Wat doet Christus vandaag

De levende Hogepriester Die Zijn gemeente reinigt

 

Wat doet Christus vandaag?

Die vraag is belangrijker dan veel christenen beseffen. Want het Evangelie eindigt niet bij het kruis. Christus is gestorven, ja. Maar wat meer is, Hij is ook opgewekt. Hij is verheerlijkt. Hij zit aan de rechterhand van God. Hij leeft. En omdat Hij leeft, werkt Hij vandaag aan Zijn gemeente.

Veel christenen weten goed te zeggen wat Christus heeft gedaan. Hij stierf voor onze zonden. Hij gaf Zijn bloed. Hij droeg het oordeel. Dat is het fundament.

Zonder dat fundament is er geen Evangelie.

Maar het kruis is niet het eindpunt.

Christus hangt niet meer aan het kruis. Hij ligt niet meer in het graf. Hij is de levende Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Hij bidt voor de Zijnen, reinigt Zijn gemeente door het Woord, heiligt haar en maakt gelovigen bekwaam om de levende God te dienen.

Dat is niet zomaar een bonus aanvulling op het Evangelie. Dat is de ademruimte van Genade.

het tegenwoordige werk van Christus
wat doet Christus vandaag?

Het kruis is het fundament, niet het eindpunt

Het kruis van Christus laat zien dat de oude mens voor God geen toekomst heeft. Het kruis is niet Gods poging om de oude mens wat op te knappen. Het kruis is Gods oordeel over de oude mens.

Paulus schrijft:

“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.” — 2 Korinthe 5:14 (STV)

Dat is helder. Als Eén voor allen gestorven is, dan zijn allen gestorven.

Daarmee wordt het christelijk leven geen verbeterproject van het vlees. Het is niet: probeer van je oude mens een vrome, religieuze en acceptabele versie te maken. Het is niet: poets jezelf op totdat God tevreden met je kan zijn.

Nee. De oude mens wordt niet geheiligd. De oude mens wordt afgelegd.

“Dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding.” — Efeze 4:22 (STV)

Daar gaat het vaak mis. Veel prediking draait om de mens. Wat wij moeten doen. Hoe wij ons leven moeten verbeteren. Hoe wij geestelijk sterker moeten worden. Hoe wij onze oude natuur onder controle moeten krijgen.

Maar de Bijbel zegt niet dat de oude mens verbeterd moet worden. De Bijbel zegt dat hij afgelegd moet worden.

Het evangelie is niet: God helpt u om uw oude leven wat netter te maken.
Het evangelie is: God heeft u in Christus nieuw leven gegeven.

 

Christus leeft om voor ons te bidden

Wat doet Christus vandaag?

De Hebreeënbrief geeft een helder antwoord:

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” — Hebreeën 7:25 (STV)

Let op dat ene woord: leeft.

Christus leeft om voor de Zijnen te bidden. Hij is niet passief. Hij is niet afwezig. Hij is niet slechts een Persoon uit het verleden over Wie wij herinneringen ophalen. Hij is de levende Heere in de hemel.

Hij is Hogepriester.
Hij vertegenwoordigt Zijn volk bij God.
Hij bidt voor hen.
Hij reinigt hen.
Hij bewaart hen.
Hij maakt hen bekwaam om God te dienen.

Zijn priesterschap rust niet op sterfelijkheid, maar op onvergankelijk leven:

“Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.” — Hebreeën 7:16 (STV)

Dát geeft rust. Onze zaligheid hangt niet aan onze wisselende gevoelens, onze geestelijke prestaties of onze mate van zelfbeheersing.

Zij rust op Christus. En Hij leeft.

Christus als Hogepriester van het Nieuwe Verbond

Het tegenwoordige werk van Christus wordt vooral zichtbaar in Zijn priesterschap. Hij is de Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Niet naar de ordening van Aäron, maar naar de ordening van Melchizedek. Niet op grond van een tijdelijk en sterfelijk priesterschap, maar naar de kracht van onvergankelijk leven.

Dat betekent dat Christus’ werk niet ophield bij Zijn sterven. Zijn dood was noodzakelijk. Zijn bloed is de grond. Maar Zijn opstanding, verhoging en voortdurende priesterlijke dienst horen wezenlijk bij het evangelie.

Romeinen 8 zegt het zo:

“Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.” — Romeinen 8:33-34 (STV)

“Ja, wat meer is.”

Daar zit veel in. Christus is gestorven. Maar wat meer is: Hij is ook opgewekt. Hij is aan Gods rechterhand. Hij bidt voor ons.

Wie alleen spreekt over het kruis, maar nauwelijks over de opgestane en verhoogde Christus, mist een wezenlijk deel van het christelijk leven. De gelovige leeft niet uit herinnering alleen. Hij leeft uit gemeenschap met de levende Christus.

 

Christus reinigt Zijn gemeente door het Woord

Een van de rijkste beschrijvingen van Christus’ huidige werk staat in Efeze 5:

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven; opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord.” — Efeze 5:25-26 (STV)

Hier staat niet dat de gemeente zichzelf reinigt om Christus waardig te worden. Hier staat dat Christus de gemeente reinigt.

Dat is een wereld van verschil.

Religie zegt: maak uzelf schoon, dan mag u komen.
Genade zegt: kom tot Christus, Hij reinigt.

Religie zegt: zorg dat u gereed bent.
Genade zegt: Christus maakt gereed.

Religie zegt: werk aan uzelf.
Genade zegt: stel u onder het Woord waardoor Christus Zijn werk doet.

Christus reinigt Zijn gemeente “door het Woord”. Niet door geestelijke druk. Niet door menselijke manipulatie. Niet door voortdurende beschuldiging. Niet door een religieuze zweep over het geweten.

Hij reinigt door Zijn Woord.

Daarom is het zo belangrijk waar wij naar luisteren, wat wij horen, welke prediking wij toelaten en waar onze aandacht naartoe gaat. Het Woord van God richt het hart op Christus. Mensgerichte prediking werpt de mens terug op zichzelf. En wie steeds naar zichzelf kijkt, vindt geen rust.

 

De voetwassing als beeld van Christus’ tegenwoordige werk

Johannes 13 geeft een indringend beeld. De discipelen zijn met de Heere aan tafel. Dan staat Hij op, legt Zijn klederen af, omgordt Zich met een linnen doek en begint hun voeten te wassen.

Petrus wil dat eerst niet. Maar de Heere zegt:

“Indien Ik u niet was, gij hebt geen deel met Mij.” — Johannes 13:8 (STV)

Daarna wil Petrus helemaal gewassen worden. Dan antwoordt de Heere:

“Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein.” — Johannes 13:10 (STV)

Dat is een belangrijk onderscheid.

Wie van Christus is, is geheel rein. De gelovige staat in Christus voor God. Maar zolang hij door deze wereld wandelt, krijgt hij vuile voeten. Hij leeft nog in een wereld van zonde, leugen, verwarring, verzoeking en dood.

Daarom wast Christus de voeten.

Niet omdat het fundament telkens opnieuw gelegd moet worden. Niet omdat de gelovige steeds opnieuw van nul af aan moet beginnen. Maar omdat Christus Zijn Woord toepast op onze wandel, ons denken, ons hart en ons geweten.

Hij reinigt Zijn gemeente door het Woord.

 

Het geweten gereinigd om God te dienen

Christus is niet bezig om de buitenkant van de oude mens religieus op te poetsen. Hij reinigt dieper. Hij reinigt het geweten.

Hebreeën 9 zegt:

“Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?” — Hebreeën 9:14 (STV)

Dat is bevrijdend.

Veel gelovigen hoeven niet steeds opnieuw te horen dat zij tekortschieten. Dat weten zij al. Zij kennen hun zwakheid. Zij kennen hun falen. Zij weten hoe snel zij afdwalen, struikelen of innerlijk verward raken.

Maar de Bijbel werpt hen niet eindeloos terug op hun tekort. De Bijbel richt hen op Christus.

Het bloed van Christus reinigt het geweten van dode werken. Waarom? Niet zodat wij geestelijk in een hoekje blijven zitten met ons hoofd omlaag. Maar “om den levenden God te dienen”.

Een gereinigd geweten maakt vrijmoedig. Niet oppervlakkig. Niet wetteloos. Niet onverschillig. Maar vrijmoedig in Christus.

 

Niet zelfverbetering, maar leven uit Genade

Het christelijk leven is geen cursus zelfverbetering met een Bijbeltekst erboven.

Natuurlijk verandert Gods genade een mens. Natuurlijk leert de gelovige anders wandelen. Natuurlijk zijn goede werken belangrijk. Maar de volgorde is alles.

Titus 2 zegt:

“Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” — Titus 2:14 (STV)

Christus reinigt Zichzelf een eigen volk. En dat volk wordt ijverig in goede werken.

Goede werken zijn dus niet de wortel van onze aanvaarding. Ze zijn de vrucht van Christus’ werk.

Onder wet werk je om aanvaard te worden.
Onder genade dien je omdat je aanvaard bent in Christus.

Onder wet kijk je steeds naar jezelf.
Onder genade zie je op Christus.

Onder wet blijft het geweten onrustig.
Onder genade wordt het geweten gereinigd om God te dienen.

Dat is geen goedkoop gemak. Leven uit genade is juist vernederend voor het vlees. Want genade zegt dat de mens zichzelf niet kan redden, niet kan reinigen en niet kan opwerken tot God.

De mens komt met lege handen. Niet als een geslaagde heilige. Niet als een opgepoetst geestelijk project. Niet als iemand die eindelijk alles onder controle heeft.

Hij komt tot Christus.

En Christus reinigt.

 

God verzamelt nu een volk voor Zijn Naam

Wat doet God in deze tegenwoordige tijd?

Het Nieuwe Testament geeft daar een duidelijke lijn in. God verzamelt een volk voor Zijn Naam.

In Handelingen 15 lezen we:

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)

Daarna wordt gesproken over het herstel van de vervallen hut van David. Die volgorde is belangrijk. Eerst verzamelt God een volk uit de heidenen. Daarna komt het herstel van Israël en het Davidische koningshuis.

Dat betekent dat Gods huidige werk niet in de eerste plaats bestaat uit wereldverbetering, politieke macht, cultureel herstel of het oprichten van een zichtbaar koninkrijk op aarde. Zijn huidige werk is gericht op de gemeente.

De gemeente is een hemels volk. Zij is verbonden met Christus in de hemel. Zij deelt in Zijn positie, Zijn leven, Zijn toekomst en Zijn erfenis.

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” — Efeze 2:6 (STV)

De gelovige leeft nog op aarde, maar zijn positie is in Christus.

Daarom is het zo schadelijk wanneer christenen hun roeping verwarren met wereldverbetering. Natuurlijk doen wij goed waar wij kunnen. Natuurlijk zorgen wij voor onze naaste. Natuurlijk dragen wij verantwoordelijkheid in het gewone leven.

Maar de gemeente is geen religieuze actiegroep voor het oplappen van deze tegenwoordige eeuw. Zij is een volk dat door Christus uit deze eeuw getrokken wordt.

 

Uit de tegenwoordige boze wereld getrokken

Galaten 1 zegt:

“Die Zichzelven gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar den wil van onzen God en Vader.” — Galaten 1:4 (STV)

Dat staat haaks op christelijk activisme.

Wij willen vaak juist iets bereiken ín deze wereld. Erkenning. Invloed. Positie. Herstel van christelijke normen. Een steviger christelijk geluid. Een cultuur die weer naar ons luistert.

Maar Christus heeft Zich gegeven om ons te trekken uit deze tegenwoordige boze wereld.

Dat betekent niet dat wij onverschillig worden. Het betekent dat wij nuchter worden. Deze wereld wordt niet uiteindelijk hersteld door menselijke inzet. God maakt een nieuwe schepping. En vandaag verzamelt Hij een volk dat bij Christus hoort.

 

Waarom mensgerichte prediking schromelijk tekortschiet

Veel prediking klinkt praktisch, maar is in wezen mensgericht. Ze draait om onze problemen, onze gevoelens, onze keuzes, onze relaties, onze groei, onze houding, onze prestaties en onze geestelijke temperatuur.

Natuurlijk raakt het Woord van God ons leven. Maar wanneer Christus uit het centrum verdwijnt, blijft er vooral religieuze psychologie over. Dan wordt de Bijbel een kapstok voor menselijke thema’s. Dan is de mens het onderwerp en Christus hooguit de helper.

Bijbelse prediking begint anders.

opent het Woord.
toont Christus.
verkondigt Zijn werk.
plaatst de gelovige in Hem.
bevrijdt het geweten door Genade.
roept op tot dienst vanuit rust, niet vanuit kramp.

Waar de mens centraal staat, groeit onrust.
Waar Christus centraal staat, komt geloofsadem.

 

Leven vanuit Christus’ tegenwoordige werk

De vraag is dus niet allereerst: hoe krijg ik mijn leven onder controle?

De betere vraag is: leef ik uit Christus’ tegenwoordige werk?

Stel ik mij onder Zijn Woord?
Laat ik Hem mijn geweten reinigen?
Rust ik in Zijn priesterschap?
Geloof ik dat Hij voor mij bidt?
Zie ik mijzelf in Christus, of blijf ik gevangen in mijzelf?

De gelovige hoeft niet te leven onder de voortdurende dreiging van beschuldiging. Romeinen 8 zegt immers dat God rechtvaardigt en Christus bidt.

Daarom mag de gelovige vrijmoedig leven. Niet omdat hij in zichzelf sterk is. Niet omdat zijn oude mens verbeterd is. Niet omdat hij nooit struikelt. Maar omdat Christus leeft.

 

De troost van de levende Christus

Wat doet Christus vandaag?

Hij leeft.
Hij bidt.
Hij reinigt.
Hij heiligt.
Hij verzamelt een volk voor Zijn Naam.
Hij maakt gelovigen bekwaam om dienaren te zijn van het Nieuwe Verbond.

Dat is de troost.

De gelovige leeft nog met lek en gebrek. Dat hoeft niet vroom weggepoetst te worden. Wij schieten tekort. Wij falen. Wij dragen de zwakheid van de oude mens nog mee.

Maar God ziet de gelovige in Christus. En Christus is niet klaar met Zijn werk.

Hij reinigt door het Woord.
Hij bewaart door Zijn kracht.
Hij bidt aan Gods rechterhand.
Hij maakt bekwaam om de levende God te dienen.

Daarom hoeft de gelovige niet gevangen te blijven in religieuze kramp. Hij hoeft niet eindeloos naar zichzelf te staren. Hij hoeft niet te leven onder de zweep van beschuldiging.

Hij mag zien op Christus.

Niet alleen op Christus aan het kruis, maar ook op Christus in de hemel. De levende Hogepriester. De Verheerlijkte. Degene Die Zijn gemeente liefheeft, haar reinigt door het Woord en haar eenmaal zonder vlek of rimpel voor Zich zal stellen.

Wat doet Christus vandaag?
Hij werkt aan Zijn gemeente.

Christus hangt niet meer aan het kruis en ligt niet meer in het graf. Hij leeft, bidt, reinigt en werkt vandaag aan Zijn gemeente.

En dat is precies waarom het christelijk leven geen leven onder angst is, maar een leven uit Genade.

Zie ook:

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding? – Bijbelse basis

Jezus stilt de storm Markus 4:35–41

Markus 4:35–41

Dit gedeelte in Markus 4:35–41 gaat over de storm op het meer, maar de kernvraag staat aan het einde:

“Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?” Markus 4:41 (STV)

Dat is de hoofdzaak. Markus vertelt dit niet primair om te zeggen: “Jezus helpt in moeilijke omstandigheden”. Dat is ook waar, maar veel te smal.

Het gedeelte openbaart Wie Christus is.

Jezus stilt de storm

De situatie

De Heere Jezus zegt:

“Laat ons overvaren aan de andere zijde.” Markus 4:35 (STV)

Dat woord van Christus is vóór de storm. De discipelen gaan dus niet buiten Gods wil om de storm in. Ze gehoorzamen juist Zijn woord. Dat is belangrijk: gehoorzaamheid aan Christus betekent niet een stormloze reis.

Daarna komt de storm:

“En er werd een grote stormwind; en de baren sloegen in het schip, alzo dat het nu vol werd.” Markus 4:37 (STV)

De discipelen zijn ervaren vissers. Dit is dus geen kinderachtige angst. Het gevaar is echt. Maar juist in dat echte gevaar blijkt hun geloof wankel.

 

Jezus slaapt

“En Hij was in het achterschip, slapende op een oorkussen…” Markus 4:38 (STV)

Dat slapen laat Zijn ware mensheid zien. Hij is moe. Hij heeft onderwezen, gediend, gesproken, gedragen. Hij is geen schijnmens, maar werkelijk Mens.

Maar het vervolg laat tegelijk Zijn Goddelijke macht zien.

 

De noodkreet van de discipelen

“Meester, bekommert het U niet, dat wij vergaan?” Markus 4:38 (STV)

Dat is herkenbaar. Niet alleen: “Heere, help ons”, maar: “Geeft U er wel om?” De angst tast niet alleen hun rust aan, maar ook hun zicht op Zijn goedheid.

Dat is vaak precies wat vrees doet. Vrees maakt de omstandigheden groot en Christus klein. Niet in werkelijkheid, maar in onze waarneming.

 

De storm bestraft

“En Hij opgewekt zijnde, bestrafte den wind, en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen, en er werd grote stilte.” Markus 4:39 (STV)

Hij bidt niet om stilte. Hij spreekt. Hij beveelt. Wind en zee gehoorzamen Hem.

Dat is geen gewone wondermacht. In het Oude Testament is het juist de HEERE Die macht heeft over de zee:

“Hij verandert den storm in stilte, zodat hun golven stilzwijgen.” Psalm 107:29 (STV)

Markus laat dus zien: deze Jezus in het schip is niet slechts een Leraar, Profeet of wonderdoener. Hij oefent gezag uit over de schepping zelf.

 

De bestraffing van de discipelen

“Wat zijt gij zo vreesachtig? Hebt gij geen geloof?” Markus 4:40 (STV)

Let op: Jezus verwijt hun niet dat ze Hem wakker maken. Hij verwijt hun ongeloof. De vraag is niet: waarom ervaren jullie gevaar? De vraag is: waarom vertrouwen jullie Mij niet, terwijl Ik gezegd heb dat wij naar de overkant gaan?

Zijn woord had genoeg moeten zijn.

 

Van angst naar heilig ontzag

Na de stilte staat er niet dat ze ontspannen achteroverleunden. Er staat:

“En zij vreesden met grote vreze…” Markus 4:41 (STV)

Eerst waren ze bang voor de storm. Daarna vrezen ze Hem Die de storm stillegt. Dat is een andere vrees. De storm was indrukwekkend, maar Christus blijkt nog indrukwekkender.

De echte vraag is dus niet: hoe kom ik uit mijn storm?

De echte vraag is: Wie is Deze?

 

Bijbelse lijn

Markus 4:35–41 leert dus:

Christus is waarachtig Mens: Hij slaapt.

Christus is waarachtig God: wind en zee gehoorzamen Hem.

Geloof rust niet op kalme omstandigheden, maar op Zijn woord.

Vrees ontstaat waar de storm groter lijkt dan Christus.

De discipelen moeten leren dat Zijn aanwezigheid niet betekent dat er geen storm komt, maar wel dat Hij Heer is over de storm.

 

Kernzin

“Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?” Markus 4:41 (STV)

Markus 4:35–41 is geen sentimenteel verhaal over “Jezus in jouw storm”, maar een openbaring van de majesteit van Christus: de slapende Mens in het schip is tegelijk de Heere voor Wie wind en zee zwijgen.

 

Wat zegt de Bijbel over “de zalving”?

Geen geestelijke toverolie

Hero banner promoting Bible studies: open Bible on a wooden table at sunrise with the Dutch title 'Wat zegt de Bijbel over...' and a blue footer menu showing topics like Schrift met Schrift and Christus centraal.
Wat zegt de Bijbel over

In de Bijbel is zalving geen vage geestelijke sfeer, geen “extra laag kracht” voor bijzondere christenen, en geen bewijs dat iemand onaantastbaar gezag heeft. Zalving heeft in de Schrift vooral te maken met afzondering door God, bekwaammaking door de Geest, en uiteindelijk met Christus Zelf, de Gezalfde.

Het woord Christus betekent letterlijk: Gezalfde. Dat is meteen de kern. De zalving wijst niet los van Christus, maar naar Hem.

 

Zalving in het Oude Testament

In het Oude Testament werden mensen en voorwerpen gezalfd wanneer zij voor een bijzondere dienst aan God werden afgezonderd. Denk aan priesters, koningen en soms profeten.

Aäron en zijn zonen werden gezalfd voor de priesterdienst. Saul en David werden gezalfd tot koning. De zalving was dus geen religieuze show, maar een zichtbaar teken: deze persoon wordt door God in een bepaalde bediening geplaatst.

Maar dat betekende niet automatisch dat iemand innerlijk recht stond voor God. Saul was gezalfd als koning, maar werd ongehoorzaam. De uiterlijke zalving beschermde hem niet tegen afval, hoogmoed en ongehoorzaamheid.

Dat is belangrijk. Een “gezalfde positie” is nooit een vrijbrief.

 

De Here Jezus Christus is dé Gezalfde

Alle zalvingen in het Oude Testament wijzen uiteindelijk vooruit naar de Here Jezus Christus. Hij is de ware Profeet, Priester en Koning.

In Lukas 4 past de Here Jezus Jesaja 61 op Zichzelf toe:

“De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart;” Lukas 4:18 (STV).

Ook Petrus zegt:

“Hoe God Jezus van Nazareth gezalfd heeft met den Heiligen Geest en met kracht; Welke het land doorgegaan is, goeddoende, en genezende allen, die van den duivel overweldigd waren; want God was met Hem.” Handelingen 10:38 (STV).

De zalving van Christus is dus verbonden met Zijn Messiaanse zending. Hij is niet zomaar “een gezalfde”. Hij is de Gezalfde.

 

De gelovige is in Christus gezalfd

In het Nieuwe Testament wordt de zalving ook op gelovigen betrokken, maar opvallend genoeg niet als een aparte tweede ervaring waarnaar men voortdurend moet jagen. Paulus schrijft:

“Maar Die ons met u bevestigt in Christus, en Die ons gezalfd heeft, is God; Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven.” 2 Korinthe 1:21-22 (STV).

Let op de samenhang:

bevestigd in Christus
gezalfd door God
verzegeld
het onderpand van de Geest ontvangen

Dat gaat niet over een select groepje onaanraakbare superchristenen. Dat gaat over wat God doet met wie in Christus is. De zalving hoort bij de positie van de gelovige in Christus en bij de gave van de Heilige Geest.

 

De zalving in 1 Johannes

De bekendste tekst is 1 Johannes 2:

“Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.” 1 Johannes 2:20 (STV).

En iets later:

“En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven.” 1 Johannes 2:27 (STV).

Deze tekst wordt vaak misbruikt alsof een gelovige geen onderwijs, leraars of Bijbelstudie meer nodig zou hebben. Maar dat kan Johannes niet bedoelen, want hij is op datzelfde moment juist bezig hen te onderwijzen.

De context is waarschuwing tegen verleiders en antichristelijke leer.

Johannes zegt dus niet: “jullie hebben geen Bijbels onderwijs nodig.” Hij zegt: “jullie zijn door de Geest niet weerloos tegenover dwaalleer.” De zalving leert de gelovige Christus erkennen en in Hem blijven.

De zalving is hier dus geen mystieke tinteling, maar het werk van de Heilige Geest waardoor gelovigen de waarheid van Christus kennen en niet meegesleept hoeven te worden door misleiding.

 

Wat “de zalving” niet is

De zalving is niet een geestelijke atmosfeer die een spreker meebrengt.

De zalving is niet hetzelfde als charisma, podiumkracht, emotie, opgebouwde (muziek) spanning of kippenvel.

De zalving is niet een keurmerk waardoor een leider niet meer getoetst mag worden.

De zalving is niet iets wat je via handoplegging, conferenties, mantels, “impartation” of speciale zalvingsdiensten moet najagen.

De zalving is ook niet een soort geestelijke olie waarmee sommige mensen meer “geladen” zijn dan andere gelovigen.

Dat soort taal verschuift de aandacht gemakkelijk van Christus naar mensen. Dan krijg je uitspraken als: “Raak de gezalfde des Heeren niet aan.” Daarmee wordt kritiek op een leider soms afgeschermd. Maar in de Bijbel betekent dat niet dat een leider niet getoetst mag worden. David wilde Saul niet eigenmachtig doden, maar dat maakte Sauls ongehoorzaamheid niet heilig.

Een gezalfde positie maakt iemand niet onfeilbaar.

 

Wat de zalving wél is

Bijbels gesproken is de zalving voor de gelovige verbonden met de Heilige Geest, met Christus, met waarheid en met blijven in Hem.

Het betekent dat God de gelovige in Christus heeft geplaatst, hem verzegeld heeft met de Geest, en hem door die Geest doet delen in de kennis van Christus.

Daarom is de zalving niet los verkrijgbaar. Niet naast Christus. Niet boven de Schrift. Niet via een geestelijke elite.

De zalving brengt je niet in extase boven het Woord uit, maar houdt je juist bij Christus en bij de waarheid.

 

Wat het punt is

Veel moderne zalvingstaal draait in de praktijk om ervaring, kracht, bediening, sfeer en personen. Maar in de Bijbel draait de zalving om Christus, de Geest, waarheid, afzondering en volharding in Hem.

Wanneer iemand zegt: “Daar is veel zalving,” moet je dus niet eerst vragen: “Voelde het krachtig?” maar: werd Christus zuiver verkondigd? Werd de Schrift recht gesneden? Werd de gemeente opgebouwd in waarheid? Werd de aandacht op de Here Jezus gericht of op de mens op het podium?

Dat is de Bijbelse toets.

De Bijbel leert dat de Here Jezus Christus dé Gezalfde is. Gelovigen zijn in Hem gezalfd, verzegeld en begiftigd met de Heilige Geest. Die zalving is geen losse kracht, geen status van geestelijke beroemdheden, en geen excuus om toetsing te ontwijken. Zij houdt de gelovige bij Christus, bij de waarheid en bij het blijven in Hem.

Geverifieerd door MonsterInsights