Het loon voor de gelovige, Genade en goede werken

Werken voor de hemel? Of werken vanuit de hemel?

Loon voor de gelovige is iets anders dan behoud uit Genade. Toch worden die twee in veel kerken met elkaar verward. Wat leert de apostel Paulus werkelijk over goede werken, de rechterstoel van Christus en hemelse beloning? In dit artikel onderzoeken we wat de Schrift zegt en waarom dit onderscheid essentieel is voor een gezond begrip van het Evangelie.

Veel christenen raken vroeg of laat verstrikt in een fundamentele verwarring. Aan de ene kant horen zij dat behoud volledig uit Genade is. Aan de andere kant lezen zij over loon, kronen en de rechterstoel van Christus. Dan ontstaat de vraag:

moeten wij dan toch werken om behouden te blijven?

Het Bijbelse antwoord is ondubbelzinnig: nee.

Maar daarmee is niet alles gezegd.

Wie de brieven van Paulus zorgvuldig leest, ontdekt dat de Schrift een scherp onderscheid maakt tussen de gave van het eeuwige leven en het loon voor trouwe dienst.

Wie dat onderscheid wegpoetst, tast óf de Genade aan óf ontneemt de gelovige iedere verantwoordelijkheid.

En dat zien we vandaag de dag helaas gebeuren.

 

Het loon voor de gelovige

De grootste verwarring onder christenen

Er zijn twee uitersten.

Het eerste zegt:

“Je bent wel uit genade behouden, maar uiteindelijk bepalen jouw werken of je de eindstreep haalt.”

Het tweede zegt:

“Omdat alles genade is, maakt het niet meer uit hoe je leeft.”

Beide kloppen ze niet.

Paulus leert iets veel rijkers.

De zaligheid is volledig Gods werk.

De beloning is Gods antwoord op een leven dat Hem trouw heeft gediend.

 

Behoud is een gave, nooit een beloning

Paulus laat geen enkele ruimte voor twijfel, ook niet over menselijke verdiensten.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.” (Efeze 2:8-9 STV)

De hemel is geen salaris.

De hemel is geen prijs voor goed gedrag.

De hemel is Gods geschenk aan zondaren die hun vertrouwen stellen op de Here Jezus Christus.

Religie probeert Gods gunst te verdienen.

Het Evangelie verkondigt dat Christus alles reeds heeft volbracht.

 

Goede werken zijn het gevolg van genade

Paulus stopt niet bij vers 9.

Hij vervolgt meteen:

“Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.” (Efeze 2:10 STV)

Goede werken zijn dus niet de aanleiding van ons behoud.

Ze zijn de vrucht.

Wij werken niet om leven te ontvangen.

Wij werken omdat wij leven ontvangen hébben.

Dat is  het verschil tussen wet en genade.

 

De rechterstoel van Christus gaat over loon

Veel gelovigen zien uit angst op tegen de rechterstoel van Christus.

Maar Paulus leert nergens dat daar de behoudenis wordt beslist.

Daar wordt het leven van de gelovige beoordeeld.

“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage hetgeen door het lichaam geschiedt, naar dat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.” (2 Korinthe 5:10 STV)

De vraag luidt niet:

“Ben jij behouden?”

Die vraag is al beantwoord toen iemand tot geloof kwam.

De vraag luidt:

“Ben jij trouw aan je roeping geweest?”

 

Een gelovige kan loon verliezen

Dat leert Paulus zonder omwegen

“Zo ieders werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen. Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.” (1 Korinthe 3:14-15 STV)

Let goed op.

Hij blijft behouden.

Maar hij kan wel schade lijden.

Niet doordat hij zijn redding verliest.

Wel doordat zijn werk geen eeuwigheidswaarde blijkt te hebben.

Dat is een waarheid waar nauwelijks nog over wordt gesproken.

 

God beloont trouw

Paulus verwachtte zelf een kroon.

Niet omdat hij meende iets verdiend te hebben.

Maar omdat God heeft beloofd trouw te belonen.

“Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben.” (2 Timotheüs 4:8 STV)

Ook schrijft hij:

“Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient den Heere Christus.” (Kolossenzen 3:24 STV)

Geen enkele daad uit liefde tot Christus is vergeefs.

Geen verborgen dienst.

Geen trouw gebed.

Geen onderwijs.

Geen evangelisatiewerk.

Geen volharding in lijden.

God vergeet niets.

 

Scofield schreef er ook over

C.I. Scofield benadrukt in The New Life in Christ Jesus (pdf) dat de wedergeboorte nog maar het begin is van het christelijke leven. Daarna wil God de gelovige vormen tot een vruchtbare dienstknecht. Scofield beschrijft hoe zelfverloochening, afhankelijkheid van God en een “nieuw en hoger dienstbetoon” leiden tot grotere geestelijke vruchtbaarheid.

Dat sluit naadloos aan bij Paulus.

Eerst nieuw leven.

Daarna een nieuwe wandel.

Vervolgens de beoordeling.

Daarna het loon.

 

Waarom hoor je hier zo weinig over?

De moderne evangelische wereld spreekt graag over:

  • identiteit;
  • bestemming;
  • doorbraak;
  • overwinning;
  • zegen.

Maar opvallend weinig valt te horen over de rechterstoel van Christus.

Toch was juist dát voor Paulus een enorme motivatie.

“Wij dan, wetende den schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof…” (2 Korinthe 5:11 STV)

Hij leefde niet in voortdurende angst zijn behoudenis kwijt te raken.

Hij leefde in diep ontzag voor zijn Heer, aan Wie hij eenmaal rekenschap zou afleggen.

Dat besef zou ook vandaag veel oppervlakkigheid genezen.

 

Het Bijbelse evenwicht

De Schrift leert steeds dezelfde volgorde.

  • Christus bracht de verlossing tot stand.
  • De zondaar ontvangt eeuwig leven uit genade.
  • De gelovige wandelt in de goede werken die God heeft voorbereid.
  • Christus beoordeelt die werken.
  • Trouwe dienst wordt beloond.

Wie deze volgorde omdraait, maakt van het Evangelie een systeem van verdiensten.

Wie de laatste stappen weglaat, maakt van genade een excuus voor geestelijke passiviteit.

Paulus leert beide uitdrukkelijk niet.

 

Conclusie

De gelovige werkt niet om door God aangenomen te worden.

Hij werkt omdat hij in Christus al aangenomen ís.

Dat is het verschil tussen religie en het Evangelie.

Religie zegt:

“Werk, misschien neemt God je aan.”

Het Evangelie zegt:

“God heeft je in Christus aangenomen; dien Hem daarom met heel je hart.”

Juist dat leven, geleefd uit dankbaarheid, afhankelijkheid en liefde voor de Here Jezus Christus, zal eenmaal door Hem worden beloond.

En dat loon is geen loon voor de zaligheid.

Het is loon voor trouw aan Hem.

lees ook:

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

De verborgenheid in de Bijbel – Bijbelse basis

Israël en de Gemeente: het Bijbelse onderscheid – Bijbelse basis

 

 

Kan de Heer op elk moment komen? De opname van de Gemeente

Over de opname van de Gemeente

Door C.I. Scofield

Niemand ontkent dat de Schriften leren dat Christus op enig moment voor de tweede keer zal komen. Zelfs de kerk heeft, ook in haar slechtste toestand, nooit opgehouden om in haar belijdenissen ten minste van die waarheid getuigenis af te leggen.

Maar over twee vragen — de wijze waarop Hij terugkomt en het tijdstip van Zijn terugkeer — zijn de laatste tijd grote verschillen in leer ontstaan.

Op de vraag naar de wijze van de tweede komst van onze Heer wil ik hier niet ingaan. Ik wil alleen licht zoeken in de Schrift over de vraag naar het tijdstip van die komst. En zelfs daarin zal ik slechts dat aspect van Zijn komst behandelen dat door de apostel Paulus is geopenbaard.

Aandachtige studenten van het Woord weten dat aan de apostel van de heidenen een geheel van openbaring over de Gemeente is toevertrouwd. Het Oude Testament weet niets van de Gemeente, al is er wel ruimte voor gelaten. Onze Heer heeft niet méér gedaan dan aankondigen dat Hij haar zou bouwen. Afgezien van de geschriften die de Geest door Paulus gegeven heeft, zouden wij praktisch niets weten van de verborgenheid van de “Gemeente, welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult”.

Maar door deze geschriften zijn wij gezegend met een volledige en heldere openbaring over de Gemeente: haar oorsprong, werkwijze, verhoudingen, roeping en bestemming. Het is duidelijk dat een geïnspireerde beschrijving van de Gemeente, waarin niet wordt verteld wat het einde van haar aardse pelgrimsreis zal zijn, in dat opzicht tekort zou schieten.

Daarom hebben wij in twee opmerkelijke gedeelten in de brieven die door Paulus geschreven zijn, een beknopte maar bevredigende profetie over dat einde.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.” “Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; in een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.” 1 Korinthe 15:22–23, 51–52 (STV)

“Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem. Want dat zeggen wij u door het woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” 1 Thessalonicenzen 4:13–17 (STV)

Over deze gebeurtenis, en alleen over deze gebeurtenis, gaat dit artikel.

Wij weten heel goed dat er een grote hoeveelheid profetie is die spreekt over de terugkeer van Christus naar de aarde, in verband met de oprichting van het Messiaanse Koninkrijk, het hervatten van Gods handelen met Israël en de zegen voor de hele wereld.

Maar de komst waarover de aangehaalde gedeelten spreken, is niet een komst naar de aarde, maar een komst in “de lucht”. Deze komst vestigt niets op aarde, maar neemt een volk weg van de aarde.

De wederkomst van de Heer in de lucht voor de Gemeente is daarom niet dat aspect van de tweede komst waarover de oudtestamentische profeten spreken, bijvoorbeeld Zacharia 14:1–9. Het is ook niet dat aspect van Zijn komst waarover onze Heer sprak in de rede op de Olijfberg en in Zijn eschatologische gelijkenissen.

Het is een onderdeel van wat Paulus “mijn Evangelie” noemt: een onderdeel van de waarheid over de Gemeente.

Nu stel ik de vraag: kan de komst van de Heere in de lucht voor de Gemeente op elk moment plaatsvinden?

Mijn antwoord is: ja. En wel om twee redenen.

Kan de Heere elk moment komen?

Geen voorzegde gebeurtenis hoeft nog vervuld te worden

Er is geen enkele voorzegde gebeurtenis die nog vervuld móét worden vóór deze komst.

Soms wordt gezegd dat onze Heere een tussenliggende voorwaarde heeft genoemd toen Hij zei:

“En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen.” Mattheüs 24:14 (STV)

Men werpt dan tegen dat dit nog niet is gebeurd.

Daarop antwoord ik het volgende.

Met “het einde” bedoelt onze Heer niet Zijn nederdaling in de lucht voor Zijn Gemeente, maar “de voleinding der wereld”, of beter: de voleinding van de eeuw, waarover de discipelen Hem gevraagd hadden in Mattheüs 24:3.

Verder is de Gemeente niet gesteld om het “Evangelie des Koninkrijks” te prediken, maar “het Evangelie der genade Gods”.

Ook zal er tijdens de verdrukking een wereldwijde prediking van het Koninkrijk plaatsvinden door het Joodse overblijfsel. Zie Openbaring 6:9–11, Openbaring 7:13–14 en Zacharia 8:23.

Verder wordt gezegd dat de Heer niet terugkomt voordat het duizendjarige rijk voorbij is.

Tegen deze tegenwerping is het voldoende te zeggen dat de gelijkenis van het tarwe en het onkruid, de gelijkenis van de edelman die naar een ver land reisde, en de beschrijvingen van het verloop van deze eeuw allemaal de mogelijkheid uitsluiten van een millennium vóór de terugkeer van de Heere in heerlijkheid naar de aarde. Zie Mattheüs 13:24–30, 36–43; Lukas 19:11–14; Mattheüs 24:6–14 en 2 Thessalonicenzen 1:3–10.

En omdat de nederdaling van de Heere in de lucht vooraf moet gaan aan Zijn terugkeer in heerlijkheid naar de aarde, is het duidelijk dat er vóór die laatste gebeurtenis onmogelijk een millennium kan plaatsvinden.

Anderen stellen dat de grote verdrukking eerst moet verlopen voordat de Gemeente kan worden opgenomen.

Daarop antwoord ik het volgende.

Er is een uitdrukkelijke belofte dat de ware Gemeente bewaard zal worden

“uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken, die op de aarde wonen”. Openbaring 3:10 (STV)

Verder wordt de Gemeente, priesterlijk en koninklijk, gezien in de personen van de ouderlingen in de hemel vóórdat de gebeurtenissen die de grote verdrukking vormen op aarde beginnen plaats te vinden. Deze ouderlingen worden gezien in Openbaring 4, dus vóórdat de eerste reeks oordelen — de zegeloordelen — begint. En zelfs die bereiden de verdrukking slechts voor.

Ook bevestigen alle typen deze zienswijze. Sodom kon niet worden verwoest voordat Lot eruit was weggenomen, enzovoort.

 

De houding van de gelovige is: verwachten

In de brieven van Paulus, die als enige ons rechtstreeks spreekt over de opname van de Gemeente, is de kenmerkende houding van de gelovige: verwachten.

Niet het verwachten van het Koninkrijk.

Niet het verwachten van de grote verdrukking.

Maar het verwachten van

“Zijn Zoon uit de hemelen, Denwelken Hij uit de doden verwekt heeft, namelijk Jezus”. 1 Thessalonicenzen 1:10 (STV)

En ook:

“Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus.” Titus 2:13 (STV)

Daarom beantwoorden wij de vraag: “Kan de Heere op elk moment komen?” bevestigend.

Ja, Hij kan en zal komen.

En wanneer wij om ons heen kijken, worden wij er zeker toe gedrongen om het laatste gebed van de Schrift mee te bidden:

“Ja, kom, Heere Jezus!” Openbaring 22:20 (STV)

Zie ook:

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #1 de Opname van de Gemeente – Bijbelse basis

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #2 Verdrukking – Bijbelse basis

De verborgenheid van de Gemeente – Bijbelse basis

Extern:

opname » Bijbels Panorama

De Bedelingen, het Dispensationalisme en de oorsprong

De Bedelingen, het Dispensationalisme en de oorsprong

Waar komt de bedelingenleer, het dispensationalisme, eigenlijk vandaan? Wat houdt het in? Enkele min of meer bekende namen, die ten onrechte door het slijk worden getrokken, komen aan bod.

YouTube player

In de video noem ik ook de “Scofield Reference Bible” die hier als pdf (versie 1917) te downloaden is.

Geverifieerd door MonsterInsights