Niet in christelijk succes
“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)
Er zijn Bijbelteksten die nauwelijks ruimte laten voor religieuze zelfverheerlijking. Galaten 6:14 is er één van.
Paulus zegt niet dat hij een beetje minder wil roemen in zichzelf. Hij zegt niet dat menselijke prestaties best waardevol zijn, zolang Christus er maar bij genoemd wordt. Hij trekt een veel radicalere grens:
er blijft voor hem maar één grond van roem over: het kruis van de Here Jezus Christus.
Dat staat haaks op veel van wat tegenwoordig als christelijk succes wordt gepresenteerd.
Groei. Invloed. Bereik. Aantallen. Zichtbaarheid. Een groter podium. Een grotere gemeente. Een grotere bediening. Meer impact.
Maar waar in dit alles staat het kruis?
Want Paulus zegt niet:
Zie eens wat wij voor Christus bereikt hebben.
Hij zegt:
zie wat Christus heeft volbracht.

De context maakt Galaten 6:14 nog scherper
Galaten 6:14 staat niet los in de brief. Paulus bestrijdt in Galaten een religie waarin aan het volbrachte werk van Christus alsnog iets van de mens werd toegevoegd.
De besnijdenis speelde daarin een belangrijke rol.
Paulus schrijft vlak vóór onze tekst:
“Want ook zij zelven, die besneden worden, houden de wet niet; maar zij willen, dat gij besneden wordt, opdat zij in uw vlees roemen zouden.” — Galaten 6:13 (STV)
Daar staat het probleem.
Roemen in uw vlees.
Het ging om iets zichtbaars. Iets waarmee men kon aantonen dat men resultaat had geboekt. Er kon als het ware worden gezegd: kijk eens hoeveel mensen wij zover hebben gekregen.
En dan komt Paulus:
“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus…” — Galaten 6:14 (STV)
Dat is geen vrome aanvulling.
Dat is een regelrechte afwijzing van religieuze roem.
Het kruis laat niets van de menselijke grootheid heel
Waarom is het kruis zo vernietigend voor menselijke trots?
Omdat het kruis verklaart dat de mens zichzelf niet kan redden.
Als opvoeding voldoende was geweest, was het kruis niet nodig.
Als religie voldoende was geweest, was het kruis niet nodig.
Als de wet de mens had kunnen rechtvaardigen, was het kruis niet nodig.
Als menselijke verbetering voldoende was geweest, was het kruis niet nodig.
Paulus had dit eerder in dezelfde brief al vlijmscherp gezegd:
“Ik doe de genade Gods niet teniet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.” — Galaten 2:21 (STV)
Daarom kan wet en genade niet eenvoudig worden samengevoegd tot één christelijk systeem waarin Christus het grootste deel doet en de mens vervolgens het ontbrekende stuk aanvult.
Het kruis zegt niet dat de mens een zetje nodig had.
Het kruis zegt dat Christus alles moest doen.
Het christendom heeft opnieuw leren roemen in het vlees
De vorm is veranderd.
We eisen misschien niet meer dat christenen besneden worden. Maar het beginsel waartegen Paulus strijdt, is bepaald niet verdwenen.
Ook vandaag kan het vlees religieus worden.
Sterker nog: het vlees kan zeer christelijk klinken.
“We hebben zoveel mensen bereikt.”
“Onze gemeente groeit enorm.”
“God gaat ons groot maken.”
“Wij gaan deze stad innemen.”
“Onze invloed zal verdubbelen.”
“God brengt ons naar een hoger niveau.”
“Wij bouwen iets geweldigs voor God.”
Het klinkt indrukwekkend.
Maar Galaten 6 stelt een ongemakkelijke vraag:
waarin wordt hier eigenlijk geroemd?
In Christus?
Of in het zichtbare resultaat van menselijke activiteit?
Dat onderscheid is essentieel.
Een grote gemeente is niet automatisch een verkeerde gemeente. Veel bereik hebben is geen zonde. Groei kan een zegen zijn.
Maar groei is geen Bijbelse maatstaf voor waarheid.
Succes is geen bewijs van Gods goedkeuring.
Aantallen bewijzen geen Bijbelgetrouwheid.
Zichtbaarheid bewijst geen geestelijke vrucht.
En invloed is nergens het fundament waarop de gelovige geroepen wordt te roemen.
Paulus had genoeg om menselijk in te roemen
Het opmerkelijke is dat Paulus naar menselijke maatstaven juist indrukwekkende geloofsbrieven bezat.
Hij kende de Schrift. Hij was opgevoed binnen het Jodendom. Hij had een indrukwekkende religieuze achtergrond. Hij was ijverig. Hij had aanzien kunnen verwerven.
Maar toen hij Christus leerde kennen, veranderde zijn rekensom.
Wat voorheen winst was, verloor zijn waarde als grond van roem.
Het kruis maakte niet alleen een einde aan zijn vertrouwen in slechte werken.
Het maakte ook een einde aan zijn vertrouwen in goede religieuze werken als grond van gerechtigheid.
Dat is veel confronterender.
Want de zondaar wil soms best erkennen dat zijn zonden verkeerd zijn.
Veel moeilijker is het te erkennen dat zelfs zijn beste religieuze prestaties hem geen millimeter dichter bij God brengen.
“De wereld mij gekruisigd”
Paulus gaat in Galaten 6:14 nog verder:
“…door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)
Het kruis heeft dus niet alleen betrekking op onze schuld.
Het heeft ook betrekking op onze verhouding tot de wereld.
En daarmee bedoelen we niet simpelweg dat een christen niets meer met ongelovigen te maken mag hebben.
Paulus spreekt over een veel funamentelere breuk.
De wereld heeft haar systeem van waardering.
Wie is belangrijk?
Wie is succesvol?
Wie heeft macht?
Wie heeft aanzien?
Wie wordt gezien?
Wie heeft invloed?
Wie krijgt applaus?
Wie heeft het grootste bereik?
Dat systeem dringt gemakkelijk de christelijke wereld binnen.
En voor je het weet spreken gemeenten dezelfde taal als ondernemingen, influencers en marketingbureaus — alleen zetten we het woord “God” ervoor.
Maar Paulus zegt:
die wereld is voor mij gekruisigd.
De waardeschaal waarop de wereld mensen meet, mag niet de waardeschaal worden waarop het Lichaam van Christus zichzelf beoordeelt.
Ook ik ben der wereld gekruisigd
Er staat nog iets:
“…en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)
Dat is minstens net zo ingrijpend.
Paulus zegt niet alleen dat hij de wereld heeft afgeschreven.
De wereld heeft in zekere zin ook hem afgeschreven.
Een gekruisigde was niet indrukwekkend.
Een gekruisigde was geen winnaar.
Een gekruisigde had geen status.
Een gekruisigde werd niet bewonderd.
En juist dat beeld gebruikt Paulus voor zijn positie tegenover deze wereld.
Dat botst frontaal met christendom dat voortdurend probeert indrukwekkend, relevant, invloedrijk en maatschappelijk onweerstaanbaar te zijn.
De roeping van de Gemeente is niet om de wereld ervan te overtuigen hoe indrukwekkend zij is.
Zij is geroepen om Christus bekend te maken.
Dat kan in grote samenkomsten.
Dat kan ook door één onbekende gelovige die trouw het Woord doorgeeft aan één ander mens.
De hemel rekent kennelijk anders dan onze statistieken.
Het kruis betekent niet passiviteit
Hier ontstaat makkelijk een misverstand.
Wie zegt dat wij niet in menselijke prestaties mogen roemen, zegt daarmee niet dat de gelovige niets hoort te doen.
Paulus was bepaald geen passieve man.
Hij reisde, predikte, onderwees, schreef, leed en arbeidde.
Maar dat is nu juist het verschil:
hij werkte niet om iets te worden; hij werkte vanuit wat hij in Christus ontvangen had.
Dát is de richting van genade.
Niet:
werken om aanvaard te worden.
Maar:
werken omdat wij aanvaard zijn in Christus.
Niet:
presteren om identiteit te verwerven.
Maar:
wandelen vanuit de identiteit die God gegeven heeft.
Niet:
vrucht voortbrengen om leven te verkrijgen.
Maar:
vrucht dragen omdat er nieuw leven is.
Dat onderscheid is fundamenteel.
“Ik ben met Christus gekruist”
De gedachte van Galaten 6:14 is al eerder in de brief gegeven:
“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij…” — Galaten 2:20 (STV)
Dat is het christelijke leven in één zin.
Niet de oude mens religieuzer maken.
Niet Adam christelijk oppoetsen.
Niet het vlees leren zich netter te gedragen zodat het vervolgens trots kan zijn op zijn geestelijke vooruitgang.
Maar:
Christus leeft in mij.
Het christelijke leven is niet de verbetering van het oude Adamitische leven door hogere idealen, maar het ontvangen van nieuw leven in Christus.
Daarom volgt onmiddellijk na Galaten 6:14:
“Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch voorhuid, maar een nieuw schepsel.” — Galaten 6:15 (STV)
Daar ligt de sleutel.
Een nieuw schepsel.
Niet een verbeterde religieuze versie van Adam.
Het kruis is Gods oordeel over religieuze zelfverheffing
Dat maakt Galaten 6:14 zo ongemakkelijk actueel.
Wij kunnen met de mond zeggen dat wij roemen in Christus en ondertussen complete christelijke culturen bouwen rondom menselijke reputatie.
De succesvolle voorganger.
De charismatische leider.
De grote bediening.
Het indrukwekkende gebouw.
De duizenden bezoekers.
De internationale invloed.
De vele volgers.
De enorme conferentie.
De “beweging” die iets gaat veranderen.
Maar het kruis stelt steeds dezelfde vraag:
waarom moet de mens hier zo groot worden?
Johannes de Doper zei:
“Hij moet wassen, maar ik minder worden.” — Johannes 3:30 (STV)
Het christelijke leven draait niet om de vergroting van mijn geestelijke reputatie.
Het draait om Christus.
Wanneer het kruis centraal staat, verdwijnt de christelijke borstklopperij
Dat betekent niet dat wij niet dankbaar mogen zijn voor wat God doet.
Natuurlijk wel.
Maar dankbaarheid en roem in eigen resultaat zijn twee verschillende dingen.
Dankbaarheid zegt:
God heeft het gedaan.
Religieuze trots zegt:
kijk wat wij hebben bereikt.
Dankbaarheid wijst omhoog.
Trots wijst naar het podium.
Dankbaarheid maakt Christus groot.
Trots gebruikt Christus om de eigen bediening groter te maken.
Daarom blijft Galaten 6:14 een noodzakelijke correctie voor iedere generatie christenen.
Alleen het kruis blijft over
Aan het einde blijft er voor Paulus geen indrukwekkend christelijk cv over waarop hij zich voor God beroept.
Geen wet.
Geen besnijdenis.
Geen afkomst.
Geen reputatie.
Geen religieuze prestatie.
Geen aantallen.
Geen invloed.
Geen menselijke grootheid.
Alleen Christus.
En Christus gekruisigd.
Daarom is Galaten 6:14 geen lieflijk wandtekstje voor aan de muur. Het is een frontale aanval op de religieuze mens die ondanks al zijn spreken over genade tóch graag iets van zichzelf wil overhouden om in te roemen.
Het kruis neemt hem dat af.
En precies daarin ligt zijn bevrijding.
“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)
Dát is christelijk roemen: niet groot worden voor Christus, maar Christus grootmaken. Niet wijzen op onze prestaties, maar op Zijn volbrachte werk. Niet leven voor het applaus van de wereld, maar vanuit het nieuwe leven dat alleen in Hem gevonden wordt.
Zie ook:


