Wat doet Christus vandaag

De levende Hogepriester Die Zijn gemeente reinigt

 

Wat doet Christus vandaag?

Die vraag is belangrijker dan veel christenen beseffen. Want het Evangelie eindigt niet bij het kruis. Christus is gestorven, ja. Maar wat meer is, Hij is ook opgewekt. Hij is verheerlijkt. Hij zit aan de rechterhand van God. Hij leeft. En omdat Hij leeft, werkt Hij vandaag aan Zijn gemeente.

Veel christenen weten goed te zeggen wat Christus heeft gedaan. Hij stierf voor onze zonden. Hij gaf Zijn bloed. Hij droeg het oordeel. Dat is het fundament.

Zonder dat fundament is er geen Evangelie.

Maar het kruis is niet het eindpunt.

Christus hangt niet meer aan het kruis. Hij ligt niet meer in het graf. Hij is de levende Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Hij bidt voor de Zijnen, reinigt Zijn gemeente door het Woord, heiligt haar en maakt gelovigen bekwaam om de levende God te dienen.

Dat is niet zomaar een bonus aanvulling op het Evangelie. Dat is de ademruimte van Genade.

het tegenwoordige werk van Christus
wat doet Christus vandaag?

Het kruis is het fundament, niet het eindpunt

Het kruis van Christus laat zien dat de oude mens voor God geen toekomst heeft. Het kruis is niet Gods poging om de oude mens wat op te knappen. Het kruis is Gods oordeel over de oude mens.

Paulus schrijft:

“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.” — 2 Korinthe 5:14 (STV)

Dat is helder. Als Eén voor allen gestorven is, dan zijn allen gestorven.

Daarmee wordt het christelijk leven geen verbeterproject van het vlees. Het is niet: probeer van je oude mens een vrome, religieuze en acceptabele versie te maken. Het is niet: poets jezelf op totdat God tevreden met je kan zijn.

Nee. De oude mens wordt niet geheiligd. De oude mens wordt afgelegd.

“Dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding.” — Efeze 4:22 (STV)

Daar gaat het vaak mis. Veel prediking draait om de mens. Wat wij moeten doen. Hoe wij ons leven moeten verbeteren. Hoe wij geestelijk sterker moeten worden. Hoe wij onze oude natuur onder controle moeten krijgen.

Maar de Bijbel zegt niet dat de oude mens verbeterd moet worden. De Bijbel zegt dat hij afgelegd moet worden.

Het evangelie is niet: God helpt u om uw oude leven wat netter te maken.
Het evangelie is: God heeft u in Christus nieuw leven gegeven.

 

Christus leeft om voor ons te bidden

Wat doet Christus vandaag?

De Hebreeënbrief geeft een helder antwoord:

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” — Hebreeën 7:25 (STV)

Let op dat ene woord: leeft.

Christus leeft om voor de Zijnen te bidden. Hij is niet passief. Hij is niet afwezig. Hij is niet slechts een Persoon uit het verleden over Wie wij herinneringen ophalen. Hij is de levende Heere in de hemel.

Hij is Hogepriester.
Hij vertegenwoordigt Zijn volk bij God.
Hij bidt voor hen.
Hij reinigt hen.
Hij bewaart hen.
Hij maakt hen bekwaam om God te dienen.

Zijn priesterschap rust niet op sterfelijkheid, maar op onvergankelijk leven:

“Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.” — Hebreeën 7:16 (STV)

Dát geeft rust. Onze zaligheid hangt niet aan onze wisselende gevoelens, onze geestelijke prestaties of onze mate van zelfbeheersing.

Zij rust op Christus. En Hij leeft.

Christus als Hogepriester van het Nieuwe Verbond

Het tegenwoordige werk van Christus wordt vooral zichtbaar in Zijn priesterschap. Hij is de Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Niet naar de ordening van Aäron, maar naar de ordening van Melchizedek. Niet op grond van een tijdelijk en sterfelijk priesterschap, maar naar de kracht van onvergankelijk leven.

Dat betekent dat Christus’ werk niet ophield bij Zijn sterven. Zijn dood was noodzakelijk. Zijn bloed is de grond. Maar Zijn opstanding, verhoging en voortdurende priesterlijke dienst horen wezenlijk bij het evangelie.

Romeinen 8 zegt het zo:

“Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.” — Romeinen 8:33-34 (STV)

“Ja, wat meer is.”

Daar zit veel in. Christus is gestorven. Maar wat meer is: Hij is ook opgewekt. Hij is aan Gods rechterhand. Hij bidt voor ons.

Wie alleen spreekt over het kruis, maar nauwelijks over de opgestane en verhoogde Christus, mist een wezenlijk deel van het christelijk leven. De gelovige leeft niet uit herinnering alleen. Hij leeft uit gemeenschap met de levende Christus.

 

Christus reinigt Zijn gemeente door het Woord

Een van de rijkste beschrijvingen van Christus’ huidige werk staat in Efeze 5:

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven; opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord.” — Efeze 5:25-26 (STV)

Hier staat niet dat de gemeente zichzelf reinigt om Christus waardig te worden. Hier staat dat Christus de gemeente reinigt.

Dat is een wereld van verschil.

Religie zegt: maak uzelf schoon, dan mag u komen.
Genade zegt: kom tot Christus, Hij reinigt.

Religie zegt: zorg dat u gereed bent.
Genade zegt: Christus maakt gereed.

Religie zegt: werk aan uzelf.
Genade zegt: stel u onder het Woord waardoor Christus Zijn werk doet.

Christus reinigt Zijn gemeente “door het Woord”. Niet door geestelijke druk. Niet door menselijke manipulatie. Niet door voortdurende beschuldiging. Niet door een religieuze zweep over het geweten.

Hij reinigt door Zijn Woord.

Daarom is het zo belangrijk waar wij naar luisteren, wat wij horen, welke prediking wij toelaten en waar onze aandacht naartoe gaat. Het Woord van God richt het hart op Christus. Mensgerichte prediking werpt de mens terug op zichzelf. En wie steeds naar zichzelf kijkt, vindt geen rust.

 

De voetwassing als beeld van Christus’ tegenwoordige werk

Johannes 13 geeft een indringend beeld. De discipelen zijn met de Heere aan tafel. Dan staat Hij op, legt Zijn klederen af, omgordt Zich met een linnen doek en begint hun voeten te wassen.

Petrus wil dat eerst niet. Maar de Heere zegt:

“Indien Ik u niet was, gij hebt geen deel met Mij.” — Johannes 13:8 (STV)

Daarna wil Petrus helemaal gewassen worden. Dan antwoordt de Heere:

“Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein.” — Johannes 13:10 (STV)

Dat is een belangrijk onderscheid.

Wie van Christus is, is geheel rein. De gelovige staat in Christus voor God. Maar zolang hij door deze wereld wandelt, krijgt hij vuile voeten. Hij leeft nog in een wereld van zonde, leugen, verwarring, verzoeking en dood.

Daarom wast Christus de voeten.

Niet omdat het fundament telkens opnieuw gelegd moet worden. Niet omdat de gelovige steeds opnieuw van nul af aan moet beginnen. Maar omdat Christus Zijn Woord toepast op onze wandel, ons denken, ons hart en ons geweten.

Hij reinigt Zijn gemeente door het Woord.

 

Het geweten gereinigd om God te dienen

Christus is niet bezig om de buitenkant van de oude mens religieus op te poetsen. Hij reinigt dieper. Hij reinigt het geweten.

Hebreeën 9 zegt:

“Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?” — Hebreeën 9:14 (STV)

Dat is bevrijdend.

Veel gelovigen hoeven niet steeds opnieuw te horen dat zij tekortschieten. Dat weten zij al. Zij kennen hun zwakheid. Zij kennen hun falen. Zij weten hoe snel zij afdwalen, struikelen of innerlijk verward raken.

Maar de Bijbel werpt hen niet eindeloos terug op hun tekort. De Bijbel richt hen op Christus.

Het bloed van Christus reinigt het geweten van dode werken. Waarom? Niet zodat wij geestelijk in een hoekje blijven zitten met ons hoofd omlaag. Maar “om den levenden God te dienen”.

Een gereinigd geweten maakt vrijmoedig. Niet oppervlakkig. Niet wetteloos. Niet onverschillig. Maar vrijmoedig in Christus.

 

Niet zelfverbetering, maar leven uit Genade

Het christelijk leven is geen cursus zelfverbetering met een Bijbeltekst erboven.

Natuurlijk verandert Gods genade een mens. Natuurlijk leert de gelovige anders wandelen. Natuurlijk zijn goede werken belangrijk. Maar de volgorde is alles.

Titus 2 zegt:

“Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” — Titus 2:14 (STV)

Christus reinigt Zichzelf een eigen volk. En dat volk wordt ijverig in goede werken.

Goede werken zijn dus niet de wortel van onze aanvaarding. Ze zijn de vrucht van Christus’ werk.

Onder wet werk je om aanvaard te worden.
Onder genade dien je omdat je aanvaard bent in Christus.

Onder wet kijk je steeds naar jezelf.
Onder genade zie je op Christus.

Onder wet blijft het geweten onrustig.
Onder genade wordt het geweten gereinigd om God te dienen.

Dat is geen goedkoop gemak. Leven uit genade is juist vernederend voor het vlees. Want genade zegt dat de mens zichzelf niet kan redden, niet kan reinigen en niet kan opwerken tot God.

De mens komt met lege handen. Niet als een geslaagde heilige. Niet als een opgepoetst geestelijk project. Niet als iemand die eindelijk alles onder controle heeft.

Hij komt tot Christus.

En Christus reinigt.

 

God verzamelt nu een volk voor Zijn Naam

Wat doet God in deze tegenwoordige tijd?

Het Nieuwe Testament geeft daar een duidelijke lijn in. God verzamelt een volk voor Zijn Naam.

In Handelingen 15 lezen we:

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)

Daarna wordt gesproken over het herstel van de vervallen hut van David. Die volgorde is belangrijk. Eerst verzamelt God een volk uit de heidenen. Daarna komt het herstel van Israël en het Davidische koningshuis.

Dat betekent dat Gods huidige werk niet in de eerste plaats bestaat uit wereldverbetering, politieke macht, cultureel herstel of het oprichten van een zichtbaar koninkrijk op aarde. Zijn huidige werk is gericht op de gemeente.

De gemeente is een hemels volk. Zij is verbonden met Christus in de hemel. Zij deelt in Zijn positie, Zijn leven, Zijn toekomst en Zijn erfenis.

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” — Efeze 2:6 (STV)

De gelovige leeft nog op aarde, maar zijn positie is in Christus.

Daarom is het zo schadelijk wanneer christenen hun roeping verwarren met wereldverbetering. Natuurlijk doen wij goed waar wij kunnen. Natuurlijk zorgen wij voor onze naaste. Natuurlijk dragen wij verantwoordelijkheid in het gewone leven.

Maar de gemeente is geen religieuze actiegroep voor het oplappen van deze tegenwoordige eeuw. Zij is een volk dat door Christus uit deze eeuw getrokken wordt.

 

Uit de tegenwoordige boze wereld getrokken

Galaten 1 zegt:

“Die Zichzelven gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar den wil van onzen God en Vader.” — Galaten 1:4 (STV)

Dat staat haaks op christelijk activisme.

Wij willen vaak juist iets bereiken ín deze wereld. Erkenning. Invloed. Positie. Herstel van christelijke normen. Een steviger christelijk geluid. Een cultuur die weer naar ons luistert.

Maar Christus heeft Zich gegeven om ons te trekken uit deze tegenwoordige boze wereld.

Dat betekent niet dat wij onverschillig worden. Het betekent dat wij nuchter worden. Deze wereld wordt niet uiteindelijk hersteld door menselijke inzet. God maakt een nieuwe schepping. En vandaag verzamelt Hij een volk dat bij Christus hoort.

 

Waarom mensgerichte prediking schromelijk tekortschiet

Veel prediking klinkt praktisch, maar is in wezen mensgericht. Ze draait om onze problemen, onze gevoelens, onze keuzes, onze relaties, onze groei, onze houding, onze prestaties en onze geestelijke temperatuur.

Natuurlijk raakt het Woord van God ons leven. Maar wanneer Christus uit het centrum verdwijnt, blijft er vooral religieuze psychologie over. Dan wordt de Bijbel een kapstok voor menselijke thema’s. Dan is de mens het onderwerp en Christus hooguit de helper.

Bijbelse prediking begint anders.

opent het Woord.
toont Christus.
verkondigt Zijn werk.
plaatst de gelovige in Hem.
bevrijdt het geweten door Genade.
roept op tot dienst vanuit rust, niet vanuit kramp.

Waar de mens centraal staat, groeit onrust.
Waar Christus centraal staat, komt geloofsadem.

 

Leven vanuit Christus’ tegenwoordige werk

De vraag is dus niet allereerst: hoe krijg ik mijn leven onder controle?

De betere vraag is: leef ik uit Christus’ tegenwoordige werk?

Stel ik mij onder Zijn Woord?
Laat ik Hem mijn geweten reinigen?
Rust ik in Zijn priesterschap?
Geloof ik dat Hij voor mij bidt?
Zie ik mijzelf in Christus, of blijf ik gevangen in mijzelf?

De gelovige hoeft niet te leven onder de voortdurende dreiging van beschuldiging. Romeinen 8 zegt immers dat God rechtvaardigt en Christus bidt.

Daarom mag de gelovige vrijmoedig leven. Niet omdat hij in zichzelf sterk is. Niet omdat zijn oude mens verbeterd is. Niet omdat hij nooit struikelt. Maar omdat Christus leeft.

 

De troost van de levende Christus

Wat doet Christus vandaag?

Hij leeft.
Hij bidt.
Hij reinigt.
Hij heiligt.
Hij verzamelt een volk voor Zijn Naam.
Hij maakt gelovigen bekwaam om dienaren te zijn van het Nieuwe Verbond.

Dat is de troost.

De gelovige leeft nog met lek en gebrek. Dat hoeft niet vroom weggepoetst te worden. Wij schieten tekort. Wij falen. Wij dragen de zwakheid van de oude mens nog mee.

Maar God ziet de gelovige in Christus. En Christus is niet klaar met Zijn werk.

Hij reinigt door het Woord.
Hij bewaart door Zijn kracht.
Hij bidt aan Gods rechterhand.
Hij maakt bekwaam om de levende God te dienen.

Daarom hoeft de gelovige niet gevangen te blijven in religieuze kramp. Hij hoeft niet eindeloos naar zichzelf te staren. Hij hoeft niet te leven onder de zweep van beschuldiging.

Hij mag zien op Christus.

Niet alleen op Christus aan het kruis, maar ook op Christus in de hemel. De levende Hogepriester. De Verheerlijkte. Degene Die Zijn gemeente liefheeft, haar reinigt door het Woord en haar eenmaal zonder vlek of rimpel voor Zich zal stellen.

Wat doet Christus vandaag?
Hij werkt aan Zijn gemeente.

Christus hangt niet meer aan het kruis en ligt niet meer in het graf. Hij leeft, bidt, reinigt en werkt vandaag aan Zijn gemeente.

En dat is precies waarom het christelijk leven geen leven onder angst is, maar een leven uit Genade.

Zie ook:

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding? – Bijbelse basis

De Koran en de kruisiging van Jezus

De kruisiging van Jezus en de islam: waar het echte breekpunt ligt

De vraag of Jezus Christus werkelijk gekruisigd is, is geen detail in het gesprek tussen islam en christelijk geloof. Soera 4:157 zegt dat Jezus niet gedood en niet gekruisigd is, maar dat het slechts zo leek. Daarmee raakt de Koran niet een bijzaak, maar het hart van het evangelie. Want volgens de Schrift is Christus juist gekomen om Zijn leven te geven als rantsoen voor velen. Als het kruis wordt weggenomen, blijft er misschien nog religie over, maar geen verzoening.

Er zijn verschillen tussen islam en christelijk geloof die oppervlakkig lijken. Men spreekt over God, profeten, openbaring, oordeel, gebed en gehoorzaamheid. Daardoor ontstaat gemakkelijk de indruk dat het vooral om varianten binnen dezelfde religieuze familie gaat.

Maar dat beeld houdt geen stand zodra één vraag op tafel komt:

Is Jezus Christus werkelijk gekruisigd?

De islam zegt in Soera 4:157 dat de Joden Jezus niet hebben gedood en Hem niet hebben gekruisigd, maar dat het hun slechts zo leek. Daarmee raakt de Koran niet een randzaak, maar het hart van het christelijk geloof. Want zonder kruis is er geen verzoening. Zonder verzoening is er geen evangelie. En zonder evangelie blijft de mens in zijn schuld voor God staan.

Dit is niet zomaar een klein verschil tussen twee tradities. Dit is de breuklijn.

Soera 4 over de kruisiging van Jezus

De Koran spreekt de geschiedenis tegen

De kruisiging van Jezus behoort tot de best bevestigde feiten uit de oudheid. Niet alleen christelijke bronnen spreken erover. Ook niet-christelijke, Joodse en Romeinse bronnen bevestigen dat Jezus onder Pontius Pilatus is terechtgesteld.

Dat is belangrijk.

Want als alleen christenen over de kruisiging zouden spreken, kon men nog zeggen: dat is intern geloofsgetuigenis. Maar de kruisiging wordt juist ook bevestigd door bronnen die geen belang hadden bij de christelijke boodschap. Sterker nog: vijandige of buitenstaande getuigen hadden er geen enkele reden voor om de christelijke verkondiging te helpen.

Toch bevestigen zij dit ene feit: Jezus is gekruisigd.

Daarmee staat Soera 4:157 historisch zwak. De Koran verschijnt ruim zes eeuwen later en ontkent precies datgene wat de vroegste en breedst gedragen historische getuigenis bevestigt.

Dat is geen kleinigheid. Dat is een ernstige botsing met de werkelijkheid.

 

Waarom zou de Koran de kruisiging ontkennen?

De vraag is natuurlijk: waar komt die ontkenning vandaan?

De ontkenning van de kruisiging is niet pas met de islam ontstaan. In de eerste eeuwen na Christus waren er afwijkende stromingen die moeite hadden met een werkelijk lijdende Christus. Sommige groepen leerden dat Jezus niet echt een lichaam had, maar slechts een schijnlichaam. Anderen meenden dat niet Jezus Zelf, maar iemand anders in Zijn plaats werd gekruisigd.

Dat soort ideeën noemen we vaak docetisch: Jezus leek mens, maar was het volgens die visie niet werkelijk. Hij leek te lijden, maar leed niet echt. Hij leek gekruisigd te worden, maar dat gebeurde volgens die gedachte niet werkelijk.

Waarom ontstond zo’n leer? Omdat men het ondenkbaar vond dat de heilige, hemelse Christus werkelijk door mensenhanden vernederd, gemarteld en gekruisigd kon worden. Het kruis was te rauw. Te lichamelijk. Te vernederend.

Maar juist daar ligt de ergernis én de heerlijkheid van het evangelie.

Christus is niet gekomen om op afstand te blijven. Hij is werkelijk mens geworden. Niet schijnbaar. Niet symbolisch. Niet als toneel. Hij heeft vlees en bloed aangenomen. Hij heeft geleden. Hij is gestorven. Hij is begraven. En Hij is opgestaan.

De Koran lijkt juist aan te sluiten bij die oude ontkenning van het werkelijke lijden van Christus. Maar daarmee staat zij niet dichter bij de waarheid; zij herhaalt een oude dwaling.

 

Het kruis is geen nederlaag, maar Gods reddingsweg

Voor de islam is het kruis vaak een probleem. Hoe kan God toelaten dat Zijn profeet zo vernederd wordt? Hoe kan een gezant van God eindigen aan een kruis? Is dat geen mislukking?

De Bijbel draait die vraag volledig om.

Het kruis is geen ongeluk. Geen nederlaag. Geen mislukte missie. Het kruis is het doel van Christus’ komst.

De Heere Jezus kwam niet alleen om te leren, te waarschuwen, wonderen te doen of een voorbeeld te geven. Hij kwam om Zijn leven te geven tot een rantsoen voor velen.

“Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.” Mattheüs 20:28 (STV)

Dat is de kern. Christus kwam niet alleen met een boodschap. Hij ís de boodschap. Hij kwam niet alleen om over verlossing te spreken. Hij kwam om verlossing te volbrengen.

Daarom is de ontkenning van de kruisiging zo ernstig. Wie het kruis wegneemt, neemt niet alleen een gebeurtenis weg. Hij neemt het altaar weg. Hij neemt het bloed weg. Hij neemt de betaling weg. Hij neemt het fundament onder de vergeving vandaan.

 

Adam bracht scheiding, Christus brengt verzoening

De Bijbel begint niet met de mens als neutraal wezen dat alleen wat leiding nodig heeft. De mens is gevallen. Adam zondigde. Hij ging tegen Gods gebod in. Daardoor kwam er afstand tussen God en mens.

Zonde is niet slechts een foutje. Het is opstand. Het is het zich afkeren van God. Het is de breuk met de Bron van het leven.

Daarom werd Adam uit de hof gezet. Niet omdat God willekeurig streng was, maar omdat zonde scheiding brengt. De geestelijke afstand werd zichtbaar in een fysieke verwijdering.

Sindsdien leeft de mens buiten het paradijs. Niet alleen Adam, maar zijn nageslacht. Wij worden geboren in een wereld van dood, schuld, vervreemding en gebrokenheid. Dat is geen oppervlakkig probleem dat met religieuze inspanning kan worden opgelost.

Er is verzoening nodig.

Daarom noemt de Schrift Christus de laatste Adam. Waar Adam ongehoorzaamheid bracht, bracht Christus gehoorzaamheid. Waar Adam dood bracht, bracht Christus leven. Waar Adam de mensheid in schuld en vervreemding achterliet, kwam Christus om te herstellen wat de mens zelf nooit kon herstellen.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.” 1 Korinthe 15:22 (STV)

Het kruis is dus geen vreemd aanhangsel aan het geloof. Het is de plaats waar de tweede Adam doet wat de eerste Adam niet deed: volkomen gehoorzaam zijn tot in de dood.

 

Zonder bloed geen vergeving

De Bijbelse lijn is helder: vergeving vraagt verzoening. Schuld moet niet alleen genegeerd worden, maar gedragen. God is liefde, maar Hij is ook heilig en rechtvaardig. Hij doet niet alsof zonde niet bestaat.

Daarom loopt er door de hele Schrift een lijn van offer, bloed en plaatsvervanging.

In Genesis zien we al dat schaamte en schuld niet door menselijke bedekking worden opgelost. Adam en Eva maken zelf vijgenbladeren, maar God bekleedt hen. Later zien we offers, het Pascha, de tabernakel, de tempeldienst en de Grote Verzoendag. Al die lijnen wijzen vooruit.

Niet omdat dierenbloed op zichzelf zonde kon wegnemen, maar omdat God vooruitwees naar het ene volmaakte offer: Christus.

“En zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving.” Hebreeën 9:22 (STV)

Dat is precies waarom de kruisiging onmisbaar is. Het kruis is niet alleen een martelaarsdood. Het is offer. Plaatsvervanging. Voldoening. Daar draagt Christus de schuld van zondaren.

Wie het kruis ontkent, houdt misschien nog religie over. Maar geen verzoening.

 

De Koran houdt een profeet over, maar verliest de Zaligmaker

In de islam blijft Jezus een bijzondere figuur. Hij wordt Messias genoemd. Hij wordt geboren uit Maria. Hij verricht wonderen. Hij wordt zelfs “woord” van God genoemd. Maar de beslissende werkelijkheid wordt ontkend: Hij is niet de eeuwige Zoon Die mens werd om zondaren met God te verzoenen.

Daar ontstaat een diepe innerlijke spanning.

Want als Jezus slechts een profeet is, waarom krijgt Hij dan zulke uitzonderlijke titels? Waarom wordt Hij geboren zonder menselijke vader? Waarom wordt Hij Messias genoemd? Waarom wordt Hij verbonden met Gods Woord en Geest? Waarom krijgt Hij een plaats die geen andere profeet op dezelfde manier krijgt?

De Koran gebruikt hoge taal over Jezus, maar trekt terug zodra die taal haar volle betekenis krijgt.

De Bijbel doet dat niet. De Bijbel laat Christus staan in Zijn volle heerlijkheid: waarachtig God en waarachtig mens. Niet half God en half mens. Niet een verheven schepsel. Niet slechts een boodschapper. Maar het vleesgeworden Woord.

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.” Johannes 1:14 (STV)

Dat is de grote kloof. In de islam komt een boek naar beneden. In het evangelie komt God Zelf tot ons in de Persoon van Zijn Zoon.

 

Het Woord werd geen papier, maar vlees

Er ligt hier een belangrijk verschil.

De islam ziet de Koran als openbaring van God. Veel moslims spreken over de Koran als het woord van God. Maar het christelijk geloof zegt niet dat Gods hoogste openbaring een boekvorm aannam. Het zegt dat het Woord vlees werd.

Dat betekent: God heeft Zich niet slechts bekendgemaakt in tekst, maar in Zijn Zoon.

De Heere Jezus is niet alleen iemand die woorden van God spreekt. Hij is het Woord. Hij openbaart de Vader volkomen. Wie Hem ziet, ziet de Vader. Wie Hem verwerpt, verwerpt de Vader.

“Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien.” Johannes 14:9 (STV)

Daarom kan Jezus niet worden teruggebracht tot profeet binnen een rij van profeten. Hij is uniek. Mozes wees vooruit. De profeten wezen vooruit. Johannes de Doper wees vooruit. Maar Christus is Degene naar Wie gewezen werd.

Hij brengt niet slechts een bericht. Hij brengt verlossing.

 

Oude dwalingen in een nieuw gewaad

Veel islamitische bezwaren tegen het christelijk geloof klinken nieuw, maar zijn dat niet. De gedachte dat Jezus niet werkelijk gekruisigd is, bestond al vóór Mohammed. De gedachte dat Jezus niet werkelijk mens kon zijn, bestond ook al vroeg. De moeite met een lijdende, vernederde Christus is oud.

Maar de apostelen hebben juist dáár met kracht tegen getuigd.

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.” 1 Korinthe 15:3-4 (STV)

Let op die woorden: naar de Schriften.

De dood en opstanding van Christus waren geen latere christelijke uitvinding. Ze stonden in de lijn van Gods openbaring. Ze waren voorzegd, voorbereid en vervuld. De apostelen verkondigden geen religieus idee, maar een gebeurtenis die in de geschiedenis heeft plaatsgevonden en door God Zelf was aangekondigd.

Daarom is het christelijk geloof niet gebouwd op een vage religieuze ervaring. Het staat of valt met historische feiten: Christus is gestorven, begraven en opgewekt.

 

De vraag is niet: klinkt de islam eenvoudig?

Soms wordt gezegd: de islam is eenvoudiger. Eén God, één profeet, één boek, duidelijke regels. Dat klinkt overzichtelijk. Maar de vraag is niet of iets eenvoudig klinkt. De vraag is of het waar is.

Een godsdienst kan strak en helder lijken en toch de kern missen. Een systeem kan logisch aanvoelen en tegelijk botsen met Gods openbaring.

Het evangelie is niet bedacht om netjes in menselijke schema’s te passen. Het evangelie vernedert de mens. Het zegt dat wij onszelf niet kunnen redden. Niet door gebed. Niet door vasten. Niet door religieuze ijver. Niet door goede werken. Niet door vrome ernst.

Wij hebben een Zaligmaker nodig.

En die Zaligmaker is niet gekomen om ons een trap te geven waarlangs wij omhoog kunnen klimmen. Hij is afgedaald. Hij heeft onze natuur aangenomen. Hij heeft onze schuld gedragen. Hij is gestorven. Hij is opgestaan.

Dat is geen religieuze ladder. Dat is genade.

 

De ergernis van het kruis

Het kruis blijft een ergernis. Voor religieuze mensen is het te vernederend. Voor morele mensen is het te radicaal. Voor trotse mensen is het te afhankelijk. Voor filosofische mensen is het te lichamelijk. Voor wettische mensen is het te genadig.

Maar juist daar openbaart God Zijn wijsheid.

“Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid; Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en de wijsheid Gods.” 1 Korinthe 1:23-24 (STV)

Het kruis zegt: de mens is erger verloren dan hij wil toegeven. Maar het zegt ook: Gods genade is groter dan de mens durft hopen.

Daarom is de ontkenning van het kruis geen neutrale correctie. Het is een geestelijke amputatie. Men houdt dan een Jezus over zonder bloed, zonder offer, zonder verzoening, zonder opstanding als overwinning op een werkelijk gedragen schuld.

Dat is niet de Jezus van de Schrift.

 

De Bijbel laat geen ruimte voor een Jezus Die niet werkelijk gekruisigd is. De apostolische verkondiging staat ermee vol. De profeten wezen ernaar vooruit. De evangeliën beschrijven het. De brieven leggen het uit. Openbaring toont het Lam als geslacht.

De kruisiging is geen christelijke misvatting die later gecorrigeerd moest worden. Zij is het middelpunt van Gods heilsplan.

Daarom kan Soera 4:157 niet naast het evangelie blijven staan alsof het slechts een ander accent is. Het ontkent precies datgene waardoor zondaren behouden worden.

De vraag is uiteindelijk niet of Jezus een profeet was. De vraag is of Hij de gekruisigde en opgestane Zoon van God is.

Volgens de Schrift is Hij dat.

En daarom blijft dit de boodschap die niet ingeruild kan worden voor welk religieus systeem dan ook:

Christus is gestorven voor onze zonden.
Christus is begraven.
Christus is opgewekt.
Christus leeft.
En alleen in Hem is verzoening met God.

Niet kerst, maar Pasen is het hart van het Evangelie

Waarom Pasen groter is dan kerst

Kerstfeest heeft sfeer. Lichtjes, muziek, warmte, gezelligheid, traditie. Pasen heeft dat veel minder. Juist daarom voelt kerst voor veel mensen groter. Maar ons geloof wordt niet bepaald door sfeer, gevoel of traditie. Het wordt bepaald door het grote  heilsfeit dat het zwaarst weegt.

En dan is het antwoord helder: Pasen is groter dan kerstfeest.

Dat klinkt voor sommigen bijna oneerbiedig. Alsof daarmee iets van Bethlehem wordt afgepakt. Maar dat is niet zo. De geboorte van Christus is onmisbaar. Zonder de menswording geen Middelaar. Zonder Zijn komst in het vlees geen kruis. Zonder Bethlehem geen Golgotha. Maar juist dáárom moet het scherp gezegd worden: Christus kwam niet naar deze wereld om in een kribbe bewonderd te worden, maar om als Lam van God de zonde weg te dragen en op te staan uit de doden.

De Bijbel, en met grote nadruk de boeken van het nieuwe Testament,  legt dat zwaartepunt ook duidelijk bij Christus’ dood, opstanding en verhoging, en verbindt Zijn opstanding rechtstreeks aan onze rechtvaardiging .

Pasen groter feest dan Kerst
Niet de kribbe, maar kruis en opstanding vormen het hart van het Evangelie. Daarom is Pasen groter dan kerstfeest.

De kribbe ontroert, maar Pasen redt

Dat mag vandaag opnieuw gezegd worden, ook omdat zoveel christelijke beleving sentimenteel geworden is. Rond kerst raakt men ontroerd. Rond Pasen zou men eigenlijk verbroken, verwonderd en overweldigd moeten zijn. Maar precies daar zie je hoe scheef het vaak is gegroeid. Men houdt van het kerstkind, maar struikelt over het kruis. Men houdt van de sfeer van Bethlehem, maar leeft niet vanuit de kracht van de opstanding.

De Heere Jezus werd geboren om te sterven. Zijn menswording was geen eindpunt, maar een weg. De doeken van Bethlehem wijzen vooruit naar het hout van Golgotha. De kribbe staat niet los van het kruis. Wie kerst losmaakt van Pasen, houdt een ontroerend begin over zonder verlossende voltooiing.

Zonder Pasen is kerst mis

Dát is crciaal. Een geboren Jezus zonder opgestane en uitermate verhoogde Christus redt niemand. Een gestorven Jezus zonder opgestane Christus laat de zondaar dood in zijn schuld.

Paulus spreekt daar zonder omwegen over:

“En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof.” (1 Korinthe 15:14, STV)

en hij zegt het nog wat sterker:

“En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs; zo zijt gij nog in uw zonden.” (1 Korinthe 15:17, STV)

Let erop hoe radicaal dat is. Paulus zegt niet: als de geboorte van Christus niet herdacht wordt, verliest het geloof zijn kracht. Hij zegt: als Christus niet is opgewekt, is het geloof leeg. Dan staat alles op de helling. Dan is er geen vrede met God, geen vergeving, geen overwinning, geen hoop.

Dát alleen al maakt duidelijk waarom Pasen groter is dan kerstfeest.

Pasen gaat over het volbrachte verlossingswerk

Kerst vertelt dat de Zaligmaker gekomen is. Pasen verkondigt dat Zijn werk door God is aanvaard.

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” (Romeinen 4:25, STV)

Dat is het verschil tussen begin en voltooiing. Met kerst zien we de komst van de Persoon. Met Pasen zien we de kracht van Zijn werk. Met kerst wordt Hij geboren onder de wet. Met Pasen blijkt dat Hij de vloek heeft gedragen, de schuld heeft betaald en de dood heeft overwonnen.

De Schrift onderstreept  Christus werd opgewekt om onze rechtvaardiging, en zonder opstanding blijft er geen hoop over .

Het Nieuwe Testament legt het accent niet op Bethlehem maar op kruis en opstanding

Dat is een punt wat door veel mensen gemist wordt De Schrift zelf leert ons waar het zwaartepunt ligt. Natuurlijk spreken de Evangeliën over Zijn geboorte. Maar het Bijbelse getuigenis draait steeds weer om Zijn dood en opstanding. Dáár ligt de prediking. Dáár ligt de roem. Dáár ligt de zekerheid.

De apostelen trokken niet de wereld door met een boodschap over een bijzonder Kind alleen. Zij predikten “Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” En zij verkondigden dat God Hem uit de doden heeft opgewekt. Dat is het evangelie in zijn volle kracht.

De gelovige leeft niet uit een kerstgevoel, maar uit een levende Christus.

Kerst ontroert, Pasen beslist

Juist hier moet het onderscheid scherp worden gemaakt.

Kerst ontroert, omdat God neerdaalt in nederigheid.
Pasen beslist, omdat God Zijn Zoon rechtvaardigt in opstanding.
Kerst laat de vernedering zien.
Pasen openbaart de overwinning.
Kerst toont het begin van Zijn aardse weg.
Pasen toont het doorbreken van de nieuwe schepping.

Een Kind in de kribbe roept verwondering op. Terecht. Maar een open graf, een overwonnen dood en een levende Heere vragen geloof, aanbidding en overgave. Pasen is geen sfeervol randfeest van het christendom. Pasen is het kloppend hart van de christelijke hoop.

Waarom dit vandaag nodig gezegd moet worden

Omdat veel naamchristendom dol is op een Jezus Die ontroert, maar niet op een Christus Die heeft overwonnen. Men houdt van het kinderlijke, zachte, warme beeld van kerst. Maar Pasen confronteert. Pasen zegt dat de mens verloren was in zonde en misdaden. Pasen bewijst dat er bloed nodig was. Pasen verkondigt dat de dood werkelijk de straf op de zonde is. Pasen bewijst dat alleen een opgestane Christus redt.

Dat maakt Pasen zwaarder. Ernstiger ook. Maar daarom ook heerlijker.

Want als Christus leeft, dan is het offer voldoende.
Als Christus leeft, dan is de schuld werkelijk gedragen.
Als Christus leeft, dan heeft de dood niet het laatste woord.
Als Christus leeft, dan is het Evangelie geen gevoels-item maar Goddelijke realiteit.

Waarom Pasen een groter feest is dan kerstfeest

Het antwoord is eenvoudig.

Kerstfeest viert dat Christus kwam.
Pasen verkondigt dat Christus overwon.

Kerstfeest laat zien Wie Hij is.
Pasen laat zien, bevestigt, wat Hij gedaan heeft.

Kerstfeest is noodzakelijk.
Pasen geeft de doorslag.

Kerstfeest zonder Pasen laat een onvoltooide geschiedenis achter.
Pasen toont het volbrachte werk van de Zaligmaker.

Daarom is Pasen Bijbels gezien, niet een wat soberder vervolg op kerst. Pasen is het hoogtepunt van het heilswerk van Christus.

De religieuze mens loopt gemakkelijk warm voor de kribbe en blijft vaak koel bij het lege graf. Dat zegt veel over de tijdgeest. Men verkiest sfeer boven waarheid, gevoel boven fundament, kerstglans boven opstandingskracht.

Maar de Schrift doet daar niet aan mee.

Niet Bethlehem draagt het Evangelie. Niet de kribbe redt zondaren. Niet een kerstgedachte rechtvaardigt de goddeloze. Dat doet alleen de gekruisigde en opgestane Christus.

Daarom is Pasen groter dan kerstfeest.

Niet omdat kerst klein zou zijn, maar omdat Pasen laat zien waarom Hij kwam. De kribbe is het begin. Het kruis en het lege graf zijn de overwinning.

En alleen wie daar buigt, weet echt wat het Evangelie is.

zie ook (extern):

Bijbelstudie lezingen: Kerstfeest en Pasen – Bijbels Panorama

Geverifieerd door MonsterInsights