Trots op de zonde, wat zegt de Bijbel?

Waarom de Bijbel waarschuwt tegen het vieren van wat God veroordeelt

 

Er is iets veranderd in onze samenleving. Mensen zondigen niet alleen meer; zij zijn trots op de zonde. Wat vroeger met schaamte werd verborgen, wordt nu met applaus gevierd. Niet zelden gaat het zelfs verder: wie weigert mee te vieren, wordt weggezet als bekrompen, liefdeloos, haatzaaiend of gevaarlijk.

Dat is geen toevallige maatschappelijke ontwikkeling. De Bijbel beschreef deze geestelijke toestand al duizenden jaren geleden.

Hero banner promoting Bible studies: open Bible on a wooden table at sunrise with the Dutch title 'Wat zegt de Bijbel over...' and a blue footer menu showing topics like Schrift met Schrift and Christus centraal.

De diepste vorm van verdorvenheid

De Bijbel leert dat ieder mens een zondaar is. Maar hij maakt ook onderscheid tussen iemand die struikelt en iemand die zijn zonde verheerlijkt.

David viel diep. Petrus verloochende zijn Heere. Maar beiden kwamen tot berouw.

Er is echter een veel ernstiger toestand: de mens die zijn zonde verdedigt, normaliseert en uiteindelijk verheerlijkt.

“Want de goddeloze roemt zich over de begeerte zijner ziel; en de gierigaard zegent zichzelven; hij lastert den HEERE.” (Psalm 10:3, STV)

De goddeloze schaamt zich niet voor zijn begeerten. Hij roemt erin.

Dat is dus wat we vandaag zien. Niet alleen individuele zonden worden verdedigd, maar complete levensstijlen worden verheven tot deugd. De grootste eer lijkt tegenwoordig niet meer te liggen in heiligheid, maar in “zelfexpressie”.

Hoomoed komt voor de val; trots op de zonde
Trots op de zonde, wat zegt de Bijbel?

Geen schaamte meer: een kenmerk van geestelijk verval

Jeremia beschrijft een volk dat het morele kompas volledig kwijt is.

“Zijn zij beschaamd, omdat zij gruwel bedreven hebben? Ja, zij schamen zich in het minste niet, en weten niet schaamrood te worden…” (Jeremia 6:15, STV)

Dat is misschien wel het meest angstaanjagende oordeel van God: wanneer het geweten niet meer functioneert.

De mens bloost niet meer.

Hij rechtvaardigt zichzelf.

Hij noemt kwaad goed.

 

Zij verkondigen hun zonde

Jesaja gaat nog verder.

“Het aangezicht huns aangezichts getuigt tegen hen, en zij verkondigen hun zonde als Sodom; zij verbergen ze niet. Wee hunner ziel! want zij doen zichzelven kwaad.” (Jesaja 3:9, STV)

De inwoners van Sodom probeerden hun levenswijze niet verborgen te houden.

Zij maakten er een openbare zaak van.

Jesaja zegt: “zij verkondigen hun zonde.”

Dat is treffend actueel. In onze cultuur worden zonden niet slechts getolereerd, maar actief gepromoot. Media, onderwijs, politiek en entertainment verklaren steeds vaker dat wat God zonde noemt juist gevierd moet worden.

 

Romeinen 1 beschrijft onze tijd verbazingwekkend nauwkeurig

De apostel Paulus eindigt zijn beschrijving van een God-verwerpende samenleving met een huiveringwekkende conclusie.

“Dewelken, daar zij het recht Gods weten, (namelijk, dat degenen, die zulke dingen doen, des doods waardig zijn,) niet alleen dezelve doen, maar ook mede een welgevallen hebben in degenen, die ze doen.” (Romeinen 1:32, STV)

Let op de opbouw.

De mens doet de zonde.

Hij keurt de zonde goed.

Hij prijst anderen die hetzelfde doen.

Dat is de laatste fase van moreel verval.

Niet de zonde is dan nog het grootste probleem.

Het applaus voor de zonde is het grootste probleem.

Kerken zwijgen of doen zelfs volop mee

Hier wordt het pijnlijk.

Steeds meer kerken lijken niet langer de roeping te voelen om zonde zonde te noemen. In plaats van profetisch tegen de geest van de tijd in te spreken, passen zij hun boodschap aan de cultuur aan.

Uit angst mensen kwijt te raken worden scherpe Bijbelse begrippen vervangen door zachte therapeutische taal.

Bekering wordt persoonlijke groei.

Heiliging wordt authenticiteit.

Zonde wordt gebrokenheid.

Gods oordeel wordt ongemakkelijk stilzwijgen.

Sommige kerken gaan zelfs nog verder. Niet alleen wordt de zonde verzwegen, zij wordt gezegend en gevierd

Dat noemt men dan liefde, inclusiviteit of vooruitgang.

Maar liefde zonder waarheid is geen Bijbelse liefde.

Een kerk die bevestigt wat God veroordeelt, is niet barmhartiger dan God. Zij is Hem ongehoorzaam.

De Here Jezus kwam niet om de zonde acceptabel te maken.

Hij kwam om zondaren zalig te maken.

Een kerk die weigert over zonde te spreken, heeft uiteindelijk ook niets meer te zeggen over genade.

Want genade is alleen genade wanneer de ernst van de zonde wordt erkend.

De wortel is menselijke hoogmoed

Waarom is trots op de zonde zo ernstig?

Omdat het de mens boven God plaatst.

God zegt:

“Dit is kwaad.”

De mens antwoordt:

“Nee, dit is goed.”

Dat is dezelfde hoogmoed die al in de hof van Eden zichtbaar werd.

Niet Gods oordeel, maar mijn oordeel.

Niet Gods waarheid, maar mijn waarheid.

Niet Gods wil, maar mijn identiteit.

De eerste zonde begon niet met moord of overspel.

De eerste zonde begon met hoogmoed.

 

Het Evangelie begint met zelfveroordeling

Opvallend genoeg zien we bij alle mannen Gods precies het tegenovergestelde.

Job zegt:

“Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog. Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw, in stof en as.” (Job 42:5-6, STV)

Jesaja roept:

“Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben…” (Jesaja 6:5, STV)

Paulus noemt zichzelf:

“…Christus Jezus is in de wereld gekomen, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.” (1 Timotheüs 1:15, STV)

Niemand die echt Gods heiligheid ziet, wordt trots op zichzelf.

 

Hoe dichter men bij God leeft, hoe kleiner men over zichzelf denkt.

Dat is ook precies de les uit Job 42. Wanneer Job echt Gods heerlijkheid ziet, blijft er niets over van zijn zelfvertrouwen. Niet zijn omstandigheden, maar de ontmoeting met Gods heiligheid verbreekt zijn trots en brengt hem tot zelfveroordeling.

 

Alleen door het kruis sterft alle menselijke trots

Daarom eindigt Paulus niet met zelfvertrouwen, maar met een belijdenis.

“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus…” (Galaten 6:14, STV)

Dat is het grote onderscheid.

De wereld roemt in de zonde.

Religieuze mensen roemen in hun eigen gerechtigheid.

Humanisten roemen in de mens.

Maar de gelovige roemt uitsluitend in Christus.

En precies daar botst het evangelie frontaal met de geest van deze tijd.

Niet omdat christenen beter zijn.

Maar omdat zij weten dat zij zonder Gods genade net zo verloren zouden zijn als ieder ander.

 

Resumerend

De grootste crisis van onze tijd is niet dat mensen zondigen.

,Dat heeft de mens altijd, sinds Genesis 3, gedaan.

De grootste crisis is dat de mens trots is geworden op zijn zonde en verwacht en zels eist dat de wereld daarvoor applaudisseert.

De Bijbel noemt dat geen vooruitgang.

Hij noemt het verblinding.

De vraag is daarom niet of wij zondaren zijn.

Dat zijn we allemaal.

De vraag is: schamen we ons nog over onze zonde, of zijn wij er trots op geworden?

Want wie trots is op zijn zonde, heeft de deur naar bekering gesloten.

Maar wie zich buigt aan de voet van het kruis, ontdekt dat Gods genade groter is dan de grootste zondaar.

“Want een iegelijk, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden; en die zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.” (Lukas 18:14, STV)

zie ook:

Het Evangelie zonder omwegen – Bijbelse basis

Het warme hart van het Evangelie – Bijbelse basis

Bekering, geen hogere wiskunde – Bijbelse basis

Bekering – geen religieuze emotie, maar een noodzakelijke omkeer – Bijbelse basis

Israël redt niet; Christus redt

Waarom christenzionisme het Evangelie kan verduisteren

In veel kerken zien we tegenwoordig een opvallend verschijnsel. Er ontstaat een sterke belangstelling voor Israël. Dat uit zich in Israël-avonden, speciale rubrieken in kerkapps, sprekers uit messiaanse kringen en veel aandacht voor Joodse achtergronden van de Bijbel.

Op zichzelf is dat begrijpelijk. De Bijbel is immers diep verbonden met Israël. Paulus zegt:

“Hunner zijn de vaderen, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Die is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.”
(Romeinen 9:5, STV)

Maar juist omdat Christus uit Israël is voortgekomen, is er een grens die nooit overschreden mag worden: Israël mag nooit belangrijker worden dan de Messias Zelf.

En precies daar gaat het vandaag soms mis.

Wanneer de Naam van Jezus verdwijnt

Een opvallend patroon dat steeds vaker zichtbaar wordt is dit: men spreekt veel over Israël, maar de Naam van Jezus wordt nauwelijks genoemd.

Men hoort dan vooral woorden als:

  • de Messias
  • de Eeuwige
  • de God van Israël
  • het Joodse volk
  • de Thora

Dat klinkt vroom. Maar er ontbreekt iets wezenlijks: de expliciete belijdenis van Jezus Christus.

Het Nieuwe Testament kent echter geen boodschap waarin Christus slechts impliciet aanwezig is. Voor de apostelen stond één naam centraal.

“En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Wanneer die Naam structureel ontbreekt, ontbreekt het hart van het evangelie.

De apostelen spraken juist openlijk

De eerste christenen waren zelf Joden. Toch spraken zij zonder terughoudendheid over Jezus als de Messias.

Petrus zei tegen het volk Israël:

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.”
(Handelingen 2:36, STV)

En opnieuw:

“Dat u allen en het ganse volk Israëls bekend zij, dat door den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruisigd hebt, Welken God van de doden opgewekt heeft, door Hem zeg ik, staat deze hier voor u gezond.”
(Handelingen 4:10, STV)

Let op hoe concreet de apostelen spreken: Jezus Christus, de Nazarener. Geen vage religieuze taal, maar een duidelijke belijdenis.

Paulus romantiseert Israël niet

In moderne kerkelijke kringen ontstaat soms een bijna romantische visie op Israël. Maar Paulus spreekt heel anders. Hij heeft diepe liefde voor zijn volk, maar ook diepe pijn.

“Ik heb een grote droefheid en een gedurige smart in mijn hart.”
(Romeinen 9:2, STV)

Waarom? Omdat het grootste deel van Israël de Messias niet erkent.

Daarom zegt Paulus iets wat veel christenen vandaag nauwelijks meer durven uitspreken:

“Want zij zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.”
(Romeinen 9:6, STV)

Etnische afkomst is dus niet voldoende. Het beslissende punt blijft het geloof in Christus.

Religieuze ijver zonder Christus

Paulus beschrijft de geestelijke situatie van Israël scherp maar eerlijk.

“Want ik geef hun getuigenis dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand.”
(Romeinen 10:2, STV)

Met andere woorden: religieuze toewijding is niet genoeg. Het gaat om de erkenning van Christus.

Daarom zegt Paulus vervolgens:

“Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft.”
(Romeinen 10:4, STV)

De wet, de geschiedenis van Israël en de beloften van God vinden hun doel in Christus.

De olijfboom laat geen twee wegen zien

Romeinen 11 wordt vaak verkeerd uitgelegd alsof er twee aparte wegen zouden zijn: één voor Israël en één voor de heidenen. Maar Paulus zegt juist het tegenovergestelde.

Hij spreekt over één olijfboom.

“En indien sommige der takken afgebroken zijn, en gij, die een wilde olijfboom waart, in derzelver plaats zijt ingeënt, en des wortels en der vettigheid des olijfbooms mededeelachtig geworden zijt.”
(Romeinen 11:17, STV)

Heidenen worden ingeënt in dezelfde boom. Het fundament blijft hetzelfde: geloof in Christus.

Ook het toekomstige herstel van Israël gaat via Christus

Paulus verwacht een toekomstige bekering van Israël. Maar ook dat gebeurt niet buiten Christus om.

“En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.”
(Romeinen 11:26, STV)

Het herstel van Israël komt door de Verlosser.

Niet door etniciteit.
Niet door traditie.
Maar door Christus.

De eenvoudige toets

Er is een eenvoudige vraag die veel duidelijk maakt.

Hoe vaak wordt de Naam van Jezus daadwerkelijk uitgesproken?

In het Nieuwe Testament gebeurt dat voortdurend. Paulus zegt zelfs:

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.”
(1 Korinthe 2:2, STV)

Wanneer een boodschap over Israël spreekt maar Christus nauwelijks noemt, is er iets verschoven.

Dan ontstaat een beweging van:

Christus → Israël

in plaats van:

Israël → Christus.

De verleiding van de “lieve vrede”

In beplaalde kringen wordt bij gelegenheid gezegd:

“laten we dit soort dingen maar laten rusten voor de lieve vrede.”

Maar de Bijbel roept juist op tot een andere houding.

“Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus.”
(Efeze 4:15, STV)

Waarheid en liefde horen bij elkaar. Niet polemiek om de polemiek, maar ook geen zwijgen wanneer het hart van het evangelie naar de achtergrond schuift.

Uiteindelijk draait alles om één Naam

Het Nieuwe Testament is hier opvallend helder. Niet Israël, niet religie, niet traditie vormt het middelpunt van Gods plan, maar één Persoon.

“Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.”
(1 Korinthe 3:11, STV)

Wanneer dat fundament zichtbaar blijft, krijgt Israël zijn juiste plaats.

Maar wanneer Christus naar de achtergrond verdwijnt, blijft er uiteindelijk alleen religie over.

En precies daarom blijft de boodschap van de apostelen zo eenvoudig en zo radicaal:

“En de zaligheid is in geen ander.”
(Handelingen 4:12, STV)

De grote verdrukking en de illusie van veiligheid in Israël

Er bestaat vandaag onder veel christenen een bijna reflexmatige overtuiging:
de terugkeer van Joden naar Israël nú zou automatisch Gods plan en zegen zijn.

Organisaties zamelen geld in, campagnes worden gevoerd en Joden worden actief aangemoedigd om aliyah te maken — terug te keren naar het land Israël.

Maar wie de Bijbel werkelijk leest, ontdekt een ongemakkelijke waarheid.

De Schrift schetst namelijk een toekomst waarin juist Israël het centrum van de grootste crisis in de wereldgeschiedenis wordt.

Niét een veilige haven.
Maar het epicentrum van de eindtijd.

De grote verdrukking: ongekend in de wereldgeschiedenis

Jezus spreekt zelf over een periode die Hij de grote verdrukking noemt.

“Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal.”
(Mattheüs 24:21, STV)

Dit is geen gewone oorlog.
Geen regionale crisis.

Het is een periode die zo intens is dat Jezus zegt dat er nooit iets vergelijkbaars is geweest in de hele geschiedenis van de mensheid.

En opvallend: deze gebeurtenissen concentreren zich rond Jeruzalem en Judea.

De benauwdheid van Jakob

Het Oude Testament beschrijft dezelfde periode met een andere naam:

“Ach! want die dag is groot, zodat er geen is als hij; en het is een tijd der benauwdheid voor Jakob; doch hij zal daaruit verlost worden.”
(Jeremia 30:7, STV)

De Bijbel noemt deze tijd dus expliciet:

de benauwdheid van Jakob.

Jakob staat hier voor het volk Israël.

Dat betekent dat deze crisis niet in de eerste plaats over Europa, Amerika of Azië gaat — maar over Israël zelf.

Jeruzalem wordt het brandpunt van de wereld

De profeten spreken daar opvallend duidelijk over.

“Zie, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling voor alle volken rondom…”
(Zacharia 12:2, STV)

En nog explicieter:

“Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen…”
(Zacharia 14:2, STV)

Jeruzalem wordt volgens de profetieën het brandpunt van internationale conflicten.

Het toneel waar de eindstrijd van de wereldgeschiedenis zich afspeelt.

De Heer geeft een vluchtbevel

Hier wordt het nog confronterender.

Wanneer Jezus over deze periode spreekt, zegt Hij tegen de Joden die in Judea wonen:

“Alsdan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen.”
(Mattheüs 24:16, STV)

Let op wat hier staat.

Niet:

blijf in Jeruzalem
kom naar Israël
verzamel je in het land

Nee

Vlucht.

Dát is het bevel.

De ongemakkelijke vraag

Als de Bijbel leert dat Israël in de eindtijd het centrum van enorme vervolging en oorlog wordt…

waarom moedigen sommige christelijke organisaties vandaag Joden actief aan om daarheen te verhuizen?

Waarom wordt aliyah gepresenteerd als een soort geestelijke plicht?

Waarom wordt Israël soms bijna voorgesteld als de veiligste plek voor het Joodse volk?

De Bijbel zegt precies het tegenovergestelde.

Israël zonder Messias

De diepere tragiek is dit:

De huidige staat Israël bestaat grotendeels zonder erkenning van haar Messias.

Jezus zei over Jeruzalem:

“Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn…”
(Mattheüs 23:37, STV)

En vervolgens sprak Hij een aangrijpende profetie uit:

“Want Ik zeg u: Gij zult Mij van nu aan niet zien, totdat gij zeggen zult: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!”
(Mattheüs 23:39, STV)

De nationale erkenning van de Messias komt pas ná een diepe crisis.

Eerst crisis, daarna bekering

De profeet Zacharia beschrijft dat moment:

“En zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben; en zij zullen over Hem rouwklagen…”
(Zacharia 12:10, STV)

Pas wanneer Israël geconfronteerd wordt met de Messias die zij verworpen hebben, komt er nationale bekering.

Maar daaraan gaat een periode vooraf die de Bijbel beschrijft als de zwaarste verdrukking uit de wereldgeschiedenis.

De echt veilige plaats

De ironie is dat veel christenen hun hoop stellen op een land.

Maar de Bijbel wijst naar een Persoon.

Niet een geografische plek redt.

Niet een staat redt.

Niet een vlag redt.

Alleen Christus.

“Want er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Voor Jood en heiden geldt exact hetzelfde.

De veilige plaats is niet Israël.

De veilige plaats is in Christus.

Christenen die werkelijk van het Joodse volk houden, zouden daarom niet eerst moeten spreken over aliyah.

Maar over het Evangelie.

Want zonder Messias is zelfs het beloofde land uiteindelijk geen toevlucht.

Alleen Jezus Christus redt.

Voor Israël.
En voor de wereld.

lees ook:

De Naam die men liever niet noemt

De grote verdrukking, voor wie bestemd

Openbaring 12 is geen sprookje, het is heilsgeschiedenis

Verbondstheologie getoetst aan de Schrift, en waarom het Dispensationalisme inhoudelijk sterker staat

“Waarom elke Jood zou moeten overwegen terug te keren naar Israël”??

Israël vandaag Gods volk?

Die Ene Naam

Israël onze “oudste broer”…..dat is de vraag

Christenen hebben geen collectieve schuld tegenover het Joodse volk


extern:

Pas op voor de ‘wachters’!


https://www.gotquestions.org/Nederlands/grote-verdrukking.html/

Bekering, geen hogere wiskunde

Gehoor geven aan de oproep van het Evangelie

Het woord bekering is in veel kerkelijke kringen een zwaar en soms zelfs mistig begrip geworden. Sommigen maken er een lang innerlijk proces van, anderen reduceren het tot een emotionele ervaring. Maar als we eenvoudig naar de Schrift luisteren, blijkt bekering iets heel concreets te zijn.

Bekering is een omkeer. Een radicale verandering van richting: weg van jezelf en je eigen weg, en terug naar God.

Toen de Heere Jezus begon te prediken, was Zijn boodschap opvallend eenvoudig en direct:

“De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie.” (Markus 1:15 STV)

Hier staan twee dingen naast elkaar:

  • bekering

  • geloof

Bekering is de omkeer van de mens.
Geloof is het vertrouwen op Christus.

Het ene kan niet zonder het andere.

Wat bekering werkelijk betekent

De Bijbel laat zien dat bekering niet in de eerste plaats een gevoel is, maar een verandering van richting en gezindheid.

Paulus beschrijft het zo bij de Thessalonicenzen:

“Want zijzelven verkondigen van ons, hoedanigen ingang wij tot u hebben, en hoe gij tot God bekeerd zijt van de afgoden, om den levenden en waarachtigen God te dienen.” (1 Thessalonicenzen 1:9 STV)

Bekering betekent dus:

  • je afkeren van iets

  • je toekeren tot God

In hun geval: van afgoden naar God.

In onze tijd kunnen afgoden vele vormen aannemen:

  • eigen gerechtigheid

  • religie zonder Christus

  • geld of status

  • zelfverwerkelijking

  • geestelijke ervaringen

Bekering breekt met dat alles.

Bekering en vergeving

De apostelen verkondigden dezelfde boodschap als hun Heer. Petrus zegt:

“Betert u dan en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden, wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren.” (Handelingen 3:19 STV)

Bekering staat dus direct in verband met:

  • vergeving van zonden

  • een nieuw leven met God

Niet omdat bekering een verdienste is, maar omdat de mens zich van zijn eigen weg afkeert en zich wendt tot Christus.

Bekering is géén menselijke prestatie

De Schrift maakt ook duidelijk dat echte bekering voortkomt uit droefheid naar God.

“Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood.” (2 Korinthe 7:10 STV)

Wereldse spijt zegt:
Ik heb problemen gekregen.

Droefheid naar God zegt:
Ik heb tegen God gezondigd.

Dat verschil is beslissend.

Bekering vandaag

De moderne mens wil vaak eerst voelen, ervaren of begrijpen voordat hij zich bekeert. Maar de Bijbel draait dat om. Eerst komt de omkeer, daarna volgt het nieuwe leven.

Bekering is daarom geen religieuze techniek en ook geen mystieke ervaring.

Het is eenvoudig:

  • erkennen dat je verloren bent

  • je afkeren van je eigen weg

  • je toevertrouwen aan Christus

Zoals Petrus op de pinksterdag zei:

“Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden.” (Handelingen 2:38 STV)

Bekering is dus niet een randonderwerp van het Evangelie.

Het is de deur waardoor een mens het leven binnengaat.

Geverifieerd door MonsterInsights