Wat doet Christus vandaag

De levende Hogepriester Die Zijn gemeente reinigt

 

Wat doet Christus vandaag?

Die vraag is belangrijker dan veel christenen beseffen. Want het Evangelie eindigt niet bij het kruis. Christus is gestorven, ja. Maar wat meer is, Hij is ook opgewekt. Hij is verheerlijkt. Hij zit aan de rechterhand van God. Hij leeft. En omdat Hij leeft, werkt Hij vandaag aan Zijn gemeente.

Veel christenen weten goed te zeggen wat Christus heeft gedaan. Hij stierf voor onze zonden. Hij gaf Zijn bloed. Hij droeg het oordeel. Dat is het fundament.

Zonder dat fundament is er geen Evangelie.

Maar het kruis is niet het eindpunt.

Christus hangt niet meer aan het kruis. Hij ligt niet meer in het graf. Hij is de levende Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Hij bidt voor de Zijnen, reinigt Zijn gemeente door het Woord, heiligt haar en maakt gelovigen bekwaam om de levende God te dienen.

Dat is niet zomaar een bonus aanvulling op het Evangelie. Dat is de ademruimte van Genade.

het tegenwoordige werk van Christus
wat doet Christus vandaag?

Het kruis is het fundament, niet het eindpunt

Het kruis van Christus laat zien dat de oude mens voor God geen toekomst heeft. Het kruis is niet Gods poging om de oude mens wat op te knappen. Het kruis is Gods oordeel over de oude mens.

Paulus schrijft:

“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.” — 2 Korinthe 5:14 (STV)

Dat is helder. Als Eén voor allen gestorven is, dan zijn allen gestorven.

Daarmee wordt het christelijk leven geen verbeterproject van het vlees. Het is niet: probeer van je oude mens een vrome, religieuze en acceptabele versie te maken. Het is niet: poets jezelf op totdat God tevreden met je kan zijn.

Nee. De oude mens wordt niet geheiligd. De oude mens wordt afgelegd.

“Dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding.” — Efeze 4:22 (STV)

Daar gaat het vaak mis. Veel prediking draait om de mens. Wat wij moeten doen. Hoe wij ons leven moeten verbeteren. Hoe wij geestelijk sterker moeten worden. Hoe wij onze oude natuur onder controle moeten krijgen.

Maar de Bijbel zegt niet dat de oude mens verbeterd moet worden. De Bijbel zegt dat hij afgelegd moet worden.

Het evangelie is niet: God helpt u om uw oude leven wat netter te maken.
Het evangelie is: God heeft u in Christus nieuw leven gegeven.

 

Christus leeft om voor ons te bidden

Wat doet Christus vandaag?

De Hebreeënbrief geeft een helder antwoord:

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” — Hebreeën 7:25 (STV)

Let op dat ene woord: leeft.

Christus leeft om voor de Zijnen te bidden. Hij is niet passief. Hij is niet afwezig. Hij is niet slechts een Persoon uit het verleden over Wie wij herinneringen ophalen. Hij is de levende Heere in de hemel.

Hij is Hogepriester.
Hij vertegenwoordigt Zijn volk bij God.
Hij bidt voor hen.
Hij reinigt hen.
Hij bewaart hen.
Hij maakt hen bekwaam om God te dienen.

Zijn priesterschap rust niet op sterfelijkheid, maar op onvergankelijk leven:

“Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.” — Hebreeën 7:16 (STV)

Dát geeft rust. Onze zaligheid hangt niet aan onze wisselende gevoelens, onze geestelijke prestaties of onze mate van zelfbeheersing.

Zij rust op Christus. En Hij leeft.

Christus als Hogepriester van het Nieuwe Verbond

Het tegenwoordige werk van Christus wordt vooral zichtbaar in Zijn priesterschap. Hij is de Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Niet naar de ordening van Aäron, maar naar de ordening van Melchizedek. Niet op grond van een tijdelijk en sterfelijk priesterschap, maar naar de kracht van onvergankelijk leven.

Dat betekent dat Christus’ werk niet ophield bij Zijn sterven. Zijn dood was noodzakelijk. Zijn bloed is de grond. Maar Zijn opstanding, verhoging en voortdurende priesterlijke dienst horen wezenlijk bij het evangelie.

Romeinen 8 zegt het zo:

“Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.” — Romeinen 8:33-34 (STV)

“Ja, wat meer is.”

Daar zit veel in. Christus is gestorven. Maar wat meer is: Hij is ook opgewekt. Hij is aan Gods rechterhand. Hij bidt voor ons.

Wie alleen spreekt over het kruis, maar nauwelijks over de opgestane en verhoogde Christus, mist een wezenlijk deel van het christelijk leven. De gelovige leeft niet uit herinnering alleen. Hij leeft uit gemeenschap met de levende Christus.

 

Christus reinigt Zijn gemeente door het Woord

Een van de rijkste beschrijvingen van Christus’ huidige werk staat in Efeze 5:

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven; opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord.” — Efeze 5:25-26 (STV)

Hier staat niet dat de gemeente zichzelf reinigt om Christus waardig te worden. Hier staat dat Christus de gemeente reinigt.

Dat is een wereld van verschil.

Religie zegt: maak uzelf schoon, dan mag u komen.
Genade zegt: kom tot Christus, Hij reinigt.

Religie zegt: zorg dat u gereed bent.
Genade zegt: Christus maakt gereed.

Religie zegt: werk aan uzelf.
Genade zegt: stel u onder het Woord waardoor Christus Zijn werk doet.

Christus reinigt Zijn gemeente “door het Woord”. Niet door geestelijke druk. Niet door menselijke manipulatie. Niet door voortdurende beschuldiging. Niet door een religieuze zweep over het geweten.

Hij reinigt door Zijn Woord.

Daarom is het zo belangrijk waar wij naar luisteren, wat wij horen, welke prediking wij toelaten en waar onze aandacht naartoe gaat. Het Woord van God richt het hart op Christus. Mensgerichte prediking werpt de mens terug op zichzelf. En wie steeds naar zichzelf kijkt, vindt geen rust.

 

De voetwassing als beeld van Christus’ tegenwoordige werk

Johannes 13 geeft een indringend beeld. De discipelen zijn met de Heere aan tafel. Dan staat Hij op, legt Zijn klederen af, omgordt Zich met een linnen doek en begint hun voeten te wassen.

Petrus wil dat eerst niet. Maar de Heere zegt:

“Indien Ik u niet was, gij hebt geen deel met Mij.” — Johannes 13:8 (STV)

Daarna wil Petrus helemaal gewassen worden. Dan antwoordt de Heere:

“Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein.” — Johannes 13:10 (STV)

Dat is een belangrijk onderscheid.

Wie van Christus is, is geheel rein. De gelovige staat in Christus voor God. Maar zolang hij door deze wereld wandelt, krijgt hij vuile voeten. Hij leeft nog in een wereld van zonde, leugen, verwarring, verzoeking en dood.

Daarom wast Christus de voeten.

Niet omdat het fundament telkens opnieuw gelegd moet worden. Niet omdat de gelovige steeds opnieuw van nul af aan moet beginnen. Maar omdat Christus Zijn Woord toepast op onze wandel, ons denken, ons hart en ons geweten.

Hij reinigt Zijn gemeente door het Woord.

 

Het geweten gereinigd om God te dienen

Christus is niet bezig om de buitenkant van de oude mens religieus op te poetsen. Hij reinigt dieper. Hij reinigt het geweten.

Hebreeën 9 zegt:

“Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?” — Hebreeën 9:14 (STV)

Dat is bevrijdend.

Veel gelovigen hoeven niet steeds opnieuw te horen dat zij tekortschieten. Dat weten zij al. Zij kennen hun zwakheid. Zij kennen hun falen. Zij weten hoe snel zij afdwalen, struikelen of innerlijk verward raken.

Maar de Bijbel werpt hen niet eindeloos terug op hun tekort. De Bijbel richt hen op Christus.

Het bloed van Christus reinigt het geweten van dode werken. Waarom? Niet zodat wij geestelijk in een hoekje blijven zitten met ons hoofd omlaag. Maar “om den levenden God te dienen”.

Een gereinigd geweten maakt vrijmoedig. Niet oppervlakkig. Niet wetteloos. Niet onverschillig. Maar vrijmoedig in Christus.

 

Niet zelfverbetering, maar leven uit Genade

Het christelijk leven is geen cursus zelfverbetering met een Bijbeltekst erboven.

Natuurlijk verandert Gods genade een mens. Natuurlijk leert de gelovige anders wandelen. Natuurlijk zijn goede werken belangrijk. Maar de volgorde is alles.

Titus 2 zegt:

“Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” — Titus 2:14 (STV)

Christus reinigt Zichzelf een eigen volk. En dat volk wordt ijverig in goede werken.

Goede werken zijn dus niet de wortel van onze aanvaarding. Ze zijn de vrucht van Christus’ werk.

Onder wet werk je om aanvaard te worden.
Onder genade dien je omdat je aanvaard bent in Christus.

Onder wet kijk je steeds naar jezelf.
Onder genade zie je op Christus.

Onder wet blijft het geweten onrustig.
Onder genade wordt het geweten gereinigd om God te dienen.

Dat is geen goedkoop gemak. Leven uit genade is juist vernederend voor het vlees. Want genade zegt dat de mens zichzelf niet kan redden, niet kan reinigen en niet kan opwerken tot God.

De mens komt met lege handen. Niet als een geslaagde heilige. Niet als een opgepoetst geestelijk project. Niet als iemand die eindelijk alles onder controle heeft.

Hij komt tot Christus.

En Christus reinigt.

 

God verzamelt nu een volk voor Zijn Naam

Wat doet God in deze tegenwoordige tijd?

Het Nieuwe Testament geeft daar een duidelijke lijn in. God verzamelt een volk voor Zijn Naam.

In Handelingen 15 lezen we:

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)

Daarna wordt gesproken over het herstel van de vervallen hut van David. Die volgorde is belangrijk. Eerst verzamelt God een volk uit de heidenen. Daarna komt het herstel van Israël en het Davidische koningshuis.

Dat betekent dat Gods huidige werk niet in de eerste plaats bestaat uit wereldverbetering, politieke macht, cultureel herstel of het oprichten van een zichtbaar koninkrijk op aarde. Zijn huidige werk is gericht op de gemeente.

De gemeente is een hemels volk. Zij is verbonden met Christus in de hemel. Zij deelt in Zijn positie, Zijn leven, Zijn toekomst en Zijn erfenis.

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” — Efeze 2:6 (STV)

De gelovige leeft nog op aarde, maar zijn positie is in Christus.

Daarom is het zo schadelijk wanneer christenen hun roeping verwarren met wereldverbetering. Natuurlijk doen wij goed waar wij kunnen. Natuurlijk zorgen wij voor onze naaste. Natuurlijk dragen wij verantwoordelijkheid in het gewone leven.

Maar de gemeente is geen religieuze actiegroep voor het oplappen van deze tegenwoordige eeuw. Zij is een volk dat door Christus uit deze eeuw getrokken wordt.

 

Uit de tegenwoordige boze wereld getrokken

Galaten 1 zegt:

“Die Zichzelven gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar den wil van onzen God en Vader.” — Galaten 1:4 (STV)

Dat staat haaks op christelijk activisme.

Wij willen vaak juist iets bereiken ín deze wereld. Erkenning. Invloed. Positie. Herstel van christelijke normen. Een steviger christelijk geluid. Een cultuur die weer naar ons luistert.

Maar Christus heeft Zich gegeven om ons te trekken uit deze tegenwoordige boze wereld.

Dat betekent niet dat wij onverschillig worden. Het betekent dat wij nuchter worden. Deze wereld wordt niet uiteindelijk hersteld door menselijke inzet. God maakt een nieuwe schepping. En vandaag verzamelt Hij een volk dat bij Christus hoort.

 

Waarom mensgerichte prediking schromelijk tekortschiet

Veel prediking klinkt praktisch, maar is in wezen mensgericht. Ze draait om onze problemen, onze gevoelens, onze keuzes, onze relaties, onze groei, onze houding, onze prestaties en onze geestelijke temperatuur.

Natuurlijk raakt het Woord van God ons leven. Maar wanneer Christus uit het centrum verdwijnt, blijft er vooral religieuze psychologie over. Dan wordt de Bijbel een kapstok voor menselijke thema’s. Dan is de mens het onderwerp en Christus hooguit de helper.

Bijbelse prediking begint anders.

opent het Woord.
toont Christus.
verkondigt Zijn werk.
plaatst de gelovige in Hem.
bevrijdt het geweten door Genade.
roept op tot dienst vanuit rust, niet vanuit kramp.

Waar de mens centraal staat, groeit onrust.
Waar Christus centraal staat, komt geloofsadem.

 

Leven vanuit Christus’ tegenwoordige werk

De vraag is dus niet allereerst: hoe krijg ik mijn leven onder controle?

De betere vraag is: leef ik uit Christus’ tegenwoordige werk?

Stel ik mij onder Zijn Woord?
Laat ik Hem mijn geweten reinigen?
Rust ik in Zijn priesterschap?
Geloof ik dat Hij voor mij bidt?
Zie ik mijzelf in Christus, of blijf ik gevangen in mijzelf?

De gelovige hoeft niet te leven onder de voortdurende dreiging van beschuldiging. Romeinen 8 zegt immers dat God rechtvaardigt en Christus bidt.

Daarom mag de gelovige vrijmoedig leven. Niet omdat hij in zichzelf sterk is. Niet omdat zijn oude mens verbeterd is. Niet omdat hij nooit struikelt. Maar omdat Christus leeft.

 

De troost van de levende Christus

Wat doet Christus vandaag?

Hij leeft.
Hij bidt.
Hij reinigt.
Hij heiligt.
Hij verzamelt een volk voor Zijn Naam.
Hij maakt gelovigen bekwaam om dienaren te zijn van het Nieuwe Verbond.

Dat is de troost.

De gelovige leeft nog met lek en gebrek. Dat hoeft niet vroom weggepoetst te worden. Wij schieten tekort. Wij falen. Wij dragen de zwakheid van de oude mens nog mee.

Maar God ziet de gelovige in Christus. En Christus is niet klaar met Zijn werk.

Hij reinigt door het Woord.
Hij bewaart door Zijn kracht.
Hij bidt aan Gods rechterhand.
Hij maakt bekwaam om de levende God te dienen.

Daarom hoeft de gelovige niet gevangen te blijven in religieuze kramp. Hij hoeft niet eindeloos naar zichzelf te staren. Hij hoeft niet te leven onder de zweep van beschuldiging.

Hij mag zien op Christus.

Niet alleen op Christus aan het kruis, maar ook op Christus in de hemel. De levende Hogepriester. De Verheerlijkte. Degene Die Zijn gemeente liefheeft, haar reinigt door het Woord en haar eenmaal zonder vlek of rimpel voor Zich zal stellen.

Wat doet Christus vandaag?
Hij werkt aan Zijn gemeente.

Christus hangt niet meer aan het kruis en ligt niet meer in het graf. Hij leeft, bidt, reinigt en werkt vandaag aan Zijn gemeente.

En dat is precies waarom het christelijk leven geen leven onder angst is, maar een leven uit Genade.

Zie ook:

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding? – Bijbelse basis

Wat zegt de Bijbel over de gemeente van Jezus Christus?

Is de kerk ziek of slapend?

Er wordt zo links en rechts bij gelegenheid nogal wat over de Gemeente van Christus, ook genoemd “de kerk”, beweerd.

Hero banner promoting Bible studies: open Bible on a wooden table at sunrise with the Dutch title 'Wat zegt de Bijbel over...' and a blue footer menu showing topics like Schrift met Schrift and Christus centraal.
Wat zegt de Bijbel over

De kerk moet wakker worden. De kerk is ziek. De kerk is lauw. De kerk mist kracht. De kerk moet terug naar apostolische orde. De kerk moet genezen. De kerk moet opstaan. De kerk moet het Koninkrijk zichtbaar maken.

Het klinkt bezorgd. Vaak zelfs geestelijk bewogen.

Maar de eerste vraag waar we hier tegenaan lopen:

Over welke kerk hebben we het eigenlijk?

Want als met “de kerk” het lichaam van Christus bedoeld wordt, dan moeten we voorzichtig worden. Het lichaam van Christus slaapt niet. Het lichaam van Christus is niet ziek. Het lichaam van Christus is geen mislukt project dat door moderne apostelen, profeten, conferenties, opwekkingssprekers of activatiebedieningen gereanimeerd moet worden.

Christus heeft geen ziek lichaam. Christus heeft geen slapend lichaam. Christus bouwt Zijn gemeente.

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” Mattheüs 16:18 (STV)

Dat is het uitgangspunt. Niet de toestand van de zichtbare christenheid. Niet de temperatuur van religieuze bewegingen. Niet het activisme van mensen. Maar het woord van Christus Zelf:

Ik zal Mijn Gemeente bouwen.

 

De kerk is niet ziek en slaapt niet

De gemeente is het lichaam van Christus

De gemeente van Jezus Christus is niet in de eerste plaats een gebouw, organisatie, kerkgenootschap, denominatie of religieus systeem. De gemeente is het lichaam van Christus: allen die door geloof in Hem met Hem verbonden zijn en door de Heilige Geest tot één lichaam zijn gedoopt.

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” 1 Korinthe 12:13 (STV)

Dat lichaam heeft Christus als Hoofd.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” Efeze 1:22-23 (STV)

Dat is bepaald geen voetnoot.. Wie over de gemeente spreekt, spreekt over iets dat onlosmakelijk met Christus Zelf verbonden is. De gemeente is niet zomaar een religieuze verzameling mensen. Zij is Zijn lichaam. Zijn eigendom. Zijn werk. Zijn volheid.

Daarom is het leerstellig scheef om achteloos te zeggen dat “de kerk ziek is” wanneer men daarmee het lichaam van Christus bedoelt.

Want Christus voedt en onderhoudt Zijn gemeente.

“Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het, gelijkerwijs ook de Heere de Gemeente.” Efeze 5:29 (STV)

Een lichaam dat door Christus gevoed en onderhouden wordt, kun je niet zomaar collectief ziek, slapend, mislukt of krachteloos verklaren.

 

De zichtbare christenheid is iets anders

Waar gaat het dan wél over wanneer mensen zeggen dat “de kerk slaapt” of “de kerk ziek is”?

Meestal gaat het in werkelijkheid over de zichtbare christenheid. Over kerksystemen, denominaties, organisaties, plaatselijke gemeenten, leiderschapsculturen, religieuze gewoonten, tradities, conferentiecircuits en bewegingen die zich christelijk noemen.

Die kunnen inderdaad ongezond zijn.

Een plaatselijke gemeente kan vleselijk functioneren. Een bediening kan ontsporen. Een kerksysteem kan Christus verduisteren. Een beweging kan worden beheerst door macht, geld, emotie, manipulatie of valse leer. Een gemeente kan lauw worden. Een groep gelovigen kan onwaakzaam leven. Leiders kunnen heersen in plaats van dienen. Prediking kan verschuiven van Christus naar ervaring, activatie, wet, succes, genezing, doorbraak of Koninkrijksretoriek.

Maar dat is dus uidrukkelijk niet hetzelfde als het lichaam van Christus.

Dat onderscheid is beslissend.

De Bijbel spreekt concreet over plaatselijke gemeenten die correctie nodig hebben. Korinthe is daar een helder voorbeeld van. Paulus noemt de gelovigen daar werkelijk “geheiligden in Christus Jezus”:

“Den Gemeente Gods, die te Korinthe is, den geheiligden in Christus Jezus, den geroepen heiligen…” 1 Korinthe 1:2 (STV)

Maar later zegt hij tegen diezelfde gelovigen:

“En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.” 1 Korinthe 3:1 (STV)

Daar ligt het Bijbelse evenwicht. In hun positie waren zij geheiligd in Christus. In hun toestand wandelden zij vleselijk. De Schrift ontkent hun positie niet vanwege hun slechte toestand, maar corrigeert hun toestand juist vanuit hun positie.

Dat is heel iets anders dan roepen: “De kerk is ziek.”

 

Positie en toestand

Veel verwarring ontstaat doordat men positie en toestand door elkaar haalt.

De positie van de gelovige is wat hij in Christus is. Die positie rust op het volbrachte werk van Christus. Zij is niet afhankelijk van stemming, kracht, groei, ervaring of kerkelijke prestaties.

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” Kolossenzen 3:3 (STV)

De toestand van de gelovige is zijn praktische wandel. Die kan ver beneden zijn positie blijven. Een gelovige kan onvolwassen zijn, vleselijk wandelen, verkeerde leer dulden, wereldgelijkvormig worden of geestelijk traag zijn.

Maar dat verandert niet wat het lichaam van Christus in Christus is.

Daarom moeten we de dingen zorvuldig benoemen.

Niet: het lichaam van Christus is ziek.

Wel: veel plaatselijke gemeenten functioneren ongezond.

Niet: de gemeente van Christus slaapt.

Wel: veel gelovigen zijn niet waakzaam.

Niet: Christus’ lichaam is krachteloos.

Wel: veel zichtbare kerksystemen hebben de kracht van gezonde leer ingeruild voor vorm, gevoel, macht of religieus spektakel.

Niet: de kerk moet door ons genezen worden.

Wel: gelovigen en gemeenten moeten terug naar Christus, het Hoofd, en naar de gezonde leer van de Schrift.

 

“De kerk slaapt”

Wanneer iemand zegt: “de kerk slaapt”, bedoelt men meestal dat gelovigen geestelijk traag, ongehoorzaam, wereldgelijkvormig of ongevoelig zijn geworden. Op zichzelf kan een oproep tot waakzaamheid Bijbels zijn.

“Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken, en nuchteren zijn.” 1 Thessalonicenzen 5:6 (STV)

Let op: Paulus zegt dit niet als slogan om het lichaam van Christus als geheel af te serveren. Hij vermaant gelovigen tot waakzaamheid in hun wandel. Dat is concreet. Dat is pastoraal. Dat is Bijbels.

Heel anders wordt het wanneer “de kerk slaapt” betekent: de hele gemeente van Christus ligt geestelijk plat en moet door onze beweging, onze profeten, onze apostelen, onze conferentie of onze nieuwe zalving wakker worden gemaakt.

Dan schuift alles op..

Dan is Christus niet meer het genoegzame Hoofd. Dan wordt de gemeente een soort slapend religieus lichaam waarvoor menselijke activatoren nodig zijn. Dan ontstaat de sfeer van: gewone Bijbelse trouw is niet genoeg; er moet vuur bij, doorbraak, impartatie, apostolische uitlijning, profetische correctie, Kingdom-activatie.

Dat klinkt indrukwekkend. Maar het kan zomaar een religieuze rookmachine worden.

 

“De kerk is ziek”

Hetzelfde geldt voor de uitspraak: “de kerk is ziek.”

Als daarmee bedoeld wordt dat veel zichtbare kerksystemen ongezond zijn, dan valt daar Bijbels veel voor te zeggen. De brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring laten zien dat plaatselijke gemeenten ernstig kunnen afwijken.

Tegen Sardis zegt de Here:

“Ik weet uw werken, dat gij den naam hebt, dat gij leeft, en gij zijt dood.” Openbaring 3:1 (STV)

Tegen Laodicea zegt Hij:

“Omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.” Openbaring 3:16 (STV)

Dat zijn geen geruststellende woorden. De Here Zelf stelt diagnoses. Maar opnieuw: Hij spreekt concrete gemeenten aan op hun concrete toestand. Hij verklaart niet het lichaam van Christus als hemelse werkelijkheid ziek.

Als iemand dus zegt: “de kerk is ziek”, moet je doorvragen. Bedoel je de ware gemeente als lichaam van Christus? Dan is je uitspraak leerstellig verkeerd. Bedoel je zichtbare systemen, plaatselijke gemeenten of bewegingen die afwijken van Christus en de gezonde leer? Dan moet je concreet worden en Bijbels aantonen waar het misgaat.

Een vage totaaldiagnose is te gemakkelijk. En vaak manipulatief.

 

De verborgen boodschap achter zulke slogans

Uitspraken als “de kerk slaapt” en “de kerk is ziek” hebben vaak een verborgen implicatie.

De kerk slaapt — maar wij zijn wakker.

De kerk is ziek — maar wij hebben het medicijn.

De kerk mist kracht — dus kom bij ons voor vuur.

De kerk is doods — maar wij brengen leven.

De kerk is ongezond — maar onze beweging is Gods herstelprogramma.

De kerk is uit positie — dus je moet onder onze apostolische orde komen.

Daar ligt het gevaar. Men creëert eerst een algemeen probleem en presenteert daarna zichzelf als de oplossing.

En dat werkt. Want wie gelovigen lang genoeg vertelt dat zij tekortkomen, dat hun gemeente ziek is, dat hun geloof krachteloos is, dat zij “meer” nodig hebben, die maakt hen vatbaar voor geestelijke verkooptaal. Niet altijd financieel, soms vooral geestelijk. Maar het mechanisme is hetzelfde: eerst tekort aanpraten, daarna aanvulling aanbieden.

Paulus schrijft echter:

“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht.” Kolossenzen 2:10 (STV)

Dat is vernietigend voor elke bediening die de gelovige eerst leeg, ziek, slapend of incompleet moet verklaren om daarna haar eigen systeem aan te bieden.

De volheid is in Christus. Niet in een beweging. Niet in een conferentie. Niet in een apostolisch netwerk. Niet in een nieuwe golf. Niet in een bijzonder gezalfde spreker.

 

De gemeente van Christus is niet de voortzetting van Israël

Een ander kanjer van een misverstand is dat de gemeente wordt gezien als een soort geestelijk Israël dat Israëls aardse roeping heeft overgenomen. Dan gaat de kerk zich gedragen alsof zij geroepen is om op aarde een Koninkrijksprogramma uit te voeren, de wereld te hervormen, invloedssferen te veroveren of de heerschappij van Christus zichtbaar te maken vóórdat Hij Zelf verschijnt.

Maar de gemeente heeft een hemelse roeping.

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” Filippenzen 3:20 (STV)

Israël heeft verbonden, vaderen, beloften en een beloofde aardse profetische toekomst.

“Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen.” Romeinen 9:4 (STV)

De gemeente is het lichaam van Christus, uit Jood en heiden gevormd, met een hemelse positie en toekomst. Zij is niet geroepen om als vervangend Israël de aarde te beheren. Zij is geroepen om Christus te belijden, het Evangelie te verkondigen, te wandelen waardig haar roeping en haar Here uit de hemel te verwachten. In de studiebasis die in dit project wordt gebruikt, wordt dit onderscheid tussen Israël, heidenen en de gemeente nadrukkelijk uitgewerkt: de gemeente wordt daar beschreven als een apart volk met Christus als Hoofd, een hemelse roeping en een eigen positie binnen Gods heilsplan.

Wanneer dit onderscheid verdwijnt, schuift de gemeente gemakkelijk richting Kingdom Now, Dominion-denken en religieus activisme. Dan wordt de toekomstverwachting niet meer: de Here komt. Dan wordt het: wij moeten bouwen, herstellen, veroveren, doorbreken en zichtbaar maken.

Maar Handelingen 15 geeft een andere volgorde.

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen voor Zijn Naam.” Handelingen 15:14 (STV)

Daarna volgt het herstel van de vervallen hut van David:

“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen den tabernakel Davids, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” Handelingen 15:16 (STV)

Eerst verxamelt God een volk uit de heidenen voor Zijn Naam. Daarna komt het herstel van Israël en de openbaring van het Koninkrijk. De gemeente bouwt niet de troon van David. Zij verwacht de Here.

 

De gemeente van Christus is geen

fysiek gebouw of systeem

Nog een hardnekkig misverstand: “de kerk” als gebouw.

Natuurlijk kan een gebouw nuttig zijn. Gelovigen kunnen ergens samenkomen. Maar het gebouw is niet de gemeente. Het gebouw is niet het huis van God in de nieuwtestamentische zin. De gelovigen zelf vormen Gods woonplaats in de Geest.

“Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods; Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.” Efeze 2:19-20 (STV)

En:

“Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere; Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.” Efeze 2:21-22 (STV)

Wanneer men zegt dat “de kerk slaapt”, denkt men vaak aan instituten, gebouwen, diensten, vormen en organisaties. Maar de Bijbelse gemeente is geen stenen structuur.

Zij is een geestelijk huis.

 

De gemeente van Christus is geen priesterhiërarchie

De gemeente heeft geen aparte priesterklasse nodig die tussen God en de gelovigen staat. Christus is de Hogepriester. Gelovigen vormen samen een heilig priesterdom.

“Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.” 1 Petrus 2:5 (STV)

Daarmee verdwijnt het harde onderscheid tussen “geestelijkheid” en “leken” als twee geestelijke standen. Er zijn weliswaar gaven, bedieningen, oudsten, opzieners, herders en leraars. Maar er is géén hogere geestelijke kaste die dichter bij God staat dan de gewone gelovige.

Leiderschap in de gemeente is dienend, niet heersend.

“Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.” 1 Petrus 5:3 (STV)

Waar leiderschap zichzelf onaantastbaar maakt, waar titels belangrijker worden dan toetsing aan de Schrift, waar “zalving” kritiek moet uitschakelen, daar is men niet bezig met het lichaam van Christus, maar met religieuze machtsbouw.

 

De gemeente van Christus is onder genade, niet onder de wet

Ook hier ontstaan ongezonde, ziekmakende constructies. De gemeente wordt soms teruggeplaatst onder de wet, alsof de Heilige Geest vooral gegeven is om de gelovige alsnog Sinaï te laten vervullen.

Maar Paulus zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)

Dat betekent niet wetteloosheid. Het betekent dat de gelovige niet onder de Mozaïsche wet als verbondsregeling staat. Zijn leven is verbonden met Christus. Zijn wandel is door de Geest.

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” Galaten 5:16 (STV)

De gemeente leeft niet uit religieuze druk, maar uit Christus. Niet uit de oude bediening der letter, maar uit nieuwheid des geestes. Niet onder Sinaï, maar onder genade.

Wanneer men dat vergeet, wordt de gemeente al snel een religieuze loopband.

Altijd tekort. Altijd meer moeten. Altijd harder lopen. Altijd terug naar geboden, systemen, programma’s, vormen en prestaties.

Maar de Schrift brengt de gelovige niet terug onder het juk. Zij brengt hem tot Christus.

 

De samenkomst is belangrijk, maar niet de definitie van de gemeente

De samenkomst is belangrijk.. Maar ook hier is nuance nodig.  Zij is niet de hele definitie van de gemeente.

“En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken; En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet, dat de dag nadert.” Hebreeën 10:24-25 (STV)

Deze tekst gaat niet over kerkbezoek als losse religieuze meetlat, maar over volharding, onderlinge aansporing en vasthouden aan Christus in het licht van de naderende dag.

De gemeente is niet pas gemeente wanneer zij in een gebouw zit. Zij is gemeente omdat zij in Christus is.

 

De diagnose

Dus waar gaat het over wanneer men spreekt over een slapende of zieke kerk?

Het gaat, als men Bijbels wil spreken, over de zichtbare toestand van gelovigen, plaatselijke gemeenten en christelijke systemen. Niet over de wezenlijke positie van het lichaam van Christus.

Het gaat over wandel, niet over identiteit.

Over praktijk, niet over positie.

Over plaatselijke verantwoordelijkheid, niet over het falen van Christus’ werk.

Over afwijking van gezonde leer, niet over een ziek Hoofd-lichaam organisme.

Over menselijke systemen, niet over de hemelse werkelijkheid van de gemeente in Christus.

Daarom is precieze taal nodig.

Zeg niet:

“Het lichaam van Christus is ziek.”

Zeg:

“Veel zichtbare kerksystemen zijn ongezond.”

Zeg niet:

“De gemeente van Christus slaapt.”

Zeg:

“Veel gelovigen zijn niet wakker.”

Zeg niet:

“De kerk moet door ons iniatief genezen worden.”

Zeg:

“Gelovigen moeten terug naar de Bron, naar Christus, naar de Schrift, naar gezonde leer, naar nuchterheid en naar een wandel die past bij hun roeping.”

Dát is Bijbels,. En veilig.

 

Waarom belangrijk

Wie het lichaam van Christus ziek noemt, zonder onderscheid, verzwakt het zicht op Christus als Hoofd. Dan wordt de gemeente niet meer gezien vanuit Zijn volbrachte werk, maar vanuit haar zichtbare gebreken. Dan gaat de blik van boven naar beneden.

Van positie naar prestatie. Van Christus naar toestand. Van volheid in Hem naar tekort bij ons.

En daar ontstaat ruimte voor manipulatie.

Want als de kerk ziek is, wie heeft dan het medicijn?

Als de kerk slaapt, wie mag haar dan wakker schudden?

Als de kerk krachteloos is, wie brengt dan kracht?

Als de kerk haar bestemming mist, wie activeert haar dan?

Zo ontstaat een religieuze markt van herstelclaims. En telkens komt de oplossing niet eenvoudig neer op Christus, Zijn Woord, Zijn volbrachte werk, Zijn Geest en Zijn gezonde leer, maar op iets extra’s.

Een extra ervaring.

Een extra zalving.

Een extra apostolische laag.

Een extra profetische correctie.

Een extra Koninkrijksmandaat.

Een extra conferentie.

Een extra leider.

Een extra systeem.

Maar de Bijbelse boodschap is niet dat de gemeente tekortkomt buiten zulke systemen. De Bijbelse boodschap is dat de gelovige volmaakt is in Christus.

“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht.” Kolossenzen 2:10 (STV)

 

Christus bouwt Zijn gemeente

De zichtbare christenheid kan verwarrend zijn. Plaatselijke gemeenten kunnen falen. Gelovigen kunnen vleselijk wandelen. Leiders kunnen ontsporen. Systemen kunnen ziek worden. Prediking kan afglijden. Bewegingen kunnen zichzelf belangrijker maken dan Christus.

Dat moet benoemd worden. Soms scherp. Soms met ernst.

Maar we mogen nooit spreken alsof Christus’ lichaam zelf een ziek, slapend of mislukt project of organisme is.

Christus bouwt Zijn gemeente.

Christus voedt Zijn gemeente.

Christus bewaart Zijn gemeente.

Christus is het Hoofd van Zijn gemeente.

En de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.

Daarom is de juiste oproep niet: “De kerk is ziek, kom naar onze beweging.”

De juiste oproep is: ga tot Christus.

Niet tot religieuze druk.

Niet tot activatiecultuur.

Niet tot menselijke heersers.

Niet tot Kingdom Now-dromen.

Niet tot wet en prestatie.

Niet tot kerkelijke zelfverheffing.

Maar tot Christus, het Hoofd.

“Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in den dag der eeuwigheid. Amen.” 2 Petrus 3:18 (STV)

zie ook:

Slaapt de kerk? Revival, doorbraak en vuur: Bijbels verlangen of religieuze opzweping? – Bijbelse basis

Pas op voor de wekker van de revivalindustrie – Bijbelse basis

Waarom Handelingen geen blauwdruk is voor de gemeente vandaag – Bijbelse basis

Een andere Jezus: Paulus waarschuwt in 2 Korinthe 11 – Bijbelse basis

extern:

De Gemeente, kerk of sekte? – Bijbels Panorama

Op deze petra zal ik Mijn gemeente bouwen – Stichting Vlichthus

De huidige tijdgeest

De verborgenheid in het Nieuwe Testament

Hoezo Kingdom Now, “Koninkrijk zichtbaar maken” en NAR ?

 

Wat bedoelt het Nieuwe Testament met het woord verborgenheid”? Vaak wordt dit begrip vaag, mystiek of breed gebruikt. Maar bij Paulus gaat het juist om geopenbaarde waarheid: iets wat vroeger verborgen was in Gods raad, maar nu bekendgemaakt is door apostolische openbaring. Vooral de verborgenheid van Christus en de Gemeente is daarbij beslissend. Jood en heiden worden in Christus tot één lichaam gemaakt, verbonden met het Hoofd in de hemel. Dáárom is de roeping van de Gemeente niet Kingdom Now, niet “het Koninkrijk zichtbaar maken” als aards programma, en niet de New Apostolic Reformation, maar Christus belijden, het Evangelie bewaren en de Heere verwachten.

 Er zijn Bijbelse begrippen die gemakkelijk verkeerd verstaan worden of erger: genegeerd of weggeredeneerd worden.

.Met alle gevolgen van dien.

Het woord “verborgenheid” is daar een goed voorbeeld van.

Voor sommigen klinkt het als iets mystieks. Alsof Paulus ons meeneemt in een verborgen binnenkamer van geheime kennis. Voor anderen wordt het een soort theologisch stopwoord: alles wat moeilijk is, noemt men dan “een verborgenheid”. En weer anderen gebruiken het woord om de Gemeente, Israël, het Koninkrijk en Gods heilsplan op één hoop te schuiven.

Maar zo gebruikt het Nieuwe Testament het woord dus niet.

Als Paulus spreekt over een verborgenheid, bedoelt hij niet dat wij in het duister moeten tasten. Hij bedoelt juist dat God iets bekendgemaakt heeft wat eerder verborgen was in Zijn raad.

De nadruk ligt niet op menselijke onwetendheid, maar op Goddelijke openbaring.

Een verborgenheid is in het Nieuwe Testament geen rookgordijn. Het is daarentegen onthulling.

Dit onderwerp is van belang. Want als je de verborgenheid van de Gemeente niet verstaat, kom je in knoei..

Dan wordt de Gemeente verward met Israël.

Dan wordt de roeping van de Gemeente verward met het Koninkrijk.

Dan wordt verwachting vervangen door activisme.

Dan wordt getuigenis vervangen door dominion.

Dan wordt de hemelse roeping  van de Gemeente ingeruild voor een aards programma.

De verborgenheid
De verborgenheid
Dáárom: geen Kingdom Now.
Geen “Koninkrijk zichtbaar maken” als opdracht aan de Gemeente.
Geen New Apostolic Reformation.

 

Niet omdat we bang moeten zijn voor gehoorzaamheid, heiliging, goede werken of een vrijmoedig getuigenis. Maar omdat we de Schrift recht willen snijden.

“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.” 2 Timotheüs 2:15 (STV)

 

Wat betekent verborgenheid?

Het Griekse woord achter “verborgenheid” is mystērion. Dat woord betekent in het Nieuwe Testament niet: een raadsel voor ingewijden, of een geheime leer die alleen een geestelijke elite kan begrijpen.

Het betekent: een waarheid die voorheen verborgen was, maar nu door God is bekendgemaakt.

Paulus schrijft:

“Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, gelijk ik met weinige woorden te voren geschreven heb;” Efeze 3:3 (STV)

Dat ene woord openbaring is beslissend. Paulus heeft deze waarheid niet uit zichzelf bedacht. Hij heeft haar niet afgeleid uit menselijke filosofie. Hij heeft haar ook niet opgebouwd vanuit religieuze traditie. Zij is hem bekendgemaakt door openbaring.

Daarom is een verborgenheid in het Nieuwe Testament niet iets wat wij zelf moeten opgraven met geestelijke fantasie. Het is iets wat God Zelf heeft onthuld in Zijn Woord.

De verborgenheid wordt niet bepaald door menselijke ervaring, kerkelijke traditie, moderne profeten, apostolische claims of koninkrijksactivisme, maar door apostolische openbaring.

 

Verborgen in vorige eeuwen, nu bekendgemaakt

Paulus maakt het nog duidelijker in Efeze 3:

“Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest;” Efeze 3:5 (STV)

Let goed op wat hier staat. Paulus zegt niet dat niemand in het Oude Testament iets wist van Gods genade. Dat zou onbijbels zijn. Abraham werd gerechtvaardigd uit geloof. David kende de zaligheid van vergeving. De profeten spraken over de komende Messias, Zijn lijden en Zijn heerlijkheid.

Maar Paulus zegt wel dat deze specifieke waarheid niet in andere eeuwen bekendgemaakt was zoals zij nu is geopenbaard.

Dat is belangrijk. Niet alles wat later duidelijker wordt, was eerder volledig onbekend. Maar bij de verborgenheid van de Gemeente gaat het om meer dan alleen “meer licht” op een oude zaak. Het gaat om een werkelijkheid die in Gods raad verborgen was en nu door de Geest via apostelen en profeten bekendgemaakt is.

Wie dat niet ziet, maakt het Nieuwe Testament plat. Dan wordt Paulus slechts een herhaler van Mozes en de profeten. Maar Paulus is niet alleen uitlegger van bestaande openbaring; hij is ook ontvanger en verkondiger van specifieke nieuwtestamentische openbaring.

En precies daar wordt de strijd scherp. Want waar Paulus spreekt over een hemelse Gemeente, maakt Kingdom Now er een aardse machtsbeweging van. Waar Paulus spreekt over een verborgenheid die nu geopenbaard is, komt de NAR met nieuwe apostolische sleutels, nieuwe profetische strategieën en nieuwe mandaten. Waar Paulus de Gemeente richt op Christus in de hemel, richt dominion-denken haar op invloed op aarde.

Zie hier de bron van de hedendaagse verwarring,

 

De kern: Jood en heiden in één lichaam

Paulus laat ons niet raden naar de inhoud van deze verborgenheid. Hij zegt het zelf:

“Namelijk dat de heidenen zijn medeërfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;” Efeze 3:6 (STV)

Dit is de kern: heidenen zijn in Christus mede-erfgenamen, van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten van de belofte door het Evangelie.

Dat is veel meer dan: ook heidenen kunnen zalig worden. Dat was in het Oude Testament al bekend. Denk aan Rachab, Ruth, Naäman en de belofte aan Abraham dat in zijn Zaad alle volken gezegend zouden worden.

De verborgenheid is dus niet simpelweg dat heidenen gezegend worden. De verborgenheid is dat Jood en heiden in Christus samengevoegd worden tot één lichaam.

Niet twee groepen naast elkaar.

Niet de heidenen als aanhangsel of ingevoegd bij Israël.

Niet Israël dat door de kerk wordt vervangen.

Maar één nieuwe, hemelse werkelijkheid in Christus: de Gemeente als lichaam van de verhoogde Heere.

Daarom schrijft Paulus in Efeze 2:

“Opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;” Efeze 2:15 (STV)

Dat is duidelijke taal: een nieuwe mens.

Niet een opgelapt oud systeem.

Niet een geestelijke annexatie van Israël door de heidenen.

Niet een religieuze coalitie.

Maar: een nieuwe schepping in Christus.

En dat nieuwe lichaam heeft geen opdracht gekregen om het Davidische Koninkrijk alvast op aarde te manifesteren. Het lichaam is verbonden met het Hoofd in de hemel.

Dat verandert alles.

 

De Gemeente is geen Koninkrijksmachine

Veel moderne prediking gebruikt taal die op het eerste gehoor vroom klinkt:

“Wij moeten het Koninkrijk zichtbaar maken.”

“Wij moeten de hemel naar de aarde brengen.”

“Wij zijn geroepen om de cultuur te transformeren.”

“Wij moeten de zeven bergen innemen.”

“Wij moeten als zonen van het Koninkrijk gaan regeren.”

Maar de vraag is niet of die taal energiek klinkt. De vraag is: is zij Bijbels?

De Gemeente is in het Nieuwe Testament niet de machine waarmee Christus Zijn Koninkrijk alvast zichtbaar op aarde vestigt. Zij is Zijn lichaam, verbonden met Hem in Zijn verwerping én in Zijn hemelse verhoging.

Paulus zegt:

“Want onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;” Filippenzen 3:20 (STV)

Dat is géén Kingdom Now-jargon.. Dat is hemelse verwachting.

De Gemeente leeft op aarde, maar haar burgerschap is in de hemel. Zij dient hier, getuigt hier, lijdt hier, wandelt hier, maar haar centrum ligt niet hier. Haar Hoofd is boven. Haar leven is met Christus verborgen in God. Haar hoop is niet dat zij de wereld stap voor stap omvormt tot Koninkrijk, maar dat Christus verschijnt.

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” Kolossenzen 3:4 (STV)

Let op de volgorde. Eerst Christus geopenbaard. Dan de Zijnen met Hem geopenbaard in heerlijkheid.

Niet: de Gemeente openbaart eerst het Koninkrijk, zodat Christus kan terugkomen op een door ons klaargemaakt toneel.

Dat is de geestelijke kortsluiting van Kingdom Now-denken.

 

Geen vervanging van Israël

Zodra men zegt dat de Gemeente een verborgenheid is, denkt men soms dat Israël daardoor onbelangrijk wordt. Aan de andere kant zeggen sommigen: omdat gelovigen uit de heidenen nu delen in geestelijke zegeningen, is Israël als volk klaar, afgeschreven, vervangen.

Beide gedachten doen geen recht aan Paulus’ boodschap.

In Romeinen 11 waarschuwt Paulus juist tegen hoogmoed van heidenchristenen tegenover Israël:

“Zo roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt, gij draagt den wortel niet, maar de wortel u.” Romeinen 11:18 (STV)

En even verder:

“Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij, opdat gij niet wijs zijt bij uzelven, dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.” Romeinen 11:25 (STV)

Ook hier gebruikt Paulus het woord verborgenheid. En opnieuw gaat het om een waarheid die God bekendmaakt. Israël is niet definitief verworpen. De verharding is voor een deel. En zij duurt totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.

Daarom vervolgt Paulus:

“En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.” Romeinen 11:26 (STV)

Wie de Gemeente gebruikt om Israël weg te verklaren, gaat tegen Paulus in. En wie Israël zo centraal stelt dat de verborgenheid van de Gemeente verdwijnt, doet eveneens tekort aan Paulus.

De Bijbel vraagt geen vermenging, maar onderscheid.

Israël heeft beloften, verbonden en een toekomst in Gods plan.

De Gemeente heeft een hemelse roeping, positie en toekomst in Christus.

Beide lijnen komen niet voort uit menselijke schema’s, maar uit de Schrift die zorgvuldig onderscheiden en recht gesneden moet worden.

Hier ontspoort Kingdom Now-theologie. Zij neemt Koninkrijksbeloften, verplaatst die naar de Gemeente, maakt ze tot een opdracht voor nu, en bouwt daar vervolgens een activistische overwinningsleer op.

Maar het Koninkrijk van Christus wordt niet zichtbaar gemaakt door een ‘apostolisch netwerk’, een ‘culturele strategie’ of een beweging die meent de aarde terug te moeten claimen. Het Koninkrijk wordt dan pas openbaar wanneer de Koning verschijnt.

 

Christus en de Gemeente

In Efeze 5 spreekt Paulus opnieuw over een verborgenheid. Hij behandelt daar het huwelijk en citeert Genesis:

“Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot één vlees wezen.” Efeze 5:31 (STV)

Daarna zegt hij:

“Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente.” Efeze 5:32 (STV)

Dat is een indrukwekkend moment. Paulus kijkt naar het huwelijk en zegt: dit wijst naar Christus en de Gemeente.

De Gemeente is dus niet zomaar een verzameling mensen met dezelfde overtuiging. Zij is geen vereniging, geen kerkelijke structuur, geen denominatie, geen religieus instituut dat zijn bestaansrecht ontleent aan geschiedenis of organisatie.

Zij is verbonden met Christus Zelf.

Hij is het Hoofd.

Zij is Zijn lichaam.

Daarom schrijft Paulus elders:

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” Efeze 1:22-23 (STV)

Dát is de essentie van de verborgenheid. De verworpen Christus is verhoogd aan Gods rechterhand. En in deze tijd wordt een volk geroepen dat met Hem verbonden is als Zijn lichaam.

Geen aardse politiek.

Geen Koninkrijk in zichtbare heerlijkheid.

Geen christelijke beschaving als einddoel.

Geen apostolische bestuurslaag die de kerk moet aansturen naar werelddominantie.

Maar een hemels lichaam verbonden met een hemels Hoofd.

 

Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid

Ook Kolossenzen spreekt over deze verborgenheid:

“Namelijk de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen;” Kolossenzen 1:26 (STV)

En dan komt de inhoud:

“Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid;” Kolossenzen 1:27 (STV)

Hier zien we de verborgenheid van binnenuit. Christus is niet alleen de beloofde Messias voor Israël. Hij is niet alleen de toekomstige Koning Die zal regeren. Hij is ook nu de levende, verhoogde Heere onder Zijn heiligen.

“Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid.”

Dat is geen armoede. Dat is niet voorlopig in de zin van tweederangs. Dat is rijkdom der heerlijkheid.

De gelovige leeft niet vanuit aardse status, tempel, priesterschap, ritueel of nationale voorrechten. Hij leeft vanuit Christus. Christus is zijn leven, zijn gerechtigheid, zijn positie, zijn hoop en zijn toekomst.

Paulus zegt het zo:

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” Kolossenzen 3:3 (STV)

Dat is de hemelse positie van de gelovige. Zijn leven is niet geworteld in deze wereld, maar in Christus.

En daarom is het zo gevaarlijk wanneer moderne bewegingen de gelovige gaan leren dat hij pas werkelijk geestelijk volwassen is wanneer hij leert heersen, decreteren, gebieden, gebieden innemen, structuren transformeren en de hemel op aarde manifesteren.

De Bijbelse lijn is radicaal anders.

Sterven met Christus.

Leven uit Christus.

Wandelen door de Geest.

Getuigen van Christus.

Lijden om Christus.

Wachten op Christus.

 

De verborgenheden van het Koninkrijk

Niet alleen Paulus gebruikt het woord. De Heere Jezus spreekt in Mattheüs 13 over de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen:

“En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven.” Mattheüs 13:11 (STV)

Mattheüs 13 komt niet zomaar uit de lucht vallen. In Mattheüs 12 is de verwerping van de Koning scherp zichtbaar geworden. De leiders van Israël schrijven het werk van de Geest toe aan Beëlzebul. Daarna begint de Heere Jezus in gelijkenissen te spreken.

Dat is veelzeggend.

Het Koninkrijk wordt niet onmiddellijk openbaar opgericht in heerlijkheid. De Koning is verworpen. Er komt een tussentijd waarin het Koninkrijk een verborgen gestalte heeft. Het Woord wordt gezaaid. Er komt vrucht, maar ook tegenstand. Er is tarwe, maar ook onkruid. Er is uiterlijke groei, maar ook vermenging.

De gelijkenissen van Mattheüs 13 leren dus niet simpelweg: alles wordt steeds beter totdat de hele wereld christelijk is. Ze laten juist zien dat er in deze periode een gemengde toestand is tot aan de voleinding.

Dat is apologetisch van belang.

Want veel christelijk optimisme heeft zich niet laten corrigeren door Mattheüs 13. Men verwacht een geleidelijk gekerstende wereld, maar de Heer Zelf spreekt over onkruid tussen de tarwe, boze werking, schijn en uiteindelijke scheiding.

Dat maakt de verborgenheden van het Koninkrijk geen vaag begrip, maar een sleutel tot het verstaan van deze tijd.

De Koning is niet afwezig omdat Zijn macht ontbreekt. Hij is verborgen voor de wereld omdat Gods plan in deze bedeling anders werkt dan menselijke triomfverwachting wil. Christus bouwt Zijn Gemeente. Het Evangelie gaat uit. De Geest woont in de gelovigen. Maar de openbare Koninkrijksheerlijkheid wacht op de verschijning van de Koning.

Daarom is “Koninkrijk zichtbaar maken” als programma zo misleidend. Het klinkt vroom, maar het trekt naar voren wat God verbonden heeft aan Christus’ verschijning.

 

De verborgenheid van de opname

Een andere verborgenheid vinden we in 1 Korinthe 15:

“Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden;” 1 Korinthe 15:51 (STV)

Paulus spreekt hier over de toekomstige verandering van de gelovigen. Niet alle gelovigen zullen sterven. Er zullen gelovigen zijn die levend veranderd worden.

Hij vervolgt:

“In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.” 1 Korinthe 15:52 (STV)

Ook hier is verborgenheid géén speculatie. Paulus zegt: “ik zeg u”. Het is onderwijs van de apostel.. De toekomst van de gelovige rust niet op menselijke hoop, maar op Gods geopenbaarde waarheid.

De Gemeente eindigt niet in institutionele triomf op aarde, maar in vereniging met de Heer.   De doden worden opgewekt. De levenden worden veranderd. Het verderfelijke doet onverderfelijkheid aan. Het sterfelijke doet onsterfelijkheid aan.

Dat is geen bijzaak. Het hoort bij de hemelse roeping van de Gemeente.

En opnieuw staat dit haaks op Kingdom Now. De grote hoop van de Gemeente is niet dat zij door invloed, strategie en geestelijke doorbraak de aarde onder controle krijgt. Haar hoop is de Heere Zelf.

“Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus;” Titus 2:13 (STV)

De zalige hoop is geen succesvolle cultuurovername.

De zalige hoop is Christus.

 

Waarom dit belangrijk is

Wie de verborgenheid niet verstaat, drijft af.

Dan wordt de Gemeente terug onder Israël geplaatst, alsof zij slechts een voortzetting van Israël is.

Of Israël wordt vervangen door de Gemeente, alsof Gods beloften aan het volk Israël geestelijk zijn opgelost.

Of het Koninkrijk wordt vereenzelvigd met kerkelijke invloed in de wereld.

Of de christen wordt teruggebracht naar de Sinaï, terwijl Paulus zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)

De verborgenheid bewaart ons dus voor verwarring. Zij dwingt ons om te onderscheiden tussen Wet en Genade, Israël en Gemeente, aardse beloften en hemelse roeping, Koninkrijk in verborgen gestalte en Koninkrijk in openbare heerlijkheid.

Dat is geen koude schema-theologie. Dat is eerbiedig luisteren naar de Schrift.

Niet uiteenrukken wat bij elkaar hoort. Maar ook niet samenpersen wat God onderscheidt.

En dit raakt direct de New Apostolic Reformation. Want de NAR leeft juist van het samenpersen van lijnen die de Schrift onderscheidt. Koninkrijksbeloften worden overgezet naar de kerk. Apostolisch fundament wordt omgebouwd tot een doorlopend hedendaags apostelambt. Profetische openbaring krijgt praktisch gezag naast of boven de Schrift. Heiliging wordt vervangen door activatie. Verwachting wordt vervangen door mandaat.

Daar moet een Bijbelvaste correctie tegenover staan.

Geen “Koninkrijk zichtbaar maken”

De uitdrukking klinkt vroom. En het moet gezegd: soms bedoelen mensen er alleen mee dat christenen zichtbaar moeten leven tot eer van God. Als dát bedoeld wordt, is er op zichzelf niets mis met gehoorzaamheid, goede werken, liefde, trouw, barmhartigheid en heiliging. Een christen hoort zichtbaar anders te leven.

De Heere Jezus zegt:

“Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.” Mattheüs 5:16 (STV)

Maar goede werken zijn niet hetzelfde als het Koninkrijk zichtbaar maken in de zin van aardse heerschappij, cultuurtransformatie of geestelijke gebiedsclaim.

Dáár zit de angel.

Een gelovige moet Christus zichtbaar belijden. Ja.

Een gelovige zou wandelen als kind des lichts. Ja.

Een gelovige zou vrucht dragen. Ja.

Een gemeente zou het Woord bewaren en het Evangelie verkondigen. Ja.

Maar nergens krijgt de Gemeente de opdracht om het Messiaanse Koninkrijk alvast zichtbaar te maken alsof zij de voorhoede is van een wereldwijde christelijke machtsorde.

Het Koninkrijk wordt openbaar wanneer de Koning openbaar wordt.

Tot die tijd is de Gemeente getuige, vreemdeling en bijwoner, pelgrim, lichaam van Christus, tempel van de Heilige Geest in verwachting.

Petrus schrijft:

“Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel;” 1 Petrus 2:11 (STV)

Dat is de toon van het Nieuwe Testament. Geen triomfalistische veroveringstaal, maar pelgrimstaal. Geen dominion-programma, maar heiliging en getuigenis.

 

Geen Kingdom Now

Kingdom Now leert in verschillende bewoordingen dat de kerk geroepen is om het Koninkrijk van God nu zichtbaar op aarde te vestigen, uit te breiden of te manifesteren, vaak vóór de lichamelijke wederkomst van Christus. Soms gebeurt dat subtiel. Soms openlijk. Soms met zachte taal over invloed en herstel. Soms met harde taal over heerschappij, gebieden, decreten en mandaten.

Maar het probleem blijft hetzelfde: de Bijbelse tijdlijn wordt verbogen.

De Schrift leert dat Christus nu verhoogd is en dat alle dingen Hem onderworpen zijn in Gods raad. Maar zij leert ook dat wij nu nog niet zien dat alle dingen Hem onderworpen zijn.

“Alle dingen hebt Gij onder Zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij Hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat Hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn;” Hebreeën 2:8 (STV)

Dat vers is killing voor goedkoop triomfalisme.

Christus heeft alle macht.

Maar de openbare onderwerping van alle dingen is nog niet zichtbaar in deze wereld.

Wat zien wij nu?

“Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods…” Hebreeën 2:9 (STV)

Wij zien nog niet alles aan Hem onderworpen. Maar wij zien Jezus.

Dat is de positie van de Gemeente. Niet: wij zien de wereld al onder onze voeten. Maar: wij zien Jezus.

Kingdom Now verschuift de blik van de verhoogde Christus naar een opdracht aan de mens. Het klinkt krachtig, maar het legt een last op de Gemeente die de apostelen niet opleggen.

 

Geen New Apostolic Reformation

De New Apostolic Reformation draait in de kern om precies dezelfde verschuiving: moderne apostelen, moderne profeten, nieuwe mandaten, invloedssferen, herstel van apostolisch bestuur, koninkrijksdoorbraken en het idee dat de kerk de wereld moet transformeren om ‘het Koninkrijk gestalte te geven.’

Maar in het Nieuwe Testament wordt de Gemeente niet gebouwd op een doorgaande reeks moderne apostelen met nieuw gezag. Zij is gebouwd op het fundament dat gelegd is.

“Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;” Efeze 2:20 (STV)

Een fundament leg je niet telkens opnieuw.

De apostelen en profeten van Efeze 2:20 horen bij het fundament van de Gemeente. Zij zijn niet een eindeloos herhaalbaar bestuursmodel voor latere eeuwen. De apostolische openbaring is gegeven, vastgelegd en bewaard in de Schrift.

Daarom is de NAR niet zomaar een overenthousiaste stroming met een andere stijl van aanbidding. Zij raakt aan het fundament. Zij suggereert dat de Gemeente nu opnieuw apostolisch bestuur en profetische richting nodig heeft om haar bestemming te bereiken. Daarmee wordt de genoegzaamheid van Christus, de Schrift en het apostolische fundament praktisch ondergraven.

De vraag is niet of alle mensen in die beweging onoprecht zijn.

De vraag is of het systeem Bijbels is.

En dat is het niet.

Want de Gemeente is niet geroepen om onder nieuwe apostelen de zeven bergen te veroveren. Zij is geroepen om te blijven in de leer der apostelen.

“En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.” Handelingen 2:42 (STV)

Niet: zij wachtten op een latere apostolische reformatie die de kerk eindelijk haar ware mandaat zou geven.

Zij volhardden in de leer der apostelen.

 

Geen fundament bovenop het fundament wat er al was

De NAR-taal over “herstel van apostelen” klinkt vaak alsof er iets ontbreekt aan de Gemeente zolang moderne apostelen niet erkend worden. Maar dat botst met het beeld van het fundament.

Een huis heeft een fundament. Dat fundament wordt gelegd. Daarna wordt erop gebouwd.

Paulus schrijft:

“Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe.” 1 Korinthe 3:10 (STV)

Het fundament wordt niet elke generatie opnieuw gelegd door nieuwe apostolische claims. Wie dat wel doet, bouwt niet veilig verder, maar begint te rommelen aan de dragende grond.

En waar het fundament verschuift, verschuift alles.

Dan komt er ruimte voor profetieën die praktisch evenveel gewicht krijgen als de Schrift.

Dan komt er ruimte voor geestelijke autoriteitsstructuren die niet uit het Nieuwe Testament voortkomen.

Dan komt er ruimte voor gehoorzaamheid aan “apostolische visie” in plaats van toetsing aan het Woord.

Dan komt er ruimte voor een koninkrijksagenda die de Gemeente richting aardse invloed duwt.

Daarom moet dit helder gezegd worden: de verborgenheid van Christus en de Gemeente is niet de voedingsbodem voor NAR-denken. Zij is juist het Bijbelse tegengif ertegen.

 

Geen veroveringsmandaat, maar getuigenis

De Heere Jezus gaf Zijn discipelen geen opdracht om machtscentra over te nemen. Hij gaf hun de opdracht om getuigen te zijn.

“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.” Handelingen 1:8 (STV)

Getuigenis is geen dominion.

Een getuige wijst naar Christus. Een getuige verkondigt wat God gedaan heeft. Een getuige kan verworpen worden. Een getuige kan lijden. Een getuige kan sterven. Het Griekse woord voor getuige hangt zelfs samen met het woord martelaar.

Dat is de nieuwtestamentische lijn.

Niet de Gemeente als machtsblok.

Niet de apostel als geestelijke CEO.

Niet profetische strategie als routekaart naar wereldtransformatie.

Maar getuigen van Christus in de kracht van de Heilige Geest.

En juist dat is vruchtbaar. Want Gods kracht werkt niet volgens de logica van aardse heerschappij. Het kruis zelf is daar het grote bewijs van.

“Maar wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid;” 1 Korinthe 1:23 (STV)

NAR en Kingdom Now hebben moeite met deze kruisboodschap. Ze willen overwinningstaal, doorbraaktaal, heerschappijtaal, invloedstaal.

Maar Paulus zet in het centrum: Christus, de Gekruisigde.

Natuurlijk is Christus opgestaan. Natuurlijk is Hij verhoogd. Natuurlijk heeft Hij alle macht. Maar de Gemeente leeft in deze wereld nog in de gestalte van getuigenis, lijden, volharding en verwachting.

 

De verborgenheid en het Evangelie

De verborgenheid staat niet los van het Evangelie. Zij is niet een extra laag boven op het Evangelie, alsof het kruis slechts het begin is en de echte kennis later komt.

Nee, de verborgenheid is geworteld in Christus’ dood, opstanding en verhoging.

Door het kruis is de middelmuur des afscheidsels gebroken.

Paulus schrijft:

“Want Hij is onze vrede, Die deze beiden één gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende,” Efeze 2:14 (STV)

En:

“En opdat Hij die beiden met God in één lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende.” Efeze 2:16 (STV)

Daar staat het: door het kruis.

De verborgenheid van het ene lichaam is niet los verkrijgbaar van Golgotha. Zij is geen theologische decoratie. Zij is vrucht van het volbrachte werk van Christus.

Daarom is het zo ernstig wanneer men de Gemeente maakt tot een aardse machtsfactor, een morele verbeterclub of een religieus verlengstuk van Israël. Dan verlaagt men wat God in Christus heeft geopenbaard.

De Gemeente is gekocht door dierbaar bloed, gevormd door de Geest, verbonden met het Hoofd in de hemel, en bestemd voor heerlijkheid.

 

Geen vrijbrief

Het woord verborgenheid wordt soms misbruikt. Men zegt dan: “Dit is een verborgenheid”, en vervolgens wordt elke controleerbare uitleg losgelaten. Dan mag de tekst ineens alles betekenen wat men geestelijk voelt.

Maar dat is precies het tegenovergestelde van hoe het Nieuwe Testament het woord gebruikt.

Een verborgenheid is niet een open deur naar willekeur. Zij is geopenbaarde waarheid. En geopenbaarde waarheid staat vast in de Schrift.

Daarom moeten wij oppassen voor twee gevaren.

Aan de ene kant rationalisme: alleen willen aanvaarden wat men binnen bestaande systemen kan plaatsen.

Aan de andere kant geestelijke fantasie: onder het mom van verborgenheid dingen leren die de apostelen niet geleerd hebben.

Paulus’ verborgenheid is geen speeltuin voor religieuze creativiteit. Zij is leerstellige openbaring met apostolisch gezag.

En dat betekent: geen moderne apostelen die nieuwe bouwtekeningen aandragen.

Geen profeten die de koers van de Gemeente bepalen buiten de Schrift om.

Geen “koninkrijksstrategieën” die de apostolische leer overschrijven.

Geen taal over doorbraak en bestemming die de eenvoudige roeping van de Gemeente opzij duwt.

 

Geen geheime kennis voor ingewijden

Er is nog een gevaar. Het woord verborgenheid kan ook gebruikt worden om een soort hogere klasse van christenen te creëren. Alsof gewone gelovigen slechts de basis hebben, maar een select gezelschap toegang heeft tot de “diepere geheimen”.

Ook dat past niet bij Paulus.

Paulus verkondigt de verborgenheid juist aan de heiligen. Hij bidt dat gelovigen inzicht zullen krijgen. Hij wil niet dat deze waarheid verborgen blijft achter een priesterlijke, academische of apostolische muur.

Aan de Kolossenzen schrijft hij:

“Opdat hun harten vertroost mogen worden, en zij samengevoegd zijn in de liefde, en dat tot allen rijkdom der volle verzekerdheid des verstands, tot kennis der verborgenheid van God en den Vader, en van Christus;” Kolossenzen 2:2 (STV)

De kennis van de verborgenheid is dus niet bedoeld om hoogmoed te kweken, maar om harten te vertroosten en gelovigen te bevestigen in Christus.

Waar de verborgenheid goed verstaan wordt, wordt Christus groter. Niet de uitlegger. Niet het systeem. Niet de beweging. Niet de apostel. Niet de profeet. Christus.

 

De verborgenheid en nederigheid

Paulus verbindt deze openbaring niet met hoogmoed, maar met verwondering. Hij noemt zichzelf:

“Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus,” Efeze 3:8 (STV)

Daarmee zet hij de toon.

Wie de verborgenheid verstaat, gaat niet pronken met inzicht. Hij buigt. Want deze waarheid is niet door menselijke scherpzinnigheid ontdekt. Zij is gegeven.

Paulus noemt het Genade.

En dat is precies de sfeer van deze hele bedeling: Genade. God eist niet eerst gerechtigheid onder de Wet om daarna te zegenen. Hij geeft gerechtigheid in Christus. Hij rechtvaardigt de goddeloze die gelooft. Hij bouwt Zijn Gemeente uit mensen die van nature niets kunnen inbrengen.

Daarom schrijft hij:

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;” Efeze 2:8 (STV)

En meteen daarna:

“Niet uit de werken, opdat niemand roeme.” Efeze 2:9 (STV)

 

De verborgenheid past volmaakt bij Genade. Alles is uit God. Alles is in Christus. Alles is door openbaring. Alles sluit menselijke roem uit.

Dat is ook waarom de overwinningsretoriek van veel Kingdom Now-denken geestelijk zo wringt. Zij praat veel over Christus, maar zet ongemerkt de mens weer in het midden: onze decreten, onze autoriteit, onze invloed, onze apostelen, onze strategie, onze generatie die het eindelijk gaat doen.

Paulus spreekt anders.

Genade sluit roem uit.

Ook christelijke roem.

Ook charismatische roem.

Ook apostolische roem.

 

De apologetische spits

Waarom moet dit verdedigd worden?

Omdat de verwarring op dit punt enorme gevolgen heeft.

Wanneer men de verborgenheid wegdrukt, wordt de Gemeente vaak teruggetrokken in het kader van de Wet. Dan wordt Mozes alsnog de leefregel in plaats van Christus. Dan wordt genade vermengd met Sinaï. Dan ontstaat het bekende religieuze mengsel: behouden door genade, maar geheiligd door wet.

Wanneer men Israël vervangt door de kerk, worden Gods verbonden geestelijk omgebogen. Dan wordt de trouw van God aan Israël afhankelijk gemaakt van kerkelijke uitleg. Maar als Gods beloften aan Israël niet betrouwbaar zijn in hun eigen betekenis, waarom zouden Zijn beloften aan de Gemeente dan wel betrouwbaar zijn?

Wanneer men het Koninkrijk nu al als zichtbare christelijke heerschappij op aarde wil vestigen, krijgt men triomfdenken. Dan moet de wereld worden veroverd, gecorrigeerd, gedomineerd of gekerstend. Maar de apostelen bereiden de Gemeente niet voor op aardse heerschappij vóór Christus’ verschijning. Zij roepen haar tot volharding, heiliging, verwachting en getuigenis.

De verborgenheid bewaart ons dus bij de eenvoud van Gods plan.

Christus is verworpen door de wereld, verhoogd in de hemel, en vergadert nu Zijn Gemeente. Straks zal Hij komen. Dan zal wat nu verborgen is in positie, openbaar worden in heerlijkheid.

Paulus schrijft:

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” Kolossenzen 3:4 (STV)

Dat is de toekomst van de Gemeente. Niet zelfverheerlijking nu, maar openbaring met Hem straks.

 

Leven vanuit de verborgenheid

Geen kil verhaal.  Het raakt ons leven als gelovigen.

Als Christus het Hoofd is, hoeft de Gemeente niet te leven vanuit menselijke druk of verwachting.

Als de gelovige in Christus volmaakt gesteld is, hoeft hij niet terug naar een wettische ladder.

Als de Gemeente hemels geroepen is, hoeft zij niet te aarden in wereldgelijkvormige macht.

Als Israël niet vervangen is, hoeven wij Gods trouw niet te verdraaien.

Als de Koning komt, hoeven wij het Koninkrijk niet kunstmatig te bouwen met menselijke middelen.

Als Christus onder ons is, hebben wij geen tweede zegen, aparte geestelijke klasse of moderne apostolische elite nodig om compleet te zijn.

Paulus zegt:

“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;” Kolossenzen 2:10 (STV)

Dat is genoeg.

Niet karig genoeg. Overvloedig genoeg.

De gelovige is niet arm omdat hij niet onder de Wet staat. Hij is rijk omdat hij in Christus is.

De Gemeente is niet zwak omdat zij geen aardse troon bezit. Zij is gezegend omdat zij verbonden is met het Hoofd in de hemel.

 

Dáárom geen Kingdom Now

Als de Gemeente een verborgenheid is, verbonden met de verhoogde Christus in de hemel, dan is haar opdracht niet om het Koninkrijk nu zichtbaar te vestigen als machtsstructuur op aarde.

De Gemeente is niet geroepen om de wereld over te nemen, maar om Christus te belijden, het Evangelie te verkondigen, te volharden, heilig te leven en de Heer te verwachten.

De apostolische vermaningen zijn opvallend nuchter. Paulus zegt niet tegen de gelovigen dat zij steden moeten claimen, cultuurbergen moeten innemen of de aarde onder apostolisch bestuur moeten brengen. Hij schrijft over wandelen waardig de roeping, de oude mens afleggen, de nieuwe mens aandoen, elkaar vergeven, de waarheid spreken, de wapenrusting Gods aandoen, bidden, volharden en uitzien.

“Wandelt waardiglijk der roeping, met welke gij geroepen zijt;” Efeze 4:1 (STV)

Dat is geen passiviteit. Dat is gehoorzaamheid.

Maar het is gehoorzaamheid binnen de roeping die God werkelijk gegeven heeft, niet binnen een verzonnen koninkrijksmandaat.

 

Dáárom geen “Koninkrijk zichtbaar maken”

De formulering klinkt aantrekkelijk, maar zij is vaak veel te geladen. Zij lijkt nederig, maar smokkelt soms een heel leerstellig pakket mee. Want wie moet dat Koninkrijk zichtbaar maken? Met welke middelen? Onder welk gezag? In welke fase van Gods heilsplan? En wat betekent “zichtbaar” dan precies?

Als bedoeld wordt dat christenen goede werken moeten doen, liefde moeten tonen, rechtvaardig moeten wandelen en Christus moeten belijden, dan hebben wij genoeg Bijbelse taal om dat te zeggen.

Noem het gehoorzaamheid.

Noem het vrucht van de Geest.

Noem het goede werken.

Noem het wandelen in het licht.

Noem het getuigenis.

Maar noem het niet achteloos “het Koninkrijk zichtbaar maken” wanneer daarmee de indruk wordt gewekt dat de Gemeente geroepen is om de openbare Koninkrijksheerlijkheid nu al op aarde te realiseren.

Die heerlijkheid is verbonden aan de verschijning van de Koning.

“En de Heere zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de Heere één zijn, en Zijn Naam één.” Zacharia 14:9 (STV)

Dat is geen project van de Gemeente vóór Christus’ komst. Dat is de openbaring van de Koning Zelf.

 

Dáárom geen New Apostolic Reformation

De NAR past niet bij de verborgenheid van Christus en de Gemeente, omdat zij de Gemeente van haar apostolische eenvoud lossloopt.

Zij maakt van de kerk een koninkrijksbeweging.

Zij maakt van dienstbaarheid een heerschappij taal.

Zij maakt van apostolisch fundament een modern bestuursmodel.

Zij maakt van profetie vaak richtinggevende openbaring naast de Schrift.

Zij maakt van verwachting een transformatieprogramma.

Maar de Gemeente heeft geen nieuwe apostelen nodig om haar bestemming te bereiken. Zij heeft het Woord nodig. Zij heeft de bediening van de Geest nodig. Zij heeft herders en leraars nodig die haar bewaren bij Christus. Zij heeft geen geestelijke generaals nodig, maar trouwe dienstknechten.

Paulus waarschuwt:

“Doch ik vrees, dat enigszins, gelijk de slang Eva door haar arglistigheid bedrogen heeft, alzo uw zinnen bedorven worden, om af te wijken van de eenvoudigheid, die in Christus is.” 2 Korinthe 11:3 (STV)

Dat is het punt.

De verborgenheid brengt ons niet in een ingewikkeld systeem van apostolische rangen, profetische sleutels, geestelijke territoria en koninkrijksmandaten. Zij brengt ons bij de eenvoudigheid die in Christus is.

 

Verborgen geweest, nu geopenbaard

De verborgenheid in het Nieuwe Testament is geen vage term voor alles wat wij niet begrijpen. Zij is ook geen mystieke binnenleer voor geestelijke specialisten.

Zij is Gods bekendgemaakte waarheid over Christus, de Gemeente, de tegenwoordige bedeling, de tijdelijke verharding van Israël, de verborgen gestalte van het Koninkrijk en de toekomstige verandering van de gelovigen.

Vooral in Paulus’ brieven schittert deze kern: Jood en heiden worden in Christus tot één lichaam gemaakt. Dat lichaam is de Gemeente. Haar Hoofd is in de hemel. Haar leven is in Christus. Haar roeping is hemels. Haar toekomst is heerlijkheid met Hem.

Dat bewaart voor vervangingstheologie.

Dat bewaart voor wetticisme.

Dat bewaart voor triomfalistische koninkrijksverwarring.

Dat bewaart voor geestelijke elitevorming.

Dat bewaart voor moderne apostolische overheersing.

En bovenal: het verhoogt Christus.

Want de verborgenheid is uiteindelijk niet een leerstuk dat los naast Hem staat. Zij is vol van Hem.

Christus onder u.

Christus het Hoofd.

Christus de Hoop der heerlijkheid.

Christus, in Wie God Zijn raad bekendmaakt.

Wat verborgen was, is nu geopenbaard. En wat nu nog verborgen is in positie, zal straks openbaar worden in heerlijkheid.

Daarom belijdt de Gemeente Christus.

Daarom bewaart zij het Evangelie.

Daarom verwacht zij haar Heere.

En daarom zegt zij nee tegen elke leer die haar hemelse roeping verruilt voor een aardse machtsdroom.

Geen Kingdom Now.

Geen “Koninkrijk zichtbaar maken” als programma.

Geen New Apostolic Reformation.

Wel Christus.

Wel Zijn Woord.

Wel de apostolische leer.

Wel genade.

Wel verwachting.

Wel de zalige hoop:

“Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastelijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!” Openbaring 22:20 (STV)

Zie ook:

verborgenheid – Bijbelse basis

Extern:

Bijbelstudie lezing: Verborgenheid. (Rom.16)

https://christelijknieuws.nl/2026/05/11/wim-grandia-zorg-over-de-invloed-van-de-new-apostolic-reformation-in-kerken-en-gemeenten/

 

 

 

Geverifieerd door MonsterInsights