Jezus is de Messias, óók in de Koran, maar…..

Wat dat betekent?

Een moslim zal zonder aarzeling zeggen dat Jezus de Messias is. Dat is geen christelijke claim die de islam van buitenaf is opgedrongen. De Koran zelf noemt Jezus ook:

المسيح “al-Masih”: de Messias. Wat betekent: de Gezalfde.

Maar stel je de eenvoudige vraag:

Wat betekent het volgens de Koran dat Jezus de Messias is?

Dan wordt het ineens muisstil.

Want de Koran gebruikt een titel die eeuwen ouder is dan de islam, maar legt niet uit wat die titel inhoudt.

Waarom is Jezus de Messias? Waarvoor is Hij gezalfd? Tot welk ambt? Welke beloften vervult Hij? Waarom draagt Jezus deze titel en Mohammed niet?

Dat zijn geen randzaken. Wanneer men iemand “de Messias” noemt, gebruikt men een titel met een voorgeschiedenis. En juist die voorgeschiedenis brengt ons niet naar Mekka of Medina, maar naar Mozes, de Psalmen, de Profeten en uiteindelijk naar het Evangelie.

Jezus is de Messias ook in de Koran. Wat betekent dat?
Jezus is de Messias, ook in de Koran

De Koran noemt Jezus uitdrukkelijk de Messias

In Soera 3:45 wordt aan Maria aangekondigd:

“Allah geeft u een blijde tijding van een Woord van Hem, wiens naam de Messias is, Jezus, zoon van Maria.”

Ook Soera 4:171 spreekt over:

“de Messias, Jezus, zoon van Maria.”

Soera 5:72 en 5:75 gebruiken opnieuw dezelfde titel.

Er bestaat dus geen discussie over de vraag óf de Koran Jezus de Messias noemt. Dat doet hij herhaaldelijk.

De vraag is veel lastiger:

Wat bedoelt de Koran ermee?

 

“Messias” is geen achternaam van Jezus

Soms lijkt het binnen de Koran bijna alsof “Messias” slechts een eretitel bij de naam Jezus is geworden. Maar historisch en Bijbels kan dat niet zo zijn.

Het Arabische “al-Masih” staat in dezelfde traditie als het Hebreeuwse “Mashiach”: de gezalfde. Het Griekse equivalent is “Christos”, waarvan ons woord “Christus” afkomstig is.

Daarom lezen we in Johannes 1:42:

“Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.” (STV)

“Messias” en “Christus” verwijzen dus naar dezelfde Persoon: de Gezalfde.

Maar daarmee begint de vraag pas.

Gezalfd waarvoor?

Een titel zonder inhoud zegt immers heel weinig.

 

Waarvoor is Jezus volgens de Koran gezalfd?

Hier ligt het probleem.

De Koran noemt Jezus “de Messias”, maar geeft geen uitwerking van Zijn messiaanse ambt.

Waar lezen we in de Koran waarom Jezus de Messias is?

Waar wordt uitgelegd tot welk ambt Hij gezalfd werd?

Waar wordt Zijn Messias-schap verbonden met de beloften aan David?

Waar vinden we een uitgewerkte messiaanse verwachting?

Waar wordt verklaard waarom deze titel juist aan Jezus toebehoort?

En misschien nog opvallender:

Waarom is Mohammed niet de Messias?

Als “Messias” eenvoudig “een belangrijke boodschapper van Allah” zou betekenen, waarom krijgt Mohammed, volgens de islam de laatste en belangrijkste profeet, die titel dan niet?

Mozes wordt niet “de Messias” genoemd.

Abraham wordt niet “de Messias” genoemd.

Mohammed wordt niet “de Messias” genoemd.

Jezus wel.

Dat vraagt om een verklaring.

 

De Koran leent een titel uit een eerdere openbaringsgeschiedenis

En precies hier ontstaat de controverse.

De islam kan het begrip “Messias” niet zelf hebben voortgebracht. De titel bestond eeuwen vóór Mohammed en komt voort uit de geschiedenis en verwachting van Israël.

Wie echt wil weten wat “Messias” betekent, moet daarom terug naar de Schriften waarin deze verwachting ontwikkeld wordt.

En daar begint het voor de islam ongemakkelijk te worden.

Want de Messias van de Schrift is veel meer dan alleen ‘een profeet die een boodschap komt brengen.’

 

De beloofde Zoon van David

God beloofde David:

“Ik zal uw zaad na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen.” (2 Samuel 7:12, STV)

En:

“Doch uw huis zal bestendig zijn, en uw koninkrijk tot in eeuwigheid, voor uw aangezicht; uw stoel zal vast zijn tot in eeuwigheid.” (2 Samuel 7:16, STV)

De Messiasverwachting is daardoor onlosmakelijk verbonden met het koningschap van David.

Jesaja bouwt daarop verder:

“Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.” (Jesaja 9:5, STV)

En vervolgens:

“Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk.” (Jesaja 9:6, STV)

Dit is geen inhoudsloze titel.

Dit is een Koning.

 

Psalm 2 maakt het nog scherper

Psalm 2 spreekt uitdrukkelijk over Gods Gezalfde:

“De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE en tegen Zijn Gezalfde.” (Psalm 2:2, STV)

Dan zegt God:

“Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.” (Psalm 2:6, STV)

En dan:

“Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.” (Psalm 2:7, STV)

Let op hoe die begrippen bij elkaar komen:

Gezalfde. Koning. Zoon.

Dat is de Bijbelse achtergrond van de titel die de Koran vervolgens zonder uitgebreide verklaring aan Jezus geeft.

 

De Messias is óók de lijdende Knecht

Daar houdt het verhaal niet op.

Jesaja spreekt over de Knecht Die om de zonden van anderen lijdt:

“Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.” (Jesaja 53:5, STV)

En:

“de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.” (Jesaja 53:6, STV)

Hier wordt zichtbaar waarom het Evangelie niet slechts vertelt dat Jezus een profeet was die goede dingen onderwees.

Hij kwam om Zijn leven te geven.

De Here Jezus Christus zegt Zelf:

“Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.” (Mattheüs 20:28, STV)

Dat raakt precies aan iets wat de Koran later ontkent: de kruisiging van Jezus.

 

De Koran behoudt de titel maar verwerpt de inhoud

En daarmee wordt de Messiascontroverse echt scherp.

De Koran noemt Jezus “de Messias”, maar verwerpt tegelijkertijd centrale elementen van de Bijbelse boodschap over Hem.

Soera 4:157 ontkent dat de Joden Jezus daadwerkelijk hebben gedood en gekruisigd.

Tegelijkertijd bestrijdt de Koran de christelijke belijdenis omtrent Zijn Goddelijke identiteit.

Maar daarmee ontstaat een fundamentele vraag:

Kun je de titel “Messias” uit de Bijbelse openbaringsgeschiedenis overnemen en vervolgens de inhoud waarmee die titel in diezelfde openbaringsgeschiedenis wordt gevuld grotendeels terzijde schuiven?

Dat is de kern van het probleem.

 

De Koran vertelt ons bovendien dat Jezus “Zijn Woord” is

Het wordt nog opmerkelijker wanneer we kijken naar de manier waarop de Koran Jezus omschrijft.

Soera 4:171 noemt Hem niet alleen de Messias, maar ook:

“Zijn Woord, dat Hij aan Maria gaf, en een geest van Hem.”

En Soera 3:45 spreekt eveneens over “een Woord van Hem”.

We moeten daar niet meer in lezen dan wat de Koran zelf zegt. De Koran leert hiermee niet automatisch de christelijke leer van Johannes 1.

Maar de vergelijking is desondanks opmerkelijk.

Want het Evangelie zegt:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

En:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.” (Johannes 1:14, STV)

De Koran wil de christelijke belijdenis over Jezus corrigeren, maar gebruikt tegelijkertijd buitengewone titels voor Hem.

Hij is de Messias.

Hij is een Woord van Allah.

Hij wordt geboren uit Maria zonder menselijke vader.

Hij verricht uitzonderlijke wonderen.

En toch wordt de lezer gewaarschuwd vooral niet de conclusies over Jezus te trekken die het Evangelie trekt.

Dat verdient op zijn minst onderzoek.

 

Waarom Jezus?

Dit is misschien wel de eenvoudigste apologetische vraag die je een moslim kunt stellen:

Waarom Jezus?

Waarom wordt Mohammed niet uit een maagd geboren?

Waarom heet Mohammed niet “de Messias”?

Waarom wordt Mohammed niet “Zijn Woord” genoemd zoals Jezus in Soera 4:171?

Waarom staat juist Jezus zo uitzonderlijk in de Koran?

Het antwoord kan niet eenvoudig zijn: “Omdat Jezus een profeet was.”

Er staan immers veel profeten in de Koran.

De vraag is waarom deze Profeet zulke uitzonderlijke aanduidingen krijgt.

Ga terug naar de eerdere Schriften

Een moslim zou kunnen antwoorden dat wij de Koran zelf moeten laten bepalen wat “Messias” betekent.

Prima.

Waar doet de Koran dat dan?

Waar vinden we een duidelijke definitie?

Waar wordt het messiaanse ambt uitgelegd?

Waar wordt verklaard waarom Jezus en niemand anders “de Messias” is?

Wanneer de Koran dat niet uitlegt, ligt de volgende stap voor de hand: kijk naar de eerdere Schriften waaruit het begrip afkomstig is.

En dan komen we terecht bij de Torah, de Profeten, de Psalmen en het Evangelie.

Niet bij een hypothetisch verdwenen boek waarvan niemand een manuscript kan tonen.

Maar bij geschriften waarvan de messiaanse verwachting al eeuwen vóór de islam aantoonbaar bestond.

 

Jezus Zelf stelt de beslissende vraag

De Here Jezus Christus stelde Zijn discipelen niet de vraag of zij Hem als één profeet uit een lange rij profeten beschouwden.

Hij vroeg:

“Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?” (Mattheüs 16:15, STV)

Petrus antwoordde:

“Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.” (Mattheüs 16:16, STV)

Let opnieuw op: ‘de Christus.’

De Messias.

Maar Petrus stopt daar niet.

“De Zoon des levenden Gods.”

Daar ligt uiteindelijk het verschil.

De Koran behoudt voor Jezus de titel “Messias”, maar het Nieuwe Testament vertelt ons Wie deze Messias is.

 

Een vraag aan de islamitische lezer

Ik wil niet eindigen met spot, of “gotcha”maar met een eenvoudige uitnodiging.

Als jij als moslim gelooft dat Jezus inderdaad de Messias is, neem die belijdenis dan serieus.

Vraag niet wat christenen ervan gemaakt zouden hebben.

Vraag:

Wat betekent “Messias”?

Waarom draagt Jezus die titel?

Waar komt die titel vandaan?

Wat beloofden de eerdere Schriften over deze Messias?

En vooral:

Wie zegt Jezus Zelf dat Hij is?

Lees vervolgens de geschriften waarin de Messiasverwachting daadwerkelijk wordt uitgelegd.

Lees Psalm 2.

Lees Jesaja 9.

Lees Jesaja 53.

Lees Micha 5.

Lees het Evangelie naar Mattheüs.

Lees het Evangelie naar Johannes.

En stel dan opnieuw de vraag die al tweeduizend jaar niet aan kracht heeft verloren:

“Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?”

De Koran noemt Hem de Messias.

De echt beslissende vraag is:

Weet je wat je daarmee over Jezus belijdt?

De Koran kan Jezus wel ‘de Messias’ noemen, maar voor de betekenis van die belijdenis moet hij lenen bij de Schriften die hij vervolgens op beslissende punten tegenspreekt.

lees ook:

Jezus in de Koran: waarom is Hij zó uitzonderlijk? – Bijbelse basis

De Koran en het Evangelie, claims en feiten – Bijbelse basis

extern:

Bijbelstudie: De betekenis van de naam Jezus Christus

https://www.gcvreugdenhil.nl/koran-en-jezus/

“Raak de gezalfde des Heeren niet aan”?

Betekent dit dat kritiek hebben op christelijk leiderschap niet gepast is?

“Raak de gezalfde des Heeren niet aan.” Het klinkt ernstig. Bijbels ook. En juist daarom wordt deze uitdrukking nogal eens gebruikt als geestelijke stopknop. Zodra iemand vragen stelt bij een spreker, voorganger, of leider, komt dan de waarschuwing: pas op, raak Gods gezalfde niet aan.

Ik heb deze frase in het verleden horen citeren als bescherming tegen kritische medegelovigen die zich niet wensten te onderwerpen aan uitwassen van leiderschap in de gemeente.

Gaat het daar wel over? Mag dit zo wel gebruikt worden? In zijn Bijbelse context: de uitdrukking komt uit een concrete geschiedenis over David en Saul, niet uit een vrijbrief voor geestelijk leiderschap vandaag.

“Raak de gezalfde des Heeren niet aan” betekent niet dat kritiek op een leider ongepast of verboden is. Het betekent in de Bijbelse context dat David Saul niet eigenmachtig wilde doden of met geweld van de troon stoten, omdat Saul als koning door God gezalfd was.

De tekst gaat dus over geweld, wraak en eigenmachtige machtsgreep  niet over het toetsen van leer, gedrag of leiderschap.

Raak Gods gezalfde niet aan

De context

David had meerdere keren de kans om Saul te doden. Saul vervolgde David onrechtvaardig, maar David weigerde om zelf het oordeel over Saul uit te voeren.

“Dat late de HEERE verre van mij zijn, dat ik die zaak doen zou aan mijn heer, den gezalfde des HEEREN, dat ik mijn hand aan hem leggen zou; want hij is de gezalfde des HEEREN.” 1 Samuël 24:7 (STV)

Daar gaat het dus om: David legde zijn hand niet aan Saul. Hij pleegde geen aanslag. Hij greep de macht niet. Hij liet het oordeel aan God over.

Ook in de studie wordt dit verbonden met het koningschap: David gebruikt de uitdrukking “de gezalfde des Heeren” voor de koning, waarmee aan het koningschap een hoge betekenis wordt gegeven.

 

David sprak Saul wél aan

David zweeg niet alsof Saul boven kritiek stond. Hij confronteerde Saul juist met zijn onrecht.

“Zie, mijn vader, ja, zie den slip uws mantels in mijn hand; want daar ik den slip uws mantels afgesneden heb, en u niet gedood heb, zo merk en zie, dat er geen kwaad noch overtreding in mijn hand is, en ik tegen u niet gezondigd heb; nochtans jaagt gij mijn ziel, om die weg te nemen.” 1 Samuël 24:12 (STV)

Dat is géén rebellie. Dat is ook géén laster. Dat is waarheidsgetrouwe confrontatie zonder wraakzucht. Wraakzucht is een fout motief, en we worden als gelovigen opgeroepen onszelf niet te wreken. (Romeinen 12:9)

 

De tekst wordt bij gelegenheid misbruikt

Wanneer iemand vandaag zegt: “Raak Gods gezalfde niet aan,” bedoelt hij vaak eigenlijk: “Je mag mij niet toetsen, niet aanspreken en niet bekritiseren.”

Dat is geestelijk machtsmisbruik.

In het Nieuwe Testament worden leiders, leraars en apostelen juist wél getoetst. Paulus prijst de Bereërs omdat zij zijn onderwijs naast de Schrift legden:

“En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” Handelingen 17:11 (STV)

Zelfs Petrus werd door Paulus openlijk tegengesproken en gecorrigeerd toen hij verkeerd handelde:

“Maar als Petrus te Antiochië gekomen was, wederstond ik hem in het aangezicht, omdat hij te bestraffen was.” Galaten 2:11 (STV)

Dus zelfs een apostel stond niet boven correctie.

 

Ook oudsten staan niet boven toetsing

Er moet wel zorgvuldig worden omgegaan met beschuldigingen tegen oudsten. Niet op basis van roddel, stemmingmakerij of losse aantijgingen.

“Tegen een ouderling neem geen beschuldiging aan, anders dan onder twee of drie getuigen.” 1 Timotheüs 5:19 (STV)

Maar als er werkelijk zonde is, moet die juist niet worden toegedekt:

“Die zondigen, bestraf in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vreze mogen hebben.” 1 Timotheüs 5:20 (STV)

Dat is duidelijk. De Schrift beschermt leiders tegen lichtvaardige beschuldigingen, maar niet tegen terechte bestraffing.

 

Het Bijbelse onderscheid

Kritiek is verkeerd wanneer zij voortkomt uit hoogmoed, bitterheid, partijzucht, roddel of rebellie.

Maar kritiek is geboden wanneer het gaat om valse leer, misleiding, machtsmisbruik, morele zonde of verdraaiing van het Evangelie.

De norm is niet: is iemand gezalfd?
De norm is: is wat hij leert en doet in overeenstemming met het hele Woord van God?

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” 1 Thessalonicenzen 5:21 (STV)

 

Kort samengevat

“Raak de gezalfde des Heeren niet aan” betekent: neem geen wraak, pleeg geen geestelijke of fysieke machtsgreep, handel niet uit vleselijke motieven of  opstandigheid.

Het betekent niet: zwijg bij dwaling.
Het betekent niet: leiders zijn onaantastbaar.
Het betekent niet: kritiek is ongeestelijk.
Het betekent zeker niet: een prediker mag zich achter zijn “zalving” verschuilen.

Een werkelijk Bijbels leider hoeft niet beschermd te worden tegen toetsing aan de Schrift.

Alleen een menselijk machtsmodel heeft zulke slogans nodig.

Lees ook (extern): 

https://www.zoeklicht.nl/artikelen/ootmoed-en-nederigheid-11529

Wat zegt de Bijbel over “de zalving”?

Geen geestelijke toverolie

Hero banner promoting Bible studies: open Bible on a wooden table at sunrise with the Dutch title 'Wat zegt de Bijbel over...' and a blue footer menu showing topics like Schrift met Schrift and Christus centraal.
Wat zegt de Bijbel over

In de Bijbel is zalving geen vage geestelijke sfeer, geen “extra laag kracht” voor bijzondere christenen, en geen bewijs dat iemand onaantastbaar gezag heeft. Zalving heeft in de Schrift vooral te maken met afzondering door God, bekwaammaking door de Geest, en uiteindelijk met Christus Zelf, de Gezalfde.

Het woord Christus betekent letterlijk: Gezalfde. Dat is meteen de kern. De zalving wijst niet los van Christus, maar naar Hem.

 

Zalving in het Oude Testament

In het Oude Testament werden mensen en voorwerpen gezalfd wanneer zij voor een bijzondere dienst aan God werden afgezonderd. Denk aan priesters, koningen en soms profeten.

Aäron en zijn zonen werden gezalfd voor de priesterdienst. Saul en David werden gezalfd tot koning. De zalving was dus geen religieuze show, maar een zichtbaar teken: deze persoon wordt door God in een bepaalde bediening geplaatst.

Maar dat betekende niet automatisch dat iemand innerlijk recht stond voor God. Saul was gezalfd als koning, maar werd ongehoorzaam. De uiterlijke zalving beschermde hem niet tegen afval, hoogmoed en ongehoorzaamheid.

Dat is belangrijk. Een “gezalfde positie” is nooit een vrijbrief.

 

De Here Jezus Christus is dé Gezalfde

Alle zalvingen in het Oude Testament wijzen uiteindelijk vooruit naar de Here Jezus Christus. Hij is de ware Profeet, Priester en Koning.

In Lukas 4 past de Here Jezus Jesaja 61 op Zichzelf toe:

“De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart;” Lukas 4:18 (STV).

Ook Petrus zegt:

“Hoe God Jezus van Nazareth gezalfd heeft met den Heiligen Geest en met kracht; Welke het land doorgegaan is, goeddoende, en genezende allen, die van den duivel overweldigd waren; want God was met Hem.” Handelingen 10:38 (STV).

De zalving van Christus is dus verbonden met Zijn Messiaanse zending. Hij is niet zomaar “een gezalfde”. Hij is de Gezalfde.

 

De gelovige is in Christus gezalfd

In het Nieuwe Testament wordt de zalving ook op gelovigen betrokken, maar opvallend genoeg niet als een aparte tweede ervaring waarnaar men voortdurend moet jagen. Paulus schrijft:

“Maar Die ons met u bevestigt in Christus, en Die ons gezalfd heeft, is God; Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven.” 2 Korinthe 1:21-22 (STV).

Let op de samenhang:

bevestigd in Christus
gezalfd door God
verzegeld
het onderpand van de Geest ontvangen

Dat gaat niet over een select groepje onaanraakbare superchristenen. Dat gaat over wat God doet met wie in Christus is. De zalving hoort bij de positie van de gelovige in Christus en bij de gave van de Heilige Geest.

 

De zalving in 1 Johannes

De bekendste tekst is 1 Johannes 2:

“Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.” 1 Johannes 2:20 (STV).

En iets later:

“En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven.” 1 Johannes 2:27 (STV).

Deze tekst wordt vaak misbruikt alsof een gelovige geen onderwijs, leraars of Bijbelstudie meer nodig zou hebben. Maar dat kan Johannes niet bedoelen, want hij is op datzelfde moment juist bezig hen te onderwijzen.

De context is waarschuwing tegen verleiders en antichristelijke leer.

Johannes zegt dus niet: “jullie hebben geen Bijbels onderwijs nodig.” Hij zegt: “jullie zijn door de Geest niet weerloos tegenover dwaalleer.” De zalving leert de gelovige Christus erkennen en in Hem blijven.

De zalving is hier dus geen mystieke tinteling, maar het werk van de Heilige Geest waardoor gelovigen de waarheid van Christus kennen en niet meegesleept hoeven te worden door misleiding.

 

Wat “de zalving” niet is

De zalving is niet een geestelijke atmosfeer die een spreker meebrengt.

De zalving is niet hetzelfde als charisma, podiumkracht, emotie, opgebouwde (muziek) spanning of kippenvel.

De zalving is niet een keurmerk waardoor een leider niet meer getoetst mag worden.

De zalving is niet iets wat je via handoplegging, conferenties, mantels, “impartation” of speciale zalvingsdiensten moet najagen.

De zalving is ook niet een soort geestelijke olie waarmee sommige mensen meer “geladen” zijn dan andere gelovigen.

Dat soort taal verschuift de aandacht gemakkelijk van Christus naar mensen. Dan krijg je uitspraken als: “Raak de gezalfde des Heeren niet aan.” Daarmee wordt kritiek op een leider soms afgeschermd. Maar in de Bijbel betekent dat niet dat een leider niet getoetst mag worden. David wilde Saul niet eigenmachtig doden, maar dat maakte Sauls ongehoorzaamheid niet heilig.

Een gezalfde positie maakt iemand niet onfeilbaar.

 

Wat de zalving wél is

Bijbels gesproken is de zalving voor de gelovige verbonden met de Heilige Geest, met Christus, met waarheid en met blijven in Hem.

Het betekent dat God de gelovige in Christus heeft geplaatst, hem verzegeld heeft met de Geest, en hem door die Geest doet delen in de kennis van Christus.

Daarom is de zalving niet los verkrijgbaar. Niet naast Christus. Niet boven de Schrift. Niet via een geestelijke elite.

De zalving brengt je niet in extase boven het Woord uit, maar houdt je juist bij Christus en bij de waarheid.

 

Wat het punt is

Veel moderne zalvingstaal draait in de praktijk om ervaring, kracht, bediening, sfeer en personen. Maar in de Bijbel draait de zalving om Christus, de Geest, waarheid, afzondering en volharding in Hem.

Wanneer iemand zegt: “Daar is veel zalving,” moet je dus niet eerst vragen: “Voelde het krachtig?” maar: werd Christus zuiver verkondigd? Werd de Schrift recht gesneden? Werd de gemeente opgebouwd in waarheid? Werd de aandacht op de Here Jezus gericht of op de mens op het podium?

Dat is de Bijbelse toets.

De Bijbel leert dat de Here Jezus Christus dé Gezalfde is. Gelovigen zijn in Hem gezalfd, verzegeld en begiftigd met de Heilige Geest. Die zalving is geen losse kracht, geen status van geestelijke beroemdheden, en geen excuus om toetsing te ontwijken. Zij houdt de gelovige bij Christus, bij de waarheid en bij het blijven in Hem.

Geverifieerd door MonsterInsights