De toekomstige rol van de Gemeente
Wanneer wij de toekomstige rol van de Gemeente willen verstaan, moeten wij beginnen bij haar identiteit. Niet bij traditie. Niet bij kerkelijke formuleringen. Maar bij het beeld dat de Schrift zelf gebruikt.
De Gemeente is niet de verbondsvrouw van de HEERE.
Dát beeld hoort bij Israël.
De Gemeente is het Lichaam van Christus.
“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente.” (Kolossenzen 1:18 STV)
Vanuit dat beeld moeten wij haar toekomst doordenken.

Een hemelse roeping
De Gemeente heeft geen aardse roeping zoals Israël. Haar positie is hemels.
“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” (Efeze 2:6 STV)
“Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 3:20 STV)
Israël verwacht de Messias op aarde.
De Gemeente verwacht Hem uit de hemel.
Dat bepaalt ook haar toekomst.
De opname: het eerstvolgende moment
Voor de Gemeente is de eerstvolgende profetische gebeurtenis niet het Koninkrijk op aarde, maar de ontmoeting met de Heere in de lucht.
“Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” (1 Thessalonicenzen 4:17 STV)
Hier wordt geen aardse vestiging beschreven, maar een hemelse vereniging.
Dat past bij haar identiteit als Lichaam.
De rechterstoel van Christus
Na de opname volgt beoordeling van dienst.
“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus.” (2 Korinthe 5:10 STV)
Dit is geen oordeel tot verdoemenis.
Het betreft loon en verantwoordelijkheid.
De Gemeente zal niet geoordeeld worden als volk (zoals Israël in Mattheüs 25), maar individueel als leden van het Lichaam.
Verschijnen met Christus
Wanneer Christus verschijnt in heerlijkheid, verschijnt de Gemeente met Hem.
“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” (Kolossenzen 3:4 STV)
Het Lichaam deelt in de openbaring van het Hoofd.
Dat is logisch.
Wat aan het Hoofd gebeurt, raakt het Lichaam.
Heersen met Christus
De Schrift leert dat gelovigen zullen delen in Zijn heerschappij.
“Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen.” (2 Timotheüs 2:12 STV)
Dit heersen is geen overname van Israëls beloften.
Israël ontvangt het aardse Koninkrijk onder de Zoon van David.
De Gemeente deelt in de hemelse regering van Christus.
Het onderscheid blijft:
Israël — aards, koninklijk, nationaal.
Gemeente — hemels, organisch verbonden, mede-erfgenaam.
In de toekomende eeuwen
Paulus opent nog een breder perspectief:
“Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.” (Efeze 2:7 STV)
De Gemeente zal in de eeuwigheid een demonstratie zijn van Gods Genade.
Niet als natie.
Niet als verbondsvolk.
Maar als verlost Lichaam, verenigd met het Hoofd.
Waar de Gemeente niet toe is geroepen
De Gemeente is niet geroepen om:
- het Koninkrijk nu te vestigen
- politieke heerschappij te zoeken
- de wereld te christianiseren
Zij is vreemdeling.
“Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege.” (2 Korinthe 5:20 STV)
Een gezant vertegenwoordigt een ander rijk.
De toekomstige rol van de Gemeente is:
- opgenomen worden tot Christus
- voor Zijn rechterstoel verschijnen
- met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid
- delen in Zijn heerschappij
- in de toekomende eeuwen Gods Genade openbaren
Dit alles vloeit voort uit één waarheid:
De Gemeente is het Lichaam van Christus.
En het Lichaam zal zijn waar het Hoofd is.
Onderzoek zelf de Schrift.
Vergelijk Schrift met Schrift.
Snijd het Woord recht.
zie ook:
Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente
De toekomstige en zekere bekering van Israël, – geen automatisme




