Jezus is de Messias, óók in de Koran, maar…..

Wat dat betekent?

Een moslim zal zonder aarzeling zeggen dat Jezus de Messias is. Dat is geen christelijke claim die de islam van buitenaf is opgedrongen. De Koran zelf noemt Jezus ook:

المسيح “al-Masih”: de Messias. Wat betekent: de Gezalfde.

Maar stel je de eenvoudige vraag:

Wat betekent het volgens de Koran dat Jezus de Messias is?

Dan wordt het ineens muisstil.

Want de Koran gebruikt een titel die eeuwen ouder is dan de islam, maar legt niet uit wat die titel inhoudt.

Waarom is Jezus de Messias? Waarvoor is Hij gezalfd? Tot welk ambt? Welke beloften vervult Hij? Waarom draagt Jezus deze titel en Mohammed niet?

Dat zijn geen randzaken. Wanneer men iemand “de Messias” noemt, gebruikt men een titel met een voorgeschiedenis. En juist die voorgeschiedenis brengt ons niet naar Mekka of Medina, maar naar Mozes, de Psalmen, de Profeten en uiteindelijk naar het Evangelie.

Jezus is de Messias ook in de Koran. Wat betekent dat?
Jezus is de Messias, ook in de Koran

De Koran noemt Jezus uitdrukkelijk de Messias

In Soera 3:45 wordt aan Maria aangekondigd:

“Allah geeft u een blijde tijding van een Woord van Hem, wiens naam de Messias is, Jezus, zoon van Maria.”

Ook Soera 4:171 spreekt over:

“de Messias, Jezus, zoon van Maria.”

Soera 5:72 en 5:75 gebruiken opnieuw dezelfde titel.

Er bestaat dus geen discussie over de vraag óf de Koran Jezus de Messias noemt. Dat doet hij herhaaldelijk.

De vraag is veel lastiger:

Wat bedoelt de Koran ermee?

 

“Messias” is geen achternaam van Jezus

Soms lijkt het binnen de Koran bijna alsof “Messias” slechts een eretitel bij de naam Jezus is geworden. Maar historisch en Bijbels kan dat niet zo zijn.

Het Arabische “al-Masih” staat in dezelfde traditie als het Hebreeuwse “Mashiach”: de gezalfde. Het Griekse equivalent is “Christos”, waarvan ons woord “Christus” afkomstig is.

Daarom lezen we in Johannes 1:42:

“Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.” (STV)

“Messias” en “Christus” verwijzen dus naar dezelfde Persoon: de Gezalfde.

Maar daarmee begint de vraag pas.

Gezalfd waarvoor?

Een titel zonder inhoud zegt immers heel weinig.

 

Waarvoor is Jezus volgens de Koran gezalfd?

Hier ligt het probleem.

De Koran noemt Jezus “de Messias”, maar geeft geen uitwerking van Zijn messiaanse ambt.

Waar lezen we in de Koran waarom Jezus de Messias is?

Waar wordt uitgelegd tot welk ambt Hij gezalfd werd?

Waar wordt Zijn Messias-schap verbonden met de beloften aan David?

Waar vinden we een uitgewerkte messiaanse verwachting?

Waar wordt verklaard waarom deze titel juist aan Jezus toebehoort?

En misschien nog opvallender:

Waarom is Mohammed niet de Messias?

Als “Messias” eenvoudig “een belangrijke boodschapper van Allah” zou betekenen, waarom krijgt Mohammed, volgens de islam de laatste en belangrijkste profeet, die titel dan niet?

Mozes wordt niet “de Messias” genoemd.

Abraham wordt niet “de Messias” genoemd.

Mohammed wordt niet “de Messias” genoemd.

Jezus wel.

Dat vraagt om een verklaring.

 

De Koran leent een titel uit een eerdere openbaringsgeschiedenis

En precies hier ontstaat de controverse.

De islam kan het begrip “Messias” niet zelf hebben voortgebracht. De titel bestond eeuwen vóór Mohammed en komt voort uit de geschiedenis en verwachting van Israël.

Wie echt wil weten wat “Messias” betekent, moet daarom terug naar de Schriften waarin deze verwachting ontwikkeld wordt.

En daar begint het voor de islam ongemakkelijk te worden.

Want de Messias van de Schrift is veel meer dan alleen ‘een profeet die een boodschap komt brengen.’

 

De beloofde Zoon van David

God beloofde David:

“Ik zal uw zaad na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen.” (2 Samuel 7:12, STV)

En:

“Doch uw huis zal bestendig zijn, en uw koninkrijk tot in eeuwigheid, voor uw aangezicht; uw stoel zal vast zijn tot in eeuwigheid.” (2 Samuel 7:16, STV)

De Messiasverwachting is daardoor onlosmakelijk verbonden met het koningschap van David.

Jesaja bouwt daarop verder:

“Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.” (Jesaja 9:5, STV)

En vervolgens:

“Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk.” (Jesaja 9:6, STV)

Dit is geen inhoudsloze titel.

Dit is een Koning.

 

Psalm 2 maakt het nog scherper

Psalm 2 spreekt uitdrukkelijk over Gods Gezalfde:

“De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE en tegen Zijn Gezalfde.” (Psalm 2:2, STV)

Dan zegt God:

“Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.” (Psalm 2:6, STV)

En dan:

“Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.” (Psalm 2:7, STV)

Let op hoe die begrippen bij elkaar komen:

Gezalfde. Koning. Zoon.

Dat is de Bijbelse achtergrond van de titel die de Koran vervolgens zonder uitgebreide verklaring aan Jezus geeft.

 

De Messias is óók de lijdende Knecht

Daar houdt het verhaal niet op.

Jesaja spreekt over de Knecht Die om de zonden van anderen lijdt:

“Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.” (Jesaja 53:5, STV)

En:

“de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.” (Jesaja 53:6, STV)

Hier wordt zichtbaar waarom het Evangelie niet slechts vertelt dat Jezus een profeet was die goede dingen onderwees.

Hij kwam om Zijn leven te geven.

De Here Jezus Christus zegt Zelf:

“Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.” (Mattheüs 20:28, STV)

Dat raakt precies aan iets wat de Koran later ontkent: de kruisiging van Jezus.

 

De Koran behoudt de titel maar verwerpt de inhoud

En daarmee wordt de Messiascontroverse echt scherp.

De Koran noemt Jezus “de Messias”, maar verwerpt tegelijkertijd centrale elementen van de Bijbelse boodschap over Hem.

Soera 4:157 ontkent dat de Joden Jezus daadwerkelijk hebben gedood en gekruisigd.

Tegelijkertijd bestrijdt de Koran de christelijke belijdenis omtrent Zijn Goddelijke identiteit.

Maar daarmee ontstaat een fundamentele vraag:

Kun je de titel “Messias” uit de Bijbelse openbaringsgeschiedenis overnemen en vervolgens de inhoud waarmee die titel in diezelfde openbaringsgeschiedenis wordt gevuld grotendeels terzijde schuiven?

Dat is de kern van het probleem.

 

De Koran vertelt ons bovendien dat Jezus “Zijn Woord” is

Het wordt nog opmerkelijker wanneer we kijken naar de manier waarop de Koran Jezus omschrijft.

Soera 4:171 noemt Hem niet alleen de Messias, maar ook:

“Zijn Woord, dat Hij aan Maria gaf, en een geest van Hem.”

En Soera 3:45 spreekt eveneens over “een Woord van Hem”.

We moeten daar niet meer in lezen dan wat de Koran zelf zegt. De Koran leert hiermee niet automatisch de christelijke leer van Johannes 1.

Maar de vergelijking is desondanks opmerkelijk.

Want het Evangelie zegt:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

En:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.” (Johannes 1:14, STV)

De Koran wil de christelijke belijdenis over Jezus corrigeren, maar gebruikt tegelijkertijd buitengewone titels voor Hem.

Hij is de Messias.

Hij is een Woord van Allah.

Hij wordt geboren uit Maria zonder menselijke vader.

Hij verricht uitzonderlijke wonderen.

En toch wordt de lezer gewaarschuwd vooral niet de conclusies over Jezus te trekken die het Evangelie trekt.

Dat verdient op zijn minst onderzoek.

 

Waarom Jezus?

Dit is misschien wel de eenvoudigste apologetische vraag die je een moslim kunt stellen:

Waarom Jezus?

Waarom wordt Mohammed niet uit een maagd geboren?

Waarom heet Mohammed niet “de Messias”?

Waarom wordt Mohammed niet “Zijn Woord” genoemd zoals Jezus in Soera 4:171?

Waarom staat juist Jezus zo uitzonderlijk in de Koran?

Het antwoord kan niet eenvoudig zijn: “Omdat Jezus een profeet was.”

Er staan immers veel profeten in de Koran.

De vraag is waarom deze Profeet zulke uitzonderlijke aanduidingen krijgt.

Ga terug naar de eerdere Schriften

Een moslim zou kunnen antwoorden dat wij de Koran zelf moeten laten bepalen wat “Messias” betekent.

Prima.

Waar doet de Koran dat dan?

Waar vinden we een duidelijke definitie?

Waar wordt het messiaanse ambt uitgelegd?

Waar wordt verklaard waarom Jezus en niemand anders “de Messias” is?

Wanneer de Koran dat niet uitlegt, ligt de volgende stap voor de hand: kijk naar de eerdere Schriften waaruit het begrip afkomstig is.

En dan komen we terecht bij de Torah, de Profeten, de Psalmen en het Evangelie.

Niet bij een hypothetisch verdwenen boek waarvan niemand een manuscript kan tonen.

Maar bij geschriften waarvan de messiaanse verwachting al eeuwen vóór de islam aantoonbaar bestond.

 

Jezus Zelf stelt de beslissende vraag

De Here Jezus Christus stelde Zijn discipelen niet de vraag of zij Hem als één profeet uit een lange rij profeten beschouwden.

Hij vroeg:

“Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?” (Mattheüs 16:15, STV)

Petrus antwoordde:

“Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.” (Mattheüs 16:16, STV)

Let opnieuw op: ‘de Christus.’

De Messias.

Maar Petrus stopt daar niet.

“De Zoon des levenden Gods.”

Daar ligt uiteindelijk het verschil.

De Koran behoudt voor Jezus de titel “Messias”, maar het Nieuwe Testament vertelt ons Wie deze Messias is.

 

Een vraag aan de islamitische lezer

Ik wil niet eindigen met spot, of “gotcha”maar met een eenvoudige uitnodiging.

Als jij als moslim gelooft dat Jezus inderdaad de Messias is, neem die belijdenis dan serieus.

Vraag niet wat christenen ervan gemaakt zouden hebben.

Vraag:

Wat betekent “Messias”?

Waarom draagt Jezus die titel?

Waar komt die titel vandaan?

Wat beloofden de eerdere Schriften over deze Messias?

En vooral:

Wie zegt Jezus Zelf dat Hij is?

Lees vervolgens de geschriften waarin de Messiasverwachting daadwerkelijk wordt uitgelegd.

Lees Psalm 2.

Lees Jesaja 9.

Lees Jesaja 53.

Lees Micha 5.

Lees het Evangelie naar Mattheüs.

Lees het Evangelie naar Johannes.

En stel dan opnieuw de vraag die al tweeduizend jaar niet aan kracht heeft verloren:

“Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?”

De Koran noemt Hem de Messias.

De echt beslissende vraag is:

Weet je wat je daarmee over Jezus belijdt?

De Koran kan Jezus wel ‘de Messias’ noemen, maar voor de betekenis van die belijdenis moet hij lenen bij de Schriften die hij vervolgens op beslissende punten tegenspreekt.

lees ook:

Jezus in de Koran: waarom is Hij zó uitzonderlijk? – Bijbelse basis

De Koran en het Evangelie, claims en feiten – Bijbelse basis

extern:

Bijbelstudie: De betekenis van de naam Jezus Christus

https://www.gcvreugdenhil.nl/koran-en-jezus/

Israël en de Gemeente: het Bijbelse onderscheid

Onderscheid in roeping, taak en bestemming

Wat is het Bijbelse onderscheid tussen Israël en de Gemeente? Deze vraag is bepalend voor het verstaan van Gods heilsplan, de Bijbelse profetieën en de roeping van gelovigen in deze tijd.

Israël en de Gemeente hebben beide een plaats in Gods voornemen, maar zij zijn niet hetzelfde volk onder verschillende namen. Israël is verbonden met Abraham, Izak en Jakob, het beloofde land, de troon van David en het toekomstige zichtbare Koninkrijk van Christus. De Gemeente is het Lichaam van Christus, gevormd uit gelovige Joden en heidenen en verbonden met de opgestane en verheerlijkte Christus in de hemel.

Wanneer het onderscheid tussen Israël en de Gemeente verdwijnt, worden beloften verplaatst, profetieën vergeestelijkt en opdrachten aan de verkeerde groep toegeschreven. De Gemeente gaat dan proberen een aards koninkrijk te bouwen, terwijl Israël uit de profetie wordt weggeschreven.

Dit onderwerp is daarom geen ondergeschikt leerstellig vraagstuk. Het raakt rechtstreeks aan de betrouwbaarheid van Gods beloften.

 

Bijbels onderscheid tussen Israël en de Gemeente
Bijbels onderscheid tussen Israël en de Gemeente

 

Het Bijbelse verschil tussen Israël en de Gemeente

De Schrift maakt zelf onderscheid tussen Israël, de heidenen en de Gemeente. Paulus schrijft:

“Weest zonder aanstoot te geven, en den Joden, en den Grieken, en der Gemeente Gods.” — 1 Korinthe 10:32 (STV)

Paulus noemt hier drie onderscheiden groepen. Dat betekent niet dat er verschillende wegen tot zaligheid bestaan. Zowel een Jood als een heiden kan uitsluitend behouden worden door het geloof in de Here Jezus Christus.

Eenheid in de weg van behoud betekent echter niet dat alle verschillen in roeping, taak en bestemming verdwijnen.

Een gelovige Jood en een gelovige heiden worden in Christus tot hetzelfde Lichaam gerekend. Daarmee zijn Gods nationale beloften aan Israël niet vernietigd. God hoeft Zijn beloften aan Israël niet te breken om mensen uit de heidenen te kunnen behouden.

Dat zou geen bewijs van genade zijn, maar van ontrouw. En God is niet ontrouw.

 

De oorsprong en roeping van Israël

De bijzondere geschiedenis van Israël begint met de roeping van Abram:

“De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal.” — Genesis 12:1 (STV)

God riep Abram uit de volkerenwereld. Hij beloofde hem een land, een nageslacht en zegen. Deze beloften werden later bevestigd aan Izak en Jakob. Uit Jakob, die van God de naam Israël ontving, ontstond het volk Israël.

Israël is daarom niet slechts een godsdienstige gemeenschap. Het is een werkelijk volk, voortgekomen uit bepaalde vaderen en verbonden met concrete beloften van God.

God beloofde Abraham niet alleen geestelijke zegeningen. Hij sprak ook over een land en een natuurlijk nageslacht. Later kwamen daar de beloften over het koningschap, de troon van David en de regering van de Messias bij.

Wie Israël als een geestelijk beeld van de Gemeente behandelt, trekt deze beloften los van de mensen aan wie God ze heeft gegeven.

 

Israël werd geroepen als getuige van God

Israël werd door God afgezonderd uit de overige volkeren:

“Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op den aardbodem zijn.” — Deuteronomium 7:6 (STV)

Die verkiezing vond niet plaats omdat Israël groter, sterker of beter was dan andere volken. God koos Israël op grond van Zijn eigen voornemen en vanwege de beloften die Hij aan de vaderen had gedaan.

Israël moest te midden van een afgodische wereld getuigen van de ene, waarachtige God:

“Gijlieden zijt Mijn getuigen, spreekt de HEERE, en Mijn knecht, dien Ik uitverkoren heb; opdat gij het weet, en Mij gelooft, en verstaat, dat Ik Dezelve ben; voor Mij is geen God geformeerd, en na Mij zal er geen zijn.” — Jesaja 43:10 (STV)

De wet, de offers, de tabernakel, de tempel, de priesterdienst en de profetieën getuigden allemaal van Gods heiligheid, gerechtigheid, genade en verlossingsplan.

Israël moest aan de volkeren laten zien dat er slechts één God is en dat ware zegen alleen bij Hem gevonden wordt.

 

De taak van Israël onder de volkeren

Bij de Sinaï maakte God duidelijk welke bijzondere taak Israël ontving:

“En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn.” — Exodus 19:6 (STV)

Een priester heeft een dienende en vertegenwoordigende functie. Israël werd geroepen om Gods waarheid te bewaren en Zijn Naam onder de volkeren bekend te maken.

Aan Israël werden bovendien de woorden van God toevertrouwd. Paulus vraagt wat het voordeel van de Jood is en antwoordt:

“Veel in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd.” — Romeinen 3:2 (STV)

God gebruikte Israël als drager en bewaarder van Zijn geschreven openbaring. De wet, de profeten en de overige oudtestamentische geschriften werden binnen Israël gegeven.

Ook de belofte van de Messias werd door dit volk heen bewaard. De lijn van de belofte liep via Abraham, Izak, Jakob, Juda en David naar de Here Jezus Christus.

Paulus schrijft over de Israëlieten:

“Welker zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.” — Romeinen 9:5 (STV)

De grootste eer van Israël is dat de Here Jezus Christus naar het vlees uit dit volk is voortgekomen.

 

Heeft God Israël vanwege zijn ongeloof verstoten?

Israël heeft zijn roeping niet volmaakt vervuld. Het volk verviel in afgoderij, verwierp herhaaldelijk de profeten en wees uiteindelijk zijn Messias af.

Daaruit wordt vaak geconcludeerd dat God Israël definitief heeft verstoten en dat de Gemeente voortaan het nieuwe Israël zou zijn. De nationale beloften aan Israël zouden daardoor geestelijk op de kerk zijn overgegaan.

Paulus wijst die conclusie nadrukkelijk af:

“Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre; want ik ben ook een Israëliet, uit het zaad Abrahams, van den stam Benjamin.” — Romeinen 11:1 (STV)

“Dat zij verre” is geen aarzelende nuancering. Het is een krachtige ontkenning.

Israël is vanwege ongeloof tijdelijk terzijde gesteld, maar het volk is niet voorgoed uit Gods heilsplan verdwenen. Er is een gedeeltelijke en tijdelijke verharding over Israël gekomen.

Israëls ontrouw maakt Gods beloften niet krachteloos. Wanneer Gods beloften alleen geldig zouden blijven zolang mensen trouw zijn, zou de vervulling uiteindelijk van de mens afhangen.

Maar de zekerheid van Gods beloften ligt niet in de trouw van Israël. Zij ligt in de trouw van God.

 

Gods beloften aan Israël zijn niet vervallen

Paulus schrijft over de huidige verharding van Israël:

“Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij, opdat gij niet wijs zijt bij uzelven, dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn. En alzo zal geheel Israël zalig worden.” — Romeinen 11:25-26 (STV)

De woorden “voor een deel” en “totdat” zijn beslissend. Zij wijzen op een tijdelijke toestand, niet op een definitieve verwerping.

God vergadert in deze tijd uit Joden en heidenen de Gemeente. Wanneer dit werk voltooid is, zal Hij Zijn beloften aan Israël verder vervullen.

Israël zal als volk tot bekering komen. Het zal opnieuw worden verzameld en onder de heerschappij van de Messias worden gebracht. De beloften aan Abraham, Izak, Jakob en David zullen niet vergeestelijkt, maar vervuld worden.

 

De oorsprong van de Gemeente

De oorsprong van de Gemeente is anders dan die van Israël. Tijdens Zijn aardse omwandeling sprak de Here Jezus over de Gemeente als iets dat Hij nog zou bouwen:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” — Mattheüs 16:18 (STV)

De Here zei niet: “Ik heb Mijn Gemeente gebouwd”, maar: “Ik zal Mijn Gemeente bouwen.”

De Gemeente is daarom niet Israël onder een nieuwe naam. Ook bestond zij niet als dezelfde instelling vanaf Adam of Abraham.

Paulus noemt de Gemeente een verborgenheid. De oudtestamentische profeten hadden voorzegd dat de heidenen door de Messias gezegend zouden worden. Wat echter niet eerder op dezelfde wijze was bekendgemaakt, was dat gelovige Joden en heidenen samen één Lichaam zouden vormen, verbonden met een opgestane en verheerlijkte Christus in de hemel.

De Gemeente behoort bij het tegenwoordige, verborgen werk van God.

 

De Gemeente is het Lichaam van Christus

Israël wordt in de Schrift aangeduid als een volk, een koninkrijk en een priesterlijke natie. De Gemeente wordt daarentegen het Lichaam van Christus genoemd.

God heeft Christus:

“Der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” — Efeze 1:22-23 (STV)

De Gemeente is niet in de eerste plaats een menselijke organisatie. Zij is geen kerkelijk instituut, bedrijf, politieke beweging of religieuze machtsstructuur.

De Gemeente is een levend organisme waarvan Christus het Hoofd is.

Iedere gelovige wordt door de Heilige Geest in dat ene Lichaam geplaatst:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” — 1 Korinthe 12:13 (STV)

Binnen het Lichaam van Christus heeft de gelovige Jood geen hogere positie dan de gelovige uit de heidenen. Beiden worden op dezelfde grondslag aangenomen: uit genade, door het geloof in Christus.

De Gemeente is echter geen uitgebreid of vernieuwd Israël. Zij is een nieuwe schepping in Christus, gevormd uit gelovigen uit beide groepen.

 

De hemelse roeping van de Gemeente

Het onderscheid tussen Israël en de Gemeente wordt bijzonder duidelijk wanneer wij hun roeping vergelijken.

Israëls nationale beloften zijn verbonden met de aarde: een land, een stad, een troon, een koningshuis en een zichtbaar Koninkrijk.

De Gemeente heeft daarentegen een hemelse roeping:

“Hierom, heilige broeders, die der hemelse roeping deelachtig zijt, aanmerkt den Apostel en Hogepriester onzer belijdenis, Christus Jezus.” — Hebreeën 3:1 (STV)

Ook schrijft Paulus:

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” — Filippenzen 3:20 (STV)

De positie, verwachting en bestemming van de Gemeente zijn verbonden met Christus in de hemel.

De Gemeente hoeft daarom niet te proberen de troon van David over te nemen. Zij heeft niet de opdracht gekregen om Jeruzalem te vervangen of door politieke macht een christelijk wereldrijk te vestigen.

Haar Hoofd is in de hemel en haar verwachting komt uit de hemel.

 

Wat is de taak van de Gemeente?

De Gemeente heeft niet de opdracht om de wereld te onderwerpen of het beloofde Koninkrijk op aarde te vestigen. Haar voornaamste taak is het bekendmaken van het Evangelie der genade en het Woord der verzoening.

Paulus schrijft:

“Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen.” — 2 Korinthe 5:20 (STV)

Een gezant vertegenwoordigt zijn regering in een vreemd gebied. Hij bevindt zich wel in dat land, maar zijn burgerschap, opdracht en gezag komen ergens anders vandaan.

Dat is een passend beeld van de Gemeente. Haar burgerschap is in de hemel, terwijl zij op aarde Christus vertegenwoordigt.

De Gemeente is geroepen om:

het Evangelie van Gods genade te verkondigen;

het Woord der verzoening bekend te maken;

gelovigen op te bouwen in de waarheid;

de wijsheid en genade van God zichtbaar te maken;

als licht te midden van een duistere wereld te wandelen;

uit te zien naar de verschijning van de Here Jezus Christus.

Zij moet niet over de wereld heersen, maar Christus dienen. Zij moet mensen niet politiek onderwerpen, maar hen oproepen zich met God te laten verzoenen.

Zodra de Gemeente de nationale en koninklijke roeping van Israël naar zich toetrekt, raakt zij haar eigen hemelse roeping kwijt.

 

De toekomstige bestemming van Israël

De toekomstige bestemming van Israël is verbonden met het herstel van het volk, het beloofde land en het zichtbare Koningschap van de Messias.

De engel Gabriël zei over de Here Jezus:

“Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven. En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn.” — Lukas 1:32-33 (STV)

De troon van David is geen aanduiding van de Gemeente. Het huis van Jakob is geen symbolische benaming voor gelovigen uit de heidenen.

De Here Jezus is werkelijk de Zoon van David. Hij heeft het recht op Davids troon en zal over het huis van Jakob regeren.

Tijdens Zijn eerste komst werd Hij als Koning verworpen. Dat betekent niet dat Zijn koninklijke rechten verdwenen zijn. Bij Zijn wederkomst zal Zijn Koningschap openbaar worden.

Israëls toekomstige bestemming omvat daarom:

de nationale bekering van het volk;

de verzameling van het verstrooide Israël;

het herstel in het beloofde land;

de regering van Christus op de troon van David;

een centrale plaats in het zichtbare Koninkrijk;

zegen voor de overige volkeren.

God heeft dit niet aan Israël beloofd om het uiteindelijk aan een andere groep te geven.

 

De bestemming van de Gemeente is bij Christus

De Gemeente wacht niet op nationaal herstel in een aards vaderland. Zij verwacht haar vereniging met Christus.

Paulus schrijft:

“Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” — 1 Thessalonicenzen 4:17 (STV)

Deze opname past bij de hemelse roeping van de Gemeente. Zij behoort bij Christus en zal daarom tot Hem worden vergaderd.

De Here Jezus zal bovendien het vernederde lichaam van de gelovigen veranderen:

“Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen.” — Filippenzen 3:21 (STV)

De bestemming van de Gemeente is:

de ontmoeting met Christus;

de verandering van het lichaam;

de verheerlijking met Christus;

het altijd bij de Here zijn;

het mede-erfgenaam zijn van Christus;

het met Hem regeren.

Israël heeft een aardse, nationale toekomst onder de heerschappij van de Messias. De Gemeente heeft een hemelse positie en zal met Christus in heerlijkheid worden geopenbaard.

Deze twee lijnen bestrijden elkaar niet. Zij komen beide samen onder het Hoofdschap van Christus.

 

Zijn Jood en heiden niet één in Christus?

Galaten 3 wordt dikwijls gebruikt om elk onderscheid tussen Israël en de Gemeente op te heffen. Paulus leert inderdaad dat Jood en Griek in Christus één zijn.

Maar deze geestelijke eenheid betekent niet dat alle door God gemaakte onderscheidingen verdwijnen.

Man en vrouw zijn in hun behoudenis en positie in Christus gelijkwaardig. Toch houden zij niet op man en vrouw te zijn. Evenmin houden Jood en heiden op een verschillende natuurlijke en historische achtergrond te hebben.

Eenheid in Christus gaat over de positie van de gelovige voor God. Zij vernietigt niet met terugwerkende kracht de verbonden en beloften die God aan Israël als volk heeft gegeven.

 

Is de Gemeente dan het geestelijke Israël?

Ook de uitspraak dat niet allen Israël zijn die uit Israël zijn, wordt dikwijls verkeerd toegepast.

Paulus maakt daarmee onderscheid tussen natuurlijke afstamming en gelovig Israël. Niet iedere natuurlijke nakomeling van Abraham heeft persoonlijk deel aan de geestelijke zegeningen van het geloof.

Maar Paulus zegt niet dat de Gemeente daarom voortaan Israël heet.

Hij maakt onderscheid tussen ongelovige en gelovige Israëlieten. Hij verandert gelovige heidenen niet in natuurlijke Israëlieten en draagt de nationale beloften niet aan hen over.

De Gemeente deelt door Christus in geestelijke zegeningen. Dat betekent niet dat zij Israëls identiteit, land of nationale toekomst heeft overgenomen.

 

De olijfboom bewijst geen vervanging

Romeinen 11 wordt eveneens gebruikt als bewijs dat de Gemeente Israël zou hebben vervangen. Het hoofdstuk leert echter het tegenovergestelde.

Sommige natuurlijke takken werden vanwege ongeloof afgebroken. Takken van een wilde olijfboom werden tegen de natuur in geënt. Maar Paulus waarschuwt de gelovigen uit de heidenen:

“Roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt, gij draagt den wortel niet, maar de wortel u.” — Romeinen 11:18 (STV)

De gelovige uit de heidenen mag zich niet boven Israël verheffen. Hij is niet de eigenaar van de boom geworden en heeft de wortel niet vervangen.

Bovendien verklaart Paulus dat God machtig is om de natuurlijke takken opnieuw te enten. Israël heeft dus niet definitief afgedaan.

Romeinen 11 is geen fundament voor vervangingsdenken. Het is juist een waarschuwing tegen de hoogmoed waaruit dat denken voortkomt.

 

Het Nieuwe Verbond heft Israël niet op

Jeremia profeteerde:

“Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken.” — Jeremia 31:31 (STV)

Het Nieuwe Verbond is gegrond op het offer en het bloed van Christus. Gelovigen ontvangen nu reeds de geestelijke zegeningen die door Zijn volbrachte werk mogelijk zijn geworden.

Dat betekent echter niet dat het huis van Israël en het huis van Juda uit de belofte verdwenen zijn.

God zal Israël in de toekomst onder dit verbond brengen. Hij zal het volk reinigen, vernieuwen en onder de heerschappij van de Messias plaatsen.

De Gemeente deelt in de zegeningen van het Nieuwe Verbond, maar zij wist de oorspronkelijke adressanten van de belofte niet uit.

Genade voor de heidenen betekent niet dat God Zijn beloften aan Israël heeft ingetrokken.

 

Eén Zaligmaker, onderscheiden roepingen

Het Bijbelse onderscheid tussen Israël en de Gemeente betekent niet dat er twee verschillende wegen tot behoudenis bestaan.

Er is maar één Zaligmaker.

Er is maar één grondslag voor rechtvaardiging.

Er is maar één volkomen offer voor de zonde.

Een Israëliet wordt niet behouden vanwege zijn natuurlijke afstamming. Ook hij moet geloven in de Here Jezus Christus. Een heiden wordt evenmin behouden door godsdienst, kerkelijke aansluiting of goede werken.

Ieder mens wordt uitsluitend behouden uit genade, door het geloof in Christus.

Het onderscheid ligt daarom niet in de weg tot behoudenis, maar in de roeping, taak en bestemming van Israël als volk en van de Gemeente als het Lichaam van Christus.

 

Israël en de Gemeente mogen niet worden vermengd

Israël heeft een aardse en nationale roeping, verbonden met de vaderen, het land, de troon van David en het zichtbare Koninkrijk van Christus.

De Gemeente heeft een hemelse roeping, verbonden met de opgestane en verheerlijkte Christus als haar Hoofd.

Israël werd geroepen om als volk Gods getuige en priesterlijke natie te zijn.

De Gemeente wordt geroepen om het Evangelie der genade te verkondigen, het Woord der verzoening bekend te maken en het Lichaam van Christus op te bouwen.

Israël wacht bekering, herstel en een plaats in het zichtbare Koninkrijk van de Messias.

De Gemeente verwacht haar opname, verheerlijking en vereniging met Christus.

Wie Israël en de Gemeente vermengt, maakt van de Gemeente een aardse machtsbeweging en ontneemt Israël zijn profetische toekomst. Wie het Bijbelse onderscheid bewaart, ziet juist hoe betrouwbaar en samenhangend Gods heilsplan is.

God hoeft Israël niet af te schrijven om de Gemeente te zegenen.

Hij hoeft de Gemeente niet tot Israël te maken om Zijn hemelse voornemen te volbrengen.

Hij zal Zijn beloften aan Israël vervullen. Hij zal ook Zijn voornemen met de Gemeente voltooien. Niet omdat mensen altijd trouw zijn, maar omdat Hij trouw is.

Alles vindt zijn middelpunt en vervulling in de Here Jezus Christus:

“Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot één te vergaderen in Christus, beide dat in den hemel is, en dat op de aarde is.” — Efeze 1:10 (STV)

In een volgend blog onderzoeken we hoe het vervagen van het Bijbelse onderscheid tussen Israël en de Gemeente heeft geleid tot de koninkrijkstheologie en de vervangingsleer. Beide visies verschillen op onderdelen, maar delen hetzelfde fundamentele probleem: zij geven de Gemeente een aardse positie en opdracht die God in Zijn Woord niet aan haar heeft gegeven.

Zie ook:

Koninkrijkstheologie en vervangingsleer ontmaskerd – Bijbelse basis

Israël vandaag Gods volk? – Bijbelse basis

Niet via Israël, niet via de Wet, maar via Genade alléén – Bijbelse basis

Wat zegt de Bijbel over de gemeente van Jezus Christus? – Bijbelse basis

Wat is er gebeurd met Bijbelse waarheid

Is de Bijbelse waarheid kwijtgeraakt? Niet omdat de Bijbel verdwenen is, maar omdat veel Bijbelse woorden zijn bedekt geraakt onder traditie, systeemtaal en vertrouwde formuleringen. Dit blog roept op tot Bijbelstudie: Schrift met Schrift vergelijken, begrippen toetsen en de Bijbel opnieuw zelf laten spreken.

Er is een manier waarop Bijbelse waarheid stil uit beeld kan verdwijnen

Niet doordat de Bijbel wordt weggegooid.

Niet doordat men openlijk zegt: “Wij geloven dit niet meer.”

Niet doordat de Schrift wordt verboden.

Maar doordat woorden blijven staan, terwijl hun inhoud verschuift. Begrippen worden nog gebruikt, maar niet meer gecontroleerd. Formuleringen worden doorgegeven, maar niet meer getoetst. Men spreekt over Christus, Israël, de gemeente, het Koninkrijk, de opname, het nieuwe verbond en de verborgenheid, maar vaak met een pakket aan aannames dat nauwelijks nog aan de Schrift zelf wordt getoetst.

En dan gaat het op de helling .

Want wanneer Bijbelse taal losraakt van Bijbelse inhoud, ontstaat er een vrome mistbank. Alles klinkt bekend. Alles klinkt veilig. Alles klinkt “christelijk”. Maar ondertussen bepaalt niet meer de Schrift de betekenis van de woorden, maar traditie, systeem, gewoonte en overgeleverd jargon.

Open Bijbel op een kruispunt tussen mensenwoord en Gods Woord, als beeld van de keuze tussen traditie en Schrift.
Toets alles, behoud het goede

De Bijbel onder een laag kerkelijke verf

Veel verwarring begint niet bij opstand tegen de Bijbel, maar bij onnauwkeurigheid.

Men zegt iets omdat men ‘het altijd zo gehoord heeft’ Men gebruikt een term omdat die in de vertrouwde kring gangbaar is. Men neemt een schema over omdat het in een studiebijbel staat. Men citeert commentaren alsof daarmee de zaak beslist is.

Maar de vraag blijft: staát het er ook?

Dat is een ongemakkelijke vraag. Zeker wanneer geliefde formuleringen onder druk komen te staan. Toch is het precies die vraag die telkens opnieuw gesteld moet worden.

Niet: wat zegt mijn traditie?

Niet: wat zegt mijn favoriete leraar?

Niet: wat zegt het schema dat ik altijd heb geleerd?

Maar: wat zegt de Schrift?

Dat klinkt eenvoudig. In werkelijkheid is het voor veel mensen bedreigend. Want zodra de Bijbel werkelijk zelf mag spreken, vallen sommige vertrouwde constructies om.

Christus is niet blijven hangen bij Golgotha

Een van de grootste verschralingen in veel christelijk spreken is dat Christus vooral wordt verbonden met Zijn sterven voor onze zonden, terwijl Zijn opstanding, hemelvaart, verheerlijking en huidige bediening nauwelijks nog doordacht of besproken worden.

Natuurlijk is Zijn sterven volstrekt wezenlijk. Zónder het kruis is er geen verlossing. Maar de Bijbelse boodschap stopt niet bij het kruis.

Christus is opgewekt.

Christus is verheerlijkt.

Christus is gesteld tot Heere en Christus.

Christus is Hogepriester.

Christus is Hoofd van Zijn lichaam.

Christus is werkzaam in de hemel.

De gelovige heeft deel aan Hem.

Wie alleen spreekt over vergeving, maar nauwelijks over de verheerlijkte Christus, houdt een halve Christusprediking over.

Dan wordt het geloof versmald tot: “Jezus is voor mijn zonden gestorven.” Waar. Kostbaar. Onmisbaar. Maar niet volledig.

De gelovige is niet alleen iemand van wie de schuld is weggedaan. Hij is met Christus verbonden. Met Hem gestorven, met Hem opgewekt, in Hem gezegend met elke geestelijke zegening. De toekomst van de gemeente is niet slechts “weg zijn van deze aarde”, maar met Christus geopenbaard worden in heerlijkheid.

Dat is veel rijker dan een religieuze nooduitgang naar de hemel.

De gemeente verdwijnt niet uit beeld

Rond de opname van de gemeente bestaat veel verwarring. Vaak wordt de vraag onmiddellijk gesteld: gebeurt dit vóór, tijdens of na de grote verdrukking?

Maar misschien is die vraag al verkeerd geladen.

Want in de Schrift gaat het niet om een gemeente die even uit de geschiedenis wordt weggenomen” en daarna nauwelijks nog een rol speelt. Het gaat om een gemeente die met Christus verbonden is en met Hem zal verschijnen in heerlijkheid.

De bekende tekst uit 1 Thessalonicenzen 4 spreekt erover dat gelovigen de Heer tegemoet zullen gaan in de lucht. Maar “tegemoet gaan” betekent niet noodzakelijk dat Christus halverwege terugkeert om daarna met de gemeente te verdwijnen. Het beeld is eerder dat van een tegemoetgaan om vervolgens met Hem verbonden te zijn in Zijn komst en openbaring.

Daarmee verschuift de nadruk.

Niet: hoe ontsnappen wij aan alles wat komen gaat?

Maar: hoe zijn wij verbonden met de komende Heer?

De toekomstverwachting van de gemeente is niet een los verkrijgbare vluchtmodule. Zij is verbonden met Christus Zelf. Waar Hij verschijnt in heerlijkheid, daar verschijnt Zijn lichaam met Hem.

Israël, Juda en de Joden zijn niet hetzelfde

Een ander gebied van verwarring is het spreken over Israël, Juda en de Joden.

In veel christelijke taal wordt alles gemakshalve “Joods” genoemd. Israël wordt Joods. De twaalf stammen worden Joods. De 144.000 worden Joods. De profeten worden Joods. De hele Bijbel wordt zelfs een “Joods boek” genoemd.

Maar de Bijbel zelf is veel nauwkeuriger.

Juda is niet hetzelfde als heel Israël.

De Joden zijn niet hetzelfde als alle twaalf stammen.

De tien stammen zijn niet hetzelfde als het latere jodendom.

Israël als priesterlijk volk heeft een bredere roeping dan alleen Juda.

Wie dit allemaal op één hoop gooit, verliest zicht op de profetie. Dan worden teksten over Israël versmald tot Juda, teksten over Juda verbreed tot heel Israël, en teksten over de volken verdwijnen in een schema dat meer op traditie rust dan op exegese.

Neem Openbaring 7. Daar worden 144.000 verzegelden genoemd uit de stammen van Israël. Niet simpelweg 144.000 Joden. Er worden stammen genoemd. Juda is daar één stam onder de andere. Wie daar automatisch “het Joodse volk” van maakt, leest  veel te snel.

Dat lijkt misschien geneuzel achter de komma. Maar in Bijbelse profetie zijn details geen versiering. Zij dragen betekenis.

De verborgenheid is geen mystiek sausje

Ook het begrip “verborgenheid” is vaak uit zijn Bijbelse bedding gehaald.

Soms wordt gedaan alsof Paulus een soort geheimzinnige term uit de Griekse mysteriewereld heeft overgenomen. Alsof het christelijk geloof ook een geheimzinnig binnenkamertje moest hebben. Maar dat is een vreemde manier van lezen.

De vraag moet niet zijn: wat deden de Grieken met het woord?

De vraag moet zijn: hoe gebruikt de Schrift het?

De verborgenheid heeft te maken met Gods handelen in de huidige tijd. Het Koninkrijk is niet openbaar gevestigd zoals de profeten spreken over de toekomstige heerlijkheid. Christus is verworpen, opgewekt en verheerlijkt. De gemeente wordt gevormd als Zijn lichaam. De volle heerlijkheid is nog verborgen.

Daarom is “verborgenheid” geen mystieke term, maar een sleutelbegrip om deze bedeling te verstaan. De fout ontstaat wanneer men het begrip losmaakt van de Bijbelse lijn en er een vaag theologisch woord van maakt.

Dan wordt verborgenheid verwarring.

Terwijl het in de Schrift juist bedoeld is om helderheid te geven.

 

Het nieuwe verbond en de gemeente

Een ander misverstand klinkt vroom en Bijbels: het nieuwe verbond is toch uitluitend met Israël en Juda gesloten?..

Ja. Jeremia 31 spreekt inderdaad over Israël en Juda.

Maar daaruit volgt niet dat gelovigen uit de volken geen deel hebben aan de zegen van het nieuwe verbond. “Bestemd voor Israël” betekent niet automatisch “uitgesloten voor ieder ander”. Dat is een conclusie die meer uit een systeem komt dan uit de tekst zelf.

Het Nieuwe Testament laat juist zien dat gelovigen in Christus delen in wat God in Hem gegeven heeft. Christus is de Middelaar. Zijn bloed is het bloed van het nieuwe verbond. Wie in Hem is, staat niet onder de wet van het oude verbond, maar leeft uit het leven van de opgestane Christus.

Daarmee wordt Israël niet vervangen. Maar de gemeente wordt ook niet buiten Christus’ verbondszegen geplaatst alsof zij alleen maar toeschouwer is.

Het probleem ontstaat wanneer men Israël en de gemeente óf verwart, óf zo ver uit elkaar trekt dat men de eenheid in Christus niet meer ziet.

Brood en wijn: leven, niet religieuze doodssymboliek

Zelfs rond brood en wijn is veel taalgebruik gaan schuiven.

Vaak worden brood en wijn bijna uitsluitend verbonden met het lijden en sterven van Christus. Maar in de Schrift zijn brood en wijn diepe tekenen van leven. Voedsel is leven. Wijn is vreugde en leven. Bloed staat in Bijbelse symboliek niet los van leven.

Wanneer Christus spreekt over het bloed van het nieuwe verbond, gaat het dus niet om een doodscultus, maar om leven uit Hem. Het oude verbond eindigt in Zijn dood. Het nieuwe verbond staat in het teken van Zijn opstandingsleven.

Dat maakt de gedachtenis niet minder ernstig. Integendeel. Het maakt haar rijker.

Brood en wijn verkondigen de dood des Heeren, ja. Maar die dood is niet het eindpunt. Die dood markeert het einde van de oude orde, opdat het leven van het nieuwe verbond openbaar wordt in Christus en in allen die aan Hem verbonden zijn.

Hebreeën is geen opsomming van Joodse rituelen

De brief aan de Hebreeën wordt vaak gelezen alsof het vooral een Joodse brief is over Joodse instellingen voor Joodse lezers. Maar dat is te kort door de bocht.

De brief laat juist zien dat de oude inzettingen hun vervulling en einde vinden in Christus. De tabernakel, de offers, de hogepriesterlijke dienst: ze wijzen niet terug naar een religieus systeem dat hersteld moet worden, maar vooruit naar de werkelijkheid in Christus.

Christus is Hogepriester naar de ordening van Melchizedek, niet naar die van Aäron. Dat is geen bijzaak. Hij is geen aardse priester binnen het oude systeem. Zijn priesterschap hoort bij Zijn opstanding, verheerlijking en hemelse bediening.

Wanneer men dat mist, gaat men spreken over het kruis alsof het een altaar was in het oude priesterlijke systeem. Maar Christus’ hogepriesterschap is juist van een andere orde. Niet aards, niet Levitisch, niet herhaalbaar, niet tijdelijk.

Hier blijkt opnieuw hoe gevaarlijk onnauwkeurige taal kan zijn. Een vrome term kan een hele verkeerde denkrichting openen.

De Bijbel is geen bezit van een traditie

De Bijbel is niet van de Joden.

De Bijbel is niet van Rome.

De Bijbel is niet van de Reformatie.

De Bijbel is niet van een studiebijbel.

De Bijbel is niet van een kerkverband.

De Bijbel is niet van een theologisch kamp.

De Bijbel is het Woord van God.

Natuurlijk heeft God gesproken in de geschiedenis van Israël. Natuurlijk zijn de woorden Gods aan Israël toevertrouwd geweest. Natuurlijk is Christus naar het vlees uit Israël. Maar dat maakt de Schrift nog niet tot bezit van één volk of één religieuze traditie.

Zodra een groep zichzelf eigenaar maakt van de Bijbel, wordt de Schrift opgesloten. Dan moet de Bijbel gaan zeggen wat het systeem nodig heeft. En precies daar begint het verval.

Niet de Schrift wordt dan uitgelegd.

De Schrift wordt ingelijfd.

Babel is Babel

Ook in de profetie zie je hoe snel Bijbelse namen worden ingeruild voor systeemnamen.

Babel wordt Rome.

Rome wordt kerkelijk Rome.

Het beest wordt dit of dat wereldrijk.

De profetie wordt door een kerkgeschiedenisfilter gehaald.

Maar waarom eigenlijk?

Als de Schrift Babel zegt, waarom zouden wij dan onmiddellijk Rome moeten lezen? Natuurlijk gebruikt Openbaring beelden. Natuurlijk vraagt profetie om nauwkeurige vergelijking. Maar symboliek is niet hetzelfde als willekeur. Bijbelse symboliek heeft vaste lijnen. Zij is niet bedoeld als vrijbrief om elke naam te vervangen door wat in ons schema past.

Wanneer Babel gewoon Babel mag zijn, verandert het profetische beeld. Dan verschuift de blik van West-Europese kerkgeschiedenis naar de bredere Bijbelse lijn van wereldmacht, opstand tegen God en het centrum van menselijke beschaving buiten de Heere om.

Dat is ongemakkelijk. Maar misschien is dat juist het punt.

Reformatie is geen eindbestemming

De Reformatie heeft veel hersteld. Maar zij heeft niet alles hersteld.

Dat durven zeggen is voor sommigen al bijna blasfemie. Toch is het nodig. Want ook na de Reformatie zijn nieuwe systemen ontstaan.

Nieuwe belijdenisgeschriften. Nieuwe grenzen. Nieuwe vanzelfsprekendheden. Nieuwe woorden waarmee men de Schrift ging lezen.

Wat begon als terugkeer naar de Schrift, werd soms (opnieuw) een kerkelijke gietmal.

Dat is geen aanval op alles wat de Reformatie bracht. Het is een waarschuwing tegen geestelijke luiheid. Elke generatie moet terug naar de Schrift. Niet terug naar de zestiende eeuw alsof daar de eindhalte ligt. Niet terug naar een favoriete studiebijbel. Niet terug naar een schoolnaam.

Terug naar de Schrift.

Altijd weer.

 

Schrift met Schrift vergelijken

De remedie is niet ingewikkeld, maar wel veeleisend.

Neem een woord.

Zoek de Schriftplaatsen op.

Vergelijk het gebruik.

Let op de context.

Let op Israël, Juda, de gemeente, de volken.

Let op wet en genade.

Let op oud en nieuw verbond.

Let op verborgenheid en openbaring.

Let op aardse roeping en hemelse positie.

Doe dat met woorden als bloed, ziel, verborgenheid, dag des Heeren, Koninkrijk, gemeente, Israël, verbond, offer, priester, lichaam, opname.

 

Niet één losse tekst als kapstok

Niet een meter commentaren als eindstation.

Niet een systeem dat alvast bepaalt wat de tekst mag betekenen.

Gewoon: Schrift met Schrift vergelijken.

Dat klinkt ouderwets. Misschien is het dat ook. Maar het is precies wat nodig is in een tijd waarin veel Bijbelse woorden nog wel worden gebruikt, maar vaak met uitgeholde of veranderde betekenis.

De waarheid raakt zoek wanneer woorden losraken van hun inhoud

De grote les is eenvoudig.

Bijbelse waarheid raakt niet alleen zoek door vrijzinnigheid. Zij raakt ook zoek door slordige orthodoxie. Door nageprate termen. Door halfbegrepen schema’s. Door geliefde formuleringen die nooit meer worden gecontroleerd. Door commentaren die elkaar overschrijven. Door systemen die de tekst vooraf inkaderen.

En misschien is dat nog verraderlijker.

Want vrijzinnigheid herken je vaak snel. Maar slordige orthodoxie draagt nette kleren. Zij spreekt vertrouwde taal. Zij citeert bekende woorden. Zij klinkt veilig.

Totdat je vraagt: waar staat dat precies?

Dan wordt het stil.

 

Terug naar de geopende Bijbel

De kerk heeft geen behoefte aan nog meer jargon. Geen behoefte aan nog meer schema’s die vooral zichzelf beschermen. Geen behoefte aan geestelijke mistmachines die met grote woorden kleine nauwkeurigheid verbergen.

Wat nodig is, is eenvoudiger en radicaler:

een geopende Bijbel,

een ootmoedige houding,

een scherp oog voor context,

een bereidheid om vertrouwde termen te toetsen,

en moed om te zeggen: “Misschien heb ik dit altijd verkeerd nagepraat.”

Dat is geen bedreiging van het geloof.

Dat is juist eerbied voor het Woord.

Want wie werkelijk gelooft dat de Bijbel Gods Woord is, hoeft niet bang te zijn voor nauwkeurig lezen. Die hoeft de tekst niet te beschermen met traditie. Die hoeft geen systeem over de Schrift heen te leggen.

 

Laat de Bijbel spreken.

Ook als geliefde woorden sneuvelen.

Ook als vertrouwde schema’s barsten.

Ook als het pijn doet.

Want waarheid die zoekgeraakt is onder religieuze lagen, wordt niet teruggevonden door nog meer lagen aan te brengen.

Deze wordt teruggevonden waar de Bijbel weer open gaat.

Geverifieerd door MonsterInsights