De Wet is niet alleen de Tien Geboden: staat een christen onder de Wet?

Waarom worden christenen (steeds weer) onder de wet van Mozes geplaatst

Zijn christenen onder de Tien Geboden? Wat bedoelt de Bijbel eigenlijk met de Wet? Veel predikers beantwoorden die vraag zonder deze eerst goed te onderzoeken. De redenering klinkt vertrouwd:

‘de ceremoniële wetten van Israël zijn afgeschaft, maar de Tien Geboden zijn Gods eeuwige morele wet en gelden daarom onverkort voor de christen.’

Het klinkt degelijk. Het klinkt Bijbels.

Maar is het dat ook? Wat zegt de Bijbel?

Want zodra we de Schrift zelf laten spreken, ontstaat er een probleem. De Bijbel maakt nergens zo gemakkelijk de scheiding die tegenwoordig vanaf kansels wordt gemaakt. De Tien Geboden staan niet los van de Wet. Ze behoren tot het verbond dat God met Israël sloot.

En Paulus zegt niet dat de gelovige onder een verkorte versie van Mozes is geplaatst.

Hij zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

Niet: niet onder de ceremoniële wet.

Niet: niet onder de burgerlijke wet.

Maar:

niet onder de wet.

Dat verschil is groter dan menig prediker zijn gehoor vertelt.

De Wet is meer dan de tien geboden
De Wet is niet alleen de tien geboden

De Tien Geboden zijn niet de hele Wet

De Schrift kent inderdaad de Tien Woorden.

“En Hij schreef op de tafelen de woorden des verbonds, de tien woorden.”
Exodus 34:28

Zie ook Deuteronomium 4:13 en Deuteronomium 10:4.

De Tien Woorden hebben dus zonder twijfel een bijzondere plaats binnen het verbond. Ze werden door God op stenen tafelen geschreven.

Maar daarmee is de Wet niet beperkt tot tien geboden.

Wie na Exodus 20 gewoon verder leest, ontdekt dat de wetgeving doorgaat. Exodus 21, 22 en 23 bevatten allerlei geboden en bepalingen. Daarna volgen voorschriften over de tabernakel, priesterdienst, offers, reinheid, feesten, voedsel, rechtspraak en het maatschappelijke leven van Israël.

De Wet is een compleet verbondsstelsel

De latere Joodse traditie heeft de geboden van de Torah geteld en kwam tot het bekende aantal van 613. Over die precieze telling kan worden gediscussieerd, want de Bijbel geeft zelf nergens het getal 613.

Maar één ding staat buiten discussie:

het zijn er aanzienlijk meer dan tien.

Wie daarom voortdurend spreekt over “de Wet” en daarmee eigenlijk alleen de Tien Geboden bedoelt, heeft de Bijbelse betekenis van het begrip al versmald voordat de uitleg begonnen is.

 

Aan wie werden de Tien Geboden gegeven?

Dit is misschien wel de meest genegeerde vraag in de discussie.

Tegen wie spreekt God in Exodus?

De tekst geeft zelf het antwoord:

“Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israëls verkondigen.”
Exodus 19:3

Niet aan de Gemeente.

Niet aan alle volkeren.

Niet aan de mensheid in het algemeen.

Aan Israël.

God zegt:

“Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken…”
Exodus 19:5

En Israël antwoordt:

“Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen!”
Exodus 19:8

Pas daarna komen we bij Exodus 20.

En hoe beginnen de Tien Geboden?

“Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.”
Exodus 20:2

Wie was uit Egypte geleid?

De Gemeente?

Een Nederlander in 2026?

Nee.

Israël.

Dat betekent niet dat wij niets uit Exodus 20 kunnen leren. De gehele Schrift is ons tot lering gegeven. Maar iets kan voor ons geschreven zijn zonder aan ons gericht te zijn.

Dat onderscheid negeren is een gegarandeerd recept voor verwarring.

Paulus bevestigt bovendien aan wie de wetgeving gegeven was:

“Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving…”
Romeinen 9:4

De verbonden en de wetgeving behoren hier nadrukkelijk bij Israël.

Waarom wordt dat zo weinig verteld wanneer men de Tien Geboden aan de Gemeente voorhoudt?

 

De Wet kwam 430 jaar na de belofte

Ook de plaats van de Wet in de heilsgeschiedenis wordt door de apostel Paulus nauwkeurig aangegeven.

Hij schrijft:

“En dit zeg ik: Het verbond, dat tevoren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen.”
Galaten 3:17

De Wet was er dus niet altijd.

Zij kwam.

Paulus vraagt vervolgens:

“Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld…”
Galaten 3:19

Let op die woorden:

“daarbij gesteld.”

De Wet kreeg binnen Gods handelen een bepaalde plaats en functie.

Zij was niet Gods methode om zondaren zalig te maken.

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”
Romeinen 3:20

De Wet legt de zonde bloot.

De Wet veroordeelt de overtreder.

De Wet maakt duidelijk wat overtreding is.

Maar de Wet kan een zondaar niet rechtvaardigen.

 

De Wet is geen ladder naar God

Hier ontspoort veel prediking.

Men zegt eerst dat behoud volledig uit genade is en hangt vervolgens de stenen tafelen alsnog boven het hoofd van de gelovige als norm waaronder hij geplaatst zou zijn.

Maar Paulus noemt de Wet geen ladder waarmee de mens omhoog klimt.

Integendeel:

“Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek…”
Galaten 3:10

En vervolgens citeert hij:

“Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.”
Galaten 3:10

Let opnieuw op:

al hetgeen.

Niet negen van de Tien Geboden.

Niet een selectie morele voorschriften.

Wie zich op de Wet beroept als rechtsgrond, krijgt niet het recht om zelf het pakket samen te stellen.

 

Paulus kent geen christelijk boodschappenmandje bij Mozes

Dit is precies waar het ongemakkelijk wordt.

Veel predikers lijken met een denkbeeldig boodschappenmandje door de Wet van Mozes te lopen.

Besnijdenis?

Niet meer nodig.

Voedselwetten?

Voorbij.

Israëls feestdagen?

Niet verplicht.

Offerwetten?

Vervuld.

Priesterdienst?

Voorbij.

Sabbat op de zevende dag?

Nou ja, daar maken we zondag van.

Maar vervolgens komen we bij:

“Gij zult niet doodslaan.”

“Gij zult niet stelen.”

“Gij zult geen overspel doen.”

En plotseling klinkt het:

Kijk, hier staat Gods Wet waaronder de christen leeft!

Maar op grond waarvan werd die selectie gemaakt?

Waar zegt Paulus:

Van de Wet van Mozes blijven voor de Gemeente precies deze tien bepalingen als verbondswet over?

Die tekst bestaat niet.

 

De gehele Wet betekent de gehele Wet

Paulus schrijft:

“En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen.”
Galaten 5:3

Dat is vernietigend voor selectief wetticisme.

Wie zich voor zijn positie voor God onder de Wet stelt, krijgt niet het recht te zeggen:

Deze wel, die niet.

De Wet vormt een geheel.

Ook Jakobus schrijft:

“Want wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.”
Jakobus 2:10

Waarom?

Omdat achter alle geboden dezelfde Wetgever staat.

Je kunt daarom niet eerst de Wet opdelen, vervolgens zelf bepalen welk deel nog bindend is en daarna dat geselecteerde deel opnieuw aan de Gemeente opleggen alsof Paulus daar geen woord over geschreven heeft.

 

En dan die stenen tafelen…

Hier wordt het voor de predikers van de Tien Geboden werkelijk lastig.

Want wat zegt Paulus over hetgeen in stenen geschreven was?

“En indien de bediening des doods in letters bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest…”
2 Korinthe 3:7

Lees dat nog eens.

In stenen ingedrukt.

Waar doet dat aan denken?

Precies.

De stenen tafelen.

En hoe noemt Paulus die bediening?

“De bediening des doods.”

Dat betekent niet dat de Wet slecht was. Paulus zegt nadrukkelijk:

“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.”
Romeinen 7:12

Het probleem ligt niet bij Gods Wet.

Het probleem ligt bij de zondige mens.

nEn daarom kan de Wet hem niet redden

Paulus vervolgt in 2 Korinthe 3:

“Want indien hetgeen te niet gedaan wordt, in heerlijkheid was, veel meer is hetgeen blijft, in heerlijkheid.”
2 Korinthe 3:11

Waarom wordt 2 Korinthe 3 zo zelden gelezen wanneer men christenen weer voor de stenen tafelen zet?

 

Het sabbatsgebod ontmaskert de constructie

En dan komen we bij het gebod dat de inconsistentie pijnlijk zichtbaar maakt:

“Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt.”
Exodus 20:8

Als de Tien Geboden letterlijk Gods blijvende verbondswet voor de Gemeente zijn, waarom houden de meeste predikers van diezelfde Tien Geboden dan niet de sabbat zoals het gebod voorschrijft?

De sabbat is de zevende dag.

Niet de zondag, dat is de eerste dag van de week.

Je kunt niet tegelijkertijd zeggen:

“De Tien Geboden zijn onveranderlijk.”

en vervolgens bij gebod vier zeggen:

“Behalve deze; die passen we aan.”

Dan zijn blijkbaar ineens niet de stenen tafelen de norm.

Dat alleen al zou reden genoeg moeten zijn om opnieuw naar Paulus te luisteren.

 

“Dus mogen we nu stelen en overspel plegen?”

Dit is het voorspelbare vleselijke bezwaar.

En het verraadt eigenlijk hoe diep wettisch sommige christenen hebben leren denken.

Alsof er slechts twee mogelijkheden bestaan:

Mozes óf wetteloosheid.

Paulus kent die tegenstelling niet.

Hij schrijft:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

En direct daarna:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.”
Romeinen 6:15

Daarmee is het probleem Bijbels beantwoord.

Niet onder de Wet staan betekent niet dat zonde ineens goed is.

Integendeel.

Paulus schrijft:

“Die gestolen heeft, stele niet meer…”
Efeze 4:28

Hij schrijft:

“Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid…”
Efeze 4:25

En:

“Maar hoererij en alle onreinigheid of gierigheid, laat ook onder u niet genoemd worden…”
Efeze 5:3

De genade geeft géén vrijbrief voor zonde.

Maar let op het verschil:

Paulus brengt de gelovige niet terug naar Sinaï om hem vervolgens met Mozes tot een heilig leven te dwingen.

Hij vertrekt vanuit onze positie in Christus.

Dat is een totaal ander fudament.

 

Genade is geen afgezwakte Wet

Hier zit misschien de hardnekkigste fout.

Genade wordt soms behandeld alsof God onder het Nieuwe Testament een lichtere versie van de Wet heeft ingevoerd.

Mozes 2.0.

Tien Geboden, maar dan zonder offers, zonder besnijdenis en met zondag in plaats van zaterdag.

Dat is helemaal geen goede samenvatting van Paulus

Paulus zegt:

“Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des Geestes, en niet in de oudheid der letter.”
Romeinen 7:6

Dat is radicaal.

Vrijgemaakt van de Wet

Niet vrijgemaakt van drieënzestig procent van de Wet.

Niet slechts vrijgemaakt van de ceremoniële bijlagen

Vrijgemaakt van de Wet om te dienen in nieuwigheid des Geestes.

 

Waarom blijven predikers dan hameren op de Tien Geboden?

Omdat de Tien Geboden in eeuwen van kerkelijke traditie vrijwel synoniem zijn geworden met “Gods morele wet”.

Daardoor leest men die gedachte gemakkelijk terug in de Schrift.

Maar traditie is geen exegese.

Dat een catechismus de Wet op een bepaalde manier indeelt, betekent nog niet dat Paulus dat ook doet.

Dat een kerk eeuwenlang iedere zondag de Tien Geboden heeft voorgelezen, maakt die gewoonte nog niet tot een apostolische opdracht aan het Lichaam van Christus.

De vraag moet altijd blijven:

Wat zegt de Schrift?

Niet:

Wat zijn wij gewend dat de Schrift zegt?

 

De Wet moet op haar Bijbelse plaats blijven

Dit alles maakt de Wet niet waardeloos.

Integendeel.

“Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt.”
1 Timotheüs 1:8

Daar zit de sleutel:

wettelijk gebruikt.

De Wet is heilig, rechtvaardig en goed.

De Wet openbaart Gods heiligheid.

De Wet maakt zonde openbaar.

De Wet leert ons enorm veel over Gods handelen met Israël.

De Wet getuigt op talloze manieren van Christus.

Maar een goed gebruik van de Wet betekent niet dat wij haar uit haar heilshistorische plaats slopen en vervolgens als verbondswet op de Gemeente leggen.

 

Christus is niet gekomen om Mozes een christelijke outfit te geven

De grote fout van de prediking van de Tien Geboden is daarom niet dat men tegen moord, diefstal, leugen en overspel waarschuwt.

Dat doet Paulus ook.

De fout ontstaat wanneer men de Mozaïsche Wet op enige wijze tot rechtsgrond voor het christelijke leven maakt, terwijl Paulus de gelovige nadrukkelijk een andere positie aanwijst.

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.”
Johannes 1:17

En:

“Want Christus is het einde der wet, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.”
Romeinen 10:4

We hoeven de Wet niet af te breken.

We moeten haar laten staan waar God haar heeft geplaatst.

Bij Israël.

Binnen het oude verbond.

Met een bepaalde functie in Gods handelen.

En we moeten de Gemeente eveneens laten staan waar God haar heeft geplaatst:

in Christus.

 

Houd op met christenen terug te sturen naar Sinaï

Wie gelovigen voortdurend naar de stenen tafelen terugstuurt om daar de grondslag van hun christelijke wandel te zoeken, doet uiteindelijk tekort aan de rijkdom van hun positie in Christus.

Onze heiliging komt niet voort uit een afgezwakte versie van Mozes.

Onze wandel vloeit voort uit wat God ons in Christus gemaakt heeft.

Daarom zegt Paulus niet:

Gij hebt Mozes ontvangen, wandelt dan in hem.

Hij schrijft:

“Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem.”
Kolossenzen 2:6

Dat is de positie van de gelovige.

Niet terug naar Egypte.

Niet terug naar Sinaï.

Niet opnieuw onder de stenen tafelen.

Maar wandelen in Christus.

De Wet was goed.

De Wet was heilig.

De Wet had haar door God bepaalde functie.

Maar maak van de Tien Geboden geen christelijke mini-Wet die Paulus vervolgens vergeten zou zijn te noemen.

De apostel is duidelijk genoeg:

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

Misschien moeten we eindelijk ophouden daar stilletjes aan toe te voegen:

“…behalve natuurlijk de Tien Geboden.”

Dat staat er namelijk niet.

YouTube player

 

lees ook;

Vrij van de Wet , o vreugdevol leven – Bijbelse basis

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

Stelt de Heilige Geest ons in staat de wet te vervullen? – Bijbelse basis

Hebreeën 12: niet terug naar Sinaï, maar zien op Jezus – Bijbelse basis

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?” – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de Wet? – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2) – Bijbelse basis

extern:

Wettig gebruik der wet_hires.pdf

https://vlichthus.nl/wp-content/uploads/2014/12/De_tien_geboden_S.pdf

de wet » Bijbels Panorama

Trots op de zonde, wat zegt de Bijbel?

Waarom de Bijbel waarschuwt tegen het vieren van wat God veroordeelt

 

Er is iets veranderd in onze samenleving. Mensen zondigen niet alleen meer; zij zijn trots op de zonde. Wat vroeger met schaamte werd verborgen, wordt nu met applaus gevierd. Niet zelden gaat het zelfs verder: wie weigert mee te vieren, wordt weggezet als bekrompen, liefdeloos, haatzaaiend of gevaarlijk.

Dat is geen toevallige maatschappelijke ontwikkeling. De Bijbel beschreef deze geestelijke toestand al duizenden jaren geleden.

Hero banner promoting Bible studies: open Bible on a wooden table at sunrise with the Dutch title 'Wat zegt de Bijbel over...' and a blue footer menu showing topics like Schrift met Schrift and Christus centraal.

De diepste vorm van verdorvenheid

De Bijbel leert dat ieder mens een zondaar is. Maar hij maakt ook onderscheid tussen iemand die struikelt en iemand die zijn zonde verheerlijkt.

David viel diep. Petrus verloochende zijn Heere. Maar beiden kwamen tot berouw.

Er is echter een veel ernstiger toestand: de mens die zijn zonde verdedigt, normaliseert en uiteindelijk verheerlijkt.

“Want de goddeloze roemt zich over de begeerte zijner ziel; en de gierigaard zegent zichzelven; hij lastert den HEERE.” (Psalm 10:3, STV)

De goddeloze schaamt zich niet voor zijn begeerten. Hij roemt erin.

Dat is dus wat we vandaag zien. Niet alleen individuele zonden worden verdedigd, maar complete levensstijlen worden verheven tot deugd. De grootste eer lijkt tegenwoordig niet meer te liggen in heiligheid, maar in “zelfexpressie”.

Hoomoed komt voor de val; trots op de zonde
Trots op de zonde, wat zegt de Bijbel?

Geen schaamte meer: een kenmerk van geestelijk verval

Jeremia beschrijft een volk dat het morele kompas volledig kwijt is.

“Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben? Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden…” (Jeremia 6:15, STV)

Dat is misschien wel het meest angstaanjagende oordeel van God: wanneer het geweten niet meer functioneert.

De mens bloost niet meer.

Hij rechtvaardigt zichzelf.

Hij noemt kwaad goed.

 

Zij verkondigen hun zonde

Jesaja gaat nog verder.

“Het aangezicht huns aangezichts getuigt tegen hen, en zij verkondigen hun zonde als Sodom; zij verbergen ze niet. Wee hunner ziel! want zij doen zichzelven kwaad.” (Jesaja 3:9, STV)

De inwoners van Sodom probeerden hun levenswijze niet verborgen te houden.

Zij maakten er een openbare zaak van.

Jesaja zegt: “zij verkondigen hun zonde.”

Dat is treffend actueel. In onze cultuur worden zonden niet slechts getolereerd, maar actief gepromoot. Media, onderwijs, politiek en entertainment verklaren steeds vaker dat wat God zonde noemt juist gevierd moet worden.

 

Romeinen 1 beschrijft onze tijd verbazingwekkend nauwkeurig

De apostel Paulus eindigt zijn beschrijving van een God-verwerpende samenleving met een huiveringwekkende conclusie.

“Dewelken, daar zij het recht Gods weten, (namelijk, dat degenen, die zulke dingen doen, des doods waardig zijn,) niet alleen dezelve doen, maar ook mede een welgevallen hebben in degenen, die ze doen.” (Romeinen 1:32, STV)

Let op de opbouw.

De mens doet de zonde.

Hij keurt de zonde goed.

Hij prijst anderen die hetzelfde doen.

Dat is de laatste fase van moreel verval.

Niet de zonde is dan nog het grootste probleem.

Het applaus voor de zonde is het grootste probleem.

Kerken zwijgen of doen zelfs volop mee

Hier wordt het pijnlijk.

Steeds meer kerken lijken niet langer de roeping te voelen om zonde zonde te noemen. In plaats van profetisch tegen de geest van de tijd in te spreken, passen zij hun boodschap aan de cultuur aan.

Uit angst mensen kwijt te raken worden scherpe Bijbelse begrippen vervangen door zachte therapeutische taal.

Bekering wordt persoonlijke groei.

Heiliging wordt authenticiteit.

Zonde wordt gebrokenheid.

Gods oordeel wordt ongemakkelijk stilzwijgen.

Sommige kerken gaan zelfs nog verder. Niet alleen wordt de zonde verzwegen, zij wordt gezegend en gevierd

Dat noemt men dan liefde, inclusiviteit of vooruitgang.

Maar liefde zonder waarheid is geen Bijbelse liefde.

Een kerk die bevestigt wat God veroordeelt, is niet barmhartiger dan God. Zij is Hem ongehoorzaam.

De Here Jezus kwam niet om de zonde acceptabel te maken.

Hij kwam om zondaren zalig te maken.

Een kerk die weigert over zonde te spreken, heeft uiteindelijk ook niets meer te zeggen over genade.

Want genade is alleen genade wanneer de ernst van de zonde wordt erkend.

De wortel is menselijke hoogmoed

Waarom is trots op de zonde zo ernstig?

Omdat het de mens boven God plaatst.

God zegt:

“Dit is kwaad.”

De mens antwoordt:

“Nee, dit is goed.”

Dat is dezelfde hoogmoed die al in de hof van Eden zichtbaar werd.

Niet Gods oordeel, maar mijn oordeel.

Niet Gods waarheid, maar mijn waarheid.

Niet Gods wil, maar mijn identiteit.

De eerste zonde begon niet met moord of overspel.

De eerste zonde begon met hoogmoed.

 

Het Evangelie begint met zelfveroordeling

Opvallend genoeg zien we bij alle mannen Gods precies het tegenovergestelde.

Job zegt:

“Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog. Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw, in stof en as.” (Job 42:5-6, STV)

Jesaja roept:

“Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben…” (Jesaja 6:5, STV)

Paulus noemt zichzelf:

“…Christus Jezus is in de wereld gekomen, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.” (1 Timotheüs 1:15, STV)

Niemand die echt Gods heiligheid ziet, wordt trots op zichzelf.

 

Hoe dichter men bij God leeft, hoe kleiner men over zichzelf denkt.

Dat is ook precies de les uit Job 42. Wanneer Job echt Gods heerlijkheid ziet, blijft er niets over van zijn zelfvertrouwen. Niet zijn omstandigheden, maar de ontmoeting met Gods heiligheid verbreekt zijn trots en brengt hem tot zelfveroordeling.

 

Alleen door het kruis sterft alle menselijke trots

Daarom eindigt Paulus niet met zelfvertrouwen, maar met een belijdenis.

“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus…” (Galaten 6:14, STV)

Dat is het grote onderscheid.

De wereld roemt in de zonde.

Religieuze mensen roemen in hun eigen gerechtigheid.

Humanisten roemen in de mens.

Maar de gelovige roemt uitsluitend in Christus.

En precies daar botst het evangelie frontaal met de geest van deze tijd.

Niet omdat christenen beter zijn.

Maar omdat zij weten dat zij zonder Gods genade net zo verloren zouden zijn als ieder ander.

 

Resumerend

De grootste crisis van onze tijd is niet dat mensen zondigen.

,Dat heeft de mens altijd, sinds Genesis 3, gedaan.

De grootste crisis is dat de mens trots is geworden op zijn zonde en verwacht en zels eist dat de wereld daarvoor applaudisseert.

De Bijbel noemt dat geen vooruitgang.

Hij noemt het verblinding.

De vraag is daarom niet of wij zondaren zijn.

Dat zijn we allemaal.

De vraag is: schamen we ons nog over onze zonde, of zijn wij er trots op geworden?

Want wie trots is op zijn zonde, heeft de deur naar bekering gesloten.

Maar wie zich buigt aan de voet van het kruis, ontdekt dat Gods genade groter is dan de grootste zondaar.

“Want een iegelijk, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden; en die zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.” (Lukas 18:14, STV)

zie ook:

Het Evangelie zonder omwegen – Bijbelse basis

Het warme hart van het Evangelie – Bijbelse basis

Bekering, geen hogere wiskunde – Bijbelse basis

Bekering – geen religieuze emotie, maar een noodzakelijke omkeer – Bijbelse basis

Waarom God onvolprezen is volgens de Bijbel

God is onvolprezen, waarom alle lof tekortschiet

Er zijn woorden die wij vaak gebruiken, maar nauwelijks kunnen bevatten. Eén daarvan is: onvolprezen.

Het betekent niet simpelweg dat God veel lof waard is. Het betekent dat Hij méér lof waard is dan mensentaal ooit kan dragen. Zelfs de zuiverste aanbidding blijft kleiner dan Zijn heerlijkheid.

Dat is geen vrome overdrijving. Het is de nuchtere conclusie van de Schrift. God is niet groot omdat mensen Hem groot maken. Hij is groot in Zichzelf.

Hij is niet heerlijk omdat wij Hem prijzen. Wij prijzen Hem omdat Hij heerlijk is.

“Groot is de HEERE, en zeer te prijzen; en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.” Psalm 145:3 (STV)

God is onvolprezen

De mens prijst God niet te veel, maar altijd te weinig

Een van de grootste vergissingen van de moderne mens is dat hij denkt dat lofprijzing iets toevoegt aan God. Alsof God onze erkenning nodig heeft om God te zijn. Maar de Bijbel leert precies het omgekeerde. God is volmaakt, onafhankelijk en heerlijk in Zichzelf. Onze lof maakt Hem niet groter; onze lof erkent dat Hij groter is dan wij kunnen uitspreken.

“Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.” Romeinen 11:36 (STV)

Dat ene vers ontmantelt alle menselijke grootspraak. Alles is uit Hem. Alles bestaat door Hem. Alles heeft zijn uiteindelijke doel in Hem. De mens staat dus niet in het centrum van de werkelijkheid. God wel.

Daarom is aanbidding geen religieuze bijzaak. Het is de enige passende reactie op de realiteit.

 

God is onvolprezen omdat Hij de Schepper is

De Schrift verklaart:

“In den beginne schiep God den hemel en de aarde.” Genesis 1:1 (STV)

Dat is de grondtoon van de Bijbel. God is vóór alles. Hij is de Oorsprong, de Maker, de Bezitter en de Onderhouder van alle dingen. De schepping is geen zelfstandig wonder dat los van God bewonderd kan worden. Zij is een getuigenis van Hem.

“De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.” Psalm 19:2 (STV)

Elke ster, elke ademtocht, elke seconde van ons bestaan wijst terug naar Hem. De mens kan de schepping onderzoeken, benoemen, meten en benutten, maar hij kan haar niet verklaren zonder de Schepper. Wie de schepping losmaakt van God, houdt uiteindelijk alleen materie over zonder betekenis.

God is onvolprezen omdat Hij niet een onderdeel is van de werkelijkheid. Hij is Degene door Wie de werkelijkheid bestaat.

 

God is onvolprezen omdat Hij heilig is

Gods heerlijkheid ligt niet alleen in Zijn macht, maar ook in Zijn heiligheid. Hij is niet slechts sterker dan de mens, maar wezenlijk anders. Hij is rein, rechtvaardig, waarachtig en zonder enige schaduw van kwaad.

“En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen; de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol.” Jesaja 6:3 (STV)

Dit is belangrijk. De Bijbel stelt God niet voor als een vergrote versie van de mens. Hij is geen hemelse projectie van onze verlangens. Hij is de Heilige. Dat betekent dat Hij niet naar beneden getrokken mag worden tot het niveau van menselijke smaak, emotie of religieuze beleving.

Juist daarom schuurt echte Godskennis met veel moderne religie. Waar God vooral wordt voorgesteld als bevestiger van menselijke dromen, verdwijnt Zijn heiligheid naar de achtergrond. Maar een god zonder heiligheid is niet de God van de Bijbel.

God is onvolprezen omdat Hij niet door de mens wordt gedefinieerd. Hij openbaart Zichzelf.

 

God is onvolprezen omdat Zijn wijsheid ondoorgrondelijk is

De mens wil verklaren, beheersen en controleren. God vraagt geloof, ontzag en onderwerping aan Zijn Woord. Niet omdat geloof tegen denken ingaat, maar omdat Gods wijsheid hoger is dan menselijke redenering.

“O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods! Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!” Romeinen 11:33 (STV)

De apostel Paulus eindigt hier niet in speculatie, maar in aanbidding. Dat is veelzeggend. Ware Bijbelkennis maakt een mens niet hoogmoedig, maar ootmoedig. Hoe meer men van Gods raad verstaat, hoe meer men beseft dat God niet in ons systeem past.

“Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.” Jesaja 55:8 (STV)

Daarom is het gevaarlijk wanneer mensen God willen beoordelen met de maatstaf van hun eigen gevoel. God staat niet terecht voor de rechtbank van menselijke voorkeur. De mens staat voor God.

 

God is onvolprezen omdat Hij genadig is

De grootste reden tot lof is niet dat de mens goed is, maar dat God goed is voor schuldige mensen. De Bijbel vleit de mens niet. Zij zegt dat de mens zondaar is, schuldig voor God, onbekwaam om zichzelf te redden. Juist tegen die donkere achtergrond schittert de genade.

“Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.” Romeinen 5:8 (STV)

Let op de volgorde. Christus stierf niet voor mensen die zichzelf eerst hadden opgewerkt tot aanvaardbaarheid. Hij stierf voor zondaars. Dat is genade. Niet God Die de zonde door de vingers ziet, maar God Die in Christus Zelf de grond legt voor verlossing.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave.” Efeze 2:8 (STV)

Genade maakt God niet minder heilig. Genade laat juist zien hoe heilig Hij is. Zonde moest geoordeeld worden. Schuld moest gedragen worden. Verzoening moest werkelijk tot stand komen. En dat heeft God gedaan in Zijn Zoon.

Daarom is God onvolprezen: Hij redt niet ten koste van Zijn rechtvaardigheid, maar in volkomen overeenstemming daarmee.

 

God is onvolprezen omdat Christus Zijn heerlijkheid openbaart

Wie wil weten hoe God Zich ten diepste heeft geopenbaard, moet niet beginnen bij menselijke filosofie, maar bij Christus. In Hem wordt Gods heerlijkheid zichtbaar.

“Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid.” Hebreeën 1:3 (STV)

Christus is niet slechts een leraar over God. Hij is niet slechts een profeet namens God. Hij is het Afschijnsel van Gods heerlijkheid. In Hem woont de volheid.

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.” Kolossenzen 2:9 (STV)

Daarom is elke poging om God te eren terwijl Christus wordt verkleind, innerlijk tegenstrijdig. Men kan de Vader niet werkelijk eren terwijl men de Zoon reduceert. De Schrift legt de heerlijkheid van God open in de Persoon, de vernedering, de dood, de opstanding en de verhoging van de Heere Jezus Christus.

“Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren.” Johannes 5:23 (STV)

Dat is een krachtig apologetisch punt. Bijbels geloof is niet algemeen religieus. Het is Christusgericht. De lof op God krijgt haar volle inhoud in de erkenning van de Zoon.

 

God is onvolprezen omdat het kruis Zijn recht en liefde samenbrengt

Het kruis is geen tragisch einde van een idealist. Het is het middelpunt van Gods verlossingswerk. Daar wordt zichtbaar wat geen mens had kunnen bedenken: Gods oordeel over de zonde en Gods liefde tot zondaren komen samen in Christus.

“Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” 2 Korinthe 5:21 (STV)

Hier valt alle religieuze zelfhandhaving weg. De mens wordt niet gered door eigen verbetering, kerkelijke vormen, rituelen, wetsonderhouding of geestelijke prestaties. Hij wordt gered door het volbrachte werk van Christus.

“Het is volbracht.” Johannes 19:30 (STV)

Die woorden zijn geen poëtische verzuchting. Zij zijn de triomfkreet van de Verlosser. Wat nodig was tot verzoening, is gedaan. Wat de mens niet kon dragen, heeft Christus gedragen. Wat de mens niet kon volbrengen, heeft Hij volbracht.

Daarom is God onvolprezen: Hij heeft Zelf voorzien in de weg tot behoud.

 

God is onvolprezen omdat Zijn trouw niet wankelt

Mensen zijn veranderlijk. Overtuigingen verschuiven. Kerken kunnen dwalen. Leiders kunnen vallen. Culturen komen en gaan. Maar God blijft Dezelfde.

“Want Ik, de HEERE, word niet veranderd.” Maleachi 3:6 (STV)

Dat is geen koude leerstelling, maar een diepe troost. Gods trouw rust niet op de kracht van de mens. Zijn beloften zijn geworteld in Zijn eigen Wezen. Wat Hij spreekt, staat vast. Wat Hij belooft, zal Hij doen.

“Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen.” 2 Timotheüs 2:13 (STV)

Juist daarom verdient God niet tijdelijke, oppervlakkige of emotionele lof, maar blijvende aanbidding. Hij is trouw wanneer mensen falen. Hij is waarachtig wanneer mensen liegen. Hij is onveranderlijk wanneer alles beweegt.

 

De apologetische spits

Waarom is God onvolprezen? Omdat geen enkel alternatief Hem kan vervangen.

Een mensgerichte levensbeschouwing kan misschien spreken over moraal, maar niet verklaren waarom goed en kwaad werkelijk gezag hebben. Een puur materialistisch wereldbeeld kan materie beschrijven, maar geen uiteindelijke zin geven. Religie zonder Christus kan vroom klinken, maar lost het probleem van schuld niet werkelijk op.

De Bijbel openbaart God als Schepper, Rechter, Verlosser en Koning. Hij is heilig genoeg om zonde te oordelen, wijs genoeg om Zijn raad te volvoeren, liefdevol genoeg om zondaars te redden, en machtig genoeg om alles tot Zijn doel te brengen.

Daarom is God onvolprezen. Niet omdat gelovigen dat graag zeggen, maar omdat de werkelijkheid ervan getuigt, de Schrift het openbaart en Christus het bevestigt.

 

Samenvattend

De vraag is uiteindelijk niet of God onze lof waard is. De vraag is of onze lof ooit groot genoeg kan zijn. En het antwoord van de Schrift is helder: nee. Zijn grootheid is ondoorgrondelijk. Zijn genade is onmetelijk. Zijn wijsheid is onnaspeurlijk. Zijn heerlijkheid is eeuwig.

Daarom zal de gelovige Hem prijzen, niet omdat hij alles begrijpt, maar omdat hij Hem heeft leren kennen in Christus.

“Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken, den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.” 1 Timotheüs 1:17 (STV)

 

 

Geverifieerd door MonsterInsights