Wat is er gebeurd met Bijbelse waarheid

Is de Bijbelse waarheid kwijtgeraakt? Niet omdat de Bijbel verdwenen is, maar omdat veel Bijbelse woorden zijn bedekt geraakt onder traditie, systeemtaal en vertrouwde formuleringen. Dit blo roept op tot Bijbelstudie: Schrift met Schrift vergelijken, begrippen toetsen en de Bijbel opnieuw zelf laten spreken.

Er is een manier waarop Bijbelse waarheid stil uit beeld kan verdwijnen

Niet doordat de Bijbel wordt weggegooid.

Niet doordat men openlijk zegt: “Wij geloven dit niet meer.”

Niet doordat de Schrift wordt verboden.

Maar doordat woorden blijven staan, terwijl hun inhoud verschuift. Begrippen worden nog gebruikt, maar niet meer gecontroleerd. Formuleringen worden doorgegeven, maar niet meer getoetst. Men spreekt over Christus, Israël, de gemeente, het Koninkrijk, de opname, het nieuwe verbond en de verborgenheid, maar vaak met een pakket aan aannames dat nauwelijks nog aan de Schrift zelf wordt getoetst.

En dan gaat het op de helling .

Want wanneer Bijbelse taal losraakt van Bijbelse inhoud, ontstaat er een vrome mistbank. Alles klinkt bekend. Alles klinkt veilig. Alles klinkt “christelijk”. Maar ondertussen bepaalt niet meer de Schrift de betekenis van de woorden, maar traditie, systeem, gewoonte en overgeleverd jargon.

Open Bijbel op een kruispunt tussen mensenwoord en Gods Woord, als beeld van de keuze tussen traditie en Schrift.
Toets alles, behoud het goede

De Bijbel onder een laag kerkelijke verf

Veel verwarring begint niet bij opstand tegen de Bijbel, maar bij onnauwkeurigheid.

Men zegt iets omdat men ‘het altijd zo gehoord heeft’ Men gebruikt een term omdat die in de vertrouwde kring gangbaar is. Men neemt een schema over omdat het in een studiebijbel staat. Men citeert commentaren alsof daarmee de zaak beslist is.

Maar de vraag blijft: staát het er ook?

Dat is een ongemakkelijke vraag. Zeker wanneer geliefde formuleringen onder druk komen te staan. Toch is het precies die vraag die telkens opnieuw gesteld moet worden.

Niet: wat zegt mijn traditie?

Niet: wat zegt mijn favoriete leraar?

Niet: wat zegt het schema dat ik altijd heb geleerd?

Maar: wat zegt de Schrift?

Dat klinkt eenvoudig. In werkelijkheid is het voor veel mensen bedreigend. Want zodra de Bijbel werkelijk zelf mag spreken, vallen sommige vertrouwde constructies om.

Christus is niet blijven hangen bij Golgotha

Een van de grootste verschralingen in veel christelijk spreken is dat Christus vooral wordt verbonden met Zijn sterven voor onze zonden, terwijl Zijn opstanding, hemelvaart, verheerlijking en huidige bediening nauwelijks nog doordacht of besproken worden.

Natuurlijk is Zijn sterven volstrekt wezenlijk. Zónder het kruis is er geen verlossing. Maar de Bijbelse boodschap stopt niet bij het kruis.

Christus is opgewekt.

Christus is verheerlijkt.

Christus is gesteld tot Heere en Christus.

Christus is Hogepriester.

Christus is Hoofd van Zijn lichaam.

Christus is werkzaam in de hemel.

De gelovige heeft deel aan Hem.

Wie alleen spreekt over vergeving, maar nauwelijks over de verheerlijkte Christus, houdt een halve Christusprediking over.

Dan wordt het geloof versmald tot: “Jezus is voor mijn zonden gestorven.” Waar. Kostbaar. Onmisbaar. Maar niet volledig.

De gelovige is niet alleen iemand van wie de schuld is weggedaan. Hij is met Christus verbonden. Met Hem gestorven, met Hem opgewekt, in Hem gezegend met elke geestelijke zegening. De toekomst van de gemeente is niet slechts “weg zijn van deze aarde”, maar met Christus geopenbaard worden in heerlijkheid.

Dat is veel rijker dan een religieuze nooduitgang naar de hemel.

De gemeente verdwijnt niet uit beeld

Rond de opname van de gemeente bestaat veel verwarring. Vaak wordt de vraag onmiddellijk gesteld: gebeurt dit vóór, tijdens of na de grote verdrukking?

Maar misschien is die vraag al verkeerd geladen.

Want in de Schrift gaat het niet om een gemeente die even uit de geschiedenis wordt weggenomen” en daarna nauwelijks nog een rol speelt. Het gaat om een gemeente die met Christus verbonden is en met Hem zal verschijnen in heerlijkheid.

De bekende tekst uit 1 Thessalonicenzen 4 spreekt erover dat gelovigen de Heer tegemoet zullen gaan in de lucht. Maar “tegemoet gaan” betekent niet noodzakelijk dat Christus halverwege terugkeert om daarna met de gemeente te verdwijnen. Het beeld is eerder dat van een tegemoetgaan om vervolgens met Hem verbonden te zijn in Zijn komst en openbaring.

Daarmee verschuift de nadruk.

Niet: hoe ontsnappen wij aan alles wat komen gaat?

Maar: hoe zijn wij verbonden met de komende Heer?

De toekomstverwachting van de gemeente is niet een los verkrijgbare vluchtmodule. Zij is verbonden met Christus Zelf. Waar Hij verschijnt in heerlijkheid, daar verschijnt Zijn lichaam met Hem.

Israël, Juda en de Joden zijn niet hetzelfde

Een ander gebied van verwarring is het spreken over Israël, Juda en de Joden.

In veel christelijke taal wordt alles gemakshalve “Joods” genoemd. Israël wordt Joods. De twaalf stammen worden Joods. De 144.000 worden Joods. De profeten worden Joods. De hele Bijbel wordt zelfs een “Joods boek” genoemd.

Maar de Bijbel zelf is veel nauwkeuriger.

Juda is niet hetzelfde als heel Israël.

De Joden zijn niet hetzelfde als alle twaalf stammen.

De tien stammen zijn niet hetzelfde als het latere jodendom.

Israël als priesterlijk volk heeft een bredere roeping dan alleen Juda.

Wie dit allemaal op één hoop gooit, verliest zicht op de profetie. Dan worden teksten over Israël versmald tot Juda, teksten over Juda verbreed tot heel Israël, en teksten over de volken verdwijnen in een schema dat meer op traditie rust dan op exegese.

Neem Openbaring 7. Daar worden 144.000 verzegelden genoemd uit de stammen van Israël. Niet simpelweg 144.000 Joden. Er worden stammen genoemd. Juda is daar één stam onder de andere. Wie daar automatisch “het Joodse volk” van maakt, leest  veel te snel.

Dat lijkt misschien geneuzel achter de komma. Maar in Bijbelse profetie zijn details geen versiering. Zij dragen betekenis.

De verborgenheid is geen mystiek sausje

Ook het begrip “verborgenheid” is vaak uit zijn Bijbelse bedding gehaald.

Soms wordt gedaan alsof Paulus een soort geheimzinnige term uit de Griekse mysteriewereld heeft overgenomen. Alsof het christelijk geloof ook een geheimzinnig binnenkamertje moest hebben. Maar dat is een vreemde manier van lezen.

De vraag moet niet zijn: wat deden de Grieken met het woord?

De vraag moet zijn: hoe gebruikt de Schrift het?

De verborgenheid heeft te maken met Gods handelen in de huidige tijd. Het Koninkrijk is niet openbaar gevestigd zoals de profeten spreken over de toekomstige heerlijkheid. Christus is verworpen, opgewekt en verheerlijkt. De gemeente wordt gevormd als Zijn lichaam. De volle heerlijkheid is nog verborgen.

Daarom is “verborgenheid” geen mystieke term, maar een sleutelbegrip om deze bedeling te verstaan. De fout ontstaat wanneer men het begrip losmaakt van de Bijbelse lijn en er een vaag theologisch woord van maakt.

Dan wordt verborgenheid verwarring.

Terwijl het in de Schrift juist bedoeld is om helderheid te geven.

 

Het nieuwe verbond en de gemeente

Een ander misverstand klinkt vroom en Bijbels: het nieuwe verbond is toch uitluitend met Israël en Juda gesloten?..

Ja. Jeremia 31 spreekt inderdaad over Israël en Juda.

Maar daaruit volgt niet dat gelovigen uit de volken geen deel hebben aan de zegen van het nieuwe verbond. “Bestemd voor Israël” betekent niet automatisch “uitgesloten voor ieder ander”. Dat is een conclusie die meer uit een systeem komt dan uit de tekst zelf.

Het Nieuwe Testament laat juist zien dat gelovigen in Christus delen in wat God in Hem gegeven heeft. Christus is de Middelaar. Zijn bloed is het bloed van het nieuwe verbond. Wie in Hem is, staat niet onder de wet van het oude verbond, maar leeft uit het leven van de opgestane Christus.

Daarmee wordt Israël niet vervangen. Maar de gemeente wordt ook niet buiten Christus’ verbondszegen geplaatst alsof zij alleen maar toeschouwer is.

Het probleem ontstaat wanneer men Israël en de gemeente óf verwart, óf zo ver uit elkaar trekt dat men de eenheid in Christus niet meer ziet.

Brood en wijn: leven, niet religieuze doodssymboliek

Zelfs rond brood en wijn is veel taalgebruik gaan schuiven.

Vaak worden brood en wijn bijna uitsluitend verbonden met het lijden en sterven van Christus. Maar in de Schrift zijn brood en wijn diepe tekenen van leven. Voedsel is leven. Wijn is vreugde en leven. Bloed staat in Bijbelse symboliek niet los van leven.

Wanneer Christus spreekt over het bloed van het nieuwe verbond, gaat het dus niet om een doodscultus, maar om leven uit Hem. Het oude verbond eindigt in Zijn dood. Het nieuwe verbond staat in het teken van Zijn opstandingsleven.

Dat maakt de gedachtenis niet minder ernstig. Integendeel. Het maakt haar rijker.

Brood en wijn verkondigen de dood des Heeren, ja. Maar die dood is niet het eindpunt. Die dood markeert het einde van de oude orde, opdat het leven van het nieuwe verbond openbaar wordt in Christus en in allen die aan Hem verbonden zijn.

Hebreeën is geen opsomming van Joodse rituelen

De brief aan de Hebreeën wordt vaak gelezen alsof het vooral een Joodse brief is over Joodse instellingen voor Joodse lezers. Maar dat is te kort door de bocht.

De brief laat juist zien dat de oude inzettingen hun vervulling en einde vinden in Christus. De tabernakel, de offers, de hogepriesterlijke dienst: ze wijzen niet terug naar een religieus systeem dat hersteld moet worden, maar vooruit naar de werkelijkheid in Christus.

Christus is Hogepriester naar de ordening van Melchizedek, niet naar die van Aäron. Dat is geen bijzaak. Hij is geen aardse priester binnen het oude systeem. Zijn priesterschap hoort bij Zijn opstanding, verheerlijking en hemelse bediening.

Wanneer men dat mist, gaat men spreken over het kruis alsof het een altaar was in het oude priesterlijke systeem. Maar Christus’ hogepriesterschap is juist van een andere orde. Niet aards, niet Levitisch, niet herhaalbaar, niet tijdelijk.

Hier blijkt opnieuw hoe gevaarlijk onnauwkeurige taal kan zijn. Een vrome term kan een hele verkeerde denkrichting openen.

De Bijbel is geen bezit van een traditie

De Bijbel is niet van de Joden.

De Bijbel is niet van Rome.

De Bijbel is niet van de Reformatie.

De Bijbel is niet van een studiebijbel.

De Bijbel is niet van een kerkverband.

De Bijbel is niet van een theologisch kamp.

De Bijbel is het Woord van God.

Natuurlijk heeft God gesproken in de geschiedenis van Israël. Natuurlijk zijn de woorden Gods aan Israël toevertrouwd geweest. Natuurlijk is Christus naar het vlees uit Israël. Maar dat maakt de Schrift nog niet tot bezit van één volk of één religieuze traditie.

Zodra een groep zichzelf eigenaar maakt van de Bijbel, wordt de Schrift opgesloten. Dan moet de Bijbel gaan zeggen wat het systeem nodig heeft. En precies daar begint het verval.

Niet de Schrift wordt dan uitgelegd.

De Schrift wordt ingelijfd.

Babel is Babel

Ook in de profetie zie je hoe snel Bijbelse namen worden ingeruild voor systeemnamen.

Babel wordt Rome.

Rome wordt kerkelijk Rome.

Het beest wordt dit of dat wereldrijk.

De profetie wordt door een kerkgeschiedenisfilter gehaald.

Maar waarom eigenlijk?

Als de Schrift Babel zegt, waarom zouden wij dan onmiddellijk Rome moeten lezen? Natuurlijk gebruikt Openbaring beelden. Natuurlijk vraagt profetie om nauwkeurige vergelijking. Maar symboliek is niet hetzelfde als willekeur. Bijbelse symboliek heeft vaste lijnen. Zij is niet bedoeld als vrijbrief om elke naam te vervangen door wat in ons schema past.

Wanneer Babel gewoon Babel mag zijn, verandert het profetische beeld. Dan verschuift de blik van West-Europese kerkgeschiedenis naar de bredere Bijbelse lijn van wereldmacht, opstand tegen God en het centrum van menselijke beschaving buiten de Heere om.

Dat is ongemakkelijk. Maar misschien is dat juist het punt.

Reformatie is geen eindbestemming

De Reformatie heeft veel hersteld. Maar zij heeft niet alles hersteld.

Dat durven zeggen is voor sommigen al bijna blasfemie. Toch is het nodig. Want ook na de Reformatie zijn nieuwe systemen ontstaan.

Nieuwe belijdenisgeschriften. Nieuwe grenzen. Nieuwe vanzelfsprekendheden. Nieuwe woorden waarmee men de Schrift ging lezen.

Wat begon als terugkeer naar de Schrift, werd soms (opnieuw) een kerkelijke gietmal.

Dat is geen aanval op alles wat de Reformatie bracht. Het is een waarschuwing tegen geestelijke luiheid. Elke generatie moet terug naar de Schrift. Niet terug naar de zestiende eeuw alsof daar de eindhalte ligt. Niet terug naar een favoriete studiebijbel. Niet terug naar een schoolnaam.

Terug naar de Schrift.

Altijd weer.

 

Schrift met Schrift vergelijken

De remedie is niet ingewikkeld, maar wel veeleisend.

Neem een woord.

Zoek de Schriftplaatsen op.

Vergelijk het gebruik.

Let op de context.

Let op Israël, Juda, de gemeente, de volken.

Let op wet en genade.

Let op oud en nieuw verbond.

Let op verborgenheid en openbaring.

Let op aardse roeping en hemelse positie.

Doe dat met woorden als bloed, ziel, verborgenheid, dag des Heeren, Koninkrijk, gemeente, Israël, verbond, offer, priester, lichaam, opname.

 

Niet één losse tekst als kapstok

Niet een meter commentaren als eindstation.

Niet een systeem dat alvast bepaalt wat de tekst mag betekenen.

Gewoon: Schrift met Schrift vergelijken.

Dat klinkt ouderwets. Misschien is het dat ook. Maar het is precies wat nodig is in een tijd waarin veel Bijbelse woorden nog wel worden gebruikt, maar vaak met uitgeholde of veranderde betekenis.

De waarheid raakt zoek wanneer woorden losraken van hun inhoud

De grote les is eenvoudig.

Bijbelse waarheid raakt niet alleen zoek door vrijzinnigheid. Zij raakt ook zoek door slordige orthodoxie. Door nageprate termen. Door halfbegrepen schema’s. Door geliefde formuleringen die nooit meer worden gecontroleerd. Door commentaren die elkaar overschrijven. Door systemen die de tekst vooraf inkaderen.

En misschien is dat nog verraderlijker.

Want vrijzinnigheid herken je vaak snel. Maar slordige orthodoxie draagt nette kleren. Zij spreekt vertrouwde taal. Zij citeert bekende woorden. Zij klinkt veilig.

Totdat je vraagt: waar staat dat precies?

Dan wordt het stil.

 

Terug naar de geopende Bijbel

De kerk heeft geen behoefte aan nog meer jargon. Geen behoefte aan nog meer schema’s die vooral zichzelf beschermen. Geen behoefte aan geestelijke mistmachines die met grote woorden kleine nauwkeurigheid verbergen.

Wat nodig is, is eenvoudiger en radicaler:

een geopende Bijbel,

een ootmoedige houding,

een scherp oog voor context,

een bereidheid om vertrouwde termen te toetsen,

en moed om te zeggen: “Misschien heb ik dit altijd verkeerd nagepraat.”

Dat is geen bedreiging van het geloof.

Dat is juist eerbied voor het Woord.

Want wie werkelijk gelooft dat de Bijbel Gods Woord is, hoeft niet bang te zijn voor nauwkeurig lezen. Die hoeft de tekst niet te beschermen met traditie. Die hoeft geen systeem over de Schrift heen te leggen.

 

Laat de Bijbel spreken.

Ook als geliefde woorden sneuvelen.

Ook als vertrouwde schema’s barsten.

Ook als het pijn doet.

Want waarheid die zoekgeraakt is onder religieuze lagen, wordt niet teruggevonden door nog meer lagen aan te brengen.

Deze wordt teruggevonden waar de Bijbel weer open gaat.

Israël redt niet; Christus redt

Waarom christenzionisme het Evangelie kan verduisteren

In veel kerken zien we tegenwoordig een opvallend verschijnsel. Er ontstaat een sterke belangstelling voor Israël. Dat uit zich in Israël-avonden, speciale rubrieken in kerkapps, sprekers uit messiaanse kringen en veel aandacht voor Joodse achtergronden van de Bijbel.

Op zichzelf is dat begrijpelijk. De Bijbel is immers diep verbonden met Israël. Paulus zegt:

“Hunner zijn de vaderen, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Die is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.”
(Romeinen 9:5, STV)

Maar juist omdat Christus uit Israël is voortgekomen, is er een grens die nooit overschreden mag worden: Israël mag nooit belangrijker worden dan de Messias Zelf.

En precies daar gaat het vandaag soms mis.

Wanneer de Naam van Jezus verdwijnt

Een opvallend patroon dat steeds vaker zichtbaar wordt is dit: men spreekt veel over Israël, maar de Naam van Jezus wordt nauwelijks genoemd.

Men hoort dan vooral woorden als:

  • de Messias
  • de Eeuwige
  • de God van Israël
  • het Joodse volk
  • de Thora

Dat klinkt vroom. Maar er ontbreekt iets wezenlijks: de expliciete belijdenis van Jezus Christus.

Het Nieuwe Testament kent echter geen boodschap waarin Christus slechts impliciet aanwezig is. Voor de apostelen stond één naam centraal.

“En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Wanneer die Naam structureel ontbreekt, ontbreekt het hart van het evangelie.

De apostelen spraken juist openlijk

De eerste christenen waren zelf Joden. Toch spraken zij zonder terughoudendheid over Jezus als de Messias.

Petrus zei tegen het volk Israël:

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.”
(Handelingen 2:36, STV)

En opnieuw:

“Dat u allen en het ganse volk Israëls bekend zij, dat door den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruisigd hebt, Welken God van de doden opgewekt heeft, door Hem zeg ik, staat deze hier voor u gezond.”
(Handelingen 4:10, STV)

Let op hoe concreet de apostelen spreken: Jezus Christus, de Nazarener. Geen vage religieuze taal, maar een duidelijke belijdenis.

Paulus romantiseert Israël niet

In moderne kerkelijke kringen ontstaat soms een bijna romantische visie op Israël. Maar Paulus spreekt heel anders. Hij heeft diepe liefde voor zijn volk, maar ook diepe pijn.

“Ik heb een grote droefheid en een gedurige smart in mijn hart.”
(Romeinen 9:2, STV)

Waarom? Omdat het grootste deel van Israël de Messias niet erkent.

Daarom zegt Paulus iets wat veel christenen vandaag nauwelijks meer durven uitspreken:

“Want zij zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.”
(Romeinen 9:6, STV)

Etnische afkomst is dus niet voldoende. Het beslissende punt blijft het geloof in Christus.

Religieuze ijver zonder Christus

Paulus beschrijft de geestelijke situatie van Israël scherp maar eerlijk.

“Want ik geef hun getuigenis dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand.”
(Romeinen 10:2, STV)

Met andere woorden: religieuze toewijding is niet genoeg. Het gaat om de erkenning van Christus.

Daarom zegt Paulus vervolgens:

“Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft.”
(Romeinen 10:4, STV)

De wet, de geschiedenis van Israël en de beloften van God vinden hun doel in Christus.

De olijfboom laat geen twee wegen zien

Romeinen 11 wordt vaak verkeerd uitgelegd alsof er twee aparte wegen zouden zijn: één voor Israël en één voor de heidenen. Maar Paulus zegt juist het tegenovergestelde.

Hij spreekt over één olijfboom.

“En indien sommige der takken afgebroken zijn, en gij, die een wilde olijfboom waart, in derzelver plaats zijt ingeënt, en des wortels en der vettigheid des olijfbooms mededeelachtig geworden zijt.”
(Romeinen 11:17, STV)

Heidenen worden ingeënt in dezelfde boom. Het fundament blijft hetzelfde: geloof in Christus.

Ook het toekomstige herstel van Israël gaat via Christus

Paulus verwacht een toekomstige bekering van Israël. Maar ook dat gebeurt niet buiten Christus om.

“En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.”
(Romeinen 11:26, STV)

Het herstel van Israël komt door de Verlosser.

Niet door etniciteit.
Niet door traditie.
Maar door Christus.

De eenvoudige toets

Er is een eenvoudige vraag die veel duidelijk maakt.

Hoe vaak wordt de Naam van Jezus daadwerkelijk uitgesproken?

In het Nieuwe Testament gebeurt dat voortdurend. Paulus zegt zelfs:

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.”
(1 Korinthe 2:2, STV)

Wanneer een boodschap over Israël spreekt maar Christus nauwelijks noemt, is er iets verschoven.

Dan ontstaat een beweging van:

Christus → Israël

in plaats van:

Israël → Christus.

De verleiding van de “lieve vrede”

In beplaalde kringen wordt bij gelegenheid gezegd:

“laten we dit soort dingen maar laten rusten voor de lieve vrede.”

Maar de Bijbel roept juist op tot een andere houding.

“Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus.”
(Efeze 4:15, STV)

Waarheid en liefde horen bij elkaar. Niet polemiek om de polemiek, maar ook geen zwijgen wanneer het hart van het evangelie naar de achtergrond schuift.

Uiteindelijk draait alles om één Naam

Het Nieuwe Testament is hier opvallend helder. Niet Israël, niet religie, niet traditie vormt het middelpunt van Gods plan, maar één Persoon.

“Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.”
(1 Korinthe 3:11, STV)

Wanneer dat fundament zichtbaar blijft, krijgt Israël zijn juiste plaats.

Maar wanneer Christus naar de achtergrond verdwijnt, blijft er uiteindelijk alleen religie over.

En precies daarom blijft de boodschap van de apostelen zo eenvoudig en zo radicaal:

“En de zaligheid is in geen ander.”
(Handelingen 4:12, STV)

De grote verdrukking en de illusie van veiligheid in Israël

Er bestaat vandaag onder veel christenen een bijna reflexmatige overtuiging:
de terugkeer van Joden naar Israël nú zou automatisch Gods plan en zegen zijn.

Organisaties zamelen geld in, campagnes worden gevoerd en Joden worden actief aangemoedigd om aliyah te maken — terug te keren naar het land Israël.

Maar wie de Bijbel werkelijk leest, ontdekt een ongemakkelijke waarheid.

De Schrift schetst namelijk een toekomst waarin juist Israël het centrum van de grootste crisis in de wereldgeschiedenis wordt.

Niét een veilige haven.
Maar het epicentrum van de eindtijd.

De grote verdrukking: ongekend in de wereldgeschiedenis

Jezus spreekt zelf over een periode die Hij de grote verdrukking noemt.

“Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal.”
(Mattheüs 24:21, STV)

Dit is geen gewone oorlog.
Geen regionale crisis.

Het is een periode die zo intens is dat Jezus zegt dat er nooit iets vergelijkbaars is geweest in de hele geschiedenis van de mensheid.

En opvallend: deze gebeurtenissen concentreren zich rond Jeruzalem en Judea.

De benauwdheid van Jakob

Het Oude Testament beschrijft dezelfde periode met een andere naam:

“Ach! want die dag is groot, zodat er geen is als hij; en het is een tijd der benauwdheid voor Jakob; doch hij zal daaruit verlost worden.”
(Jeremia 30:7, STV)

De Bijbel noemt deze tijd dus expliciet:

de benauwdheid van Jakob.

Jakob staat hier voor het volk Israël.

Dat betekent dat deze crisis niet in de eerste plaats over Europa, Amerika of Azië gaat — maar over Israël zelf.

Jeruzalem wordt het brandpunt van de wereld

De profeten spreken daar opvallend duidelijk over.

“Zie, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling voor alle volken rondom…”
(Zacharia 12:2, STV)

En nog explicieter:

“Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen…”
(Zacharia 14:2, STV)

Jeruzalem wordt volgens de profetieën het brandpunt van internationale conflicten.

Het toneel waar de eindstrijd van de wereldgeschiedenis zich afspeelt.

De Heer geeft een vluchtbevel

Hier wordt het nog confronterender.

Wanneer Jezus over deze periode spreekt, zegt Hij tegen de Joden die in Judea wonen:

“Alsdan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen.”
(Mattheüs 24:16, STV)

Let op wat hier staat.

Niet:

blijf in Jeruzalem
kom naar Israël
verzamel je in het land

Nee

Vlucht.

Dát is het bevel.

De ongemakkelijke vraag

Als de Bijbel leert dat Israël in de eindtijd het centrum van enorme vervolging en oorlog wordt…

waarom moedigen sommige christelijke organisaties vandaag Joden actief aan om daarheen te verhuizen?

Waarom wordt aliyah gepresenteerd als een soort geestelijke plicht?

Waarom wordt Israël soms bijna voorgesteld als de veiligste plek voor het Joodse volk?

De Bijbel zegt precies het tegenovergestelde.

Israël zonder Messias

De diepere tragiek is dit:

De huidige staat Israël bestaat grotendeels zonder erkenning van haar Messias.

Jezus zei over Jeruzalem:

“Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn…”
(Mattheüs 23:37, STV)

En vervolgens sprak Hij een aangrijpende profetie uit:

“Want Ik zeg u: Gij zult Mij van nu aan niet zien, totdat gij zeggen zult: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!”
(Mattheüs 23:39, STV)

De nationale erkenning van de Messias komt pas ná een diepe crisis.

Eerst crisis, daarna bekering

De profeet Zacharia beschrijft dat moment:

“En zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben; en zij zullen over Hem rouwklagen…”
(Zacharia 12:10, STV)

Pas wanneer Israël geconfronteerd wordt met de Messias die zij verworpen hebben, komt er nationale bekering.

Maar daaraan gaat een periode vooraf die de Bijbel beschrijft als de zwaarste verdrukking uit de wereldgeschiedenis.

De echt veilige plaats

De ironie is dat veel christenen hun hoop stellen op een land.

Maar de Bijbel wijst naar een Persoon.

Niet een geografische plek redt.

Niet een staat redt.

Niet een vlag redt.

Alleen Christus.

“Want er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Voor Jood en heiden geldt exact hetzelfde.

De veilige plaats is niet Israël.

De veilige plaats is in Christus.

Christenen die werkelijk van het Joodse volk houden, zouden daarom niet eerst moeten spreken over aliyah.

Maar over het Evangelie.

Want zonder Messias is zelfs het beloofde land uiteindelijk geen toevlucht.

Alleen Jezus Christus redt.

Voor Israël.
En voor de wereld.

lees ook:

De Naam die men liever niet noemt

De grote verdrukking, voor wie bestemd

Openbaring 12 is geen sprookje, het is heilsgeschiedenis

Verbondstheologie getoetst aan de Schrift, en waarom het Dispensationalisme inhoudelijk sterker staat

“Waarom elke Jood zou moeten overwegen terug te keren naar Israël”??

Israël vandaag Gods volk?

Die Ene Naam

Israël onze “oudste broer”…..dat is de vraag

Christenen hebben geen collectieve schuld tegenover het Joodse volk


extern:

Pas op voor de ‘wachters’!


https://www.gotquestions.org/Nederlands/grote-verdrukking.html/

De verborgenheid van de Gemeente

Waarom dit onderscheid vaak niet meer wordt gezien

Wie de brieven van Paulus zorgvuldig leest, ontdekt dat de Gemeente een verborgenheid (geheimenis) wordt genoemd. Dat betekent niet dat zij geheimzinnig of mystiek is, maar dat zij vroeger verborgen was en later door God geopenbaard werd.

Dit punt is beslissend voor het begrijpen van Gods heilsplan. Veel verwarring in het christendom ontstaat doordat men deze verborgenheid niet meer onderscheidt van Gods plan met Israël.

In dit artikel zet ik de belangrijkste lijnen uit de Schrift overzichtelijk naast elkaar.

Wat betekent “verborgenheid” in de Bijbel?

In het Nieuwe Testament betekent een verborgenheid een waarheid die voorheen niet geopenbaard was, maar nu bekendgemaakt wordt.

Paulus schrijft:

“Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid.”
— Efeze 3:2-3 (STV)

En verder:

“…de bedeling der verborgenheid, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God.”
— Efeze 3:9 (STV)

Het gaat dus om een onderdeel van Gods plan dat niet zichtbaar was in de oudtestamentische profetieën.

Wat de profeten wél zagen

De oudtestamentische profeten zagen vooral twee grote gebeurtenissen:

  • het lijden van de Messias
  • de heerlijkheid van Zijn Koninkrijk

Petrus beschrijft dit:

“Onderzoekende op welken of hoedanigen tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en tevoren getuigde het lijden dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna.”
— 1 Petrus 1:11 (STV)

Wat zij niet zagen, was de periode tussen deze twee gebeurtenissen.

Dáár ligt de verborgenheid.

De verborgen tussenperiode

Tussen het lijden van Christus en de openbaring van Zijn Koninkrijk ligt een periode waarin God iets nieuws doet.

Jakobus zegt hierover:

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen voor Zijn Naam.”
— Handelingen 15:14 (STV)

God verzamelt dus nu een volk uit alle volken. Dat volk is de Gemeente.

De verborgenheid van de Gemeente

De kern van deze verborgenheid is dat Joden en heidenen samen één lichaam vormen in Christus.

Paulus schrijft:

“Dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie.”
— Efeze 3:6 (STV)

Dit was nieuw.

In het Oude Testament waren de heidenen buiten het verbond, maar nu worden zij gelijkgesteld met gelovigen uit Israël.

Christus woont in de gelovigen

Een tweede component van deze verborgenheid is de inwonende Christus.

“De verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen; Aan welke God heeft willen bekendmaken welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus in u, de hoop der heerlijkheid.”
— Kolossenzen 1:26-27 (STV)

Dit betekent dat Christus niet alleen voor ons gestorven is, maar ook in ons leeft.

De Gemeente als lichaam van Christus

Paulus gebruikt voor de Gemeente vooral één beeld: een lichaam.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is.”
— Efeze 1:22-23 (STV)

En:

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.”
— Efeze 5:30 (STV)

Dit beeld benadrukt een levende eenheid tussen Christus en de gelovigen.

Christus is het Hoofd, de gelovigen vormen Zijn lichaam.

De Here Jezus predikte tijdens Zijn aardse bediening nog niet de Gemeente

Tijdens Zijn aardse bediening richtte Jezus zich in de eerste plaats tot Israël.

Hij zegt:

“Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.”
— Mattheüs 15:24 (STV)

Toen Hij de twaalf uitzond gaf Hij dezelfde opdracht:

“Gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.”
— Mattheüs 10:6 (STV)

Hun boodschap was:

“Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.”
— Mattheüs 10:7 (STV)

De Gemeente werd pas later geopenbaard.

De Gemeente zou nog gebouwd worden

Jezus zegt:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen.”
— Mattheüs 16:18 (STV)

Let op het woord zal.

De Gemeente bestond toen nog niet. Zij zou pas ontstaan na kruis, opstanding en Pinksteren.

De verborgenheden van het Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament noemt meerdere verborgenheden:

  • de verborgen vorm van het Koninkrijk
  • de tijdelijke verharding van Israël
  • de Gemeente als lichaam van Christus
  • Christus in de gelovigen
  • de opname van de Gemeente
  • de verborgen werking van de ongerechtigheid
  • Gods plan om alles onder Christus samen te brengen

Deze verborgenheden beschrijven samen de huidige bedeling van Gods genade.

Israël en de Gemeente zijn niet hetzelfde

De Schrift maakt onderscheid tussen beide.

Israël:

  • een volk
  • aardse beloften
  • land en koninkrijk
  • herstel in de toekomst

De Gemeente:

  • lichaam van Christus
  • hemelse roeping
  • samengesteld uit alle volken
  • verbonden met Christus in de hemel

De kwestie van de bruid

In sommige christelijke tradities wordt de Gemeente, min of meer vanzelfsprekend, de bruid van Christus genoemd. Toch is dit niet het hoofdbeeld dat de apostelen gebruiken.

Paulus spreekt steeds over:

  • het lichaam van Christus
  • Christus als Hoofd

Daarnaast beschrijft het Oude Testament Israël juist vaak als de vrouw van de HEERE.

Bijvoorbeeld:

“Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam.”
— Jesaja 54:5 (STV)

In Openbaring wordt de bruid verbonden met het nieuwe Jeruzalem.

“Kom herwaarts, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams.”
— Openbaring 21:9 (STV)

“En hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem.”
— Openbaring 21:10 (STV)

Daarom is het belangrijk om beelden uit de Schrift niet door elkaar te halen.

De kern van de verborgenheid

De verborgenheid van de Gemeente betekent dat God in deze tijd:

  • een volk verzamelt uit alle volken
  • dat volk verenigt met Christus
  • en hen een hemelse roeping geeft

Paulus noemt deze tijd daarom:

“de bedeling der genade Gods.”
— Efeze 3:2 (STV)

De Gemeente is géén voortzetting van Israël en ook géén vervanging van Israël. Zij is een verborgen werk van God, geopenbaard na de komst van Christus.

Wanneer dit onderscheid wordt losgelaten, ontstaan vrijwel automatisch verwarringen:

  • profetieën worden verkeerd toegepast
  • Israël en de Gemeente worden vermengd
  • het koninkrijk wordt vergeestelijkt

Maar wanneer het onderscheid wél wordt gezien, ontstaat een helder overzicht van Gods plan:

eerst
de komst van de Messias

nu
de verborgen periode van de Gemeente

en straks
de openbaring van Christus en het herstel van Israël.

Dát is de verborgenheid die Paulus mocht bekendmaken.

Geverifieerd door MonsterInsights