Israël redt niet; Christus redt

Waarom christenzionisme het Evangelie kan verduisteren

In veel kerken zien we tegenwoordig een opvallend verschijnsel. Er ontstaat een sterke belangstelling voor Israël. Dat uit zich in Israël-avonden, speciale rubrieken in kerkapps, sprekers uit messiaanse kringen en veel aandacht voor Joodse achtergronden van de Bijbel.

Op zichzelf is dat begrijpelijk. De Bijbel is immers diep verbonden met Israël. Paulus zegt:

“Hunner zijn de vaderen, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Die is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.”
(Romeinen 9:5, STV)

Maar juist omdat Christus uit Israël is voortgekomen, is er een grens die nooit overschreden mag worden: Israël mag nooit belangrijker worden dan de Messias Zelf.

En precies daar gaat het vandaag soms mis.

Wanneer de Naam van Jezus verdwijnt

Een opvallend patroon dat steeds vaker zichtbaar wordt is dit: men spreekt veel over Israël, maar de Naam van Jezus wordt nauwelijks genoemd.

Men hoort dan vooral woorden als:

  • de Messias
  • de Eeuwige
  • de God van Israël
  • het Joodse volk
  • de Thora

Dat klinkt vroom. Maar er ontbreekt iets wezenlijks: de expliciete belijdenis van Jezus Christus.

Het Nieuwe Testament kent echter geen boodschap waarin Christus slechts impliciet aanwezig is. Voor de apostelen stond één naam centraal.

“En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Wanneer die Naam structureel ontbreekt, ontbreekt het hart van het evangelie.

De apostelen spraken juist openlijk

De eerste christenen waren zelf Joden. Toch spraken zij zonder terughoudendheid over Jezus als de Messias.

Petrus zei tegen het volk Israël:

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.”
(Handelingen 2:36, STV)

En opnieuw:

“Dat u allen en het ganse volk Israëls bekend zij, dat door den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruisigd hebt, Welken God van de doden opgewekt heeft, door Hem zeg ik, staat deze hier voor u gezond.”
(Handelingen 4:10, STV)

Let op hoe concreet de apostelen spreken: Jezus Christus, de Nazarener. Geen vage religieuze taal, maar een duidelijke belijdenis.

Paulus romantiseert Israël niet

In moderne kerkelijke kringen ontstaat soms een bijna romantische visie op Israël. Maar Paulus spreekt heel anders. Hij heeft diepe liefde voor zijn volk, maar ook diepe pijn.

“Ik heb een grote droefheid en een gedurige smart in mijn hart.”
(Romeinen 9:2, STV)

Waarom? Omdat het grootste deel van Israël de Messias niet erkent.

Daarom zegt Paulus iets wat veel christenen vandaag nauwelijks meer durven uitspreken:

“Want zij zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.”
(Romeinen 9:6, STV)

Etnische afkomst is dus niet voldoende. Het beslissende punt blijft het geloof in Christus.

Religieuze ijver zonder Christus

Paulus beschrijft de geestelijke situatie van Israël scherp maar eerlijk.

“Want ik geef hun getuigenis dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand.”
(Romeinen 10:2, STV)

Met andere woorden: religieuze toewijding is niet genoeg. Het gaat om de erkenning van Christus.

Daarom zegt Paulus vervolgens:

“Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft.”
(Romeinen 10:4, STV)

De wet, de geschiedenis van Israël en de beloften van God vinden hun doel in Christus.

De olijfboom laat geen twee wegen zien

Romeinen 11 wordt vaak verkeerd uitgelegd alsof er twee aparte wegen zouden zijn: één voor Israël en één voor de heidenen. Maar Paulus zegt juist het tegenovergestelde.

Hij spreekt over één olijfboom.

“En indien sommige der takken afgebroken zijn, en gij, die een wilde olijfboom waart, in derzelver plaats zijt ingeënt, en des wortels en der vettigheid des olijfbooms mededeelachtig geworden zijt.”
(Romeinen 11:17, STV)

Heidenen worden ingeënt in dezelfde boom. Het fundament blijft hetzelfde: geloof in Christus.

Ook het toekomstige herstel van Israël gaat via Christus

Paulus verwacht een toekomstige bekering van Israël. Maar ook dat gebeurt niet buiten Christus om.

“En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.”
(Romeinen 11:26, STV)

Het herstel van Israël komt door de Verlosser.

Niet door etniciteit.
Niet door traditie.
Maar door Christus.

De eenvoudige toets

Er is een eenvoudige vraag die veel duidelijk maakt.

Hoe vaak wordt de Naam van Jezus daadwerkelijk uitgesproken?

In het Nieuwe Testament gebeurt dat voortdurend. Paulus zegt zelfs:

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.”
(1 Korinthe 2:2, STV)

Wanneer een boodschap over Israël spreekt maar Christus nauwelijks noemt, is er iets verschoven.

Dan ontstaat een beweging van:

Christus → Israël

in plaats van:

Israël → Christus.

De verleiding van de “lieve vrede”

In beplaalde kringen wordt bij gelegenheid gezegd:

“laten we dit soort dingen maar laten rusten voor de lieve vrede.”

Maar de Bijbel roept juist op tot een andere houding.

“Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus.”
(Efeze 4:15, STV)

Waarheid en liefde horen bij elkaar. Niet polemiek om de polemiek, maar ook geen zwijgen wanneer het hart van het evangelie naar de achtergrond schuift.

Uiteindelijk draait alles om één Naam

Het Nieuwe Testament is hier opvallend helder. Niet Israël, niet religie, niet traditie vormt het middelpunt van Gods plan, maar één Persoon.

“Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.”
(1 Korinthe 3:11, STV)

Wanneer dat fundament zichtbaar blijft, krijgt Israël zijn juiste plaats.

Maar wanneer Christus naar de achtergrond verdwijnt, blijft er uiteindelijk alleen religie over.

En precies daarom blijft de boodschap van de apostelen zo eenvoudig en zo radicaal:

“En de zaligheid is in geen ander.”
(Handelingen 4:12, STV)

De grote verdrukking en de illusie van veiligheid in Israël

Er bestaat vandaag onder veel christenen een bijna reflexmatige overtuiging:
de terugkeer van Joden naar Israël nú zou automatisch Gods plan en zegen zijn.

Organisaties zamelen geld in, campagnes worden gevoerd en Joden worden actief aangemoedigd om aliyah te maken — terug te keren naar het land Israël.

Maar wie de Bijbel werkelijk leest, ontdekt een ongemakkelijke waarheid.

De Schrift schetst namelijk een toekomst waarin juist Israël het centrum van de grootste crisis in de wereldgeschiedenis wordt.

Niét een veilige haven.
Maar het epicentrum van de eindtijd.

De grote verdrukking: ongekend in de wereldgeschiedenis

Jezus spreekt zelf over een periode die Hij de grote verdrukking noemt.

“Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal.”
(Mattheüs 24:21, STV)

Dit is geen gewone oorlog.
Geen regionale crisis.

Het is een periode die zo intens is dat Jezus zegt dat er nooit iets vergelijkbaars is geweest in de hele geschiedenis van de mensheid.

En opvallend: deze gebeurtenissen concentreren zich rond Jeruzalem en Judea.

De benauwdheid van Jakob

Het Oude Testament beschrijft dezelfde periode met een andere naam:

“Ach! want die dag is groot, zodat er geen is als hij; en het is een tijd der benauwdheid voor Jakob; doch hij zal daaruit verlost worden.”
(Jeremia 30:7, STV)

De Bijbel noemt deze tijd dus expliciet:

de benauwdheid van Jakob.

Jakob staat hier voor het volk Israël.

Dat betekent dat deze crisis niet in de eerste plaats over Europa, Amerika of Azië gaat — maar over Israël zelf.

Jeruzalem wordt het brandpunt van de wereld

De profeten spreken daar opvallend duidelijk over.

“Zie, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling voor alle volken rondom…”
(Zacharia 12:2, STV)

En nog explicieter:

“Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen…”
(Zacharia 14:2, STV)

Jeruzalem wordt volgens de profetieën het brandpunt van internationale conflicten.

Het toneel waar de eindstrijd van de wereldgeschiedenis zich afspeelt.

De Heer geeft een vluchtbevel

Hier wordt het nog confronterender.

Wanneer Jezus over deze periode spreekt, zegt Hij tegen de Joden die in Judea wonen:

“Alsdan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen.”
(Mattheüs 24:16, STV)

Let op wat hier staat.

Niet:

blijf in Jeruzalem
kom naar Israël
verzamel je in het land

Nee

Vlucht.

Dát is het bevel.

De ongemakkelijke vraag

Als de Bijbel leert dat Israël in de eindtijd het centrum van enorme vervolging en oorlog wordt…

waarom moedigen sommige christelijke organisaties vandaag Joden actief aan om daarheen te verhuizen?

Waarom wordt aliyah gepresenteerd als een soort geestelijke plicht?

Waarom wordt Israël soms bijna voorgesteld als de veiligste plek voor het Joodse volk?

De Bijbel zegt precies het tegenovergestelde.

Israël zonder Messias

De diepere tragiek is dit:

De huidige staat Israël bestaat grotendeels zonder erkenning van haar Messias.

Jezus zei over Jeruzalem:

“Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn…”
(Mattheüs 23:37, STV)

En vervolgens sprak Hij een aangrijpende profetie uit:

“Want Ik zeg u: Gij zult Mij van nu aan niet zien, totdat gij zeggen zult: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!”
(Mattheüs 23:39, STV)

De nationale erkenning van de Messias komt pas ná een diepe crisis.

Eerst crisis, daarna bekering

De profeet Zacharia beschrijft dat moment:

“En zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben; en zij zullen over Hem rouwklagen…”
(Zacharia 12:10, STV)

Pas wanneer Israël geconfronteerd wordt met de Messias die zij verworpen hebben, komt er nationale bekering.

Maar daaraan gaat een periode vooraf die de Bijbel beschrijft als de zwaarste verdrukking uit de wereldgeschiedenis.

De echt veilige plaats

De ironie is dat veel christenen hun hoop stellen op een land.

Maar de Bijbel wijst naar een Persoon.

Niet een geografische plek redt.

Niet een staat redt.

Niet een vlag redt.

Alleen Christus.

“Want er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Voor Jood en heiden geldt exact hetzelfde.

De veilige plaats is niet Israël.

De veilige plaats is in Christus.

Christenen die werkelijk van het Joodse volk houden, zouden daarom niet eerst moeten spreken over aliyah.

Maar over het Evangelie.

Want zonder Messias is zelfs het beloofde land uiteindelijk geen toevlucht.

Alleen Jezus Christus redt.

Voor Israël.
En voor de wereld.

lees ook:

De Naam die men liever niet noemt

De grote verdrukking, voor wie bestemd

Openbaring 12 is geen sprookje, het is heilsgeschiedenis

Verbondstheologie getoetst aan de Schrift, en waarom het Dispensationalisme inhoudelijk sterker staat

“Waarom elke Jood zou moeten overwegen terug te keren naar Israël”??

Israël vandaag Gods volk?

Die Ene Naam

Israël onze “oudste broer”…..dat is de vraag

Christenen hebben geen collectieve schuld tegenover het Joodse volk


extern:

Pas op voor de ‘wachters’!


https://www.gotquestions.org/Nederlands/grote-verdrukking.html/

Bekering, geen hogere wiskunde

Gehoor geven aan de oproep van het Evangelie

Het woord bekering is in veel kerkelijke kringen een zwaar en soms zelfs mistig begrip geworden. Sommigen maken er een lang innerlijk proces van, anderen reduceren het tot een emotionele ervaring. Maar als we eenvoudig naar de Schrift luisteren, blijkt bekering iets heel concreets te zijn.

Bekering is een omkeer. Een radicale verandering van richting: weg van jezelf en je eigen weg, en terug naar God.

Toen de Heere Jezus begon te prediken, was Zijn boodschap opvallend eenvoudig en direct:

“De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie.” (Markus 1:15 STV)

Hier staan twee dingen naast elkaar:

  • bekering

  • geloof

Bekering is de omkeer van de mens.
Geloof is het vertrouwen op Christus.

Het ene kan niet zonder het andere.

Wat bekering werkelijk betekent

De Bijbel laat zien dat bekering niet in de eerste plaats een gevoel is, maar een verandering van richting en gezindheid.

Paulus beschrijft het zo bij de Thessalonicenzen:

“Want zijzelven verkondigen van ons, hoedanigen ingang wij tot u hebben, en hoe gij tot God bekeerd zijt van de afgoden, om den levenden en waarachtigen God te dienen.” (1 Thessalonicenzen 1:9 STV)

Bekering betekent dus:

  • je afkeren van iets

  • je toekeren tot God

In hun geval: van afgoden naar God.

In onze tijd kunnen afgoden vele vormen aannemen:

  • eigen gerechtigheid

  • religie zonder Christus

  • geld of status

  • zelfverwerkelijking

  • geestelijke ervaringen

Bekering breekt met dat alles.

Bekering en vergeving

De apostelen verkondigden dezelfde boodschap als hun Heer. Petrus zegt:

“Betert u dan en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden, wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren.” (Handelingen 3:19 STV)

Bekering staat dus direct in verband met:

  • vergeving van zonden

  • een nieuw leven met God

Niet omdat bekering een verdienste is, maar omdat de mens zich van zijn eigen weg afkeert en zich wendt tot Christus.

Bekering is géén menselijke prestatie

De Schrift maakt ook duidelijk dat echte bekering voortkomt uit droefheid naar God.

“Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood.” (2 Korinthe 7:10 STV)

Wereldse spijt zegt:
Ik heb problemen gekregen.

Droefheid naar God zegt:
Ik heb tegen God gezondigd.

Dat verschil is beslissend.

Bekering vandaag

De moderne mens wil vaak eerst voelen, ervaren of begrijpen voordat hij zich bekeert. Maar de Bijbel draait dat om. Eerst komt de omkeer, daarna volgt het nieuwe leven.

Bekering is daarom geen religieuze techniek en ook geen mystieke ervaring.

Het is eenvoudig:

  • erkennen dat je verloren bent

  • je afkeren van je eigen weg

  • je toevertrouwen aan Christus

Zoals Petrus op de pinksterdag zei:

“Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden.” (Handelingen 2:38 STV)

Bekering is dus niet een randonderwerp van het Evangelie.

Het is de deur waardoor een mens het leven binnengaat.

Het Evangelie zonder omwegen

Het Evangelie zonder omwegen

Het Evangelie betekent letterlijk: goed nieuws. Maar goed nieuws veronderstelt eerst slecht nieuws. En dat slechte nieuws is dit: de mens is verloren zonder God.

Waarom is redding nodig?

Er wordt veel gesproken over geloof. Over spiritualiteit. Over kerk. Over traditie. Maar zelden wordt het Evangelie zelf nog helder en scherp uitgelegd. Zonder omwegen. Zonder religieuze mist.

Wat is het probleem van de mens?
Waarom is redding noodzakelijk?
Wat is de oorzaak van onze zondige natuur?
En waarom is het Evangelie geen religie, maar goed nieuws?

Hier volgt het Bijbelse antwoord:

De Bijbel begint niet bij menselijke waardigheid, maar bij menselijke schuld. Dat is zo confronterend, maar zo noodzakelijk.

“Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.” (Romeinen 3:23 STV)

Allen. Géén uitzonderingen.

Zonde is niet slechts een verkeerde daad. Het is het missen van Gods heerlijkheid. Het niet beantwoorden aan Zijn heilige karakter. Het is opstand tegen onze Schepper, bewust of onbewust.

En de gevolgen zijn ernstig:

“Want de bezoldiging der zonde is de dood; maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere.” (Romeinen 6:23 STV)

Zonde verdient loon. Dat loon is de dood — geestelijke scheiding van God.

Redding is dus geen luxe. Geen extraatje voor religieuze mensen. Het is noodzaak voor ieder mens.

De oorzaak van onze zondige natuur

Veel mensen denken: “Ik ben in wezen goed, maar maak soms fouten.”
De Bijbel zegt iets anders.

“Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.” (Romeinen 5:12 STV)

De wortel ligt bij Adam. Door zijn val kwam de zonde de wereld binnen. Sindsdien wordt ieder mens geboren met een gevallen natuur.

David wist dat ook, en zei:

“Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen.” (Psalm 51:7 STV)

Wij worden niet zondaren doordat wij zondigen. Wij zondigen omdat wij zondaren zijn.

Dat verklaart waarom morele inspanning het probleem niet oplost. Opvoeding kan gedrag beïnvloeden. Religie kan uiterlijk fatsoen produceren. Maar het hart blijft onveranderd.

Het probleem zit dieper dan gedrag. Het zit in onze natuur.

Gods ingrijpen in Christus

Het Evangelie is dat God Zelf ingreep.

Niet omdat wij Hem zochten. Maar omdat Hij ons zocht.

“Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.” (Romeinen 5:8 STV)

Christus stierf niet voor verbeterde mensen. Niet voor zoekers. Niet voor rechtvaardigen.

Hij stierf voor zondaars.

“Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen.” (1 Petrus 3:18 STV)

Dat is plaatsvervanging. Hij nam onze plaats in. Droeg onze schuld. Ontving ons oordeel.

Aan het kruis werd niet een voorbeeld gegeven — daar werd betaald.

De weg van behoud

Hoe wordt iemand gered?

Niet door werken. Niet door kerkelijkheid. Niet door wetsonderhouding, en ook niet door fatsoenlijk gedrag

“Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.” (Efeze 2:8-9 STV)

Genade is onverdiende gunst.
Geloof is vertrouwen.

Het is het ophouden met proberen zichzelf te redden. Het is zich toevertrouwen aan Christus alleen.

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.” (Handelingen 16:31 STV)

Dat is geen ingewikkeld systeem. Geen sacramentele ladder. Geen religieuze prestatie.

Het is rusten in wat Christus volbracht heeft.

Waarom dit géén religie is

Religie draait om menselijke inspanning.

Het Evangelie draait om Gods volbrachte werk.

Religie zegt: doe!
Het Evangelie zegt: het is gedaan, geloof dat!

Géén religie, maar relatie

Religie probeert God gunstig te stemmen.
Het Evangelie verkondigt dat God in Christus verzoening heeft aangebracht.

“Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.” (Lukas 19:10 STV)

Christelijk geloof in Bijbelse zin is daarom géén religieus systeem. Het is een levende relatie met de opgestane Christus.

Wanneer iemand gelooft, gebeurt er iets wezenlijks:

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17 STV)

Dat is wedergeboorte. Geen uiterlijke hervorming, maar innerlijke vernieuwing.

De mens is verloren.
Christus is gestorven en opgestaan.
Redding is uit Genade.
Door geloof alléén.
In Christus alléén.

lees ook:

Het Evangelie in lekentaal – geen mening, maar goed nieuws

Leven uit Genade

“Van in de garage staan word je geen auto”

Bekering – geen religieuze emotie, maar een noodzakelijke omkeer

Geverifieerd door MonsterInsights