Kingdom Now versus Bijbelse eschatologie

Dominion-denken en Kingdom Now-theologie verwachten een kerk die de wereld steeds meer beïnvloedt en transformeert. Bijbelse eschatologie verwacht Christus Die Zijn Gemeente tot Zich neemt en Zijn Koninkrijk op Gods tijd openbaar maakt. Deze twee toekomstverwachtingen zijn niet verenigbaar.

Dominion-denken en Bijbelse eschatologie: twee tegengestelde toekomstverwachtingen

Er zijn vandaag onder gelovigen grofweg twee toekomstverwachtingen in omloop die vaak naast elkaar worden gebruikt, maar leerstellig niet bij elkaar passen.

De ene verwachting kijkt naar een kerk die steeds meer invloed krijgt, de samenleving transformeert en de aarde voorbereidt op een zichtbare doorbraak van het Koninkrijk.

De andere verwachting kijkt naar Christus Die Zijn Gemeente tot Zich neemt, waarna God Zijn profetisch handelen met Israël, de volkeren en het openbaar worden van het Koninkrijk voortzet.

Dat zijn geen twee accenten binnen dezelfde leer. Het zijn twee haaks op elkaar staande richtingen.

 

Dominion denken vs Bijbelse eschatologie

De ene verwachting kijkt naar beneden, de andere naar boven

Dominion-denken richt de hoop op aarde. De aandacht gaat naar maatschappelijke invloed, culturele verandering, herstel van instituties, geestelijke doorbraak in steden en landen, en het innemen van terreinen die onder de heerschappij van Christus zouden moeten komen.

Bijbelse eschatologie richt de hoop van de Gemeente op de Heere uit de hemel.

“Want onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” Filippenzen 3:20 (STV)

Dat is een totaal andere blikrichting.

Dominion-denken verwacht een opgaande lijn van kerkelijke invloed in de wereld. De Bijbelse verwachting van de Gemeente is Christus Zelf. Niet de verchristelijking van de wereld als einddoel van deze bedeling, maar de komst van de Heere.

 

De ene verwachting rekent op transformatie, de andere op bewaring

Dominion-denken verwacht dat de kerk een steeds grotere rol krijgt in de wereldgeschiedenis. De kerk moet sterker worden, zichtbaarder worden, invloedrijker worden, en uiteindelijk een sleutelrol spelen in het herstel van de aarde.

De opname van de Gemeente leert iets anders.

“Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” 1 Thessalonicenzen 4:17 (STV)

Hier is de beweging niet van de kerk naar de wereld toe, maar van de Gemeente naar Christus toe.

Dat is een groot contrast.

Dominion verwacht: de kerk blijft en neemt toe in aardse invloed.
De opname leert: Christus neemt Zijn Gemeente tot Zich.

Dominion verwacht: de wereld wordt gaandeweg voorbereid.
De opname leert: de Gemeente wordt weggenomen tot de Heere.

Dominion verwacht: zichtbare doorbraak op aarde.
De opname leert: ontmoeting met de Heere in de lucht.

Die twee toekomstbeelden schuren niet alleen. Ze botsen frontaal.

 

De ene verwachting ziet de laatste dagen als opmars, de andere als afval en verwarring

Dominion-denken ademt optimisme over de loop van deze bedeling. Niet zomaar persoonlijke hoop, maar een systeemverwachting: de kerk zal groeien in invloed, gebieden innemen, structuren veranderen en de aarde steeds meer onder Koninkrijksinvloed brengen.

Maar de Schrift tekent de laatste dagen niet als een triomftocht van de kerk door de instituties van de wereld.

“Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen.” 1 Timotheüs 4:1 (STV)

“En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden.” 2 Timotheüs 3:1 (STV)

Dat is geen pessimisme. Dat is nuchtere Schriftverwachting.

God werkt in deze tijd. Hij redt, roept, heiligt, bewaart en gebruikt Zijn Gemeente als getuigenis. Maar deze bedeling wordt in de apostolische brieven niet getekend als een wereldwijde christelijke machtsovername. Integendeel: afval, verleiding, verwarring, zware tijden en geestelijke misleiding nemen toe.

Dominion-denken leest de toekomst door een opmarsbril. De Schrift leert ons waakzaam te zijn in een bedeling die uitloopt op verleiding en oordeel.

 

De ene verwachting maakt de kerk tot hoofdrolspeler, de andere Christus

In Dominion-denken verschuift het zwaartepunt gemakkelijk naar de kerk: haar mandaat, haar autoriteit, haar profetische roeping, haar invloed, haar overwinning, haar positie in de samenleving.

Bijbelse eschatologie houdt Christus centraal.

Hij komt.
Hij neemt tot Zich.
Hij oordeelt.
Hij openbaart.
Hij herstelt.
Hij regeert.

“Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus.” Openbaring 22:20 (STV)

De laatste roep van de Schrift is niet: “Kerk, neem uw positie in.”
De laatste roep is: “Kom, Heere Jezus.”

Dat verschil is beslissend.

Dominion-denken eindigt praktisch vaak bij de kerk in actie. Bijbelse eschatologie eindigt bij Christus in heerlijkheid.

 

De ene verwachting verzwakt het vreemdelingschap, de andere bewaart het

Als de kerk geroepen zou zijn om maatschappelijke heerschappij te nemen, dan wordt vreemdelingschap al snel verdacht. Dan klinkt wachten als passiviteit. Dan klinkt verwachting als vluchtgedrag. Dan klinkt het verlangen naar de opname als escapisme.

Maar de Gemeente is juist een hemels volk in een wereld die voorbijgaat.

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” Kolossenzen 3:3 (STV)

Een verborgen leven met Christus past slecht bij een triomfalistisch programma van zichtbare wereldinvloed. Niet omdat christenen niets doen, maar omdat hun diepste identiteit niet in deze wereld ligt.

De Bijbelse Gemeente is geen vluchtclub, maar ook geen machtsbeweging. Zij is een getuigend, dienend, lijdend en verwachtend volk.

Dominion-denken trekt haar naar aardse zichtbaarheid. Bijbelse eschatologie bewaart haar hemelse roeping.

 

De ene verwachting vervaagt Israël, de andere laat Gods volgorde staan

Dominion-denken heeft vaak moeite met een blijvende, profetische plaats voor Israël. Want als de kerk nu de zichtbare Koninkrijksheerschappij moet realiseren, dan worden beloften aan Israël, David, Jeruzalem en de volkeren gemakkelijk vergeestelijkt of naar de kerk overgeheveld.

Maar de Schrift laat een andere volgorde zien.

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” Handelingen 15:14 (STV)

Daarna volgt:

“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen de tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” Handelingen 15:16 (STV)

Let vooral op de volgorde: eerst een volk uit de heidenen voor Zijn Naam, daarna het herstel van Davids vervallen hut.

Dominion-denken trekt toekomst naar nu. Bijbelse eschatologie laat Gods volgorde intact.

De Gemeente neemt Israëls toekomst niet over. Zij heeft haar eigen hemelse roeping. Israël heeft zijn eigen profetische toekomst. En Christus is het middelpunt van beide.

 

De ene verwachting wil nu zichtbare heerschappij, de andere verwacht toekomstige openbaring

Het Koninkrijk van Christus bestaat nu werkelijk. Christus is verhoogd. Hij is Koning. Maar Zijn Koninkrijk is in deze bedeling nog verborgen. Het wordt niet door een opmars van de kerk openbaar, maar door de openbaring van Christus Zelf.

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” Kolossenzen 3:4 (STV)

Dat is de Bijbelse spanning: Christus is Koning, maar Zijn heerlijkheid is nog niet zichtbaar openbaar op aarde zoals zij straks zal zijn.

Dominion-denken heeft moeite met die spanning. Het wil het toekomstige nu zichtbaar maken. Het wil openbaar maken wat God nog verborgen houdt tot de verschijning van Christus.

Daarmee wordt de eschatologie ongeduldig. Men wil de heerlijkheid vóór de tijd. De kroon zonder de wachtkamer. De openbaring zonder de komst van de Koning.

 

De scherpe tegenstelling

Het contrast kan zo worden samengevat:

Dominion-denken verwacht een kerk die de wereld steeds meer beïnvloedt en transformeert.

Bijbelse eschatologie verwacht Christus Die Zijn Gemeente tot Zich neemt.

Dominion-denken ziet de toekomst als kerkelijke opmars.

Bijbelse eschatologie ziet de laatste dagen als een tijd van getuigenis, afval, misleiding, volharding en verwachting.

Dominion-denken trekt Koninkrijksbeloften naar het heden.

Bijbelse eschatologie onderscheidt de verborgen tegenwoordige werkelijkheid van het Koninkrijk en de toekomstige openbare heerschappij van Christus.

Dominion-denken verplaatst het zwaartepunt naar de kerk.

Bijbelse eschatologie houdt het zwaartepunt bij Christus.

Dominion-denken maakt de aarde tot horizon.

Bijbelse eschatologie richt de ogen op de Heere uit de hemel.

 

Waarom dit zo verwarrend is

De verwarring ontstaat omdat beide richtingen Bijbelse woorden gebruiken.

Koninkrijk.
Roeping.
Overwinning.
Heerschappij.
Geloof.
Verwachting.
Herstel.

Maar dezelfde woorden worden in een ander schema geplaatst. En daardoor krijgen ze een andere lading.

Dat is waarom veel charismatische gelovigen de spanning niet voelen. Zij horen vurige taal en herkennen Bijbelse woorden. Maar ze toetsen niet altijd het toekomstbeeld dat eronder ligt.

De vraag is niet alleen: gebruikt iemand Bijbelse termen?

De vraag is: in welk eschatologisch verhaal worden die termen gezet?

Wordt de Gemeente getekend als hemels geroepen volk dat Christus verwacht?

Of als aardse machtsfactor die de wereld moet transformeren?

Daar zit de scheidslijn.

Dominion-denken en verantwoorde Bijbelse eschatologie zijn niet verenigbaar, omdat ze twee tegengestelde verwachtingen hebben.

Dominion verwacht opmars, invloed en transformatie vóór de komst van Christus.

De Schrift leert de Gemeente om te dienen, te getuigen, te volharden en haar Heere uit de hemel te verwachten.

Dominion kijkt naar de aarde en vraagt: hoeveel invloed hebben wij al?

Bijbelse eschatologie kijkt naar boven en bidt:

“Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus.” Openbaring 22:20 (STV)

Dat is geen vlucht uit de werkelijkheid.

Dat is Bijbelse hoop.

Kan de Heer op elk moment komen? De opname van de Gemeente

Over de opname van de Gemeente

Door C.I. Scofield

Niemand ontkent dat de Schriften leren dat Christus op enig moment voor de tweede keer zal komen. Zelfs de kerk heeft, ook in haar slechtste toestand, nooit opgehouden om in haar belijdenissen ten minste van die waarheid getuigenis af te leggen.

Maar over twee vragen — de wijze waarop Hij terugkomt en het tijdstip van Zijn terugkeer — zijn de laatste tijd grote verschillen in leer ontstaan.

Op de vraag naar de wijze van de tweede komst van onze Heer wil ik hier niet ingaan. Ik wil alleen licht zoeken in de Schrift over de vraag naar het tijdstip van die komst. En zelfs daarin zal ik slechts dat aspect van Zijn komst behandelen dat door de apostel Paulus is geopenbaard.

Aandachtige studenten van het Woord weten dat aan de apostel van de heidenen een geheel van openbaring over de Gemeente is toevertrouwd. Het Oude Testament weet niets van de Gemeente, al is er wel ruimte voor gelaten. Onze Heer heeft niet méér gedaan dan aankondigen dat Hij haar zou bouwen. Afgezien van de geschriften die de Geest door Paulus gegeven heeft, zouden wij praktisch niets weten van de verborgenheid van de “Gemeente, welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult”.

Maar door deze geschriften zijn wij gezegend met een volledige en heldere openbaring over de Gemeente: haar oorsprong, werkwijze, verhoudingen, roeping en bestemming. Het is duidelijk dat een geïnspireerde beschrijving van de Gemeente, waarin niet wordt verteld wat het einde van haar aardse pelgrimsreis zal zijn, in dat opzicht tekort zou schieten.

Daarom hebben wij in twee opmerkelijke gedeelten in de brieven die door Paulus geschreven zijn, een beknopte maar bevredigende profetie over dat einde.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.” “Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; in een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.” 1 Korinthe 15:22–23, 51–52 (STV)

“Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem. Want dat zeggen wij u door het woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” 1 Thessalonicenzen 4:13–17 (STV)

Over deze gebeurtenis, en alleen over deze gebeurtenis, gaat dit artikel.

Wij weten heel goed dat er een grote hoeveelheid profetie is die spreekt over de terugkeer van Christus naar de aarde, in verband met de oprichting van het Messiaanse Koninkrijk, het hervatten van Gods handelen met Israël en de zegen voor de hele wereld.

Maar de komst waarover de aangehaalde gedeelten spreken, is niet een komst naar de aarde, maar een komst in “de lucht”. Deze komst vestigt niets op aarde, maar neemt een volk weg van de aarde.

De wederkomst van de Heer in de lucht voor de Gemeente is daarom niet dat aspect van de tweede komst waarover de oudtestamentische profeten spreken, bijvoorbeeld Zacharia 14:1–9. Het is ook niet dat aspect van Zijn komst waarover onze Heer sprak in de rede op de Olijfberg en in Zijn eschatologische gelijkenissen.

Het is een onderdeel van wat Paulus “mijn Evangelie” noemt: een onderdeel van de waarheid over de Gemeente.

Nu stel ik de vraag: kan de komst van de Heere in de lucht voor de Gemeente op elk moment plaatsvinden?

Mijn antwoord is: ja. En wel om twee redenen.

Kan de Heere elk moment komen?

Geen voorzegde gebeurtenis hoeft nog vervuld te worden

Er is geen enkele voorzegde gebeurtenis die nog vervuld móét worden vóór deze komst.

Soms wordt gezegd dat onze Heere een tussenliggende voorwaarde heeft genoemd toen Hij zei:

“En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen.” Mattheüs 24:14 (STV)

Men werpt dan tegen dat dit nog niet is gebeurd.

Daarop antwoord ik het volgende.

Met “het einde” bedoelt onze Heer niet Zijn nederdaling in de lucht voor Zijn Gemeente, maar “de voleinding der wereld”, of beter: de voleinding van de eeuw, waarover de discipelen Hem gevraagd hadden in Mattheüs 24:3.

Verder is de Gemeente niet gesteld om het “Evangelie des Koninkrijks” te prediken, maar “het Evangelie der genade Gods”.

Ook zal er tijdens de verdrukking een wereldwijde prediking van het Koninkrijk plaatsvinden door het Joodse overblijfsel. Zie Openbaring 6:9–11, Openbaring 7:13–14 en Zacharia 8:23.

Verder wordt gezegd dat de Heer niet terugkomt voordat het duizendjarige rijk voorbij is.

Tegen deze tegenwerping is het voldoende te zeggen dat de gelijkenis van het tarwe en het onkruid, de gelijkenis van de edelman die naar een ver land reisde, en de beschrijvingen van het verloop van deze eeuw allemaal de mogelijkheid uitsluiten van een millennium vóór de terugkeer van de Heere in heerlijkheid naar de aarde. Zie Mattheüs 13:24–30, 36–43; Lukas 19:11–14; Mattheüs 24:6–14 en 2 Thessalonicenzen 1:3–10.

En omdat de nederdaling van de Heere in de lucht vooraf moet gaan aan Zijn terugkeer in heerlijkheid naar de aarde, is het duidelijk dat er vóór die laatste gebeurtenis onmogelijk een millennium kan plaatsvinden.

Anderen stellen dat de grote verdrukking eerst moet verlopen voordat de Gemeente kan worden opgenomen.

Daarop antwoord ik het volgende.

Er is een uitdrukkelijke belofte dat de ware Gemeente bewaard zal worden

“uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken, die op de aarde wonen”. Openbaring 3:10 (STV)

Verder wordt de Gemeente, priesterlijk en koninklijk, gezien in de personen van de ouderlingen in de hemel vóórdat de gebeurtenissen die de grote verdrukking vormen op aarde beginnen plaats te vinden. Deze ouderlingen worden gezien in Openbaring 4, dus vóórdat de eerste reeks oordelen — de zegeloordelen — begint. En zelfs die bereiden de verdrukking slechts voor.

Ook bevestigen alle typen deze zienswijze. Sodom kon niet worden verwoest voordat Lot eruit was weggenomen, enzovoort.

 

De houding van de gelovige is: verwachten

In de brieven van Paulus, die als enige ons rechtstreeks spreekt over de opname van de Gemeente, is de kenmerkende houding van de gelovige: verwachten.

Niet het verwachten van het Koninkrijk.

Niet het verwachten van de grote verdrukking.

Maar het verwachten van

“Zijn Zoon uit de hemelen, Denwelken Hij uit de doden verwekt heeft, namelijk Jezus”. 1 Thessalonicenzen 1:10 (STV)

En ook:

“Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus.” Titus 2:13 (STV)

Daarom beantwoorden wij de vraag: “Kan de Heere op elk moment komen?” bevestigend.

Ja, Hij kan en zal komen.

En wanneer wij om ons heen kijken, worden wij er zeker toe gedrongen om het laatste gebed van de Schrift mee te bidden:

“Ja, kom, Heere Jezus!” Openbaring 22:20 (STV)

Zie ook:

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #1 de Opname van de Gemeente – Bijbelse basis

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #2 Verdrukking – Bijbelse basis

De verborgenheid van de Gemeente – Bijbelse basis

Extern:

opname » Bijbels Panorama

Waarom een messiasverwachting niets bewijst: de Mahdi, de Maitreya, de Messias en de grote vergissing

De messias die nooit komt

Waarom een messiasverwachting op zichzelf niets bewijst

Veel mensen denken dat een religie geloofwaardiger wordt wanneer zij een messiasverwachting heeft. Het klinkt immers indrukwekkend: een volk of religie leeft in verwachting van een komende verlosser die recht zal brengen en de wereld zal herstellen.

Maar wie iets dieper kijkt, ontdekt een ongemakkelijke waarheid:

Een messiasverwachting is helemaal niet uniek

Sterker nog: bijna elke grote religie kent een vorm van zo’n verwachting.

Dat betekent dat de verwachting zelf nog niets bewijst.

De islam verwacht ook een redder

Binnen de islam leeft een sterke verwachting van een eindtijdfiguur: de Mahdi.

Volgens veel islamitische tradities zal deze leider verschijnen vlak voor het einde van de wereld. Hij zal:

  • de islam wereldwijd laten zegevieren
  • recht en orde herstellen
  • oorlog voeren tegen vijanden van de islam
  • samen optreden met Isa (Jezus) die volgens de islam zal terugkeren

Voor miljoenen moslims is deze verwachting zeer serieus.

Maar het bestaan van die verwachting maakt de Mahdi nog geen realiteit

Als dat wel zo was, zou elke religie met een eindtijdverlosser automatisch gelijk hebben.

Dat is uiteraard onmogelijk.

De mens verlangt altijd naar een redder

De geschiedenis laat zien dat de mensheid voortdurend redders verwacht.

Het is een religieus patroon:

  • het jodendom verwacht de Messias
  • de islam verwacht de Mahdi
  • het boeddhisme verwacht Maitreya
  • sommige hindoeïstische tradities verwachten Kalki

Waarom?

Omdat de wereld zichtbaar gebroken is.

Mensen voelen intuïtief dat er iemand moet komen die alles rechtzet.

Maar een verlangen naar een redder is nog geen bewijs dat men de juiste Redder kent.

De Bijbel zegt iets totaal anders

Hier komt het radicale verschil.

De Bijbel zegt niet:

er komt ooit een redder.

maar zegt:

de Redder is al gekomen. Geloof dat.

Het evangelie verkondigt dat de Messias niet een toekomstig politiek figuur is, maar een historische Persoon: Jezus Christus.

“Maar wanneer de volheid van de tijd gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.”
(Galaten 4:4, STV)

De Messias is niet een droom van religieuze verwachting.

Hij verscheen in de geschiedenis.

Hij leefde.

Hij stierf.

Hij stond op uit de dood.

Het probleem van een messias zonder Jezus

Een religie die een messias verwacht maar Jezus verwerpt, staat uiteindelijk met lege handen.

Want de Bijbel maakt duidelijk dat de vraag naar de Messias uiteindelijk neerkomt op één beslissende vraag:

Wat doet men met Jezus Christus?

“Wie is de leugenaar, dan die loochent dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.”
(1 Johannes 2:22, STV)

Dat is confronterend.

Maar het maakt het onderscheid helder.

Een messiasverwachting kan nog alle kanten op.

Maar het evangelie wijst naar één Persoon.

Waarom een messiasverwachting zelfs gevaarlijk kan zijn

Ironisch genoeg kan een sterke messiasverwachting mensen juist vatbaar maken voor misleiding.

De Bijbel waarschuwt hier expliciet voor.

“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (zo het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.”
(Matthéüs 24:24, STV)

Wie alleen wacht op een toekomstige redder, kan zo maar  de verkeerde omarmen.

Geschiedenis en religie zitten vol voorbeelden daarvan.

Het Evangelie

De Bijbel draait daarom niet om een religieuze verwachting.

Het draait om een historische realiteit.

Jezus Christus is de beloofde

“Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is.
En de zaligheid is in geen Ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:11–12, STV)

Dáár ligt het beslissende punt.

Niet in de vraag of men een verlosser verwacht.

Maar in de vraag:

Kent men de Verlosser die al gekomen is?

Een messiasverwachting bewijst helemaal niets.

De islam heeft er één.
Het Jodendom heeft er één.
Andere religies hebben er ook één.

Maar alleen het Evangelie zegt:

De Messias is al gekomen.

Zijn Naam is Jezus Christus.

En wie Hem verwerpt terwijl hij een andere redder verwacht, zal bedrogen uitkomen.

 

Geverifieerd door MonsterInsights