“Het avondmaal”

Brood en beker, het bloed van het nieuwe verbond

In veel kerken wordt het “Heiliig Avondmaal” aangeduid als een sacrament. Het klinkt plechtig, mystiek en heilig. Maar wie de Schrift zorgvuldig leest, ontdekt iets opvallends: de Bijbel spreekt niet over een sacrament. De Schrift spreekt over “brood en beker”.

Dat verschil is niet slechts een kwestie van woorden. Het raakt aan de kern van de vraag: wat gebeurt er eigenlijk wanneer gelovigen brood eten en uit de beker drinken?

Volgens kerkelijke tradities zou het een middel zijn waardoor genade wordt toegediend. Maar volgens de Schrift is het iets anders: een gedachtenis en een verkondiging van het volbrachte werk van Christus.

De instelling door de Heere Jezus

De basis van brood en beker ligt bij de woorden van de Heere Jezus zelf, tijdens de laatste maaltijd met Zijn discipelen.

“En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.” (Lukas 22:19–20 STV)

De sleutel ligt in één woord: gedachtenis.

Het brood verwijst naar Zijn lichaam dat gegeven werd.
De beker verwijst naar Zijn bloed dat vergoten werd.

Beiden wijzen terug naar het kruis.

Niet naar een nieuwe handeling.
Niet naar een mystiek proces.
Maar naar een volbracht offer.

Het bloed van het nieuwe verbond

Wanneer Jezus de beker neemt, spreekt Hij over “het Nieuwe Testament in Mijn bloed”. Daarmee grijpt Hij terug op een diep Bijbels principe: een verbond wordt bevestigd door bloed.

Dat zien we al bij het oude verbond bij de Sinaï.

“Toen nam Mozes dat bloed, en sprengde het op het volk, en hij zeide: Ziet, dit is het bloed des verbonds, dat de HEERE met ulieden gemaakt heeft over al deze woorden.” (Exodus 24:8 STV)

Maar dat bloed van dieren had een fundamentele beperking.

“Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneme.” (Hebreeën 10:4 STV)

De offers onder het oude verbond waren daarom schaduwen. Zij wezen vooruit naar het werkelijke offer dat nog moest komen.

De profeet Jeremia had aangekondigd dat God een nieuw verbond zou sluiten.

“Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken.” (Jeremia 31:31 STV)

En de kern van dat nieuwe verbond is vergeving.

“Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hun zonde niet meer gedenken.” (Jeremia 31:34 STV)

De basis daarvan is het bloed van Christus.

Het bloed dat werkelijk reinigt

Het Nieuwe Testament spreekt met grote kracht over de betekenis van dat bloed.

“Het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.” (1 Johannes 1:7 STV)

En opnieuw:

“Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?” (Hebreeën 9:14 STV)

Hier ligt het hart van het evangelie.

Christus heeft Zichzelf geofferd.
Niet gedeeltelijk.
Niet symbolisch.
Maar werkelijk.

Geen herhaling van Golgotha

Juist daarom is het belangrijk om te begrijpen wat brood en beker niet zijn.

De beker verandert niet in het bloed van Christus.
Er wordt geen offer herhaald.
Christus wordt niet opnieuw geofferd.

De Schrift zegt namelijk nadrukkelijk:

“Maar nu is Hij eenmaal in de voleinding der eeuwen geopenbaard, om de zonde te niet te doen door Zijnszelfs offerande.” (Hebreeën 9:26 STV)

Het offer van Christus is eenmaal gebracht.

Volkomen.
Voldoende.
Definitief.

Daarom kan het avondmaal nooit een herhaling van het offer zijn. Het is een herinnering aan het offer.

Een zichtbare verkondiging van het evangelie

De apostel Paulus beschrijft precies wat er gebeurt wanneer de gemeente brood en beker gebruikt.

“Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt.” (1 Korinthe 11:26 STV)

Het avondmaal is dus een zichtbare prediking.

Elke keer wanneer gelovigen brood eten en uit de beker drinken, wordt het evangelie zichtbaar uitgebeeld:

Christus gaf Zijn lichaam.
Christus vergoot Zijn bloed.
De verlossing rust volledig op Zijn offer.

Niet op religieuze rituelen.
Niet op kerkelijke handelingen.
Maar op het kruis van Christus.

Terug naar de eenvoud van de Schrift

In de loop van de kerkgeschiedenis is het avondmaal vaak omgeven geraakt door mystiek, rituelen en ingewikkelde leerstellingen. Maar wanneer we teruggaan naar de Schrift, zien we iets opvallend eenvoudigs.

Brood.
En beker.

Geen religieuze magie.
Geen sacramentele mystiek.
Maar een krachtige herinnering aan Golgotha.

Elke keer wanneer de gemeente samenkomt rond brood en beker, klinkt dezelfde boodschap:

Christus gaf Zijn lichaam.
Christus vergoot Zijn bloed.
En op dat bloed rust het nieuwe verbond en de hoop van iedere gelovige.

Daarom blijft de boodschap van het avondmaal uiteindelijk altijd dezelfde:

“Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt.” (1 Korinthe 11:26 STV)

Het offer van Christus, méér dan Zijn kruisdood

Zijn hele leven was een offer

In veel prediking wordt het offer van Christus vrijwel gelijkgesteld aan één moment: het kruis. Golgotha is het centrum. Daar werd de schuld gedragen. Daar vloeide het bloed. Daar riep Hij:

“Toen Jezus dan de edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En het hoofd buigende, gaf den geest.” (Johannes 19:30 STV)

En toch… als we de Schrift nauwkeurig lezen, ontdekken we dat het offer van Christus méér omvat dan alleen Zijn kruisdood. Het kruis is het hart van het werk – maar niet het hele werk.

Wie het offer reduceert tot alleen het sterven, doet onbedoeld tekort aan de rijkdom van wat God heeft geopenbaard.

Het offer begon niet op Golgotha

Het offer van Christus begon niet toen de spijkers door Zijn handen gingen. Het begon bij Zijn komst in de wereld.

“Daarom, komende in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid;
Brandoffers en offer voor de zonde hebben U niet behaagd;Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God.
Als Hij tevoren gezegd had: Slachtoffer en offerande en brandoffers en offer voor de zonde hebt Gij niet gewild, noch hebben U behaagd (dewelke naar de wet geofferd worden),
Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen.
In welken wil wij geheiligd zijn door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal geschied”. (Hebreeën 10:5-10 STV)

Hij ontving een lichaam met een doel: om het te geven. Zijn hele leven stond in het teken van gehoorzaamheid. Niet incidenteel. Niet gedeeltelijk. Volkomen.

“En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.” (Filippenzen 2:8 STV)

Zijn hele leven was een offer. Het kruis was geen noodlottige afloop. Het was het goddelijke plan.

Het bloed werd niet alleen gestort, het werd ook binnengebracht

Hier wordt het vaak stil in prediking. Want Hebreeën leert ons iets dat verder gaat dan alleen het sterven.

“Maar Christus, gekomen zijnde een Hogepriester der toekomende goederen, door den meerderen en volmaakten tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van dit maaksel, ook niet door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.” (Hebreeën 9:11-12 STV)

In het Oude Testament was het niet genoeg dat het offerdier werd geslacht. De hogepriester moest het bloed binnenbrengen in het heilige der heiligen.

Dat deed Christus.

Hij stierf.
Maar Hij ging ook in.
Hij bracht Zijn eigen bloed in het ware, hemelse heiligdom.

Zonder die hogepriesterlijke bediening is het beeld onvolledig.

De opstanding hoort ook bij het offer

Het evangelie eindigt niet bij een dode Heiland. De opstanding is geen bijzaak. Deze is essentieel.

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” (Romeinen 4:25 STV)

Zijn opstanding bevestigt:

  • dat het offer door God is aanvaard
  • dat de schuld werkelijk is weggedragen
  • dat de dood niet het laatste woord heeft

Een gestorven Messias kan geen levende Middelaar zijn. Maar Christus leeft.

Zijn werk gaat door

Het offer is niet maar een eenmalige gebeurtenis in het verleden. Het heeft een voortdurende werking.

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” (Hebreeën 7:25 STV)

Hij leeft.
Hij bidt.
Hij past toe wat Hij verwierf.

Zijn kruisdood is het fundament.
Zijn huidige bediening is de toepassing.

Waarom dit zo belangrijk is

Wanneer het evangelie wordt teruggebracht tot een emotioneel moment bij het kruis, verliest men het zicht op de verheven, hemelse bediening van Christus.

Christus is niet slechts het Lam dat geslacht werd.
Hij is ook de Hogepriester Die leeft.

“Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.” (Hebreeën 10:14 STV)

Dat is geen halve verlossing.
Dat is geen tijdelijke oplossing.
Dat is een volkomen, blijvend, hemels werk.

Het offer van Christus is groter dan Golgotha alléén.

Het is het volbrachte én levende werk van de opgewekte, verheerlijkte Here Jezus Christus .

Die niet alleen stierf, maar leeft tot in eeuwigheid.

lees ook:

Wat het Hogepriesterschap van Christus vandaag voor ons betekent

Het kruis is het fundament, het Evangelie is meer

“Koning Jezus”

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding?

Geverifieerd door MonsterInsights