Kan de Heer op elk moment komen? De opname van de Gemeente

Over de opname van de Gemeente

Door C.I. Scofield

Niemand ontkent dat de Schriften leren dat Christus op enig moment voor de tweede keer zal komen. Zelfs de kerk heeft, ook in haar slechtste toestand, nooit opgehouden om in haar belijdenissen ten minste van die waarheid getuigenis af te leggen.

Maar over twee vragen — de wijze waarop Hij terugkomt en het tijdstip van Zijn terugkeer — zijn de laatste tijd grote verschillen in leer ontstaan.

Op de vraag naar de wijze van de tweede komst van onze Heer wil ik hier niet ingaan. Ik wil alleen licht zoeken in de Schrift over de vraag naar het tijdstip van die komst. En zelfs daarin zal ik slechts dat aspect van Zijn komst behandelen dat door de apostel Paulus is geopenbaard.

Aandachtige studenten van het Woord weten dat aan de apostel van de heidenen een geheel van openbaring over de Gemeente is toevertrouwd. Het Oude Testament weet niets van de Gemeente, al is er wel ruimte voor gelaten. Onze Heer heeft niet méér gedaan dan aankondigen dat Hij haar zou bouwen. Afgezien van de geschriften die de Geest door Paulus gegeven heeft, zouden wij praktisch niets weten van de verborgenheid van de “Gemeente, welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult”.

Maar door deze geschriften zijn wij gezegend met een volledige en heldere openbaring over de Gemeente: haar oorsprong, werkwijze, verhoudingen, roeping en bestemming. Het is duidelijk dat een geïnspireerde beschrijving van de Gemeente, waarin niet wordt verteld wat het einde van haar aardse pelgrimsreis zal zijn, in dat opzicht tekort zou schieten.

Daarom hebben wij in twee opmerkelijke gedeelten in de brieven die door Paulus geschreven zijn, een beknopte maar bevredigende profetie over dat einde.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.” “Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; in een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.” 1 Korinthe 15:22–23, 51–52 (STV)

“Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem. Want dat zeggen wij u door het woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” 1 Thessalonicenzen 4:13–17 (STV)

Over deze gebeurtenis, en alleen over deze gebeurtenis, gaat dit artikel.

Wij weten heel goed dat er een grote hoeveelheid profetie is die spreekt over de terugkeer van Christus naar de aarde, in verband met de oprichting van het Messiaanse Koninkrijk, het hervatten van Gods handelen met Israël en de zegen voor de hele wereld.

Maar de komst waarover de aangehaalde gedeelten spreken, is niet een komst naar de aarde, maar een komst in “de lucht”. Deze komst vestigt niets op aarde, maar neemt een volk weg van de aarde.

De wederkomst van de Heer in de lucht voor de Gemeente is daarom niet dat aspect van de tweede komst waarover de oudtestamentische profeten spreken, bijvoorbeeld Zacharia 14:1–9. Het is ook niet dat aspect van Zijn komst waarover onze Heer sprak in de rede op de Olijfberg en in Zijn eschatologische gelijkenissen.

Het is een onderdeel van wat Paulus “mijn Evangelie” noemt: een onderdeel van de waarheid over de Gemeente.

Nu stel ik de vraag: kan de komst van de Heere in de lucht voor de Gemeente op elk moment plaatsvinden?

Mijn antwoord is: ja. En wel om twee redenen.

Kan de Heere elk moment komen?

Geen voorzegde gebeurtenis hoeft nog vervuld te worden

Er is geen enkele voorzegde gebeurtenis die nog vervuld móét worden vóór deze komst.

Soms wordt gezegd dat onze Heere een tussenliggende voorwaarde heeft genoemd toen Hij zei:

“En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen.” Mattheüs 24:14 (STV)

Men werpt dan tegen dat dit nog niet is gebeurd.

Daarop antwoord ik het volgende.

Met “het einde” bedoelt onze Heer niet Zijn nederdaling in de lucht voor Zijn Gemeente, maar “de voleinding der wereld”, of beter: de voleinding van de eeuw, waarover de discipelen Hem gevraagd hadden in Mattheüs 24:3.

Verder is de Gemeente niet gesteld om het “Evangelie des Koninkrijks” te prediken, maar “het Evangelie der genade Gods”.

Ook zal er tijdens de verdrukking een wereldwijde prediking van het Koninkrijk plaatsvinden door het Joodse overblijfsel. Zie Openbaring 6:9–11, Openbaring 7:13–14 en Zacharia 8:23.

Verder wordt gezegd dat de Heer niet terugkomt voordat het duizendjarige rijk voorbij is.

Tegen deze tegenwerping is het voldoende te zeggen dat de gelijkenis van het tarwe en het onkruid, de gelijkenis van de edelman die naar een ver land reisde, en de beschrijvingen van het verloop van deze eeuw allemaal de mogelijkheid uitsluiten van een millennium vóór de terugkeer van de Heere in heerlijkheid naar de aarde. Zie Mattheüs 13:24–30, 36–43; Lukas 19:11–14; Mattheüs 24:6–14 en 2 Thessalonicenzen 1:3–10.

En omdat de nederdaling van de Heere in de lucht vooraf moet gaan aan Zijn terugkeer in heerlijkheid naar de aarde, is het duidelijk dat er vóór die laatste gebeurtenis onmogelijk een millennium kan plaatsvinden.

Anderen stellen dat de grote verdrukking eerst moet verlopen voordat de Gemeente kan worden opgenomen.

Daarop antwoord ik het volgende.

Er is een uitdrukkelijke belofte dat de ware Gemeente bewaard zal worden

“uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken, die op de aarde wonen”. Openbaring 3:10 (STV)

Verder wordt de Gemeente, priesterlijk en koninklijk, gezien in de personen van de ouderlingen in de hemel vóórdat de gebeurtenissen die de grote verdrukking vormen op aarde beginnen plaats te vinden. Deze ouderlingen worden gezien in Openbaring 4, dus vóórdat de eerste reeks oordelen — de zegeloordelen — begint. En zelfs die bereiden de verdrukking slechts voor.

Ook bevestigen alle typen deze zienswijze. Sodom kon niet worden verwoest voordat Lot eruit was weggenomen, enzovoort.

 

De houding van de gelovige is: verwachten

In de brieven van Paulus, die als enige ons rechtstreeks spreekt over de opname van de Gemeente, is de kenmerkende houding van de gelovige: verwachten.

Niet het verwachten van het Koninkrijk.

Niet het verwachten van de grote verdrukking.

Maar het verwachten van

“Zijn Zoon uit de hemelen, Denwelken Hij uit de doden verwekt heeft, namelijk Jezus”. 1 Thessalonicenzen 1:10 (STV)

En ook:

“Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus.” Titus 2:13 (STV)

Daarom beantwoorden wij de vraag: “Kan de Heere op elk moment komen?” bevestigend.

Ja, Hij kan en zal komen.

En wanneer wij om ons heen kijken, worden wij er zeker toe gedrongen om het laatste gebed van de Schrift mee te bidden:

“Ja, kom, Heere Jezus!” Openbaring 22:20 (STV)

Zie ook:

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #1 de Opname van de Gemeente – Bijbelse basis

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #2 Verdrukking – Bijbelse basis

De verborgenheid van de Gemeente – Bijbelse basis

Extern:

opname » Bijbels Panorama

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #2 Verdrukking

De Grote Verdrukking

De laatste jaarweek van Daniël uitgelegd

Na de opname van de Gemeente begint een nieuwe fase in Gods profetische plan.

De Bijbel beschrijft deze periode in verband met de laatste jaarweek van Daniël.

Wat aan deze gebeurtenis vooraf gaat zie: de Opname van de Gemeente

De laatste jaarweek van Daniël

De basis staat in Daniël.

“Hij zal velen het verbond versterken één week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden.”
(Daniël 9:27, STV)

De “week” staat hier voor 7 jaar.

Deze periode vormt het profetische kader van de eindtijd.

Twee perioden van 3,5 jaar

Deze zeven jaar worden verdeeld in twee gelijke delen.

Elke periode duurt 3,5 jaar.

De Bijbel gebruikt hiervoor verschillende aanduidingen:

  • een tijd, tijden en een halve tijd

  • 42 maanden

  • 1260 dagen

De eerste 3,5 jaar: schijnvrede

De eerste helft van de jaarweek wordt gekenmerkt door een ogenschijnlijke stabiliteit.

Volgens Daniël wordt er een verbond gesloten.

“Hij zal velen het verbond versterken één week.”
(Daniël 9:27, STV)

Dit suggereert een politieke overeenkomst die waarschijnlijk een vorm van vrede of stabiliteit belooft.

De wereld zal denken dat er eindelijk rust komt.

Paulus beschrijft de sfeer van deze tijd als volgt:

“Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen.”
(1 Thessalonicenzen 5:3, STV)

Ondertussen begint een wereldleider op te staan die later in de Schrift wordt beschreven als de tegenstander van God. In deze eerste periode nemen de spanningen toe en beginnen de eerste oordelen zich te ontvouwen.

Toch is dit nog niet de periode diede Here Jezus de grote verdrukking noemt.

Het keerpunt: de gruwel der verwoesting

Halverwege de zeven jaar vindt een dramatische gebeurtenis plaats.

Jezus verwijst naar deze gebeurtenis.

“Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël den profeet.”
(Mattheüs 24:15, STV)

Dit moment vormt het keerpunt van de periode.

De tweede periode van 3,5 jaar: de Grote Verdrukking

De tweede helft van de zeven jaar is de periode die de Here Jezus de grote verdrukking noemt.

De Bijbel geeft meerdere exacte tijdsaanduidingen voor deze periode.

“En der vrouw werden gegeven twee vleugelen eens groten arends, opdat zij zou vliegen in de woestijn, in haar plaats, alwaar zij gevoed wordt een tijd, en tijden, en een halve tijd.”
(Openbaring 12:14, STV)

Een tijd = 1 jaar
Tijden = 2 jaar
Een halve tijd = 0,5 jaar

Samen 3,5 jaar.

Andere aanduidingen voor dezelfde periode zijn:

  • 42 maanden

  • 1260 dagen

Deze periode wordt gekenmerkt door:

  • wereldwijde vervolging

  • extreme politieke macht van het beest

  • zware oordelen van God

  • ongekende wereldwijde crisis

Het is deze periode die in de Schrift bekend staat als de grote verdrukking.

De focus van deze periode

Daniël maakt duidelijk op wie deze profetie gericht is.

“Zeventig weken zijn bestemd over uw volk en over uw heilige stad.”
(Daniël 9:24, STV)

Het gaat primair over:

  • Israël

  • Jeruzalem

Ook Jeremia spreekt hierover.

“Het is een tijd der benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.”
(Jeremia 30:7, STV)

Het einde van de Grote Verdrukking

De periode eindigt met de zichtbare wederkomst van Christus.

“En zij zullen den Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels met grote kracht en heerlijkheid.”
(Mattheüs 24:30, STV)

Dan wordt:

het kwaad geoordeeld

Israël bevrijd

het Messiaanse Koninkrijk gevestigd

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #1 de Opname van de Gemeente

De opname van de Gemeente komt eerst: waarom de wereld de Grote Verdrukking niet ziet aankomen

De gebeurtenis vóór de Grote Verdrukking

Wanneer Christenen spreken over de eindtijd verplaatst de focus vaak meteen naar de Grote Verdrukking. Films, boeken en preken schilderen een periode van wereldwijde chaos, oorlog en oordeel.

Maar volgens de Schrift gaat aan deze periode een andere gebeurtenis vooraf die vaak vergeten wordt of verkeerd wordt begrepen: de opname van de Gemeente.

Om de profetieën over de eindtijd goed te begrijpen moeten we daarom eerst kijken naar deze gebeurtenis.

Wat de opname van de Gemeente is

De opname wordt duidelijk beschreven door de apostel Paulus.

“Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.”
(1 Thessalonicenzen 4:17, STV)

Paulus beschrijft hier een moment waarop gelovigen plotseling worden opgenomen om Christus te ontmoeten in de lucht.

Dit gebeurt wanneer:

  • de doden in Christus eerst opstaan
  • levende gelovigen worden veranderd
  • de Gemeente Christus tegemoet gaat

Het gaat dus om een plotselinge wegneming van de Gemeente.

Een verborgenheid die Paulus openbaart

Paulus noemt deze gebeurtenis een verborgenheid.

“Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden.”
(1 Korinthe 15:51, STV)

Hij beschrijft vervolgens hoe snel dit gebeurt.

“In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin.”
(1 Korinthe 15:52, STV)

De opname gebeurt dus plotseling en onverwacht., in een ‘ondeelbaar ogenblik’ 

Waarom vóór de Grote Verdrukking

Dit gegeven is voor veel mensen niet duidelijk; de reden waarom.

De Bijbel zegt dat de Gemeente niet bestemd is voor de komende oordelen.

Paulus schrijft:

“En Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Dien Hij uit de doden opgewekt heeft, namelijk Jezus, Die ons verlost van den toekomenden toorn.”
(1 Thessalonicenzen 1:10, STV)

En:

“Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid door onzen Heere Jezus Christus.”
(1 Thessalonicenzen 5:9, STV)

De oordelen van de eindtijd worden in Openbaring juist beschreven als de toorn van God.

“Verberg ons voor het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en voor den toorn des Lams.”
(Openbaring 6:16, STV)

Daarom leert de Schrift dat Christus Zijn Gemeente wegneemt voordat deze periode begint.

Een belangrijk onderscheid

Veel verwarring ontstaat doordat men de opname van de Gemeente verwart met de wederkomst van Christus.

Bij de opname:
  • ontmoeten gelovigen Christus in de lucht
  • Christus komt niet op aarde
  • het vde Gemeente wordt tot Hem opgenomen
Bij de wederkomst:

“En zij zullen den Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels met grote kracht en heerlijkheid.”
(Mattheüs 24:30, STV)

Dan komt Christus zichtbaar naar de aarde.

HUIDIGE TIJD
De Gemeente op aarde



OPNAME VAN DE GEMEENTE
(1 Thessalonicenzen 4:17)

Gelovigen worden opgenomen
om Christus in de lucht te ontmoeten




BEGIN LAATSTE JAARWEEK VAN DANIEL
(Daniël 9:27)

Eerste periode – 3,5 jaar

• politieke stabiliteit
• schijnvrede
• opkomst wereldleider
• eerste oordelen




GRUWEL DER VERWOESTING
(Mattheüs 24:15)

Keerpunt in de profetie




GROTE VERDRUKKING – 3,5 JAAR
(Mattheüs 24:21)

• wereldwijde vervolging
• oordelen van God
• macht van het beest
• tijd der benauwdheid voor Jakob




WEDERKOMST VAN CHRISTUS
(Mattheüs 24:30)

Christus verschijnt zichtbaar
en vestigt Zijn Koninkrijk

Misverstanden over de opname

Er bestaan verschillende misverstanden.

Sommigen zeggen dat het idee van de opname een moderne uitvinding is. Toch staat de beschrijving letterlijk in de brieven van Paulus.

Anderen denken dat de Gemeente door de Grote Verdrukking moet gaan. Maar het Nieuwe Testament benadrukt juist dat gelovigen niet gesteld zijn tot toorn.

De opname vormt daarom de overgang tussen het huidige tijdperk van de Gemeente en het verdere profetische programma van God met Israël.

In het volgende blog zullen we de eerstvolgende periode bespreken: de Grote Verdrukking

Geverifieerd door MonsterInsights