Tijden en gelegenheden zijn in Gods hand
Kingdom Now stelt dat de Gemeente geroepen is om het Koninkrijk van God vóór de wederkomst van Christus zichtbaar op aarde te vestigen. Christenen zouden maatschappelijke terreinen moeten innemen, politieke en culturele invloed moeten verkrijgen en demonische machten uit steden en gebieden moeten verdrijven.
In extremere vormen wordt zelfs beweerd dat Christus pas kan terugkeren nadat de Gemeente de wereld aan Hem heeft onderworpen.
Dat klinkt allemaal krachtig en strijdvaardig. Toch berust het op een fundamentele verwarring. Er is onvoldoende onderscheid tussen de huidige verhoging van Christus, het verborgen karakter van Zijn Koninkrijk en Zijn toekomstige openbare Koningschap over Israël en de volkeren.
De Schrift leert nergens dat de Gemeente het Koninkrijk moet vestigen.

Christus bouwt Zijn Gemeente en Hij zal Zijn Koninkrijk openbaar maken.
Christus is verhoogd, maar regeert nog niet vanaf de troon van David
De Here Jezus Christus is opgewekt uit de doden en verhoogd aan Gods rechterhand. Hij bezit alle macht en is met heerlijkheid en eer gekroond.
“Doch nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn; maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond.” — Hebreeën 2:8-9 (STV)
Dit gedeelte bevat een belangrijk gegeven
Christus is reeds gekroond. Hij bezit koninklijke waardigheid en gezag. Tegelijkertijd zien wij nog niet dat alle dingen Hem daadwerkelijk onderworpen zijn.
Hij is de rechtmatige Erfgenaam en de verhoogde Heer, maar Hij oefent het openbare Davidische Koningschap over Israël en de wereld nog niet uit.
Psalm 110 zegt:
“De HEERE heeft tot Mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.” — Psalm 110:1 (STV)
Christus zit nu aan Gods rechterhand. Hij zit nog niet op de troon van David in Jeruzalem. Hij wacht op het door God bepaalde tijdstip waarop Zijn vijanden daadwerkelijk onder Zijn voeten worden gesteld.
Ook Hebreeën spreekt over dit wachten:
“Maar Deze, één slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods; voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten.” — Hebreeën 10:12-13 (STV)
Het woord verwachtende is veelzeggend. De openbare uitoefening van Christus’ Koningschap over de aarde is nog toekomstig.
Het Koninkrijk is al realiteit, maar is nog verborgen
Het probleem van de Kingdom Now leer is niet dat Christus Koning wordt genoemd. Christus is de rechtmatige Koning der koningen en bezit alle macht.
De dwaling ontstaat wanneer Zijn huidige hemelse verhoging wordt gelijkgesteld aan de openbare vestiging van het Messiaanse Koninkrijk op aarde.
De juiste tegenstelling is daarom niet:
nu geen Koninkrijk, later wel een Koninkrijk
maar:
nu verborgen, later openbaar
Christus bezit het recht op het Koninkrijk. Hij is verhoogd en gekroond. Maar de zichtbare heerschappij die door de profeten is aangekondigd, is nog niet aangebroken.
De Gemeente leeft niet in de tijd waarin Christus zichtbaar vanaf de troon van David over Israël en de volkeren regeert, maar leeft in de tijd waarin de Koning door de wereld is verworpen en in de hemel verborgen is.
Het Koninkrijk zou niet onmiddellijk openbaar worden
De discipelen verwachtten dat het Koninkrijk Gods spoedig zichtbaar zou verschijnen. Juist daarom vertelde de Here Jezus een gelijkenis:
“En als zij dit hoorden, voegde Hij daarbij, en zeide een gelijkenis, omdat Hij nabij Jeruzalem was, en omdat zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond zou openbaar worden. Hij zeide dan: Een zeker welgeboren man reisde in een vergelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren.” — Lukas 19:11-12 (STV)
De volgorde is duidelijk.
De welgeboren man vertrekt naar een vergelegen land. Daar ontvangt hij het recht op het Koninkrijk. Daarna keert hij terug om daadwerkelijk als Koning te regeren.
De gelijkenis zegt niet dat zijn dienstknechten tijdens zijn afwezigheid het land moesten onderwerpen en zijn Koninkrijk voor hem moesten vestigen. Zij moesten trouw handelen met wat hun is toevertrouwd, totdat hij terugkomt.
Hun opdracht is niet: Neem mijn plaats in en onderwerp mijn vijanden.
Hun opdracht is: Wees getrouw totdat ik kom.
Bij zijn terugkeer handelt de koning zelf met zijn vijanden:
“Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zou zijn, brengt hen hier, en slaat ze hier voor mij dood.” — Lukas 19:27 (STV)
De verwerping van Christus eindigt dus niet doordat de Gemeente de wereld geleidelijk bekeert of onderwerpt. Zij eindigt wanneer Christus Zelf terugkeert en Zijn gezag openbaar vestigt.
De troon van David in de toekomst
De engel Gabriël zei over de Here Jezus:
“Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven. En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid.” — Lukas 1:32-33 (STV)
De troon van David is niet hetzelfde als de troon aan de rechterhand Gods in de hemel.
David heeft nooit in de hemel geregeerd. Zijn troon stond in Jeruzalem en was verbonden met het Koningschap over Israël.
Christus zit nu aan Gods rechterhand. Bij Zijn wederkomst zal Hij de troon van David aanvaarden en zichtbaar over het huis van Jakob en de volkeren regeren.
Openbaring spreekt daarover als een toekomstige gebeurtenis:
“En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.” — Openbaring 11:15 (STV)
De koninkrijken van deze wereld zijn vandaag zichtbaar nog niet aan Christus onderworpen. Dat zal gebeuren wanneer Hij Zijn Koningschap openbaar aanvaardt.
Eerst de Gemeente, daarna het herstel van Davids Koninkrijk
Handelingen 15 geeft een van de duidelijkste weerleggingen van de Kingdom Now leer.
Jakobus beschrijft Gods programma:
“Simeon heeft verhaald, hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)
Daarna zegt hij:
“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen den tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” — Handelingen 15:16 (STV)
De woorden eerst en na dezen bepalen de volgorde.
God verzamelt nu uit de heidenen een volk voor Zijn Naam. Daarna zal Christus wederkeren. Vervolgens wordt de vervallen hut van David hersteld.
De Kingdom Now leer keert deze volgorde om. Volgens deze leer moet de Gemeente eerst het Koninkrijk zichtbaar maken, waarna Christus kan terugkeren.
De Schrift zegt precies het tegenovergestelde:
Christus keert terug en Hij vestigt het Koninkrijk.
De Gemeente is geen aardse veroveringsmacht
De Gemeente wordt nergens voorgesteld als een organisatie die politieke, economische en culturele machtsposities moet veroveren om het Koninkrijk van God te vestigen.
De Gemeente is het Lichaam van Christus, met een hemelse roeping en bestemming.
“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” — Filippenzen 3:20 (STV)
De Gemeente verwacht haar Zaligmaker uit de hemel. Zij bereidt niet eerst een voltooide christelijke wereld voor om die vervolgens aan Hem aan te bieden.
Gelovigen worden gezanten (gezondenen) genoemd:
“Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen.” — 2 Korinthe 5:20 (STV)
Een gezant vertegenwoordigt een afwezige Koning in een vreemd land. Hij neemt dat land niet over. Hij verkondigt de boodschap van zijn Koning.
De roeping van de Gemeente is daarom Christus te verkondigen, mensen op te roepen zich met God te laten verzoenen, gelovigen op te bouwen, het Woord te bewaren en de Here Jezus Christus te verwachten.
Nu geroepen dus tot getuigenis, niet tot wereldheerschappij.
Kingdom Now verwart Israël met de Gemeente
De zichtbare aardse heerschappij van de Messias is in de profetieën verbonden met Israël, Jeruzalem, het huis van Jakob en de troon van David.
Na de opstanding vroegen de discipelen:
“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?” — Handelingen 1:6 (STV)
De Here Jezus antwoordde niet dat er geen herstel van Israël zou komen. Hij zei:
“Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft.” — Handelingen 1:7 (STV)
Het herstel werd niet ontkend. Alleen het tijdstip werd niet bekendgemaakt.
De Kingdom Now leer neemt de aardse beloften aan Israël en past die rechtstreeks toe op de Gemeente. De Gemeente wordt daardoor de vermeende erfgenaam van Israëls aardse koninkrijksroeping.
Maar de Gemeente is niet Israël. De hemelse positie van het Lichaam van Christus is niet hetzelfde als de aardse regering vanaf de troon van David.
Wie dit onderscheid uitpoetst of niet ziet, maakt van de Gemeente iets wat zij volgens de Schrift niet is.
De wereld wordt niet geleidelijk het Koninkrijk
De Kingdom Now leer verwacht dat het Koninkrijk steeds zichtbaarder wordt doordat de Gemeente terrein wint. De Schrift beschrijft de tijd vóór Christus’ verschijning echter niet als een periode waarin de wereld steeds christelijker wordt.
Paulus schrijft:
“En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden.” — 2 Timotheüs 3:1 (STV)
De Here Jezus vroeg:
“Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?” — Lukas 18:8 (STV)
De Schrift verwacht allesbehalve een geleidelijke overwinning van de Gemeente over alle politieke, maatschappelijke en geestelijke machten.
In de gelijkenis van het onkruid blijft het onkruid tussen de tarwe staan tot de oogst. De oogst is de voleinding van de eeuw, wanneer Christus Zelf ingrijpt.
De Gemeente zal vrucht dragen. Het Evangelie zal mensen uit alle volken bereiken. Maar nergens wordt beloofd dat de Gemeente vóór de wederkomst de samenleving zal onderwerpen of de wereld tot het Koninkrijk zal maken.
Satan is nog niet gebonden
Binnen de Kingdom Now leer wordt veel gesproken over het ‘binden van territoriale machten, het innemen van steden en het verdrijven van satanische heerschappij”uit complete gebieden.
De Schrift leert onomwonden dat satan in deze tijd nog actief is:
“Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden.” — 1 Petrus 5:8 (STV)
Satan is dus nog niet gebonden zoal voorzegd in Openbaring 20.
Zijn daadwerkelijke binding vindt plaats wanneer een engel uit de hemel neerdaalt en hem op Gods bevel bindt:
“En hij greep den draak, de oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren.” — Openbaring 20:2 (STV)
Niet ‘de Gemeente bindt satan door decreten, territoriale gebeden of moderne apostolische autoriteit’.
God Zélf laat hem op het vastgestelde moment binden.
De gelovige moet de duivel weerstaan. Dat is iets anders dan beweren dat de Gemeente zijn macht over de wereld nu reeds kan of zou moeten beëindigen.
Christus Zelf zal Zijn Koninkrijk vestigen
Het toekomstige Koninkrijk ontstaat niet door kerkelijke strategie, politieke meerderheden, culturele beïnvloeding of moderne apostolische netwerken.
Daniël zegt:
“Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden.” — Daniël 2:44 (STV)
God richt het Koninkrijk op.
Christus verschijnt in heerlijkheid. Hij oordeelt de volkeren, herstelt Israël, aanvaardt de troon van David en maakt Zijn heerschappij openbaar.
Dat is geen geleidelijk menselijk proces. Het is een beslissend Goddelijk ingrijpen.
Bij Zijn eerste komst werd de Koning verworpen. Bij Zijn tweede komst zal Hij Zijn Koningschap openbaar aanvaarden.
Het gevaar van de Kingdom Now leer
Wanneer de Gemeente zichzelf gaat zien cq. verheffen als de zichtbare regering van God op aarde, verschuift onvermijdelijk het zwaartepunt.
Het Evangelie van verzoening wordt vervangen door een boodschap van maatschappelijke transformatie. Dienaren worden machthebbers. Moderne apostelen en profeten krijgen bestuurlijke autoriteit. Politieke invloed wordt aangezien voor geestelijke overwinning.
Voorspoed, succes en maatschappelijke macht worden bewijsstukken van koninkrijkskracht. Kritiek op leiders kan vervolgens worden voorgesteld als verzet tegen Gods gezag.
Daarmee ontstaat precies het tegenovergestelde van het voorbeeld van Christus.
De Here Jezus kwam tijdens Zijn eerste komst niet om politieke macht te grijpen, maar om te dienen en Zijn leven te geven.
De Gemeente volgt haar verworpen Heer. Zij draagt in deze wereld niet de kroon van zichtbare wereldheerschappij, maar het getuigenis van een gekruisigde en opgestane Christus.
Geen passiviteit, maar trouw
De afwijzing van de Kingdom Now leer betekent niet dat christenen zich dan maar uit de samenleving moeten terugtrekken.
Gelovigen behoren goed te doen, rechtvaardig te handelen, voor hun naasten te zorgen, de waarheid te spreken en hun licht te laten schijnen.
Maar er is een wezenlijk verschil tussen trouw en rechtvaardig leven in de wereld en beweren dat de Gemeente de wereld zou moeten veroveren en het Koninkrijk moet vestigen.
Het eerste is Bijbels.
Het tweede neemt een werk op zich dat Christus voor Zichzelf heeft voorbehouden.
Christus bouwt Zijn Gemeente
De Here Jezus heeft niet gezegd dat de Gemeente Zijn Koninkrijk moet bouwen. Hij heeft gezegd:
“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” — Mattheüs 16:18 (STV)
Christus bouwt Zijn Gemeente.
De Gemeente bouwt niet Zijn Koninkrijk. Zij verkondigt het Evangelie, bewaart het Woord en verwacht de Heer.
Dat is geen zwakke of passieve roeping. Het is trouw blijven aan het werk dat Christus haar daadwerkelijk heeft opgedragen.
De Bijbelse volgorde
Christus is gestorven, opgewekt en verhoogd. Hij zit nu aan Gods rechterhand en wacht totdat Zijn vijanden tot een voetbank van Zijn voeten worden gesteld.
In deze tijd verzamelt Hij Zijn Gemeente uit Joden en heidenen. De Gemeente verkondigt het Woord, dient, lijdt, getuigt en verwacht haar Heer.
Daarna zal Christus wederkomen. Hij zal het Davidische Koningschap aanvaarden, Israël herstellen, de volkeren oordelen en Zijn reeds bestaande maar verborgen Koninkrijk zichtbaar op aarde vestigen.
Christus is dus nu al de rechtmatige Koning en de verhoogde Heer. Maar Hij regeert nog niet openbaar vanaf de troon van David over Israël en de volkeren.
De Gemeente bouwt het Koninkrijk niet. Christus bouwt Zijn Gemeente en Christus zal Zijn Koninkrijk openbaren.
Kingdom Now zegt eigenlijk:
Wij moeten het Koninkrijk vestigen voordat de Koning komt.
De Schrift zegt:
“Na dezen zal Ik wederkeren.” Handelingen 15:16 (STV)
zie ook:

