Succes is geen roeping: de Bijbel tegenover succesprediking

Waarom “je gemeente zal verdubbelen” geen Bijbelse maatstaf is

“Je gemeente zal verdubbelen”

Het klinkt geweldig.

Je gemeente zal groeien. Je bediening zal uitbreiden. Je invloed zal toenemen. Er komt doorbraak. Meer mensen. Meer bereik. Meer zichtbaarheid.…

Uitgesproken  in de gemeente door een geestdriftige spreker, welhaast met de ondertoon van een profetie, verwachtingsvol en goedkeurend ontvangen…..

En wie zou daar nou eigenlijk tegen kunnen zijn?

Dit is een van de manieren waarop succesprediking in de kerk zo gemakkelijk ingang vindt. Zij gebruikt christelijke woorden, spreekt over geloof en Gods zegen en presenteert groei als ultiem bewijs dat God hier aan het werk is.

Maar er is hier een jeukvraag die veel belangrijker is:

Waar leert de Schrift dan, dat zichtbare groei de maatstaf  zou zijn voor de roeping en trouw van het Lichaam van Christus?

Het antwoord is zowel eenvoudig als duidelijk:

nergens.

De apostel Paulus zegt niet dat een gemeente succesvol zou moeten zijn.

Hij zegt:

“Voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.” — 1 Korinthe 4:2 (STV)

Daar staat Gods maatstaf.

Niet groot.

Niet invloedrijk.

Niet succesvol.

Getrouw.

En dat verschil is veel groter dan het oppervlakkig bekeken lijkt.

de kerk als bedrijf?
Geen succesprediking in de kerk

Groei is geen bewijs van Gods goedkeuring

Een van de gevaarlijkste redeneringen binnen het moderne christendom luidt ongeveer zo:

Het groeit, dus God zegent het.

Maar dat is geen Bijbelse redenering.

” Benaarstig u om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.
Maar stel u tegen het ongoddelijk ijdel roepen; want zij zullen in meerdere goddeloosheid toenemen;En hun woord zal voorteten gelijk de kanker; onder welke is Hymenéüs en Filétus2 Timotheus 2:15-17 (STV)

Een moskee kan groeien. Een sekte kan groeien. Een politieke beweging kan groeien. Een commerciële onderneming kan groeien. Een dwaalleer kan zich razendsnel verspreiden.

Waarom zou numerieke groei binnen een kerk ineens een bewijs van waarheid zijn?

Een gemeente kan in enkele jaren zomaar verdubbelen terwijl de prediking oppervlakkiger wordt.

Een andere gemeente kan kleiner worden omdat zij weigert haar boodschap aantrekkelijker te maken ten koste van de waarheid.

Welke van de twee is volgens God succesvoller?

Die vraag is al helemaal verkeerd gesteld.

De Bijbelse vraag is:

Welke is Bijbelgetrouw?

 

De Gemeente is geen onderneming

Hier raakt de succesprediking aan een dieper liggend probleem.

Veel hedendaagse kerkelijke taal lijkt opvallend veel op managementtaal:

visie, leiderschap, strategie, impact, groei, bereik, doelgroep, cultuurverandering, invloed.

Natuurlijk zijn niet al die woorden op zichzelf verkeerd. Een gemeente moet ook praktische zaken organiseren.

Maar ongemerkt kan de gemeente daardoor als een onderneming worden beschouwd.

De voorganger wordt een visionair leider.

De gemeente wordt een organisatie.

De samenkomst wordt een product.

De bezoekers worden de doelgroep.

En groei wordt de KPI van Gods zegen.

Maar Paulus noemt de Gemeente geen onderneming.

Hij noemt deze het Lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.” — Kolossenzen 1:18 (STV)

Dat zet alles in een ander daglicht:

Het doel van het Lichaam is niet zichzelf groot te maken.

Het Hoofd moet de eerste plaats hebben.

Daarom hoort de belangrijkste vraag van een gemeente nooit te zijn:

Hoe krijgen wij meer mensen binnen?

Maar:

Krijgt Christus hier de eerste plaats en wordt Zijn Woord recht gesneden?

 

Het Lichaam van Christus heeft een hemelse roeping

Het verlangen naar zichtbaar succes hangt dikwijls samen met een ander misverstand: de gedachte dat de Gemeente geroepen zou zijn om Gods Koninkrijk hier en nu, steeds zichtbaarder, op aarde te vestigen.

Dan ontstaan grote woorden en plannen.

We moeten steden transformeren.

De cultuur veranderen.

Invloedssferen innemen.

Het Koninkrijk zichtbaar maken.

Maatschappelijke posities veroveren.

De wereld laten zien wat de Kerk kan betekenen.

Maar Paulus wijst het Lichaam van Christus omhoog in plaats van horizontaal;:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” — Kolossenzen 3:1 (STV)

En vervolgens:

“Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.” — Kolossenzen 3:2 (STV)

Waarom?

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” — Kolossenzen 3:3 (STV)

Dat woord verborgen verdient aandacht.

De huidige positie van het Lichaam van Christus wordt juist niet gekenmerkt door een triomfantelijke zichtbare heerschappij over deze wereld.

Christus Zelf wordt door deze wereld niet erkend.

En de Gemeente is met Hem verbonden.

 

Wij zijn nu al gezet in de hemel

Paulus gaat nog verder:

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;” — Efeze 2:6 (STV)

Er staat niet dat dat toekomst is, als wij goed ons best blijven doen en de juiste marktstrategie volgen.

De positie van de gelovige is helemaal niet gericht op het verwerven van een zichtbare machtspositie op aarde.

Zijn burgerschap en positie zijn in de hemel, verbonden met de opgewekte Christus.

Dat betekent niet dat een christen maatschappelijk passief moet zijn. Het betekent evenmin dat evangelisatie onbelangrijk zou zijn.

Het betekent iets anders:

aardse invloed is niet de identiteit en evenmin de roeping van het Lichaam van Christus.

Dat onderscheid verdwijnt gemakkelijk wanneer christelijk succes wordt afgemeten aan gebouwen, bezoekersaantallen, online bereik en plaatselijke invloed.

 

Er komt zichtbaarheid, maar niet door onze marketing

De Schrift spreekt wel degelijk over een moment waarop Christus en Zijn heerlijkheid openbaar zullen worden.

Paulus schrijft:

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons Leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” — Kolossenzen 3:4 (STV)

Let op die volgorde.

Nu: verborgen met Christus.

Straks: met Christus geopenbaard.

Dat is de essentie.

De Gemeente hoeft niet door menselijke strategie alvast zichtbaar te realiseren wat God op Zijn tijd in Christus openbaar zal maken.

Onze opdracht is niet Christus populair te maken.

Onze opdracht is Hem trouw bekend te maken.

 

Paulus zou volgens moderne succesformules een probleemgeval zijn

Wanneer succes werkelijk de maatstaf van een bediening is, moeten we consequent zijn.

Dan moeten we ook Paulus langs die meetlat leggen.

En dan wordt het ongemakkelijk.

Aan het einde van zijn bediening schrijft hij:

“Gij weet dit, dat allen die in Azië zijn, zich van mij afgewend hebben;” — 2 Timotheüs 1:15 (STV)

Dat klinkt niet echt als gemeentegroei.

Later schrijft hij:

“zij hebben mij allen verlaten; het worde hun niet toegerekend.” — 2 Timotheüs 4:16 (STV)

Stel je voor dat dit het jaarverslag van een moderne bediening was.

Mensen afgehaakt.

Medewerkers verdwenen.

Leider gevangen.

Weinig maatschappelijke invloed.

Geen indrukwekkend gebouw.

Geen succesverhaal.

Op het oog een fiasco.

Volgens sommige hedendaagse maatstaven zou er onmiddellijk een consultant moeten worden ingevlogen.

Paulus beoordeelt zijn bediening echter heel anders:

“Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden.” — 2 Timotheüs 4:7 (STV)

Het geloof behouden.

Dáár ligt de maatstaf.

 

De Bijbel voorspelt zelfs dat gezonde leer aantallen kan kosten

Dit maakt het nog schrijnender.

Paulus vertelt Timotheüs niet dat trouwe prediking uiteindelijk gegarandeerd grote aantallen mensen zal trekken.

Hij zegt:

“Predik het Woord; houd aan tijdiglijk, ontijdiglijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.” — 2 Timotheüs 4:2 (STV)

Waarom is dat nodig?

Omdat er juist weerstand tegen gezonde leer komt:

“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden;” — 2 Timotheüs 4:3 (STV)

Lees dat nog maar eens naast de voorbarig uitgesproken belofte:

Je gemeente zal verdubbelen.

De Schrift waarschuwt dat mensen de gezonde leer niet zullen verdragen.

Dat betekent dat trouw aan het Woord juist bezoekers kan kosten.

En dan?

Moeten we de boodschap dan gaan aanpassen totdat er weer groei komt?

Paulus zegt het tegenovergestelde:

Predik het Woord.

 

Het Evangelie is geen groeistrategie

Daar ligt misschien wel het grootste gevaar van succesprediking.

Het Evangelie kan langzaam veranderen van een boodschap die verkondigd moet worden in een middel waarmee iets bereikt moet worden.

Meer bezoekers.

Meer invloed.

Een grotere kerk.

Een sterkere beweging.

Een betere samenleving.

Maar het Evangelie der genade Gods is geen marketinginstrument.

Paulus zegt:

“Maar ik acht op geen ding, noch houd mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.” — Handelingen 20:24 (STV)

Opnieuw ontbreekt hier de succesformule.

Paulus wil zijn loop volbrengen.

Hij wil getuigen.

Het resultaat daarvan ligt bij God.

 

Paulus predikte Christus, niet menselijke potentie

De succesboodschap richt de aandacht gemakkelijk op de mens:

jouw bestemming.

jouw doorbraak.

jouw invloed.

jouw succes.

jouw potentieel.

jouw droom.

Paulus’ boodschap heeft een ander middelpunt.

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” — 1 Korinthe 2:2 (STV)

Het kruis is bepaald geen symbool van menselijke zelfverwezenlijking.

Het kruis betekent juist het einde van menselijke aanspraken.

En daarom schrijft Paulus:

“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)

Dat schuurt behoorlijk met een evangelie waarin Christus uiteindelijk degene wordt Die jouw dromen, ambities en succes mogelijk moet maken.

Het Evangelie draait niet om de verheffing van de mens, maar om de heerlijkheid van Christus.

 

Vruchtbaarheid is niet hetzelfde als zichtbaarheid

Hier moeten we zorgvuldig blijven.

De Bijbel is niet tegen vruchtbaarheid.

Ook niet tegen gemeentegroei.

Wanneer mensen door het Evangelie tot geloof komen, is dat reden tot grote blijdschap.

Het probleem is dus niet groei.

Het probleem is groei als bewijsmateriaal van Gods goedkeuring en als doel van de bediening.

Dat zijn twee totaal verschillende dingen.

Paulus schrijft:

“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.” — 1 Korinthe 3:6 (STV)

Dat is bevrijdend.

De dienaar plant.

Een ander begiet.

God geeft de wasdom.

Zodra wij verantwoordelijk worden gemaakt voor de gegarandeerde uitkomst — jouw gemeente zal verdubbelen — verschuift iets wat aan God behoort naar de mens.

 

De kleine gemeente hoeft zich niet te schamen

Dit is ook pastoraal belangrijk.

Wat doet succesprediking met de voorganger die al twintig jaar trouw het Woord verkondigt aan veertig mensen?

Wat doet zij met een gemeente die kleiner wordt?

Wat doet zij met zendelingen die jarenlang arbeiden en nauwelijks resultaat zien?

Wat doet de boodschap „God wil groei, invloed en vermenigvuldiging” met hen?

Zij kan een vals schuldgevoel produceren:

Wat doen wij verkeerd?

Misschien wel helemaal niets.

Misschien weigert die voorganger gewoon zijn boodschap af te zwakken.

Misschien is hij niet hip genoeg voor Instagram.

Misschien organiseert hij geen spectaculaire diensten.

Misschien belooft hij mensen geen doorbraak.

Misschien predikt hij wel gewoon het Woord.

Dan kan een kleine gemeente in Gods ogen gezonder zijn dan een megakerk.

Want God telt niet zoals wij tellen.

 

Het probleem is uiteindelijk het vlees

De Schrift zegt niet:

Ontdek hoe groot jij kunt worden.

De Schrift brengt ons bij Christus.

 

“Je gemeente zal verdubbelen” kan een gevaarlijke belofte zijn

Niet omdat verdubbeling an sich onmogelijk of verkeerd zou zijn.

Een gemeente kan verdubbelen.

Zij kan vertienvoudigen.

God kan een bediening een enorm bereik geven.

Maar niemand heeft daarom het recht daarvan een algemene geestelijke belofte te maken.

En al helemaal niet om succes vervolgens als bewijs van zalving, geloof of gehoorzaamheid te presenteren.

Want dan volgt onvermijdelijk de andere kant:

Als jouw gemeente niet verdubbelt, heb je dan te weinig geloof?

Heb je Gods visie gemist?

Ben je niet gezalfd genoeg?

Heb je onvoldoende groot gedacht?

Daar begint geestelijke manipulatie.

Een menselijke succesnorm wordt dan voorzien van Gods handtekening.

 

Misschien moet een gemeente wel helemaal niet verdubbelen

Misschien moet zij eerst leren.

Misschien moet zij dwaling opruimen.

Misschien moet zij Christus weer centraal stellen.

Misschien moeten gelovigen leren wie zij in Christus zijn.

Misschien moet de prediking dieper in plaats van aantrekkelijker.

Misschien moeten er niet meer stoelen worden neergezet, maar meer Bijbels worden opengeslagen.

Misschien moeten wij minder bezig zijn met hoeveel mensen er binnenkomen en meer met wat hun geleerd wordt wanneer zij binnen zijn.

Dat is minder spectaculair.

Maar het zou weleens veel Bijbelser kunnen zijn.

 

Succes is geen roeping, trouw wel

De vraag waarmee wij begonnen kunnen we daarom beantwoorden.

Waarom is het streven naar zichtbaar succes en invloed niet de roeping van het Lichaam van Christus?

Omdat het Lichaam reeds in Christus een hemelse positie heeft.

Omdat Christus het Hoofd is.

Omdat het leven van de Gemeente nu met Christus verborgen is in God.

Omdat de Gemeente niet geroepen is zichzelf te verheerlijken maar Christus bekend te maken.

Omdat groei door God wordt gegeven en niet door mensen kan worden gegarandeerd.

Omdat Paulus trouw, gezonde leer en het bewaren van het geloof als maatstaven geeft.

En omdat het uiteindelijke oordeel over onze dienst niet wordt uitgesproken door bezoekersaantallen, algoritmen, conferenties of kerkelijke jaarverslagen.

Daarom mag de tegenstelling scherp worden neergezet:

Succesprediking vraagt:

hoeveel groter ben je geworden?

De Schrift vraagt:

ben je trouw gebleven?

Een volle zaal kan indrukwekkend zijn.

Een verdubbelde gemeente kan prachtig zijn.

Een groot bereik kan nuttig zijn.

Maar geen van deze dingen bewijst dat God Zijn goedkeuring eraan heeft gegeven.

De dienaar van Christus heeft een veel eenvoudiger en tegelijk veel zwaardere opdracht:

Predik het Woord. Bewaar het geloof. Maak Christus groot. Blijf getrouw.

En laat de wasdom aan God.

lees ook:

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf maar een levend lichaam – Bijbelse basis

Trots op de zonde, wat zegt de Bijbel?

Waarom de Bijbel waarschuwt tegen het vieren van wat God veroordeelt

 

Er is iets veranderd in onze samenleving. Mensen zondigen niet alleen meer; zij zijn trots op de zonde. Wat vroeger met schaamte werd verborgen, wordt nu met applaus gevierd. Niet zelden gaat het zelfs verder: wie weigert mee te vieren, wordt weggezet als bekrompen, liefdeloos, haatzaaiend of gevaarlijk.

Dat is geen toevallige maatschappelijke ontwikkeling. De Bijbel beschreef deze geestelijke toestand al duizenden jaren geleden.

Hero banner promoting Bible studies: open Bible on a wooden table at sunrise with the Dutch title 'Wat zegt de Bijbel over...' and a blue footer menu showing topics like Schrift met Schrift and Christus centraal.

De diepste vorm van verdorvenheid

De Bijbel leert dat ieder mens een zondaar is. Maar hij maakt ook onderscheid tussen iemand die struikelt en iemand die zijn zonde verheerlijkt.

David viel diep. Petrus verloochende zijn Heere. Maar beiden kwamen tot berouw.

Er is echter een veel ernstiger toestand: de mens die zijn zonde verdedigt, normaliseert en uiteindelijk verheerlijkt.

“Want de goddeloze roemt zich over de begeerte zijner ziel; en de gierigaard zegent zichzelven; hij lastert den HEERE.” (Psalm 10:3, STV)

De goddeloze schaamt zich niet voor zijn begeerten. Hij roemt erin.

Dat is dus wat we vandaag zien. Niet alleen individuele zonden worden verdedigd, maar complete levensstijlen worden verheven tot deugd. De grootste eer lijkt tegenwoordig niet meer te liggen in heiligheid, maar in “zelfexpressie”.

Hoomoed komt voor de val; trots op de zonde
Trots op de zonde, wat zegt de Bijbel?

Geen schaamte meer: een kenmerk van geestelijk verval

Jeremia beschrijft een volk dat het morele kompas volledig kwijt is.

“Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben? Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden…” (Jeremia 6:15, STV)

Dat is misschien wel het meest angstaanjagende oordeel van God: wanneer het geweten niet meer functioneert.

De mens bloost niet meer.

Hij rechtvaardigt zichzelf.

Hij noemt kwaad goed.

 

Zij verkondigen hun zonde

Jesaja gaat nog verder.

“Het aangezicht huns aangezichts getuigt tegen hen, en zij verkondigen hun zonde als Sodom; zij verbergen ze niet. Wee hunner ziel! want zij doen zichzelven kwaad.” (Jesaja 3:9, STV)

De inwoners van Sodom probeerden hun levenswijze niet verborgen te houden.

Zij maakten er een openbare zaak van.

Jesaja zegt: “zij verkondigen hun zonde.”

Dat is treffend actueel. In onze cultuur worden zonden niet slechts getolereerd, maar actief gepromoot. Media, onderwijs, politiek en entertainment verklaren steeds vaker dat wat God zonde noemt juist gevierd moet worden.

 

Romeinen 1 beschrijft onze tijd verbazingwekkend nauwkeurig

De apostel Paulus eindigt zijn beschrijving van een God-verwerpende samenleving met een huiveringwekkende conclusie.

“Dewelken, daar zij het recht Gods weten, (namelijk, dat degenen, die zulke dingen doen, des doods waardig zijn,) niet alleen dezelve doen, maar ook mede een welgevallen hebben in degenen, die ze doen.” (Romeinen 1:32, STV)

Let op de opbouw.

De mens doet de zonde.

Hij keurt de zonde goed.

Hij prijst anderen die hetzelfde doen.

Dat is de laatste fase van moreel verval.

Niet de zonde is dan nog het grootste probleem.

Het applaus voor de zonde is het grootste probleem.

Kerken zwijgen of doen zelfs volop mee

Hier wordt het pijnlijk.

Steeds meer kerken lijken niet langer de roeping te voelen om zonde zonde te noemen. In plaats van profetisch tegen de geest van de tijd in te spreken, passen zij hun boodschap aan de cultuur aan.

Uit angst mensen kwijt te raken worden scherpe Bijbelse begrippen vervangen door zachte therapeutische taal.

Bekering wordt persoonlijke groei.

Heiliging wordt authenticiteit.

Zonde wordt gebrokenheid.

Gods oordeel wordt ongemakkelijk stilzwijgen.

Sommige kerken gaan zelfs nog verder. Niet alleen wordt de zonde verzwegen, zij wordt gezegend en gevierd

Dat noemt men dan liefde, inclusiviteit of vooruitgang.

Maar liefde zonder waarheid is geen Bijbelse liefde.

Een kerk die bevestigt wat God veroordeelt, is niet barmhartiger dan God. Zij is Hem ongehoorzaam.

De Here Jezus kwam niet om de zonde acceptabel te maken.

Hij kwam om zondaren zalig te maken.

Een kerk die weigert over zonde te spreken, heeft uiteindelijk ook niets meer te zeggen over genade.

Want genade is alleen genade wanneer de ernst van de zonde wordt erkend.

De wortel is menselijke hoogmoed

Waarom is trots op de zonde zo ernstig?

Omdat het de mens boven God plaatst.

God zegt:

“Dit is kwaad.”

De mens antwoordt:

“Nee, dit is goed.”

Dat is dezelfde hoogmoed die al in de hof van Eden zichtbaar werd.

Niet Gods oordeel, maar mijn oordeel.

Niet Gods waarheid, maar mijn waarheid.

Niet Gods wil, maar mijn identiteit.

De eerste zonde begon niet met moord of overspel.

De eerste zonde begon met hoogmoed.

 

Het Evangelie begint met zelfveroordeling

Opvallend genoeg zien we bij alle mannen Gods precies het tegenovergestelde.

Job zegt:

“Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog. Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw, in stof en as.” (Job 42:5-6, STV)

Jesaja roept:

“Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben…” (Jesaja 6:5, STV)

Paulus noemt zichzelf:

“…Christus Jezus is in de wereld gekomen, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.” (1 Timotheüs 1:15, STV)

Niemand die echt Gods heiligheid ziet, wordt trots op zichzelf.

 

Hoe dichter men bij God leeft, hoe kleiner men over zichzelf denkt.

Dat is ook precies de les uit Job 42. Wanneer Job echt Gods heerlijkheid ziet, blijft er niets over van zijn zelfvertrouwen. Niet zijn omstandigheden, maar de ontmoeting met Gods heiligheid verbreekt zijn trots en brengt hem tot zelfveroordeling.

 

Alleen door het kruis sterft alle menselijke trots

Daarom eindigt Paulus niet met zelfvertrouwen, maar met een belijdenis.

“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus…” (Galaten 6:14, STV)

Dat is het grote onderscheid.

De wereld roemt in de zonde.

Religieuze mensen roemen in hun eigen gerechtigheid.

Humanisten roemen in de mens.

Maar de gelovige roemt uitsluitend in Christus.

En precies daar botst het evangelie frontaal met de geest van deze tijd.

Niet omdat christenen beter zijn.

Maar omdat zij weten dat zij zonder Gods genade net zo verloren zouden zijn als ieder ander.

 

Resumerend

De grootste crisis van onze tijd is niet dat mensen zondigen.

,Dat heeft de mens altijd, sinds Genesis 3, gedaan.

De grootste crisis is dat de mens trots is geworden op zijn zonde en verwacht en zels eist dat de wereld daarvoor applaudisseert.

De Bijbel noemt dat geen vooruitgang.

Hij noemt het verblinding.

De vraag is daarom niet of wij zondaren zijn.

Dat zijn we allemaal.

De vraag is: schamen we ons nog over onze zonde, of zijn wij er trots op geworden?

Want wie trots is op zijn zonde, heeft de deur naar bekering gesloten.

Maar wie zich buigt aan de voet van het kruis, ontdekt dat Gods genade groter is dan de grootste zondaar.

“Want een iegelijk, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden; en die zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.” (Lukas 18:14, STV)

zie ook:

Het Evangelie zonder omwegen – Bijbelse basis

Het warme hart van het Evangelie – Bijbelse basis

Bekering, geen hogere wiskunde – Bijbelse basis

Bekering – geen religieuze emotie, maar een noodzakelijke omkeer – Bijbelse basis

Wet en Genade sluiten elkaar uit

Waarom de Wet niemand kan zaligmaken

Wie Wet en Genade probeert te vermengen, denkt meestal dat hij het Evangelie verrijkt. Paulus zegt precies het tegenovergestelde: wie menselijke werken toevoegt aan Gods Genade, tast daarmee de kern van het Evangelie aan.

Veel christenen zeggen dat zij uit genade leven. Toch wordt die genade in de praktijk vaak omringd door voorwaarden. Je moet genoeg gehoorzamen, genoeg geloven, genoeg geven, genoeg vasten, genoeg toewijding tonen of een bepaald geestelijk niveau bereiken. Christus heeft weliswaar veel gedaan, maar kennelijk moet de mens het laatste deel zelf aanvullen.

Dat klinkt godsdienstig. Het is alleen niet het Evangelie der Genade Gods.

De Schrift leert niet dat Wet en Genade elkaar aanvullen. Als grond van rechtvaardiging en aanvaarding bij God sluiten zij elkaar uit.

Wet en Genade sluiten elkaar uit

Waarom de wet niemand kan zaligmaken

Wie wet en genade probeert te vermengen, denkt meestal dat hij het evangelie verrijkt. Paulus zegt precies het tegenovergestelde: wie menselijke werken toevoegt aan Gods genade, tast daarmee de kern van het evangelie aan.

Veel christenen zeggen dat zij uit genade leven. Toch wordt die genade in de praktijk vaak omringd door allerlei voorwaarden. Je moet genoeg gehoorzamen, genoeg geloven, genoeg geven, genoeg vasten, genoeg toewijding tonen of een bepaald geestelijk niveau bereiken. Christus heeft weliswaar veel gedaan, maar kennelijk moet de mens dan toch het laatste deel zelf aanvullen.

Dat klinkt godsdienstig. Het is echter niet het Evangelie der Genade Gods.

De Schrift leert niet dat wet en genade elkaar aanvullen. Sterker gezegd: Als beginsel van rechtvaardiging en aanvaarding bij God sluiten zij elkaar uit.

 

De Wet is heilig, rechtvaardig en goed

Een scherp onderscheid tussen wet en genade betekent niet dat de wet slecht zou zijn. Paulus spreekt juist met groot respect over Gods wet:

“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.” (Romeinen 7:12, STV)

De wet is goed omdat zij van God afkomstig is. Zij openbaart Zijn heiligheid, rechtvaardigheid en volmaakte maatstaf. Het probleem zit daarom niet in de wet, maar in de zondige mens.

De wet vraagt niets verkeerds. Zij vraagt juist wat rechtvaardig, rein en goed is. Maar de gevallen mens is niet in staat om aan die heilige eis te voldoen.

Daarom schrijft Paulus:

“Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.” (Romeinen 7:14, STV)

De wet is geestelijk. De mens is vleselijk. Daar ligt het probleem.

De Wet openbaart de zonde

De wet is geen redder, maar een aanklager. toont de mens wat zonde is en stelt hem schuldig voor God.

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.” (Romeinen 3:20, STV)

Door de wet leert de mens niet hoe goed hij is, maar hoe schuldig hij staat. Ontmaskert zijn woorden, daden, gedachten en begeerten.

De wet werkt als een spiegel. Een spiegel kan vuil zichtbaar maken, maar kan het vuil niet verwijderen. Zo kan de wet de zonde aanwijzen, maar de zondaar niet reinigen.

De wet stelt de diagnose, maar biedt geen genezing.

Openbaart de schuld, maar schenkt geen vergeving.

Wijst de overtreding aan, maar geeft geen nieuw leven.

De Wet kan niemand zaligmaken

De wet is goed, maar zij kan geen zondaar zaligmaken. Dat is geen tekortkoming van de wet. De wet is eenvoudigweg nooit gegeven als middel waardoor de mens zichzelf kon redden.

Paulus schrijft:

“Want indien er een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.” (Galaten 3:21, STV)

Als een wet werkelijk leven had kunnen geven, zou Christus niet hebben hoeven sterven. Dan had God slechts een betere uitleg, strengere naleving of een aangepaste wet hoeven geven.

Maar God gaf geen verbeterde wet.

God gaf Zijn Zoon.

Het kruis van de Here Jezus Christus bewijst dat de mens niet door wetsonderhouding kon worden gerechtvaardigd. Als rechtvaardigheid door de wet mogelijk was geweest, zou het sterven van Christus overbodig zijn geweest.

Paulus zegt dat zonder omwegen:

“Ik doe de genade Gods niet teniet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.” (Galaten 2:21, STV)

Dat is vernietigend voor elke leer waarin menselijke prestaties alsnog een plaats krijgen als grond voor Gods aanvaarding.

Wet en Genade sluiten elkaar uit

Romeinen 11:6 bevat een van de duidelijkste uitspraken over wet en genade:

“En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer. En indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk geen werk meer.” (STV)

Paulus laat geen ruimte voor een tussenweg.

Óf de rechtvaardiging is uit genade.

Óf zij is uit werken.

Óf Christus heeft alles volbracht.

Óf de mens moet zelf nog iets toevoegen.

Beide tegelijk is onmogelijk.

Genade is niet Gods hulp bij onze eigen poging om zalig te worden. Genade betekent dat God schenkt wat de mens niet kon verdienen, bereiken of tot stand brengen.

Zodra menselijke prestatie een voorwaarde wordt voor rechtvaardiging, houdt genade op genade te zijn.

 

De Wet eist, de Genade schenkt

Het verschil tussen wet en genade kan eenvoudig worden samengevat.

De wet eist.

De genade schenkt.

De wet zegt wat de mens moet doen.

De genade maakt bekend wat Christus heeft gedaan.

De wet zegt: gehoorzaam en leef.

De genade zegt: Christus heeft volbracht; geloof en leef.

De wet stelt de mens verantwoordelijk.

De genade openbaart Gods voorziening.

De wet brengt kennis van zonde.

De genade brengt vergeving, rechtvaardiging en leven.

Johannes beschrijft dit onderscheid als volgt:

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.” (Johannes 1:17, STV)

Mozes bracht de wet. De Here Jezus Christus bracht niet slechts een mildere vorm van die wet, maar genade en waarheid.

 

Waarom Paulus zo scherp schrijft aan de Galaten

De Galatenbrief is een van de scherpste brieven van Paulus. Dat komt doordat het Evangelie der genade Gods op het spel stond.

De Galaten hadden Christus niet volledig verworpen. Zij hadden het evangelie niet vervangen door openlijk heidendom. Zij voegden slechts iets toe aan het geloof in Christus.

Juist daarin zat het gevaar.

Er kwamen mensen die leerden dat geloof in Christus niet genoeg was. Besnijdenis en wetsonderhouding moesten eraan worden toegevoegd. Dat leek misschien een kleine aanvulling, maar Paulus noemt het een ander evangelie.

“Ik verwonder mij, dat gij zo haast wijkende van Dengene, Die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander evangelie; daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren.” (Galaten 1:6-7, STV)

Het evangelie wordt niet alleen verdraaid wanneer Christus openlijk wordt ontkend. Het wordt ook verdraaid wanneer Zijn volbrachte werk onvoldoende wordt geacht.

Daarom zegt Paulus:

“Christus is u ijdel geworden, zovelen als gij door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen.” (Galaten 5:4, STV)

Wie rechtvaardiging zoekt in de wet, verlaat het beginsel van de genade. Hij maakt Christus niet letterlijk tot niets, maar behandelt Zijn werk wel alsof het niet voldoende is.

Begonnen met de Geest, eindigen met het vlees

Paulus stelt de Galaten een indringende vraag:

“Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?” (Galaten 3:3, STV)

Zij waren door geloof begonnen, maar wilden vervolgens door menselijke inspanning geestelijk worden voltooid.

Dat gevaar bestaat nog steeds.

Veel prediking leert dat een mens door genade wordt behouden, maar vervolgens onder een systeem van geestelijke prestaties komt te staan. Zijn zekerheid, vrede en positie lijken afhankelijk te worden van zijn gedrag, inzet, ervaringen en resultaten.

Dan ontstaat een evangelie waarin Christus de deur opent, maar de gelovige zichzelf verder naar binnen moet werken.

Paulus wijst dat radicaal af.

Wat uit genade is begonnen, wordt ook door genade voortgezet.

 

Een oude dwaling in een modern jasje

Wetticisme verschijnt niet altijd in ouderwetse kleding. Het kan zich ook modern, enthousiast en geestelijk presenteren.

Men zegt bijvoorbeeld:

Je ontvangt pas een doorbraak als je genoeg gelooft.

God kan pas handelen als jij de juiste woorden spreekt.

Je ontvangt meer zalving wanneer je meer offert.

Je moet eerst geestelijk hogerop komen.

Je moet eerst vergeven.

Je moet een bepaalde ervaring hebben om echt vervuld te zijn.

Je moet genoeg vasten, bidden, geven of jezelf uitstrekken.

Zulke uitspraken kunnen vroom klinken, maar ze verplaatsen het zwaartepunt van Christus naar de mens.

Niet langer staat centraal wat Christus heeft volbracht, maar wat de gelovige nog moet presteren.

De mens gaat dan opnieuw leven onder voorwaarden. Gods gunst lijkt zo afhankelijk te worden van zijn geestelijke inzet.

Dat is wet in een nieuw jasje.

Het gebruikt dan niet de woorden van Mozes, maar het werkt wel volgens hetzelfde beginsel: doe iets, bereik iets, bewijs iets, en dan zal God u zegenen.

 

Genade is géén beloning voor geestelijke prestaties

Genade is per definitie onverdiend.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme.” (Efeze 2:8-9, STV)

De mens wordt niet zalig omdat hij genoeg geloofskracht heeft ontwikkeld. Zelfs de zaligheid wordt voorgesteld als Gods gave.

Er blijft daarom geen ruimte over voor menselijke roem.

Niet in onze gehoorzaamheid.

Niet in onze toewijding.

Niet in onze inzet.

Niet in onze geestelijke ervaringen.

Niet in onze kennis.

Niet in onze bediening.

Niet in onze vermeende zalving.

Alle roem behoort aan God en aan de Here Jezus Christus.

 

Niet onder de Wet, maar onder de Genade

Paulus schrijft aan gelovigen:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)

Dit vers wordt soms afgezwakt alsof Paulus slechts bedoelt dat gelovigen niet meer door ceremoniële regels worden beheerst. Maar zijn uitspraak is veel fundamenteler.

De gelovige staat niet meer onder het beginsel van de wet als grond van zijn verhouding tot God. Hij staat onder genade.

Zijn positie wordt niet bepaald door zijn prestaties, maar door zijn positie in Christus.

Zijn aanvaarding rust niet op zijn trouw, maar op Christus’ volbrachte werk.

Zijn vrede met God rust niet op zijn wisselende geestelijke toestand, maar op rechtvaardiging uit geloof.

“Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus.” (Romeinen 5:1, STV)

 

Genade maakt niet wetteloos

Zodra wordt geleerd dat de gelovige niet onder de wet maar onder de genade staat, klinkt vaak het verwijt dat dit tot losbandigheid zou leiden.

Paulus kende dat bezwaar ook:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.” (Romeinen 6:15, STV)

Genade geeft geen vrijbrief om te zondigen. Genade leert de gelovige juist om godzalig te leven.

“Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld.” (Titus 2:11-12, STV)

Let op wat hier staat.

Niet de Wet onderwijst de gelovige in zijn nieuwe positie, maar de Genade.

Genade is niet slap, goedkoop of vrijblijvend. Zij redt de zondaar en vernieuwt en vormt vervolgens zijn leven.

Maar zniet door hem opnieuw onder veroordeling te plaatsen. Zij richt zijn oog op Christus en werkt vanuit dankbaarheid, nieuw leven en de werking van Gods Geest.

 

De Wet kan gedrag begrenzen, maar geen leven geven

De wet kan zeggen: gij zult niet begeren.

Maar zij kan de begeerte niet uit het hart verwijderen.

De wet kan moord veroordelen.

Maar zij kan geen liefde voortbrengen.

De wet kan leugen verbieden.

Maar zij kan geen nieuw hart scheppen dat waarheid liefheeft.

De wet kan afgoderij aanwijzen.

Maar zij kan de mens niet in een levende verhouding met God brengen.

Daarom is genade geen zachtere wet. Zij is Gods oplossing voor een probleem dat de wet wel kon openbaren, maar niet kon oplossen.

Wat de wet niet kon doen, heeft God gedaan door Zijn Zoon te zenden.

“Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.” (Romeinen 8:3, STV)

De wet was niet krachteloos in zichzelf. Zij was krachteloos door het vlees. De zondige mens kon haar niet volbrengen.

 

Waarom de vermenging van Wet en Genade zo gevaarlijk is

De vermenging van wet en genade is geen onschuldige leerstellige vergissing want:

  • tast de genoegzaamheid van Christus aan.
  • berooft gelovigen van zekerheid.
  • kweekt hoogmoed bij wie denkt goed te presteren.
  • veroorzaakt wanhoop bij wie voortdurend tekortschiet.
  • maakt geestelijke leiders tot controleurs van Gods gunst.
  • brengt gelovigen opnieuw onder angst en veroordeling.
  • maakt het kruis tot het begin van de redding, terwijl de mens geacht wordt het werk af te maken.

 

Maar Christus riep aan het kruis niet: Ik heb een goede basis gelegd, nu is het aan u.

Hij heeft het werk volbracht.

 

Alleen Christus kan zaligmaken

De wet kan niemand zaligmaken.

Mozes kan niemand zaligmaken.

Religieuze regels kunnen niemand zaligmaken.

Geestelijke ervaringen kunnen niemand zaligmaken.

Kerkelijke tradities kunnen niemand zaligmaken.

Menselijke toewijding kan niemand zaligmaken.

Alleen de Here Jezus Christus kan zaligmaken.

“En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.” (Handelingen 4:12, STV)

Dat is de heerlijkheid van het Evangelie der genade Gods.

De zondaar wordt niet opgeroepen zichzelf te verbeteren totdat hij aanvaardbaar is. Hij wordt geroepen te geloven in Hem Die goddelozen rechtvaardigt.

“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” (Romeinen 4:5, STV)

 

De beslissende vraag

De beslissende vraag is daarom niet hoeveel de mens heeft gedaan.

De vraag is of Christus’ werk voldoende is.

Is Zijn offer volledig?

Is Zijn bloed genoegzaam?

Is Zijn opstanding de grond van onze rechtvaardiging?

Is Zijn genade werkelijk Genade?

Wanneer het antwoord ja is, kan er niets aan worden toegevoegd.

Wie iets toevoegt aan het volbrachte werk van Christus, maakt dat werk niet sterker. Hij verklaart het daarmee juist onvoldoende.

Samengevat

De wet is heilig, rechtvaardig en goed. Zij openbaart Gods maatstaf en stelt de zondaar schuldig.

Maar de wet kan geen leven geven.

De wet kan niet rechtvaardigen.

De wet kan niet reinigen.

De wet kan niemand zaligmaken.

Daarom gaf God Zijn Zoon.

Wet en Genade sluiten elkaar uit als grond voor rechtvaardiging. De mens wordt niet gedeeltelijk door Christus en gedeeltelijk door eigen werken gered. Hij wordt volledig uit Genade gerechtvaardigd, door het geloof, op grond van het volbrachte werk van de Here Jezus Christus.

Het grootste gevaar voor het Evangelie is daarom niet alleen openlijk ongeloof. Het is ook de vrome poging om aan Christus iets toe te voegen.

Paulus laat geen middenweg toe.

Óf de rechtvaardiging is uit werken.

Óf zij is uit genade.

Óf de mens roemt in zichzelf.

Óf hij roemt uitsluitend in het kruis.

“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus, door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” (Galaten 6:14, STV)

De wet is goed.

Maar alleen de genade van God in de Here Jezus Christus kan een verloren zondaar zaligmaken.

“Want het einde (einddoel) der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft” (Romeinen 10:4, STV)

 

Dus niet:

Dit alles samengevat in een video

YouTube player

zie ook:

wet en genade – Bijbelse basis

(extern)

wet en genade » Bijbels Panorama

De tien geboden – Wet, genade en toepassing

Geverifieerd door MonsterInsights