Door Zijn striemen genezen, waarvan?

Nog eens Jesaja 53:5 in de spotlight

Er zijn Bijbelteksten die steeds opnieuw worden losgescheurd uit hun verband. Jesaja 53:5 is daar een schrijnend voorbeeld van.

“Door Zijn striemen is ons genezing geworden.”

Voor veel mensen is dat een uitgemaakte zaak.

‘”Zie je wel”, zeggen ze, “lichamelijke genezing ligt vast in de verzoening. Christus heeft niet alleen onze zonden gedragen, maar ook onze ziekten. Dus wie ziek blijft, heeft iets nog niet begrepen. Of niet genoeg geloof. Of moet nog leren claimen wat zogenaamd al van hem is.”

Dat klinkt geestelijk.

Maar het kan verwoestend zijn.

Want zodra je van Jesaja 53:5 een algemeen principe maakt, leg je een last op zieke gelovigen die de Schrift zelf niet oplegt. Dan wordt het kruis niet langer verkondigd als de plaats waar Christus onze zonden droeg, maar als een soort hemelse zorgpolis die nu al lichamelijke gezondheid garandeert.

En als die gezondheid uitblijft?

Dan blijft de zieke achter met de rekening.

Niet alleen lichamelijk gebroken, maar ook geestelijk verdacht gemaakt.

claims op lichamelijke genezing

De vraag is niet of God kán genezen

Laten we daar eerlijk over zijn. God kán genezen. God heeft genezen. God geneest soms ook vandaag. Niemand die de Schrift serieus neemt, hoeft dat te ontkennen.

Maar dat is niet de vraag.

De vraag is: leert Jesaja 53:5 dat iedere gelovige op grond van het kruis recht heeft op lichamelijke genezing hier en nu?

Dat is iets heel anders.

De Bijbel vraagt niet of wij groot genoeg durven geloven. De Bijbel vraagt of wij de tekst recht snijden.

En daar gaat het vaak mis.

Jesaja 53 wordt dan behandeld alsof het een losse troefkaart is. Een geestelijke tegoedbon. Een vers dat je kunt pakken, claimen, uitspreken en toepassen op elke ziekte.

Maar Jesaja 53 is geen toverformule tegen kanker, artrose, depressie, hersenletsel of chronische pijn.

Jesaja 53 is het diepe hoofdstuk over de lijdende Knecht des HEEREN Die de zonde van velen draagt.

Waar gaat Jesaja 53 eigenlijk over?

De lijn van Jesaja 53 is niet onduidelijk.

De Knecht wordt veracht.

Hij wordt verworpen.

Hij draagt smarten.

Hij wordt verwond om overtredingen.

Hij wordt verbrijzeld om ongerechtigheden.

De straf die vrede aanbrengt, is op Hem.

Het hele hoofdstuk ademt plaatsvervanging, schuld, oordeel, verzoening en vrede met God.

Dat is de bedding van de tekst. Niet een genezingsdienst. Niet een podium met applaus. Niet een rij mensen die naar voren moeten komen om hun wonder te ontvangen.

Het gaat over de Messias Die onder het oordeel gaat staan dat zondaren verdiend hebben.

Daarom is het zo ernstig wanneer men uitgerekend dit hoofdstuk gebruikt om zieke mensen onder druk te zetten. De blik wordt verschoven van schuld naar symptoom, van zonde naar ziekte, van verzoening naar lichamelijk herstel.

Maar Jesaja 53 zegt niet: door Zijn striemen is elke kwaal nu al verdwenen.

Jesaja 53 zegt: door Zijn lijden wordt de kloof tussen God en zondaren overbrugd.

Dat is geen kleine genezing. Dat is de grootste genezing die er bestaat.

Petrus legt Jesaja 53 uit

Wie wil weten hoe “door Zijn striemen genezen” moet worden verstaan, hoeft niet te gissen. Het Nieuwe Testament past deze tekst zelf toe.

Petrus schrijft:

“Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.”
1 Petrus 2:24 (STV)

Let op de woorden.

Niet: opdat wij altijd gezond zouden zijn.

Niet: opdat wij geen lichamelijke kwalen meer zouden dragen.

Niet: opdat elke ziekte nu al moet wijken.

Maar:

opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden.

Petrus zet de genezing rechtstreeks in verband met zonde en gerechtigheid. Met sterven aan de zonde en leven voor God. Met verzoening en heiliging. Met bevrijding uit de macht van de zonde.

Dat is geen bijzaak. Dat is de apostolische uitleg.

Wie Jesaja 53 gebruikt om gegarandeerde lichamelijke genezing te beloven, moet langs Petrus heen. En dat is geen kleine exegetische vergissing. Dat is het negeren van de uitleg die de Heilige Geest Zelf in het Nieuwe Testament geeft.

Het gevaar

De moderne genezingsclaim klinkt vaak aantrekkelijk omdat zij direct aansluit bij ons verlangen. Niemand wil ziek zijn. Niemand wil pijn. Niemand wil aftakeling, scans, uitslagen, behandelingen, beperkingen of uitbehandeld zijn.

Juist daarom is deze leer zo gevaarlijk.

Zij grijpt mensen op hun kwetsbaarste punt.

Ze zegt: Christus heeft het al voor je gekocht. Je hoeft het alleen nog te ontvangen. Ziekte hoort niet bij jou. Spreek het uit. Claim het. Wijs het af. Laat je niet beroven.

Maar onder die vrome taal zit vaak een harde redenering: als genezing niet komt, ligt het probleem niet bij de leer, maar bij jou.

Jij gelooft niet genoeg.

Jij spreekt verkeerd.

Jij laat twijfel toe.

Jij hebt nog blokkades.

Jij moet nog doorbraak hebben.

Zo wordt de zieke gelovige langzaam van troost beroofd. Eerst wordt hem genezing beloofd. Daarna wordt zijn uitblijvende genezing tegen hem gebruikt.

Dat is geen herderlijke zorg.

Dat is geestelijke drukverkoop.

Het kruis wordt kleiner gemaakt

Het tragische is dat deze leer vaak zegt het kruis groot te maken, maar het in werkelijkheid versmalt.

Want het kruis wordt dan vooral nuttig voor mijn directe behoefte: mijn lichaam, mijn pijn, mijn herstel, mijn doorbraak, mijn overwinning nu.

Maar het kruis van Christus is dieper dan dat.

Aan het kruis droeg Christus niet slechts tijdelijke gevolgen van de gebroken schepping. Hij droeg schuld. Hij droeg oordeel. Hij droeg zonde. Hij droeg wat ons werkelijk van God scheidde.

Een genezen lichaam dat nog onder de schuld staat, is niet gered.

Een gezond mens zonder verzoening is nog steeds verloren.

Maar een zieke gelovige die in Christus is, is verzoend met God, gerechtvaardigd, levend gemaakt en bestemd voor de heerlijkheid waarin ook het lichaam eenmaal verlost zal worden.

Dat is de Bijbelse volgorde.

Niet: nu al volledige lichamelijke gezondheid.

Maar: nu vergeving, nieuw leven en hoop; straks ook de verlossing van het lichaam.

De verlossing van het lichaam is toekomstig

De Bijbel ontkent het lichaam niet. Het christelijk geloof is geen zwevende zielenspiritualiteit. God heeft het lichaam geschapen. Christus is lichamelijk opgestaan. De gelovige verwacht de opstanding van het lichaam.

Maar zeker ook  daarom moeten we eerlijk zijn over de tijdlijn.

Paulus schrijft dat wij zuchten, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam. Die verlossing is dus nog toekomstig. Wij hebben de Geest als eersteling, maar wij leven nog in een lichaam dat sterft.

De schepping zucht nog.

Gelovigen zuchten nog.

Ook apostelen werden ziek, zwak, vervolgd en gedood.

Trofimus bleef ziek achter. Timotheüs had zijn maagklachten. Paulus droeg een doorn in het vlees. Epafroditus was de dood nabij geweest.

Blijkbaar leefden deze mannen niet in een systeem waarin elke ziekte eenvoudig geclaimd kon worden weg te zijn.

En juist dat maakt de moderne genezingsleer zo kunstmatig. Zij moet voortdurend teksten isoleren en voorbeelden wegduwen. Ze heeft een eigen logica nodig, omdat de Schrift zelf veel nuchterder spreekt.

God geneest soms, maar niet als claimrecht

Dat God soms lichamelijk geneest, is waar. Maar een gave van Gods barmhartigheid is iets anders dan een afdwingbaar recht.

Gebed om genezing is Bijbels.

Zorg voor zieken is Bijbels.

Zalving, voorbede, medeleven, praktische hulp: allemaal Bijbels.

Maar het claimen van genezing alsof Golgotha een automatische garantie heeft afgegeven voor lichamelijke gezondheid hier en nu, is iets anders.

Dat maakt van geloof een drukmiddel.

Van gebed een techniek.

Van het kruis een transactie.

Van ziekte een verdacht dossier.

En van de zieke een gelovige die blijkbaar ergens tekortschiet.

Dat is niet de geur van Christus. Dat is de rook van een systeem dat niet kan omgaan met lijden.

De echte genezing is groter dan de slogan

“Door Zijn striemen genezen” is geen zwakke tekst. Integendeel. Het is een machtige tekst.

Maar zij wordt zwak gemaakt wanneer men haar versmalt tot lichamelijke genezing.

Want wat is groter?

Dat een mens tijdelijk geneest en later alsnog sterft?

Of dat een zondaar wordt verzoend met God, uit de macht van de zonde wordt bevrijd, een nieuw leven ontvangt en eenmaal lichamelijk zal opstaan in heerlijkheid?

De Bijbel kiest voor het laatste.

De genezing van Jesaja 53 is niet minder dan lichamelijke genezing. Zij is dieper. Zij raakt de wortel. Niet alleen het symptoom van de gevallen wereld, maar de schuld van de gevallen mens.

Christus kwam niet slechts om ons tijdelijk comfortabeler door een stervende wereld te dragen. Hij kwam om zondaren te redden.

Dat is waarom Petrus schrijft dat Christus onze zonden droeg op het hout.

Dat is waarom hij spreekt over sterven aan de zonde en leven voor de gerechtigheid.

Dat is waarom “door Zijn striemen” niet eindigt bij een genezen rug, knie, prostaat of long, maar bij een verzoende zondaar die leeft voor God.

De puinhoop van verkeerde toepassing

De schade van deze verkeerde toepassing is niet theoretisch.

Wie ernstig ziek is en telkens hoort dat genezing al beschikbaar is, raakt gemakkelijk verstrikt in angst. Heb ik te weinig geloof? Heb ik verkeerd gebeden? Heb ik negatieve woorden uitgesproken? Zit er zonde in mijn leven? Houd ik mijn eigen wonder tegen?

Zo wordt een ziekbed een rechtbank.

Terwijl juist daar herderlijke troost nodig is.

Een zieke gelovige heeft geen geestelijke zweep nodig. Hij heeft Christus nodig. Niet als leverancier van een wonder op bestelling, maar als Zaligmaker, Hogepriester, Herder en Voorbidder.

Hij heeft geen podiumtaal nodig, maar Schriftuurlijke waarheid.

Geen applaus, maar nabijheid.

Geen valse zekerheid, maar vaste hoop.

Geen claimcultuur, maar genade.

Het Evangelie is beter dan de genezingsclaim

Het evangelie zegt niet: als je goed genoeg gelooft, word je nu altijd gezond.

Het evangelie zegt: Christus heeft zondaren liefgehad en Zichzelf voor hen gegeven.

Het evangelie zegt: uw schuld is gedragen.

Het evangelie zegt: er is vrede met God door het bloed van het kruis.

Het evangelie zegt: de dood heeft niet het laatste woord.

Het evangelie zegt: ook uw lichaam zal eenmaal verlost worden.

Dat is veel steviger dan de opgefokte taal van genezingsclaims. Want die claim stort in zodra het lichaam niet meewerkt. Maar het evangelie blijft staan, ook in het ziekenhuisbed. Ook na een slechte uitslag. Ook bij chronische pijn. Ook wanneer de genezing niet komt.

Christus is niet minder Zaligmaker wanneer het lichaam ziek blijft.

Zijn kruis is niet minder krachtig wanneer de scan slecht is.

Zijn genade is niet minder echt wanneer de pijn niet verdwijnt.

Terug naar de tekst

Jesaja 53:5 moet terug naar zijn eigen context Naar de lijdende Knecht. Naar schuld en verzoening. Naar de straf die vrede aanbrengt. Naar de Messias Die verwond werd om overtredingen en verbrijzeld om ongerechtigheden.

En 1 Petrus 2:24 moet serieus genomen worden als apostolische uitleg.

Daar ligt de kern.

Christus droeg onze zonden.

Wij zijn geroepen om aan de zonde te sterven.

Wij mogen leven voor de gerechtigheid.

Door Zijn striemen zijn wij genezen.

Niet omdat elke ziekte nu al verdwijnt.

Maar omdat de dodelijkste kwaal is aangepakt: onze zonde voor God.

De genezingsleer die Jesaja 53:5 gebruikt als garantie voor lichamelijk herstel klinkt misschien krachtig, maar zij is in werkelijkheid wankel. Zij belooft meer dan de tekst belooft en troost minder dan het evangelie troost.

Zij wijst de zieke naar zijn geloof.

De Schrift wijst de zondaar naar Christus.

En dat is precies het verschil.

Want uiteindelijk ligt onze zekerheid niet in de vraag of wij genezing genoeg kunnen claimen, maar in de Heere Jezus Christus Die werkelijk droeg wat ons van God scheidde.

Door Zijn striemen zijn wij genezen.

Niet goedkoop.

Niet oppervlakkig.

Niet als slogan voor een genezingscampagne.

Maar diep, werkelijk en eeuwig: van schuld, van dood, van slavernij aan de zonde

tot vrede met God en leven voor Hem.

zie ook:

genezing – Bijbelse basis

Is lichamelijke genezing inbegrepen in de verzoening?

Een vrome misvatting die niet zonder gevolgen blijft

Er zijn dwalingen die hard klinken en daardoor snel worden herkend.
Maar er zijn ook dwalingen die warm klinken, hoopvol klinken, liefdevol klinken , en daarom des te linker zijn.

Dit is er zo één:

“Lichamelijke genezing is inbegrepen in de verzoening.”

Het klinkt geestelijk.
Het klinkt gelovig.
Het klinkt alsof men Christus grootmaakt.

Maar in werkelijkheid kan deze claim het geweten van zieke gelovigen verzwaren, hun verdriet verdiepen, hun gebed vertroebelen en hun blik op (de verlossing in) Christus vervormen.

Want zodra men zegt of suggereert dat lichamelijke genezing in dezelfde zin in het kruis besloten ligt als vergeving van zonden, gebeurt er iets verwoestends. Dan wordt ziekte niet meer alleen een kruis van het huidige leven, maar ook een stille aanklacht. Dan komt er een tweede last bovenop de eerste. Dan lijdt een gelovige niet alleen aan pijn, uitputting, beperking of aftakeling, maar ook aan de knagende gedachte:

“Als Christus dit ook droeg, waarom ben ik dan nog ziek?”

En precies dáár begint het geestelijke gif zijn werk te doen.

Een leer die vroom klinkt en toch genadeloos uitpakt

De claim lijkt mooi:

Jezus droeg niet alleen zonde, maar ook ziekte; dus genezing hoort bij Golgotha.

Maar wat gebeurt er als die gedachte zich bij voorbeeld vastzet in het hart van een broeder met kanker?
In het lichaam van een zuster met chronische pijn?
In het leven van iemand die al jaren bidt, smeekt, huilt, hoopt en niet beter wordt?

Dan wordt het kruis niet langer alleen een bron van troost, maar ongemerkt ook een bron van verwarring. Van wanhoop.

Want dan rijst onvermijdelijk de vraag:

Ligt het aan mij?

Heb ik te weinig geloof?
Bid ik verkeerd?
Spreek ik verkeerd?
Twijfel ik te veel?
Houd ik iets tegen?
Mis ik overgave?
Is mijn geloof te klein voor wat Christus tot stand gebracht zou hebben?

Let heel goed op wat hier gebeurt.
De zieke krijgt er niet alleen een kwaal bij, maar bijna altijd ook een geestelijke verdenking.

Niet openlijk misschien.
Niet altijd in grove woorden.
Soms heel subtiel.
Soms verstopt achter vrome taal.
Maar de uitwerking is vaak dezelfde:

de zieke gaat niet alleen gebukt onder zijn ziekte, maar ook onder de vraag of hij zelf de reden is dat hij niet geneest.

Dat is slopend.
Dat is wreed.
Dat is géén herderlijke zorg.
Dat is een extra juk op iemand die al gebroken is.

Het evangelie wordt zo als een meetlat tegen de lijdende gebruikt

Wanneer vergeving wordt gepredikt, mag ook de zwakste gelovige rusten in Christus.
Wanneer rechtvaardiging wordt gepredikt, mag de verslagen zondaar zeggen:

mijn zaligheid rust niet op mijn gevoel, maar op Hem.

Maar zodra lichamelijke genezing op dezelfde manier in de verzoening wordt opgesloten verschuift alles.

Dan wordt het kruis van Christus uiteindelijk niet alleen de grond van redding, maar ook een soort toetssteen voor je lichamelijke toestand. Dan lijkt jouw aanhoudende ziekte ineens iets te zeggen over jouw geloofsleven. Dan wordt jouw niet-genezen lichaam bijna een probleem dat om verklaring vraagt.

En dan gebeurt het afschuwelijke:
de lijdende wordt niet alleen vertroost met Christus, maar ook heimelijk gemeten aan een claim.

Hij had genezen kunnen zijn.
Hij had genezen moeten zijn.
Dus waarom is hij het niet?

Dat hoeft niemand letterlijk zo te formuleren.
De gedachte ligt opgesloten in de leer zelf.

En daardoor wordt het Evangelie, dat juist de vermoeiden rust geeft ,een nieuwe bron van onrust.

Het kruis wordt een bron van twijfel.

Jesaja 53 wordt zo gebruikt om méér te zeggen dan God zegt

De fout zit niet alleen in de pastorale uitwerking.
De fout begint al eerder: bij de uitleg.

Want deze claim staat of valt meestal met een overbelasting van Jesaja 53. Dan worden woorden als “krankheden”, “smarten” en “door Zijn striemen is ons genezing geworden” zo naar voren gehaald dat men ervan maakt:

lichamelijke genezing ligt nu al als direct verzoeningsgoed voor iedere gelovige klaar.

Maar daarmee wordt de tekst zwaarder belast dan zij dragen kan.

Jesaja 53 is allereerst een hoofdstuk van schuld, overtreding, straf, plaatsvervanging en vrede met God. Het zwaartepunt ligt niet op een algemene belofte van lichamelijk herstel in het heden, maar op de lijdende Knecht die het oordeel draagt dat zondaren verdiend hebben.

Zodra men van Jesaja 53 maakt:

“Jezus droeg dus jouw huidige lichamelijke ziekte net zo rechtstreeks als jouw schuld”

dan wordt niet alleen een stap gezet, dan wordt een grens overschreden.

Dan maakt men van een verzoeningshoofdstuk een fundament voor een genezingsclaim die de tekst zelf zo niet neerlegt.

En daar gaat het scheef. Niet aan de rand, maar in het hart van de uitleg.

Men verwart de volle verwerving met de huidige uitdeling

Hier zit de leerstellige denkfout.

Ja, Christus heeft de volle verlossing verworven.
Ja, die verlossing omvat uiteindelijk ook het lichaam.
Ja, ziekte en dood zullen niet het laatste woord houden.

Maar daaruit volgt nog niet dat alles wat Christus verworven heeft, nu al in dezelfde vorm en met dezelfde directheid wordt uitgedeeld.

Dat zien we overal in de Schrift en in het leven zelf terug.

De dood is overwonnen en toch sterven gelovigen nog.
De schepping zal vrijgemaakt en nieuw worden en toch zucht zij nog.
Het lichaam zal verheerlijkt worden en toch is het nu nog onderworpen aan het verderf.
Gods kinderen zijn gekocht en toch zuchten zij nog onder zwakheid, pijn en vergankelijkheid.

Ja het kruis is de basis van de toekomstige volkomen verlossing.
Nee: je mag daar niet van maken dat lichamelijke genezing nu al op dezelfde wijze beloofd en gegarandeerd in de verzoening ligt als vergeving en rechtvaardiging.

Wie dat toch doet, trekt  Gods heilsorde uit elkaar.

De zieke wordt zo dubbel geslagen

Een zieke gelovige draagt vaak al meer dan de buitenwereld ziet.

Hij draagt de pijn zelf.
Hij draagt de vermoeidheid.
Hij draagt het verlies van kracht.
Hij draagt de beperkingen.
Hij draagt de eenzaamheid van een lichaam dat niet meer meewerkt.
Hij draagt het uitblijven van verbetering.
Hij draagt de ziekte na soms jarenlang gebed.

En dan komt dáár nog deze leer overheen.

Dan wordt de zieke ook nog opgescheept met een geloofsprobleem.
Niet alleen een kwaal, maar ook een raadsel.
Niet alleen verdriet, maar ook verdenking.
Niet alleen lijden, maar ook innerlijke beschuldiging.

Hij vraagt zich af:

Heb ik verkeerd geloofd?
Heb ik verkeerd gebeden?
Ben ik niet geestelijk genoeg?
Ben ik te weinig vol verwachting geweest?
Heb ik misschien zelf de deur dichtgehouden?

Zie je de valse hardheid hiervan?

De zieke die juist gedragen moet worden, wordt dan van binnen verder uitgehold.
De gewonde die troost nodig heeft, krijgt zout in de wond gestrooid.
De gelovige die rust moet vinden in Gods voorzienigheid wordt op zichzelf teruggeworpen

Dit is niet groot denken van Christus, maar scheef denken van Christus

Sommigen zullen zeggen: maar wij willen toch juist veel verwachten van de Heere? Wij willen toch niet klein denken van het kruis?

Maar dát is het punt niet.

Niemand zegt dat God niet kan genezen.
Niemand zegt dat wij niet vrijmoedig mogen bidden.
Niemand zegt dat de Heere geen wonderen doet.

De vraag is niet of God machtig is.
De vraag is wat Hij heeft beloofd.
De vraag is wat de Schrift hierover werkelijk zegt.
De vraag is of wij de zieke voeden met de waarheid of met opgeblazen verwachtingen.

Want groot denken van Christus is niet: méér claimen dan Hij beloofd heeft.
Groot denken van Christus is: buigen voor wat Hij werkelijk zegt, en daarin alles van Hem verwachten.

Wie een zieke laat geloven dat zijn lichamelijke genezing in dezelfde directe zin in Golgotha ligt als zijn vergeving, doet niet aan geloofsversterking. Hij zet die zieke op een glijdende helling van hoop, spanning, teleurstelling en zelfonderzoek zonder einde.

Dat is geen verheffing van Christus.
Dat is misbruik van Zijn kruis.

Wat mag een zieke gelovige dan wél horen?

Hij mag horen dat Christus zijn zonde droeg.
Hij mag horen dat zijn vrede met God niet afhangt van zijn gezondheid.
Hij mag horen dat zijn rechtvaardiging niet kleiner wordt door zijn zwakke lichaam.
Hij mag horen dat Gods liefde niet wordt afgemeten aan zijn genezing.
Hij mag horen dat zijn lijden geen bewijs is van een tekort in Christus.
Hij mag horen dat hij in zijn ziekte niet buiten Gods trouw valt.
Hij mag horen dat de volle verlossing zeker komt, ook voor het lichaam,  maar op Gods tijd en volgens Gods plan.

Dát is troost.
Dát is stevig.
Dát laat een zieke niet verdrinken in zichzelf, maar rusten in God.

En ja, hij mag ook horen dat wij voor genezing mogen bidden. Oprecht. Volhardend. Verwachtend. Maar zonder van die genezing een maatstaf van geloof, een claim of zelfs een eis, of een automatisch verzoeningsrecht te maken.

Waar de claim helemaal scheef gaat

Deze claim gaat scheef omdat zij:

de Schrift verder duwt dan de tekst toelaat,
de verzoening breder invult dan zij openlijk geopenbaard is,
de toekomstige volkomen verlossing verwart met de huidige uitdeling,
de zieke gelovige opzadelt met vragen die het Evangelie hem niet oplegt,
en de troost van het kruis vermengt met druk die het kruis zelf niet legt.

Dat is géén kleine vergissing.
Dat is een fundamentele ontsporing in toon, uitwerking en richting.

De uitspraak dat lichamelijke genezing in de verzoening is inbegrepen, lijkt misschien ruimhartig, geestelijk en vol geloof. Maar voor veel zieke gelovigen werkt zij als zout in de wond. Maakt het lijden niet lichter, maar zwaarder. Zij brengt niet hoop, maar spanning. Niet verwachting, maar schuld. Niet vertrouwen (=geloof) maar twijfel….

Laat het kruis het kruis blijven.
De plaats waar schuld wordt gedragen.
De plaats waar goddelozen met God verzoend worden.
De plaats waar de verloren mens zijn vrede vindt in een volkomen Zaligmaker.

Maar gebruik Golgotha niet als een wapen tegen zieken.
Maak van de striemen van Christus geen zweep voor gebroken gelovigen.

Leg op lijdende schouders geen last die de Heere Zelf daar niet op heeft gelegd.

Want een zieke gelovige heeft geen opgeblazen claim nodig.
Hij heeft waarheid nodig.
Hij heeft Genade nodig.
Hij heeft Christus nodig.
En Christus is al groot genoeg zonder deze vrome overdrijving.

lees ook:

Jesaja 53:5 genezing: waarom deze tekst niet over lichamelijke genezing gaat – Bijbelse basis

Genezing en wonderen: niet de norm, maar tijdgebonden – Bijbelse basis

Genezing en ziekte: wat zegt de Bijbel echt? – Bijbelse basis

“Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht” – Bijbelse basis

extern:

Is genezing in de verzoening begrepen? Ziekte en genezing in het licht van de Bijbel

Ieder kind van God zou in voorspoed moeten geloven

Genezing tijdens een gebedsdienst? „God werkt vooral via gewone medische mogelijkheden”

Moderne claims op lichamelijke genezing: Bijbels of misleidend?

Een Bijbelse toetsing van moderne genezingsleer, claimtaal en de druk die deze op zieken legt

Veel moderne claims op lichamelijke genezing beloven meer dan de Schrift belooft. Dit artikel toetst moderne genezingsleer Bijbels en laat zien hoe geloof, lijden en hoop in het Nieuwe Testament werkelijk worden neergezet. De claims klinken krachtig, maar juist daar schuilt het gevaar: veel van wat vandaag als geloof wordt verkocht, gaat veel verder dan de Schrift.

Moderne claims op lichamelijke genezing winnen terrein in evangelische en charismatische kringen. Er wordt gesproken over doorbraak, activatie, proclamatie, verwachting en het “pakken” van genezing. Zulke taal klinkt voor velen krachtig en geestelijk. Toch is de vraag niet hoe indrukwekkend het klinkt, maar of het Bijbels is. En juist daar wringt het. Want veel moderne claims op lichamelijke genezing gaan verder dan de Schrift gaat. Zij beloven wat God niet algemeen heeft beloofd, en leggen lasten op zieken die de Heere nergens zo oplegt.

claims op lichamelijke genezing

 

Wat ik bedoel met moderne claims op lichamelijke genezing

Moderne claims op lichamelijke genezing omvatten het idee dat een gelovige lichamelijke genezing hier en nu in beginsel mag opeisen als een vast recht. Vaak hoort daar een hele manier van spreken bij: claim je herstel, spreek genezing uit, verklaar dat het weg is, ontvang het in geloof, loop erin, laat het niet los. De onderliggende gedachte is meestal dat genezing voor iedere gelovige direct beschikbaar is, en dat geloof de sleutel is om dat zichtbaar te maken.

Daarmee verandert geloof ongemerkt van vertrouwen op God in een soort geestelijke techniek. En juist dat is gevaarlijk. Want zodra genezing uitblijft, verschuift de aandacht bijna vanzelf naar de zieke zelf. Dan heet het dat er te weinig geloof was, dat er blokkades zijn, dat iemand verkeerd sprak, niet goed ontving of innerlijk niet vrij was. Zo wordt niet alleen de ziekte zwaar, maar ook de geestelijke druk ondraaglijk.

 

Waarom moderne genezingsclaims niet Bijbels zijn

De Schrift leert nergens dat iedere gelovige lichamelijke genezing nu kan claimen als een afdwingbaar recht. De Bijbel leert wel dat God kan genezen. De Bijbel leert ook dat wij mogen bidden, smeken en onze nood aan Hem bekendmaken. Maar dat is iets anders dan een genezingsrecht opeisen.

Paulus zelf is daar een vernietigend voorbeeld tegen. Hij bad om bevrijding van zijn doorn in het vlees, maar kreeg niet te horen dat hij harder moest geloven. Hij kreeg te horen:

“Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht” (2 Korinthe 12:9, STV).

Dat ene woord snijdt door veel moderne genezingsretoriek heen. Want hier blijft zwakheid bestaan, niet omdat Paulus geestelijk tekortschiet, maar omdat Christus Zijn kracht juist daarin verheerlijkt.

Ook Timotheüs krijgt geen oproep om zijn genezing te claimen. Paulus schrijft hem eenvoudig:

“Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden” (1 Timotheüs 5:23, STV).

Dat is opmerkelijk nuchter. Geen podium, geen hype, geen massale genezingsdienst. Gewoon pastorale zorg in de werkelijkheid van lichamelijke zwakheid.

Daar komt nog bij dat Paulus zegt:

“Erastus is te Korinthe gebleven; en Trofimus heb ik te Milete krank gelaten” (2 Timotheüs 4:20, STV).

Ook dat vers is veelzeggend. Ziekte bleef soms gewoon aanwezig, zelfs in de kring van de apostel. Dat alleen al maakt korte metten met de gedachte dat ware geestelijkheid automatisch tot lichamelijk herstel leidt.

 

Lichamelijke genezing claimen is iets anders dan bidden

Dat onderscheid is wezenlijk. De Schrift leert afhankelijk bidden. De moderne genezingscultuur leert vaak sturend spreken. De Schrift leert smeken. De moderne claims op lichamelijke genezing leren vaak activeren. De Schrift leert de mens knielen voor God. Moderne genezingsretoriek leert de mens soms bijna geestelijk regie voeren.

Jakobus zegt:

“Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der Gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in den Naam des Heeren” (Jakobus 5:14, STV).

Daar staat gebed, afhankelijkheid en zorg. Daar staat geen religieuze prestatie. Daar staat geen formule. Daar staat geen podiumtaal. Daar staat geen psychologische druk om iets te moeten voelen of onmiddellijk te moeten tonen.

Veel moderne genezingsclaims voegen aan dit eenvoudige Bijbelse patroon een hele wereld van sfeer, taal en verwachting toe die de tekst zelf niet geeft.

En dat is precies het probleem. De mens vult in wat God niet heeft gezegd.

 

Wat zegt het Nieuwe Testament over ziekte en zwakheid

Het Nieuwe Testament is veel realistischer dan moderne genezingsbewegingen. Het kent gebrokenheid, zwakheid, lijden en sterfelijkheid ook in het leven van gelovigen. Epafroditus was volgens Paulus “ook krank geweest tot nabij den dood” (Filippenzen 2:27, STV). Dat is geen randverschijnsel. Dat is de werkelijkheid van een gelovige broeder.

En Paulus zegt over alle gelovigen:

“wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams” (Romeinen 8:23, STV).

Let op dat laatste: de verlossing van ons lichaam wordt verwacht. Die ligt in haar vervulling nog vóór ons. Dát is de Bijbelse spanning. De zaligheid is werkelijk, maar nog niet in haar volkomen lichamelijke openbaring. Wie van het Evangelie een directe garantie op lichamelijk herstel maakt, trekt de toekomst naar het heden op een manier die de Schrift niet doet.

 

Waarom moderne genezingsleer het Evangelie verschuift

Hier ligt het diepste gevaar van moderne claims op lichamelijke genezing. Het gaat uiteindelijk niet alleen mis in de leer over ziekte, maar in de toon van het Evangelie zelf. Het zwaartepunt verschuift. Niet meer Christus en Zijn volbrachte werk staan centraal, maar de vraag of iemand geneest. Niet meer geloof als rusten in Gods Woord, maar geloof als middel om zichtbaar resultaat af te dwingen. Niet meer verzoening met God krijgt de eerste plaats, maar symptoombestrijding.

Daardoor verandert ook de omgang met lijden. In plaats van dat de lijdende gelovige getroost wordt in Christus, wordt hij vaak onderzocht op verborgen oorzaken waarom het wonder uitblijft. Dat is bikkelhard. Dat is geestelijk beschadigend. En dat staat haaks op de pastorale toon van het Nieuwe Testament.

Waar de Schrift de zwakke naar Christus drijft, drijft de moderne genezingscultuur hem vaak terug naar zichzelf. Heb ik genoeg geloof? Spreek ik wel goed? Sta ik wel open? Blokkeer ik iets? Dan wordt de zieke niet bevrijd, maar gevangen gezet in zelfonderzoek en teleurstelling.

 

De wonderen van Christus waren geen format voor een moderne genezingsindustrie

De wonderen van de Heere Jezus waren tekenen van Zijn Persoon, macht en Messiaanse heerlijkheid. Zij bewezen wie Hij is. Zij waren geen handleiding voor een moderne bedieningscultuur waarin telkens opnieuw bewezen moet worden dat God “nu iets doet”. Christus genas met goddelijke volmacht. Zijn wonderen stonden in directe relatie tot Zijn unieke Persoon en zending.

Dat onderscheid wordt vandaag vaak vervaagd. Dan gaat men doen alsof de bediening van Christus simpelweg reproduceerbaar is door de juiste mix van geloof, verwachting en spreken. Maar de Schrift behandelt de wonderen van de Heere Jezus niet als een model voor religieuze productie. Zij openbaren Hem als de Christus.

 

Wat is dan wel de Bijbelse weg

De Bijbelse weg is niet ongeloof. De Bijbelse weg is ook niet koud verstandelijk. De gelovige mag bidden om genezing. De gelovige mag smeken om ontferming. De gelovige mag alle lichamelijke nood voor Gods aangezicht brengen. God is machtig om te genezen.

Maar de Bijbelse weg is wel een weg van afhankelijkheid. Niet claimen, maar bidden. Niet forceren, maar vertrouwen. Niet manipuleren, maar hopen. Niet eisen, maar vragen. En ook wanneer genezing uitblijft, houdt Christus niet op genoeg te zijn.

“Mijn genade is u genoeg” (2 Korinthe 12:9, STV)

is geen armoedig alternatief voor genezing. Het is de triomf van Gods genade in een nog sterfelijk lichaam.

 

Het pastorale gevaar van moderne claims op lichamelijke genezing

Moderne claims op lichamelijke genezing klinken soms alsof zij de zieke mens willen helpen, maar in de praktijk richten zij vaak schade aan. Want wie hoge verwachtingen opbouwt die God niet heeft beloofd, zaait bijna onvermijdelijk teleurstelling. En wie vervolgens de oorzaak van uitblijvend herstel bij de zieke legt, handelt wreed.

Dan wordt een lijdende broeder of zuster niet gedragen, maar beoordeeld. Niet vertroost, maar bevraagd. Niet gewezen op Christus, maar op zichzelf teruggeworpen. Dat is geestelijk zwaar en leerstellig scheef. Juist in het lijden moet de gemeente een plaats van waarheid, gebed, bewogenheid en nuchterheid zijn.

Moderne claims op lichamelijke genezing klinken indrukwekkend, maar zij gaan vaak verder dan de Schrift. Zij maken van geloof een techniek, van gebed een methode, en van de zieke uiteindelijk de verdachte partij als herstel uitblijft. Daarmee wordt niet alleen de leer aangetast, maar ook het hart van het Evangelie.

De Bijbel leert geen kille berusting, maar ook geen religieuze bravoure. De Bijbel leert bidden, hopen, volharden en zien op Christus. God kan genezen. Zeker. Maar nergens geeft Hij ons de vrijheid om van lichamelijke genezing een direct opeisbaar recht te maken voor iedere gelovige in het hier en nu.

Wie moderne claims op lichamelijke genezing wil toetsen, moet daarom niet beginnen bij spectaculaire getuigenissen, maar bij de Schrift. Want niet elke genezingsclaim die geestelijk klinkt, is daarom ook Bijbels.

lees ook:

Genezing en wonderen: niet de norm, maar tijdgebonden – Bijbelse basis

Genezingscampagne of het Evangelie? – Bijbelse basis

Genezing en ziekte: wat zegt de Bijbel echt? – Bijbelse basis

extern:

De ‘genezing’ controverse | dirkjanjansen.nl

De verborgenheid van Christus | dirkjanjansen.nl

Nieuw boek van Jurgen Toonen over het claimen van genezing – Christelijk Nieuws

Gebedsgenezers – 10 redenen waarom ik ervan genezen ben – Ernst Leeftink – Predikant / Pastor in de Nederlandse Gereformeerde Kerken

Geverifieerd door MonsterInsights