Wordt dit het merkteken van het beest?


Pastor J.D Faraq spreekt over het komende merkteken van het beest en wat dat zou kunnen zijn. Zeer indringend, leerzaam en waarschuwend. Welke beslissingen zullen we wellicht moeten nemen in de nabije toekomst?
Een puur Bijbelse blik op de huidige situatie in de wereld.
Nederlands ondertiteld.

Uit het nieuws 13-07-2020

Overgenomen van: Franklin ter Horst

Agenda 2030 van de Verenigde Naties streeft naar depopulatie (deel 1)

Door de waanzinnige Wuhan-virus maatregelen die de machthebbers aan ons hebben opgedrongen, is onze wereld in de fase aangekomen waarin Gods tegenstander de Macht van de Duisternis zich laat gelden als nooit te voren. De Bijbelse profeten hebben ons uitvoerig over deze tijd geïnformeerd over hoe het er in de laatste dagen zal toegaan. Onze wereld beweegt zich in de richting van een immense catastrofe. Nog nooit is de wereld getuige geweest van zoveel onheilspellende ontwikkelingen en zulke snelle veranderingen. Deze ontwikkelingen geven het gevoel dat er een crisis dreigt. De wereld lijkt op een reusachtige machine die aan het doldraaien is. Hoe lang zal het nog duren voordat het tot een uitbarsting komt? Diverse Bijbelse profetieën en het Bijbelboek Openbaring maken duidelijk dat er een moment zal komen waarin het huidige wereldbestel volkomen vast zal lopen.

De Bijbelse profeten voorzegden de opkomst en de ondergang van elk groot wereldrijk in het verleden, en ook in detail wat er met onze huidige wereld zal gebeuren. In het Bijbelboek Openbaring gaat het om de laatste grote gebeurtenissen op aarde voordat Jezus als Redder en Rechter op aarde terugkeert. In dit boek eindigen alle grote eindtijdprofetieën zoals ze door Gods dienstknechten de hele Bijbel door, zijn aangekondigd. De Bijbelse God maakt d.m.v. van zijn Woord bekend dat alles wat voorzegd is, ook vervuld zal worden. In het boek Openbaring toont de Here Jezus aan Johannes wat er allemaal nog moet geschieden, waarbij de oordelen die worden beschreven voor de mensen als een ware verschrikking moeten overkomen. Johannes moet op zijn minst overdonderd zijn geweest van de beelden die hem verschenen.

Johannes op Patmos

De Bijbelse profeten kwamen niet aandragen met vage of algemene voorspellingen die aan alle omstandigheden konden worden aangepast. Alle voorzegde tekenen die direct vooraf zouden gaan aan de definitieve eindfase vlak voor de terugkomst van de Here Jezus kunnen thans worden waargenomen. Er bestaan meer profetieën met betrekking tot de zeven jaren waarover de profeet Daniël gesproken heeft dan over enige andere vergelijkbare tijdsperiode waarover de Bijbel spreekt. Mozes, Jesaja, Jeremia, Ezechiël, Zacharia en de meeste zogenoemde kleine profeten, evenals het gehele boek Openbaring, profeteren over deze periode. Het boek Openbaring komt er in grote lijnen op neer dat er sprake is van door satan “bezet gebied” vanwege het feit dat de mens weigert zijn Schepper te gehoorzamen. In deze tijd leven wij nu!

 

Meer lezenUit het nieuws 13-07-2020

De Heer regeert?

Wie regeert de wereld? door Jb. Klein Haneveld, 1949

Het wordt zo vaak gezegd: Natuurlijk regeert God de wereld.
En de een zegt het de ander na. Maar is dat eigenlijk wel zo?

Wordt deze wereld, zoals wij haar kennen, met al haar ellende en zonde, door God geregeerd? Oefent Hij Koninklijk gezag over haar uit?
Wie een klein beetje nadenkt, zal deze vraag ontkennend moeten beantwoorden.

Niet, alsof God niet de hoogste Koning zou zijn. Hij is dat zeker!
Hij is “de zalige en enige Heerser, de Koning der koningen en de Heer der heren….. Hem zij eer en eeuwige kracht. Amen.” 1Tim. 6:15, 16

Wij moeten echter nooit vergeten, dat deze wereld in Gods Koninkrijk een provincie is, die tegen Hem in opstand is. Haar aanvoerder in deze opstand is niemand minder dan de grote tegenstander van God: de satan.

Zolang deze opstand en rebellie duurt, wordt de wereld niet door God, maar door satan geregeerd. Zij staat onder rechtstreekse contrôle van de “overste dezer wereld”, d.i. de duivel.

Pas na het blazen van de zevende bazuin zullen luide stemmen in de hemel weerklinken:

Openbaring 11:15 SVV

7 Het Koningschap over de wereld is gekomen aan onze Heer en Zijn Gezalfde en Hij zal Koning zijn tot in alle eeuwigheden.

Hoe kan men, met zulk een tekst voor ogen, staande houden, dat God thans de wereld regeert?

De overste dezer wereld

Tot driemaal toe heeft de Heere Jezus de satan “de overste dezer wereld” genoemd. (Zie Joh. 12:3114:30 en 16:11)

Feitelijk was hij dat reeds geweest vanaf de zondeval.
Maar nu het hem gelukte de meest tegenstrijdige elementen: farizeën en sadduceën, overpriesters en schriftgeleerden, nationalisten en collaborateurs, Pilatus en Herodes, Joden en heidenen, allen en allen samen te verenigen in één machtig front tegen de Zoon van God, kan hij met meer recht dan ooit tevoren de vorst der wereld worden genoemd.

En vandaag aan de dag kunnen wij zien, hoe vorsten en volken, staatslieden en rechtsgeleerden, politieke leiders en godsdienstige leiders, kapitalisten en communisten, zowel aan deze als aan gene zijde van het ijzeren gordijn, allen en allen, op slechts enkele uitzonderingen na, geïnspireerd worden door deze “vorst der duisternis”; en zelfs die uitzonderingen ontkomen niet altijd aan zijn greep.

Meer lezenDe Heer regeert?

Wat zal er van de staat Israël worden?

Er is, voorzichtig gezegd, nogal verschil van, of misschien wel gebrek aan inzicht over wat de Bijbel zegt aangaande het herstel en de toekomst van Israël. Christen-Zionisten bijvoorbeeld, zien doorgaans geen verschil tussen de 2 en 10 stammen van Israël, en zij geloven dat de Joodse staat van nu hetzelfde als het Bijbelse Israël, Gods volk is.

Daarom dit artikel wat destijds in 1951 als boekje onder deze naam is uitgegeven, en wat toenmalige en ook hedendaagse taboes niet uit de weg gaat. (vJ)

Bron
Door  A. Klein Haneveld sr.

De Staat Israël

Een golf van geestdrift en ontroering voer door de harten van het Joodse volk bij het bekend worden van de proclamatie van 14 Mei 1948 in Tel Aviv. Met ingang van de komende middernacht werd de Staat Israël in het leven geroepen. Een vrije, onafhankelijke Joodse staat in het oude vaderland! Wie had dat ooit kunnen geloven?

Zeker, de Joden hadden er reeds lang, hadden er eigenlijk de eeuwen door, altijd hoopvol naar uitgezien. Bij elke Paasfeestviering, ieder jaar opnieuw, hadden zij over de gehele wereld elkaar toegewenst: “Het volgend jaar in Jeruzalem.” In Jeruzalem zelf aangevuld met de woorden: “maar in een vrij Jeruzalem!” Een onverwoestbaar optimisme had hen steeds doen blijven hopen, dat toch eens de lange ballingschap zou wijken voor de terugkeer. Maar is het niet zo, dat ook de taaist volgehouden hoop, als ze eenmaal in vervulling gaat, ons toch verrast?

Van 1880 af valt er een steeds toenemende beroering onder het Joodse volk waar te nemen. De moord op de tsaar Alexander II van Rusland deed een golf van Pogroms (Jodenmoorden) gaan over dat land. Van toen af begon de massale vlucht naar Amerika. Levendig herinner ik mij nog uit mijn kinderjaren de lange “Jodentrein”, die elke avond om vijf uur ons dorp passeerde, afgeladen vol met emigranten uit Oost Europa, op weg naar de Nieuwe Wereld.

Maar uit diezelfde tijd dateren ook de eerste doelbewuste pogingen tot het vormen van de Joodse nederzetting in Palestina, teneinde het verlaten land te koloniseren. Nog voor het einde der eeuw had er een gebeurtenis plaats, waardoor de Joodse nationale verwachtingen een meer vaste vorm aannamen.De Weense journalist Theodor Herzl, ontsteld over de antisemitische ondergrond van het beruchte eerste Dreyfusproces te Parijs, publiceerde in 1896 zijn in visionaire trant geschreven boek “Der Judenstaat”.

Dit had een geweldige uitwerking. Reeds het volgende jaar opende Herzl te Bazel het eerste wereldcongres der Zionisten, dat als doel der Zionistische beweging stelde het scheppen van een publiekrechtelijk gewaarborgde woonplaats voor het Joodse volk in Palestina. Veel aandacht schonk de wereld daar vooreerst niet aan. Een Joodse staat in het door Turkije beheerste en door erosie en verwaarlozing zo onvruchtbaar geworden land leek al te zeer op een ijdel droombeeld, dat toch voor geen verwezenlijking ooit vatbaar zou zijn.

Herzl zelf had echter een vooruitziende blik. Dadelijk na afloop van het congres schreef hij in zijn dagboek:

“Te Bazel hebben wij de Joodse staat gesticht. Als ik dat vandaag in het openbaar zeide, zou ik van alle kanten uitgelachen worden. Maar misschien over vijf en zeker over vijftig jaar zal iedereen dit erkennen.”

Die woorden zijn bijna letterlijk in vervulling gegaan. Precies vijftig jaar later, november 1947, aanvaardde de U.N.O. (Verenigde Naties) het bekende verdelingsplan, waarbij aan de Joden een deel van Palestina werd toegewezen voor een eigen Joodse staat.

Dit was niet naar de zin van Engeland, ofschoon het toch dertig jaar tevoren (nov. 1917) bij de vermaarde Balfour verklaring aan de Joden een nationaal tehuis in Palestina officieel toegezegd had. Maar de Engelse politiek wordt toch door imperiale motieven geleid en toont telkens haar onbestendigheid. Vooral in verband met de rijke oliebronnen van het Midden Oosten wilden de Engelsen de Arabische volken te vriend houden. Daarom hadden zij reeds sinds jaren de aanvankelijk toegestane Joodse immigratie getraineerd en beperkt, schijnbaar ongevoelig voor de wreedheid die zij daarmee tegen een toch al zo afschuwelijk gemarteld volk begingen.
Immers, terwijl in heel de wereld de kreet van afgrijzen nog na klonk over de massamoord, door de Hitlerbeulen in gaskamers en vernietigingskampen op de Joden gepleegd, ontzag de Engelse regering zich niet, de terugkerende Joodse ballingen door haar ambtenaren te laten opjagen en naar kampen op Cyprus te transporteren of zelfs naar Duitsland terug te voeren. In plaats van het besluit van de Algemene Vergadering der Verenigde Naties met krachtige hand ten uitvoer te helpen brengen, waartoe zij èn als lid der U.N.O. èn krachtens haar mandaat verplicht was, ging zij het zoveel mogelijk saboteren, en gemene zaak met de Arabieren maken.

In de veelvuldige gewapende conflicten tussen Arabieren en Joden grepen de Engelsen niet of te laat in. Toen hun positie hoe langer hoe neteliger werd en de ontwikkeling der dingen hun boven het hoofd dreigde te groeien, zagen zij geen andere uitweg meer dan zich terug te trekken. Zij besloten hun mandaat op 15 mei 1948 neer te leggen en hun troepen zo snel mogelijk in te schepen.

Het schijnt, dat de Engelsen gemeend hebben, door hun overhaast vertrek in de kaart der Arabieren te spelen. Maar dan hebben zij zich wel zeer vergist! Het terugtrekken der Britse troepen geschiedde veelal onder omstandigheden, die opzettelijk gunstig voor de Arabieren waren, maar toch behaalden in deze burgeroorlog de Joden een volkomen overwinning.

Op 15 mei werd vrijwel het gehele territoir van de Joodse staat veilig door de Hagana (het Joodse leger) beheerst. Op diezelfde datum echter begon de inval der geregelde legers van de vijf aangrenzende Arabische landen (Libanon, Syrië, Irak, Jordanië, Egypte), die zich wel op instigatie van Engeland! reeds in 1945 tot een antizionistische “Arabische Liga” verenigd hadden. Een ogenblik leek het, alsof de Joden, nu zij de “bescherming” der Engelsen misten, tot de laatste man toe in de Middellandse Zee zouden worden gejaagd. Tot ieders verbazing echter was binnen enkele weken de strijd beslist en werd de vijand tot een wapenstilstand gedwongen. Moedig en succesvol hebben de Joodse mannen en vrouwen gestreden.

De gehele Negev (het Bijbelse “Zuiden”), hun trouwens door het besluit van de Verenigde Naties toegezegd, viel in hun handen. Van Jeruzalem wisten zij de Nieuwe Stad in hun macht te krijgen; zonder het “Staakt het vuren” bevel der Verenigde Naties zouden zij zeker ook de Oude Stad, met overwegend Arabische bevolking, hebben veroverd. De staat Israël had haar effectief bestaan met kracht van wapenen bewezen.

Ook op andere wijze heeft zij getoond er te durven zijn! In de proclamatie van 14 mei 1948 was verklaard, dat Tel Aviv de voorlopige hoofdstad van de jonge staat zou wezen. Tel Aviv, tegen het noorden van het oude Jaffa aangebouwd, bestond nog geen veertig jaar, maar was reeds tot een stad tot over de 200.000 inwoners aangegroeid: de grootste stad van Palestina met een zuiver Joodse bevolking. Toch mocht het slechts de voorlopige hoofdstad worden en de gehele wereld begreep, wat dit woordje “voorlopig” te betekenen had. Als werkelijke hoofdstad van Israël zou nooit een andere hoofdstad in aanmerking kunnen komen dan de oude en geliefde Davidsstad: Jeruzalem!

Maar de Verenigde Naties dachten daar anders over. Vooral op aandrang van Rooms-katholieke zijde, waar men vreesde dat de Joden de zgn. “heilige plaatsen” niet zouden ontzien, werd het besluit genomen dat Jeruzalem geïnternationaliseerd en dus van de Staat Israël afgescheiden zou worden. Israëls afgevaardigde, Mosje Sjertok, die zich tijdens de behandeling reeds scherp te weergesteld had, verklaarde rondweg bij zijn vertrek uit Lake Succes, dat Israël dit besluit niet zou aanvaarden. En wat deed de Israëlische regering? Zij verplaatste boudweg haar zetel van Tel Aviv naar Jeruzalem en stelde daarmee de Verenigde Naties voor een voldongen feit: Jeruzalem zou Israëls hoofdstad zijn!

En zo is dan inderdaad op 15 mei 1948 voor Joods besef een einde gekomen aan het derde galoeth, de derde ballingschap. Als eerste galoeth rekenen de Joden het verblijf der vaderen in Egypte. Het tweede was de Babylonische ballingschap. Het derde galoeth begon met de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70 AD, en eindigde nu met de uitroeping van de staat Israël.

Wagenwijd heeft deze jonge staat haar poorten voor de terugkerende zonen van het oude volk opengezet en bij duizenden stromen zij dagelijks toe. Zij hebben het gevoel van na lange en smartelijke omzwervingen eindelijk “thuis” gekomen te zijn, thuis in het eigen vaderland, thuis in het oude vertrouwde Erets Jisraël (land Israëls). Zij hopen op een gelukkiger toekomst, terwijl hun leiders dromen van een zegenrijke taak, een heilige roeping, die Israël alsnog te vervullen heeft tot heil van heel de mensheid.

Op welk een vreselijke ontgoocheling dit zal uitlopen, hopen wij in de volgende bladzijden aan te tonen.

Meer lezenWat zal er van de staat Israël worden?