Jezus is de Messias, óók in de Koran, maar…..

Wat dat betekent?

Een moslim zal zonder aarzeling zeggen dat Jezus de Messias is. Dat is geen christelijke claim die de islam van buitenaf is opgedrongen. De Koran zelf noemt Jezus ook:

المسيح “al-Masih”: de Messias. Wat betekent: de Gezalfde.

Maar stel je de eenvoudige vraag:

Wat betekent het volgens de Koran dat Jezus de Messias is?

Dan wordt het ineens muisstil.

Want de Koran gebruikt een titel die eeuwen ouder is dan de islam, maar legt niet uit wat die titel inhoudt.

Waarom is Jezus de Messias? Waarvoor is Hij gezalfd? Tot welk ambt? Welke beloften vervult Hij? Waarom draagt Jezus deze titel en Mohammed niet?

Dat zijn geen randzaken. Wanneer men iemand “de Messias” noemt, gebruikt men een titel met een voorgeschiedenis. En juist die voorgeschiedenis brengt ons niet naar Mekka of Medina, maar naar Mozes, de Psalmen, de Profeten en uiteindelijk naar het Evangelie.

Jezus is de Messias ook in de Koran. Wat betekent dat?
Jezus is de Messias, ook in de Koran

De Koran noemt Jezus uitdrukkelijk de Messias

In Soera 3:45 wordt aan Maria aangekondigd:

“Allah geeft u een blijde tijding van een Woord van Hem, wiens naam de Messias is, Jezus, zoon van Maria.”

Ook Soera 4:171 spreekt over:

“de Messias, Jezus, zoon van Maria.”

Soera 5:72 en 5:75 gebruiken opnieuw dezelfde titel.

Er bestaat dus geen discussie over de vraag óf de Koran Jezus de Messias noemt. Dat doet hij herhaaldelijk.

De vraag is veel lastiger:

Wat bedoelt de Koran ermee?

 

“Messias” is geen achternaam van Jezus

Soms lijkt het binnen de Koran bijna alsof “Messias” slechts een eretitel bij de naam Jezus is geworden. Maar historisch en Bijbels kan dat niet zo zijn.

Het Arabische “al-Masih” staat in dezelfde traditie als het Hebreeuwse “Mashiach”: de gezalfde. Het Griekse equivalent is “Christos”, waarvan ons woord “Christus” afkomstig is.

Daarom lezen we in Johannes 1:42:

“Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.” (STV)

“Messias” en “Christus” verwijzen dus naar dezelfde Persoon: de Gezalfde.

Maar daarmee begint de vraag pas.

Gezalfd waarvoor?

Een titel zonder inhoud zegt immers heel weinig.

 

Waarvoor is Jezus volgens de Koran gezalfd?

Hier ligt het probleem.

De Koran noemt Jezus “de Messias”, maar geeft geen uitwerking van Zijn messiaanse ambt.

Waar lezen we in de Koran waarom Jezus de Messias is?

Waar wordt uitgelegd tot welk ambt Hij gezalfd werd?

Waar wordt Zijn Messias-schap verbonden met de beloften aan David?

Waar vinden we een uitgewerkte messiaanse verwachting?

Waar wordt verklaard waarom deze titel juist aan Jezus toebehoort?

En misschien nog opvallender:

Waarom is Mohammed niet de Messias?

Als “Messias” eenvoudig “een belangrijke boodschapper van Allah” zou betekenen, waarom krijgt Mohammed, volgens de islam de laatste en belangrijkste profeet, die titel dan niet?

Mozes wordt niet “de Messias” genoemd.

Abraham wordt niet “de Messias” genoemd.

Mohammed wordt niet “de Messias” genoemd.

Jezus wel.

Dat vraagt om een verklaring.

 

De Koran leent een titel uit een eerdere openbaringsgeschiedenis

En precies hier ontstaat de controverse.

De islam kan het begrip “Messias” niet zelf hebben voortgebracht. De titel bestond eeuwen vóór Mohammed en komt voort uit de geschiedenis en verwachting van Israël.

Wie echt wil weten wat “Messias” betekent, moet daarom terug naar de Schriften waarin deze verwachting ontwikkeld wordt.

En daar begint het voor de islam ongemakkelijk te worden.

Want de Messias van de Schrift is veel meer dan alleen ‘een profeet die een boodschap komt brengen.’

 

De beloofde Zoon van David

God beloofde David:

“Ik zal uw zaad na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen.” (2 Samuel 7:12, STV)

En:

“Doch uw huis zal bestendig zijn, en uw koninkrijk tot in eeuwigheid, voor uw aangezicht; uw stoel zal vast zijn tot in eeuwigheid.” (2 Samuel 7:16, STV)

De Messiasverwachting is daardoor onlosmakelijk verbonden met het koningschap van David.

Jesaja bouwt daarop verder:

“Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.” (Jesaja 9:5, STV)

En vervolgens:

“Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk.” (Jesaja 9:6, STV)

Dit is geen inhoudsloze titel.

Dit is een Koning.

 

Psalm 2 maakt het nog scherper

Psalm 2 spreekt uitdrukkelijk over Gods Gezalfde:

“De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE en tegen Zijn Gezalfde.” (Psalm 2:2, STV)

Dan zegt God:

“Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.” (Psalm 2:6, STV)

En dan:

“Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.” (Psalm 2:7, STV)

Let op hoe die begrippen bij elkaar komen:

Gezalfde. Koning. Zoon.

Dat is de Bijbelse achtergrond van de titel die de Koran vervolgens zonder uitgebreide verklaring aan Jezus geeft.

 

De Messias is óók de lijdende Knecht

Daar houdt het verhaal niet op.

Jesaja spreekt over de Knecht Die om de zonden van anderen lijdt:

“Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.” (Jesaja 53:5, STV)

En:

“de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.” (Jesaja 53:6, STV)

Hier wordt zichtbaar waarom het Evangelie niet slechts vertelt dat Jezus een profeet was die goede dingen onderwees.

Hij kwam om Zijn leven te geven.

De Here Jezus Christus zegt Zelf:

“Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.” (Mattheüs 20:28, STV)

Dat raakt precies aan iets wat de Koran later ontkent: de kruisiging van Jezus.

 

De Koran behoudt de titel maar verwerpt de inhoud

En daarmee wordt de Messiascontroverse echt scherp.

De Koran noemt Jezus “de Messias”, maar verwerpt tegelijkertijd centrale elementen van de Bijbelse boodschap over Hem.

Soera 4:157 ontkent dat de Joden Jezus daadwerkelijk hebben gedood en gekruisigd.

Tegelijkertijd bestrijdt de Koran de christelijke belijdenis omtrent Zijn Goddelijke identiteit.

Maar daarmee ontstaat een fundamentele vraag:

Kun je de titel “Messias” uit de Bijbelse openbaringsgeschiedenis overnemen en vervolgens de inhoud waarmee die titel in diezelfde openbaringsgeschiedenis wordt gevuld grotendeels terzijde schuiven?

Dat is de kern van het probleem.

 

De Koran vertelt ons bovendien dat Jezus “Zijn Woord” is

Het wordt nog opmerkelijker wanneer we kijken naar de manier waarop de Koran Jezus omschrijft.

Soera 4:171 noemt Hem niet alleen de Messias, maar ook:

“Zijn Woord, dat Hij aan Maria gaf, en een geest van Hem.”

En Soera 3:45 spreekt eveneens over “een Woord van Hem”.

We moeten daar niet meer in lezen dan wat de Koran zelf zegt. De Koran leert hiermee niet automatisch de christelijke leer van Johannes 1.

Maar de vergelijking is desondanks opmerkelijk.

Want het Evangelie zegt:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

En:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.” (Johannes 1:14, STV)

De Koran wil de christelijke belijdenis over Jezus corrigeren, maar gebruikt tegelijkertijd buitengewone titels voor Hem.

Hij is de Messias.

Hij is een Woord van Allah.

Hij wordt geboren uit Maria zonder menselijke vader.

Hij verricht uitzonderlijke wonderen.

En toch wordt de lezer gewaarschuwd vooral niet de conclusies over Jezus te trekken die het Evangelie trekt.

Dat verdient op zijn minst onderzoek.

 

Waarom Jezus?

Dit is misschien wel de eenvoudigste apologetische vraag die je een moslim kunt stellen:

Waarom Jezus?

Waarom wordt Mohammed niet uit een maagd geboren?

Waarom heet Mohammed niet “de Messias”?

Waarom wordt Mohammed niet “Zijn Woord” genoemd zoals Jezus in Soera 4:171?

Waarom staat juist Jezus zo uitzonderlijk in de Koran?

Het antwoord kan niet eenvoudig zijn: “Omdat Jezus een profeet was.”

Er staan immers veel profeten in de Koran.

De vraag is waarom deze Profeet zulke uitzonderlijke aanduidingen krijgt.

Ga terug naar de eerdere Schriften

Een moslim zou kunnen antwoorden dat wij de Koran zelf moeten laten bepalen wat “Messias” betekent.

Prima.

Waar doet de Koran dat dan?

Waar vinden we een duidelijke definitie?

Waar wordt het messiaanse ambt uitgelegd?

Waar wordt verklaard waarom Jezus en niemand anders “de Messias” is?

Wanneer de Koran dat niet uitlegt, ligt de volgende stap voor de hand: kijk naar de eerdere Schriften waaruit het begrip afkomstig is.

En dan komen we terecht bij de Torah, de Profeten, de Psalmen en het Evangelie.

Niet bij een hypothetisch verdwenen boek waarvan niemand een manuscript kan tonen.

Maar bij geschriften waarvan de messiaanse verwachting al eeuwen vóór de islam aantoonbaar bestond.

 

Jezus Zelf stelt de beslissende vraag

De Here Jezus Christus stelde Zijn discipelen niet de vraag of zij Hem als één profeet uit een lange rij profeten beschouwden.

Hij vroeg:

“Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?” (Mattheüs 16:15, STV)

Petrus antwoordde:

“Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.” (Mattheüs 16:16, STV)

Let opnieuw op: ‘de Christus.’

De Messias.

Maar Petrus stopt daar niet.

“De Zoon des levenden Gods.”

Daar ligt uiteindelijk het verschil.

De Koran behoudt voor Jezus de titel “Messias”, maar het Nieuwe Testament vertelt ons Wie deze Messias is.

 

Een vraag aan de islamitische lezer

Ik wil niet eindigen met spot, of “gotcha”maar met een eenvoudige uitnodiging.

Als jij als moslim gelooft dat Jezus inderdaad de Messias is, neem die belijdenis dan serieus.

Vraag niet wat christenen ervan gemaakt zouden hebben.

Vraag:

Wat betekent “Messias”?

Waarom draagt Jezus die titel?

Waar komt die titel vandaan?

Wat beloofden de eerdere Schriften over deze Messias?

En vooral:

Wie zegt Jezus Zelf dat Hij is?

Lees vervolgens de geschriften waarin de Messiasverwachting daadwerkelijk wordt uitgelegd.

Lees Psalm 2.

Lees Jesaja 9.

Lees Jesaja 53.

Lees Micha 5.

Lees het Evangelie naar Mattheüs.

Lees het Evangelie naar Johannes.

En stel dan opnieuw de vraag die al tweeduizend jaar niet aan kracht heeft verloren:

“Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?”

De Koran noemt Hem de Messias.

De echt beslissende vraag is:

Weet je wat je daarmee over Jezus belijdt?

De Koran kan Jezus wel ‘de Messias’ noemen, maar voor de betekenis van die belijdenis moet hij lenen bij de Schriften die hij vervolgens op beslissende punten tegenspreekt.

lees ook:

Jezus in de Koran: waarom is Hij zó uitzonderlijk? – Bijbelse basis

De Koran en het Evangelie, claims en feiten – Bijbelse basis

extern:

Bijbelstudie: De betekenis van de naam Jezus Christus

https://www.gcvreugdenhil.nl/koran-en-jezus/

Waarom een messiasverwachting niets bewijst: de Mahdi, de Maitreya, de Messias en de grote vergissing

De messias die nooit komt

Waarom een messiasverwachting op zichzelf niets bewijst

Veel mensen denken dat een religie geloofwaardiger wordt wanneer zij een messiasverwachting heeft. Het klinkt immers indrukwekkend: een volk of religie leeft in verwachting van een komende verlosser die recht zal brengen en de wereld zal herstellen.

Maar wie iets dieper kijkt, ontdekt een ongemakkelijke waarheid:

Een messiasverwachting is helemaal niet uniek

Sterker nog: bijna elke grote religie kent een vorm van zo’n verwachting.

Dat betekent dat de verwachting zelf nog niets bewijst.

De islam verwacht ook een redder

Binnen de islam leeft een sterke verwachting van een eindtijdfiguur: de Mahdi.

Volgens veel islamitische tradities zal deze leider verschijnen vlak voor het einde van de wereld. Hij zal:

  • de islam wereldwijd laten zegevieren
  • recht en orde herstellen
  • oorlog voeren tegen vijanden van de islam
  • samen optreden met Isa (Jezus) die volgens de islam zal terugkeren

Voor miljoenen moslims is deze verwachting zeer serieus.

Maar het bestaan van die verwachting maakt de Mahdi nog geen realiteit

Als dat wel zo was, zou elke religie met een eindtijdverlosser automatisch gelijk hebben.

Dat is uiteraard onmogelijk.

De mens verlangt altijd naar een redder

De geschiedenis laat zien dat de mensheid voortdurend redders verwacht.

Het is een religieus patroon:

  • het jodendom verwacht de Messias
  • de islam verwacht de Mahdi
  • het boeddhisme verwacht Maitreya
  • sommige hindoeïstische tradities verwachten Kalki

Waarom?

Omdat de wereld zichtbaar gebroken is.

Mensen voelen intuïtief dat er iemand moet komen die alles rechtzet.

Maar een verlangen naar een redder is nog geen bewijs dat men de juiste Redder kent.

De Bijbel zegt iets totaal anders

Hier komt het radicale verschil.

De Bijbel zegt niet:

er komt ooit een redder.

maar zegt:

de Redder is al gekomen. Geloof dat.

Het evangelie verkondigt dat de Messias niet een toekomstig politiek figuur is, maar een historische Persoon: Jezus Christus.

“Maar wanneer de volheid van de tijd gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.”
(Galaten 4:4, STV)

De Messias is niet een droom van religieuze verwachting.

Hij verscheen in de geschiedenis.

Hij leefde.

Hij stierf.

Hij stond op uit de dood.

Het probleem van een messias zonder Jezus

Een religie die een messias verwacht maar Jezus verwerpt, staat uiteindelijk met lege handen.

Want de Bijbel maakt duidelijk dat de vraag naar de Messias uiteindelijk neerkomt op één beslissende vraag:

Wat doet men met Jezus Christus?

“Wie is de leugenaar, dan die loochent dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.”
(1 Johannes 2:22, STV)

Dat is confronterend.

Maar het maakt het onderscheid helder.

Een messiasverwachting kan nog alle kanten op.

Maar het evangelie wijst naar één Persoon.

Waarom een messiasverwachting zelfs gevaarlijk kan zijn

Ironisch genoeg kan een sterke messiasverwachting mensen juist vatbaar maken voor misleiding.

De Bijbel waarschuwt hier expliciet voor.

“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (zo het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.”
(Matthéüs 24:24, STV)

Wie alleen wacht op een toekomstige redder, kan zo maar  de verkeerde omarmen.

Geschiedenis en religie zitten vol voorbeelden daarvan.

Het Evangelie

De Bijbel draait daarom niet om een religieuze verwachting.

Het draait om een historische realiteit.

Jezus Christus is de beloofde

“Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is.
En de zaligheid is in geen Ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:11–12, STV)

Dáár ligt het beslissende punt.

Niet in de vraag of men een verlosser verwacht.

Maar in de vraag:

Kent men de Verlosser die al gekomen is?

Een messiasverwachting bewijst helemaal niets.

De islam heeft er één.
Het Jodendom heeft er één.
Andere religies hebben er ook één.

Maar alleen het Evangelie zegt:

De Messias is al gekomen.

Zijn Naam is Jezus Christus.

En wie Hem verwerpt terwijl hij een andere redder verwacht, zal bedrogen uitkomen.

 

Waarom we spreken van de Here Jezus Christus, en niet simpelweg van “Jezus”

Waarom we spreken van de Here Jezus Christus, en niet simpelweg van “Jezus”

In gesprekken hoor je het: “Jezus dit” en “Jezus dat.”
Soms oprecht bedoeld. Soms bijna terloops. Soms zelfs achteloos.

Het komt zelfs ook voor dat Hij benaderd wordt als een  soort butler die geacht wordt in actie te komen op commando.

Maar waarom spreken gelovigen traditioneel van de Here Jezus Christus?
Is dat ouderwets taalgebruik? Vrome gewoonte? Of zit er iets diepers achter?

De Schrift zelf geeft het antwoord.

De naam Jezus — Zijn vernedering

De naam Jezus is de naam van Zijn menswording.

“En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Mattheüs 1:21 STV)

Dat is de naam die Hij ontving bij Zijn geboorte.
De naam van de Mens geworden Zoon.
De naam verbonden aan Bethlehem, Nazareth, Galilea en Golgotha.

In de Evangeliën lezen we hoe mensen “Jezus volgden”. Zij liepen letterlijk achter Hem aan. Zij zagen Hem, hoorden Hem, raakten Hem aan.

Maar de Schrift blijft daar niet bij staan.

Christus — Zijn goddelijke aanstelling

“Christus” betekent: de Gezalfde.
Het is de Griekse vertaling van “Messias”.

“Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.” (Mattheüs 16:16 STV)

Christus is dus géén achternaam. Het is een titel.
Het spreekt van Zijn ambt. Zijn goddelijke roeping. Zijn zalving door de Vader.

Als Christus is Hij:

– Profeet
– Priester
– Koning

Wanneer wij Hem “Christus” noemen, belijden wij dat Hij de door God gezonden Verlosser is.

Dat is méér dan alleen de historische Jezus.

Here — Zijn verhoging

Na kruis en opstanding is Hij niet slechts Jezus van Nazareth.

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.” (Handelingen 2:36 STV)

Hier klinkt iets beslissends.

God heeft Hem tot Heere gemaakt.

Heere betekent: Soevereine, Meester, Eigenaar.
Het Griekse Kurios werd gebruikt voor absolute heerschappij.

Daarom schrijft Paulus:

“Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is.” (Filippenzen 2:9 STV)

En verder:

“Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.” (Filippenzen 2:10 STV)

Wij spreken dus niet meer slechts over de vernederde Jezus.
Wij spreken over de verhoogde Heere.

Waarom dat verschil, zeker vandaag, relevant is

In onze tijd is “Jezus” soms gereduceerd tot een vriendelijke spirituele figuur.
Een inspirerend voorbeeld.
Een zachte rabbi.
Een moreel kompas.

Maar de Bijbel presenteert Hem als veel meer.

Wanneer de apostelen hun brieven openen, schrijven zij niet achteloos.

“Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.” (Romeinen 1:7 STV)

Dat is geen stijlvorm. Dat is belijdenis.

Elke keer dat zij die volle naam gebruiken, erkennen zij:

– Zijn menswording
– Zijn Messiaanse zending
– Zijn koninklijke heerschappij

Het gaat niet om vrome formaliteit

Dit is geen taalpolitie.
Het is geen wettische regel.

Het gaat om erkenning.

Wie Hij is, bepaalt hoe wij Hem noemen.

Wanneer wij spreken van de Here Jezus Christus, doen wij precies wat de Schrift doet: wij belijden Hem in de volheid van Zijn Persoon en werk.

Niet kleiner dan Hij is.
Niet oppervlakkiger dan de apostelen deden.
Niet vertrouwelijker dan gepast is.

Eerbied begint in taal

Taal vormt denken.
Denken vormt geloofsbeleving.

Wie achteloos spreekt, denkt vaak ook achteloos.
Wie belijdend spreekt, houdt zijn hart bij de waarheid.

Hij is Jezus — de Mens geworden Zoon.
Hij is Christus — de Gezalfde van God.
Hij is de Here — verhoogd boven alle naam.

En daarom spreken wij niet simpelweg over “Jezus”.

Daarom: Here Jezus Christus.

lees ook:

Jezus volgen of Christus volgen; geen woordspel, maar een fundament

De Naam die men liever niet noemt

Geverifieerd door MonsterInsights