Blij met de Bijbel

 

De campagnes zijn vooral bedoeld om ongelovigen en randkerkelijk publiek te bereiken. “Wij willen de mensen met de Waarheid, Gods Woord, in aanraking brengen”, zegt Ab Klein Haneveld. “In de praktijk blijken ook mensen in kerken en evangelische gemeenten schrikbarend weinig te weten van de Bijbel, waarin Christus centraal staat. In veel kringen heeft de prediking haar inhoud verloren door het huidige streven naar laagdrempeligheid. Onze tent heeft letterlijk helemáál geen drempel, maar wij kunnen om de scherpte van Gods Woord, dat zichzelf een tweesnijdend zwaard noemt, niet heen. Wij merken dat veel mensen die werkelijk de Waarheid zoeken, daar juist op afkomen.”

Continue reading “Blij met de Bijbel”

Geen religie maar Christus

copyright en credits: Marc Verhoeven

Beste lezer, laat het voor u duidelijk worden: Religie is uit de mens, maar Christus is uit God. Wegens alle door mensen ontwikkelde dwalingen hanteren wij de wijze leus:

Geen religie, maar Christus!

De Bijbel leert niet dat wij worden gered door het beoefenen van een of andere religie. Er is geen redding gelegen in het behoren tot een of andere religieuze organisatie, kerk, genootschap of sekte.
Wij worden ook niet gered door het volgen van een of andere menselijke leider. Gods Woord leert glashelder dat er maar één naam is waardoor wij behouden kunnen worden en dat is de Here Jezus Christus:

“En de zaligheid is in geen Ander; want er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welke wij moeten zalig worden”: Handelingen 4:12.

Wij worden daarom niet gered door Jahweh of Jehovah te aanroepen, want dat is de naam van God in zijn relatie met het Joodse volk, Zijn verbondsnaam: Jesaja 43:10, 11. De Joden waren getuigen van Jahweh terwijl christenen verzocht worden te getuigen van de Heer Jezus Christus:
De Heer Jezus zei:

“…gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judéa en
Samaria, en tot aan het uiterste der aarde”: Handelingen 1:8.

Velen menen dat er tussen God en de mensen middelaars zijn die wij moeten aanroepen voor onze redding. Zo worden dan vele “heiligen” aanroepen met vooral Maria die als “middelares” zowat de voornaamste plaats inneemt in de katholieke liturgie. De Bijbel leert dit nergens, integendeel, laat het volgende u duidelijk worden:

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus”: 1Timotheüs 2:5.

Ook al beweren tegenwoordig velen dat allerlei religies of filosofische overtuigingen tot God en tot behoudenis kunnen leiden, de Heer Jezus leert ons dat er maar één weg is tot God. Hij zei dit in niet mis te verstane woorden:

“Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven; niemand komt tot de Vader, dan door
Mij”:  Johannes 14:6.

Continue reading “Geen religie maar Christus”

Lee Strobel – De zaak van Christus

Nederlands ondertiteld: Lee Strobel – Naar zijn boek  ‘Case for Christ’ in Nederlands “Bewijs genoeg”.

Lee, een atheïstische rechtbankjournalist, onderzoekt of er bewijs is voor de betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament en de claims van Jezus Christus. Hij komt tot een wel zeer verrassende conclusie.

Duidelijk zijn waar de Bijbel duidelijk over is

Eerder geplaatst op deze site.

Door Habachura

Alverzoening is een heel pakket aan leringen waarvan je soms niet in de gaten hebt waarom een bepaald onderdeel belangrijk is. Maar later blijkt dan dat het nodig is om het plaatje compleet te maken (bijvoorbeeld de leer van de zielenslaap).

Teksten herinterpreteren en inpassen

Iemand attendeerde mij op een artikel op de site van inperspectief. Misverstand 2 is zo geraffineerd dat je er bijna wel in moet trappen. Hoe kan een “weldenkend” mens hier iets tegenin brengen? Er zijn teksten die de leer van de hellestraf leren en teksten die alverzoening leren.

Volgens inperspectief kiezen we een kant en herinterpreteren we de andere teksten zodat ze passen in ons gekozen perspectief. De meeste christenen kiezen ervoor om de alverzoeningsteksten te herinterpreteren in het kader van de “helteksten”.

Inperspectief kiest voor de andere variant omdat dat beter past bij het algehele beeld wat van God naar voren komt in de Bijbel?  (? Vraagteken van mij).

Wat niet duidelijk naar voren komt in deze redenatie is de frequentie waarmee de teksten in de Bijbel voorkomen. De teksten die wijzen op alverzoening zijn op de vingers van twee handen te tellen. De teksten die oproepen tot bekering en een keuze maken om “deel te hebben aan het Koninkrijk”of de”zaligheid te be-erven”zijn er vele malen meer.

Te beginnen bij de keuze die Adam en Eva hadden en bijvoorbeeld de keuze die Kain had. Zie het gesprek dat God had met Kain Gen.4:6 en 7 En de HEERE zei tegen Kain: Waarom bent u in woede ontstoken en waarom heeft u uw hoofd laten zakken? Is het niet zo dat u, als u het goede doet, uw hoofd kunt opheffen? Maar als u niet het goede doet, ligt de zonde aan de deur. Naar u gaat zijn begeerte uit, maar u moet over hem heersen.

Teksten wegstrepen

Daarom is het (ultra)dispensationalisme belangrijk voor de leer van alverzoening. Dan kun je alvast al die lastige passages in de Evangeliën over het Koninkrijk “wegstrepen”. Die zijn immers alleen voor een specifieke groep en niet voor ons of voor de gehele mensheid. Zooo gevaarlijk om te denken dat je alleen maar (enkele) brieven van Paulus serieus hoeft te nemen voor jezelf…

Hoezo moeten wij ons niet bekeren? Omdat Paulus het in zijn brieven niet vraagt? Nee natuurlijk niet, hij schrijft die brieven aan de gelovigen, hen hoeft hij niet voor te houden dat ze zich moeten bekeren. Hen, en dus ons, houdt hij voor dat we moeten leven “waardig onze roeping waarmee we geroepen zijn”. Maar dat wil niet zeggen dat Paulus niet opriep tot bekering (zie zijn toespraken in Handelingen).

Ik doe mee met de “Bible in one year”(http://bijbeljaar.nl/) en daarin zat gisteren een stukje wat mij erg aansprak juist ook met betrekking tot wel of geen alverzoening.

“Toen ik Jezus pas leerde kennen, dacht ik dat ik het antwoord moest weten op elke vraag over het geloof. Hoe meer Bijbelstudie ik doe, hoe meer ik besef dat we niet alles hoeven te weten. Er bestaat zoiets als een gezond agnosticisme (de opvatting dat kennis van religieuze ideeën over vermeende bovennatuurlijke verschijnselen onmogelijk is), wat we ook een Bijbels agnosticisme zouden kunnen noemen.
Er zijn vragen waarop we het antwoord wel weten. Maar er zijn ook vragen waarop ons beste antwoord is: “Ik weet het niet”. Er zijn dingen die we weten en dingen die we niet weten.

De schrijver van Deuteronomium zegt: “Wat verborgen is, behoort de HEER, onze God, toe; wat openbaar is, komt ons toe” (Deuteronomium 29:28a).

We moeten agnostisch zijn over de dingen waarover de Bijbel agnostisch is. We moeten duidelijk zijn over de dingen waarover de Bijbel duidelijk is. We moeten vermijden agnostisch te zijn over wat we kunnen weten. Zo moeten we ook niet te streng in de leer zijn over dingen waarover de Bijbel agnostisch over is.”

Vooral de laatste alinea: We moeten agnostisch zijn over de dingen waarover de Bijbel agnostisch is. We moeten duidelijk zijn over de dingen waarover de Bijbel duidelijk is.

De Bijbel vertelt ons heel veel niet over het komend oordeel en bijvoorbeeld over hoe God zal oordelen over mensen die het evangelie nooit gehoord hebben. Laten we liever duidelijk zijn over waar de Bijbel duidelijk over is: Dat de mens wordt opgeroepen om zijn Schepper te zoeken en dienen. Om het evangelie bekend te maken aan alle volken. Om mensen voor te houden

“Laat u met God verzoenen”(2 Kor.5:20).

En hoe God handelt met mensen die het evangelie nooit gehoord hebben? Ik heb er alle vertrouwen in dat God dit rechtvaardig gaat doen!

God is te vertrouwen

Tot zover maar even mijn bespiegelingen. Ik realiseer me dat juist het laatste wat ik schrijf over “agnostisch” kunnen zijn over sommige dingen, met name voor exact denkende mensen, moeilijk is. Zij willen een sluitend geheel waarin alles “klopt”. Maar de Bijbel is geen wiskunde!

De bottomline voor mij is: God is te vertrouwen, we hoeven Hem niet voor te schrijven wat Hij moet doen met de mensen die niet tot geloof zijn gekomen of die het evangelie niet hebben gehoord, of niet hebben begrepen.

Het woord der waarheid recht snijden

Iedere christen, en meer in het bijzonder iedere prediker van het Evangelie, dient in staat te zijn het “Woord der Waarheid” recht te snijden. De apostel Paulus vermaant zijn jonge broeder en medewerker Timotheüs zeer uitdrukkelijk:

“Benaarstig u, om u zelf Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der Waarheid recht snijdt.” 2Tim. 2:15

Omdat vele predikers het Woord van God niet recht toepassen, zien wij vandaag zoveel verwarring en verkeerd gerichte arbeid in het christendom. Omdat men niet weet wat het tegenwoordige werk Gods is zijn vele overigens oprechte christenen bezig met de “oprichting” of de “uitbreiding” van het Koninkrijk Gods op aarde, in plaats van vast te houden aan het werk van God om

“uit de heidenen een volk aan te nemen voor Zijn Naam”. Hand. 15:14

Dat “volk uit de heidenen” is de Gemeente van Jezus Christus.

Veel christelijke arbeid is vandaag gericht op de vestiging en/of de uitbreiding van Gods Koninkrijk op aarde. Maar het werk Gods heeft niet ten doel de vestiging van de heerschappij van Christus. Dat is een werk, dat God in de toekomst zal uitvoeren. Zijn werk voor deze tijd is de uitroeping en de bijeen verzameling van Zijn Gemeente uít deze wereld. Daarom dient ook alle christelijke arbeid in deze tegenwoordige tijd gericht te zijn op de (innerlijke en uiterlijke) opbouw van de Gemeente en niet op de vestiging van het Koninkrijk Gods op aarde.

Maar de Gemeente, door een verkeerde voorlichting beroofd van haar gezegende hoop op de wederkomst des Heeren, heeft in veel opzichten haar opdracht om het Evangelie te prediken verlaten en zich gewijd aan de verbetering en kerstening van de wereld. Zij is daarmee “de weg van Kaïn” opgegaan, omdat zij op een of andere wijze het paradijs op aarde tracht te herstellen zonder Christus. Judas:11

De beloften aan Israël worden vaak spitsvondig vergeestelijkt om ze toe te passen op de Gemeente. Wet en Genade worden op een wanhopige wijze vermengd, zodat de zoon van de dienstmaagd en de zoon van de vrije opgroeien in het zelfde huis. Gal. 4:30. Vlees en geest worden niet erkend als twee tegenstrijdige naturen in de gelovige, zodat menig Christen, die met de Geest begonnen is, bezig is om met het vlees te voleindigen. Gal. 3:3 De volmaakte positie van de gelovige in Christus, waardoor hij nú reeds zalig is (“Nu zijn wij kinderen Gods.” 1Joh. 3:2), wordt niet geloofd, zodat de zaligheid wordt beschouwd als een zaak, die nog verworven moet worden in plaats van als een gave Gods, die reeds verworven is.

Dit heeft tot gevolg, dat vele christenen helaas niet kunnen wandelen “waardig de roeping met welke zij geroepen zijn” Ef. 4:1, maar zij trachten “waardig” te worden…..