De grote lijn van de Bijbel
Wanneer de Bijbel over de mens spreekt, begint hij met een indrukwekkende uitspraak: de mens is geschapen naar Gods beeld. Maar de Schrift stopt daar niet. Zij laat ook zien hoe dat beeld door de zonde werd aangetast en hoe het uiteindelijk wordt hersteld in Christus, de laatste Adam.
Wie deze lijn begrijpt, ziet hoe de hele Bijbel één groot verhaal vertelt: schepping, val en herstel.
De mens geschapen naar Gods beeld
De eerste hoofdstukken van Genesis beschrijven de unieke plaats van de mens in de schepping.
“En God zeide: Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte dat op de aarde kruipt.”
— Genesis 1:26 (STV)“En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.”
— Genesis 1:27 (STV)
Hier zien we twee belangrijke waarheden.
De mens is geschapen naar Gods beeld, en hij ontvangt heerschappij over de aarde.
Het beeld van God betekent dat de mens als het ware God vertegenwoordigt in de schepping. Hij heeft verstand, bewustzijn, moreel besef en verantwoordelijkheid. De mens staat daardoor in een unieke positie binnen de schepping.
God gaf hem ook een opdracht.
“En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar; en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte dat op de aarde kruipt.”
— Genesis 1:28 (STV)
De mens was bedoeld als rentmeester van Gods schepping.

De val van de eerste Adam
Maar het verhaal van Genesis neemt een dramatische wending. De eerste mens, Adam, komt in opstand tegen God. Daardoor komt de zonde in de wereld.
Paulus beschrijft de gevolgen later zo:
“Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.”
— Romeinen 5:12 (STV)
Adam wordt zo het hoofd van een gevallen mensheid.
De mens draagt nog steeds Gods beeld, maar het is diep beschadigd. Toch blijft de waardigheid van het menselijk leven bestaan. Zelfs na de zondvloed zegt God:
“Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt.”
— Genesis 9:6 (STV)
De mens blijft dus drager van Gods beeld, maar leeft nu onder de macht van zonde en dood.
Christus als de laatste Adam
Het Nieuwe Testament openbaart vervolgens een indrukwekkend contrast. Paulus zet Adam en Christus tegenover elkaar.
“Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakenden Geest.”
— 1 Korinthe 15:45 (STV)
Adam ontving leven.
Christus geeft leven.
Daarom noemt Paulus Christus ook:
“De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit den hemel.”
— 1 Korinthe 15:47 (STV)
Hier verschijnen twee mensheden.
De mensheid in Adam
aards
sterfelijk
onder de zonde
De mensheid in Christus
hemels
nieuw leven
bestemd voor opstanding
Iedere mens staat uiteindelijk onder één van deze twee hoofden.
Waarom Christus de laatste Adam wordt genoemd
Paulus gebruikt bewust de term laatste Adam.
Dat betekent dat Christus het definitieve begin is van een nieuwe mensheid. Er komt geen nieuw hoofd meer na Hem.
In Adam begon de oude schepping.
In Christus begint de nieuwe.
Daarom zegt Paulus:
“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.”
— 1 Korinthe 15:22 (STV)
Christus is het begin van een nieuwe werkelijkheid.
Christus, de laatste Adam, als het volmaakte beeld van God
De Bijbel gaat nog verder. Christus is niet alleen de laatste Adam, maar ook het volmaakte beeld van God.
“Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller creaturen.”
— Kolossenzen 1:15 (STV)
Waar Adam faalde, verschijnt Christus als de ware Mens zoals God de mens bedoeld had.
Daarom wordt in Christus zichtbaar wat het betekent om werkelijk naar Gods beeld te leven.
Vernieuwing naar dat beeld
Voor gelovigen betekent dit dat zij deel krijgen aan dat nieuwe leven.
“En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft.”
— Kolossenzen 3:10 (STV)
En Paulus zegt ook:
“Maar wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.”
— 2 Korinthe 3:18 (STV)
Het doel van Gods werk is dus dat de mens opnieuw wordt gevormd naar het beeld van Christus.
De grote lijn van de Schrift
Door de hele Bijbel loopt één grote lijn.
De mens wordt geschapen naar Gods beeld.
Door Adam komt de zonde in de wereld.
Christus verschijnt als de laatste Adam.
In Hem begint een nieuwe mensheid.
En uiteindelijk zullen gelovigen volledig het beeld van Christus dragen.
Paulus vat dat samen met een indrukwekkende uitspraak:
“En gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben, alzo zullen wij ook het beeld des Hemelsen dragen.”
— 1 Korinthe 15:49 (STV)
De moderne wereld probeert de mens te definiëren zonder God. De Bijbel doet precies het tegenovergestelde.
De Schrift zegt dat de mens alleen begrepen kan worden in het licht van twee personen:
Adam
en Christus.
De eerste bracht zonde en dood.
De tweede brengt leven en een nieuwe schepping.














