De verborgenheid van de Gemeente

Waarom dit onderscheid vaak niet meer wordt gezien

Wie de brieven van Paulus zorgvuldig leest, ontdekt dat de Gemeente een verborgenheid (geheimenis) wordt genoemd. Dat betekent niet dat zij geheimzinnig of mystiek is, maar dat zij vroeger verborgen was en later door God geopenbaard werd.

Dit punt is beslissend voor het begrijpen van Gods heilsplan. Veel verwarring in het christendom ontstaat doordat men deze verborgenheid niet meer onderscheidt van Gods plan met Israël.

In dit artikel zet ik de belangrijkste lijnen uit de Schrift overzichtelijk naast elkaar.

Wat betekent “verborgenheid” in de Bijbel?

In het Nieuwe Testament betekent een verborgenheid een waarheid die voorheen niet geopenbaard was, maar nu bekendgemaakt wordt.

Paulus schrijft:

“Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid.”
— Efeze 3:2-3 (STV)

En verder:

“…de bedeling der verborgenheid, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God.”
— Efeze 3:9 (STV)

Het gaat dus om een onderdeel van Gods plan dat niet zichtbaar was in de oudtestamentische profetieën.

Wat de profeten wél zagen

De oudtestamentische profeten zagen vooral twee grote gebeurtenissen:

  • het lijden van de Messias
  • de heerlijkheid van Zijn Koninkrijk

Petrus beschrijft dit:

“Onderzoekende op welken of hoedanigen tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en tevoren getuigde het lijden dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna.”
— 1 Petrus 1:11 (STV)

Wat zij niet zagen, was de periode tussen deze twee gebeurtenissen.

Dáár ligt de verborgenheid.

De verborgen tussenperiode

Tussen het lijden van Christus en de openbaring van Zijn Koninkrijk ligt een periode waarin God iets nieuws doet.

Jakobus zegt hierover:

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen voor Zijn Naam.”
— Handelingen 15:14 (STV)

God verzamelt dus nu een volk uit alle volken. Dat volk is de Gemeente.

De verborgenheid van de Gemeente

De kern van deze verborgenheid is dat Joden en heidenen samen één lichaam vormen in Christus.

Paulus schrijft:

“Dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie.”
— Efeze 3:6 (STV)

Dit was nieuw.

In het Oude Testament waren de heidenen buiten het verbond, maar nu worden zij gelijkgesteld met gelovigen uit Israël.

Christus woont in de gelovigen

Een tweede component van deze verborgenheid is de inwonende Christus.

“De verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen; Aan welke God heeft willen bekendmaken welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus in u, de hoop der heerlijkheid.”
— Kolossenzen 1:26-27 (STV)

Dit betekent dat Christus niet alleen voor ons gestorven is, maar ook in ons leeft.

De Gemeente als lichaam van Christus

Paulus gebruikt voor de Gemeente vooral één beeld: een lichaam.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is.”
— Efeze 1:22-23 (STV)

En:

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.”
— Efeze 5:30 (STV)

Dit beeld benadrukt een levende eenheid tussen Christus en de gelovigen.

Christus is het Hoofd, de gelovigen vormen Zijn lichaam.

De Here Jezus predikte tijdens Zijn aardse bediening nog niet de Gemeente

Tijdens Zijn aardse bediening richtte Jezus zich in de eerste plaats tot Israël.

Hij zegt:

“Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.”
— Mattheüs 15:24 (STV)

Toen Hij de twaalf uitzond gaf Hij dezelfde opdracht:

“Gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.”
— Mattheüs 10:6 (STV)

Hun boodschap was:

“Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.”
— Mattheüs 10:7 (STV)

De Gemeente werd pas later geopenbaard.

De Gemeente zou nog gebouwd worden

Jezus zegt:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen.”
— Mattheüs 16:18 (STV)

Let op het woord zal.

De Gemeente bestond toen nog niet. Zij zou pas ontstaan na kruis, opstanding en Pinksteren.

De verborgenheden van het Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament noemt meerdere verborgenheden:

  • de verborgen vorm van het Koninkrijk
  • de tijdelijke verharding van Israël
  • de Gemeente als lichaam van Christus
  • Christus in de gelovigen
  • de opname van de Gemeente
  • de verborgen werking van de ongerechtigheid
  • Gods plan om alles onder Christus samen te brengen

Deze verborgenheden beschrijven samen de huidige bedeling van Gods genade.

Israël en de Gemeente zijn niet hetzelfde

De Schrift maakt onderscheid tussen beide.

Israël:

  • een volk
  • aardse beloften
  • land en koninkrijk
  • herstel in de toekomst

De Gemeente:

  • lichaam van Christus
  • hemelse roeping
  • samengesteld uit alle volken
  • verbonden met Christus in de hemel

De kwestie van de bruid

In sommige christelijke tradities wordt de Gemeente, min of meer vanzelfsprekend, de bruid van Christus genoemd. Toch is dit niet het hoofdbeeld dat de apostelen gebruiken.

Paulus spreekt steeds over:

  • het lichaam van Christus
  • Christus als Hoofd

Daarnaast beschrijft het Oude Testament Israël juist vaak als de vrouw van de HEERE.

Bijvoorbeeld:

“Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam.”
— Jesaja 54:5 (STV)

In Openbaring wordt de bruid verbonden met het nieuwe Jeruzalem.

“Kom herwaarts, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams.”
— Openbaring 21:9 (STV)

“En hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem.”
— Openbaring 21:10 (STV)

Daarom is het belangrijk om beelden uit de Schrift niet door elkaar te halen.

De kern van de verborgenheid

De verborgenheid van de Gemeente betekent dat God in deze tijd:

  • een volk verzamelt uit alle volken
  • dat volk verenigt met Christus
  • en hen een hemelse roeping geeft

Paulus noemt deze tijd daarom:

“de bedeling der genade Gods.”
— Efeze 3:2 (STV)

De Gemeente is géén voortzetting van Israël en ook géén vervanging van Israël. Zij is een verborgen werk van God, geopenbaard na de komst van Christus.

Wanneer dit onderscheid wordt losgelaten, ontstaan vrijwel automatisch verwarringen:

  • profetieën worden verkeerd toegepast
  • Israël en de Gemeente worden vermengd
  • het koninkrijk wordt vergeestelijkt

Maar wanneer het onderscheid wél wordt gezien, ontstaat een helder overzicht van Gods plan:

eerst
de komst van de Messias

nu
de verborgen periode van de Gemeente

en straks
de openbaring van Christus en het herstel van Israël.

Dát is de verborgenheid die Paulus mocht bekendmaken.

Israël vandaag Gods volk?

Over “Ammi”, “Lo-Ammi” en de Bijbelse betekenis van “Gods volk”

In veel evangelische en christenzionistische kringen wordt de volgende uitspraak bijna als een axioma herhaald:

“Israël is Gods volk.”

Daarmee bedoelt men dan meestal de huidige staat Israël. Soms wordt dit zo absoluut gesteld dat elke kritische vraag meteen als onbijbels, en scherper nog, als anti-semitisch wordt gezien.

Maar de werkelijke vraag is: wat bedoelt de Bijbel wanneer God spreekt over “Mijn volk”?

Wanneer we de Schrift zorgvuldig lezen, blijkt dat dit begrip niet simpelweg een etnisch of politiek label is. Het is een verbondsaanduiding, verbonden aan relatie met God.

Het gaat daarom niet om vervangingsleer tegenover zionisme, maar om de Bijbelse definitie van Gods volk.

Israël werd door God “Mijn volk” genoemd

In het Oude Testament noemt God Israël zonder twijfel Zijn volk.

“Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken die op den aardbodem zijn.” (Deuteronomium 7:6 STV)

Israël werd uitverkoren uit alle volken.
God sloot met hen een verbond en gaf hun Zijn wet.

Maar deze positie betekende niet dat Israël automatisch Gods volk bleef, ongeacht geloof of ongehoorzaamheid.

Wanneer Israël God verwerpt (niet andersom!)

Bij het gouden kalf zien we een opvallende verschuiving.

“Ga heen, trek af; want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven.” (Exodus 32:7 STV)

God zegt hier tegen Mozes niet meer “Mijn volk”, maar “uw volk.”

Een volk met deze naam bestaat nog steeds, maar de verbondsrelatie is, eenzijdig, vernietigd.

 Zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; Niet naar het verbond dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep om hen uit Egypteland uit te voeren; welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE. (Jeremia 31:31,32 STV)

Hier belooft de Heer vóór de droevige constatering door de mond van Jeremia meteen al dat Hij het daar niet bij zou laten zitten, door de toen toekomstige oprichting van het nieuwe Verbond aan te kondigen.

Hosea: Ammi en Lo-Ammi

De profeet Hosea laat nog scherper zien dat Gods volk zijn geen automatisch etiket is.

“En Hij zeide: Noem zijn naam Lo-Ammi; want gij zijt Mijn volk niet, zo zal Ik ook de uwe niet zijn.” (Hosea 1:9 STV)

Lo-Ammi betekent: niet Mijn volk.

Vanwege hun afgoderij en verbondsbreuk verklaart God dat Israël niet langer als Zijn volk erkend wordt.

Maar Hosea spreekt ook over herstel.

“En Ik zal Mij ontfermen over Lo-Ruchama, en Ik zal tot Lo-Ammi zeggen: Gij zijt Mijn volk; en hij zal zeggen: Mijn God!” (Hosea 2:22 STV)

Ammi: Mijn volk.

Gods volk zijn is dus een relationele werkelijkheid, geen automatisch etiket.

Israël verwierp zijn Messias

De geschiedenis bereikt een dramatisch punt wanneer de Messias komt.

“Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.” (Johannes 1:11 STV)

Israël als volk verwierp Christus.

Paulus beschrijft de huidige toestand zo:

“Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij, opdat gij niet wijs zijt bij uzelven, dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.” (Romeinen 11:25 STV)

‘Israë’ bestaat nog steeds, maar leeft momenteel grotendeels in ongeloof tegenover zijn Messias.

Daarom kan je niet zomaar  zeggen dat de seculiere moderne staat Israël automatisch Gods volk is in geestelijke zin.

Wat bepaalt werkelijk wie Gods volk is?

De Bijbel maakt duidelijk dat Gods volk wordt bepaald door relatie met God.

Niet door afkomst.
Niet door nationaliteit.

Zelfs in het Oude Testament klonk dat al.

“Besnijdt dan de voorhuid uws harten.” (Deuteronomium 10:16 STV)

God kijkt niet alleen naar bloedlijn, maar naar het hart.

Paulus en “het Israël Gods”

De uitdrukking “het Israël Gods” komt uit de brief van Paulus aan de Galaten.

“En zovelen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israël Gods.” (Galaten 6:16 STV)

Hier gebruikt Paulus de uitdrukking “het Israël Gods.”

Daarmee duidt hij de gemeenschap aan van hen die volgens deze regel wandelen:
namelijk dat men in Christus een nieuwe schepping is (Galaten 6:15).

Het laat zien dat Gods volk wordt bepaald door relatie met God in Christus, niet door etniciteit.

Zelfs Egypte zal “Mijn volk” genoemd worden

De profeten laten zien dat de aanduiding “Mijn volk” niet exclusief voor Israël blijft.

“Te dien dage zal Israël de derde zijn met Egypte en met Assyrië, een zegen in het midden van het land;
Welke de HEERE der heirscharen zegenen zal, zeggende: Gezegend zij Mijn volk de Egyptenaars, en Assur het werk Mijner handen, en Israël Mijn erfdeel.” (Jesaja 19:24-25 STV)

Hier wordt Egypte genoemd:

“Mijn volk.”

Dat laat zien dat deze uitdrukking een relationele aanduiding is.

Twee misverstanden

In het gesprek over Israël ontstaan meestal twee uitersten.

Het eerste uiterste is vervangingsleer, waarin Israël geen rol meer zou spelen in Gods plan.

Maar Paulus zegt duidelijk:

“Zo zeg ik dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre!” (Romeinen 11:1 STV)

Israël heeft nog een toekomst.

Het tweede uiterste is onvoorwaardelijk christenzionisme, waarin de moderne staat Israël automatisch Gods volk wordt genoemd.

Ook dat leert de Schrift nergens.

Israël zal weer “Ammi” worden

De Bijbel laat zien dat Israël uiteindelijk tot bekering zal komen.

“En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.” (Romeinen 11:26 STV)

Dan zal Israël opnieuw Ammi — Mijn volk genoemd worden.

De moderne staat Israël is niet automatisch Gods volk.

De Schrift leert iets diepers.

De uitdrukking “Gods volk” wordt bepaald door verbond en geloof.

Vandaag vormt God een volk uit Joden en heidenen in het lichaam van Christus; de gemeente, die Paulus aanduidt als “het Israël Gods.”

En in de toekomst zal ook Israël als volk zijn Messias erkennen.

Dan zal het woord dat ooit klonk:

Lo-Ammi — niet Mijn volk

definitief veranderen in:

Ammi — Mijn volk.

Dat is géén vervanging.
Dat is de Bijbelse definitie van Gods volk.

lees ook:

Israël onze “oudste broer”…..dat is de vraag

Israël in de Bijbel is niet hetzelfde als de moderne Joodse staat

Christenen voor Israël? Pas op met DIT…

De toekomstige en zekere bekering van Israël, – geen automatisme

Openbaring 12 is geen sprookje, het is heilsgeschiedenis

Mystiek en geheimzinnig?

Er zijn Bijbelgedeelten waar men snel overheen leest.
Openbaring 12 is er zo één.

Een vrouw.
Een draak.
Een kind.
1260 dagen.

Voor velen is het mystiek, geheimzinnig, bijna apocalyptische poëzie zonder vaste grond. Maar wie het Schrift met Schrift vergelijkt, ontdekt dat hier niets nieuws wordt geïntroduceerd. Hier wordt samengebald wat al eeuwen eerder is aangekondigd.

En wie dat niet ziet, heeft Openbaring losgemaakt van Genesis.

Wie Openbaring leest zonder Daniël leest verkeerd

Men noemt het boek Openbaring geheimzinnig. Maar dat komt omdat men het los leest van het Oude Testament.

De vrouw bekleed met zon, maan en twaalf sterren?
Dat is geen nieuw beeld. Dat kennen we al uit Jozefs droom.

De draak met zeven koppen en tien horens?
Dat kennen we uit Daniël.

De 1260 dagen?
Dat staat al in Daniël.

De ijzeren roede?
Psalm 2.

Er staat in Openbaring 12 niets wat niet eerder in de Schrift is voorbereid.

Wie Openbaring wil begrijpen, moet beginnen bij Genesis 1 vers 1. De Bijbel is één geheel. Je kunt niet zomaar voorgaande bladzijden overslaan en dan denken dat je de laatste bladzijde begrijpt.

De vrouw is niet Maria en niet de Kerk

Er zijn twee populaire uitleggingen.

De roomse: de vrouw is Maria.
De protestantse: de vrouw is de Kerk.

Beide missen het fundament.

De vrouw is Israël.

Israël als het verbondsvolk. Israël als de barende vrouw. Israël als de drager van de Messiaanse lijn.

De symboliek laat geen andere conclusie toe.

Zon, maan, twaalf sterren — dat is het huis van Jakob.
Niet Rome.
Niet de Kerk.

De mannelijke zoon: meer dan men denkt

“Zij baarde een mannelijke zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede.”

Dat is Psalm 2.

Dat is de Messias.

Maar hier wordt het interessant.

Wanneer het Oude Testament spreekt over de verheerlijkte Christus, dan spreekt het niet over een losstaand individu zonder Zijn lichaam. De verheerlijkte Christus is inclusief de Gemeente.

Christus is het Hoofd.
De Gemeente is Zijn Lichaam.

Daarom wordt de mannelijke zoon weggerukt tot God en Zijn troon. Dat is geen symbolische taal voor hemelvaart alleen. Dat is opname.

En precies daarna wordt de draak uit de hemel geworpen.

De volgorde is cruciaal.

Eerst de opname, dan de neerwerping

Openbaring 12 laat een duidelijke volgorde zien:

De zoon wordt weggerukt.
De draak wordt uit de hemel geworpen.
De draak vervolgt de vrouw.

Met andere woorden:

Eerst wordt de Gemeente weggenomen.
Daarna richt satan zich in volle woede op Israël.

Dat is geen willekeurige gedachtegang. Dat is consistent met Daniël en met de 70e week.

De draak en de antichrist

De draak is Satan.

Na zijn neerwerping manifesteert hij zich zichtbaar in een wereldrijk. Niet slechts als tegenstander van Christus, maar als vervanger van Christus.

“Anti” betekent niet alleen tegen, maar in plaats van.

De wereld zal niet massaal satanist worden. Ze zal massaal een alternatief messiaans systeem omarmen.

Dat is het antichristelijke rijk.

1260 dagen: geen symboliek, maar tijdrekening

De 1260 dagen zijn niet poëtisch bedoeld. Ze corresponderen met:

Drieënhalf jaar.
De tweede helft van Daniëls 70e week.
De grote verdrukking.

Israël vlucht de woestijn in.
De wereldmacht wordt geconsolideerd.
Satan regeert zichtbaar.

En dit alles is al 2600 jaar geleden aangekondigd via Daniël.

Waarom men dit niet ziet

Omdat men Openbaring isoleert.
Omdat men Israël en Gemeente vermengt.
Omdat men de profetieën vergeestelijkt.

Men leest teksten voor bruiloften, begrafenissen en Vaderdag.
Maar men leest de Schrift niet als één doorgaand heilsplan.

Openbaring 12 is geen los visioen. Het is het scharnierpunt van Gods plan met Israël en de Gemeente.

Wat dit praktisch betekent

Wij leven in een tijd van verborgenheid.
Christus regeert, maar verborgen.
De Gemeente is verbonden met een hemelse roeping.

De wereld is niet onderweg naar christelijke heerschappij.
Zij is onderweg naar openlijke rebellie.

Wie denkt dat de Kerk het Koninkrijk op aarde moet vestigen, heeft Openbaring 12 niet begrepen.

De Gemeente wordt niet geroepen om de wereld te veroveren.
Zij wordt geroepen om uit te gaan buiten de legerplaats.

Samengevat

De geschiedenis is geen toeval.
Daniël bevestigt dat God koningen afzet en bevestigt.
Openbaring bevestigt dat Satan tijdelijk wordt toegelaten.
Maar het einde staat vast.

De vrouw blijft.
De draak wordt geoordeeld.
De Zoon regeert.

En wie bij die Zoon hoort, deelt in Zijn verheerlijking.

Dat is geen mystiek.

Dat is heilsgeschiedenis.

Geverifieerd door MonsterInsights