvangen?”, maar: wandel je door de Geest? Wordt Christus zichtbaar in je leven? Wordt het vlees geoordeeld? Is er liefde, vrede, zachtmoedigheid, zelfbeheersing?
Paulus zegt:
“Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen.”
— Galaten 5:25 (STV)
Dat is de Bijbelse lijn.
Niet: indien wij door de Geest leven, laat ons nog een aparte Geestesdoop zoeken.
Maar: laat ons door de Geest wandelen.
Waarom de leer van een aparte Geestesdoop gevaarlijk is
De leer van een aparte doop in de Geest lijkt vaak vroom. Het lijkt hongerig naar meer van God. Het lijkt afhankelijk. Maar onder de oppervlakte zitten grote problemen.
Maakt gelovigen onzeker over wat zij in Christus ontvangen hebben.
Maakt ervaring tot maatstaf.
Zij schept gemakkelijk geestelijke rangen: gewone gelovigen en Geestgedoopte gelovigen.
Zij leest Handelingen als blauwdruk en negeert de leerstellige helderheid van de brieven.
Zij verwart de doop in de Geest met de vervulling met de Geest.
Zij verplaatst de blik van Christus naar een moment, een gevoel of een manifestatie.
En vooral: zij doet alsof de gelovige na zijn geloof in Christus nog een fundamenteel geestelijk tekort heeft dat door een latere ervaring moet worden aangevuld.
Maar de Schrift zegt:
“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.”
— Efeze 1:3 (STV)
Niet met enkele geestelijke zegeningen. Niet met de basis, waarna later nog de echte kracht moet volgen. Maar met alle geestelijke zegening in Christus.
Wat zegt de Bijbel?
De Bijbel leert dat Christus de Doper met de Heilige Geest is. De belofte werd zichtbaar vervuld in de heilshistorische uitstorting van de Geest. De brieven leren vervolgens dat alle gelovigen door één Geest tot één lichaam zijn gedoopt.
Daarom is de doop in de Geest geen aparte tweede ervaring na bekering. Het is Gods werk waardoor de gelovige in Christus en Zijn lichaam wordt ingelijfd.
De gelovige hoeft dus niet te vragen: “Heb ik de doop in de Geest al ontvangen?”
De betere vraag is: wandel ik door de Geest Die God mij gegeven heeft?
Want de roeping van de gelovige is niet om een tweede doop te najagen, maar om te leven uit de volheid van Christus, in afhankelijkheid van de Geest, tot eer van God.
De doop in de Geest is geen aparte geestelijke upgrade voor gevorderde christenen. Volgens 1 Korinthe 12:13 zijn alle gelovigen door één Geest tot één lichaam gedoopt. De gelovige is verzegeld met de Heilige Geest, behoort Christus toe en is in Hem volmaakt. De opdracht is niet om een tweede Geestesdoop te zoeken, maar om vervuld te worden met de Geest en door de Geest te wandelen.