Als Bijbelse woorden een andere betekenis krijgen
“Here, geef een krachtige zalving.”
“Laat Uw zalving vanavond sterk aanwezig zijn.”
“Zalf Uw dienstknecht met een bijzondere zalving.”
“Laat de zalving toenemen.”
Het klinkt geestelijk. Het klinkt eerbiedig. Het klinkt zelfs Bijbels.
Er is alleen één probleem:
waar vinden we deze manier van spreken eigenlijk in het Nieuwe Testament?
Het woord zalving is zonder enige twijfel Bijbels. Maar daarmee is niet vanzelf iedere betekenis die wij eraan geven Bijbels.
En daar gaat het in veel hedendaagse charismatische en evangelische prediking nogal mis.
Een Bijbels woord wordt genomen, gevuld met een andere betekenis en vervolgens opnieuw aan de Bijbel teruggegeven. Omdat het woord zelf in de Schrift voorkomt, krijgt de nieuwe betekenis automatisch een Bijbels aureool.
Maar een Bijbels woord gebruiken is nog niet hetzelfde als Bijbels spreken

Zalving in het Oude Testament
In het Oude Testament heeft zalving een duidelijke plaats. Personen werden met olie gezalfd als teken van afzondering en aanstelling voor een bijzondere taak.
Denk aan David:
“Toen nam Samuël den oliehoorn, en zalfde hem in het midden zijner broederen; en de Geest des HEEREN werd vaardig over David, van dien dag af en voortaan.” (1 Sam. 16:13, STV)
Priesters werden gezalfd. Koningen werden gezalfd. Zalving had te maken met Gods aanstelling en afzondering.
Bovendien wijst het uiteindelijk vooruit naar de Gezalfde: de Messias, de Here Jezus Christus.
Daar ligt dus rijke Bijbelse betekenis.
Maar nergens geeft dat ons automatisch het recht om van zalving een soort geestelijke substantie te maken waarvan de ene christen een klein beetje en de andere een enorme hoeveelheid bezit.
Het Nieuwe Testament spreekt opvallend anders
Wie wil weten wat zalving voor gelovigen betekent, kan moeilijk om 1 Johannes heen.
Johannes schrijft:
“Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.” (1 Joh. 2:20, STV)
Let op wat er staat.
Niet:
Jullie moeten de zalving zoeken.
Niet:
Jullie moeten bidden om meer zalving.
Niet:
Jullie moeten iemand vinden die een krachtige zalving draagt.
Niet:
Hopelijk valt vanavond de zalving.
Maar:
“Gij hébt de zalving.”
Even verder wordt het nog duidelijker:
“En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u…” (1 Joh. 2:27, STV)
Dat staat opmerkelijk ver af van het moderne jargon.
De zalving moet niet telkens opnieuw “komen”.
Zij is ontvangen.
De zalving hoeft niet door een bijzondere sfeer te worden opgewekt.
Zij blijft.
De aandacht wordt niet gevestigd op een uitzonderlijk gezalfde leider.
Johannes spreekt zijn lezers als gelovigen aan.
Dat verschil is significant
Paulus kent evenmin een elite van “krachtig gezalfden”
Paulus schrijft:
“Maar Die ons met u bevestigt in Christus, en Die ons gezalfd heeft, is God; Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven.” (2 Kor. 1:21-22, STV)
Opnieuw dezelfde beweging.
God heeft ons gezalfd.
Paulus maakt er geen geestelijke rangorde van.
Hier staat niet Paulus bovenaan met zalvingsniveau tien, Timotheüs op zeven en de gemiddelde gelovige ergens rond niveau drie.
Het moderne charismatische denken kan echter probleemloos die indruk wekken.
De ene spreker zou “een krachtige zalving” hebben.
Een ander zou “sterk gezalfd” zijn.
Weer iemand anders zou “onder een apostolische zalving” functioneren.
Een aanbiddingsleider kan “een zalving dragen”.
Een samenkomst kan “onder de zalving komen”.
En vervolgens kan die zalving kennelijk nog “toenemen”, “doorbreken”, “vrijkomen” en zelfs op anderen worden “overgedragen”.
Waar staat dit?
Niet: waar kunnen we een tekst vinden waarin het woord zalving voorkomt?
Dat is te gemakkelijk.
De vraag is:
Waar leert het Nieuwe Testament dit concept?
Dat is een heel andere vraag.
Zalving wordt een onzichtbare geestelijke brandstof
Hier zit het fundamentele probleem.
In veel hedendaags charismatisch taalgebruik functioneert “zalving” praktisch als een soort geestelijke brandstof
Je kunt er blijkbaar meer of minder van hebben.
Ze kan op iemand rusten.
Ze kan toenemen.
Ze kan een ruimte vullen.
Ze kan op een bediening liggen.
Ze kan worden overgedragen.
Sommige mensen zouden er uitzonderlijk veel van bezitten.
En wanneer een bijeenkomst emotioneel intenser wordt, kan vervolgens worden gezegd:
“De zalving neemt toe.”
Maar wat wordt hier eigenlijk gemeten?
Volume?
Emotie?
Muziek?
Kippenvel?
Mensen die huilen?
Mensen die vallen?
De intensiteit van de spreker?
Een collectieve sfeer?
Zodra een Bijbels toetsbare werkelijkheid wordt vervangen door een subjectief waarneembare “zalving”, ontstaat een levensgroot probleem:
De ervaring begint zichzelf te bewijzen.
Waarom was God krachtig aanwezig?
Omdat we de zalving voelden.
Hoe weten we dat wat we voelden de zalving was?
Omdat God krachtig aanwezig was.
Dat is geen Bijbelse toetsing. Dat is een cirkelredenering.
Maar Gods Geest werkt toch met kracht?
Zeker.
En juist daarom moeten we zorgvuldig zijn.
Paulus bidt:
“Opdat Hij u geve, naar den rijkdom Zijner heerlijkheid, met kracht versterkt te worden door Zijn Geest in den inwendigen mens;” (Ef. 3:16, STV)
Er is dus niets verkeerds aan bidden om kracht van God.
We mogen bidden om wijsheid.
Om vrijmoedigheid.
Om geestelijk inzicht.
Om kracht om te volharden.
Om liefde.
Om vrucht.
Om een geopende deur voor het Woord.
Paulus bidt daar zelf om.
Maar waarom zouden wij dat allemaal moeten hernoemen tot “een krachtige zalving” wanneer de apostelen dat zelf niet doen?
Daar zit het bezwaar.
Niet dat God niet krachtig werkt.
Niet dat de Heilige Geest niet in gelovigen werkt.
Niet dat wij niet afhankelijk zijn van Hem.
Maar dat wij onze eigen geestelijke categorieën bouwen en die vervolgens met Bijbelse woorden bekleden.
De Schrift geeft ons veel concretere gebeden
Wanneer Paulus om gebed vraagt, is zijn taal opvallend nuchter.
“Biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur des Woords opene, om te spreken de verborgenheid van Christus…” (Kol. 4:3, STV)
En:
“En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken;” (Ef. 6:19, STV)
Dat is opmerkelijk.
Als iemand volgens de moderne maatstaf aanspraak had kunnen maken op een “machtige apostolische zalving”, was het Paulus wel.
Maar wat vraagt Paulus?
Geen dubbele portie.
Geen verse zalving.
Geen activatie.
Geen overdracht.
Geen hogere dimensie.
Geen nieuwe mantel.
Hij vraagt dat God een deur opent en hem vrijmoedigheid geeft om het Woord te spreken.
Misschien is dat minder spectaculair.
Het is wel apostolisch.
“Raak Gods gezalfde niet aan”
Hier kan de taal rond zalving zelfs gevaarlijk worden.
Want zodra bepaalde leiders als bijzonder “gezalfd” worden gezien, ontstaat gemakkelijk een geestelijke hiërarchie.
Dan is kritiek op de prediker niet langer gewoon kritiek op zijn uitleg.
Het kan worden voorgesteld als weerstand tegen de zalving.
Een leerstellige toets wordt “kritiek”.
Een kritische vraag wordt “ongeestelijk”.
En in extreme gevallen verschijnt zelfs:
“Raak Gods gezalfde niet aan.”
Een oudtestamentische uitdrukking wordt dan gebruikt als beschermingsschild rond een hedendaagse leider.
Dat is buitengewoon ongezond.
Want het Nieuwe Testament zegt niet dat wij populaire of charismatische leiders moeten beoordelen op de hoeveelheid “zalving” die zij uitstralen.
De toets blijft het Woord.
“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thess. 5:21, STV)
Een spreker wordt niet onttrokken aan Bijbelse toetsing doordat mensen tijdens zijn bediening iets bijzonders ervaren.
De gevaarlijke verschuiving van Christus naar de drager
Er zit bovendien een merkwaardige ironie in dit hele spreken over “gezalfde mensen”.
Wie is bij uitstek de Gezalfde?
Christus
Dat is letterlijk wat Zijn titel betekent.
En toch kan binnen bepaalde charismatische culturen de aandacht langzaam verschuiven van de Gezalfde naar mensen die beweren een bijzondere zalving te dragen.
Dan wil men naar die spreker.
Naar die conferentie.
Naar die bediening.
Daar “stroomt” iets.
Daar “gebeurt” iets.
Daar is “meer”.
Daar rust “een bijzondere zalving”.
En voordat men het beseft, ontstaat een geestelijke beroemdhedencultuur die zich uitstekend laat verkopen als honger naar God.
Maar de vraag die gesteld moet worden is niet:
Hoe sterk was de zalving?
De vraag moet zijn:
Werd Christus verkondigd en werd het Woord recht gesneden?
Dat is veel minder mysterieus of vaag.
En veel moeilijker te manipuleren.
Een krachtige zalving klinkt Bijbelser dan het is
Daarom verdient deze uitdrukking stevige kritiek.
Niet omdat ieder mens die haar gebruikt onmiddellijk verkeerde bedoelingen heeft. Veel christenen nemen dit taalgebruik eenvoudig over omdat zij het jarenlang hebben gehoord.
Maar juist daarom moet het onderzocht worden.
“Krachtige zalving” klinkt diep geestelijk.
Toch blijkt het bij nadere beschouwing vaak een containerbegrip waarin allerlei ideeën worden gestopt waarvoor een duidelijke nieuwtestamentische basis ontbreekt.
De Schrift leert dat de gelovige de zalving van de Heilige heeft ontvangen.
De Schrift zegt dat deze zalving blijft.
De Schrift leert dat God de gelovigen gezalfd heeft.
De Schrift leert dat de gelovige door de Heilige Geest verzegeld is.
De Schrift roept ons op om vervuld te worden met de Geest en in afhankelijkheid van Hem te wandelen.
Maar een geestelijke elite die een bijzondere hoeveelheid “zalving” draagt, die kan toenemen, neerdalen, worden aangevoeld of als geestelijke kracht worden overgedragen?
Laat maar eens zien waar de apostelen dat aan de Gemeente leren.
Stop met het meten of wegen van de zalving
Misschien moeten we daarom ophouden met vragen:
“Was er veel zalving?”
En opnieuw Bijbelse vragen gaan stellen.
Was de prediking Bijbels?
Stond Christus centraal?
Werd het Evangelie helder verkondigd?
Werd de Schrift recht gesneden?
Werd de Gemeente opgebouwd?
Was er waarheid én liefde?
Was er geestelijke vrucht?
Dát zijn vragen waarmee we daadwerkelijk iets kunnen.
Want een spreker kan indrukwekkend zijn en tóch dwaling leren.
Een zaal kan emotioneel geladen zijn en tóch geestelijk ongezond.
Mensen kunnen huilen zonder dat daardoor bewezen is dat God iets bijzonders doet.
En een bijeenkomst kan buitengewoon eenvoudig zijn terwijl het Woord van God diep in harten werkt.
Sfeer is geen zalving. Emotie is geen zalving. Charisma is geen zalving. Podiumkracht is geen zalving. En menselijke indruk is geen maatstaf voor de werking van de Heilige Geest
Terug naar de nuchterheid van het Woord
Het antwoord op charismatische overdrijving is niet een dor christendom waarin van Gods kracht niets meer verwacht wordt.
Het antwoord is veel eenvoudiger:
Terug naar wat geschreven staat!
Bid om wijsheid.
Bid om vrijmoedigheid.
Bid om kracht in de inwendige mens.
Bid dat het Woord zijn loop heeft.
Bid om geestelijke groei.
Bid om liefde.
Bid om volharding.
Bid dat Christus verheerlijkt wordt.
Daar hebben we genoeg Schriftplaatsen voor.
Maar wanneer iemand bidt om een “krachtige zalving”, mag de vraag gesteld worden:
Wat bedoelt u daar mee?
En daarna:
Waar leert het Nieuwe Testament mij dat ik dát moet zoeken?
Dat zijn geen vragen van iemand die de Heilige Geest wil beperken.
Het zijn vragen van iemand die weigert meer te zeggen dan de Schrift zegt.
En misschien is dát wel exact dé nuchterheid die we vandaag zo hard nodig hebben
Een Bijbels woord maakt een onbijbels concept nog niet Bijbels.
Zie ook:
Wat zegt de Bijbel over “de zalving”? – Bijbelse basis
Wanneer ‘zalving’ gezag wordt – Bijbelse basis
Autoriteit, integriteit en de macht van geladen taal – Bijbelse basis
“Raak de gezalfde des Heeren niet aan”? – Bijbelse basis
Extern:
Nuchter en zo waar. De ‘zalving’ die gevoeld wordt in charismatische kringen is vaak een emotie die opgeroepen wordt door de liederen of de samenkomst in het algemeen. Daarom ervaart de ‘emotionele’ mens eerder en meer ‘zalving’ dan de nuchtere mens. Het gevaar is dat een nuchtere gelovige denkt dat er iets met hem of haar mis is.
Inderdaad. Ik moest altijd denken aan een pot zalf als deze term weer eens ergens viel. Het schijnt ook zo te zijn dat als men het met stemverheffing benoemt, dat dat op zich meewerkt aan de komst of de intensiteit van ‘de zalving’. Wat men er ook precies mee moge bedoelen, want dat blijft voor mij altijd een beetje onduidelijk.
Gevoel en emotie kan eenvoudigweg geen graadmeter of meetlat zijn voor de dingen of het werk van God….
Het lijkt me dat ook Corrie ten Boom door velen tot een soort ‘gezalfde’ is gemaakt waar we met z’n allen niet aan mogen komen. Door mensen uit allerlei denominaties is (en wordt zij nog steeds!) op een voetstuk gezet.
Natuurlijk is het zo dat de familie Ten Boom in de oorlog veel gedaan heeft voor de Joden en dat zij daarin altijd een voorbeeld zullen zijn.
Het gegeven dat de vader, een zus en een broer van Corrie in en vlak na de oorlog door het leed dat zij te verduren hadden in kampen/gevangenissen zijn overleden, maakt het misschien wel extra lastig om kritiek te hebben op de (praktisch) enige overlevende van het gezin, die bovendien na de oorlog een veelgevraagde en zeer bekende evangeliste werd (met een eigen programma bij de E.O.) en die de hele wereld over reisde om het Goede Nieuws te brengen.
Zij heeft massa’s mensen bereikt met het Evangelie en er zullen er zeker (hopelijk) ook velen zijn die mede door haar verhaal tot bekering zijn gekomen.
Hoewel zij dus door vele christenen uit alle windhoeken en denominaties wordt omarmd, is het vrij onbekend dat Corrie een charismatische christen was en een duidelijke voorstander van de ’tweede doop.’
Zij doet daar op verschillende manieren verslag van, bijvoorbeeld:
– in haar boek ‘Zwerfster voor God’ en
– in een opgenomen toespraak (ergens in de jaren ’60) voor een gehoor in Amerika.
Zij vertelt ook – vreemd genoeg – 2 verschillende versies: in de ene versie (het boek) zegt ze dat ze er in het jaar voorafgaand aan de doop in de H.G. slecht aan toe was, vooral door het overlijden (in 1953) van haar enige (na de oorlog overgebleven) gezinslid, zus Nolly.
‘Vanaf dat moment was mijn hart gebroken van verdriet. Ik had het gevoel helemaal alleen gelaten te zijn…” (Zwerfster voor God, p. 53).
In de andere versie (toespraak YouTube ‘The fullness of the Holy Spirit by Corrie ten Boom’) vertelt ze dat ze op het moment vlak voor de doop in de H.G. juist ‘full of energy and pep…’ was en veel werk had en dat blijkbaar ook vol enthousiasme deed.
Een ander (zeer) groot verschil in beide versies is dat ze in haar boek niet rept over het gegeven dat ze op het moment van de doop in de H.G. (door handoplegging van een gebedsgenezer) direct in tongen begon te spreken.
Dat doet ze in de genoemde toespraak wel en ze benadrukt daarin ook dat het spreken in tongen ‘heel belangrijk’ is.
En waarom was het volgens haar dan zo belangrijk? Ze vertelt in bovengenoemd boek dat ze een dag of 10 na de doop in de H.G. naar Duitsland ging. Ze was er 5 dagen ’te laat’, want ze had die reis moeten uitstellen door een val, waardoor ze aan bed gekluisterd was.
Zo kwam het ook dat ze, op haar dringende verzoek, met de bewuste gebedsgenezer in aanraking was gekomen. Ze moest en zou namelijk z.s.m. naar Duitsland.
‘Pas toen ik daar was, besefte ik waarom God dat speciale moment had uitgekozen om mij met zijn Heilige Geest te vervullen. In Duitsland kwam ik namelijk in aanraking met veel mensen die bezeten waren. Nu ik, meer dan voordien, in de kracht van de Heilige Geest ging, was God in staat om velen via mij te bevrijden. In de naam van de Heer Jezus Christus konden we boze geesten uitwerpen.’ (Zwerfster voor God, p. 54).
Over het moment van de doop in de H.G. zegt ze: ‘…ik voelde een grote kracht door me heenstromen. Een enorme blijdschap. Het verdriet verdween en ik wilde met David zingen: Mijn rouwklacht (enz…. Ps. 30:12). Ik was mij de Aanwezigheid van de Heer Jezus heel sterk bewust. Ik voelde zijn genade door me heen vloeien, over me heen, alsof ik in een oceaan van liefde gedompeld werd. Mijn blijdschap werd zo intens, dat ik tenslotte bad: ‘Niet meer, Heer, niet meer.’ Het leek of mijn hart op het punt stond uit elkaar te springen, zo groot was die blijdschap. Ik wist dat dit de heerlijke ervaring was, die Jezus beloofd had – de doop met de Heilige Geest.’ (Zwerfster voor God, p. 53, 54).
En snel daarna volgt dus het demonen uitdrijven in Duitsland, waar ze ook uitgebreid over schrijft in voornoemd boek.
Ik zou wel een Corrie ten Boom willen zijn qua ‘drive’ en vrijmoedigheid in het evangeliseren. En soms vraag ik me inderdaad af of ik niet ergens iets mis, omdat ik niet de ’tweede doop’ heb ontvangen. (En ook niet wil!)
Maar… het klinkt allemaal best aantrekkelijk… en de resultaten zijn, zoals in het geval van een Corrie ten Boom, ook niet mis…
Tegelijkertijd is het best vreemd dat ze twee zo verschillende versies vertelt over dezelfde gebeurtenis. En klinken de ervaringen die ze tijdens de doop met de H.G. heeft ook niet tamelijk Kundalini-achtig? En worden we daar nu niet juist voor gewaarschuwd…?
Nah… ingewikkeld vind ik het soms wel.
‘Krachtig gezalfden’ wat een kul! Er is geen aanneming des persoons bij God! Nou, ik ben blij dat ik geen Corrie ten Boom ben. Iedereen die loopt te pronken met tongentaal, loopt naast de Waarheid.
Eigenlijk hoort het spreken in tongen helemaal niet gepraktiseerd te worden in de Gemeente. Het was tenslotte een teken voor het ongelovige Joodse Volk. De Gemeente wordt er helemaal niet mee opgebouwd! Ook al waren er tijdens Paulus’ leven nog gelovigen die de gave van het spreken in tongen hadden, het diende nergens meer toe. En daarom zei Paulus dan ook dat je beter vijf woorden met verstand kunt spreken, dan tienduizend woorden in een vreemde taal, want niemand heeft er wat aan. Degene die in tongen spreekt, begrijpt niet wat hij zegt, anders had hij het ook wel zélf uit kunnen leggen! Dus als iemand graag in tongen spreekt, laat diegene dat dan lekker thuis doen.
Vage groep
In mijn zoektocht naar de Waarheid, heb ik een tijdje meegelopen met een behoorlijk vage groep. Ik las toen nog niet zo lang in Zijn Woord en deed nog geen Bijbelstudie. In die groep werd ook regelmatig, door diverse mensen, in tongen gebeden. Ik werd er kriegelig en nerveus van. Het was een gewauwel waar geen touw aan vast te knopen was, en deze mensen hadden hun volumeknop ook nog eens helemaal open staan…Er werd daar verteld, dat als je in tongen kunt spreken, je wel heel bijzonder bent voor God. Ik weet nog dat ik daar behoorlijk verdrietig van werd. Want waarom was ik niet speciaal voor God? Gelukkig is me nu duidelijk dat het spreken in tongen een zaak is tussen God en de individuele gelovige. En zeker geen fenomeen om mee te ‘pronken’.
Het klopt Hannah, dat zuster ten Boom een soort heiligenstatus heeft toebedeeld gekregen in bepaalde kringen. Ik weet uit de eerste hand dat zij door bepaalde grote namen in het Evangelische wereldje op handen werd gedragen om niet te zeggen verafgood. Zodanig dat het wel wat weg had van de status van een celebrity.
Zij heeft een belangrijk deel van haar Ieven in de VS doorgebracht en zoals je waarschijnlijk weet, draaien ze daar standaard een beetje door. Ik vermoed dat de tegenstrijdigheid over bepaalde gebeurtenissen voortkomt uit mensen die als haar ‘ghostwriter’ hebben gediend.
En ook zuster Corrie had, zoals elke gelovige,dus net zo als ondergetekende,ook zo haar missers. Die vaststelling alleen al zou in kringen waar ik vroeger als kind in verkeerde, als vloeken in de kerk worden beschouwd,vanwege haar cult-status.
Mijn vader was overigens altijd zeer nuchter over deze zaken en prikte daar dwars doorheen.
Een ding heb ik geleerd: dat er in de gemeente van Jezus Christus geen supersterren zijn. Een is uw meester, en gij zijt allen broeders zegt de Bijbel en daar houd ik me graag bij. Dat voorkomt een hoop ellende en valse hoogmoed.
Ik sluit me van harte en volledig aan bij je kwalificaties, Sylvia. Het IS allemaal flauwekul. Ik zal binnenkort nog wat openheid geven waarom ik deze dingen aansnijd, het komt namelijk deels voort uit recente gebeurtenissen in mijn nabije omgeving. Het is vast heerlijk om jezelf te wentelen in charismatische onzin, niet gehinderd door enige goede Bijbelkennis.
Ik kan wel zeggen dat een aanzienlijk deel van het Evangelisch christelijke wereldje de weg behoorlijk kwijt is geraakt. Het draait steeds meer om gevoel,aanzien, status en buitenkant. Ik zal maar even achterwege laten wat ik daar echt van vind. Er worden wel brokken gemaakt en de Naam van God wordt gelasterd, mensen worden gemanipuleerd en gebruikt en beschadigd, dat is een gegeven.
Er werd ons destijds ook verteld dat we tongentaal maar moeten gaan oefenen thuis. Je bek een douw geven en vooral niet nadenken. Het was een voorwaarde om een taak te mogen doen binnen de club,, tot er te weinig kandidaten overbleven…… Daar ben ik overigens nooit in meegegaan.
De waanzin.
Over de vermeende doop in de Heilige Geest vraag ik altijd: waar staat dat dan? Elke gelovige HEEFT namelijk de heilige Geest als onderpand gekregen, dat staat er wél….
Inderdaad Jaap.
Toen ik las:
Ik wist dat dit de heerlijke ervaring was, die Jezus beloofd had – de doop met de Heilige Geest,’ (Zwerfster voor God, p. 54) vroeg ik me ook af waar dat stond en heb ik geprobeerd die tekst te vinden. Niet gevonden. Maar er zal vast ergens in de Bijbel iets staan wat je wel zo kunt interpreteren?
Hoe dan ook. De belangrijkste opdracht die de Heer Jezus heeft gegeven staat toch in Matt. 22:37-40?
En daar heb ik de Heilige Geest het hardst bij nodig en daarvoor heeft de Heer Hem m.i. ook gegeven, want als ik zo kan wandelen (wat met veeeeel vallen en opstaan gaat, maar al doende…) is er dan niet de vrucht uit Galaten 5:22?
Die vrucht, daar verlang ik naar.
Verlang ik dan niet ook vooral naar het mogen ervaren van de gevoelens van die vrucht?
Jazeker!
Maar het moet om Hem gaan. Christus alleen! De Gever van alle goede gaven.
Juist, goed gezien Hannah! De vrucht, daar wil ik me ook op richten.
De zogenaamde geestesdoop is ook een onderwerp wat terug steeds blijft terugkomen; al ruim 20 jaar geleden werden wij er tot vervelens toe mee geconfronteerd . Ik heb er ook eerder over geblogd. Er worden de meest gekke dingen aan opgehangen.
https://www.genade.info/wat-zegt-de-bijbel-over-de-doop-in-de-geest/
https://www.genade.info/een-aparte-doop-in-de-heilige-geest-leert-de-bijbel-dit/
https://alleengeloof.nl/de-vruchten-van-de-geest-galaten-5/
https://alleengeloof.nl/
Het zijn niet ónze Vruchten, het is de negenvoudige Vrucht van Christus!
De negenvoudige Vrucht, is het kenmerk van Christus, in onze tijd. Het zijn Zijn Vruchten, het is het resultaat van Zíjn Werk aan ons. Wij zouden ons niet laten leiden door de oude mens, het vlees, maar wij zouden ons laten leiden door de nieuwe mens, de Geest Die in ons woont. Als wij ons laten leiden door de Geest, en Zijn Werk in, en aan, en door, ons volbracht kan worden, zal de Vrucht van de Geest zichtbaar worden in ons leven. Liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en matigheid. De ‘Vrucht van de Geest’ komt voort uit vruchtbare werken. Dat zijn de Goede Werken voor en door God voorbereid. Het zijn werken ter Ere van Christus en Zijn Lichaam.
Veel mensen vinden het lekker om ‘bezig te zijn voor God’, om allerlei eigengemaakt regeltjes te volgen. Ze willen iets dóen, maar het enige dat wij zouden doen is ‘de leiding overgeven aan de Heilige Geest’. Hij zal dan zorgen voor het willen en het werken. Werken ter Ere van Hém welteverstaan! Wij zouden ons ego uitschakelen, en de oude mens negeren. Wij zouden Hem de eerste plaats geven in ons leven.
Filippensen 2
13 Want het is God (de Heilige Geest), Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen
Als het Woord in ons woont, komt de Vrucht vanzelf
We zouden dus niet slechts gericht zijn op de Vrucht. Dat is nou juist níet de bedoeling. Het zijn geen vruchten die voortkomen uit onze goede daden. Juist niet. Dat is Wettisch denken, en levert schijn-vruchten. Dat zijn vruchten die er wel zo uitzien, maar niet voortkomen uit de Geest. We zouden niet gericht zijn op de Vruchten, maar op de Heere Jezus Christus, het is immers Zíjn Vrucht. De gelovige kan slechts doen als Maria; knielend aan de voeten van onze Heiland zitten, en gevoed worden met Zijn Woord. Aan de Wijnstok blijven, en je laten voeden. Blijven in Zijn Woord. De consequenties daarvan zijn, in het begin, niet altijd even leuk, niet altijd een zaak van vreugde, maar daarna brengt het een vreedzame vrucht der gerechtigheid. Dat is het Werk van de Heere Jezus Christus. Als het Woord rijkelijk in ons woont, komt de Vrucht vanzelf.
Hebreeën 12
11 En alle kastijding (=opvoeding) als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid dengenen, die door dezelve geoefend zijn.
12 Daarom richt weder op de trage handen, en de slappe knieën;
AMEN de spijker op zijn kop