Stelt de Heilige Geest ons in staat de wet te vervullen?

Hoeveel misvatting kun je in één zin kwijt?

“De Heilige Geest stelt ons in staat om de wet te vervullen.”

Dat hoorde ik zojuist beweren in een pinksterpreek.

Welke wet, op welke manier, en onder welk verbond?

Want zodra deze uitspraak betekent dat de gelovige door de Heilige Geest alsnog wordt teruggeleid naar de wet van Mozes als leefregel, zitten we niet meer bij Paulus. Dan zitten we bij een evangelische variant van Sinaï. Een christelijk aangeklede terugkeer naar het juk waarvan Christus ons juist heeft vrijgemaakt.

Het klinkt vroom: vroeger konden wij de wet niet houden, maar nu hebben wij de Geest en kunnen wij het wél.

Maar is dat de Bijbelse boodschap?

Paulus zegt niet: vroeger onder de wet zonder kracht, nu onder de wet mét kracht. Paulus zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)

Niet: onder de wet met Geestelijke ondersteuning.
Niet: onder Sinaï met Pinksterkracht.
Niet: Mozes, maar dan uitvoerbaar gemaakt door de Geest.

Maar:

niet onder de wet, maar onder de genade.

Daar begint de correctie.

Stelt de heilige geest ons in staat de wet te vervullen?

 

De valstrik van een Bijbels klinkende zin

De uitspraak is verraderlijk omdat zij dicht langs Romeinen 8:4 schuurt.

Paulus schrijft:

“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.” Romeinen 8:4 (STV)

Daar grijpt men dan naar: zie je wel, het recht van de wet wordt vervuld in ons. Dus de Heilige Geest stelt ons in staat om de wet te vervullen.

Maar dat is te snel. Veel te snel.

Want Paulus zegt niet dat de gelovige weer onder de wet wordt geplaatst om die nu, met hulp van de Geest, alsnog als leefregel af te werken. Hij zegt dat het recht der wet vervuld wordt in hen die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

Dat is iets anders.

Het gaat niet om een terugkeer naar de wet als verbondssysteem. Het gaat om een wandel door de Geest waarin Gods rechtvaardige bedoeling niet wordt geschonden, maar zichtbaar wordt als vrucht van het nieuwe leven.

De Geest maakt van de wet geen christelijke loopband.
De Geest werkt Christus’ leven uit in hen die niet onder de wet, maar onder de genade zijn.

 

Paulus nekt de misvatting zelf

Wie beweert dat de Heilige Geest ons onder de wet brengt om haar te vervullen, moet langs Galaten 5 heen. En dat lukt niet.

Paulus schrijft:

“Maar indien gij door den Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet.” Galaten 5:18 (STV)

Dat vers is eenvoudig. Bijna hinderlijk eenvoudig.

 

Door de Geest geleid? Dan niet onder de wet.

Dus de Geest is niet gegeven om de gelovige terug onder de wet te plaatsen. De Geest is juist kenmerkend voor een andere sfeer: niet de sfeer van Sinaï, maar van Christus; niet de bediening van de letter, maar van het leven; niet de slavernij, maar de vrijheid.

Daarom is de uitspraak “de Heilige Geest stelt ons in staat de wet te vervullen” op zijn minst riskant. Zij kan waar klinken, maar verkeerd werken. Zij kan vroom beginnen en wettisch eindigen.

Want in de praktijk wordt het vaak dit:

Christus verlost mij van de vloek van de wet.
De Geest helpt mij daarna om de wet alsnog als leefregel te houden.

Dat is geen genadeleer. Dat is Galatianisme met een Pinksterjas aan.

 

Niet onder de wet, maar onder de genade

Paulus zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)

Dat is geen los staande tekst. Dat is een principiële uitspraak over de positie van de gelovige. De gelovige staat niet meer onder (het regime van) de wet. Hij staat onder genade.

Dat is waar veel verwarring ontstaat. Men denkt dat genade wel goed is voor vergeving, maar dat de wet daarna nodig is voor heiliging. Alsof genade de voordeur is en de wet de woonkamer. Alsof Christus binnenbrengt, maar Mozes daarna het huis bestuurt.

Maar Paulus doet dat niet.

Hij schrijft niet:

de zonde zal over u niet heersen, want de Geest stelt u nu in staat de wet te houden.

Hij schrijft:

de zonde zal over u niet heersen, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.

Dat is de omgekeerde redenering van veel prediking.

 

De wet is heilig, maar zij is niet de leefregel van de gelovige

Nu moet niemand een karikatuur maken. De wet zelf is niet slecht.

Paulus zegt:

“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.” Romeinen 7:12 (STV)

En:

“Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.” Romeinen 7:14 (STV)

De wet is heilig. De wet is rechtvaardig. De wet is goed. Het probleem ligt niet in de wet, maar in de mens. De wet eist, openbaart, veroordeelt en toont zonde. Maar zij geeft geen leven, geen kracht, geen vrijheid.

Daarom zegt Paulus ook:

“Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.” Romeinen 8:3 (STV)

Let goed op: Paulus zegt niet dat God de wet nu alsnog krachtig heeft gemaakt als leefregel. Hij zegt dat God Zijn Zoon gezonden heeft. De oplossing is niet de wet plus Geestelijke bekrachtiging. De oplossing is Christus.

De wet kon niet tot stand brengen wat Christus gedaan heeft.

 

Romeinen 8:4 is geen terugkeer naar Sinaï

Romeinen 8:4 wordt vaak gebruikt als sluiproute terug naar de wet.

“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.” Romeinen 8:4 (STV)

Maar let op de formulering.

Er staat niet: opdat wij onder de wet zouden worden gesteld.
Er staat niet: opdat wij de wet van Mozes als christelijke leefregel zouden onderhouden.
Er staat niet: opdat wij met hulp van de Geest de Sinaï-code zouden uitvoeren.

Er staat:

opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons.

Dat gebeurt niet door terugkeer naar de letter, maar door wandel naar de Geest. Niet door onder de wet te staan, maar juist doordat de gelovige in Christus is.

De wet vroeg rechtvaardigheid, maar kon die niet geven. Christus heeft gedaan wat de wet niet vermocht. En de Geest werkt in de gelovige een leven dat niet tegen Gods heiligheid ingaat, maar vrucht draagt tot God.

Niet wet als systeem.
Niet wet als juk.
Niet wet als verbondscontract.
Maar Christus als leven, de Geest als kracht, genade als sfeer.

 

De wet als leefregel klinkt vroom, maar berooft genade van haar vrijheid

Hier zit het venijn.

Men zegt: “Wij zijn niet door de wet gerechtvaardigd, maar de wet blijft wel onze leefregel.”

Dat klinkt netjes. Orthodox. Veilig.

Maar Paulus is veel scherper. Hij zegt:

“Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.” Romeinen 7:4 (STV)

Niet: gij zijt der wet gedood om daarna door de Geest beter onder de wet te leven.

Nee:

“opdat gij zoudt worden eens Anderen”

Van Wie? Van Christus, Die uit de doden opgewekt is.

En met welk doel?

“opdat wij Gode vruchten dragen zouden.”

De vrucht komt niet uit een vernieuwde relatie met de wet. De vrucht komt uit verbondenheid met de opgestane Christus.

Daarna zegt Paulus:

“Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter.” Romeinen 7:6 (STV)

Dat is een bevrijding.

Niet dienen in de oudheid der letter.
Maar dienen in nieuwigheid des geestes.

 

Galatianisme met Geestelijke taal

De gevaarlijkste vorm van wetticisme zegt niet altijd: u moet de wet houden om behouden te worden.

Dat is te herkenbaar.

De subtielere vorm zegt: u bent uit genade behouden, maar nu geeft de Geest u kracht om de wet te vervullen.

En daar moet je wakker worden.

Want dan wordt genade de startmotor en de wet de rijbaan. Christus opent de deur, Mozes neemt het stuur over, en de Heilige Geest wordt gereduceerd tot brandstof voor een reis terug naar Sinaï.

Dat is geestelijke verwarring.

Paulus schrijft aan de Galaten:

“Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?” Galaten 3:3 (STV)

En daarvoor:

“Dit alleen wil ik van u leren: hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?” Galaten 3:2 (STV)

Dat is de vraag die men vandaag opnieuw moet stellen.

Hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet?
Nee.

Waarom zou de Geest u dan vervolgens terugbrengen onder datzelfde systeem?

De Geest werd niet ontvangen uit de werken der wet, maar uit de prediking des geloofs. En de wandel door de Geest blijft op diezelfde genadegrond staan.

 

De liefde vervult de wet, maar liefde is geen terugkeer onder de wet

Nu zal iemand zeggen: maar Paulus schrijft toch dat de liefde de wet vervult?

Ja.

“Zijt niemand iets schuldig, dan elkander lief te hebben; want die den ander liefheeft, die heeft de wet vervuld.” Romeinen 13:8 (STV)

En:

“Want de gehele wet wordt in één woord vervuld, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelven.” Galaten 5:14 (STV)

Maar ook hier moet je scherp lezen.

Paulus zegt niet: ga terug onder de wet. Hij zegt dat liefde doet wat de wet eiste zonder dat de gelovige onder het wetssysteem staat. Liefde is niet de christelijke verpakking van Mozes. Liefde is vrucht van de Geest.

Direct na Galaten 5:14 zegt Paulus niet: onderhoud dus de wet.

Hij zegt:

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” Galaten 5:16 (STV)

En even later:

“Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.” Galaten 5:22 (STV)

De liefde komt dus niet voort uit wet als juk, maar uit de Geest als vrucht.

Dat is een wereld van verschil.

 

De Geest werkt vrucht, geen wettische prestatie

De Geest is niet gegeven als hemelse krachtcentrale om de oude mens nu eindelijk religieus productief te maken.

De Geest werkt vanuit Christus. Hij verheerlijkt Christus. Hij past het Woord toe. Hij doet de gelovige wandelen in nieuwheid des levens. Hij brengt vrucht voort die de wet niet kon produceren.

De wet zegt: doe en leef.
De genade zegt: leef, en wandel nu waardig.

De wet eist vrucht van een dorre boom.
De genade geeft leven in Christus en brengt vrucht voort door de Geest.

De wet zegt: gij zult.
De Geest werkt: Christus in u.

Dat is geen semantisch verschil. Dat is het verschil tussen slavernij en vrijheid.

 

Geen antinomianisme

Nu komt de bekende beschuldiging: “Maar als je zegt dat de gelovige niet onder de wet is, krijg je losbandigheid.”

Dat is precies de vraag die Paulus zelf al ondervangt.

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.” Romeinen 6:15 (STV)

Paulus kent de verdraaiing. Maar let op: hij corrigeert losbandigheid niet door de gelovige terug onder de wet te zetten. Hij zegt niet: o, als u dat denkt, moet u toch weer Mozes als leefregel nemen.

Nee. Hij houdt vast aan de genadepositie en werkt vanuit de vereniging met Christus.

De gelovige is met Christus gestorven. De oude mens is gekruisigd. De gelovige leeft voor God in Christus Jezus. Daarom moet hij niet wandelen naar het vlees, maar door de Geest.

Dat is geen wetteloosheid. Dat is hoger dan wet. Niet lager.

 

De leefregel van de gelovige is Christus

De vraag is dus niet: heeft de gelovige dan geen leefregel?

Natuurlijk wel.

Maar die leefregel is niet de wet van Mozes als verbondssysteem. De leefregel van de gelovige is Christus Zelf, toegepast door de Geest, onderwezen door de apostolische leer, in de sfeer van genade.

Johannes schrijft:

“Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.” 1 Johannes 2:6 (STV)

Paulus schrijft:

“Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen;” Efeze 5:1 (STV)

En:

“En wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft, en Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer, Gode tot een welriekenden reuk.” Efeze 5:2 (STV)

Dat is de toon van het Nieuwe Testament.

Niet: terug naar de stenen tafelen als centrale leefregel.
Maar: wandelen waardig de roeping, wandelen in liefde, wandelen als kinderen des lichts, wandelen door de Geest, wandelen zoals Christus gewandeld heeft.

Dat is geen mindere norm. Dat is een hogere Persoon.

 

De wet vraagt, Christus geeft

Dit is de kern.

De wet vraagt gerechtigheid.
Christus is onze gerechtigheid.

De wet legt schuld bloot.
Christus draagt schuld weg.

De wet veroordeelt de zondaar.
Christus rechtvaardigt de goddeloze die gelooft.

De wet toont wat de mens moet zijn.
Christus is wat de gelovige voor God geworden is.

De wet zegt: doe dit en gij zult leven.
Christus zegt: Ik leef, en gij zult leven.

De Geest is niet gegeven om de gelovige terug te brengen naar het systeem dat hem veroordeelde. De Geest is gegeven omdat de gelovige in Christus is en nu mag leven uit een nieuwe positie.

 

Wat dan met “het recht der wet”?

Romeinen 8:4 blijft belangrijk. Maar het moet op Paulus’ manier gelezen worden.

Het recht der wet wordt vervuld in ons die wandelen naar de Geest. Dat betekent: de rechtvaardige eis van God wordt niet genegeerd. Genade is geen morele afvalbak. De Geest brengt geen wetteloosheid voort.

Maar dit vervullen gebeurt niet doordat de gelovige onder de wet wordt gezet. Het gebeurt doordat hij in Christus leeft en door de Geest wandelt.

Daarom is de zuiverste formulering niet:

De Heilige Geest stelt ons in staat de wet te vervullen.

Maar:

De Heilige Geest doet de gelovige wandelen in overeenstemming met Gods wil, terwijl hij niet onder de wet staat maar onder de genade; en in die wandel wordt het recht der wet vervuld.

Dat is langer. Minder pakkend. Minder geschikt voor een snelle preekzin.

Maar wel Bijbels.

 

Waarom de korte uitspraak gevaarlijk is

De zin “de Heilige Geest stelt ons in staat de wet te vervullen” is gevaarlijk omdat hij te veel open laat.

Hij kan betekenen: de Geest brengt vrucht voort in de gelovige, zodat Gods rechtvaardige wil zichtbaar wordt. Dan is er veel goeds in te herkennen.

Maar hij kan ook betekenen: de Geest plaatst de gelovige terug onder de wet van Mozes als normatieve leefregel. Dan is het fout.

En helaas is dat laatste vaak wat er praktisch gebeurt. Eerst zegt men: wij zijn uit genade behouden. Daarna zegt men: de wet is onze leefregel. Vervolgens zegt men: de Geest helpt ons die wet te vervullen. En voordat je het weet, staat de gelovige weer onder een religieuze meetlat die Paulus juist heeft weggenomen.

Dan wordt de Geest gebruikt om de wet opnieuw binnen te dragen.

Alsof Pinksteren de lift terug naar Sinaï is.

Dat is het niet.

De Heilige Geest is niet gegeven om van de gelovige een betere wetshouder te maken onder het oude verbond. Hij is gegeven aan hen die in Christus zijn, die niet onder de wet staan maar onder de genade.

De Geest leidt niet terug naar de slavernij van de letter, maar doet wandelen in nieuwheid des levens.

Daarom moet deze uitspraak worden gefileerd.

Niet omdat heiliging onbelangrijk is.
Niet omdat gehoorzaamheid bijzaak is.
Niet omdat liefde vrijblijvend is.

Maar omdat de Schrift de gelovige niet onder Mozes plaatst met de Geest als hulpmotor. De Schrift plaatst de gelovige in Christus, onder genade, geleid door de Geest, tot vrucht voor God.

Dus nee, niet zo:

De Geest stelt ons in staat de wet te vervullen.

Maar zo:

De Geest doet ons wandelen in Christus, niet onder de wet maar onder de genade; en juist zo wordt het recht der wet vervuld.

Dat is geen wetteloosheid.

Dat is Paulus.

lees ook:

wet – Bijbelse basis

extern:

 de wet 

Filippenzen 3:2 uitgelegd | Ziet op de honden en de versnijding

Over honden en kwade arbeiders

Er zijn verzen die je niet kunt afzwakken zonder hun kracht weg te nemen. Filippenzen 3:2 is zo’n vers. Paulus schrijft niet voorzichtig, diplomatiek of omfloerst. Hij trekt fel aan de noodrem:

“Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding.” (Filippenzen 3:2, STV)

Dat is geen losse uitval, geen chagrijnige opmerking en geen ontspoorde emotie. Dit is apostolische waarschuwing. Paulus ziet een geestelijk gevaar dat zó ernstig is, dat zachte woorden niet volstaan. De gemeente moet wakker geschud worden. Niet tegen openlijk ongelovigen. Niet tegen grove goddelozen. Maar tegen religieuze misleiders.

Juist dat maakt dit vers zo actueel.

Waarom Paulus spreekt over honden en kwade arbeiders

In Filippenzen 3 richt Paulus zich niet op mensen buiten de godsdienst, maar op mensen binnen de religieuze sfeer. Mensen die werken, leren, ijveren, beïnvloeden en waarschijnlijk zelfs heel schriftuurlijk overkomen. Toch noemt Paulus hen “honden”, “kwade arbeiders” en “de versnijding”.

Waarom zo fel?

Omdat ze het Evangelie van de Genade aantasten. Ze willen niet eenvoudig rusten in Christus alleen, maar voegen iets van de mens toe. Iets van vlees. Iets van ritueel. Iets van wet. Iets van religieuze verdienste. In de context gaat het vooral om de besnijdenis en het judaïstische denken: de gedachte dat geloof in Christus niet genoeg is, maar dat dat aangevuld zou moeten worden met religieuze, wettische verplichtingen.

Daarom is dit geen klein verschil van inzicht. Dit raakt het hart van het Evangelie.

Paulus zegt in wezen: kijk uit voor mensen die Christus niet openlijk loochenen, maar Hem in de praktijk onvoldoende achten.

“Ziet op de honden”

Dat woord klinkt hard, en dat is het ook. In de Joodse beleving werd “honden” vaak gebruikt voor onreine buitenstaanders. Paulus draait het hier om. Juist de mensen die zich beroemen op hun religieuze zuiverheid, noemt hij honden.

Waarom?

Omdat zij, ondanks hun vrome verpakking, geestelijk onrein zijn in hun leer. Zij brengen de gemeente niet dichter bij Christus, maar terug naar het vlees. Zij brengen geen vrijheid, maar slavernij. Geen genade, maar druk. Geen rust, maar religieuze onrust.

Iemand kan zich beroemen op orthodoxie, traditie, inzetting, religieuze identiteit of uiterlijke heiligheid, en toch in Gods ogen een bron van verontreiniging zijn wanneer hij/zij het Evangelie verdraait.

Dat is een les die de gemeente nooit mag vergeten.

Niet alles wat godsdienstig klinkt, is ook geestelijk gezond.

“Ziet op de kwade arbeiders”

Dat is misschien nog onthullender. Paulus zegt niet dat zij lui zijn. Hij zegt ook niet dat zij niets doen. Integendeel: zij zijn arbeiders. Zij zijn actief. Zij bouwen, spreken, onderwijzen, organiseren, beïnvloeden.

Maar hun arbeid is kwaad.

Waarom kwaad? Omdat arbeid in Gods Koninkrijk niet beoordeeld wordt op ijver, maar op waarheid. Niet op activiteit, maar op trouw aan Christus. Niet op inzet, maar op inhoud.

Er zijn arbeiders die veel doen en toch verkeerd bouwen. Paulus zegt elders:

“Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.” (1 Korinthe 3:11, STV)

Zodra een mens naast Christus nog iets anders als grond van aanvaarding voor God binnenbrengt, wordt zijn arbeid kwaad. Dan kan hij nog zo vroom spreken, nog zo ernstig kijken, nog zo toegewijd lijken, maar zijn werk is niet opbouwend. Het is ondermijnend.

Dat is de tragedie van veel religieuze arbeid: ze lijkt geestelijk, maar tast de vrijheid van de gelovige aan.

“Ziet op de versnijding”

Hier wordt Paulus polemisch. In plaats van het normale woord voor besnijdenis te gebruiken, kiest hij een woord dat meer de betekenis heeft van verminking of verminking door snijden. Waarom? Omdat hij weigert hun ritueel als echte, geestelijke besnijdenis te erkennen.

De ware besnijdenis is volgens Paulus niet iets uiterlijks aan het vlees, maar iets dat met Christus en de Geest te maken heeft. Het volgende vers zegt:

“Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Dat is de sleutel. De tegenstelling is niet tussen besneden en onbesneden lichamen, maar tussen twee totaal verschillende geloofsgronden:

  • vertrouwen op het vlees
  • roemen in Christus Jezus

Dat eerste is religie. Dat tweede is Genade.

Dat eerste kijkt naar de mens. Dat tweede kijkt naar de Heere.

Het eerste zegt: ‘er moet nog iets bij’. Dat tweede zegt: ‘Hij is genoeg’.

Het grote conflict: Christus alleen of Christus plus

Daar draait het in Filippenzen 3 om. Niet alleen daar trouwens. Ook in Galaten. Ook in Handelingen 15. Ook in de brieven van Paulus in het algemeen. Telkens opnieuw komt dezelfde strijd terug: is Christus voldoende, of moet de mens iets toevoegen?

Zodra een mens zegt dat geloof in Christus niet genoeg is zonder ritueel, wetsonderhouding, ceremoniële inzettingen, geestelijke prestaties of uiterlijke kenmerken, komt hij terecht in het kamp waar Paulus hier tegen waarschuwt.

De vraag is nooit alleen: geloven zij in Jezus?

De diepere vraag is: geloven zij dat Jezus genoeg is?

De mens wil altijd iets van zichzelf meenemen

Dat is het hardnekkige probleem van het vlees. Het vlees wil niet genadig gered worden. Het vlees wil meetellen. Het wil iets meebrengen. Iets presteren. Iets voorstellen. Iets toevoegen. Iets zijn.

Daarom is pure genade zo vernederend voor de natuurlijke mens. Genade zegt immers: u hebt niets. U kunt niets. U brengt niets mee. U wordt om niet gerechtvaardigd, alleen op grond van Christus.

Dat is voor het religieuze vlees bijna onverdraaglijk.

Daarom zoeken mensen telkens weer een vorm van geestelijke zelfhandhaving. Dat kan wettisch zijn, sacramenteel, kerkelijk, mystiek, charismatisch, reformatorisch, evangelisch of traditioneel. De vorm verschilt, maar het principe blijft hetzelfde: de mens wil niet volledig buitenspel staan.

Paulus snijdt dat alles af.

“En in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Dat is het echte onderscheid. Niet: hoeveel religie heb je? Niet: welke vorm houd je erop na? Niet: hoe indrukwekkend is je vroomheid? Maar: waar roem je in?

Ook vandaag springlevend

Dit vers is niet alleen van belang voor discussies over de letterlijke besnijdenis in de eerste eeuw. Het principe is veel breder en nog altijd brandend actueel.

Overal waar mensen iets naast Christus stellen als noodzakelijke aanvulling op de volle aanvaarding bij God, keert de geest van Filippenzen 3:2 terug.

Denk aan systemen waarin uiterlijke rituelen en vormen een zaligmakende of bijna zaligmakende plaats krijgen. Denk aan prediking waarin de zekerheid van het geloof wordt ingeruild voor een eindeloze blik op innerlijke indrukken. Denk aan bewegingen waar heiliging ongemerkt verandert in een voorwaarde voor aanvaarding. Denk aan groepen waar bepaalde regels, gebruiken of geestelijke ervaringen de maatstaf worden van ware geestelijkheid.

Dan verandert het evangelie subtiel maar dodelijk.

Dan wordt Christus niet altijd openlijk verloochend, maar wel praktisch verduisterd.

En dát is precies waarom Paulus zo scherp spreekt.

Scherpe taal kan liefdevolle taal zijn

Sommigen schrikken van de toon van Paulus. Maar dat komt vaak doordat men liefde verwart met zachtheid. De liefde van een herder is niet altijd zacht in formulering. Soms is deze scherp,  juist omdat het gevaar groot is.

Een herder die wolven aaibaar noemt, heeft de schapen niet lief.

Paulus ziet wat er op het spel staat. Als de gemeente meegaat in wettische misleiding, verliest zij de vrijheid van het evangelie. Dan komt zij weer onder druk, onder slavernij, onder onzekerheid, onder menselijke controle. Dan wordt de blik van Christus afgetrokken en op de mens gericht.

Daarom is deze scherpte geen vleselijke uitbarsting, maar heilige ijver.

Ook vandaag is er behoefte aan zulke duidelijkheid. Niet aan ruzie om de ruzie. Niet aan harde woorden als karaktertrek. Maar wel aan het vermogen om werkelijk te onderscheiden en benoemen waar het Evangelie geweld wordt aangedaan.

De ware besnijdenis

Paulus laat het niet bij waarschuwing. Hij laat ook zien wat echt is.

“Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Hier staan drie kenmerken van de ware gelovige.

God dienen in de Geest

Niet uitwendig, ceremonieel of vleeslijk, maar in de kracht van de Heilige Geest. Niet als religieuze prestatie, maar als vrucht van nieuw leven. Niet als wettische last, maar als levende gemeenschap met God.

In Christus Jezus roemen

De gelovige roemt niet in afkomst, traditie, inzetting, ernst, bevinding, kerkelijke positie of morele prestatie. Hij roemt in Christus. Hij heeft niets om zich op voor te staan buiten Hem.

Niet in het vlees betrouwen

Dat is de doorslag. Geen vertrouwen op de mens. Niet op religieuze voorrechten. Niet op zichtbare kenmerken. Niet op werken. Niet op het oude verbond als weg tot rechtvaardigheid. Niet op iets van onszelf.

Dat is een radicale breuk met alle religieuze zelfhandhaving.

Paulus’ eigen voorbeeld

Het aangrijpende is dat Paulus vervolgens juist laat zien dat hij zelf alle reden had om op het vlees te vertrouwen, als dat ooit een geldige weg was geweest. Hij was besneden op de achtste dag, uit Israël, uit de stam van Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër. Maar wat zegt hij?

“Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus’ wil schade geacht.” (Filippenzen 3:7, STV)

En verder:

“Ja gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere.” (Filippenzen 3:8, STV)

Dát is de ware bekering: niet alleen van zonde in ruwe vorm, maar ook van vrome zelfhandhaving. Niet alleen van goddeloosheid, maar ook van godsdienstigheid als grond voor God.

Veel mensen menen dat zij vooral moeten breken met wereldgelijkvormigheid. Dat is waar, maar niet het hele verhaal. Men moet ook breken met elk vertrouwen op religieus vlees.

Waarom Filippenzen 3:2 vandaag nog actueel is

Filippenzen 3:2 hoort thuis in elke tijd waarin het evangelie van de genade bedreigd wordt. En dat is altijd.

Zodra de gemeente niet meer helder zegt dat de zondaar uitsluitend door Genade, uitsluitend op grond van Christus, uitsluitend door het geloof wordt aangenomen, ontstaat ruimte voor de “kwade arbeiders”.

Dan komen er systemen, stappenplannen, geestelijke hiërarchieën en religieuze meetlatten. Dan wordt de eenvoud in Christus vervangen door menselijke toevoegingen. Dan gaat men niet meer rusten in het volbrachte werk, maar zoeken naar aanvulling, bevestiging en verdienste.

Dat maakt onvrije christenen. Onzekere christenen. Vermoeide christenen. Op zichzelf teruggeworpen christenen.

Maar het Evangelie maakt juist vrij.

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)

Geen compromis met een vals evangelie

Paulus is op dit punt onverbiddelijk. Niet omdat bijzaken hoofdzaak moeten worden, maar omdat de hoofdzaak hier werkelijk op het spel staat. Een evangelie waarin de mens weer centraal komt te staan, is geen onschuldige variant. Het is geestelijke vergiftiging.

Daarom moeten gemeenten, voorgangers en gelovigen leren om niet alleen te vragen of iets vroom klinkt, maar of het echt Christus grootmaakt.

Wordt de mens kleiner of groter?

Wordt Christus genoeg genoemd of slechts als beginpunt gebruikt?

Brengt men mensen in vrijheid of in geestelijke slavernij?

Wordt het vlees gekruisigd of religieus opgepoetst?

Dat zijn de vragen van Filippenzen 3.

“Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding.” (Filippenzen 3:2, STV)

Dat is geen vergeten eerste-eeuwse strijdkreet. Het is een blijvende waarschuwing van de Heilige Geest aan de gemeente van Christus.

Pas op voor religie zonder Genade.

Pas op voor arbeid zonder waarheid.

Pas op voor ritueel zonder nieuw leven.

Pas op voor mensen die veel over God spreken, maar uiteindelijk het vlees weer ruimte geven.

De ware gelovige heeft maar één roem, maar dat is genoeg:

“Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Waar Christus alleen overblijft, daar begint de vrijheid. Waar de mens weer iets mag/moet meebrengen, daar begint de slavernij opnieuw.

En daarom blijft Paulus’ waarschuwing noodzakelijk, scherp en heilzaam.

Wie Filippenzen 3:2 serieus neemt, ziet hoe gevaarlijk religie zonder Genade is. Paulus waarschuwt scherp, omdat alles op het spel staat wanneer mensen niet meer rusten in Christus alleen, maar weer gaan vertrouwen op het vlees.

zie ook:

Laat u met God verzoenen – Bijbelse basis

God spreekt over Zijn Zoon – Bijbelse basis

Hoe het christendom wordt uitgehold door de cultus van beleving – Bijbelse basis

De ‘zondagsrust’ en de dag des Heeren

De ‘zondagsrust’ en de dag des Heeren

Bijbels of menselijke traditie?

Het is weer verkiezingstijd, want de gemeenteraadsverkiezingen komen eraan in Nederland. Wat mij dan opvalt is dat de (lokale in dit geval) politieke partijen zich weer dolgraag  willen profileren, en dus ook de zogenaamd Christelijke, en dan met name met items als “de zondagsrust”.

Binnen veel kerken wordt de zondag zonder aarzeling “de dag des Heeren” genoemd en behandeld als een christelijke rustdag. Maar zodra we de Schrift opendoen, blijkt dat deze vanzelfsprekendheid helemaal niet zo vanzelfsprekend is.

De vraag is niet wat eeuwen kerkgeschiedenis hebben gedaan.
De vraag is: wat leert de Bijbel?

De sabbat hoort bij het verbond van de Sinaï

Het vierde gebod luidt:

“Gedenk den sabbatdag, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN, uws Gods; dan zult gij geen werk doen…” Exodus 20:8 – (STV)

Dit gebod werd niet aan de Gemeente gegeven. Het werd gegeven aan Israël, bij de Sinaï. En de Schrift zegt expliciet waarom:

“Dat dan de kinderen Israëls den sabbat houden, den sabbat onderhoudende in hun geslachten tot een eeuwig verbond.”  Exodus 31:16 -(STV)

De sabbat was een verbondsteken tussen de HEERE en Israël.

Niet tussen de HEERE en de Gemeente.
Niet tussen de HEERE en de heidenvolken.

Dát staat er. Zwart op wit.

Wie de sabbat zonder onderscheid op de Gemeente toepast, schuift het Sinaïtische, of het Oude verbond onder het Nieuwe.

De zondag is géén verplaatste of vervangen sabbat

De eerste Christenen kwamen samen op de eerste dag van de week:

“En op den eersten dag der week, als de discipelen bijeengekomen waren om brood te breken…”  Handelingen 20;7 – (STV)

Maar waar staat het gebod?
Waar staat het werkverbod?
Waar staat de straf bij overtreding?

Nergens!

Paulus zegt zelfs nadrukkelijk:

“Zo oordele dan niemand u in spijs of in drank, of in het stuk des feestdags, of der nieuwe maan, of der sabbatten; Welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus.” Kollossenzen 2:10 – (STV)

En:

“De één acht wel den enen dag boven den anderen dag; maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd.” Romeinen 14:5 – (STV)

Dat is geen taal van een opgelegd zondagsgebod.
Dat is de taal van vrijheid onder de Genade.

De dag des HEEREN is géén zondag

In de boeken van de profeten betekent “de dag des HEEREN” een toekomstige periode van oordeel en openbaring.

“Huilt, want de dag des HEEREN is nabij; hij komt als een verwoesting van den Almachtige.” Jesaja13:6 –  (STV)

“Want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk; wie zal hem verdragen?” Joel 2:11 – (STV)

Ook in het Nieuwe Testament blijft die betekenis staan:

“Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in den nacht.” 1 Thessalonicenzen 5:2 – (STV)

Dit gaat over Gods ingrijpen in de wereldgeschiedenis.
Niet over een wekelijkse samenkomst in een kerkgebouw.

Wanneer men de zondag “de dag des Heeren” noemt, gebruikt men een Bijbelse term in een niet-Bijbelse betekenis.

Openbaring wordt vaak verkeerd gelezen

Johannes schrijft:

“Ik was in den Geest op den dag des Heeren…” Openbaring 1;10 – (STV)

De context van Openbaring is vol oordelen, bazuinen en koninklijke heerschappij. Het boek beschrijft juist die toekomstige dag van openbaring.

Het is exegetisch minstens zo logisch, en veel waarschijnlijker , dat Johannes in de Geest werd verplaatst naar die toekomstige dag, dan dat hij simpelweg bedoelde dat het zondag was.

De tekst zegt het niet expliciet.
Maar traditie vult het graag in.

Hoe de zondag een rustdag werd

Historisch groeide de eerste dag van de week uit tot een samenkomstdag vanwege de opstanding. Dat is begrijpelijk.

Maar de verplichte ruststatus kwam later. Kerk en staat hebben die ingevuld. Wat begon als vrijwillige samenkomst werd een wettische norm.

Zo ontstond de gedachte van een “christelijke sabbat”.

Alleen… de Schrift kent die term niet.

De ware rust ligt niet in een dag

Het Nieuwe Testament wijst ons op een diepere werkelijkheid:

“Want die ingegaan is in Zijn rust, die heeft ook zelf van zijn werken gerust, gelijk God van de Zijne.” (STV)

De gelovige rust niet één dag per week.
Hij rust in het volbrachte werk van Christus.

Wie terugkeert naar een wettische dagstructuur, schuift ongemerkt weer richting Sinaï.

Wij leven niet onder Sinaï.
Wij leven onder Golgotha.

Wat nu?

Samenkomen op zondag is goed.
Een dag apart zetten voor rust en bezinning is dat ook, zeker in onze gejeesde maatschappij

Maar het opleggen van een zondagsrust als goddelijk gebod is niet Bijbels gefundeerd.

 

De sabbat was gegeven aan Israël.
De dag des HEEREN wijst naar de toekomst.
De zondag als verplichte rustdag is louter traditie.

En wie Schrift en traditie door elkaar haalt, ondergraaft het onderscheid tussen Wet en Genade.

Dat onderscheid is geen detail.
Dat is cruciaal.

lees ook:

De dag des HEEREN is niet de Zondag, maar wat dan wel?

Reformatorische “Zondagsverdwazing” in het nieuws

Op de site van Israel en de Bijbel: Openbaring en de dag des Heeren

En het Reformatorisch smaldeel fietst met een flinke theologische boog om de hete brij heen:

Digibron, Waarom is zondag bijzonder?

Zondagsrust vanuit ‘christelijk’ oogpunt

Geverifieerd door MonsterInsights