Een andere Jezus: Paulus waarschuwt in 2 Korinthe 11

Een andere Jezus, een andere geest, een ander evangelie

Een andere Jezus is volgens Paulus een levensgevaarlijke vorm van geestelijke misleiding. In 2 Korinthe 11 waarschuwt hij niet alleen voor een andere Jezus, maar ook voor een andere geest en een ander evangelie. Daarmee maakt hij duidelijk dat niet alles wat christelijk klinkt werkelijk van Christus is. Juist daarom moet de gemeente leren onderscheiden wat een andere Jezus is en vasthouden aan de Christus van de Schrift.

Veel prediking klinkt christelijk. De naam van Jezus valt. Er wordt uit de Bijbel gelezen. Er is emotie, overtuiging en soms veel geestelijke taal.

Maar Paulus laat in 2 Korinthe 11 zien dat dit nog geen bewijs is dat het werkelijk om de waarheid gaat.

Hij waarschuwt namelijk voor een andere Jezus, een andere geest en een ander evangelie. Dat zijn geen onschuldige verschillen van inzicht. Dat is geestelijke misleiding.

“Doch ik vrees, dat niet enigszins, gelijk de slang Eva door haar arglistigheid bedrogen heeft, alzo uw zinnen bedorven worden, om af te wijken van de eenvoudigheid, die in Christus is.” (2 Korinthe 11:3, STV)

“Want indien degene, die komt, een anderen Jezus predikte, dien wij niet gepredikt hebben, of indien gij een anderen geest ontvingt, dien gij niet hebt ontvangen, of een ander evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, zo verdroegt gij hem met recht.” (2 Korinthe 11:4, STV)

Paulus spreekt hier niet over een klein accentverschil. Hij trekt een scheidslijn. Er is waarheid, en er is vervalsing.

Het gevaar komt van binnenuit

Opvallend is dat Paulus hier niet waarschuwt voor openlijke vijanden van het christelijk geloof. Hij waarschuwt voor mensen die komen prediken.

Dat maakt deze tekst zo scherp.

Het grootste gevaar voor de gemeente komt vaak niet van buiten, maar van binnenuit. Niet van openlijke vijandschap, maar van religieuze misleiding die zich christelijk voordoet.

Dat was in Eden al zo. De slang kwam niet met een grove, directe ontkenning. Hij kwam met verdraaiing. Met twijfel. Met een subtiele verschuiving.

Zo werkt misleiding nog steeds.

Niet alles wat over Jezus spreekt, predikt de ware Jezus.

De eenvoudigheid die in Christus is

Paulus vreest dat de gelovigen zullen afwijken van “de eenvoudigheid, die in Christus is”.

Daarmee bedoelt hij niet oppervlakkigheid. Hij bedoelt zuiverheid. Een onverdeelde gerichtheid op Christus. Geen religieuze omwegen. Geen menselijke toevoegingen. Geen geestelijke opsmuk.

De ware prediking drijft een mens niet naar religieuze sensatie, maar naar Christus.

Niet naar zelfverheffing, maar naar afhankelijkheid.

Niet naar ervaringen als fundament, maar naar het Woord van God.

Zodra die eenvoudigheid verdwijnt, ontstaat ruimte voor vervalsing. Dan komt er iets naast Christus. Of iets boven Christus. Of iets dat aantrekkelijker lijkt dan Christus.

Maar wat naast Christus komt, verdringt uiteindelijk Christus.

Een andere Jezus is geen kleine afwijking

Dit is misschien wel het meest confronterende punt.

Paulus zegt niet dat deze verleiders een heidense afgod prediken. Nee, hij zegt dat zij een andere Jezus prediken.

Dus: dezelfde naam, maar een andere inhoud.

Dat zien we vandaag overal.

Er wordt een Jezus gepresenteerd die vooral bestaat om mensen succesvol te maken. Een Jezus die vooral bevestigt. Een Jezus die niet meer scherp spreekt over zonde, oordeel, bekering en heiligheid.

Soms is het een Jezus zonder kruis.

Soms een Jezus zonder bloed.

Soms een Jezus zonder toorn.

Soms een Jezus zonder heerschappij.

Maar een Jezus die niet de Christus van de Schrift is, kan niemand redden.

De ware Heere Jezus Christus is niet kneedbaar. Hij is niet aan te passen aan menselijke voorkeuren. Hij is de Zoon van God, de Heilige, de Gekruisigde en Opgestane Heere.

Wie een andere Christus brengt, brengt geen licht maar misleiding.

Een andere Jezus en een andere geest

Paulus noemt ook een andere geest.

Daarmee maakt hij iets heel belangrijks duidelijk: niet iedere geestelijke ervaring komt van de Heilige Geest.

Dat is een waarheid die vandaag hard nodig is.

Veel mensen denken: als iets krachtig voelt, veel emotie oproept of indrukwekkend oogt, dan zal het wel van God zijn. Maar de Bijbel leert dat niet.

De Heilige Geest verheerlijkt Christus en leidt in de waarheid.

“Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.” (Johannes 16:13, STV)

Waar mensen losraken van de Schrift, verslaafd raken aan ervaringen, opgeblazen worden in geestelijke trots of voortdurend achter nieuwe manifestaties aanjagen, is reden tot ernstige waakzaamheid.

Niet iedere sfeer is van God.

Niet iedere manifestatie is van de Heilige Geest.

Niet iedere religieuze kracht is heilig.

Een andere Jezus en een ander evangelie

Dan noemt Paulus nog een ander evangelie.

Hier raakt hij de kern.

Het evangelie is Gods boodschap van redding voor verloren zondaren. Wie dat evangelie vervalst, raakt het hart van het christelijk geloof.

Het ware evangelie verkondigt dat een zondaar alleen uit genade, alleen door het geloof, alleen op grond van het volbrachte werk van Christus behouden wordt.

Zodra daar iets aan wordt toegevoegd, is het evangelie al aangetast.

Denk aan:

  • Genade plus werken
  • geloof plus prestaties
  • Christus plus religieuze verdienste
  • bekering vervangen door zelfontplooiing
  • verzoening vervangen door succes, herstel of doorbraak

Dan klinkt het misschien nog christelijk, maar het is niet meer het evangelie dat Paulus predikte.

“Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel, u een evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.” (Galaten 1:8, STV)

Paulus laat hier geen ruimte voor vaagheid. Een ander evangelie is niet een variant op de waarheid. Het is een vervalsing.

Waarom veel christenen een andere Jezus verdragen

Het aangrijpende in 2 Korinthe 11:4 is dat Paulus zegt: “zo verdroegt gij hem met recht.”

Met andere woorden: jullie laten het toe.

Jullie pikken het.

Jullie verdragen dat iemand een andere Jezus, een andere geest en een ander evangelie brengt.

Dat is vandaag niet anders.

Veel christenen toetsen nauwelijks meer. Als iemand vlot spreekt, veel invloed heeft, sterke verhalen vertelt en geestelijk overkomt, dan vindt men het al gauw goed.

Maar charisma is geen toetssteen.

Succes is geen toetssteen.

Populariteit is geen toetssteen.

Emotionele impact is geen toetssteen.

De toets is waarheid.

Hoe moet je toetsen?

De Schrift roept gelovigen op om te toetsen.

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.” (1 Johannes 4:1, STV)

Dat betekent dat iedere prediking, bediening en geestelijke claim moet worden gemeten aan het Woord van God.

Niet aan sfeer.

Niet aan wonderverhalen.

Niet aan uitstraling.

Niet aan bereik.

Niet aan succes.

De echte vragen zijn:

Wordt de Christus van de Schrift gepredikt?

Wordt het Evangelie van genade zuiver gebracht?

Wordt zonde ernstig genomen?

Staat het kruis centraal?

Wordt de mens vernederd en God verheerlijkt?

Leidt deze prediking tot gehoorzaamheid aan het Woord?

Waar die vragen verdwijnen, verdwijnt ook de bescherming tegen misleiding.

Waarom deze waarschuwing nu zo actueel is

Juist vandaag is 2 Korinthe 11 brandend actueel.

Er zijn meer platforms, meer predikers, meer conferenties, meer video’s en meer “bedieningen” dan ooit. Maar meer aanbod betekent niet automatisch meer waarheid.

Integendeel.

Er wordt een Jezus aangeboden die vooral therapeutisch is.

Er wordt een evangelie gepresenteerd dat vooral motiverend is.

Er wordt een geestelijkheid bevorderd die vooral om ervaring draait.

Maar Paulus waarschuwt: achter zulke verschuivingen kan een diepe geestelijke vervalsing schuilgaan.

Niet alles wat christelijk klinkt, is christelijk.

Niet alles wat over Jezus spreekt, verkondigt de ware Jezus.

Niet alles wat geestelijk oogt, is van de Heilige Geest.

Niet alles wat evangelie heet, is het evangelie van God.

De gemeente heeft geen vernieuwing nodig maar trouw

De kerk heeft geen nieuwe Jezus nodig.

Zij heeft geen spannendere geest nodig.

Zij heeft geen aantrekkelijker evangelie nodig.

Zij heeft nodig wat de apostelen verkondigd hebben.

De ware Christus.

De ware Geest.

Het ware Evangelie.

De kracht van de gemeente ligt niet in originaliteit, maar in trouw. Niet in spektakel, maar in waarheid. Niet in religieuze show, maar in volharding bij het Woord van God.

Zodra de gemeente denkt dat Christus alleen niet meer genoeg is, staat zij al op glad ijs.

De waarschuwing van Paulus is glashelder. Een andere Jezus redt niet, een andere geest heiligt niet en een ander evangelie zaligt niet.

Daarom moet de gemeente niet alles aanvaarden wat vroom klinkt, maar alles toetsen aan de Schrift.

Alleen de ware Christus van de Bijbel redt. Wie afwijkt van Hem, komt uit bij een andere Jezus.

 

Veelgestelde vragen FAQ

Wat betekent een andere Jezus in 2 Korinthe 11?

Paulus bedoelt een valse voorstelling van Christus. Men gebruikt wel de naam Jezus, maar verkondigt niet de Bijbelse Christus zoals de apostelen Hem predikten.

Wat is een andere geest?

Dat is een geestelijke invloed die niet van de Heilige Geest komt. Niet iedere religieuze ervaring of indrukwekkende manifestatie is van God.

Wat is een ander evangelie?

Dat is iedere boodschap die afwijkt van het Evangelie van Genade in Christus. Zodra werken, prestaties of aardse succesbeloften de kern gaan vormen, is het Evangelie vervalst.

Waarom is 2 Korinthe 11 vandaag nog zo belangrijk?

Omdat veel moderne prediking sterk gericht is op beleving, succes en charisma, terwijl de waarheid van Christus en Zijn Evangelie naar de achtergrond schuift.

Sekte in aanbouw, mijn verhaal

Dit ging er mis

Ik zat zelf in een sekte in wording — en in deze video vertel ik wat ik daar van binnenuit heb meegemaakt. Wat begon als iets oprechts en betrokken, veranderde voor mij langzaam in een omgeving waarin controle, invloed en afhankelijkheid een steeds grotere rol gingen spelen. Ik deel dit verhaal niet om mensen aan te vallen, maar om inzicht te geven in processen die van buitenaf vaak moeilijk te herkennen zijn. Of je het een sekte noemt of niet — dat laat ik aan jou over. Wat ik wél weet, is wat ik heb meegemaakt. Als je iets herkent in dit verhaal, neem dat serieus en blijf zelf nadenken.

YouTube player

Ik heb er eerder over geblogd:

De sekte van Wim Griffioen, alwéér een episode over deze klote sekte

Valse Christus sekte: hoe een leider zichzelf God noemt en mensen misleidt

Hoe sekten Bijbelteksten misbruiken voor macht

Sektarisme, manipulatie, kuddegedrag, kerkje spelen

Valse Christus sekte: hoe een leider zichzelf God noemt en mensen misleidt

160 mensen geloven dat hij de Heer is: zo werkt geestelijke misleiding, de zoveelste valse Christus

Een valse christus sekte is geen ver-van-je-bed-verhaal. Er zijn vandaag groepen waarin een leider zichzelf de vleesgeworden Heer noemt en mensen die dat zonder twijfel geloven. Niet ondanks de Bijbel, maar zogenaamd dankzij de Bijbel.

Ergens in Nederland zit zo’n groep van ongeveer 160 mensen.
Ze lezen de Bijbel. Ze spreken over God. Ze gebruiken christelijke taal.

En toch geloven ze iets huiveringwekkends:

hun leider is de ‘vleesgeworden Heer.’

Niet symbolisch.
Niet overdrachtelijk.
Letterlijk.

Hoe kan het dat mensen met een Bijbel in de hand zo ver afdwalen?

 

Dit begint nooit met waanzin, maar met “dieper inzicht”

Niemand stapt een groep binnen waar op dag één wordt gezegd:
“Deze man is God.”

Het begint subtiel:

  • Bijbelstudies die “dieper” lijken
  • Kritiek op andere gelovigen (“zij zien het niet”)
  • Een leider met charisma en overtuiging

Langzaam verschuift de basis:

  • van Schrift → naar uitleg
  • van uitleg → naar persoon
  • van persoon → naar absolute autoriteit

En dan, bijna ongemerkt, wordt de grens overschreden.

 

De beslissende verschuiving: van Christus naar een mens

De Bijbel zegt:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond…” (Johannes 1:14, STV)

Dat spreekt over één unieke gebeurtenis:
God werd mens in Jezus Christus.

Maar in sektes gebeurt iets anders:

deze tekst wordt losgemaakt van zijn context
en toegepast op een hedendaagse leider

Niet openlijk eerst, maar stap voor stap.

Tot de conclusie ineens “logisch” lijkt:
God openbaart Zich opnieuw… in hem.

In elke valse christus sekte zie je hetzelfde patroon terugkomen. De leider wordt steeds belangrijker, terwijl Christus steeds meer naar de achtergrond verdwijnt. Uiteindelijk draait een valse christus sekte niet meer om waarheid, maar om gehoorzaamheid aan één persoon.

 

Wat vreten ze uit met hun Bijbel?

Ze gooien hem niet weg.
Dat maakt het juist zo gevaarlijk.

Selectief lezen

Alle teksten die hun leider ondersteunen worden benadrukt.
Alles wat hem tegenspreekt wordt genegeerd of verdraaid.

Verdraaien van de Schrift

“Die ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook de andere Schriften, tot hun eigen verderf.” (2 Petrus 3:16, STV)

De Bijbel wordt geen autoriteit meer — maar een hulpmiddel
om een vooraf vastgestelde waarheid te bevestigen.

De leider wordt de sleutel tot de Bijbel

In plaats van:
de Schrift verklaart zichzelf

wordt het:
de leider verklaart de Schrift

En daarmee gebeurt het onvermijdelijke:

de Schrift wordt ondergeschikt gemaakt aan een mens.

 

Waarom gaan mensen hierin mee?

Niet omdat ze dom zijn.
Maar omdat ze langzaam gevangen raken.

Psychologisch

  • behoefte aan zekerheid
  • verlangen naar leiding
  • angst om fout te zitten

Sociaal

  • vrienden en familie zitten in de groep
  • vertrekken betekent alles verliezen
  • kritiek = verraad

Geestelijk

  • twijfel wordt gezien als ongeloof
  • gehoorzaamheid wordt verheven tot hoogste deugd

De Bijbel zelf waarschuwt hier keihard voor

“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan…” (Mattheüs 24:24, STV)

Let op:
niet “misschien”, maar zullen.

En niet alleen buiten de kerk — maar juist er middenin.

De kern: er is maar Eén

De Schrift laat geen enkele ruimte voor herhaling:

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.” (1 Timotheüs 2:5, STV)

Niet:

  • een nieuwe vleeswording
  • een moderne openbaring in een leider
  • een “uitverkoren lichaam” vandaag

Christus is uniek. Eenmalig. Volkomen.

Wie een valse christus sekte onderzoekt, ontdekt dat de Bijbel nog wel gebruikt wordt, maar nooit meer de hoogste autoriteit is. De interpretatie van de leider bepaalt alles.

 

Wat hier werkelijk gebeurt (zonder omwegen)

Laat ik het zeggen zoals het is:

  • een mens neemt de plaats van Christus in 
  • volgelingen buigen daarvoor
  • de Bijbel wordt aangepast om het te legitimeren

Dat is geen misverstand.
Dat is geen “andere visie”.

Dat is antichristelijk, afgoderij in christelijke verpakking.

 

Hoe herken je een valse christus sekte?

Een valse christus sekte herken je niet meteen aan extreme uitspraken, maar aan een aantal terugkerende kenmerken:

de leider claimt unieke openbaring

kritiek wordt ontmoedigd of bestraft

de groep sluit zich af van buitenstaanders

de Bijbel wordt selectief gebruikt

de leider wordt onmisbaar voor waarheid

In elke valse christus sekte zie je dat Christus langzaam naar de achtergrond verdwijnt en de leider centraal komt te staan.

Dit soort groepen lijken extreem.
Maar de mechanismen erachter zijn nogal platvloers:

Elke beweging waarin:

een mens centraal komt te staan

kritiek onmogelijk wordt

en de Schrift ondergeschikt raakt

zit op hetzelfde spoor.

Daarom is dit geen ver-van-je-bed-verhaal.

Het is een waarschuwing.

zie ook;

Hoe sekten Bijbelteksten misbruiken voor macht – Bijbelse basis

(extern)

Bijbelstudie lezing: Antichrist & antichristen. (1 Joh. 2)

Er is geen trapje uit de hel: de leugen van alverzoening ontmaskerd

Waarom “allen”, “eeuwig” en de oproep tot bekering het gammele bouwwerk laten instorten

Alverzoening klinkt aantrekkelijk.
Een God van liefde die uiteindelijk iedereen redt, wie wil dat nou niet?

Maar zodra je deze leer naast de Schrift legt, valt iets op:
deze staat of valt met een paar sleutelwoorden die systematisch worden verdraaid.

  • “allen” wordt universeel gemaakt
  • “eeuwig” wordt tijdelijk gemaakt
  • oproepen tot bekering worden uitgehold

Haal je die drie weg, dan blijft er niets over.

“Allen” betekent niet: iedereen zonder uitzondering

De redenering is simpel:

‘Christus stierf voor allen → dus allen worden gered.’

Maar dat staat nergens.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.”
(1 Korinthe 15:22, STV)

Klinkt universeel, totdat Paulus zelf de uitleg geeft:

“Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.”
(1 Korinthe 15:23, STV)

Dus:

  • “allen in Adam” → alle mensen
  • “allen in Christus” → allen die van Christus zijn

Niet dezelfde groep.

De Bijbel, maar ook ons taalgebruik, gebruikt “allen” vaak als:

👉 allen binnen een bepaalde categorie, niet iedereen zonder uitzondering.

Opstanding is niet hetzelfde als leven

Hier gaat het tweede mis.

Ja, iedereen zal opstaan.
Maar niet iedereen zal leven.

“En zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis.”
(Johannes 5:29, STV)

Twee uitkomsten:

  • leven
  • verdoemenis

En nog scherper:

“Die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.”
(1 Johannes 5:12, STV)

Niet: krijgt het later
Maar: heeft het niet

Nieuw leven is alleen “in Christus”

De Schrift kent geen automatische levendmaking van alle mensen.

Leven is altijd verbonden aan één realiteit:

👉 in Christus zijn

“Indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel…”
(2 Korinthe 5:17, STV)

Niet iedereen is in Christus.
Dat gebeurt door geloof, niet vanzelf.

“Eeuwig” betekent niet tijdelijk

Om het probleem van oordeel op te lossen, wordt het woord “eeuwig” hergedefinieerd.

Maar de Schrift laat geen ruimte voor die truc:

“En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.”
(Mattheüs 25:46, STV)

Zelfde woord.
Twee bestemmingen.

Als de straf tijdelijk is,
dan is het leven dat ook.

Maar dat wil niemand toegeven.

Waarom dan al die oproepen?

En hier wordt het echt beslissend.

Als iedereen uiteindelijk toch gered wordt,
waarom dan:

  • luisteren
  • gehoorzamen
  • bekeren
  • geloven

Waarom zegt Christus:

“Bekeert u en gelooft het Evangelie.”
(Markus 1:15, STV)

Waarom waarschuwt de Schrift:

“Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen?”
(Hebreeën 2:3, STV)

Waarom deze ernst:

“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.”
(Johannes 3:36, STV)

Niet: verdwijnt later
Maar: blijft

De oproepen zijn geen ‘window dressing’

De Bijbel spreekt niet alsof alles toch goed komt.

Integendeel:

  • geloof is noodzakelijk
  • bekering is dringend
  • ongehoorzaamheid heeft gevolgen

“Strijdt om in te gaan door de enge poort…”
(Lukas 13:24, STV)

Dat zeg je niet als iedereen er vanzelf doorheen gaat.

Alverzoening lijkt liefdevol,
maar ondermijnt precies datgene wat het Evangelie urgent maakt:

  • het maakt geloof optioneel
  • het verzwakt bekering
  • het ontkracht waarschuwingen
  • het relativeert oordeel

Maar de Schrift doet dat nergens.

Er is geen trapje uit de poel des vuurs

Alverzoening moet uiteindelijk één ding doen:
een uitweg verzinnen waar God die niet geeft.

Een tweede kans.
Een herstel na het oordeel.
Een ontsnapping achteraf.

Maar de Schrift kent dat niet.

Nergens.

Niet één tekst spreekt over terugkeer uit de poel des vuurs.
Niet één tekst over herstel na het laatste oordeel.
Niet één tekst over een “uiteindelijk komt het goed”.

Wat er wél staat, is dit:

“En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs.”
(Openbaring 20:15, STV)

Geworpen.

Niet: tijdelijk geplaatst.
Niet: opgevoed.
Niet: voorbereid op herstel.

Geworpen.

En over die plaats zegt de Schrift:

“En zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.”
(Openbaring 20:10, STV)

Niet: tot ze geleerd hebben.
Niet: tot ze zich bekeren.
Maar: in alle eeuwigheid.

Dit is waarom de oproep zo dringend is

Omdat er géén weg terug is.

Omdat de beslissing hier valt.

Omdat de genadetijd eindigt.

“En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel.”
(Hebreeën 9:27, STV)

Niet daarna nog een kans.
Niet daarna nog herstel.
Maar: oordeel.

Daarom zegt Christus niet:

het komt uiteindelijk allemaal goed

Maar:

“Strijdt om in te gaan door de enge poort…”
(Lukas 13:24, STV)

Onontkoombare conclusie

👉 Er is geen trapje uit de poel des vuurs.
👉 Er is geen tweede kans na het oordeel.
👉 Er is geen universele verzoening achteraf.

Alverzoening klinkt liefdevol,
maar spreekt de ernst van Gods Woord tegen.

En wie die ernst wegneemt,
neemt ook de noodzaak van bekering weg.

Daarom blijft de oproep staan, scherp, dringend en persoonlijk:

“Bekeert u en gelooft het Evangelie.”
(Markus 1:15, STV)

Dat is géén randtekst.
Dat is de realiteit volgens Christus Zelf.

Zie ook:

Bijbelstudie lezing: ‘Allen’ als misverstand. (Efeze. 3)….

Bijbelstudie: ALLE KNIE ZAL ZICH BUIGEN – Bijbels Panorama..

Waarom een messiasverwachting niets bewijst: de Mahdi, de Maitreya, de Messias en de grote vergissing

De messias die nooit komt

Waarom een messiasverwachting op zichzelf niets bewijst

Veel mensen denken dat een religie geloofwaardiger wordt wanneer zij een messiasverwachting heeft. Het klinkt immers indrukwekkend: een volk of religie leeft in verwachting van een komende verlosser die recht zal brengen en de wereld zal herstellen.

Maar wie iets dieper kijkt, ontdekt een ongemakkelijke waarheid:

Een messiasverwachting is helemaal niet uniek

Sterker nog: bijna elke grote religie kent een vorm van zo’n verwachting.

Dat betekent dat de verwachting zelf nog niets bewijst.

De islam verwacht ook een redder

Binnen de islam leeft een sterke verwachting van een eindtijdfiguur: de Mahdi.

Volgens veel islamitische tradities zal deze leider verschijnen vlak voor het einde van de wereld. Hij zal:

  • de islam wereldwijd laten zegevieren
  • recht en orde herstellen
  • oorlog voeren tegen vijanden van de islam
  • samen optreden met Isa (Jezus) die volgens de islam zal terugkeren

Voor miljoenen moslims is deze verwachting zeer serieus.

Maar het bestaan van die verwachting maakt de Mahdi nog geen realiteit

Als dat wel zo was, zou elke religie met een eindtijdverlosser automatisch gelijk hebben.

Dat is uiteraard onmogelijk.

De mens verlangt altijd naar een redder

De geschiedenis laat zien dat de mensheid voortdurend redders verwacht.

Het is een religieus patroon:

  • het jodendom verwacht de Messias
  • de islam verwacht de Mahdi
  • het boeddhisme verwacht Maitreya
  • sommige hindoeïstische tradities verwachten Kalki

Waarom?

Omdat de wereld zichtbaar gebroken is.

Mensen voelen intuïtief dat er iemand moet komen die alles rechtzet.

Maar een verlangen naar een redder is nog geen bewijs dat men de juiste Redder kent.

De Bijbel zegt iets totaal anders

Hier komt het radicale verschil.

De Bijbel zegt niet:

er komt ooit een redder.

maar zegt:

de Redder is al gekomen. Geloof dat.

Het evangelie verkondigt dat de Messias niet een toekomstig politiek figuur is, maar een historische Persoon: Jezus Christus.

“Maar wanneer de volheid van de tijd gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.”
(Galaten 4:4, STV)

De Messias is niet een droom van religieuze verwachting.

Hij verscheen in de geschiedenis.

Hij leefde.

Hij stierf.

Hij stond op uit de dood.

Het probleem van een messias zonder Jezus

Een religie die een messias verwacht maar Jezus verwerpt, staat uiteindelijk met lege handen.

Want de Bijbel maakt duidelijk dat de vraag naar de Messias uiteindelijk neerkomt op één beslissende vraag:

Wat doet men met Jezus Christus?

“Wie is de leugenaar, dan die loochent dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.”
(1 Johannes 2:22, STV)

Dat is confronterend.

Maar het maakt het onderscheid helder.

Een messiasverwachting kan nog alle kanten op.

Maar het evangelie wijst naar één Persoon.

Waarom een messiasverwachting zelfs gevaarlijk kan zijn

Ironisch genoeg kan een sterke messiasverwachting mensen juist vatbaar maken voor misleiding.

De Bijbel waarschuwt hier expliciet voor.

“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (zo het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.”
(Matthéüs 24:24, STV)

Wie alleen wacht op een toekomstige redder, kan zo maar  de verkeerde omarmen.

Geschiedenis en religie zitten vol voorbeelden daarvan.

Het Evangelie

De Bijbel draait daarom niet om een religieuze verwachting.

Het draait om een historische realiteit.

Jezus Christus is de beloofde

“Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is.
En de zaligheid is in geen Ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:11–12, STV)

Dáár ligt het beslissende punt.

Niet in de vraag of men een verlosser verwacht.

Maar in de vraag:

Kent men de Verlosser die al gekomen is?

Een messiasverwachting bewijst helemaal niets.

De islam heeft er één.
Het Jodendom heeft er één.
Andere religies hebben er ook één.

Maar alleen het Evangelie zegt:

De Messias is al gekomen.

Zijn Naam is Jezus Christus.

En wie Hem verwerpt terwijl hij een andere redder verwacht, zal bedrogen uitkomen.

 

De gevaarlijkste manier om de Bijbel te lezen

De Schrift verdraaien tot eigen verderf

Waar 2 Petrus 3:16 voor waarschuwt, en waarom dat vandaag nog gebeurt

Er is een ongemakkelijke waarheid die zelden wordt uitgesproken:
je kunt de Bijbel lezen, citeren en onderwijzen, en hem toch verdraaien tot je eigen verderf.

Dat is precies waar de apostel Petrus voor waarschuwt.

Ik bespreek hier een Bijbeltekst die zelden wordt aangehaald, maar die een van de scherpste waarschuwingen van het Nieuwe Testament bevat. De apostel Petrus schrijft over mensen die met de Schrift omgaan op een manier die niet tot leven leidt, maar tot oordeel.

Hij schrijft:

“Gelijk ook in alle zendbrieven, daarin van deze dingen sprekende; in welke dingen sommige zwaar zijn om te verstaan, die de ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook de andere Schriften, tot hun eigen verderf.” (2 Petrus 3:16, STV)

Dat is een verbijsterende uitspraak.
De Bijbel kan namelijk niet alleen verkeerd begrepen worden, hij kan ook verdraaid worden.

En Petrus zegt dat dat niet zonder gevolgen blijft.

Wanneer de Bijbel wordt gebruikt om een eigen leer te bevestigen

Het woord dat Petrus gebruikt voor “verdraaien” betekent letterlijk verwrin­gen of forceren. Het beeld is dat van iets dat zo wordt gebogen dat het een vorm krijgt die het oorspronkelijk niet had.

Dat gebeurt wanneer iemand:

  • teksten uit hun context haalt
  • een systeem in de tekst leest dat er niet uit voortkomt
  • bepaalde Schriftgedeelten negeert
  • duidelijke teksten wegredeneert
  • de Schrift gebruikt als kapstok voor een idee
  • de Schrift gebruikt om een ingelegde vreemde leer te verdedigen

In dat geval spreekt de Bijbel niet meer zelf.
De tekst wordt gedwongen iets te zeggen wat de lezer wil.

Petrus noemt twee kenmerken van zulke mensen

Petrus beschrijft de mensen die dit doen met twee woorden:

ongeleerd
onvast

Dat betekent niet dat zij geen opleiding hebben. Het betekent dat zij:

  • niet werkelijk door de Schrift onderwezen zijn
  • geestelijk instabiel zijn
  • zich niet willen laten corrigeren door het Woord

Het probleem is dus niet gebrek aan intelligentie, maar gebrek aan onderwerping aan de Schrift.

Paulus werd verdraaid

Het opmerkelijke is dat Petrus dit schrijft over de brieven van Paulus.

Hij zegt dat sommige dingen in Paulus’ brieven moeilijk te begrijpen zijn. Niet omdat Paulus onduidelijk was, maar omdat zijn onderwijs diep is. Vooral zijn onderwijs over:

  • genade
  • wet
  • Israël
  • de gemeente
  • het heilsplan van God

Juist die onderwerpen zijn in de geschiedenis van de kerk het meest verdraaid.

Het probleem is van alle tijden

Verkeerde uitleg ontstaat vaak wanneer men de onderscheiden in de Schrift niet respecteert.

Wanneer men bijvoorbeeld:

  • Israël en de gemeente door elkaar haalt
  • wet en Genade vermengt
  • profetieën vergeestelijkt
  • of Gods heilsplan herschrijft

kan de roeping van de gemeente zelf verdraaid worden.

Het gevaar van Schriftverdraaiing zit dus niet alleen buiten, maar juist binnen het christendom zelf.

Het resultaat: geestelijke schade

Petrus gebruikt een schokkend woord voor het gevolg:

verderf.

“tot hun eigen verderf.” (2 Petrus 3:16, STV)

Dat betekent dat verkeerd omgaan met de Schrift uiteindelijk tegen de mens zelf werkt.

De Bijbel is namelijk niet maar een boek dat je kunt bestuderen.
Het is het Woord van God.

Wie het buigt naar zijn eigen wil, komt uiteindelijk zelf onder het oordeel van dat Woord te staan.

Hoe het voorkomen wordt

De Bijbel zelf laat zien hoe de Schrift moet worden behandeld.

Niet door:

  • teksten te isoleren
  • systemen te verdedigen
  • of eigen ideeën te bevestigen

maar door:

  • de context serieus te nemen
  • Schrift met Schrift te vergelijken
  • te luisteren naar wat er werkelijk staat
  • bereid te zijn gecorrigeerd te worden

De houding van de gelovige is daarom niet:

de Schrift corrigeren

maar:

zich laten corrigeren door de Schrift.

Een confronterende vraag

Iedere generatie christenen denkt dat zij de Schrift correct leest.

Maar de waarschuwing van Petrus blijft staan.

De vraag is daarom niet alleen:

kennen we de Bijbel?

De echte vraag is:

laten we de Bijbel spreken, of laten we de Bijbel zeggen wat we willen horen?

Want volgens Petrus is het mogelijk de Schrift te bezitten
en te verdraaien tot eigen verderf.

De sekte van Wim Griffioen, alwéér een episode over deze klote sekte

Totaal -maar gecontroleerd- losgeslagen in naam van de Heer

Wim Griffioen, de dorre en on-goddelijke ex-accountant die ‘voor zichzelf’ begon, en vrouwen en meisjes overheerst

En dan krijg je ineens een appje van een oom, die meldt dat er weer een aflevering met als onderwerp de sekte online staat.

Het kijken was voor mij schokkend. Ik zag gezichten terug van mensen waar ik meer dan 35 jaar geleden vrij intensief mee omging. De gezichten zijn daarom zo bekend omdat ik hun ouders gekend heb, en het heel  goed zichtbaar is van wie zij kinderen zijn. Daaronder bevindt zich ook directe familie van mij, het zijn onder andere kinderen van neven.

Die achteraf dus keihard mede manipulatoren, ordinaire vrouwen en kindermeppers blijken te zijn geworden. Ook zie ik het laatst bekende huis van mijn volle oom langskomen in de beelden.

De EO vond het nodig om de video vanwege auteursrecht te laten verwijderen. Na een hele week online gestaan te hebben .Ik ga niet linken naar uitzending gemist want ik gun ze geen inkomsten via mij van dit grote  leed. Ik heb er zelf uberhaupt niks aan verdiend, had direct al een copyright melding maar had aanvankelijk wel toestemming om te plaatsen. Ik meen dat ik niks verkeerds heb geschreven, of gedaan in deze.

En gelijk een copy right strike van youtube waar ik allerminst van onder de indruk ben.

EO, zak erin! En diep graag.

Ik was gewaarschuwd

In een heel vroeg stadium ben ik daar weggegaan, op aanraden en waarschuwing van mijn ouders, die deze ellende hebben zien aankomen. Maar dat het zo erg zou worden , dat iedereen het ongeveer met iedereen doet, en daar een geestelijk sausje overheen geflikkerd word, is ongeveer het laagste van het laagste wat je kunt verzinnen als de Naam van de Heer genoemd wordt. Bij deze dus weer een blogpost die over deze enge, goddeloze en in meerdere opzichten losbandige club van Griffioen in Boskoop/Waddinxveen gaat.

Machtsmisbruik, manipulatie, sektarisme

Iets in mij zegt dat dit nog steeds niet het laatste is wat we hier over gaan horen. Dingen als machtsmisbruik, manipulatie, en dan onder het mom van geestelijkheid. als je erin zit : het gevoel van de geen kant op kunnen, altijd en overal gecontroleerd worden.

Dat heeft absoluut niks (met de vrijheid in) Christus te maken, laat dat duidelijk zijn.

lees ook:

Sekte in aanbouw, mijn verhaal – Bijbelse basis

De gevaarlijkste manier om de Bijbel te lezen – Bijbelse basis

Sektarisme, manipulatie, kuddegedrag, kerkje spelen – Bijbelse basis

Sektarisme, manipulatie, kuddegedrag, kerkje spelen, vervolg – Bijbelse basis

extern:

https://www.studioalphen.nl/nieuws/mijn-vader-heeft-seks-met-me-tante-en-mijn-moeder-met-mijn-oom-ex-leden-boskoopse-sekte-te-zien-in-programma/

https://archive.vn/ZoRTK

wat ouwe koeien uit mijn archief:

Sekteleider Griffioen op non-actief gezet
08-06-1995 Reformatorisch Dagblad
WADDINXVEEN – Wim Griffioen, de leider van de Waddinxveense religieuze groep, blijkt al enkele weken niet meer voor te gaan, zo deelden enkele groepsleden mee.
De oorzaak is volgens enkele betrokkenen dat de raad van oudsten hem verbood te spreken vanwege een onoirbare seksuele relatie met een vrouwelijk lid van de sekte. Dit werd publiek toen de bewuste vrouw met haar man en vijf kinderen uittrad en vorige week een verklaring aflegde. Een lid van de Raad van Oudsten weigerde het RD commentaar.
In Waddinxveen en omgeving ontstond commotie toen sekteleden alle banden met eigen familie verbraken en die zelfs doodverklaarden. Een dochter weigerde haar stervende vader te bezoeken.
Inmiddels verklaarde de 32-jarige moeder dat zij, onder geestelijke druk van Griffioen, gedwongen werd tot regelmatig seksueel contact met de sekteleider. Ze deed aangifte bij de Waddinxveense politie. De vrouw heeft specialistische hulp gezocht.
De politie bevestigde „met de zaak bezig te zijn, alhoewel er niet een formele klacht wegens verkrachting kon worden ingediend”. Ook andere beschuldigingen aan het adres van Griffioen worden door de politie onderzocht
Verwoestend spoor in de regio
04-05-1995 Reformatorisch Dagblad
Vader ligt al enkele weken op sterven. De dochter -aanhangster van de sekte van Wim Griffioen in Waddinxveen- wordt gesmeekt om afscheid te komen nemen. Maar de hoorn gaat steevast op de haak als bloedverwanten bellen. Ook brieven helpen niet. Voor de deurmat wordt de sinds haar eigen ‘wedergeboorte’ doodverklaarde familie afgescheept.
De vader is inmiddels gestorven. „Mijn man stierf zonder afscheid te hebben genomen van onze dochter. Ze wil met ons niets meer te maken hebben. Ze vertelde ons ook nooit dat zij een kind verwachtte en wij grootouders zouden worden”, aldus de weduwe.
Veel verdriet heerst er inmiddels en families zijn verscheurd. Wat ooit begon als een serieuze bijbelstudiegroep is ontaard in een sekte met alle gevolgen van dien. „Noem Griffioen rustig de grote verleider, zoals de Bijbel erover spreekt”, voegt een predikant me toe. De hervormde kerk in Waddinxveen belegde intussen al twee bijeenkomsten, onder leiding van ds. C. D. Zonnenberg, om betrokken families met elkaar in contact te brengen en te ondersteunen.
Eerder stond in de hervormde kerkbode van Waddinxveen een door het ministerie van vier predikanten ondertekende ernstige waarschuwing tegen Griffioens denkbeelden. „Laten we de macht van de satan niet onderschatten. We hebben er mee te maken”. De predikanten wijzen er overigens op dat tot nu toe géén -voor de Nederlandse wet- strafbare feiten zijn gepleegd. Ieder staat machteloos.
Niets zeggen
Andere voorbeelden? Opa en oma zien hun kleinkind op straat. Het kind mag niet meer bij hen komen want zijn vader en moeder horen ook tot Griffioens getrouwen. „Waarom kom je niet meer bij ons”, zo kan oma haar leed niet verzwijgen. „Mama zegt dat u niet echt van de Heere houdt en daarom mag ik niks meer tegen u zeggen”.
„Van harte gefeliciteerd met je kleinzoon”, hoort een verbaasde Waddinxveense. Ze wist van niets. Dochter en schoonzoon horen bij Griffioen en de zijnen en weigeren elk contact.
Twee jongvolwassen dochters uit een ander gezin komen nooit meer thuis. Wéér een andere moeder: „Mijn dochter kwam me letterlijk dood te verklaren en vertellen zei dat ze nooit meer contact wil hebben met me”.
Behoudend
Rond de honderd leden telt de naamloze sekte van Wim Griffioen (geboren 1950). Vrijwel allen komen uit behoudende delen van de kerken of uit evangelische groepen. Eerder meelevende hervormden en leden van de Gereformeerden Gemeenten; ze horen er ook bij. Griffioen zelf komt uit de gereformeerde gemeente van Utrecht. Het gezin behoorde tot de rand van die kerk, verhuisde naar Alphen aan den Rijn en werd daar hervormd.
Wim wordt boekhouder, maar verkoopt op een gegeven moment zijn administratiekantoor en gaat naar de Evangelische Bijbelschool in Doorn. Daar krijgt hij onder meer les van de bekende Jacob Klein Haneveld. Vervolgens geeft Griffioen bijbelstudie aan huis in Alphen.
In 1984 wordt Griffioen actief in Waddinxveen. Volgens sommigen had zijn boodschap toen, globaal genomen, een bijbelse lijn. Inmiddels is dat volgens ex-volgelingen voorbij. „Niet het Woord is norm, maar de uitleg van Griffioen”. Langzaam komen er meer volgelingen naar het op zondagmorgen afgehuurde “Het Nieuwe Trefpunt” aan de Stationsstraat.
Volgens insiders vindt er na de dood van Klein Haneveld -die ook wel voorging in de Stationsstraateen omslag in het denken van Griffioen plaats. In diens omgeving bivakkeren mensen zoals ex-gereformeerd predikant Ben Groot Enzerink. Met hem ontwikkelt Griffioen een leer die kortweg gezegd inhoudt dat God telkens wéér in het vlees komt. Dat gebeurt dan via voorgangers zoals Griffioen. Helaas vindt ook Groot Enzerink dat hij goddelijke trekken vertoont. Dat geeft scheiding tussen beiden en ieder gaat eigen weg.
Doodverklaard
Kenmerkend voor Griffioens theologie is dat mensen die een bedreiging voor hem vormen of het met hem oneens zijn, verworpen en doodverklaard worden. Dat wordt ook publiek meegedeeld tijdens de bijeenkomst. Toen eigen getrouwen daarover vragen stelden, zou Griffioen gezegd hebben: „Ik ben de Heer”. Daarover lijkt de ‘gemeente’ van Griffioen evenwel nóg niet eensluidend. Enkele getuigen hoorden hem beweren de Messias te zijn. Eén van hen werd daarop boos en verkocht de nepmessias een mep en zette hem uit zijn huis.
Gesprekken hebben inmiddels geleerd dat, in ieder geval de mannelijke, leden ‘trekken’ van de ‘Heer’ hebben. Ze leven „niet meer hier maar in de hemel”.
Eén lid van de gemeente, J. van den Berg uit Zevenhuizen, ontkent inderdaad dat Griffioen de enige ‘Heer’ is. Van den Berg zegt dat hijzelf net zo goed leiding zou kunnen geven. Met evenveel gezag als Griffioen.
Van den Berg staat bij het schoolbord in zijn winkel met benodigdheden voor het zelf maken van wijn aan het Noordeinde. Met ferme zwaai veegt hij de reklame weg en maakt zijn theologische visie aanschouwelijk. Inderdaad, hij zou Griffioen kunnen vervangen, want ook de voorganger zelf gebruikt tijdens de samenkomsten -die soms drie uur duren- veelvuldig het schoolmeesterskrijt.
Griffioens ‘theologie’ zegt dat leden door wedergeboorte gestorven zijn. Ze zijn een totaal ander iemand geworden. Hun oude lichaam én familie achten zij niet meer: „Ik ben dus Jan van den Berg niet meer. Die is dood. Ik ben een nieuw schepsel”.
‘Doden’
Mensen móeten breken met hun natuurlijke familie. Een letterlijk citaat uit een ‘preek’ van Griffioen verklaart die afstand -verbod tot omgang zelfs- vanuit de tekst dat de doden hun doden moeten begraven: „Daarom moeten wij onze aandacht van de doden afwenden”. Erfenissen worden evenwel geaccepteerd als „gaven van God”.
Het eren van vader en moeder naar bijbels gebod wordt als volgt uitgelegd: God is de Vader en met de moeder wordt Jeruzalem bedoeld (naar een vrije uitleg van Galaten 4:26). Maar sekteleden willen ook wel schermen met de tekst dat wie vader of moeder liefheeft boven Christus Hem niet waardig is. Dat is weer tegenstrijdig. De ‘nieuwe familieband’ is sterk en moet oude banden vervangen. Daarom gaat men op zondagmiddagen bij elkaar op visite.
Ex-jehovah-getuige Joseph Wilting schreef een brochure over de vraag hoe we “Destruktieve sekten” (sekten met een vernietigend karakter) kunnen herkennen: De leiding oefent controle uit over gedachten, gevoelens en gedrag van leden. Er zijn veel geboden en verboden. De sleutel om harten van mensen te openen is dat onder de juiste omstandigheden alle mensen kwestbaar zijn. Kenmerkend zijn verder toewijding voor een persoon, idee of ding. Maar ook „isolering van vrienden en familie en het afbreken van de persoonlijkheid”.
Ramen zemen
Aan veel van deze door Wilting beschreven kenmerken voldoet de groep van Griffioen. Een charismatische uitstraling ontbreekt echter. Griffioen is geen vlotte leider. Hij wekt eerder de indruk wat zielig te zijn. Bij problemen in een gezin springt hij in, helpt dan in het huishouden en haalt de kinderen uit school. Juist in een periode dat zijn gezag tanend was, verrichtte hij veel hand en spandiensten in gezinnen. De kritiek verstomde want „hij is toch een fijne man”. Ook schaamt Grifioen zich, indien nodig, het ramen lappen niet.
Zakelijk is de naamloze gemeente ondergebracht in de stichting Immanuël. De leden geven hun bijdragen vrijwillig. Sommigen verklaren tienden te geven. Overigens leeft hij in een sober ingerichte -voor zijn gehandicapte dochter van 17 aangepaste- huurwoning.
Eruit
Er zijn ook mensen uit de sekte gestapt. Anderen werden weerhouden in de sekte te treden door bijvoorbeeeld een kerkelijk meelevende vriendin of vriend die wist te overtuigen met bijbelse argumenten. Juist die -vaak nog jonge- mensen vertellen dat ze de kracht van God ervaren hebben in het gebed en in deze worsteling.
„Bidt om het heil van hen die een heilloze weg gaan”, zo zei ds. Zonnenberg vorige week donderdagavond tot familie van de sekteleden. „Ik bid al zes jaar iedere dag. Tevergeefs. Maar ik weet dat de Heere hen niet loslaat en hen eruit zal halen”, zo getuigt daarop een aanwezige. Een ander vertelt dat ze de verjaardag van de dochter, die bij Griffioen zit, altijd herdenkt bij een andere dochter thuis. Behalve koffie met wat lekkers te nuttigen wordt ook de Bijbel geopend en bidt men met elkaar. „Onze verwachting is en blijft van de Heere want Hij is machtig. Zijn goede hand mocht ik erin zien dat we kort geleden voor het eerst sinds lange tijd weer bij onze dochter welkom waren”, vertelt een moeder.
Sektarisch
Inzage in de -afgebroken- correspondentie tussen sekteleden en hun familie onderstreept het sektarische karakter van de gemeente van Griffioen. „Wij leven niet meer. U staat buiten. Wij willen geen communicatie meer naar het vlees. Zo zijn er voor die in Christus zijn geen aardse banden meer, we hebben een nieuwe familie gekregen”, zo luiden enkele citaten. Na een dergelijke brief weigeren de sekteleden verder te praten. Hoogstens nog een korte reactie. „Er staat geen mens centraal in ons denken. Wij leven in de Eén en niet in de twee. Wie buigen kan en wil zal genade ontvangen”.
Voor familieleden die telefonisch contact zoeken doet de telefoonbeantwoorder zijn werk. Ingesproken teksten worden kort schriftelijk beantwoord: „Gehoor geven aan jullie is luisteren. Aardse banden houden op te bestaan, het oude is voorbijgegaan. Als je de Geest deelachtig bent, herken je of mensen je uit de hemel naar beneden willen trekken, we willen pas contact als jullie ook dat leven kent”. „Wij willen pas contact als jullie erkennen dat Christus vleselijk aanwezig is”, zegt een zoon tegen zijn vader, kennelijk doelend op zijn ‘wedergeboren’ staat.
Een betrokken familielid stuurde een ernstige, indringende brief waarin op bijbelse gronden gewaarschuwd werd tegen de leer van Griffioen. Daarop werd geheel niet gereageerd. De afscheidsbrief lijkt gestandaardiseerd.
Vuurschieten
Ook ds. Zonnenberg wijst op de sektarische elementen. De groep wordt gekenmerkt door een sterke band en de leden zien er hun nieuwe familie in. Bevallingen worden zo mogelijk geheel begeleid door sekteleden, met het roepen van de arts en ziekenhuisopnamen wacht men zeer lang. Het lichaam wordt onbelangrijk geacht. „Als het zó gebeurt, is het kenmerk van sektarisch denken”. De familie wordt doodverklaard en ogen schieten vuur als sekteleden door familie worden aangesproken. Bijbelse argumenten worden genegeerd of naar eigen behoefte uitgelegd en toegepast.
De predikant beluisterde enkele bandjes van ‘bijbelstudies’ van Griffioen. Opmerkelijk is dat Griffioen vaak de Statenvertaling citeert: het verraadt zijn afkomst. Op het eerste gehoor meeslepend, zo oordeelt ds. Zonnenberg. „Maar toen ik wat hoofdlijnen op papier probeerde te zetten, kon ik er geen touw meer aan vastknopen”.
Ontsporingen
Hoewel hij verder (nog) geen strafbare feiten pleegde, leven er wel zorgen over mogelijke seksuele ontsporingen. Dat gebeurt namelijk vaker bij zulke groepen. Familieleden weten met zekerheid dat Griffioen diverse sleutels heeft van huizen van ‘gemeenteleden’ en zo maar naar binnen stapt.
Griffioen wil zelf pas na lang aandringen spreken met iemand van het RD. Het is een moeizaam gesprek. Soms schudt hij meewarig het hoofd en breekt een net begonnen uitleg af: Ach, laat maar. Verantwoording geeft hij niet. Op de foto wil hij evenmin.
Hoe was uw relatie met Groot Enzerink? Verschilde u van mening met hem over wie nu op aarde de heer was?
„Ik ontken noch bevestig dat. Trouwens de krant brengt nieuws dat oud is. Wij verkondigen aan hen wie we ontmoeten”.
U legt aan de mensen in uw bijeenkomsten uit dat ze hun aardse vader en moeder niet hoeven te eren. Klopt dat?
„Kijk maar in de Bijbel, daar staat het”.
„Zegt u dat u de Heer bent?”
„Ik vind het niet zinvol dat te bespreken. Maar de krant stelt allemaal van die menselijke vragen”. „En als je er als journalist één aspect uithaalt, heb je altijd gelijk”.
U leeft van de giften van leden. Hen zijn de tienden opgelegd?
„Ik verplicht niets”.
Kent uw bijeenkomst een kerkeraad?
„Kijk maar in de Bijbel. Als daar oudsten in genoemd worden, hebben wij ze ook”.
„Met wie weet u zich in de geschiedenis verbonden?
„Er zullen wel mensen zijn die er precies eender over gedacht hebben. Daar ben ik dan mee verbonden. Trouwens, alles hangt er vanaf hoe je de Bijbel leest.
Aanvaard u de vroeg-christelijke geloofsbelijdenissen? Leest u die?
„Die lezen we niet”.

Beseft u dat er veel leed is in gezinnen, omdat uw volgelingen gebroken hebben met de familie; deze zelfs doodverklaarden? Is dat bijbels?

„Ach, dat is weer zo’n menselijke vraag. Het kruis brengt toch verdrukking!”.

 

 

 

Klanktaal als “full-color geloof”?

Een Bijbelse weerlegging van de moderne tongentaal/klanktaal ervaring

In charismatische kringen wordt tongentaal voorgesteld als een persoonlijke gebedstaal. Mensen vertellen hoe hun geloof vroeger “zwart-wit” was, maar dat het door de gaven van de Geest veranderde in een levendige ervaring. Het spreken in klanken zou het geloof verdiepen, emoties losmaken en een intieme verbinding met God geven.

Het klinkt indrukwekkend. Maar de vraag is niet hoe indrukwekkend een ervaring voelt. De vraag is:

Komt dit overeen met de Schrift?

Wanneer we de Bijbel zorgvuldig lezen, blijkt dat de moderne praktijk van klanktaal nauwelijks overeenkomt met wat de Schrift over tongentaal zegt.

Tongentaal in de Bijbel: echte talen

Op de Pinksterdag gebeurde iets concreets en controleerbaars.

“En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, gelijk de Geest hun gaf uit te spreken.”
— Handelingen 2:4 (STV)

Het gevolg was direct zichtbaar:

“En een iegelijk hoorde hen in zijn eigen taal spreken.”
— Handelingen 2:6 (STV)

De talen waren dus:

  • echte talen
  • herkenbaar voor de hoorders
  • verstaanbaar voor de aanwezige volken

Het verschijnsel had niets te maken met willekeurige klanken of extatische spraak.

Het doel van tongentaal

De apostel Paulus legt uit waarom deze gave bestond:

“Zo dan, de talen zijn tot een teken, niet dengenen die geloven, maar den ongelovigen.”
— 1 Korinthe 14:22 (STV)

Tongentaal was dus géén persoonlijke geestelijke ervaring.

Het was een teken voor ongelovigen, verbonden met Gods handelen in de eerste periode van de verkondiging van het Evangelie.

De charismatische praktijk draait dit precies om. De klanktaal wordt juist gebruikt voor persoonlijke beleving, innerlijke opbouw en emotionele intensiteit.

Maar dat is niet het doel dat Paulus noemt.

Paulus stelt strikte grenzen

Wanneer Paulus het spreken in talen bespreekt, stelt hij opvallend strenge voorwaarden.

“En indien iemand een vreemde taal spreekt, dat het door twee, of ten hoogste drie geschiede, en dat bij beurten; en dat één het uitlegge.”
— 1 Korinthe 14:27 (STV)

En als er geen uitlegger aanwezig is, zegt Paulus:

“Maar indien er geen uitlegger is, dat hij zwijge in de gemeente.”
— 1 Korinthe 14:28 (STV)

Deze regels laten zien dat het verschijnsel controleerbaar moest blijven. Het ging niet om extatische uitingen of spontane klankstromen.

De praktijk in veel moderne bijeenkomsten – waar tientallen mensen tegelijk onverstaanbare klanken spreken – staat daar haaks op.

Het probleem van “persoonlijke gebedstaal”

Vaak wordt gezegd dat tongentaal een persoonlijke gebedstaal is waarmee iemand rechtstreeks tot God spreekt. Daarbij wordt soms verwezen naar 1 Korinthe 14:2.

Maar Paulus schrijft die woorden in een kritische context. Zijn hele betoog in dat hoofdstuk is juist dat onverstaanbare taal de gemeente niet opbouwt.

Daarom zegt hij:

“Doch in de gemeente wil ik liever vijf woorden spreken met mijn verstand, opdat ik ook anderen moge onderwijzen, dan tienduizend woorden in een vreemde taal.”
— 1 Korinthe 14:19 (STV)

Paulus plaatst verstaanbaar onderwijs dus ver boven extatische taal.

Het probleem van ervaring als norm

De aantrekkingskracht van klanktaal ligt vooral in de ervaring. Mensen beschrijven het als:

  • bevrijdend
  • emotioneel
  • intens
  • een diep gevoel van nabijheid van God

Maar ervaring is geen betrouwbaar criterium voor waarheid.

Veel religies kennen vergelijkbare verschijnselen. Extatische spraak komt voor in verschillende spirituele tradities, zelfs buiten het christendom.

Het bestaan van een ervaring bewijst dus niet dat die ervaring van God komt.

De Schrift geeft een ander fundament:

“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.”
— Romeinen 10:17 (STV)

De Geest werkt door het Woord

In het Nieuwe Testament staat het werk van de Heilige Geest nooit los van het Woord van God.

De Heere Jezus zegt:

“Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.”
— Johannes 16:14 (STV)

De Geest richt de aandacht niet op spectaculaire manifestaties of persoonlijke ervaringen, maar op Christus en Zijn Woord.

Wanneer het geestelijke leven steeds meer afhankelijk wordt van bijzondere ervaringen, ontstaat een geloof dat voortdurend nieuwe prikkels nodig heeft.

Dat is precies het tegenovergestelde van het rustige vertrouwen dat de Schrift beschrijft.

Het gevaar van een geestelijke egotrip

In de praktijk kan de moderne tongentaalcultuur leiden tot subtiele vormen van geestelijke competitie.

Wie in tongen spreekt, wordt gezien als iemand die een diepere geestelijke ervaring heeft. Wie dat niet heeft, kan zich gemakkelijk tweederangs voelen.

Het gevolg is dat mensen gaan zoeken naar een ervaring die hen bevestigt. De focus verschuift van Christus naar de eigen beleving.

Maar de apostel Paulus waarschuwt juist tegen geestelijke zelfverheffing.

“Niemand roeme in mensen.”
— 1 Korinthe 3:21 (STV)

En het evangelie zelf richt de mens niet op zichzelf, maar op Christus.

Wanneer het spectaculaire verdwijnt

Paulus maakt ook duidelijk dat de spectaculaire gaven tijdelijk waren.

“De profetieën zullen te niet gedaan worden, en de talen zullen ophouden.”
— 1 Korinthe 13:8 (STV)

De nadruk van het christelijke leven ligt daarom niet op spectaculaire manifestaties, maar op blijvende dingen zoals geloof, hoop en liefde.

Het christelijk geloof is geen zoektocht naar steeds nieuwe ervaringen.

Het is een leven dat rust op het volbrachte werk van Christus.

De ‘moderne klanktaal  die in veel kringen wordt gepresenteerd als een persoonlijke gebedstaal staat ver af van het Bijbelse verschijnsel van tongentaal.

In de Schrift zien we:

  • echte talen
  • een teken voor ongelovigen
  • strikte regels voor gebruik
  • een duidelijke plaats in Gods heilsplan

Wat we vandaag vaak zien is iets anders: een ervaringsgerichte praktijk waarin emotie en beleving centraal staan.

Maar het christelijk geloof wordt niet gedragen door ervaringen.

Het wordt gedragen door het Woord van God.

Dat Woord is niet “zwart-wit”.

Het is levend en krachtig — zonder dat wij er een geestelijke “full-color egotrip” van hoeven te maken.

lees ook:

Jesaja 28:11, andere tongen en de Naam van Jezus

Genezingscampagne of het Evangelie?

Over een genezingscampagne, verkeerde verwachtingen en het gevaar van opgeklopt spektakel

Opnieuw verschijnt er een aankondiging van een zogenaamde genezingscampagne, dit keer in Rotterdam. Met als optredend artiest ene Andrew Ebenezar.

Er wordt gesproken over wonderen, tekenen en genezingen. Mensen worden uitgenodigd om te komen “met verwachting”, omdat God daar bijzondere dingen zou gaan doen.

Voor sommige christenen klinkt dat hoopvol. Wie verlangt er niet naar genezing, naar doorbraken, naar zichtbare wonderen?

Maar een belangrijke vraag moet gesteld worden:

Is dit het patroon dat we in de Bijbel zien?

 

God kán genezen

Laat dat eerst duidelijk zijn. De Bijbel leert nergens dat God vandaag niet meer zou kunnen genezen.

“Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid.” (Hebreeën 13:8 STV)

God is niet veranderd. Hij kan ingrijpen. Hij kan ziekte wegnemen. Hij kan onverwacht herstel geven.

Ook lezen we:

“Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in den Naam des Heeren.” (Jakobus 5:14 STV)

Gebed voor zieken is dus volkomen Bijbels.

Maar dat is iets heel anders dan genezingscampagnes organiseren.

De eerste Christenen organiseerden geen genezingsdiensten

Wie het Nieuwe Testament eerlijk leest, ontdekt iets opvallends.

De apostelen reisden rond om het evangelie te prediken. Wonderen gebeurden soms, maar ze werden nooit als evenement aangekondigd.

Er staat nergens:

“Kom morgen naar Jeruzalem, want er zullen wonderen en genezingen plaatsvinden.”

Wonderen waren in de Schrift geen programma.

Ze waren:

  • een soevereine daad van God
  • een bevestiging van het apostolische getuigenis
  • geen religieuze bijeenkomst die mensen konden plannen

De Schrift zegt:

“En zij gingen uit en predikten overal, en de Heere werkte mede, en bevestigde het Woord door tekenen die daarop volgden.” (Markus 16:20 STV)

Let op de volgorde.

Eerst het Woord.
Daarna bevestiging.

Niet andersom.

Het probleem van moderne genezingscampagnes

Bij moderne campagnes verschuift de nadruk vaak ongemerkt.

Niet het evangelie staat centraal, maar:

  • wonderen
  • genezingen
  • manifestaties
  • spectaculaire getuigenissen

Het christelijk geloof wordt zo langzaam veranderd in een zoektocht naar ervaringen.

Maar Paulus zegt juist:

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” (1 Korinthe 2:2 STV)

De apostelen predikten geen wonder-evangelie.

Zij predikten Christus en het kruis.

De Bijbel leert ook dat ziekte kan blijven

Dat wordt in genezingscampagnes zelden gezegd.

Paulus had zelf een blijvende lichamelijke zwakheid.

“En opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een doorn in het vlees…” (2 Korinthe 12:7 STV)

Hij bad drie keer om genezing.

Maar de Heer nam het niet weg.

Dat betekent iets belangrijks: genezing is géén universele belofte voor dit leven.

Ook Timotheüs werd niet naar een genezingsdienst gestuurd.

Paulus schreef:

“Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.” (1 Timotheüs 5:23 STV)

Dat klinkt opmerkelijk nuchter.

Wanneer het evangelie naar de achtergrond verdwijnt

Veel genezingscampagnes hebben een herkenbaar patroon.

Er wordt gesproken over:

  • doorbraak
  • kracht
  • wonderen
  • manifestaties

Maar zelden over:

  • zonde
  • bekering
  • verzoening
  • het kruis

Toch is dat precies waar het evangelie over gaat.

De Here Jezus zei:

“Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel?” (Markus 8:36 STV)

De grootste nood van een mens is niet ziekte.

Het is verlorenheid.

De vraag die we moeten stellen

Het Evangelie stelt een andere vraag dan veel moderne campagnes.

Niet:

“Wil je een wonder meemaken?”

Maar:

“Wie is Jezus Christus voor jou?”

Is Hij:

  • de Zoon van God
  • de gekruisigde Verlosser
  • de opgestane Heer

Of slechts een wonderdoener van wie wij verwachten dat Hij onze problemen oplost?

Terug naar de eenvoud van het Evangelie

De kerk heeft geen wondercampagnes nodig.

Wat zij nodig heeft is:

  • prediking van het Woord
  • onderwijs in de Schrift
  • bekering en geloof
  • een leven dat gericht is op Christus

Wonderen kunnen eventueel gebeuren.
Maar zij zijn nooit het centrum.

Het centrum is altijd:

Jezus Christus en Dien gekruisigd.

Profeten zonder toetsing

Waarom moderne ‘apostelen en profeten’ onvermijdelijk ontsporen

In mijn vorige blog besprak ik eerder het probleem van zogenaamde hedendaagse profeten. In dit blog wil ik daar nog wat verder op inzoomen.

Het probleem zit in het model

Binnen delen van de charismatische wereld is een structuur ontstaan die vaak wordt verbonden met de New Apostolic Reformation. In dit model functioneren moderne ‘apostelen’bals geestelijke leiders over netwerken van gemeenten, terwijl ”profeten’ nieuwe openbaringen” van God ontvangen.

Het klinkt indrukwekkend, maar het creëert een gevaarlijk mechanisme.

Wanneer iemand eenmaal als profeet wordt erkend door invloedrijke leiders, ontstaat een kring van wederzijdse legitimatie. Apostelen bevestigen profeten. Profeten bevestigen apostelen. Kritiek wordt vervolgens gezien als rebellie tegen geestelijk gezag.

Zo ontstaat een gesloten systeem.

En precies dáár begint de ellende.

De Schrift kent geen feilbare profeten

De Bijbel spreekt uiterst serieus over profeten. Een profeet spreekt niet zijn eigen gedachten, maar het Woord van God. Daarom was de toets eenvoudig en streng.

“Maar de profeet, die zal vermeten spreken een woord in Mijn Naam, dat Ik hem niet geboden heb te spreken, of die spreken zal in den naam van andere goden, die profeet zal sterven.”
— Deuteronomium 18:20 (STV)

De Schrift kent dus geen categorie van “een profeet die soms fout zit”.

Wanneer iemand namens God spreekt en het blijkt onwaar te zijn, dan is dat geen kleine fout. Het is het misbruiken van Gods Naam.

Wanneer profetie informatiemisbruik wordt

Een van de beschuldigingen rond Shawn Bolz is dat zogenaamde woorden van kennis gebaseerd waren op informatie die vooraf online werd verzameld.

Met andere woorden:

  • sociale media
  • internetinformatie
  • publieke gegevens

werden gebruikt om vervolgens een “profetie” te presenteren.

Wanneer zulke informatie wordt voorgesteld als bovennatuurlijke openbaring van God, dan is dat niet slechts een misverstand. Het is geestelijke manipulatie.

Het is precies de reden waarom de Schrift gelovigen oproept tot toetsing.

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.”
— 1 Johannes 4:1 (STV)

Het probleem van geestelijke hiërarchie

De moderne apostolische netwerken functioneren vaak volgens een piramide:

  • apostelen bovenaan
  • profeten daaronder
  • pastors en gemeenten daaronder.

In zo’n structuur ontstaat vanzelf een cultuur waarin leiders elkaar beschermen. Wanneer een profeet ontspoort, wordt het probleem vaak intern gehouden. De reputatie van het netwerk staat immers op het spel.

Maar de Bijbel kent geen oncontroleerbare geestelijke elite.

Integendeel.

“Die zondigen, bestraf die in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vrees mogen hebben.”
— 1 Timotheüs 5:20 (STV)

Openbare misleiding vraagt openbare correctie.

Niet om iemand te vernederen, maar om de gemeente te beschermen.

Het echte probleem: ervaring boven Schrift

Wat deze hele kwestie blootlegt, is een verschuiving die al langer gaande is.

In veel kerken is de nadruk verschoven van:

  • Schrift naar ervaring
  • waarheid naar manifestatie
  • toetsing naar autoriteit.

Wanneer ervaring de norm wordt, verdwijnt de vraag of iets werkelijk bijbels is. Mensen vragen dan:

  • Was het krachtig?
  • Was het bovennatuurlijk?
  • Voelde je de Geest?

Maar zelden nog:

Is het waar volgens de Schrift?

En juist dáár begint geestelijke misleiding om nog niet te spreken van machtsmoisbruik

De gemeente is gebouwd op een voltooid fundament

De kerk van Christus is niet gebouwd op moderne apostelen of hedendaagse profeten. Het fundament ligt al vast.

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.”
— Efeze 2:20 (STV)

De apostelen en profeten van de Schrift hebben het fundament gelegd. De gemeente bouwt daarop. Zij voegt geen ‘nieuwe openbaringen’ toe.

Wanneer kerken opnieuw een systeem bouwen waarin apostelen en profeten nieuwe openbaringen brengen, verlaten zij feitelijk het fundament dat God al gelegd heeft.

Waarom zulke systemen uiteindelijk ontsporen

Geschiedenis laat een patroon zien. Iedere beweging die:

  • nieuwe openbaringen introduceert
  • leiders boven toetsing plaatst
  • kritiek demoniseert

zal uiteindelijk ontsporen.

Niet omdat mensen per se slechter zijn dan vroeger, maar omdat het systeem zelf onbijbels is. Wanneer iemand autoriteit krijgt zonder duidelijke Bijbelse grenzen, wordt misbruik bijna onvermijdelijk.

Terug naar het Woord

De oplossing is niet cynisme. De oplossing is ook niet het demoniseren van individuele leiders.

De oplossing is eenvoudiger en tegelijk nog radicaler.

Terug naar het Woord van God.

De gemeente heeft geen nieuwe apostelen nodig.
Geen moderne profeten.
Geen verborgen openbaringen.

Zij heeft al alles wat nodig is.

“Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht voor mijn pad.”
— Psalm 119:105 (STV)

Waar de Schrift centraal staat, kan de gemeente onderscheiden.
Waar ervaring boven de Schrift komt te staan, wordt misleiding onvermijdelijk.

En daarom blijft de vraag voor iedere kerk dezelfde:

Staat het Woord centraal,  of zijn we een systeem aan het bouwen waarin mensen namens God spreken zonder dat God werkelijk gesproken heeft?

Hedendaagse profeten zonder verantwoording

De zaak Shawn Bolz en het probleem van een onbijbels systeem

De recente ophef rond Shawn Bolz heeft een pijnlijke vraag op tafel gelegd: hoe kan iemand jarenlang als “profeet” optreden, duizenden mensen beïnvloeden, en pas veel later worden gecorrigeerd?

In een uitgebreide analyse stelde Mike Winger kritische vragen over de rol van leiders rond Bolz, onder wie ook Ché Ahn. De discussie gaat echter dieper dan één persoon.

De kernvraag is leerstellig: hoe kan een systeem ontstaan waarin profeten functioneren zonder duidelijke bijbelse toetsing en verantwoording?

Het probleem van moderne ‘profeten’

Binnen bepaalde charismatische kringen is een model ontstaan waarin moderne “profeten” functioneren die:

  • persoonlijke woorden van God geven
  • verborgen informatie kennen
  • levensrichting uitspreken over mensen
  • geestelijke autoriteit claimen.

Dit model wordt vaak verbonden met netwerken van moderne “apostelen”, een structuur die in verband wordt gebracht met de New Apostolic Reformation.

Maar hier ontstaat direct een fundamenteel probleem.

In de Schrift is een profeet geen religieuze influencer of inspirerende spreker. Een profeet spreekt het onfeilbare Woord van God.

Wanneer iemand beweert namens God te spreken en het blijkt onwaar te zijn, geeft de Schrift een zeer ernstige beoordeling.

“Maar de profeet, die zal vermeten spreken een woord in Mijn Naam, dat Ik hem niet geboden heb te spreken, of die spreken zal in den naam van andere goden, die profeet zal sterven.”
— Deuteronomium 18:20 (STV)

De Bijbel kent dus geen categorie van “een beetje fout profeteren”.

Het gevaar van geestelijke hiërarchie

In veel moderne apostolische netwerken bestaat een pyramidestructuur:

  • apostelen bovenaan
  • profeten daaronder
  • pastors en gemeenten daaronder.

Zo’n systeem lijkt sterk op een geestelijke hiërarchie waarin leiders elkaar legitimeren.

Maar juist dat maakt correctie moeilijk.

Wanneer een profeet door invloedrijke leiders wordt bevestigd, ontstaat een kring van wederzijdse bescherming. Kritiek wordt dan al snel gezien als:

  • rebellie
  • gebrek aan eerbied
  • of verzet tegen “de zalving”.

De Schrift waarschuwt echter voor precies dit soort situaties.

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.”
— 1 Johannes 4:1 (STV)

Het probleem ontstaat wanneer een beweging niet meer werkelijk wil toetsen.

Profetie of informatie?

Een van de beschuldigingen rond Shawn Bolz is dat hij profetische woorden baseerde op informatie die vooraf online werd verzameld.

Dat zou betekenen dat zogenaamde woorden van kennis feitelijk:

  • internetonderzoek
  • sociale media
  • of openbare informatie

waren.

Wanneer zoiets gebeurt en het wordt gepresenteerd als een directe openbaring van God, is dat niet slechts een fout.

Het is een ernstige vorm van geestelijke misleiding.

Gods Naam wordt gebruikt om menselijke kennis bovennatuurlijk te laten lijken.

De verantwoordelijkheid van leiders

Wanneer een prediker of profeet publiekelijk wordt bevestigd door invloedrijke leiders, ontstaat ook verantwoordelijkheid.

Als later blijkt dat er ernstige misstanden zijn, kan de kerk niet volstaan met stilzwijgen of interne correctie.

De Schrift is daar glashelder over.

“Die zondigen, bestraf die in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vrees mogen hebben.”
— 1 Timotheüs 5:20 (STV)

Openbare misleiding vraagt openbare correctie.

Niet om iemand te vernederen, maar om de gemeente te beschermen.

Het diepere probleem: ervaring boven Schrift

Wat deze hele kwestie blootlegt, is een bredere verschuiving in delen van de evangelische wereld.

De nadruk verschuift van:

  • Schrift naar ervaring
  • waarheid naar manifestatie
  • toetsing naar autoriteit.

Wanneer ervaring centraal komt te staan, wordt de Bijbel langzaam naar de achtergrond gedrongen.

Dan ontstaat een cultuur waarin mensen vragen:

  • “Voel je de Geest?”
  • “Was het krachtig?”
  • “Was het bovennatuurlijk?”

Maar zelden nog:

“Is het bijbels?”

De gemeente van Christus is géén profetische speeltuin

De kerk is niet gebouwd op moderne ‘apostelen’, ‘profeten’ en geestelijke sterren.

De Schrift zegt duidelijk waarop de gemeente gebouwd is.

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.”
— Efeze 2:20 (STV)

Dat fundament is al gelegd.

De apostelen en profeten van de Schrift hebben het Woord gegeven.
De kerk bouwt daarop — zij voegt er geen nieuwe openbaringen aan toe.

Terug naar het Woord

Wat er ook precies waar of onwaar blijkt te zijn in de details van deze zaak, één ding staat vast.

De gemeente van Christus kan alleen veilig blijven wanneer zij terugkeert naar een eenvoudig principe:

Sola Scriptura

Het Woord van God is voldoende.

Niet:

  • moderne profetische woorden
  • nieuwe openbaringen
  • apostolische netwerken
  • of geestelijke hiërarchieën.

Alleen het Woord van God is de veilige grond.

Een nuchtere waarschuwing

Geschiedenis leert dat iedere beweging die:

  • openbaring toevoegt
  • leiders boven toetsing plaatst
  • kritiek demoniseert

vroeg of laat in problemen komt.

Niet omdat de duivel sterker wordt, maar omdat men zich verwijdert van de eenvoudige maatstaf van de Schrift.

De ware bescherming van de gemeente ligt niet in apostelen, profeten of netwerken.

Deze ligt in het Woord van God.

“Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht voor mijn pad.”
— Psalm 119:105 (STV)

Mythes over Westcott en Hort

YouTube player

Veel wilde verhalen, mythes, zware beschuldigingen en meer van dat fraais over een zekere meneer Westcott worden rondgepompt op het worldwide web. Niet zelden niet gehinderd door enige goede kennis van zaken.

Over Persoonsverwisseling, onderscheid tussen schriftkritiek en tekstkritiek, en meer miverstanden die bewust of onbewust in de lucht worden gehouden.

lees ook:

De mythe van Westcott en occultisme

https://www.gotquestions.org/Westcott-and-Hort.html

https://www.biblicaltraining.org/learn/institute/nt605-textual-criticism/nt605-25-who-were-westcott-and-hort

Het onderscheid #1 youtube video van Christengemeente Werkendam

Het onderscheid #1 youtube video van Christengemeente Werkendam

vandaag de aftrap van een nieuwe categorie op deze website:

Het onderscheid

Preken en video’s in Bijbels perspectief bekeken

Sprekers: Drie mannen in gesprek (namen niet expliciet vermeld) 
Setting: YouTube video op het kanaal “Christengemeente Werkendam” met een sterk polemisch karakter
Thema’s:

Afwijzing van de bedelingenleer (dispensationalisme)

Uitleg van “Jacobs benauwdheid”

Verwerping van een geheime opname vóór de grote verdrukking

Eenheid van het evangelie door alle tijden heen

Aanleiding:
Reactie op eerdere aflevering over het Koninkrijk. Er is “stof opgewaaid” binnen evangelisch Nederland.

Beoogd doel:

Aantonen dat de bedelingenleer onschriftuurlijk is

Laten zien dat Jeremia 30 reeds historisch vervuld is

Bewijzen dat 2 Thessalonicenzen 2 de pre-trib opname uitsluit

Waarschuwen tegen wat zij zien als misleiding binnen evangelische kringen

Doelgroep:
Evangelische christenen, vooral (voormalige) aanhangers van de bedelingenleer.

YouTube player

────────────────────────

Samenvatting

Wat wordt concreet geleerd?

De bedelingenleer ‘snijdt de Bijbel kunstmatig in stukken;.

Het evangelie is eeuwig en ‘in alle tijden hetzelfde;’.

“Jacobs benauwdheid” (Jeremia 30:7) verwijst naar de Babylonische ballingschap.

Mattheüs 24 is niet exclusief voor toekomstig Israël.

2 Thessalonicenzen 2 leert dat de opname niet plaatsvindt vóór de openbaring van de “mens der zonde”.

De leer van een geheime opname is misleidend.

Hoofdaannames

Christus is reeds Koning.

Er is geen aparte “genadetijd” tegenover andere tijden.

De opname vindt plaats ná de openbaring van de antichrist.

Dispensationalisme bereidt (onbedoeld) de weg voor misleiding rond de antichrist.

Belangrijkste bijbelteksten

  • Jeremia 25–31

Mattheüs 24

2 Thessalonicenzen 2

Romeinen 4

Hebreeën 4

Openbaring 14

Centrale nadruk

Eén doorlopende heilslijn:
één evangelie – één volk van God – één toekomst van Christus.

Toepassing

Toets leraren aan de Schrift.

Verwacht vervolging.

Verwacht de openbaring van de antichrist.

Verwerp systeemdenken.

────────────────────────

Bijbelvastheid

Positieve elementen

Sterke nadruk op sola Scriptura.

Schrift wordt met Schrift vergeleken.

De context van Jeremia (ballingschap) wordt  uitvoerig behandeld.

Kritische observaties

Jeremia 30 wordt volledig historisch ingevuld, zonder ruimte voor een mogelijk eschatologisch “dubbel perspectief”.

Mattheüs 24 wordt zonder meer gelijkgeschakeld met 2 Thessalonicenzen 2.

Romeinen 9–11 blijft onbesproken (belangrijk in discussie Israël–gemeente).

De eigen positie wordt gepresenteerd als vanzelfsprekend Schriftuurlijk, zonder enige erkenning dat orthodoxe uitleggers hierover verdeeld zijn.

Wordt Schrift met Schrift vergeleken?

Dat lijkt zo,  maar vaak met vooraf vaststaande conclusie.

Wordt onderscheid gemaakt waar de Schrift dat zelf doet?

Het klassieke onderscheid tussen de roeping va Israël en gemeente wordt sterk gerelativeerd of ontkend.

────────────────────────

Leerstellige hiaten

Wat blijft onderbelicht?

Het blijvende karakter van Gods verbonden met Israël.

De profetische literatuur als vaak meervoudig vervuld (nabij én toekomstig).

De complexiteit van eschatologie binnen de kerkgeschiedenis.

Wordt zonde benoemd?

Ja — vooral zonde van dwaalleer.

Wordt genade Schriftuurlijk gedefinieerd?

Ja, nadruk op rechtvaardiging door geloof alleen.

Ontbreekt theologische balans?

Ja, op twee manieren:

Er is weinig (geen) erkenning dat oprechte gelovigen tot andere conclusies komen.

Bedelingenleer wordt vrijwel volledig als gevaarlijke misleiding neergezet.

────────────────────────

Positionering

Theologische plaatsing

Evangelisch

Anti-dispensationalistisch

Anti-calvinistisch

Post-tribulationistisch

Sterk polemisch-profetisch karakter

Dominante accenten

Christus als ‘reeds regerende Koning’, waar het nieuwtesatamentische onderwijs van de Gemeente als lichaam van Christus, met Hem als Hoofd, volkomen genegeerd wordt

Eén evangelie door alle tijden

Afwijzing van opname vóór de Grote Verdrukking

Waarschuwing tegen geestelijke misleiding

Gemeentevisie

Gemeente is geen aparte “fase” in Gods plan, maar onderdeel van één heilsgeschiedenis. (Verbondstheologie)

────────────────────────

Houding en taalgebruik

Geestelijke dynamiek

Strijdvaardig – confronterend – waarschuwend.

Toon

Regelmatig polemisch, scherp en emotioneel.

“kotsmisselijk”

“ketterij”

“vleselijke vreselijke leer”

“vette headers”

Observaties

Emotie versterkt de urgentie.

De toon kan polariserend werken.

Fysieke kenmerken (bijv. “dikke voorgangers”) worden gekoppeld aan geestelijke dwaling — dat is problematisch en niet Schriftuurlijk onderbouwd.

────────────────────────

Beoordeling

Wat kan bevestigd worden?

De oproep tot Bijbels toetsen van leer.

De waarschuwing tegen oppervlakkige opname-speculatie.

De  nadruk dat 2 Thessalonicenzen 2 serieus genomen moet worden.

Christus-centrische focus.

Wat vraagt correctie?

De ontkenning van toekomstig profetisch element in Jeremia 30.

Onvoldoende erkenning van legitieme verschillen binnen orthodoxe eschatologie.

Oververalgemenisering en karikatuur maken  van dispensationalisme.

Polemische overdrijving.

Wat kan verwarring veroorzaken?

Het volledig historiseren van de “Grote Verdrukking”.

Suggestie dat dispensationalisme bijna automatisch tot aanbidding van de antichrist leidt.

Het  volledig ontbreken van nuance tussen verschillende vormen van bedelingenleer.

Gevolg voor de gemeente

Positief:

De noodzaak van Bijbelstudie.

Doorbreekt gemakzuchtig escapisme.

Negatief risico:

Polarisatie.

Wantrouwen en oordeel richting andere gelovigen.

Verenging van complexe thema’s tot zwart-wit-tegenstelling.

────────────────────────

Ernst van de afwijking

Dit betreft:

Geen afwijking van het evangelie zelf.

Wel een sterke polemische versmalling van profetische teksten.

Eenzijdige eschatologische lezing.

Pastoraal riskante toonzetting.

Geen fundamentele dwaalleer —
maar wel theologische verharding en simplificatie.

────────────────────────

Slotreflectie

Deze boodschap wil Christus verhogen en misleiding ontmaskeren. Dat is een eerbaar motief.

Maar geestelijk onderscheid vraagt:

Nauwkeurige exegese

Historisch besef

Theologische bescheidenheid

Een herderlijke toon

Strijd tegen dwaling is Bijbels.
Maar strijd zonder evenwicht kan zelf eenzijdig worden.

Niet alles wat “bedelingenleer” heet is automatisch onbijbels.
Niet alles wat daartegen strijdt is automatisch volledig evenwichtig.

Geestelijk onderscheid is geen luxe, maar noodzaak.
Niet alles wat fel klinkt, is daarom zuiverder.

Mijn persoonlijke commentaar onder deze video op youtube,  waar blijkbaar geen gefundeerd inhoudelijk antwoord op mogelijk was, is gedeleted, dus via deze weg alsnog:

Mannenbroeders.  U spreekt vol  vuur. U spreekt met overtuiging. U beroept zich voortdurend op “alleen Gods Woord”. Maar wie werkelijk “het Woord recht snijdt”, moet ook bereid zijn om zijn eigen lezing te laten toetsen.

En juist daar wringt het.

Jeremia 30: volledig vervuld? Werkelijk? U stelt dat Jeremia 30 uitsluitend over de Babylonische ballingschap gaat en volledig vervuld is in de 70-jarige wegvoering. Dat is nogal  een forse claim. Maar leest u Jeremia 30–31 werkelijk in zijn geheel? “Want zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken.” (Jeremia 31:31 STV)

Is dat volledig vervuld in de dagen van Ezra en Nehemia? Is Israël sindsdien blijvend veilig geweest? Is het volk sindsdien nooit meer verstrooid? Is de situatie van Jeremia 30:10–11 permanent gerealiseerd?

De terugkeer uit Babel was historisch herstel, ja. Maar het was geen definitieve nationale verlossing. Wie Jeremia 30 uitsluitend tot de Babylonische ballingschap reduceert, maakt precies datgene waar u anderen van beschuldigt: u knipt het profetische perspectief af waar het u theologisch niet uitkomt. Dat is geen “recht snijden”. Dat is uitlegkundig versmallen.

Mattheüs 24:31 = de opname? Dat zegt u. U beweert met grote stelligheid dat Mattheüs 24:31 over de opname van de Gemeente gaat. “En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen…” (Mattheüs 24:31 STV) Maar waar staat in Mattheüs 24: dat dit de Gemeente betreft? dat dit vóór de toorn is? dat dit 1 Thessalonicenzen 4 moet zijn? De context spreekt over: Judea, sabbat, tempel, vlucht naar de bergen.

U verwijt anderen systeemdenken, maar harmoniseert zelf zonder tekstuele onderbouwing Mattheüs 24 met Paulus’ opname-onderwijs. Dat is niet vanzelfsprekend. Dat is een leerstellige keuze. En wie die keuze maakt, moet dat exegetisch onderbouwen — niet alleen retorisch verdedigen. 2 Thessalonicenzen 2: u stelt meer dan de tekst zegt U presenteert 2 Thessalonicenzen 2 alsof het onweerlegbaar bewijst dat de opname pas ná de openbaring van de mens der zonde plaatsvindt. “Want die dag komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde…” (2 Thessalonicenzen 2:3 STV) Maar Paulus spreekt in vers 2 over verwarring rond “de dag van Christus”.

De cruciale vraag is: Waar verwijst “die dag” precies naar? De opname? De dag des Heeren? Het oordeel? Het zichtbare wederkomen? Dat debat is exegetisch complex. U presenteert het alsof het kinderlijk eenvoudig is. Dat is het niet.

Het is mogelijk uw conclusie te verdedigen. Maar niet door te doen alsof er geen andere lezing bestaat.

Karikatuur van de bedelingenleer

U schildert de bedelingenleer af als: vier evangelieën werken-zaligheid voor verdrukkingsheiligen vleselijke luxe-theologie “stank in Gods neus” Dat is retorisch ijzersterk. Maar het is geen eerlijke representatie van het volledige spectrum van dispensationalisme. Er bestaan: klassiek dispensationalisme progressief dispensationalisme gematigde varianten Bepaald niet iedere dispensationalist leert wat u hier neerzet. En u geeft geen Bijbels verantwoord alternatief

Wie een stroming bestrijdt, moet haar op haar sterkste punt weerleggen — niet op haar zwakste karikatuur. De polemiek over “vette voorgangers” Hier wordt het echt problematisch. Lichamelijke zwaarlijvigheid verbinden aan dwaalleer is: geen exegese geen theologie geen geestelijke toets maar ad hominem polemiek Dat is niet scherp. Dat is goedkoop. Wie werkelijk geestelijke onderscheiding wil tonen, doet dat niet via lichaamsbouw.

Ironie: u verwijt snijden, maar snijdt zelf U beschuldigt dispensationalisten ervan de Schrift in vakjes te snijden. Maar u doet iets vergelijkbaars: U sluit een eschatologische horizon van Jeremia 30 af. U identificeert Mattheüs 24 definitief met de opname. U verklaart 2 Thessalonicenzen 2 tot sluitend bewijs zonder alternatieve lezing serieus te behandelen. Dat is ook systeemvorming. Alleen is het uw systeem.

Wat wél sterk is Laat dat ook gezegd worden: U verdedigt terecht de eenheid van het evangelie. U benadrukt terecht dat redding altijd door genade is. U wijst terecht op het gevaar van escapisme. U waarschuwt terecht tegen gemakzuchtig christendom. Dat zijn legitieme correcties. Maar goede correcties worden zwakker wanneer ze gepaard gaan met overdrijving. Het gevaar is niet dat u scherp bent. Het gevaar is dat u complexe eschatologie presenteert alsof zij kinderlijk simpel is. Profetische teksten hebben: meerlagige vervulling typologische patronen reeds-en-nog-niet spanning historische en eschatologische lagen

Wie dat ontkent, versimpelt de Schrift. En wie versimpelt, loopt het risico precies dat te doen wat hij anderen verwijt.

Als u werkelijk sola Scriptura wilt toepassen, dan vraagt dat: nauwkeurige exegese erkenning van tekstcomplexiteit eerlijke representatie van tegenposities en minder karikatuur

Polemiek kan wakker schudden. Maar als zij argumentatie vervangt, wordt zij lawaai. En de Schrift verdient meer dan lawaai.

Heerszucht: het ‘Man van God’ syndroom aan de kaak gesteld

Heerszucht: het ‘Man van God’ syndroom aan de kaak gesteld

Er waart een geest rond in delen van het Christendom die zich vroom voordoet maar in wezen zwaar onbijbels is.
Iemand noemde het het “man van God-syndroom.”

Het openbaart zich wanneer een voorganger niet langer een herder onder herders is, maar zich opstelt als dé gezalfde figuur, de onaantastbare autoriteit, de centrale spil van Gods werk in een gemeente.

helaas is dit een fenomeen wat steeds weer de kop opsteekt. Ik zag vanmiddag een video van mike winger die dit probleem met een paar schrijnende voorbeelden noemt. Absoluut leiderschap maakt absolute tirans, en wat mij nog het meeste verbaast, is dat er ook  gewoon mensen voor staan te klappen. De absolute leider waant zich onaantastbaar.

Kritiek op hem wordt kritiek op God.
Vragen stellen wordt rebellie.
Correctie wordt verraad.
Loyaliteit aan hem wordt gelijkgesteld aan trouw aan Christus.

Dat is géén geestelijke volwassenheid.
Dat is heerszucht in religieuze verpakking.

En het is ronduit onbijbels.

Christus verbood het heidense machtsmodel

Jezus was ondubbelzinnig:

“Gij weet dat de oversten der volken heerschappij voeren over hen…
Doch alzo zal het onder u niet zijn.”
— Mattheüs 20:25-26

Hij erkent dat de wereld hiërarchisch en dominant functioneert.
Maar Hij verbiedt dat model voor Zijn gemeente.

Niet: “Gebruik het model maar vriendelijker.”
Niet: “Zorg dat het geestelijk klinkt.”

Maar: “Zo zal het onder u niet zijn.”

Wanneer een voorganger absolute loyaliteit eist, kritiek niet duldt, mensen intimideert of zichzelf verheft tot onaantastbare positie, dan functioneert hij volgens een heidens bestuursmodel — niet volgens Bijbelse normen, van God.

Oudsten mogen niet heersen

Petrus spreekt rechtstreeks tot leiders:

“Hoedt de kudde Gods…
Niet als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde.”
— 1 Petrus 5:2-3

Let op:
“niet als heerschappij voerende.”

De gemeente is niet het bezit van de voorganger.
Het is het erfdeel van de Heer.

Heerszucht is niet een stijlkwestie.
Het is een overtreding.

Vals gezag ondermijnt het Hoofd-zijn van Christus

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der gemeente.”
— Kolossenzen 1:18

Er is maar één Hoofd.

Wanneer een leider zich praktisch opstelt als ultieme autoriteit, wanneer correctie onmogelijk wordt gemaakt, wanneer men leert dat men “de man van God” moet dienen — dan schuift die leider zich tussen Christus en Zijn gemeente.

Dat is niet slechts organisatorisch ongezond.
Dat is leerstellig bloedlink.

Paulus corrigeerde Petrus —publiekelijk

Het “man van God”-denken stort volledig in bij Paulus in Galaten 2:

“Maar toen Céfas te Antiochië gekomen was, wederstond ik hem in het aangezicht.”
— Galaten 2:11

Paulus corrigeert Petrus openlijk.

Waarom?

Omdat het Evangelie bóven de leider staat.

Een cultuur waarin leiders niet gecorrigeerd mogen worden is een cultuur die het evangelie ondergeschikt maakt aan persoonlijke autoriteit.

Oudsten moeten berispt kunnen worden

Het Nieuwe Testament gaat verder:

“Die zondigen, bestraf in tegenwoordigheid van allen.”
— 1 Timotheüs 5:20

Dit gaat over oudsten.

Hoe kan dit ooit functioneren in een systeem waar absolute loyaliteit wordt geëist?
Waar vragen stellen gelijkstaat aan rebellie?

Een voorganger die een structuur creëert waarin hij niet meer corrigeerbaar is, vernietigt feitelijk de Bijbelse structuur van de gemeente.

Het misbruik van de titel ‘man van God’

In het Oude Testament werd die term gebruikt voor profeten als Mozes en Elia.
Maar onder het Nieuwe Verbond lezen we:

“Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom.”
— 1 Petrus 2:9

Niet één man van God.

Maar allen als volk van God.

Wanneer een leider zichzelf presenteert als dé exclusieve drager van goddelijke autoriteit, randt hij impliciet de geestelijke waardigheid van de gemeente aan.

Dat is elitisme.
En christelijk elitisme is gewoon hoogmoed in vrome taal.

Waar gezag is dienend

Paulus zegt:

“Niet dat wij heerschappij voeren over uw geloof, maar wij zijn medewerkers van uw blijdschap.”
— 2 Korinthe 1:24

Dát is Bijbels gezag:

  • niet controle
  • niet intimidatie
  • niet manipulatie
  • maar medearbeiderschap

Een leider die angst gebruikt om zijn positie te beschermen, oefent geen geestelijk gezag uit. Hij oefent macht uit.

En macht is niet hetzelfde als autoriteit.

De Goede Herder versus de huurling

Jezus zegt:

“De goede Herder stelt Zijn leven voor de schapen.”
— Johannes 10:11

De ware herder offert zichzelf op.

De huurling beschermt zichzelf.

Wanneer een leider zijn reputatie, zijn positie en zijn controle verdedigt ten koste van de kudde, dan is hij geen herderlijk voorbeeld — maar functioneert hij als huurling.

De wortel: hoogmoed

“God wederstaat de hovaardigen.”
— Jakobus 4:6

Het “man van God-syndroom” is uiteindelijk geen bestuursmodel, maar een hartprobleem.

Het is de subtiele gedachte:

“Gods werk staat of valt met mij.”

Maar Christus bouwt Zijn gemeente (Mattheüs 16:18).
Niet jij.
Niet ik.
Niet een charismatische leider.

Christus.

De gevolgen van heerszucht

Heerszucht onder gelovigen:

  • kweekt angst
  • onderdrukt geweten
  • maakt mensen afhankelijk van een leider in plaats van van Christus
  • verhindert Bijbelse correctie
  • creëert een cultuur van zwijgen

En het wordt vaak verkocht als:

  • “orde”
  • “eenheid”
  • “bescherming van de gezalfde”

Maar eenheid zonder waarheid is géén Bijbelse eenheid.
En gezag zonder verantwoording is géén bijbels gezag.

Heerszucht is onbijbels.
Vals geestelijk gezag is onbijbels.
Onaantastbare leiders zijn onverenigbaar met het Nieuwe Testament.

De gemeente heeft geen ’testosteron mannen’ nodig die hun positie bevechten.
Ze heeft herders nodig die zichzelf breken aan het kruis van Christus.

“De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.”
— Markus 10:45

Als leiders niet lijken op de dienende Hogepriester
dan hebben we geen krachtig leiderschap —
maar een geestelijk machtsprobleem.

En dat moet, blijvend, aan de kaak gesteld worden.

‘Evangelie’ wat geen evangelie is

‘Evangelie’ wat geen evangelie is

Er worden ons vandaag meerdere ‘evangeliën’ gepresenteerd als ‘verborgen kennis’, ‘wijsheid’ of ‘oorspronkelijke vormen’ van het Christendom. Zoals het ‘Evangelie;  van Thomas, het ‘Evangelie’ van Barnabas, of bijvoorbeeld het romantische verhaal van een ‘mystieke Weg’ die later door Rome zou zijn vervormd.

De beslissende vraag is niet of zulke verhalen aantrekkelijk klinken, maar: komen zij overeen met het evangelie zoals de Schrift het definieert?

Hieronder toets ik dit aan de Bijbel.

Wat is het evangelie volgens de Schrift?

Paulus definieert het evangelie helder:

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”
(1 Korinthe 15:3–4, STV)

Dit is geen mystiek inzicht.
Dit is een historische heilsdaad.

Daarnaast verklaart Paulus:

“Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek.”
(Romeinen 1:16, STV)

Het evangelie is dus:

  • Objectief (Christus stierf en stond op)
  • Schriftvervuld
  • Heilbrengend door geloof
  • Gericht tot Jood en heiden

‘Evangelie’ van Thomas: kennis in plaats van kruis

Gospel of Thomas bevat 114 uitspraken, maar:

  • Geen kruisiging
  • Geen verzoening
  • Geen lichamelijke opstanding

Daarmee ontbreekt precies wat Paulus als “ten eerste” noemt (1 Korinthe 15:3).

De Schrift leert bovendien:

“Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving.”
(Hebreeën 9:22b, STV)

En:

“In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade.”
(Efeze 1:7, STV)

Een ‘evangelie’ zonder bloed, zonder verzoening, zonder opstanding is eenvoudig géén Evangelie naar Bijbelse maatstaf.

‘Thomas’ verschuift de nadruk naar innerlijke kennis.
De Schrift legt het fundament in het kruis.

‘Evangelie’ van Barnabas: een ander ‘evangelie’

Ontkent:

  • Dat Jezus de Zoon van God is
  • Dat Hij gekruisigd is

Maar de Schrift zegt:

“En terstond kwam er water en bloed uit.”
(Johannes 19:34b, STV)

En:

“En Jezus, wederom met een grote stem roepende, gaf den geest.”
(Mattheüs 27:50, STV)

Wat betreft Zijn Persoon:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”
(Johannes 1:1, STV)

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.”
(Johannes 1:14a, STV)

Een geschrift dat de kruisiging en de goddelijke identiteit van Christus ontkent, verkondigt niet het evangelie van de apostelen.

Paulus waarschuwt expliciet:

“Ik verwonder mij dat gij zo haast wijkende van Dengene Die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander evangelie;
Daar er geen ander is; maar er zijn sommigen die u ontroeren en het Evangelie van Christus willen verkeren(=verdraaien). Maar al ware het ook dat wij, of een engel uit den hemel, u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.”
(Galaten 1:6-8, STV)

Dát criterium is beslissend.

“De Weg” als innerlijke mystiek?

Het narratief beweert dat God niet buiten de mens woont, maar in ieder mens die rechtvaardig handelt.

De Schrift leert echter:

“Er is niemand rechtvaardig, ook niet één.”
(Romeinen 3:10, STV)

En:

“Want allen hebben gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.”
(Romeinen 3:23, STV)

Gods Geest woont niet vanzelf in ieder mens:

“Maar gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont; maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.”
(Romeinen 8:9, STV)

De inwoning van de Geest is verbonden aan wedergeboorte, niet aan algemene menselijke moraliteit.

Het hart van het evangelie: kruis en opstanding

De apostolische prediking draaide om één centraal feit:

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.”
(Handelingen 2:36, STV)

En:

“Welken God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende.”
(Handelingen 2:24a, STV)

Zonder kruis geen verzoening.
Zonder opstanding geen overwinning.

Paulus zegt onomwonden:

“En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden.”
(1 Korinthe 15:17, STV)

Dat maakt de zaak eenvoudig.

Een ‘evangelie’ zonder opstanding laat de mens in zijn zonden

Het zogenaamde:

  • ‘evangelie’ van Thomas
  • ‘evangelie’ van Barnabas
  • Mystieke herinterpretatie van “De Weg”

wijken fundamenteel af van het Evangelie zoals de Schrift het definieert.

Het Bijbels Evangelie is:

  • Historisch
  • Gebaseerd op het plaatsvervangend verlossingswerk van Christus
  • Opstandingsgegrond
  •  Uit Genade door geloof

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave.”
(Efeze 2:8, STV)

Alles wat dit vervangt door:

Zelfkennis

Innerlijke verlichting

Ontkenning van het kruis

Ontkenning van de Zoon

is, naar Bijbelse maatstaf geen Evangelie.

De Schrift is daar ondubbelzinnig duidelijk over.

Geverifieerd door MonsterInsights