De gemeente van Jezus Christus; Zijn lichaam

Rechtstreeks en herhaaldelijk genoemd

De Bijbel noemt de Gemeente niet alleen maar bij wijze van beeldspraak het lichaam van Christus; het staat er rechtstreeks en herhaaldelijk. De Here Jezus Christus is het Hoofd, en alle gelovigen in deze tijd vormen samen Zijn lichaam.

Een van de duidelijkste teksten is:

“En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder.”
(1 Korinthe 12:27, STV)

Dat laat weinig ruimte voor twijfel. Paulus zegt niet: “gij lijkt op een lichaam”, maar:

“Gijlieden zijt het lichaam van Christus.”

 

Christus is het Hoofd van dat lichaam

In Efeze wordt dezelfde waarheid verder uitgewerkt:

“…en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.”
(Efeze 1:22-23, STV)

Hier staan de twee begrippen rechtstreeks naast elkaar:

Christus = het Hoofd
de Gemeente = Zijn lichaam

Ook Kolossenzen zegt:

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente…”
(Kolossenzen 1:18, STV)

Dat is dus geen afgeleide leer. Het is letterlijk de woordkeus van de Schrift.

 

Iedere gelovige is een lid van dat ene lichaam

Paulus legt in 1 Korinthe 12 uit hoe dat lichaam is samengesteld:

“Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus.”
(1 Korinthe 12:12, STV)

En vervolgens:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt…”
(1 Korinthe 12:13, STV)

Dat is belangrijk. De gelovige wordt niet door menselijke organisatie, kerkelijke inschrijving of denominatie lid van dit lichaam. De Heilige Geest voegt hem bij Christus.

Daarom kan Paulus zeggen:

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.”
(Efeze 5:30, STV)

Dat is de lijn die ook in Efeze 5 wordt vastgehouden: Christus wordt daar het Hoofd der Gemeente genoemd en de Gemeente Zijn lichaam.

De verbinding met Christus is dus organisch

Een lichaam staat niet op afstand van zijn hoofd. Het vormt er één geheel mee.

Dat is waarom Paulus zulke sterke uitdrukkingen kan gebruiken als:

“Want wij zijn leden van elkander.”
(Efeze 4:25, STV)

en:

“…opdat wij zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus; Uit Welken het gehele lichaam…”
(Efeze 4:15-16, STV)

De Gemeente ontvangt leven, richting en samenhang vanuit Christus.

Zoals het natuurlijke lichaam niet zelfstandig van het hoofd kan functioneren, zo bestaat de Gemeente alleen in Christus.

 

“Alzo ook Christus”

1 Korinthe 12:12 gaat zelfs opvallend ver. Paulus schrijft niet:

“zo ook de Gemeente”,

maar:

“…alzo ook Christus.” (STV)

Christus en Zijn lichaam worden daar zo nauw met elkaar verbonden dat het geheel onder de naam van het Hoofd wordt aangeduid.

Dat past bij de verborgenheid die Paulus verkondigt: gelovigen zijn niet slechts volgelingen van Christus die buiten Hem staan, maar zijn in Christus geplaatst.

 

Eén nieuwe mens

Daarmee hangt ook Efeze 2 samen:

“…opdat Hij die twee in Zichzelven tot één nieuwen mens zou scheppen…”
(Efeze 2:15, STV)

Jood en heiden worden in deze tijd niet tot twee verschillende lichamen gemaakt. Zij worden in Christus samengebracht tot één nieuwe mens.

Dat sluit weer aan bij Efeze 4:

“Eén lichaam is het, en één Geest…”
(Efeze 4:4, STV)

En het doel van de bediening is:

“…tot opbouw des lichaams van Christus; totdat wij allen zullen komen… tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus.”
(Efeze 4:12-13, STV)

Opvallend is hier ook de uitdrukking “een volkomen man”. De gedachtegang is die van Christus als Hoofd en de Gemeente als Zijn lichaam.

Daarom is Efeze 5 zo belangrijk

Efeze 5 wordt vaak aangehaald om te bewijzen dat de Gemeente de bruid van Christus zou zijn. Maar let goed op wat Paulus schrijft:

“Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams.”
(Efeze 5:23, STV)

En even verder:

“Want wij zijn leden Zijns lichaams…”
(Efeze 5:30, STV)

Juist waar Paulus over huwelijk spreekt, noemt hij de Gemeente niet de bruid, maar blijft hij spreken over Hoofd en lichaam.

Daarmee wordt het onderscheid belangrijk:

Israël wordt in de profetieën voorgesteld in de huwelijksrelatie met de HEERE.

De Gemeente wordt in de brieven van Paulus voorgesteld als het lichaam van de opgestane Christus.

 

De kern

De Gemeente is dus niet slechts een groep mensen die Jezus volgt.

Maar is:

Zijn lichaam.

Christus is:

Het Hoofd.

De gelovigen zijn:

leden van dat lichaam.

En zij zijn door één Geest:

tot één lichaam gedoopt.

Daarom is deze positie zelfs veel inniger dan alleen het beeld van een bruid die met een bruidegom verenigd zal worden. De Gemeente is reeds in gemeenschap met Christus verbonden. Hij is ons leven.

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.”
(Kolossenzen 3:3, STV)

Daar ligt het onderscheid: Israël heeft een profetische bestemming als vrouw/bruid; de Gemeente heeft nú al zijn positie als het Lichaam van Christus.

lees ook:

lichaam van Christus – Bijbelse basis

De kerk groeit! Maar is gemeentegroei ook geestelijke groei?

Is er misschien sprake van een “stofzuigerkerk?”

“Wij groeien tegen de landelijke trend in.”

Het werd niet zonder enige trots verteld. Terwijl overal kerken leeglopen, groeit onze gemeente ….

Dat klinkt indrukwekkend.

Maar wacht even.

Wie zijn die nieuwe mensen eigenlijk?

Zijn het mensen die het Evangelie hoorden, tot geloof in de Here Jezus Christus kwamen en vanuit de duisternis tot het licht werden gebracht?

Zijn het mensen die jarenlang niets meer met kerk of geloof hadden en door het Evangelie opnieuw werden bereikt?

Of zijn het voor een substantieel deel mensen die tot voor kort nog ergens anders op zondagmorgen in een kerkbank zaten?

Want in dat laatste geval hebben we een probleem met het woord groei.

Een volle zaal is nog geen bewijs van geestelijke groei
Stofzuigerkerk: Een volle zaal is nog geen bewijs van geestelijke groei

Van de ene kerkbank naar de andere

Wanneer honderd gelovigen gemeente A verlaten en vervolgens gemeente B bezoeken, heeft gemeente B honderd bezoekers gewonnen.

Maar het Koninkrijk van God heeft er daarmee niet honderd nieuwe gelovigen bij gekregen.

Er zijn voornamelijk honderd mensen verhuisd.

Dat onderscheid is belangrijk, juist in een tijd waarin groeiende, eigentijdse evangelische en charismatische gemeenten veel aantrekkingskracht kunnen uitoefenen. Rond Mozaiek is daarvoor zelfs het weinig subtiele begrip “stofzuigerkerk” gebruikt. Religiewetenschapper Miranda Klaver besprak die vraag destijds in 2019 bij EO Live. Daarbij wees zij er overigens terecht op dat de redenen waarom mensen van kerk veranderen uiteenlopen en dat het verschijnsel niet zomaar tot “concurrentie” kan worden gereduceerd.

Het beeld van die stofzuiger blijft niettemin hangen.

Een gemeente wordt groter en groter, terwijl andere gemeenten in de omgeving mensen zien vertrekken.

En vervolgens zegt de groeiende gemeente:

“Kijk eens hoe wij groeien!”

Oké…. Waar komt die groei vandaan?

 

Kerkelijke stoelendans is geen evangelisatie

Dat klinkt misschien scherp, maar we moeten ophouden met kerkelijke verschuivingen vanzelsprekend als vrucht te presenteren.

De Schrift kent namelijk echte gemeentegroei:

“En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden.” (STV)

Handelingen 2:47.

Let op wat er staat.

Niet:

de Heere deed dagelijks mensen tot de Gemeente die een andere gemeente aantrekkelijker vonden.

Niet:

die de muziek elders niet meer aansprekend vonden.

Niet:

die voor een professionelere dienst kozen.

Niet:

die achter een populaire spreker aangingen.

Er staat:

“die zalig werden.”

Dát is groei waarover we ons zonder reserve mogen verheugen.

 

“Wij groeien” zegt op zich niet zoveel

Het wordt tricky  wanneer numerieke groei wordt gebruikt als bewijs dat een bepaalde gemeentelijke koers juist moet zijn.

De redenering wordt dan ongeveer:

We hebben onze koers veranderd. Er komen steeds meer mensen. Dus kennelijk zegent God onze koers.

Maar waar staat die maatstaf in de Bijbel?

Nergens.

Populariteit bewijst geen waarheid.

Een volle zaal bewijst geen zuivere leer.

Een groeiend aantal bezoekers bewijst geen geestelijke gezondheid.

Een succesvolle formule bewijst al helemaal niet dat God Zijn goedkeuring aan die formule heeft gegeven.

De Bijbelse vraag is niet in de eerste plaats:

Werkt het?

Maar:

Is het waar?

 

Groei kan zelfs een breekijzer worden

En hier wordt het echt ongemakkelijk.

Want gemeentegroei kan intern als argument worden gebruikt om kritiek op een veranderende koers te neutraliseren.

Iemand vraagt bijvoorbeeld of bepaalde charismatische invloeden wel Bijbels zijn.

“Maar kijk eens hoeveel nieuwe mensen er komen!”

Iemand maakt zich zorgen over de prediking.

“Maar de gemeente groeit!”

Iemand vraagt waarom allerlei nieuwe praktijken worden ingevoerd.

“We bereiken er zoveel mensen mee!”

Iemand wil gewoon weten waar het allemaal in de Schrift staat.

En opnieuw verschijnt het wonderargument:

“Kijk naar de groei.”

Daarmee is alleen nog geen enkele Bijbelse vraag beantwoord.

Het is feitelijk een verandering van maatstaf. Niet langer staat de waarheid van Gods Woord centraal, maar het zichtbare, tastbare resultaat van de gekozen methode.

 

Sinds wanneer bepaalt succes wat waarheid is?

Dat is misschien wel de pijnlijkste vraag.

Wanneer een commerciële onderneming meer klanten krijgt, is groei een uitstekende maatstaf voor commercieel succes.

Maar de Gemeente van Jezus Christus is géén onderneming.

Voorgangers zijn geen ondernemers.

Gemeenteleden zijn geen klanten.

De samenkomst is geen product.

En het Evangelie is geen concept dat met voldoende muziek, licht, branding, sociale media, aansprekende sprekers en een uitgekiende bezoekerservaring succesvol in de markt moet worden gezet.

Paulus schrijft:

“Predik het Woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.” (STV)

2 Timotheüs 4:2.

Dat is opmerkelijk.

Paulus zegt niet tegen Timotheüs dat hij vooral moet ondrzoeken welke aanpak de grootste toestroom veroorzaakt.

Predik het Woord.

Ook wanneer dat Woord niet populair is.

 

Maar er komen toch mensen tot levend geloof?

Dat zou geweldig goed nieuws zijn  En wanneer iemand door het Evangelie tot levend geloof in de Here Jezus Christus komt, is dat reden tot grote vreugde en dankbaarheid.

Daar moeten we eerlijk in zijn.

Een recent verslag van de Protestantse Kerk over Mozaiek erkent aan de ene kant dat veel mensen aanhaken die al christen waren, maar vermeldt aan de andere kant dat uit doopgetuigenissen eveneens blijkt dat mensen met andere achtergronden tot geloof komen. Het verslag waarschuwt daarom terecht ook tegen een al te simpele voorstelling van zaken.

Dat maakt het onderscheid alleen maar belangrijker.

Noem bekering bekering.

Noem terugkeer terugkeer.

Maar noem kerkelijke migratie ook gewoon migratie.

Gooi die drie niet op één hoop om vervolgens één mooi klinkend groeipercentage te presenteren.

 

De aantrekkingskracht zegt óók iets over andere kerken

Ook daar moeten critici eerlijk over zijn.

Wanneer mensen massaal een gemeente verlaten, kun je niet uitsluitend naar de ontvangende gemeente wijzen.

Waarom vertrekken die mensen?

Waarom vonden zij kennelijk niet wat zij zochten?

Werd Gods Woord nog helder verkondigd?

Was er werkelijk gemeenschap?

Was er aandacht voor jongeren?

Was er geestelijk voedsel?

Of draaide men jarenlang op traditie en gewoonte?

Het genoemde PKN-verslag maakt precies deze interessante omkering: als een gemeente als een “stofzuiger” functioneert, kan dat erop wijzen dat er elders een vacuüm bestaat.

Dat is een terechte vraag.

Maar ook dat vacuüm rechtvaardigt niet automatisch alles wat de succesvolle gemeente doet.

De leegte van de ene kerk bewijst allerminst de Bijbelvastheid van de andere.

 

De grote verleiding van zichtbare cijfers

Wij mensen houden van wat meetbaar is.

Bezoekersaantallen.

Nieuwe locaties.

Volgers.

Views.

Dopen.

Groepen.

Omzet – pardon, giften.

En voor je het weet praten we over de Gemeente van Christus met het vocabulaire en de succescriteria van een onderneming.

Maar God kijkt niet naar een dashboard.

De gemeente in Laodicea had zelf een buitengewoon positief oordeel over haar toestand:

“Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.” (STV)

Openbaring 3:17.

Dat is huiveringwekkend.

Hun eigen beoordeling van hun geestelijke toestand zat er volledig naast.

Daarom kan zichtbare voorspoed nooit onze uiteindelijke maatstaf zijn.

 

Een ongemakkelijke vraag

Stel dat een gemeente in enkele jaren verdubbelt.

Prachtig.

Dan mogen we toch vragen:

Hoeveel van die mensen kenden de Here Jezus Christus daarvoor niet?

Hoeveel kwamen door de verkondiging van het Evangelie tot geloof?

Hoeveel waren afgehaakt en werden opnieuw bereikt?

En hoeveel kwamen gewoon uit andere gemeenten?

Dat is geen zuurheid.

Dat is geen jaloezie op een succesvolle kerk.

Dat is proberen woorden eerlijk te gebruiken.

Want wanneer vierhonderd christenen uit twintig omliggende gemeenten zich verzamelen in één grote gemeente, hebben we een indrukwekkend gevulde zaal.

Maar nog steeds per saldo dezelfde vierhonderd christenen.

 

Groei is geen keurmerk van God

Daarom moeten we buitengewoon voorzichtig zijn met de uitspraak:

“God zegent het, want we groeien.”

Daarmee maken we van zichtbare groei een geestelijke thermometer.

De Schrift geeft ons een andere opdracht:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (STV)

1 Thessalonicenzen 5:21.

Alle dingen.

Dus óók succesvolle dingen.

Óók populaire bedieningen.

Óók snelgroeiende gemeenten.

Óók een koers waar honderden mensen enthousiast over zijn.

Óók iets waarvan mensen zeggen dat “God er duidelijk in werkt”.

De vraag blijft dezelfde:

Wat zegt het Woord?

Misschien moeten we de groeicijfers eens anders presenteren

Dus wanneer een voorganger trots vertelt dat zijn gemeente “tegen de landelijke trend in groeit”, zou mijn eerste reactie niet zijn:

Geweldig, dan zal de koers wel goed zijn.

Mijn eerste vraag zou zijn:

Wat wordt er precies bedoeld met groei?

Want wanneer de ene kerk leegloopt doordat de andere kerk volloopt, hebben we de gemeente van Jezus Christus niet zien groeien.

We hebben dan vooral christenen zien verhuizen.

Wanneer verloren mensen daarentegen het Evangelie horen, hun vertrouwen stellen op de Here Jezus Christus en nieuw leven ontvangen, spreken we over iets totaal anders.

Dán mogen en kunnen we spreken over groei.

En uiteindelijk is zelfs dát niet de verdienste van een succesvolle formule, charismatische voorganger, worshipband of professioneel kerkconcept.

Paulus maakte korte metten met menselijke profileringsdrang:

“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.” (STV)

1 Korinthe 3:6.

God geeft de wasdom.

Misschien is dat wel de belijdenis die verdwijnt als wij trots beginnen te vertellen hoe onze gemeente groeit.

Lees ook:

Succes is geen roeping: de Bijbel tegenover succesprediking – Bijbelse basis

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf maar een levend lichaam – Bijbelse basis

extern:

Mozaïek0318: een ‘stofzuigerkerk’ volgens Miranda Klaver? – EO

Wat is de Gemeente van Jezus Christus?

Vreemde vraag, denk je wellicht. Maar het zal je gedacht zijn wat sommige mensen hier allemaal onder verstaan. Om een goed en helder antwoord  te kunnen vinden op deze vraag schrijf ik dit blog.

Hero banner promoting Bible studies: open Bible on a wooden table at sunrise with the Dutch title 'Wat zegt de Bijbel over...' and a blue footer menu showing topics like Schrift met Schrift and Christus centraal.
Wat zegt de Bijbel over

Het Lichaam van Christus volgens de Bijbel

Als het woord “gemeente” valt, denken veel mensen onmiddellijk aan de kerk, een kerkgebouw, een plaatselijke geloofsgemeenschap, een denominatie of een organisatie met voorgangers, oudsten en ledenlijsten. Maar wie vanuit de Schrift vraagt wat de Gemeente van Jezus Christus echt is, komt bij iets veel fundamentelers terecht.

De Gemeente is geen menselijke organisatie die rondom Jezus Christus is opgebouwd. Deze is het Lichaam van Christus, waarvan de opgestane en verheerlijkte Here Jezus Christus Zelf het Hoofd is.

Dat verschil is niet maar een kwestie van woorden. Het bepaalt hoe we kijken naar de positie van de gelovige, naar kerkelijk leiderschap, naar Israël, naar onze hemelse roeping en uiteraard naar Christus Zelf.

Het lichaam van Christus colgens de Bijbel
Wat is de gemeente van Jezus Christus?

Christus bouwt Zijn Gemeente

De eerste belangrijke aanwijzing vinden we in de woorden van de Here Jezus Christus:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” (Mattheüs 16:18, STV)

Let op de woorden:

“Ik zal Mijn gemeente bouwen.”

De Here Jezus sprak niet over iets wat vanaf Adam altijd al had bestaan. Hij sprak over iets dat Hij zou bouwen. De Gemeente heeft daarom een bijzondere plaats in Gods heilsplan.

En minstens zo belangrijk: Christus zegt niet dat mensen Zijn Gemeente zullen bouwen. Hij bouwt haar.

Dat zet gelijk een streep door het idee dat de Gemeente in essentie een menselijke instelling zou zijn. Mensen kunnen kerkgenootschappen oprichten, gebouwen neerzetten, statuten schrijven en organisaties besturen.

Maar alleen Christus kan Zijn Gemeente bouwen.

 

De Gemeente is het Lichaam van Christus

Paulus geeft de meest directe omschrijving:

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” (Efeze 1:22-23, STV)

De Gemeente is dus zoals we hier zien: Zijn Lichaam.

Dat is veel meer dan een mooi beeld voor christelijke samenwerking. Christus is het Hoofd en de gelovigen vormen gezamenlijk Zijn Lichaam.

Dat betekent ook dat het leven van de Gemeente niet voortkomt uit menselijke structuren, programma’s of leiders. Haar leven komt voort uit Christus.

Zoals een lichaam niet onafhankelijk van het hoofd kan functioneren, zo heeft de Gemeente geen zelfstandig geestelijk bestaan naast Christus. Haar positie, identiteit, leven en toekomst zijn allemaal verbonden met Hem.

Dat maakt de Gemeente in de eerste plaats christocentrisch. (Christocentrisch = gericht op Christus als Hoofd, fundament, levensbron en middelpunt.)

Niet de voorganger staat centraal.

Niet een bediening.

Niet een kerkverband.

Niet een bepaalde beweging.

Christus.

 

Wie hoort tot de Gemeente?

Ook hierover laat de Schrift weinig ruimte voor menselijke definities.

Paulus schrijft:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” (1 Korinthe 12:13, STV)

De Gemeente wordt dus gevormd door mensen die door de Heilige Geest tot één Lichaam zijn gemaakt.

Dat is iets anders dan lid worden van een kerk.

Je kunt op een ledenlijst staan zonder dat daarmee bewezen is dat je tot het Lichaam van Christus behoort. Omgekeerd kan iemand tot Christus behoren zonder aangesloten te zijn bij het kerkgenootschap dat anderen misschien als het enige juiste beschouwen.

De bepalende vraag is niet:

Bij welke kerk hoor je?

Maar:

Ben je in Christus?

De Gemeente bestaat uit mensen die door geloof deel gekregen hebben aan het nieuwe leven in Christus.

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17, STV)

Christelijk geloof is daarom niet in de eerste plaats het aannemen van een ‘christelijke levensstijl’. Wat je daar ook onder mag verstaan. Het gaat om nieuw leven.

 

Christus gaf niet alleen Zijn leven voor ons

Hier ligt een belangrijk onderscheid.

Het Evangelie verkondigt dat Christus voor onze zonden gestorven is. Maar behoud houdt niet op bij vergeving.

De gelovige ontvangt leven in Christus.

“En dit is de getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en ditzelve leven is in Zijn Zoon. Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.” (1 Johannes 5:11-12, STV)

Eeuwig leven is daarom niet slechts eindeloos blijven bestaan. Het is leven dat in Gods Zoon gevonden wordt.

Christus gaf Zijn leven voor ons tot verlossing, maar Hij geeft ook Zijn leven aan ons.

Daarom zegt Paulus:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij…” (Galaten 2:20, STV)

Dáár ligt het geheim van de Gemeente.

Het is niet een verzameling mensen die allemaal proberen Jezus na te doen. Het is een Lichaam van mensen die hun nieuwe leven in Christus ontvangen hebben.

 

Jood en heiden worden één nieuw Lichaam

Een ander wezenlijk kenmerk van de Gemeente is dat daarin het vroegere onderscheid tussen Jood en heiden geen basis vormt voor de positie in Christus.

Paulus noemt dit onderdeel van de verborgenheid:

“Dat de heidenen zijn medeërfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;” (Efeze 3:6, STV)

Let op die woorden:

“van hetzelfde lichaam.”

De heiden wordt niet eerst Jood om vervolgens bij Gods volk te mogen horen. Evenmin wordt de Jood heiden.

God doet iets nieuws.

Gelovigen uit Joden en heidenen worden in Christus samengevoegd tot één Lichaam.

Dat is van groot belang, omdat hierover tegenwoordig veel verwarring bestaat.

 

De Gemeente is niet Israël

Een duidelijk Bijbels onderscheid tussen Israël en de Gemeente voorkomt veel leerstellige verwarring.

Israël heeft in de Schrift een eigen roeping, geschiedenis, beloften en toekomst. De Gemeente heeft eveneens een eigen roeping, positie en toekomst.

De Gemeente is daarom niet eenvoudig een nieuwe naam voor Israël.

Evenmin heeft de Gemeente Israël vervangen.

Paulus zegt over Israël:

“Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre…” (Romeinen 11:1, STV)

En later:

“Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.” (Romeinen 11:29, STV)

De Bijbel geeft ons daarom geen reden om de beloften die God aan Israël deed stilzwijgend naar de Gemeente over te hevelen.

Dat gebeurt helaas nog steeds vaak. Beloften die betrekking hebben op Israël, het land, Jeruzalem en het toekomstige Koninkrijk worden dan “vergeestelijkt” en op de kerk toegepast.

Maar daarmee wordt niet alleen Israël van zijn beloften beroofd; ook de unieke positie van de Gemeente raakt uit beeld.

De Gemeente hoeft helemaal niet Israël  te worden om een buitengewoon heerlijke positie te hebben.

Haar roeping is namelijk hemels.

 

Een hemelse roeping

Paulus schrijft:

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;” (Filippenzen 3:20, STV)

En:

“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.” (Efeze 1:3, STV)

De positie van de Gemeente wordt dus niet bepaald door aardse macht, politieke invloed of maatschappelijke status.

Dat is een belangrijke correctie op allerlei vormen van christendom waarin men leert dat de kerk geroepen zou zijn om de wereld over te nemen, maatschappelijk te domineren of het Koninkrijk van God op aarde te vestigen.

De Gemeente heeft een andere, hogere roeping.

Zij behoort bij de verworpen maar inmiddels verheerlijkte Christus.

Het Hoofd bevindt Zich in de hemel.

Het burgerschap is in de hemel.

De zegeningen zijn in Christus in de hemel.

En de verwachting is vanuit de hemel.

Dat is een radicaal ander perspectief.

 

De Gemeente was een verborgenheid

Paulus spreekt meerdere malen over een “verborgenheid”. Een begrip dat bij sommigen voor veel onbegrip zorgt.

Daarmee bedoelt hij niet iets geheimzinnigs of mystieks, maar eenvoudig een waarheid die God eerder niet bekendgemaakt had zoals Hij die later heeft geopenbaard.

Paulus schrijft:

“En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus;” (Efeze 3:9, STV)

Dit verklaart waarom de Gemeente niet eenvoudig gezocht en gevonden kan worden in alle oudtestamentische profetieën over Israël.

Gods voornemen met de Gemeente was in Hem verborgen en werd later geopenbaard.

Juist daarom is het gevaarlijk om Israël en de Gemeente zonder onderscheid in elkaar te schuiven.

Dan verdwijnt namelijk precies dat bijzondere karakter waarvan Paulus zegt dat het een verborgenheid was.

 

De Gemeente is een woonplaats van God

De Gemeente is niet alleen een Lichaam. Zij wordt ook voorgesteld als een geestelijke tempel.

“Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere; Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.” (Efeze 2:21-22, STV)

Ook hier is het verschil met menselijke religie enorm.

Onder het oude verbond stond de tempel op een geografische plaats.

In de huidige bedeling woont God door Zijn Geest in Zijn Gemeente.

Daarom is een kerkgebouw op zichzelf nooit “het huis van God” in dezelfde betekenis waarin de tempel dat onder Israël was.

Het huis van God bestaat uit levende stenen.

“Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.” (1 Petrus 2:5, STV)

Dat heeft verstrekkende gevolgen voor onze kijk op kerk-zijn.

 

Geen geestelijke elite binnen het Lichaam

Als we goed begrijpen wat het Lichaam van Christus is, wordt ook duidelijk hoe vreemd een systeem van geestelijke rangen en standen eigenlijk is.

Paulus vergelijkt de Gemeente met één lichaam waarin vele leden verschillende functies hebben.

Niet ieder lid doet hetzelfde. Niet iedere gave is hetzelfde. Niet iedere taak is hetzelfde.

Maar verschil in functie betekent geen verschil in geestelijke waarde.

“Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus.” (1 Korinthe 12:12, STV)

Dat laat geen ruimte voor profileringsdrang.

De Gemeente heeft één Hoofd.

Niet een apostel.

Niet een profeet.

Niet een voorganger.

Niet een gezalfde leider.

Maar Christus.

Menselijke bedieningen hebben alleen betekenis voor zover zij het Lichaam dienen en de leden helpen groeien tot geestelijke volwassenheid.

Zodra gelovigen structureel afhankelijk worden gemaakt van bijzondere leiders, “gezalfden” of geestelijke specialisten, wordt het Bijbelse beeld omgedraaid

Bediening behoort het Lichaam op te bouwen, niet zichzelf.

De Gemeente leeft onder, door en uit Genade

Ook dit behoort tot de identiteit.

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)

Dat betekent niet dat het leven van de gelovige er niet toe doet. Integendeel.

Genade redt niet alleen; genade onderwijst.

“Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matiglijk en rechtvaardiglijk en godzaliglijk leven zouden in deze tegenwoordige wereld;” (Titus 2:11-12, STV)

De Gemeente wordt daarom niet gevormd door mensen die door nauwgezette wetsbetrachting en inspanning proberen God gunstig te stemmen.

Zij bestaat uit mensen die uit genade behouden zijn en vanuit die genade leren wandelen.

 

Waarom dit onderscheid vandaag zo belangrijk is

Dit is geen abstract leerstellig onderwerp.

Als niet meer duidelijk is wat de Gemeente eigenlijk is, ontstaan vrijwel vanzelf allerlei verschuivingen.

Dan wordt de Gemeente een organisatie die succes moet hebben.

Leiders worden bestuurders of geestelijke beroemdheden.

Gemeenteopbouw wordt organisatiegroei.

Geestelijke vrucht wordt meetbaar gemaakt in bezoekersaantallen.

Roeping wordt invloed.

Dienstbaarheid wordt profilering.

En het Hoofd raakt langzaam maar zeker uit beeld.

Maar het Nieuwe Testament tekent een heel ander beeld.

Christus is het Hoofd.

De gelovigen zijn Zijn leden.

De Heilige Geest vormt hen tot één Lichaam.

Genade is de grondslag waarop zij staan.

De hemel bepaalt hun positie en verwachting.

Dan wordt de vraag niet langer:

Hoe maken wij onze kerk groot?

De vraag wordt:

Hoe wordt Christus verheerlijkt?

 

De Gemeente is eigendom van Christus

Misschien ligt daarin uiteindelijk de eenvoudigste en tegelijk diepste waarheid.

De Gemeente is Zijn Gemeente.

Hij heeft haar lief.

Hij heeft Zich voor haar gegeven.

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;” (Efeze 5:25, STV)

Daarom mag niemand, onder geen voorwaarde, zich de Gemeente toe-eigenen.

Geen leider kan zeggen:

“mijn gemeente”

alsof zij van hem is.

Geen denominatie bezit het Lichaam van Christus.

Geen beweging heeft het alleenrecht op Gods werk.

Christus kocht.

Christus bouwt.

Christus voedt

Christus heiligt.

Christus is het Hoofd.

En te Zijner tijd zal Christus haar tot Zich nemen.

 

Wat is dan wél de Gemeente van Jezus Christus

Samengevat kunnen we daarom zeggen:

De Gemeente van Jezus Christus is het door God gevormde hemelse volk, de Gemeente der eerstgeborenen, wedergeboren gelovigen uit Jood en heiden, die door de Heilige Geest tot één Lichaam met de opgestane en verheerlijkte Christus zijn verbonden. Christus is het Hoofd en de levensbron van dit Lichaam. De Gemeente leeft onder Genade, is een woonplaats van God door de Geest, deelt in Christus’ hemelse positie en verwachting en moet onderscheiden worden van Israël.

Dat is vele malen rijker dan “naar de kerk gaan”.

Wie in Christus is, behoort tot iets dat mensen nooit zouden kunnen bouwen.

Tot Zijn Lichaam.

En daarom hoort in de Gemeente uiteindelijk maar Eén centraal te staan:

de Here Jezus Christus.

zie ook:

Jezus alleen: Christus bouwt Zijn Gemeente – Bijbelse basis

gemeente van Jezus Christus – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights