Stop niet met Bijbellezen

Stop met gelovigen klein houden

Ik werd door mijn vrouw gewezen op een ‘herderlijk schrijven’ van een aangewaaide pater/kluizenaar.

Ik viel tijdens het lezen van de ene verbijstering in de andere.

Vandaar dit blog.

Er waait vandaag een religieus-gure wind door kerkelijk Nederland. Niet nieuw, wel erg herkenbaar.

De gewone gelovige zou maar beter niet al te vrijmoedig de Bijbel lezen is de gedachte. Dat geeft maar verwarring. Dat leidt maar tot rare conclusies. Dat levert fundamentalisten, paniek, YouTube-theologie en ‘religieuze ontsporing’ op.

Kort gezegd: de Bijbel is prachtig, maar gevaarlijk in handen van ‘gewone mensen’.

Dat klinkt misschien als goedbedoelde pastorale voorzichtigheid. Alsof men kwetsbare zielen wil beschermen tegen wilde interpretaties en geestelijke ongelukken. Maar onder die vrome zorg ligt een veel groter probleem: wantrouwen tegenover het Woord van God én tegenover het werk van de Heilige Geest in gewone gelovigen.

Want de Bijbel zelf spreekt andere taal

De Schrift wordt niet voorgesteld als een wild beest dat getemd moet worden, danwel opgesloten moet blijven totdat het bevoegd personeel arriveert. Zij wordt voorgesteld als licht, waarheid, voedsel, zwaard, troost, vermaning en openbaring van Christus.

“Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.” Psalm 119:105 (STV)

Een lamp stop je niet weg onder een hooimaat omdat iemand verkeerd zou kunnen kijken.

Een lamp steek je aan en zet je neer omdat mensen anders verdwalen en struikelen.

De Bijbel is voor iedereen
De Bijbel is voor iedereen

 

De Bijbel is géén verboden terrein voor gewone gelovigen

De Here Jezus zei niet:

“laat de Schrift onderzoeken en uitleggen door een kerkelijke bovenlaag.”

Hij zei:

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39 (STV)

Dat woord is zo duidelijk.

Onderzoekt de Schriften.

Niet: verstop het.

Niet: blijf er af.

Niet: wacht tot iemand met een ambtelijke bevoegdheid  u vertelt wat u veilig kan en mag lezen.

Niet: laat de Schrift vooral liturgisch langs u heen komen, maar waag u er thuis niet aan.

Christus Zelf wijst naar de Schriften als het getuigenis van Hem. Wie mensen bij de Schrift vandaan houdt, houdt hen niet weg van gevaar, maar weg van (het getuigenis van) Christus.

Natuurlijk vraagt Bijbellezen om eerbied. moet je teksten niet uit hun verband slopen

Natuurlijk is context belangrijk. Natuurlijk kan iemand ontsporen met een open Bijbel en een gesloten hart.

Maar dat is dus géén argument tegen Bijbellezen.

Dat is een argument tegen slecht en selectief Bijbellezen.

 

Het probleem is niet de open Bijbel, maar het gesloten hart

Er wordt vaak gedaan alsof verwarring ontstaat doordat mensen de Bijbel lezen. Maar de Schrift zelf legt het probleem dieper. De natuurlijke mens buigt niet voor Gods Woord. Hij wil heersen over de tekst, schrappen in de tekst, vluchten voor de tekst of de tekst onderwerpen aan kerkelijke, culturele of persoonlijke voorkeuren.

Dat gevaar bestaat overal.

Bij protestanten.

Bij katholieken.

Bij evangelischen.

Bij academici.

Bij YouTubers

Bij priesters.

Bij voorgangers.

Bij dominees.

Bij mij.

Bij u.

Het probleem is niet dat de Bijbel op tafel ligt. Het probleem is dat de mens van nature niet wil buigen voor wat God zegt.

Dáárom hebben we onderwijs nodig. Bijbelstudie. Prediking. Herderlijke leiding. Schriftvergelijking. Nederigheid. Gebed. Maar dat is iets totaal anders dan zeggen dat de gemiddelde gelovige ‘maar beter niet zelf de Bijbel kan gaan lezen’.

Een herder die de schapen liefheeft, jaagt ze niet weg van het gras omdat ze misschien verkeerd kauwen. Hij leert ze wat en waar goed voedsel is.

 

De Bereeërs deden precies wat men hier verdacht maakt

In Handelingen 17 komen we mensen tegen die apostolische prediking hoorden. Niet zomaar een praatje. Paulus predikte. Een apostel van Jezus Christus.

En wat deden de Bereeërs?

Zij namen zijn woorden niet kritiekloos aan omdat er “bevoegd personeel” sprak. Zij toetsten zijn boodschap aan de Schrift.

“En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” Handelingen 17:11 (STV)

Dat is vernietigend voor elke vorm van geestelijke betutteling.

De Bereeërs worden niet berispt omdat zij zelf gingen onderzoeken. Zij worden edeler genoemd. Niet omdat zij alles wantrouwden. Niet omdat zij eigenwijze hobbytheologen waren. Maar omdat zij het gepredikte woord ontvingen én toetsten aan de Schrift.

Dát is gezond Bijbels christendom.

Niet: de leek zwijgt en de geestelijke klasse beslist.

Maar: de gemeente hoort, ontvangt, onderzoekt en toetst.

Paulus zegt niet: lees minder Bijbel

Paulus schrijft aan Timotheüs:

“En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.” 2 Timotheüs 3:15 (STV)

Let op wat hier staat. De heilige Schriften kunnen wijs maken tot zaligheid. Niet omdat ieder mens automatisch alles begrijpt. Niet omdat onderwijs overbodig is. Maar omdat God door Zijn Woord werkt.

Paulus gaat verder:

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.” 2 Timotheüs 3:16-17 (STV)

De Schrift is nuttig tot lering. Tot wederlegging. Tot verbetering. Tot onderwijzing. Tot toerusting.

Dat klinkt niet als een gevaarlijk pakket dat alleen door geestelijke beambten mag worden geopend. Dat klinkt als Gods eigen middel om Zijn volk te vormen.

Wie gewone gelovigen bij de Schrift vandaan houdt, berooft hen van het middel dat God Zelf gegeven heeft om hen te voeden, onderwijzen, te corrigeren en toe te rusten.

De vergelijking met oude oosterse teksten is een rookgordijn

Sommigen vergelijken Bijbellezen met het lezen van Assyrische of Babylonische teksten. Niemand gaat zomaar de Enuma Elish of het Gilgamesh-epos lezen en denkt dan zonder assyriologen, filologen en tekstkritiek alles te begrijpen.

Dus, zo redeneert men dan gemakshalve, zou de gewone gelovige ook niet zomaar de Bijbel moeten lezen.

Dat klinkt geleerd. Maar het argument deugt voor geen meter.

De Bijbel is geen dood museumstuk. De Schrift is geen religieuze kleitablet uit een verdwenen wereld die alleen door specialisten veilig gehanteerd kan worden.

De Bijbel is het Woord van de levende God, gegeven aan iedereen die het horen wil.

Ja, de Bijbel heeft historische diepte. Ja, er zijn moeilijke gedeelten. Ja, kennis van taal, cultuur en context helpt. Maar de apostolische brieven bijvoorbeeld, werden geschreven aan gemeenten. Aan echte mensen. Aan slaven en vrijen. Aan mannen en vrouwen. Aan jongeren en ouderen. Aan gewone gelovigen die moesten horen, lezen, bewaren, gehoorzamen en toetsen.

Paulus schrijft:

“En wanneer deze zendbrief van u zal gelezen zijn, maakt, dat hij ook in de gemeente der Laodicensen gelezen worde, en dat ook gij dien leest, die uit Laodicea geschreven is.” Kolossenzen 4:16 (STV)

De Schrift moest circuleren. De gemeente moest horen. Lezen. Ontvangen. Bewaren.

Er staat niet: laat dit document uitsluitend behandelen door gewijde deskundigen, want de gemiddelde gelovige kan hier geestelijke schade van oplopen.

Slecht Bijbellezen bestrijd je niet met géén Bijbellezen

Er is terechte zorg. Dat kan je zo zeggen.

Er bestaat inderdaad een hoop geestelijke rotzooi. Er zijn mensen die van de Bijbel een grabbelton maken. Er zijn complotpredikers, eindtijdhandelaren, sektarische uitleggers, sensatiekanalen en religieuze knutselaars die met losse teksten complete luchtkastelen bouwen.

Maar de oplossing voor een McBible is geen gesloten Bijbel.

De oplossing is niet dat gelovigen hun Bijbel dichtleggen en dan maar kaarsen branden, litanieën bidden of zich verliezen in devotie tot Maria, heiligen en engelen.

De oplossing is beter Bijbellezen.

Lees de tekst in verband.

Lees Christus centraal.

Lees Schrift met Schrift.

Lees nederig.

Lees biddend.

Lees met gezonde prediking.

Lees met de gemeente.

Toets leraren aan het Woord.

Wees traag met grote conclusies.

Laat moeilijke teksten niet los rondzwerven, maar breng ze onder het gezag van het geheel van de Schrift.

Dat is heel iets anders dan gewone gelovigen ontmoedigen om de Bijbel te lezen.

 

Liturgie is geen vervanging van het Woord in het hart

Er wordt gezegd dat de Schrift voor de gemiddelde gelovige in de liturgie al voldoende tot spreken wordt gebracht. Maar dat is een gotspe.  De Schrift moet niet maar plechtig worden voorgelezen. Zij moet wonen in het hart, klinken in het huis, werken in het geweten en richting geven aan het denken.

Paulus schrijft:

“Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.” Kolossenzen 3:16 (STV)

Niet: het woord van Christus worde af en toe liturgisch over u uitgesproken.

Niet: het woord van Christus blijve veilig beheerd door een kerkelijk systeem.

Maar: het Woord van Christus wone rijkelijk in u.

Dat is persoonlijk. Gemeentelijk. Levend. Vormend. Corrigerend.

Een gelovige die alleen in de liturgie de Schrift hoort, maar niet leert om zelf in het Woord te leven, blijft geestelijk afhankelijk. Hij krijgt voedsel aangereikt, maar leert niet eten.

 

De aanval op de Reformatie verraadt de onderliggende kwestie

Wanneer de Reformatie wordt weggezet als het gevolg van een augustijn die Paulus niet goed begrepen had, gaat het niet meer alleen over leesvaardigheid. Dan gaat het over gezag.

Wie heeft het laatste woord?

De Schrift?

Of de kerkelijke traditie?

De Reformatie was verre van volmaakt. Reformatoren waren mensen. Ze maakten fouten. Ze spraken soms te hard, te kort door de bocht of historisch belast.

Maar de vraag is hier: mag de kerk worden getoetst aan het Woord van God, of moet het Woord van God worden gelezen door de bril van de kerk?

Paulus zegt:

“Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.” Romeinen 3:28 (STV)

En:

“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” Romeinen 4:5 (STV)

Dat zijn geen protestantse vingertjes in katholieke pap. Dat is Bijbelse leer.

De clou zit hier: zodra gewone gelovigen de Schrift lezen, kunnen zij vragen gaan stellen.

Waar staat dit? Waar leert Christus dit? Waar leren de apostelen dit? Waar wordt Maria als middelares aangesteld? Waar wordt het aanroepen van heiligen geboden? Waar wordt volksdevotie boven Schriftlezing geplaatst?

Dat zijn ongewenste vragen voor een (aanzienlijk) deel van de ‘verheven geestelijken. Maar ongewenste vragen zijn nog niet hetzelfde als imbeciele gevolgtrekkingen.

Soms zijn ongewenste vragen precies die vragen die nodig zijn.

 

Maria, heiligenverering en engelensprookjes zijn geen beter alternatief

Het meest onthullende is dat de Bijbel als gevaarlijk wordt voorgesteld, terwijl volksdevotie, bedevaarten, litanieën, kaarsen en persoonlijke relaties met Maria, heiligen en engelen als ‘geestelijk veilig’ alternatief worden aangereikt.

Daar gaat het echt he-le-maal mis.

De Schrift zou paniek kunnen veroorzaken, maar devotionele praktijken zonder enige Bijbelse opdracht zouden het geloof versterken? De Bijbel zou te ingewikkeld zijn, maar een persoonlijke relatie met Maria en engelen zou geestelijk gezond zijn?

Paulus schrijft:

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.” 1 Timotheüs 2:5 (STV)

Eén Middelaar.

Niet Christus plus Maria.

Niet Christus plus heiligen.

Niet Christus plus engelen.

Niet Christus plus een devotioneel netwerk van hemelse tussenpersonen.

Eén Middelaar: Jezus Christus.

Wie gewone gelovigen wegleidt van de Schrift naar devotionele tussenfiguren, beschermt hun geloof niet. Hij verplaatst hun vertrouwen.

En juist dát is gevaarlijk.

 

De Schrift is niet tegen onderwijs, maar tegen geestelijke gijzeling

Laat niemand doen alsof een pleidooi voor Bijbellezen een pleidooi is voor individualistische willekeur. De Bijbel is niet gegeven om ieder zijn eigen privéreligie te laten bouwen. Christus heeft leraren gegeven. De gemeente is nodig. Prediking is nodig. Herderlijke leiding is nodig.

Maar onderwijs is iets anders dan controle.

Een leraar opent de Schrift.

Een controleur schermt haar af.

Een herder brengt de schapen naar voedsel.

Een clericaal religieus systeem houdt voedsel achter en noemt dat ‘bescherming’.

Een gezonde voorganger zegt: kom, we lezen samen, en toets vooral ook mij aan het Woord.

Een ongezonde voorganger zegt: pas op, dit is te gevaarlijk voor u zónder mij.

Dat cruciale verschil raakt het hart van geestelijk gezag.

De Heilige Geest werkt door het Woord

Het is opvallend hoe vaak men bij dit onderwerp spreekt over ‘gevaar, verwarring en misverstand’, maar nauwelijks of niet  over de Heilige Geest. Alsof gewone gelovigen alléén staan tegenover een oude tekst, zonder Herder, zonder Geest, zonder Christus.

Maar de Geest van God heeft de Schrift gegeven en gebruikt de Schrift om Christus te verheerlijken.

“Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17 (STV)

De Geest leidt niet weg van het Woord naar vrome mist. Hij brengt ons juist onder het gezag van het Woord. Niet om ons tot kille letterknechten te maken, maar om ons Christus te leren kennen zoals Hij Zich geopenbaard heeft.

Een geloof dat bang is voor een open Bijbel, is geen sterk geloof. Het is een geloof dat alleen veilig lijkt zolang niemand controleert waarop het eigenlijk gebouwd is.

 

Niet minder Bijbel, maar betere Bijbelkennis

De kerk van vandaag heeft niet te veel Bijbel. Zij heeft te weinig Bijbel.

Te veel losse kreten.

Te veel oppervlakkige filmpjes.

Te veel tekstmisbruik.

Te veel eigengereidheid.

Te veel mensen die  denken dat zij de kerkgeschiedenis wel even kunnen corrigeren.

Dat probleem los je niet op door de Bijbel terug te leggen op de lessenaar, of op de kast op slot te zetten en het volk naar huis te sturen met kaarsen, devotieprentjes en heiligenverhalen.

Dat probleem los je op door Bijbelkennis.

Door geduldig onderwijs.

Door prediking van de Opgestane Heer.

Door uitleg, in context.

Door scherpe onderscheiding.

Door gelovigen te leren dat de Bijbel geen kapstok is, maar Gods Woord.

Door mensen te leren lezen. Niet minder. Beter.

 

De echte vraag is: wie en wat vertrouw je?

Achter deze hele discussie zit een heel eenvoudige vraag.

Vertrouwen we erop dat God door Zijn Woord spreekt?

Vertrouwen we erop dat de Heilige Geest gewone gelovigen kan en wil onderwijzen door dat Woord?

Vertrouwen we erop dat Christus Zijn schapen kent en leidt?

Of vertrouwen we uiteindelijk meer op kerkelijke bemiddeling, gewijde deskundigheid, traditie en devotionele omheining?

De Bijbel zelf geeft het antwoord.

“En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.” Deuteronomium 6:6-7 (STV)

Gods Woord hoort niet opgesloten te blijven in een religieus gebouw. Het hoort in het huis. Op de weg. In het gesprek. In je gezin. In je hart.

Dat principe verdwijnt niet in het Nieuwe Testament. Het verdiept zich.

Ik vat samen

We moeten niet ‘rap ophouden iedereen aan te moedigen de Bijbel te lezen.’

We moeten rap ophouden gewone gelovigen klein te houden.

We moeten ophouden doen alsof de Schrift vooral gevaarlijk is wanneer zij in handen komt van mensen zonder kerkelijke bevoegdheid. We moeten ophouden alsof liturgie, traditie en volksdevotie veilig zijn, terwijl het Woord van God verdacht wordt gemaakt als bron van paniek.

De Bijbel kan verkeerd gelezen worden. Zeker.

Maar een gesloten Bijbel is nog gevaarlijker.

Want waar de Schrift dicht blijft, krijgt religieuze macht vrij spel. Daar worden tradities onaantastbaar. Daar worden menselijke instellingen beschermd tegen toetsing. Daar worden gelovigen afhankelijk gehouden van mensen die zeggen dat zij de sleutel hebben. En waar dat zoal toe leidt bewijst de geschiedenis wel.

Christus heeft Zijn volk niet verwezen naar kaarsen, litanieën en een persoonlijke relatie met heiligen. Hij wees naar de Schriften.

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39 (STV)

Daarom: ópen die Bijbel.

Lees eerbiedig.

Lees biddend.

Lees met onderscheid.

Lees in verband.

Lees Christus gericht.

Maar léés.

Want niet de open Bijbel bedreigt het geloof.

Een kerk die bang is voor een open Bijbel, dát is de bedreiging.

 

Filippenzen 3:2 uitgelegd | Ziet op de honden en de versnijding

Over honden en kwade arbeiders

Er zijn verzen die je niet kunt afzwakken zonder hun kracht weg te nemen. Filippenzen 3:2 is zo’n vers. Paulus schrijft niet voorzichtig, diplomatiek of omfloerst. Hij trekt fel aan de noodrem:

“Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding.” (Filippenzen 3:2, STV)

Dat is geen losse uitval, geen chagrijnige opmerking en geen ontspoorde emotie. Dit is apostolische waarschuwing. Paulus ziet een geestelijk gevaar dat zó ernstig is, dat zachte woorden niet volstaan. De gemeente moet wakker geschud worden. Niet tegen openlijk ongelovigen. Niet tegen grove goddelozen. Maar tegen religieuze misleiders.

Juist dat maakt dit vers zo actueel.

Waarom Paulus spreekt over honden en kwade arbeiders

In Filippenzen 3 richt Paulus zich niet op mensen buiten de godsdienst, maar op mensen binnen de religieuze sfeer. Mensen die werken, leren, ijveren, beïnvloeden en waarschijnlijk zelfs heel schriftuurlijk overkomen. Toch noemt Paulus hen “honden”, “kwade arbeiders” en “de versnijding”.

Waarom zo fel?

Omdat ze het Evangelie van de Genade aantasten. Ze willen niet eenvoudig rusten in Christus alleen, maar voegen iets van de mens toe. Iets van vlees. Iets van ritueel. Iets van wet. Iets van religieuze verdienste. In de context gaat het vooral om de besnijdenis en het judaïstische denken: de gedachte dat geloof in Christus niet genoeg is, maar dat dat aangevuld zou moeten worden met religieuze, wettische verplichtingen.

Daarom is dit geen klein verschil van inzicht. Dit raakt het hart van het Evangelie.

Paulus zegt in wezen: kijk uit voor mensen die Christus niet openlijk loochenen, maar Hem in de praktijk onvoldoende achten.

“Ziet op de honden”

Dat woord klinkt hard, en dat is het ook. In de Joodse beleving werd “honden” vaak gebruikt voor onreine buitenstaanders. Paulus draait het hier om. Juist de mensen die zich beroemen op hun religieuze zuiverheid, noemt hij honden.

Waarom?

Omdat zij, ondanks hun vrome verpakking, geestelijk onrein zijn in hun leer. Zij brengen de gemeente niet dichter bij Christus, maar terug naar het vlees. Zij brengen geen vrijheid, maar slavernij. Geen genade, maar druk. Geen rust, maar religieuze onrust.

Iemand kan zich beroemen op orthodoxie, traditie, inzetting, religieuze identiteit of uiterlijke heiligheid, en toch in Gods ogen een bron van verontreiniging zijn wanneer hij/zij het Evangelie verdraait.

Dat is een les die de gemeente nooit mag vergeten.

Niet alles wat godsdienstig klinkt, is ook geestelijk gezond.

“Ziet op de kwade arbeiders”

Dat is misschien nog onthullender. Paulus zegt niet dat zij lui zijn. Hij zegt ook niet dat zij niets doen. Integendeel: zij zijn arbeiders. Zij zijn actief. Zij bouwen, spreken, onderwijzen, organiseren, beïnvloeden.

Maar hun arbeid is kwaad.

Waarom kwaad? Omdat arbeid in Gods Koninkrijk niet beoordeeld wordt op ijver, maar op waarheid. Niet op activiteit, maar op trouw aan Christus. Niet op inzet, maar op inhoud.

Er zijn arbeiders die veel doen en toch verkeerd bouwen. Paulus zegt elders:

“Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.” (1 Korinthe 3:11, STV)

Zodra een mens naast Christus nog iets anders als grond van aanvaarding voor God binnenbrengt, wordt zijn arbeid kwaad. Dan kan hij nog zo vroom spreken, nog zo ernstig kijken, nog zo toegewijd lijken, maar zijn werk is niet opbouwend. Het is ondermijnend.

Dat is de tragedie van veel religieuze arbeid: ze lijkt geestelijk, maar tast de vrijheid van de gelovige aan.

“Ziet op de versnijding”

Hier wordt Paulus polemisch. In plaats van het normale woord voor besnijdenis te gebruiken, kiest hij een woord dat meer de betekenis heeft van verminking of verminking door snijden. Waarom? Omdat hij weigert hun ritueel als echte, geestelijke besnijdenis te erkennen.

De ware besnijdenis is volgens Paulus niet iets uiterlijks aan het vlees, maar iets dat met Christus en de Geest te maken heeft. Het volgende vers zegt:

“Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Dat is de sleutel. De tegenstelling is niet tussen besneden en onbesneden lichamen, maar tussen twee totaal verschillende geloofsgronden:

  • vertrouwen op het vlees
  • roemen in Christus Jezus

Dat eerste is religie. Dat tweede is Genade.

Dat eerste kijkt naar de mens. Dat tweede kijkt naar de Heere.

Het eerste zegt: ‘er moet nog iets bij’. Dat tweede zegt: ‘Hij is genoeg’.

Het grote conflict: Christus alleen of Christus plus

Daar draait het in Filippenzen 3 om. Niet alleen daar trouwens. Ook in Galaten. Ook in Handelingen 15. Ook in de brieven van Paulus in het algemeen. Telkens opnieuw komt dezelfde strijd terug: is Christus voldoende, of moet de mens iets toevoegen?

Zodra een mens zegt dat geloof in Christus niet genoeg is zonder ritueel, wetsonderhouding, ceremoniële inzettingen, geestelijke prestaties of uiterlijke kenmerken, komt hij terecht in het kamp waar Paulus hier tegen waarschuwt.

De vraag is nooit alleen: geloven zij in Jezus?

De diepere vraag is: geloven zij dat Jezus genoeg is?

De mens wil altijd iets van zichzelf meenemen

Dat is het hardnekkige probleem van het vlees. Het vlees wil niet genadig gered worden. Het vlees wil meetellen. Het wil iets meebrengen. Iets presteren. Iets voorstellen. Iets toevoegen. Iets zijn.

Daarom is pure genade zo vernederend voor de natuurlijke mens. Genade zegt immers: u hebt niets. U kunt niets. U brengt niets mee. U wordt om niet gerechtvaardigd, alleen op grond van Christus.

Dat is voor het religieuze vlees bijna onverdraaglijk.

Daarom zoeken mensen telkens weer een vorm van geestelijke zelfhandhaving. Dat kan wettisch zijn, sacramenteel, kerkelijk, mystiek, charismatisch, reformatorisch, evangelisch of traditioneel. De vorm verschilt, maar het principe blijft hetzelfde: de mens wil niet volledig buitenspel staan.

Paulus snijdt dat alles af.

“En in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Dat is het echte onderscheid. Niet: hoeveel religie heb je? Niet: welke vorm houd je erop na? Niet: hoe indrukwekkend is je vroomheid? Maar: waar roem je in?

Ook vandaag springlevend

Dit vers is niet alleen van belang voor discussies over de letterlijke besnijdenis in de eerste eeuw. Het principe is veel breder en nog altijd brandend actueel.

Overal waar mensen iets naast Christus stellen als noodzakelijke aanvulling op de volle aanvaarding bij God, keert de geest van Filippenzen 3:2 terug.

Denk aan systemen waarin uiterlijke rituelen en vormen een zaligmakende of bijna zaligmakende plaats krijgen. Denk aan prediking waarin de zekerheid van het geloof wordt ingeruild voor een eindeloze blik op innerlijke indrukken. Denk aan bewegingen waar heiliging ongemerkt verandert in een voorwaarde voor aanvaarding. Denk aan groepen waar bepaalde regels, gebruiken of geestelijke ervaringen de maatstaf worden van ware geestelijkheid.

Dan verandert het evangelie subtiel maar dodelijk.

Dan wordt Christus niet altijd openlijk verloochend, maar wel praktisch verduisterd.

En dát is precies waarom Paulus zo scherp spreekt.

Scherpe taal kan liefdevolle taal zijn

Sommigen schrikken van de toon van Paulus. Maar dat komt vaak doordat men liefde verwart met zachtheid. De liefde van een herder is niet altijd zacht in formulering. Soms is deze scherp,  juist omdat het gevaar groot is.

Een herder die wolven aaibaar noemt, heeft de schapen niet lief.

Paulus ziet wat er op het spel staat. Als de gemeente meegaat in wettische misleiding, verliest zij de vrijheid van het evangelie. Dan komt zij weer onder druk, onder slavernij, onder onzekerheid, onder menselijke controle. Dan wordt de blik van Christus afgetrokken en op de mens gericht.

Daarom is deze scherpte geen vleselijke uitbarsting, maar heilige ijver.

Ook vandaag is er behoefte aan zulke duidelijkheid. Niet aan ruzie om de ruzie. Niet aan harde woorden als karaktertrek. Maar wel aan het vermogen om werkelijk te onderscheiden en benoemen waar het Evangelie geweld wordt aangedaan.

De ware besnijdenis

Paulus laat het niet bij waarschuwing. Hij laat ook zien wat echt is.

“Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Hier staan drie kenmerken van de ware gelovige.

God dienen in de Geest

Niet uitwendig, ceremonieel of vleeslijk, maar in de kracht van de Heilige Geest. Niet als religieuze prestatie, maar als vrucht van nieuw leven. Niet als wettische last, maar als levende gemeenschap met God.

In Christus Jezus roemen

De gelovige roemt niet in afkomst, traditie, inzetting, ernst, bevinding, kerkelijke positie of morele prestatie. Hij roemt in Christus. Hij heeft niets om zich op voor te staan buiten Hem.

Niet in het vlees betrouwen

Dat is de doorslag. Geen vertrouwen op de mens. Niet op religieuze voorrechten. Niet op zichtbare kenmerken. Niet op werken. Niet op het oude verbond als weg tot rechtvaardigheid. Niet op iets van onszelf.

Dat is een radicale breuk met alle religieuze zelfhandhaving.

Paulus’ eigen voorbeeld

Het aangrijpende is dat Paulus vervolgens juist laat zien dat hij zelf alle reden had om op het vlees te vertrouwen, als dat ooit een geldige weg was geweest. Hij was besneden op de achtste dag, uit Israël, uit de stam van Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, naar de wet een Farizeeër. Maar wat zegt hij?

“Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus’ wil schade geacht.” (Filippenzen 3:7, STV)

En verder:

“Ja gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere.” (Filippenzen 3:8, STV)

Dát is de ware bekering: niet alleen van zonde in ruwe vorm, maar ook van vrome zelfhandhaving. Niet alleen van goddeloosheid, maar ook van godsdienstigheid als grond voor God.

Veel mensen menen dat zij vooral moeten breken met wereldgelijkvormigheid. Dat is waar, maar niet het hele verhaal. Men moet ook breken met elk vertrouwen op religieus vlees.

Waarom Filippenzen 3:2 vandaag nog actueel is

Filippenzen 3:2 hoort thuis in elke tijd waarin het evangelie van de genade bedreigd wordt. En dat is altijd.

Zodra de gemeente niet meer helder zegt dat de zondaar uitsluitend door Genade, uitsluitend op grond van Christus, uitsluitend door het geloof wordt aangenomen, ontstaat ruimte voor de “kwade arbeiders”.

Dan komen er systemen, stappenplannen, geestelijke hiërarchieën en religieuze meetlatten. Dan wordt de eenvoud in Christus vervangen door menselijke toevoegingen. Dan gaat men niet meer rusten in het volbrachte werk, maar zoeken naar aanvulling, bevestiging en verdienste.

Dat maakt onvrije christenen. Onzekere christenen. Vermoeide christenen. Op zichzelf teruggeworpen christenen.

Maar het Evangelie maakt juist vrij.

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)

Geen compromis met een vals evangelie

Paulus is op dit punt onverbiddelijk. Niet omdat bijzaken hoofdzaak moeten worden, maar omdat de hoofdzaak hier werkelijk op het spel staat. Een evangelie waarin de mens weer centraal komt te staan, is geen onschuldige variant. Het is geestelijke vergiftiging.

Daarom moeten gemeenten, voorgangers en gelovigen leren om niet alleen te vragen of iets vroom klinkt, maar of het echt Christus grootmaakt.

Wordt de mens kleiner of groter?

Wordt Christus genoeg genoemd of slechts als beginpunt gebruikt?

Brengt men mensen in vrijheid of in geestelijke slavernij?

Wordt het vlees gekruisigd of religieus opgepoetst?

Dat zijn de vragen van Filippenzen 3.

“Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding.” (Filippenzen 3:2, STV)

Dat is geen vergeten eerste-eeuwse strijdkreet. Het is een blijvende waarschuwing van de Heilige Geest aan de gemeente van Christus.

Pas op voor religie zonder Genade.

Pas op voor arbeid zonder waarheid.

Pas op voor ritueel zonder nieuw leven.

Pas op voor mensen die veel over God spreken, maar uiteindelijk het vlees weer ruimte geven.

De ware gelovige heeft maar één roem, maar dat is genoeg:

“Want wij zijn de besnijding, wij, die God in den Geest dienen, en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen.” (Filippenzen 3:3, STV)

Waar Christus alleen overblijft, daar begint de vrijheid. Waar de mens weer iets mag/moet meebrengen, daar begint de slavernij opnieuw.

En daarom blijft Paulus’ waarschuwing noodzakelijk, scherp en heilzaam.

Wie Filippenzen 3:2 serieus neemt, ziet hoe gevaarlijk religie zonder Genade is. Paulus waarschuwt scherp, omdat alles op het spel staat wanneer mensen niet meer rusten in Christus alleen, maar weer gaan vertrouwen op het vlees.

zie ook:

Laat u met God verzoenen – Bijbelse basis

God spreekt over Zijn Zoon – Bijbelse basis

Hoe het christendom wordt uitgehold door de cultus van beleving – Bijbelse basis

Het Evangelie zonder omwegen

Het Evangelie zonder omwegen

Het Evangelie betekent letterlijk: goed nieuws. Maar goed nieuws veronderstelt eerst slecht nieuws. En dat slechte nieuws is dit: de mens is verloren zonder God.

Waarom is redding nodig?

Er wordt veel gesproken over geloof. Over spiritualiteit. Over kerk. Over traditie. Maar zelden wordt het Evangelie zelf nog helder en scherp uitgelegd. Zonder omwegen. Zonder religieuze mist.

Wat is het probleem van de mens?
Waarom is redding noodzakelijk?
Wat is de oorzaak van onze zondige natuur?
En waarom is het Evangelie geen religie, maar goed nieuws?

Hier volgt het Bijbelse antwoord:

De Bijbel begint niet bij menselijke waardigheid, maar bij menselijke schuld. Dat is zo confronterend, maar zo noodzakelijk.

“Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.” (Romeinen 3:23 STV)

Allen. Géén uitzonderingen.

Zonde is niet slechts een verkeerde daad. Het is het missen van Gods heerlijkheid. Het niet beantwoorden aan Zijn heilige karakter. Het is opstand tegen onze Schepper, bewust of onbewust.

En de gevolgen zijn ernstig:

“Want de bezoldiging der zonde is de dood; maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere.” (Romeinen 6:23 STV)

Zonde verdient loon. Dat loon is de dood — geestelijke scheiding van God.

Redding is dus geen luxe. Geen extraatje voor religieuze mensen. Het is noodzaak voor ieder mens.

De oorzaak van onze zondige natuur

Veel mensen denken: “Ik ben in wezen goed, maar maak soms fouten.”
De Bijbel zegt iets anders.

“Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.” (Romeinen 5:12 STV)

De wortel ligt bij Adam. Door zijn val kwam de zonde de wereld binnen. Sindsdien wordt ieder mens geboren met een gevallen natuur.

David wist dat ook, en zei:

“Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen.” (Psalm 51:7 STV)

Wij worden niet zondaren doordat wij zondigen. Wij zondigen omdat wij zondaren zijn.

Dat verklaart waarom morele inspanning het probleem niet oplost. Opvoeding kan gedrag beïnvloeden. Religie kan uiterlijk fatsoen produceren. Maar het hart blijft onveranderd.

Het probleem zit dieper dan gedrag. Het zit in onze natuur.

Gods ingrijpen in Christus

Het Evangelie is dat God Zelf ingreep.

Niet omdat wij Hem zochten. Maar omdat Hij ons zocht.

“Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.” (Romeinen 5:8 STV)

Christus stierf niet voor verbeterde mensen. Niet voor zoekers. Niet voor rechtvaardigen.

Hij stierf voor zondaars.

“Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen.” (1 Petrus 3:18 STV)

Dat is plaatsvervanging. Hij nam onze plaats in. Droeg onze schuld. Ontving ons oordeel.

Aan het kruis werd niet een voorbeeld gegeven — daar werd betaald.

De weg van behoud

Hoe wordt iemand gered?

Niet door werken. Niet door kerkelijkheid. Niet door wetsonderhouding, en ook niet door fatsoenlijk gedrag

“Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.” (Efeze 2:8-9 STV)

Genade is onverdiende gunst.
Geloof is vertrouwen.

Het is het ophouden met proberen zichzelf te redden. Het is zich toevertrouwen aan Christus alleen.

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.” (Handelingen 16:31 STV)

Dat is geen ingewikkeld systeem. Geen sacramentele ladder. Geen religieuze prestatie.

Het is rusten in wat Christus volbracht heeft.

Waarom dit géén religie is

Religie draait om menselijke inspanning.

Het Evangelie draait om Gods volbrachte werk.

Religie zegt: doe!
Het Evangelie zegt: het is gedaan, geloof dat!

Géén religie, maar relatie

Religie probeert God gunstig te stemmen.
Het Evangelie verkondigt dat God in Christus verzoening heeft aangebracht.

“Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.” (Lukas 19:10 STV)

Christelijk geloof in Bijbelse zin is daarom géén religieus systeem. Het is een levende relatie met de opgestane Christus.

Wanneer iemand gelooft, gebeurt er iets wezenlijks:

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17 STV)

Dat is wedergeboorte. Geen uiterlijke hervorming, maar innerlijke vernieuwing.

De mens is verloren.
Christus is gestorven en opgestaan.
Redding is uit Genade.
Door geloof alléén.
In Christus alléén.

lees ook:

Het Evangelie in lekentaal – geen mening, maar goed nieuws

Leven uit Genade

“Van in de garage staan word je geen auto”

Bekering – geen religieuze emotie, maar een noodzakelijke omkeer

Geverifieerd door MonsterInsights