Wat doet Christus vandaag

De levende Hogepriester Die Zijn gemeente reinigt

 

Wat doet Christus vandaag?

Die vraag is belangrijker dan veel christenen beseffen. Want het Evangelie eindigt niet bij het kruis. Christus is gestorven, ja. Maar wat meer is, Hij is ook opgewekt. Hij is verheerlijkt. Hij zit aan de rechterhand van God. Hij leeft. En omdat Hij leeft, werkt Hij vandaag aan Zijn gemeente.

Veel christenen weten goed te zeggen wat Christus heeft gedaan. Hij stierf voor onze zonden. Hij gaf Zijn bloed. Hij droeg het oordeel. Dat is het fundament.

Zonder dat fundament is er geen Evangelie.

Maar het kruis is niet het eindpunt.

Christus hangt niet meer aan het kruis. Hij ligt niet meer in het graf. Hij is de levende Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Hij bidt voor de Zijnen, reinigt Zijn gemeente door het Woord, heiligt haar en maakt gelovigen bekwaam om de levende God te dienen.

Dat is niet zomaar een bonus aanvulling op het Evangelie. Dat is de ademruimte van Genade.

het tegenwoordige werk van Christus
wat doet Christus vandaag?

Het kruis is het fundament, niet het eindpunt

Het kruis van Christus laat zien dat de oude mens voor God geen toekomst heeft. Het kruis is niet Gods poging om de oude mens wat op te knappen. Het kruis is Gods oordeel over de oude mens.

Paulus schrijft:

“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.” — 2 Korinthe 5:14 (STV)

Dat is helder. Als Eén voor allen gestorven is, dan zijn allen gestorven.

Daarmee wordt het christelijk leven geen verbeterproject van het vlees. Het is niet: probeer van je oude mens een vrome, religieuze en acceptabele versie te maken. Het is niet: poets jezelf op totdat God tevreden met je kan zijn.

Nee. De oude mens wordt niet geheiligd. De oude mens wordt afgelegd.

“Dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding.” — Efeze 4:22 (STV)

Daar gaat het vaak mis. Veel prediking draait om de mens. Wat wij moeten doen. Hoe wij ons leven moeten verbeteren. Hoe wij geestelijk sterker moeten worden. Hoe wij onze oude natuur onder controle moeten krijgen.

Maar de Bijbel zegt niet dat de oude mens verbeterd moet worden. De Bijbel zegt dat hij afgelegd moet worden.

Het evangelie is niet: God helpt u om uw oude leven wat netter te maken.
Het evangelie is: God heeft u in Christus nieuw leven gegeven.

 

Christus leeft om voor ons te bidden

Wat doet Christus vandaag?

De Hebreeënbrief geeft een helder antwoord:

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” — Hebreeën 7:25 (STV)

Let op dat ene woord: leeft.

Christus leeft om voor de Zijnen te bidden. Hij is niet passief. Hij is niet afwezig. Hij is niet slechts een Persoon uit het verleden over Wie wij herinneringen ophalen. Hij is de levende Heere in de hemel.

Hij is Hogepriester.
Hij vertegenwoordigt Zijn volk bij God.
Hij bidt voor hen.
Hij reinigt hen.
Hij bewaart hen.
Hij maakt hen bekwaam om God te dienen.

Zijn priesterschap rust niet op sterfelijkheid, maar op onvergankelijk leven:

“Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.” — Hebreeën 7:16 (STV)

Dát geeft rust. Onze zaligheid hangt niet aan onze wisselende gevoelens, onze geestelijke prestaties of onze mate van zelfbeheersing.

Zij rust op Christus. En Hij leeft.

Christus als Hogepriester van het Nieuwe Verbond

Het tegenwoordige werk van Christus wordt vooral zichtbaar in Zijn priesterschap. Hij is de Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Niet naar de ordening van Aäron, maar naar de ordening van Melchizedek. Niet op grond van een tijdelijk en sterfelijk priesterschap, maar naar de kracht van onvergankelijk leven.

Dat betekent dat Christus’ werk niet ophield bij Zijn sterven. Zijn dood was noodzakelijk. Zijn bloed is de grond. Maar Zijn opstanding, verhoging en voortdurende priesterlijke dienst horen wezenlijk bij het evangelie.

Romeinen 8 zegt het zo:

“Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.” — Romeinen 8:33-34 (STV)

“Ja, wat meer is.”

Daar zit veel in. Christus is gestorven. Maar wat meer is: Hij is ook opgewekt. Hij is aan Gods rechterhand. Hij bidt voor ons.

Wie alleen spreekt over het kruis, maar nauwelijks over de opgestane en verhoogde Christus, mist een wezenlijk deel van het christelijk leven. De gelovige leeft niet uit herinnering alleen. Hij leeft uit gemeenschap met de levende Christus.

 

Christus reinigt Zijn gemeente door het Woord

Een van de rijkste beschrijvingen van Christus’ huidige werk staat in Efeze 5:

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven; opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord.” — Efeze 5:25-26 (STV)

Hier staat niet dat de gemeente zichzelf reinigt om Christus waardig te worden. Hier staat dat Christus de gemeente reinigt.

Dat is een wereld van verschil.

Religie zegt: maak uzelf schoon, dan mag u komen.
Genade zegt: kom tot Christus, Hij reinigt.

Religie zegt: zorg dat u gereed bent.
Genade zegt: Christus maakt gereed.

Religie zegt: werk aan uzelf.
Genade zegt: stel u onder het Woord waardoor Christus Zijn werk doet.

Christus reinigt Zijn gemeente “door het Woord”. Niet door geestelijke druk. Niet door menselijke manipulatie. Niet door voortdurende beschuldiging. Niet door een religieuze zweep over het geweten.

Hij reinigt door Zijn Woord.

Daarom is het zo belangrijk waar wij naar luisteren, wat wij horen, welke prediking wij toelaten en waar onze aandacht naartoe gaat. Het Woord van God richt het hart op Christus. Mensgerichte prediking werpt de mens terug op zichzelf. En wie steeds naar zichzelf kijkt, vindt geen rust.

 

De voetwassing als beeld van Christus’ tegenwoordige werk

Johannes 13 geeft een indringend beeld. De discipelen zijn met de Heere aan tafel. Dan staat Hij op, legt Zijn klederen af, omgordt Zich met een linnen doek en begint hun voeten te wassen.

Petrus wil dat eerst niet. Maar de Heere zegt:

“Indien Ik u niet was, gij hebt geen deel met Mij.” — Johannes 13:8 (STV)

Daarna wil Petrus helemaal gewassen worden. Dan antwoordt de Heere:

“Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein.” — Johannes 13:10 (STV)

Dat is een belangrijk onderscheid.

Wie van Christus is, is geheel rein. De gelovige staat in Christus voor God. Maar zolang hij door deze wereld wandelt, krijgt hij vuile voeten. Hij leeft nog in een wereld van zonde, leugen, verwarring, verzoeking en dood.

Daarom wast Christus de voeten.

Niet omdat het fundament telkens opnieuw gelegd moet worden. Niet omdat de gelovige steeds opnieuw van nul af aan moet beginnen. Maar omdat Christus Zijn Woord toepast op onze wandel, ons denken, ons hart en ons geweten.

Hij reinigt Zijn gemeente door het Woord.

 

Het geweten gereinigd om God te dienen

Christus is niet bezig om de buitenkant van de oude mens religieus op te poetsen. Hij reinigt dieper. Hij reinigt het geweten.

Hebreeën 9 zegt:

“Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?” — Hebreeën 9:14 (STV)

Dat is bevrijdend.

Veel gelovigen hoeven niet steeds opnieuw te horen dat zij tekortschieten. Dat weten zij al. Zij kennen hun zwakheid. Zij kennen hun falen. Zij weten hoe snel zij afdwalen, struikelen of innerlijk verward raken.

Maar de Bijbel werpt hen niet eindeloos terug op hun tekort. De Bijbel richt hen op Christus.

Het bloed van Christus reinigt het geweten van dode werken. Waarom? Niet zodat wij geestelijk in een hoekje blijven zitten met ons hoofd omlaag. Maar “om den levenden God te dienen”.

Een gereinigd geweten maakt vrijmoedig. Niet oppervlakkig. Niet wetteloos. Niet onverschillig. Maar vrijmoedig in Christus.

 

Niet zelfverbetering, maar leven uit Genade

Het christelijk leven is geen cursus zelfverbetering met een Bijbeltekst erboven.

Natuurlijk verandert Gods genade een mens. Natuurlijk leert de gelovige anders wandelen. Natuurlijk zijn goede werken belangrijk. Maar de volgorde is alles.

Titus 2 zegt:

“Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” — Titus 2:14 (STV)

Christus reinigt Zichzelf een eigen volk. En dat volk wordt ijverig in goede werken.

Goede werken zijn dus niet de wortel van onze aanvaarding. Ze zijn de vrucht van Christus’ werk.

Onder wet werk je om aanvaard te worden.
Onder genade dien je omdat je aanvaard bent in Christus.

Onder wet kijk je steeds naar jezelf.
Onder genade zie je op Christus.

Onder wet blijft het geweten onrustig.
Onder genade wordt het geweten gereinigd om God te dienen.

Dat is geen goedkoop gemak. Leven uit genade is juist vernederend voor het vlees. Want genade zegt dat de mens zichzelf niet kan redden, niet kan reinigen en niet kan opwerken tot God.

De mens komt met lege handen. Niet als een geslaagde heilige. Niet als een opgepoetst geestelijk project. Niet als iemand die eindelijk alles onder controle heeft.

Hij komt tot Christus.

En Christus reinigt.

 

God verzamelt nu een volk voor Zijn Naam

Wat doet God in deze tegenwoordige tijd?

Het Nieuwe Testament geeft daar een duidelijke lijn in. God verzamelt een volk voor Zijn Naam.

In Handelingen 15 lezen we:

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)

Daarna wordt gesproken over het herstel van de vervallen hut van David. Die volgorde is belangrijk. Eerst verzamelt God een volk uit de heidenen. Daarna komt het herstel van Israël en het Davidische koningshuis.

Dat betekent dat Gods huidige werk niet in de eerste plaats bestaat uit wereldverbetering, politieke macht, cultureel herstel of het oprichten van een zichtbaar koninkrijk op aarde. Zijn huidige werk is gericht op de gemeente.

De gemeente is een hemels volk. Zij is verbonden met Christus in de hemel. Zij deelt in Zijn positie, Zijn leven, Zijn toekomst en Zijn erfenis.

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” — Efeze 2:6 (STV)

De gelovige leeft nog op aarde, maar zijn positie is in Christus.

Daarom is het zo schadelijk wanneer christenen hun roeping verwarren met wereldverbetering. Natuurlijk doen wij goed waar wij kunnen. Natuurlijk zorgen wij voor onze naaste. Natuurlijk dragen wij verantwoordelijkheid in het gewone leven.

Maar de gemeente is geen religieuze actiegroep voor het oplappen van deze tegenwoordige eeuw. Zij is een volk dat door Christus uit deze eeuw getrokken wordt.

 

Uit de tegenwoordige boze wereld getrokken

Galaten 1 zegt:

“Die Zichzelven gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar den wil van onzen God en Vader.” — Galaten 1:4 (STV)

Dat staat haaks op christelijk activisme.

Wij willen vaak juist iets bereiken ín deze wereld. Erkenning. Invloed. Positie. Herstel van christelijke normen. Een steviger christelijk geluid. Een cultuur die weer naar ons luistert.

Maar Christus heeft Zich gegeven om ons te trekken uit deze tegenwoordige boze wereld.

Dat betekent niet dat wij onverschillig worden. Het betekent dat wij nuchter worden. Deze wereld wordt niet uiteindelijk hersteld door menselijke inzet. God maakt een nieuwe schepping. En vandaag verzamelt Hij een volk dat bij Christus hoort.

 

Waarom mensgerichte prediking schromelijk tekortschiet

Veel prediking klinkt praktisch, maar is in wezen mensgericht. Ze draait om onze problemen, onze gevoelens, onze keuzes, onze relaties, onze groei, onze houding, onze prestaties en onze geestelijke temperatuur.

Natuurlijk raakt het Woord van God ons leven. Maar wanneer Christus uit het centrum verdwijnt, blijft er vooral religieuze psychologie over. Dan wordt de Bijbel een kapstok voor menselijke thema’s. Dan is de mens het onderwerp en Christus hooguit de helper.

Bijbelse prediking begint anders.

opent het Woord.
toont Christus.
verkondigt Zijn werk.
plaatst de gelovige in Hem.
bevrijdt het geweten door Genade.
roept op tot dienst vanuit rust, niet vanuit kramp.

Waar de mens centraal staat, groeit onrust.
Waar Christus centraal staat, komt geloofsadem.

 

Leven vanuit Christus’ tegenwoordige werk

De vraag is dus niet allereerst: hoe krijg ik mijn leven onder controle?

De betere vraag is: leef ik uit Christus’ tegenwoordige werk?

Stel ik mij onder Zijn Woord?
Laat ik Hem mijn geweten reinigen?
Rust ik in Zijn priesterschap?
Geloof ik dat Hij voor mij bidt?
Zie ik mijzelf in Christus, of blijf ik gevangen in mijzelf?

De gelovige hoeft niet te leven onder de voortdurende dreiging van beschuldiging. Romeinen 8 zegt immers dat God rechtvaardigt en Christus bidt.

Daarom mag de gelovige vrijmoedig leven. Niet omdat hij in zichzelf sterk is. Niet omdat zijn oude mens verbeterd is. Niet omdat hij nooit struikelt. Maar omdat Christus leeft.

 

De troost van de levende Christus

Wat doet Christus vandaag?

Hij leeft.
Hij bidt.
Hij reinigt.
Hij heiligt.
Hij verzamelt een volk voor Zijn Naam.
Hij maakt gelovigen bekwaam om dienaren te zijn van het Nieuwe Verbond.

Dat is de troost.

De gelovige leeft nog met lek en gebrek. Dat hoeft niet vroom weggepoetst te worden. Wij schieten tekort. Wij falen. Wij dragen de zwakheid van de oude mens nog mee.

Maar God ziet de gelovige in Christus. En Christus is niet klaar met Zijn werk.

Hij reinigt door het Woord.
Hij bewaart door Zijn kracht.
Hij bidt aan Gods rechterhand.
Hij maakt bekwaam om de levende God te dienen.

Daarom hoeft de gelovige niet gevangen te blijven in religieuze kramp. Hij hoeft niet eindeloos naar zichzelf te staren. Hij hoeft niet te leven onder de zweep van beschuldiging.

Hij mag zien op Christus.

Niet alleen op Christus aan het kruis, maar ook op Christus in de hemel. De levende Hogepriester. De Verheerlijkte. Degene Die Zijn gemeente liefheeft, haar reinigt door het Woord en haar eenmaal zonder vlek of rimpel voor Zich zal stellen.

Wat doet Christus vandaag?
Hij werkt aan Zijn gemeente.

Christus hangt niet meer aan het kruis en ligt niet meer in het graf. Hij leeft, bidt, reinigt en werkt vandaag aan Zijn gemeente.

En dat is precies waarom het christelijk leven geen leven onder angst is, maar een leven uit Genade.

Zie ook:

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding? – Bijbelse basis

Romeinen 4 over Genade als vaste grond

Vast in Genade

Romeinen 4 is een hoofdstuk voor vermoeide mensen. Voor mensen die ervaren dat hun geloof niet altijd groot is. Voor mensen die zichzelf tegenvallen. Voor mensen die soms kijken naar hun lichaam, hun omstandigheden, hun verleden, hun zwakheid, hun zonde, hun onvermogen, en dan denken: hoe kan Gods belofte voor mij nog vaststaan?

Paulus wijst ons niet op onze kracht. Niet op onze prestaties. Niet op onze geestelijke staat van dienst. Hij brengt ons bij Abraham. En via Abraham brengt hij ons naar God Zelf.

Want de boodschap van dit gedeelte is niet: Abraham was zo sterk.

De boodschap is: God is zo betrouwbaar.

Belofte ligt vast omdat-het Genade is.
Belofte ligt vast omdat het Genade is.

Uit geloof

Paulus schrijft:

“Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij; ten einde de belofte vast zij al den zade” Romeinen 4:16 (STV)

Dat is een zin om langzaam te lezen. De belofte is uit geloof, opdat zij naar genade is. En omdat zij naar genade is, is zij vast.

Niet omdat Abraham zo indrukwekkend was.
Niet omdat zijn omstandigheden zo hoopgevend waren.
Niet omdat zijn lichaam nog vol levenskracht was.
Niet omdat Sara menselijk gesproken nog kinderen kon krijgen.

Integendeel. Alles sprak hen tegen.

Abraham was oud. Sara was onvruchtbaar. De belofte leek onmogelijk. En toch staat er:

“Welke tegen hoop op hoop geloofd heeft, dat hij zou worden een vader van vele volken; volgens hetgeen gezegd was: Alzo zal uw zaad wezen.” Romeinen 4:18 (STV)

Dat is geloof. Niet optimisme. Niet jezelf moed inspreken met losse kreten. Niet doen alsof de feiten niet bestaan. Geloof is: God meer vertrouwen dan wat zichtbaar is.

Abraham keek niet weg van de feiten

Abraham zag de dood in zijn eigen lichaam. Hij zag de onmogelijkheid bij Sara. Hij had alle reden om te zeggen: dit kan niet meer. En menselijk gesproken klopte dat ook.

Maar geloof rekent niet alleen met wat de mens nog kan. Geloof rekent met Wie God is.

Paulus zegt van God:

“God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren” Romeinen 4:17 (STV)

Dát is de God van het Evangelie. Niet een God Die alleen werkt wanneer er nog genoeg menselijke mogelijkheden over zijn. Niet een God Die wacht tot wij sterk genoeg zijn, in de overwinningsmodus gaan om Zijn belofte waar te maken. Maar de God Die leven brengt waar dood is. Die roept wat er nog niet is. Die Zijn eigen Woord vervult, ook wanneer de omstandigheden gesloten lijken als een graf.

Daarom is dit zo bemoedigend.

Want als de belofte door de wet zou zijn, dan viel alles terug op de mens. Dan moest de mens het waarmaken. Dan moest de mens voldoen. Dan moest de mens zichzelf omhoog werken tot het niveau van Gods eis. Maar Paulus snijdt die weg af:

“Want indien degenen, die uit de wet zijn, erfgenamen zijn, zo is het geloof ijdel geworden, en de beloftenis te niet gedaan.” Romeinen 4:14 (STV)

Als het via de wet loopt, wordt geloof leeg. Dan wordt de belofte krachteloos. Dan blijft er geen rust over, maar alleen spanning.

Heb ik genoeg gedaan?

Ben ik ver genoeg gekomen?

Is mijn geloof wel sterk genoeg?

Is mijn wandel wel zuiver genoeg?

Heb ik niet te veel gefaald?

Maar God heeft de belofte niet op die grond gefundeerd.

Hij heeft haar gefundeerd op Genade.

En Genade is geen dun laagje over menselijke verdienste. Genade is niet God Die het laatste beetje aanvult nadat wij ons best hebben gedaan. Genade is Gods vrije gunst voor mensen die niets kunnen aanbrengen om zichzelf rechtvaardig te maken.

Daarom ligt de belofte vast.

Niet ik maar Christus, rust vinden buiten jezelf

Niet omdat jij zo vast bent.
Maar omdat Christus vast is.
Niet omdat jouw hand altijd stevig vasthoudt.
Maar omdat Gods hand niet loslaat.
Niet omdat jouw geloof nooit beeft.
Maar omdat het voorwerp van je geloof niet wankelt.

Abraham werd niet gerechtvaardigd omdat hij een groot geloof als prestatie leverde. Hij werd gerechtvaardigd omdat hij God geloofde. Omdat hij rustte in Gods belofte.

“En hij heeft aan de beloftenis Gods niet getwijfeld door ongeloof; maar is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer; En ten volle verzekerd zijnde, dat hetgeen beloofd was, Hij ook machtig was te doen.” Romeinen 4:20-21 (STV)

Dat is de kern: God is machtig te doen wat Hij beloofd heeft.

En Paulus laat ons niet bij Abraham staan alsof dit alleen een oude geschiedenis is. Hij zegt nadrukkelijk dat dit ook voor ons geschreven is:

“Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven, dat het hem toegerekend is; Maar ook om onzentwil, welken het zal toegerekend worden, namelijk dengenen, die geloven in Hem, Die Jezus, onzen Heere, uit de doden opgewekt heeft” Romeinen 4:23-24 (STV)

Daar wordt het verhaal ineens heel persoonlijk.

Dit gaat niet alleen over Abraham. Dit gaat over iedereen die gelooft in God, Die Jezus onze Heere uit de doden opgewekt heeft. Het geloof ziet dus niet maar vaag omhoog. Het grijpt zich vast aan de God van de opstanding. Aan de God Die niet alleen leven beloofde uit Abrahams verstorven lichaam, maar Die Zijn eigen Zoon uit de doden heeft opgewekt.

En dan eindigt dit gedeelte bij het hart van het Evangelie:

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” Romeinen 4:25 (STV)

Dáár ligt de rust.

Christus is overgeleverd om onze zonden. Niet om vage fouten. Niet om kleine tekortkomingen.

Om onze zonden.

Schuld.

Overtreding.

Verlorenheid.

En Hij is opgewekt om onze rechtvaardigmaking.

Zijn opstanding is Gods stempel op het volbrachte werk. God zegt: het offer is aangenomen. De schuld is gedragen. De dood is overwonnen. De rechtvaardiging staat vast.

Daarom mag een gelovige ademen en leven.

Niet omdat hij nooit struikelt.
Niet omdat hij zichzelf altijd begrijpt.
Niet omdat zijn gevoel altijd meewerkt.
Niet omdat de omstandigheden hoopvol lijken.

Maar omdat Jezus Christus overgeleverd is om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.

Dat maakt Romeinen 4 zo sterk bemoedigend. Het haalt de grond onder onszelf vandaan, maar geeft een veel betere grond onder onze voeten: Christus Zelf.

De wet werkt toorn. De wet wijst aan, legt bloot, veroordeelt. Maar de belofte is uit geloof, opdat zij naar Genade zij. En omdat zij naar genade is, is zij vast.

Dus wanneer je zwak bent: zie niet eerst naar je zwakheid, maar naar Hem Die de doden levend maakt.

Wanneer je omstandigheden tegenspreken: zie niet alleen naar wat zichtbaar is, maar naar Gods belofte.

Wanneer je geweten je aanklaagt: vlucht niet naar betere prestaties, maar naar Christus, Die overgeleverd is om onze zonden.

Wanneer je bang bent dat je tekortschiet: hoor opnieuw dat de belofte vast is, niet omdat jij deze overeind houdt, maar omdat Gods Genade dat doet

God rechtvaardigt niet de mens die zichzelf denkt te kunnen handhaven . Hij rechtvaardigt de goddeloze die gelooft. Hij maakt levend waar dood is. Hij vervult wat Hij belooft. Hij wekt op wat begraven lijkt.

Romeinen 4 laat zien dat Gods belofte niet rust op menselijke prestatie, wetsonderhouding of geestelijke kracht. Abraham werd gerechtvaardigd door geloof, terwijl alles menselijk gesproken onmogelijk leek. Juist daarom is dit gedeelte zo bemoedigend: God maakt de doden levend en vervult wat Hij belooft. Voor de gelovige ligt de zekerheid uiteindelijk niet in zichzelf, maar in Christus,

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” Romeinen 4:25 (STV)

 

Daarom mag het geloof, soms bevend, maar hardop, zeggen:

Heer, ik zie mijn onvermogen.
Ik zie mijn zonde.
Ik zie mijn zwakheid.
Maar ik zie ook Christus.
Overgeleverd om mijn zonden.
Opgewekt om mijn rechtvaardigmaking.

Dat is genoeg.

Zie ook:

Wat bedoelt de Bijbel met “leven uit Genade”? – Bijbelse basis

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

Genade? – Bijbelse basis

Filippenzen 3:2 uitgelegd | Ziet op de honden en de versnijding

Over honden en kwade arbeiders

Er zijn verzen die je niet kunt afzwakken zonder hun kracht weg te nemen. Filippenzen 3:2 is zo’n vers. Paulus schrijft niet voorzichtig, diplomatiek of omfloerst. Hij trekt fel aan de noodrem:

“Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding.” (Filippenzen 3:2, STV)

Dat is geen losse uitval, geen chagrijnige opmerking en geen ontspoorde emotie. Dit is apostolische waarschuwing. Paulus ziet een geestelijk gevaar dat zó ernstig is, dat zachte woorden niet volstaan. De gemeente moet wakker geschud worden. Niet tegen openlijk ongelovigen. Niet tegen grove goddelozen. Maar tegen religieuze misleiders.

Juist dat maakt dit vers zo actueel.

Waarom Paulus spreekt over honden en kwade arbeiders

In Filippenzen 3 richt Paulus zich niet op mensen buiten de godsdienst, maar op mensen binnen de religieuze sfeer. Mensen die werken, leren, ijveren, beïnvloeden en waarschijnlijk zelfs heel schriftuurlijk overkomen. Toch noemt Paulus hen “honden”, “kwade arbeiders” en “de versnijding”.

Waarom zo fel?

Omdat ze het Evangelie van de Genade aantasten. Ze willen niet eenvoudig rusten in Christus alleen, maar voegen iets van de mens toe. Iets van vlees. Iets van ritueel. Iets van wet. Iets van religieuze verdienste. In de context gaat het vooral om de besnijdenis en het judaïstische denken: de gedachte dat geloof in Christus niet genoeg is, maar dat dat aangevuld zou moeten worden met religieuze, wettische verplichtingen.

Daarom is dit geen klein verschil van inzicht. Dit raakt het hart van het Evangelie.

Paulus zegt in wezen: kijk uit voor mensen die Christus niet openlijk loochenen, maar Hem in de praktijk onvoldoende achten.

“Ziet op de honden”

Dat woord klinkt hard, en dat is het ook. In de Joodse beleving werd “honden” vaak gebruikt voor onreine buitenstaanders. Paulus draait het hier om. Juist de mensen die zich beroemen op hun religieuze zuiverheid, noemt hij honden.

Waarom?

Omdat zij, ondanks hun vrome verpakking, geestelijk onrein zijn in hun leer. Zij brengen de gemeente niet dichter bij Christus, maar terug naar het vlees. Zij brengen geen vrijheid, maar slavernij. Geen genade, maar druk. Geen rust, maar religieuze onrust.

Iemand kan zich beroemen op orthodoxie, traditie, inzetting, religieuze identiteit of uiterlijke heiligheid, en toch in Gods ogen een bron van verontreiniging zijn wanneer hij/zij het Evangelie verdraait.

Dat is een les die de gemeente nooit mag vergeten.

Niet alles wat godsdienstig klinkt, is ook geestelijk gezond.

“Ziet op de kwade arbeiders”

Dat is misschien nog onthullender. Paulus zegt niet dat zij lui zijn. Hij zegt ook niet dat zij niets doen. Integendeel: zij zijn arbeiders. Zij zijn actief. Zij bouwen, spreken, onderwijzen, organiseren, beïnvloeden.

Maar hun arbeid is kwaad.

Waarom kwaad? Omdat arbeid in Gods Koninkrijk niet beoordeeld wordt op ijver, maar op waarheid. Niet op activiteit, maar op trouw aan Christus. Niet op inzet, maar op inhoud.

Er zijn arbeiders die veel doen en toch verkeerd bouwen. Paulus zegt elders:

“Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.” (1 Korinthe 3:11, STV)

Zodra een mens naast Christus nog iets anders als grond van aanvaarding voor God binnenbrengt, wordt zijn arbeid kwaad. Dan kan hij nog zo vroom spreken, nog zo ernstig kijken, nog zo toegewijd lijken, maar zijn werk is niet opbouwend. Het is ondermijnend.

Dat is de tragedie van veel religieuze arbeid: ze lijkt geestelijk, maar tast de vrijheid van de gelovige aan.

“Ziet op de versnijding”

Hier wordt Paulus polemisch. In plaats van het normale woord voor besnijdenis te gebruiken, kiest hij een woord dat meer de betekenis heeft van verminking of verminking door snijden. Waarom? Omdat hij weigert hun ritueel als echte, geestelijke besnijdenis te erkennen.

De ware besnijdenis is volgens Paulus niet iets uiterlijks aan het vlees, maar iets dat met Christus en de Geest te maken heeft. Het volgende vers zegt:

“Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Dat is de sleutel. De tegenstelling is niet tussen besneden en onbesneden lichamen, maar tussen twee totaal verschillende geloofsgronden:

  • vertrouwen op het vlees
  • roemen in Christus Jezus

Dat eerste is religie. Dat tweede is Genade.

Dat eerste kijkt naar de mens. Dat tweede kijkt naar de Heere.

Het eerste zegt: ‘er moet nog iets bij’. Dat tweede zegt: ‘Hij is genoeg’.

Het grote conflict: Christus alleen of Christus plus

Daar draait het in Filippenzen 3 om. Niet alleen daar trouwens. Ook in Galaten. Ook in Handelingen 15. Ook in de brieven van Paulus in het algemeen. Telkens opnieuw komt dezelfde strijd terug: is Christus voldoende, of moet de mens iets toevoegen?

Zodra een mens zegt dat geloof in Christus niet genoeg is zonder ritueel, wetsonderhouding, ceremoniële inzettingen, geestelijke prestaties of uiterlijke kenmerken, komt hij terecht in het kamp waar Paulus hier tegen waarschuwt.

De vraag is nooit alleen: geloven zij in Jezus?

De diepere vraag is: geloven zij dat Jezus genoeg is?

De mens wil altijd iets van zichzelf meenemen

Dat is het hardnekkige probleem van het vlees. Het vlees wil niet genadig gered worden. Het vlees wil meetellen. Het wil iets meebrengen. Iets presteren. Iets voorstellen. Iets toevoegen. Iets zijn.

Daarom is pure genade zo vernederend voor de natuurlijke mens. Genade zegt immers: u hebt niets. U kunt niets. U brengt niets mee. U wordt om niet gerechtvaardigd, alleen op grond van Christus.

Dat is voor het religieuze vlees bijna onverdraaglijk.

Daarom zoeken mensen telkens weer een vorm van geestelijke zelfhandhaving. Dat kan wettisch zijn, sacramenteel, kerkelijk, mystiek, charismatisch, reformatorisch, evangelisch of traditioneel. De vorm verschilt, maar het principe blijft hetzelfde: de mens wil niet volledig buitenspel staan.

Paulus snijdt dat alles af.

“En in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Dat is het echte onderscheid. Niet: hoeveel religie heb je? Niet: welke vorm houd je erop na? Niet: hoe indrukwekkend is je vroomheid? Maar: waar roem je in?

Ook vandaag springlevend

Dit vers is niet alleen van belang voor discussies over de letterlijke besnijdenis in de eerste eeuw. Het principe is veel breder en nog altijd brandend actueel.

Overal waar mensen iets naast Christus stellen als noodzakelijke aanvulling op de volle aanvaarding bij God, keert de geest van Filippenzen 3:2 terug.

Denk aan systemen waarin uiterlijke rituelen en vormen een zaligmakende of bijna zaligmakende plaats krijgen. Denk aan prediking waarin de zekerheid van het geloof wordt ingeruild voor een eindeloze blik op innerlijke indrukken. Denk aan bewegingen waar heiliging ongemerkt verandert in een voorwaarde voor aanvaarding. Denk aan groepen waar bepaalde regels, gebruiken of geestelijke ervaringen de maatstaf worden van ware geestelijkheid.

Dan verandert het evangelie subtiel maar dodelijk.

Dan wordt Christus niet altijd openlijk verloochend, maar wel praktisch verduisterd.

En dát is precies waarom Paulus zo scherp spreekt.

Scherpe taal kan liefdevolle taal zijn

Sommigen schrikken van de toon van Paulus. Maar dat komt vaak doordat men liefde verwart met zachtheid. De liefde van een herder is niet altijd zacht in formulering. Soms is deze scherp,  juist omdat het gevaar groot is.

Een herder die wolven aaibaar noemt, heeft de schapen niet lief.

Paulus ziet wat er op het spel staat. Als de gemeente meegaat in wettische misleiding, verliest zij de vrijheid van het evangelie. Dan komt zij weer onder druk, onder slavernij, onder onzekerheid, onder menselijke controle. Dan wordt de blik van Christus afgetrokken en op de mens gericht.

Daarom is deze scherpte geen vleselijke uitbarsting, maar heilige ijver.

Ook vandaag is er behoefte aan zulke duidelijkheid. Niet aan ruzie om de ruzie. Niet aan harde woorden als karaktertrek. Maar wel aan het vermogen om werkelijk te onderscheiden en benoemen waar het Evangelie geweld wordt aangedaan.

De ware besnijdenis

Paulus laat het niet bij waarschuwing. Hij laat ook zien wat echt is.

“Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Hier staan drie kenmerken van de ware gelovige.

God dienen in de Geest

Niet uitwendig, ceremonieel of vleeslijk, maar in de kracht van de Heilige Geest. Niet als religieuze prestatie, maar als vrucht van nieuw leven. Niet als wettische last, maar als levende gemeenschap met God.

In Christus Jezus roemen

De gelovige roemt niet in afkomst, traditie, inzetting, ernst, bevinding, kerkelijke positie of morele prestatie. Hij roemt in Christus. Hij heeft niets om zich op voor te staan buiten Hem.

Niet in het vlees betrouwen

Dat is de doorslag. Geen vertrouwen op de mens. Niet op religieuze voorrechten. Niet op zichtbare kenmerken. Niet op werken. Niet op het oude verbond als weg tot rechtvaardigheid. Niet op iets van onszelf.

Dat is een radicale breuk met alle religieuze zelfhandhaving.

Paulus’ eigen voorbeeld

Het aangrijpende is dat Paulus vervolgens juist laat zien dat hij zelf alle reden had om op het vlees te vertrouwen, als dat ooit een geldige weg was geweest. Hij was besneden op de achtste dag, uit Israël, uit de stam van Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër. Maar wat zegt hij?

“Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus’ wil schade geacht.” (Filippenzen 3:7, STV)

En verder:

“Ja gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere.” (Filippenzen 3:8, STV)

Dát is de ware bekering: niet alleen van zonde in ruwe vorm, maar ook van vrome zelfhandhaving. Niet alleen van goddeloosheid, maar ook van godsdienstigheid als grond voor God.

Veel mensen menen dat zij vooral moeten breken met wereldgelijkvormigheid. Dat is waar, maar niet het hele verhaal. Men moet ook breken met elk vertrouwen op religieus vlees.

Waarom Filippenzen 3:2 vandaag nog actueel is

Filippenzen 3:2 hoort thuis in elke tijd waarin het evangelie van de genade bedreigd wordt. En dat is altijd.

Zodra de gemeente niet meer helder zegt dat de zondaar uitsluitend door Genade, uitsluitend op grond van Christus, uitsluitend door het geloof wordt aangenomen, ontstaat ruimte voor de “kwade arbeiders”.

Dan komen er systemen, stappenplannen, geestelijke hiërarchieën en religieuze meetlatten. Dan wordt de eenvoud in Christus vervangen door menselijke toevoegingen. Dan gaat men niet meer rusten in het volbrachte werk, maar zoeken naar aanvulling, bevestiging en verdienste.

Dat maakt onvrije christenen. Onzekere christenen. Vermoeide christenen. Op zichzelf teruggeworpen christenen.

Maar het Evangelie maakt juist vrij.

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)

Geen compromis met een vals evangelie

Paulus is op dit punt onverbiddelijk. Niet omdat bijzaken hoofdzaak moeten worden, maar omdat de hoofdzaak hier werkelijk op het spel staat. Een evangelie waarin de mens weer centraal komt te staan, is geen onschuldige variant. Het is geestelijke vergiftiging.

Daarom moeten gemeenten, voorgangers en gelovigen leren om niet alleen te vragen of iets vroom klinkt, maar of het echt Christus grootmaakt.

Wordt de mens kleiner of groter?

Wordt Christus genoeg genoemd of slechts als beginpunt gebruikt?

Brengt men mensen in vrijheid of in geestelijke slavernij?

Wordt het vlees gekruisigd of religieus opgepoetst?

Dat zijn de vragen van Filippenzen 3.

“Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding.” (Filippenzen 3:2, STV)

Dat is geen vergeten eerste-eeuwse strijdkreet. Het is een blijvende waarschuwing van de Heilige Geest aan de gemeente van Christus.

Pas op voor religie zonder Genade.

Pas op voor arbeid zonder waarheid.

Pas op voor ritueel zonder nieuw leven.

Pas op voor mensen die veel over God spreken, maar uiteindelijk het vlees weer ruimte geven.

De ware gelovige heeft maar één roem, maar dat is genoeg:

“Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Waar Christus alleen overblijft, daar begint de vrijheid. Waar de mens weer iets mag/moet meebrengen, daar begint de slavernij opnieuw.

En daarom blijft Paulus’ waarschuwing noodzakelijk, scherp en heilzaam.

Wie Filippenzen 3:2 serieus neemt, ziet hoe gevaarlijk religie zonder Genade is. Paulus waarschuwt scherp, omdat alles op het spel staat wanneer mensen niet meer rusten in Christus alleen, maar weer gaan vertrouwen op het vlees.

zie ook:

Laat u met God verzoenen – Bijbelse basis

God spreekt over Zijn Zoon – Bijbelse basis

Hoe het christendom wordt uitgehold door de cultus van beleving – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights