Kapstok prediking is bijvoorbeeld dit

Wanneer een Bijbeltekst een kapstok wordt

Over genezing, geloof en het gevaar van losse bewijsverzen

Soms klinkt een boodschap op het eerste gehoor krachtig, Bijbels en vol geloof. Er worden bekende woorden gebruikt: “Het is volbracht,” “door Zijn striemen bent u genezen,” “Jezus heeft de prijs betaald.” Wie zou daar bezwaar tegen willen maken? Het zijn immers Bijbelse woorden. En toch kan daar een groot probleem zitten.>Niet elke boodschap waarin Bijbelteksten voorkomen, is daarmee  automatisch ook Bijbelse prediking. Een tekst kan heel eenvoudig gebruikt worden als kapstok: men hangt er een leerstelling aan op die niet  uit de tekst zelf voortkomt. De tekst wordt niet uitgelegd, maar gebruikt als springplank voor een vooraf gekozen boodschap. Inlegkunde wordt zo iets ook wel genoemd.
Een kort fragment over genezing  uit een preek van Johan Toet laat goed zien hoe dat dan gaat. De boodschap komt hierop neer:

“U bent genezen. Door Zijn striemen bent u genezen. Het is voltooid verleden tijd.

Dat klinkt nogal autoritair. Maar is het ook Bijbels verantwoord?

kapstokprediking
Wanneer een Bijbeltekst een kapstok wordt

Wat is kapstokprediking?

Kapstokprediking hebben we het over wanneer een Bijbeltekst niet zorgvuldig in zijn verband wordt gelezen, maar wordt gebruikt om een thema te dragen dat er gedeeltelijk of helemaal overheen wordt gelegd.
Er wordt dan bijvoorbeeld gewerkt met bekende woorden of zinnen:

“Door Zijn striemen bent u genezen.”
“Het is volbracht.”
“Jezus is de Bevrijder.”
“De duivel is de overweldiger.”

Op zichzelf zijn dat geen verkeerde woorden. Het probleem zit in de manier waarop ze verbonden worden. De vraag is niet alleen: komen deze woorden ergens in de Bijbel voor? De vraag is: worden ze gebruikt zoals de Bijbel ze gebruikt?
Dat is een cruciaal verschil.
De tekst wordt niet uitgelegd, maar ingezet.
In de gelinkte video wordt Jesaja 53 of 1 Petrus 2:24 gebruikt om te stellen dat de gelovige nu al lichamelijk genezen is. Het argument is: Christus heeft geleden, dus genezing is al voltooid. Niet iets wat Hij nog moet doen, maar iets wat al vaststaat.
Maar 1 Petrus 2:24 zegt:

“Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.”
1 Petrus 2:24 STV

De context gaat niet over een vermeende garantie op lichamelijke gezondheid in dit leven. Petrus spreekt over zonde, gerechtigheid, lijden, navolging en geestelijk herstel. De genezing waarover hij spreekt, staat in direct verband met het dragen van onze zonden en het leven voor de gerechtigheid.
Dat betekent niet dat God niet lichamelijk geneest. Natuurlijk kan Hij dat. De Schrift getuigt daar duidelijk van. Maar het is iets anders om te zeggen: God kan genezen, dan om te zeggen: iedere gelovige is nu al lichamelijk genezen, omdat het voltooid verleden tijd is.
Dat laatste legt de tekst meer op dan hij zegt.
“Het is volbracht” wordt breder getrokken dan de tekst toelaat
Ook de woorden van de Heere Jezus aan het kruis worden in dit soort prediking vaak gebruikt als totaalclaim voor alles wat de gelovige nu zou moeten bezitten: vergeving, overwinning, voorspoed, gezondheid, bevrijding, herstel.
Maar wanneer Christus zegt: “Het is volbracht,” spreekt Hij over het werk dat de Vader Hem gegeven had om te doen. Zijn offer is volkomen. De schuld is betaald. De verzoening is tot stand gebracht.
Dat is heerlijk en onaantastbaar.
Maar de Bijbel leert óók dat de volle uitwerking van Christus’ werk nog toekomstig is. Paulus schrijft:

“En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.”
Romeinen 8:23 STV

Let op die woorden: wij verwachten nog de verlossing van ons lichaam. De gelovige is werkelijk verlost, maar leeft nog in een sterfelijk lichaam. Daarom worden gelovigen ziek. Daarom worden gelovigen zwak. Daarom sterven gelovigen nog.
Wie zegt dat lichamelijke genezing nu al op dezelfde wijze voltooid bezit is als vergeving van zonden, schuift de toekomstige heerlijkheid naar het heden.
Ziekte wordt te simpel demonisch genoemd
Een ander ernstig probleem is de uitspraak dat ziekte demonisch is. In het fragment wordt gezegd dat ziekte met de zondeval gekomen is, en vervolgens: “maar het is gewoon demonisch… ziekte is demonisch.”

Dat is veel te kort door de bocht.
De Bijbel laat inderdaad zien dat sommige ziektegevallen verbonden kunnen zijn met demonische gebondenheid. Maar de Bijbel zegt nergens dat alle ziekte demonisch is.
Timotheüs had lichamelijke zwakheden. Paulus schrijft hem:

“Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.”
1 Timotheüs 5:23 STV

Paulus zegt niet:

“Timotheüs, je moet de demon van maagklachten uitwerpen.”

Hij geeft praktisch, lichamelijk advies.
Ook lezen we:

“Trofimus heb ik te Milete krank gelaten.”
2 Timotheüs 4:20 STV

Dat moet opvallen. Paulus, door wie God bijzondere wonderen had gedaan, liet een medewerker ziek achter. Als genezing altijd al als zichtbaar bezit geclaimd moest worden, is dit moeilijk te verklaren.
De Schrift is nuchterder dan veel genezingsprediking.

De pastorale schade is groot

Dit soort prediking klinkt misschien moedig, maar kan voor zieke gelovigen buitengewoon belastend zijn.
Want als gezegd wordt: “U bent genezen”, wat moet iemand dan met zijn pijn, diagnose, beperking of chronische ziekte?
Als gezegd wordt: “Ziekte is demonisch”, wat doet dat met iemand die al lijdt?
Als gezegd wordt: “Genezing is volbracht”, wat blijft er dan over wanneer genezing uitblijft?
Dan komt de druk bijna vanzelf bij de zieke terecht. Heeft hij wel genoeg geloof? Spreekt hij wel goed? Begrijpt hij zijn positie in Christus wel? Staat hij misschien open voor demonische invloed?
Zo verandert een boodschap die bevrijdend wil zijn in een last. De zieke wordt niet vertroost met Christus, maar geconfronteerd met een ideaalbeeld waaraan hij blijkbaar niet voldoet.
Dat is niet hoe de Schrift spreekt.
Paulus zelf bad driemaal of de doorn in zijn vlees van hem weggenomen mocht worden. Gods antwoord was niet:

“Paulus, claim je genezing.”

Gods antwoord was:

“Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.”
2 Korinthe 12:9 STV

Dat is geen ongeloof. Dat is werkelijkheid.

Het verschil tussen gekocht en toegepast

Hier ligt een belangrijk onderscheid. Christus heeft door Zijn werk de totale verlossing verworven. Uiteindelijk zal er geen ziekte, geen dood, geen rouw en geen pijn meer zijn. Dat is zeker.
Maar wat Christus gekocht heeft, wordt niet allemaal op hetzelfde moment toegepast.

De vergeving van zonden ontvangt de gelovige nu.
De Heilige Geest woont nu in de gelovige.
De aanneming tot kinderen is nu werkelijkheid.
Maar de verlossing van het lichaam wordt nog verwacht.
De opstanding is toekomstig.
De volledige bevrijding van ziekte en dood hoort bij de komende heerlijkheid.
Daarom zegt de Bijbel niet dat wij nu al leven alsof de nieuwe hemel en nieuwe aarde volledig zijn aangebroken. Wij leven in de verwachting daarvan.

Kapstokprediking mist Bijbelse verhoudingen

Het probleem met deze boodschap is niet dat er helemaal geen waarheid in zit. Dat maakt het juist ingewikkeld.
Het is waar dat Christus heeft betaald.
Het is waar dat ziekte door de zondeval in de wereld gekomen is.
Het is waar dat de duivel een verderver is.
Het is waar dat Jezus macht heeft over ziekte, dood en demonen.
Het is waar dat God kan genezen.

Maar uit die waarheden wordt een conclusie getrokken die de Schrift niet trekt: dus is iedere gelovige nu al lichamelijk genezen en is ziekte demonisch.
Dat is kapstokprediking. Bijbelwoorden worden opgehangen aan een systeem, in plaats van dat het systeem wordt getoetst aan de Bijbel.

Hoe zou gezonde prediking hierover klinken?

Gezonde Bijbelse prediking zou ongeveer zo spreken:
Christus heeft volkomen betaald.
De zondeval heeft gebrokenheid, ziekte en dood gebracht.
God kan genezen, en wij mogen Hem daarom vrijmoedig bidden om genezing.
Soms geneest God onmiddellijk. Soms gebruikt Hij middelen. Soms geeft Hij genade om te dragen.

Een zieke gelovige is niet minder verlost.

Een chronisch zieke broeder of zuster is niet automatisch onder demonische invloed.
Onze hoop ligt niet in een claim op een pijnvrij leven nu, maar in Christus Zelf en in de toekomstige verlossing van ons lichaam.
Dat is minder spectaculair, maar Bijbels. En pastoraal.

Conclusie: laat de tekst spreken

De grote les is deze: een Bijbeltekst mag nooit een kapstok worden voor een boodschap die wij er graag aan willen hangen. De tekst moet zelf spreken. In zijn verband. In de lijn van heel de Schrift.
Wanneer “door Zijn striemen bent u genezen” wordt losgemaakt van zonde en gerechtigheid, ontstaat scheefgroei. Wanneer “Het is volbracht” wordt gebruikt als garantie voor directe lichamelijke genezing, wordt de toekomstige heerlijkheid naar het heden getrokken. Wanneer ziekte zonder onderscheid demonisch wordt genoemd, worden kwetsbare gelovigen geestelijk belast.
De Schrift geeft een rijkere, nuchtere en troostvollere boodschap.
Christus heeft werkelijk overwonnen.
God kan werkelijk genezen.
Maar de gelovige zucht nog steeds in een sterfelijk lichaam.
En juist daar klinkt het Evangelie helder: niet dat wij nu al geen zwakheid meer kennen, maar dat Christus’ genade genoeg is, zelfs midden in zwakheid.

Zie ook

Kapstok prediking – Bijbelse basis

Mensgerichte prediking ontmaskerd: wanneer de Bijbel als kapstok wordt misbruikt – Bijbelse basis

 

Door Zijn striemen genezen, waarvan?

Nog eens Jesaja 53:5 in de spotlight

Er zijn Bijbelteksten die steeds opnieuw worden losgescheurd uit hun verband. Jesaja 53:5 is daar een schrijnend voorbeeld van.

“Door Zijn striemen is ons genezing geworden.”

Voor veel mensen is dat een uitgemaakte zaak.

‘”Zie je wel”, zeggen ze, “lichamelijke genezing ligt vast in de verzoening. Christus heeft niet alleen onze zonden gedragen, maar ook onze ziekten. Dus wie ziek blijft, heeft iets nog niet begrepen. Of niet genoeg geloof. Of moet nog leren claimen wat zogenaamd al van hem is.”

Dat klinkt geestelijk.

Maar het kan verwoestend zijn.

Want zodra je van Jesaja 53:5 een algemeen principe maakt, leg je een last op zieke gelovigen die de Schrift zelf niet oplegt. Dan wordt het kruis niet langer verkondigd als de plaats waar Christus onze zonden droeg, maar als een soort hemelse zorgpolis die nu al lichamelijke gezondheid garandeert.

En als die gezondheid uitblijft?

Dan blijft de zieke achter met de rekening.

Niet alleen lichamelijk gebroken, maar ook geestelijk verdacht gemaakt.

claims op lichamelijke genezing

De vraag is niet of God kán genezen

Laten we daar eerlijk over zijn. God kán genezen. God heeft genezen. God geneest soms ook vandaag. Niemand die de Schrift serieus neemt, hoeft dat te ontkennen.

Maar dat is niet de vraag.

De vraag is: leert Jesaja 53:5 dat iedere gelovige op grond van het kruis recht heeft op lichamelijke genezing hier en nu?

Dat is iets heel anders.

De Bijbel vraagt niet of wij groot genoeg durven geloven. De Bijbel vraagt of wij de tekst recht snijden.

En daar gaat het vaak mis.

Jesaja 53 wordt dan behandeld alsof het een losse troefkaart is. Een geestelijke tegoedbon. Een vers dat je kunt pakken, claimen, uitspreken en toepassen op elke ziekte.

Maar Jesaja 53 is geen toverformule tegen kanker, artrose, depressie, hersenletsel of chronische pijn.

Jesaja 53 is het diepe hoofdstuk over de lijdende Knecht des HEEREN Die de zonde van velen draagt.

Waar gaat Jesaja 53 eigenlijk over?

De lijn van Jesaja 53 is niet onduidelijk.

De Knecht wordt veracht.

Hij wordt verworpen.

Hij draagt smarten.

Hij wordt verwond om overtredingen.

Hij wordt verbrijzeld om ongerechtigheden.

De straf die vrede aanbrengt, is op Hem.

Het hele hoofdstuk ademt plaatsvervanging, schuld, oordeel, verzoening en vrede met God.

Dat is de bedding van de tekst. Niet een genezingsdienst. Niet een podium met applaus. Niet een rij mensen die naar voren moeten komen om hun wonder te ontvangen.

Het gaat over de Messias Die onder het oordeel gaat staan dat zondaren verdiend hebben.

Daarom is het zo ernstig wanneer men uitgerekend dit hoofdstuk gebruikt om zieke mensen onder druk te zetten. De blik wordt verschoven van schuld naar symptoom, van zonde naar ziekte, van verzoening naar lichamelijk herstel.

Maar Jesaja 53 zegt niet: door Zijn striemen is elke kwaal nu al verdwenen.

Jesaja 53 zegt: door Zijn lijden wordt de kloof tussen God en zondaren overbrugd.

Dat is geen kleine genezing. Dat is de grootste genezing die er bestaat.

Petrus legt Jesaja 53 uit

Wie wil weten hoe “door Zijn striemen genezen” moet worden verstaan, hoeft niet te gissen. Het Nieuwe Testament past deze tekst zelf toe.

Petrus schrijft:

“Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.”
1 Petrus 2:24 (STV)

Let op de woorden.

Niet: opdat wij altijd gezond zouden zijn.

Niet: opdat wij geen lichamelijke kwalen meer zouden dragen.

Niet: opdat elke ziekte nu al moet wijken.

Maar:

opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden.

Petrus zet de genezing rechtstreeks in verband met zonde en gerechtigheid. Met sterven aan de zonde en leven voor God. Met verzoening en heiliging. Met bevrijding uit de macht van de zonde.

Dat is geen bijzaak. Dat is de apostolische uitleg.

Wie Jesaja 53 gebruikt om gegarandeerde lichamelijke genezing te beloven, moet langs Petrus heen. En dat is geen kleine exegetische vergissing. Dat is het negeren van de uitleg die de Heilige Geest Zelf in het Nieuwe Testament geeft.

Het gevaar

De moderne genezingsclaim klinkt vaak aantrekkelijk omdat zij direct aansluit bij ons verlangen. Niemand wil ziek zijn. Niemand wil pijn. Niemand wil aftakeling, scans, uitslagen, behandelingen, beperkingen of uitbehandeld zijn.

Juist daarom is deze leer zo gevaarlijk.

Zij grijpt mensen op hun kwetsbaarste punt.

Ze zegt: Christus heeft het al voor je gekocht. Je hoeft het alleen nog te ontvangen. Ziekte hoort niet bij jou. Spreek het uit. Claim het. Wijs het af. Laat je niet beroven.

Maar onder die vrome taal zit vaak een harde redenering: als genezing niet komt, ligt het probleem niet bij de leer, maar bij jou.

Jij gelooft niet genoeg.

Jij spreekt verkeerd.

Jij laat twijfel toe.

Jij hebt nog blokkades.

Jij moet nog doorbraak hebben.

Zo wordt de zieke gelovige langzaam van troost beroofd. Eerst wordt hem genezing beloofd. Daarna wordt zijn uitblijvende genezing tegen hem gebruikt.

Dat is geen herderlijke zorg.

Dat is geestelijke drukverkoop.

Het kruis wordt kleiner gemaakt

Het tragische is dat deze leer vaak zegt het kruis groot te maken, maar het in werkelijkheid versmalt.

Want het kruis wordt dan vooral nuttig voor mijn directe behoefte: mijn lichaam, mijn pijn, mijn herstel, mijn doorbraak, mijn overwinning nu.

Maar het kruis van Christus is dieper dan dat.

Aan het kruis droeg Christus niet slechts tijdelijke gevolgen van de gebroken schepping. Hij droeg schuld. Hij droeg oordeel. Hij droeg zonde. Hij droeg wat ons werkelijk van God scheidde.

Een genezen lichaam dat nog onder de schuld staat, is niet gered.

Een gezond mens zonder verzoening is nog steeds verloren.

Maar een zieke gelovige die in Christus is, is verzoend met God, gerechtvaardigd, levend gemaakt en bestemd voor de heerlijkheid waarin ook het lichaam eenmaal verlost zal worden.

Dat is de Bijbelse volgorde.

Niet: nu al volledige lichamelijke gezondheid.

Maar: nu vergeving, nieuw leven en hoop; straks ook de verlossing van het lichaam.

De verlossing van het lichaam is toekomstig

De Bijbel ontkent het lichaam niet. Het christelijk geloof is geen zwevende zielenspiritualiteit. God heeft het lichaam geschapen. Christus is lichamelijk opgestaan. De gelovige verwacht de opstanding van het lichaam.

Maar zeker ook  daarom moeten we eerlijk zijn over de tijdlijn.

Paulus schrijft dat wij zuchten, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam. Die verlossing is dus nog toekomstig. Wij hebben de Geest als eersteling, maar wij leven nog in een lichaam dat sterft.

De schepping zucht nog.

Gelovigen zuchten nog.

Ook apostelen werden ziek, zwak, vervolgd en gedood.

Trofimus bleef ziek achter. Timotheüs had zijn maagklachten. Paulus droeg een doorn in het vlees. Epafroditus was de dood nabij geweest.

Blijkbaar leefden deze mannen niet in een systeem waarin elke ziekte eenvoudig geclaimd kon worden weg te zijn.

En juist dat maakt de moderne genezingsleer zo kunstmatig. Zij moet voortdurend teksten isoleren en voorbeelden wegduwen. Ze heeft een eigen logica nodig, omdat de Schrift zelf veel nuchterder spreekt.

God geneest soms, maar niet als claimrecht

Dat God soms lichamelijk geneest, is waar. Maar een gave van Gods barmhartigheid is iets anders dan een afdwingbaar recht.

Gebed om genezing is Bijbels.

Zorg voor zieken is Bijbels.

Zalving, voorbede, medeleven, praktische hulp: allemaal Bijbels.

Maar het claimen van genezing alsof Golgotha een automatische garantie heeft afgegeven voor lichamelijke gezondheid hier en nu, is iets anders.

Dat maakt van geloof een drukmiddel.

Van gebed een techniek.

Van het kruis een transactie.

Van ziekte een verdacht dossier.

En van de zieke een gelovige die blijkbaar ergens tekortschiet.

Dat is niet de geur van Christus. Dat is de rook van een systeem dat niet kan omgaan met lijden.

De echte genezing is groter dan de slogan

“Door Zijn striemen genezen” is geen zwakke tekst. Integendeel. Het is een machtige tekst.

Maar zij wordt zwak gemaakt wanneer men haar versmalt tot lichamelijke genezing.

Want wat is groter?

Dat een mens tijdelijk geneest en later alsnog sterft?

Of dat een zondaar wordt verzoend met God, uit de macht van de zonde wordt bevrijd, een nieuw leven ontvangt en eenmaal lichamelijk zal opstaan in heerlijkheid?

De Bijbel kiest voor het laatste.

De genezing van Jesaja 53 is niet minder dan lichamelijke genezing. Zij is dieper. Zij raakt de wortel. Niet alleen het symptoom van de gevallen wereld, maar de schuld van de gevallen mens.

Christus kwam niet slechts om ons tijdelijk comfortabeler door een stervende wereld te dragen. Hij kwam om zondaren te redden.

Dat is waarom Petrus schrijft dat Christus onze zonden droeg op het hout.

Dat is waarom hij spreekt over sterven aan de zonde en leven voor de gerechtigheid.

Dat is waarom “door Zijn striemen” niet eindigt bij een genezen rug, knie, prostaat of long, maar bij een verzoende zondaar die leeft voor God.

De puinhoop van verkeerde toepassing

De schade van deze verkeerde toepassing is niet theoretisch.

Wie ernstig ziek is en telkens hoort dat genezing al beschikbaar is, raakt gemakkelijk verstrikt in angst. Heb ik te weinig geloof? Heb ik verkeerd gebeden? Heb ik negatieve woorden uitgesproken? Zit er zonde in mijn leven? Houd ik mijn eigen wonder tegen?

Zo wordt een ziekbed een rechtbank.

Terwijl juist daar herderlijke troost nodig is.

Een zieke gelovige heeft geen geestelijke zweep nodig. Hij heeft Christus nodig. Niet als leverancier van een wonder op bestelling, maar als Zaligmaker, Hogepriester, Herder en Voorbidder.

Hij heeft geen podiumtaal nodig, maar Schriftuurlijke waarheid.

Geen applaus, maar nabijheid.

Geen valse zekerheid, maar vaste hoop.

Geen claimcultuur, maar genade.

Het Evangelie is beter dan de genezingsclaim

Het evangelie zegt niet: als je goed genoeg gelooft, word je nu altijd gezond.

Het evangelie zegt: Christus heeft zondaren liefgehad en Zichzelf voor hen gegeven.

Het evangelie zegt: uw schuld is gedragen.

Het evangelie zegt: er is vrede met God door het bloed van het kruis.

Het evangelie zegt: de dood heeft niet het laatste woord.

Het evangelie zegt: ook uw lichaam zal eenmaal verlost worden.

Dat is veel steviger dan de opgefokte taal van genezingsclaims. Want die claim stort in zodra het lichaam niet meewerkt. Maar het evangelie blijft staan, ook in het ziekenhuisbed. Ook na een slechte uitslag. Ook bij chronische pijn. Ook wanneer de genezing niet komt.

Christus is niet minder Zaligmaker wanneer het lichaam ziek blijft.

Zijn kruis is niet minder krachtig wanneer de scan slecht is.

Zijn genade is niet minder echt wanneer de pijn niet verdwijnt.

Terug naar de tekst

Jesaja 53:5 moet terug naar zijn eigen context Naar de lijdende Knecht. Naar schuld en verzoening. Naar de straf die vrede aanbrengt. Naar de Messias Die verwond werd om overtredingen en verbrijzeld om ongerechtigheden.

En 1 Petrus 2:24 moet serieus genomen worden als apostolische uitleg.

Daar ligt de kern.

Christus droeg onze zonden.

Wij zijn geroepen om aan de zonde te sterven.

Wij mogen leven voor de gerechtigheid.

Door Zijn striemen zijn wij genezen.

Niet omdat elke ziekte nu al verdwijnt.

Maar omdat de dodelijkste kwaal is aangepakt: onze zonde voor God.

De genezingsleer die Jesaja 53:5 gebruikt als garantie voor lichamelijk herstel klinkt misschien krachtig, maar zij is in werkelijkheid wankel. Zij belooft meer dan de tekst belooft en troost minder dan het evangelie troost.

Zij wijst de zieke naar zijn geloof.

De Schrift wijst de zondaar naar Christus.

En dat is precies het verschil.

Want uiteindelijk ligt onze zekerheid niet in de vraag of wij genezing genoeg kunnen claimen, maar in de Heere Jezus Christus Die werkelijk droeg wat ons van God scheidde.

Door Zijn striemen zijn wij genezen.

Niet goedkoop.

Niet oppervlakkig.

Niet als slogan voor een genezingscampagne.

Maar diep, werkelijk en eeuwig: van schuld, van dood, van slavernij aan de zonde

tot vrede met God en leven voor Hem.

zie ook:

genezing – Bijbelse basis

Is lichamelijke genezing inbegrepen in de verzoening?

Een vrome misvatting die niet zonder gevolgen blijft

Er zijn dwalingen die hard klinken en daardoor snel worden herkend.
Maar er zijn ook dwalingen die warm klinken, hoopvol klinken, liefdevol klinken , en daarom des te linker zijn.

Dit is er zo één:

“Lichamelijke genezing is inbegrepen in de verzoening.”

Het klinkt geestelijk.
Het klinkt gelovig.
Het klinkt alsof men Christus grootmaakt.

Maar in werkelijkheid kan deze claim het geweten van zieke gelovigen verzwaren, hun verdriet verdiepen, hun gebed vertroebelen en hun blik op (de verlossing in) Christus vervormen.

Want zodra men zegt of suggereert dat lichamelijke genezing in dezelfde zin in het kruis besloten ligt als vergeving van zonden, gebeurt er iets verwoestends. Dan wordt ziekte niet meer alleen een kruis van het huidige leven, maar ook een stille aanklacht. Dan komt er een tweede last bovenop de eerste. Dan lijdt een gelovige niet alleen aan pijn, uitputting, beperking of aftakeling, maar ook aan de knagende gedachte:

“Als Christus dit ook droeg, waarom ben ik dan nog ziek?”

En precies dáár begint het geestelijke gif zijn werk te doen.

Een leer die vroom klinkt en toch genadeloos uitpakt

De claim lijkt mooi:

Jezus droeg niet alleen zonde, maar ook ziekte; dus genezing hoort bij Golgotha.

Maar wat gebeurt er als die gedachte zich bij voorbeeld vastzet in het hart van een broeder met kanker?
In het lichaam van een zuster met chronische pijn?
In het leven van iemand die al jaren bidt, smeekt, huilt, hoopt en niet beter wordt?

Dan wordt het kruis niet langer alleen een bron van troost, maar ongemerkt ook een bron van verwarring. Van wanhoop.

Want dan rijst onvermijdelijk de vraag:

Ligt het aan mij?

Heb ik te weinig geloof?
Bid ik verkeerd?
Spreek ik verkeerd?
Twijfel ik te veel?
Houd ik iets tegen?
Mis ik overgave?
Is mijn geloof te klein voor wat Christus tot stand gebracht zou hebben?

Let heel goed op wat hier gebeurt.
De zieke krijgt er niet alleen een kwaal bij, maar bijna altijd ook een geestelijke verdenking.

Niet openlijk misschien.
Niet altijd in grove woorden.
Soms heel subtiel.
Soms verstopt achter vrome taal.
Maar de uitwerking is vaak dezelfde:

de zieke gaat niet alleen gebukt onder zijn ziekte, maar ook onder de vraag of hij zelf de reden is dat hij niet geneest.

Dat is slopend.
Dat is wreed.
Dat is géén herderlijke zorg.
Dat is een extra juk op iemand die al gebroken is.

Het evangelie wordt zo als een meetlat tegen de lijdende gebruikt

Wanneer vergeving wordt gepredikt, mag ook de zwakste gelovige rusten in Christus.
Wanneer rechtvaardiging wordt gepredikt, mag de verslagen zondaar zeggen:

mijn zaligheid rust niet op mijn gevoel, maar op Hem.

Maar zodra lichamelijke genezing op dezelfde manier in de verzoening wordt opgesloten verschuift alles.

Dan wordt het kruis van Christus uiteindelijk niet alleen de grond van redding, maar ook een soort toetssteen voor je lichamelijke toestand. Dan lijkt jouw aanhoudende ziekte ineens iets te zeggen over jouw geloofsleven. Dan wordt jouw niet-genezen lichaam bijna een probleem dat om verklaring vraagt.

En dan gebeurt het afschuwelijke:
de lijdende wordt niet alleen vertroost met Christus, maar ook heimelijk gemeten aan een claim.

Hij had genezen kunnen zijn.
Hij had genezen moeten zijn.
Dus waarom is hij het niet?

Dat hoeft niemand letterlijk zo te formuleren.
De gedachte ligt opgesloten in de leer zelf.

En daardoor wordt het Evangelie, dat juist de vermoeiden rust geeft ,een nieuwe bron van onrust.

Het kruis wordt een bron van twijfel.

Jesaja 53 wordt zo gebruikt om méér te zeggen dan God zegt

De fout zit niet alleen in de pastorale uitwerking.
De fout begint al eerder: bij de uitleg.

Want deze claim staat of valt meestal met een overbelasting van Jesaja 53. Dan worden woorden als “krankheden”, “smarten” en “door Zijn striemen is ons genezing geworden” zo naar voren gehaald dat men ervan maakt:

lichamelijke genezing ligt nu al als direct verzoeningsgoed voor iedere gelovige klaar.

Maar daarmee wordt de tekst zwaarder belast dan zij dragen kan.

Jesaja 53 is allereerst een hoofdstuk van schuld, overtreding, straf, plaatsvervanging en vrede met God. Het zwaartepunt ligt niet op een algemene belofte van lichamelijk herstel in het heden, maar op de lijdende Knecht die het oordeel draagt dat zondaren verdiend hebben.

Zodra men van Jesaja 53 maakt:

“Jezus droeg dus jouw huidige lichamelijke ziekte net zo rechtstreeks als jouw schuld”

dan wordt niet alleen een stap gezet, dan wordt een grens overschreden.

Dan maakt men van een verzoeningshoofdstuk een fundament voor een genezingsclaim die de tekst zelf zo niet neerlegt.

En daar gaat het scheef. Niet aan de rand, maar in het hart van de uitleg.

Men verwart de volle verwerving met de huidige uitdeling

Hier zit de leerstellige denkfout.

Ja, Christus heeft de volle verlossing verworven.
Ja, die verlossing omvat uiteindelijk ook het lichaam.
Ja, ziekte en dood zullen niet het laatste woord houden.

Maar daaruit volgt nog niet dat alles wat Christus verworven heeft, nu al in dezelfde vorm en met dezelfde directheid wordt uitgedeeld.

Dat zien we overal in de Schrift en in het leven zelf terug.

De dood is overwonnen en toch sterven gelovigen nog.
De schepping zal vrijgemaakt en nieuw worden en toch zucht zij nog.
Het lichaam zal verheerlijkt worden en toch is het nu nog onderworpen aan het verderf.
Gods kinderen zijn gekocht en toch zuchten zij nog onder zwakheid, pijn en vergankelijkheid.

Ja het kruis is de basis van de toekomstige volkomen verlossing.
Nee: je mag daar niet van maken dat lichamelijke genezing nu al op dezelfde wijze beloofd en gegarandeerd in de verzoening ligt als vergeving en rechtvaardiging.

Wie dat toch doet, trekt  Gods heilsorde uit elkaar.

De zieke wordt zo dubbel geslagen

Een zieke gelovige draagt vaak al meer dan de buitenwereld ziet.

Hij draagt de pijn zelf.
Hij draagt de vermoeidheid.
Hij draagt het verlies van kracht.
Hij draagt de beperkingen.
Hij draagt de eenzaamheid van een lichaam dat niet meer meewerkt.
Hij draagt het uitblijven van verbetering.
Hij draagt de ziekte na soms jarenlang gebed.

En dan komt dáár nog deze leer overheen.

Dan wordt de zieke ook nog opgescheept met een geloofsprobleem.
Niet alleen een kwaal, maar ook een raadsel.
Niet alleen verdriet, maar ook verdenking.
Niet alleen lijden, maar ook innerlijke beschuldiging.

Hij vraagt zich af:

Heb ik verkeerd geloofd?
Heb ik verkeerd gebeden?
Ben ik niet geestelijk genoeg?
Ben ik te weinig vol verwachting geweest?
Heb ik misschien zelf de deur dichtgehouden?

Zie je de valse hardheid hiervan?

De zieke die juist gedragen moet worden, wordt dan van binnen verder uitgehold.
De gewonde die troost nodig heeft, krijgt zout in de wond gestrooid.
De gelovige die rust moet vinden in Gods voorzienigheid wordt op zichzelf teruggeworpen

Dit is niet groot denken van Christus, maar scheef denken van Christus

Sommigen zullen zeggen: maar wij willen toch juist veel verwachten van de Heere? Wij willen toch niet klein denken van het kruis?

Maar dát is het punt niet.

Niemand zegt dat God niet kan genezen.
Niemand zegt dat wij niet vrijmoedig mogen bidden.
Niemand zegt dat de Heere geen wonderen doet.

De vraag is niet of God machtig is.
De vraag is wat Hij heeft beloofd.
De vraag is wat de Schrift hierover werkelijk zegt.
De vraag is of wij de zieke voeden met de waarheid of met opgeblazen verwachtingen.

Want groot denken van Christus is niet: méér claimen dan Hij beloofd heeft.
Groot denken van Christus is: buigen voor wat Hij werkelijk zegt, en daarin alles van Hem verwachten.

Wie een zieke laat geloven dat zijn lichamelijke genezing in dezelfde directe zin in Golgotha ligt als zijn vergeving, doet niet aan geloofsversterking. Hij zet die zieke op een glijdende helling van hoop, spanning, teleurstelling en zelfonderzoek zonder einde.

Dat is geen verheffing van Christus.
Dat is misbruik van Zijn kruis.

Wat mag een zieke gelovige dan wél horen?

Hij mag horen dat Christus zijn zonde droeg.
Hij mag horen dat zijn vrede met God niet afhangt van zijn gezondheid.
Hij mag horen dat zijn rechtvaardiging niet kleiner wordt door zijn zwakke lichaam.
Hij mag horen dat Gods liefde niet wordt afgemeten aan zijn genezing.
Hij mag horen dat zijn lijden geen bewijs is van een tekort in Christus.
Hij mag horen dat hij in zijn ziekte niet buiten Gods trouw valt.
Hij mag horen dat de volle verlossing zeker komt, ook voor het lichaam,  maar op Gods tijd en volgens Gods plan.

Dát is troost.
Dát is stevig.
Dát laat een zieke niet verdrinken in zichzelf, maar rusten in God.

En ja, hij mag ook horen dat wij voor genezing mogen bidden. Oprecht. Volhardend. Verwachtend. Maar zonder van die genezing een maatstaf van geloof, een claim of zelfs een eis, of een automatisch verzoeningsrecht te maken.

Waar de claim helemaal scheef gaat

Deze claim gaat scheef omdat zij:

de Schrift verder duwt dan de tekst toelaat,
de verzoening breder invult dan zij openlijk geopenbaard is,
de toekomstige volkomen verlossing verwart met de huidige uitdeling,
de zieke gelovige opzadelt met vragen die het Evangelie hem niet oplegt,
en de troost van het kruis vermengt met druk die het kruis zelf niet legt.

Dat is géén kleine vergissing.
Dat is een fundamentele ontsporing in toon, uitwerking en richting.

De uitspraak dat lichamelijke genezing in de verzoening is inbegrepen, lijkt misschien ruimhartig, geestelijk en vol geloof. Maar voor veel zieke gelovigen werkt zij als zout in de wond. Maakt het lijden niet lichter, maar zwaarder. Zij brengt niet hoop, maar spanning. Niet verwachting, maar schuld. Niet vertrouwen (=geloof) maar twijfel….

Laat het kruis het kruis blijven.
De plaats waar schuld wordt gedragen.
De plaats waar goddelozen met God verzoend worden.
De plaats waar de verloren mens zijn vrede vindt in een volkomen Zaligmaker.

Maar gebruik Golgotha niet als een wapen tegen zieken.
Maak van de striemen van Christus geen zweep voor gebroken gelovigen.

Leg op lijdende schouders geen last die de Heere Zelf daar niet op heeft gelegd.

Want een zieke gelovige heeft geen opgeblazen claim nodig.
Hij heeft waarheid nodig.
Hij heeft Genade nodig.
Hij heeft Christus nodig.
En Christus is al groot genoeg zonder deze vrome overdrijving.

lees ook:

Jesaja 53:5 genezing: waarom deze tekst niet over lichamelijke genezing gaat – Bijbelse basis

Genezing en wonderen: niet de norm, maar tijdgebonden – Bijbelse basis

Genezing en ziekte: wat zegt de Bijbel echt? – Bijbelse basis

“Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht” – Bijbelse basis

extern:

Is genezing in de verzoening begrepen? Ziekte en genezing in het licht van de Bijbel

Ieder kind van God zou in voorspoed moeten geloven

Genezing tijdens een gebedsdienst? „God werkt vooral via gewone medische mogelijkheden”

Geverifieerd door MonsterInsights