Waarom God onvolprezen is volgens de Bijbel

God is onvolprezen, waarom alle lof tekortschiet

Er zijn woorden die wij vaak gebruiken, maar nauwelijks kunnen bevatten. Eén daarvan is: onvolprezen.

Het betekent niet simpelweg dat God veel lof waard is. Het betekent dat Hij méér lof waard is dan mensentaal ooit kan dragen. Zelfs de zuiverste aanbidding blijft kleiner dan Zijn heerlijkheid.

Dat is geen vrome overdrijving. Het is de nuchtere conclusie van de Schrift. God is niet groot omdat mensen Hem groot maken. Hij is groot in Zichzelf.

Hij is niet heerlijk omdat wij Hem prijzen. Wij prijzen Hem omdat Hij heerlijk is.

“Groot is de HEERE, en zeer te prijzen; en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.” Psalm 145:3 (STV)

God is onvolprezen

De mens prijst God niet te veel, maar altijd te weinig

Een van de grootste vergissingen van de moderne mens is dat hij denkt dat lofprijzing iets toevoegt aan God. Alsof God onze erkenning nodig heeft om God te zijn. Maar de Bijbel leert precies het omgekeerde. God is volmaakt, onafhankelijk en heerlijk in Zichzelf. Onze lof maakt Hem niet groter; onze lof erkent dat Hij groter is dan wij kunnen uitspreken.

“Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.” Romeinen 11:36 (STV)

Dat ene vers ontmantelt alle menselijke grootspraak. Alles is uit Hem. Alles bestaat door Hem. Alles heeft zijn uiteindelijke doel in Hem. De mens staat dus niet in het centrum van de werkelijkheid. God wel.

Daarom is aanbidding geen religieuze bijzaak. Het is de enige passende reactie op de realiteit.

 

God is onvolprezen omdat Hij de Schepper is

De Schrift verklaart:

“In den beginne schiep God den hemel en de aarde.” Genesis 1:1 (STV)

Dat is de grondtoon van de Bijbel. God is vóór alles. Hij is de Oorsprong, de Maker, de Bezitter en de Onderhouder van alle dingen. De schepping is geen zelfstandig wonder dat los van God bewonderd kan worden. Zij is een getuigenis van Hem.

“De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.” Psalm 19:2 (STV)

Elke ster, elke ademtocht, elke seconde van ons bestaan wijst terug naar Hem. De mens kan de schepping onderzoeken, benoemen, meten en benutten, maar hij kan haar niet verklaren zonder de Schepper. Wie de schepping losmaakt van God, houdt uiteindelijk alleen materie over zonder betekenis.

God is onvolprezen omdat Hij niet een onderdeel is van de werkelijkheid. Hij is Degene door Wie de werkelijkheid bestaat.

 

God is onvolprezen omdat Hij heilig is

Gods heerlijkheid ligt niet alleen in Zijn macht, maar ook in Zijn heiligheid. Hij is niet slechts sterker dan de mens, maar wezenlijk anders. Hij is rein, rechtvaardig, waarachtig en zonder enige schaduw van kwaad.

“En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen; de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol.” Jesaja 6:3 (STV)

Dit is belangrijk. De Bijbel stelt God niet voor als een vergrote versie van de mens. Hij is geen hemelse projectie van onze verlangens. Hij is de Heilige. Dat betekent dat Hij niet naar beneden getrokken mag worden tot het niveau van menselijke smaak, emotie of religieuze beleving.

Juist daarom schuurt echte Godskennis met veel moderne religie. Waar God vooral wordt voorgesteld als bevestiger van menselijke dromen, verdwijnt Zijn heiligheid naar de achtergrond. Maar een god zonder heiligheid is niet de God van de Bijbel.

God is onvolprezen omdat Hij niet door de mens wordt gedefinieerd. Hij openbaart Zichzelf.

 

God is onvolprezen omdat Zijn wijsheid ondoorgrondelijk is

De mens wil verklaren, beheersen en controleren. God vraagt geloof, ontzag en onderwerping aan Zijn Woord. Niet omdat geloof tegen denken ingaat, maar omdat Gods wijsheid hoger is dan menselijke redenering.

“O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods! Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!” Romeinen 11:33 (STV)

De apostel Paulus eindigt hier niet in speculatie, maar in aanbidding. Dat is veelzeggend. Ware Bijbelkennis maakt een mens niet hoogmoedig, maar ootmoedig. Hoe meer men van Gods raad verstaat, hoe meer men beseft dat God niet in ons systeem past.

“Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.” Jesaja 55:8 (STV)

Daarom is het gevaarlijk wanneer mensen God willen beoordelen met de maatstaf van hun eigen gevoel. God staat niet terecht voor de rechtbank van menselijke voorkeur. De mens staat voor God.

 

God is onvolprezen omdat Hij genadig is

De grootste reden tot lof is niet dat de mens goed is, maar dat God goed is voor schuldige mensen. De Bijbel vleit de mens niet. Zij zegt dat de mens zondaar is, schuldig voor God, onbekwaam om zichzelf te redden. Juist tegen die donkere achtergrond schittert de genade.

“Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.” Romeinen 5:8 (STV)

Let op de volgorde. Christus stierf niet voor mensen die zichzelf eerst hadden opgewerkt tot aanvaardbaarheid. Hij stierf voor zondaars. Dat is genade. Niet God Die de zonde door de vingers ziet, maar God Die in Christus Zelf de grond legt voor verlossing.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave.” Efeze 2:8 (STV)

Genade maakt God niet minder heilig. Genade laat juist zien hoe heilig Hij is. Zonde moest geoordeeld worden. Schuld moest gedragen worden. Verzoening moest werkelijk tot stand komen. En dat heeft God gedaan in Zijn Zoon.

Daarom is God onvolprezen: Hij redt niet ten koste van Zijn rechtvaardigheid, maar in volkomen overeenstemming daarmee.

 

God is onvolprezen omdat Christus Zijn heerlijkheid openbaart

Wie wil weten hoe God Zich ten diepste heeft geopenbaard, moet niet beginnen bij menselijke filosofie, maar bij Christus. In Hem wordt Gods heerlijkheid zichtbaar.

“Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid.” Hebreeën 1:3 (STV)

Christus is niet slechts een leraar over God. Hij is niet slechts een profeet namens God. Hij is het Afschijnsel van Gods heerlijkheid. In Hem woont de volheid.

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.” Kolossenzen 2:9 (STV)

Daarom is elke poging om God te eren terwijl Christus wordt verkleind, innerlijk tegenstrijdig. Men kan de Vader niet werkelijk eren terwijl men de Zoon reduceert. De Schrift legt de heerlijkheid van God open in de Persoon, de vernedering, de dood, de opstanding en de verhoging van de Heere Jezus Christus.

“Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren.” Johannes 5:23 (STV)

Dat is een krachtig apologetisch punt. Bijbels geloof is niet algemeen religieus. Het is Christusgericht. De lof op God krijgt haar volle inhoud in de erkenning van de Zoon.

 

God is onvolprezen omdat het kruis Zijn recht en liefde samenbrengt

Het kruis is geen tragisch einde van een idealist. Het is het middelpunt van Gods verlossingswerk. Daar wordt zichtbaar wat geen mens had kunnen bedenken: Gods oordeel over de zonde en Gods liefde tot zondaren komen samen in Christus.

“Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” 2 Korinthe 5:21 (STV)

Hier valt alle religieuze zelfhandhaving weg. De mens wordt niet gered door eigen verbetering, kerkelijke vormen, rituelen, wetsonderhouding of geestelijke prestaties. Hij wordt gered door het volbrachte werk van Christus.

“Het is volbracht.” Johannes 19:30 (STV)

Die woorden zijn geen poëtische verzuchting. Zij zijn de triomfkreet van de Verlosser. Wat nodig was tot verzoening, is gedaan. Wat de mens niet kon dragen, heeft Christus gedragen. Wat de mens niet kon volbrengen, heeft Hij volbracht.

Daarom is God onvolprezen: Hij heeft Zelf voorzien in de weg tot behoud.

 

God is onvolprezen omdat Zijn trouw niet wankelt

Mensen zijn veranderlijk. Overtuigingen verschuiven. Kerken kunnen dwalen. Leiders kunnen vallen. Culturen komen en gaan. Maar God blijft Dezelfde.

“Want Ik, de HEERE, word niet veranderd.” Maleachi 3:6 (STV)

Dat is geen koude leerstelling, maar een diepe troost. Gods trouw rust niet op de kracht van de mens. Zijn beloften zijn geworteld in Zijn eigen Wezen. Wat Hij spreekt, staat vast. Wat Hij belooft, zal Hij doen.

“Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen.” 2 Timotheüs 2:13 (STV)

Juist daarom verdient God niet tijdelijke, oppervlakkige of emotionele lof, maar blijvende aanbidding. Hij is trouw wanneer mensen falen. Hij is waarachtig wanneer mensen liegen. Hij is onveranderlijk wanneer alles beweegt.

 

De apologetische spits

Waarom is God onvolprezen? Omdat geen enkel alternatief Hem kan vervangen.

Een mensgerichte levensbeschouwing kan misschien spreken over moraal, maar niet verklaren waarom goed en kwaad werkelijk gezag hebben. Een puur materialistisch wereldbeeld kan materie beschrijven, maar geen uiteindelijke zin geven. Religie zonder Christus kan vroom klinken, maar lost het probleem van schuld niet werkelijk op.

De Bijbel openbaart God als Schepper, Rechter, Verlosser en Koning. Hij is heilig genoeg om zonde te oordelen, wijs genoeg om Zijn raad te volvoeren, liefdevol genoeg om zondaars te redden, en machtig genoeg om alles tot Zijn doel te brengen.

Daarom is God onvolprezen. Niet omdat gelovigen dat graag zeggen, maar omdat de werkelijkheid ervan getuigt, de Schrift het openbaart en Christus het bevestigt.

 

Samenvattend

De vraag is uiteindelijk niet of God onze lof waard is. De vraag is of onze lof ooit groot genoeg kan zijn. En het antwoord van de Schrift is helder: nee. Zijn grootheid is ondoorgrondelijk. Zijn genade is onmetelijk. Zijn wijsheid is onnaspeurlijk. Zijn heerlijkheid is eeuwig.

Daarom zal de gelovige Hem prijzen, niet omdat hij alles begrijpt, maar omdat hij Hem heeft leren kennen in Christus.

“Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken, den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.” 1 Timotheüs 1:17 (STV)

 

 

Dwaalleer door muziek de kerk in: waarom christelijke worship niet automatisch Bijbels is

Het komt niet alleen via de preekstoel

 

Dwaalleer komt zelden binnen met een waarschuwingsbord om de nek.

Ze komt niet altijd via een boek of een prediker die meteen herkenbaar fout zit. Soms komt ze binnen via een gitaar. Via een refrein. Via een lied dat prachtig klinkt, mensen raakt en ondertussen een theologische richting inleidt die nauwelijks wordt opgemerkt.

Muziek blijft hangen. Een preek ben je soms snel kwijt, maar een refrein nestelt zich in je geheugen. Daarom is muziek geen bijzaak. Het is vorming. Het is onderwijs. Het is theologie op melodie.

En daar gaat het nogal eens mis.

Want de preek wordt nog wel eens getoetst. Maar de liederen? Die glippen erdoorheen. Zolang er “Jezus” in voorkomt en het goed voelt, lijkt alles veilig.

Maar de Schrift zegt:

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.” 1 Johannes 4:1 (STV)

Niet enkele. Vele.

dwaalleer door worship muziek.
Dwaalleer door worship muziek.

 

Het excuus: het lied is toch mooi?

“Het is zo’n mooi lied.”

Dat is vaak het einde van het inhoudelijke gesprek.

Alsof schoonheid gelijkstaat aan waarheid.

Maar verleiding werkt zelden via het lelijke. De slang kwam niet als monster, maar als verdraaier van Gods Woord. Een leugen met een mooie melodie wordt niet herkend — die wordt gezongen.

De vraag is dus niet: raakt dit lied mij?

De vraag is: is het waar?

“Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.” Kolossenzen 3:16 (STV)

Dat is de norm. Niet sfeer. Niet beleving. Niet populariteit.

 

Worship is geen moment

In veel kringen is “worship” een muzikaal blok geworden. Eerst muziek, dan preek. Eerst sfeer, dan Schrift.

Maar aanbidding is geen moment, het is een levenshouding.

“Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.” Romeinen 12:1 (STV)

Aanbidding is een leven dat zich buigt onder God.

Muziek kan daarin zeker dienen. Maar zodra muziek de aanbidding vervangt, ontstaat er een religieuze illusie: veel gevoel, weinig inhoud.

 

Aanbidden in geest én waarheid

De Here Jezus zegt:

“God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.” Johannes 4:24 (STV)

Daar staat de essentie.

Veel moderne aanbidding wil wel “geest”: gevoel, ervaring, intensiteit. Maar “waarheid” — toetsing, leer, scherpte — wordt vaak gemeden.

Maar zonder waarheid ontspoort geest.

Dan wordt aanbidding losgemaakt van het Woord. Dan ontstaat ruimte voor zweverigheid, eenzijdigheid en uiteindelijk dwaalleer.

 

Liederen zijn niet los verkrijgbaar

Een lied komt niet uit het niets.

Er zit een schrijver achter. Een beweging. Een leer. Een geestelijke context.

Je kunt niet doen alsof je alleen het lied zingt, maar niet de bron meeneemt. Dat is zelfbedrog.

Liederen dragen theologie. Soms subtiel. Soms openlijk. Maar altijd vormend.

Daarom is de vraag niet alleen: wat zingen we?

Maar ook: waar komt het vandaan?

 

De kracht van herhaling

Wat je zingt, ga je geloven.

Zing voortdurend over gevoel, doorbraak, overwinning en persoonlijke bestemming, en je geloof verschuift richting jezelf.

Zing zelden over zonde, oordeel, kruis en heiliging, en je geloof verliest diepte.

Herhaling vormt.

Een gemeente die jarenlang eenzijdig zingt, wordt eenzijdig gevormd.

 

De invloed van worshipbewegingen

Wereldwijd hebben bepaalde worshipbewegingen enorme invloed gekregen. Hun liederen worden overal gezongen. Hun stijl wordt gekopieerd. Hun taal wordt overgenomen.

Maar achter die muziek zit vaak een bredere theologische lijn. Soms met sterke nadruk op ervaring, succes, manifestatie, “doorbraak” en een mensgerichte benadering van geloof.

Daar kun je niet achteloos mee omgaan.

Zingen is instemmen.

En vaak ook daadwerkelijk: ondersteunen.

 

Opwekking en de Nederlandse praktijk

In Nederland ligt het genuanceerd. Veel liederen zijn vertrouwd, geliefd en op het eerste gezicht onschuldig.

Maar ook hier zie je uitwassen.

Meer nadruk op gevoel. Meer ruimte voor ervaring. Minder nadruk op leer. Minder diepgang in vooral nieuwere teksten.

Niet elk lied is verkeerd. Maar de bundel als geheel vraagt wel onderscheid.

Gedachtenloos zingen is geen optie.

 

De afgod van het gevoel

Onze tijd vertrouwt op gevoel.

Maar gevoel is geen betrouwbare gids.

Emotie kan worden opgewekt. Muziek kan je meeslepen. Een volle zaal kan je overtuigen dat iets “van God” is.

Maar de Heilige Geest werkt nooit los van het Woord.

Waar Hij werkt, staat Christus centraal. Wordt zonde serieus. Wordt Genade groot. Wordt de mens niet opgeblazen, maar gebroken en vernieuwd.

 

Het ontzag voor Gods heiligheid op de helling

Wat vaak ontbreekt, is ontzag.

Er is warmte, maar weinig heiligheid. Intimiteit, maar weinig eerbied.

Veel “God houdt van jou”, weinig “bekeer u”.

Maar de Schrift houdt ons allebei voor: vreze én vertroosting.

Zonder vreze wordt geloof sentimenteel.

 

Pas op wat je doet

De Bijbel is scherp:

“Ik haat, Ik versmaad uw feesten, en Ik mag uw verbodsdagen niet rieken.” Amos 5:21 (STV)

“Doe het getier uwer liederen van Mij weg; ook mag Ik uwer luiten spel niet horen.” Amos 5:23 (STV)

Dat gaat over godsdienstige mensen en hun muziek.

God kijkt verder dan wat voor ogen is.

 

Niet oordelen?

Toetsen is geen liefdeloosheid.

Het is gehoorzaamheid.

“Een weinig zuurdesem verzuurt het gehele deeg.” Galaten 5:9 (STV)

Dwaalleer werkt subtiel. Daarom moet er onderscheid zijn.

 

Wat te doen?

Gemeenten moeten weer toetsen.

Welke liederen zingen we?

Wat zeggen ze echt?

Waar komen ze vandaan?

Is het Bijbels?

Niet op gevoel selecteren, maar op waarheid.

 

De verantwoordelijkheid van muzikanten

Wie liederen kiest, onderwijst.

Dat vraagt veel meer dan muzikaliteit of gevoel voor stemming.

Het vraagt kennis van het Woord. Nederigheid. Toetsing.

 

Wees wakker

Het probleem is uiteraard niet dat christenen zingen.

Het probleem is dat ze soms gedachteloos zingen.

Zing Bijbelvast.

Zing met onderscheid.

Zing met vreze des Heeren.

Zing met Christus centraal.

En durf te stoppen met liederen die niet deugen.

Want God zoekt geen bedwelmde aanbidders.

Hij zoekt aanbidders in geest en waarheid.

Zie ook:

Wat is nou belangrijk in een samenkomst? – Bijbelse basis

Extern:

Wat is er mis met de ‘praise’ cultuur

YouTube player

Het evangelie: geen nieuw verhaal, maar Gods vervulde belofte

Er wordt gesproken over “het Evangelie”. Maar wat betekent dat woord in de Schrift zelf? Is het simpelweg een “blijde boodschap”? Is het een religieuze uitnodiging? Of is het iets veel concreters, veel historischer, veel Bijbelser?

Het Evangelie is de boodschap dat wat God tevoren beloofd had, vervuld is in Christus

Dat is niet zomaar een detail. Het is allesbepalend.

Evangelie begint niet in het Grieks, maar al in het Oude Testament

Veel moderne uitleg vertrekt bij het Griekse woord euangelion en komt uit bij “goed nieuws”. Maar de Schrift zelf doet dat niet. Paulus schrijft in Romeinen 1:1-2:

“Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God, (hetwelk Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de heilige Schriften)” (Romeinen 1:1-2 STV)

Dát is de Bijbelse definitie.

Het Evangelie is niet iets nieuws dat God plotseling bedacht heeft. Het is niet een improvisatie of plan B nadat Israël faalde. Het is de vervulling van wat in Mozes, de Psalmen en de Profeten al was aangekondigd. Tevoren beloofd.

Als het niet tevoren beloofd is, is het geen Evangelie, hoe aantrekkelijk het ook klinkt.

Bethlehem of opstanding?

Een confronterende gedachte is deze: de Messias is niet in volle zin “gekomen” bij Zijn geboorte, maar bij Zijn opstanding.

Waarom? Omdat dáár Gods beloften definitief vervuld worden. Dáár begint het nieuwe leven. Dáár wordt Hij verklaard te zijn de Zoon van God in kracht.

De doop beeldt dood en opstanding uit. Wedergeboorte betekent het afleggen van het oude en het aandoen van het nieuwe. In dat licht wordt Christus’ opstanding het beslissende moment van vervulling.

Dat schuurt met traditionele fopvattingen en formuleringen. maar het brengt wel terug bij  de Schrift.

“Mijn Evangelie”…heeft Paulus dan een ander Evangelie?

Paulus spreekt over “mijn Evangelie”. Dat is voor sommigen reden om meerdere evangeliën te onderscheiden. Alsof er een evangelie van Jezus zou zijn, een van Petrus, en een ander van Paulus.

Maar Paulus bedoelt iets anders.

Wanneer hij schrijft dat hem het Evangelie is toevertrouwd, dan zegt hij niet dat het exclusief van hem is. Hij zegt dat hij er verantwoordelijk voor is. Het definieert zijn roeping. Hij is:

“afgezonderd tot het Evangelie van God” (Romeinen 1:1 STV)

Het Evangelie is hem toevertrouwd – niet om het te wijzigen, maar om het te verkondigen.

Evangelie van het Koninkrijk, van de Genade, van de Eeuwige heerlijkheid, het Eeuwig evangelie

In het Nieuwe Testament komen verschillende aanduidingen voor:

  • Evangelie van het Koninkrijk
  • Evangelie van de Genade Gods
  • Evangelie van de eeuwige heerlijkheid
  • Het eeuwig evangelie

Zijn dat  dan verschillende boodschappen?

Nee. Het zijn verschillende accenten.

Genade beschrijft hoe het Koninkrijk tot stand komt.
Koninkrijk beschrijft wat de Genade uitwerkt.
Eeuwige heerlijkheid wijst op de hemelse positie en beloning.

Maar de kern blijft gelijk: Gods beloften worden vervuld in Christus.

Wie daar kunstmatig scheidingen in aanbrengt, loopt het risico het ene Evangelie van het andere los te maken – en dat is precies wat Paulus in Galaten zo scherp veroordeelt.

Handelingen: een gemiste nationale bekering?

De periode van Handelingen laat zien dat het evangelie eerst aan de Joden werd gepredikt. Er was gelegenheid tot bekering. Maar het volk als geheel verwierp de Messias.

Dat was geen verrassing. De gelijkenis van de boze wijngaardeniers (Mattheüs 21) laat het al zien:

“Dit is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden.”

Johannes 12 verklaart dat hun ongeloof reeds voorzegd was. Het drama van Handelingen is dus geen mislukking van Gods plan, maar de vervulling van Zijn voornemen.

Gods plan ontspoort niet. Het loopt precies zoals aangekondigd.

Evangelie van Gemeentelijke heerlijkheid: meer dan alleen zalig worden

Er is een belangrijk onderscheid tussen:

  • Zaligheid door geloof
  • En loon en heerlijkheid in de hemelse roeping

Het evangelie spreekt niet alleen over vergeving, maar óók over roeping, kroon en positie in Christus.

De gelovige ontvangt niet slechts leven – hij wordt mede-erfgenaam. Hij krijgt deel aan een hemelse heerlijkheid. Dat is geen verdienste, maar Genade. En toch spreekt de Schrift over loon voor trouw dienstwerk.

Wie het Evangelie reduceert tot “ik ben gered”, mist de rijkwijdte van Gods plan.

Openbaring gaat niet primair over het einde van de wereld

Het Bijbelboek Openbaring beschrijft niet primair het vergaan van de wereld, maar de openbaring van Christus als Koning.

2 Petrus 3 spreekt over het vergaan van elementen, maar Openbaring toont de komst van het Koninkrijk.

Wie dat verwart, verwart oordeel met vernietiging en heerschappij met ondergang.

Wat betekent dit voor ons als gelovigen ?

Het Evangelie is niet maar een emotionele ervaring. Het is geen religieus gevoel. Het is een Goddelijke aankondiging:

Evangelie: God heeft gedaan wat Hij beloofd had

Daarom mag de gelovige weten:

  • Hij is verlost uit deze tegenwoordige boze wereld.
  • Hij heeft nieuw leven ontvangen.
  • Hij heeft een hemelse positie.
  • Hij leeft uit Genade, niet uit werken.

En daarom blijft er maar één passende reactie over:
een leven dat een wandel in aanbidding is.

Niet om iets te verdienen.
Maar omdat alles reeds vervuld is in Christus.

 

Geverifieerd door MonsterInsights