Waarom een messiasverwachting niets bewijst: de Mahdi, de Maitreya, de Messias en de grote vergissing

De messias die nooit komt

Waarom een messiasverwachting op zichzelf niets bewijst

Veel mensen denken dat een religie geloofwaardiger wordt wanneer zij een messiasverwachting heeft. Het klinkt immers indrukwekkend: een volk of religie leeft in verwachting van een komende verlosser die recht zal brengen en de wereld zal herstellen.

Maar wie iets dieper kijkt, ontdekt een ongemakkelijke waarheid:

Een messiasverwachting is helemaal niet uniek

Sterker nog: bijna elke grote religie kent een vorm van zo’n verwachting.

Dat betekent dat de verwachting zelf nog niets bewijst.

De islam verwacht ook een redder

Binnen de islam leeft een sterke verwachting van een eindtijdfiguur: de Mahdi.

Volgens veel islamitische tradities zal deze leider verschijnen vlak voor het einde van de wereld. Hij zal:

  • de islam wereldwijd laten zegevieren
  • recht en orde herstellen
  • oorlog voeren tegen vijanden van de islam
  • samen optreden met Isa (Jezus) die volgens de islam zal terugkeren

Voor miljoenen moslims is deze verwachting zeer serieus.

Maar het bestaan van die verwachting maakt de Mahdi nog geen realiteit

Als dat wel zo was, zou elke religie met een eindtijdverlosser automatisch gelijk hebben.

Dat is uiteraard onmogelijk.

De mens verlangt altijd naar een redder

De geschiedenis laat zien dat de mensheid voortdurend redders verwacht.

Het is een religieus patroon:

  • het jodendom verwacht de Messias
  • de islam verwacht de Mahdi
  • het boeddhisme verwacht Maitreya
  • sommige hindoeïstische tradities verwachten Kalki

Waarom?

Omdat de wereld zichtbaar gebroken is.

Mensen voelen intuïtief dat er iemand moet komen die alles rechtzet.

Maar een verlangen naar een redder is nog geen bewijs dat men de juiste Redder kent.

De Bijbel zegt iets totaal anders

Hier komt het radicale verschil.

De Bijbel zegt niet:

er komt ooit een redder.

maar zegt:

de Redder is al gekomen. Geloof dat.

Het evangelie verkondigt dat de Messias niet een toekomstig politiek figuur is, maar een historische Persoon: Jezus Christus.

“Maar wanneer de volheid van de tijd gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.”
(Galaten 4:4, STV)

De Messias is niet een droom van religieuze verwachting.

Hij verscheen in de geschiedenis.

Hij leefde.

Hij stierf.

Hij stond op uit de dood.

Het probleem van een messias zonder Jezus

Een religie die een messias verwacht maar Jezus verwerpt, staat uiteindelijk met lege handen.

Want de Bijbel maakt duidelijk dat de vraag naar de Messias uiteindelijk neerkomt op één beslissende vraag:

Wat doet men met Jezus Christus?

“Wie is de leugenaar, dan die loochent dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.”
(1 Johannes 2:22, STV)

Dat is confronterend.

Maar het maakt het onderscheid helder.

Een messiasverwachting kan nog alle kanten op.

Maar het evangelie wijst naar één Persoon.

Waarom een messiasverwachting zelfs gevaarlijk kan zijn

Ironisch genoeg kan een sterke messiasverwachting mensen juist vatbaar maken voor misleiding.

De Bijbel waarschuwt hier expliciet voor.

“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (zo het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.”
(Matthéüs 24:24, STV)

Wie alleen wacht op een toekomstige redder, kan zo maar  de verkeerde omarmen.

Geschiedenis en religie zitten vol voorbeelden daarvan.

Het Evangelie

De Bijbel draait daarom niet om een religieuze verwachting.

Het draait om een historische realiteit.

Jezus Christus is de beloofde

“Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is.
En de zaligheid is in geen Ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:11–12, STV)

Dáár ligt het beslissende punt.

Niet in de vraag of men een verlosser verwacht.

Maar in de vraag:

Kent men de Verlosser die al gekomen is?

Een messiasverwachting bewijst helemaal niets.

De islam heeft er één.
Het Jodendom heeft er één.
Andere religies hebben er ook één.

Maar alleen het Evangelie zegt:

De Messias is al gekomen.

Zijn Naam is Jezus Christus.

En wie Hem verwerpt terwijl hij een andere redder verwacht, zal bedrogen uitkomen.

 

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #1 de Opname van de Gemeente

De opname van de Gemeente komt eerst: waarom de wereld de Grote Verdrukking niet ziet aankomen

De gebeurtenis vóór de Grote Verdrukking

Wanneer Christenen spreken over de eindtijd verplaatst de focus vaak meteen naar de Grote Verdrukking. Films, boeken en preken schilderen een periode van wereldwijde chaos, oorlog en oordeel.

Maar volgens de Schrift gaat aan deze periode een andere gebeurtenis vooraf die vaak vergeten wordt of verkeerd wordt begrepen: de opname van de Gemeente.

Om de profetieën over de eindtijd goed te begrijpen moeten we daarom eerst kijken naar deze gebeurtenis.

Wat de opname van de Gemeente is

De opname wordt duidelijk beschreven door de apostel Paulus.

“Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.”
(1 Thessalonicenzen 4:17, STV)

Paulus beschrijft hier een moment waarop gelovigen plotseling worden opgenomen om Christus te ontmoeten in de lucht.

Dit gebeurt wanneer:

  • de doden in Christus eerst opstaan
  • levende gelovigen worden veranderd
  • de Gemeente Christus tegemoet gaat

Het gaat dus om een plotselinge wegneming van de Gemeente.

Een verborgenheid die Paulus openbaart

Paulus noemt deze gebeurtenis een verborgenheid.

“Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden.”
(1 Korinthe 15:51, STV)

Hij beschrijft vervolgens hoe snel dit gebeurt.

“In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin.”
(1 Korinthe 15:52, STV)

De opname gebeurt dus plotseling en onverwacht., in een ‘ondeelbaar ogenblik’ 

Waarom vóór de Grote Verdrukking

Dit gegeven is voor veel mensen niet duidelijk; de reden waarom.

De Bijbel zegt dat de Gemeente niet bestemd is voor de komende oordelen.

Paulus schrijft:

“En Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Dien Hij uit de doden opgewekt heeft, namelijk Jezus, Die ons verlost van den toekomenden toorn.”
(1 Thessalonicenzen 1:10, STV)

En:

“Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid door onzen Heere Jezus Christus.”
(1 Thessalonicenzen 5:9, STV)

De oordelen van de eindtijd worden in Openbaring juist beschreven als de toorn van God.

“Verberg ons voor het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en voor den toorn des Lams.”
(Openbaring 6:16, STV)

Daarom leert de Schrift dat Christus Zijn Gemeente wegneemt voordat deze periode begint.

Een belangrijk onderscheid

Veel verwarring ontstaat doordat men de opname van de Gemeente verwart met de wederkomst van Christus.

Bij de opname:
  • ontmoeten gelovigen Christus in de lucht
  • Christus komt niet op aarde
  • het vde Gemeente wordt tot Hem opgenomen
Bij de wederkomst:

“En zij zullen den Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels met grote kracht en heerlijkheid.”
(Mattheüs 24:30, STV)

Dan komt Christus zichtbaar naar de aarde.

HUIDIGE TIJD
De Gemeente op aarde



OPNAME VAN DE GEMEENTE
(1 Thessalonicenzen 4:17)

Gelovigen worden opgenomen
om Christus in de lucht te ontmoeten




BEGIN LAATSTE JAARWEEK VAN DANIEL
(Daniël 9:27)

Eerste periode – 3,5 jaar

• politieke stabiliteit
• schijnvrede
• opkomst wereldleider
• eerste oordelen




GRUWEL DER VERWOESTING
(Mattheüs 24:15)

Keerpunt in de profetie




GROTE VERDRUKKING – 3,5 JAAR
(Mattheüs 24:21)

• wereldwijde vervolging
• oordelen van God
• macht van het beest
• tijd der benauwdheid voor Jakob




WEDERKOMST VAN CHRISTUS
(Mattheüs 24:30)

Christus verschijnt zichtbaar
en vestigt Zijn Koninkrijk

Misverstanden over de opname

Er bestaan verschillende misverstanden.

Sommigen zeggen dat het idee van de opname een moderne uitvinding is. Toch staat de beschrijving letterlijk in de brieven van Paulus.

Anderen denken dat de Gemeente door de Grote Verdrukking moet gaan. Maar het Nieuwe Testament benadrukt juist dat gelovigen niet gesteld zijn tot toorn.

De opname vormt daarom de overgang tussen het huidige tijdperk van de Gemeente en het verdere profetische programma van God met Israël.

In het volgende blog zullen we de eerstvolgende periode bespreken: de Grote Verdrukking

Israël redt niet; Christus redt

Waarom christenzionisme het Evangelie kan verduisteren

In veel kerken zien we tegenwoordig een opvallend verschijnsel. Er ontstaat een sterke belangstelling voor Israël. Dat uit zich in Israël-avonden, speciale rubrieken in kerkapps, sprekers uit messiaanse kringen en veel aandacht voor Joodse achtergronden van de Bijbel.

Op zichzelf is dat begrijpelijk. De Bijbel is immers diep verbonden met Israël. Paulus zegt:

“Hunner zijn de vaderen, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Die is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.”
(Romeinen 9:5, STV)

Maar juist omdat Christus uit Israël is voortgekomen, is er een grens die nooit overschreden mag worden: Israël mag nooit belangrijker worden dan de Messias Zelf.

En precies daar gaat het vandaag soms mis.

Wanneer de Naam van Jezus verdwijnt

Een opvallend patroon dat steeds vaker zichtbaar wordt is dit: men spreekt veel over Israël, maar de Naam van Jezus wordt nauwelijks genoemd.

Men hoort dan vooral woorden als:

  • de Messias
  • de Eeuwige
  • de God van Israël
  • het Joodse volk
  • de Thora

Dat klinkt vroom. Maar er ontbreekt iets wezenlijks: de expliciete belijdenis van Jezus Christus.

Het Nieuwe Testament kent echter geen boodschap waarin Christus slechts impliciet aanwezig is. Voor de apostelen stond één naam centraal.

“En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Wanneer die Naam structureel ontbreekt, ontbreekt het hart van het evangelie.

De apostelen spraken juist openlijk

De eerste christenen waren zelf Joden. Toch spraken zij zonder terughoudendheid over Jezus als de Messias.

Petrus zei tegen het volk Israël:

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.”
(Handelingen 2:36, STV)

En opnieuw:

“Dat u allen en het ganse volk Israëls bekend zij, dat door den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruisigd hebt, Welken God van de doden opgewekt heeft, door Hem zeg ik, staat deze hier voor u gezond.”
(Handelingen 4:10, STV)

Let op hoe concreet de apostelen spreken: Jezus Christus, de Nazarener. Geen vage religieuze taal, maar een duidelijke belijdenis.

Paulus romantiseert Israël niet

In moderne kerkelijke kringen ontstaat soms een bijna romantische visie op Israël. Maar Paulus spreekt heel anders. Hij heeft diepe liefde voor zijn volk, maar ook diepe pijn.

“Ik heb een grote droefheid en een gedurige smart in mijn hart.”
(Romeinen 9:2, STV)

Waarom? Omdat het grootste deel van Israël de Messias niet erkent.

Daarom zegt Paulus iets wat veel christenen vandaag nauwelijks meer durven uitspreken:

“Want zij zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.”
(Romeinen 9:6, STV)

Etnische afkomst is dus niet voldoende. Het beslissende punt blijft het geloof in Christus.

Religieuze ijver zonder Christus

Paulus beschrijft de geestelijke situatie van Israël scherp maar eerlijk.

“Want ik geef hun getuigenis dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand.”
(Romeinen 10:2, STV)

Met andere woorden: religieuze toewijding is niet genoeg. Het gaat om de erkenning van Christus.

Daarom zegt Paulus vervolgens:

“Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft.”
(Romeinen 10:4, STV)

De wet, de geschiedenis van Israël en de beloften van God vinden hun doel in Christus.

De olijfboom laat geen twee wegen zien

Romeinen 11 wordt vaak verkeerd uitgelegd alsof er twee aparte wegen zouden zijn: één voor Israël en één voor de heidenen. Maar Paulus zegt juist het tegenovergestelde.

Hij spreekt over één olijfboom.

“En indien sommige der takken afgebroken zijn, en gij, die een wilde olijfboom waart, in derzelver plaats zijt ingeënt, en des wortels en der vettigheid des olijfbooms mededeelachtig geworden zijt.”
(Romeinen 11:17, STV)

Heidenen worden ingeënt in dezelfde boom. Het fundament blijft hetzelfde: geloof in Christus.

Ook het toekomstige herstel van Israël gaat via Christus

Paulus verwacht een toekomstige bekering van Israël. Maar ook dat gebeurt niet buiten Christus om.

“En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.”
(Romeinen 11:26, STV)

Het herstel van Israël komt door de Verlosser.

Niet door etniciteit.
Niet door traditie.
Maar door Christus.

De eenvoudige toets

Er is een eenvoudige vraag die veel duidelijk maakt.

Hoe vaak wordt de Naam van Jezus daadwerkelijk uitgesproken?

In het Nieuwe Testament gebeurt dat voortdurend. Paulus zegt zelfs:

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.”
(1 Korinthe 2:2, STV)

Wanneer een boodschap over Israël spreekt maar Christus nauwelijks noemt, is er iets verschoven.

Dan ontstaat een beweging van:

Christus → Israël

in plaats van:

Israël → Christus.

De verleiding van de “lieve vrede”

In beplaalde kringen wordt bij gelegenheid gezegd:

“laten we dit soort dingen maar laten rusten voor de lieve vrede.”

Maar de Bijbel roept juist op tot een andere houding.

“Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus.”
(Efeze 4:15, STV)

Waarheid en liefde horen bij elkaar. Niet polemiek om de polemiek, maar ook geen zwijgen wanneer het hart van het evangelie naar de achtergrond schuift.

Uiteindelijk draait alles om één Naam

Het Nieuwe Testament is hier opvallend helder. Niet Israël, niet religie, niet traditie vormt het middelpunt van Gods plan, maar één Persoon.

“Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.”
(1 Korinthe 3:11, STV)

Wanneer dat fundament zichtbaar blijft, krijgt Israël zijn juiste plaats.

Maar wanneer Christus naar de achtergrond verdwijnt, blijft er uiteindelijk alleen religie over.

En precies daarom blijft de boodschap van de apostelen zo eenvoudig en zo radicaal:

“En de zaligheid is in geen ander.”
(Handelingen 4:12, STV)

De grote verdrukking en de illusie van veiligheid in Israël

Er bestaat vandaag onder veel christenen een bijna reflexmatige overtuiging:
de terugkeer van Joden naar Israël nú zou automatisch Gods plan en zegen zijn.

Organisaties zamelen geld in, campagnes worden gevoerd en Joden worden actief aangemoedigd om aliyah te maken — terug te keren naar het land Israël.

Maar wie de Bijbel werkelijk leest, ontdekt een ongemakkelijke waarheid.

De Schrift schetst namelijk een toekomst waarin juist Israël het centrum van de grootste crisis in de wereldgeschiedenis wordt.

Niét een veilige haven.
Maar het epicentrum van de eindtijd.

De grote verdrukking: ongekend in de wereldgeschiedenis

Jezus spreekt zelf over een periode die Hij de grote verdrukking noemt.

“Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal.”
(Mattheüs 24:21, STV)

Dit is geen gewone oorlog.
Geen regionale crisis.

Het is een periode die zo intens is dat Jezus zegt dat er nooit iets vergelijkbaars is geweest in de hele geschiedenis van de mensheid.

En opvallend: deze gebeurtenissen concentreren zich rond Jeruzalem en Judea.

De benauwdheid van Jakob

Het Oude Testament beschrijft dezelfde periode met een andere naam:

“Ach! want die dag is groot, zodat er geen is als hij; en het is een tijd der benauwdheid voor Jakob; doch hij zal daaruit verlost worden.”
(Jeremia 30:7, STV)

De Bijbel noemt deze tijd dus expliciet:

de benauwdheid van Jakob.

Jakob staat hier voor het volk Israël.

Dat betekent dat deze crisis niet in de eerste plaats over Europa, Amerika of Azië gaat — maar over Israël zelf.

Jeruzalem wordt het brandpunt van de wereld

De profeten spreken daar opvallend duidelijk over.

“Zie, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling voor alle volken rondom…”
(Zacharia 12:2, STV)

En nog explicieter:

“Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen…”
(Zacharia 14:2, STV)

Jeruzalem wordt volgens de profetieën het brandpunt van internationale conflicten.

Het toneel waar de eindstrijd van de wereldgeschiedenis zich afspeelt.

De Heer geeft een vluchtbevel

Hier wordt het nog confronterender.

Wanneer Jezus over deze periode spreekt, zegt Hij tegen de Joden die in Judea wonen:

“Alsdan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen.”
(Mattheüs 24:16, STV)

Let op wat hier staat.

Niet:

blijf in Jeruzalem
kom naar Israël
verzamel je in het land

Nee

Vlucht.

Dát is het bevel.

De ongemakkelijke vraag

Als de Bijbel leert dat Israël in de eindtijd het centrum van enorme vervolging en oorlog wordt…

waarom moedigen sommige christelijke organisaties vandaag Joden actief aan om daarheen te verhuizen?

Waarom wordt aliyah gepresenteerd als een soort geestelijke plicht?

Waarom wordt Israël soms bijna voorgesteld als de veiligste plek voor het Joodse volk?

De Bijbel zegt precies het tegenovergestelde.

Israël zonder Messias

De diepere tragiek is dit:

De huidige staat Israël bestaat grotendeels zonder erkenning van haar Messias.

Jezus zei over Jeruzalem:

“Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn…”
(Mattheüs 23:37, STV)

En vervolgens sprak Hij een aangrijpende profetie uit:

“Want Ik zeg u: Gij zult Mij van nu aan niet zien, totdat gij zeggen zult: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!”
(Mattheüs 23:39, STV)

De nationale erkenning van de Messias komt pas ná een diepe crisis.

Eerst crisis, daarna bekering

De profeet Zacharia beschrijft dat moment:

“En zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben; en zij zullen over Hem rouwklagen…”
(Zacharia 12:10, STV)

Pas wanneer Israël geconfronteerd wordt met de Messias die zij verworpen hebben, komt er nationale bekering.

Maar daaraan gaat een periode vooraf die de Bijbel beschrijft als de zwaarste verdrukking uit de wereldgeschiedenis.

De echt veilige plaats

De ironie is dat veel christenen hun hoop stellen op een land.

Maar de Bijbel wijst naar een Persoon.

Niet een geografische plek redt.

Niet een staat redt.

Niet een vlag redt.

Alleen Christus.

“Want er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Voor Jood en heiden geldt exact hetzelfde.

De veilige plaats is niet Israël.

De veilige plaats is in Christus.

Christenen die werkelijk van het Joodse volk houden, zouden daarom niet eerst moeten spreken over aliyah.

Maar over het Evangelie.

Want zonder Messias is zelfs het beloofde land uiteindelijk geen toevlucht.

Alleen Jezus Christus redt.

Voor Israël.
En voor de wereld.

lees ook:

De Naam die men liever niet noemt

De grote verdrukking, voor wie bestemd

Openbaring 12 is geen sprookje, het is heilsgeschiedenis

Verbondstheologie getoetst aan de Schrift, en waarom het Dispensationalisme inhoudelijk sterker staat

“Waarom elke Jood zou moeten overwegen terug te keren naar Israël”??

Israël vandaag Gods volk?

Die Ene Naam

Israël onze “oudste broer”…..dat is de vraag

Christenen hebben geen collectieve schuld tegenover het Joodse volk


extern:

Pas op voor de ‘wachters’!


https://www.gotquestions.org/Nederlands/grote-verdrukking.html/

Dominion-denken: een frontale aanrijding met het Nieuwe Testament

Een idee dat oppervlakkig  en strikt horizontaal bekeken vroom klinkt, maar bij nader onderzoek diep problematisch blijkt: ‘het dominion-denken’

In steeds meer evangelische en charismatische kringen voet aan de grond

De gedachte is simpel:
Christenen zouden geroepen zijn om de wereld te domineren. Cultuur, politiek, onderwijs, economie en media zouden onder christelijke heerschappij moeten komen. De kerk moet de aarde “terugnemen”. Sommige varianten leren zelfs dat Christus pas kan terugkomen wanneer de kerk de wereld onder controle heeft gebracht.

Het klinkt triomfantelijk. Het klinkt krachtig.
Maar het staat haaks op de boodschap van het Nieuwe Testament.

Christus ontkent zelf een aards dominion

Van de Here Jezus werd ook verwacht een politieke messias te worden. Het volk wilde Hem zelfs eventueel met geweld koning maken. De verwachting was duidelijk: Israël moest de wereld gaan domineren.

“De mensen dan, gezien hebbende het teken dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou.

Jezus dan, wetende dat zij zouden komen en Hem met geweld nemen, opdat zij Hem koning maakten, ontweek wederom op den berg, Hij Zelf alleen.” Johannes 6:14-15 (STV)

Hij wijst dit bij gelegenheid resoluut af.

“Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.”
Johannes 18:36 (STV)

Dit vers is vernietigend voor dominion-denken.

Als het Koninkrijk van Christus werkelijk bedoeld was als een politieke wereldmacht, zouden Zijn volgelingen hebben gevochten. Maar Christus zegt expliciet: dat doen zij niet.

Waarom niet?
Omdat Zijn Koninkrijk een andere oorsprong heeft.

De gemeente is geen machtsblok maar integendeel: een volk van vreemdelingen op aarde

Dominion-denken maakt van de kerk een instrument van maatschappelijke macht.

Maar het Nieuwe Testament beschrijft gelovigen totaal anders.

“Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel.”
1 Petrus 2:11 (STV)

Een vreemdeling probeert geen wereldrijk te bouwen.
Een vreemdeling is op doorreis.

Paulus zegt hetzelfde:

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.”
Filippenzen 3:20 (STV)

De gemeente kijkt niet naar beneden om de wereld te regeren.
Maar kijkt omhoog en verwacht Christus.

De Bijbel voorzegt geen christelijke wereld

Dominion-denken gaat uit van een onbijbels scenario: de kerk zal de wereld transformeren.

Maar de apostelen spreken over toenemende misleiding en afval.

De wereld wordt niet geleidelijk het Koninkrijk van God.

Christus moet persoonlijk terugkomen om Zijn Koninkrijk te vestigen.

Daarom zegt de Schrift:

“Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.”
Hebreeën 13:14 (STV)

Het christelijk geloof is geen project om de wereld te perfectioneren.
Het is een verwachting van een komende wereld.

De misbruikte tekst uit Genesis

Dominion-theologie grijpt vaak terug op Genesis: de mens moest de aarde onderwerpen.

Maar er wordt iets cruciaals vergeten.

Die opdracht werd gegeven vóór de zondeval.

Sinds de val is de wereld onder de macht van zonde en dood gekomen. Het Nieuwe Testament spreekt zelfs over satan als:

“den god dezer eeuw”
2 Korinthe 4:4 (STV)

Het herstel van de menselijke heerschappij gebeurt niet via kerkelijke machtspolitiek, maar via Christus, de laatste Adam.

Zijn Koninkrijk wordt niet opgebouwd door campagnes of politieke invloed of groeimodellen,  maar geopenbaard bij Zijn wederkomst.

Dominion-denken lijkt verdacht veel op de oude messiaanse misvatting

De ironie is opvallend.

Dezelfde fout die het volk Israël in de dagen van Jezus maakte, wordt vandaag opnieuw gemaakt.

Men verwacht een aardse messiaanse heerschappij vóór de komst van de Koning.

Maar het Nieuwe Testament leert precies het tegenovergestelde.

Eerst komt:

  • prediking
  • afval
  • opname van de Gemeente
  • verdrukking

Pas daarná komt het Koninkrijk

Niet eerder.

Wanneer de kerk macht zoekt

Dominion-denken verandert het karakter van het christendom.

Het verschuift de focus van:

evangelie → naar macht
heiliging → naar invloed
verwachting → naar controle

Maar de gemeente is geen revolutionaire beweging.

Zij is het lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente.”
Kolossenzen 1:18 (STV)

Een lichaam voert geen politieke strijd om wereldheerschappij op eigen initatief.
Een lichaam leeft uit het Hoofd.

De roeping van de gemeente

Het Nieuwe Testament kent een totaal andere opdracht:

  • het evangelie verkondigen
  • discipelen maken
  • apart gezet leven
  • het lichaam van Christus opbouwen
  • uitzien naar Zijn komst

Niet: de wereld domineren.

De gemeente is geen regering.

Zij is een levend organisme in gemeenschap met de Heer.

De dingen zoekend die boven zijn.  (Kolossenzen 3:1-3)

De fatale vergissing

Dominion-denken probeert het Koninkrijk van God eigenmachtig  naar voren te trekken in de geschiedenis.

Maar het Koninkrijk komt niet door menselijke inspanning.

Het komt door de verschijning van de Koning.

Daarom eindigt het Nieuwe Testament niet met een oproep om de wereld te domineren.

Het eindigt met een gebed.

“Ja, kom, Heere Jezus!”
Openbaring 22:20 (STV)

Dát is de hoop van de schepping

Niet dominion.

Maar wederkomst.

lees ook:

Dominion-theologie en de zeven bergen: opdracht of machtsdroom?

Is de gemeente geroepen om nu te heersen over de aarde?

De New Apostolic Reformation


extern:
https://www.cwowi.eu/weekly-thoughts-nl-wekelijkse-gedachten/random-thought-dominion-theology-1
https://nl.wikipedia.org/wiki/Heerschappijtheologie

Dominion theologie ┃ Heersen over de schepping

De Zoon, onze Hogepiester

Niet later, maar nu al

“Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd” (Psalm 2:7 STV)

“Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd? En wederom: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn” (Hebreeën  1:5  STV)

Gij zijt Mijn Zoon…. wanneer was dat “heden”?
Er zijn van die zinnen in de Schrift die als een anker in de tijd staan.

Die woorden klinken vier keer in de Bijbel: in Psalm 2, in Handelingen 13 en twee keer in de Hebreeënbrief. Vaak worden ze toegepast bij Bethlehem. Bij de kribbe. Bij Kerst.

Maar de Schrift zelf legt uit wat dat “heden” is.

En dat verandert alles.

Niet Bethlehem, maar de opstanding

In Psalm 2 lezen we over opstandige volken die de banden met God willen verbreken. Koningen beraadslagen tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde. De mens wil autonoom zijn. Onafhankelijk. Vrij van God.

Maar dan spreekt God:

“Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijner heiligheid.”

En vervolgens:

“Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.”

Dat “heden” wordt verklaard in Handelingen. Daar predikt Paulus in de synagoge over de opstanding van Christus en citeert precies deze tekst. Hij verbindt het rechtstreeks aan het moment dat God Hem uit de doden heeft opgewekt.

Dát is het heden.

Niet Zijn geboorte.
Maar Zijn opstanding.

Daar, en niet eerder, werd Hij officieel aangesteld als Zoon.

Zoonstelling

Dat klinkt misschien vreemd. Was Hij dan niet altijd de Zoon?

Jawel. Hij was van eeuwigheid bij de Vader. Hij was voorbestemd tot Erfgenaam. De geliefde Zoon.

Maar in Bijbelse zin is een “zoon” niet alleen een kind — het is een aangestelde erfgenaam. Een officieel beklede positie.

In Hebreeën wordt Psalm 2 tweemaal aangehaald. Eén keer in verband met Zijn koningschap. Eén keer in verband met Zijn hogepriesterschap.

Toen Hij opstond uit de dood:

werd Hij gesteld tot Koning
werd Hij gesteld tot Hogepriester
werd Hij aangesteld als Erfgenaam van alles
Dat gebeurde niet in de stal.
Dat gebeurde bij het lege graf.

Dat was het moment waarop de Vader als het ware zei:

Nú.

Nu ben je Mijn Zoon ,in officiële heerlijkheid.

De wereld lacht, maar God lacht het laatst

Psalm 2 beschrijft hoe de wereld zich los wil maken van God.

“Laat ons hun banden verscheuren.”

Is dat niet precies wat wij om ons heen zien?
God wordt uit het publieke domein weggedrukt. Zijn Woord wordt bespot. Zijn geboden worden herschreven.

Maar Psalm 2 zegt:

“Die in de hemel woont zal lachen.”

Niet omdat God onverschillig is.
Maar omdat de opstand kansloos is.

De Zoon is al aangesteld.

Zijn koningschap is geen toekomstig experiment. Het is een vastgestelde werkelijkheid. Alleen nog verborgen.

Hij eist nu nog niet. Hij oordeelt nog niet zichtbaar. Maar Hij zit wel aan de rechterhand van de Majesteit.

En dat is geen zwakte.

Dat is Genade.

Wat doet Hij nu? Hier wordt het herderlijk.

Want dezelfde Zoon die straks zal eisen, doet nú iets anders.

Hij is Hogepriester.

Hij bidt.
Hij pleit.
Hij reinigt.
Hij onderwijst.
Hij troost.

Hij is niet bezig de wereld te overheersen.
Hij is bezig Zijn volk te verzorgen.

Wát een verschil…..

Voor de wereld is Hij verborgen Koning.
Voor ons is Hij levende Hogepriester.

Wij hebben vrije toegang tot de troon der Genade.

Niet omdat wij sterk zijn.
Maar omdat Hij is aangesteld. En wij dan?
Er zit nog iets diepers in dit woord. In de Schrift worden kinderen geboren, maar zonen worden aangesteld. In Romeinen wordt gesproken over de aanneming tot zonen (=Zoonstelling), namelijk de verlossing van ons lichaam.

Wij zijn nu kinderen van God.
Maar de officiële aanstelling ligt nog voor ons.

Zoals Hij door lijden heen tot heerlijkheid ging, zo gaan ook wij een weg. Niet om Zoon te worden zoals Hij dat is ,maar om deel te krijgen aan Zijn heerlijkheid.

Dat vraagt volharding.

Niet krampachtig.
Maar gelovig.

Zoals Paulus aan het einde van zijn leven kon zeggen: ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden.

Dat is geen stoere uitspraak. Dat is vertrouwen.

Waarom dit ertoe doet
Als “heden heb Ik U gegenereerd” op de opstanding ziet, dan betekent dat:

De overwinning ligt achter ons.
De aanstelling is voltooid.
De Koning is gekroond.
De Hogepriester zit op Zijn plaats.

Wij leven niet toe naar een onzekere uitkomst.

Wij leven vanuit een volbrachte aanstelling.

Dat geeft rust.

De wereld mag razen.
Volken mogen ijdelheid bedenken.
Machten mogen zich verheffen.

Maar de Zoon is gesteld.

En wie in Hem is, staat niet aan de verliezende kant van de geschiedenis.

Een zachte maar dringende oproep

Misschien leest u dit en merkt u dat uw hart moe is.
Of dat de chaos van deze tijd op u drukt

Kijk dan niet eerst naar wat nog moet komen.

Kijk naar wat al gebeurd is.

Hij is opgewekt.
Hij is aangesteld.
Hij is Zoon , in heerlijkheid.

En Hij bidt voor u.

Dat is geen leerstellige vondst.
Dat is een bron van rust.

Wie Hem toebehoort, mag weten:

Mijn Koning leeft.
Mijn Hogepriester pleit.
Mijn toekomst is veilig. Wat hier ook  gebeuren mag…

En eens zal ook over ons openbaar worden wat nu nog verborgen is.

Want zoals Hij werd aangesteld,
zo zal ook Zijn gemeente geopenbaard worden.

En dat “heden” van Hem,
is de zekerheid van ons morgen.

lees ook:

Zoonstelling – Meer dan wedergeboorte alleen

Aanneming tot kinderen of zoonstelling? 

Verkeerd gebruikte en/of begrepen teksten

De toekomstige rol van de Gemeente

De toekomstige rol van de Gemeente

Wanneer wij de toekomstige rol van de Gemeente willen verstaan, moeten wij beginnen bij haar identiteit. Niet bij traditie. Niet bij kerkelijke formuleringen. Maar bij het beeld dat de Schrift zelf gebruikt.

De Gemeente is niet de verbondsvrouw van de HEERE.
Dát beeld hoort bij Israël.

De Gemeente is het Lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente.” (Kolossenzen 1:18 STV)

Vanuit dat beeld moeten wij haar toekomst doordenken.

Een hemelse roeping

De Gemeente heeft geen aardse roeping zoals Israël. Haar positie is hemels.

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” (Efeze 2:6 STV)

“Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 3:20 STV)

Israël verwacht de Messias op aarde.
De Gemeente verwacht Hem uit de hemel.

Dat bepaalt ook haar toekomst.

De opname: het eerstvolgende moment

Voor de Gemeente is de eerstvolgende profetische gebeurtenis niet het Koninkrijk op aarde, maar de ontmoeting met de Heere in de lucht.

“Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” (1 Thessalonicenzen 4:17 STV)

Hier wordt geen aardse vestiging beschreven, maar een hemelse vereniging.

Dat past bij haar identiteit als Lichaam.

De rechterstoel van Christus

Na de opname volgt beoordeling van dienst.

“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus.” (2 Korinthe 5:10 STV)

Dit is geen oordeel tot verdoemenis.
Het betreft loon en verantwoordelijkheid.

De Gemeente zal niet geoordeeld worden als volk (zoals Israël in Mattheüs 25), maar individueel als leden van het Lichaam.

Verschijnen met Christus

Wanneer Christus verschijnt in heerlijkheid, verschijnt de Gemeente met Hem.

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” (Kolossenzen 3:4 STV)

Het Lichaam deelt in de openbaring van het Hoofd.

Dat is logisch.
Wat aan het Hoofd gebeurt, raakt het Lichaam.

Heersen met Christus

De Schrift leert dat gelovigen zullen delen in Zijn heerschappij.

“Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen.” (2 Timotheüs 2:12 STV)

Dit heersen is geen overname van Israëls beloften.
Israël ontvangt het aardse Koninkrijk onder de Zoon van David.

De Gemeente deelt in de hemelse regering van Christus.

Het onderscheid blijft:

Israël — aards, koninklijk, nationaal.
Gemeente — hemels, organisch verbonden, mede-erfgenaam.

In de toekomende eeuwen

Paulus opent nog een breder perspectief:

“Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.” (Efeze 2:7 STV)

De Gemeente zal in de eeuwigheid een demonstratie zijn van Gods Genade.

Niet als natie.
Niet als verbondsvolk.
Maar als verlost Lichaam, verenigd met het Hoofd.

Waar de Gemeente niet toe is geroepen

De Gemeente is niet geroepen om:

  • het Koninkrijk nu te vestigen
  • politieke heerschappij te zoeken
  • de wereld te christianiseren

Zij is vreemdeling.

“Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege.” (2 Korinthe 5:20 STV)

Een gezant vertegenwoordigt een ander rijk.

De toekomstige rol van de Gemeente is:

  • opgenomen worden tot Christus
  • voor Zijn rechterstoel verschijnen
  • met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid
  • delen in Zijn heerschappij
  • in de toekomende eeuwen Gods Genade openbaren

Dit alles vloeit voort uit één waarheid:

De Gemeente is het Lichaam van Christus.

En het Lichaam zal zijn waar het Hoofd is.

Onderzoek zelf de Schrift.
Vergelijk Schrift met Schrift.
Snijd het Woord recht.

zie ook:

De Gemeente is geen Israël

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

De toekomstige en zekere bekering van Israël, – geen automatisme

De grote verdrukking, voor wie bestemd

Schrift met Schrift vergelijken

Bedelingen….

Bedelingen….

Waarom je de Bijbel niet goed kunt verstaan zonder dit onderscheid

Veel verwarring in Bijbelstudie ontstaat niet doordat de Schrift onduidelijk zou zijn, maar doordat men geen rekening houdt met onderscheid. Onderscheid tussen tijden, tussen doelgroepen, tussen beloften, tussen Wet en Genade, en vooral: tussen Israël en de Gemeente.

De Bedelingen_Gods (pdf) ook wel dispensationalisme genoemd – biedt een sleutel om deze verschillen recht te doen en de rijkdom van Gods heilsplan te zien.

Wat wordt bedoeld met een “bedeling”?

Het woord bedeling komt van het Griekse oikonomia, wat letterlijk betekent: huishouding of beheer. Het gaat niet primair om een tijdvak, maar om een door God ingestelde manier waarop Hij Zijn schepping bestuurt, met bepaalde regels, verantwoordelijkheden en openbaring.

Een bedeling is:

  • een door God ingestelde orde,
  • met specifieke verantwoordelijkheden voor de mens,
  • gericht op een bepaalde groep mensen,
  • en met een eigen plaats in de heilsgeschiedenis.

Belangrijk is dat bedelingen elkaar kunnen overlappen. Ze volgen elkaar niet simpelweg lineair op, zoals vaak in populaire schema’s wordt voorgesteld. God kan meerdere lijnen tegelijk laten lopen.

Dispensationalisme versus verbondstheologie

Binnen de protestantse theologie bestaan grofweg twee allesomvattende systemen:

  1. Verbondstheologie
  2. Dispensationalisme

De verbondstheologie beschouwt de Bijbel als één doorgaande, uniforme geschiedenis van verlossing. Israël en de Gemeente worden daarbij in wezen gelijkgesteld. Profetieën over Israël worden vaak geestelijk toegepast op de Kerk, en toekomstverwachtingen worden teruggebracht tot “de jongste dag”.

Het dispensationalisme kiest een andere benadering: lees de Schrift zoals zij geschreven is. Dat betekent:

  • beloften aan Israël blijven beloften aan Israël;
  • de Gemeente is niet het “nieuwe Israël”;
  • profetieën worden niet vergeestelijkt, maar letterlijk genomen;
  • Wet en genade worden niet vermengd.

Volgens deze benadering verdwijnen veel tegenstrijdigheden vanzelf wanneer men erkent dat God in verschillende bedelingen op verschillende manieren werkt.

Israël en de Gemeente: twee onderscheiden lijnen

Een kernpunt in de leer van de bedelingen is het strikte onderscheid tussen Israël en de Gemeente.

Israël

  • is een aards volk;
  • met aardse beloften;
  • heeft een concreet beloofd land: Kanaän;
  • zal in de toekomst hersteld worden als volk.

De Gemeente

  • is een hemels volk;
  • heeft geen aardse landbelofte;
  • is gezegend met alle geestelijke zegeningen in Christus;
  • leeft in een verborgen positie.

De Gemeente vervangt Israël niet en staat er ook niet tijdelijk voor in de plaats. Het zijn twee verschillende huishoudingen binnen één groot heilsplan.

Waarom zeven bedelingen?

De Bijbel laat zien dat Gods weg met een gevallen schepping een duidelijke structuur heeft. Die structuur wordt gekenmerkt door het getal zeven:

  • zeven scheppingsdagen,
  • zeven fasen in de heilsgeschiedenis,
  • zeven bedelingen.

De periode vóór de zondeval (vaak “de bedeling van de onschuld” genoemd) wordt niet meegeteld, omdat de zeven bedelingen juist Gods weg na de val beschrijven: de weg van herstel, via oordeel en genade, naar een nieuwe schepping.

Overzicht van de zeven bedelingen

  1. De bedeling van het geweten

Deze bedeling begint bij de uitdrijving uit de hof van Eden en geldt voor alle mensen.
De norm is het geweten: de innerlijke kennis van goed en kwaad. God heeft Zijn wet in het hart van de mens gelegd. Profetie en geweten functioneren als licht in een gevallen wereld.

Deze bedeling loopt tot het moment waarop er geen stervende mensen meer zijn.

  1. De bedeling van het menselijk bestuur

Na de zondvloed begint God de mensheid te ordenen in volkeren. Overheden worden ingesteld en volkeren krijgen verantwoordelijkheid.
God regeert de wereld indirect, via machten en gezagsstructuren.

Deze bedeling zal in de toekomst worden afgesloten door een oordeel over de volkeren.

  1. De bedeling van de belofte

Met Abraham begint een nieuwe lijn. God geeft onvoorwaardelijke beloften:

  • een volk,
  • een land,
  • een toekomst.

Deze beloften worden niet ingetrokken en zijn nog steeds toekomstig. Abraham ontving ze niet in zijn leven, maar zag ze van verre.

  1. De bedeling van de wet

De wet wordt gegeven aan Israël, niet aan de volken.
De functie van de wet is niet behouden, maar openbaren: zij maakt zonde zichtbaar en toont de noodzaak van verlossing.

Deze bedeling eindigt bij het kruis. Sinds de opstanding van Christus leven gelovigen niet meer onder de wet.

  1. De bedeling van de Genade (of: de verborgenheid)

Dit is de huidige bedeling, toevertrouwd aan de apostel Paulus.
Kenmerken:

  • Genade regeert;
  • Christus is verborgen;
  • het Koninkrijk is verborgen;
  • de Gemeente is verborgen.

Deze bedeling was in eerdere eeuwen niet geopenbaard. Zij vormt geen voortzetting van Israël, maar een geheel nieuwe huishouding.

  1. De bedeling van de volheid der tijden

In deze toekomstige bedeling zal God alles wat in de hemel en op de aarde is, onder één hoofd bijeenbrengen: Christus.
Deze periode omvat:

  • de grote verdrukking,
  • het oordeel over de volkeren,
  • het herstel van Israël.

Het is de afsluiting van de heerschappij van de volkeren.

  1. De bedeling van het Koninkrijk

Dit is het duizendjarig rijk, waarin Christus zichtbaar regeert op aarde.
Kenmerken:

  • vrede;
  • gerechtigheid;
  • vervulling van aardse beloften;
  • Israël in zijn bestemming hersteld.

Na deze bedeling volgt de nieuwe hemel en de nieuwe aarde: de achtste dag, een totaal nieuw begin.

Waarom dit alles ertoe doet

Zonder onderscheid tussen bedelingen:

  • worden teksten op verkeerde mensen toegepast;
  • ontstaat verwarring over Wet en genade;
  • verdwijnt de toekomstverwachting;
  • raken Israël en de Gemeente vermengd.

Met dit onderscheid:

  • blijft de Schrift consistent;
  • krijgt profetie haar plaats;
  • wordt Gods plan zichtbaar in zijn samenhang;
  • krijgt Genade haar volle betekenis.

Samengevat

De leer van de bedelingen is geen kunstmatig systeem dat men de Bijbel oplegt. Zij ontstaat juist door zorgvuldig, eerlijk en consequent lezen van de Schrift.
Niet alles geldt voor iedereen, altijd. God handelt doelgericht, ordelijk en wijs – en Zijn Woord vraagt dat wij die orde respecteren.

Wie dat doet, ontdekt niet een verdeelde Bijbel, maar een rijk, veelkleurig en samenhangend heilsplan, dat uitloopt op één groot doel:
alles onder Christus bijeen te brengen, tot eer van God.

lees ook:

Waarom “verbondstheologie” tekort schiet

De vloek van de wet

Geverifieerd door MonsterInsights