Jezus alleen: Christus bouwt Zijn Gemeente

Waarom de Gemeente van Christus niet hoeft te wanhopen

Gaat het echt slecht met de kerk?

Je kunt het regelmatig horen:

 “Het gaat niet goed met de kerk.”

Of erger:

“De kerk slaapt”

of zou zelfs ziek zijn volgens een enkele verdwaalde geest…..

En menselijk bekeken valt daar nog best iets voor te zeggen ook. Kerkgebouwen worden gesloten, gemeenten vergrijzen, kerkelijke instituten verliezen leden en de Bijbelse boodschap verdwijnt steeds verder naar de achterdeur.

Maar voordat we daarin meegaan, moeten we toch een cruciaal onderscheid maken.

 

 Over welke kerk hebben we het dan eigenlijk?

Met een kerkelijk instituut kan het inderdaad slecht gaan. Een denominatie kan verdwijnen. Een plaatselijke gemeente kan zelfs ophouden te bestaan. Maar de Gemeente van Christus, Zijn Lichaam, is van een heel andere orde.

De Here Jezus heeft immers Zelf gezegd:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” (Mattheüs 16:18, STV)

Let vooral op Wie hier bouwt:

“Ik zal Mijn gemeente bouwen.”

Dat is een geweldige bemoediging. De toekomst van de Gemeente rust niet op onze schouders, onze verenigingsdrift of onze formules

 Christus Zelf bouwt haar.

Jezus alleen

De Gemeente bestaat uit wedergeboren mensen

Daarmee komen we onmiddellijk bij een essentieel onderscheid dat tegenwoordig gemakkelijk vertroebelt. Lid zijn van een kerk is niet hetzelfde als behoren tot het Lichaam van Christus.

Een mens kan gedoopt zijn, belijdenis hebben gedaan, jarenlang trouw kerkdiensten bezoeken en veel christelijke gewoonten hebben overgenomen, zonder ooit werkelijk opnieuw geboren te zijn.

Nicodemus laat zien dat religieuze kennis op zichzelf niet voldoende is. Hij was een godsdienstig en geleerd man. Toch zei de Here Jezus:

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.” (Johannes 3:3, STV)

Dat is fundamenteel.

Christelijk leven begint niet met het verbeteren van de oude mens. Het begint met nieuw leven uit God.

De Gemeente is daarom in wezen helemaal geen religieuze organisatie waarvan je door inschrijving lid wordt. Maar is een levend organisme, Bijbels gesproken een lichaam, waarvan Christus het Hoofd is.

 

Handelingen laat zien hoe het Evangelie de wereld ingaat

Het boek Handelingen laat prachtig zien hoe het getuigenis van Christus zich uitbreidt.

Vlak voor Zijn hemelvaart zegt de Here Jezus:

“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.” (Handelingen 1:8, STV)

Daarin ligt als het ware de richting van het heil besloten:

Jeruzalem, Judea, Samaria en uiteindelijk de volken.

Toch zien we dat de gelovigen aanvankelijk sterk in Jeruzalem geconcentreerd blijven. Pas wanneer vervolging uitbreekt, worden zij verspreid.

Menselijk gezien lijkt dat een ramp.

Maar dan lezen we:

“Zij dan nu, die verstrooid waren, gingen het land door, en verkondigden het Woord.” (Handelingen 8:4, STV)

Wat bedoeld was om de Gemeente te bestrijden, gebruikt God juist om het Evangelie verder te brengen.

Dat is ook vandaag een geweldige bemoediging. God is niet afhankelijk van gunstige omstandigheden. Hij kan zelfs tegenstand gebruiken om deuren te openen die anders gesloten zouden blijven.

 

Filippus predikte Christus

Onder de verstrooide gelovigen bevindt zich Filippus. Over zijn bediening in Samaria staat iets opvallend eenvoudigs:

“En Filippus kwam af in de stad van Samaria, en predikte hun Christus.” (Handelingen 8:5, STV)

Dat verdient onze aandacht.

Er staat niet dat Filippus zichzelf presenteerde.

Hij predikte geen beweging.

Hij predikte geen geestelijke methode.

Hij predikte geen kerkgenootschap.

Hij predikte Christus.

En wanneer hij later de Ethiopische kamerheer ontmoet, gebeurt precies hetzelfde:

“En Filippus deed zijn mond open en beginnende van diezelfde Schrift, verkondigde hem Jezus.” (Handelingen 8:35, STV)

Daar ligt misschien wel een van de belangrijkste lessen voor de Gemeente van Jezus Christus van vandaag.

 

Van Jezus plus terug naar Jezus alléén

We kunnen ongemerkt zoveel aan Christus toevoegen dat Hij uiteindelijk achter onze toevoegingen verdwijnt.

Jezus plus onze denominatie. Jezus plus onze traditie. Jezus plus onze favoriete voorganger. Jezus plus onze krachtige geestelijke ervaringen. Jezus plus onze methode. Jezus plus onze bijzondere beweging.

Maar Filippus verkondigde hem Jezus.

Daarmee komen we bij de kern: Jezus alleen.

 

Niet omdat Bijbelse leer onbelangrijk zou zijn. Integendeel. Gezonde leer brengt ons immers steeds dichterbij Wie Christus is en wat Hij volbracht heeft.

Maar zodra onze bijzondere groep, ervaring of traditie méér aandacht krijgt dan Christus, is er iets helemaal mis gegaan.

Paulus schrijft:

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” (1 Korinthe 2:2, STV)

De Gemeente heeft niet méér spektakel nodig.

Zij heeft Christus nodig.

God ziet ook die ene mens

In Handelingen 8 zien we dan iets merkwaardigs. Filippus bevindt zich midden in een vruchtbaar werk in Samaria, maar wordt naar een eenzame weg gestuurd.

Daar wacht geen menigte.

Daar zit één man.

Dat botst nogal met onze menselijke neiging om geestelijk succes in aantallen uit te drukken. Hoeveel bezoekers? Hoeveel volgers? Hoeveel groei? Hoeveel bereik?

God haalt Filippus als het ware weg bij een menigte om hem naast de wagen van één zoekende Afrikaan te zetten.

Blijkbaar is één mens voor God de reis waard.

Misschien ligt daar ook wel een bemoediging voor gelovigen die denken dat hun leven weinig betekenis heeft omdat zij geen groot bereik hebben.

Je hoeft geen duizenden mensen te bereiken om bruikbaar te zijn.

Misschien heeft God één mens op jouw weg gebracht.

 

Een Ethiopiër zoekt naar de waarheid

De Ethiopische kamerheer heeft een lange reis naar Jeruzalem gemaakt. Hij verlangt duidelijk naar de ware God en bezit een zeer kostbare boekrol van Jesaja.

Op de terugweg leest hij daaruit.

Dan brengt God Filippus precies naast zijn wagen.

Dat is een prachtig samenspel tussen Gods leiding en menselijke gehoorzaamheid. De zoekende man heeft een vraag. Filippus wordt gestuurd. De Schrift ligt open.

En welk gedeelte leest hij?

Jesaja 53.

De kamerheer wil weten over wie de profeet spreekt. Vanuit dat Schriftgedeelte verkondigt Filippus hem Jezus.

 

Jesaja 53 brengt ons direct bij het hart van het Evangelie

Jesaja had eeuwen vóór het kruis al geprofeteerd:

“Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.” (Jesaja 53:6, STV)

Hier ligt het hart van het Evangelie van Jezus Christus.

Wij dwaalden.

Onze ongerechtigheid stond tussen God en ons.

Maar God legde die ongerechtigheid op een Ander.

Het Evangelie vertelt daarom niet wat wij voor God moeten doen. Het verkondigt wat God in Christus voor verloren mensen gedaan heeft.

Filippus hoefde Jesaja niet los te laten om over Jezus te beginnen. Hij begon vanuit diezelfde Schrift.

Christus is niet een later toegevoegd onderwerp.

De Schriften wijzen naar Hem.

 

In Christus is géén plaats voor racisme

Dat de man een Ethiopiër is, is zeker niet zonder betekenis.

Een Joodse evangelist wordt door God naar een Afrikaanse man gestuurd. Zijn huidskleur, afkomst en status vormen geen belemmering voor het Evangelie.

Dat raakt ook onze houding tegenover Israël en de volken. Wie het Bijbelse onderscheid tussen Israël en de Gemeente serieus neemt, heeft daarmee geen enkele grond om individuele Joden boven Arabieren, Afrikanen, Europeanen of wie dan ook te stellen.

Binnen het Lichaam van Christus geldt:

“Want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” (1 Korinthe 12:13, STV)

Dat wist het onderscheid tussen Israël en de Gemeente niet uit. Maar het maakt wel duidelijk dat binnen het Lichaam van Christus afkomst géén grond voor enige superioriteit is.

Aan het kruis staat niemand op een verhoging.

Wij leven allemaal van en uit Genade.

 

Geloof komt vóór de waterdoop

Wanneer de Ethiopiër water ziet, wil hij gedoopt worden. Ook daaruit komt een belangrijke Bijbelse waarheid naar voren.

De waterdoop is niet de oorzaak van zijn behoudenis. De doop volgt op geloof.

Paulus beschrijft in Efeze de verhouding tussen het horen van het Evangelie, geloven en het ontvangen van de Heilige Geest:

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid, gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;” (Efeze 1:13, STV)

Dat is een bijzonder belangrijke volgorde.

De gelovige wordt niet behouden omdat water hem reinigt. Christus redt.

De waterdoop is vervolgens een zichtbaar getuigenis van de verbondenheid van de gelovige met Christus: Zijn dood, begrafenis en opstanding.

Niet het water staat centraal.

Christus staat centraal.

 

Het geloof begint bij een levende Heer

En daarmee komen we bij de opstanding.

Het Evangelie eindigt niet bij Golgotha. Het graf is leeg.

Paulus schrijft zelfs:

“En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof.” (1 Korinthe 15:14, STV)

Wij volgen daarom niet slechts de leer van een godsdienstleraar die tweeduizend jaar geleden gestorven is.

Wij behoren toe aan een levende Heer.

Christus is gestorven.

Christus is begraven.

Christus is opgestaan.

Christus leeft.

Christus komt terug.

Daarom leeft ook Zijn Gemeente.

Dat is uiteindelijk het antwoord op alle sombere verhalen over de toekomst van de kerk. Ons vertrouwen rust niet op de vraag of kerkelijke instituten in Nederland over twintig jaar nog dezelfde omvang hebben.

Ons vertrouwen rust op Jezus Christus, het levende Hoofd van Zijn Gemeente.

 

Kijk wie God op je weg brengt

Na de ontmoeting met de Ethiopiër gaat Filippus verder.

En ook de kamerheer vervolgt zijn weg met blijdschap.

Dat maakt Handelingen 8 verrassend praktisch.

Morgen gaan wij ook weer ergens heen. Naar ons werk, naar een winkel, naar familie, naar een afspraak of gewoon naar de buren.

Daar zijn mensen.

We weten meestal niet welke vragen zij diep vanbinnen hebben. Filippus kon van een afstand evenmin zien dat daar iemand zat die de Schrift las en zich afvroeg over Wie Jesaja eigenlijk sprak.

Daarom hoeven we niet krampachtig op zoek te gaan naar spectaculaire mogelijkheden om voor God bruikbaar te zijn.

We mogen eenvoudig onze ogen en oren openhouden.

Wie brengt God op mijn weg?

Misschien geen zaal vol mensen.

Misschien één mens.

Maar voor die ene mens kan een gesprek over de Here Jezus van eeuwigheidswaarde zijn.

 

Christus bouwt Zijn Gemeente

Daarom hoeven we niet mee te gaan in moedeloosheid.

Ja, met kerkelijke instituten kan het slecht gaan.

Ja, er is veel verwarring.

Ja, de Bijbelse boodschap wordt in onze samenleving steeds vaker terzijde geschoven.

Maar Christus heeft niet gezegd dat wij Zijn Gemeente overeind moeten houden.

Hij heeft gezegd:

“Ik zal Mijn gemeente bouwen.”

En daarom blijft onze opdracht verrassend eenvoudig.

Niet onszelf verkondigen.

Niet onze beweging grootmaken.

Niet mensen aan onze persoonlijkheid binden.

Niet vertrouwen op religieuze vormen.

Maar doen wat Filippus deed.

De Schrift openen.

Onze mond openen.

En Jezus verkondigen.

Want uiteindelijk heeft de wereld niet allereerst behoefte aan een aantrekkelijker christendom.

De wereld heeft Christus nodig.

En ook de Gemeente zelf moet telkens weer terug naar dat ene middelpunt:

Jezus alleen.

lees ook:

Wat zegt de Bijbel over de gemeente van Jezus Christus?

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf maar een levend lichaam

Het werk van de Heilige Geest: geen spektakel, maar Christus centraal

 

Succes is geen roeping: de Bijbel tegenover succesprediking

Waarom “je gemeente zal verdubbelen” geen Bijbelse maatstaf is

“Je gemeente zal verdubbelen”

Het klinkt geweldig.

Je gemeente zal groeien. Je bediening zal uitbreiden. Je invloed zal toenemen. Er komt doorbraak. Meer mensen. Meer bereik. Meer zichtbaarheid.…

Uitgesproken  in de gemeente door een geestdriftige spreker, welhaast met de ondertoon van een profetie, verwachtingsvol en goedkeurend ontvangen…..

En wie zou daar nou eigenlijk tegen kunnen zijn?

Dit is een van de manieren waarop succesprediking in de kerk zo gemakkelijk ingang vindt. Zij gebruikt christelijke woorden, spreekt over geloof en Gods zegen en presenteert groei als ultiem bewijs dat God hier aan het werk is.

Maar er is hier een jeukvraag die veel belangrijker is:

Waar leert de Schrift dan, dat zichtbare groei de maatstaf  zou zijn voor de roeping en trouw van het Lichaam van Christus?

Het antwoord is zowel eenvoudig als duidelijk:

nergens.

De apostel Paulus zegt niet dat een gemeente succesvol zou moeten zijn.

Hij zegt:

“Voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.” — 1 Korinthe 4:2 (STV)

Daar staat Gods maatstaf.

Niet groot.

Niet invloedrijk.

Niet succesvol.

Getrouw.

En dat verschil is veel groter dan het oppervlakkig bekeken lijkt.

de kerk als bedrijf?
Geen succesprediking in de kerk

Groei is geen bewijs van Gods goedkeuring

Een van de gevaarlijkste redeneringen binnen het moderne christendom luidt ongeveer zo:

Het groeit, dus God zegent het.

Maar dat is geen Bijbelse redenering.

” Benaarstig u om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.
Maar stel u tegen het ongoddelijk ijdel roepen; want zij zullen in meerdere goddeloosheid toenemen;En hun woord zal voorteten gelijk de kanker; onder welke is Hymenéüs en Filétus2 Timotheus 2:15-17 (STV)

Een moskee kan groeien. Een sekte kan groeien. Een politieke beweging kan groeien. Een commerciële onderneming kan groeien. Een dwaalleer kan zich razendsnel verspreiden.

Waarom zou numerieke groei binnen een kerk ineens een bewijs van waarheid zijn?

Een gemeente kan in enkele jaren zomaar verdubbelen terwijl de prediking oppervlakkiger wordt.

Een andere gemeente kan kleiner worden omdat zij weigert haar boodschap aantrekkelijker te maken ten koste van de waarheid.

Welke van de twee is volgens God succesvoller?

Die vraag is al helemaal verkeerd gesteld.

De Bijbelse vraag is:

Welke is Bijbelgetrouw?

 

De Gemeente is geen onderneming

Hier raakt de succesprediking aan een dieper liggend probleem.

Veel hedendaagse kerkelijke taal lijkt opvallend veel op managementtaal:

visie, leiderschap, strategie, impact, groei, bereik, doelgroep, cultuurverandering, invloed.

Natuurlijk zijn niet al die woorden op zichzelf verkeerd. Een gemeente moet ook praktische zaken organiseren.

Maar ongemerkt kan de gemeente daardoor als een onderneming worden beschouwd.

De voorganger wordt een visionair leider.

De gemeente wordt een organisatie.

De samenkomst wordt een product.

De bezoekers worden de doelgroep.

En groei wordt de KPI van Gods zegen.

Maar Paulus noemt de Gemeente geen onderneming.

Hij noemt deze het Lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.” — Kolossenzen 1:18 (STV)

Dat zet alles in een ander daglicht:

Het doel van het Lichaam is niet zichzelf groot te maken.

Het Hoofd moet de eerste plaats hebben.

Daarom hoort de belangrijkste vraag van een gemeente nooit te zijn:

Hoe krijgen wij meer mensen binnen?

Maar:

Krijgt Christus hier de eerste plaats en wordt Zijn Woord recht gesneden?

 

Het Lichaam van Christus heeft een hemelse roeping

Het verlangen naar zichtbaar succes hangt dikwijls samen met een ander misverstand: de gedachte dat de Gemeente geroepen zou zijn om Gods Koninkrijk hier en nu, steeds zichtbaarder, op aarde te vestigen.

Dan ontstaan grote woorden en plannen.

We moeten steden transformeren.

De cultuur veranderen.

Invloedssferen innemen.

Het Koninkrijk zichtbaar maken.

Maatschappelijke posities veroveren.

De wereld laten zien wat de Kerk kan betekenen.

Maar Paulus wijst het Lichaam van Christus omhoog in plaats van horizontaal;:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” — Kolossenzen 3:1 (STV)

En vervolgens:

“Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.” — Kolossenzen 3:2 (STV)

Waarom?

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” — Kolossenzen 3:3 (STV)

Dat woord verborgen verdient aandacht.

De huidige positie van het Lichaam van Christus wordt juist niet gekenmerkt door een triomfantelijke zichtbare heerschappij over deze wereld.

Christus Zelf wordt door deze wereld niet erkend.

En de Gemeente is met Hem verbonden.

 

Wij zijn nu al gezet in de hemel

Paulus gaat nog verder:

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;” — Efeze 2:6 (STV)

Er staat niet dat dat toekomst is, als wij goed ons best blijven doen en de juiste marktstrategie volgen.

De positie van de gelovige is helemaal niet gericht op het verwerven van een zichtbare machtspositie op aarde.

Zijn burgerschap en positie zijn in de hemel, verbonden met de opgewekte Christus.

Dat betekent niet dat een christen maatschappelijk passief moet zijn. Het betekent evenmin dat evangelisatie onbelangrijk zou zijn.

Het betekent iets anders:

aardse invloed is niet de identiteit en evenmin de roeping van het Lichaam van Christus.

Dat onderscheid verdwijnt gemakkelijk wanneer christelijk succes wordt afgemeten aan gebouwen, bezoekersaantallen, online bereik en plaatselijke invloed.

 

Er komt zichtbaarheid, maar niet door onze marketing

De Schrift spreekt wel degelijk over een moment waarop Christus en Zijn heerlijkheid openbaar zullen worden.

Paulus schrijft:

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons Leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” — Kolossenzen 3:4 (STV)

Let op die volgorde.

Nu: verborgen met Christus.

Straks: met Christus geopenbaard.

Dat is de essentie.

De Gemeente hoeft niet door menselijke strategie alvast zichtbaar te realiseren wat God op Zijn tijd in Christus openbaar zal maken.

Onze opdracht is niet Christus populair te maken.

Onze opdracht is Hem trouw bekend te maken.

 

Paulus zou volgens moderne succesformules een probleemgeval zijn

Wanneer succes werkelijk de maatstaf van een bediening is, moeten we consequent zijn.

Dan moeten we ook Paulus langs die meetlat leggen.

En dan wordt het ongemakkelijk.

Aan het einde van zijn bediening schrijft hij:

“Gij weet dit, dat allen die in Azië zijn, zich van mij afgewend hebben;” — 2 Timotheüs 1:15 (STV)

Dat klinkt niet echt als gemeentegroei.

Later schrijft hij:

“zij hebben mij allen verlaten; het worde hun niet toegerekend.” — 2 Timotheüs 4:16 (STV)

Stel je voor dat dit het jaarverslag van een moderne bediening was.

Mensen afgehaakt.

Medewerkers verdwenen.

Leider gevangen.

Weinig maatschappelijke invloed.

Geen indrukwekkend gebouw.

Geen succesverhaal.

Op het oog een fiasco.

Volgens sommige hedendaagse maatstaven zou er onmiddellijk een consultant moeten worden ingevlogen.

Paulus beoordeelt zijn bediening echter heel anders:

“Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden.” — 2 Timotheüs 4:7 (STV)

Het geloof behouden.

Dáár ligt de maatstaf.

 

De Bijbel voorspelt zelfs dat gezonde leer aantallen kan kosten

Dit maakt het nog schrijnender.

Paulus vertelt Timotheüs niet dat trouwe prediking uiteindelijk gegarandeerd grote aantallen mensen zal trekken.

Hij zegt:

“Predik het Woord; houd aan tijdiglijk, ontijdiglijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.” — 2 Timotheüs 4:2 (STV)

Waarom is dat nodig?

Omdat er juist weerstand tegen gezonde leer komt:

“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden;” — 2 Timotheüs 4:3 (STV)

Lees dat nog maar eens naast de voorbarig uitgesproken belofte:

Je gemeente zal verdubbelen.

De Schrift waarschuwt dat mensen de gezonde leer niet zullen verdragen.

Dat betekent dat trouw aan het Woord juist bezoekers kan kosten.

En dan?

Moeten we de boodschap dan gaan aanpassen totdat er weer groei komt?

Paulus zegt het tegenovergestelde:

Predik het Woord.

 

Het Evangelie is geen groeistrategie

Daar ligt misschien wel het grootste gevaar van succesprediking.

Het Evangelie kan langzaam veranderen van een boodschap die verkondigd moet worden in een middel waarmee iets bereikt moet worden.

Meer bezoekers.

Meer invloed.

Een grotere kerk.

Een sterkere beweging.

Een betere samenleving.

Maar het Evangelie der genade Gods is geen marketinginstrument.

Paulus zegt:

“Maar ik acht op geen ding, noch houd mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.” — Handelingen 20:24 (STV)

Opnieuw ontbreekt hier de succesformule.

Paulus wil zijn loop volbrengen.

Hij wil getuigen.

Het resultaat daarvan ligt bij God.

 

Paulus predikte Christus, niet menselijke potentie

De succesboodschap richt de aandacht gemakkelijk op de mens:

jouw bestemming.

jouw doorbraak.

jouw invloed.

jouw succes.

jouw potentieel.

jouw droom.

Paulus’ boodschap heeft een ander middelpunt.

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” — 1 Korinthe 2:2 (STV)

Het kruis is bepaald geen symbool van menselijke zelfverwezenlijking.

Het kruis betekent juist het einde van menselijke aanspraken.

En daarom schrijft Paulus:

“Maar het zij verre van mij, dat ik9 zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)

Dat schuurt behoorlijk met een evangelie waarin Christus uiteindelijk degene wordt Die jouw dromen, ambities en succes mogelijk moet maken.

Het Evangelie draait niet om de verheffing van de mens, maar om de heerlijkheid van Christus.

 

Vruchtbaarheid is niet hetzelfde als zichtbaarheid

Hier moeten we zorgvuldig blijven.

De Bijbel is niet tegen vruchtbaarheid.

Ook niet tegen gemeentegroei.

Wanneer mensen door het Evangelie tot geloof komen, is dat reden tot grote blijdschap.

Het probleem is dus niet groei.

Het probleem is groei als bewijsmateriaal van Gods goedkeuring en als doel van de bediening.

Dat zijn twee totaal verschillende dingen.

Paulus schrijft:

“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.” — 1 Korinthe 3:6 (STV)

Dat is bevrijdend.

De dienaar plant.

Een ander begiet.

God geeft de wasdom.

Zodra wij verantwoordelijk worden gemaakt voor de gegarandeerde uitkomst — jouw gemeente zal verdubbelen — verschuift iets wat aan God behoort naar de mens.

 

De kleine gemeente hoeft zich niet te schamen

Dit is ook pastoraal belangrijk.

Wat doet succesprediking met de voorganger die al twintig jaar trouw het Woord verkondigt aan veertig mensen?

Wat doet zij met een gemeente die kleiner wordt?

Wat doet zij met zendelingen die jarenlang arbeiden en nauwelijks resultaat zien?

Wat doet de boodschap „God wil groei, invloed en vermenigvuldiging” met hen?

Zij kan een vals schuldgevoel produceren:

Wat doen wij verkeerd?

Misschien wel helemaal niets.

Misschien weigert die voorganger gewoon zijn boodschap af te zwakken.

Misschien is hij niet hip genoeg voor Instagram.

Misschien organiseert hij geen spectaculaire diensten.

Misschien belooft hij mensen geen doorbraak.

Misschien predikt hij wel gewoon het Woord.

Dan kan een kleine gemeente in Gods ogen gezonder zijn dan een megakerk.

Want God telt niet zoals wij tellen.

 

Het probleem is uiteindelijk het vlees

De Schrift zegt niet:

Ontdek hoe groot jij kunt worden.

De Schrift brengt ons bij Christus.

 

“Je gemeente zal verdubbelen” kan een gevaarlijke belofte zijn

Niet omdat verdubbeling an sich onmogelijk of verkeerd zou zijn.

Een gemeente kan verdubbelen.

Zij kan vertienvoudigen.

God kan een bediening een enorm bereik geven.

Maar niemand heeft daarom het recht daarvan een algemene geestelijke belofte te maken.

En al helemaal niet om succes vervolgens als bewijs van zalving, geloof of gehoorzaamheid te presenteren.

Want dan volgt onvermijdelijk de andere kant:

Als jouw gemeente niet verdubbelt, heb je dan te weinig geloof?

Heb je Gods visie gemist?

Ben je niet gezalfd genoeg?

Heb je onvoldoende groot gedacht?

Daar begint geestelijke manipulatie.

Een menselijke succesnorm wordt dan voorzien van Gods handtekening.

 

Misschien moet een gemeente wel helemaal niet verdubbelen

Misschien moet zij eerst leren.

Misschien moet zij dwaling opruimen.

Misschien moet zij Christus weer centraal stellen.

Misschien moeten gelovigen leren wie zij in Christus zijn.

Misschien moet de prediking dieper in plaats van aantrekkelijker.

Misschien moeten er niet meer stoelen worden neergezet, maar meer Bijbels worden opengeslagen.

Misschien moeten wij minder bezig zijn met hoeveel mensen er binnenkomen en meer met wat hun geleerd wordt wanneer zij binnen zijn.

Dat is minder spectaculair.

Maar het zou weleens veel Bijbelser kunnen zijn.

 

Succes is geen roeping, trouw wel

De vraag waarmee wij begonnen kunnen we daarom beantwoorden.

Waarom is het streven naar zichtbaar succes en invloed niet de roeping van het Lichaam van Christus?

Omdat het Lichaam reeds in Christus een hemelse positie heeft.

Omdat Christus het Hoofd is.

Omdat het leven van de Gemeente nu met Christus verborgen is in God.

Omdat de Gemeente niet geroepen is zichzelf te verheerlijken maar Christus bekend te maken.

Omdat groei door God wordt gegeven en niet door mensen kan worden gegarandeerd.

Omdat Paulus trouw, gezonde leer en het bewaren van het geloof als maatstaven geeft.

En omdat het uiteindelijke oordeel over onze dienst niet wordt uitgesproken door bezoekersaantallen, algoritmen, conferenties of kerkelijke jaarverslagen.

Daarom mag de tegenstelling scherp worden neergezet:

Succesprediking vraagt:

hoeveel groter ben je geworden?

De Schrift vraagt:

ben je trouw gebleven?

Een volle zaal kan indrukwekkend zijn.

Een verdubbelde gemeente kan prachtig zijn.

Een groot bereik kan nuttig zijn.

Maar geen van deze dingen bewijst dat God Zijn goedkeuring eraan heeft gegeven.

De dienaar van Christus heeft een veel eenvoudiger en tegelijk veel zwaardere opdracht:

Predik het Woord. Bewaar het geloof. Maak Christus groot. Blijf getrouw.

En laat de wasdom aan God.

lees ook:

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf maar een levend lichaam – Bijbelse basis

De rodeletter-valkuil: waarom veel christenen de woorden van Jezus verkeerd toepassen

“Jezus heeft het Zelf gezegd.”

Het klinkt vroom. Eerbiedig zelfs. Alsof daarmee op voorhand het gesprek is beëindigd.

Maar  deze redenering heeft misschien wel meer verwarring veroorzaakt dan menige dwaalleer.

Niet omdat de woorden van de Here Jezus onwaar zouden zijn. Integendeel. Iedere uitspraak van de Here Jezus is volmaakt waar.

Het probleem is een ander.

Veel christenen passen de woorden van Jezus rechtstreeks toe op de Gemeente, zonder rekening te houden met Gods heilsplan, de bediening van Paulus en de Verborgenheid die pas later werd geopenbaard.

Daardoor worden Wet en Genade, Israël en de Gemeente, profetie en Verborgenheid voortdurend met elkaar vermengd.

Dit artikel is géén aanval op kerken of oprechte gelovigen. Integendeel. Juist omdat zoveel christenen deze manier van Bijbellezen hebben meegekregen, is het belangrijk opnieuw de vraag te stellen:

Wat zegt de Schrift?

Niet alleen wat zij zegt, maar ook:

  • tot wie?
  • wanneer?
  • waarom?

Dát is de sleutel tot verantwoord Bijbelgebruik.

de rode letter valkuil
De rode letter valkuil

Waarom veel christenen vooral de rode letters lezen

Opmerkelijk genoeg hebben veel christenen onbewust een canon binnen de canon gemaakt.

De rode letters lijken belangrijker te zijn geworden dan de zwarte.

Alsof de Evangeliën de definitieve uitleg geven van de rest van het Nieuwe Testament.

Maar de Schrift leert dat nergens. En, de grondtekst kent geen kleurendruk.

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is.” (2 Timótheüs 3:16, STV)

Niet een deel van de Schrift.

Ook niet alleen de woorden van Jezus.

Al de Schrift.

Waarom de bediening van Paulus vaak wordt vergeten

Vraag eens in een gemiddelde kerk:

Waarom werd Paulus geroepen?

Vaak blijven de antwoorden steken bij:

  • zendeling
  • apostel van de heidenen
  • schrijver van brieven

Allemaal waar.

Maar Paulus zegt zelf iets veel groters.

“Hoe dat Hij mij door openbaring heeft bekendgemaakt deze verborgenheid.” (Efeze 3:3, STV)

En:

“Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekendgemaakt…” (Efeze 3:5, STV)

Hier ligt de sleutel.

Paulus ontving geen tweede mening over de woorden van Jezus.

Hij ontving een nieuwe openbaring van de verheerlijkte Christus.

Daarom is de bediening van Paulus onmisbaar  en essentieel voor het verstaan van het Nieuwe Testament.

Waarom Mattheüs niet rechtstreeks tot de Gemeente spreekt

De Here Jezus zegt Zelf:

“Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.” (Matthéüs 15:24, STV)

En:

“En gaat niet op den weg der heidenen… maar gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.” (Matthéüs 10:5-6, STV)

Dat laat de context van Zijn aardse bediening zien.

Hij kwam als Israëls Messias.

Hij predikte het Koninkrijk.

Hij leefde onder de Wet.

De Gemeente als Lichaam van Christus was toen nog een Verborgenheid.

 

Mattheüs 6:14-15 uitgelegd: geldt deze tekst voor de Gemeente?

Hier wordt de rodeletter-valkuil zichtbaar.

“Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven.” (Matthéüs 6:14, STV)

Gods vergeving is hier verbonden aan de houding van de mens.

Maar Paulus schrijft later:

“Vergevende elkander, gelijk ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” (Efeze 4:32, STV)

De volgorde is

Niet:

vergeven om vergeving te ontvangen.

Maar:

vergeven omdat God reeds heeft vergeven.

Dat is geen tegenstelling.

Dat is voortgaande openbaring binnen Gods heilsplan.

 

Waarom Paulus de sleutel is tot het verstaan van de Bijbel

Paulus schrijft:

“Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.” (Galaten 1:12, STV)

Dat betekent dat de verhoogde Here Jezus na Zijn hemelvaart nieuwe waarheden bekendmaakte.

Niet ter vervanging van Zijn aardse bediening.

Maar als verdere ontvouwing van Gods heilsplan.

Wie Paulus overslaat, mist daarom:

  • de Verborgenheid;
  • de bedeling der Genade;
  • het Lichaam van Christus;
  • de hemelse roeping van de Gemeente.

 

Wat gebeurt er als Israël en de Gemeente door elkaar worden gehaald?

Wanneer de bediening van Paulus wordt genegeerd, ontstaat vanzelf verwarring.

Dan wordt:

  • Wet vermengd met Genade;
  • Israël vermengd met de Gemeente;
  • profetie vermengd met de Verborgenheid;
  • het Koninkrijk vermengd met het Lichaam van Christus.

Het gevolg is een Evangelie waarin voorwaarden en Genade voortdurend door elkaar lopen.

 

Recht snijden van het Woord is geen optionele keuze

Paulus schrijft niet:

“Lees de Bijbel aandachtig.”

Hij schrijft:

“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.” (2 Timótheüs 2:15, STV)

Het probleem van veel hedendaagse prediking is niet dat men te veel over Jezus spreekt.

Het probleem is dat men de Here Jezus tijdens Zijn aardse bediening leest zonder te luisteren naar wat diezelfde Here Jezus later vanuit de hemel aan Paulus heeft geopenbaard.

De rodeletter-valkuil vermijden

De rode letters zijn niet belangrijker dan de zwarte.

Samen vormen zij het volmaakte Woord van God.

Maar de Bijbel vraagt om zorgvuldig onderscheid.

Niet alles wat in de Schrift staat, is rechtstreeks tot de Gemeente gesproken.

Alles is voor ons geschreven tot lering.

Maar niet alles is aan ons gericht.

Wie dat onderscheid leert zien, ontdekt hoe de bediening van Paulus, de Verborgenheid en het onderscheid tussen Israël en de Gemeente de Bijbel ontsluiten.

Misschien is de grootste blinde vlek van het moderne christendom daarom niet een gebrek aan liefde voor de Bijbel.

Misschien is het eenvoudig een gebrek aan zorgvuldig Bijbelgebruik.

 

lees ook:

Vergeving volgens de Bijbel: hoe een populaire leer het Evangelie van Gods Genade ondermijnt – Bijbelse basis

Christus niet meer naar het vlees kennen – Bijbelse basis

De bediening van Jezus en Paulus niet hetzelfde – Bijbelse basis

De verborgenheid in de Bijbel – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights