Filippenzen 3:2 uitgelegd | Ziet op de honden en de versnijding

Over honden en kwade arbeiders

Er zijn verzen die je niet kunt afzwakken zonder hun kracht weg te nemen. Filippenzen 3:2 is zo’n vers. Paulus schrijft niet voorzichtig, diplomatiek of omfloerst. Hij trekt fel aan de noodrem:

“Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding.” (Filippenzen 3:2, STV)

Dat is geen losse uitval, geen chagrijnige opmerking en geen ontspoorde emotie. Dit is apostolische waarschuwing. Paulus ziet een geestelijk gevaar dat zó ernstig is, dat zachte woorden niet volstaan. De gemeente moet wakker geschud worden. Niet tegen openlijk ongelovigen. Niet tegen grove goddelozen. Maar tegen religieuze misleiders.

Juist dat maakt dit vers zo actueel.

Waarom Paulus spreekt over honden en kwade arbeiders

In Filippenzen 3 richt Paulus zich niet op mensen buiten de godsdienst, maar op mensen binnen de religieuze sfeer. Mensen die werken, leren, ijveren, beïnvloeden en waarschijnlijk zelfs heel schriftuurlijk overkomen. Toch noemt Paulus hen “honden”, “kwade arbeiders” en “de versnijding”.

Waarom zo fel?

Omdat ze het Evangelie van de Genade aantasten. Ze willen niet eenvoudig rusten in Christus alleen, maar voegen iets van de mens toe. Iets van vlees. Iets van ritueel. Iets van wet. Iets van religieuze verdienste. In de context gaat het vooral om de besnijdenis en het judaïstische denken: de gedachte dat geloof in Christus niet genoeg is, maar dat dat aangevuld zou moeten worden met religieuze, wettische verplichtingen.

Daarom is dit geen klein verschil van inzicht. Dit raakt het hart van het Evangelie.

Paulus zegt in wezen: kijk uit voor mensen die Christus niet openlijk loochenen, maar Hem in de praktijk onvoldoende achten.

“Ziet op de honden”

Dat woord klinkt hard, en dat is het ook. In de Joodse beleving werd “honden” vaak gebruikt voor onreine buitenstaanders. Paulus draait het hier om. Juist de mensen die zich beroemen op hun religieuze zuiverheid, noemt hij honden.

Waarom?

Omdat zij, ondanks hun vrome verpakking, geestelijk onrein zijn in hun leer. Zij brengen de gemeente niet dichter bij Christus, maar terug naar het vlees. Zij brengen geen vrijheid, maar slavernij. Geen genade, maar druk. Geen rust, maar religieuze onrust.

Iemand kan zich beroemen op orthodoxie, traditie, inzetting, religieuze identiteit of uiterlijke heiligheid, en toch in Gods ogen een bron van verontreiniging zijn wanneer hij/zij het Evangelie verdraait.

Dat is een les die de gemeente nooit mag vergeten.

Niet alles wat godsdienstig klinkt, is ook geestelijk gezond.

“Ziet op de kwade arbeiders”

Dat is misschien nog onthullender. Paulus zegt niet dat zij lui zijn. Hij zegt ook niet dat zij niets doen. Integendeel: zij zijn arbeiders. Zij zijn actief. Zij bouwen, spreken, onderwijzen, organiseren, beïnvloeden.

Maar hun arbeid is kwaad.

Waarom kwaad? Omdat arbeid in Gods Koninkrijk niet beoordeeld wordt op ijver, maar op waarheid. Niet op activiteit, maar op trouw aan Christus. Niet op inzet, maar op inhoud.

Er zijn arbeiders die veel doen en toch verkeerd bouwen. Paulus zegt elders:

“Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.” (1 Korinthe 3:11, STV)

Zodra een mens naast Christus nog iets anders als grond van aanvaarding voor God binnenbrengt, wordt zijn arbeid kwaad. Dan kan hij nog zo vroom spreken, nog zo ernstig kijken, nog zo toegewijd lijken, maar zijn werk is niet opbouwend. Het is ondermijnend.

Dat is de tragedie van veel religieuze arbeid: ze lijkt geestelijk, maar tast de vrijheid van de gelovige aan.

“Ziet op de versnijding”

Hier wordt Paulus polemisch. In plaats van het normale woord voor besnijdenis te gebruiken, kiest hij een woord dat meer de betekenis heeft van verminking of verminking door snijden. Waarom? Omdat hij weigert hun ritueel als echte, geestelijke besnijdenis te erkennen.

De ware besnijdenis is volgens Paulus niet iets uiterlijks aan het vlees, maar iets dat met Christus en de Geest te maken heeft. Het volgende vers zegt:

“Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Dat is de sleutel. De tegenstelling is niet tussen besneden en onbesneden lichamen, maar tussen twee totaal verschillende geloofsgronden:

  • vertrouwen op het vlees
  • roemen in Christus Jezus

Dat eerste is religie. Dat tweede is Genade.

Dat eerste kijkt naar de mens. Dat tweede kijkt naar de Heere.

Het eerste zegt: ‘er moet nog iets bij’. Dat tweede zegt: ‘Hij is genoeg’.

Het grote conflict: Christus alleen of Christus plus

Daar draait het in Filippenzen 3 om. Niet alleen daar trouwens. Ook in Galaten. Ook in Handelingen 15. Ook in de brieven van Paulus in het algemeen. Telkens opnieuw komt dezelfde strijd terug: is Christus voldoende, of moet de mens iets toevoegen?

Zodra een mens zegt dat geloof in Christus niet genoeg is zonder ritueel, wetsonderhouding, ceremoniële inzettingen, geestelijke prestaties of uiterlijke kenmerken, komt hij terecht in het kamp waar Paulus hier tegen waarschuwt.

De vraag is nooit alleen: geloven zij in Jezus?

De diepere vraag is: geloven zij dat Jezus genoeg is?

De mens wil altijd iets van zichzelf meenemen

Dat is het hardnekkige probleem van het vlees. Het vlees wil niet genadig gered worden. Het vlees wil meetellen. Het wil iets meebrengen. Iets presteren. Iets voorstellen. Iets toevoegen. Iets zijn.

Daarom is pure genade zo vernederend voor de natuurlijke mens. Genade zegt immers: u hebt niets. U kunt niets. U brengt niets mee. U wordt om niet gerechtvaardigd, alleen op grond van Christus.

Dat is voor het religieuze vlees bijna onverdraaglijk.

Daarom zoeken mensen telkens weer een vorm van geestelijke zelfhandhaving. Dat kan wettisch zijn, sacramenteel, kerkelijk, mystiek, charismatisch, reformatorisch, evangelisch of traditioneel. De vorm verschilt, maar het principe blijft hetzelfde: de mens wil niet volledig buitenspel staan.

Paulus snijdt dat alles af.

“En in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Dat is het echte onderscheid. Niet: hoeveel religie heb je? Niet: welke vorm houd je erop na? Niet: hoe indrukwekkend is je vroomheid? Maar: waar roem je in?

Ook vandaag springlevend

Dit vers is niet alleen van belang voor discussies over de letterlijke besnijdenis in de eerste eeuw. Het principe is veel breder en nog altijd brandend actueel.

Overal waar mensen iets naast Christus stellen als noodzakelijke aanvulling op de volle aanvaarding bij God, keert de geest van Filippenzen 3:2 terug.

Denk aan systemen waarin uiterlijke rituelen en vormen een zaligmakende of bijna zaligmakende plaats krijgen. Denk aan prediking waarin de zekerheid van het geloof wordt ingeruild voor een eindeloze blik op innerlijke indrukken. Denk aan bewegingen waar heiliging ongemerkt verandert in een voorwaarde voor aanvaarding. Denk aan groepen waar bepaalde regels, gebruiken of geestelijke ervaringen de maatstaf worden van ware geestelijkheid.

Dan verandert het evangelie subtiel maar dodelijk.

Dan wordt Christus niet altijd openlijk verloochend, maar wel praktisch verduisterd.

En dát is precies waarom Paulus zo scherp spreekt.

Scherpe taal kan liefdevolle taal zijn

Sommigen schrikken van de toon van Paulus. Maar dat komt vaak doordat men liefde verwart met zachtheid. De liefde van een herder is niet altijd zacht in formulering. Soms is deze scherp,  juist omdat het gevaar groot is.

Een herder die wolven aaibaar noemt, heeft de schapen niet lief.

Paulus ziet wat er op het spel staat. Als de gemeente meegaat in wettische misleiding, verliest zij de vrijheid van het evangelie. Dan komt zij weer onder druk, onder slavernij, onder onzekerheid, onder menselijke controle. Dan wordt de blik van Christus afgetrokken en op de mens gericht.

Daarom is deze scherpte geen vleselijke uitbarsting, maar heilige ijver.

Ook vandaag is er behoefte aan zulke duidelijkheid. Niet aan ruzie om de ruzie. Niet aan harde woorden als karaktertrek. Maar wel aan het vermogen om werkelijk te onderscheiden en benoemen waar het Evangelie geweld wordt aangedaan.

De ware besnijdenis

Paulus laat het niet bij waarschuwing. Hij laat ook zien wat echt is.

“Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Hier staan drie kenmerken van de ware gelovige.

God dienen in de Geest

Niet uitwendig, ceremonieel of vleeslijk, maar in de kracht van de Heilige Geest. Niet als religieuze prestatie, maar als vrucht van nieuw leven. Niet als wettische last, maar als levende gemeenschap met God.

In Christus Jezus roemen

De gelovige roemt niet in afkomst, traditie, inzetting, ernst, bevinding, kerkelijke positie of morele prestatie. Hij roemt in Christus. Hij heeft niets om zich op voor te staan buiten Hem.

Niet in het vlees betrouwen

Dat is de doorslag. Geen vertrouwen op de mens. Niet op religieuze voorrechten. Niet op zichtbare kenmerken. Niet op werken. Niet op het oude verbond als weg tot rechtvaardigheid. Niet op iets van onszelf.

Dat is een radicale breuk met alle religieuze zelfhandhaving.

Paulus’ eigen voorbeeld

Het aangrijpende is dat Paulus vervolgens juist laat zien dat hij zelf alle reden had om op het vlees te vertrouwen, als dat ooit een geldige weg was geweest. Hij was besneden op de achtste dag, uit Israël, uit de stam van Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër. Maar wat zegt hij?

“Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus’ wil schade geacht.” (Filippenzen 3:7, STV)

En verder:

“Ja gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere.” (Filippenzen 3:8, STV)

Dát is de ware bekering: niet alleen van zonde in ruwe vorm, maar ook van vrome zelfhandhaving. Niet alleen van goddeloosheid, maar ook van godsdienstigheid als grond voor God.

Veel mensen menen dat zij vooral moeten breken met wereldgelijkvormigheid. Dat is waar, maar niet het hele verhaal. Men moet ook breken met elk vertrouwen op religieus vlees.

Waarom Filippenzen 3:2 vandaag nog actueel is

Filippenzen 3:2 hoort thuis in elke tijd waarin het evangelie van de genade bedreigd wordt. En dat is altijd.

Zodra de gemeente niet meer helder zegt dat de zondaar uitsluitend door Genade, uitsluitend op grond van Christus, uitsluitend door het geloof wordt aangenomen, ontstaat ruimte voor de “kwade arbeiders”.

Dan komen er systemen, stappenplannen, geestelijke hiërarchieën en religieuze meetlatten. Dan wordt de eenvoud in Christus vervangen door menselijke toevoegingen. Dan gaat men niet meer rusten in het volbrachte werk, maar zoeken naar aanvulling, bevestiging en verdienste.

Dat maakt onvrije christenen. Onzekere christenen. Vermoeide christenen. Op zichzelf teruggeworpen christenen.

Maar het Evangelie maakt juist vrij.

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)

Geen compromis met een vals evangelie

Paulus is op dit punt onverbiddelijk. Niet omdat bijzaken hoofdzaak moeten worden, maar omdat de hoofdzaak hier werkelijk op het spel staat. Een evangelie waarin de mens weer centraal komt te staan, is geen onschuldige variant. Het is geestelijke vergiftiging.

Daarom moeten gemeenten, voorgangers en gelovigen leren om niet alleen te vragen of iets vroom klinkt, maar of het echt Christus grootmaakt.

Wordt de mens kleiner of groter?

Wordt Christus genoeg genoemd of slechts als beginpunt gebruikt?

Brengt men mensen in vrijheid of in geestelijke slavernij?

Wordt het vlees gekruisigd of religieus opgepoetst?

Dat zijn de vragen van Filippenzen 3.

“Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding.” (Filippenzen 3:2, STV)

Dat is geen vergeten eerste-eeuwse strijdkreet. Het is een blijvende waarschuwing van de Heilige Geest aan de gemeente van Christus.

Pas op voor religie zonder Genade.

Pas op voor arbeid zonder waarheid.

Pas op voor ritueel zonder nieuw leven.

Pas op voor mensen die veel over God spreken, maar uiteindelijk het vlees weer ruimte geven.

De ware gelovige heeft maar één roem, maar dat is genoeg:

“Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Waar Christus alleen overblijft, daar begint de vrijheid. Waar de mens weer iets mag/moet meebrengen, daar begint de slavernij opnieuw.

En daarom blijft Paulus’ waarschuwing noodzakelijk, scherp en heilzaam.

Wie Filippenzen 3:2 serieus neemt, ziet hoe gevaarlijk religie zonder Genade is. Paulus waarschuwt scherp, omdat alles op het spel staat wanneer mensen niet meer rusten in Christus alleen, maar weer gaan vertrouwen op het vlees.

zie ook:

Laat u met God verzoenen – Bijbelse basis

God spreekt over Zijn Zoon – Bijbelse basis

Hoe het christendom wordt uitgehold door de cultus van beleving – Bijbelse basis

Bent u ook religieus?

Bent u ook religieus?

YouTube player

Ook religieus?

En hoe is dat met u? Bent u ook religieus? Houdt u zich ook netjes aan allerlei voorschriften? Mag ik dan eens vragen: Wat is er in uw hart? Of valt u ook in de categorie “witgepleisterde graven”, gij geveinsden”?

Zonden weggedaan

Weet u wat het tegenovergestelde van Wet doet? Weet u wat Genade doet?
Genade maakt de mens nederig. Wet maakt hem hoogmoedig. Genade maakt een mens dankbaar. Genade brengt een mens respect bij voor anderen. Genade brengt een mens die normen en waarden die men ons vanuit Den Haag niet kan geven want daar kan men alleen maar wet maken. Komt toch niet goed… en wat God ons u mij aanreikt is Genade; de Blijde boodschap dat God via de Here Jezus Christus de zonde der wereld heeft weggedragen aan het kruis van Golgotha, en dat is volgens de hoogste Rechter, dat is God zelf uiteraard, uw zonden zijn weggedaan. Voor Hem tellen ze niet meer.

Eén voor allen gestorven

Indien één voor allen gestorven is zegt mijn Bijbel, zijn allen gestorven, en het ís zo, staat er meteen achter in 2 Korinthe 5. Eén is voor allen gestorven en de bedoeling is dat waar dat zonde probleem door God zelf, de hoogste instantie die er is, is opgelost, wij vervolgens van Hem zouden aanvaarden zouden aannemen, zouden geloven, die zaligmakende Genade die verschenen is aan alle mensen. Want de Genadegift Gods is eeuwig leven. Dát is wat God je geven wil.
En daarvoor hoef je niet eerst naar Jeruzalem te gaan, om dan onderweg te gaan naar Damascus In de hoop dat God je onderweg een keer wat laat zien. En mocht u denken: “Ja maar het moet toch een keer, God moet je toch dan een keer roepen ofzo, dan kan ik u met blijdschap mededelen dat Hij dat nú doet. De Bijbel zegt dat Hij ALTIJD roept, zolang het heden genaamd wordt, en voegt eraan toe: “heden is de welaangename tijd”, en voegt er ook aan toe: “heden indien gij Zijn stem hoort verhardt uw hart niet maar láát u leiden.

Nieuwe schepping

Niet door andere mensen, niet door religieuze leiders, niet door de Wet, maar door de Heer zelf, die roept en zegt tot u: “komt allen tot Mij die vermoeid zijn, en Ik zal u rust geven. Kóm tot Mij, hóór, luister, en ge zult leven, uw ziel zal leven. Want God is Degene die weliswaar eenmaal in het verleden door Zijn Woord deze hele wereld gemaakt heeft maar die met diezelfde mond en met hetzelfde Woord gezegd heeft, dat deze wereld tijdelijk is, voorbij gaat, en met Zijn zelfde Woord, Zijn zelfde spreken, maakt Hij een nieuwe schepping.
En daarom zegt Paulus in één van zijn eerste woorden in zijn eerste brief in Romeinen 1 vers 16 “Het evangelie is kracht Gods” de Blijde boodschap de verkondiging van het Woord aangaande Christus in een Nieuw verbond. dat evangelie van Christus in zichzelf, dat Woord is kracht Gods tot zaligheid voor EEN IEDER die gelooft. Want als je niet luistert heb je er niks aan!

Je komt er niet mee weg

En vanavond roept Hij. Je komt niet weg, vanavond zeker niet, met te zeggen: “Maar ik ben al religieus..”
Dát is nou juist waar Hij je uitroept. Men zou niet zijn vertrouwen stellen op wetten en regels en op zijn eigen manier van leven hoe gedisciplineerd dat waarschijnlijk ook is, en hoe knap dat overigens ook moge zijn. Waar een mens zou komen zoals Abraham, zou gaan uit zijn land, uit zijn maagschap, en uit zijns vaders huis en op weg gaan. En de Heer zegt: “Ik zal je wijzen al de weg die gij gaan zult”.
En waarmee ook alweer zou een jongeling zijn pad rein bewaren? Als hij dat houdt naar uw Woord, Psalm 119. “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad”. Niet menselijke overlevering, niet de Mozaïsche Wet uit geboden en inzettingen bestaande, maar het Woord van Gods Genade.

Rechtvaardigheid

Als je dat zoekt, als je waarheid zoekt, in alle oprechtheid, kom dan tot Jezus. Er is niks anders te doen dan Hem te danken en wat je dan zegt tegen Hem, dan zeg je “ spreek Heer want uw knecht hoort” als Samuel. Of je zegt: “wie zijt Gij Heere”. En later zegt diezelfde Paulus die zegt: het gaat in onze levens maar om één ding, dat we die religie achter ons laten.
Ik gun me de tijd niet om het voor te lezen maar het staat hier in Filippenzen 3, dat hij die dingen “schade en drek achtte” en hij had het over religie, “om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus Mijn Heer om wiens wil ik al die dingen schade en drek gerekend heb opdat ik Christus moge gewinnen, en in Hem gevonden worde, niet hebbende MIJN rechtvaardigheid die uit de Wet, uit religie is, maar die door het geloof van Christus is. Namelijk de rechtvaardigheid die uit het geloof is. Door het geloof opdat ik Hem kenne”.

Kent u de Heere Jezus?

En dat was wat hij tot de Heer zei toen die Hem riep: “Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij” kan gericht worden aan ieder die religieus is in de echte, ook Bijbelse betekenis van de term. En het antwoord zou moeten zijn: “Wie zijt gij Heere, ik ken U niet, maar maak U bekend. En dát gebed wordt, gegarandéérd, verhoord omdat het de wil van God Is dat wij komen tot kennis van Hem.
Ik kom uit oorspronkelijk evangelisch milieu en daarin vroegen wij elkaar: “kent u de Heere Jezus?” en dan bedoelden we echt niet of men er ooit van gehoord had. Maar wij bedoelden: “Ben je al tot geloof gekomen? Heb je jezelf al aan hem overgegeven? Heb je Hem toegelaten in je leven? Want dát is wat de Heer van ons vraagt.
Niet Wet, maar oprechte onderwerping aan Hem, en aan Zijn Woord zodat Hij door Zijn Woord, en zo werkt God altijd, door Zijn Woord. Opdat Hij door Zijn Woord Zijn Werk in ons zou doen. En nog een keer met de woorden van Paulus: “Opdat Gods kracht in onze zwakheid volbracht zal worden, tot eer van Hem in de eerste plaats, maar vervolgens ook tot redding en tot eer van ons.

Geverifieerd door MonsterInsights