De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf maar een levend lichaam

Geen bedrijfsstrategieën of marketingmethodes!

De gemeente is geen bedrijf, maar het levende lichaam van Christus. Toch wordt in veel kerken steeds vaker gedacht in termen van strategie, groei, management, visie, impact en meetbaar succes. Dat klinkt professioneel en daadkrachtig, maar de vraag is niet of het werkt. De vraag is of het Bijbels is.

De gemeente niet als bedrijf zien is geen romantische gedachte, maar een Bijbelse noodzaak. De gemeente is ook niet een religieuze organisatie met Christus als inspiratiebron. Zij is het lichaam van Christus, gekocht met Zijn bloed, bewoond door de Geest en geroepen om te leven onder Christus als Hoofd.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult” (Efeze 1:22-23 STV).

Dat is de kern. Christus is niet de directeur van een religieuze onderneming. Hij is het Hoofd van Zijn lichaam.

Gemeente geen bedrijf maar lichaam van Christus

De gemeente is het lichaam van Christus

De Schrift spreekt over de gemeente niet in bedrijfskundige, maar in organische termen. Zij is lichaam, tempel, huisgezin, kudde en woonstede Gods. Dat zijn levende beelden. Ze spreken over verbondenheid, afhankelijkheid, groei van binnenuit, onderlinge zorg, heiligheid en gehoorzaamheid aan Christus.

Paulus zegt:

“Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus” (1 Korinthe 12:12 STV).

En vervolgens:

“En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder” (1 Korinthe 12:27 STV).

Een lichaam wordt niet bestuurd als een bedrijf. Een lichaam leeft vanuit het hoofd. Als het hoofd niet werkelijk de leiding heeft, ontstaat er geen gezonde groei maar wanorde. In een lichaam is het oog geen concurrent van de hand, de voet geen ondergeschikte zonder waarde, en het oor geen overbodig onderdeel. Elk lid heeft zijn plaats, niet omdat een managementmodel dat zo bedacht heeft, maar omdat God het zo beschikt heeft.

“Maar nu heeft God de leden gezet, een iegelijk van dezelve in het lichaam, gelijk Hij gewild heeft” (1 Korinthe 12:18 STV).

Dat ene vers doorbreekt veel modern kerkelijk denken. Niet de leider “zet mensen op hun plek”. Niet de strategie bepaalt wie nodig is. Niet het groeiplan bepaalt de waarde van de leden. God heeft de leden gezet zoals Hij gewild heeft.

 

Christus is het Hoofd, niet het management

In een bedrijf is leiding vaak gericht op doelen, resultaten, processen, groei, efficiëntie en rendement. In de gemeente is leiding onderworpen aan Christus. Dat is wezenlijk anders.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn” (Kolossenzen 1:18 STV).

Christus moet in alles de Eerste zijn. Niet de visie van de voorganger. Niet de ambitie van het team. Niet de groei van de organisatie. Niet het imago naar buiten. Niet de vraag hoe men de kerk aantrekkelijker maakt voor de religieuze consument.

Christus.

Daarom is bedrijfsdenken in de kerk zo gevaarlijk. Het schuift gemakkelijk van gehoorzaamheid naar succes, van waarheid naar effectiviteit, van trouw naar meetbaarheid, van herderlijke zorg naar leiderschapsontwikkeling, van Schriftuurlijke opbouw naar organisatorische groei.

Maar de gemeente wordt niet gebouwd door marktanalyse, branding of prestatie-indicatoren. De Here Jezus Zelf zegt:

“En op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen” (Mattheüs 16:18 STV).

Hij bouwt Zijn gemeente. Niet wij bouwen Zijn merk. Niet wij bouwen Zijn bedrijf. Niet wij bouwen Zijn koninkrijk met aardse strategieën.

Hij bouwt Zijn gemeente.

 

Groei is geen bedrijfsdoel maar vrucht van Christus

Natuurlijk spreekt de Bijbel over groei. Maar Bijbelse groei is geen groeistrategie in bedrijfskundige zin. Het is geen schaalvergroting, geen publieksbereik, geen expansie van een religieuze organisatie. Bijbelse groei is groei in Christus, vanuit Christus en tot Christus.

“Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus; Uit Welken het gehele lichaam bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen der toebrenging, naar de werking van een iegelijk deel in zijn maat, den wasdom des lichaams bekomt, tot zijns zelfs opbouwing in de liefde” (Efeze 4:15-16 STV).

Let op: het lichaam groeit “uit Welken”, dus uit Christus. De wasdom komt niet uit het model, niet uit de methode, niet uit het leiderschapssysteem, maar uit Hem. En het doel is niet imago, bereik of institutionele macht, maar opbouwing in de liefde.

Wanneer kerkelijke groei wordt benaderd als bedrijfsstrategie, verschuift de aandacht van geestelijke opbouw naar meetbaar succes. Dan gaat het al snel over aantallen, budgetten, gebouwen, programma’s, zichtbaarheid en invloed. Maar de Schrift spreekt over wasdom in waarheid, liefde, eenheid, heiligheid, kennis van Christus en volwassenheid.

Een volle zaal kan geestelijke armoede verbergen. Een sterke organisatie kan een zwak lichaam maskeren. Een goed draaiend programma kan de afwezigheid van echte geestelijke groei verdoezelen.

Niet alles wat groeit, is gezond. Ook wildgroei is groei.

 

Bedrijfsstrategieën verschuiven de maatstaf

Het grote probleem van bedrijfsstrategieën in de gemeente is dat zij ongemerkt de maatstaf verschuiven. Men vraagt niet meer eerst: is dit naar de Schrift? Men vraagt: werkt het? Trekt het mensen? Verhoogt het de betrokkenheid? Versterkt het onze uitstraling? Past het bij onze doelgroep?

Maar de gemeente leeft niet van doelgroepdenken. Zij leeft van het Woord van God.

“Heilig ze in Uw waarheid; Uw Woord is de waarheid” (Johannes 17:17 STV).

Wanneer “wat werkt” belangrijker wordt dan “wat waar is”, komt de gemeente op gevaarlijk terrein. Dan kan de prediking worden aangepast aan de smaak van de hoorders. Dan wordt zonde zachter benoemd. Dan wordt genade losgemaakt van bekering. Dan wordt onderwijs vervangen door beleving. Dan wordt herderlijke zorg vervangen door coaching. Dan wordt Bijbelse vermaning vervangen door positieve communicatie.

Paulus waarschuwt voor een tijd waarin mensen de gezonde leer niet verdragen:

“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen naar hun eigen begeerlijkheden; En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen” (2 Timotheüs 4:3-4 STV).

Een gemeente die zich laat leiden door vraaggestuurd aanbod, loopt precies dit gevaar. Zij gaat leveren wat mensen willen horen, in plaats van te verkondigen wat God heeft gesproken.

 

Gelovigen zijn geen klanten

In een bedrijf is de klant belangrijk. Zijn ervaring, zijn tevredenheid en zijn binding aan het merk staan centraal. Maar in de gemeente zijn gelovigen geen klanten. Zij zijn leden van het lichaam van Christus.

Een klant beoordeelt. Een lid dient.
Een klant consumeert. Een lid draagt bij.
Een klant vertrekt wanneer het aanbod hem niet bevalt. Een lid zoekt de opbouw van het lichaam.
Een klant vraagt: wat krijg ik hier? Een lid vraagt: hoe kan ik in liefde dienen?

Paulus schrijft:

“Want ook het lichaam is niet één lid, maar vele leden” (1 Korinthe 12:14 STV)

En Petrus zegt:

“Een iegelijk, gelijk hij gave ontvangen heeft, alzo bediene hij dezelve aan de anderen, als goede uitdelers der menigerlei genade Gods” (1 Petrus 4:10 STV).

De gemeente is dus geen podium met publiek. Zij is ook geen religieuze winkel waar men geestelijke producten afneemt. Zij is een lichaam waarin elk lid, naar de genade die God geeft, dient tot opbouw van de anderen.

Waar bedrijfsdenken binnendringt, worden mensen gemakkelijk ingedeeld naar bruikbaarheid. Wie zichtbaar, vaardig, succesvol of strategisch inzetbaar is, krijgt aandacht. Wie zwak, lijdend, oud, beperkt, beschadigd of minder productief is, kan als lastig worden ervaren.

Maar in het lichaam van Christus werkt het anders.

“Ja veelmeer, de leden, die ons dunken de zwakste des lichaams te zijn, die zijn nodig” (1 Korinthe 12:22 STV).

Dat staat haaks op bedrijfsmatig denken. In een bedrijf is zwakte vaak een probleem voor de prestatie. In het lichaam van Christus zijn de zwakke leden nodig.

 

Oudsten zijn herders, geen managers

De Bijbel kent leiding in de gemeente. Maar die leiding is herderlijk, dienend en Schriftgebonden. Oudsten zijn geen managers van een religieuze organisatie. Zij zijn opzieners en herders over de kudde van God.

Petrus schrijft:

“Weidt de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde” (1 Petrus 5:2-3 STV).

Dit is een totaal andere toon dan veel modern leiderschapsdenken. Niet heersen. Niet manipuleren. Niet sturen op eigen visie. Niet bouwen aan een persoonlijke invloedssfeer. Niet de kudde gebruiken om een bediening groot te maken. Maar weiden, dienen, waken, voorgaan als voorbeeld.

Oudsten zijn volgens de Schrift herders van de kudde, geen managers van een religieuze organisatie.

Paulus zegt tegen de oudsten van Efeze:

“Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed” (Handelingen 20:28 STV)

Dat laatste is doorslaggevend. De gemeente is niet van de voorganger. Niet van het bestuur. Niet van de stichting. Niet van de beweging. Niet van de familie die haar ooit begon. Zij is “de Gemeente Gods”, verkregen door Zijn eigen bloed.

Wie de gemeente behandelt als zijn organisatie, raakt aan iets dat niet van hem is.

 

Strategie kan afhankelijkheid van de Geest vervangen

Er is niets mis met orde, wijsheid, planning en praktische verantwoordelijkheid. De Schrift is niet chaotisch. Maar er is een groot verschil tussen ordelijk dienen en strategisch bouwen vanuit menselijke maakbaarheid.

Het gevaar is dat men in de praktijk meer verwacht van modellen, trainingen, branding, leiderschapstaal, doelgroepenanalyse en groeiplannen dan van het Woord van God, het werk van de Geest en de trouw van Christus.

De vroege gemeente wordt niet beschreven als een strategisch uitstekend georganiseerde beweging, maar als een gemeente die volhardde in de leer, gemeenschap, breking des broods en gebeden.

“En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden” (Handelingen 2:42 STV)

Dat klinkt bijna te eenvoudig voor de moderne kerk. Geen brandingstrategie. Geen groeicampagne. Geen visieproces. Geen leiderschapsmodel. Maar leer, gemeenschap, breking des broods en gebeden.

En dan lezen we:

“En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden” (Handelingen 2:47 STV)

De Heere deed toe. Niet de strategie. Niet het programma. Niet het communicatiemodel. De Heere.

 

Bedrijfstaal verandert het geestelijk klimaat

Taal is nooit neutraal. Wanneer de gemeente voortdurend spreekt in termen van visie, targets, teams, cultuur, DNA, merk, leiderschap, impact, groei en succes, verandert het geestelijke klimaat. Men gaat denken vanuit maakbaarheid en prestatie.

Maar de taal van de Schrift is anders: genade, waarheid, lichaam, leden, Hoofd, kudde, herders, opbouw, heiliging, dienst, liefde, lijden, volharding, vermaning, vertroosting, gemeenschap, gebed.

Bedrijfstaal wekt vaak de indruk dat de gemeente een project is dat wij moeten laten slagen. Bijbelse taal herinnert ons eraan dat de gemeente van Christus is en door Hem gedragen wordt.

Dat betekent niet dat alles amateuristisch of slordig moet zijn. Dat is een valse tegenstelling. Orde is Bijbels. Betrouwbaarheid is Bijbels. Goede zorg is Bijbels. Verantwoord rentmeesterschap is Bijbels.

Maar zodra orde verandert in controle, rentmeesterschap in rendement, leiding in management, dienst in prestatie, en opbouw in groei-obsessie, is de gemeente haar eigen aard aan het verloochenen.

 

De gemeente leeft uit Christus

De gemeente is geen menselijke uitvinding. Zij is niet ontstaan uit een marktkans, een visieplan of een religieuze behoefte. Zij is verbonden met de opgestane en verheerlijkte Christus.

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen” (Efeze 5:30 STV).

Dat is diepe, levende verbondenheid. De gemeente leeft omdat Christus leeft. Zij wordt gevoed omdat Christus haar voedt. Zij wordt bewaard omdat Christus haar bewaart.

Zij wordt gebouwd omdat Christus haar bouwt.

Daarom moet de gemeente niet leren denken als een bedrijf, maar leren wandelen als een lichaam. Niet gedreven door ambitie, maar geleid door het Hoofd. Niet gericht op succes, maar op trouw. Niet gevormd door managementmodellen, maar door het Woord van God.

Niet afhankelijk van menselijke strategie, maar van de Here Zelf.

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf. Zij is geen religieuze onderneming die met moderne strategieën aantrekkelijker, groter en invloedrijker moet worden gemaakt. Zij is het lichaam van Christus, gekocht met Zijn bloed, bewoond door de Geest en geroepen om onder het Hoofd te leven.

Dat vraagt om bekering van veel kerkelijk denken. Weg van maakbaarheid. Weg van succesdwang. Weg van religieuze marketing. Weg van leiderschapscultuur die meer lijkt op de zakenwereld dan op de Schrift.

Terug naar Christus.
Terug naar het Woord.
Terug naar herderlijke zorg.
Terug naar de opbouw van het lichaam.
Terug naar gebed.
Terug naar afhankelijkheid.

Wie de gemeente als bedrijf behandelt, verliest gemakkelijk uit het oog dat zij het lichaam van Christus is, gekocht met Zijn bloed.

Want de gemeente is niet van ons.

Zij is van Hem.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult” (Efeze 1:22-23 STV).

Wat doet Christus vandaag

De levende Hogepriester Die Zijn gemeente reinigt

 

Wat doet Christus vandaag?

Die vraag is belangrijker dan veel christenen beseffen. Want het Evangelie eindigt niet bij het kruis. Christus is gestorven, ja. Maar wat meer is, Hij is ook opgewekt. Hij is verheerlijkt. Hij zit aan de rechterhand van God. Hij leeft. En omdat Hij leeft, werkt Hij vandaag aan Zijn gemeente.

Veel christenen weten goed te zeggen wat Christus heeft gedaan. Hij stierf voor onze zonden. Hij gaf Zijn bloed. Hij droeg het oordeel. Dat is het fundament.

Zonder dat fundament is er geen Evangelie.

Maar het kruis is niet het eindpunt.

Christus hangt niet meer aan het kruis. Hij ligt niet meer in het graf. Hij is de levende Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Hij bidt voor de Zijnen, reinigt Zijn gemeente door het Woord, heiligt haar en maakt gelovigen bekwaam om de levende God te dienen.

Dat is niet zomaar een bonus aanvulling op het Evangelie. Dat is de ademruimte van Genade.

het tegenwoordige werk van Christus
wat doet Christus vandaag?

Het kruis is het fundament, niet het eindpunt

Het kruis van Christus laat zien dat de oude mens voor God geen toekomst heeft. Het kruis is niet Gods poging om de oude mens wat op te knappen. Het kruis is Gods oordeel over de oude mens.

Paulus schrijft:

“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.” — 2 Korinthe 5:14 (STV)

Dat is helder. Als Eén voor allen gestorven is, dan zijn allen gestorven.

Daarmee wordt het christelijk leven geen verbeterproject van het vlees. Het is niet: probeer van je oude mens een vrome, religieuze en acceptabele versie te maken. Het is niet: poets jezelf op totdat God tevreden met je kan zijn.

Nee. De oude mens wordt niet geheiligd. De oude mens wordt afgelegd.

“Dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding.” — Efeze 4:22 (STV)

Daar gaat het vaak mis. Veel prediking draait om de mens. Wat wij moeten doen. Hoe wij ons leven moeten verbeteren. Hoe wij geestelijk sterker moeten worden. Hoe wij onze oude natuur onder controle moeten krijgen.

Maar de Bijbel zegt niet dat de oude mens verbeterd moet worden. De Bijbel zegt dat hij afgelegd moet worden.

Het evangelie is niet: God helpt u om uw oude leven wat netter te maken.
Het evangelie is: God heeft u in Christus nieuw leven gegeven.

 

Christus leeft om voor ons te bidden

Wat doet Christus vandaag?

De Hebreeënbrief geeft een helder antwoord:

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” — Hebreeën 7:25 (STV)

Let op dat ene woord: leeft.

Christus leeft om voor de Zijnen te bidden. Hij is niet passief. Hij is niet afwezig. Hij is niet slechts een Persoon uit het verleden over Wie wij herinneringen ophalen. Hij is de levende Heere in de hemel.

Hij is Hogepriester.
Hij vertegenwoordigt Zijn volk bij God.
Hij bidt voor hen.
Hij reinigt hen.
Hij bewaart hen.
Hij maakt hen bekwaam om God te dienen.

Zijn priesterschap rust niet op sterfelijkheid, maar op onvergankelijk leven:

“Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.” — Hebreeën 7:16 (STV)

Dát geeft rust. Onze zaligheid hangt niet aan onze wisselende gevoelens, onze geestelijke prestaties of onze mate van zelfbeheersing.

Zij rust op Christus. En Hij leeft.

Christus als Hogepriester van het Nieuwe Verbond

Het tegenwoordige werk van Christus wordt vooral zichtbaar in Zijn priesterschap. Hij is de Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Niet naar de ordening van Aäron, maar naar de ordening van Melchizedek. Niet op grond van een tijdelijk en sterfelijk priesterschap, maar naar de kracht van onvergankelijk leven.

Dat betekent dat Christus’ werk niet ophield bij Zijn sterven. Zijn dood was noodzakelijk. Zijn bloed is de grond. Maar Zijn opstanding, verhoging en voortdurende priesterlijke dienst horen wezenlijk bij het evangelie.

Romeinen 8 zegt het zo:

“Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.” — Romeinen 8:33-34 (STV)

“Ja, wat meer is.”

Daar zit veel in. Christus is gestorven. Maar wat meer is: Hij is ook opgewekt. Hij is aan Gods rechterhand. Hij bidt voor ons.

Wie alleen spreekt over het kruis, maar nauwelijks over de opgestane en verhoogde Christus, mist een wezenlijk deel van het christelijk leven. De gelovige leeft niet uit herinnering alleen. Hij leeft uit gemeenschap met de levende Christus.

 

Christus reinigt Zijn gemeente door het Woord

Een van de rijkste beschrijvingen van Christus’ huidige werk staat in Efeze 5:

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven; opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord.” — Efeze 5:25-26 (STV)

Hier staat niet dat de gemeente zichzelf reinigt om Christus waardig te worden. Hier staat dat Christus de gemeente reinigt.

Dat is een wereld van verschil.

Religie zegt: maak uzelf schoon, dan mag u komen.
Genade zegt: kom tot Christus, Hij reinigt.

Religie zegt: zorg dat u gereed bent.
Genade zegt: Christus maakt gereed.

Religie zegt: werk aan uzelf.
Genade zegt: stel u onder het Woord waardoor Christus Zijn werk doet.

Christus reinigt Zijn gemeente “door het Woord”. Niet door geestelijke druk. Niet door menselijke manipulatie. Niet door voortdurende beschuldiging. Niet door een religieuze zweep over het geweten.

Hij reinigt door Zijn Woord.

Daarom is het zo belangrijk waar wij naar luisteren, wat wij horen, welke prediking wij toelaten en waar onze aandacht naartoe gaat. Het Woord van God richt het hart op Christus. Mensgerichte prediking werpt de mens terug op zichzelf. En wie steeds naar zichzelf kijkt, vindt geen rust.

 

De voetwassing als beeld van Christus’ tegenwoordige werk

Johannes 13 geeft een indringend beeld. De discipelen zijn met de Heere aan tafel. Dan staat Hij op, legt Zijn klederen af, omgordt Zich met een linnen doek en begint hun voeten te wassen.

Petrus wil dat eerst niet. Maar de Heere zegt:

“Indien Ik u niet was, gij hebt geen deel met Mij.” — Johannes 13:8 (STV)

Daarna wil Petrus helemaal gewassen worden. Dan antwoordt de Heere:

“Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein.” — Johannes 13:10 (STV)

Dat is een belangrijk onderscheid.

Wie van Christus is, is geheel rein. De gelovige staat in Christus voor God. Maar zolang hij door deze wereld wandelt, krijgt hij vuile voeten. Hij leeft nog in een wereld van zonde, leugen, verwarring, verzoeking en dood.

Daarom wast Christus de voeten.

Niet omdat het fundament telkens opnieuw gelegd moet worden. Niet omdat de gelovige steeds opnieuw van nul af aan moet beginnen. Maar omdat Christus Zijn Woord toepast op onze wandel, ons denken, ons hart en ons geweten.

Hij reinigt Zijn gemeente door het Woord.

 

Het geweten gereinigd om God te dienen

Christus is niet bezig om de buitenkant van de oude mens religieus op te poetsen. Hij reinigt dieper. Hij reinigt het geweten.

Hebreeën 9 zegt:

“Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?” — Hebreeën 9:14 (STV)

Dat is bevrijdend.

Veel gelovigen hoeven niet steeds opnieuw te horen dat zij tekortschieten. Dat weten zij al. Zij kennen hun zwakheid. Zij kennen hun falen. Zij weten hoe snel zij afdwalen, struikelen of innerlijk verward raken.

Maar de Bijbel werpt hen niet eindeloos terug op hun tekort. De Bijbel richt hen op Christus.

Het bloed van Christus reinigt het geweten van dode werken. Waarom? Niet zodat wij geestelijk in een hoekje blijven zitten met ons hoofd omlaag. Maar “om den levenden God te dienen”.

Een gereinigd geweten maakt vrijmoedig. Niet oppervlakkig. Niet wetteloos. Niet onverschillig. Maar vrijmoedig in Christus.

 

Niet zelfverbetering, maar leven uit Genade

Het christelijk leven is geen cursus zelfverbetering met een Bijbeltekst erboven.

Natuurlijk verandert Gods genade een mens. Natuurlijk leert de gelovige anders wandelen. Natuurlijk zijn goede werken belangrijk. Maar de volgorde is alles.

Titus 2 zegt:

“Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” — Titus 2:14 (STV)

Christus reinigt Zichzelf een eigen volk. En dat volk wordt ijverig in goede werken.

Goede werken zijn dus niet de wortel van onze aanvaarding. Ze zijn de vrucht van Christus’ werk.

Onder wet werk je om aanvaard te worden.
Onder genade dien je omdat je aanvaard bent in Christus.

Onder wet kijk je steeds naar jezelf.
Onder genade zie je op Christus.

Onder wet blijft het geweten onrustig.
Onder genade wordt het geweten gereinigd om God te dienen.

Dat is geen goedkoop gemak. Leven uit genade is juist vernederend voor het vlees. Want genade zegt dat de mens zichzelf niet kan redden, niet kan reinigen en niet kan opwerken tot God.

De mens komt met lege handen. Niet als een geslaagde heilige. Niet als een opgepoetst geestelijk project. Niet als iemand die eindelijk alles onder controle heeft.

Hij komt tot Christus.

En Christus reinigt.

 

God verzamelt nu een volk voor Zijn Naam

Wat doet God in deze tegenwoordige tijd?

Het Nieuwe Testament geeft daar een duidelijke lijn in. God verzamelt een volk voor Zijn Naam.

In Handelingen 15 lezen we:

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)

Daarna wordt gesproken over het herstel van de vervallen hut van David. Die volgorde is belangrijk. Eerst verzamelt God een volk uit de heidenen. Daarna komt het herstel van Israël en het Davidische koningshuis.

Dat betekent dat Gods huidige werk niet in de eerste plaats bestaat uit wereldverbetering, politieke macht, cultureel herstel of het oprichten van een zichtbaar koninkrijk op aarde. Zijn huidige werk is gericht op de gemeente.

De gemeente is een hemels volk. Zij is verbonden met Christus in de hemel. Zij deelt in Zijn positie, Zijn leven, Zijn toekomst en Zijn erfenis.

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” — Efeze 2:6 (STV)

De gelovige leeft nog op aarde, maar zijn positie is in Christus.

Daarom is het zo schadelijk wanneer christenen hun roeping verwarren met wereldverbetering. Natuurlijk doen wij goed waar wij kunnen. Natuurlijk zorgen wij voor onze naaste. Natuurlijk dragen wij verantwoordelijkheid in het gewone leven.

Maar de gemeente is geen religieuze actiegroep voor het oplappen van deze tegenwoordige eeuw. Zij is een volk dat door Christus uit deze eeuw getrokken wordt.

 

Uit de tegenwoordige boze wereld getrokken

Galaten 1 zegt:

“Die Zichzelven gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar den wil van onzen God en Vader.” — Galaten 1:4 (STV)

Dat staat haaks op christelijk activisme.

Wij willen vaak juist iets bereiken ín deze wereld. Erkenning. Invloed. Positie. Herstel van christelijke normen. Een steviger christelijk geluid. Een cultuur die weer naar ons luistert.

Maar Christus heeft Zich gegeven om ons te trekken uit deze tegenwoordige boze wereld.

Dat betekent niet dat wij onverschillig worden. Het betekent dat wij nuchter worden. Deze wereld wordt niet uiteindelijk hersteld door menselijke inzet. God maakt een nieuwe schepping. En vandaag verzamelt Hij een volk dat bij Christus hoort.

 

Waarom mensgerichte prediking schromelijk tekortschiet

Veel prediking klinkt praktisch, maar is in wezen mensgericht. Ze draait om onze problemen, onze gevoelens, onze keuzes, onze relaties, onze groei, onze houding, onze prestaties en onze geestelijke temperatuur.

Natuurlijk raakt het Woord van God ons leven. Maar wanneer Christus uit het centrum verdwijnt, blijft er vooral religieuze psychologie over. Dan wordt de Bijbel een kapstok voor menselijke thema’s. Dan is de mens het onderwerp en Christus hooguit de helper.

Bijbelse prediking begint anders.

opent het Woord.
toont Christus.
verkondigt Zijn werk.
plaatst de gelovige in Hem.
bevrijdt het geweten door Genade.
roept op tot dienst vanuit rust, niet vanuit kramp.

Waar de mens centraal staat, groeit onrust.
Waar Christus centraal staat, komt geloofsadem.

 

Leven vanuit Christus’ tegenwoordige werk

De vraag is dus niet allereerst: hoe krijg ik mijn leven onder controle?

De betere vraag is: leef ik uit Christus’ tegenwoordige werk?

Stel ik mij onder Zijn Woord?
Laat ik Hem mijn geweten reinigen?
Rust ik in Zijn priesterschap?
Geloof ik dat Hij voor mij bidt?
Zie ik mijzelf in Christus, of blijf ik gevangen in mijzelf?

De gelovige hoeft niet te leven onder de voortdurende dreiging van beschuldiging. Romeinen 8 zegt immers dat God rechtvaardigt en Christus bidt.

Daarom mag de gelovige vrijmoedig leven. Niet omdat hij in zichzelf sterk is. Niet omdat zijn oude mens verbeterd is. Niet omdat hij nooit struikelt. Maar omdat Christus leeft.

 

De troost van de levende Christus

Wat doet Christus vandaag?

Hij leeft.
Hij bidt.
Hij reinigt.
Hij heiligt.
Hij verzamelt een volk voor Zijn Naam.
Hij maakt gelovigen bekwaam om dienaren te zijn van het Nieuwe Verbond.

Dat is de troost.

De gelovige leeft nog met lek en gebrek. Dat hoeft niet vroom weggepoetst te worden. Wij schieten tekort. Wij falen. Wij dragen de zwakheid van de oude mens nog mee.

Maar God ziet de gelovige in Christus. En Christus is niet klaar met Zijn werk.

Hij reinigt door het Woord.
Hij bewaart door Zijn kracht.
Hij bidt aan Gods rechterhand.
Hij maakt bekwaam om de levende God te dienen.

Daarom hoeft de gelovige niet gevangen te blijven in religieuze kramp. Hij hoeft niet eindeloos naar zichzelf te staren. Hij hoeft niet te leven onder de zweep van beschuldiging.

Hij mag zien op Christus.

Niet alleen op Christus aan het kruis, maar ook op Christus in de hemel. De levende Hogepriester. De Verheerlijkte. Degene Die Zijn gemeente liefheeft, haar reinigt door het Woord en haar eenmaal zonder vlek of rimpel voor Zich zal stellen.

Wat doet Christus vandaag?
Hij werkt aan Zijn gemeente.

Christus hangt niet meer aan het kruis en ligt niet meer in het graf. Hij leeft, bidt, reinigt en werkt vandaag aan Zijn gemeente.

En dat is precies waarom het christelijk leven geen leven onder angst is, maar een leven uit Genade.

Zie ook:

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding? – Bijbelse basis

Wat zegt de Bijbel over de gemeente van Jezus Christus?

Is de kerk ziek of slapend?

Er wordt zo links en rechts bij gelegenheid nogal wat over de Gemeente van Christus, ook genoemd “de kerk”, beweerd.

Hero banner promoting Bible studies: open Bible on a wooden table at sunrise with the Dutch title 'Wat zegt de Bijbel over...' and a blue footer menu showing topics like Schrift met Schrift and Christus centraal.
Wat zegt de Bijbel over

De kerk moet wakker worden. De kerk is ziek. De kerk is lauw. De kerk mist kracht. De kerk moet terug naar apostolische orde. De kerk moet genezen. De kerk moet opstaan. De kerk moet het Koninkrijk zichtbaar maken.

Het klinkt bezorgd. Vaak zelfs geestelijk bewogen.

Maar de eerste vraag waar we hier tegenaan lopen:

Over welke kerk hebben we het eigenlijk?

Want als met “de kerk” het lichaam van Christus bedoeld wordt, dan moeten we voorzichtig worden. Het lichaam van Christus slaapt niet. Het lichaam van Christus is niet ziek. Het lichaam van Christus is geen mislukt project dat door moderne apostelen, profeten, conferenties, opwekkingssprekers of activatiebedieningen gereanimeerd moet worden.

Christus heeft geen ziek lichaam. Christus heeft geen slapend lichaam. Christus bouwt Zijn gemeente.

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” Mattheüs 16:18 (STV)

Dat is het uitgangspunt. Niet de toestand van de zichtbare christenheid. Niet de temperatuur van religieuze bewegingen. Niet het activisme van mensen. Maar het woord van Christus Zelf:

Ik zal Mijn Gemeente bouwen.

 

De kerk is niet ziek en slaapt niet

De gemeente is het lichaam van Christus

De gemeente van Jezus Christus is niet in de eerste plaats een gebouw, organisatie, kerkgenootschap, denominatie of religieus systeem. De gemeente is het lichaam van Christus: allen die door geloof in Hem met Hem verbonden zijn en door de Heilige Geest tot één lichaam zijn gedoopt.

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” 1 Korinthe 12:13 (STV)

Dat lichaam heeft Christus als Hoofd.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” Efeze 1:22-23 (STV)

Dat is bepaald geen voetnoot.. Wie over de gemeente spreekt, spreekt over iets dat onlosmakelijk met Christus Zelf verbonden is. De gemeente is niet zomaar een religieuze verzameling mensen. Zij is Zijn lichaam. Zijn eigendom. Zijn werk. Zijn volheid.

Daarom is het leerstellig scheef om achteloos te zeggen dat “de kerk ziek is” wanneer men daarmee het lichaam van Christus bedoelt.

Want Christus voedt en onderhoudt Zijn gemeente.

“Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het, gelijkerwijs ook de Heere de Gemeente.” Efeze 5:29 (STV)

Een lichaam dat door Christus gevoed en onderhouden wordt, kun je niet zomaar collectief ziek, slapend, mislukt of krachteloos verklaren.

 

De zichtbare christenheid is iets anders

Waar gaat het dan wél over wanneer mensen zeggen dat “de kerk slaapt” of “de kerk ziek is”?

Meestal gaat het in werkelijkheid over de zichtbare christenheid. Over kerksystemen, denominaties, organisaties, plaatselijke gemeenten, leiderschapsculturen, religieuze gewoonten, tradities, conferentiecircuits en bewegingen die zich christelijk noemen.

Die kunnen inderdaad ongezond zijn.

Een plaatselijke gemeente kan vleselijk functioneren. Een bediening kan ontsporen. Een kerksysteem kan Christus verduisteren. Een beweging kan worden beheerst door macht, geld, emotie, manipulatie of valse leer. Een gemeente kan lauw worden. Een groep gelovigen kan onwaakzaam leven. Leiders kunnen heersen in plaats van dienen. Prediking kan verschuiven van Christus naar ervaring, activatie, wet, succes, genezing, doorbraak of Koninkrijksretoriek.

Maar dat is dus uidrukkelijk niet hetzelfde als het lichaam van Christus.

Dat onderscheid is beslissend.

De Bijbel spreekt concreet over plaatselijke gemeenten die correctie nodig hebben. Korinthe is daar een helder voorbeeld van. Paulus noemt de gelovigen daar werkelijk “geheiligden in Christus Jezus”:

“Den Gemeente Gods, die te Korinthe is, den geheiligden in Christus Jezus, den geroepen heiligen…” 1 Korinthe 1:2 (STV)

Maar later zegt hij tegen diezelfde gelovigen:

“En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.” 1 Korinthe 3:1 (STV)

Daar ligt het Bijbelse evenwicht. In hun positie waren zij geheiligd in Christus. In hun toestand wandelden zij vleselijk. De Schrift ontkent hun positie niet vanwege hun slechte toestand, maar corrigeert hun toestand juist vanuit hun positie.

Dat is heel iets anders dan roepen: “De kerk is ziek.”

 

Positie en toestand

Veel verwarring ontstaat doordat men positie en toestand door elkaar haalt.

De positie van de gelovige is wat hij in Christus is. Die positie rust op het volbrachte werk van Christus. Zij is niet afhankelijk van stemming, kracht, groei, ervaring of kerkelijke prestaties.

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” Kolossenzen 3:3 (STV)

De toestand van de gelovige is zijn praktische wandel. Die kan ver beneden zijn positie blijven. Een gelovige kan onvolwassen zijn, vleselijk wandelen, verkeerde leer dulden, wereldgelijkvormig worden of geestelijk traag zijn.

Maar dat verandert niet wat het lichaam van Christus in Christus is.

Daarom moeten we de dingen zorvuldig benoemen.

Niet: het lichaam van Christus is ziek.

Wel: veel plaatselijke gemeenten functioneren ongezond.

Niet: de gemeente van Christus slaapt.

Wel: veel gelovigen zijn niet waakzaam.

Niet: Christus’ lichaam is krachteloos.

Wel: veel zichtbare kerksystemen hebben de kracht van gezonde leer ingeruild voor vorm, gevoel, macht of religieus spektakel.

Niet: de kerk moet door ons genezen worden.

Wel: gelovigen en gemeenten moeten terug naar Christus, het Hoofd, en naar de gezonde leer van de Schrift.

 

“De kerk slaapt”

Wanneer iemand zegt: “de kerk slaapt”, bedoelt men meestal dat gelovigen geestelijk traag, ongehoorzaam, wereldgelijkvormig of ongevoelig zijn geworden. Op zichzelf kan een oproep tot waakzaamheid Bijbels zijn.

“Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken, en nuchteren zijn.” 1 Thessalonicenzen 5:6 (STV)

Let op: Paulus zegt dit niet als slogan om het lichaam van Christus als geheel af te serveren. Hij vermaant gelovigen tot waakzaamheid in hun wandel. Dat is concreet. Dat is pastoraal. Dat is Bijbels.

Heel anders wordt het wanneer “de kerk slaapt” betekent: de hele gemeente van Christus ligt geestelijk plat en moet door onze beweging, onze profeten, onze apostelen, onze conferentie of onze nieuwe zalving wakker worden gemaakt.

Dan schuift alles op..

Dan is Christus niet meer het genoegzame Hoofd. Dan wordt de gemeente een soort slapend religieus lichaam waarvoor menselijke activatoren nodig zijn. Dan ontstaat de sfeer van: gewone Bijbelse trouw is niet genoeg; er moet vuur bij, doorbraak, impartatie, apostolische uitlijning, profetische correctie, Kingdom-activatie.

Dat klinkt indrukwekkend. Maar het kan zomaar een religieuze rookmachine worden.

 

“De kerk is ziek”

Hetzelfde geldt voor de uitspraak: “de kerk is ziek.”

Als daarmee bedoeld wordt dat veel zichtbare kerksystemen ongezond zijn, dan valt daar Bijbels veel voor te zeggen. De brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring laten zien dat plaatselijke gemeenten ernstig kunnen afwijken.

Tegen Sardis zegt de Here:

“Ik weet uw werken, dat gij den naam hebt, dat gij leeft, en gij zijt dood.” Openbaring 3:1 (STV)

Tegen Laodicea zegt Hij:

“Omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.” Openbaring 3:16 (STV)

Dat zijn geen geruststellende woorden. De Here Zelf stelt diagnoses. Maar opnieuw: Hij spreekt concrete gemeenten aan op hun concrete toestand. Hij verklaart niet het lichaam van Christus als hemelse werkelijkheid ziek.

Als iemand dus zegt: “de kerk is ziek”, moet je doorvragen. Bedoel je de ware gemeente als lichaam van Christus? Dan is je uitspraak leerstellig verkeerd. Bedoel je zichtbare systemen, plaatselijke gemeenten of bewegingen die afwijken van Christus en de gezonde leer? Dan moet je concreet worden en Bijbels aantonen waar het misgaat.

Een vage totaaldiagnose is te gemakkelijk. En vaak manipulatief.

 

De verborgen boodschap achter zulke slogans

Uitspraken als “de kerk slaapt” en “de kerk is ziek” hebben vaak een verborgen implicatie.

De kerk slaapt — maar wij zijn wakker.

De kerk is ziek — maar wij hebben het medicijn.

De kerk mist kracht — dus kom bij ons voor vuur.

De kerk is doods — maar wij brengen leven.

De kerk is ongezond — maar onze beweging is Gods herstelprogramma.

De kerk is uit positie — dus je moet onder onze apostolische orde komen.

Daar ligt het gevaar. Men creëert eerst een algemeen probleem en presenteert daarna zichzelf als de oplossing.

En dat werkt. Want wie gelovigen lang genoeg vertelt dat zij tekortkomen, dat hun gemeente ziek is, dat hun geloof krachteloos is, dat zij “meer” nodig hebben, die maakt hen vatbaar voor geestelijke verkooptaal. Niet altijd financieel, soms vooral geestelijk. Maar het mechanisme is hetzelfde: eerst tekort aanpraten, daarna aanvulling aanbieden.

Paulus schrijft echter:

“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht.” Kolossenzen 2:10 (STV)

Dat is vernietigend voor elke bediening die de gelovige eerst leeg, ziek, slapend of incompleet moet verklaren om daarna haar eigen systeem aan te bieden.

De volheid is in Christus. Niet in een beweging. Niet in een conferentie. Niet in een apostolisch netwerk. Niet in een nieuwe golf. Niet in een bijzonder gezalfde spreker.

 

De gemeente van Christus is niet de voortzetting van Israël

Een ander kanjer van een misverstand is dat de gemeente wordt gezien als een soort geestelijk Israël dat Israëls aardse roeping heeft overgenomen. Dan gaat de kerk zich gedragen alsof zij geroepen is om op aarde een Koninkrijksprogramma uit te voeren, de wereld te hervormen, invloedssferen te veroveren of de heerschappij van Christus zichtbaar te maken vóórdat Hij Zelf verschijnt.

Maar de gemeente heeft een hemelse roeping.

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” Filippenzen 3:20 (STV)

Israël heeft verbonden, vaderen, beloften en een beloofde aardse profetische toekomst.

“Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen.” Romeinen 9:4 (STV)

De gemeente is het lichaam van Christus, uit Jood en heiden gevormd, met een hemelse positie en toekomst. Zij is niet geroepen om als vervangend Israël de aarde te beheren. Zij is geroepen om Christus te belijden, het Evangelie te verkondigen, te wandelen waardig haar roeping en haar Here uit de hemel te verwachten. In de studiebasis die in dit project wordt gebruikt, wordt dit onderscheid tussen Israël, heidenen en de gemeente nadrukkelijk uitgewerkt: de gemeente wordt daar beschreven als een apart volk met Christus als Hoofd, een hemelse roeping en een eigen positie binnen Gods heilsplan.

Wanneer dit onderscheid verdwijnt, schuift de gemeente gemakkelijk richting Kingdom Now, Dominion-denken en religieus activisme. Dan wordt de toekomstverwachting niet meer: de Here komt. Dan wordt het: wij moeten bouwen, herstellen, veroveren, doorbreken en zichtbaar maken.

Maar Handelingen 15 geeft een andere volgorde.

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen voor Zijn Naam.” Handelingen 15:14 (STV)

Daarna volgt het herstel van de vervallen hut van David:

“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen den tabernakel Davids, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” Handelingen 15:16 (STV)

Eerst verxamelt God een volk uit de heidenen voor Zijn Naam. Daarna komt het herstel van Israël en de openbaring van het Koninkrijk. De gemeente bouwt niet de troon van David. Zij verwacht de Here.

 

De gemeente van Christus is geen

fysiek gebouw of systeem

Nog een hardnekkig misverstand: “de kerk” als gebouw.

Natuurlijk kan een gebouw nuttig zijn. Gelovigen kunnen ergens samenkomen. Maar het gebouw is niet de gemeente. Het gebouw is niet het huis van God in de nieuwtestamentische zin. De gelovigen zelf vormen Gods woonplaats in de Geest.

“Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods; Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.” Efeze 2:19-20 (STV)

En:

“Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere; Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.” Efeze 2:21-22 (STV)

Wanneer men zegt dat “de kerk slaapt”, denkt men vaak aan instituten, gebouwen, diensten, vormen en organisaties. Maar de Bijbelse gemeente is geen stenen structuur.

Zij is een geestelijk huis.

 

De gemeente van Christus is geen priesterhiërarchie

De gemeente heeft geen aparte priesterklasse nodig die tussen God en de gelovigen staat. Christus is de Hogepriester. Gelovigen vormen samen een heilig priesterdom.

“Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.” 1 Petrus 2:5 (STV)

Daarmee verdwijnt het harde onderscheid tussen “geestelijkheid” en “leken” als twee geestelijke standen. Er zijn weliswaar gaven, bedieningen, oudsten, opzieners, herders en leraars. Maar er is géén hogere geestelijke kaste die dichter bij God staat dan de gewone gelovige.

Leiderschap in de gemeente is dienend, niet heersend.

“Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.” 1 Petrus 5:3 (STV)

Waar leiderschap zichzelf onaantastbaar maakt, waar titels belangrijker worden dan toetsing aan de Schrift, waar “zalving” kritiek moet uitschakelen, daar is men niet bezig met het lichaam van Christus, maar met religieuze machtsbouw.

 

De gemeente van Christus is onder genade, niet onder de wet

Ook hier ontstaan ongezonde, ziekmakende constructies. De gemeente wordt soms teruggeplaatst onder de wet, alsof de Heilige Geest vooral gegeven is om de gelovige alsnog Sinaï te laten vervullen.

Maar Paulus zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)

Dat betekent niet wetteloosheid. Het betekent dat de gelovige niet onder de Mozaïsche wet als verbondsregeling staat. Zijn leven is verbonden met Christus. Zijn wandel is door de Geest.

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” Galaten 5:16 (STV)

De gemeente leeft niet uit religieuze druk, maar uit Christus. Niet uit de oude bediening der letter, maar uit nieuwheid des geestes. Niet onder Sinaï, maar onder genade.

Wanneer men dat vergeet, wordt de gemeente al snel een religieuze loopband.

Altijd tekort. Altijd meer moeten. Altijd harder lopen. Altijd terug naar geboden, systemen, programma’s, vormen en prestaties.

Maar de Schrift brengt de gelovige niet terug onder het juk. Zij brengt hem tot Christus.

 

De samenkomst is belangrijk, maar niet de definitie van de gemeente

De samenkomst is belangrijk.. Maar ook hier is nuance nodig.  Zij is niet de hele definitie van de gemeente.

“En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken; En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet, dat de dag nadert.” Hebreeën 10:24-25 (STV)

Deze tekst gaat niet over kerkbezoek als losse religieuze meetlat, maar over volharding, onderlinge aansporing en vasthouden aan Christus in het licht van de naderende dag.

De gemeente is niet pas gemeente wanneer zij in een gebouw zit. Zij is gemeente omdat zij in Christus is.

 

De diagnose

Dus waar gaat het over wanneer men spreekt over een slapende of zieke kerk?

Het gaat, als men Bijbels wil spreken, over de zichtbare toestand van gelovigen, plaatselijke gemeenten en christelijke systemen. Niet over de wezenlijke positie van het lichaam van Christus.

Het gaat over wandel, niet over identiteit.

Over praktijk, niet over positie.

Over plaatselijke verantwoordelijkheid, niet over het falen van Christus’ werk.

Over afwijking van gezonde leer, niet over een ziek Hoofd-lichaam organisme.

Over menselijke systemen, niet over de hemelse werkelijkheid van de gemeente in Christus.

Daarom is precieze taal nodig.

Zeg niet:

“Het lichaam van Christus is ziek.”

Zeg:

“Veel zichtbare kerksystemen zijn ongezond.”

Zeg niet:

“De gemeente van Christus slaapt.”

Zeg:

“Veel gelovigen zijn niet wakker.”

Zeg niet:

“De kerk moet door ons iniatief genezen worden.”

Zeg:

“Gelovigen moeten terug naar de Bron, naar Christus, naar de Schrift, naar gezonde leer, naar nuchterheid en naar een wandel die past bij hun roeping.”

Dát is Bijbels,. En veilig.

 

Waarom belangrijk

Wie het lichaam van Christus ziek noemt, zonder onderscheid, verzwakt het zicht op Christus als Hoofd. Dan wordt de gemeente niet meer gezien vanuit Zijn volbrachte werk, maar vanuit haar zichtbare gebreken. Dan gaat de blik van boven naar beneden.

Van positie naar prestatie. Van Christus naar toestand. Van volheid in Hem naar tekort bij ons.

En daar ontstaat ruimte voor manipulatie.

Want als de kerk ziek is, wie heeft dan het medicijn?

Als de kerk slaapt, wie mag haar dan wakker schudden?

Als de kerk krachteloos is, wie brengt dan kracht?

Als de kerk haar bestemming mist, wie activeert haar dan?

Zo ontstaat een religieuze markt van herstelclaims. En telkens komt de oplossing niet eenvoudig neer op Christus, Zijn Woord, Zijn volbrachte werk, Zijn Geest en Zijn gezonde leer, maar op iets extra’s.

Een extra ervaring.

Een extra zalving.

Een extra apostolische laag.

Een extra profetische correctie.

Een extra Koninkrijksmandaat.

Een extra conferentie.

Een extra leider.

Een extra systeem.

Maar de Bijbelse boodschap is niet dat de gemeente tekortkomt buiten zulke systemen. De Bijbelse boodschap is dat de gelovige volmaakt is in Christus.

“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht.” Kolossenzen 2:10 (STV)

 

Christus bouwt Zijn gemeente

De zichtbare christenheid kan verwarrend zijn. Plaatselijke gemeenten kunnen falen. Gelovigen kunnen vleselijk wandelen. Leiders kunnen ontsporen. Systemen kunnen ziek worden. Prediking kan afglijden. Bewegingen kunnen zichzelf belangrijker maken dan Christus.

Dat moet benoemd worden. Soms scherp. Soms met ernst.

Maar we mogen nooit spreken alsof Christus’ lichaam zelf een ziek, slapend of mislukt project of organisme is.

Christus bouwt Zijn gemeente.

Christus voedt Zijn gemeente.

Christus bewaart Zijn gemeente.

Christus is het Hoofd van Zijn gemeente.

En de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.

Daarom is de juiste oproep niet: “De kerk is ziek, kom naar onze beweging.”

De juiste oproep is: ga tot Christus.

Niet tot religieuze druk.

Niet tot activatiecultuur.

Niet tot menselijke heersers.

Niet tot Kingdom Now-dromen.

Niet tot wet en prestatie.

Niet tot kerkelijke zelfverheffing.

Maar tot Christus, het Hoofd.

“Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in den dag der eeuwigheid. Amen.” 2 Petrus 3:18 (STV)

zie ook:

Slaapt de kerk? Revival, doorbraak en vuur: Bijbels verlangen of religieuze opzweping? – Bijbelse basis

Pas op voor de wekker van de revivalindustrie – Bijbelse basis

Waarom Handelingen geen blauwdruk is voor de gemeente vandaag – Bijbelse basis

Een andere Jezus: Paulus waarschuwt in 2 Korinthe 11 – Bijbelse basis

extern:

De Gemeente, kerk of sekte? – Bijbels Panorama

Op deze petra zal ik Mijn gemeente bouwen – Stichting Vlichthus

De huidige tijdgeest

Geverifieerd door MonsterInsights