Wat bedoelt men daarmee?
De uitspraak
“wij moeten Gods Koninkrijk zichtbaar maken”
klinkt geestelijk, actief en betrokken en duikt steeds vaker op in preken, gemeentelijke beleidsstukken, conferenties en christelijke projecten.
Toch blijft doorgaans volkomen onduidelijk wat men er precies mee bedoelt.
Moeten christenen eenvoudig door hun levenswandel getuigen van de Here Jezus Christus?
Moet de Gemeente maatschappelijke misstanden bestrijden?
Moeten christenen politieke invloed verwerven?
Moeten wij steden, culturen en organisaties onder Gods heerschappij brengen?
Of moeten wij zelfs “de hemel naar de aarde halen”?
Dat is nogal wat…..
De formulering Gods Koninkrijk zichtbaar maken klinkt Bijbels, maar komt als opdracht aan de Gemeente nergens in de Schrift voor. Dat maakt het niet automatisch ketters, maar wel verdacht en gevaarlijk vaag. Onbijbelse terminologie kan namelijk ongemerkt leiden tot onbijbelse verwachtingen, een verkeerde visie op de Gemeente en uiteindelijk een ander evangelie.

Wat betekent Gods Koninkrijk zichtbaar maken?
In de meest gunstige betekenis wil men waarschijnlijk zeggen dat gelovigen door hun gedrag iets van Christus behoren te laten zien. Zij moeten liefdevol, eerlijk, heilig, genadig en dienstbaar leven.
Dat is volkomen Bijbels.
Paulus schrijft:
“Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld.” (Filippenzen 2:15, STV)
Gelovigen behoren als lichten in de wereld te wandelen. Zij mogen goeddoen, de waarheid spreken, barmhartigheid bewijzen en getuigen van hun Heiland.
Maar waarom zouden wij dat dan Gods Koninkrijk zichtbaar maken noemen?
De Schrift gebruikt andere woorden. Zij spreekt over wandelen als kinderen des lichts, het Woord verkondigen, goede werken doen, Christus belijden, het Evangelie bekendmaken en als gezanten van Christus optreden.
Wanneer wij Bijbelse opdrachten vervangen door een zelfbedachte slogan, ontstaat gemakkelijk begripsverwarring. De slogan gaat vervolgens méér betekenen dan de Schrift ons voorhoudt.
Wat begint als een andere formulering voor christelijke levenswandel, kan uitgroeien tot een complete visie op maatschappelijke en politieke transformatie.
Vrome woorden zijn niet automatisch ook gezonde woorden
Sommigen zullen zeggen dat dit slechts een woordenkwestie is. Iedereen begrijpt toch ongeveer wat ermee bedoeld wordt?
Maar net dat woordje ongeveer vormt het probleem.
Bijbelse leer vraagt om duidelijkheid. Zeker wanneer het gaat over de roeping van de Gemeente, het Koninkrijk van God en de wederkomst van Christus, kunnen wij ons geen mistige slogans veroorloven.
Paulus schrijft:
“Houd het voorbeeld der gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus is.” (2 Timotheüs 1:13, STV)
Gezonde leer vraagt om gezonde woorden. Woorden zijn niet neutraal. Zij sturen ons denken en bepalen welke verwachtingen wij ontwikkelen.
Wie voortdurend zegt dat de Gemeente Gods Koninkrijk zichtbaar moet maken, zal de Gemeente uiteindelijk ook gaan beoordelen op zichtbare resultaten:
Heeft zij de samenleving veranderd?
Heeft zij politieke invloed gekregen?
Heeft zij de stad getransformeerd?
Heeft zij maatschappelijke structuren onder Gods heerschappij gebracht?
Heeft zij voldoende terrein op de duisternis veroverd?
Zo wordt een slogan een opdracht, de opdracht wordt een programma en het programma verandert de identiteit van de Gemeente.
Het Koninkrijk van Christus is verborgen, niet afwezig
Christus is opgewekt, verhoogd en verheerlijkt. Hij is met eer en heerlijkheid gekroond. Zijn Koninkrijk bestaat en Zijn gezag is volkomen werkelijk.
Maar Zijn Koninkrijk is in deze tijd nog niet zichtbaar en openbaar op aarde zoals het na Zijn wederkomst zal zijn.
Dat is een belangrijk onderscheid.
Christus regeert, maar de wereld erkent Hem niet als Koning. Hij bevindt Zich persoonlijk in de hemel. De aarde is nog niet zichtbaar aan Zijn rechtvaardige heerschappij onderworpen. Satan is nog niet gebonden. De volken wandelen niet in gehoorzaamheid aan de Messias. Jeruzalem is nog niet de stad van de grote Koning.
De Here Jezus zei:
“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” (Johannes 18:36, STV)
Zijn Koninkrijk ontleent zijn oorsprong, gezag en kracht niet aan deze wereld. Het wordt niet gevestigd door politieke strategie, culturele macht, religieuze dominantie of maatschappelijke beïnvloeding.
Het Koninkrijk is niet afhankelijk van het succes van de kerk.
Het zal openbaar worden door de verschijning van de Koning.
Christus zal Zijn Koninkrijk Zelf openbaar maken
De Schrift legt de zichtbare openbaring van het Koninkrijk niet in handen van de Gemeente.
Christus zal wederkomen.
Christus zal de volken oordelen.
Christus zal Zijn vijanden onderwerpen.
Christus zal de troon van David herstellen.
Christus zal over de aarde regeren.
Christus zal Zijn Koninkrijk openbaar maken.
De Gemeente hoeft dat werk niet voor Hem uit te voeren.
Toch verschuift binnen moderne koninkrijkstheologie de nadruk gemakkelijk van wat Christus zal doen naar wat wij nu moeten realiseren. Er ontstaat een activistisch christendom waarin gelovigen worden opgeroepen om het Koninkrijk te bouwen, uit te breiden, te vestigen, gestalte te geven of zichtbaar te maken.
Maar Christus heeft niet gezegd dat wij Zijn Koninkrijk moeten bouwen. Hij zei:
““Ik zal Mijn gemeente bouwen.” (Mattheüs 16:18, STV)
Hij bouwt Zijn Gemeente. Hij vergadert een volk voor Zijn Naam. Hij voltooit Zijn werk. Hij verschijnt op Zijn tijd.
De eer van de zichtbare openbaring van het Koninkrijk behoort niet aan de daadkracht van christenen, maar aan de wederkomende Christus.
De Gemeente getuigt, maar regeert niet
De Gemeente is het Lichaam van Christus. Zij heeft een hemelse roeping, positie en verwachting. Zij is in deze wereld aanwezig als getuige van een verworpen, opgestane en verhoogde Heer.
Paulus beschrijft onze opdracht als volgt:
“Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: Laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20, STV)
Een gezant vertegenwoordigt zijn vorst in een vreemd land. Hij verkondigt diens boodschap, maar neemt het land niet eigenmachtig over. Hij vestigt daar niet alvast de volledige regering van zijn koning.
De Gemeente verkondigt daarom niet:
Wij zullen de wereld transformeren.
Wij zullen de cultuur veroveren.
Wij zullen Gods regering maatschappelijk invoeren.
Wij zullen de hemel naar de aarde brengen.
De Bijbelse boodschap luidt:
“Laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20, STV)
Dat is de bediening der verzoening. Niet de bediening der maatschappelijke overname.
Van christelijke wandel naar een transformatieagenda
De uitspraak Gods Koninkrijk zichtbaar maken kan een brug vormen naar een veel verdergaand programma.
Het begint vaak bij goede werken, zorg voor armen en betrokkenheid bij de samenleving. Maar al snel wordt gezegd dat de Gemeente geroepen is om hele steden, organisaties, bedrijven, scholen, media en overheden te transformeren.
De samenleving moet onder “koninkrijksprincipes” worden gebracht. Christenen moeten “invloedssferen” innemen. Geestelijke leiders moeten bestuurlijke autoriteit uitoefenen. De cultuur moet worden heroverd.
Daarmee is de Gemeente niet langer een getuigend volk dat haar Heer uit de hemel verwacht. Zij wordt een maatschappelijke veranderingsbeweging die de wereld alvast in gereedheid moet brengen voor Gods regering.
Dit gedachtegoed sluit aan bij Kingdom Now, dominionisme en de New Apostolic Reformation. Binnen zulke stromingen wordt de Gemeente dikwijls gezien als een leger dat gebieden moet innemen en de invloed van satan moet terugdringen totdat Gods Koninkrijk op aarde zichtbaar wordt.
De wederkomst van Christus dreigt dan niet langer de beslissende openbaring van het Koninkrijk te zijn. Zij wordt slechts de voltooiing van een proces dat de kerk al op gang heeft gebracht.
Dat is een fundamentele verschuiving.
Kingdom Now verschuift de christelijke hoop
De Bijbelse hoop van de Gemeente is niet een geleidelijk gekerstende samenleving. Haar hoop is de verschijning van Christus.
Paulus schrijft:
“Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus.” (Titus 2:13, STV)
Wij verwachten niet dat de kerk de wereld steeds verder zal onderwerpen aan Christus. Wij verwachten Christus Zelf.
De Schrift beschrijft de laatste dagen bovendien niet als een tijd van toenemende onderwerping van de wereld aan het Evangelie. Zij spreekt over zware tijden, afval, verleiding, zelfliefde, geldgierigheid, hoogmoed en een schijn van godzaligheid.
Dat betekent niet dat wij passief of onverschillig moeten worden. Integendeel. Wij mogen dienen, getuigen, goeddoen en het Evangelie verkondigen.
Maar wij moeten trouw niet verwarren met wereldheerschappij.
Paulus schrijft:
“Voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.” (1 Korinthe 4:2, STV)
God vraagt trouw. Niet dat wij vóór de wederkomst aantoonbaar de samenleving hebben getransformeerd.
De risico’s van onbijbelse terminologie
Het gebruik van onbijbelse terminologie is niet altijd onschuldig. Vooral wanneer woorden structureel de duidelijke taal van de Schrift vervangen, ontstaan ernstige risico’s.
Vaagheid verhult leerstellige verschillen
Binnen één gemeente kunnen mensen allemaal spreken over “Gods Koninkrijk zichtbaar maken”, terwijl zij totaal verschillende dingen bedoelen.
De één bedoelt persoonlijke heiliging.
Een ander bedoelt sociale gerechtigheid.
Weer een ander bedoelt politieke invloed.
Een volgende bedoelt geestelijke gebiedsverovering.
De gezamenlijke slogan wekt eenheid, terwijl er inhoudelijk geen eenheid bestaat.
Een slogan krijgt meer gezag dan de Schrift
Wanneer een term vaak genoeg wordt herhaald, gaat hij als vanzelf Bijbels klinken. Vervolgens vraagt bijna niemand meer waar de opdracht precies in de Schrift staat.
Men begint niet meer bij de Bijbel, maar bij het concept. Daarna worden teksten gezocht die het concept moeten ondersteunen.
Dat is geen Schriftuitleg, maar een slogan gebruiken als kapstok.
Verschillende Bijbelse lijnen worden vermengd
De toekomstige regering van Christus, de aardse beloften aan Israël, de hemelse roeping van de Gemeente en de persoonlijke levenswandel van de gelovige worden samengevoegd tot één breed koninkrijksprogramma.
Daardoor vervaagt het onderscheid tussen Israël en de Gemeente en tussen de tegenwoordige bedeling en de toekomstige openbaring van het Koninkrijk.
Dwaalleer krijgt een vertrouwd geluid
Woorden als koninkrijk, doorbraak, transformatie, autoriteit, invloed en heerschappij klinken geestelijk. Maar binnen bepaalde bewegingen hebben zij een heel specifieke betekenis.
Wie alleen op het vrome taalgebruik afgaat, kan ongemerkt een complete onbijbelse visie binnenhalen.
De praktijk verandert mee
Onbijbelse terminologie blijft zelden beperkt tot woorden. Zij beïnvloedt prediking, leiderschap, evangelisatie, gemeentebouw en de omgang met politiek.
Wanneer een gemeente zichzelf ziet als instrument om Gods Koninkrijk maatschappelijk zichtbaar te maken, zal zij andere prioriteiten stellen dan een gemeente die zichzelf ziet als het Lichaam van Christus met een hemelse roeping.
De gelovige wordt belast met een onmogelijke opdracht
De gedachte dat wij Gods Koninkrijk zichtbaar moeten maken, kan ook grote geestelijke druk veroorzaken.
Als de buurt niet verandert, hebben wij dan gefaald?
Als de politiek goddelozer wordt, hebben wij dan onvoldoende invloed uitgeoefend?
Als ziekte en armoede blijven bestaan, is het Koninkrijk dan onvoldoende doorgebroken?
Als een stad niet wordt getransformeerd, heeft de gemeente dan te weinig geloof of geestelijk gezag gehad?
Zo worden gelovigen verantwoordelijk gemaakt voor resultaten die God hun nooit heeft opgedragen.
De opdracht van de gelovige is niet om de zichtbare regering van Christus op aarde te realiseren. Hij mag trouw wandelen, het Evangelie bekendmaken en goede werken doen.
De uitkomst is aan God.
Het Evangelie dreigt horizontaal te worden
Waar maatschappelijke transformatie centraal komt te staan, verandert dikwijls ook de inhoud van het Evangelie.
Zonde wordt vooral onrecht.
Bekering wordt maatschappelijke bewustwording.
Verlossing wordt bevrijding uit structuren.
Verzoening wordt menselijke verbinding.
Het Koninkrijk wordt een betere samenleving.
Maar het Bijbelse Evangelie gaat allereerst over de verhouding van de zondaar tot God.
Paulus vat het Evangelie als volgt samen:
“Dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.” (1 Korinthe 15:3-4, STV)
Goede werken zijn de vrucht van het Evangelie. Zij zijn niet het Evangelie zelf.
Wanneer het verbeteren van de wereld de kern van de boodschap wordt, kan men zeer actief zijn en toch de apostolische boodschap naar de achtergrond drukken.
Israël en de Gemeente worden door elkaar gehaald
Veel moderne koninkrijkstheologie neemt profetieën over het toekomstige Messiaanse Rijk en past die rechtstreeks toe op de Gemeente.
Beloften over Israël, Jeruzalem, de troon van David, vrede onder de volken en de zichtbare regering van de Messias worden vergeestelijkt. Vervolgens wordt van de kerk verwacht dat zij deze profetieën nu maatschappelijk gaat realiseren.
Maar de Gemeente heeft Israël niet vervangen.
Israël heeft een eigen roeping en toekomst binnen Gods plan. De Gemeente is het Lichaam van Christus met een hemelse positie en bestemming.
Wie deze lijnen vermengt, maakt de Gemeente verantwoordelijk voor beloften die God Zelf in de toekomst aan Israël zal vervullen.
Het Koninkrijk wordt niet zichtbaar doordat de Gemeente Israëls aardse beloften overneemt. Het wordt zichtbaar wanneer Christus wederkomt en Gods Woord letterlijk vervuld wordt.
Maak Christus bekend
Er is een duidelijk Bijbels alternatief voor de slogan Gods Koninkrijk zichtbaar maken.
Wij mogen Christus bekendmaken.
Wij mogen het Evangelie verkondigen.
Wij mogen als lichten in de wereld wandelen.
Wij mogen goede werken doen.
Wij mogen de waarheid vasthouden.
Wij mogen mensen oproepen zich met God te laten verzoenen.
Wij mogen de verschijning van onze Here Jezus Christus verwachten.
Dat is geen passieve roeping. Het is een hemelse en geestelijke roeping die niet afhankelijk is van maatschappelijke macht of zichtbare successen.
De Gemeente hoeft het Koninkrijk niet te bouwen, te vestigen of zichtbaar te maken. Zij getuigt van de verhoogde maar voor de wereld nog verborgen Koning.
Gods Koninkrijk zichtbaar maken is geen Bijbelse opdracht aan de Gemeente. De Gemeente is geroepen Christus bekend te maken totdat Hij Zelf verschijnt en Zijn Koninkrijk openbaar maakt.
Wanneer Hij verschijnt, zal niemand meer hoeven uit te leggen wat het betekent dat Gods Koninkrijk zichtbaar is.
Dan zal de Koning Zelf zichtbaar zijn.
Zie ook ( extern)
https://www.israelendebijbel.nl/kennisbank-artikel/2020/10/27/Het-onzichtbare-koninkrijk-van-God