Wet en Genade: vullen ze elkaar aan?

Of sluiten ze elkaar uit?

Wet en Genade zouden elkaar aanvullen, maar leert de Bijbel dat werkelijk? Een scherpe Bijbelse toetsing vanuit Romeinen en Galaten over de Wet, Genade en wandelen door de Geest.

Er wordt wel gezegd dat Wet en Genade elkaar niet uitsluiten, maar elkaar juist aanvullen en verdiepen.

Op het eerste gezicht klinkt dat best wel evenwichtig. De Wet komt immers van God en de Genade komt ook van God. Waarom zouden we die twee dan tegenover elkaar zetten?

Zou de Wet ons niet Gods wil laten zien, terwijl de Genade ons vervolgens helpt om daarnaar te leven?

Daar komt een begrijpelijke zorg bij. Wanneer we sterk benadrukken dat de christen niet onder de Wet maar onder de Genade staat, ligt wetteloosheid dan niet op de loer? Hebben we de Wet dan niet nodig als tegenwicht om te voorkomen dat Genade verandert in een vrijbrief om maar te doen wat we willen?

Het klinkt allemaal vrij logisch.

Maar is het ook Bijbels?

Dat is uiteindelijk de vraag die telt.

Want de apostel Paulus maakt tussen Wet en Genade een onderscheid dat wij niet mogen wegpoetsen in een poging beide met elkaar in balans te brengen.

waarom Wet en Genade elkaar uitsliuiten
waarom Wet en Genade elkaar uitsliuiten

Wet én Genade: een voor sommigen aantrekkelijk klinkende middenweg

De redenering lijkt eenvoudig.

Aan de ene kant dreigt wetticisme: regels, geboden en verplichtingen waardoor het christelijke leven een juk wordt.

Aan de andere kant dreigt wetteloosheid: “alles is Genade”, dus kennelijk doet het er dan niet meer toe hoe een christen leeft.

En dus lijkt de oplossing voor de hand te liggen: Wet én Genade.

Maar daarmee ontstaat een heel erg vals dilemma.

De keuze is niet tussen leven onder de Wet óf wetteloos leven onder het mom van Genade.

Paulus geeft een ander antwoord:

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” (Galaten 5:16, STV)

Dáár ligt een basaal verschil.

De Bijbelse oplossing voor wetteloosheid is niet dat de gelovige opnieuw, opwelke wijze dan ook, onder de Wet wordt geplaatst.

Het antwoord is wandelen door de Geest.

 

De Wet is heilig en goed

Laten we eerst een mogelijk misverstand uit de weg ruimen.

Wie leert dat de gelovige niet onder de Wet staat, beweert daarmee niet dat de Wet verkeerd is.

Paulus schrijft:

“Zo dan, de wet is heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.” (Romeinen 7:12, STV)

Even later schrijft hij:

“Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.” (Romeinen 7:14, STV)

Zie je waar het probleem zit?

Niet bij de Wet.

De Wet is heilig.

De mens is zondig.

En juist daarom kan de Wet de mens precies vertellen wat God van hem verlangt, terwijl zij hem niet het leven kan geven waarmee hij daaraan kan beantwoorden.

De spiegel is niet vuil omdat hij een vuil gezicht laat zien.

De Wet legt bloot wat er met de mens aan de hand is.

 

Wat is dan het doel van de Wet?

De Wet heeft wel degelijk een door God gegeven functie. Maar wanneer wij haar een functie geven die God haar niet gegeven heeft, zijn wij niet méér Bijbels bezig.

Paulus schrijft:

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.” (Romeinen 3:20, STV)

Door de Wet is de kennis der zonde.

En:

“Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.” (Romeinen 3:19, STV)

De Wet ontmaskert.

De Wet verklaart schuldig.

De Wet stopt de mond van de mens die meent zichzelf tegenover God te kunnen rechtvaardigen.

De Wet laat zien dat wij een Verlosser nodig hebben.

Dat is geen tekortkoming van de Wet. Dat is juist een deel van haar door God gegeven functie.

De Wet was een tuchtmeester tot Christus

In Galaten wordt dat nog duidelijker.

“Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden.” (Galaten 3:24, STV)

Maar daar houdt Paulus niet op.

Hij schrijft meteen daarna:

“Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester.” (Galaten 3:25, STV)

Lees die laatste woorden nog eens:

“niet meer onder den tuchtmeester.”

Dat is belangrijk.

Paulus schrijft niet dat de tuchtmeester na de komst van het geloof gewoon blijft, maar nu een andere functie krijgt als leefregel voor de gelovige.

Hij zegt dat wij er niet meer onder zijn.

Waarom zouden wij de christen vervolgens toch weer onder diezelfde tuchtmeester plaatsen?

Maar Wet en Genade komen toch allebei van God?

Zeker.

Maar daaruit volgt niet dat ze dezelfde functie hebben of dat ze samen het beginsel vormen waaronder de christen leeft.

Ook de offerdienst kwam van God.

De besnijdenis kwam van God.

De Levitische priesterdienst kwam van God.

De sabbatsbepalingen kwamen van God.

Dat iets door God gegeven is, betekent niet automatisch dat iedere gelovige in iedere bedeling eronder gesteld is.

Johannes schrijft:

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.” (Johannes 1:17, STV)

Dat betekent vanzelfsprekend niet dat God vóór Christus niet genadig was. Dat was Hij wel degelijk.

Maar de Schrift onderscheidt hier heel scherp Wet en Genade.

En Paulus werkt dat onderscheid leerstellig verder uit.

 

Wet en Genade werken volgens verschillende beginselen

Hier komen we bij het hart van de zaak.

Paulus schrijft:

“Nu dengene, die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld. Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” (Romeinen 4:4-5, STV)

Dat is een fundamenteel verschil.

Bij werken ontstaat schuld in de betekenis van verschuldigd loon.

Bij Genade bestaat geen aanspraak.

De goddeloze wordt gerechtvaardigd omdat hij gelooft in Hem Die de goddeloze rechtvaardigt.

Paulus formuleert hetzelfde beginsel in Romeinen 11 nog scherper:

“En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer; en indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk geen werk meer.” (Romeinen 11:6, STV)

De directe context gaat over het overblijfsel van Israël naar de verkiezing der Genade. Dat moeten we niet verzwijgen.

Maar kijk naar het beginsel waarmee Paulus redeneert:

als het uit Genade is, is het niet uit werken.

Waarom?

Omdat anders Genade geen Genade meer is.

Dat klinkt bepaald niet alsof Genade werken nodig heeft om compleet te worden.

 

“Ja, maar we hebben de Wet toch nodig voor onze levenswandel?”

Hier komt waarschijnlijk het belangrijkste bezwaar.

“Wij worden natuurlijk niet door de Wet gerechtvaardigd. Wij worden uit Genade behouden. Maar nadat we behouden zijn, hebben we de Wet toch nodig als leefregel?”

Dat klinkt aannemelijk.

Maar dan moeten we Romeinen 7 lezen.

Paulus schrijft:

“Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.” (Romeinen 7:4, STV)

Let vooral op het doel.

Wij zijn der Wet gedood:

“opdat wij Gode vruchten dragen zouden.”

Niet om wetteloos te worden.

Niet om maar te doen waar we zin in hebben.

Niet om onvruchtbaar te leven.

Maar om vrucht voor God voort te brengen.

En vervolgens:

“Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter.” (Romeinen 7:6, STV)

Hier gaat het duidelijk over dienen.

Paulus zegt dus niet:

Vrij van de Wet voor onze rechtvaardiging, maar weer terug onder de Wet voor onze heiliging.

Hij zegt:

“nieuwigheid des geestes”

tegenover:

“oudheid der letter.”

 

Maar hoe zit het dan met de Tien Geboden?

Een veelgehoorde oplossing is dat de christen weliswaar niet meer onder de ceremoniële Wet staat, maar nog steeds onder de morele Wet, in het bijzonder de Tien Geboden.

Maar Romeinen 7 maakt die constructie onmogelijk om vol te houden.

Want nadat Paulus gesproken heeft over vrijgemaakt zijn van de Wet, schrijft hij:

“Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat zij verre. Ja, ik kende de zonde niet dan door de wet; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de wet niet zeide: Gij zult niet begeren.” (Romeinen 7:7, STV)

“Gij zult niet begeren.”

Dat is één van de Tien Geboden.

Paulus heeft het dus niet eenvoudig over het verdwijnen van enkele ceremoniële voorschriften terwijl de stenen tafelen als verbondsrechtelijke leefregel voor de christen blijven bestaan.

De Mozaïsche Wet vormt één geheel.

Dat betekent uiteraard niet dat begeerte nu ineens goed geworden is.

Het betekent dat onze verhouding tot de Wet veranderd is.

Dat is iets heel anders.

 

Nieuwe en oude dingen uit de schat

Soms wordt Mattheüs 13:52 gebruikt om de gedachte te ondersteunen dat Wet en Genade als twee schatten bij elkaar zouden horen:

“En Hij zeide tot hen: Daarom, een iegelijk Schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, is gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt.” (Mattheüs 13:52, STV)

Een prachtige tekst.

Maar wat staat er echt?

Er staat niet dat de “oude dingen” de Mozaïsche Wet voorstellen en de “nieuwe dingen” de Genade, waarna Jezus zou leren dat Wet en Genade gezamenlijk de leefregel van de christen vormen.

Dat moet eerst in de tekst worden gelegd voordat het eruit gehaald kan worden.

De context gaat over de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen:

“Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven.” (Mattheüs 13:11, STV)

Mattheüs 13 bevat een reeks gelijkenissen waarin de Here Jezus onderwijs geeft over het Koninkrijk der hemelen. Binnen die context spreekt Hij over de schriftgeleerde die uit zijn schat “nieuwe en oude dingen” voortbrengt.

Daaruit een leerstellige formule afleiden waarin oud = Wet, nieuw = Genade en beide vervolgens samen de leefregel van de Gemeente vormen, gaat veel verder dan de tekst zelf zegt.

We moeten niet eerst een beeldspraak een bepaalde betekenis geven en vervolgens de duidelijke leerstellige uitspraken van Paulus vanuit die beeldspraak verklaren.

Het behoort andersom te gebeuren.

Schrift met Schrift vergelijken.

 

Is Genade dan een vrijbrief om te zondigen?

Hier komt het onvermijdelijke “Ja, maar…” opnieuw.

“Als een christen niet onder de Wet staat, kan hij dan maar doen wat hij wil?”

Paulus kende dat bezwaar blijkbaar ook.

Want onmiddellijk nadat hij heeft gezegd dat wij niet onder de Wet maar onder de Genade zijn, schrijft hij:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.” (Romeinen 6:15, STV)

Let vooral op wat Paulus niet doet.

Hij zegt niet:

“Nu jullie onder de Genade zijn, ontstaat inderdaad het gevaar van wetteloosheid. Daarom moeten jullie de Wet erbij nemen om de zaak in evenwicht te houden.”

Integendeel.

Hij handhaaft zijn eerdere uitspraak:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)

Daar staan ze tegenover elkaar:

niet onder de Wet, maar onder de Genade.

Kennelijk kent Paulus dus een heilig leven zonder de christen opnieuw onder de Mozaïsche Wet te plaatsen.

 

Genade heeft de Wet niet nodig om heiligheid te leren

Misschien onderschatten we Genade wel grandioos wanneer we denken dat de Wet erbij moet komen om haar in evenwicht te houden.

Alsof Genade uitstekend geschikt is om een zondaar te redden, maar daarna hulp van de Wet nodig heeft om hem fatsoenlijk te laten leven.

Paulus schrijft:

“Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matiglijk en rechtvaardiglijk en godzaliglijk leven zouden in deze tegenwoordige wereld.” (Titus 2:11-12, STV)

Wie onderwijst ons hier?

De Genade Gods.

Genade vergeeft niet alleen.

Genade onderwijst.

Genade leert ons goddeloosheid afwijzen.

Genade leert ons rechtvaardig en godzalig leven.

Genade brengt ons niet alleen tot Christus.

Genade leert ons ook leven uit Christus.

Daarom is de tegenstelling tussen Wet en wetteloosheid een vals dilemma.

 

De Wet kan geen leven geven

Dit is misschien wel het diepste probleem.

De Wet kan zeggen wat goed is.

De Wet kan zeggen wat verkeerd is.

De Wet kan zonde aanwijzen.

Maar de Wet kan geen leven voortbrengen.

Paulus schrijft:

“Is dan de wet tegen de beloftenissen Gods? Dat zij verre; want indien er een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.” (Galaten 3:21, STV)

Daar ligt het hemelsbrede verschil.

Het christelijke leven bestaat niet uit het verbeteren van de oude mens totdat hij uiteindelijk voldoende aan Gods eisen voldoet.

Het is nieuw leven in Christus.

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.” (Galaten 2:20, STV)

Dat is veel meer dan een nieuwe verzameling voorschriften.

Christus leeft in mij.

 

De oplossing is wandelen door de Geest

Daarom is Galaten 5 zo belangrijk in deze tegenstelling over Wet en Genade.

Paulus schrijft niet alleen wat we moeten nalaten. Hij laat zien waar het christelijke leven vandaan komt:

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” (Galaten 5:16, STV)

En vervolgens:

“Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Tegen de zodanigen is de wet niet.” (Galaten 5:22-23, STV)

Lees die woorden eens rustig.

Liefde.

Goedheid.

Geloof.

Zachtmoedigheid.

Matigheid.

Is dat wetteloosheid?

Natuurlijk niet.

Maar Paulus noemt dit opmerkelijk genoeg niet de vrucht der Wet.

Het is:

“de vrucht des Geestes.”

Dat is geen woordspelletje.

Dat raakt het hart van het christelijke leven.

 

Met de Geest begonnen en met de Wet verder?

Juist daarom klinkt Paulus in Galaten soms zo ongekend scherp.

“Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?” (Galaten 3:3, STV)

Daar mogen we best even bij stilstaan.

Want hoe gemakkelijk zeggen we in feite:

Voor mijn behoudenis heb ik Christus nodig, maar voor mijn dagelijkse christelijke leven moet ik terug naar Mozes.

Maar waarom zou hetgeen door de Geest begonnen is door een ander beginsel moeten worden voltooid?

Waarom zou Christus voldoende zijn voor onze rechtvaardiging, maar niet voor onze levenswandel?

Waarom zou Genade ons wel kunnen redden, maar niet kunnen onderwijzen?

Paulus stelt de vraag veel scherper:

Met de Geest begonnen, en nu op een andere manier verder?

 

Wet en Genade hoeven niet in balans te worden gebracht

Misschien moeten we daarom af van het woord balans.

Het klinkt zo aantrekkelijk.

Een beetje Wet voorkomt dat Genade losbandigheid wordt.

Een beetje Genade voorkomt dat de Wet wetticisme wordt.

Mooi in evenwicht.

Maar waar leert Paulus dat?

De Schrift zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)

Dat is geen balans.

Dat is een verandering van positie.

Niet een beetje Wet en heel veel Genade.

Niet Wet voor onze levenswandel en Genade voor onze behoudenis.

Niet onder de Wet, maar onder de Genade.

 

Vrij van de Wet betekent niet vrij van Christus

Daar zit misschien de grootste misvatting.

Wanneer de Wet niet onze leefregel is, zou er niets meer overblijven.

Maar de gelovige wordt helemaal niet aan zichzelf overgelaten.

Hij behoort Christus toe.

Hij heeft Gods Woord.

Hij heeft de Heilige Geest.

Hij wordt opgeroepen te wandelen zoals Christus wandelde.

“Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.” (1 Johannes 2:6, STV)

De norm wordt daarmee niet lager.

Integendeel.

De vraag is niet meer:

Welk voorschrift mag ik niet overtreden?

De veel diepere vraag is:

Hoe wandel ik als iemand die Christus toebehoort?

 

Wet en Genade moeten we niet vermengen

De gedachte dat Wet en Genade elkaar zouden moeten “aanvullen en verdiepen” klinkt aantrekkelijk.

Maar wanneer daarmee wordt bedoeld dat beide gezamenlijk het beginsel vormen waaronder de gelovige leeft, ontstaat er een serieus probleem.

Paulus zegt namelijk niet dat de gelovige een betere balans tussen Wet en Genade moet vinden.

Hij schrijft:

“Want ik ben door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou.” (Galaten 2:19, STV)

Dat is radicaal.

Gestorven aan de Wet om voor God te leven.

Niet gestorven aan de Wet om wetteloos te leven.

Niet gestorven aan de Wet omdat de Wet slecht zou zijn.

Maar gestorven aan de Wet:

“opdat ik Gode leven zou.”

Dat is wezenlijk iets anders dan Wet en Genade met elkaar proberen te verzoenen.

 

Niet Mozes plus Christus

En misschien komt het nergens duidelijker naar voren dan hier:

“Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.” (Romeinen 7:4, STV)

Niet:

Mozes plus Christus.

Maar: aan de Wet gedood en eens Anderen geworden.

Van Wie?

Van de opgestane Christus.

En met welk doel?

Opdat wij Gode vruchten dragen zouden.

Dat is geen wetteloos christendom.

Dat is leven uit Christus.

De Wet zegt wat de mens behoort te doen, maar geeft hem niet het leven om het voort te brengen.

Genade geeft in Christus wat de mens zelf nooit kon verdienen.

En de Heilige Geest brengt in de gelovige vrucht voort die geen stenen tafel ooit kon produceren.

Daarom hoeven Wet en Genade niet met elkaar verzoend te worden.

We moeten ze recht snijden.

 

Wet en Genade: het verschil doet ertoe

Wie de Wet haar Bijbelse plaats geeft, kleineert de Wet niet.

Integendeel.

Laat de Wet doen waarvoor God haar gegeven heeft.

Laat haar zonde als zonde aanwijzen.

Laat haar de mond van de mens stoppen.

Laat haar duidelijk maken dat niemand zichzelf voor God kan rechtvaardigen.

Laat haar heenwijzen naar de noodzaak van Christus.

Maar verwacht van de Wet niet wat zij nooit kon geven:

leven.

En maak haar niet tot noodzakelijke aanvulling van de Genade.

Want dan vertroebelen we het onderscheid dat Paulus zo nadrukkelijk maakt.

“Ik doe de genade Gods niet te niet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.” (Galaten 2:21, STV)

Niet Wet plus Genade.

Niet Mozes plus Christus.

Niet beginnen door de Geest en vervolgens proberen te voleindigen door het vlees.

De gelovige is aan de Wet gestorven om voor God te leven.

Hij is niet onder de Wet, maar onder de Genade.

En wanneer vervolgens de vraag komt hoe zo’n christen dan moet wandelen, verwijst Paulus hem niet terug naar Sinaï:

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” (Galaten 5:16, STV)

Daar ligt het antwoord.

Niet in omfloerst wetticisme.

Niet in wetteloosheid.

Maar nieuw leven in Christus, wandelend door de Geest, onder de Genade.

2 Korinthe 3:7 (STV) En indien de bediening des doods, in letteren bestaande en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, alzo dat de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes niet konden sterk aanzien om de heerlijkheid zijns aangezichts, die tenietgedaan zou worden,
8 Hoe zal niet veelmeer de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn?

 

zie ook:

wet – Bijbelse basis

genade – Bijbelse basis

extern:

https://www.bijbelspanorama.nl/bijbelstudie/geschreven/wet-of-genade/

De Wet is niet alleen de Tien Geboden: staat een christen onder de Wet?

Waarom worden christenen (steeds weer) onder de wet van Mozes geplaatst

Zijn christenen onder de Tien Geboden? Wat bedoelt de Bijbel eigenlijk met de Wet? Veel predikers beantwoorden die vraag zonder deze eerst goed te onderzoeken. De redenering klinkt vertrouwd:

‘de ceremoniële wetten van Israël zijn afgeschaft, maar de Tien Geboden zijn Gods eeuwige morele wet en gelden daarom onverkort voor de christen.’

Het klinkt degelijk. Het klinkt Bijbels.

Maar is het dat ook? Wat zegt de Bijbel?

Want zodra we de Schrift zelf laten spreken, ontstaat er een probleem. De Bijbel maakt nergens zo gemakkelijk de scheiding die tegenwoordig vanaf kansels wordt gemaakt. De Tien Geboden staan niet los van de Wet. Ze behoren tot het verbond dat God met Israël sloot.

En Paulus zegt niet dat de gelovige onder een verkorte versie van Mozes is geplaatst.

Hij zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

Niet: niet onder de ceremoniële wet.

Niet: niet onder de burgerlijke wet.

Maar:

niet onder de wet.

Dat verschil is groter dan menig prediker zijn gehoor vertelt.

De Wet is meer dan de tien geboden
De Wet is niet alleen de tien geboden

De Tien Geboden zijn niet de hele Wet

De Schrift kent inderdaad de Tien Woorden.

“En Hij schreef op de tafelen de woorden des verbonds, de tien woorden.”
Exodus 34:28

Zie ook Deuteronomium 4:13 en Deuteronomium 10:4.

De Tien Woorden hebben dus zonder twijfel een bijzondere plaats binnen het verbond. Ze werden door God op stenen tafelen geschreven.

Maar daarmee is de Wet niet beperkt tot tien geboden.

Wie na Exodus 20 gewoon verder leest, ontdekt dat de wetgeving doorgaat. Exodus 21, 22 en 23 bevatten allerlei geboden en bepalingen. Daarna volgen voorschriften over de tabernakel, priesterdienst, offers, reinheid, feesten, voedsel, rechtspraak en het maatschappelijke leven van Israël.

De Wet is een compleet verbondsstelsel

De latere Joodse traditie heeft de geboden van de Torah geteld en kwam tot het bekende aantal van 613. Over die precieze telling kan worden gediscussieerd, want de Bijbel geeft zelf nergens het getal 613.

Maar één ding staat buiten discussie:

het zijn er aanzienlijk meer dan tien.

Wie daarom voortdurend spreekt over “de Wet” en daarmee eigenlijk alleen de Tien Geboden bedoelt, heeft de Bijbelse betekenis van het begrip al versmald voordat de uitleg begonnen is.

 

Aan wie werden de Tien Geboden gegeven?

Dit is misschien wel de meest genegeerde vraag in de discussie.

Tegen wie spreekt God in Exodus?

De tekst geeft zelf het antwoord:

“Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israëls verkondigen.”
Exodus 19:3

Niet aan de Gemeente.

Niet aan alle volkeren.

Niet aan de mensheid in het algemeen.

Aan Israël.

God zegt:

“Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken…”
Exodus 19:5

En Israël antwoordt:

“Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen!”
Exodus 19:8

Pas daarna komen we bij Exodus 20.

En hoe beginnen de Tien Geboden?

“Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.”
Exodus 20:2

Wie was uit Egypte geleid?

De Gemeente?

Een Nederlander in 2026?

Nee.

Israël.

Dat betekent niet dat wij niets uit Exodus 20 kunnen leren. De gehele Schrift is ons tot lering gegeven. Maar iets kan voor ons geschreven zijn zonder aan ons gericht te zijn.

Dat onderscheid negeren is een gegarandeerd recept voor verwarring.

Paulus bevestigt bovendien aan wie de wetgeving gegeven was:

“Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving…”
Romeinen 9:4

De verbonden en de wetgeving behoren hier nadrukkelijk bij Israël.

Waarom wordt dat zo weinig verteld wanneer men de Tien Geboden aan de Gemeente voorhoudt?

 

De Wet kwam 430 jaar na de belofte

Ook de plaats van de Wet in de heilsgeschiedenis wordt door de apostel Paulus nauwkeurig aangegeven.

Hij schrijft:

“En dit zeg ik: Het verbond, dat tevoren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen.”
Galaten 3:17

De Wet was er dus niet altijd.

Zij kwam.

Paulus vraagt vervolgens:

“Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld…”
Galaten 3:19

Let op die woorden:

“daarbij gesteld.”

De Wet kreeg binnen Gods handelen een bepaalde plaats en functie.

Zij was niet Gods methode om zondaren zalig te maken.

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”
Romeinen 3:20

De Wet legt de zonde bloot.

De Wet veroordeelt de overtreder.

De Wet maakt duidelijk wat overtreding is.

Maar de Wet kan een zondaar niet rechtvaardigen.

 

De Wet is geen ladder naar God

Hier ontspoort veel prediking.

Men zegt eerst dat behoud volledig uit genade is en hangt vervolgens de stenen tafelen alsnog boven het hoofd van de gelovige als norm waaronder hij geplaatst zou zijn.

Maar Paulus noemt de Wet geen ladder waarmee de mens omhoog klimt.

Integendeel:

“Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek…”
Galaten 3:10

En vervolgens citeert hij:

“Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.”
Galaten 3:10

Let opnieuw op:

al hetgeen.

Niet negen van de Tien Geboden.

Niet een selectie morele voorschriften.

Wie zich op de Wet beroept als rechtsgrond, krijgt niet het recht om zelf het pakket samen te stellen.

 

Paulus kent geen christelijk boodschappenmandje bij Mozes

Dit is precies waar het ongemakkelijk wordt.

Veel predikers lijken met een denkbeeldig boodschappenmandje door de Wet van Mozes te lopen.

Besnijdenis?

Niet meer nodig.

Voedselwetten?

Voorbij.

Israëls feestdagen?

Niet verplicht.

Offerwetten?

Vervuld.

Priesterdienst?

Voorbij.

Sabbat op de zevende dag?

Nou ja, daar maken we zondag van.

Maar vervolgens komen we bij:

“Gij zult niet doodslaan.”

“Gij zult niet stelen.”

“Gij zult geen overspel doen.”

En plotseling klinkt het:

Kijk, hier staat Gods Wet waaronder de christen leeft!

Maar op grond waarvan werd die selectie gemaakt?

Waar zegt Paulus:

Van de Wet van Mozes blijven voor de Gemeente precies deze tien bepalingen als verbondswet over?

Die tekst bestaat niet.

 

De gehele Wet betekent de gehele Wet

Paulus schrijft:

“En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen.”
Galaten 5:3

Dat is vernietigend voor selectief wetticisme.

Wie zich voor zijn positie voor God onder de Wet stelt, krijgt niet het recht te zeggen:

Deze wel, die niet.

De Wet vormt een geheel.

Ook Jakobus schrijft:

“Want wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.”
Jakobus 2:10

Waarom?

Omdat achter alle geboden dezelfde Wetgever staat.

Je kunt daarom niet eerst de Wet opdelen, vervolgens zelf bepalen welk deel nog bindend is en daarna dat geselecteerde deel opnieuw aan de Gemeente opleggen alsof Paulus daar geen woord over geschreven heeft.

 

En dan die stenen tafelen…

Hier wordt het voor de predikers van de Tien Geboden werkelijk lastig.

Want wat zegt Paulus over hetgeen in stenen geschreven was?

“En indien de bediening des doods in letters bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest…”
2 Korinthe 3:7

Lees dat nog eens.

In stenen ingedrukt.

Waar doet dat aan denken?

Precies.

De stenen tafelen.

En hoe noemt Paulus die bediening?

“De bediening des doods.”

Dat betekent niet dat de Wet slecht was. Paulus zegt nadrukkelijk:

“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.”
Romeinen 7:12

Het probleem ligt niet bij Gods Wet.

Het probleem ligt bij de zondige mens.

nEn daarom kan de Wet hem niet redden

Paulus vervolgt in 2 Korinthe 3:

“Want indien hetgeen te niet gedaan wordt, in heerlijkheid was, veel meer is hetgeen blijft, in heerlijkheid.”
2 Korinthe 3:11

Waarom wordt 2 Korinthe 3 zo zelden gelezen wanneer men christenen weer voor de stenen tafelen zet?

 

Het sabbatsgebod ontmaskert de constructie

En dan komen we bij het gebod dat de inconsistentie pijnlijk zichtbaar maakt:

“Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt.”
Exodus 20:8

Als de Tien Geboden letterlijk Gods blijvende verbondswet voor de Gemeente zijn, waarom houden de meeste predikers van diezelfde Tien Geboden dan niet de sabbat zoals het gebod voorschrijft?

De sabbat is de zevende dag.

Niet de zondag, dat is de eerste dag van de week.

Je kunt niet tegelijkertijd zeggen:

“De Tien Geboden zijn onveranderlijk.”

en vervolgens bij gebod vier zeggen:

“Behalve deze; die passen we aan.”

Dan zijn blijkbaar ineens niet de stenen tafelen de norm.

Dat alleen al zou reden genoeg moeten zijn om opnieuw naar Paulus te luisteren.

 

“Dus mogen we nu stelen en overspel plegen?”

Dit is het voorspelbare vleselijke bezwaar.

En het verraadt eigenlijk hoe diep wettisch sommige christenen hebben leren denken.

Alsof er slechts twee mogelijkheden bestaan:

Mozes óf wetteloosheid.

Paulus kent die tegenstelling niet.

Hij schrijft:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

En direct daarna:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.”
Romeinen 6:15

Daarmee is het probleem Bijbels beantwoord.

Niet onder de Wet staan betekent niet dat zonde ineens goed is.

Integendeel.

Paulus schrijft:

“Die gestolen heeft, stele niet meer…”
Efeze 4:28

Hij schrijft:

“Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid…”
Efeze 4:25

En:

“Maar hoererij en alle onreinigheid of gierigheid, laat ook onder u niet genoemd worden…”
Efeze 5:3

De genade geeft géén vrijbrief voor zonde.

Maar let op het verschil:

Paulus brengt de gelovige niet terug naar Sinaï om hem vervolgens met Mozes tot een heilig leven te dwingen.

Hij vertrekt vanuit onze positie in Christus.

Dat is een totaal ander fudament.

 

Genade is geen afgezwakte Wet

Hier zit misschien de hardnekkigste fout.

Genade wordt soms behandeld alsof God onder het Nieuwe Testament een lichtere versie van de Wet heeft ingevoerd.

Mozes 2.0.

Tien Geboden, maar dan zonder offers, zonder besnijdenis en met zondag in plaats van zaterdag.

Dat is helemaal geen goede samenvatting van Paulus

Paulus zegt:

“Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des Geestes, en niet in de oudheid der letter.”
Romeinen 7:6

Dat is radicaal.

Vrijgemaakt van de Wet

Niet vrijgemaakt van drieënzestig procent van de Wet.

Niet slechts vrijgemaakt van de ceremoniële bijlagen

Vrijgemaakt van de Wet om te dienen in nieuwigheid des Geestes.

 

Waarom blijven predikers dan hameren op de Tien Geboden?

Omdat de Tien Geboden in eeuwen van kerkelijke traditie vrijwel synoniem zijn geworden met “Gods morele wet”.

Daardoor leest men die gedachte gemakkelijk terug in de Schrift.

Maar traditie is geen exegese.

Dat een catechismus de Wet op een bepaalde manier indeelt, betekent nog niet dat Paulus dat ook doet.

Dat een kerk eeuwenlang iedere zondag de Tien Geboden heeft voorgelezen, maakt die gewoonte nog niet tot een apostolische opdracht aan het Lichaam van Christus.

De vraag moet altijd blijven:

Wat zegt de Schrift?

Niet:

Wat zijn wij gewend dat de Schrift zegt?

 

De Wet moet op haar Bijbelse plaats blijven

Dit alles maakt de Wet niet waardeloos.

Integendeel.

“Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt.”
1 Timotheüs 1:8

Daar zit de sleutel:

wettelijk gebruikt.

De Wet is heilig, rechtvaardig en goed.

De Wet openbaart Gods heiligheid.

De Wet maakt zonde openbaar.

De Wet leert ons enorm veel over Gods handelen met Israël.

De Wet getuigt op talloze manieren van Christus.

Maar een goed gebruik van de Wet betekent niet dat wij haar uit haar heilshistorische plaats slopen en vervolgens als verbondswet op de Gemeente leggen.

 

Christus is niet gekomen om Mozes een christelijke outfit te geven

De grote fout van de prediking van de Tien Geboden is daarom niet dat men tegen moord, diefstal, leugen en overspel waarschuwt.

Dat doet Paulus ook.

De fout ontstaat wanneer men de Mozaïsche Wet op enige wijze tot rechtsgrond voor het christelijke leven maakt, terwijl Paulus de gelovige nadrukkelijk een andere positie aanwijst.

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.”
Johannes 1:17

En:

“Want Christus is het einde der wet, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.”
Romeinen 10:4

We hoeven de Wet niet af te breken.

We moeten haar laten staan waar God haar heeft geplaatst.

Bij Israël.

Binnen het oude verbond.

Met een bepaalde functie in Gods handelen.

En we moeten de Gemeente eveneens laten staan waar God haar heeft geplaatst:

in Christus.

 

Houd op met christenen terug te sturen naar Sinaï

Wie gelovigen voortdurend naar de stenen tafelen terugstuurt om daar de grondslag van hun christelijke wandel te zoeken, doet uiteindelijk tekort aan de rijkdom van hun positie in Christus.

Onze heiliging komt niet voort uit een afgezwakte versie van Mozes.

Onze wandel vloeit voort uit wat God ons in Christus gemaakt heeft.

Daarom zegt Paulus niet:

Gij hebt Mozes ontvangen, wandelt dan in hem.

Hij schrijft:

“Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem.”
Kolossenzen 2:6

Dat is de positie van de gelovige.

Niet terug naar Egypte.

Niet terug naar Sinaï.

Niet opnieuw onder de stenen tafelen.

Maar wandelen in Christus.

De Wet was goed.

De Wet was heilig.

De Wet had haar door God bepaalde functie.

Maar maak van de Tien Geboden geen christelijke mini-Wet die Paulus vervolgens vergeten zou zijn te noemen.

De apostel is duidelijk genoeg:

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

Misschien moeten we eindelijk ophouden daar stilletjes aan toe te voegen:

“…behalve natuurlijk de Tien Geboden.”

Dat staat er namelijk niet.

YouTube player

 

lees ook;

Vrij van de Wet , o vreugdevol leven – Bijbelse basis

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

Stelt de Heilige Geest ons in staat de wet te vervullen? – Bijbelse basis

Hebreeën 12: niet terug naar Sinaï, maar zien op Jezus – Bijbelse basis

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?” – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de Wet? – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2) – Bijbelse basis

extern:

Wettig gebruik der wet_hires.pdf

https://vlichthus.nl/wp-content/uploads/2014/12/De_tien_geboden_S.pdf

de wet » Bijbels Panorama

Wet en Genade sluiten elkaar uit

Waarom de Wet niemand kan zaligmaken

Wie Wet en Genade probeert te vermengen, denkt meestal dat hij het Evangelie verrijkt. Paulus zegt precies het tegenovergestelde: wie menselijke werken toevoegt aan Gods Genade, tast daarmee de kern van het Evangelie aan.

Veel christenen zeggen dat zij uit genade leven. Toch wordt die genade in de praktijk vaak omringd door voorwaarden. Je moet genoeg gehoorzamen, genoeg geloven, genoeg geven, genoeg vasten, genoeg toewijding tonen of een bepaald geestelijk niveau bereiken. Christus heeft weliswaar veel gedaan, maar kennelijk moet de mens het laatste deel zelf aanvullen.

Dat klinkt godsdienstig. Het is alleen niet het Evangelie der Genade Gods.

De Schrift leert niet dat Wet en Genade elkaar aanvullen. Als grond van rechtvaardiging en aanvaarding bij God sluiten zij elkaar uit.

Wet en Genade sluiten elkaar uit

Waarom de wet niemand kan zaligmaken

Wie wet en genade probeert te vermengen, denkt meestal dat hij het evangelie verrijkt. Paulus zegt precies het tegenovergestelde: wie menselijke werken toevoegt aan Gods genade, tast daarmee de kern van het evangelie aan.

Veel christenen zeggen dat zij uit genade leven. Toch wordt die genade in de praktijk vaak omringd door allerlei voorwaarden. Je moet genoeg gehoorzamen, genoeg geloven, genoeg geven, genoeg vasten, genoeg toewijding tonen of een bepaald geestelijk niveau bereiken. Christus heeft weliswaar veel gedaan, maar kennelijk moet de mens dan toch het laatste deel zelf aanvullen.

Dat klinkt godsdienstig. Het is echter niet het Evangelie der Genade Gods.

De Schrift leert niet dat wet en genade elkaar aanvullen. Sterker gezegd: Als beginsel van rechtvaardiging en aanvaarding bij God sluiten zij elkaar uit.

 

De Wet is heilig, rechtvaardig en goed

Een scherp onderscheid tussen wet en genade betekent niet dat de wet slecht zou zijn. Paulus spreekt juist met groot respect over Gods wet:

“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.” (Romeinen 7:12, STV)

De wet is goed omdat zij van God afkomstig is. Zij openbaart Zijn heiligheid, rechtvaardigheid en volmaakte maatstaf. Het probleem zit daarom niet in de wet, maar in de zondige mens.

De wet vraagt niets verkeerds. Zij vraagt juist wat rechtvaardig, rein en goed is. Maar de gevallen mens is niet in staat om aan die heilige eis te voldoen.

Daarom schrijft Paulus:

“Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.” (Romeinen 7:14, STV)

De wet is geestelijk. De mens is vleselijk. Daar ligt het probleem.

De Wet openbaart de zonde

De wet is geen redder, maar een aanklager. toont de mens wat zonde is en stelt hem schuldig voor God.

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.” (Romeinen 3:20, STV)

Door de wet leert de mens niet hoe goed hij is, maar hoe schuldig hij staat. Ontmaskert zijn woorden, daden, gedachten en begeerten.

De wet werkt als een spiegel. Een spiegel kan vuil zichtbaar maken, maar kan het vuil niet verwijderen. Zo kan de wet de zonde aanwijzen, maar de zondaar niet reinigen.

De wet stelt de diagnose, maar biedt geen genezing.

Openbaart de schuld, maar schenkt geen vergeving.

Wijst de overtreding aan, maar geeft geen nieuw leven.

De Wet kan niemand zaligmaken

De wet is goed, maar zij kan geen zondaar zaligmaken. Dat is geen tekortkoming van de wet. De wet is eenvoudigweg nooit gegeven als middel waardoor de mens zichzelf kon redden.

Paulus schrijft:

“Want indien er een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.” (Galaten 3:21, STV)

Als een wet werkelijk leven had kunnen geven, zou Christus niet hebben hoeven sterven. Dan had God slechts een betere uitleg, strengere naleving of een aangepaste wet hoeven geven.

Maar God gaf geen verbeterde wet.

God gaf Zijn Zoon.

Het kruis van de Here Jezus Christus bewijst dat de mens niet door wetsonderhouding kon worden gerechtvaardigd. Als rechtvaardigheid door de wet mogelijk was geweest, zou het sterven van Christus overbodig zijn geweest.

Paulus zegt dat zonder omwegen:

“Ik doe de genade Gods niet teniet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.” (Galaten 2:21, STV)

Dat is vernietigend voor elke leer waarin menselijke prestaties alsnog een plaats krijgen als grond voor Gods aanvaarding.

Wet en Genade sluiten elkaar uit

Romeinen 11:6 bevat een van de duidelijkste uitspraken over wet en genade:

“En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer. En indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk geen werk meer.” (STV)

Paulus laat geen ruimte voor een tussenweg.

Óf de rechtvaardiging is uit genade.

Óf zij is uit werken.

Óf Christus heeft alles volbracht.

Óf de mens moet zelf nog iets toevoegen.

Beide tegelijk is onmogelijk.

Genade is niet Gods hulp bij onze eigen poging om zalig te worden. Genade betekent dat God schenkt wat de mens niet kon verdienen, bereiken of tot stand brengen.

Zodra menselijke prestatie een voorwaarde wordt voor rechtvaardiging, houdt genade op genade te zijn.

 

De Wet eist, de Genade schenkt

Het verschil tussen wet en genade kan eenvoudig worden samengevat.

De wet eist.

De genade schenkt.

De wet zegt wat de mens moet doen.

De genade maakt bekend wat Christus heeft gedaan.

De wet zegt: gehoorzaam en leef.

De genade zegt: Christus heeft volbracht; geloof en leef.

De wet stelt de mens verantwoordelijk.

De genade openbaart Gods voorziening.

De wet brengt kennis van zonde.

De genade brengt vergeving, rechtvaardiging en leven.

Johannes beschrijft dit onderscheid als volgt:

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.” (Johannes 1:17, STV)

Mozes bracht de wet. De Here Jezus Christus bracht niet slechts een mildere vorm van die wet, maar genade en waarheid.

 

Waarom Paulus zo scherp schrijft aan de Galaten

De Galatenbrief is een van de scherpste brieven van Paulus. Dat komt doordat het Evangelie der genade Gods op het spel stond.

De Galaten hadden Christus niet volledig verworpen. Zij hadden het evangelie niet vervangen door openlijk heidendom. Zij voegden slechts iets toe aan het geloof in Christus.

Juist daarin zat het gevaar.

Er kwamen mensen die leerden dat geloof in Christus niet genoeg was. Besnijdenis en wetsonderhouding moesten eraan worden toegevoegd. Dat leek misschien een kleine aanvulling, maar Paulus noemt het een ander evangelie.

“Ik verwonder mij, dat gij zo haast wijkende van Dengene, Die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander evangelie; daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren.” (Galaten 1:6-7, STV)

Het evangelie wordt niet alleen verdraaid wanneer Christus openlijk wordt ontkend. Het wordt ook verdraaid wanneer Zijn volbrachte werk onvoldoende wordt geacht.

Daarom zegt Paulus:

“Christus is u ijdel geworden, zovelen als gij door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen.” (Galaten 5:4, STV)

Wie rechtvaardiging zoekt in de wet, verlaat het beginsel van de genade. Hij maakt Christus niet letterlijk tot niets, maar behandelt Zijn werk wel alsof het niet voldoende is.

Begonnen met de Geest, eindigen met het vlees

Paulus stelt de Galaten een indringende vraag:

“Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?” (Galaten 3:3, STV)

Zij waren door geloof begonnen, maar wilden vervolgens door menselijke inspanning geestelijk worden voltooid.

Dat gevaar bestaat nog steeds.

Veel prediking leert dat een mens door genade wordt behouden, maar vervolgens onder een systeem van geestelijke prestaties komt te staan. Zijn zekerheid, vrede en positie lijken afhankelijk te worden van zijn gedrag, inzet, ervaringen en resultaten.

Dan ontstaat een evangelie waarin Christus de deur opent, maar de gelovige zichzelf verder naar binnen moet werken.

Paulus wijst dat radicaal af.

Wat uit genade is begonnen, wordt ook door genade voortgezet.

 

Een oude dwaling in een modern jasje

Wetticisme verschijnt niet altijd in ouderwetse kleding. Het kan zich ook modern, enthousiast en geestelijk presenteren.

Men zegt bijvoorbeeld:

Je ontvangt pas een doorbraak als je genoeg gelooft.

God kan pas handelen als jij de juiste woorden spreekt.

Je ontvangt meer zalving wanneer je meer offert.

Je moet eerst geestelijk hogerop komen.

Je moet eerst vergeven.

Je moet een bepaalde ervaring hebben om echt vervuld te zijn.

Je moet genoeg vasten, bidden, geven of jezelf uitstrekken.

Zulke uitspraken kunnen vroom klinken, maar ze verplaatsen het zwaartepunt van Christus naar de mens.

Niet langer staat centraal wat Christus heeft volbracht, maar wat de gelovige nog moet presteren.

De mens gaat dan opnieuw leven onder voorwaarden. Gods gunst lijkt zo afhankelijk te worden van zijn geestelijke inzet.

Dat is wet in een nieuw jasje.

Het gebruikt dan niet de woorden van Mozes, maar het werkt wel volgens hetzelfde beginsel: doe iets, bereik iets, bewijs iets, en dan zal God u zegenen.

 

Genade is géén beloning voor geestelijke prestaties

Genade is per definitie onverdiend.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme.” (Efeze 2:8-9, STV)

De mens wordt niet zalig omdat hij genoeg geloofskracht heeft ontwikkeld. Zelfs de zaligheid wordt voorgesteld als Gods gave.

Er blijft daarom geen ruimte over voor menselijke roem.

Niet in onze gehoorzaamheid.

Niet in onze toewijding.

Niet in onze inzet.

Niet in onze geestelijke ervaringen.

Niet in onze kennis.

Niet in onze bediening.

Niet in onze vermeende zalving.

Alle roem behoort aan God en aan de Here Jezus Christus.

 

Niet onder de Wet, maar onder de Genade

Paulus schrijft aan gelovigen:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)

Dit vers wordt soms afgezwakt alsof Paulus slechts bedoelt dat gelovigen niet meer door ceremoniële regels worden beheerst. Maar zijn uitspraak is veel fundamenteler.

De gelovige staat niet meer onder het beginsel van de wet als grond van zijn verhouding tot God. Hij staat onder genade.

Zijn positie wordt niet bepaald door zijn prestaties, maar door zijn positie in Christus.

Zijn aanvaarding rust niet op zijn trouw, maar op Christus’ volbrachte werk.

Zijn vrede met God rust niet op zijn wisselende geestelijke toestand, maar op rechtvaardiging uit geloof.

“Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus.” (Romeinen 5:1, STV)

 

Genade maakt niet wetteloos

Zodra wordt geleerd dat de gelovige niet onder de wet maar onder de genade staat, klinkt vaak het verwijt dat dit tot losbandigheid zou leiden.

Paulus kende dat bezwaar ook:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.” (Romeinen 6:15, STV)

Genade geeft geen vrijbrief om te zondigen. Genade leert de gelovige juist om godzalig te leven.

“Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld.” (Titus 2:11-12, STV)

Let op wat hier staat.

Niet de Wet onderwijst de gelovige in zijn nieuwe positie, maar de Genade.

Genade is niet slap, goedkoop of vrijblijvend. Zij redt de zondaar en vernieuwt en vormt vervolgens zijn leven.

Maar zniet door hem opnieuw onder veroordeling te plaatsen. Zij richt zijn oog op Christus en werkt vanuit dankbaarheid, nieuw leven en de werking van Gods Geest.

 

De Wet kan gedrag begrenzen, maar geen leven geven

De wet kan zeggen: gij zult niet begeren.

Maar zij kan de begeerte niet uit het hart verwijderen.

De wet kan moord veroordelen.

Maar zij kan geen liefde voortbrengen.

De wet kan leugen verbieden.

Maar zij kan geen nieuw hart scheppen dat waarheid liefheeft.

De wet kan afgoderij aanwijzen.

Maar zij kan de mens niet in een levende verhouding met God brengen.

Daarom is genade geen zachtere wet. Zij is Gods oplossing voor een probleem dat de wet wel kon openbaren, maar niet kon oplossen.

Wat de wet niet kon doen, heeft God gedaan door Zijn Zoon te zenden.

“Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.” (Romeinen 8:3, STV)

De wet was niet krachteloos in zichzelf. Zij was krachteloos door het vlees. De zondige mens kon haar niet volbrengen.

 

Waarom de vermenging van Wet en Genade zo gevaarlijk is

De vermenging van wet en genade is geen onschuldige leerstellige vergissing want:

  • tast de genoegzaamheid van Christus aan.
  • berooft gelovigen van zekerheid.
  • kweekt hoogmoed bij wie denkt goed te presteren.
  • veroorzaakt wanhoop bij wie voortdurend tekortschiet.
  • maakt geestelijke leiders tot controleurs van Gods gunst.
  • brengt gelovigen opnieuw onder angst en veroordeling.
  • maakt het kruis tot het begin van de redding, terwijl de mens geacht wordt het werk af te maken.

 

Maar Christus riep aan het kruis niet: Ik heb een goede basis gelegd, nu is het aan u.

Hij heeft het werk volbracht.

 

Alleen Christus kan zaligmaken

De wet kan niemand zaligmaken.

Mozes kan niemand zaligmaken.

Religieuze regels kunnen niemand zaligmaken.

Geestelijke ervaringen kunnen niemand zaligmaken.

Kerkelijke tradities kunnen niemand zaligmaken.

Menselijke toewijding kan niemand zaligmaken.

Alleen de Here Jezus Christus kan zaligmaken.

“En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.” (Handelingen 4:12, STV)

Dat is de heerlijkheid van het Evangelie der genade Gods.

De zondaar wordt niet opgeroepen zichzelf te verbeteren totdat hij aanvaardbaar is. Hij wordt geroepen te geloven in Hem Die goddelozen rechtvaardigt.

“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” (Romeinen 4:5, STV)

 

De beslissende vraag

De beslissende vraag is daarom niet hoeveel de mens heeft gedaan.

De vraag is of Christus’ werk voldoende is.

Is Zijn offer volledig?

Is Zijn bloed genoegzaam?

Is Zijn opstanding de grond van onze rechtvaardiging?

Is Zijn genade werkelijk Genade?

Wanneer het antwoord ja is, kan er niets aan worden toegevoegd.

Wie iets toevoegt aan het volbrachte werk van Christus, maakt dat werk niet sterker. Hij verklaart het daarmee juist onvoldoende.

Samengevat

De wet is heilig, rechtvaardig en goed. Zij openbaart Gods maatstaf en stelt de zondaar schuldig.

Maar de wet kan geen leven geven.

De wet kan niet rechtvaardigen.

De wet kan niet reinigen.

De wet kan niemand zaligmaken.

Daarom gaf God Zijn Zoon.

Wet en Genade sluiten elkaar uit als grond voor rechtvaardiging. De mens wordt niet gedeeltelijk door Christus en gedeeltelijk door eigen werken gered. Hij wordt volledig uit Genade gerechtvaardigd, door het geloof, op grond van het volbrachte werk van de Here Jezus Christus.

Het grootste gevaar voor het Evangelie is daarom niet alleen openlijk ongeloof. Het is ook de vrome poging om aan Christus iets toe te voegen.

Paulus laat geen middenweg toe.

Óf de rechtvaardiging is uit werken.

Óf zij is uit genade.

Óf de mens roemt in zichzelf.

Óf hij roemt uitsluitend in het kruis.

“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus, door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” (Galaten 6:14, STV)

De wet is goed.

Maar alleen de genade van God in de Here Jezus Christus kan een verloren zondaar zaligmaken.

“Want het einde (einddoel) der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft” (Romeinen 10:4, STV)

 

Dus niet:

Dit alles samengevat in een video

YouTube player

zie ook:

wet en genade – Bijbelse basis

(extern)

wet en genade » Bijbels Panorama

De tien geboden – Wet, genade en toepassing

Geverifieerd door MonsterInsights