De Koran en de kruisiging van Jezus

De kruisiging van Jezus en de islam: waar het echte breekpunt ligt

De vraag of Jezus Christus werkelijk gekruisigd is, is geen detail in het gesprek tussen islam en christelijk geloof. Soera 4:157 zegt dat Jezus niet gedood en niet gekruisigd is, maar dat het slechts zo leek. Daarmee raakt de Koran niet een bijzaak, maar het hart van het evangelie. Want volgens de Schrift is Christus juist gekomen om Zijn leven te geven als rantsoen voor velen. Als het kruis wordt weggenomen, blijft er misschien nog religie over, maar geen verzoening.

Er zijn verschillen tussen islam en christelijk geloof die oppervlakkig lijken. Men spreekt over God, profeten, openbaring, oordeel, gebed en gehoorzaamheid. Daardoor ontstaat gemakkelijk de indruk dat het vooral om varianten binnen dezelfde religieuze familie gaat.

Maar dat beeld houdt geen stand zodra één vraag op tafel komt:

Is Jezus Christus werkelijk gekruisigd?

De islam zegt in Soera 4:157 dat de Joden Jezus niet hebben gedood en Hem niet hebben gekruisigd, maar dat het hun slechts zo leek. Daarmee raakt de Koran niet een randzaak, maar het hart van het christelijk geloof. Want zonder kruis is er geen verzoening. Zonder verzoening is er geen evangelie. En zonder evangelie blijft de mens in zijn schuld voor God staan.

Dit is niet zomaar een klein verschil tussen twee tradities. Dit is de breuklijn.

Soera 4 over de kruisiging van Jezus

De Koran spreekt de geschiedenis tegen

De kruisiging van Jezus behoort tot de best bevestigde feiten uit de oudheid. Niet alleen christelijke bronnen spreken erover. Ook niet-christelijke, Joodse en Romeinse bronnen bevestigen dat Jezus onder Pontius Pilatus is terechtgesteld.

Dat is belangrijk.

Want als alleen christenen over de kruisiging zouden spreken, kon men nog zeggen: dat is intern geloofsgetuigenis. Maar de kruisiging wordt juist ook bevestigd door bronnen die geen belang hadden bij de christelijke boodschap. Sterker nog: vijandige of buitenstaande getuigen hadden er geen enkele reden voor om de christelijke verkondiging te helpen.

Toch bevestigen zij dit ene feit: Jezus is gekruisigd.

Daarmee staat Soera 4:157 historisch zwak. De Koran verschijnt ruim zes eeuwen later en ontkent precies datgene wat de vroegste en breedst gedragen historische getuigenis bevestigt.

Dat is geen kleinigheid. Dat is een ernstige botsing met de werkelijkheid.

 

Waarom zou de Koran de kruisiging ontkennen?

De vraag is natuurlijk: waar komt die ontkenning vandaan?

De ontkenning van de kruisiging is niet pas met de islam ontstaan. In de eerste eeuwen na Christus waren er afwijkende stromingen die moeite hadden met een werkelijk lijdende Christus. Sommige groepen leerden dat Jezus niet echt een lichaam had, maar slechts een schijnlichaam. Anderen meenden dat niet Jezus Zelf, maar iemand anders in Zijn plaats werd gekruisigd.

Dat soort ideeën noemen we vaak docetisch: Jezus leek mens, maar was het volgens die visie niet werkelijk. Hij leek te lijden, maar leed niet echt. Hij leek gekruisigd te worden, maar dat gebeurde volgens die gedachte niet werkelijk.

Waarom ontstond zo’n leer? Omdat men het ondenkbaar vond dat de heilige, hemelse Christus werkelijk door mensenhanden vernederd, gemarteld en gekruisigd kon worden. Het kruis was te rauw. Te lichamelijk. Te vernederend.

Maar juist daar ligt de ergernis én de heerlijkheid van het evangelie.

Christus is niet gekomen om op afstand te blijven. Hij is werkelijk mens geworden. Niet schijnbaar. Niet symbolisch. Niet als toneel. Hij heeft vlees en bloed aangenomen. Hij heeft geleden. Hij is gestorven. Hij is begraven. En Hij is opgestaan.

De Koran lijkt juist aan te sluiten bij die oude ontkenning van het werkelijke lijden van Christus. Maar daarmee staat zij niet dichter bij de waarheid; zij herhaalt een oude dwaling.

 

Het kruis is geen nederlaag, maar Gods reddingsweg

Voor de islam is het kruis vaak een probleem. Hoe kan God toelaten dat Zijn profeet zo vernederd wordt? Hoe kan een gezant van God eindigen aan een kruis? Is dat geen mislukking?

De Bijbel draait die vraag volledig om.

Het kruis is geen ongeluk. Geen nederlaag. Geen mislukte missie. Het kruis is het doel van Christus’ komst.

De Heere Jezus kwam niet alleen om te leren, te waarschuwen, wonderen te doen of een voorbeeld te geven. Hij kwam om Zijn leven te geven tot een rantsoen voor velen.

“Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.” Mattheüs 20:28 (STV)

Dat is de kern. Christus kwam niet alleen met een boodschap. Hij ís de boodschap. Hij kwam niet alleen om over verlossing te spreken. Hij kwam om verlossing te volbrengen.

Daarom is de ontkenning van de kruisiging zo ernstig. Wie het kruis wegneemt, neemt niet alleen een gebeurtenis weg. Hij neemt het altaar weg. Hij neemt het bloed weg. Hij neemt de betaling weg. Hij neemt het fundament onder de vergeving vandaan.

 

Adam bracht scheiding, Christus brengt verzoening

De Bijbel begint niet met de mens als neutraal wezen dat alleen wat leiding nodig heeft. De mens is gevallen. Adam zondigde. Hij ging tegen Gods gebod in. Daardoor kwam er afstand tussen God en mens.

Zonde is niet slechts een foutje. Het is opstand. Het is het zich afkeren van God. Het is de breuk met de Bron van het leven.

Daarom werd Adam uit de hof gezet. Niet omdat God willekeurig streng was, maar omdat zonde scheiding brengt. De geestelijke afstand werd zichtbaar in een fysieke verwijdering.

Sindsdien leeft de mens buiten het paradijs. Niet alleen Adam, maar zijn nageslacht. Wij worden geboren in een wereld van dood, schuld, vervreemding en gebrokenheid. Dat is geen oppervlakkig probleem dat met religieuze inspanning kan worden opgelost.

Er is verzoening nodig.

Daarom noemt de Schrift Christus de laatste Adam. Waar Adam ongehoorzaamheid bracht, bracht Christus gehoorzaamheid. Waar Adam dood bracht, bracht Christus leven. Waar Adam de mensheid in schuld en vervreemding achterliet, kwam Christus om te herstellen wat de mens zelf nooit kon herstellen.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.” 1 Korinthe 15:22 (STV)

Het kruis is dus geen vreemd aanhangsel aan het geloof. Het is de plaats waar de tweede Adam doet wat de eerste Adam niet deed: volkomen gehoorzaam zijn tot in de dood.

 

Zonder bloed geen vergeving

De Bijbelse lijn is helder: vergeving vraagt verzoening. Schuld moet niet alleen genegeerd worden, maar gedragen. God is liefde, maar Hij is ook heilig en rechtvaardig. Hij doet niet alsof zonde niet bestaat.

Daarom loopt er door de hele Schrift een lijn van offer, bloed en plaatsvervanging.

In Genesis zien we al dat schaamte en schuld niet door menselijke bedekking worden opgelost. Adam en Eva maken zelf vijgenbladeren, maar God bekleedt hen. Later zien we offers, het Pascha, de tabernakel, de tempeldienst en de Grote Verzoendag. Al die lijnen wijzen vooruit.

Niet omdat dierenbloed op zichzelf zonde kon wegnemen, maar omdat God vooruitwees naar het ene volmaakte offer: Christus.

“En zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving.” Hebreeën 9:22 (STV)

Dat is precies waarom de kruisiging onmisbaar is. Het kruis is niet alleen een martelaarsdood. Het is offer. Plaatsvervanging. Voldoening. Daar draagt Christus de schuld van zondaren.

Wie het kruis ontkent, houdt misschien nog religie over. Maar geen verzoening.

 

De Koran houdt een profeet over, maar verliest de Zaligmaker

In de islam blijft Jezus een bijzondere figuur. Hij wordt Messias genoemd. Hij wordt geboren uit Maria. Hij verricht wonderen. Hij wordt zelfs “woord” van God genoemd. Maar de beslissende werkelijkheid wordt ontkend: Hij is niet de eeuwige Zoon Die mens werd om zondaren met God te verzoenen.

Daar ontstaat een diepe innerlijke spanning.

Want als Jezus slechts een profeet is, waarom krijgt Hij dan zulke uitzonderlijke titels? Waarom wordt Hij geboren zonder menselijke vader? Waarom wordt Hij Messias genoemd? Waarom wordt Hij verbonden met Gods Woord en Geest? Waarom krijgt Hij een plaats die geen andere profeet op dezelfde manier krijgt?

De Koran gebruikt hoge taal over Jezus, maar trekt terug zodra die taal haar volle betekenis krijgt.

De Bijbel doet dat niet. De Bijbel laat Christus staan in Zijn volle heerlijkheid: waarachtig God en waarachtig mens. Niet half God en half mens. Niet een verheven schepsel. Niet slechts een boodschapper. Maar het vleesgeworden Woord.

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.” Johannes 1:14 (STV)

Dat is de grote kloof. In de islam komt een boek naar beneden. In het evangelie komt God Zelf tot ons in de Persoon van Zijn Zoon.

 

Het Woord werd geen papier, maar vlees

Er ligt hier een belangrijk verschil.

De islam ziet de Koran als openbaring van God. Veel moslims spreken over de Koran als het woord van God. Maar het christelijk geloof zegt niet dat Gods hoogste openbaring een boekvorm aannam. Het zegt dat het Woord vlees werd.

Dat betekent: God heeft Zich niet slechts bekendgemaakt in tekst, maar in Zijn Zoon.

De Heere Jezus is niet alleen iemand die woorden van God spreekt. Hij is het Woord. Hij openbaart de Vader volkomen. Wie Hem ziet, ziet de Vader. Wie Hem verwerpt, verwerpt de Vader.

“Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien.” Johannes 14:9 (STV)

Daarom kan Jezus niet worden teruggebracht tot profeet binnen een rij van profeten. Hij is uniek. Mozes wees vooruit. De profeten wezen vooruit. Johannes de Doper wees vooruit. Maar Christus is Degene naar Wie gewezen werd.

Hij brengt niet slechts een bericht. Hij brengt verlossing.

 

Oude dwalingen in een nieuw gewaad

Veel islamitische bezwaren tegen het christelijk geloof klinken nieuw, maar zijn dat niet. De gedachte dat Jezus niet werkelijk gekruisigd is, bestond al vóór Mohammed. De gedachte dat Jezus niet werkelijk mens kon zijn, bestond ook al vroeg. De moeite met een lijdende, vernederde Christus is oud.

Maar de apostelen hebben juist dáár met kracht tegen getuigd.

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.” 1 Korinthe 15:3-4 (STV)

Let op die woorden: naar de Schriften.

De dood en opstanding van Christus waren geen latere christelijke uitvinding. Ze stonden in de lijn van Gods openbaring. Ze waren voorzegd, voorbereid en vervuld. De apostelen verkondigden geen religieus idee, maar een gebeurtenis die in de geschiedenis heeft plaatsgevonden en door God Zelf was aangekondigd.

Daarom is het christelijk geloof niet gebouwd op een vage religieuze ervaring. Het staat of valt met historische feiten: Christus is gestorven, begraven en opgewekt.

 

De vraag is niet: klinkt de islam eenvoudig?

Soms wordt gezegd: de islam is eenvoudiger. Eén God, één profeet, één boek, duidelijke regels. Dat klinkt overzichtelijk. Maar de vraag is niet of iets eenvoudig klinkt. De vraag is of het waar is.

Een godsdienst kan strak en helder lijken en toch de kern missen. Een systeem kan logisch aanvoelen en tegelijk botsen met Gods openbaring.

Het evangelie is niet bedacht om netjes in menselijke schema’s te passen. Het evangelie vernedert de mens. Het zegt dat wij onszelf niet kunnen redden. Niet door gebed. Niet door vasten. Niet door religieuze ijver. Niet door goede werken. Niet door vrome ernst.

Wij hebben een Zaligmaker nodig.

En die Zaligmaker is niet gekomen om ons een trap te geven waarlangs wij omhoog kunnen klimmen. Hij is afgedaald. Hij heeft onze natuur aangenomen. Hij heeft onze schuld gedragen. Hij is gestorven. Hij is opgestaan.

Dat is geen religieuze ladder. Dat is genade.

 

De ergernis van het kruis

Het kruis blijft een ergernis. Voor religieuze mensen is het te vernederend. Voor morele mensen is het te radicaal. Voor trotse mensen is het te afhankelijk. Voor filosofische mensen is het te lichamelijk. Voor wettische mensen is het te genadig.

Maar juist daar openbaart God Zijn wijsheid.

“Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid; Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en de wijsheid Gods.” 1 Korinthe 1:23-24 (STV)

Het kruis zegt: de mens is erger verloren dan hij wil toegeven. Maar het zegt ook: Gods genade is groter dan de mens durft hopen.

Daarom is de ontkenning van het kruis geen neutrale correctie. Het is een geestelijke amputatie. Men houdt dan een Jezus over zonder bloed, zonder offer, zonder verzoening, zonder opstanding als overwinning op een werkelijk gedragen schuld.

Dat is niet de Jezus van de Schrift.

 

De Bijbel laat geen ruimte voor een Jezus Die niet werkelijk gekruisigd is. De apostolische verkondiging staat ermee vol. De profeten wezen ernaar vooruit. De evangeliën beschrijven het. De brieven leggen het uit. Openbaring toont het Lam als geslacht.

De kruisiging is geen christelijke misvatting die later gecorrigeerd moest worden. Zij is het middelpunt van Gods heilsplan.

Daarom kan Soera 4:157 niet naast het evangelie blijven staan alsof het slechts een ander accent is. Het ontkent precies datgene waardoor zondaren behouden worden.

De vraag is uiteindelijk niet of Jezus een profeet was. De vraag is of Hij de gekruisigde en opgestane Zoon van God is.

Volgens de Schrift is Hij dat.

En daarom blijft dit de boodschap die niet ingeruild kan worden voor welk religieus systeem dan ook:

Christus is gestorven voor onze zonden.
Christus is begraven.
Christus is opgewekt.
Christus leeft.
En alleen in Hem is verzoening met God.

Niet kerst, maar Pasen is het hart van het Evangelie

Waarom Pasen groter is dan kerst

Kerstfeest heeft sfeer. Lichtjes, muziek, warmte, gezelligheid, traditie. Pasen heeft dat veel minder. Juist daarom voelt kerst voor veel mensen groter. Maar ons geloof wordt niet bepaald door sfeer, gevoel of traditie. Het wordt bepaald door het grote  heilsfeit dat het zwaarst weegt.

En dan is het antwoord helder: Pasen is groter dan kerstfeest.

Dat klinkt voor sommigen bijna oneerbiedig. Alsof daarmee iets van Bethlehem wordt afgepakt. Maar dat is niet zo. De geboorte van Christus is onmisbaar. Zonder de menswording geen Middelaar. Zonder Zijn komst in het vlees geen kruis. Zonder Bethlehem geen Golgotha. Maar juist dáárom moet het scherp gezegd worden: Christus kwam niet naar deze wereld om in een kribbe bewonderd te worden, maar om als Lam van God de zonde weg te dragen en op te staan uit de doden.

De Bijbel, en met grote nadruk de boeken van het nieuwe Testament,  legt dat zwaartepunt ook duidelijk bij Christus’ dood, opstanding en verhoging, en verbindt Zijn opstanding rechtstreeks aan onze rechtvaardiging .

Pasen groter feest dan Kerst
Niet de kribbe, maar kruis en opstanding vormen het hart van het Evangelie. Daarom is Pasen groter dan kerstfeest.

De kribbe ontroert, maar Pasen redt

Dat mag vandaag opnieuw gezegd worden, ook omdat zoveel christelijke beleving sentimenteel geworden is. Rond kerst raakt men ontroerd. Rond Pasen zou men eigenlijk verbroken, verwonderd en overweldigd moeten zijn. Maar precies daar zie je hoe scheef het vaak is gegroeid. Men houdt van het kerstkind, maar struikelt over het kruis. Men houdt van de sfeer van Bethlehem, maar leeft niet vanuit de kracht van de opstanding.

De Heere Jezus werd geboren om te sterven. Zijn menswording was geen eindpunt, maar een weg. De doeken van Bethlehem wijzen vooruit naar het hout van Golgotha. De kribbe staat niet los van het kruis. Wie kerst losmaakt van Pasen, houdt een ontroerend begin over zonder verlossende voltooiing.

Zonder Pasen is kerst mis

Dát is crciaal. Een geboren Jezus zonder opgestane en uitermate verhoogde Christus redt niemand. Een gestorven Jezus zonder opgestane Christus laat de zondaar dood in zijn schuld.

Paulus spreekt daar zonder omwegen over:

“En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof.” (1 Korinthe 15:14, STV)

en hij zegt het nog wat sterker:

“En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs; zo zijt gij nog in uw zonden.” (1 Korinthe 15:17, STV)

Let erop hoe radicaal dat is. Paulus zegt niet: als de geboorte van Christus niet herdacht wordt, verliest het geloof zijn kracht. Hij zegt: als Christus niet is opgewekt, is het geloof leeg. Dan staat alles op de helling. Dan is er geen vrede met God, geen vergeving, geen overwinning, geen hoop.

Dát alleen al maakt duidelijk waarom Pasen groter is dan kerstfeest.

Pasen gaat over het volbrachte verlossingswerk

Kerst vertelt dat de Zaligmaker gekomen is. Pasen verkondigt dat Zijn werk door God is aanvaard.

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” (Romeinen 4:25, STV)

Dat is het verschil tussen begin en voltooiing. Met kerst zien we de komst van de Persoon. Met Pasen zien we de kracht van Zijn werk. Met kerst wordt Hij geboren onder de wet. Met Pasen blijkt dat Hij de vloek heeft gedragen, de schuld heeft betaald en de dood heeft overwonnen.

De Schrift onderstreept  Christus werd opgewekt om onze rechtvaardiging, en zonder opstanding blijft er geen hoop over .

Het Nieuwe Testament legt het accent niet op Bethlehem maar op kruis en opstanding

Dat is een punt wat door veel mensen gemist wordt De Schrift zelf leert ons waar het zwaartepunt ligt. Natuurlijk spreken de Evangeliën over Zijn geboorte. Maar het Bijbelse getuigenis draait steeds weer om Zijn dood en opstanding. Dáár ligt de prediking. Dáár ligt de roem. Dáár ligt de zekerheid.

De apostelen trokken niet de wereld door met een boodschap over een bijzonder Kind alleen. Zij predikten “Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” En zij verkondigden dat God Hem uit de doden heeft opgewekt. Dat is het evangelie in zijn volle kracht.

De gelovige leeft niet uit een kerstgevoel, maar uit een levende Christus.

Kerst ontroert, Pasen beslist

Juist hier moet het onderscheid scherp worden gemaakt.

Kerst ontroert, omdat God neerdaalt in nederigheid.
Pasen beslist, omdat God Zijn Zoon rechtvaardigt in opstanding.
Kerst laat de vernedering zien.
Pasen openbaart de overwinning.
Kerst toont het begin van Zijn aardse weg.
Pasen toont het doorbreken van de nieuwe schepping.

Een Kind in de kribbe roept verwondering op. Terecht. Maar een open graf, een overwonnen dood en een levende Heere vragen geloof, aanbidding en overgave. Pasen is geen sfeervol randfeest van het christendom. Pasen is het kloppend hart van de christelijke hoop.

Waarom dit vandaag nodig gezegd moet worden

Omdat veel naamchristendom dol is op een Jezus Die ontroert, maar niet op een Christus Die heeft overwonnen. Men houdt van het kinderlijke, zachte, warme beeld van kerst. Maar Pasen confronteert. Pasen zegt dat de mens verloren was in zonde en misdaden. Pasen bewijst dat er bloed nodig was. Pasen verkondigt dat de dood werkelijk de straf op de zonde is. Pasen bewijst dat alleen een opgestane Christus redt.

Dat maakt Pasen zwaarder. Ernstiger ook. Maar daarom ook heerlijker.

Want als Christus leeft, dan is het offer voldoende.
Als Christus leeft, dan is de schuld werkelijk gedragen.
Als Christus leeft, dan heeft de dood niet het laatste woord.
Als Christus leeft, dan is het Evangelie geen gevoels-item maar Goddelijke realiteit.

Waarom Pasen een groter feest is dan kerstfeest

Het antwoord is eenvoudig.

Kerstfeest viert dat Christus kwam.
Pasen verkondigt dat Christus overwon.

Kerstfeest laat zien Wie Hij is.
Pasen laat zien, bevestigt, wat Hij gedaan heeft.

Kerstfeest is noodzakelijk.
Pasen geeft de doorslag.

Kerstfeest zonder Pasen laat een onvoltooide geschiedenis achter.
Pasen toont het volbrachte werk van de Zaligmaker.

Daarom is Pasen Bijbels gezien, niet een wat soberder vervolg op kerst. Pasen is het hoogtepunt van het heilswerk van Christus.

De religieuze mens loopt gemakkelijk warm voor de kribbe en blijft vaak koel bij het lege graf. Dat zegt veel over de tijdgeest. Men verkiest sfeer boven waarheid, gevoel boven fundament, kerstglans boven opstandingskracht.

Maar de Schrift doet daar niet aan mee.

Niet Bethlehem draagt het Evangelie. Niet de kribbe redt zondaren. Niet een kerstgedachte rechtvaardigt de goddeloze. Dat doet alleen de gekruisigde en opgestane Christus.

Daarom is Pasen groter dan kerstfeest.

Niet omdat kerst klein zou zijn, maar omdat Pasen laat zien waarom Hij kwam. De kribbe is het begin. Het kruis en het lege graf zijn de overwinning.

En alleen wie daar buigt, weet echt wat het Evangelie is.

zie ook (extern):

Bijbelstudie lezingen: Kerstfeest en Pasen – Bijbels Panorama

Genezingscampagne of het Evangelie?

Over een genezingscampagne, verkeerde verwachtingen en het gevaar van opgeklopt spektakel

Opnieuw verschijnt er een aankondiging van een zogenaamde genezingscampagne, dit keer in Rotterdam. Met als optredend artiest ene Andrew Ebenezar.

Er wordt gesproken over wonderen, tekenen en genezingen. Mensen worden uitgenodigd om te komen “met verwachting”, omdat God daar bijzondere dingen zou gaan doen.

Voor sommige christenen klinkt dat hoopvol. Wie verlangt er niet naar genezing, naar doorbraken, naar zichtbare wonderen?

Maar een belangrijke vraag moet gesteld worden:

Is dit het patroon dat we in de Bijbel zien?

 

God kán genezen

Laat dat eerst duidelijk zijn. De Bijbel leert nergens dat God vandaag niet meer zou kunnen genezen.

“Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid.” (Hebreeën 13:8 STV)

God is niet veranderd. Hij kan ingrijpen. Hij kan ziekte wegnemen. Hij kan onverwacht herstel geven.

Ook lezen we:

“Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in den Naam des Heeren.” (Jakobus 5:14 STV)

Gebed voor zieken is dus volkomen Bijbels.

Maar dat is iets heel anders dan genezingscampagnes organiseren.

De eerste Christenen organiseerden geen genezingsdiensten

Wie het Nieuwe Testament eerlijk leest, ontdekt iets opvallends.

De apostelen reisden rond om het evangelie te prediken. Wonderen gebeurden soms, maar ze werden nooit als evenement aangekondigd.

Er staat nergens:

“Kom morgen naar Jeruzalem, want er zullen wonderen en genezingen plaatsvinden.”

Wonderen waren in de Schrift geen programma.

Ze waren:

  • een soevereine daad van God
  • een bevestiging van het apostolische getuigenis
  • geen religieuze bijeenkomst die mensen konden plannen

De Schrift zegt:

“En zij gingen uit en predikten overal, en de Heere werkte mede, en bevestigde het Woord door tekenen die daarop volgden.” (Markus 16:20 STV)

Let op de volgorde.

Eerst het Woord.
Daarna bevestiging.

Niet andersom.

Het probleem van moderne genezingscampagnes

Bij moderne campagnes verschuift de nadruk vaak ongemerkt.

Niet het evangelie staat centraal, maar:

  • wonderen
  • genezingen
  • manifestaties
  • spectaculaire getuigenissen

Het christelijk geloof wordt zo langzaam veranderd in een zoektocht naar ervaringen.

Maar Paulus zegt juist:

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” (1 Korinthe 2:2 STV)

De apostelen predikten geen wonder-evangelie.

Zij predikten Christus en het kruis.

De Bijbel leert ook dat ziekte kan blijven

Dat wordt in genezingscampagnes zelden gezegd.

Paulus had zelf een blijvende lichamelijke zwakheid.

“En opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een doorn in het vlees…” (2 Korinthe 12:7 STV)

Hij bad drie keer om genezing.

Maar de Heer nam het niet weg.

Dat betekent iets belangrijks: genezing is géén universele belofte voor dit leven.

Ook Timotheüs werd niet naar een genezingsdienst gestuurd.

Paulus schreef:

“Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.” (1 Timotheüs 5:23 STV)

Dat klinkt opmerkelijk nuchter.

Wanneer het evangelie naar de achtergrond verdwijnt

Veel genezingscampagnes hebben een herkenbaar patroon.

Er wordt gesproken over:

  • doorbraak
  • kracht
  • wonderen
  • manifestaties

Maar zelden over:

  • zonde
  • bekering
  • verzoening
  • het kruis

Toch is dat precies waar het evangelie over gaat.

De Here Jezus zei:

“Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel?” (Markus 8:36 STV)

De grootste nood van een mens is niet ziekte.

Het is verlorenheid.

De vraag die we moeten stellen

Het Evangelie stelt een andere vraag dan veel moderne campagnes.

Niet:

“Wil je een wonder meemaken?”

Maar:

“Wie is Jezus Christus voor jou?”

Is Hij:

  • de Zoon van God
  • de gekruisigde Verlosser
  • de opgestane Heer

Of slechts een wonderdoener van wie wij verwachten dat Hij onze problemen oplost?

Terug naar de eenvoud van het Evangelie

De kerk heeft geen wondercampagnes nodig.

Wat zij nodig heeft is:

  • prediking van het Woord
  • onderwijs in de Schrift
  • bekering en geloof
  • een leven dat gericht is op Christus

Wonderen kunnen eventueel gebeuren.
Maar zij zijn nooit het centrum.

Het centrum is altijd:

Jezus Christus en Dien gekruisigd.

Geverifieerd door MonsterInsights