Wie bouwt het Koninkrijk?

Christus bouwt Zijn Gemeente, niet wij Zijn Koninkrijk

Het Koninkrijk van Christus bestaat nu, maar is in onze tijd nog verborgen.  De gemeente bouwt dat Koninkrijk niet; Christus bouwt Zijn Gemeente. De taak van de gelovige is niet om het Koninkrijk zichtbaar te maken, of uit te bouwen  maar om Christus te verkondigen, de gemeente op te bouwen en de Heer uit de hemel te verwachten. Op Gods tijd zal het Koninkrijk openbaar worden bij de komst en heerschappij van de Koning.

“Laten we samen bouwen aan Gods Koninkrijk.”

Het klinkt activerend, enthousiasmerend, gemeentelijk. Ik las het deze week weer eens in een oproep tot eensgezindheid

Iedereen doet mee, iedereen draagt zijn steentje bij, iedereen bouwt aan iets groots. Is waarschijnlijk de onderliggende gedachte.

En toch moet ook nu weer de Bijbel open. Want niet alles wat mooi klinkt, is Bijbels verantwoord..

De vraag is hier niet of mensen het goed bedoelen. Dat zal vaak best zo zijn.

De vraag is: wie bouwt volgens de Schrift het Koninkrijk?

En daar wordt het spannend. Want de Bijbel zegt nergens dat de gemeente het Koninkrijk bouwt. De Bijbel zegt dat Christus Zijn Gemeente bouwt.

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” Matthéüs 16:18 (STV)

Dat is geen detail. Dat is een leerstellig anker.

Christus zegt niet:

“Jullie zullen Mijn Koninkrijk bouwen.”

Hij zegt:

“Ik zal Mijn Gemeente bouwen.”

Daar zit het onderscheid.

God bouwt Zijn Koninkrijk

 

Het Koninkrijk is er al

Sommigen reageren op kritiek op “bouwen aan Gods Koninkrijk” alsof je daarmee zou ontkennen dat Christus nu Koning is. Maar dat is niet het geval. Integendeel.

Christus is opgestaan. Christus is verhoogd. Christus zit aan de rechterhand Gods. Hij heeft alle macht ontvangen. Zijn Koninkrijk is geen toekomstfantasie alsof er nu nog niets bestaat.

Het Koninkrijk van Christus bestaat. Alleen: het is in onze tijd nog niet openbaar op aarde in de vorm waarin de profeten daarover spreken.

Dat onderscheid is wezenlijk.

Het Koninkrijk van Christus is officieel aangevangen bij de opstanding en verhoging van Christus, maar in onze tegenwoordige tijd, de bedeling der genade is het Koninkrijk verborgen; in de bedeling van de volheid der tijden wordt het geopenbaard; en in de bedeling van het Koninkrijk is het openbaar.

Daar ligt de sleutel.

Niet: er is nu geen Koninkrijk.
Ook niet: wij bouwen het nu, maken het zichtbaar op aarde.

Maar: het Koninkrijk bestaat nu, verborgen in Christus, en zal op Gods tijd openbaar worden.

 

Christus zal Koning zijn, maar Zijn Koninkrijk is nu verborgen

Toen Pilatus aan de Heere Jezus vroeg of Hij een Koning was, ontkende Christus Zijn koningschap niet. Maar Hij plaatste het in het juiste kader.

“Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” Johannes 18:36 (STV)

Let op: Hij zegt niet: “Ik heb geen Koninkrijk.”
Hij zegt: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.”

Daar zit een wereld van verschil tussen.

Christus heeft een Koninkrijk. Maar het heeft nu niet zijn oorsprong, karakter en openbaring uit deze wereldorde. Het is niet afhankelijk van menselijke macht, kerkelijke invloed, politieke dominantie, culturele herovering of religieuze strategie.

Het is verborgen omdat de Koning Zelf verborgen is in de hemel.

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” Kolossenzen 3:1 (STV)

De Koning is niet afwezig in macht. Maar Hij is wel verborgen voor het oog van de wereld. En daarom is ook Zijn Koninkrijk in deze tijd verborgen.

 

De gemeente bouwt niet het Koninkrijk

De gemeente heeft een heerlijke roeping. Maar juist daarom moeten we haar geen taak geven die de Schrift haar niet geeft.

De gemeente getuigt.
De gemeente verkondigt het Evangelie.
De gemeente wandelt waardiglijk de roeping waarmee zij geroepen is.
De gemeente schijnt als licht in een donkere wereld.
De gemeente verwacht Christus.

Maar de gemeente bouwt niet het Koninkrijk.

Dat klinkt misschien bijna passief in een tijd die verslaafd is aan maakbaarheid. Maar het is juist bevrijdend. Want het haalt de last van onze schouders en legt de eer terug waar deze hoort: bij Christus.

Hij bouwt Zijn Gemeente.

Niet onze programma’s.
Niet onze visiedocumenten.
Niet onze kerkelijke groeimodellen.
Niet onze  maatschappelijke invloed.
Niet onze “impact”.

Christus bouwt.

En wat doet God ondertussen? Hij verzamelt uit de heidenen een volk voor Zijn Naam.

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” Handelingen 15:14 (STV)

Dat is het kemerk van deze tijd. Niet de wereld ‘christelijk’maken. Niet het Koninkrijk zichtbaar maken. Niet de aarde stap voor stap onder kerkelijke heerschappij brengen. Maar God roept een volk uit voor Zijn Naam.

Dat volk is de Gemeente.

 

Het herstel van het Koninkrijk is Gods werk

Wanneer de Schrift spreekt over het herstel van de vervallen hut van David, wordt dat niet als opdracht aan de gemeente gegeven. Het is Gods eigen handelen.

“Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen de tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.” Handelingen 15:16 (STV)

Let op die woorden: “Ik zal.

Niet: “de gemeente zal.”
Niet: “de kerk zal.”
Niet: “apostelen en profeten van de eindtijd zullen.”
Niet: “wij bouwen samen.”

God zegt:

Ik zal weder opbouwen.”

Dat is een frontale botsing met veel modern kerkjargon. Vooral met taal die leunt op Kingdom Now, dominion-denken, NAR-retoriek en de gedachte dat de kerk ‘het Koninkrijk zichtbaar moet maken op aarde’.

Het klinkt allemaal geestelijk krachtig, maar het schuift ongemerkt op van verwachting naar maakbaarheid. Van Christus’ werk naar mensenwerk. Van de komende openbaring naar een religieus bouwproject.

 

“Bouwen aan Gods Koninkrijk” klinkt mooier dan het is

Natuurlijk bedoelen veel christenen met die zin eenvoudig: samen dienen, getuigen, liefde bewijzen, trouw zijn in de gemeente. In die alledaagse, losse betekenis hoeft niemand meteen als ketter te worden weggezet.

Maar taal vormt en stuurt denken.

Wanneer een gemeente voortdurend zegt dat wij “bouwen aan Gods Koninkrijk”, dan sluipt er gemakkelijk een verkeerde gedachte binnen: alsof Gods Koninkrijk afhankelijk is van onze inzet. Alsof wij de bouwers zijn. Alsof Christus wacht tot wij genoeg stenen hebben aangedragen.

Dat is nadrukkelijk niet de taal van het Nieuwe Testament.

Het Nieuwe Testament zegt dat wij medearbeiders zijn in de dienst, maar niet dat wij het Koninkrijk als project bouwen. Paulus spreekt over arbeid, prediking, planting, watering, stichting van de gemeente. Maar de groei is van God.

“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.” 1 Korinthe 3:6 (STV)

Dat is de goede verhouding.

Wij zijn dienaren.
God geeft de wasdom.
Christus bouwt Zijn Gemeente.
God openbaart Zijn Koninkrijk.

 

Het Koninkrijk wordt openbaar op Gods tijd

Het verborgen karakter van het Koninkrijk betekent niet dat het altijd verborgen blijft. Integendeel. De Schrift wijst vooruit naar de dag waarop Christus’ heerschappij openbaar zal worden.

“En de HEERE zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de HEERE één zijn, en Zijn Naam één.” Zacharia 14:9 (STV)

Dat is geen vaag geestelijk beeld voor kerkelijke invloed. Dat is de toekomstige openbaring van de Koning en Zijn heerschappij.

Ook het boek Openbaring spreekt over het moment waarop het Koninkrijk zichtbaar en publiek aan Christus wordt toegeschreven:

“En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.” Openbaring 11:15 (STV)

Daar ligt de hoop. Niet in menselijke opbouw van onderaf, maar in Goddelijke openbaring van bovenaf.

Het Koninkrijk komt niet doordat de kerk de wereld verovert. Het Koninkrijk wordt openbaar wanneer de Koning komt.

 

Het gevaar van Kingdom Now-denken

Het moderne christendom heeft een sterke neiging om alles naar het hier en nu te trekken. De beloften aan Israël worden op de kerk geplakt. De profetieën over het komende Koninkrijk worden vergeestelijkt. De toekomst wordt ingeruild voor activisme. En de verwachting van Christus’ komst wordt vervangen door de opdracht om de wereld te transformeren.

Dan krijg je zinnen als:

“Wij brengen het Koninkrijk.”
“Wij bouwen het Koninkrijk.”
“Wij maken het Koninkrijk zichtbaar.”
“Wij vestigen Gods heerschappij op aarde.”
“Wij nemen de zeven bergen van de samenleving in.”

Dat klinkt strijdbaar. Maar het is leerstellig gevaarlijk.

Want de gemeente wordt dan niet meer gezien als een hemels volk dat haar Heere verwacht, maar als een religieuze bouwploeg die op aarde moet realiseren wat God pas bij de openbaring van Christus zal doen.

Dat is geen Bijbelse hoop. Dat is maakbaarheid met een Bijbels vernislaagje.

 

De gemeente verwacht het Hoofd

De Bijbelse houding van de gemeente is niet: wij bouwen het Koninkrijk totdat of zodat Christus kan terugkomen.

De Bijbelse houding is: wij dienen, getuigen en verwachten Hem Die komt.

“Want onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” Filippenzen 3:20 (STV)

Dat is de positie van de gelovige. Niet geworteld in aardse koninkrijksbouw, maar gericht op de hemel, waar Christus is.

En juist dat maakt de gemeente niet passief, maar zuiver. Zij hoeft geen koninkrijk te bouwen. Zij mag Christus verkondigen. Zij hoeft de wereld niet te veroveren. Zij mag het Woord bewaren. Zij hoeft geen heerschappij te grijpen. Zij mag lijden, dienen, volharden en uitzien.

Dat is veel minder indrukwekkend voor religieuze reclametaal. Maar het is Bijbels.

 

Wat dan wel?

In plaats van “wij bouwen aan Gods Koninkrijk” kunnen we beter Bijbels spreken.

We dienen de Heer.
We bouwen elkaar op in het geloof.
We verkondigen het Evangelie.
We arbeiden in de gemeente.
We getuigen van Christus.
We verwachten Zijn komst.
We leven tot eer van God.

Dat is rijk genoeg. Daar hoeft geen ophitsende koninkrijksretoriek overheen.

Want zodra wij zeggen dat wij het Koninkrijk bouwen, pakken we woorden die de Schrift veel nauwkeuriger gebruikt.

Christus bouwt Zijn Gemeente.
God vergadert een volk voor Zijn Naam.
De Koning bezit het Koninkrijk.
Het Koninkrijk is nu verborgen.
Op Gods tijd wordt het openbaar.

 

De gemeente is niet geroepen om het Koninkrijk te bouwen, maar om Christus te belijden, het Evangelie te verkondigen en de Heer uit de hemel  te verwachten.

Het Koninkrijk bestaat nu werkelijk, want Christus is opgestaan en uitermate verhoogd. Maar het is vooralsnog verborgen, omdat de Koning Zelf verborgen is in de hemel. Straks zal God het openbaar maken, niet als resultaat van menselijke bouwdrift, maar door de verschijning van de Koning Zelf.

Dus nee: wij bouwen Gods Koninkrijk niet.

Christus bouwt Zijn Gemeente.

En God zal Zijn Koninkrijk openbaar maken op Zijn tijd.

Lees ook:

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

Extern:

https://www.vlichthus.nl/wp-content/uploads/2025/01/SAS-Het-Eeuwige-Koninkrijk.pdf

https://www.vlichthus.nl/de-wederkomst-van-de-here-jezus-christus/

Pinksteren en Pasen: waarom de Geest geen losse ervaring is

Pinksteren: geen losse geest-ervaring, maar vrucht van de opstanding

Pinksteren is misschien wel één van de meest gevierde én minst begrepen momenten in het christelijke jaar.

Er wordt gezongen over de Geest. Er wordt gesproken over vuur. Over kracht. Over tongen. Over verwachting. Over “meer”. Over “kom, Heilige Geest”. En voordat je het weet, is Pinksteren veranderd in een geestelijke verlangmachine: alsof Pasen nog niet genoeg was, alsof Christus wel opstond, maar de gelovige daarna nog op een tweede pakket uit de hemel moest wachten.

Maar dat is precies waar het misgaat.

Pinksteren is niet Gods correctie op een onvolledig Pasen. Pinksteren is de openbare demonstratie van wat in de opstanding van Christus werkelijkheid is geworden. De Heilige Geest komt niet als los verkrijgbare krachtcentrale naast Christus. Hij is de Geest van de opgestane, verheerlijkte Christus. Wie Pinksteren losmaakt van Pasen, krijgt vanzelf een scheef evangelie.

En een scheef evangelie zoekt altijd naar extra’s.

Extra kracht.
Extra zalving.
Extra ervaring.
Extra vuur.
Extra tekenen.

Maar de Schrift wijst niet naar een tekort in Pasen. De Schrift wijst naar de volheid van de opgestane Christus.

Pinksteren is geen correctie op Pasen

 

De vergeten vraag bij Johannes 20

In Johannes 20 verschijnt de opgestane Heere Jezus aan Zijn discipelen. En dan staat daar een tekst die in veel Pinksterdenken ongemakkelijk in de weg zit:

“En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zeide tot hen: Ontvangt de Heilige Geest.” (Johannes 20:22, STV)

De vraag is eenvoudig: gebeurde er toen niets?

Zei Christus werkelijk: “Ontvangt de Heilige Geest”, terwijl zij Hem op dat moment niet ontvingen? Was dit slechts een leeg gebaar, een vooraankondiging zonder werkelijke inhoud, een soort hemelse trailer voor Handelingen 2?

Dat is moeilijk vol te houden.

De Heere Jezus blaast op hen. Dat is niet zomaar theater. Adem, wind en geest liggen in de Schrift dicht bij elkaar. De Geest is de adem van God, het leven van God, de werkzame kracht van God. En juist de opgestane Christus geeft Zijn discipelen deel aan dat leven.

Daarom moet Johannes 20 zwaar wegen. Niet omdat Handelingen 2 onbelangrijk is, maar omdat Handelingen 2 niet tegen Johannes 20 uitgespeeld mag worden.

 

De Geest is verbonden met de verheerlijking van Christus

Johannes 7 zegt dat de Heilige Geest nog niet was gegeven, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was. Dat betekent niet dat de Geest in absolute zin nog niet bestond of nooit gewerkt had. De Geest werkte in de schepping, sprak door de profeten en was werkzaam in Gods openbaring. Maar de gave van de Geest als nieuwtestamentische werkelijkheid hangt samen met de verheerlijking van Christus.

En wanneer wordt Christus verheerlijkt?

Niet pas op Pinksteren.

De lijn in het Johannesevangelie loopt naar het kruis, door het kruis heen, naar de opstanding. De Zoon wordt verhoogd. De dood wordt overwonnen. De Eersteling staat op uit de doden. De nieuwe schepping breekt aan.

Daarom zegt Petrus later niet: “Pinksteren is het grote middelpunt.” Hij predikt Christus. Hij predikt de gekruisigde en opgestane Heere. Hij predikt dat God Hem heeft opgewekt. Hij predikt dat David in Psalm 16 profetisch sprak over de opstanding van Christus.

Pinksteren is niet het centrum. Christus is het centrum.

 

Petrus preekt op Pinksteren vooral Pasen

Dat is een punt dat vaak ondergesneeuwd raakt. In Handelingen 2 gebeurt iets indrukwekkends: geluid als van een geweldige gedreven wind, verdeelde tongen als van vuur, spreken in andere talen. En toch blijft Petrus niet hangen bij de verschijnselen.

Hij verklaart ze. Maar daarna gaat hij onmiddellijk naar Christus.

Hij zegt dat Jezus door mensen gekruisigd is, maar naar Gods bepaalde raad en voorkennis. Hij zegt dat God Hem heeft opgewekt. Hij verklaart uit Psalm 16 dat de dood Hem niet kon houden. Niet omdat Petrus een emotionele ervaring had, maar omdat de Schrift het gezegd had.

Dat is Schriftlogica.

De dood kon Christus niet houden, omdat God had voorzegd dat Zijn Heilige geen verderving zou zien. Gods Woord bepaalde de uitleg van het gebeuren. Niet de ervaring. Niet de verwondering van de menigte. Niet het verschijnsel van tongen. Niet het geluid van de wind.

Het Woord verklaarde het teken.

Daar zit een les in voor vandaag.

Waar de ervaring het Woord gaat verklaren, ontstaat verwarring. Waar het Woord de ervaring verklaart, komt helderheid.

 

Pinksteren is geen herhaalbare blauwdruk

Een grote fout is dat Handelingen 2 wordt behandeld als een handleiding voor vandaag. Alsof de gemeente terug moet naar Pinksteren. Alsof het normale christelijke leven bestaat uit het opnieuw najagen van die zichtbare tekenen.

Maar Handelingen beschrijft een overgangstijd. Een heilshistorisch scharnierpunt. Een unieke publieke demonstratie dat de verhoogde Christus Zijn beloofde Geest gegeven heeft.

Dat is iets anders dan een blauwdruk.

Natuurlijk werkt de Heilige Geest vandaag. Zonder de Geest is er geen geloof, geen wedergeboorte, geen verstaan van Gods Woord, geen heiliging, geen geestelijk leven. Maar dat betekent niet dat de uiterlijke tekenen van Handelingen 2 de norm zijn voor de gemeente in elke tijd.

De norm voor de gemeente ligt niet in het kopiëren van de tekenen van Handelingen. De norm ligt in de leer van de apostelen, verder uitgewerkt in de brieven.

En juist daar valt op hoe nuchter het Nieuwe Testament is.

Niet: jaag op vuur.
Niet: zoek een tweede Pinksteren.
Niet: bewijs uw geestelijkheid met tongentaal.
Niet: wacht op een nieuwe uitstorting.

Maar: wandel door de Geest. Word vervuld met de Geest. Laat het Woord van Christus rijkelijk in u wonen. Spreek tot elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Stel uw lichaam tot een levend offer. Houd Christus vast als Hoofd.

Dat is veel minder spectaculair voor het vlees. Maar veel gezonder voor de gemeente.

 

Vervuld met de Geest is niet los van het Woord

Een belangrijk misverstand is dat “vervuld worden met de Geest” vaak wordt losgetrokken van het Woord. Dan wordt het een sfeer. Een gevoel. Een moment. Een stroom. Een druk in de zaal. Een emotionele golf.

Maar Paulus zet de zaak anders uiteen.

In Efeze 5 spreekt hij over vervuld worden met de Geest. In Kolossenzen 3 spreekt hij over het rijkelijk wonen van het Woord van Christus. De uitwerking is opvallend gelijk: spreken met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.

Dat is geen toeval.

De Geest werkt niet buiten Christus om. En de Geest werkt niet buiten het Woord om. De Geest verheerlijkt Christus, neemt uit Christus, wijst op Christus en opent het Woord van Christus.

Daarom is een gemeente niet geestelijker naarmate er meer religieuze spanning in de lucht hangt. Een gemeente is gezond wanneer het Woord van Christus rijkelijk woont in haar midden.

Niet arm aan Schrift en rijk aan beleving.
Maar rijk aan Schrift, en daardoor werkelijk geestelijk.

 

Tongentaal was een teken, geen statussymbool

Handelingen 2 spreekt over talen. Niet over onverstaanbaar religieus geluid als bewijs van diepere geestelijkheid. De mensen horen in hun eigen taal de grote werken Gods spreken. Dat is precies het punt: God laat iets horen.

Maar ook waar Paulus later over tongen spreekt, is hij bepaald niet bezig met een romantisering van tongentaal. In 1 Korinthe 14 wordt juist duidelijk dat onverstaanbare taal de gemeente niet opbouwt als zij niet uitgelegd wordt. Profetisch verstaanbaar spreken is nuttiger dan religieus geluid waar niemand iets mee kan.

Tongen zijn een teken. Geen speeltje. Geen keurmerk. Geen geestelijke medaille. Geen bewijs dat iemand méér heeft dan een gewone gelovige.

Wie van tongentaal een geestelijke ladder maakt, heeft de bedoeling van het teken gemist.

De Heilige Geest kwam niet om gelovigen indrukwekkend te laten klinken. Hij kwam om Christus te verheerlijken en Gods Woord krachtig te laten spreken.

 

Leviticus 23: Pinksteren begint bij de eerstelingsgarf

Pinksteren hangt in de Schrift samen met de hoogtijden van de HEERE. In Leviticus 23 wordt eerst de eerstelingsgarf gebracht. Die wordt bewogen op de dag na de sabbat, op de eerste dag van de week, tijdens het feest van de ongezuurde broden.

Dat beeld is rijk.

De eerstelingsgarf wijst op Christus in Zijn opstanding. Hij is de Eersteling uit de doden. De graankorrel is in de aarde gevallen en gestorven, maar heeft vrucht voortgebracht. Pasen is daarom niet slechts de herinnering aan een wonder uit het verleden. Pasen is het begin van de nieuwe schepping.

Vanaf die dag worden 50 dagen geteld. Dan komen de twee beweegbroden. Die broden worden eveneens aan de HEERE voorgesteld. Zij zijn gemaakt van de eerste opbrengst van de oogst.

Daarin ligt een diepe lijn: de gemeente komt voort uit de opstanding van Christus. Niet uit menselijke religie. Niet uit Israël dat zichzelf vernieuwt. Niet uit wereldverbetering. Niet uit een charismatische golf. Maar uit Christus, de Eersteling.

De gemeente leeft omdat Hij leeft.

 

Gedesemde broden: heilig voor God, maar nog niet volmaakt

Opvallend is dat de twee beweegbroden gedesemd zijn. Normaal heeft zuurdeeg in de Schrift vaak een negatieve betekenis: bederf, zonde, valse leer, religieuze besmetting. Maar juist bij deze broden is zuurdeeg aanwezig.

Dat is veelzeggend.

De gemeente is van Christus. De gelovigen zijn geheiligd in Hem. Zij behoren God toe. Maar zij dragen nog het oude lichaam met zich mee. De zonde heerst niet meer, maar zij is nog wel aanwezig. Genade heerst, maar de oude natuur is nog niet verdwenen.

Daarom is de gemeente nu geen triomferende volmaaktheidsmachine op aarde. Zij is een hemels geroepen volk in een vernederd lichaam. Zij is aan God voorgesteld, maar nog onderweg. Zij is van Christus, maar wacht nog op de verlossing van het lichaam.

Dat maakt ook korte metten met allerlei overwinningsretoriek alsof de gemeente nu al zichtbaar het Koninkrijk moet neerzetten. De gemeente is niet geroepen om de wereld te dopen in christelijke make-up. Zij is geroepen om Christus te belijden, Zijn Woord te bewaren en buiten de legerplaats Zijn smaadheid te dragen.

 

Geen Kingdom Now, maar Christus nu verborgen

Een belangrijk punt bij Pinksteren is dit: de verhoogde Christus is nu verborgen in de hemel. Hij regeert, ja. Hij is Heere, ja. Alle macht is Hem gegeven, ja. Maar Zijn koninkrijk wordt nu niet zichtbaar door de gemeente als politieke, culturele of religieuze machtsfactor op aarde.

Deze tijd wordt gekenmerkt door verborgenheid.

Christus is verworpen door de wereld. De wereld heeft Hem niet gekend. De Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Hij is gekruisigd buiten de poort. En de gelovige wordt niet geroepen om van Egypte een christelijk recreatiepark te maken, maar om uit te gaan tot Hem.

Dat botst met moderne koninkrijksretoriek.

“Wij moeten het Koninkrijk zichtbaar maken.”
“Wij moeten de cultuur transformeren.”
“Wij moeten de hemel op aarde brengen.”
“Wij moeten de wereld claimen.”

Het klinkt krachtig. Het klinkt actief. Het klinkt bijna apostolisch. Maar het mist de ernst van de huidige bedeling: Christus is verborgen, en de gemeente leeft in verbondenheid met een verworpen Heer.

De gemeente is geen religieuze projectontwikkelaar van een zichtbaar koninkrijk. Zij is het lichaam van Christus, geroepen uit deze wereld, gevoed door het Woord, geleid door de Geest, wachtend op de wederkomst.

 

De gevaarlijke roep om “meer”

Veel Pinksterverwarring begint met één klein woord: meer.

Meer Geest.
Meer vuur.
Meer zalving.
Meer kracht.
Meer tekenen.
Meer manifestatie.

Maar achter dat woord kan een gevaarlijke suggestie schuilgaan: dat Christus niet genoeg gegeven heeft. Dat de gelovige in Hem nog wezenlijk tekortkomt. Dat Pasen wel vergeving bracht, maar niet volheid. Dat men naast Christus nog een apart geestelijk niveau nodig heeft.

Dat klinkt vroom, maar het is gevaarlijk.

Want de gelovige is niet arm omdat hij te weinig spektakel heeft. Hij wordt arm wanneer hij niet leeft uit wat hij in Christus ontvangen heeft. De oplossing is dan niet een nieuwe uitstorting, maar terugkeer naar de volheid van Christus zoals die in het Woord wordt geopenbaard.

De Geest maakt niet los van Christus.
De Geest maakt vast aan Christus.

De Geest trekt de aandacht niet naar Zichzelf als aparte ervaring.
De Geest verheerlijkt de Zoon.

De Geest geeft geen religieuze mistmachine.
De Geest opent het Woord.

 

Pinksteren is de vrijmoedigheid van de verkondiging

Wat verandert er dan zichtbaar op Pinksteren?

Er wordt gesproken.

Dat is de grote lijn. De discipelen zwijgen niet langer.

Zij getuigen.

Petrus staat op.

De Schriften gaan open.

Christus wordt verkondigd.

De opstanding wordt uitgelegd.

De menigte wordt aangesproken.

De Naam van de Heer wordt gepredikt.

Dát is de vrucht van de Geest: niet religieuze zelfvergroting, maar Christusverkondiging.

De Geest maakt van bange discipelen getuigen van de opgestane Christus.

Niet getuigen van hun eigen diepe innerlijke proces.

Niet getuigen van hun bijzondere geestelijke niveau.

Niet getuigen van hun tongentaalervaring.

Maar getuigen van Hem.

Daar ligt een scherpe correctie voor vandaag.

Veel moderne geestelijkheid is ik-gericht. Mijn ervaring. Mijn zalving. Mijn droom. Mijn bediening. Mijn profetie. Mijn doorbraak. Mijn vuur.

Maar de apostolische prediking is Christusgericht.

Zijn kruis.
Zijn opstanding.
Zijn verhoging.
Zijn Naam.
Zijn belofte.
Zijn wederkomst.

Dat is Pinksteren zonder geestelijke opsmuk.

 

Wat Pinksteren vandaag betekent

Pinksteren betekent niet dat wij moeten wachten tot de Heilige Geest eindelijk weer komt. Hij is gegeven. De gelovige leeft uit de Geest van de opgestane Christus.

Pinksteren betekent niet dat de gemeente terug moet naar Handelingen 2 als blauwdruk. Handelingen 2 is een uniek heilshistorisch tekenmoment.

Pinksteren betekent niet dat tongentaal het bewijs is van geestelijke volheid. Het Nieuwe Testament zelf corrigeert dat misverstand.

Pinksteren betekent niet dat de gemeente het Koninkrijk zichtbaar moet vestigen. Christus is nu verborgen, en de gemeente wordt gevormd in verbondenheid met Hem.

Pinksteren betekent wel dat Christus leeft. Dat Hij verhoogd is. Dat de beloofde Geest gegeven is. Dat het Woord nu met vrijmoedigheid verkondigd mag worden. Dat de gemeente leeft uit de Eersteling. Dat gelovigen hun lichaam mogen stellen tot een levend offer. Dat het Woord van Christus rijkelijk in hen mag wonen.

Dat is minder spectaculair dan veel moderne Pinksterretoriek.

Maar het is veel steviger.

 

Slot: geen tweede fase, maar volheid in Christus

Wie Pinksteren losmaakt van Pasen, krijgt een religieuze zoektocht naar aanvulling. Wie Pinksteren vanuit Pasen begrijpt, ziet de rijkdom van de opgestane Christus.

De Heilige Geest is niet gekomen om Christus aan te vullen, alsof Zijn opstanding nog niet genoeg was. De Geest is gegeven omdat Christus is opgestaan en verheerlijkt. Hij past toe wat Christus verworven heeft. Hij opent het Woord. Hij verheerlijkt de Zoon. Hij vormt de gemeente. Hij doet spreken van de grote werken Gods.

Daarom heeft de gemeente geen nieuw Pinksteren nodig.

Zij heeft nodig dat zij ophoudt met jagen naar geestelijke extra’s en opnieuw gaat leven uit de volheid van Christus.

Niet terug naar de tekenen als norm.
Niet vooruit naar een zelfgebouwd koninkrijk.
Maar omhoog naar de verborgen Christus.
En vandaaruit: wandelen door de Geest, geworteld in het Woord, wachtend op Zijn komst.

Zie ook:

pinksteren – Bijbelse basis

 

 

 

 

Kan de Heer op elk moment komen? De opname van de Gemeente

Over de opname van de Gemeente

Door C.I. Scofield

Niemand ontkent dat de Schriften leren dat Christus op enig moment voor de tweede keer zal komen. Zelfs de kerk heeft, ook in haar slechtste toestand, nooit opgehouden om in haar belijdenissen ten minste van die waarheid getuigenis af te leggen.

Maar over twee vragen — de wijze waarop Hij terugkomt en het tijdstip van Zijn terugkeer — zijn de laatste tijd grote verschillen in leer ontstaan.

Op de vraag naar de wijze van de tweede komst van onze Heer wil ik hier niet ingaan. Ik wil alleen licht zoeken in de Schrift over de vraag naar het tijdstip van die komst. En zelfs daarin zal ik slechts dat aspect van Zijn komst behandelen dat door de apostel Paulus is geopenbaard.

Aandachtige studenten van het Woord weten dat aan de apostel van de heidenen een geheel van openbaring over de Gemeente is toevertrouwd. Het Oude Testament weet niets van de Gemeente, al is er wel ruimte voor gelaten. Onze Heer heeft niet méér gedaan dan aankondigen dat Hij haar zou bouwen. Afgezien van de geschriften die de Geest door Paulus gegeven heeft, zouden wij praktisch niets weten van de verborgenheid van de “Gemeente, welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult”.

Maar door deze geschriften zijn wij gezegend met een volledige en heldere openbaring over de Gemeente: haar oorsprong, werkwijze, verhoudingen, roeping en bestemming. Het is duidelijk dat een geïnspireerde beschrijving van de Gemeente, waarin niet wordt verteld wat het einde van haar aardse pelgrimsreis zal zijn, in dat opzicht tekort zou schieten.

Daarom hebben wij in twee opmerkelijke gedeelten in de brieven die door Paulus geschreven zijn, een beknopte maar bevredigende profetie over dat einde.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.” “Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; in een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.” 1 Korinthe 15:22–23, 51–52 (STV)

“Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem. Want dat zeggen wij u door het woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” 1 Thessalonicenzen 4:13–17 (STV)

Over deze gebeurtenis, en alleen over deze gebeurtenis, gaat dit artikel.

Wij weten heel goed dat er een grote hoeveelheid profetie is die spreekt over de terugkeer van Christus naar de aarde, in verband met de oprichting van het Messiaanse Koninkrijk, het hervatten van Gods handelen met Israël en de zegen voor de hele wereld.

Maar de komst waarover de aangehaalde gedeelten spreken, is niet een komst naar de aarde, maar een komst in “de lucht”. Deze komst vestigt niets op aarde, maar neemt een volk weg van de aarde.

De wederkomst van de Heer in de lucht voor de Gemeente is daarom niet dat aspect van de tweede komst waarover de oudtestamentische profeten spreken, bijvoorbeeld Zacharia 14:1–9. Het is ook niet dat aspect van Zijn komst waarover onze Heer sprak in de rede op de Olijfberg en in Zijn eschatologische gelijkenissen.

Het is een onderdeel van wat Paulus “mijn Evangelie” noemt: een onderdeel van de waarheid over de Gemeente.

Nu stel ik de vraag: kan de komst van de Heere in de lucht voor de Gemeente op elk moment plaatsvinden?

Mijn antwoord is: ja. En wel om twee redenen.

Kan de Heere elk moment komen?

Geen voorzegde gebeurtenis hoeft nog vervuld te worden

Er is geen enkele voorzegde gebeurtenis die nog vervuld móét worden vóór deze komst.

Soms wordt gezegd dat onze Heere een tussenliggende voorwaarde heeft genoemd toen Hij zei:

“En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen.” Mattheüs 24:14 (STV)

Men werpt dan tegen dat dit nog niet is gebeurd.

Daarop antwoord ik het volgende.

Met “het einde” bedoelt onze Heer niet Zijn nederdaling in de lucht voor Zijn Gemeente, maar “de voleinding der wereld”, of beter: de voleinding van de eeuw, waarover de discipelen Hem gevraagd hadden in Mattheüs 24:3.

Verder is de Gemeente niet gesteld om het “Evangelie des Koninkrijks” te prediken, maar “het Evangelie der genade Gods”.

Ook zal er tijdens de verdrukking een wereldwijde prediking van het Koninkrijk plaatsvinden door het Joodse overblijfsel. Zie Openbaring 6:9–11, Openbaring 7:13–14 en Zacharia 8:23.

Verder wordt gezegd dat de Heer niet terugkomt voordat het duizendjarige rijk voorbij is.

Tegen deze tegenwerping is het voldoende te zeggen dat de gelijkenis van het tarwe en het onkruid, de gelijkenis van de edelman die naar een ver land reisde, en de beschrijvingen van het verloop van deze eeuw allemaal de mogelijkheid uitsluiten van een millennium vóór de terugkeer van de Heere in heerlijkheid naar de aarde. Zie Mattheüs 13:24–30, 36–43; Lukas 19:11–14; Mattheüs 24:6–14 en 2 Thessalonicenzen 1:3–10.

En omdat de nederdaling van de Heere in de lucht vooraf moet gaan aan Zijn terugkeer in heerlijkheid naar de aarde, is het duidelijk dat er vóór die laatste gebeurtenis onmogelijk een millennium kan plaatsvinden.

Anderen stellen dat de grote verdrukking eerst moet verlopen voordat de Gemeente kan worden opgenomen.

Daarop antwoord ik het volgende.

Er is een uitdrukkelijke belofte dat de ware Gemeente bewaard zal worden

“uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken, die op de aarde wonen”. Openbaring 3:10 (STV)

Verder wordt de Gemeente, priesterlijk en koninklijk, gezien in de personen van de ouderlingen in de hemel vóórdat de gebeurtenissen die de grote verdrukking vormen op aarde beginnen plaats te vinden. Deze ouderlingen worden gezien in Openbaring 4, dus vóórdat de eerste reeks oordelen — de zegeloordelen — begint. En zelfs die bereiden de verdrukking slechts voor.

Ook bevestigen alle typen deze zienswijze. Sodom kon niet worden verwoest voordat Lot eruit was weggenomen, enzovoort.

 

De houding van de gelovige is: verwachten

In de brieven van Paulus, die als enige ons rechtstreeks spreekt over de opname van de Gemeente, is de kenmerkende houding van de gelovige: verwachten.

Niet het verwachten van het Koninkrijk.

Niet het verwachten van de grote verdrukking.

Maar het verwachten van

“Zijn Zoon uit de hemelen, Denwelken Hij uit de doden verwekt heeft, namelijk Jezus”. 1 Thessalonicenzen 1:10 (STV)

En ook:

“Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus.” Titus 2:13 (STV)

Daarom beantwoorden wij de vraag: “Kan de Heere op elk moment komen?” bevestigend.

Ja, Hij kan en zal komen.

En wanneer wij om ons heen kijken, worden wij er zeker toe gedrongen om het laatste gebed van de Schrift mee te bidden:

“Ja, kom, Heere Jezus!” Openbaring 22:20 (STV)

Zie ook:

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #1 de Opname van de Gemeente – Bijbelse basis

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #2 Verdrukking – Bijbelse basis

De verborgenheid van de Gemeente – Bijbelse basis

Extern:

opname » Bijbels Panorama

Geverifieerd door MonsterInsights