Wat is de Gemeente van Jezus Christus?

Vreemde vraag, denk je wellicht. Maar het zal je gedacht zijn wat sommige mensen hier allemaal onder verstaan. Om een goed en helder antwoord  te kunnen vinden op deze vraag schrijf ik dit blog.

Hero banner promoting Bible studies: open Bible on a wooden table at sunrise with the Dutch title 'Wat zegt de Bijbel over...' and a blue footer menu showing topics like Schrift met Schrift and Christus centraal.
Wat zegt de Bijbel over

Het Lichaam van Christus volgens de Bijbel

Als het woord “gemeente” valt, denken veel mensen onmiddellijk aan de kerk, een kerkgebouw, een plaatselijke geloofsgemeenschap, een denominatie of een organisatie met voorgangers, oudsten en ledenlijsten. Maar wie vanuit de Schrift vraagt wat de Gemeente van Jezus Christus echt is, komt bij iets veel fundamentelers terecht.

De Gemeente is geen menselijke organisatie die rondom Jezus Christus is opgebouwd. Deze is het Lichaam van Christus, waarvan de opgestane en verheerlijkte Here Jezus Christus Zelf het Hoofd is.

Dat verschil is niet maar een kwestie van woorden. Het bepaalt hoe we kijken naar de positie van de gelovige, naar kerkelijk leiderschap, naar Israël, naar onze hemelse roeping en uiteraard naar Christus Zelf.

Het lichaam van Christus colgens de Bijbel
Wat is de gemeente van Jezus Christus?

Christus bouwt Zijn Gemeente

De eerste belangrijke aanwijzing vinden we in de woorden van de Here Jezus Christus:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” (Mattheüs 16:18, STV)

Let op de woorden:

“Ik zal Mijn gemeente bouwen.”

De Here Jezus sprak niet over iets wat vanaf Adam altijd al had bestaan. Hij sprak over iets dat Hij zou bouwen. De Gemeente heeft daarom een bijzondere plaats in Gods heilsplan.

En minstens zo belangrijk: Christus zegt niet dat mensen Zijn Gemeente zullen bouwen. Hij bouwt haar.

Dat zet gelijk een streep door het idee dat de Gemeente in essentie een menselijke instelling zou zijn. Mensen kunnen kerkgenootschappen oprichten, gebouwen neerzetten, statuten schrijven en organisaties besturen.

Maar alleen Christus kan Zijn Gemeente bouwen.

 

De Gemeente is het Lichaam van Christus

Paulus geeft de meest directe omschrijving:

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” (Efeze 1:22-23, STV)

De Gemeente is dus zoals we hier zien: Zijn Lichaam.

Dat is veel meer dan een mooi beeld voor christelijke samenwerking. Christus is het Hoofd en de gelovigen vormen gezamenlijk Zijn Lichaam.

Dat betekent ook dat het leven van de Gemeente niet voortkomt uit menselijke structuren, programma’s of leiders. Haar leven komt voort uit Christus.

Zoals een lichaam niet onafhankelijk van het hoofd kan functioneren, zo heeft de Gemeente geen zelfstandig geestelijk bestaan naast Christus. Haar positie, identiteit, leven en toekomst zijn allemaal verbonden met Hem.

Dat maakt de Gemeente in de eerste plaats christocentrisch. (Christocentrisch = gericht op Christus als Hoofd, fundament, levensbron en middelpunt.)

Niet de voorganger staat centraal.

Niet een bediening.

Niet een kerkverband.

Niet een bepaalde beweging.

Christus.

 

Wie hoort tot de Gemeente?

Ook hierover laat de Schrift weinig ruimte voor menselijke definities.

Paulus schrijft:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” (1 Korinthe 12:13, STV)

De Gemeente wordt dus gevormd door mensen die door de Heilige Geest tot één Lichaam zijn gemaakt.

Dat is iets anders dan lid worden van een kerk.

Je kunt op een ledenlijst staan zonder dat daarmee bewezen is dat je tot het Lichaam van Christus behoort. Omgekeerd kan iemand tot Christus behoren zonder aangesloten te zijn bij het kerkgenootschap dat anderen misschien als het enige juiste beschouwen.

De bepalende vraag is niet:

Bij welke kerk hoor je?

Maar:

Ben je in Christus?

De Gemeente bestaat uit mensen die door geloof deel gekregen hebben aan het nieuwe leven in Christus.

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17, STV)

Christelijk geloof is daarom niet in de eerste plaats het aannemen van een ‘christelijke levensstijl’. Wat je daar ook onder mag verstaan. Het gaat om nieuw leven.

 

Christus gaf niet alleen Zijn leven voor ons

Hier ligt een belangrijk onderscheid.

Het Evangelie verkondigt dat Christus voor onze zonden gestorven is. Maar behoud houdt niet op bij vergeving.

De gelovige ontvangt leven in Christus.

“En dit is de getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en ditzelve leven is in Zijn Zoon. Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.” (1 Johannes 5:11-12, STV)

Eeuwig leven is daarom niet slechts eindeloos blijven bestaan. Het is leven dat in Gods Zoon gevonden wordt.

Christus gaf Zijn leven voor ons tot verlossing, maar Hij geeft ook Zijn leven aan ons.

Daarom zegt Paulus:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij…” (Galaten 2:20, STV)

Dáár ligt het geheim van de Gemeente.

Het is niet een verzameling mensen die allemaal proberen Jezus na te doen. Het is een Lichaam van mensen die hun nieuwe leven in Christus ontvangen hebben.

 

Jood en heiden worden één nieuw Lichaam

Een ander wezenlijk kenmerk van de Gemeente is dat daarin het vroegere onderscheid tussen Jood en heiden geen basis vormt voor de positie in Christus.

Paulus noemt dit onderdeel van de verborgenheid:

“Dat de heidenen zijn medeërfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;” (Efeze 3:6, STV)

Let op die woorden:

“van hetzelfde lichaam.”

De heiden wordt niet eerst Jood om vervolgens bij Gods volk te mogen horen. Evenmin wordt de Jood heiden.

God doet iets nieuws.

Gelovigen uit Joden en heidenen worden in Christus samengevoegd tot één Lichaam.

Dat is van groot belang, omdat hierover tegenwoordig veel verwarring bestaat.

 

De Gemeente is niet Israël

Een duidelijk Bijbels onderscheid tussen Israël en de Gemeente voorkomt veel leerstellige verwarring.

Israël heeft in de Schrift een eigen roeping, geschiedenis, beloften en toekomst. De Gemeente heeft eveneens een eigen roeping, positie en toekomst.

De Gemeente is daarom niet eenvoudig een nieuwe naam voor Israël.

Evenmin heeft de Gemeente Israël vervangen.

Paulus zegt over Israël:

“Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre…” (Romeinen 11:1, STV)

En later:

“Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.” (Romeinen 11:29, STV)

De Bijbel geeft ons daarom geen reden om de beloften die God aan Israël deed stilzwijgend naar de Gemeente over te hevelen.

Dat gebeurt helaas nog steeds vaak. Beloften die betrekking hebben op Israël, het land, Jeruzalem en het toekomstige Koninkrijk worden dan “vergeestelijkt” en op de kerk toegepast.

Maar daarmee wordt niet alleen Israël van zijn beloften beroofd; ook de unieke positie van de Gemeente raakt uit beeld.

De Gemeente hoeft helemaal niet Israël  te worden om een buitengewoon heerlijke positie te hebben.

Haar roeping is namelijk hemels.

 

Een hemelse roeping

Paulus schrijft:

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;” (Filippenzen 3:20, STV)

En:

“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.” (Efeze 1:3, STV)

De positie van de Gemeente wordt dus niet bepaald door aardse macht, politieke invloed of maatschappelijke status.

Dat is een belangrijke correctie op allerlei vormen van christendom waarin men leert dat de kerk geroepen zou zijn om de wereld over te nemen, maatschappelijk te domineren of het Koninkrijk van God op aarde te vestigen.

De Gemeente heeft een andere, hogere roeping.

Zij behoort bij de verworpen maar inmiddels verheerlijkte Christus.

Het Hoofd bevindt Zich in de hemel.

Het burgerschap is in de hemel.

De zegeningen zijn in Christus in de hemel.

En de verwachting is vanuit de hemel.

Dat is een radicaal ander perspectief.

 

De Gemeente was een verborgenheid

Paulus spreekt meerdere malen over een “verborgenheid”. Een begrip dat bij sommigen voor veel onbegrip zorgt.

Daarmee bedoelt hij niet iets geheimzinnigs of mystieks, maar eenvoudig een waarheid die God eerder niet bekendgemaakt had zoals Hij die later heeft geopenbaard.

Paulus schrijft:

“En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus;” (Efeze 3:9, STV)

Dit verklaart waarom de Gemeente niet eenvoudig gezocht en gevonden kan worden in alle oudtestamentische profetieën over Israël.

Gods voornemen met de Gemeente was in Hem verborgen en werd later geopenbaard.

Juist daarom is het gevaarlijk om Israël en de Gemeente zonder onderscheid in elkaar te schuiven.

Dan verdwijnt namelijk precies dat bijzondere karakter waarvan Paulus zegt dat het een verborgenheid was.

 

De Gemeente is een woonplaats van God

De Gemeente is niet alleen een Lichaam. Zij wordt ook voorgesteld als een geestelijke tempel.

“Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere; Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.” (Efeze 2:21-22, STV)

Ook hier is het verschil met menselijke religie enorm.

Onder het oude verbond stond de tempel op een geografische plaats.

In de huidige bedeling woont God door Zijn Geest in Zijn Gemeente.

Daarom is een kerkgebouw op zichzelf nooit “het huis van God” in dezelfde betekenis waarin de tempel dat onder Israël was.

Het huis van God bestaat uit levende stenen.

“Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.” (1 Petrus 2:5, STV)

Dat heeft verstrekkende gevolgen voor onze kijk op kerk-zijn.

 

Geen geestelijke elite binnen het Lichaam

Als we goed begrijpen wat het Lichaam van Christus is, wordt ook duidelijk hoe vreemd een systeem van geestelijke rangen en standen eigenlijk is.

Paulus vergelijkt de Gemeente met één lichaam waarin vele leden verschillende functies hebben.

Niet ieder lid doet hetzelfde. Niet iedere gave is hetzelfde. Niet iedere taak is hetzelfde.

Maar verschil in functie betekent geen verschil in geestelijke waarde.

“Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus.” (1 Korinthe 12:12, STV)

Dat laat geen ruimte voor profileringsdrang.

De Gemeente heeft één Hoofd.

Niet een apostel.

Niet een profeet.

Niet een voorganger.

Niet een gezalfde leider.

Maar Christus.

Menselijke bedieningen hebben alleen betekenis voor zover zij het Lichaam dienen en de leden helpen groeien tot geestelijke volwassenheid.

Zodra gelovigen structureel afhankelijk worden gemaakt van bijzondere leiders, “gezalfden” of geestelijke specialisten, wordt het Bijbelse beeld omgedraaid

Bediening behoort het Lichaam op te bouwen, niet zichzelf.

De Gemeente leeft onder, door en uit Genade

Ook dit behoort tot de identiteit.

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)

Dat betekent niet dat het leven van de gelovige er niet toe doet. Integendeel.

Genade redt niet alleen; genade onderwijst.

“Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matiglijk en rechtvaardiglijk en godzaliglijk leven zouden in deze tegenwoordige wereld;” (Titus 2:11-12, STV)

De Gemeente wordt daarom niet gevormd door mensen die door nauwgezette wetsbetrachting en inspanning proberen God gunstig te stemmen.

Zij bestaat uit mensen die uit genade behouden zijn en vanuit die genade leren wandelen.

 

Waarom dit onderscheid vandaag zo belangrijk is

Dit is geen abstract leerstellig onderwerp.

Als niet meer duidelijk is wat de Gemeente eigenlijk is, ontstaan vrijwel vanzelf allerlei verschuivingen.

Dan wordt de Gemeente een organisatie die succes moet hebben.

Leiders worden bestuurders of geestelijke beroemdheden.

Gemeenteopbouw wordt organisatiegroei.

Geestelijke vrucht wordt meetbaar gemaakt in bezoekersaantallen.

Roeping wordt invloed.

Dienstbaarheid wordt profilering.

En het Hoofd raakt langzaam maar zeker uit beeld.

Maar het Nieuwe Testament tekent een heel ander beeld.

Christus is het Hoofd.

De gelovigen zijn Zijn leden.

De Heilige Geest vormt hen tot één Lichaam.

Genade is de grondslag waarop zij staan.

De hemel bepaalt hun positie en verwachting.

Dan wordt de vraag niet langer:

Hoe maken wij onze kerk groot?

De vraag wordt:

Hoe wordt Christus verheerlijkt?

 

De Gemeente is eigendom van Christus

Misschien ligt daarin uiteindelijk de eenvoudigste en tegelijk diepste waarheid.

De Gemeente is Zijn Gemeente.

Hij heeft haar lief.

Hij heeft Zich voor haar gegeven.

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;” (Efeze 5:25, STV)

Daarom mag niemand, onder geen voorwaarde, zich de Gemeente toe-eigenen.

Geen leider kan zeggen:

“mijn gemeente”

alsof zij van hem is.

Geen denominatie bezit het Lichaam van Christus.

Geen beweging heeft het alleenrecht op Gods werk.

Christus kocht.

Christus bouwt.

Christus voedt

Christus heiligt.

Christus is het Hoofd.

En te Zijner tijd zal Christus haar tot Zich nemen.

 

Wat is dan wél de Gemeente van Jezus Christus

Samengevat kunnen we daarom zeggen:

De Gemeente van Jezus Christus is het door God gevormde hemelse volk, de Gemeente der eerstgeborenen, wedergeboren gelovigen uit Jood en heiden, die door de Heilige Geest tot één Lichaam met de opgestane en verheerlijkte Christus zijn verbonden. Christus is het Hoofd en de levensbron van dit Lichaam. De Gemeente leeft onder Genade, is een woonplaats van God door de Geest, deelt in Christus’ hemelse positie en verwachting en moet onderscheiden worden van Israël.

Dat is vele malen rijker dan “naar de kerk gaan”.

Wie in Christus is, behoort tot iets dat mensen nooit zouden kunnen bouwen.

Tot Zijn Lichaam.

En daarom hoort in de Gemeente uiteindelijk maar Eén centraal te staan:

de Here Jezus Christus.

zie ook:

Jezus alleen: Christus bouwt Zijn Gemeente – Bijbelse basis

gemeente van Jezus Christus – Bijbelse basis

Jezus alleen: Christus bouwt Zijn Gemeente

Waarom de Gemeente van Christus niet hoeft te wanhopen

Gaat het echt slecht met de kerk?

Je kunt het regelmatig horen:

 “Het gaat niet goed met de kerk.”

Of erger:

“De kerk slaapt”

of zou zelfs ziek zijn volgens een enkele verdwaalde geest…..

En menselijk bekeken valt daar nog best iets voor te zeggen ook. Kerkgebouwen worden gesloten, gemeenten vergrijzen, kerkelijke instituten verliezen leden en de Bijbelse boodschap verdwijnt steeds verder naar de achterdeur.

Maar voordat we daarin meegaan, moeten we toch een cruciaal onderscheid maken.

 

 Over welke kerk hebben we het dan eigenlijk?

Met een kerkelijk instituut kan het inderdaad slecht gaan. Een denominatie kan verdwijnen. Een plaatselijke gemeente kan zelfs ophouden te bestaan. Maar de Gemeente van Christus, Zijn Lichaam, is van een heel andere orde.

De Here Jezus heeft immers Zelf gezegd:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” (Mattheüs 16:18, STV)

Let vooral op Wie hier bouwt:

“Ik zal Mijn gemeente bouwen.”

Dat is een geweldige bemoediging. De toekomst van de Gemeente rust niet op onze schouders, onze verenigingsdrift of onze formules

 Christus Zelf bouwt haar.

Jezus alleen

De Gemeente bestaat uit wedergeboren mensen

Daarmee komen we onmiddellijk bij een essentieel onderscheid dat tegenwoordig gemakkelijk vertroebelt. Lid zijn van een kerk is niet hetzelfde als behoren tot het Lichaam van Christus.

Een mens kan gedoopt zijn, belijdenis hebben gedaan, jarenlang trouw kerkdiensten bezoeken en veel christelijke gewoonten hebben overgenomen, zonder ooit werkelijk opnieuw geboren te zijn.

Nicodemus laat zien dat religieuze kennis op zichzelf niet voldoende is. Hij was een godsdienstig en geleerd man. Toch zei de Here Jezus:

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.” (Johannes 3:3, STV)

Dat is fundamenteel.

Christelijk leven begint niet met het verbeteren van de oude mens. Het begint met nieuw leven uit God.

De Gemeente is daarom in wezen helemaal geen religieuze organisatie waarvan je door inschrijving lid wordt. Maar is een levend organisme, Bijbels gesproken een lichaam, waarvan Christus het Hoofd is.

 

Handelingen laat zien hoe het Evangelie de wereld ingaat

Het boek Handelingen laat prachtig zien hoe het getuigenis van Christus zich uitbreidt.

Vlak voor Zijn hemelvaart zegt de Here Jezus:

“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.” (Handelingen 1:8, STV)

Daarin ligt als het ware de richting van het heil besloten:

Jeruzalem, Judea, Samaria en uiteindelijk de volken.

Toch zien we dat de gelovigen aanvankelijk sterk in Jeruzalem geconcentreerd blijven. Pas wanneer vervolging uitbreekt, worden zij verspreid.

Menselijk gezien lijkt dat een ramp.

Maar dan lezen we:

“Zij dan nu, die verstrooid waren, gingen het land door, en verkondigden het Woord.” (Handelingen 8:4, STV)

Wat bedoeld was om de Gemeente te bestrijden, gebruikt God juist om het Evangelie verder te brengen.

Dat is ook vandaag een geweldige bemoediging. God is niet afhankelijk van gunstige omstandigheden. Hij kan zelfs tegenstand gebruiken om deuren te openen die anders gesloten zouden blijven.

 

Filippus predikte Christus

Onder de verstrooide gelovigen bevindt zich Filippus. Over zijn bediening in Samaria staat iets opvallend eenvoudigs:

“En Filippus kwam af in de stad van Samaria, en predikte hun Christus.” (Handelingen 8:5, STV)

Dat verdient onze aandacht.

Er staat niet dat Filippus zichzelf presenteerde.

Hij predikte geen beweging.

Hij predikte geen geestelijke methode.

Hij predikte geen kerkgenootschap.

Hij predikte Christus.

En wanneer hij later de Ethiopische kamerheer ontmoet, gebeurt precies hetzelfde:

“En Filippus deed zijn mond open en beginnende van diezelfde Schrift, verkondigde hem Jezus.” (Handelingen 8:35, STV)

Daar ligt misschien wel een van de belangrijkste lessen voor de Gemeente van Jezus Christus van vandaag.

 

Van Jezus plus terug naar Jezus alléén

We kunnen ongemerkt zoveel aan Christus toevoegen dat Hij uiteindelijk achter onze toevoegingen verdwijnt.

Jezus plus onze denominatie. Jezus plus onze traditie. Jezus plus onze favoriete voorganger. Jezus plus onze krachtige geestelijke ervaringen. Jezus plus onze methode. Jezus plus onze bijzondere beweging.

Maar Filippus verkondigde hem Jezus.

Daarmee komen we bij de kern: Jezus alleen.

 

Niet omdat Bijbelse leer onbelangrijk zou zijn. Integendeel. Gezonde leer brengt ons immers steeds dichterbij Wie Christus is en wat Hij volbracht heeft.

Maar zodra onze bijzondere groep, ervaring of traditie méér aandacht krijgt dan Christus, is er iets helemaal mis gegaan.

Paulus schrijft:

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” (1 Korinthe 2:2, STV)

De Gemeente heeft niet méér spektakel nodig.

Zij heeft Christus nodig.

God ziet ook die ene mens

In Handelingen 8 zien we dan iets merkwaardigs. Filippus bevindt zich midden in een vruchtbaar werk in Samaria, maar wordt naar een eenzame weg gestuurd.

Daar wacht geen menigte.

Daar zit één man.

Dat botst nogal met onze menselijke neiging om geestelijk succes in aantallen uit te drukken. Hoeveel bezoekers? Hoeveel volgers? Hoeveel groei? Hoeveel bereik?

God haalt Filippus als het ware weg bij een menigte om hem naast de wagen van één zoekende Afrikaan te zetten.

Blijkbaar is één mens voor God de reis waard.

Misschien ligt daar ook wel een bemoediging voor gelovigen die denken dat hun leven weinig betekenis heeft omdat zij geen groot bereik hebben.

Je hoeft geen duizenden mensen te bereiken om bruikbaar te zijn.

Misschien heeft God één mens op jouw weg gebracht.

 

Een Ethiopiër zoekt naar de waarheid

De Ethiopische kamerheer heeft een lange reis naar Jeruzalem gemaakt. Hij verlangt duidelijk naar de ware God en bezit een zeer kostbare boekrol van Jesaja.

Op de terugweg leest hij daaruit.

Dan brengt God Filippus precies naast zijn wagen.

Dat is een prachtig samenspel tussen Gods leiding en menselijke gehoorzaamheid. De zoekende man heeft een vraag. Filippus wordt gestuurd. De Schrift ligt open.

En welk gedeelte leest hij?

Jesaja 53.

De kamerheer wil weten over wie de profeet spreekt. Vanuit dat Schriftgedeelte verkondigt Filippus hem Jezus.

 

Jesaja 53 brengt ons direct bij het hart van het Evangelie

Jesaja had eeuwen vóór het kruis al geprofeteerd:

“Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.” (Jesaja 53:6, STV)

Hier ligt het hart van het Evangelie van Jezus Christus.

Wij dwaalden.

Onze ongerechtigheid stond tussen God en ons.

Maar God legde die ongerechtigheid op een Ander.

Het Evangelie vertelt daarom niet wat wij voor God moeten doen. Het verkondigt wat God in Christus voor verloren mensen gedaan heeft.

Filippus hoefde Jesaja niet los te laten om over Jezus te beginnen. Hij begon vanuit diezelfde Schrift.

Christus is niet een later toegevoegd onderwerp.

De Schriften wijzen naar Hem.

 

In Christus is géén plaats voor racisme

Dat de man een Ethiopiër is, is zeker niet zonder betekenis.

Een Joodse evangelist wordt door God naar een Afrikaanse man gestuurd. Zijn huidskleur, afkomst en status vormen geen belemmering voor het Evangelie.

Dat raakt ook onze houding tegenover Israël en de volken. Wie het Bijbelse onderscheid tussen Israël en de Gemeente serieus neemt, heeft daarmee geen enkele grond om individuele Joden boven Arabieren, Afrikanen, Europeanen of wie dan ook te stellen.

Binnen het Lichaam van Christus geldt:

“Want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” (1 Korinthe 12:13, STV)

Dat wist het onderscheid tussen Israël en de Gemeente niet uit. Maar het maakt wel duidelijk dat binnen het Lichaam van Christus afkomst géén grond voor enige superioriteit is.

Aan het kruis staat niemand op een verhoging.

Wij leven allemaal van en uit Genade.

 

Geloof komt vóór de waterdoop

Wanneer de Ethiopiër water ziet, wil hij gedoopt worden. Ook daaruit komt een belangrijke Bijbelse waarheid naar voren.

De waterdoop is niet de oorzaak van zijn behoudenis. De doop volgt op geloof.

Paulus beschrijft in Efeze de verhouding tussen het horen van het Evangelie, geloven en het ontvangen van de Heilige Geest:

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid, gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;” (Efeze 1:13, STV)

Dat is een bijzonder belangrijke volgorde.

De gelovige wordt niet behouden omdat water hem reinigt. Christus redt.

De waterdoop is vervolgens een zichtbaar getuigenis van de verbondenheid van de gelovige met Christus: Zijn dood, begrafenis en opstanding.

Niet het water staat centraal.

Christus staat centraal.

 

Het geloof begint bij een levende Heer

En daarmee komen we bij de opstanding.

Het Evangelie eindigt niet bij Golgotha. Het graf is leeg.

Paulus schrijft zelfs:

“En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof.” (1 Korinthe 15:14, STV)

Wij volgen daarom niet slechts de leer van een godsdienstleraar die tweeduizend jaar geleden gestorven is.

Wij behoren toe aan een levende Heer.

Christus is gestorven.

Christus is begraven.

Christus is opgestaan.

Christus leeft.

Christus komt terug.

Daarom leeft ook Zijn Gemeente.

Dat is uiteindelijk het antwoord op alle sombere verhalen over de toekomst van de kerk. Ons vertrouwen rust niet op de vraag of kerkelijke instituten in Nederland over twintig jaar nog dezelfde omvang hebben.

Ons vertrouwen rust op Jezus Christus, het levende Hoofd van Zijn Gemeente.

 

Kijk wie God op je weg brengt

Na de ontmoeting met de Ethiopiër gaat Filippus verder.

En ook de kamerheer vervolgt zijn weg met blijdschap.

Dat maakt Handelingen 8 verrassend praktisch.

Morgen gaan wij ook weer ergens heen. Naar ons werk, naar een winkel, naar familie, naar een afspraak of gewoon naar de buren.

Daar zijn mensen.

We weten meestal niet welke vragen zij diep vanbinnen hebben. Filippus kon van een afstand evenmin zien dat daar iemand zat die de Schrift las en zich afvroeg over Wie Jesaja eigenlijk sprak.

Daarom hoeven we niet krampachtig op zoek te gaan naar spectaculaire mogelijkheden om voor God bruikbaar te zijn.

We mogen eenvoudig onze ogen en oren openhouden.

Wie brengt God op mijn weg?

Misschien geen zaal vol mensen.

Misschien één mens.

Maar voor die ene mens kan een gesprek over de Here Jezus van eeuwigheidswaarde zijn.

 

Christus bouwt Zijn Gemeente

Daarom hoeven we niet mee te gaan in moedeloosheid.

Ja, met kerkelijke instituten kan het slecht gaan.

Ja, er is veel verwarring.

Ja, de Bijbelse boodschap wordt in onze samenleving steeds vaker terzijde geschoven.

Maar Christus heeft niet gezegd dat wij Zijn Gemeente overeind moeten houden.

Hij heeft gezegd:

“Ik zal Mijn gemeente bouwen.”

En daarom blijft onze opdracht verrassend eenvoudig.

Niet onszelf verkondigen.

Niet onze beweging grootmaken.

Niet mensen aan onze persoonlijkheid binden.

Niet vertrouwen op religieuze vormen.

Maar doen wat Filippus deed.

De Schrift openen.

Onze mond openen.

En Jezus verkondigen.

Want uiteindelijk heeft de wereld niet allereerst behoefte aan een aantrekkelijker christendom.

De wereld heeft Christus nodig.

En ook de Gemeente zelf moet telkens weer terug naar dat ene middelpunt:

Jezus alleen.

lees ook:

Wat zegt de Bijbel over de gemeente van Jezus Christus?

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf maar een levend lichaam

Het werk van de Heilige Geest: geen spektakel, maar Christus centraal

 

Succes is geen roeping: de Bijbel tegenover succesprediking

Waarom “je gemeente zal verdubbelen” geen Bijbelse maatstaf is

“Je gemeente zal verdubbelen”

Het klinkt geweldig.

Je gemeente zal groeien. Je bediening zal uitbreiden. Je invloed zal toenemen. Er komt doorbraak. Meer mensen. Meer bereik. Meer zichtbaarheid.…

Uitgesproken  in de gemeente door een geestdriftige spreker, welhaast met de ondertoon van een profetie, verwachtingsvol en goedkeurend ontvangen…..

En wie zou daar nou eigenlijk tegen kunnen zijn?

Dit is een van de manieren waarop succesprediking in de kerk zo gemakkelijk ingang vindt. Zij gebruikt christelijke woorden, spreekt over geloof en Gods zegen en presenteert groei als ultiem bewijs dat God hier aan het werk is.

Maar er is hier een jeukvraag die veel belangrijker is:

Waar leert de Schrift dan, dat zichtbare groei de maatstaf  zou zijn voor de roeping en trouw van het Lichaam van Christus?

Het antwoord is zowel eenvoudig als duidelijk:

nergens.

De apostel Paulus zegt niet dat een gemeente succesvol zou moeten zijn.

Hij zegt:

“Voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.” — 1 Korinthe 4:2 (STV)

Daar staat Gods maatstaf.

Niet groot.

Niet invloedrijk.

Niet succesvol.

Getrouw.

En dat verschil is veel groter dan het oppervlakkig bekeken lijkt.

de kerk als bedrijf?
Geen succesprediking in de kerk

Groei is geen bewijs van Gods goedkeuring

Een van de gevaarlijkste redeneringen binnen het moderne christendom luidt ongeveer zo:

Het groeit, dus God zegent het.

Maar dat is geen Bijbelse redenering.

” Benaarstig u om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.
Maar stel u tegen het ongoddelijk ijdel roepen; want zij zullen in meerdere goddeloosheid toenemen;En hun woord zal voorteten gelijk de kanker; onder welke is Hymenéüs en Filétus2 Timotheus 2:15-17 (STV)

Een moskee kan groeien. Een sekte kan groeien. Een politieke beweging kan groeien. Een commerciële onderneming kan groeien. Een dwaalleer kan zich razendsnel verspreiden.

Waarom zou numerieke groei binnen een kerk ineens een bewijs van waarheid zijn?

Een gemeente kan in enkele jaren zomaar verdubbelen terwijl de prediking oppervlakkiger wordt.

Een andere gemeente kan kleiner worden omdat zij weigert haar boodschap aantrekkelijker te maken ten koste van de waarheid.

Welke van de twee is volgens God succesvoller?

Die vraag is al helemaal verkeerd gesteld.

De Bijbelse vraag is:

Welke is Bijbelgetrouw?

 

De Gemeente is geen onderneming

Hier raakt de succesprediking aan een dieper liggend probleem.

Veel hedendaagse kerkelijke taal lijkt opvallend veel op managementtaal:

visie, leiderschap, strategie, impact, groei, bereik, doelgroep, cultuurverandering, invloed.

Natuurlijk zijn niet al die woorden op zichzelf verkeerd. Een gemeente moet ook praktische zaken organiseren.

Maar ongemerkt kan de gemeente daardoor als een onderneming worden beschouwd.

De voorganger wordt een visionair leider.

De gemeente wordt een organisatie.

De samenkomst wordt een product.

De bezoekers worden de doelgroep.

En groei wordt de KPI van Gods zegen.

Maar Paulus noemt de Gemeente geen onderneming.

Hij noemt deze het Lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.” — Kolossenzen 1:18 (STV)

Dat zet alles in een ander daglicht:

Het doel van het Lichaam is niet zichzelf groot te maken.

Het Hoofd moet de eerste plaats hebben.

Daarom hoort de belangrijkste vraag van een gemeente nooit te zijn:

Hoe krijgen wij meer mensen binnen?

Maar:

Krijgt Christus hier de eerste plaats en wordt Zijn Woord recht gesneden?

 

Het Lichaam van Christus heeft een hemelse roeping

Het verlangen naar zichtbaar succes hangt dikwijls samen met een ander misverstand: de gedachte dat de Gemeente geroepen zou zijn om Gods Koninkrijk hier en nu, steeds zichtbaarder, op aarde te vestigen.

Dan ontstaan grote woorden en plannen.

We moeten steden transformeren.

De cultuur veranderen.

Invloedssferen innemen.

Het Koninkrijk zichtbaar maken.

Maatschappelijke posities veroveren.

De wereld laten zien wat de Kerk kan betekenen.

Maar Paulus wijst het Lichaam van Christus omhoog in plaats van horizontaal;:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” — Kolossenzen 3:1 (STV)

En vervolgens:

“Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.” — Kolossenzen 3:2 (STV)

Waarom?

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” — Kolossenzen 3:3 (STV)

Dat woord verborgen verdient aandacht.

De huidige positie van het Lichaam van Christus wordt juist niet gekenmerkt door een triomfantelijke zichtbare heerschappij over deze wereld.

Christus Zelf wordt door deze wereld niet erkend.

En de Gemeente is met Hem verbonden.

 

Wij zijn nu al gezet in de hemel

Paulus gaat nog verder:

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;” — Efeze 2:6 (STV)

Er staat niet dat dat toekomst is, als wij goed ons best blijven doen en de juiste marktstrategie volgen.

De positie van de gelovige is helemaal niet gericht op het verwerven van een zichtbare machtspositie op aarde.

Zijn burgerschap en positie zijn in de hemel, verbonden met de opgewekte Christus.

Dat betekent niet dat een christen maatschappelijk passief moet zijn. Het betekent evenmin dat evangelisatie onbelangrijk zou zijn.

Het betekent iets anders:

aardse invloed is niet de identiteit en evenmin de roeping van het Lichaam van Christus.

Dat onderscheid verdwijnt gemakkelijk wanneer christelijk succes wordt afgemeten aan gebouwen, bezoekersaantallen, online bereik en plaatselijke invloed.

 

Er komt zichtbaarheid, maar niet door onze marketing

De Schrift spreekt wel degelijk over een moment waarop Christus en Zijn heerlijkheid openbaar zullen worden.

Paulus schrijft:

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons Leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” — Kolossenzen 3:4 (STV)

Let op die volgorde.

Nu: verborgen met Christus.

Straks: met Christus geopenbaard.

Dat is de essentie.

De Gemeente hoeft niet door menselijke strategie alvast zichtbaar te realiseren wat God op Zijn tijd in Christus openbaar zal maken.

Onze opdracht is niet Christus populair te maken.

Onze opdracht is Hem trouw bekend te maken.

 

Paulus zou volgens moderne succesformules een probleemgeval zijn

Wanneer succes werkelijk de maatstaf van een bediening is, moeten we consequent zijn.

Dan moeten we ook Paulus langs die meetlat leggen.

En dan wordt het ongemakkelijk.

Aan het einde van zijn bediening schrijft hij:

“Gij weet dit, dat allen die in Azië zijn, zich van mij afgewend hebben;” — 2 Timotheüs 1:15 (STV)

Dat klinkt niet echt als gemeentegroei.

Later schrijft hij:

“zij hebben mij allen verlaten; het worde hun niet toegerekend.” — 2 Timotheüs 4:16 (STV)

Stel je voor dat dit het jaarverslag van een moderne bediening was.

Mensen afgehaakt.

Medewerkers verdwenen.

Leider gevangen.

Weinig maatschappelijke invloed.

Geen indrukwekkend gebouw.

Geen succesverhaal.

Op het oog een fiasco.

Volgens sommige hedendaagse maatstaven zou er onmiddellijk een consultant moeten worden ingevlogen.

Paulus beoordeelt zijn bediening echter heel anders:

“Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden.” — 2 Timotheüs 4:7 (STV)

Het geloof behouden.

Dáár ligt de maatstaf.

 

De Bijbel voorspelt zelfs dat gezonde leer aantallen kan kosten

Dit maakt het nog schrijnender.

Paulus vertelt Timotheüs niet dat trouwe prediking uiteindelijk gegarandeerd grote aantallen mensen zal trekken.

Hij zegt:

“Predik het Woord; houd aan tijdiglijk, ontijdiglijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.” — 2 Timotheüs 4:2 (STV)

Waarom is dat nodig?

Omdat er juist weerstand tegen gezonde leer komt:

“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden;” — 2 Timotheüs 4:3 (STV)

Lees dat nog maar eens naast de voorbarig uitgesproken belofte:

Je gemeente zal verdubbelen.

De Schrift waarschuwt dat mensen de gezonde leer niet zullen verdragen.

Dat betekent dat trouw aan het Woord juist bezoekers kan kosten.

En dan?

Moeten we de boodschap dan gaan aanpassen totdat er weer groei komt?

Paulus zegt het tegenovergestelde:

Predik het Woord.

 

Het Evangelie is geen groeistrategie

Daar ligt misschien wel het grootste gevaar van succesprediking.

Het Evangelie kan langzaam veranderen van een boodschap die verkondigd moet worden in een middel waarmee iets bereikt moet worden.

Meer bezoekers.

Meer invloed.

Een grotere kerk.

Een sterkere beweging.

Een betere samenleving.

Maar het Evangelie der genade Gods is geen marketinginstrument.

Paulus zegt:

“Maar ik acht op geen ding, noch houd mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.” — Handelingen 20:24 (STV)

Opnieuw ontbreekt hier de succesformule.

Paulus wil zijn loop volbrengen.

Hij wil getuigen.

Het resultaat daarvan ligt bij God.

 

Paulus predikte Christus, niet menselijke potentie

De succesboodschap richt de aandacht gemakkelijk op de mens:

jouw bestemming.

jouw doorbraak.

jouw invloed.

jouw succes.

jouw potentieel.

jouw droom.

Paulus’ boodschap heeft een ander middelpunt.

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” — 1 Korinthe 2:2 (STV)

Het kruis is bepaald geen symbool van menselijke zelfverwezenlijking.

Het kruis betekent juist het einde van menselijke aanspraken.

En daarom schrijft Paulus:

“Maar het zij verre van mij, dat ik9 zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)

Dat schuurt behoorlijk met een evangelie waarin Christus uiteindelijk degene wordt Die jouw dromen, ambities en succes mogelijk moet maken.

Het Evangelie draait niet om de verheffing van de mens, maar om de heerlijkheid van Christus.

 

Vruchtbaarheid is niet hetzelfde als zichtbaarheid

Hier moeten we zorgvuldig blijven.

De Bijbel is niet tegen vruchtbaarheid.

Ook niet tegen gemeentegroei.

Wanneer mensen door het Evangelie tot geloof komen, is dat reden tot grote blijdschap.

Het probleem is dus niet groei.

Het probleem is groei als bewijsmateriaal van Gods goedkeuring en als doel van de bediening.

Dat zijn twee totaal verschillende dingen.

Paulus schrijft:

“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.” — 1 Korinthe 3:6 (STV)

Dat is bevrijdend.

De dienaar plant.

Een ander begiet.

God geeft de wasdom.

Zodra wij verantwoordelijk worden gemaakt voor de gegarandeerde uitkomst — jouw gemeente zal verdubbelen — verschuift iets wat aan God behoort naar de mens.

 

De kleine gemeente hoeft zich niet te schamen

Dit is ook pastoraal belangrijk.

Wat doet succesprediking met de voorganger die al twintig jaar trouw het Woord verkondigt aan veertig mensen?

Wat doet zij met een gemeente die kleiner wordt?

Wat doet zij met zendelingen die jarenlang arbeiden en nauwelijks resultaat zien?

Wat doet de boodschap „God wil groei, invloed en vermenigvuldiging” met hen?

Zij kan een vals schuldgevoel produceren:

Wat doen wij verkeerd?

Misschien wel helemaal niets.

Misschien weigert die voorganger gewoon zijn boodschap af te zwakken.

Misschien is hij niet hip genoeg voor Instagram.

Misschien organiseert hij geen spectaculaire diensten.

Misschien belooft hij mensen geen doorbraak.

Misschien predikt hij wel gewoon het Woord.

Dan kan een kleine gemeente in Gods ogen gezonder zijn dan een megakerk.

Want God telt niet zoals wij tellen.

 

Het probleem is uiteindelijk het vlees

De Schrift zegt niet:

Ontdek hoe groot jij kunt worden.

De Schrift brengt ons bij Christus.

 

“Je gemeente zal verdubbelen” kan een gevaarlijke belofte zijn

Niet omdat verdubbeling an sich onmogelijk of verkeerd zou zijn.

Een gemeente kan verdubbelen.

Zij kan vertienvoudigen.

God kan een bediening een enorm bereik geven.

Maar niemand heeft daarom het recht daarvan een algemene geestelijke belofte te maken.

En al helemaal niet om succes vervolgens als bewijs van zalving, geloof of gehoorzaamheid te presenteren.

Want dan volgt onvermijdelijk de andere kant:

Als jouw gemeente niet verdubbelt, heb je dan te weinig geloof?

Heb je Gods visie gemist?

Ben je niet gezalfd genoeg?

Heb je onvoldoende groot gedacht?

Daar begint geestelijke manipulatie.

Een menselijke succesnorm wordt dan voorzien van Gods handtekening.

 

Misschien moet een gemeente wel helemaal niet verdubbelen

Misschien moet zij eerst leren.

Misschien moet zij dwaling opruimen.

Misschien moet zij Christus weer centraal stellen.

Misschien moeten gelovigen leren wie zij in Christus zijn.

Misschien moet de prediking dieper in plaats van aantrekkelijker.

Misschien moeten er niet meer stoelen worden neergezet, maar meer Bijbels worden opengeslagen.

Misschien moeten wij minder bezig zijn met hoeveel mensen er binnenkomen en meer met wat hun geleerd wordt wanneer zij binnen zijn.

Dat is minder spectaculair.

Maar het zou weleens veel Bijbelser kunnen zijn.

 

Succes is geen roeping, trouw wel

De vraag waarmee wij begonnen kunnen we daarom beantwoorden.

Waarom is het streven naar zichtbaar succes en invloed niet de roeping van het Lichaam van Christus?

Omdat het Lichaam reeds in Christus een hemelse positie heeft.

Omdat Christus het Hoofd is.

Omdat het leven van de Gemeente nu met Christus verborgen is in God.

Omdat de Gemeente niet geroepen is zichzelf te verheerlijken maar Christus bekend te maken.

Omdat groei door God wordt gegeven en niet door mensen kan worden gegarandeerd.

Omdat Paulus trouw, gezonde leer en het bewaren van het geloof als maatstaven geeft.

En omdat het uiteindelijke oordeel over onze dienst niet wordt uitgesproken door bezoekersaantallen, algoritmen, conferenties of kerkelijke jaarverslagen.

Daarom mag de tegenstelling scherp worden neergezet:

Succesprediking vraagt:

hoeveel groter ben je geworden?

De Schrift vraagt:

ben je trouw gebleven?

Een volle zaal kan indrukwekkend zijn.

Een verdubbelde gemeente kan prachtig zijn.

Een groot bereik kan nuttig zijn.

Maar geen van deze dingen bewijst dat God Zijn goedkeuring eraan heeft gegeven.

De dienaar van Christus heeft een veel eenvoudiger en tegelijk veel zwaardere opdracht:

Predik het Woord. Bewaar het geloof. Maak Christus groot. Blijf getrouw.

En laat de wasdom aan God.

lees ook:

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf maar een levend lichaam – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights