De Jezus die men nog noemt, maar niet meer kent

Een aangepast beeld

Er is een vorm van misleiding die grof en herkenbaar is. Die zegt gewoon: Jezus is niet nodig. De Bijbel is niet betrouwbaar. Het kruis is achterhaald. Zonde is een ouderwets woord. Bekering is religieuze druk.

Dat is ernstig, maar tenminste duidelijk. Je weet meteen hoe de hazen rennen.

Veel gevaarlijker is de misleiding die Jezus niet wegduwt, maar Hem opnieuw vormgeeft. Zijn Naam blijft staan. Zijn Naam wordt gezongen. Zijn Naam wordt uitgesproken in gebeden, conferenties, preken, getuigenissen en bedieningstaal. Maar langzaam wordt Hij veranderd in iemand anders.

Niet de Christus der Schriften.

Maar een Jezus die past bij onze verlangens, onze systemen, onze roepingstaal, onze geestelijke succesverhalen en onze behoefte aan zichtbare kracht.

De meest verraderlijke leugen over Jezus is niet dat Hij wordt ontkend, maar dat Hij wordt hertekend.

Het is een soms subtiel verschil wat wel herkenbaar wordt als je het eenmaal doorhebt.

Welke Jezus wordt verkondigd?

 

Hij wordt nog genoemd wordt, maar staat niet meer centraal

Veel christenen willen de Heer oprecht dienen. Ze houden van Jezus. Ze willen Hem volgen. Ze willen trouw zijn. En toch lopen velen rond met een stille geestelijke vermoeidheid.

Ik doe niet genoeg.

Ik geloof niet genoeg.

Ik ben niet krachtig genoeg.

Ik ben niet ver genoeg.

Ik wandel niet hoog genoeg.

Ik mis iets.

In veel gevallen wordt de schuld dan bij de gelovige gelegd.

Meer overgave.

Meer geloof.

Meer kracht.

Meer activatie.

Meer doorbraak.

Meer vuur.

Meer discipline.

Meer honger.

Meer verwachting.

Meer verlangen.

Maar wat als het probleem niet primair jouw inzet is?

Wat als het probleem de Jezus is die je is voorgehouden?

Want zodra Jezus niet meer wordt verkondigd zoals de Schrift Hem openbaart, maar zoals Hij bruikbaar is voor een bepaald geestelijk systeem, is het hek los….Dan blijft Zijn Naam misschien centraal staan in de taal, maar niet meer in de leer.

Dan wordt niet meer gevraagd: Wie is Christus volgens de Schrift?

Maar: hoe helpt Jezus ons bij wat wij willen bouwen, ervaren, bereiken of bewijzen?

Zie je het al?

 

De Bijbel als toetssteen of ervaring als bril

De dwaling begint vrijwel nooit met openlijke minachting voor de Bijbel. Te confronterend. Het begint subtieler.

Ervaringen krijgen gewicht.

Getuigenissen krijgen gezag.

Emotionele momenten worden sturend en normgevend.

‘Succesvolle bedieningen’ worden voorbeeldmodellen.

Zichtbare kracht wordt bewijs van waarheid.

En langzaam gebeurt er iets verraderlijks: de Bijbel toetst niet meer, maar de ervaring kleurt de Bijbel.

Dan lezen mensen de Schrift niet meer vanuit wat God heeft geopenbaard, maar vanuit wat zij hebben meegemaakt, gezien, gevoeld of gehoord. Een indrukwekkend getuigenis krijgt dan praktisch meer gewicht dan nuchtere exegese. Een ervaring wordt een sleutel tot de tekst. Een conferentiesfeer gaat bepalen wat men “geestelijk” noemt.

Dat lijkt levend. Dat lijkt krachtig. Dat lijkt vurig.

Maar het kan ook de poort zijn waardoor een andere Jezus binnenkomt.

Niet openlijk.

Niet schreeuwend.

Maar fluisterend.

 

Jezus als prototype van wat jij zou moeten kunnen

Een van de meest gevaarlijke verschuivingen is de voorstelling van Jezus als vooral ons voorbeeld in kracht. Dan wordt gezegd: Jezus deed Zijn wonderen als mens, volkomen afhankelijk van de Geest, om te laten zien wat ook wij kunnen doen.

Dat klinkt godsdienstig. Zelfs inspirerend.

Maar kijk uit wat er gebeurt.

De vraag was: Wie is Hij?

Maar wordt: waarom kan ik niet wat Hij kon?

Daarmee verandert aanbidding in prestatiedruk. Christus wordt niet meer allereerst de Heer voor Wie men buigt, de Zaligmaker op Wie men rust, de Middelaar Die volbracht heeft wat wij niet konden. Hij wordt een norm waaraan jij jezelf meet.

En als jij dan geen zieken geneest, geen demonen uitdrijft, geen wonderen ziet, geen profetische precisie hebt, geen “doorbraak” forceert, dan komt de conclusie dichtbij:

Er zal wel iets mis zijn met mij.

Te weinig geloof.

Te weinig overgave.

Te weinig zalving.

Te weinig geestelijke autoriteit.

Zo wordt Jezus niet meer de Redder van vermoeiden, maar de meetlat die vermoeiden nog verder neerdrukt.

Dat is geen evangelie. Dat is een religieuze loopband in overdrive met de Naam van Jezus erboven.

 

Het kruis als startpunt in plaats van centrum

In eigentijdse populaire geestelijke taal wordt het kruis niet openlijk ontkend. Dat is juist het verraderlijke.

Men zingt er nog over. Men noemt het nog. Men erkent nog dat Jezus gestorven is voor onze zonden.

Maar in de praktijk wordt het kruis vaak gereduceerd tot het beginpunt.

Alsof de boodschap is:

Jezus heeft je gered, nu moet jij Zijn overwinning waarmaken.

Jezus heeft de basis gelegd, nu moet jij het Koninkrijk zichtbaar maken.

Jezus heeft overwonnen, nu moet jij de aarde in bezit nemen.

Jezus heeft betaald, nu moet jij doorbreken, activeren, realiseren en bewijzen.

 

Daarmee verschuift het gewicht van Christus’ volbrachte werk naar de schouders van de gelovige. De genade wordt nog beleden, maar de druk wordt geleefd.

En als het dan niet werkt? Als de genezing uitblijft? Als de omstandigheden niet veranderen? Als het allemaal niet voelt als overwinning? Als de beloofde doorbraak niet komt?

Dan ga je niet het systeem bevragen.

Dan ga je naar jezelf kijken.

Dat is het venijn. Een verkeerde prediking maakt mensen niet vrij, maar onzeker. Niet geworteld, maar opgejaagd. Niet levend uit geloof maar voortdurend met zichzelf bezig.

 

Jezus als de activator van jouw bestemming

Een andere vorm van deze verschuiving is nog algemener geworden. Jezus wordt niet meer allereerst verkondigd als de Zaligmaker van zondaren, maar als Degene Die jouw potentieel ontsluit.

Hij wordt de sleutel tot jouw bestemming.

De activator van jouw roeping.

De promotor van jouw droom.

De kracht achter jouw persoonlijke ontwikkeling.

De geestelijke coach Die jou helpt worden wie jij bedoeld bent te zijn.

Dat klinkt positief. Het voelt bemoedigend. Het past goed in een cultuur waarin alles draait om jouw identiteit, groei, invloed en zelfontplooiing.

Maar de Bijbelse richting is anders.

De vraag van het Evangelie is niet: hoe word jij de beste versie van jezelf?

De vraag is: hoe wordt een zondaar met God verzoend?

De Bijbel begint niet bij jouw potentieel, maar bij Gods heiligheid, jouw verlorenheid en Christus’ volbrachte werk. Wie dat omdraait, krijgt een andere boodschap. Dan wordt redding bijzaak en zelfontplooiing hoofdzaak. Dan wordt bekering vervangen door zelfontdekking. Dan wordt Christus functioneel gemaakt voor jouw verhaal.

Maar Jezus is geen accessoire bij jouw bestemming.

Hij is de levende Heer.

Hij is niet gekomen om jouw naam groot te maken, maar om zondaren te verlossen en de Vader te verheerlijken.

 

De vrucht ervan is geen rust, maar uitputting

Je herkent een boom aan de vrucht.

Wat brengt deze manier van spreken over Jezus voort?

Vaak geen rust. Geen diepe zekerheid. Geen verwondering over genade. Geen vaste blik op Christus. Maar vermoeidheid.

Altijd meer.

Meer geloof.

Meer vuur.

Meer activatie.

Meer overwinning.

Meer geestelijke autoriteit.

Meer zichtbare vrucht.

Meer bewijs.

De gelovige wordt steeds teruggeworpen op zichzelf. Op zijn geloofsniveau. Zijn toewijding. Zijn geestelijke temperatuur. Zijn bereidheid. Zijn resultaten.

En dat klinkt vroom, maar het is dodelijk vermoeiend.

Want het vlees kan ook religieus worden opgejaagd. Het kan zelfs met behulp van de Bijbel worden opgejaagd. Maar opgejaagd vlees wordt niet geestelijker. Het wordt alleen vermoeider, krampachtiger en banger om tekort te schieten.

De echte Christus brengt geen vrome slavernij.

Hij roept vermoeiden bij Zich.

“Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.” Mattheüs 11:28 (STV)

Dat is geen oproep tot activatie, maar tot komen.

Niet tot moeten bewijzen, maar tot rusten.

Niet tot zelfverheffing, maar tot vertrouwen.

 

De echte Jezus is geen zorghulpmiddel

De echte Jezus is niet een prototype dat je geacht wordt na te bootsen om te laten zien hoe geestelijk, voorbeeldig of krachtig jij bent.

Hij is niet een platform voor jouw bediening.

Hij is niet een springplank naar jouw bestemming.

Hij is niet een geestelijke powerbank die jij aansluit op je droom.

 

Niks d’r van.

 

Hij is de Zoon van God.

Hij is de Middelaar.

Hij is het Lam Gods.

Hij is de Hogepriester.

Hij is de Heere der heerlijkheid.

Hij is de Zaligmaker Die deed wat jij nooit kon doen.

Hij leefde het leven dat jij niet kon leven. Hij droeg de schuld die jij niet kon dragen. Hij stierf de dood die jij verdiende. Hij stond op uit de doden als Overwinnaar. Niet om jou op te zadelen met een nieuw geestelijk prestatieprogramma, maar om zondaren te redden, te rechtvaardigen, te verzoenen en rust te geven in Hem.

Dat maakt het verschil tussen Bijbels geloof en godsdienstige prestatiedrang.

 

De valse Jezus zegt: doe meer.

De Bijbelse Christus zegt: kom tot Mij.

De valse Jezus maakt je onzeker over jezelf.

De Bijbelse Christus haalt je focus van jezelf af naar Hem.

De valse Jezus maakt genade tot een startbewijs voor jouw prestatie.

De Bijbelse Christus is Zelf het centrum, het fundament en de zekerheid van het geloof.

 

God heeft gesproken door Zijn Zoon

De conclusiel is duidelijk. God heeft niet een half woord gesproken dat nog aangevuld moet worden door moderne stemmen, nieuwe openbaringen, geestelijke elites of spectaculaire ervaringen.

God heeft gesproken door Zijn Zoon.

“God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon;” Hebreeën 1:1-2 (STV)

Dat betekent dat Christus niet maar een tussenstop is naar iets hogers. Hij is niet de opstap naar diepere openbaring.

Hij is niet de entree pas tot een elitechristendom waarin apostelen, profeten, activaties en impartaties de gelovige verder brengen dan het eenvoudige rusten in Hem.

Wie Christus heeft, heeft geen hoger doel nodig.

Wie Gods Zoon hoort, hoeft niet achter hypes aan.

Wie de Schrift heeft, hoeft ervaring niet tot openbaringsbron te gebruiken.

Daar ligt de bescherming van de gemeente: terug naar Christus, zoals God Hem heeft geopenbaard in Zijn Woord.

Niet de Jezus van de geestelijke webshop.

Niet de Jezus van menselijke ambitie, of nog erger: geldingsdrang

Niet de Jezus van podiumtaal en succesverhalen.

Maar de Christus der Schriften.

 

Een paar noodzakelijke vragen

De vraag is daarom niet alleen: geloof ik in Jezus?

De vraag is ook: welke Jezus wordt mij voorgehouden?

Is Hij de Zaligmaker van zondaren, of vooral de activator van mijn potentieel?

Is Hij het middelpunt van het evangelie, of de aanjager om mijn geestelijke dromen waar te maken?

Rust mijn geloof in Zijn volbrachte werk, of leef ik onder een prestatiedrang om te bewijzen dat ik “meer” heb?

Word ik naar Christus getrokken, of steeds meer op mezelf teruggeworpen?

Een Jezus Die jou voortdurend opjaagt, is niet de Herder Die Zijn vermoeide schapen rust geeft., maar een huurling. Een Jezus Die vooral jouw bestemming dient, is niet de Heer voor Wie elke knie zich zal buigen. Een Jezus Die slechts het beginpunt is waarna jij het grote werk moet afmaken, is niet de Christus Die riep: het is volbracht.

 

Terug naar de echte Christus

De oplossing is niet: harder proberen.

Niet méér presteren

Niet nog een conferentie.

Niet nog een doorbraakmodel.

Niet nog een nieuwe geestelijke techniek.

De oproep is eenvoudiger: terug naar Christus Zelf.

Terug naar Zijn Persoon.

Terug naar Zijn volbrachte werk.

Terug naar de Schrift.

Terug naar genade die werkelijk Genade is.

Terug naar rust die niet afhankelijk is van jouw geestelijke prestaties, maar van Zijn werk.

De gevaarlijkste leugen over Jezus is niet dat men Hem weglaat, maar dat men Hem verandert. En juist daarom moet de gemeente wakker zijn. Niet alles wat “Jezus” zegt of zels proclameert, verkondigt ook de Jezus van de Bijbel. Niet alles wat geestelijk klinkt, komt uit de Geest der waarheid. Niet elke boodschap die over kracht spreekt, brengt mensen tot Christus.

De ware Christus hoeft niet aangepast te worden aan deze tijd, of aan onze wensen.

Wij moeten teruggebracht worden tot Hem.

Welke Jezus het over gaat

Een andere Jezus? Of de Christus der Schriften?

Soms hoor je mensen met overtuiging spreken over “Jezus”.

Het klinkt echt.
Het klinkt oprecht.
Het klinkt geestelijk.

Maar als je goed luistert, dringt zich een ongemakkelijke vraag op:

Over Wie heeft men het eigenlijk?

Is dit de Here Jezus Christus van de Schrift?
Of is het een andere Jezus?

Paulus waarschuwt :

“Want indien hij, die komt, een andere Jezus predikt, dien wij niet gepredikt hebben, of gij een anderen geest ontvangt, dien gij niet ontvangen hebt, of een ander evangelie, dat gij niet aangenomen hebt, zo verdraagt gij hem met recht.”
(2 Korinthe 11:4 STV)

Blijkbaar kan men “Jezus” zeggen — en toch niet de Jezus bedoelen Die de apostelen verkondigd hebben.

Niet zomaar een futiliteit.

Een Jezus zonder kruis

De Jezus die vandaag vaak wordt gepresenteerd, is inspirerend en toegankelijk.
Hij helpt je verder.
Hij geeft je rust.
Hij bevestigt je identiteit.

‘Jezus in je kontzak’

Maar waar is het kruis?

Waar is het plaatsvervangend lijden?
Waar is de verzoening door Zijn bloed?
Waar is Gods toorn over de zonde?

De Schrift zegt:

“Maar wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid.”
(1 Korinthe 1:23 STV)

De Bijbelse prediking draait niet om een spiritueel voorbeeld, maar om de Gekruisigde.

Zonder kruis blijft er een religieuze figuur over.
Maar géén Verlosser.

Een Jezus zonder heerschappij

Er wordt veel gesproken over “een relatie hebben met Jezus”.
Maar zelden over Zijn heerschappij.

Toch zegt de Schrift:

“En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.”
(Filippenzen 2:11 STV)

Niet: Jezus als aanvulling op mijn leven.
Maar: Jezus Christus de Heere.

Dat betekent gezag.
Dat betekent onderwerping.
Dat betekent dat Hij bepaalt.

Een Jezus zonder heerschappij is een aangepaste Jezus.
Een veilige Jezus.
Maar niet de verhoogde Christus.

Een Jezus zonder oordeel

Onze tijd verdraagt geen oordeel.
Dus wordt ook Jezus herschreven.

Men zegt: Hij veroordeelt niet.
Hij accepteert onvoorwaardelijk.
Hij bevestigt wie je bent.

Maar de Schrift zegt:

“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus.”
(2 Korinthe 5:10 STV)

De Here Jezus is niet alleen Zaligmaker.
Hij is óók Rechter.

Wie dat verwijdert, houdt een halve Christus over.
En een halve Christus is een andere Christus.

De Christus der Schriften

Paulus vat het Evangelie samen:

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”
(1 Korinthe 15:3–4 STV)

Twee keer klinkt het: naar de Schriften.

Dat is cruciaal.

De ware Christus is niet gevormd door ervaring, cultuur of emotie, maar geopenbaard in het Woord.

Ook na Zijn opstanding verwijst Hij naar de Schrift:

“En begonnen hebbende van Mozes en van al de Profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.”
(Lukas 24:27 STV)

De opgestane Christus bevestigt Zichzelf vanuit de Schrift.

Geen eigen godsbeeld maken

Hier raakt het de kern van afgoderij.

Het tweede gebod zegt:

“Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gelijkenis, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.”
(Exodus 20:4 STV)

Dat gaat niet alleen over hout of steen.
Het gaat over het principe: God laat Zich niet door mensen verbeelden.

Niet fysiek.
Maar ook niet mentaal.

Zodra wij Christus aanpassen aan onze voorkeur, maken wij een beeld.

Een Jezus die:

– nooit confronteert
– nooit oordeelt
– altijd bevestigt
– past bij de tijdgeest
– onze keuzes ondersteunt

Dat is geen openbaring.
Dat is projectie.

De Here zegt:

“Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.”
(Jesaja 55:8 STV)

God openbaart Zichzelf.
Wij hebben Hem niet bedacht.

De kern van afgoderij

Paulus beschrijft het scherp:

“Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij dwaas geworden;
En hebben de heerlijkheid des onverderfelijken Gods veranderd in de gelijkenis van een beeld…”
(Romeinen 1:22–23 STV)

Let op dat woord: veranderd.

Dat is precies wat er gebeurt wanneer wij Christus herschrijven.

Een veranderde Christus is geen Bijbelse Christus meer.

 

De toetssteen

Hoe onderscheiden wij het echte van het vervalste?

Door te toetsen aan de Schrift.

“Beproeft de geesten, of zij uit God zijn.”
(1 Johannes 4:1 STV)

Vraag daarom:

– Wordt Zijn kruisdood centraal gesteld?
– Wordt Zijn opstanding historisch en lichamelijk beleden?
– Wordt Zijn heerschappij erkend?
– Wordt Zijn heiligheid niet afgezwakt?
– Wordt Hij gepredikt overeenkomstig de apostolische verkondiging?

De Naam “Jezus” alleen is niet genoeg.
De inhoud moet overeenstemmen met de Schrift.

Waar het om gaat

Niet: spreken wij over Jezus?
Maar: spreken wij over de Here Jezus Christus naar de Schriften?

Want alleen de Christus der Schriften:

verzoent werkelijk
rechtvaardigt goddelozen
– geeft nieuw leven
– is Hoofd over Zijn Gemeente
– komt weder om te oordelen
– zal regeren op de troon van David

Alles wat daarvan afwijkt — hoe vroom, gevoelig, of populair ook — is een reductie.

En is uiteindelijk een andere Jezus.

Daarom is onderscheiden geen wantrouwen.
Het is gehoorzaamheid aan het Woord.

 

Geverifieerd door MonsterInsights