De kerk groeit! Maar is gemeentegroei ook geestelijke groei?

Is er misschien sprake van een “stofzuigerkerk?”

“Wij groeien tegen de landelijke trend in.”

Het werd niet zonder enige trots verteld. Terwijl overal kerken leeglopen, groeit onze gemeente ….

Dat klinkt indrukwekkend.

Maar wacht even.

Wie zijn die nieuwe mensen eigenlijk?

Zijn het mensen die het Evangelie hoorden, tot geloof in de Here Jezus Christus kwamen en vanuit de duisternis tot het licht werden gebracht?

Zijn het mensen die jarenlang niets meer met kerk of geloof hadden en door het Evangelie opnieuw werden bereikt?

Of zijn het voor een substantieel deel mensen die tot voor kort nog ergens anders op zondagmorgen in een kerkbank zaten?

Want in dat laatste geval hebben we een probleem met het woord groei.

Een volle zaal is nog geen bewijs van geestelijke groei
Stofzuigerkerk: Een volle zaal is nog geen bewijs van geestelijke groei

Van de ene kerkbank naar de andere

Wanneer honderd gelovigen gemeente A verlaten en vervolgens gemeente B bezoeken, heeft gemeente B honderd bezoekers gewonnen.

Maar het Koninkrijk van God heeft er daarmee niet honderd nieuwe gelovigen bij gekregen.

Er zijn voornamelijk honderd mensen verhuisd.

Dat onderscheid is belangrijk, juist in een tijd waarin groeiende, eigentijdse evangelische en charismatische gemeenten veel aantrekkingskracht kunnen uitoefenen. Rond Mozaiek is daarvoor zelfs het weinig subtiele begrip “stofzuigerkerk” gebruikt. Religiewetenschapper Miranda Klaver besprak die vraag destijds in 2019 bij EO Live. Daarbij wees zij er overigens terecht op dat de redenen waarom mensen van kerk veranderen uiteenlopen en dat het verschijnsel niet zomaar tot “concurrentie” kan worden gereduceerd.

Het beeld van die stofzuiger blijft niettemin hangen.

Een gemeente wordt groter en groter, terwijl andere gemeenten in de omgeving mensen zien vertrekken.

En vervolgens zegt de groeiende gemeente:

“Kijk eens hoe wij groeien!”

Oké…. Waar komt die groei vandaan?

 

Kerkelijke stoelendans is geen evangelisatie

Dat klinkt misschien scherp, maar we moeten ophouden met kerkelijke verschuivingen vanzelsprekend als vrucht te presenteren.

De Schrift kent namelijk echte gemeentegroei:

“En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden.” (STV)

Handelingen 2:47.

Let op wat er staat.

Niet:

de Heere deed dagelijks mensen tot de Gemeente die een andere gemeente aantrekkelijker vonden.

Niet:

die de muziek elders niet meer aansprekend vonden.

Niet:

die voor een professionelere dienst kozen.

Niet:

die achter een populaire spreker aangingen.

Er staat:

“die zalig werden.”

Dát is groei waarover we ons zonder reserve mogen verheugen.

 

“Wij groeien” zegt op zich niet zoveel

Het wordt tricky  wanneer numerieke groei wordt gebruikt als bewijs dat een bepaalde gemeentelijke koers juist moet zijn.

De redenering wordt dan ongeveer:

We hebben onze koers veranderd. Er komen steeds meer mensen. Dus kennelijk zegent God onze koers.

Maar waar staat die maatstaf in de Bijbel?

Nergens.

Populariteit bewijst geen waarheid.

Een volle zaal bewijst geen zuivere leer.

Een groeiend aantal bezoekers bewijst geen geestelijke gezondheid.

Een succesvolle formule bewijst al helemaal niet dat God Zijn goedkeuring aan die formule heeft gegeven.

De Bijbelse vraag is niet in de eerste plaats:

Werkt het?

Maar:

Is het waar?

 

Groei kan zelfs een breekijzer worden

En hier wordt het echt ongemakkelijk.

Want gemeentegroei kan intern als argument worden gebruikt om kritiek op een veranderende koers te neutraliseren.

Iemand vraagt bijvoorbeeld of bepaalde charismatische invloeden wel Bijbels zijn.

“Maar kijk eens hoeveel nieuwe mensen er komen!”

Iemand maakt zich zorgen over de prediking.

“Maar de gemeente groeit!”

Iemand vraagt waarom allerlei nieuwe praktijken worden ingevoerd.

“We bereiken er zoveel mensen mee!”

Iemand wil gewoon weten waar het allemaal in de Schrift staat.

En opnieuw verschijnt het wonderargument:

“Kijk naar de groei.”

Daarmee is alleen nog geen enkele Bijbelse vraag beantwoord.

Het is feitelijk een verandering van maatstaf. Niet langer staat de waarheid van Gods Woord centraal, maar het zichtbare, tastbare resultaat van de gekozen methode.

 

Sinds wanneer bepaalt succes wat waarheid is?

Dat is misschien wel de pijnlijkste vraag.

Wanneer een commerciële onderneming meer klanten krijgt, is groei een uitstekende maatstaf voor commercieel succes.

Maar de Gemeente van Jezus Christus is géén onderneming.

Voorgangers zijn geen ondernemers.

Gemeenteleden zijn geen klanten.

De samenkomst is geen product.

En het Evangelie is geen concept dat met voldoende muziek, licht, branding, sociale media, aansprekende sprekers en een uitgekiende bezoekerservaring succesvol in de markt moet worden gezet.

Paulus schrijft:

“Predik het Woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.” (STV)

2 Timotheüs 4:2.

Dat is opmerkelijk.

Paulus zegt niet tegen Timotheüs dat hij vooral moet ondrzoeken welke aanpak de grootste toestroom veroorzaakt.

Predik het Woord.

Ook wanneer dat Woord niet populair is.

 

Maar er komen toch mensen tot levend geloof?

Dat zou geweldig goed nieuws zijn  En wanneer iemand door het Evangelie tot levend geloof in de Here Jezus Christus komt, is dat reden tot grote vreugde en dankbaarheid.

Daar moeten we eerlijk in zijn.

Een recent verslag van de Protestantse Kerk over Mozaiek erkent aan de ene kant dat veel mensen aanhaken die al christen waren, maar vermeldt aan de andere kant dat uit doopgetuigenissen eveneens blijkt dat mensen met andere achtergronden tot geloof komen. Het verslag waarschuwt daarom terecht ook tegen een al te simpele voorstelling van zaken.

Dat maakt het onderscheid alleen maar belangrijker.

Noem bekering bekering.

Noem terugkeer terugkeer.

Maar noem kerkelijke migratie ook gewoon migratie.

Gooi die drie niet op één hoop om vervolgens één mooi klinkend groeipercentage te presenteren.

 

De aantrekkingskracht zegt óók iets over andere kerken

Ook daar moeten critici eerlijk over zijn.

Wanneer mensen massaal een gemeente verlaten, kun je niet uitsluitend naar de ontvangende gemeente wijzen.

Waarom vertrekken die mensen?

Waarom vonden zij kennelijk niet wat zij zochten?

Werd Gods Woord nog helder verkondigd?

Was er werkelijk gemeenschap?

Was er aandacht voor jongeren?

Was er geestelijk voedsel?

Of draaide men jarenlang op traditie en gewoonte?

Het genoemde PKN-verslag maakt precies deze interessante omkering: als een gemeente als een “stofzuiger” functioneert, kan dat erop wijzen dat er elders een vacuüm bestaat.

Dat is een terechte vraag.

Maar ook dat vacuüm rechtvaardigt niet automatisch alles wat de succesvolle gemeente doet.

De leegte van de ene kerk bewijst allerminst de Bijbelvastheid van de andere.

 

De grote verleiding van zichtbare cijfers

Wij mensen houden van wat meetbaar is.

Bezoekersaantallen.

Nieuwe locaties.

Volgers.

Views.

Dopen.

Groepen.

Omzet – pardon, giften.

En voor je het weet praten we over de Gemeente van Christus met het vocabulaire en de succescriteria van een onderneming.

Maar God kijkt niet naar een dashboard.

De gemeente in Laodicea had zelf een buitengewoon positief oordeel over haar toestand:

“Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.” (STV)

Openbaring 3:17.

Dat is huiveringwekkend.

Hun eigen beoordeling van hun geestelijke toestand zat er volledig naast.

Daarom kan zichtbare voorspoed nooit onze uiteindelijke maatstaf zijn.

 

Een ongemakkelijke vraag

Stel dat een gemeente in enkele jaren verdubbelt.

Prachtig.

Dan mogen we toch vragen:

Hoeveel van die mensen kenden de Here Jezus Christus daarvoor niet?

Hoeveel kwamen door de verkondiging van het Evangelie tot geloof?

Hoeveel waren afgehaakt en werden opnieuw bereikt?

En hoeveel kwamen gewoon uit andere gemeenten?

Dat is geen zuurheid.

Dat is geen jaloezie op een succesvolle kerk.

Dat is proberen woorden eerlijk te gebruiken.

Want wanneer vierhonderd christenen uit twintig omliggende gemeenten zich verzamelen in één grote gemeente, hebben we een indrukwekkend gevulde zaal.

Maar nog steeds per saldo dezelfde vierhonderd christenen.

 

Groei is geen keurmerk van God

Daarom moeten we buitengewoon voorzichtig zijn met de uitspraak:

“God zegent het, want we groeien.”

Daarmee maken we van zichtbare groei een geestelijke thermometer.

De Schrift geeft ons een andere opdracht:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (STV)

1 Thessalonicenzen 5:21.

Alle dingen.

Dus óók succesvolle dingen.

Óók populaire bedieningen.

Óók snelgroeiende gemeenten.

Óók een koers waar honderden mensen enthousiast over zijn.

Óók iets waarvan mensen zeggen dat “God er duidelijk in werkt”.

De vraag blijft dezelfde:

Wat zegt het Woord?

Misschien moeten we de groeicijfers eens anders presenteren

Dus wanneer een voorganger trots vertelt dat zijn gemeente “tegen de landelijke trend in groeit”, zou mijn eerste reactie niet zijn:

Geweldig, dan zal de koers wel goed zijn.

Mijn eerste vraag zou zijn:

Wat wordt er precies bedoeld met groei?

Want wanneer de ene kerk leegloopt doordat de andere kerk volloopt, hebben we de gemeente van Jezus Christus niet zien groeien.

We hebben dan vooral christenen zien verhuizen.

Wanneer verloren mensen daarentegen het Evangelie horen, hun vertrouwen stellen op de Here Jezus Christus en nieuw leven ontvangen, spreken we over iets totaal anders.

Dán mogen en kunnen we spreken over groei.

En uiteindelijk is zelfs dát niet de verdienste van een succesvolle formule, charismatische voorganger, worshipband of professioneel kerkconcept.

Paulus maakte korte metten met menselijke profileringsdrang:

“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.” (STV)

1 Korinthe 3:6.

God geeft de wasdom.

Misschien is dat wel de belijdenis die verdwijnt als wij trots beginnen te vertellen hoe onze gemeente groeit.

Lees ook:

Succes is geen roeping: de Bijbel tegenover succesprediking – Bijbelse basis

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf maar een levend lichaam – Bijbelse basis

extern:

Mozaïek0318: een ‘stofzuigerkerk’ volgens Miranda Klaver? – EO

God is niet de kerk, het Bijbelse verschil tussen kerk en gemeente

God is niet de kerk maar de Schepper

Er is een verwarring die diep in het christendom is geslopen.
Een verwarring die niet onschuldig is, maar fundamenteel misleidend. God is niet de kerk. Toch leven veel christenen alsof dat wél zo is. Kerk, gebouw, organisatie en zelfs leiders krijgen een plaats die alleen God toekomt. Maar de Bijbel maakt een scherp onderscheid tussen wat mensen hebben gebouwd en wat God heeft voortgebracht.

Dat lijkt misschien een nuance,  maar het is een geestelijk breekpunt.

Veel mensen spreken achteloos:

  • “De kerk zegt…”
  • “Ik ga naar de kerk…”
  • “De kerk bepaalt…”

Maar wat bedoelen ze eigenlijk?

Een gebouw?
Een organisatie?
Een denominatie?

De Bijbel kent dat allemaal niet.

De Schrift spreekt niet over een instituut, maar over een levend lichaam.

God is niet de kerk.
God is niet de kerk.

Wat betekent “gemeente” volgens de Bijbel

Het woord dat in het Nieuwe Testament gebruikt wordt is:

ekklesia — uitgeroepenen, bijeengeroepenen

Dat zijn geen stenen.
Dat zijn geen systemen.
Dat zijn mensen.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente…” (Kolossenzen 1:18 STV)

De Gemeente is:

  • een lichaam
  • levend
  • afhankelijk van Christus

En Christus alleen is het Hoofd.

 

Waarom het woord kerk misleidend kan zijn

Het idee dat God verbonden is aan een plek of gebouw is onbijbels.

“De God, Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is, Deze, zijnde een Heere des hemels en der aarde, woont niet in tempelen met handen gemaakt.” (Handelingen 17:24 STV)

En nog scherper:

“Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?” (1 Korinthe 3:16 STV)

God woont niet in bakstenen.
Niet in systemen.
Niet in structuren.

Hij woont in gelovigen.

 

Waarom dit onderscheid essentieel is

Het woord “kerk” komt van kyriakon — “van de Heere”.

Maar in de praktijk is het gaan betekenen:

  • instituut
  • organisatie
  • machtsstructuur

En precies daar gaat het mis.

Want zodra een systeem zichzelf tussen God en mens plaatst, ontstaat religie.

 

Het gevaar is groter dan je denkt

Wanneer de kerk centraal komt te staan:

  • krijgt een organisatie geestelijk gezag
  • worden leiders onaantastbaar
  • wordt kritiek gezien als opstand tegen God
  • verschuift vertrouwen van Christus naar mensen

Dat is geen detail.
Dat is geestelijke misleiding.

 

Christus is het fundament, niet de kerk

“Want niemand kan een ander fundament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.” (1 Korinthe 3:11 STV)

Niet:

  • een denominatie
  • een traditie
  • een instituut

Maar Christus.

Alleen Christus.

 

Wat is de gemeente dan wel?

De gemeente is:

  • het lichaam van Christus
  • gevormd door wedergeboren gelovigen
  • verbonden door de Geest
  • wereldwijd één

“Want wij zijn allen door één Geest tot één lichaam gedoopt…” (1 Korinthe 12:13 STV)

Niet tot een organisatie.
Maar tot een lichaam.

De kerk is wat mensen hebben gebouwd.
De gemeente is wat God heeft voortgebracht.

God is niet de kerk.
En wie dat wel zo behandelt, verwart het werk van mensen met het werk van God.

De oproep

Uiteindelijk draait het hier niet om woorden, maar om werkelijkheid:

“Laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20 STV)

Niet:

verbind je aan een systeem

onderwerp je aan een instituut

word lid van een kerk

Maar:

laat u met God verzoenen door Jezus Christus

lees ook:

God woont niet in een kerkgebouw

God spreekt over Zijn Zoon

Wat bedoelt de Bijbel met “leven uit Genade”?

“Van in de garage staan word je geen auto”

“Van in de garage staan word je geen auto”

Een metafoor waarvan de herkomst onduidelijk is, soms wordt hij toegeschreven aan Willem Kieft, dan weer aan Louis van Gaal, of zelfs aan de karakteristieke politicus Jan Schaefer. Van de laatste kan ik me trouwens nóg wel een karakteristieke en stevige uitspraak herinneren. (“In geouwehoer kun je niet wonen“, n.a.v  de woningnood die er destijds in 1978 al was in Amsterdam). Als taalliefhebber kan ik daar erg van genieten.

Kerkgang

Wat hiermee bedoeld wordt, lijkt me wel duidelijk. Deze vlieger gaat ook op voor kerkgang. Van naar de kerk gaan word je nog geen christen, al denken veel mensen dat nog steeds. “Als je maar gaat” is dan vaak de gedachte. De werkelijkheid is toch wel anders. Als je niet gelooft heeft het geen enkele zin om trouw elke zondag (twee keer?) aan te schuiven in de kerkbanken.

Dovemansoren

Van een kerk mag verwacht worden dat daar het Woord van God gebracht wordt. En als je niet gelooft, is dat eenvoudig aan dovemansoren gericht. Dat gaat je geen beter mens maken. Sterker nog: de kans is aanwezig dat je er super gefrustreerd en doodongelukkig van wordt, omdat je allemaal dingen hoort, waar je geen bal van snapt.
Dat is een vrij logisch en trouwens ook Bijbels principe; geestelijke dingen worden geestelijk verstaan. Als je het niet gelooft is het sowieso allemaal dwaasheid.

Gewoonte

Zorg er voor dat je niet stomweg gaat uit gewoonte, of omdat iemand dat van je vraagt of zelfs eist. Geloven is in eerste instantie vertrouwen op de informatie die je is medegedeeld. En die informatie kun je In de Bijbel vinden, of ga desnoods op zoek naar een christen die je het een en ander kan uitleggen.
Denk niet dat het “vanzelf wel komt”, of “later”, want de garantie dat je straks nog leeft, heb je niet.
Er is een levende God, en Zijn Zoon heet Jezus Christus. De Bijbel vertelt ons dat Hij de weg naar God is. Ga op zoek nu.

 

En wees niet als iemand die in de garage gaat staan hopen dat hij/zij een auto wordt…..

Geverifieerd door MonsterInsights